Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

Op weg naar een nieuwe Koude Oorlog ???

Staat de verhouding Nederland-Rusland en de rest van de wereld weer op scherp ???

Het kabinet kiest voor een koersvast en realistisch Ruslandbeleid. De afgelopen vijf jaar is de relatie met Rusland complex gebleven. Nederland ziet daarom geen reden om de huidige houding tegenover Rusland, die te karakteriseren valt als een combinatie van druk en selectieve samenwerking, ingrijpend te wijzigen. Dat schrijft minister Blok van Buitenlandse Zaken in een brief aan de Kamer, waarin hij reflecteert op het Nederlandse Ruslandbeleid.

De brief is een reactie op een motie van de D66-Kamerlid Verhoeven en Stoffer van de SGP, die door de hele Kamer werd gesteund. De twee Kamerleden hadden om een Ruslandstrategie gevraagd. Eerder dit jaar kwam het kabinet ook al met een Chinastrategie.

Rusland is de afgelopen jaren doorgegaan op de ingeslagen weg van confrontatie met Westerse mogendheden. Dat leidt tot zorgen over veiligheid in veel Europese landen, waaronder Nederland.

De minister wijst erop dat Rusland doelbewust desinformatie verspreidt en spioneert. “Rusland beschikt over een offensief cyberprogramma.” Hij noemt als voorbeelden desinformatie over MH17 en de poging om de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag te hacken.

Die zorgen zijn er ook over de aantasting van de mensenrechten in Rusland. ‘De cyberoperatie tegen de OPCW hier op Nederlandse bodem vorig jaar, maar ook de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Skripal bij onze Britse buren, drukken ons met de neus op de feiten’, aldus Blok.

Het kabinet hecht aan samenwerking met partners vis-a-vis Rusland. Het belang van die internationale samenwerking blijkt ook uit de internationale steun die Nederland en de andere landen van het Joint Investigation Team krijgen voor de inzet voor gerechtigheid na het neerhalen van vlucht MH17.

AD 24.12.2019

Het is de vraag of de door Blok gewenste harde koers op de langere termijn internationaal nog op veel steun kan rekenen. Vooral de Franse president Emmanuel Macron heeft zich de afgelopen maanden, onder andere in NAVO-verband, opgeworpen als pleitbezorger van dialoog met Rusland.

Door hem geïnitieerde vredesgesprekken tussen Rusland en Oekraïne, eerder deze maand, liepen op weinig uit. En ook Duitsland vaart met de omstreden Nord Stream-gasdeals een eigen koers die tot verdeling leidt tussen Oost-en West-Europa.

De machtspolitiek in de VN, de steun aan de Syrische dictator Assad. Het schenden van het INF-verdrag, waarmee Europa opeens weer beducht moet zijn voor Russische kruisraketten. „Op heel veel vlakken is er eerder een verslechtering. Als je de laatste state of the union hoort van Poetin. De taal die hij uitsloeg, de borstklopperij, het was heel dreigend.”

“De taal die Poetin uitsloeg, de borstklopperij, het was heel dreigend”

Uitgerekend tegen deze achtergrond zoekt de Franse president Macron openlijk toenadering tot Rusland. Zo zag de Fransman in de gevangenenruil met Oekraïne een teken dat Poetin zijn agressieve buitenlandbeleid aan het veranderen was.

Blok weet beter: de onwettig aangehouden Oekraïense marinemannen die Rusland vrijliet, waren makkelijk wisselgeld tegen die Russische gevangenen. Onder hen was immers Vladimir Tsemach, een Oekraïner die tijdens de aanslag op MH17 de leiding had over de luchtafweer in Oost-Oekraïne.

Hij is verdachte in het proces dat in maart begint. Na de ruil heeft Rusland hem niet uitgeleverd, zoals Nederland had gevraagd, maar hem weer laten terugkeren naar Oost-Oekraïne. Daarmee is de kans verkeken dat Tsemach terecht zal staan – Rusland en Oekraïne leveren immers volgens hun eigen grondwetten geen onderdanen uit. Bovendien heeft Oekraïne in het oosten nog altijd weinig te zeggen.

Wat doet dit voor de steun die Nederland zo nodig heeft voor het proces tegen de MH17-verdachten?

„Voor ons staat in de verhouding met Rusland MH17 bovenaan. Altijd. Het is ook nodig dat Nederland hier steeds de leiding blijft nemen. Bij elke gelegenheid waar we internationaal optreden, stellen we het aan de orde. Zolang wij het op de agenda blijven zetten, merk ik dat wij steun krijgen. Zouden we ermee ophouden, dan zouden andere landen denken: dan gaan wij het ook niet doen.”

Sancties blijven toch een lastig instrument. We kunnen wel vaststellen dat ze niet helpen Rusland op andere gedachten te brengen. Hoe lang moet je er nog mee doorgaan?

„Zolang er geen ander gedrag is van Rusland zullen we die sancties voortzetten. Er is altijd een reden voor die sancties. Zolang die reden geldt, gelden wat mij betreft ook de sancties. Daar moet je standvastig in zijn. Je merkt wel steeds twijfel bij andere landen wanneer we sancties verlengen. Gelukkig hebben we de Europese landen afgelopen week toch nog op één lijn gekregen.”

Goed, die sancties zijn verlengd. Maar Rusland trekt zich er niks van aan. Tijd voor iets anders, zou je zeggen.

„Sancties zijn ook niet de enige drukmiddelen. Na de moord op Skripal hebben met we, net als een hoop andere Europese landen, Russische diplomaten uitgewezen. Na de hack bij de OPCW hebben we samen met de Britten gewerkt aan een Europees sanctieregime voor cyberaanvallen. Een doorbraak. Vorige week is daar ook nog een sanctiemechanisme tegen mensenrechtenschendingen bij gekomen.”

Die gevangenis is gebouwd, maar er zitten nog geen gevangenen in. Wie moeten op die sanctielijst?

„We zijn nu bezig daar namen onder te krijgen. Daar hebben we zeker gedachten over, maar het helpt in deze fase niet als ik die namen noem.”

Toch is het niet alleen een vijandsbeeld dat het kabinet schetst in zijn nieuwe Ruslandaanpak.

„Rusland is en blijft een grote buur, een kernwapenstaat. We moeten in gesprek blijven, al is het alleen maar om nucleaire ongelukken te voorkomen. Niet voor niets is Nederland voorstander van overleg tussen de NAVO en Rusland.”

Behalve een niet te negeren machtsfactor is Rusland ook een economische macht waarmee Nederland een stevige handelsrelatie heeft. Ons land is na China en Duitsland de derde handelspartner van Rusland.

Zo’n vierhonderd Nederlandse bedrijven zijn in Rusland gevestigd. Ongeveer drieduizend Nederlandse ondernemingen zijn actief op de Russische markt. De vraag naar Nederlandse technologie voor de Russische landbouw is de afgelopen jaren gestegen.

Nord stream 2

Dan is er ook nog Nord Stream 2, de pijplijn die Russisch gas via de Baltische zee en Duitsland naar Europa brengt. Het project nadert de eindfase.

Nordstream 2 is eigendom van het Russische staatsgasbedrijf Gazprom, maar de aanleg wordt medegefinancierd door westerse bedrijven, waaronder het Brits-Nederlandse Shell. Jaarlijks zal er tot 55 miljard kubieke meter Russisch gas doorheen gaan stromen. Daar zit een duidelijke strategie achter.

Momenteel exporteert Gazprom al zo’n 170 miljard kubieke meter per jaar naar Europa. Maar driekwart daarvan stroomt via pijpleidingen door Polen en Oekraïne. Met dat laatste land is Moskou verwikkeld in een burgeroorlog (Oost-Oekraïne). In 2014 annexeerde het bovendien de Krim.

Het Nordstream 2-project is een geopolitieke splijtzwam. Duitsland noemt de import van Russisch gas een economische noodzaak om de afstoot van kolen- en kernenergie te kunnen opvangen. Ook Nederland steunt het project. Maar veel andere Europese lidstaten vrezen juist een veiligheidsprobleem.

“We maken onszelf veel te afhankelijk van Rusland”, meent de Duitse Europarlementariër Manfred Weber. De voorzitter van de Europese Christendemocraten heeft op het punt van Nordstream 2 felle kritiek op zijn eigen regering in Berlijn. “Economische motieven spelen hier geen rol.

Dit is een puur politieke kwestie. Dat de Duitse oud-bondskanselier Gerhard Schröder voorzitter is van het bestuur van Nordstream, zegt al genoeg. Europa kan zijn gasinkopen beter uitspreiden over verschillende leveranciers. Je moet jezelf niet afhankelijk maken van Moskou.”

De Amerikaanse president Trump heeft inmiddels sancties aangekondigd tegen bedrijven die meewerken aan de aanleg van de gaspijpleiding Nord Stream 2 die van Rusland naar Duitsland loopt. Veel bedrijven dreigen te worden getroffen, waaronder het Nederlands-Zwitserse offshoreconcern Allseas van de Nederlander Edward Heerema.

Dat heeft inmiddels zijn werkzaamheden voor Nord Stream 2 gestaakt. Ook olieconcern Shell en baggeraars Van Oord en Boskalis zijn bij het project betrokken.

Wat wil president Trump bereiken met de sancties?

Trump dreigt al langer met sancties tegen de Europese deelnemers aan het omstreden Nord Stream-project. Volgens de Amerikaanse president maakt Europa zich met de intensieve gasimport tot „gijzelaar” van Rusland. „Wij beschermen Duitsland, Frankrijk en al deze landen, en dan sluiten enkele landen een pijpleidingdeal met Rusland en betalen zo miljarden aan de Russische schatkist.”

Maar de president houdt ook de eigen handelsbelangen goed voor ogen, waarbij het de vraag is hoe realistisch die zijn. Trump ziet graag dat Amerikaanse gasbedrijven meer vloeibaar aardgas (lng) gaan afzetten in Europa, iets waar Rusland voor dekomende jaren ook op inzet.

Vooralsnog ligt het zwaartepunt van de Amerikaanse lng-export echter in Zuid-Amerika en Azië, waar bedrijven meer gas goedkoper kunnen afzetten. De details van de sancties moeten nog bekend worden.

Waarom ligt Nord Stream 2 zo gevoelig?

De pijpleidingen (Nord Stream 2 is een aanvulling op een eerdere, parallelle Nord Stream-pijp) zorgen al jaren voor verdeeldheid binnen Europa. Tegenstanders in vooral Oost-Europa beschouwen het als een geopolitiek instrument waarmee Rusland Oost-Europese landen politiek en financieel kan afknijpen.

Nu moet Rusland nog veel gas exporteren via de pijplijn die door Oekraïne loopt. Voorstanders zien in de naar schatting 10 miljard euro kostende pijp liever een commercieel project, dat op termijn kan voorzien in een kwart van de Europese gasvraag en een schoner alternatief biedt voor vervuilende steenkool.

Lees ook: Nord Stream 2 is bijna klaar, debat over Russisch gas nog niet

Hoe reageert Rusland op de sancties?

„Dergelijke stappen zullen niet zonder gepaste reactie blijven”, zei Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov maandag 23.12.2019. Hij wilde niet zeggen welke maatregelen Moskou overweegt. De Russische Buitenlandminister Sergej Lavrov zei dat na invoering van de sancties „geen enkel land ter wereld nog zal twijfelen aan de onbetrouwbaarheid van de VS als partner”.

Daarom wil Rusland dat de aanleg van de omstreden Nord Stream 2-gasleiding gewoon verder gaat. En daarvoor zegt het land een speciaal schip achter de hand te hebben. Door sancties van Amerika heeft de aanleg al enige vertraging opgelopen.

Pijplegschip

Het Zwitsers-Nederlandse bedrijf Allseas, dat de pijpleiding legde met behulp van twee schepen, schortte het werk op om Amerikaanse sancties te voorkomen. President Vladimir Poetin wil dat door de inzet van het schip de bouw van de leiding kan worden voortgezet.

Kan dit gevolgen hebben voor de Nederlandse gasvoorziening?

Nederland is al ruim anderhalf jaar geen (netto)exporteur meer van aardgas. Door de aardbevingsproblemen in Groningen loopt de binnenlandse productie snel terug. In 2022 wordt de Groningse productie mogelijk al beëindigd. Dan is Nederland nog niet helemaal afhankelijk van buitenlands gas.

Op dit moment komt de helft van de Nederlandse gasproductie van de zogeheten kleine velden, die deels in de Noordzee liggen. Maar ook de productie van die kleine gasvelden neemt af, vooral omdat veel velden geleidelijk uitgeput raken.

zie ook: Over de Rooie vanwege het Schaliegas – deel 10 – nasleep

Al met al wordt de import van aardgas elk jaar belangrijker. Vorig jaar werd voor zo’n 38 miljard kubieke meter gas gebruikt, en naar schatting zo’n 5 miljard daarvan kwam uit Rusland. Die Russische import neemt zonder meer toe, is de verwachting van experts.

Toch lijkt niemand nog nerveus. Eventuele vertraging bij Nord Stream 2 zal niet snel tot problemen in Nederland leiden. Van prijsstijgingen is geen sprake. Integendeel, door een deal vorige week tussen Rusland en Oekraïne over de doorvoer van Russisch gas, dalen de prijzen juist. Gas via Nord Stream 1 is door de nieuwe afspraken voor in elk geval vijf jaar verzekerd.

Heeft Nederland een alternatief voor Russisch gas?

Naast Rusland is ook Noorwegen een grote gasexporteur in Europa, maar qua productie zit dat land aan zijn maximum. De import van vloeibaar gas, lng, zou een beter alternatief kunnen zijn voor Russisch gas. Lng kan met tankers uit het Midden-Oosten, zoals uit Qatar, komen, en ook de Verenigde Staten – een grote producent van schaliegas – exporteren lng.

Nadeel van lng is dat het duurder is dan Russisch en Noors aardgas dat – niet vloeibaar – via pijpleidingen Nederland binnenkomt. De beschikbaarheid van lng zorgt er in elk geval voor dat Rusland de prijs van aardgas de komende jaren niet onbeperkt kan verhogen.

Pers

Rusland zal maatregelen nemen tegen Britse media die actief zijn op Russisch grondgebied. Het gaat om een vergelding voor maatregelen van Britse autoriteiten tegen Russische journalisten.

Kruisraketten

Rusland kan sinds kort een wapen inzetten dat het land volgens president Poetin weer op de top van de apenrots zet als het gaat om militaire slagkracht. De hypersonische Avangard-raket vliegt 27 keer sneller dan het geluid richting zijn doel en kan onderweg van koers veranderen, waardoor geen afweersysteem het uit de lucht kan halen, claimt Moskou.

Rusland heeft al eerder in 2018 op staatstelevisie reeds beelden getoond van het afvuren van een hypersonische raket, de kinzjal (dolk). Een MiG-31 straaljager schoot het projectiel af, dat volgens het Kremlin met 12.000 kilometer per uur, tien keer de snelheid van het geluid, op zijn doel af vliegt.

Tegenaanval

De wapens zullen volgens de president niet gebruikt worden om andere landen aan te vallen. Wel stelt Poetin dat het gebruik van kernwapens op Rusland of haar bondgenoten, gezien zal worden als een aanval die vraagt om een onmiddelijke reactie in de vorm van een tegenaanval.

De dreigende taal van de Russische president Vladimir Poetin aan het adres van NAVO-landen is ”onacceptabel’’ voor het militaire bondgenootschap. Zijn uitlatingen zijn contraproductief, stond toen in een NAVO-verklaring.

”We willen geen nieuwe Koude Oorlog of een nieuwe wapenwedloop’’, aldus de NAVO. De alliantie voegde eraan toe dat de raketafweersystemen in Europa niet zijn gericht op Rusland, maar dienen als verdediging tegen dreigingen van verder weg.

Washington maakte duidelijk dat de VS begint met onderzoek, ontwikkeling en het ontwerpen van nieuwe raketsystemen en Moskou zal nu hetzelfde doen, kondigde minister van Defensie Sergej Sjojgoe aan. Het gaat om een op land gestationeerde kruisraket, gebaseerd op een bestaande versie voor schepen, de Kalibr.

Rusland zet vaart achter de ontwikkeling van twee nieuwe op land gestationeerde raketsystemen. Dit gebeurt in reactie op de terugtrekking door Washington uit het nucleair wapenbeheersingsverdrag INF. De systemen moeten in 2021 operationeel zijn, meldt het Russische ministerie van Defensie.

China, Rusland en Iran beginnen vrijdag aan gezamenlijke marineoefeningen in de Golf van Oman. Het Chinese ministerie van Defensie maakte dat donderdag bekend. Het testen duurt tot en met maandag.

Volgens het ministerie is de oefening „niet noodzakelijk verbonden met de regionale situatie.” De gezamenlijke test komt in een periode van oplopende spanningen tussen de VS en Iran.

Ook gaat Moskou werken aan hypersonische raketten voor de langere afstand. Die zullen minstens vijf keer de snelheid van het geluid bereiken, aldus de Russen.

Moskou beschuldigt de Verenigde Staten ervan valse voorwendselen te bedenken om het INF-verdrag te verlaten, waar ze toch al wilden uitstappen.

Dat heeft mogelijk ook gevolgen voor ons land. Nederland huisvest zeer waarschijnlijk zo’n twintig kernwapens op vliegbasis Volkel. F-16’s kunnen deze bommen afgooien, maar recent barstte hier een discussie los of de opvolger van dit toestel, de Joint Strike Fighter (JSF), dit ook moet kunnen. D66-leider Rob Jetten maakte bekend dat zijn partij dit niet wil, wat hem niet erg in dank werd afgenomen door coalitiepartners VVD en CDA.

Kortom, staat er al weer een kernwapenwedloop op stapel ?? Of Zijn we inmiddels op weg naar een nieuwe Koude Oorlog ook in Nederland ?? Zie nog meer en nog veel meer !!!!

lees: kamerbrief met kabinetsreactie op aiv-adviesrapport kernwapens in een nieuwe geopolitieke werkelijkheid 18.04.2019

lees: Rusland geeft beelden vrij van test met hypersonische raket NU 11.03.2018

lees: NAVO noemt dreigende taal president Poetin onacceptabel NU 02.03.2018

zie ook: JSF-gedonder gewoon nog verder !!!! – deel 3

zie ook: JSF-gedonder gaat gewoon verder !!!! – deel 2

zie ook: JSF-gedonder gaat gewoon verder !!!! – deel 1

zie ook: En weer kijkt de hele wereld naar Rusland en de OPCW in Den Haag CyberhackSpy

zie ook: De hele wereld kijkt naar de OPCW in Den Haag en Rusland Skrypal

zie ook: En weer kijkt de hele wereld naar de OPCW in Den Haag

zie ook: De hele wereld kijkt naar OPCW in Den Haag

zie ook: De hele wereld kijkt naar OPCW in Den Haag – deel 3

zie ook: De hele wereld kijkt naar OPCW in Den Haag – deel 2

zie ook: De hele wereld kijkt naar OPCW in Den Haag – deel 1

Zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 17

Zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 16

Zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 15

zie ook: Dick Schoof versus de Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 14

Zie dan ook: Herdenking MH17 17.07.2014 – 17.07.2018 – Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 13

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 12

zie verder ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 11

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 10

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 9

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 8

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 7

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 6

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 5

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 4

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 3

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 2

zie ook: Nasleep afwikkeling MH17 vliegtuigcrash Oekraïne – deel 1

Of Russische superraket werkt of niet, ‘in VS en China zijn ze geschrokken’

NOS 28.12.2019 Rusland kan sinds gisteren een wapen inzetten dat het land volgens president Poetin weer op de top van de apenrots zet als het gaat om militaire slagkracht. De hypersonische Avangard-raket vliegt 27 keer sneller dan het geluid richting zijn doel en kan onderweg van koers veranderen, waardoor geen afweersysteem het uit de lucht kan halen, claimt Moskou.

Of de raket echt zo baanbrekend is als de Russen beweren, moeten nog blijken, zegt wapendeskundige Sico van der Meer van onderzoeksinstituut Clingendael. “Een wapenwedloop is namelijk ook deels bluf”, aldus Van der Meer. “Maar reken maar dat ze hier in Washington en Peking van zijn geschrokken.”

Van der Meer zegt dat de Russen al decennia op zoek zijn naar een manier om dreigender te worden op het wereldtoneel sinds de Amerikanen onder president Bush aankondigden een raketschild te bouwen. “De Russen leunden vooral op hun kernraketten om internationaal druk uit te oefenen, maar die zijn waardeloos met zo’n schild. Met deze nieuwe raket zijn ze op papier weer net zo sterk als de Amerikanen.”

Propaganda en bangmakerij

Wapenexperts betwijfelen of de Russen de raket daadwerkelijk in gebruik hebben genomen. Het kan ook om een vergevorderde testfase gaan, zoals bijvoorbeeld de defensie-expert van de BBC schrijft.

Van der Meer deelt die twijfels. “Het is ook elkaar bang maken en het is propaganda richting zowel de Amerikanen als de eigen bevolking. Poetin kondigde tijdens een persconferentie vorig jaar naast deze raket bijvoorbeeld ook allerlei andere sciencefictionwapens aan die waarschijnlijk nog lang geen werkelijkheid zijn, zoals een raket op kernenergie die in theorie oneindig kan rondvliegen.”

Toch denkt hij wel dat de Russen in het geval van de Avangard voorloper zijn als het gaat om dergelijke geavanceerde wapens. “Ze zijn er al jaren mee bezig en andere landen zoals de VS, China en India werken hier ook aan. Hypersonische wapens zijn een beetje het nieuwste snufje op de wapenmarkt. Om hun claims te onderbouwen, zullen ze nu een arsenaal moeten opbouwen en via testen moeten aantonen dat de raketten structureel werken.”

Wapenwedloop

Eerder dit jaar zegde de Amerikaanse president Trump nog een belangrijk verdrag met Rusland op over wapenbeheersing. Of een nieuwe versie van dat zogenoemde INF-verdrag inmiddels een utopie is met de hypermoderne Russische raket? Van der Meer durft het niet te zeggen.

“Nu er zo veel geld in nieuwe wapens wordt gepompt, lijkt zo’n nieuw verdrag onlogisch. En Trump is bijvoorbeeld volop bezig met zijn Space Force, dus de wedloop speelt op verschillende fronten”, zegt hij, doelend op het nieuwe Amerikaanse legeronderdeel dat buitenaardse militaire operaties gaat coördineren.

“Aan de andere kant kunnen landen bij zo’n snelle wapenwedloop de kans op escalatie als te groot beschouwen of het wordt te duur, waardoor er misschien wel nieuwe afspraken komen. Het hangt boven alles af van de wereldleiders. Dat zag je in de Koude Oorlog met Reagan en Gorbatsjov, die een vertrouwensband ontwikkelden wat in 1987 uiteindelijk leidde tot het INF-verdrag.”

“Bij dit soort wapens heb je niet meer de tijd om een foutje te herstellen”, aldus Clingendael-onderzoeker Sico van der Meer.

Hoe dan ook is de nieuwe raket van de Russen slecht nieuws voor de mondiale veiligheid, zegt Van der Meer. Hij wordt er als Europeaan “best somber” van. “Wij zitten precies tussen al die wereldmachten in en de kans op escalatie wordt alleen maar groter. Als zo’n wapen per ongeluk wordt afgevuurd, heb je eigenlijk meteen een wereldoorlog. Zo’n hypersonisch wapen is niet meer af te remmen.”

De gevolgen zijn dan meteen gigantisch, zegt Van der Meer. Daarbij verwijst hij naar een recent onderzoek van de Amerikaanse Princeton-universiteit. Onderzoekers simuleerden daar een situatie waarin Rusland een raket met kernkop als waarschuwing had gelanceerd. In de vijf daaropvolgende uren zouden in de VS, Rusland en NAVO-landen meer dan 91 miljoen doden en gewonden vallen.

“Bij dit soort wapens heb je niet meer de tijd om een foutje te herstellen”, zegt Van der Meer. “Het zijn allemaal leuke ontwikkelingen voor de wapenindustrie, maar het is slecht nieuws voor de rest van de wereld.”

Bekijk ook;

De Russische president Vladimir Poetin tijdens zijn gesprek met de Russische militaire leiders dinsdag in het nationale defensie-controlecentrum in Moskou.

De Russische president Vladimir Poetin tijdens zijn gesprek met de Russische militaire leiders dinsdag in het nationale defensie-controlecentrum in Moskou. © AP

Rusland neemt hypersonisch wapen in gebruik

AD 28.12.2019 Het Russische leger heeft vrijdag een nieuw, hypermodern intercontinentaal kernwapen in gebruik genomen dat vliegt met 27 keer de snelheid van het geluid. Volgens de Russische president Vladimir Poetin is de hypersonische Avangard-raket een technologische doorbraak die is te vergelijken met de lancering van de eerste satelliet door de Sovjet-Unie in 1957 en plaatst de raket Rusland op eenzame hoogte in de mondiale wapenwedloop.

De nieuwe generatie Russische kernwapens kunnen vrijwel iedere plek ter wereld bereiken en ook het Amerikaanse raketschild ontwijken, aldus Poetin.

Lees ook;

Lees meer

,,Vandaag hebben we een unieke situatie in onze nieuwe en recente geschiedenis. Andere landen proberen ons in te halen. Geen ander land heeft de beschikking over hypersonische wapen, laat staan hypersonische wapens die over continentale afstand reiken’’, aldus Poetin.

De Avangard wordt gelanceerd bovenop een intercontinentale ballistische raket en kan kernwapens dragen tot 2 megaton. Waar een reguliere raket doorgaans een voorspelbare route volgt, kan de Avangard door een ‘glijsysteem’ scherpe en onverwachte manoeuvres maken richting zijn doel. Daardoor is het moeilijker de raket te onderscheppen.

De Russische minister van Defensie Sergei Shoigu bracht Poetin vrijdag de mededeling dat de eerste raketeenheid die is uitgerust met de Avangard gevechtsklaar is. ,,Ik feliciteer u met deze mijlpaal voor het leger en de gehele natie’’, zei Shoigu later in een conference call met de hoogste militaire leiders van het Russische leger.

Poetin onthulde de ontwikkeling van de Avangard en andere moderne wapensystemen in zijn state-of-the-nation speech in maart 2018. Toen sprak hij al over de moeilijk te pareren vliegbewegingen van de raket. ,,Hij gaat als een meteoriet op zijn doel af, als een vuurbal’’, aldus de Russische leider destijds.

China en VS

Ook China heeft zijn eigen hypersonische raket inmiddels getest. Die zou vijf keer sneller gaan dan het geluid. De VS werkt sinds 2000 aan de ontwikkeling van hypersonische wapens, blijkt uit een onderzoek van het Congres dat in juli van dit jaar werd gepubliceerd. Het Pentagon liet in een reactie weten dat het ,,niet ingaat op Russische claims’’ over de Avangard.

Defensieminister Mark Esper zei in augustus dat hij gelooft dat ,,het waarschijnlijk een kwestie is van een paar jaar’’ voordat de VS ook over een dergelijke raket beschikt. Hij noemde de ontwikkeling van een hypersonische raket toen ,,een prioriteit’’.

Een door het Russische ministerie van Defensie vrijgegeven foto van de lancering van een intercontinentale ballistische raket. © AP/Ministerie van Defensie Rusland

Rusland claimt ingebruikname van hypersonische nucleaire raket

NU 28.12.2019 Rusland zegt dat het vrijdag zijn eerste hypersonische nucleaire raketten in gebruik heeft genomen. Het Russische ministerie van Defensie maakte niet bekend waar de raketten zich op dit moment bevinden.

President Vladimir Poetin kondigde het nieuwe raketsysteem, genaamd Avangard, vorig jaar aan. Volgens het Kremlin kunnen de wapens bijna elk punt op de aarde raken en raketschilden van Amerikaanse makelij ontwijken. Ook kunnen de raketten andere nucleaire en conventionele wapens afschieten.

Ondanks de oorlogszuchtige propaganda van de Russen, trekken westerse experts in twijfel hoe geavanceerd het wapenprogramma daadwerkelijk is. Volgens het Pentagon is Rusland niet zo superieur als het land zich nu voordoet, omdat de Amerikanen al sinds 2000 over hypersonische wapens beschikken.

Hypersonische raketten worden met behulp van conventionele ballistische raketten naar een hoogte tussen de 40 en 100 kilometer gestuwd. Vervolgens komt de gestroomlijnde kop los en glijdt deze op zijn doel af.

De objecten kunnen vanwege hun vorm een onvoorspelbare koers volgen. Ook volgen de raketten een veel lager en directer pad dan de gebogen koers van een ballistische raket. Volgens experts zijn de wapens hierdoor moeilijker te traceren via de radar, waardoor raketafweergeschut minder tijd heeft om te reageren.

Poetin overziet test van ‘onzichtbare’ kernraket in Rusland

Lees meer over: Rusland  Buitenland

Rusland neemt raket in gebruik die afweersystemen ‘nutteloos’ maakt

NOS 27.12.2019 Rusland heeft na jaren testen een raket in gebruik genomen waarmee andere landen het nakijken hebben als het gaat om moderne wapens, aldus president Poetin.

Minister van Defensie Sjojgoe liet Poetin weten dat de raket vandaag is ondergebracht bij een eenheid in de zuidelijke Oeral. Hij sprak daarbij over een “mijlpaal voor het leger en het hele land”. Poetin beschouwt de raket als een technologische doorbraak die vergelijkbaar is met de lancering van de eerste Sovjet-satelliet in 1957.

Hypersonisch

De Avangard-raket is volgens de Russen in staat om hypersonische snelheden te bereiken, oftewel minimaal vijf keer de snelheid van het geluid (zo’n 6200 kilometer per uur).

Het wapen vliegt na lancering net als andere intercontinentale raketten tot hoog in de atmosfeer. Bij terugkeer naar het aardoppervlak ‘glijdt’ de kernkop vervolgens met een enorme snelheid naar het doel, waarbij hij ondertussen scherpe manoeuvres kan maken.

Volgens Poetin is de raket daardoor praktisch niet neer te halen. Afweersystemen zijn nutteloos, zei hij in maart vorig jaar tijdens een persconferentie, toen hij de raket aankondigde.

Nieuwe wapenwedloop

Bij een test een jaar geleden vloog de raket volgens een onderminister van Defensie zelfs 27 keer sneller dan het geluid. Daarbij werd een doel geraakt dat zo’n 6000 kilometer verderop lag, op het schiereiland Kamtsjatka.

De ronkende woorden uit Rusland over de Avangard passen in de opgelaaide wapenwedloop tussen de VS en Rusland. In februari zegde de Amerikaanse president Trump een belangrijk verdrag over wapenbeheersing tussen de twee landen op.

Dat zogenoemde INF-verdrag stamde uit de Koude Oorlog. Het werd in 1987 ondertekend in Washington door de Amerikaanse president Reagan en Sovjetleider Gorbatsjov.

Na 31 jaar kwam in augustus definitief een einde aan het INF-verdrag:

Sinds het opzeggen van het verdrag test zowel Rusland als de VS weer geregeld raketten en investeren de landen volop in nieuwe rakettechnologie. Zo is de VS ook bezig hypersonische raketten te ontwikkelen.

Bekijk ook;

Opvarenden van een ​​speciaal pijplegschip werken aan de aanleg van de omstreden Nord Stream 2-gasleiding. Beeld © AFP

Rusland wil aanleg omstreden gasleiding voortzetten

MSN 26.12.2019 Rusland wil dat de bouw van de omstreden Nord Stream 2-gasleiding verder gaat. Daarvoor zegt het land een speciaal schip achter de hand te hebben. Door sancties van Amerika heeft de aanleg al enige vertraging opgelopen.

Pijplegschip

Het Zwitsers-Nederlandse bedrijf Allseas, dat de pijpleiding legde met behulp van twee schepen, schortte het werk op om Amerikaanse sancties te voorkomen. President Vladimir Poetin wil dat door de inzet van het schip de bouw van de leiding kan worden voortgezet.

© Aangeboden door RTL Z

In 2016 kocht de Russische energiereus Gazprom een ​​speciaal pijplegschip genaamd Academic Cherskiy dat als laatste redmiddel kon worden gebruikt als Europese bedrijven stopten met werken aan Nord Stream 2.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Amerika is tegen de aanleg van de gasleiding. Het land vreest dat Europa daardoor te afhankelijk wordt van Russisch gas.

Het Nederlands-Zwitserse bedrijf Allseas, dat de pijpleiding legde met behulp van de schepen Pioneering Spirit en Solitaire, schortte het werk daarop op om Amerikaanse maatregelen te voorkomen.

Lees ook: Nederlands bedrijf stopt werk aan omstreden gaspijpleiding na dreiging sancties

 

Nieuwe gasdeal met Oekraïne is een overwinning voor Moskou

Trouw 24.12.2019 Moskou en Kiev hebben op de valreep een deal gesloten over het transport van Russisch gas door Oekraïne naar Europa. Ondanks een ogenschijnlijk compromis, trekt Rusland op meerdere fronten aan het langste eind.

De timing van de gasdeal tussen Oekraïne en Rusland had voor Moskou niet beter gekund. Vlak voor de aankondiging van de overeenkomst kondigden de Verenigde Staten sancties af tegen aannemers die betrokken zijn bij de aanleg van de Nord Stream 2-pijpleiding.

Hierdoor loopt deze nieuwe gasleiding, die Russisch gas via de Oostzee zonder tussenkomst van Oekraïne direct naar Europa moet vervoeren, vertraging op tot de tweede helft van 2020.

Tegelijkertijd liep de bestaande gasdeal van beide landen per 1 januari af. Om te voorkomen dat de export van gas naar Europa vrijwel stil zou vallen, was Moskou er veel aan gelegen om voor het einde van het jaar een nieuwe overeenkomst met Kiev te sluiten.

Oekraïne wilde op zijn beurt uitkomen op een langdurig contract, zodat het zich ook de komende jaren verzekerd weet van inkomsten voor de doorvoer van Russisch gas.

De deal die onlangs werd gesloten, heeft op eerste gezicht veel weg van een compromis. Het Russische gasbedrijf Gazprom stuurde oorspronkelijk aan op een overeenkomst voor de korte termijn om de periode tot voltooiing van het Nord Stream 2-project te overbruggen.

Daarna zou het bedrijf de vrije hand hebben om gas direct naar Europa te transporteren zonder tussenkomst van Kiev. Daar zag Oekraïne geen heil in. De regering in Kiev wilde het liefst een deal van tien jaar met een jaarlijkse doorvoer van 65 miljard kubieke meter gas.

Gazprom weet zich verzekerd van gasleveranties aan Europa

De uiteindelijke overeenkomst is vijf jaar geldig. In 2020 zal Moskou nog 65 miljard kubieke meter gas door Oekraïense leidingen transporteren, maar in de jaren daarna wordt de hoeveelheid teruggeschroefd naar 40 miljard kubieke meter.

Daarmee lijkt Moskou aan het langste eind te trekken. Gazprom weet zich verzekerd van gasleveranties aan Europa terwijl Nord Stream 2 wordt afgebouwd en kan daarna de kraan iets dichtdraaien om deze op den duur naar eigen goeddunken verder af te sluiten.

Een ander belangrijk punt van de deal is de afwikkeling van diverse juridische geschillen tussen de twee landen. Volgens het akkoord betaalt Rusland eenmalig drie miljard dollar aan Oekraïne naar aanleiding van een conflict over de hoeveelheid gas die Moskou in de afgelopen jaren aan Kiev leverde.

Ondanks de fikse som die Gazprom aan de Oekraïense evenknie Naftogaz moet betalen, staat daar tegenover dat Kiev de overige miljardenclaims laat vallen. Daarmee trekt Moskou ook in de juridische strijd aan het langste eind.

Lees ook:
Waarom de VS de aanleg van de Nord Stream 2-gaspijp willen voorkomen

Amerika probeert met sancties de aanleg van Nord Stream 2 te verhinderen. Dat is rijkelijk laat: de gaspijpleiding is bijna af.

MEER OVER; MOSKOU ECONOMIE, BUSINESS EN FINANCIËN OEKRAÏNE EUROPA KIEV ECONOMISCHE SECTOR GAZPROM ENERGIE EN HULPBRONNEN JARRON KAMPHORST

Blok wil ‘steeds assertiever’ Moskou temmen met Ruslandstrategie

Elsevier 23.12.2019 Nederland moet druk blijven zetten op Rusland, dat steeds ‘assertiever’ wordt. Dat schrijft minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) in een brief aan de Tweede Kamer, waarin staat dat het kabinet een ‘koersvast en realistisch Ruslandbeleid’ moet blijven voeren. Sinds vijf jaar geleden de Krim werd bezet en vlucht MH17 uit de lucht werd geschoten, waarbij Moskou nog altijd elke betrokkenheid ontkent, zijn Nederland en veel andere westerse landen de koers van president Vladimir Poetin steeds meer gaan wantrouwen. Wat wil Nederland?

‘Rusland is de afgelopen jaren doorgegaan op de ingeslagen weg van confrontatie met westerse mogendheden,’ schrijft Blok in de brief, die hij stuurt op verzoek van Kamerleden Kees Verhoeven (D66) en Chris Stoffer (SGP). Namens de gehele Tweede Kamer hadden zij de minister gevraagd met een Rusland-strategie te komen, in navolging van zijn China-strategie van begin oktober.

Het Nederlandse Ruslandbeleid: koersvast en realistisch. Druk uitoefenen als het moet, en selectief samenwerken in het Nederlands belang.

Lees hier meer: https://t.co/eVC8TdKNkA

 © ANP Foto pic.twitter.com/AwrIdUOrFG

Net als de Chinezen vormen ook de Russen voor het kabinet en voor veel coalitie- en oppositiepartijen een bron van zorg, bijvoorbeeld wat betreft veiligheid en mensenrechten. ‘We kunnen niet naïef zijn over onze veiligheid en we moeten pal staan voor onze waarden,’ schrijft Blok. Dat doet Nederland volgens de minister door te investeren in defensie, cyberveiligheid. Ook ‘laten we ons horen als de mensenrechten onder druk staan,’ zegt de minister.

Sinds MH17 leven Nederland en Rusland op gespannen voet

De relatie tussen Nederland en Rusland kwam op scherp te staan nadat op 17 juli 2014 vlucht MH17 uit de lucht werd geschoten boven Hrabove in Oost-Oekraïne, waarbij de 298 inzittenden omkwamen, onder wie 196 Nederlanders. Nederland en de andere landen uit het onderzoeksteam JIT (Joint Investigation Team) geloven dat Rusland daarvoor verantwoordelijk is, maar de Russische regering in Moskou ontkent elke betrokkenheid.

Lees ook het commentaar van Eric Vrijsen terug: Moskou zwijgt, maar net rond MH17-verdachten sluit zich

In juni maakte het Openbaar Ministerie bekend drie Russen en één Oekraïner te vervolgen voor de ramp, maar mede door gebrekkige Russische medewerking lijkt de kans klein dat de verdachten ooit voor de rechter zullen verschijnen. Vooral bij de Oekraïner Vladimir Tsemach, die ten tijde van de ramp de leiding had over de luchtafweer in Oost-Oekraïne, lijkt dat uitgesloten omdat Rusland hem heeft laten terugkeren naar Oost-Oekraïne.

Dat frustreert Blok, maar om het recht te doen zegevieren, is het volgens hem toch noodzakelijk dat Nederland aandacht voor de vervolging van de daders blijft vragen. ‘Voor ons staat in de verhouding met Rusland MH17 bovenaan. Altijd,’ zegt Blok maandag in gesprek met De Telegraaf. ‘Het is ook nodig dat Nederland hier steeds de leiding blijft nemen. Bij elke gelegenheid waar we internationaal optreden, stellen we het aan de orde.’

‘Desinformatie’ om verkiezingen te beïnvloeden? Bewijs is er niet

In zijn brief aan de Tweede Kamer haalt Blok ook het onderwerp ‘desinformatie’ aan. Rusland zou bewust onjuistheden verspreiden, onder meer over de MH17-ramp, om twijfel te zaaien over de Russische betrokkenheid.

De minister verwijst naar een brief die de – tijdelijk teruggetreden – minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren in oktober aan de Kamer stuurde. Online verspreide desinformatie zou zijn bedoeld om verkiezingsuitslagen te manipuleren, zoals bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou zijn gebeurd.

Uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam waarvoor Ollongren opdracht gaf, blijkt echter dat ‘geen Nederlandstalige buitenlandse desinformatiecampagne of nep-actiegroepen gevonden (…) rond Provinciale Staten- en Europese parlementsverkiezingen van 2019’.

Ook onderzocht NRC vorig jaar de invloed van Russische ‘trollen’ die via berichten op Twitter op grote schaal nepnieuws zouden verspreiden in Nederland. Uiteindelijk vond de krant minstens 940 Nederlandstalige tweets die in 2016 en 2017 waren verstuurd en waarmee anonieme accounts afkomstig uit de Russische stad Sint-Petersburg een ‘anti-islamsentiment’ zouden hebben geprobeerd aan te wakkeren. Bewijs dat het Kremlin hierbij was betrokken, had het avondblad overigens niet.

Serieuzer van aard is de poging, in april vorig jaar, van de Russische geheime dienst GROe om de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag te hacken. Spionnen probeerden zo geheime informatie over de affaire rond de in het Britse Salisbury vergiftigde dubbelspion Sergej Skripal te verkrijgen. De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) maakte in oktober 2018 bekend dat deze poging was mislukt, mede door een aantal elementaire fouten van de kant van de Russische spionnen.

Lees ook het commentaar van Eric Vrijsen terug: Russische spionnen leverden broddelwerk

Ondanks het mislukken van de hackpoging is het kabinet daardoor nog meer op zijn hoede, schrijft Blok. ‘De cyberoperatie tegen de OPCW hier op Nederlandse bodem vorig jaar, maar ook de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Skripal bij onze Britse buren, drukken ons met de neus op de feiten.’

Diplomatieke rel na vergiftiging Skripal

Met Skripal is direct een van de grootste internationale diplomatieke rellen met Rusland van de laatste jaren genoemd. De Verenigde Staten en de meeste EU-landen hielden Moskou verantwoordelijk voor een aanval met zenuwgas op 4 maart in het Engelse Salisbury. Daardoor belandden de Russische dubbelspion en zijn dochter Julia in het ziekenhuis.

Ruim twintig landen, waaronder de Verenigde Staten, Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië en ook Nederland, zetten als reactie op de vergiftiging van Skripal zo’n 150 Russische diplomaten uit. Rusland betaalde met gelijke munt terug door evenzoveel staatsambtenaren uit die landen uit te wijzen. In die periode werd ook wel gesproken van een mogelijke nieuwe Koude Oorlog, onder anderen door secretaris-generaal Antonio Guterres van de Verenigde Naties.

Lees ook deze blog van Bram Boxhoorn: Praat met Rusland, zonder te zwijgen over MH17 en Krim

De diplomatieke rel kwam allerminst uit het niets. In juli 2014 stelde de Europese Unie sancties in tegen Rusland, waardoor zakendoen met ondernemers uit dat land moeilijker is geworden. Deze sancties werden opgelegd omdat Rusland in het voorjaar van dat jaar het Oekraïense schiereiland de Krim bezette.

Sindsdien vechten Oekraïne en pro-Russische rebellen die zich van het land willen afscheiden een oorlog uit in de Oost-Oekraïense regio Donbas. Hoewel de Russische president Poetin en de Oekraïense president Volodomir Zelensky begin deze maand met elkaar in gesprek gingen, lijkt het einde van de strijd nog niet aanstaande.

Blok wil doorgaan met sancties tegen Rusland: ‘Er is altijd een reden’

De sancties die zowel de EU als de Verenigde Staten de afgelopen jaren hebben ingesteld, lijken Rusland niet op andere gedachten te hebben gebracht. ‘Zolang er geen ander gedrag is van Rusland zullen we die sancties voortzetten,’ antwoordt Blok op een vraag van De Telegraaf  hoe zinvol de strafmaatregelen zijn. ‘Er is altijd een reden voor die sancties.

Zolang die reden geldt, gelden wat mij betreft ook de sancties.’ Sterker nog: in een toespraak kondigde Blok twee weken geleden een nieuw EU-mechanisme aan om sancties te kunnen opleggen aan ‘mensenrechtenschenders waar dan ook ter wereld’, en dus ook aan Rusland.

Dat is hard nodig, vindt het kabinet. In de brief van Blok is een uitgebreide passage opgenomen over mensenrechten. ‘De ruimte voor onafhankelijke NGO’s om in Rusland te werken is de afgelopen jaren gekrompen,’ schrijft de minister.

Nederland zal Russische non-gouvernementele organisaties in Rusland blijven steunen, en Nederlandse diplomaten zullen ‘indien nodig als waarnemer aanwezig zijn bij rechtszaken’. De VVD-minister noemt als voorbeelden van geschonden rechten in Rusland de vervolging van lhbti’s (lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders en interseksuelen) in Tsjetsjenië, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting voor de oppositie.

Rusland op het wereldtoneel: steun aan Assad, militaire investeringen

Ook op het wereldtoneel zijn de Russische inspanningen zorgwekkend, vindt Blok. ‘In Syrië schaarde Rusland zich sinds 2015 achter het regime van Assad door op grote schaal militaire middelen in te zetten, inclusief tegen de Syrische burgerbevolking,’ wijst de minister op de rol van het regime van president Poetin in de Syrische burgeroorlog.

‘Mede daardoor heeft president Assad in militair opzicht het initiatief naar zich toe kunnen trekken.’ Ruslands steun aan de socialistische dictator Nicolas Maduro in Venezuela is voor het kabinet evenmin een goed teken. Nederland steunt net als de rest van de EU en de Verenigde Staten oppositieleider Juan Guaidó, die zich uitriep tot president. Na een golf van protesten onder de Venezolaanse bevolking in het voorjaar, lijkt Maduro mede door Russische steun de macht weer steviger in handen te hebben gekregen.

Dichter bij huis ziet Blok grote Russische investeringen in ‘militaire capaciteiten en afschrikking’, wat vooral in het Europese deel van Rusland heeft geleid tot een grotere en sterkere Russische krijgsmacht.

De minister wijst onder meer op de ontwikkeling van een ‘nieuw grondgelanceerd kruisvluchtwapen (dat ook met een nucleaire lading kan worden uitgerust), hetgeen leidde tot het einde van het INF-verdrag’. In combinatie met de retoriek van Poetin, volgens de minister ‘borstklopperij (…), heel dreigend’, is het extra belangrijk dat Nederland en andere NAVO-leden hun defensie-uitgaven opschroeven.

Witte Huis zet Europa onder druk om afstand te nemen van Rusland

De minister volgt daarin de lijn van de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Pete Hoekstra. Laatstgenoemde vraagt het kabinet voortdurend – zo ook op Het Grote Defensiedebat van Elsevier Weekblad in oktober – om meer geld uit te geven aan militaire middelen, deels om zich zo nodig tegen Rusland te kunnen verweren.

Meer over dit onderwerp: Russische gaspijp splijt het Westen en Poetin profiteert

Ook in economisch opzicht wil het Witte Huis de Russen treffen. Vrijdag ondertekende president Donald Trump, die Moskou al meermaals sancties oplegde, een wet om Europese bedrijven sancties op te leggen die meewerken aan de aanleg van de Russische gaspijplijn Nord Stream 2.

Washington is van mening dat Europa zich te afhankelijk maakt van Rusland als het op grote schaal Russisch gas importeert. Blok is het met Trump en Hoekstra oneens: ‘Het kan niet zo zijn dat een ander land ons vertelt waar wij onze energie vandaan hebben,’ zegt hij tegen De Telegraaf. Daarnaast vindt hij dat niet westerse landen niet te hard moeten zijn: ‘Waar Rusland over de schreef gaat, moeten we maatregelen nemen, zoals sancties; maar daarnaast wil ik ook een normale relatie.’

Kabinet wil normale relatie: ‘Rusland is méér dan het Kremlin’

Die relatie is volgens het kabinet nodig omdat Rusland een buurland is van de EU ‘en een geostrategische speler met wie Nederland een eeuwenlange geschiedenis’ en ‘aanzienlijke economische, maatschappelijke en culturele banden’ deelt.

Minister Stef Blok;

‘We delen belangen in het bestrijden van terrorisme, georganiseerde misdaad en proliferatie van kernwapens, maar ook het tegengaan van klimaatverandering. Als we niet in gesprek blijven, kunnen we ook niet voor onze belangen opkomen. Open lijnen met de Russen zijn bijvoorbeeld nodig om militaire ongelukken en een nieuwe wapenwedloop te voorkomen. (…)

Rusland is méér dan het Kremlin. Daarom is het belangrijk niet alleen met machthebbers in Moskou te spreken, maar ook met andere groepen in de samenleving.’

Gerelateerde artikelen;

Ruslandstrategie van Blok: we blijven in gesprek met ‘assertief’ Rusland

NOS 23.12.2019 Rusland probeert waar mogelijk EU-lidstaten tegen elkaar uit te spelen, keert zich steeds verder af van de internationale rechtsorde en treedt steeds repressiever op tegen bedreigingen voor de gevestigde orde. Dat schrijft minister Blok van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer.

De minister wijst erop dat Rusland doelbewust desinformatie verspreidt en spioneert. “Rusland beschikt over een offensief cyberprogramma.” Hij noemt als voorbeelden desinformatie over MH17 en de poging om de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag te hacken.

“Het strategische belang van de Nederlandse politiek en rechtspraak is voor Rusland sterk toegenomen sinds het besluit van Nederland en Australië om Rusland aansprakelijk te stellen voor zijn aandeel in het neerhalen van vlucht MH17”, schrijft Blok. Dat aansprakelijk stellen gebeurde vorig jaar.

Nucleaire strijdkrachten

Maar de dreiging is niet alleen digitaal. “Rusland is de afgelopen jaren voortgegaan met op grote schaal te investeren in militaire capaciteiten en afschrikking”, schrijft Blok. Met name in het Europese deel van Rusland zijn de Russische conventionele en nucleaire strijdkrachten daardoor, zowel kwantitatief als kwalitatief, sterk verbeterd.”

De Russische “assertiviteit” leidt er volgens Blok toe dat de veiligheidssituatie van de Europese Unie minder voorspelbaar, minder stabiel en minder veilig is geworden.

Ook de situatie in Rusland zelf baart Blok zorgen. De staat heeft volgens hem de greep op de politiek, media en maatschappij verder verstevigd. “Daardoor is de mensenrechtensituatie de afgelopen jaren, ook op de bezette Krim, verslechterd.”

Belangrijke geostrategische speler

Ondanks alles pleit de minister ervoor om in gesprek te blijven met Rusland en om vooral op economische gebied te blijven samenwerken. Beide landen zijn belangrijke handelspartners van elkaar.

“Als Rusland onze (veiligheids)grenzen overschrijdt, zal Nederland, zoveel mogelijk in internationaal verband, stelling nemen en op gepaste wijze optreden”, concludeert Blok. “Tegelijkertijd is Rusland een belangrijke geostrategische speler op het Europese continent. Daarom is het cruciaal met Rusland in gesprek te blijven.”

De brief is een reactie op een motie van de D66-Kamerlid Verhoeven en Stoffer van de SGP, die door de hele Kamer werd gesteund. De twee Kamerleden hadden om een Ruslandstrategie gevraagd. Eerder dit jaar kwam het kabinet ook al met een Chinastrategie.

Daarop kwam flinke kritiek vanuit de Kamer, zegt politiek verslaggever Wilco Boom, omdat daarin beperkt aandacht werd besteed aan de mensenrechtensituatie in het land. “Maar deze Ruslandstrategie lijkt aanmerkelijk kritischer, dus zal waarschijnlijk beter in de smaak vallen”, zegt Boom.

“De Russen willen met iedereen praten. De vraag is wat de resultaten zijn van die gesprekken”, aldus Correspondent David-Jan Godfroid.

Dat de minister benadrukt in gesprek te willen blijven met de Russen begrijpt hij wel. “Want hij weet dat Nederland te klein is om in zijn eentje veel te kunnen doen.”

Correspondent David-Jan Godfroid beaamt dat. “Nederland doet er in het geopolitieke machtsspel niet veel toe in Rusland. Alleen MH17 is in het land politiek gezien een graat in de keel”, zegt hij.

Toch denkt hij dat Rusland wel bereid is om de tafel te gaan met Blok. “De Russen willen namelijk met iedereen praten. Dat doen ze ook voortdurend. De vraag is wat de resultaten zijn van die besprekingen. Nederland heeft bijvoorbeeld een keer gesproken met de Russen over de aansprakelijkheidsstelling rond MH17. Niemand weet of er daarna meerdere gesprekken zijn gevoerd en of het iets heeft opgeleverd.”

Bekijk ook;

Blok over bewogen jaar: van ‘ideale flexkracht van kabinet’ naar ‘die man moet weg’

Nederland koersvast richting Rusland

RO 23.12.2019 Het kabinet kiest voor een koersvast en realistisch Ruslandbeleid. De afgelopen vijf jaar is de relatie met Rusland complex gebleven. Nederland ziet daarom geen reden om de huidige houding tegenover Rusland, die te karakteriseren valt als een combinatie van druk en selectieve samenwerking, ingrijpend te wijzigen. Dat schrijft minister Blok van Buitenlandse Zaken in een brief aan de Kamer, waarin hij reflecteert op het Nederlandse Ruslandbeleid.

Rusland is de afgelopen jaren doorgegaan op de ingeslagen weg van confrontatie met Westerse mogendheden. Dat leidt tot zorgen over veiligheid in veel Europese landen, waaronder Nederland.

Die zorgen zijn er ook over de aantasting van de mensenrechten in Rusland. ‘De cyberoperatie tegen de OPCW hier op Nederlandse bodem vorig jaar, maar ook de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Skripal bij onze Britse buren, drukken ons met de neus op de feiten’, aldus Blok.

‘We kunnen niet naïef zijn over onze veiligheid en we moeten pal staan voor onze waarden. Daarom investeren we in de Nederlandse defensie, in onze cyberveiligheid en laten we ons horen als de mensenrechten onder druk staan.’

Het kabinet hecht aan samenwerking met partners vis-a-vis Rusland. Het belang van die internationale samenwerking blijkt ook uit de internationale steun die Nederland en de andere landen van het Joint Investigation Team krijgen voor de inzet voor gerechtigheid na het neerhalen van vlucht MH17.

Rusland is een buurland van de EU en een geostrategische speler met wie Nederland een eeuwenlange geschiedenis deelt. Ook hebben onze landen aanzienlijke economische, maatschappelijke en culturele banden.

Daarom vindt het kabinet het belangrijk de kanalen open te houden. ‘We delen belangen in het bestrijden van terrorisme, georganiseerde misdaad en proliferatie van kernwapens, maar ook het tegengaan van klimaatverandering.

Als we niet in gesprek blijven, kunnen we ook niet voor onze belangen opkomen. Open lijnen met de Russen zijn bijvoorbeeld nodig om militaire ongelukken en een nieuwe wapenwedloop te voorkomen’, aldus minister Blok.

De minister stelt ten slotte: ‘Rusland is méér dan het Kremlin. Daarom is het belangrijk niet alleen met machthebbers in Moskou te spreken, maar ook met andere groepen in de samenleving’. Waar mogelijk geeft het kabinet de maatschappelijke dialoog tussen Nederlanders en Russen steun in de rug.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken naast zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov, bij een persconferentie in Moskou vorig jaar.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken naast zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov, bij een persconferentie in Moskou vorig jaar. Foto EPA/MAXIM SHIPENKOV

‘Dialoog met Rusland is enorm verschraald’

NRC 23.12.2019 Ruslandstrategie – Minister Blok bepleit een voortzetting van de strenge koers jegens Moskou. Onder ambtenaren en zakenmensen klinkt kritiek op dit beleid. „Nederland ziet dialoog als beloning.”

„Helderheid” over de relatie met Rusland en een „toekomstgerichte” strategie, dat is waar de Tweede Kamer precies een jaar geleden per motie op aandrong bij minister Blok (Buitenlandse Zaken, VVD). Met zijn zondagavond gepubliceerde ‘Ruslandstrategie’ gaf Blok gehoor aan dat verzoek. Zijn boodschap: het „realistische” beleid van „druk en dialoog” dat Nederland sinds 2015 voert blijft onveranderd.

Bloks inspanningen zijn er vooral op gericht om ‘MH17’ bovenaan de agenda te houden, zo liet hij maandag weten aan De Telegraaf. Zowel bij de Russen als in internationaal verband, waar de politieke steun voor een harde lijn ondanks aanhoudende sancties lijkt af te brokkelen.

De vraag is hoeveel vruchten de Nederlandse druk tot nog toe heeft afgeworpen. Ondanks veel bewijs ontkent Moskou nog altijd iets met MH17 te maken te hebben en weigert het medewerking aan het MH17-onderzoek. „Vliegtuig? Wat voor vliegtuig? Ik begrijp er niets van”, reageerde president Vladimir Poetin vorig jaar gevraagd naar een reactie op onderzoeksresultaten van het Joint Investigation Team (JIT).

Onlangs liet Moskou de bij een Russisch-Oekraïense gevangenenruil vrijgekomen MH17-verdachte Volodymyr Tsemach ontkomen naar de Donbas. In maart 2020 begint bij de rechtbank op Schiphol het MH17-proces, waarbij zijn getuigenis van groot belang zou zijn geweest.

Ook internationaal lijken politieke druk en harde woorden weinig uit te halen. Met een keur aan acties – van militaire interventies in Oekraïne en Syrië tot het Olympische dopingschandaal en de hack vorig jaar bij de OPCW in Den Haag – toont Moskou dat het vooralsnog geen millimeter toegeeft.

Ondanks de vastberaden woorden klinkt in Den Haag dan ook kritiek op het Nederlandse Ruslandbeleid. De indruk bestaat zelfs dat de minister het gesprek met Moskou liever uit de weg gaat.

„De dialoog met Rusland is de laatste jaren enorm verschraald, dat komt omdat Nederland dialoog ziet als beloning”, aldus de reactie van een Haagse betrokkene, die niet met naam genoemd wil worden. „Je kunt veel creatiever invulling geven aan de relatie met Rusland dan Nederland nu doet”.

Ook het Europese optreden krijgt kritiek. „Er is op dit moment geen EU-Rusland-dialoog. Europa moet harder nadenken over de relatie met Rusland”, zei de eerder dit jaar uit Moskou vertrokken ambassadeur Renée Jones-Bos op een internationale ambassadeursbijeenkomst in Brussel.

Kleinste schouders

Ook het Nederlandse bedrijfsleven ziet gebrek aan politieke wil en interesse tot samenwerking met Rusland, buiten de politieke pijnpunten om. „Het is een feit dat Nederland de sanctieregels strenger uitlegt dan andere landen.

Begrijpelijk, maar het midden- en kleinbedrijf heeft daaronder te lijden, terwijl de Russische gasleveranties aan Nederland juist enorm zijn toegenomen”, zegt ondernemer Jeroen Ketting van zakelijk dienstverlener Lighthouse Group in Moskou. „Je kunt je afvragen of de kleinste schouders die zware last moeten dragen.”

Lees ook: Duitsland in het nauw om aanleg gaspijpleiding

Het is de vraag of de door Blok gewenste harde koers op de langere termijn internationaal nog op veel steun kan rekenen. Vooral de Franse president Emmanuel Macron heeft zich de afgelopen maanden, onder andere in NAVO-verband, opgeworpen als pleitbezorger van dialoog met Rusland.

Door hem geïnitieerde vredesgesprekken tussen Rusland en Oekraïne, eerder deze maand, liepen op weinig uit. En ook Duitsland vaart met de omstreden Nord Stream-gasdeals een eigen koers die tot verdeling leidt tussen Oost-en West-Europa.

Lees ook dit onderzoeksverhaal over de Russische ambassade in Den Haag als zenuwcentrum voor spionage

Lees ook deze artikelen;

Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken): „Zolang er geen ander gedrag is van Rusland zullen we de sancties voortzetten. Daar moet je standvastig in zijn.” Ⓒ ERAN OPPENHEIMER

Minister Stef Blok: ’MH17 staat altijd bovenaan’

Telegraaf 23.12.2019 Nederland gaat niets veranderen aan zijn houding tegenover Rusland. Dat is opvallend, in een Europa waar immers stemmen opgaan voor een meer ontspannen band met Moskou. „In Europa lijken hier en daar wat openingen te ontstaan”, zegt minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken). „Wij drukken de andere kant op.”

Redenen genoeg waarom Nederland druk blijft zetten op Rusland, zo meldt Blok in de ’Ruslandbrief’ die maandag naar de Tweede Kamer gaat. Aan het gedrag van Rusland is niks verbeterd, stelt Blok. Al in 2015 kon het kabinet vaststellen dat de relaties met Rusland over de hele linie moeilijker waren geworden.

Rusland voerde oorlog in Oost-Oekraïne, nam de Krim in en had de hand in de aanslag op het burgervliegtuig MH17. Nog altijd ontkent Moskou zijn rol bij die aanslag, zaait het twijfel over het onderzoek en werkt het gerechtigheid tegen.

Er waren politieke moorden op Brits en Duits grondgebied. Er was de heterdaad in Den Haag bij de poging om het netwerk van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) te hacken en de moord op spion Skripal in Engeland te verdoezelen.

De machtspolitiek in de VN, de steun aan de Syrische dictator Assad. Het schenden van het INF-verdrag, waarmee Europa opeens weer beducht moet zijn voor Russische kruisraketten. „Op heel veel vlakken is er eerder een verslechtering. Als je de laatste state of the union hoort van Poetin. De taal die hij uitsloeg, de borstklopperij, het was heel dreigend.”

“De taal die Poetin uitsloeg, de borstklopperij, het was heel dreigend”

Uitgerekend tegen deze achtergrond zoekt de Franse president Macron openlijk toenadering tot Rusland. Zo zag de Fransman in de gevangenenruil met Oekraïne een teken dat Poetin zijn agressieve buitenlandbeleid aan het veranderen was.

Blok weet beter: de onwettig aangehouden Oekraïense marinemannen die Rusland vrijliet, waren makkelijk wisselgeld tegen die Russische gevangenen. Onder hen was immers Vladimir Tsemach, een Oekraïner die tijdens de aanslag op MH17 de leiding had over de luchtafweer in Oost-Oekraïne.

Hij is verdachte in het proces dat in maart begint. Na de ruil heeft Rusland hem niet uitgeleverd, zoals Nederland had gevraagd, maar hem weer laten terugkeren naar Oost-Oekraïne. Daarmee is de kans verkeken dat Tsemach terecht zal staan – Rusland en Oekraïne leveren immers volgens hun eigen grondwetten geen onderdanen uit. Bovendien heeft Oekraïne in het oosten nog altijd weinig te zeggen.

Wat doet dit voor de steun die Nederland zo nodig heeft voor het proces tegen de MH17-verdachten?

„Voor ons staat in de verhouding met Rusland MH17 bovenaan. Altijd. Het is ook nodig dat Nederland hier steeds de leiding blijft nemen. Bij elke gelegenheid waar we internationaal optreden, stellen we het aan de orde. Zolang wij het op de agenda blijven zetten, merk ik dat wij steun krijgen. Zouden we ermee ophouden, dan zouden andere landen denken: dan gaan wij het ook niet doen.”

Sancties blijven toch een lastig instrument. We kunnen wel vaststellen dat ze niet helpen Rusland op andere gedachten te brengen. Hoe lang moet je er nog mee doorgaan?

„Zolang er geen ander gedrag is van Rusland zullen we die sancties voortzetten. Er is altijd een reden voor die sancties. Zolang die reden geldt, gelden wat mij betreft ook de sancties. Daar moet je standvastig in zijn. Je merkt wel steeds twijfel bij andere landen wanneer we sancties verlengen. Gelukkig hebben we de Europese landen afgelopen week toch nog op één lijn gekregen.”

Goed, die sancties zijn verlengd. Maar Rusland trekt zich er niks van aan. Tijd voor iets anders, zou je zeggen.

„Sancties zijn ook niet de enige drukmiddelen. Na de moord op Skripal hebben met we, net als een hoop andere Europese landen, Russische diplomaten uitgewezen. Na de hack bij de OPCW hebben we samen met de Britten gewerkt aan een Europees sanctieregime voor cyberaanvallen. Een doorbraak. Vorige week is daar ook nog een sanctiemechanisme tegen mensenrechtenschendingen bij gekomen.”

Die gevangenis is gebouwd, maar er zitten nog geen gevangenen in. Wie moeten op die sanctielijst?

„We zijn nu bezig daar namen onder te krijgen. Daar hebben we zeker gedachten over, maar het helpt in deze fase niet als ik die namen noem.”

Toch is het niet alleen een vijandsbeeld dat het kabinet schetst in zijn nieuwe Ruslandaanpak.

„Rusland is en blijft een grote buur, een kernwapenstaat. We moeten in gesprek blijven, al is het alleen maar om nucleaire ongelukken te voorkomen. Niet voor niets is Nederland voorstander van overleg tussen de NAVO en Rusland.”

Behalve een niet te negeren machtsfactor is Rusland ook een economische macht waarmee Nederland een stevige handelsrelatie heeft. Ons land is na China en Duitsland de derde handelspartner van Rusland.

Zo’n vierhonderd Nederlandse bedrijven zijn in Rusland gevestigd. Ongeveer drieduizend Nederlandse ondernemingen zijn actief op de Russische markt. De vraag naar Nederlandse technologie voor de Russische landbouw is de afgelopen jaren gestegen.

Dan is er nog Nord Stream 2, de pijplijn die Russisch gas via de Baltische zee en Duitsland naar Europa brengt. Het project, dat de eindfase nadert, wordt deels gefinancierd door het Nederlandse Shell.

BEKIJK OOK: 

Rel om Nord Stream 2 raakt Nederland ook 

De Verenigde Staten, onze machtigste bondgenoot, vinden dat wij ons hiermee uitleveren aan de Russen. Ze dreigen met sancties voor westerse bedrijven die zich met het project inlaten. Wat vindt u daarvan?

„De mening ken ik. Dit is een nationale beslissing waar we zelf over gaan. Nederland moet voor zijn energieleveranties niet afhankelijk zijn van één land. De VS levert ook graag LNG (vloeibaar gemaakt aardgas). Er staat een grote LNG-terminal in Rotterdam. Ze zijn welkom, maar het kan niet zo zijn dat een ander land ons vertelt waar wij onze energie vandaan halen.”

Maar we máken ons toch afhankelijker van Rusland? Het kabinet erkent zelf dat gas een geopolitiek wapen is.

„Daarom staat onze LNG-terminal ook open voor gas uit de VS, uit Algerije en Qatar. Daarom zetten we in Europa in op alternatieve energiebronnen. Bovendien is de Amerikaanse aanname verkeerd. Die gaat uit van de redenering dat het verbreken van handelsrelaties zou helpen de spanningen te verminderen. Juist niet. Waar Rusland over de schreef gaat, moeten we maatregelen nemen, zoals sancties; maar daarnaast wil ik ook een normale relatie.”

Dat is toch dubbel? Zo van: ik vind je gevaarlijk, maar heb je nodig.

„Omdat er grote veiligheidsbelangen spelen, moet je in gesprek blijven. Een land volkomen isoleren, maakt de mogelijkheid van akkoorden sluiten over ontwapening kleiner.”

Het helpt dan wel als die uitnodigende hand ook een vuist kan maken. Waarom voldoet Nederland dan nog steeds niet aan zijn NAVO-verplichtingen?

„We hebben in het regeerakkoord en daarna afspraken gemaakt over verhoging van de defensie-uitgaven en daar houden we ons aan. Het gaat de goede kant op, maar we zijn er inderdaad nog niet. Bij een volgend kabinet moet er nog een schep bovenop.”

Hoe staat het met de steun van de VS voor MH17?

„Die is op dit punt onvoorwaardelijk. Het dwingt ook respect af zoals we ons opstellen: een land van 17 miljoen inwoners dat het toch maar opneemt tegen het grote Rusland. Maar ook hier geldt: als wij er niet meer om zouden vragen, zou het ook bij de VS van de radar verdwijnen.”

BEKIJK MEER VAN; overheid internationale betrekkingen Stef Blok Rusland Nederland Oekraïne Malaysia Airlines-vlucht 17

Blok presenteert ‘nieuwe’ Ruslandstrategie: ‘We blijven selectief verbinding zoeken’

AD 23.12.2019 Het kabinet past de houding richting Rusland niet aan, hoewel het land zich steeds meer afkeert van de internationale wereldorde. Als dat in het Nederlandse belang is, blijft het kabinet ‘selectief’ verbinding zoeken.

Dat schrijft minister Stef Blok aan de Tweede Kamer, die hem unaniem om een Ruslandstrategie had verzocht. Maar van een nieuwe strategie is geen sprake: het beleid van de afgelopen jaren, ‘druk en dialoog’, blijft ook de komende jaren in stand.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Wel zijn er zorgen, vooral over de manier waarop Rusland de lidstaten van de Europese Unie uit elkaar probeert te spelen. In sommige Europese landen, Hongarije bijvoorbeeld, wordt gepleit voor meer ontspanning in de relatie met Europa – iets wat Rusland zelf ook zou willen.

Tegelijkertijd, zo constateert Blok, streeft het land naar ‘een veiligheidsarchitectuur in Europa waarin de rol van de Navo aanzienlijk is verzwakt of is uitgespeeld’.

MH17

De diplomatieke spanning met het land begon met de Russische annexatie van het Oekraïense schiereiland de Krim. Daarna bemoeide Rusland zich actief met de oorlog in het oosten van Oekraïne, waarboven vlucht MH17 werd neergehaald.

‘Waarheidsvinding’ en Rusland ‘aanspreken’ op de verplichting volledig mee te werken aan het strafrechtelijke onderzoek blijven voor Nederland prioriteit ‘ook in de toekomst’.

Rusland verspreidt daarnaast nepnieuws, stelt zich dreigend en intimiderend op tegen de Baltische Staten en Polen en maakt zich schuldig aan spionage. Dat laatste ook op Nederlands grondgebied, getuige de verijdelde Russische hack bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag in 2018.

Rusland gebruikte volgens onderzoek een chemisch wapen op Brits grondgebied om de dubbelspion Sergej Skripal uit te schakelen.

Wissel getrokken

Dat alles ‘bemoeilijkt de samenwerking met Rusland’, stelt de VVD-bewindsman, en ‘heeft een wissel getrokken op stabiliteit en veiligheid in Europa’.

Toch is Nederland ‘gebaat bij een economische dialoog met Rusland’, omdat ‘de staat’ voor het grootste deel de Russische economie bepaalt. Tegelijkertijd is de Russische blik als gevolg van de westerse sancties meer gericht op economische samenwerking met Aziatische landen, met name China.

Minister Blok: Rusland blijft het Westen confronteren

NU 23.12.2019 Volgens buitenlandminister Stef Blok is de relatie met Rusland de afgelopen vijf jaar “complex gebleven”. Hij schrijft aan de Tweede Kamer dat Rusland de afgelopen jaren onverminderd is doorgegaan met het opzoeken van confrontaties met “westerse mogendheden”.

“Dat leidt tot zorgen over veiligheid in veel Europese landen, waaronder Nederland”, licht Blok toe. “Die zorgen zijn er ook over de aantasting van de mensenrechten in Rusland.”

Als voorbeeld noemt Blok onder meer de cyberoperatie tegen de in Den Haag gevestigde toezichthouder OPCW van vorig jaar en ook de aanslag op het leven van de voormalige Russische spion Sergei Skripal in het Verenigd Koninkrijk.

“We kunnen niet naïef zijn over onze veiligheid en we moeten pal staan voor onze waarden. Daarom investeren we in de Nederlandse defensie en in onze cyberveiligheid en laten we ons horen als de mensenrechten onder druk staan.”

Kabinet kiest voor ‘druk en selectieve samenwerking’

Volgens Blok zal het kabinet kiezen voor een combinatie van “druk en selectieve samenwerking” als Ruslandbeleid.

Blok schrijft wel in contact te willen blijven met het land, omdat er nog altijd gezamenlijke belangen zijn. “We delen belangen in het bestrijden van terrorisme, georganiseerde misdaad en proliferatie van kernwapens, maar ook het tegengaan van klimaatverandering.”

Strategie uitgewerkt op verzoek van Kamer

De Ruslandstrategie van Bloks ministerie is uitgewerkt op verzoek van de Tweede Kamer. Een motie daarover werd vorig jaar tijdens het debat over de cyberoperatie tegen de OPCW door de hele Kamer gesteund.

In 2015 kwam het toenmalige kabinet ook met een beleidsbrief ten aanzien van Rusland. Destijds werd geschreven dat Rusland zich openlijk leek af te keren van de internationale rechtsorde, mensenrechten en Europese veiligheid.

“De afgelopen jaren heeft deze trend zich doorgezet”, aldus Blok. “Dat leidt tot meer onzekerheid en onvoorspelbaarheid.”

Lees meer over: Rusland Politiek

Nederland kiest voor harde diplomatieke koers richting Rusland

Trouw 23.12.2019 De nieuwe diplomatieke strategie van het kabinet ten opzichte van Rusland laat nauwelijks ruimte voor toenadering. MH17 domineert de relatie, en ook over tal van andere zaken heeft Den Haag klachten.

Het kabinet zet in op een harde diplomatieke koers richting Rusland. Mogelijkheden voor een betere relatie met Moskou zijn er nauwelijks, zo oordeelt minister van buitenlandse zaken Stef Blok in een op verzoek van de Kamer opgestelde Ruslandstrategie.

Deels komt dat door een lijst aan onderwerpen waarover Rusland met meer Westerse landen botst. Het gaat dan om de agressie tegen Oekraïne, de steun aan president Assad in Syrië, aanslagen op naar Europa gevluchte dissidenten en digitale spionage.

Toen Russische spionnen vorig jaar betrapt werden bij een poging de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag te hacken, sloeg Nederland publiekelijk terug door hun namen te noemen en gezichten te tonen.

Nog belangrijker voor Nederland is MH17. In De Telegraaf zei Blok maandag dat dit onderwerp ‘altijd bovenaan’ staat in de Nederlandse verhouding met Rusland. In maart begint het proces tegen een aantal Russische verdachten en het Openbaar Ministerie heeft bij het vervolgonderzoek hoge figuren in het Kremlin in het vizier.

De aandacht voor MH17 betekent dat Nederland op het wereldtoneel diplomatiek krediet inzet om medestanders tegen Rusland te vinden. Den Haag klaagt dat Moskou niet meewerkt aan het strafproces, iets wat volgens een resolutie van de VN-Veiligheidsraad wel moet.

Blok vindt dat hij ook in gesprekken met andere landen telkens over MH17 moet beginnen, zodat die zien hoe belangrijk het voor Nederland is en ze diplomatieke rugdekking blijven geven.

Druk houden op Rusland

Hieruit volgt dat Nederland binnen de Europese Unie een belangrijke plek inneemt in de groep landen die via economische sancties druk op Rusland willen houden. Blok herhaalt dat de strafmaatregelen van kracht moeten blijven zolang Rusland de steun aan strijdgroepen in het oosten van Oekraïne niet staakt.

Er zijn ook landen, zoals Hongarije of Italië, die wel van de sancties af willen om weer ongestoord handel te kunnen drijven met Rusland.

Met de Ruslandstrategie neemt Nederland nadrukkelijk afstand van de Franse president Emmanuel Macron. Die zei in november dat hij samen met Hongarije toenadering tot Rusland probeert te zoeken, omdat het land een belangrijke partner kan zijn in de strijd tegen islamitisch terrorisme.

Begin dit jaar stelde defensie de auto tentoon die Russische spionnen gebruikten bij een poging de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens te hacken. Beeld ANP

Volgens Macron heeft Moskou baat bij een betere relatie met Europa. Niet alleen omdat terrorisme een bedreiging vormt voor Rusland, ook omdat het land door de Europese sancties afhankelijker wordt van China. Door goede banden met Europa te onderhouden, kan Rusland voorkomen dat de opkomende Aziatische grootmacht te veel invloed over hem krijgt.

Nederland gaat niet mee in deze analyse van Macron. De strategie besteedt nauwelijks aandacht aan wat de opkomst van China betekent en beschrijft vooral de onderwerpen waar Nederland met Rusland van mening over verschilt. In gesprekken met Rusland wil het kabinet die punten nog eens herhalen.

Blok erkent dat dialoog in de Navo-Rusland de afgelopen jaren weinig heeft opgeleverd. Deze ontmoetingen komen er vooral op neer dat beide partijen een lijst met klachten over de ander voorlezen. Toch pleit Blok niet voor een andere aanpak.

Het kabinet erkent wel het belang van handel met Rusland, omdat het land een van de belangrijkste handelspartners van Nederland buiten de EU is. Toch wordt deze handelsrelatie niet gebruikt als een aanknopingspunt om ook aan een betere diplomatieke band te werken.

Nederland heeft sinds 2014 geen minister meer op handelsmissie naar Rusland gestuurd en in de nieuwe strategie staat geen voornemen om dat te doen. In gesprekken over handel wil het kabinet ook klagen over oneerlijke handelspraktijken en corruptie in Rusland. Zo blijft de politieke relatie waarschijnlijk nog jaren ijzig.

Lees ook: 

Waarom de VS de aanleg van de Nord Stream 2-gaspijp willen voorkomen

Amerika probeert met sancties de aanleg van de Nord Stream 2 te verhinderen. Dat is rijkelijk laat: de gaspijpleiding is al bijna af.

Macron neemt Trump’s rol van onruststoker bij de Navo over

De Franse president schopt zijn bondgenoten al wekenlang hard tegen de schenen. Daardoor komt er weinig terecht van een hechtere Europese defensiesamenwerking.

Meer over; Rusland politiek internationale betrekkingen Nederland internationale organisaties Marno de Boer

Niet iedereen wordt nerveus van de Amerikaanse gassancties

MSN 23.12.2019 De Amerikaanse president Trump heeft sancties aangekondigd tegen bedrijven die meewerken aan de aanleg van de gaspijpleiding Nord Stream 2 die van Rusland naar Duitsland loopt. Veel bedrijven dreigen te worden getroffen, waaronder het Nederlands-Zwitserse offshoreconcern Allseas van de Nederlander Edward Heerema.

Dat heeft inmiddels zijn werkzaamheden voor Nord Stream 2 gestaakt. Ook olieconcern Shell en baggeraars Van Oord en Boskalis zijn bij het project betrokken. Acht vragen over de sancties en de gevolgen.

  1. Wat wil president Trump bereiken met de sancties?

Trump dreigt al langer met sancties tegen de Europese deelnemers aan het omstreden Nord Stream-project. Volgens de Amerikaanse president maakt Europa zich met de intensieve gasimport tot „gijzelaar” van Rusland. „Wij beschermen Duitsland, Frankrijk en al deze landen, en dan sluiten enkele landen een pijpleidingdeal met Rusland en betalen zo miljarden aan de Russische schatkist.”

Maar de president houdt ook de eigen handelsbelangen goed voor ogen, waarbij het de vraag is hoe realistisch die zijn. Trump ziet graag dat Amerikaanse gasbedrijven meer vloeibaar aardgas (lng) gaan afzetten in Europa, iets waar Rusland voor dekomende jaren ook op inzet. Vooralsnog ligt het zwaartepunt van de Amerikaanse lng-export echter in Zuid-Amerika en Azië, waar bedrijven meer gas goedkoper kunnen afzetten. De details van de sancties moeten nog bekend worden.

  1. Waarom ligt Nord Stream 2 zo gevoelig?

De pijpleidingen (Nord Stream 2 is een aanvulling op een eerdere, parallelle Nord Stream-pijp) zorgen al jaren voor verdeeldheid binnen Europa. Tegenstanders in vooral Oost-Europa beschouwen het als een geopolitiek instrument waarmee Rusland Oost-Europese landen politiek en financieel kan afknijpen.

Nu moet Rusland nog veel gas exporteren via de pijplijn die door Oekraïne loopt. Voorstanders zien in de naar schatting 10 miljard euro kostende pijp liever een commercieel project, dat op termijn kan voorzien in een kwart van de Europese gasvraag en een schoner alternatief biedt voor vervuilende steenkool.

  1. Hoe reageert Rusland op de sancties?

„Dergelijke stappen zullen niet zonder gepaste reactie blijven”, zei Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov maandag. Hij wilde niet zeggen welke maatregelen Moskou overweegt. De Russische Buitenlandminister Sergej Lavrov zei dat na invoering van de sancties „geen enkel land ter wereld nog zal twijfelen aan de onbetrouwbaarheid van de VS als partner”.

  1. Kan dit gevolgen hebben voor de Nederlandse gasvoorziening?

Nederland is al ruim anderhalf jaar geen (netto)exporteur meer van aardgas. Door de aardbevingsproblemen in Groningen loopt de binnenlandse productie snel terug. In 2022 wordt de Groningse productie mogelijk al beëindigd. Dan is Nederland nog niet helemaal afhankelijk van buitenlands gas.

Op dit moment komt de helft van de Nederlandse gasproductie van de zogeheten kleine velden, die deels in de Noordzee liggen. Maar ook de productie van die kleine gasvelden neemt af, vooral omdat veel velden geleidelijk uitgeput raken.

Al met al wordt de import van aardgas elk jaar belangrijker. Vorig jaar werd voor zo’n 38 miljard kubieke meter gas gebruikt, en naar schatting zo’n 5 miljard daarvan kwam uit Rusland. Die Russische import neemt zonder meer toe, is de verwachting van experts.

Toch lijkt niemand nog nerveus. Eventuele vertraging bij Nord Stream 2 zal niet snel tot problemen in Nederland leiden. Van prijsstijgingen is geen sprake. Integendeel, door een deal vorige week tussen Rusland en Oekraïne over de doorvoer van Russisch gas, dalen de prijzen juist. Gas via Nord Stream 1 is door de nieuwe afspraken voor in elk geval vijf jaar verzekerd.

  1. Heeft Nederland een alternatief voor Russisch gas?

Naast Rusland is ook Noorwegen een grote gasexporteur in Europa, maar qua productie zit dat land aan zijn maximum. De import van vloeibaar gas, lng, zou een beter alternatief kunnen zijn voor Russisch gas. Lng kan met tankers uit het Midden-Oosten, zoals uit Qatar, komen, en ook de Verenigde Staten – een grote producent van schaliegas – exporteren lng.

Nadeel van lng is dat het duurder is dan Russisch en Noors aardgas dat – niet vloeibaar – via pijpleidingen Nederland binnenkomt. De beschikbaarheid van lng zorgt er in elk geval voor dat Rusland de prijs van aardgas de komende jaren niet onbeperkt kan verhogen.

  1. Hoe reageert Shell op de perikelen bij Nord Stream 2?

Shell behoort met vier andere westerse concerns tot de medefinanciers van de pijpleiding. Het olie- en gasconcern heeft een lening uitstaan van 285 miljoen dollar. Verder voorziet Shell het project van 665 miljoen dollar via een combinatie van leningen en garanties.

Het bedrijf zegt in een reactie de Amerikaanse sancties te betreuren. De pijpleiding is volgens Shell „een belangrijk project”, omdat de gasproductie in Europa afneemt. Het bedrijf bekijkt momenteel de implicaties van de Amerikaanse maatregelen. Het concern is een van de belangrijkste afnemers van Amerikaans vloeibaar gas.

  1. Wat zijn de gevolgen voor andere Nederlandse bedrijven?

Drie Nederlandse bedrijven bouwen mee aan Nord Stream 2. Het Delftse Allseas van Edward Heerema, statutair gevestigd in Zwitserland, en baggeraars Van Oord uit Rotterdam en Boskalis uit Papendrecht.

Halverwege 2017 tekenden de baggeraars een contract voor ongeveer 250 miljoen euro. Voor dat geld zouden ze met valpijpschepen en grind de zeebodem onder de pijpleiding effenen. Overheidskredietverzekeraar Atradius DSB was bereid om de klus te dekken, maar de bedrijven zetten de kredietaanvraag niet door. De aangekondigde sancties zijn niet direct gericht tegen deze werkzaamheden, laat een woordvoerder van Van Oord weten.

Allseas wordt wel direct getroffen. Een woordvoerder laat weten dat het offshorebedrijf de werkschepen inmiddels heeft weggehaald. De sancties komen niet onverwacht. „Sinds het moment dat dit traject is gaan lopen, zijn we met de klant in gesprek over deze situatie.”

Over wat het stoppen Allseas gaat kosten, wil de woordvoerder niks zeggen. „Maar de sancties hebben veel meer gevolgen dan alleen dit werk. Als ons personeel de VS niet meer in en uit mag en wij niet meer voor Amerikaanse bedrijven kunnen werken, zoals voor ExxonMobil, dan heeft dat heel veel impact.”

  1. Wat deed Allseas daar precies?

Allseas had de klus gekregen om twee parallelle gaspijpleidingen in de Oostzee te leggen over een lengte van 1.200 kilometer. Het bedrijf had daartoe twee van z’n grootste schepen naar de Oostzee gevaren.

Dat waren de Pioneering Spirit, met 382 meter lengte en 571 opvarenden het grootste schip ter wereld in zijn soort, en de Solitaire, dat dit record had tot de oplevering van de Pioneering Spirit in 2014. In de Duitse territoriale wateren heeft Allseas leidingen gelegd met het schip Audacia.

De sancties zijn specifiek gericht tegen het werk van Allseas. De woordvoerder: „Wat wij kunnen met deze schepen is uniek in de wereld. Als je wil dat dit project stopt, dan moet je deze sancties afkondigen.”

Inspectie van pijpen voor Nord Stream 2 in 2016. President Trump dreigde al langer met sancties tegen deelnemers aan het project.

Inspectie van pijpen voor Nord Stream 2 in 2016. President Trump dreigde al langer met sancties tegen deelnemers aan het project. Foto Jens Buettner/EPA

Niet iedereen wordt nerveus van de Amerikaanse gassancties

NRC 23.12.2019 Acht vragen Europese deelnemers aan het omstreden Nord Stream-project krijgen te maken met Amerikaanse sancties. Waarom is het project zo omstreden?

De Amerikaanse president Trump heeft sancties aangekondigd tegen bedrijven die meewerken aan de aanleg van de gaspijpleiding Nord Stream 2 die van Rusland naar Duitsland loopt. Veel bedrijven dreigen te worden getroffen, waaronder het Nederlands-Zwitserse offshoreconcern Allseas van de Nederlander Edward Heerema.

Dat heeft inmiddels zijn werkzaamheden voor Nord Stream 2 gestaakt. Ook olieconcern Shell en baggeraars Van Oord en Boskalis zijn bij het project betrokken. Acht vragen over de sancties en de gevolgen.

1. Wat wil president Trump bereiken met de sancties?

Trump dreigt al langer met sancties tegen de Europese deelnemers aan het omstreden Nord Stream-project. Volgens de Amerikaanse president maakt Europa zich met de intensieve gasimport tot „gijzelaar” van Rusland. „Wij beschermen Duitsland, Frankrijk en al deze landen, en dan sluiten enkele landen een pijpleidingdeal met Rusland en betalen zo miljarden aan de Russische schatkist.”

Maar de president houdt ook de eigen handelsbelangen goed voor ogen, waarbij het de vraag is hoe realistisch die zijn. Trump ziet graag dat Amerikaanse gasbedrijven meer vloeibaar aardgas (lng) gaan afzetten in Europa, iets waar Rusland voor dekomende jaren ook op inzet. Vooralsnog ligt het zwaartepunt van de Amerikaanse lng-export echter in Zuid-Amerika en Azië, waar bedrijven meer gas goedkoper kunnen afzetten. De details van de sancties moeten nog bekend worden.

2. Waarom ligt Nord Stream 2 zo gevoelig?

De pijpleidingen (Nord Stream 2 is een aanvulling op een eerdere, parallelle Nord Stream-pijp) zorgen al jaren voor verdeeldheid binnen Europa. Tegenstanders in vooral Oost-Europa beschouwen het als een geopolitiek instrument waarmee Rusland Oost-Europese landen politiek en financieel kan afknijpen.

Nu moet Rusland nog veel gas exporteren via de pijplijn die door Oekraïne loopt. Voorstanders zien in de naar schatting 10 miljard euro kostende pijp liever een commercieel project, dat op termijn kan voorzien in een kwart van de Europese gasvraag en een schoner alternatief biedt voor vervuilende steenkool.

Lees ook: Nord Stream 2 is bijna klaar, debat over Russisch gas nog niet

3. Hoe reageert Rusland op de sancties?

„Dergelijke stappen zullen niet zonder gepaste reactie blijven”, zei Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov maandag. Hij wilde niet zeggen welke maatregelen Moskou overweegt. De Russische Buitenlandminister Sergej Lavrov zei dat na invoering van de sancties „geen enkel land ter wereld nog zal twijfelen aan de onbetrouwbaarheid van de VS als partner”.

4. Kan dit gevolgen hebben voor de Nederlandse gasvoorziening?

Nederland is al ruim anderhalf jaar geen (netto)exporteur meer van aardgas. Door de aardbevingsproblemen in Groningen loopt de binnenlandse productie snel terug. In 2022 wordt de Groningse productie mogelijk al beëindigd. Dan is Nederland nog niet helemaal afhankelijk van buitenlands gas.

Op dit moment komt de helft van de Nederlandse gasproductie van de zogeheten kleine velden, die deels in de Noordzee liggen. Maar ook de productie van die kleine gasvelden neemt af, vooral omdat veel velden geleidelijk uitgeput raken.

Al met al wordt de import van aardgas elk jaar belangrijker. Vorig jaar werd voor zo’n 38 miljard kubieke meter gas gebruikt, en naar schatting zo’n 5 miljard daarvan kwam uit Rusland. Die Russische import neemt zonder meer toe, is de verwachting van experts.

Toch lijkt niemand nog nerveus. Eventuele vertraging bij Nord Stream 2 zal niet snel tot problemen in Nederland leiden. Van prijsstijgingen is geen sprake. Integendeel, door een deal vorige week tussen Rusland en Oekraïne over de doorvoer van Russisch gas, dalen de prijzen juist. Gas via Nord Stream 1 is door de nieuwe afspraken voor in elk geval vijf jaar verzekerd.

5. Heeft Nederland een alternatief voor Russisch gas?

Naast Rusland is ook Noorwegen een grote gasexporteur in Europa, maar qua productie zit dat land aan zijn maximum. De import van vloeibaar gas, lng, zou een beter alternatief kunnen zijn voor Russisch gas. Lng kan met tankers uit het Midden-Oosten, zoals uit Qatar, komen, en ook de Verenigde Staten – een grote producent van schaliegas – exporteren lng.

Nadeel van lng is dat het duurder is dan Russisch en Noors aardgas dat – niet vloeibaar – via pijpleidingen Nederland binnenkomt. De beschikbaarheid van lng zorgt er in elk geval voor dat Rusland de prijs van aardgas de komende jaren niet onbeperkt kan verhogen.

Lees meer over Russisch gas in Nederland

6. Hoe reageert Shell op de perikelen bij Nord Stream 2?

Shell behoort met vier andere westerse concerns tot de medefinanciers van de pijpleiding. Het olie- en gasconcern heeft een lening uitstaan van 285 miljoen dollar. Verder voorziet Shell het project van 665 miljoen dollar via een combinatie van leningen en garanties.

Het bedrijf zegt in een reactie de Amerikaanse sancties te betreuren. De pijpleiding is volgens Shell „een belangrijk project”, omdat de gasproductie in Europa afneemt. Het bedrijf bekijkt momenteel de implicaties van de Amerikaanse maatregelen. Het concern is een van de belangrijkste afnemers van Amerikaans vloeibaar gas.

7. Wat zijn de gevolgen voor andere Nederlandse bedrijven?

Drie Nederlandse bedrijven bouwen mee aan Nord Stream 2. Het Delftse Allseas van Edward Heerema, statutair gevestigd in Zwitserland, en baggeraars Van Oord uit Rotterdam en Boskalis uit Papendrecht.

Halverwege 2017 tekenden de baggeraars een contract voor ongeveer 250 miljoen euro. Voor dat geld zouden ze met valpijpschepen en grind de zeebodem onder de pijpleiding effenen. Overheidskredietverzekeraar Atradius DSB was bereid om de klus te dekken, maar de bedrijven zetten de aanvraag niet door. De aangekondigde sancties zijn niet direct gericht tegen deze werkzaamheden, laat een woordvoerder van Van Oord weten.

Allseas wordt wel direct getroffen. Een woordvoerder laat weten dat het offshorebedrijf de werkschepen inmiddels heeft weggehaald. De sancties komen niet onverwacht. „Sinds het moment dat dit traject is gaan lopen, zijn we met de klant in gesprek over deze situatie.”

Over wat het stoppen Allseas gaat kosten, wil de woordvoerder niks zeggen. „Maar de sancties hebben veel meer gevolgen dan alleen dit werk. Als ons personeel de VS niet meer in en uit mag en wij niet meer voor Amerikaanse bedrijven kunnen werken, zoals voor ExxonMobil, dan heeft dat heel veel impact.”

8. Wat deed Allseas daar precies?

Allseas had de klus gekregen om twee parallelle gaspijpleidingen in de Oostzee te leggen over een lengte van 1.200 kilometer. Het bedrijf had daartoe twee van z’n grootste schepen naar de Oostzee gevaren. Dat waren de Pioneering Spirit, met 382 meter lengte en 571 opvarenden het grootste schip ter wereld in zijn soort, en de Solitaire, dat dit record had tot de oplevering van de Pioneering Spirit in 2014. In de Duitse territoriale wateren heeft Allseas leidingen gelegd met het schip Audacia.

De sancties zijn specifiek gericht tegen het werk van Allseas. De woordvoerder: „Wat wij kunnen met deze schepen is uniek in de wereld. Als je wil dat dit project stopt, dan moet je deze sancties afkondigen.”

Lees ook deze artikelen;

’Nord Stream 2-leiding eind 2020 klaar’

Telegraaf 23.12.2019 De aanleg van de omstreden gaspijpleiding Nord Stream 2, die loopt vanuit Rusland naar Duitsland via de Oostzee, moet in de tweede helft van 2020 zijn voltooid. Dat meldde een hoge Duitse ambtenaar die namens de Berlijn de coördinatie over het project heeft.

De eerder door de VS ingestelde sancties zorgen voor een vertraging van enkele maanden. Dit omdat het Nederlands-Zwitserse bedrijf Allseas na die aankondiging zijn werkzaamheden aan de pijpleiding stillegde. Met het Russisch-Duitse project was een bedrag van 10 miljard euro gemoeid. Door de beslissing van Allseas valt het project iets duurder uit.

Bekijk ook: 

Rel om Nord Stream 2 raakt Nederland ook 

De Amerikaanse president Donald Trump tekende eerder wetgeving, waarmee de VS strenge economische sancties opleggen aan ondernemingen die zijn betrokken bij de aanleg. Washington is tegen de pijpleiding, omdat het Kremlin daarmee meer invloed in West-Europa zou krijgen.

december 24, 2019 Posted by | 2e kamer, aanslag, aardgaswinning, BUK, dreiging, Erdogan, EU, europa, Gaswinning, Gazprom, mh17, MH17-ramp, MH17-tribunaal, Nederland, Nord Stream 2, novitsjok, Oekraïne, opcw, Poetin, politiek, President Tayyip Recep Erdogan, Rusland, Sergej Skripal, Tayyip Recep Erdogan, turkije | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Op weg naar een nieuwe Koude Oorlog ???

Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 6

Kamerdabat

Het SP-Kamerlid Karabulut heeft vandaag een debat over de kwestie aangevraagd en kreeg daarbij steun van vrijwel de hele Tweede Kamer. “Eerlijke overheidscommunicatie is enorm belangrijk, zeker bij militaire missies”, stelt D66’er Sjoerdsma. “We moeten realistisch zijn over wat op korte termijn bereikt kan worden en de overheid moet daarover transparant rapporteren.”

AD 28.01.2020

“Het Amerikaanse volk is voortdurend voorgelogen.” Dat was de stevige conclusie van de voorzitter van het instituut dat heeft onderzocht of het Amerikaanse geld voor de strijd in Afghanistan goed wordt besteed. Het onderzoek moest eigenlijk geheim blijven, maar maandag 09.12.2019 publiceerde The Washington Post erover.

AD 31.12.2019

Tot op de dag van vandaag zijn er duizenden buitenlandse militairen in het land. Onder hen ook Nederlanders. In totaal zijn er sinds 2002 zo’n 29.000 Nederlandse militairen uitgezonden geweest, van wie er 25 zijn omgekomen. Op dit moment zitten er nog zo’n 160 Nederlanders in het noorden van het land. De strijd heeft Nederland naar schatting miljarden gekost.

Zie ook: Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 5

zie verder: Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 4

zie ook nog: Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 3

en zie ook: Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 2

en zie verder ook: Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel-1

Gevechten bij plek waar toestel neerstortte in Afghanistan

MSN 28.01.2020 Afghaanse troepen zijn slaags geraakt met de Taliban toen ze probeerden het wrak van een Amerikaans vliegtuig in de bergen te bereiken. Volgens de politiechef in de betrokken provincie Ghazni zijn die troepen in een hinderlaag gelopen en werden ze gedwongen zich terug te trekken. De Afghaanse strijdkrachten en hun bondgenoten proberen dinsdag het wrak vanuit de lucht te bereiken.

Maandag stortte een Amerikaans toestel neer in de bergachtige provincie. Het was volgens Washington een militair vliegtuig van het type Bombardier E-11A bestemd voor communicatiedoeleinden. Het is niet bekendgemaakt hoeveel mensen aan boord waren. Volgens de Amerikanen is het niet neergeschoten. De Taliban zeggen dat zij het hebben neergehaald en dat er belangrijke officieren van de CIA aan boord waren.

Het wrak van de Amerikaanse Bombardier E-11A in de Afghaanse provincie Ghazni. © AFP

Afghaanse troepen en taliban slaags op plek waar VS-toestel crashte

AD 28.01.2020 Afghaanse troepen zijn slaags geraakt met de taliban toen ze probeerden het wrak van een Amerikaans vliegtuig in de bergen te bereiken. De taliban claimden gisteren het toestel te hebben neergehaald tijdens een verkenningsvlucht boven het oosten van het land.

De Afghaanse strijdkrachten en hun bondgenoten proberen vandaag het wrak vanuit de lucht te bereiken. Volgens de politiechef in de betrokken centraal gelegen provincie Ghazni zijn die troepen in een hinderlaag gelopen en werden ze gedwongen zich terug te trekken.

Gisteren stortte een Amerikaans toestel neer in de bergachtige provincie. Na eerdere berichten over een gecrasht passagierstoestel bleek het om een militair toestel te gaan. Volgens Washington betrof het een Bombardier E-11A bestemd voor communicatiedoeleinden.

Lees ook;

Lees meer

CIA

De Amerikanen hebben niet bekendgemaakt hoeveel passagiers er aan boord waren. Wel hebben ze laten weten dat het toestel niet is neergeschoten. De taliban betwisten dat. Volgens hen hebben zij het vliegtuig neergehaald en waren er belangrijke officieren van de CIA aan boord. In het gebied waar het vliegtuig neerkwam is het bitterkoud.

De taliban hebben het gebied waar het toestel terechtkwam in handen. © EPA

Twee lichamen neergestorte Amerikaanse vliegtuig in Afghanistan geborgen

NU 28.01.2020 De stoffelijke resten van twee inzittenden van het Amerikaanse vliegtuig dat maandag neerstortte in Afghanistan zijn dinsdag geborgen, meldt het Amerikaanse ministerie van Defensie. De identiteit van de slachtoffers wordt nog onderzocht.

Het vliegtuig stortte maandag neer in de provincie Ghazni in Afghanistan. Vlak daarna eiste de Taliban de verantwoordelijkheid op voor het neerhalen van het vliegtuig. Het Pentagon ontkent dat de Taliban bij de crash betrokken is.

Eerder op de dinsdag braken er in het gebied van de vliegtuigcrash gevechten uit tussen het Afghaanse leger en strijdkrachten van de Taliban, toen het leger namens de Amerikanen het vliegtuigwrak, dat op grondgebied van de Taliban ligt, probeerde te bereiken. Later kreeg een reddingsteam toegang tot het wrak, waarna twee lichamen zijn geborgen.

Hoeveel mensen er precies in het gecrashte vliegtuig zaten, is nog steeds onduidelijk. Een woordvoerder van de Taliban zegt dat er zes lichamen op de plek van de crash zijn aangetroffen. Volgens Amerikaanse bronnen zaten er echter minder dan vijf mensen in het vliegtuig.

Eerste beelden van neergestort vliegtuig in Afghanistan

Lees meer over: Afghanistan  Taliban  Verenigde Staten  Buitenland

Twee lichamen geborgen bij gecrasht Amerikaans vliegtuig Afghanistan

NOS 28.01.2020 De Verenigde Staten hebben twee lichamen geborgen bij het Amerikaanse vliegtuig dat gisteren crashte in Afghanistan, bevestigt het Pentagon. Ook is de dataopslag van het vliegtuig teruggehaald.

De twee waren de enigen in het vliegtuig, zeggen de Amerikanen. De identiteit van de inzittenden is nog niet bekend gemaakt, omdat de families eerst op de hoogte moeten worden gesteld.

Vandaag braken gevechten uit tussen Afghaanse regeringstroepen en de Taliban rond de rampplek. Het toestel stortte door onduidelijke oorzaak neer in de Oost-Afghaanse provincie Ghazni, die onder controle staat van de islamitische terreurbeweging Taliban.

Veel vragen

Er zijn nog veel vragen over de toedracht van de crash van het vliegtuig, een Bombardier E11A, dat gebruikt werd voor communicatie tussen grondtroepen en spionagevluchten. De Taliban zeggen het toestel te hebben neergehaald, waarbij “veel” Amerikaanse militairen zouden zijn gedood.

Maar het Amerikaanse leger doet die verklaring af als “misleidend”. Zij stellen dat er geen reden is om te denken dat de crash is veroorzaakt door toedoen van vijanden. Het eerste onderzoek zou duiden op een technisch mankement, meldt Reuters.

Bekijk ook;

VS bergen resten inzittenden van in Afghanistan gecrasht toestel

Telegraaf 28.01.2020 Amerikaanse militairen zijn er in geslaagd in het oosten van Afghanistan de stoffelijke resten te bergen van de inzittenden van Amerikaans militair vliegtuig dat er maandag neerstortte. Een anonieme legerfunctionaris zei dat de slachtoffers worden geïdentificeerd.

Het is niet duidelijk hoe de berging is uitgevoerd. Eerder op dinsdag werd bekend dat Afghaanse troepen zijn slaags geraakt met de Taliban toen ze probeerden het wrak van het vliegtuig te bereiken. Volgens de politiechef in de betrokken bergachtige provincie Ghazni zijn die troepen in een hinderlaag gelopen en werden ze gedwongen zich terug te trekken.

Het is niet duidelijk hoe de berging is uitgevoerd. Eerder op dinsdag werd bekend dat Afghaanse troepen zijn slaags geraakt met de Taliban toen ze probeerden het wrak van het vliegtuig te bereiken. Volgens de politiechef in de betrokken bergachtige provincie Ghazni zijn die troepen in een hinderlaag gelopen en werden ze gedwongen zich terug te trekken.

BEKIJK OOK: 

Taliban claimen neerhalen militair toestel met Amerikanen 

BEKIJK OOK: 

VS bevestigen crash legervliegtuig in Afghanistan 

Het was volgens Washington een militair vliegtuig van het type Bombardier E-11A bestemd voor verbindingsdoeleinden. Het is niet bekendgemaakt hoeveel mensen aan boord waren. Volgens de Amerikanen is het niet neergeschoten. De Taliban zeggen dat zij het hebben neergehaald en dat er belangrijke officieren van de CIA aan boord waren.

BEKIJK MEER VAN; lucht- en ruimtevaartongeval/-incident misdaad gewapend conflict overheid bomaanslagen Ghazni Taliban

VS bevestigen crash legervliegtuig in Afghanistan

Telegraaf 27.01.2020 De Verenigde Staten bevestigen dat er een militair vliegtuig is neergestort in Afghanistan. Er zijn geen aanwijzingen dat het toestel uit de lucht is geschoten, aldus een legerwoordvoerder in een verklaring. Hij sprak niet over mogelijke slachtoffers. Een anonieme Amerikaanse functionaris zei eerder dat vermoedelijk minder dan tien mensen aan boord waren.

Het toestel van het type Bombardier E-11A crashte maandag in de provincie Ghazni, ten zuidwesten van hoofdstad Kabul. Dat gebeurde volgens lokale bronnen in bergachtig gebied waar de Taliban actief zijn. Die opstandelingen beweerden ook dat ze het toestel hadden neergehaald, zonder in detail te treden over hoe ze dat gedaan zouden hebben.

Eerder was bericht dat een passagiersvliegtuig was neergestort van Ariana Afghan Airlines, maar die luchtvaartmaatschappij sprak dat tegen.

 Tariq Ghazniwal@TGhazniwal

Another video of #American aircraft shot dawned by #Taliban in #Ghazni #Afghanistan

285 5:24 PM – Jan 27, 2020 227 people are talking about this

  Manu Gómez@GDarkconrad

#Ariana Afghan Airlines Boeing 737-470 flight AFG507A crashed minutes after take off from #Kabul

42 11:07 AM – Jan 27, 2020 74 people are talking about this

VS bevestigt vliegtuigcrash in Afghanistan en ontkent betrokkenheid Taliban

NU 27.01.2020 Het Amerikaanse leger heeft maandag bevestigd dat er een Amerikaans militair vliegtuig is neergestort in Afghanistan. Het Pentagon ontkent dat het vliegtuig is neergehaald door de Taliban.

De Taliban eiste maandag kort na de crash de verantwoordelijkheid op voor het neerhalen van het vliegtuig. De VS zei al eerder dat hier nog geen indicaties voor waren. Het Pentagon ontkent nu dat de Taliban bij de crash betrokken is.

Er loopt nog een onderzoek om de daadwerkelijke oorzaak van de crash te achterhalen.

Het vliegtuig stortte maandag neer in de provincie Ghazni in Afghanistan. In het gebied zijn veel rebellen van de Taliban aanwezig.

Eerste beelden van neergestort vliegtuig in Afghanistan

Eerste beelden van neergestort vliegtuig in Afghanistan

Onduidelijk hoeveel mensen aan boord waren

Het Amerikaanse leger heeft bevestigd dat het om een Amerikaanse Bombardier E-11A gaat, een klein Amerikaans militair vliegtuig dat gebruikt wordt door de Amerikaanse luchtmacht.

Lokale autoriteiten meldden eerst dat het om een Boeing van Ariana Afghan Airlines ging, maar de vliegmaatschappij liet al snel weten dat zij geen toestel uit de vloot misten.

Het is nog niet duidelijk hoeveel mensen aan boord waren, maar volgens de VS waren er minder dan tien inzittenden. Volgens de Taliban zouden er geen overlevenden zijn. De VS heeft dit nog niet bevestigd.

Lees meer over: Afghanistan  Taliban  Verenigde Staten  Buitenland

VS bevestigt vliegtuigcrash in Afghanistan en ontkent betrokkenheid Taliban

MSN 27.01.2020 Het Amerikaanse leger heeft maandag bevestigd dat er een Amerikaans militair vliegtuig is neergestort in Afghanistan. Het Pentagon ontkent dat het vliegtuig is neergehaald door de Taliban.

De Taliban eiste maandag kort na de crash de verantwoordelijkheid op voor het neerhalen van het vliegtuig. De VS zei al eerder dat hier nog geen indicaties voor waren. Het Pentagon ontkent nu dat de Taliban bij de crash betrokken is.

Er loopt nog een onderzoek om de daadwerkelijke oorzaak van de crash te achterhalen.

Het vliegtuig stortte maandag neer in de provincie Ghazni in Afghanistan. In het gebied zijn veel rebellen van de Taliban aanwezig.

Onduidelijk hoeveel mensen aan boord waren

Het Amerikaanse leger heeft bevestigd dat het om een Amerikaanse Bombardier E-11A gaat, een klein Amerikaans militair vliegtuig dat gebruikt wordt door de Amerikaanse luchtmacht.

Lokale autoriteiten meldden eerst dat het om een Boeing van Ariana Afghan Airlines ging, maar de vliegmaatschappij liet al snel weten dat zij geen toestel uit de vloot misten.

Het is nog niet duidelijk hoeveel mensen aan boord waren, maar volgens de VS waren er minder dan tien inzittenden. Volgens de Taliban zouden er geen overlevenden zijn. De VS heeft dit nog niet bevestigd.

VS onderzoekt mogelijk neerhalen militair vliegtuig door Taliban

MSN 27.01.2020 De Verenigde Staten onderzoeken of het maandag in Afghanistan neergestorte vliegtuig een van hun militaire toestellen was. De Taliban claimt dat zij het toestel hebben neergehaald boven eigen grondgebied.

Op beelden die rondgaan op sociale media is inderdaad een neergestorte Bombardier E-11A te zien, die gebruikt wordt door de Amerikaanse luchtmacht.

Het is echter nog niet bevestigd dat de beelden kloppen. Ook is onbekend hoeveel mensen aan boord waren van het vliegtuig.

Het toestel stortte rond 13.10 uur neer in de provincie Ghazni. In eerste instantie meldden lokale autoriteiten dat het ging om een Boeing van Ariana Afghan Airlines, maar al snel kon de nationale vliegmaatschappij meldden dat zij geen toestel uit de vloot missen.

Afghaanse militairen maken zich gereed om de plek van de crash te bezoeken EPA

VS: gecrasht toestel Afghanistan was Amerikaans militair vliegtuig

NOS 27.01.2020 Het vliegtuig dat vandaag crashte in de Oost-Afghaanse provincie Ghazni, is een klein Amerikaans militair vliegtuig. Dat heeft het Amerikaanse leger bevestigd. Eerder zei de islamitische terreurbeweging Taliban ook al dat om een toestel van de Amerikaanse luchtmacht ging.

Volgens de Amerikanen gaat het om een toestel van het type Bombardier E-11A, dat onder meer door het leger gebruikt wordt voor communicatie tussen grondtroepen en spionagevluchten. Over de oorzaak van de crash is nog niets bekend. Ook is niet duidelijk of er militairen om het leven zijn gekomen.

Het Amerikaanse leger zegt dat er “geen indicaties zijn” dat de crash veroorzaakt is door toedoen van vijanden.

Eerder claimden de Taliban dat het vliegtuig door hen is neergehaald, ook al bestond daar verwarring over. In de ene verklaring werd gemeld dat het vliegtuig was gecrasht, in een andere versie zeiden de Taliban het toestel te hebben neergehaald.

In eerste instantie werd gemeld dat het een vliegtuig zou zijn van maatschappij Ariana Afghan Airlines, met aan boord mogelijk meer dan tachtig inzittenden, maar de directeur van het bedrijf ontkende dat al snel. “Er was een crash, maar niet met een toestel van Ariana. De twee vliegtuigen die vandaag vlogen, zijn veilig aangekomen op hun bestemming.”

De provincie Ghazni ligt ten zuidwesten van de hoofdstad Kabul. De regio is deels in handen van de Taliban. Het toestel crashte in onherbergzaam gebied.

Bekijk ook;

In Afghanistan neergestort vliegtuig is van VS, onderzoek naar rol Taliban

NU 27.01.2020 Het vliegtuig dat maandag in Afghanistan is neergestort, is een militair toestel van de VS. De Taliban claimt dat zij het toestel hebben neergehaald boven eigen grondgebied.

Op beelden die rondgaan op sociale media is de neergestorte Bombardier E-11A te zien, die gebruikt wordt door de Amerikaanse luchtmacht.

Autoriteiten van de VS hebben aan persbureau Reuters bevestigd dat het gaat om een militair vliegtuig. Het Pentagon bevestigt de crash, maar ontkent dat de Taliban het vliegtuig heeft neergehaald. Er zouden nog “geen indicaties zijn” dat het toestel is neergehaald. Het is nog niet gemeld hoeveel mensen precies aan boord waren, maar het zou om minder dan tien inzittenden gaan.

Het toestel stortte rond 13.10 uur neer in de provincie Ghazni. In eerste instantie meldden lokale autoriteiten dat het ging om een Boeing van Ariana Afghan Airlines, maar al snel kon de nationale vliegmaatschappij melden dat zij geen toestel uit de vloot missen.

Eerste beelden van neergestort vliegtuig in Afghanistan

Lees meer over: Afghanistan  Verenigde Staten

Taliban claimen neerhalen militair toestel met Amerikanen

Telegraaf 27.01.2020 De Taliban zeggen dat ze boven de Afghaanse provincie Ghazni een vliegtuig met Amerikaanse militairen hebben neergehaald. Afghaanse media berichtten dat volgens de Taliban alle mensen aan boord, onder wie hoge CIA-officieren, zijn omgekomen. Het is onduidelijk hoeveel mensen in het toestel zaten.

Anonieme militaire functionarissen in Washington hebben bevestigd dat een klein militair vliegtuig in Afghanistan is neergestort. Er zijn volgens de bronnen geen aanwijzingen dat het is neergeschoten. Er zouden minder dan tien mensen aan boord zijn geweest.

Afgaande op opgedoken beelden lijkt het te gaan om een relatief klein spionagevliegtuig, een Bombardier E-11A. Luchtvaartautoriteiten in Kabul hebben bevestigd dat „een vliegtuig dat geen vrachtvliegtuig was en kennelijk was bedoeld voor militaire operaties, in Afghanistan was opgestegen en is neergestort in gebied in het oosten van het land dat door de Taliban wordt beheerst.” Volgens politiebronnen vloog het van Kandahar naar Kabul.

Eerder maandag werd bekend dat er in Afghanistan een vliegtuig was neergestort, maar onduidelijk is wat voor toestel. Een vicepresident van het land beweerde aanvankelijk dat een groot passagiersvliegtuig van de nationale luchtvaartmaatschappij was neergestort.

BEKIJK OOK: 

VS bevestigen crash legervliegtuig in Afghanistan 

BEKIJK MEER VAN; bomaanslagen defensie spionage en geheime diensten Kabul Taliban

Taliban claimen neerhalen Amerikaans militair toestel boven Afghanistan

AD 27.01.2020 De taliban hebben vanmiddag het neerhalen van een Amerikaans militair toestel boven Afghanistan geclaimd. Daarbij zouden alle inzittenden, inclusief hoge officieren, zijn omgekomen. Het toestel voerde waarschijnlijk een verkenningsvlucht uit boven het oosten van het land. Het Pentagon weigert vooralsnog te reageren op de crash.

Anonieme militaire functionarissen in Washington hebben bevestigd dat een klein militair vliegtuig in Afghanistan is neergestort. Er zijn volgens de bronnen geen aanwijzingen dat het is neergeschoten. Er zouden minder dan tien mensen aan boord zijn geweest.

Luchtvaartautoriteiten in Kabul hebben bevestigd dat ‘een vliegtuig dat geen vrachtvliegtuig was en kennelijk was bedoeld voor militaire operaties, in Afghanistan was opgestegen en is neergestort in gebied in het oosten van het land dat door de Taliban wordt beheerst’. Volgens politiebronnen vloog het van Kandahar naar Kabul.

Onduidelijkheid

Aanvankelijk was er een hoop onduidelijkheid over het neergestorte vliegtuig. Lokale media meldden in eerste instantie dat het een passagiersvliegtuig van Ariana Afghan Arilines betrof, maar de luchtvaartmaatschappij ontkende dat.

Het toestel stortte vandaag rond 13.00 uur (lokale tijd) neer in de centraal gelegen provincie Ghazni ten zuidwesten van hoofdstad Kaboel, aldus een woordvoerder van de gouverneur. ,,Het toestel staat in brand en dorpelingen proberen de vlammen te doven,” vervolgt hij.

Afghaanse hulpdiensten zijn onderweg naar de plek van het ongeval. Het zou in het gebied aan de voet van het Hindu Kush-gebergte bitterkoud zijn, meldt persbureau AP. De regio waarin het toestel neerstortte is in handen van de taliban. Volgens de politie in Ghazni is het gebied ‘niet veilig’ door de aanwezigheid van opstandelingen.

Leden van het Afghaanse leger maken zich klaar om naar de plek van de vliegtuigcrash te vertrekken. © REUTERS

Amerikaans onderzoek

res7cuefox5 @res7cuefox5

RT <a href=”https://twitter.com/airlivenet?ref_src=twsrc%5Etfw”>@airlivenet</a>: The crashed plane in the east of Afghanistan looks to be a Bombardier E-11A from the US Air Force <a href=”https://t.co/MRZX3h7VxJ”>https://t.co/MRZX3h7VxJ</a> <a href=”https://t.co/WWQJCrATit”>

Taliban claimen neerhalen militair toestel Afghanistan

MSN 27.01.2020 De Taliban claimt een Amerikaans toestel te hebben neergehaald en zegt dat daarbij alle inzittenden zijn omgekomen. Het Amerikaanse leger doet onderzoek. Volgens Amerikaanse media zijn zeker twee piloten omgekomen.

Het toestel stortte maandag rond 13.10 uur (lokale tijd) neer in de provincie Ghazni ten zuidwesten van hoofdstad Kabul. Mogelijk vloog het tussen Kandahar en de hoofdstad Kabul. Het toestel stortte neer in gebied dat in handen is van de Taliban.

Op beelden die circuleren op sociale media is een Bombardier E-11A met het logo van de Air Force te zien. De Amerikaanse nieuwszender CBS News meldt op basis van Afghaanse bronnen dat de lichamen van twee piloten zijn gevonden. Of er meer doden zijn gevallen, is nog onduidelijk.

Logo Air Force

Op beelden op Twitter is een vliegtuig te zien dat het logo draagt van de Amerikaanse Air Force. Het is onduidelijk wat de oorzaak van de crash is en hoeveel mensen er aan boord waren. Het toestel E-11A wordt door het leger normaal gebruikt voor elektronische toezicht van Afghanistan vanuit de lucht.

Eerder werd gemeld dat het om een toestel van de Afghaanse vliegtuigmaatschappij Ariana Airlines zou gaan, maar dat wordt door de maatschappij zelf ontkent.

Op deze, nog niet geverifieerde beelden, zou het neergestorte toestel te zien zijn:

Lees ook:

Passagiersvliegtuig neergestort in Afghanistan

RTL Nieuws / AP; Vliegtuigongeluk  Taliban  Defensie  Afghanistan

Vliegtuig stort neer in Afghanistan, Taliban claimen veel doden

NOS 27.01.2020 In het oosten van Afghanistan is een vliegtuig neergestort. Dat gebeurde rond 13.00 uur lokale tijd in de provincie Ghazni, ten zuidwesten van de hoofdstad Kabul. Volgens de islamitische terreurbeweging Taliban gaat het om een toestel van de Amerikaanse luchtmacht, maar die informatie is nog niet bevestigd.

Een woordvoerder van de terreurbeweging zegt dat er door crash “veel” Amerikaanse militairen om het leven zijn gekomen, onder wie verschillende hoge officieren. Die informatie is nog niet bevestigd. De terreurgroep staat erom bekend aantallen slachtoffers vaak te overdrijven. Ook is niet duidelijk of de Taliban zelf achter de crash zitten, of dat het toestel door een andere oorzaak is neergekomen.

Een woordvoerder van het Amerikaanse leger wil tegenover het Amerikaanse persbureau AP nog niet reageren en zegt de zaak te onderzoeken. Op sociale media circuleert beeldmateriaal van wat mogelijk de restanten zijn van een militair vliegtuig dat de Amerikanen gebruiken om boven Afghanistan te surveilleren. De woordvoerder benadrukt dat het nog onduidelijk is om wat voor soort vliegtuig het gaat.

Nog veel onduidelijk

In eerste instantie werd over de crash gemeld dat het een vliegtuig zou zijn van Ariana Afghan Airlines, met aan boord mogelijk meer dan tachtig inzittenden. Volgens de directeur van de luchtvaartmaatschappij klopt dat niet. “Er was een crash, maar niet met een toestel van Ariana. De twee vliegtuigen die vandaag vlogen, zijn veilig aangekomen op hun bestemming.”

Het gebied is moeilijk bereikbaar door de vele bergen. De Taliban hebben een deel van de regio onder controle.

Eerste beelden van neergestort vliegtuig in Afghanistan Video

NU 27.01.2020 In het oosten van Afghanistan is maandag een militair vliegtuig van de Verenigde Staten neergestort. De Taliban claimt dat zij het toestel hebben neergehaald boven eigen grondgebied. Het is nog niet bekend of er overlevenden zijn.

Veel onduidelijkheid over neergestort vliegtuig in Afghanistan

NU 27.01.2020 Een vliegtuig is maandag neergestort in Afghanistan, melden lokale autoriteiten. Het is echter nog onduidelijk van welke luchtvaartmaatschappij het toestel is. Ook is nog niet bekend of er overlevenden zijn.

Volgens lokale media zouden er 83 inzittenden aan boord van het vliegtuig zijn. Het toestel stortte rond 13.10 uur neer in de provincie Ghazni. Dit gebied is in handen van de Taliban.

In eerste instantie meldden de lokale autoriteiten dat het ging om een Boeing van Ariana Afghan Airlines. De nationale vliegmaatschappij van Afghanistan ontkende dit echter. Het luchtvaartbedrijf liet weten geen toestel uit zijn vloot te missen.

Ook is nog onduidelijk om welke vlucht het gaat. In eerste instantie meldden de autoriteiten dat het gecrashte vliegtuig onderweg was van de westelijk gelegen stad Herat naar de hoofdstad Kaboel in het oosten van het land, maar deze berichten zijn nog niet bevestigd.

Eerste beelden van neergestort vliegtuig in Afghanistan

Lees meer over: Afghanistan  Boeing  Buitenland

Taliban: Geen sprake van plannen voor wapenstilstand in Afghanistan

AD 30.12.2019 Berichten dat de taliban gisteren zou hebben ingestemd met een tijdelijk staakt-het-vuren worden door de Afghaanse guerrillabeweging zelf tegengesproken. Een wapenstilstand zou de aanzet zijn voor een vredesverdrag met de Verenigde Staten. ‘Het feit is dat het Islamitische Emiraat van Afghanistan geen plannen heeft voor een staakt-het-vuren’, leest het vandaag in een verklaring.

Gisteren berichtten diverse media dat de hoogste taliban-raad het eens was geworden over een tijdelijke wapenstilstand. Een staakt-het-vuren was een van de eisen die Washington eerder stelde aan het bereiken van een vredesakkoord in Amerika’s langstlopende conflict (achttien jaar) en ’s werelds dodelijkste van het afgelopen jaar.

In september strandden eerdere besprekingen tussen de VS en de taliban, nadat de beweging een aanslag in Kaboel had opgeëist. Die bomaanslag kostte twaalf mensen het leven, waaronder dat van een Amerikaanse militair. Begin deze maand staken beide partijen in Qatar toch de koppen weer bij elkaar.

Lees ook;

Lees meer

Terugtrekking Amerikanen

Op 12 december kwamen de onderhandelingen weer stil te liggen na een nieuwe aanslag met een autobom op de grootste Amerikaanse basis in Afghanistan, de luchtmachtbasis in Bagram. Daarbij kwamen zeker 73 mensen om het leven. President Trump bezocht de basis in november nog.

De besprekingen over een wapenstilstand werden een week later weer hervat. Washington zou deze week plannen aankondigen om ongeveer 4000 manschappen uit Afghanistan terug te trekken. Ook de taliban heeft in de gesprekken aangegeven dat terugtrekking van de Amerikaanse soldaten een vereiste is voor vrede.

Nog wel instemmen

Persbureau AP meldde gisteren dat nog niet duidelijk was wanneer de aangekondigde wapenstilstand moest ingaan en hoe lang deze zou gaan duren. Het vermoeden was dat het om een periode van tien dagen zou gaan. Ook moest de taliban-leiding nog wel instemmen met het voornemen.

Vier leden van een onderhandelingsdelegatie van de taliban zouden vorige week met de hoogste raad hebben overlegd. De Amerikanen reageerden niet direct op de berichten over een staakt-het-vuren, hoewel zo’n afspraak een einde aan de achttien jaar durende operatie in Afghanistan zou kunnen betekenen.

‘Geen plannen’

De VS heeft op dit moment nog zo’n 12.000 troepen in Afghanistan. De terugtrekking uit het land is een verkiezingsbelofte van president Trump. Andere eisen van de VS zijn dat de taliban terreurorganisatie Al-Qaida verbiedt Afghanistan als basis te gebruiken en dat de raad in gesprek gaat met de zittende regering.

Vandaag laat de taliban in een verklaring weten dat er van een staakt-het-vuren geen sprake is. ,,De afgelopen dagen hebben sommige media valselijk gemeld dat er een wapenstilstand zou zijn’’, aldus de beweging. ,,Het feit is dat het Islamitische Emiraat van Afghanistan geen plannen van die aard heeft.’’

Nieuwe wapenstilstand in Afghanistan om vredesbesprekingen af te ronden

NU 29.12.2019 De Taliban is zondagavond akkoord gegaan met een nieuwe staakt-het-vuren in Afghanistan om de vredesbesprekingen met de Verenigde Staten te voltooien, meldt AP. Alleen het hoofd van de islamitische beweging moet zijn goedkeuring nog geven, maar dat wordt als een formaliteit gezien.

De exacte duur van de wapenstilstand is niet bekendgemaat maar naar verluidt gaat het om een periode van om en nabij de tien dagen.

Eerder deze maand hadden beide partijen de vredesbesprekingen over de toekomst van Afghanistan hervat. In september noemde de Amerikaanse president Donald Trump de gesprekken “dood” nadat de Taliban meerdere aanslagen in de Afghaanse hoofdstad Kaboel had gepleegd, waarbij een Amerikaanse soldaat om het leven kwam.

Trump wil belangrijke verkiezingsbelofte inlossen

Trump wil de strijdbijl met de Taliban zo snel mogelijk begraven met het oog op de presidentsverkiezingen in 2020. Het beëindigen van de langste oorlog uit de historie van de VS gold bij de laatste verkiezingen in 2016 als een van zijn belangrijkste verkiezingsbeloftes.

Amerikaanse soldaten zijn al zo’n achttien jaar gestationeerd in het land en de oorlog zou de VS al zo’n 2 duizend miljard dollar hebben gekost. Momenteel zouden er nog zo’n 12.000 Amerikaanse soldaten in Afghanistan actief zijn.

Een van de grote struikelblokken bij de onderhandelingen is de eis van de VS dat de Taliban straks in gesprek moet met de door VS gesteunde Afghaanse regering. Momenteel weigert de islamitische beweging enig contact. Ook moet de Taliban laten zien dat zij de veiligheid in het land kunnen bewaren als alle buitenlandse troepen vertrekken.

Taliban-militanten hadden eerder op de zondag nog een aanslag gepleegd waarbij zeventien mensen om het leven kwamen, aldus AP. In de laatste week werd nog een Amerikaanse soldaat gedood bij gevechten in de provincie Kunduz en werden zeventien Afghaanse soldaten gedood bij vuurgevechten.

Lees meer over: Afghanistan  Taliban  Verenigde Staten  Donald Trump  Buitenland

Afghaanse troepen in gebied dat recent nog in handen was van de Taliban EPA

Taliban akkoord over staakt-het-vuren in Afghanistan

NOS 29.12.2019 De hoogste raad van de Taliban is het eens geworden over een staakt-het-vuren in Afghanistan, waarmee toegewerkt kan worden naar een vredesverdrag met de Verenigde Staten.

Het is onduidelijk wanneer de wapenstilstand moet ingaan. Ook hebben de Amerikanen nog niet gereageerd op het nieuws uit Afghanistan.

Het staakt-het-vuren was een van de eisen van Washington voor een vredesverdrag. De Amerikanen onderhandelen al maanden met de Taliban over vrede. Die gesprekken leken in september gestrand na een aanslag in Kabul die werd opgeëist door de Taliban, maar begin deze maand gingen de partijen toch weer met elkaar om de tafel.

De Taliban – wie zijn dat eigenlijk?

De VS wil dat de Taliban beloven om het geweld in Afghanistan te verminderen en stoppen met het toestaan dat terreurorganisaties als Al-Qaida het land gebruiken als uitvalsbasis. Verder eist de VS dat de Taliban directe gesprekken gaan voeren met de Afghaanse regering over de toekomst van het land. De Taliban hebben dat altijd geweigerd.

Andersom willen de Taliban dat de Amerikanen hun 12.000 soldaten na achttien jaar terugtrekken uit het land. Het voorgenomen staakt-het-vuren maakt dat op papier mogelijk, waarmee een einde kan komen aan de langste oorlog in de geschiedenis van het Amerikaanse leger.

Bekijk ook;

Gekidnapte vredesactivisten Afghanistan weer vrij

NOS 26.12.2019 Een groep gekidnapte vredesactivisten in Afghanistan is vrijgelaten. De 27 leden van de People’s Peace Movement (PPM) werden dinsdag ontvoerd, vermoedelijk door de Taliban.

Volgens een leider van de Afghaanse vredesorganisatie liep hun konvooi in een hinderlaag in de provincie Farah, in het westen van het land. De daders dwongen het konvooi van zes auto’s tot stoppen en reden met de inzittenden naar een onbekende locatie.

De Taliban zeggen dat de PPM wordt gefinancierd door de Afghaanse overheid, maar de activisten ontkennen dat. In oktober werden zes activisten van de PPM ontvoerd door de Taliban. Ook die waren na korte tijd weer vrij.

Onderhandelingen

De PPM zet zich in voor een staakt-het-vuren in het door geweld geteisterde Afghanistan, dat ongeveer voor de helft in handen is van de Taliban.

Begin deze maand werden de onderhandelingen over vrede tussen de Taliban en de Verenigde Staten weer opgestart. In september leek een akkoord ophanden, maar president Trump stopte de gesprekken na een aanslag in Kabul die werd opgeëist door de Taliban.

De Taliban – wie zijn dat eigenlijk?

Bekijk ook;

27 door taliban ontvoerde vredesactivisten vrijgelaten in Afghanistan

AD 26.12.2019 In Afghanistan zijn 27 vredesactivisten vrijgelaten nadat zij dinsdag waren gekidnapt, meldt de BBC vandaag. Het gaat om leden van de People’s Peace Movement (PPM), die door de taliban werden ontvoerd toen zij de provincie Farah binnengingen.

De activisten reden in zes auto’s toen zij, in het district Bala Buluk, werden tegengehouden op een hoofdweg. De taliban stapte in de voertuigen en reed het konvooi naar een onbekende locatie. Volgens PPM zelf was het de vierde keer dat leden van de groep werden ontvoerd door de taliban.

De taliban is van mening dat de PPM, die van dorp naar dorp reed om actie te voeren voor de vrede, gefinancierd wordt door de Afghaanse regering. De beweging zelf ontkent dat. De taliban claimde niet de verantwoordelijkheid voor de ontvoering.

Leden van de PPM houden sinds begin vorig jaar protestmarsen in verschillende gebieden in Afghanistan en eisen een staakt-het-vuren. Door de acties krijgen ze nationaal, maar ook internationaal veel steun. Lokale stamhoofden hebben onderhandeld met de taliban voor de vrijlating van de activisten.

Amerikaanse militair komt om in Afghanistan, Taliban eist aanval op

Telegraaf 23.12.2019 Een Amerikaanse soldaat is tijdens gevechten in Afghanistan omgekomen. Dat laat het Amerikaanse leger weten. De Taliban claimen een aanval te hebben uitgevoerd waarbij de militair zou zijn gesneuveld. Ook zouden ze diverse Amerikaanse en Afghaanse troepen hebben verwond.

In een WhatsApp-bericht stelt een woordvoerder van de Taliban dat strijders „een Amerikaans voertuig in het Char Dara district in Kunduz hebben opgeblazen.”

Het afgelopen jaar zijn meer dan tien buitenlandse militairen omgekomen in Afghanistan. Ongeveer 20.000 buitenlandse troepen, waarvan de meeste afkomstig zijn uit de VS, zijn in Afghanistan als onderdeel van een NAVO-missie om Afghaanse troepen te trainen, helpen en te adviseren.

BEKIJK MEER VAN; terreurdaad terrorisme internationale militaire interventie Afghanistan Taliban

23 soldaten gedood bij aanslag Afghanistan

Telegraaf 14.12.2019 Bij een aanslag op een militaire basis in de provincie Ghazni zijn 23 Afghaanse soldaten om het leven gekomen, meldden de autoriteiten zaterdag. De provincie ligt in het zuidoosten van Afghanistan.

De Taliban hebben de aanslag opgeëist en claimen 32 soldaten te hebben gedood, maar dat aantal kan niet worden bevestigd. Zij zouden bij de militaire eenheid zijn geïnfiltreerd, omdat het Afghaanse leger een personeelstekort heeft en nauwelijks mogelijkheden om nieuwe rekruten te screenen.

Bekijk meer van; bomaanslagen terrorisme Kabul Afghanistan Ghazni Taliban

Oorlog in Afghanistan niet te winnen? Tweede Kamer wil een debat

NOS 10.12.2019 “Het Amerikaanse volk is voortdurend voorgelogen.” Dat is de stevige conclusie van de voorzitter van het instituut dat heeft onderzocht of het Amerikaanse geld voor de strijd in Afghanistan goed wordt besteed. Het onderzoek moest eigenlijk geheim blijven, maar gisteren publiceerde The Washington Post erover.

Uit 400 interviews met hoge militairen en ambtenaren, komt het beeld naar voren dat bij betrokkenen al vanaf het begin duidelijk was dat de oorlog niet te winnen was. “Ongelooflijk, schokkend, heftig, heel groot”, zijn woorden die SP-Kamerlid Karabulut in de mond neemt over het onderzoek dat door The Washington Post The Afghanistan Papers wordt genoemd. Dat is een verwijzing naar de Pentagon Papers uit 1971, waaruit bleek dat het Amerikaanse volk en het Congres werden voorgelogen over het verloop van de Vietnamoorlog.

Alle drie de presidenten (Bush jr., Obama, Trump) die de VS de afgelopen achttien jaar heeft gehad, zouden hebben geweten dat een stabiel Afghanistan onmogelijk was. “Het is ongelooflijk dat president na president hiervan wist”, zegt Karabulut. “Het is voor ons de vraag of dat ook geldt voor kabinet na kabinet. Zijn wij ook voorgelogen?”

Het SP-Kamerlid heeft vandaag een debat over de kwestie aangevraagd en kreeg daarbij steun van vrijwel de hele Tweede Kamer. “Eerlijke overheidscommunicatie is enorm belangrijk, zeker bij militaire missies”, stelt D66’er Sjoerdsma. “We moeten realistisch zijn over wat op korte termijn bereikt kan worden en de overheid moet daarover transparant rapporteren.”

Verjaagd, niet verslagen

De oorlog in Afghanistan begon in 2001, toen een coalitie onder leiding van de VS het land binnenviel. Directe aanleiding waren de aanslagen van 11 september. Het Afghaanse Taliban-regime bood onderdak aan het brein achter die aanslagen, Osama bin Laden. Het regime werd al snel verjaagd, maar nooit echt verslagen.

Tot op de dag van vandaag zijn er duizenden buitenlandse militairen in het land. Onder hen ook Nederlanders. In totaal zijn er sinds 2002 zo’n 29.000 Nederlandse militairen uitgezonden geweest, van wie er 25 zijn omgekomen. Op dit moment zitten er nog zo’n 160 Nederlanders in het noorden van het land. De strijd heeft Nederland naar schatting miljarden gekost.

“Opnieuw is gebleken hoe makkelijk het is om je in een oorlog te storten”, zegt PVV-Kamerlid De Roon. “En hoe moeilijk het is om je er weer uit te wurmen met goed fatsoen. Nederland zit ook met zijn vingers tussen de deur.” VVD-Kamerlid Bosman wil inhoudelijk niet reageren op The Afghanistan Papers. Hij wil eerst weten wat het kabinet ervan vindt.

In een reactie op het artikel van The Washington Post zegt minister Bijleveld van Defensie dat “de veiligheidssituatie in Afghanistan altijd ingewikkeld is geweest en nog steeds niet stabiel is”. Dat is volgens haar de reden dat Nederland er nog steeds aanwezig is en de missie heeft verlengd tot eind 2021. “We kijken daarbij niet naar een einddatum, maar naar een eindsituatie, namelijk dat Afghanistan weer in staat is voor haar eigen veiligheid te zorgen.”

The Afghanistan Papers bevestigen wat ik onlangs merkte toen ik de troepen daar bezocht”, zegt SP-Kamerlid Karabulut. “Het is daar nog steeds niet veilig, terwijl de oorlog met zijn achttien jaar inmiddels al volwassen is. Ik vraag al jaren aan het kabinet: wordt het nou veiliger? Maar het werd dus nooit veiliger.”

Terwijl veiligheid na het verjagen van de Taliban wel de insteek leek te zijn. Er werden scholen gebouwd, wegen aangelegd, verkiezingen georganiseerd, en duizenden en duizenden Afghaanse agenten en militairen getraind, onder meer door de Nederlanders. Toch werd het nooit echt een veilig land. Tot op de dag van vandaag zijn aanslagen aan de orde van de dag en winnen de Taliban aan terrein.

Wie zijn de Taliban eigenlijk en wat willen ze?

De Taliban – wie zijn dat eigenlijk?

Volgens Afghanistan-expert Olivier Immig was veiligheid helemaal nooit het hoofddoel. “Het is mij volstrekt duidelijk dat het Westen altijd een ander doel heeft gehad dan het helpen van de Afghanen. Het ging over Osama bin Laden, over partnerschappen tussen landen, over het redden van de NAVO, over vijandschappen zoals met Rusland.”

En dat geldt ook voor ons land, denkt Immig. “Nederlandse deelname ging over onze vriendschap met de VS.”

Toch vindt hij het te ver gaan om te zeggen dat er de afgelopen achttien jaar niets goeds is gebeurd. “Miljoenen kinderen zijn de afgelopen jaren naar school gegaan. Zij hebben iets anders meegekregen dan het traditionele koranonderwijs. Die kinderen weten nu wat meer van de wereld. Dat is positief, in westerse ogen in ieder geval.”

Grotere ambities zijn niet echt waargemaakt, vindt Immig. En dat blijkt ook uit de woorden van een diplomaat die wordt aangehaald in The Afghanistan Papers. “We vallen arme landen niet binnen om ze rijk te maken. We vallen autoritaire landen niet binnen om ze democratisch te maken. We vallen gewelddadige landen binnen om ze vreedzaam te maken. En we hebben duidelijk gefaald in Afghanistan.”

Vredesoverleg

Ondertussen zijn de VS en de Taliban aan het onderhandelen over vrede. President Trump heeft meermaals gezegd dat hij graag weg wil uit het land. Op dit moment zijn er nog zo’n 13.000 Amerikaanse militairen in Afghanistan. De VS wil dat de Taliban beloven om het geweld te verminderen.

Dat er wordt gesproken over een vredesverdrag noemt Afghanistan-expert Immig onzinnig. “De Taliban worden de baas of ze vechten door totdat ze dat zijn.” Volgens hem hebben ze een prima kans om uiteindelijk aan het langste eind te trekken. “De Taliban hoeven niet zoveel, ze hebben niet zoveel, ze kunnen zich goed verschuilen en ze hebben een ideologie waar ze voor willen sterven.”

Bekijk ook;

Amerikanen jarenlang voorgelogen: ‘We wisten niet wat we in Afghanistan deden’

AD 10.12.2019 De VS boekte vooruitgang in de oorlog in Afghanistan, hielden generaals, ministers, diplomaten en ambtenaren jarenlang vol. Ze wisten wel beter, bevestigen documenten. De Washington Post wist een serie vertrouwelijke interviews op de kop te tikken die een onthutsend beeld schetsen van de manier waarop de Amerikaanse overheid de bevolking misleidde.

Onder zowel de presidenten Bush, Obama als Trump is de situatie in Afghanistan voortdurend rooskleuriger voorgesteld dan die was. Ambtenaren, politici en hoge militairen wisten ondertussen heel goed dat de Amerikanen hun oorlog tegen de Taliban niet konden winnen, terwijl ze grote sommen geld verspilden en Afghanistan alleen maar onveiliger en corrupter werd.

De documenten zijn opgesteld door onderzoekers die in opdracht van de overheid bestudeerden welke fouten zijn gemaakt in Afghanistan. Hun rapporten werden eerder openbaar, maar harde kritiek die werd geuit in interviews die ze afnamen niet. De Washington Post wist in de rechtbank 2000 pagina’s aan uitgewerkte gesprekken te bemachtigen.

Lees ook;

‘VS misleidden publiek jarenlang over oorlog in Afghanistan’

Lees meer

Amerikaanse troepen tijdens een trainingssessie van Afghaanse soldaten in Herat. © EPA

‘Afghanistan niet begrepen’

We begrepen Afghanis­tan niet, we wisten niet wat we deden, aldus Generaal Douglas Lute, Leider Afghanistan-beleid VS .

Meer dan 400 generaals, diplomaten, hulpverleners en Afghaanse ambtenaren vertellen daarin wat misging. ,,We begrepen Afghanistan niet. We wisten niet wat we deden”, zei bijvoorbeeld generaal Douglas Lute, die de leiding had over het Afghanistan-beleid in de regeringen van Bush en Obama.

De VS viel in 2001 Afghanistan binnen om wraak te nemen voor de aanslagen op de Twin Towers in New York. De man daarachter, Osama bin Laden, verschool zich in Afghanistan. De VS wilde voorkomen dat het Taliban-regime meer terroristen de ruimte zou geven. Diverse Navo-bondgenoten, waaronder Nederland, sloten zich bij de inval aan.

De Amerikaanse president Donald Trump tussen soldaten tijdens een verrassingsbezoek aan Afghanistan in november. © AFP

Voortdurend voorgelogen

Inmiddels is de strijd de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis. De regering Trump onderhandelt op dit moment met de Taliban, en overweegt de 13.000 Amerikaanse militairen in Afghanistan deels terug te trekken. Al eerder schetsten onderzoeksjournalisten en getuigen in hoorzittingen in het Congres het falen en manipuleren van feiten in Afghanistan. Nu publiceert de Washington Post de kritiek die direct betrokkenen binnenskamers uitten. ,,Het Amerikaanse volk is voortdurend voorgelogen”, oordeelt de inspecteur-generaal die de interviews leidde, John Sopko.

Statistieken werden gemanipuleerd, stelden diverse geïnterviewden, zodat het leek alsof de VS aan de winnende hand was. En als de cijfers slecht waren, hielden het Witte Huis en het Pentagon vol dat ze eigenlijk een gunstige betekenis hadden – meer Amerikaanse doden door zelfmoordacties betekende dan bijvoorbeeld dat de Taliban te laf waren om te vechten. ,,De waarheid was zelden welkom”, zei een kolonel, Bob Crowley.

Kogelinslagen in de ramen van een gepantserd Amerikaans legervoertuig. © AFP

‘Geen enkel verschil’

We doodden zo veel mensen en het maakte geen enkel verschil,aldus Michael Flynn, Ex-baas militaire inlichtingendienst .

Een belangrijke bron is Michael Flynn, ex-baas van de militaire inlichtingendienst van de internationale troepenmacht in Afghanistan en als adviseur nationale veiligheid van president Trump al snel ontslagen. Het ontbrak overheidsmedewerkers aan de moed om de waarheid te vertellen, zei hij. ,,Een tijdje voelde ik me misschien goed over operationeel succes, maar na 2006 was dat voor mij irrelevant, want we doodden zo veel mensen en het maakte geen enkel verschil.”

In de strijd in Afghanistan kwamen 2300 Amerikanen om, en raakten ruim 20.000 militairen gewond. Meer dan 50.000 Afghaanse veiligheidsmensen zijn omgekomen sinds zij in 2014 officieel de leiding kregen. Sinds 2001 heeft de Amerikaanse overheid volgens een schatting van Brown University bijna een biljoen (een 1 met twaalf nullen) dollar uitgegeven aan Afghanistan, nog zonder de kosten van de CIA en zorg voor veteranen.

Amerikaanse militairen bij het lichaam van een bij een zelfmoordaanslag omgekomen Afghaan. © AFP

Corruptie aangewakkerd

,,Ons beleid was om een sterke centrale overheid te creëren, wat idioot was, want Afghanistan kent historisch geen sterke centrale overheid”, zei een medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken over mislukte pogingen van stammenland Afghanistan een democratie te maken. ,,Het tijdspad om een sterke centrale overheid te creëren is 100 jaar, en die hadden we niet.”

Politici en beleidsmakers bleven maar geld sturen voor scholen, bruggen en wegen, met het idee dat het de stabiliteit ten goede zou komen, schetsen hulpverleners in de interviews. Ze klagen dat ze het geld niet uitgegeven kregen, en dat al die dollars corruptie aanwakkerden waar de VS vervolgens weinig aan deed. ,,Ons grootste project, triest genoeg en onbedoeld, kan wel eens de ontwikkeling van massale corruptie zijn,” zei Ryan Crocker, voormalig ambassadeur in Kabul.

De interviews doen veel analisten denken aan de Vietnamoorlog in de jaren zestig. In 1971 kwamen explosieve documenten over die oorlog boven water die ook toonden dat de overheid het publiek om de tuin geleid had, de beroemde Pentagon Papers. Een woordvoerder van het ministerie van defensie stelt nu dat ‘het niet de bedoeling’ was om het Congres of het publiek te misleiden over Afghanistan. ,,De meeste personen die zijn geïnterviewd hebben het voordeel dat ze achteraf praatten.”

Amerikaanse soldaten op een bergrand houden gebied in de gaten tijdens een bezoek van Navo-generaal Scott Miller. © AFP

Zo’n 12.000 Amerikaanse militairen werden in Afghanistan gestationeerd voor operatie Resolute Support. © EPA

Een militair op wacht bij een controlepunt in Jalalabad. © EPA

Regering VS gaf jarenlang onrealistisch beeld van oorlog Afghanistan

NU 09.12.2019 De Amerikaanse regering heeft jarenlang de Amerikaanse bevolking voorgelogen over hoe het er daadwerkelijk aan toeging tijdens de oorlog in Afghanistan, meldt The Washington Post maandag op basis van opgevraagde overheidsdocumenten.

Functionarissen van de Amerikaanse regering schetsten met valse beweringen een veel rooskleuriger beeld van de oorlog, terwijl zij eigenlijk al wisten dat deze niet te winnen was. Dat blijkt uit 2.000 pagina’s aan aantekeningen van interviews met mensen die een directe rol speelden tijdens de oorlog, van diplomaten tot generaals tot hulpverleners.

The Washington Post kreeg de documenten in bezit na een juridische strijd van drie jaar met de Amerikaanse regering.

De oorlog in Afghanistan begon achttien jaar geleden op 7 oktober 2001 als een reactie op de aanslagen in New York op 11 september 2001. Het oorspronkelijke doel was om terreurgroep Al-Queda aan te vallen, die een thuis werd geboden door de Afghaanse Taliban. Hoewel het Talibanregime vrij snel verslagen was, bleef de VS in Afghanistan gestationeerd om het Afghaanse leger en politie op te leiden.

Nederland was ook onderdeel van de missie in Afghanistan en leverde onder meer personeel en materiaal om de plaatselijke politie te trainen.

‘We hadden geen idee wat we aan het doen waren’

Sinds het begin van de oorlog zijn ruim 775.000 Amerikaanse soldaten ingezet in Afghanistan, waarbij 2.300 Amerikaanse doden en 20.589 gewonden vielen. Ook vielen er 62.000 Afghaanse militaire doden en lopen de cijfers over Afghaanse burgerdoden uiteen van 38.000 tot 170.000 doden.

“We hadden geen idee wat we aan het doen waren”, aldus een generaal die tijdens het presidentschap van Bush en Obama in Afghanistan gestationeerd was. “Als het Amerikaanse volk eens op de hoogte zou zijn van deze disfunctie… 2.300 levens zijn er verloren.”

In de interviews stellen meerdere Amerikaanse overheidsfunctionarissen dat hun oorlogstrategieën fataal tekortschoten en dat er enorm veel geld werd verspild om Afghanistan om te vormen naar een moderne staat. Het Ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling hebben gezamenlijk sinds 2001 tussen de 934 en 978 miljard dollar uitgegeven aan de oorlog.

Amerikaanse bevolking werd opzettelijk misleid

De geïnterviewden geven verder aan dat de Amerikaanse regering opzettelijk de bevolking misleidde. “Alle data werd aangepast om een zo mooi mogelijk beeld te schetsen”, aldus een legerkolonel.

“Wat hebben we nou gekregen voor deze inspanning van bijna 1 biljoen?”, vraagt een voormalig militair van het Amerikaanse elitekorps zich af. “Na de dood van Osama Bin Laden zei ik dat Osama ons waarschijnlijk vanuit zijn zeemansgraf uitlacht om de bedragen die we in Afghanistan hebben uitgegeven.”

Zie ook: Al 18 jaar oorlog in Afghanistan: ‘Ruim 3,7 miljoen kinderen geen onderwijs’

Lees meer over: Afghanistan  Verenigde Staten  Buitenland 

december 12, 2019 Posted by | 2e kamer, aanslag, afganistan, dreiging, is, isis, islam, Kunduz, politiek, Rutte 3, sp, terreurdreiging, terrorisme, veiligheid | , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 6

De nog veel langere arm van Erdogan in IS-gebied, Syrië, Irak en verder !! – deel 12 – de nasleep

Hoger beroep

De Rechtbank in Den Haag bepaalde maandag 11.11.2019 dat de Nederlandse staat zich moet inspannen om 56 kinderen uit kampen in Syrië terug te halen.

Het Kabinet gaat echter in hoger beroep tegen de uitspraak die Nederland verplicht zich maximaal in te spannen om de 56 IS-kinderen van Nederlandse IS-reizigers terug te halen. Dat schrijven minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dinsdag 12.11.2019 in een brief aan de Tweede Kamer.

De rechtbank in Den Haag bepaalde maandag 11.11.2019 dat de Nederlandse staat een inspanningsverplichting heeft binnen veertien dagen de kinderen van vrouwen die naar IS-gebied in Syrië of Irak zijn gereisd, terug te halen. Ook als er beroep zou worden ingesteld. Deze verplichting geldt niet voor de vrouwen zelf. Het kort geding was aangespannen door 23 vrouwen die naar Syrië of Irak waren afgereisd, die samen 56 kinderen hebben.

Het standpunt van het kabinet is nog altijd dat IS-strijders in de regio berecht moeten worden. Vooral VVD en CDA blijven tegen terugkeer. Wat de kinderen betreft moet het kabinet dat beleid aanpassen, vind de rechter in Den Haag. De meeste kinderen zijn nog onder de twaalf jaar oud en hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit.

Uitspraak rechter in Nederland

Ze leven in een acute noodsituatie, onder erbarmelijke omstandigheden. Nederland moet binnen twee weken er daarom alles aan doen om 56 IS-kinderen terug te halen, zo oordeelde de rechter maandag 11.11.2019 in een kort geding.

Telegraaf 30.12.2019

Hoe nu verder?

AD 30.12.2019

AD 15.11.2019

Hoe groot is de kans dat de kinderen over twee weken in Nederland zijn?

Niet heel groot. Met name omdat er nog tal van zaken opgelost moeten worden voordat de kinderen daadwerkelijk teruggehaald kunnen worden. Zo is het kort geding aangespannen door 23 IS-vrouwen. Zij willen ook gerepatrieerd worden. Dat maakt de zaak aanzienlijk complexer. Nederland hoeft de vrouwen namelijk niet terug te halen, zo oordeelde de voorzieningenrechter. “Zij zijn welbewust naar Syrië of Irak gegaan om zich aan te sluiten bij IS, een terroristische organisatie”.

AD 11.01.2020

AD 06.12.2019

Het vonnis van de rechter:

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Volgens de advocaten van de vrouwen willen de Koerdische milities de kinderen alleen niet scheiden van hun moeders. Als dat klopt, moet Nederland ook pogen de vrouwen terug te halen, aldus de rechter. Dat druist in tegen het kabinetsbeleid. Het kabinet wil dat Nederlandse IS’ers in de regio zelf berecht worden. Daardoor lijkt de zaak enkel in een stroomversnelling te kunnen komen als de Koerdische milities óf het kabinet op korte termijn radicaal wijzigt van standpunt.

Hoe verloopt het terughalen in de praktijk?

De kinderen moeten, eventueel met hun moeders, worden opgehaald uit overvolle detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Volgens de Nederlandse Staat is dat onveilig gebied, waar Nederland geen zeggenschap heeft. Om die reden wil Nederland enkel IS’ers repatriëren als ze zich hebben gemeld bij een Nederlandse ambassade of consulaat.

De Amerikanen hebben aangeboden te helpen met de repatriëring van Nederlanders in de Syrische kampen. Een hulpverzoek neerleggen bij de VS zou onder de “inspanningsverplichting” kunnen vallen die door de rechter aan de Staat is opgelegd. Hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, benadrukt dat die term juridisch alleen niet heel streng is. “Er is geen resultaatverplichting. Daarom is er bijvoorbeeld ook geen dwangsom opgelegd.”

Telegraaf 26.11.2019

Verder benadrukt de rechter dat Nederland geen “substantiële veiligheidsrisico’s” hoeft te nemen bij het terughalen. De inspanningsverplichting is op die manier breed te interpreteren en het is volgens Schilder moeilijk te controleren of Nederland zich voldoende heeft ingespannen de kinderen terug te halen. “De rechter zal zich daar niet snel aan willen branden, omdat hij niet op de stoel van de politiek wil zitten.”

AD 23.11.2019

AD 23.11.2019

Is de uitspraak definitief?

Nee. De Staat kan net als in soortgelijke zaken in België en Duitsland nog in hoger beroep. De uitspraak verdeelt de politiek. Als het aan de VVD ligt wordt er hoe dan ook doorgeprocedeerd en het CDA noemt de uitspraak “risicovol”, terwijl hun coalitiepartners D66 en ChristenUnie juist tevreden reageren. Premier Rutte liet enkel weten de uitspraak “te bestuderen”.

AD 22.11.2019

‘Volstrekt unieke zaak’

“Volstrekt uniek”, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens hem zal het verloop van de zaak belangrijk zijn voor soortgelijke zaken in de toekomst. “Mensen vroegen me vooraf ook wat ik verwachtte van de uitspraak. Ik had werkelijk geen idee. Er is geen precedent.”

Nederland haalde eerder al wel twee weeskinderen van IS’ers terug uit het noordoosten van Syrië. Maar dat was met hulp van Frankrijk en daarbij waren verder geen volwassenen IS’ers bij betrokken. In Duitsland en België oordeelden rechters eerder ook al dat IS-kinderen opgehaald moeten worden, inclusief moeders. In beide landen is de Staat in hoger beroep gegaan.

Als er hoger beroep wordt aangetekend, is de kans sowieso klein dat de kinderen op korte termijn worden teruggehaald. “En als ze dan doorgaan tot de Hoge Raad ben je zo jaren verder”, zegt hoogleraar Schilder. Over het terughalen van IS’ers is veel discussie onder experts.

Turkije stuurt de IS-strijders terug

Turkije begon maandag 11.11.2019 met het terugsturen van opgepakte strijders van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Zo luidt althans het dreigement van de Turkse minister van Binnenlandse Zaken.

Wat betekent deze aankondiging voor Nederland?

Vijf vragen;

Komen polderjihadisten nu massaal terug?

Nee. Ten eerste is het nog afwachten of Turkije de daad bij het woord voert. Ten tweede leek de minister met name te doelen op IS-strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië, tijdens de militaire operatie daar. Onbekend is of daar Nederlanders bij zitten.

Er zitten wel Nederlandse Syriëgangers in een Turkse cel, maar dat is slechts een handvol. Loes F. uit Geleen en Souad D. uit Franeker zijn twee jihadvrouwen die al langer in de cel zitten en terug willen. Ook Xaviera Rose-Claire S. uit Apeldoorn zit vast in Turkije. Ruim een week geleden meldden zich nog twee Nederlandse vrouwen bij de Nederlandse ambassade in Ankara, in de hoop terug te keren. In totaal gaat het om naar schatting een zevental Nederlandse jihadisten, onder wie ook twee of drie mannen.

Bekijk ook: 

Turkse minister: Turkije begint maandag met terugsturen IS’ers 

Terugsturen, hoe gaat dat?

Er zijn al eerder nederjihadisten overgevlogen uit Turkije naar Nederland. Reda N. en Oussama A. kwamen met een gewoon lijnvliegtuig, maar onder begeleiding van de marechaussee. Na aankomst op Schiphol werden ze aangehouden en afgevoerd naar de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught.

En wat als hun paspoort is afgepakt?

Een van de twee dames die zich een week geleden meldden op de Nederlandse ambassade, heeft alleen nog maar de Marokkaanse nationaliteit. Dat betekent echter niet dat ze niet teruggestuurd kan worden naar Nederland. Wel dat ze, als ze is berecht en haar straf heeft uitgezeten, het land uit wordt gezet.

Wat voor straffen krijgen ze hier?

De straffen voor vrouwen komen neer op zo’n anderhalf tot twee jaar cel. Voor mannen, van wie de kans veel groter is dat ze hebben gevochten of zich schuldig hebben gemaakt aan gruwelen, is een jaar of zes de norm. Vorig jaar kreeg de Utrechtse strijder Oussama A. 7,5 jaar omdat hij had gesold met het lijk van een IS-slachtoffer. Zijn vriend Reda N. kwam er vanaf met 4,5 jaar omdat bij hem hard bewijs ontbreekt dat hij gruweldaden heeft begaan.

En hoeveel IS’ers zitten er nog aan te komen?

Voor Nederland is de flinke groep IS- vrouwen in de Koerdische kampen in Noord-Syrië van groter belang dan die nu al in een Turkse cel zitten. Het gaat om zo’n vijftien mannen en veertig vrouwen plus tegen de honderd kinderen met een Nederlandse link. Het kabinet staat onder steeds grotere druk om hen terug te halen naar Nederland. Maandag 18.11.2019 doet de kortgedingrechter daarover uitspraak.

Telegraaf 30.12.2019

Dossier terugkeer-is Elsevier

Dossier IS-terugkeerders NRC

lees: Uitspraak kort geding tegen de Staat namens 23 vrouwen en 56 kinderen 12.11.2019

Zie ook: De nog veel langere arm van Erdogan en verder nog meer !! – deel 11

Zie ook: Nieuwe hoop Kinderpardon versus Asielbeleid !!! ???

Zie ook: Verhoogde dreiging door aanslagen en extremisme – deel 16

Zie ook: Van Hoofddoekjes, Burka’s, kruizen en Boerkini’s – deel 11 – nasleep

Zie ook: Religie in de 21e eeuw

zie ook: IS versus Beeldenstorm 21e eeuw

Zie ook: De dreiging der Kruistochten in de 21e eeuw

Zie ook: Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 8

Zie ook: Kabinet Rutte 2 en 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 7

Zie ook: Terugblik Jason W. Hofstadgroep Laakse Antheunisstraat

Zie ook: Dreigen er terroristische acties van ISIS-activisten ook in Den Haag ??? deel 2

Hoge Raad behandelt cassatie over terughalen vrouwen uit Syrië versneld

NU 10.01.2020 De Hoge Raad heeft vrijdag bekendgemaakt de cassatie in de zaak over het terughalen van Nederlandse vrouwen en hun kinderen uit Syrië versneld te behandelen.

“Dit gebeurt op verzoek van hun advocaat, in verband met de spoedeisendheid van de vordering”, zo laat de Hoge Raad weten.

De rechtbank oordeelde eerder dat de Nederlandse Staat zich moet inspannen om de 56 kinderen en hun negentien moeders terug te halen, maar dat vonnis werd in het hoger beroep vernietigd. De advocaat van de vrouwen is in cassatie gegaan.

Aan de Hoge Raad is vanwege de nijpende situatie van de vrouwen en kinderen verzocht om de zaak voor het einde van januari te behandelen, maar dit gaat niet lukken. “De Hoge Raad is cassatierechter en heeft mede tot taak het bewaken van de rechtseenheid en de ontwikkeling van het recht. Hij heeft daardoor – anders dan een rechtbank of een gerechtshof in kort geding – minder mogelijkheden om met de spoedeisendheid van een zaak rekening te houden.”

Wel heeft de Hoge Raad kans gezien de normale termijnen wat in te korten. Zo wordt de termijn voor de schriftelijke uitwisseling van stukken bijvoorbeeld op zes weken in plaats van drie maanden gesteld.

Voor de zomer wordt definitief uitspraak gedaan.

Zie ook: Advocaat: Staat vertraagt cassatie in zaak IS-vrouwen terwijl nood hoog is

Lees meer over: Syriëgangers  Binnenland

Hoge Raad: voor de zomer uitspraak over terughalen IS-vrouwen en -kinderen

NOS 10.01.2020 De Hoge Raad verwacht voor de zomer een uitspraak te doen over het terughalen van IS-vrouwen en hun kinderen. Op verzoek van hun advocaten is de procedure enigszins versneld, maar de uitspraak is maanden later dan waar de advocaten op hadden gehoopt.

De zaak draait om 23 IS-vrouwen en 56 kinderen. Begin november bepaalde de rechtbank dat Nederland zich moet inspannen om de kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noorden van Syrië.

De ministers Blok en Grapperhaus gingen hiertegen in beroep, waarna het gerechtshof later in november de uitspraak terugdraaide. Volgens het hof is het aan de politiek en niet aan de rechter om te beslissen of de vrouwen en kinderen worden teruggehaald.

Voor einde winter

Hierop gingen de advocaten van de vrouwen en kinderen in cassatie. Ook verzochten ze de Hoge Raad om de zaak met spoed te behandelen, waarbij ze hoopten op een uitspraak in januari, of in elk geval voor het einde van de winter.

De Hoge Raad maakte vandaag bekend dat de zaak slechts beperkt versneld kan worden. Omdat de Hoge Raad de rechtseenheid en de ontwikkeling van het recht moet bewaken, zijn er minder mogelijkheden voor een versnelde behandeling dan bij een rechtbank of gerechtshof, staat in een verklaring.

Wel worden de termijnen verkort waarbinnen processtukken moeten worden uitgewisseld en de partijen op elkaar moeten reageren. Op basis daarvan verwacht de Hoge Raad een uitspraak voor de zomer.

Teleurgesteld

Advocaat Robert van Galen, die de vrouwen en kinderen bijstaat, reageert teleurgesteld. “Die mensen kunnen doodgaan, gemarteld worden door Assad. Dat zijn onschuldige kinderen. Je zou hopen dat de Hoge Raad het spoedeisende daarvan inziet.”

De raadsman is het er ook niet mee eens dat de staat tien weken de tijd krijgt om te reageren op de bezwaren van de advocaten. “Terwijl wij in het hoger beroep bij het hof binnen vier dagen moesten reageren. Als wij dat in vier dagen kunnen doen, waarom zou het dan bij de staat tien weken moeten duren?”

Bekijk ook;

Hoge Raad maakt haast: voor zomer uitspraak zaak IS-vrouwen

Telegraaf 10.01.2020 De Hoge Raad gaat haast maken met de cassatie-procedure over de mogelijke terugkeer van Nederlandse IS-vrouwen die verblijven in detentiekampen in Noord-Syrië. De verwachting is dat er voor de zomer een uitspraak is.

De advocaten van de 23 vrouwen en hun 56 kinderen die de zaak hadden aangespannen, hebben de Hoge Raad tot spoed gemaand. Volgens hen traineert de Nederlandse staat de procedure.

Bekijk ook: 

Twee IS-vrouwen terug in Nederland met kinderen 

Bekijk ook: 

Nederlandse ’IS-vrouwen’ vrijgesproken in Turkije 

De rechtbank bepaalde in november dat de Staat binnen twee weken al het nodige moest doen om in ieder geval de kinderen te repatriëren. De Staat ging in hoger beroep en kreeg gelijk. Het hof bepaalde dat de rechter niet op de stoel van de politiek mag gaan zitten. Volgens het hof heeft de overheid „beleidsvrijheid” en moet de rechter zeer terughoudend zijn met ingrijpen.

Bekijk ook: 

IS-vrouwen naar Hoge Raad om Staat te dwingen hen terug te halen 

Advocaat Elpiniki Kolokatsi bepleitte namens de vrouwen dat er snel duidelijkheid moet komen. „Iedere winter sterven er kinderen door de verschrikkelijke omstandigheden in de kampen.” Daarbovenop is de situatie volgens haar nu heikel omdat de Syrische president Bashar al-Assad heeft aangegeven de vrouwen mogelijk zelf te willen berechten. „Dat zou betekenen dat ze de doodstraf kunnen krijgen.”

Bekijk meer van; proces politiek samenleving wetgeving Den Haag Syrië Hoge Raad De Staat

Hoge Raad: zaak IS-vrouwen wordt versneld behandeld

AD 10.01.2020 De Hoge Raad zal de de zaak van 23 IS-vrouwen en hun 56 kinderen, die nu in Syrische detentiekampen zitten, versneld behandelen, zo meldt ze vanochtend. De Raad verwacht nu voor de zomer uitspraak te doen. De advocaten van de vrouwen vinden dat toch ‘teleurstellend langzaam’. ,,Worden de kinderen nu opgeofferd?’’

De vrouwen eisten eind vorig jaar in een kortgeding dat de Nederlandse overheid hen en hun kinderen terug zou halen uit Syrië, waar ze vast zitten in door Koerden bewaakte detentiekampen. De rechtbank oordeelde in eerste instantie dat de Staat haar best moest doen om de kinderen zo snel mogelijk naar Nederland te repatriëren, ook als dat zou inhouden dat de moeders mee zouden komen.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

De Staat ging tegen die beslissing in beroep waarop het Gerechtshof eind november oordeelde dat de beslissing over het wel of niet terughalen van de gedetineerde Syriëgangers en hun kinderen niet aan de rechter maar aan de politiek is. De vrouwen gingen op hun beurt tegen die beslissing in cassatie bij de Hoge Raad. De advocaten van de vrouwen vroegen de Raad die zaak versneld te behandelen omdat de omstandigheden in de kampen slecht zijn en ze vrezen voor de gezondheid van de kinderen.

Spoedeisend

Een procedure bij de Hoge Raad duurt doorgaans lang. In een persbericht stelt de Raad nu het spoedeisende karakter van de zaak in te zien. ,,Maar er kan niet volledig aan het verzoek van de advocaten worden tegemoetgekomen.’’ Voor de uitwisseling van stukken staat normaal een termijn van drie maanden, die word nu verkort tot zes weken. Daarna krijgen alle partijen nog twee weken voor een reactie. Daarna doet de Raad uitspraak. ,,De verwachting is dat die uitspraak nog voor de zomer komt.’’

Teleurstellend

De advocaten van de vrouwen hadden eigenlijk al in januari een uitspraak van de Hoge Raad gewild. ,,De wintermaanden kunnen bedreigend zijn voor de gezondheid van de kinderen. Ook is er een kans dat het Assad-regime de kampen de komende periode over gaat nemen’’, stelt advocaat Robert van Galen die de cassatie-zaak begeleidt.

,,We vinden deze uitspraak teleurstellend. Het staat ook in schril contrast met de snelheid die is gehanteerd bij het kortgeding en het hoger beroep. We hebben de Hoge Raad al op 29 november om spoed gevraagd, het besluit komt nu pas.’’

Van Galen stelt dat het vooral de Staat is die de procedure rekt. ,,Waarom moet het zo lang duren? Alle argumenten zijn al bekend. Premier Rutte heeft al eens gezegd dat wat hem betreft Syriëgangers het beste daar kunnen sneuvelen, maar worden nu ook de kinderen opgeofferd?’’

De Hoge Raad kijkt niet opnieuw inhoudelijk naar de zaak, maar beoordeelt het verloop van de rechtsgang. Ze kan het vonnis van het Gerechtshof in stand laten of de zaak terugverwijzen naar een (ander) Gerechtshof. In dat laatste geval zullen de advocaten ook daar weer om een spoedbehandeling vragen.

Volgende week besluit over terughalen IS-vrouwen

Telegraaf 03.01.2020 De Hoge Raad bespreekt volgende week of er haast moet worden gemaakt met de cassatie-procedure over de mogelijke terugkeer van Nederlandse IS-vrouwen die verblijven in detentiekampen in Noord-Syrië. De advocaten van de 23 vrouwen en hun 56 kinderen die de zaak hadden aangespannen, hebben de Hoge Raad tot spoed gemaand. Volgens hen traineert de Nederlandse staat de procedure.

Het is niet duidelijk hoe snel er een uitspraak van de Hoge Raad komt als er daadwerkelijk spoed achter zit. Als er geen haast is, komt het oordeel waarschijnlijk niet voor de zomer.

De rechtbank bepaalde in november dat de Staat binnen twee weken al het nodige moest doen om in ieder geval de kinderen te repatriëren. De Staat ging in hoger beroep en kreeg gelijk. Het hof bepaalde dat de rechter niet op de stoel van de politiek mag gaan zitten.

BEKIJK OOK: 

Turkije stuurde al 150 IS-strijders naar huis 

BEKIJK OOK: 

’De kinderen zijn het slachtoffer’ 

BEKIJK OOK: 

Het veroorzaken van humanitaire rampen is een winstgevende business 

BEKIJK MEER VAN; proces politiek samenleving Hoge Raad

Advocaat: Staat vertraagt cassatie in zaak IS-vrouwen terwijl nood hoog is

NU 31.12.2019 De Nederlandse Staat wil niet meewerken aan een snelle afwikkeling van de cassatie die gaat over het al dan niet terughalen van 23 IS-vrouwen en hun 56 kinderen uit Syrische detentiekampen. Dat laat de advocaat van de vrouwen, Robert van Galen, aan NU.nl weten.

In november besloot het gerechtshof in Den Haag dat de overheid zich niet hoeft in te spannen om de groep vrouwen en kinderen naar Nederland te halen. De rechtbank oordeelde juist dat dit in het geval van de kinderen wel geprobeerd moest worden.

De uitspraak in hoger beroep gebeurde op verzoek van de Staat juist wel na een spoedprocedure. Waarom de overheid hier nu niet aan wil meewerken, wordt volgens Van Galen niet goed onderbouwd. “Ik heb het zelf in ieder geval niet begrepen”, aldus de advocaat die de verdediging voert in de cassatieprocedure.

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid zegt in een reactie dat de “Staat de procedure zorgvuldig behandeld” en verder niet inhoudelijk wil reageren zolang de zaak onder de rechter is.

Advocaat verbaasd over reactie Hoge Raad

Wat Van Galen nog meer verbaast, is dat de Hoge Raad liet weten geen spoedprocedure te kunnen toepassen en niet in januari of voor het einde van de winter uitspraak te kunnen doen, omdat de Staat daar niet aan meewerkt. “De Hoge Raad gebruikt hierbij een heel zwakke redenering die een serieuze jurist onwaardig is.”

De wet staat gewoon toe dat de procedure wordt ingekort. “En dat weet de Hoge Raad ook wel, dus dat doet vermoeden dat de Hoge Raad de ware reden om geen spoedprocedure te willen volgen niet wil opgeven”, vervolgt hij.

“Wellicht ontbreekt de moed om snel uitspraak te doen in deze zaak. We hebben maandag nogmaals verzocht om deze procedure versneld af te wikkelen.” Gebeurt dit niet, dan wordt er mogelijk pas in juli vlak voor de zomer uitspraak gedaan.

De Hoge Raad laat weten dat er nog geen formele beslissing is genomen en tot die tijd niet inhoudelijk te willen reageren. Die beslissing wordt in de loop van januari verwacht.

Noodzaak is volgens verdediging groot

De noodzaak voor een snelle procedure is volgens Van Galen groot omdat de toestanden in de detentiekampen “verschrikkelijk” zijn. De situatie voor de vrouwen en kinderen zou daarnaast gevaarlijk worden als de Syrische president Bashar Al Assad de controle krijgt over de kampen. Die ligt nu nog in handen van de Koerden.

Zo heeft Al Assad onlangs laten weten dat de IS-strijders in de kampen door lokale rechtbanken moeten worden berecht “met alle risico’s van dien voor foltering tijdens detentie”, aldus advocaat André Seebregts, die de vrouwen eerder bijstond, in een reactie.

In hoger beroep haalde Seebregts rapporten van de Verenigde Naties (VN) waarin werd beschreven dat Al Assad kinderen heeft laten martelen en zelfs vermoorden.

Zie ook: ‘Regime Assad martelt 13.000 gevangenen dood’

Kabinet wil uitreizigers niet ophalen vanwege gevaar

Volgens het huidige kabinetsbeleid worden Nederlandse uitreizigers niet actief opgehaald uit Syrië. Het kabinet wil Nederlandse ambtenaren niet in gevaar brengen door ze naar een onveilig gebied te sturen.

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus zei na de uitspraak van het hof altijd helder te zijn geweest. “Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie”, aldus Grapperhaus. “Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Zie ook: Blok: Banden aanhalen met Al Assad maakt Nederland ongeloofwaardig

Lees meer over: Binnenland

Dit bewoog de teruggestuurde IS-bruid  Telegraaf 29.12.2019

Teruggekeerde IS-vrouw Kaoutar (28) zat zes jaar in Syrië

AD 29.12.2019 Syriëgangster Kaoutar S. (28) uit Gouda en haar zoontje (4) werden gisteravond door Turkije op het vliegtuig naar Nederland gezet. De vrolijke ‘spring in ’t veld’ vertrok al naar Syrië voordat IS er het kalifaat uitriep.

Het tijdschrift Vrij Nederland maakte vier jaar geleden een reconstructie van moslima’s die vielen voor de strijders van IS. De 21-jarige S. beschreven zij als een vrolijke, grappige en lange jongedame die geen onbekende was van de Goudse politie. Ze spraken haar voor het eerst bij een picknick van moslima’s uit de wijk Oosterwei. Daar rende ze rond in een lange jurk. Ondanks haar traditionele kleding deed S. gewoon fanatiek mee met een potje voetbal, tekenden de verslaggevers Jaco Alberts en Harry Lensink op.

Vrouwelijke Syriëganger (28) aangehouden na terugkeer op Schiphol

NU 29.12.2019 Een vrouwelijke Syriëganger (28) is zaterdag aangehouden op Schiphol nadat ze met haar vierjarige kind was teruggekeerd uit Turkije. Dat meldt het Openbaar Ministerie (OM).

Volgens het Landelijk Parket is de vrouw afkomstig uit Gouda en vertrok ze in december 2013 naar Syrië. Op 30 oktober van dit jaar zou de vrouw zich met haar kind hebben gemeld bij het Nederlandse consulaat in Ankara.

Haar kind is overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

28-jarige vrouwelijke Syriëganger vanavond na terugkeer op Schiphol aangehouden. Meegereisd kind (4) overgedragen aan raad voor de kinderbescherming. Vrouw vertrok in december 2013 naar Syrië. Op 30 oktober 2019 meldde zij zich bij het Nederlandse consulaat in Ankara.

Avatar

 Auteur

landelijk parket

Het Turkse persbureau Anadolu meldde zaterdagavond al eerder dat er twee mensen met de Nederlandse nationaliteit het land zouden zijn uitgezet omdat ze banden zouden hebben met een terroristische organisatie. Dit schreef Anadolu op basis van informatie van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken.

In november werden ook al twee vrouwelijke Syriëgangers door Turkije teruggestuurd naar Nederland. Bij een van de vrouwen hoorden ook twee jonge kinderen die zijn opgevangen door de Kinderbescherming. De vrouwen zitten voorlopig nog vast.

Behalve de Nederlandse vrouwen heeft Turkije ook Duitsers, een Amerikaan en een Brit teruggestuurd.

Lees meer over: Syriëgangers  Binnenland

Syriëgangster uit Gouda aangehouden op Schiphol

OmroepWest 29.12.2019 Een 28-jarige vrouwelijke Syriëganger uit Gouda is zaterdag door Turkije het land uitgezet en op Schiphol aangehouden. Haar meegereisde kind van vier is overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming, meldt het Openbaar Ministerie.

De vrouw uit Gouda was in december 2013 naar Syrië vertrokken. Eind oktober meldde ze zich bij het Nederlandse consulaat in Ankara.

Eerder zaterdag meldden de Turkse autoriteiten dat er twee Nederlandse terroristen het land waren uitgezet. Vorige maand is Turkije begonnen met de repatriëring van gevangengenomen militanten van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Volgens president Recep Tayyip Erdogan zitten er 1201 strijders van IS in Turkse gevangenissen.

Meer over dit onderwerp: SYRIËGANGER GOUDA OPENBAAR MINISTERIE

Syriëgangster (28) gearresteerd op Schiphol

Telegraaf 29.12.2019 De twee Nederlanders die door de Turkse regering op het vliegtuig zijn gezet zijn een 28-jarige vrouw en een vierjarig kind. Dat heeft het OM bevestigd. De twee zijn inmiddels terug in Nederland, de vrouw is zaterdagavond direct op Schiphol aangehouden.

Het kind is overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming. De vrouw, afkomstig uit Gouda, vertrok in december 2013 naar Syrië. Op 30 oktober 2019 meldde zij zich bij het Nederlandse consulaat in Ankara.

Premier Mark Rutte zei vorige maand opheldering te vragen aan Turkije. Het was toen niet duidelijk om hoeveel Nederlandse uitreizigers het daar gaat.

Xaviera S. en Fatima H.

In november stuurde Turkije al twee IS-vrouwen terug naar Nederland. Xaviera en Fatima werden bij aankomst meteen gevangen gezet. Van H., die hoogzwanger is, is haar paspoort afgepakt. Volgens Belgische media is ze getrouwd geweest met de beruchte Vlaamse jihadist Ali El Morabit. Hij zou ook de vader zijn van haar twee kinderen.

S. werd in Turkije berecht voor lidmaatschap van IS maar na een korte straf vrijgelaten. Vanuit het kalifaat was ze actief op sociale media. Ze bedreigde columnist Ebru Umar met de dood, stuurde foto’s van kalasjnikovs en bejubelde terroristische aanslagen en onthoofdingen. Xaviera trouwde met Dadi M., een Algerijn uit Eindhoven. Dadi bestelde zijn vrouw bij een huwelijksbureau in het kalifaat. Nederland heeft hem tot ongewenst vreemdeling verklaard en Xaviera mag waarschijnlijk Algerije niet in, dus de kans dat het paar elkaar nog in de armen sluit, lijkt klein.

‘Turkije stuurt Nederlandse terroristen terug’

MSN 28.12.2019 Twee Nederlandse vermeende terroristen zijn door de Turkse regering op het vliegtuig naar Nederland gezet. Dat meldt het Turkse persbureau Anadolu zaterdag op basis van informatie van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is niet bekend of het om IS-strijders gaat.

Het Openbaar Ministerie in Nederland en het ministerie van Buitenlandse Zaken kunnen het bericht nog niet bevestigen.

Sinds half november heeft Turkije al meer dan honderd buitenlandse terroristen teruggestuurd naar hun eigen land. Het gaat om strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië tijdens de militaire operatie daar.

De Nederlandse ambassade in Ankara AFP

Turkije stuurt twee ‘terroristen’ terug naar Nederland

NOS 28.12.2019 Turkije heeft twee vermeende Nederlandse terroristen op het vliegtuig gezet naar Nederland. Dat schrijft het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken op Twitter.

  T.C. İçişleri Bakanlığı @TC_icisleri

Yabancı Terörist Savaşçıların (YTS) ülkelerine iadelerine devam edilmektedir. Bu kapsamda bugün, Hollanda uyruklu 2️⃣ Yabancı Terörist Savaşçı, ülkelerine sınır dışı edildi. ❗Kamuoyuna saygıyla duyurulur

Mogelijk gaat het om Syriëgangers, meldt het Turkse persbureau Anadolu. Turkije schrijft enkel dat het twee “terroristen” betreft, zonder te noemen bij welke groepering de twee zich hadden aangesloten.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Openbaar Ministerie komen later vanavond met een reactie.

In november stuurde Turkije ook al twee Syriëgangers terug naar Nederland. Toen ging het om twee IS-vrouwen. Een van de vrouwen had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De ander was in januari 2018 aangehouden in Turkije.

Sinds 11 november heeft Turkije al 110 buitenlandse Syriëgangers naar hun land van herkomst teruggestuurd, meldt Anadolu.

Bekijk ook;

’Turkije stuurt twee Nederlandse terroristen terug’

Telegraaf 28.12.2019 Twee Nederlandse vermeende terroristen zijn door de Turkse regering op het vliegtuig naar Nederland gezet. Dat meldt het Turkse persbureau Anadolu zaterdag op basis van informatie van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is niet bekend of het om IS-strijders gaat.

Het Openbaar Ministerie in Nederland kan het bericht nog niet bevestigen.

Sinds half november heeft Turkije al meer dan honderd buitenlandse terroristen teruggestuurd naar hun eigen land. Het gaat om strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië tijdens de militaire operatie daar.

Premier Mark Rutte zei vorige maand opheldering te vragen aan Turkije. Het was toen niet duidelijk om hoeveel Nederlandse uitreizigers het daar gaat.

Bekijk ook: 

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Xaviera S. en Fatima H.

In november stuurde Turkije ook al twee IS-vrouwen terug naar Nederland. Xaviera en Fatima werden bij aankomst meteen gevangen gezet. Van H., die hoogzwanger is, is haar paspoort afgepakt. Volgens Belgische media is ze getrouwd geweest met de beruchte Vlaamse jihadist Ali El Morabit. Hij zou ook de vader zijn van haar twee kinderen.

Bekijk ook: 

Inval bij familie van hoogzwangere IS-bruid 

S. werd in Turkije berecht voor lidmaatschap van IS maar na een korte straf vrijgelaten. Vanuit het kalifaat was ze actief op sociale media. Ze bedreigde columnist Ebru Umar met de dood, stuurde foto’s van kalasjnikovs en bejubelde terroristische aanslagen en onthoofdingen. Xaviera trouwde met Dadi M., een Algerijn uit Eindhoven. Dadi bestelde zijn vrouw bij een huwelijksbureau in het kalifaat. Nederland heeft hem tot ongewenst vreemdeling verklaard en Xaviera mag waarschijnlijk Algerije niet in, dus de kans dat het paar elkaar nog in de armen sluit, lijkt klein.

Bekijk ook: 

Teruggekeerde IS-bruiden zijn Xaviera en Fatima 

‘Turkije stuurt Nederlandse terroristen terug’

AD 28.12.2019 Twee Nederlandse vermeende terroristen zijn door de Turkse regering op het vliegtuig naar Nederland gezet. Dat meldt het Turkse persbureau Anadolu zaterdag op basis van informatie van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is niet duidelijk of het om IS-strijders gaat.

Het Openbaar Ministerie in Nederland en het ministerie van Buitenlandse Zaken kunnen het bericht nog niet bevestigen.

Sinds half november heeft Turkije al meer dan honderd buitenlandse terroristen teruggestuurd naar hun eigen land. Het gaat om strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië tijdens de militaire operatie daar.

Joost Lagendijk terug in Turkije: ‘Ik herkende de agent van 2,5 jaar eerder’

NU 27.12.2019 2019 was het jaar waarin Joost Lagendijk, oud-Europarlementariër en voormalig voorzitter van de Turkije delegatie van het Europees Parlement, na een kleine drie jaar ballingschap weer terug mocht naar zijn woonplaats Istanboel. Dit is zijn verhaal.

Als Lagendijk in september 2016 op het vliegveld in Istanboel apart wordt genomen, denkt hij er niet veel van. Mogelijk gaat het net zoals eerder bij zijn vertrek naar Nederland om “een uurtje intimidatie”. Dat blijkt niet het geval. Lagendijk moet de volgende ochtend op het eerste vliegtuig zitten, terug naar Amsterdam.

De Nederlander, die na zijn huwelijk in 2006 met de Turkse journaliste Nevin Sungur liefkozend de nationale schoonzoon wordt genoemd, is na tien jaar niet meer welkom in ‘zijn’ Turkije.

De officiële reden voor zijn verbanning krijgt de 62-jarige Lagendijk nooit de horen. Wel heeft hij zo zijn vermoedens. Lagendijk werkte voor de krant Zaman en de Suleyman Shah Universiteit in Istanbul, die volgens Ankara aan de Gülen-beweging gelieerd zijn. Deze groep wordt door de Turkse regering verantwoordelijk gehouden de mislukte staatsgreep in juli 2016. Zowel de krant als de universiteit gaat datzelfde jaar nog op slot.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, het Europees Parlement; allemaal zijn ze de afgelopen jaren in de weer geweest om Lagendijk weer terug te krijgen naar Turkije. Makkelijk is dat niet, zeker niet wanneer Nederland en Turkije in maart 2017 in een diplomatie rel verwikkeld raken.

Wie is Joost Lagendijk?

  • Joost Lagendijk was van 1998 tot 2009 lid van het Europees Parlement
  • Vanaf 2009 woonde en werkte hij in Turkije als columnist en universitair docent
  • Op dit moment is hij politiek analist en correspondent voor BNR Nieuwsradio in Turkije

‘Er zijn een hoop mensen in Turkije die het slechter hebben’

De oud-GroenLinks-politicus is afgesneden van zijn leven in Istanboel, van zijn Turkse vrouw en hun woning. “Ik zei als grap vaak dat ik een banneling in eigen land was. Ik heb gelukkig mijn vrouw uiteindelijk nog regelmatig kunnen zien en dankzij vrienden heb ik steeds een vaste plek in Nederland gehad. Maar er was een moment, tussen een verhuizing in, waarop ik erg ontheemd was. Ik was iemand met een paar koffers, wat boeken en verder niets.”

Lagendijk kan zich in Nederland misschien nog wel meer dan vanuit Turkije richten op zijn werk voor de Nederlandse media. Met de ruzie tussen beide landen en het referendum over het presidentiële systeem in Turkije is er genoeg om over te praten.

Ook wordt het, naarmate het politieke klimaat in Turkije verder verhardt, makkelijker om zijn eigen situatie te relativeren.

“Het is heel vervelend wat mij is overkomen, maar als je dan hoort hoe vrienden en bekenden in Turkije in de gevangenis zitten, hoe ze hun baan kwijt zijn geraakt of hoe ze met hun hele hebben en houwen het land hebben moeten verlaten, dan weet je dat er een hoop mensen zijn die het nog slechter hebben”, zegt Lagendijk.

Het politieke klimaat is in Turkije de afgelopen drie jaar verhard. (Foto: Reuters)

Niet altijd voldoende belangstelling voor het andere geluid

De situatie in Turkije onder Erdogan betekent dat de berichtgeving in Nederland, zeker sinds de mislukte staatsgreep in 2016, buitengewoon negatief is, merkt ook Lagendijk. Dat maakt zijn optredens in de media als Turkijekenner er niet makkelijker op.

“Ik heb altijd geprobeerd niet in het Turkije-bashen mee te gaan. Ik ben kritisch geweest waar nodig, maar ik heb tevens geprobeerd uit te leggen waarom de dingen gebeuren en om aandacht vragen voor het feit dat er in Turkije ook een hoop mensen zijn die het niet met Erdogan eens zijn. Dat is lastig, omdat er soms geen belangstelling voor is, maar ook omdat is er niet altijd voldoende kennis over het land is.”

Hij kan de ontwikkelingen in Turkije vanuit Nederland prima volgen, maar mist op den duur wel de korte gesprekken in de winkels, op de markt, tijdens wandelingen en van de straat. “Die flarden die je oppikt en die ervaringen die je opdoet zijn zo belangrijk. Ik kon op het einde de zaken nog becommentariëren, maar het gevoel erbij ontbrak. Dat was enorm jammer”, herinnert Lagendijk zich.

Lagendijk merkt dat er in Nederland niet altijd voldoende kennis over Turkije is. (Foto: Guus Schoonewille)

Erdogan wil Lagendijk niet meer zien

Na het herstel van de betrekkingen en het uitwisselen van ambassadeurs lijkt er schot in zijn zaak te komen. Saban Disli, de nieuwe Turkse ambassadeur in Nederland, is een oude bekende van Lagendijk uit zijn tijd als voorzitter van van de Turkije delegatie in het Europees parlement. Disli drukt hem op het hart de kwestie te zullen oplossen.

In het najaar van 2018 wordt het op het hoogste politieke niveau aangekaart, maar tegen ieders verwachting geeft president Erdogan premier Rutte te kennen dat Lagendijk er niet meer in komt. “Toen hebben mijn vrouw en ik besloten het hoofdstuk van een terugkeer maar te sluiten. We waren toen al twee jaar bezig en op een gegeven moment moet je iets anders gaan doen.”

Lagendijk en zijn vrouw huren een huis op het Griekse eiland Kos in de verwachting dat de situatie nog wel een aantal jaar zal voortduren. Zo kan hij dicht bij Turkije wonen en kan zijn vrouw relatief eenvoudig tussen Kos en het nabij gelegen Bodrum heen en weer pendelen.

President Erdogan wilde hem niet meer in Turkije terugzien, zo weet Lagendijk. (Foto: Getty Images)

Opnieuw aangehouden

Op 23 april van dit jaar, nota bene de verjaardag van zijn vrouw en het Feest van de Nationale Onafhankelijkheid en Dag van het Kind in Turkije, krijgt Lagendijk plots een belletje van Disli dat de zaak opgelost is. In mei keert hij voor het eerst in bijna drie jaar weer terug naar Turkije, een terugkeer die als een even grote verrassing als zijn gedwongen vertrek komt.

Iedereen is ingelicht, Disli heeft zijn vluchtgegevens en bij aankomst staat consul Bart van Bolhuis op hem te wachten. Toch wordt hij bij aankomst opnieuw aangehouden door de politie.

“Ik herkende de agent nog van 2,5 jaar eerder. Ik dacht bij mezelf: ‘het zal toch niet?’ Gelukkig mocht ik na controle door naar de douane. Het was een spannend maar uiteindelijk ook emotioneel moment om weer terug te keren.” De reden dat hij het land weer in mag krijgt hij net zo min te horen als de reden dat hij destijds moest vertrekken.

‘Normale leven van de mensen gaat door’

Er is in zijn afwezigheid een hoop gebeurd in Turkije. Het land is omgeschakeld naar een nieuwe regeringsvorm met nog meer macht voor Erdogan, maakte een economische crisis door en was in de eerste helft van 2019 in de ban van de lokale verkiezingen, waarbij de oppositie voor het eerst in 25 jaar de macht in de hoofdstad Ankara en het economische machtscentrum Istanboel veroverde.

“Wat ik bovenal gemerkt heb, en dat klinkt als een open deur, is dat het voor de meeste mensen hun normale leven gewoon doorgaat. De gesprekken gaan vooral over de alledaagse dingen, zoals de prijzen van producten in de winkels of op de markt.”

Lagendijk ziet tevens dat veel Turken het moeilijk hebben te midden van de economische neergang, niet in de laatste plaats in zijn eigen vriendenkring van journalisten en mediaprofessionals. Velen van hen zijn hun baan kwijtgeraakt.

“Wel is het zo dat de verkiezing van Ekrem Imamoglu als burgemeester van Istanboel heeft een boost gegeven heeft aan iedereen die op licht aan het einde van de tunnel zat te wachten.”

De verkiezing van Imamoglu in Istanboel heeft mensen hoop gegeven, ziet Lagendijk. (Foto: EPA)

‘Te besmet voor werk in Turkije’

Lagendijk weet dat hij in Turkije niet meer aan de bak komt. Daarvoor is hij naar eigen zeggen “te besmet” vanwege zijn werk voor Zaman en de Suleyman Shah Universiteit. “Er is geen instelling die me nog iets gaat aanbieden”, zegt hij.

Hij legt zich daarom allereerst toe op het leven als bijna gepensioneerde, maar ook op activiteiten voor de Nederlandse media, zoals BNR en De Groene. “Zonder concessies te doen maar wel in de verwachting dat dit media zijn die in Turkije redelijk onder de radar blijven, wat anno nu wel zo prettig is.”

Lagendijk voelt zich inmiddels, een half jaar na terugkeer “ondanks alle problemen”, toch weer thuis in Turkije. “Volgens mij loop ik op dit moment geen risico meer, maar het blijft Turkije: je weet het nooit helemaal zeker.”

 

Istanboel en Turkije voelen voor Lagendijk als thuis. (Foto: NU.nl)

Lees meer over: Turkije

Meer dan 235.000 Syriërs ontheemd door nieuwe gevechten in Idlib

NU 27.12.2019 Meer dan 235.000 inwoners van de Syrische provincie Idlib zijn tussen 12 en 25 december ontheemd geraakt door het oplaaiende geweld in de regio, melden de Verenigde Naties vrijdag. De organisatie zegt dat veel vluchtelingen dringend behoefte hebben aan humanitaire hulp. De vraag naar hulp wordt versterkt door de winter.

De noordwestelijke provincie Idlib is het laatste belangrijke Syrische gebied dat nog in handen van rebellen is. Troepen van de Syrische president Bashar Al Assad zijn op 16 december gestart met nieuwe aanvallen op deze rebellen.

Als gevolg van het geweld in het zuiden van Idlib is een grote vluchtelingenstroom op gang gekomen. Eerder deze week werd al duidelijk dat tienduizenden inwoners waren gevlucht. Nu blijkt dat in de afgelopen twee weken meer dan 235.000 personen ontheemd zijn geraakt.

De stad Ma’arrat al-Nu’man en het aangrenzende platteland zijn zo goed als verlaten, blijkt uit informatie van de VN. Steeds meer inwoners van Saraqab, een stad die bijna 40 kilometer noordelijker ligt, en mensen uit omgeving slaan op de vlucht. Zij zijn bang dat het geweld zich naar uitbreidt naar hun woonplaats.

De meeste mensen vluchten naar de steden Idlib en Ariha. Daar worden ze opgevangen in onder meer moskeeën, evenementenhallen, garages en scholen. Er zijn ook veel Syriërs onderweg naar vluchtelingenkampen in het noordwesten van de provincie.

Syriërs uit Ma’arrat al-Nu’man met hun bezettingen in het noorden van Idlib. (Foto: Reuters)

Ontheemden al eerder op de vlucht geweest

Volgens de VN moeten de groepen direct humanitaire hulp ontvangen in de vorm van voedsel en onderdak. Ook is er dringend behoefte aan psychosociale ondersteuning. De organisatie maakt zich vanwege de wintermaanden extra zorgen over kwetsbare groepen als vrouwen, kinderen, ouderen en personen met beperkingen.

De meeste ontheemden zijn volgen de VN al eerder een keer ontheemd geraakt. Tienduizenden families in het zuidoosten van Idlib die naar het noorden willen reizen, zouden te bang voor de reis zijn. Zo vrezen ze dat ze onderweg worden getroffen door luchtaanvallen.

De situatie in het noordwesten van Syrië is al lange tijd instabiel. Tussen eind april en eind augustus zijn in dit deel van het land naar schatting 400.000 ontheemd geraakt, aldus de VN. De burgeroorlog in Syrië woedt inmiddels al zo’n 8,5 jaar.

Lees meer over: Syrië Buitenland

De vluchtelingenstroom richting Turkse grens, bij Hazano AFP

235.000 mensen op de vlucht door jongste gevechten in Idlib

NOS 27.12.2019 Door de jongste gevechten in de Syrische provincie Idlib zijn nog eens 235.000 mensen op de vlucht geslagen. Ze hebben dringend voedsel, onderdak en medische hulp nodig, vooral nu het winter wordt, zegt het VN-bureau voor humanitaire hulp OCHA.

Het Syrische leger en zijn bondgenoten hebben de bombardementen vanaf 16 december opgevoerd. Aan het front ten zuiden van Idlib-stad zijn de gevechten op 19 december hervat. Het Syrische leger probeert met Russische en Iraanse hulp de opstandige milities te verdrijven.

Inwoners van Maarat al-Numan op de vlucht op 24 december Reuters

De burgerbevolking is in het gebied ten zuiden van Idlib-stad nu bijna overal vertrokken. Ook ten oosten van de stad slaan mensen op de vlucht, omdat ze bang zijn dat de strijd naar hun woongebied overslaat. De vluchtelingen trekken naar het noorden en vinden onderdak in moskeeën, bedrijfspanden, scholen en vluchtelingenkampen.

‘We werden in de nacht geraakt door raketten’

Het noordwestelijk gelegen Idlib is het laatste gebied Syrië dat in handen is van rebellen. Het Syrische leger probeert de provincie sinds april met hulp van Rusland te heroveren.

In de eerste maanden sloegen naar schatting al 400.000 mensen op de vlucht. Een deel van de vluchtelingen zoekt een veilig heenkomen in Turkije. Het Turkse staatspersbureau meldde zondag dat in een paar dagen tijd 25.000 vluchtelingen de grens waren overgestoken.

President Trump riep Syrië, Iran en Rusland gisteren op te voorkomen dat de strijd om Idlib een bloedbad wordt.

Bekijk ook;

Hoogste Turkse rechter: blokkade Wikipedia in strijd met vrije meningsuiting

NOS 26.12.2019 De blokkade van de online encyclopedie Wikipedia in Turkije is in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Dat heeft de hoogste Turkse rechtsinstantie bepaald.

Volgens staatspersbureau Anadolu oordeelden de rechters van het Constitutioneel Hof met tien tegen zes in het voordeel van Wikipedia. Het is niet duidelijk of de regering de site nu weer toegankelijk maakt.

De blokkade van Wikipedia begon in april 2017, nadat de encyclopedie had geweigerd om teksten te verwijderen waarin Turkije wordt gelinkt aan terreurorganisaties, waaronder Islamitische Staat. Volgens Turkije was er sprake van een lastercampagne.

De Turkse media-waakhond blokkeerde de website met een beroep op een wet waarmee websites kunnen worden verboden die obsceen zijn of een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Wikipedia weigerde de teksten weg te halen, omdat er dan sprake zou zijn van censuur.

Wat moet je zonder Wiki?

Blokkades van websites zijn niet uniek in Turkije. Onder president Erdogan gingen sinds 2015 tientallen nieuwssites op zwart. Ook hadden de Turken de afgelopen jaren geregeld geen toegang tot socialemediaplatforms zoals YouTube, Facebook en Twitter.

Bekijk ook;

Turkse rechter: Blokkade Wikipedia is schending meningsvrijheid

AD 26.12.2019 De blokkade van de online-encyclopedie Wikipedia in Turkije is een schending van de vrijheid van meningsuiting. Dat heeft het Turkse constitutionele hof vandaag bepaald. De uitspraak maakt de weg vrij voor het opheffen van de blokkade.

De blokkade werd in april 2017 ingesteld. Volgens de Turkse autoriteiten waren er bijdragen op de site waarin Turkije werd beschuldigd van banden met terroristische organisaties en weigerden de beheerders die aan te passen.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

De Wikimedia Foundation ging eerder tevergeefs bij de rechtbank in beroep tegen de blokkade.

Trump waarschuwt Rusland, Syrië en Iran om situatie Idlib

NOS 26.12.2019 De Amerikaanse president Trump heeft Iran, Rusland en Syrië gewaarschuwd om te stoppen met hun militair ingrijpen in de Syrische provincie Idlib. “Rusland, Syrië en Iran zijn duizenden onschuldige mensen in Idlib aan het vermoorden, of stevenen daarop af”, schrijft hij op Twitter. “Doe het niet!” Volgens hem stelt Turkije alles in het werk om dit “bloedbad” te voorkomen.

In juni adresseerde Trump de drie landen ook al, hij sprak toen van een “slachtpartij”. Enkele maanden later trok hij de Amerikaanse troepen terug uit Noord-Syrië.

  Donald J. Trump @realDonaldTrump

Russia, Syria, and Iran are killing, or on their way to killing, thousands of innocent civilians in Idlib Province. Don’t do it! Turkey is working hard to stop this carnage.

Russische hulp

Idlib is als laatste rebellenbolwerk in Syrië niet in handen van president Assad. In de provincie is het al langere tijd onrustig, maar recent laaide het geweld weer hevig op. Met zijn tweet verwijst Trump naar een reeks bombardementen van afgelopen weken. Toen hervatte Assad met hulp van Rusland zijn poging om het bolwerk te veroveren op de rebellen.

‘We werden in de nacht geraakt door raketten’

In Idlib woonden zo’n 3 miljoen mensen. Veel van hen zijn door het aanhoudende geweld gevlucht. Zij proberen de grens naar Turkije over te steken. De afgelopen weken zouden zeker 200.000 burgers zijn vertrokken.

De Verenigde Naties waarschuwde eerder voor een humanitaire ramp langs de grens met buurland Turkije. In Turkije zitten nu zo’n 3,7 miljoen Syrische vluchtelingen. De Turkse president Erdogan waarschuwde vorige week dat het land niet meer vluchtelingen kan opvangen.

Trump roept op tot einde geweld Noordwest-Syrië

Telegraaf 26.12.2019 De Amerikaanse president Donald Trump heeft donderdag Rusland, Syrië en Iran opgeroepen te stoppen met het geweld in de Syrische provincie Idlib. Daar zijn tienduizenden mensen hun huis ontvlucht vanwege de intensieve bombardementen door het Syrische regime en zijn bondgenoten.

„Rusland, Syrië en Iran vermoorden zo duizenden burgers”, twitterde Trump donderdag. „Doe het niet!” Idlib is het laatste grote oppositiebolwerk dat niet in handen is van de Syrische president Bashar al-Assad. Sinds het begin van de hevige bombardementen op 16 december zijn zeker tachtig burgers omgekomen in de noordwestelijke provincie. Volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten zijn ook meer dan 40.000 mensen ontheemd geraakt.

Turkije riep dinsdag al op de aanvallen „onmiddellijk te beëindigen.” Trump prees die inspanningen van de regering in Ankara. „Turkije werkt hard om dit bloedbad te stoppen.”

Trump trok in oktober de Amerikaanse troepen terug uit het gebied. Sindsdien is het geweld opgelaaid.

BEKIJK MEER VAN; burgeroorlog Donald Trump Idlib Syrië Rusland

Trump roept op tot einde geweld Noordwest-Syrië

MSN 26.12.2019 De Amerikaanse president Donald Trump heeft donderdag Rusland, Syrië en Iran opgeroepen te stoppen met het geweld in de Syrische provincie Idlib. Daar zijn tienduizenden mensen hun huis ontvlucht vanwege de intensieve bombardementen door het Syrische regime en zijn bondgenoten.

“Rusland, Syrië en Iran vermoorden zo duizenden burgers”, twitterde Trump donderdag. “Doe het niet!” Idlib is het laatste grote oppositiebolwerk dat niet in handen is van de Syrische president Bashar al-Assad.

Sinds het begin van de hevige bombardementen op 16 december zijn zeker tachtig burgers omgekomen in de noordwestelijke provincie. Volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten zijn ook meer dan 40.000 mensen ontheemd geraakt.

Turkije riep dinsdag al op de aanvallen “onmiddellijk te beëindigen”. Trump prees die inspanningen van de regering in Ankara. “Turkije werkt hard om dit bloedbad te stoppen”.

Trump trok in oktober de Amerikaanse troepen terug uit het gebied. Sindsdien is het geweld opgelaaid.

Turkije boos vanwege verblijfsvergunningen voor mogelijke Gülen-aanhangers

NOS 19.12.2019 Turkije vindt het “onacceptabel” dat Nederland verblijfsvergunningen heeft gegeven aan Turkse asielzoekers, omdat hun dossiers mogelijk in handen zijn gevallen van de Turkse autoriteiten.

De asielaanvragen kwamen waarschijnlijk van aanhangers van Fethullah Gülen, die door Turkije verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte coup in 2016.

Arrestatie vertrouwenspersoon

Recent werd een Turkse vertrouwenspersoon die voor Nederland werkte aan de asielzaken gearresteerd in Turkije . De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) besloot vervolgens in het “zeer beperkte aantal” zaken de asielverzoeken in te willigen, “om de veiligheid van de aanvragers te waarborgen”.

Hoewel Turkije in een persbericht op de site van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken in het midden laat of het de dossiers in handen heeft, zijn de aanvragers volgens het land wel Gülen-aanhangers.

VN-verdrag

Daarmee gaat Nederland in tegen een VN-verdrag uit 1951 over de status van vluchtelingen, aldus Turkije. “Want daarin staat dat individuen die worden verdacht van terreurmisdrijven geen vluchtelingstatus kunnen krijgen.”

Turkije beschouwt de Gülen-beweging als een terreurorganisatie. Verder benadrukt Ankara niet te stoppen met het vervolgen van Gülen-leden die volgens het land betrokken waren bij de mislukte staatsgreep.

Bekijk ook;

Weer honderden arrestaties in Turkije om betrokkenheid bij coup

AD 17.12.2019 De Turkse politie heeft vandaag 243 mensen opgepakt die betrokken zouden zijn geweest bij de mislukte couppoging in 2016. Dat meldt het Turkse staatspersbureau Anadolu. De arrestanten zouden aan de kant staan van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die door de Turkse president Recep Tayyip Erdogan verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte staatsgreep.

De arrestanten zouden onder meer gebruik hebben gemaakt van ByLock, een berichtendienst die volgens de Turkse regering werd gebruikt tijdens de mislukte staatsgreep. Berichten die via de applicatie worden verstuurd zijn gecodeerd.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Sinds de couppoging in 2016 zijn tienduizenden mensen vastgezet. De 78-jarige Gülen zelf woont al jaren in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Turkije heeft de VS om zijn uitlevering gevraagd.

Anadolu bericht geregeld over huiszoekingen en arrestaties. Afgelopen vrijdag werden nog minstens 150 mensen gearresteerd wegens betrokkenheid bij de staatsgreep.

Turkije: 371.000 Syrische vluchtelingen weer thuis na inval in Syrië

NU 17.12.2019 Zo’n 371.000 Syrische vluchtelingen zijn vanuit Turkije teruggekeerd naar hun thuisland, meldt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan dinsdag. De groep keerde huiswaarts na de Turkse inval in het grensgebied met Syrië.

Turkije huisvest nog altijd meer dan drie miljoen vluchtelingen uit het buurland. Erdogan is dinsdag in Zwitserland bij de start van het allereerste Global Refugee Forum.

Erdogan begon in oktober een offensief in het noordoosten van Syrië, met het doel een “bufferzone tegen terrorisme” te creëren zodat een miljoen in Turkije gevestigde vluchtelingen kunnen terugkeren naar Syrië. Het offensief stopte ruim een week later. Op dat moment waren al zo’n vijfhonderd doden gevallen.

De strijd werd gestaakt na een overleg met de Verenigde Staten. Met de Amerikanen was onder meer afgesproken dat Erdogan zijn beoogde “veilige zone” mag creëren en dat de Koerdische militie YPG, die Turkije als een verlengstuk van de PKK beschouwt, het grensgebied verlaat.

Erdogan: Meer vluchtelingen keren snel huiswaarts

Nu de eerste Syriërs zijn teruggekeerd, kunnen volgens Erdogan huizen en scholen worden gebouwd in de zone. Hij zegt dat binnen een “zeer korte tijd” honderdduizenden andere Syrische vluchtelingen zullen volgen. De terugkeer van de groep naar Syrië is op vrijwillige basis, aldus Erdogan.

Hij meldt ook dat de teruggekeerde Syriërs vrijwillig naar huis zijn gegaan. Of dit in alle gevallen klopt, wordt in twijfel getrokken. Mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International meldden eerder dit jaar dat tientallen vluchtelingen gedwongen terugkeerden naar Syrië.

Koerdische demonstranten in Genève. (Foto: Reuters)

Turkije bekritiseert beleid Europese Unie

Volgens Erdogan heeft Turkije in de afgelopen negen jaren 40 miljard dollar (35,8 miljard euro) uitgegeven aan de opvang van vluchtelingen Dat is flink meer dan wat de Europese Unie heeft uitgegeven: 6 miljard dollar (5,4 miljard euro). Turkije vindt dat Europese landen meer moeten doen om de lasten te verdelen.

Koerdische demonstranten hebben zich dinsdag verzameld voor het gebouw van de Verenigde Naties in Genève, waar de driedaagse bijeenkomst wordt gehouden. Zij voeren daar actie tegen Erdogan en zijn beleid jegens Koerden.

Lees meer over: Turkije  Syrië  Buitenland  Turkse inval Syrië

Vertrouwelijke informatie Turkse asielzoekers mogelijk in handen Turkije

NOS 15.11.2019 Vertrouwelijke, persoonlijke informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over een aantal Turkse asielzoekers is mogelijk in handen gevallen van de Turkse autoriteiten, meldt de IND. De dienst heeft de asielzoekers daarom een verblijfsvergunning gegeven.

Turkije heeft de asieldossiers mogelijk in beslag genomen na de arrestatie van een Turkse vertrouwenspersoon die werkt voor Nederland en andere EU-landen, schrijft de dienst op zijn website. Hoeveel gedupeerden er zijn, zegt de IND niet, behalve dat het om een “zeer beperkt aantal zaken” gaat.

De asielaanvragen komen mogelijk van aanhangers van Fethullah Gülen, die door Turkije verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte coup in 2016. Omdat zij daar worden vervolgd, maken zij in de EU kans op asiel.

RTL Nieuws sprak met een Gülenaanhanger die van de IND een brief heeft gehad dat zijn gegevens bij de Turkse overheid zijn beland. De vertrouwenspersoon is volgens de nieuwszender een advocaat die voor de Nederlandse ambassade verhalen van Turkse vluchtelingen checkte.

IND-dossier Turken mogelijk in handen Turkije

Telegraaf 15.12.2019 Gevoelige informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over een aantal Turkse asielzoekers is mogelijk in handen gevallen van de Turkse autoriteiten. De IND heeft de asielzoekers daarom een verblijfsvergunning toegekend.

Turkije zou de dossiers kunnen hebben bemachtigd door de arrestatie van „een Turkse vertrouwenspersoon” die voor Nederland en andere EU-landen werkte, meldt de IND.

Volgens RTL Nieuws gaat het om advocaat Yilmaz S. Hij zou de vreemdelingendienst hebben geholpen om na te gaan of een asielzoeker in Turkije gevaar loopt, bijvoorbeeld als tegenstander van president Recep Tayyip Erdogan, en in aanmerking komt voor asiel.

Duitse en Turkse media melden dat S. al in september is opgepakt in Turkije. Hij zou ervan worden verdacht dat hij PKK’ers en aanhangers van de Gülenbeweging aan asiel hielp in onder meer Duitsland en Nederland.

Zorgen om gezin

Gedupeerden zeggen ongerust te zijn. „Na de coup is een heksenjacht geopend op Gülenaanhangers in Turkije. Mijn naam is waarschijnlijk door mijn zakelijk partner bij de regering terechtgekomen. De situatie verslechterde snel, en toen ben ik zonder mijn gezin gevlucht. Ik leef nu al meer dan drie jaar zonder hen”, verklaart een van hen tegen RTL Nieuws.

„Ik maak me grote zorgen om de veiligheid van mijn gezin en mijn familie die is achtergebleven. En ik vrees voor mijn veiligheid hier. Want Erdogan heeft fanatieke aanhang, ook in Nederland.”

Nieuw hoofdpijndossier Broekers-Knol?

D66 wil dat staatssecretaris Ankie Broekers-Knol naar de Tweede Kamer komt met tekst en uitleg. Moet de IND informatie die zij in zulke gevallen deelt voortaan niet beveiligen of anonimiseren, vraagt de regeringspartij zich af.

Kamerlid Jan Paternotte wil ook weten hoeveel mensen precies zijn gedupeerd. De IND benadrukt dat het om „een zeer beperkt aantal zaken” gaat.

Bekijk meer van; vluchtelingen illegalen migratie Turkije Immigratie- en Naturalisatiedienst

Gevoelige IND-dossiers Turken mogelijk in handen Turkije

AD 15.12.2019 Gevoelige informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over een aantal Turkse asielzoekers is mogelijk in handen gevallen van de Turkse autoriteiten. De IND heeft de asielzoekers daarom een verblijfsvergunning toegekend.

Turkije zou de dossiers kunnen hebben bemachtigd door de arrestatie van ‘een Turkse vertrouwenspersoon’ die voor Nederland en andere EU-landen werkte, meldt de IND. Volgens RTL Nieuws gaat het om advocaat Yilmaz S. Hij zou de vreemdelingendienst hebben geholpen om na te gaan of een asielzoeker in Turkije gevaar loopt, bijvoorbeeld als tegenstander van president Recep Tayyip Erdogan, en in aanmerking komt voor asiel.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Duitse en Turkse media melden dat S. al in september is opgepakt. Hij zou ervan worden verdacht dat hij PKK’ers en aanhangers van de Gülenbeweging aan asiel hielp in onder meer Duitsland en Nederland.

D66 wil dat staatssecretaris Ankie Broekers-Knol naar de Tweede Kamer komt om tekst en uitleg te geven. De regeringspartij vraagt zich af of de IND informatie die zij in zulke gevallen deelt voortaan niet moet beveiligen of anonimiseren. D66-Kamerlid Jan Paternotte wil ook weten hoeveel mensen precies zijn gedupeerd. De IND benadrukt dat het om ‘een zeer beperkt aantal zaken’ gaat.

Angst na arrestatie Turkse advocaat: ‘Grote zorgen om mijn gezin en familie’

MSN 14.12.2019 Onder Turkse vluchtelingen in Nederland heerst grote angst dat hun gegevens bij de Turkse regering in Ankara zijn terechtgekomen. De immigratiedienst IND verzekerde hen dat hun gegevens veilig zouden zijn. Nu een Turkse advocaat is opgepakt die door Nederland werd ingehuurd, liggen tientallen gevoelige dossiers op het bureau van de Turkse overheid.

Eén van de vluchtelingen die zeker weet dat zijn dossier bij de Turkse overheid ligt, is Metin (niet zijn echte naam). Hij vluchtte in 2016 na de mislukte coup het land uit. Want als aanhanger van Fethullah Gülen, die verantwoordelijk werd gehouden voor de coup, was hij zijn leven daarna niet meer zeker: de Turkse regering begon een klopjacht op Gülens aanhangers.

Gezin achtergebleven

Metin: “Na de coup is een heksenjacht geopend op Gülenaanhangers in Turkije. Mijn naam is waarschijnlijk door mijn zakelijk partner bij de regering terechtgekomen. De situatie verslechterde snel, en toen ben ik zonder mijn gezin gevlucht. Ik leef nu al meer dan drie jaar zonder hen.”

Nadat hij was vertrokken, heeft de regering in het bijzijn van zijn gezin een huiszoeking gedaan. Alles werd overhoop gehaald. “Dat was heel intimiderend.” Metin zat ondertussen al in Nederland. Hij is niet de enige. Sinds de mislukte couppoging stijgt het aantal Turkse aanvragen voor asiel enorm.

Fanatieke aanhang

Metin: “Ik maak me grote zorgen om de veiligheid van mijn gezin en mijn familie die is achtergebleven. En ik vrees voor mijn veiligheid hier. Want Erdogan heeft fanatieke aanhang, ook in Nederland. Ik maak me zorgen dat één van hen mij iets zal aandoen.”

Metin ziet met lede ogen aan hoe aanhangers van Gülen worden behandeld in Turkije. “Ze worden in gevangenissen gestopt en gemarteld. Mensen worden zonder beschuldiging vastgehouden. Sommigen zitten al drie jaar zonder aanklacht vast. Totaal onschuldig.”

Waarom worden Gülenaanhangers vervolgd in Turkije?

Fethullah Gülen is een invloedrijke Turkse geestelijke met aanhangers over de hele wereld. Hij predikt via eigen scholen, bedrijven en media een eigen uitleg van de islam. Critici zeggen dat zijn beweging af wil van het secularisme of dat die van Turkije een islamitische staat wil maken.

Sinds 1999 verblijft Gülen in ballingschap in de Verenigde Staten. De Turkse overheid van president Erdogan verdenkt hem ervan het brein te zijn achter de mislukte coup in 2016. Ze zien de Gülenbeweging daarom als een terroristische organisatie. Zelf blijft Gülen herhalen dat hij daar niet bij betrokken was.

Uit verschillende internationale rapporten over de situatie in Turkije blijkt dat veel aanhangers van de Gülenbeweging in Turkije worden opgepakt of ontslagen.

In Nederland vroeg Metin een verblijfsvergunning aan via de IND. Om zijn verhaal te checken, huurde de Nederlandse ambassade een advocaat in, Yilmaz S. Het is een normale procedure dat de ambassades in Turkije hiervoor advocaten inhuren. Maar Yilmaz S werd opgepakt, en met hem werden alle vertrouwelijke dossiers van de Turkse vluchtelingen in beslag genomen.

Gevoelige informatie uit Nederland

Midden-Oostencorrespondent Olaf Koens: “Yilmaz S. werkte voor onder meer de Duitse en de Nederlandse ambassade. En hij had toegang tot gevoelige dossiers, belastend voor de betrokkenen in Nederland en hun familieleden hier in Turkije.

Maar Yilmaz S. werd door de Turken gevolgd, en uiteindelijk opgepakt op verdenking van spionage. Problematisch, want daarmee hebben de Turkse autoriteiten toegang gekregen tot de gevoelige informatie uit Nederland. Met alle gevolgen van dien.”

Toen Metin hoorde dat in Turkije onderzoek naar hem zou worden gedaan, maakte hij al bezwaar. Maar volgens zijn advocaat zou zijn informatie veilig zijn. Nu blijkt dat zijn angst terecht was. Hij heeft een brief van de IND gekregen waarin staat dat zijn dossier in handen is van de Turkse overheid.

In de brief staat: “U moet er ernstig rekening mee houden dat uw gegevens bekend zijn geraakt bij de Turkse autoriteiten, vanwege de arrestatie van een advocaat die onder andere werkzaamheden verrichtte voor de Nederlandse ambassade in Turkije.”

Turkse asielaanvragen

In 2015 waren er 56 Turkse asielaanvragen. In 2016, het jaar van de mislukte coup, verviervoudigde het naar 235. In 2017 waren het er 481, en in 2018 vroeg een recordaantal van 1382 Turken asiel aan in Nederland. Dat is 5 procent van het totaal aantal aanvragen in Nederland. Daarmee staat Turkije in de top 5 van landen waaruit de meeste asielaanvragen komen. Dit jaar zijn tot nu toe 1159 verzoeken gedaan

Bron: IND

Uitleg van staatssecretaris

D66 wil uitleg over de kwestie van staatssecretaris Broekers-Knol (asiel). De partij wil weten hoeveel dossiers in handen zijn gekomen van de Turkse overheid en hoe de staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat vluchtelingen als Metin veilig zijn. D66-Kamerlid Jan Paternotte: “Het zijn mensen die vluchten naar Nederland. Dan moet je heel voorzichtig omgaan met hun persoonsinformatie. En ervoor zorgen dat die zeker niet in handen komt van de regering waarvoor ze juist zijn gevlucht.”

Hij stelt voor anoniem informatie uit Turkije te gaan halen. “Je moet zorgen dat die persoonsgegevens daar niet zo makkelijk beschikbaar zijn voor de Turkse regering.”

Ondanks de angst waarin Metin nu leeft, heeft hij ook weer een beetje hoop. Hij is bezig zijn gezin, dat hij al meer dan drie jaar niet heeft gezien, naar Nederland te halen.

IS-vrouwen stappen naar hoogste rechter om terugkeer af te dwingen

NOS 06.12.2019 Nederlandse IS-vrouwen in Syrië stappen naar de Hoge Raad om terugkeer naar Nederland af te dwingen. Het is nog niet duidelijk wanneer de cassatiezaak dient. Advocaat André Seebregts hoopt op een spoedprocedure; in dat geval zou de zaak al volgende maand kunnen worden behandeld.

De rechtbank bepaalde eerder al dat de Nederlandse overheid zich moet inspannen om IS-kinderen terug te halen, mogelijk met de moeders. Maar het gerechtshof haalde later een streep door dat vonnis; het vindt dat de rechter niet op de stoel van de politiek moet gaan zitten.

Marteling

Advocaat Seebregts vraagt zich af of de politiek dit besluit in redelijkheid heeft genomen. Volgens hem lopen kinderen en hun moeders het risico om gemarteld te worden door het leger van president Assad. “Zijn troepen zitten rond de kampen en kunnen daar zo naar binnen”, zei hij in het NOS Radio 1 Journaal. “Troepen van Assad hebben eerder kinderen gemarteld en gedood.”

Een rechter kan in dit geval ingrijpen en de moeders en kinderen terughalen naar Nederland, aldus Seebregts.

Winter

Verder wijst de advocaat erop dat kinderen van IS-moeders dreigen te sterven nu het winter is. Vorige winter zijn volgens hem ook veel kinderen omgekomen door de kou.

Bekijk ook;

IS-vrouwen naar Hoge Raad om Staat te dwingen hen terug te halen

Telegraaf 06.12.2019 Nederlandse IS-vrouwen die verblijven in detentiekampen in Noord-Syrië hopen dat de Hoge Raad snel een besluit neemt over hun terugkeer naar Nederland. Hun advocaat André Seebregts stapt namens de 23 vrouwen en hun 56 kinderen naar de hoogste rechtbank, zo bevestigt de raadsman. De raad neemt normaliter ruim de tijd voor procedures, maar Seebregts denkt dat er al in januari een vonnis kan volgen.

„In uitzonderlijke gevallen kan het heel snel gaan. We spannen een kort geding aan omdat het buitengewoon dringend is.” Seebregts waarschuwt voor de komst van de troepen van de Syrische president Bashar al-Assad. „Kinderen dreigen gefolterd te worden en er is erg veel geweld van de zijde van andere vrouwen in het kamp. En de winter komt eraan; vorige winter zijn er veel kinderen gestorven.”

De rechtbank bepaalde in november dat de Staat binnen twee weken al het nodige moest doen om in ieder geval de kinderen te repatriëren. Voor de volwassenen bestaat die verplichting niet. De Staat ging in hoger beroep en kreeg gelijk. Het hof bepaalde dat de rechter niet op de stoel van de politiek mag gaan zitten.

Bekijk meer van; proces misdaad

 

Nederlandse IS vrouwen doen ultieme poging terugkeer met kinderen af te dwingen

AD 06.12.2019 Nederlandse IS vrouwen wenden zich tot de allerhoogste rechter om hun eigen terugkeer en die van hun kinderen naar ons land af te dwingen. In cassatie hopen hun advocaten aan te tonen dat de rechtbank het niet kan maken ze in detentiekampen in Syrië aan hun lot – en mogelijk martelingen – over te laten.

De advocaten denken dat de vrouwen kans maken door in cassatie te gaan en dringen aan op een snelle behandeling. Die vindt alleen bij uitzondering plaats, meestal duren procedures bij de Hoge Raad lang. Advocaat André Seebregts doet het woord: ,,Op zijn vroegst zou er dan in januari een uitspraak komen.”

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Kinderen staan op het punt te sterven, de winter komt er weer aan, aldus Advocaat André Seebregts.

Het is de laatste stap in het proces dat namens 23 bruiden van IS en hun 56 kinderen is aangespannen. In eerste instantie oordeelde de rechter twee weken na de zitting in het kort geding dat de kinderen moeten worden teruggehaald, desnoods door ook hun moeders mee te nemen.

Hoewel de vrouwen hun recht op hulp van de staat hebben verspeeld, moeten hun foute beslissingen de rechten van de kinderen niet in de weg staan, aldus de rechter. Nederland moet aangeboden hulp accepteren, maar hoeft geen eigen mensen in gevaar te brengen om de vrouwen hierheen te krijgen.

Hoger beroep

Een tweede rechter zette in hoger beroep vrijwel meteen een streep door die uitspraak. De rechtbank kan niet op de stoel van de politiek gaan zitten, zo oordeelde hij, precies zoals de staat had betoogd.

Maar daar valt volgens Seebregts veel op af te dingen. Hij en de andere advocaten betwisten vooral of Nederland ‘in redelijkheid tot beleid is gekomen’. ,,Kinderen staan op het punt te sterven, de winter komt er weer aan. President Assad komt dichterbij, wat betekent dat de vrouwen en kinderen gemarteld dreigen te worden. Een rechter kan ingrijpen bij een uitzicht op foltering.”

Marteling

Dat kan ook als marteling al heeft plaatsgevonden. In de zaak van de Nederlands-Pakistaanse terreurverdachte Sabir K. vroeg Amerika om uitlevering, nadat K. was teruggekeerd naar Nederland na marteling in een Pakistaans gevangenencomplex. Hardnekkige aanwijzingen dat Amerikaanse autoriteiten een rol hadden gespeeld bij de overdracht aan de Pakistaanse inlichtingendienst, wetende dat hij zou worden gefolterd, zorgde dat de rechter een streep zette door uitlevering.

,,Het is niet zo dat de politiek carte blanche heeft. Maar door deze uitspraak in het hoger beroep komt het daar wel heel dichtbij in de buurt’’, zegt Seebregts. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil niet reageren op de ontwikkeling, ‘omdat de zaak dan opnieuw onder de rechter is’,  laat een woordvoerder weten.

Advocaat André Seebregts, raadsman van de vrouwelijke Syriëgangers. © ANP

Assad: IS’ers in Koerdische kampen moeten door Syrië berecht worden

NU 27.11.2019 IS-strijders die momenteel vastzitten in de Koerdische gevangeniskampen in Syrië worden wat de Syrische president Bashar Al Assad betreft berecht in lokale rechtbanken die gespecialiseerd zijn in terrorismezaken. Dat zegt Al Assad woensdag tegenover het Franse weekblad Paris Match.

“Alle terroristen die zich bevinden in gebieden die onder controle staan van de Syrische staat zullen onderworpen worden aan de Syrische wet”, aldus de dictator.

Het is nog onduidelijk wat dat betekent voor het lot van de Europese IS-gangers in de Syrische kampen, onder wie 55 Nederlanders en 95 Nederlandse kinderen.

Onlangs won de Nederlandse staat het hoger beroep in de zaak die draaide om de verplichting om 19 Nederlandse vrouwen en 56 Nederlandse kinderen uit de Syrische kampen terug te halen.

Het gerechtshof in Den Haag stelde de Staat in het gelijk en vindt dat de Nederlandse staat niet gedwongen kan worden om de vrouwen en kinderen te repatriëren, omdat dat een politieke afweging is.

Kabinet wil banden met Al Assad niet aanhalen

Het huidige kabinetsbeleid houdt in dat Nederlandse uitreizigers niet actief worden opgehaald uit Syrië. Het kabinet vindt het gebied te gevaarlijk om Nederlandse diplomaten en militairen naartoe te sturen en ziet liever dat de Syriëgangers in Irak berecht worden.

Of dat ook zal gebeuren, valt te bezien. De Irakezen hebben in een eerder stadium aangegeven niets te voelen voor het verzoek. Intussen dreigen de Nederlanders die vastzitten in handen te komen van Al Assad.

Wat het CDA betreft is dat een reden om de diplomatieke banden met het regime van Al Assad te herstellen. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) zei in een interview met NU.nl echter dat een herstel van de relaties met Al Assad uitgesloten is, ook niet als Nederlandse IS’ers in handen van Al Assad vallen.

‘Koerden moeten controle Noord-Syrië overdragen aan Al Assad

Al Assad wordt in het vraaggesprek met Paris Match gevraagd naar de deal die hij heeft gesloten met de Koerdische strijdkrachten die tot voor kort met steun van de VS het noorden van Syrië controleerden.

De Koerden golden jarenlang als bondgenoten van de westerse coalitie in de strijd tegen IS. De duizenden IS’ers die zijn gevangengenomen, zijn vervolgens vastgezet in kampen die bewaakt worden door de Koerden. Naar schatting worden er meer dan tienduizend Syrische en Iraakse IS’ers en ongeveer tweeduizend buitenlandse IS’ers, onder wie ook Europeanen, vastgehouden in de Koerdische kampen.

Nadat de Amerikaanse president Donald Trump kort geleden de Amerikaanse troepen uit Syrië terugtrok en Turkije de aanval tegen de Koerden in Syrië inzette, wendden de Koerden zich tot Rusland en Al Assad voor bescherming die zij tot voor kort van de Amerikanen kregen. Wat Al Assad betreft komt de bescherming met een prijs: uiteindelijk zullen de Koerden de controle over het gebied in het noorden van Syrië moeten overdragen aan Al Assad, lichtte hij eerder toe.

Lees meer over: Syrië  Buitenland

In Syrië en Irak verblijven ongeveer 1400 IS-kinderen van wie minstens één ouder EU-burger is, zei EU-commissaris Julian King (Veiligheid) onlangs. Ⓒ ZUMAPRESS.com

EU-parlement: haal IS-kinderen terug

Telegraaf 26.11.2019 EU-landen moeten kinderen met hun nationaliteit uit de kampen in Noordoost-Syrië terughalen. Een grote meerderheid van het Europees Parlement (495 tegen 58) riep woensdag de 28 lidstaten daartoe op.

De EU zou daarbij een coördinerende rol moeten spelen. De oproep is onderdeel van een niet-bindende resolutie ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Saskia Bricmont van de Europese Groenen hekelde het gebrek aan actie van de EU-landen. Volgens haar zitten enkele honderden Europese ’jihadistenkinderen’, van wie de meesten jonger dan 5 jaar, onder erbarmelijke omstandigheden in kampen in het noordoosten van Syrië. In sommige gevallen worden hulporganisaties die kinderen willen repatriëren door hun overheid tegengewerkt, stelt zij.

Bekijk ook: 

Hof: Staat hoeft ’IS-kinderen’ niet terug te halen 

Bekijk ook: 

Terughalen IS-kinderen geen uitgemaakte zaak 

Risico’s

In Syrië en Irak verblijven ongeveer 1400 IS-kinderen van wie minstens één ouder EU-burger is, zei EU-commissaris Julian King (Veiligheid) onlangs. Hij verwelkomde het besluit van sommige lidstaten om kinderen terug te halen en wees erop dat de Europese Commissie behulpzaam kan zijn. De Nederlandse regering wil vanwege de risico’s geen kinderen van IS-strijders terughalen. Volgens de AIVD verblijven 90 kinderen met een Nederlandse link in Syrisch-Koerdische kampen of detentie.

Bekijk ook: 

Turkije spreekt jihad-vrouwen Loes en Souad vrij 

Bekijk ook: 

Misplaatste empathie voor jihadvrouwen 

Turkse rechtbank spreekt twee Nederlandse Syriëgangers vrij

NU 26.11.2019 Een rechtbank in Turkije heeft twee Nederlandse Syriëgangers vrijgesproken van lidmaatschap van terreurgroep IS, meldt de NOS. De rechter meent dat er te weinig bewijs is tegen Souad D. en Loes F. De twee vrouwen woonden jarenlang in het door IS zelfverklaarde kalifaat.

De advocaat van D., Yasar Özdemir, bevestigt de vrijspraak aan de NOS. Wel loopt er nog een hoger beroep.

Als de twee vrouwen ook in hoger beroep worden vrijgesproken kan dat eventuele vervolging in Nederland bemoeilijken, omdat verdachten die in het buitenland zijn vrijgesproken niet opnieuw mogen worden vervolgd voor hetzelfde vergrijp.

D. en F. zijn in Syrië getrouwd met een Nederlandse IS-strijder uit Amersfoort. Zelf zeggen ze dat hun man, Baraa Ahmad, niet meer is aangesloten bij IS.

In afwachting van hoger beroep mogen de twee vrouwen Turkije niet verlaten. De uitspraak hiervan wordt volgens hun advocaat binnen een paar maanden verwacht.

Naar verwachting worden D. en F. na het hoger beroep in Turkije teruggestuurd naar Nederland. Twee IS-vrouwen die onlangs door Turkije naar Nederland werden teruggestuurd, werden direct na aankomst op Schiphol aangehouden.

Lees meer over: Turkije  Syrië  Buitenland

Vrouw in Koerdisch kamp in Noord-Syrië waar familie van IS-strijders worden vastgehouden (archief) AFP

Twee Nederlandse Syriëgangers vrijgesproken in Turkije

NOS 26.11.2019 Een rechtbank in Turkije heeft twee Nederlandse Syriëgangers, Souad D. en Loes F., vrijgesproken van lidmaatschap van terreurgroep IS. Volgens de rechter is er onvoldoende bewijs tegen de twee vrouwen, die jarenlang in het zelfverklaarde kalifaat van IS woonden. In afwachting van hoger beroep mogen ze Turkije niet uit.

Advocaat Yasar Özdemir, die D. bijstaat, bevestigt dat de vrouwen zijn vrijgesproken in Turkije en dat er nog een hoger beroep loopt. Hij verwacht binnen een paar maanden een uitspraak.

Mochten de twee vrouwen uit Franeker en Geleen ook in hoger beroep in Turkije worden vrijgesproken van lidmaatschap van een terreurbeweging, dan bemoeilijkt dat een eventuele vervolging in Nederland. Wettelijk mogen verdachten die in het buitenland zijn vrijgesproken niet opnieuw worden vervolgd voor hetzelfde vergrijp.

Baghouz

D. en F. zijn in Syrië getrouwd met een Nederlandse IS-strijder uit Amersfoort, Baraa Ahmad. Hoewel ze zeggen dat hun man afstand had genomen van de terreurgroep, leefden ze jarenlang in het hart van het ‘kalifaat’.

De eerste jaren woonden ze in Raqqa, destijds de hoofdstad van de terreurbeweging. Later verbleven ze in de oostelijke stad Baghouz, het laatste bolwerk van IS, waar kort voor de val van het kalifaat vooral de meest geharde strijders zich ophielden. Tijdens het slotoffensief om Baghouz sloegen F. en D. op de vlucht.

Turkije zette onlangs twee IS-vrouwen op het vliegtuig naar Schiphol, waar ze direct na aankomst zijn aangehouden. De verwachting is dat Souad D. en Loes F. na het hoger beroep in Turkije eveneens worden teruggestuurd naar Nederland.

Bekijk ook;

Staat wint hoger beroep en hoeft vrouwen en kinderen niet uit Syrië te halen

NU 22.11.2019 De Nederlandse Staat hoeft zich toch niet in te spannen om 56 kinderen en hun negentien moeders vanuit Syrië naar Nederland te halen. Hiermee is het door de Staat aangespannen spoedappel door het gerechtshof in Den Haag vrijdag gegrond verklaard.

Nederland kan volgens het hof niet gedwongen worden om de vrouwen en kinderen te repatriëren, omdat het gaat om een politieke kwestie.

“Het kabinet heeft op het vlak van nationale veiligheid en buitenland een ruime mate van beleidsvrijheid”, laat een persrechter weten aan NU.nl. “Daar zitten grenzen aan, maar die zijn volgens het hof in deze zaak niet overschreden.”

Volgens het huidige kabinetsbeleid worden Nederlandse uitreizigers niet actief opgehaald uit Syrië. Het kabinet wil Nederlandse ambtenaren niet in gevaar brengen door ze naar een onveilig gebied te sturen.

De uitspraak van het hof is een teleurstelling voor de vrouwen en hun familieleden. Zij spanden het kort geding aan omdat zij onder erbarmelijke omstandigheden in detentiekampen in Syrië verblijven.

De rechtbank onderschreef dit eerder en vond dat de overheid zich moest inspannen om in ieder geval de kinderen terug te halen naar Nederland. Als de Koerden, die de leiding hebben over de kampen, de kinderen alleen samen met hun moeders zouden laten vertrekken, moest ook geprobeerd worden hen op te halen.

Met de uitspraak van het hof is die inspanningsverplichting tenietgedaan. Er is nog wel een mogelijkheid om tegen de uitspraak in cassatie te gaan.

Rutte wil uitspraak eerst bestuderen

Premier Markt Rutte liet in in eerste reactie weten de uitspraak eerst te willen bestuderen voordat hij daar inhoudelijk op ingaat. Wel noemt hij het “mooi als we gelijk krijgen”.

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus zegt de uitspraak van het hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid te zien.

“We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie”, aldus Grapperhaus. “Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Het kabinet ziet het liefst dat de vrouwen in de regio berecht worden. Irak heeft al laten weten daar voorlopig nog niet aan te willen voldoen.

IS-kinderen (en hun moeders) terughalen of niet?

IS-kinderen (en hun moeders) terughalen of niet?

Overheid kan ook besluiten tot afnemen Nederlanderschap

Personen met de Nederlandse nationaliteit die zich melden bij een Nederlandse ambassade worden wel naar ons land teruggestuurd.

Bij personen met een dubbele nationaliteit kan het Nederlanderschap worden afgepakt. Dat gebeurde onlangs bij een vrouw die zich meldde bij de Nederlandse ambassade in Turkije. Zij beschikt ook over de Marokkaanse nationaliteit, maar werd ondanks een verzoek van Nederland aan Turkije om haar niet naar Nederland te sturen toch op een vliegtuig naar Schiphol gezet. Daar werd ze dinsdag aangehouden.

Vrijdag werd besloten om haar voor zeker veertien dagen langer vast te zetten. Ook voor een vrouw van 25 jaar uit Apeldoorn, die zich eveneens bij de ambassade in Turkije had gemeld, blijft vastzitten.

Lees meer over: Syriëgangers Binnenland

Het spoedappel diende bij het gerechtshof in Den Haag ANP

Staat hoeft kinderen IS’ers toch niet terug te halen uit Syrië

NOS 22.11.2019 De Nederlandse staat hoeft IS-vrouwen en hun kinderen in kampen in het noordoosten van Syrië niet terug te halen. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag bepaald in een spoedappel dat was ingesteld door de ministers Blok en Grapperhaus.

In een kort geding oordeelde de rechter tien dagen geleden dat de Staat zijn best moet doen om in elk geval de kinderen terug te halen. Het zou onrechtmatig zijn om dat niet te doen. Die uitspraak is nu dus teruggedraaid.

De zaak draait om 23 IS-vrouwen en 56 kinderen die verblijven in de kampen Al-Hol en Al-Roj in noordoost-Syrië. De landsadvocaat had bepleit dat de rechter afzijdig moet blijven in de kwestie, omdat het kabinet en het parlement de politieke afwegingen in deze specifieke situatie moeten maken.

Beladen zitting

“De rechter zegt eigenlijk hetzelfde als de landsadvocaat vanochtend zei: dit is politiek, dit is beleid dat door het kabinet wordt gemaakt en een rechter hoort daar niet over te oordelen”, zegt verslaggever Mattijs van de Wiel. De rechter kan volgens het hof alleen in uitzonderlijke gevallen bepalen dat de staat onrechtmatig handelt. Van zo’n uitzondering is hier dus geen sprake.

“Het was een beladen zitting”, vertelt Van de Wiel. “Met een zaal vol familieleden van vrouwen die zijn uitgereisd. Veel van die mensen zeggen: mijn dochter of nicht is helemaal geen terrorist. Deze mensen waren muisstil toen ze het aanhoorden, want zij willen hun kleinkinderen zien en hadden al hun hoop hierop gevestigd. Ze gingen weg zonder commentaar te geven.”

Een vader reageert zeer teleurgesteld en weet niet hoe deze uitspraak zal aankomen bij zijn dochter.

‘De kans bestaat dat ze nu over de hekken gaan klimmen’

Jezidi’s in ons land reageren juist tevreden op de uitspraak. De etnische en religieuze minderheidsgroep werd vooral in Irak hard getroffen door IS. Veel mannen werden vermoord. Vrouwen en meisjes van de jezidi’s werden verkracht en tot slaaf gemaakt door leden van IS.

Jezidi’s in ons land zijn blij met deze uitspraak

Minister Grapperhaus toonde zich in een eerste reactie tevreden. “Ik zie de uitspraak van het hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om al dan niet met hun minderjarige kinderen naar IS-gebied uit te reizen en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt hen niet actief terug uit dit gebied.”

Bekijk ook;

Hof: Staat hoeft ’IS-kinderen’ niet terug te halen

Telegraaf 22.11.2019 De Nederlandse Staat hoeft zich niet in te spannen om de 56 kinderen van IS-vrouwen terug te halen. Ook voor de moeders zelf hoeft Nederland niet in actie te komen. Dat oordeelde de voorzieningenrechter in Den Haag vrijdag in hoger beroep. Daarmee gaat een streep door de uitspraak van vorige week. Toen beval de rechter Nederland nog om de kinderen te gaan halen.

Volgens de landsadvocaat moet de rechter zich niet bemoeien met buitenlands beleid – daar gaan het kabinet en de Tweede Kamer over, zeker waar het wespennesten betreft als Noord-Syrië. De rechter gaat in die argumentatie mee. Dat is een meevaller voor het kabinet.

De vrouwen vragen Nederland om hen te komen halen, maar dat ligt op het terrein van de betrokken ministeries, stelt de rechter. „De staat heeft hierin beleidsvrijheid. Dat betekent dat de rechter, zeker in kort geding, zeer terughoudend moet zijn.”

Vorige week oordeelde de rechter nog in kort geding dat Nederland zich wel degelijk moet inspannen om de kinderen terug te halen. De families van de IS-vrouwen staan nu weer met lege handen. Veel van hen waren boos en in tranen. Ze hadden al hun hoop gevestigd op deze uitspraak. Er zijn op korte termijn geen mogelijkheden meer bij een hogere rechter.

Bekijk ook: 

Twee IS-vrouwen terug in Nederland met kinderen 

Bekijk ook: 

’De kinderen zijn het slachtoffer’ 

De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn jonger dan twaalf jaar, de meesten zelfs onder de zes jaar. De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd.

Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert ze actief terug te halen. Het regeringsbeleid is nog steeds dat Nederland geen Nederlanders terughaalt uit Syrië. Alleen wie erin slaagt om een diplomatieke post te bereiken, kan eventueel hulp krijgen.

„Voor de families is het misschien lastig te begrijpen waarom Nederland niets wil doen voor deze vrouwen en kinderen”, legde de landsadvocaat vrijdagochtend uit. „Maar de Staat moet een afweging maken tussen abstracte belangen als nationale veiligheid en internationale betrekkingen en concludeert dat Nederland op dit moment daar geen actie wil ondernemen.

Nederland zet niet zomaar alle andere belangen opzij als iemand zegt: het valt hier toch tegen, haal me maar terug. Dit is nou eenmaal de harde kant van buitenlands beleid.”

Bekijk ook: 

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Bekijk ook: 

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen 

Bekijk ook: 

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen vastgezet 

Volgens advocaat Tom de Boer (namens de vrouwen) heeft de Nederlandse staat zich de afgelopen maanden achter steeds weer nieuwe valse argumenten verscholen om maar niets te hoeven doen. Zelfs nadat de rechter vorige week bepaalde dat Nederland zijn best moet doen om de kinderen terug te halen.

Zijn collega André Seebregts benadrukte dat Nederland wel degelijk de belangen van de kinderen en de vrouwen in het oog moet houden. De situatie in de kampen verslechtert steeds verder. De winter staat voor de deur, net als de troepen van Assad die niet terugdeinzen voor moord en verkrachting van kinderen. Dan zijn er nog de ultra-radicale Russische en Tsjetsjeense IS-vrouwen die een islamitisch schrikbewind uitoefenen over het kamp.

Voor Nederland is het echter te gevaarlijk om een ophaalexpeditie te sturen naar het onoverzichtelijke gebied, stelde de landsadvocaat. Seebregts vond dat onzin. „De Denen hebben eergisteren nog een weeskind opgehaald.” Een onvergelijkbare actie, aldus de landsadvocaat. „Bij de Denen ging maar om één weeskind, niet om om 23 vrouwen en 56 kinderen.”

Bekijk ook: 

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen vastgezet 

Eerste reactie Rutte

Premier Mark Rutte heeft aan het begin van zijn wekelijkse persconferentie laten weten dat hij de uitspraak nog goed moet bestuderen. „Het is op zich mooi als we gelijk krijgen.”

Reactie minister Grapperhaus

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) wil de uitspraak bestuderen. „Maar ik kan zeggen dat ik de uitspraak als ondersteuning van het kabinetsbeleid zie. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie”, zegt de CDA-bewindsman. „Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Bekijk meer van; conflicten, oorlog en vrede misdaad Grapperhaus Nederland Den Haag

Gerechtshof: Nederland hoeft vrouwen en kinderen niet terug te halen uit Syrië

AD 22.11.2019 Nederland hoeft 23 IS-vrouwen en hun 56 kinderen niet op te halen uit detentiekampen in Noord-Syrië. Het Gerechtshof in Den Haag  heeft zojuist een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag vernietigd. Die rechtbank oordeelde twee weken geleden dat de Nederlandse staat de kinderen wel moest terughalen, ook als dat betekende dat hun moeders mee zouden komen.

De beslissing om de IS-gezinnen wel of niet op te halen is aan de politiek en niet aan de de rechter, zo oordeelde het Gerechtshof vanmiddag. ,,Het is duidelijk dat de vrouwen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden leven. Het gaat dus om fundamentele rechten van de kinderen: om het recht van leven en ontwikkeling.”

Het Hof is echter ook van mening dat de staat beleidsvrijheid heeft en de rechter daarom terughoudend moet zijn. ,,Het is aan de politiek, niet aan de rechter om over erbarmelijke omstandigheden te oordelen.” Daarom wees het Gerechtshof alle vorderingen van de vrouwen af.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Opvallend

Dat is een opvallende beslissing, omdat de rechtbank in Den Haag eerder deze maand in een kort geding besloot dat het Nederlandse kabinet een ‘inspanningsverplichting’ heeft om ervoor te zorgen dat 56 kinderen van Nederlandse IS’ers terug worden gehaald uit de detentiekampen in Noord-Syrië waar ze nu verblijven.

Het is niet de schuld van de kinderen dat ze daar beland zijn, aldus de rechter. Voor hun 23 moeders die in dezelfde kampen zitten, gold die verplichting niet. Als de moeders mee zouden moeten komen met hun kinderen, omdat de Koerden de kinderen niet alleen laten vertrekken, dan is dat maar zo, stelde de rechtbank.

Politiek

Door dat oordeel staat met de uitspraak van vandaag dus een dikke streep. Tot grote teleurstelling van de tientallen familieleden in de rechtszaal. Zij beseffen dat het nu weer volslagen onduidelijk is wanneer ze hun kleinkinderen, neefjes en nichtjes weer zullen zien. Als dat ooit al gebeurt.

Het lot van de IS-vrouwen ligt nu deels weer in de handen van de politiek. Het kabinet en Kamermeerderheid zijn daar niet van plan actie te ondernemen om de vrouwen en kinderen op te halen, zo is het standpunt.

Al zegt premier Rutte dat hij de uitspraak eerst nog wil bestuderen. Het huidige beleid is dat Nederland IS’ers pas actief helpt terug te keren naar Nederland als ze zichzelf melden op een ambassade of consulaat in Turkije of Irak.

Van daaruit worden zij teruggevlogen naar Schiphol en daar aangehouden, vastgezet en berecht. De kinderen gaan dan naar familie of een pleeggezin. Eerder deze maand doken er bij de Nederlandse ambassade in Ankara nog twee vrouwen op die waren ontsnapt uit een Syrisch detentiekamp. De kans dat meer vrouwen dat nu gaan proberen is groot.

‘Terughalen ook risico’

Dat het kabinet echt  niet wil dat de Nederlandse jihadvrouwen en hun kinderen terugkomen werd vandaag in de Haagse rechtbank wederom duidelijk. ,,Ook terughalen van alleen de kinderen is ook een risico, dat kan tot wrok leiden bij de vrouwen en familie.” Familieleden en advocaten van de vrouwen vinden dat terughalen juist wel moet én kan.  ,,Denemarken heeft 48 uur geleden nog kinderen opgehaald in Syrië.”

Maar, zo oordeelde de rechtbank, als de Koerdische bewakers van de kampen de kinderen alleen willen meegeven als de moeders meegaan, dan moet Nederland ook de moeders terugnemen. De rechtbank stelde echter ook dat de situatie ter plekke wel veilig genoeg moet zijn voor Nederlandse militairen of ambtenaren om de vrouwen en kinderen op te halen.

Het kabinet is tegen dat oordeel in beroep gegaan omdat het van oordeel blijft dat Nederland de vrouwen en kinderen alleen verder kan helpen als ze zichzelf melden bij een Nederlandse ambassade of consulaat in Turkije of Irak. De vrouwen kunnen daar uit zichzelf moeilijk komen: de kampen worden bewaakt en alleen met behulp van smokkelaars kunnen ze in Turkije of Irak komen.

‘Ze wisten waar ze heen gingen’

De landsadvocaat betoogde vanochtend dat de rechter eigenlijk helemaal niet over het wel of niet terughalen van de vrouwen en kinderen gaat: het is een politieke beslissing. ,,Het heeft onder meer gevolgen voor het buitenlands beleid van Nederland en daar gaat de politiek over.”

De Nederlandse Staat stelde aan het begin van het hoger beroep in Den Haag dat de vrouwen ‘precies wisten waar ze heen gingen’.  ,,Want ook toen er nog geen kalifaat was (voor 2014), was er al een jihadistische strijd aan de gang. Ze hadden in Nederland een keuze hoe hun leven vorm te geven. Ze hebben die keus gemaakt”, aldus de landsadvocaat.

,,De vrouwen hebben zichzelf in gevaarlijke omstandigheden gebracht en vragen pas nu ze in kampen zitten om repatriëring van zichzelf en hun kinderen.” Daar komt bij, meldt de advocaat, dat in Syrië 5,6 miljoen kinderen onder slechte omstandigheden leven, nog meer mensen hebben humanitaire hulp nodig.

De Staat vindt ook dat er van de vrouwen net zoveel dreiging uitgaat als van de mannen. ,,Inlichtingendienst AIVD wijst er op dat deze vrouwen lang in strijdgebied zijn geweest, gemiddeld drie jaar. Ook na terugkomst blijft de vraag of ze afscheid nemen van jihadistisch gedachtegoed.

Ze zijn een bedreiging voor de nationale veiligheid.” Er is dan ook geen enkel West-Europees land dat beleid heeft om de vrouwen actief terug te halen. Er zijn enkele weeskinderen teruggehaald, vanwege humanitaire redenen, stelt de advocaat.

De Staat ziet de kinderen als slachtoffer van de keuzes van hun ouders. Het alleen terughalen van de kinderen is ook een risico, stelt de landsadvocaat. ,,,Dan kan wrok ontstaan bij vrouwen die achterblijven of familieleden hier.” Familieleden zien dat duidelijk anders, zij lachen om de opmerking van de advocaat.

De landsadvocaat: ,,We kunnen begrijpen dat familieleden nu denken: omdat de Staat iets niet doet, gaan mijn kinderen en kleinkinderen straks dood. Dat is moeilijk, zeker omdat daar het abstracte belang van de staat tegenover staat. Maar repatriëring is een politieke beslissing.” De rechter gaat daar dus, volgens de landsadvocaat, niet om.

Vrees voor martelingen

Advocaat Seebregts, die de vrouwen bijstaat, wijst erop dat Denemarken eerder deze week nog twee weeskinderen heeft opgehaald in het gebied. ,,Dus wat Nederland te gevaarlijk vindt, hebben de Denen 48 uur geleden nog gedaan.” Ook vrezen de advocaten dat het Syrische leger de controle over de kampen gaat overnemen.

,,De Syrische inlichtingendiensten zullen zeker met die vrouwen willen praten. En we weten wat dat kan inhouden.” De advocaat doelt daarmee op de slechte reputatie die het Syrische regime heeft wat betreft mensenrechten.

De inlichtingendiensten zijn vaak beschuldigd van (seksuele) mishandeling en marteling. Ook van kinderen. ,,Er zijn hier vandaag veel ouders en andere familieleden, ze hebben ook foto’s doorgestuurd van de kinderen in de kampen. Die hopen ze snel weer te kunnen zien.”

Seebregts vraagt de rechtbank ook nog extra te kijken naar de zaak van de Amsterdamse Chadia B. Zij heeft geen kinderen, maar wel zware psychische klachten als psychoses. Ze is zwaargewond geraakt en mist nu een voet.

Door haar psychische problemen moeten andere vrouwen haar verzorgen. ,,Ze ligt in een tent in haar eigen uitwerpselen, kinderen gooien stenen naar haar. Haar situatie is, zo mogelijk, nog schrijnender dan die van de anderen.”

 Tobias den Hartog @TobiasdenHartog

Rutte over uitspraak IS-vrouwen: ik vind het natuurlijk niet vervelend om gelijk te krijgen, maar ik zeg altijd dat we de uitspraak eerst willen bestuderen. Dat zeg ik ook als we verliezen, dus dat zeg ik nu ook. #isvrouwen

3:43 PM – Nov 22, 2019 See Tobias den Hartog’s other Tweets

Bekijk hier de reactie van minister-president Rutte op het nieuws.

Hof: Nederland hoeft IS-vrouwen en kinderen niet terug te halen uit Syrië

RTL 22.11.2019 De Nederlandse staat hoeft er niet alles aan te doen om IS-vrouwen en hun kinderen terug te halen uit kampen in Syrië. Dat besluit is aan de politiek en niet aan de rechter, heeft het gerechtshof vanmiddag besloten.

Het oordeel van de rechtbank wordt daarmee vernietigd. Die had eerder bepaald dat de overheid zich moet inspannen voor IS-kinderen, maar stelde de overheid niet verplicht om IS-vrouwen terug te halen.

Tijdens zijn wekelijkse persmoment reageerde premier Mark Rutte vanmiddag tevreden op de uitspraak. Hij wilde er verder niet te diep op ingaan. “Wij werken aan de mogelijkheid tot berechting in de regio. Dat is onze stip aan de horizon. Berechting in de regio is buitengewoon complex, maar niet onmogelijk.”

Lees ook:

Dit zijn de twee teruggekeerde IS-vrouwen: ‘Bewijs gruwelijkheden lastig te vinden’

Reactie minister Grapperhaus

“Het Kabinet zal het gemotiveerd arrest inhoudelijk bestuderen. Maar ik kan in eerste reactie zeggen dat ik de uitspraak van het Hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid zie. We zijn altijd helder geweest.”

Hij vervolgt: “Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Het kort geding was aangespannen namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen, die vastzitten in twee kampen in het noorden van Syrië. Ze zitten daar onder schrijnende omstandigheden. Volgens hun advocaat is er hier absoluut geen sprake van een politiek belang, wat door de Staat wel betoogd wordt. “Het gaat om hun individuele belangen, zij lopen schade op door het handelen van de Staat.”

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zegt vrijdag in een reactie dat ze het kabinet meerdere malen heeft opgeroepen om zich tot het uiterste in te spannen om de Nederlandse kinderen in Syrische kampen terug te halen naar Nederland. “De vaak jonge kinderen zitten daar onder erbarmelijke omstandigheden, en de situatie lijkt te verslechteren.”

Vader IS-kinderen hoopt op terugkeer dochter en zoon uit Syrisch kamp

Bekijk deze video op RTL XL

Jeremy kan niet wachten tot zijn dochter en zoon eindelijk weer thuis zijn. Hun moeder en zijn ex nam ze jaren geleden mee naar Syrië.

De rechter oordeelde begin vorige week in een kort geding dat de Staat er alles aan moet doen om op korte termijn de kinderen naar Nederland te halen. Voor de terugkeer van de IS-vrouwen zelf hoeft de Staat zich niet in te zetten, oordeelde de rechter.

Maar als de Koerden die de kampen bewaken de kinderen niet zonder moeders willen laten vertrekken, moet de overheid wel kijken of ze zowel moeders als kinderen kan terughalen. Dat moest ook per direct gebeuren. Als er binnen twee weken niets zou zijn gedaan, zou een dwangsom volgen.

Lees ook:

Staat moet kinderen van IS-vrouwen terughalen uit Syrië

De VS hebben herhaaldelijk aangeboden om Syriëgangers op te halen en terug te brengen naar Nederland. Het beleid van het kabinet tot nu toe was om betrokkenen niet-actief terug te halen, maar de rechter bepaalde dat dit beleid niet kan gelden voor de kinderen.

Buitenlandse Zaken laat weten dat er contact is geweest met de Amerikanen en met Europese landen maar wat er precies is besproken, zegt het ministerie niet. Ook de landsadvocaat zei vandaag dat er ‘stappen zijn gezet’, maar dat er verder niets over gezegd kan worden.

ANP; Islamitische Staat  Syrië

Het gerechtshof tijdens het spoedappèl tegen het vonnis over de IS-kinderen.

Het gerechtshof tijdens het spoedappèl tegen het vonnis over de IS-kinderen. Foto Marco de Swart/ANP

Hof: staat hoeft IS-kinderen niet terug te halen

NRC 22.11.2019 De Nederlandse staat hoeft de kinderen van IS-vrouwen die in kampen in Noord-Syrië zitten, niet terug te halen. Deze uitspraak in hoger beroep is een meevaller voor het kabinet.

De staat hoeft zich niet in te spannen om 56 kinderen en 23 vrouwen terug te halen uit twee kampen uit Noord-Syrië. Dat heeft het Haagse gerechtshof vrijdagmiddag bepaald. De uitspraak kwam ongeveer anderhalf uur na de zitting, met een korte motivering. Het hof vindt dat het aan de staat is om te bepalen of de vrouwen en kinderen moeten terugkeren. Over twee weken wordt een uitgebreide toelichting gepubliceerd.

De beslissing kwam na het hoger beroep dat de staat had ingesteld inzake de mogelijke terugkeer van de kinderen en vrouwen uit Noord-Syrië. De staat was in hoger beroep gegaan tegen het vonnis in het kort geding van bijna twee weken geleden.

De voorzieningenrechter had bepaald dat de staat zich moest inspannen om de kinderen van 23 vrouwelijke uitreizigers naar Islamitische Staat terug te halen. Dit onder meer vanwege de „erbarmelijke omstandigheden” in de kampen Al-Hol en Al-Roj.

Eventueel zouden ook de vrouwen moeten terugkomen, als de Koerden niet zouden toestaan dat moeders van de kinderen werden gescheiden. Het hof bepaalde vrijdag dat het aan de staat is om te oordelen over die omstandigheden en de gevolgen daarvan voor de vrouwen en kinderen.

De uitspraak van vrijdagmiddag gaat in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het is een grote meevaller voor het kabinet en regeringspartijen VVD en CDA. Die zijn tegen terugkeer van de moeders en kinderen.

Volgens het kabinet is het gebied te onveilig en onstabiel om tot repatriëring van de vrouwen en kinderen te kunnen overgaan. Zowel het kabinet als de regeringspartijen VVD en CDA zien in de terugkeer van met name de moeders een gevaar voor de nationale veiligheid.

Lees ook: de weerstand tegen terugkeer kinderen uit Noord-Syrië bleef, ondanks het vonnis van 11 november

„De kans is groot dat een aantal van hen niet afscheid heeft genomen van het jihadistisch gedachtengoed”, aldus de landsadvocaat vanmorgen voor het Hof. Hij wees erop dat de groep vrouwen om wie het gaat al lang in het strijdgebied zit, gemiddeld drie jaar.

Buitenlands beleid

Ook vond de advocaat namens de staat dat de rechter zich niet met het buitenlands beleid moet bemoeien. „Nederland is niet een van de actoren in het gebied”, aldus de landsadvocaat in zijn pleidooi. „Turkije, Syrië, Rusland, de Koerden en de VS zijn dat wel.”

Een rechterlijk besluit om de vrouwen en kinderen terug te halen, zou de staat dwingen met die landen te gaan onderhandelen, inclusief Syrië, waarmee Den Haag alle diplomatieke banden heeft doorbroken. Een rechter kan zoiets nooit van het kabinet eisen, dat ook nog eens gesteund wordt door een Kamermeerderheid, aldus de landsadvocaat.

De advocaten André Seebregts en Tom de Boer stelden daartegenover dat het de plicht van de staat is zijn onderdanen te beschermen tegen de zeer zware omstandigheden in de kampen, maar ook tegen marteling, verkrachting en moord.

De kans daarop is groot als de Syriërs hun invloed in het noorden van hun land uitbreiden en de kampen overnemen van de Koerden, aldus de advocaten van de moeders. Zij citeerden diverse rapporten van de VN en andere organisaties waarin beschreven staat hoe vrouwen en kinderen behandeld worden en overlijden in Syrische gevangenschap.

„De staat handelt onrechtmatig als ze niet al het mogelijke in het werk stelt om te voorkomen dat haar onderdanen dat lot treft”, betoogde advocaat De Boer.

Daarvoor wijkt ook het primaat van de staat in het buitenlands beleid, zei hij. Dat geldt eens te meer omdat de Koerden, de VS en het Rode Kruis Nederland hebben aangeboden om bij de repatriëring van de vrouwen en de kinderen te helpen. „Het recht dwingt de staat tot actie”, aldus De Boer.

Verder wees Seebregts erop dat nog deze week een vertegenwoordiger van de Deense regering in het gebied is geweest om een weeskind op te halen. „Dat geeft aan dat het gebied veiliger is dan de staat betoogt”, aldus Seebregts.

De argumenten over en weer waren verder grotendeels dezelfde als die van drie weken geleden. Net als de vorige keer was er de nodige belangstelling van de familie van de uitreizigers.

Hof: IS-vrouwen en kinderen niet terughalen

MSN 22.11.2019 De Staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, toch niet terug te halen naar Nederland. Het hof in Den Haag haalt met deze uitspraak een streep door de uitspraak van de rechtbank begin vorige week.

Het kort geding was aangespannen namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen, die vastzitten in twee kampen in het noorden van Syrië. Ze zitten daar onder schrijnende omstandigheden. De Nederlandse staat was in beroep gegaan.

Een vrouw met kind in het al-Hol kamp in Noord-Syrië waar IS-families zijn opgesloten. Beeld AFP

Staat hoeft IS-kinderen toch niet terug te halen

Trouw 22.11.2019 De Staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, toch niet terug te halen naar Nederland. Het hof in Den Haag haalt met deze uitspraak een streep door de uitspraak van de rechtbank begin vorige week.

Het kort geding was aangespannen namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen, die vastzitten in twee kampen in het noorden van Syrië, vlakbij de grens met Irak. De Nederlandse staat was in beroep gegaan.

De uitspraak is een toch nog onverwachte steun in de rug van de regering en coalitiepartijen VVD en CDA. Die willen nog altijd Nederlandse IS-strijders in de regio laten berechten, ondanks grote praktische problemen om dit te organiseren. Vooral D66 drong juist aan op berechting in Nederland, omdat deze mensen en hun kinderen anders altijd ‘onder de radar’ terug kunnen keren.

Tijdens de zitting betoogde de landsadvocaat namens de Nederlandse staat dat de rechter terughoudend moet zijn als het gaat om politieke afwegingen rond buitenlands beleid en internationale betrekkingen. Zeker bij een kort geding.

“Het beleid hangt in sterke mate af van politieke afwegingen in verband met de specifieke situatie en komt tot stand in samenspraak tussen regering en volksvertegenwoordiging. Het is niet aan de burgerlijke rechter om die afweging te maken”, aldus de landsadvocaat.

Volgens de advocaat  van de vrouwen is er hier absoluut geen sprake van een politiek belang, wat door de Staat wel betoogd wordt. “Het gaat om hun individuele belangen, zij lopen schade op door het handelen van de Staat”, aldus André Seebregts.

Niet zonder hun moeders

De rechter oordeelde begin vorige week in een kort geding dat de Staat er alles aan moet doen om op korte termijn de kinderen naar Nederland te halen. Voor de terugkeer van de IS-vrouwen zelf hoeft de Staat zich niet in te zetten, oordeelde de rechter.

Maar als de Koerden die de kampen bewaken de kinderen niet zonder moeders willen laten vertrekken, moet de overheid wel kijken of ze zowel moeders als kinderen kan terughalen. Dat moest ook per direct gebeuren. Als er binnen twee weken niets zou zijn gedaan, zou een dwangsom volgen.

De Koerden gaven daarom de afgelopen week opnieuw aan dat Nederland welkom is om de kinderen en hun moeders terug te halen. Daarvoor is de situatie veilig genoeg, aldus een woordvoerder van de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) tegen de NOS.

Ook de VS hebben herhaaldelijk aangeboden om Syriëgangers op te halen en terug te brengen naar Nederland. Het beleid van het kabinet tot nu toe was om betrokkenen niet-actief terug te halen, maar de rechter bepaalde dat dit beleid niet kan gelden voor de kinderen.

Buitenlandse Zaken laat weten dat er contact is geweest met de Amerikanen en met Europese landen, maar wat er precies is besproken, zegt het ministerie niet. Ook de landsadvocaat zei vrijdag dat er “stappen zijn gezet”, maar dat er verder niets over gezegd kan worden.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd. De omstandigheden in de kampen zijn erbarmelijk.

Er is veel agressie en geweld, weinig voedsel en water, er heersen ziektes, mensen worden gemarteld en er zijn bombardementen. Ze willen terug naar Nederland, maar tot nu toe weigerde het kabinet ze actief terug te halen.

Lees ook:

Krista zit in een opvangkamp in Syrië: ‘Neem desnoods alleen mijn kinderen mee naar Nederland’

De Nederlandse Krista van T. bleef met haar echtgenoot tot het einde bij terreurbeweging Islamitische Staat. Nu is ze weduwe en zit ze in een overvol opvangkamp in Noord-Syrië, mét haar vier kinderen. ‘Waarom neemt Nederland hen niet terug?’

Meer over; Nederland misdaad, recht en justitie conflicten, oorlog en vrede samenleving gewapend conflict Syrië Wendelmoet Boersema

Een vrouw in een Koerdisch kamp in Noord-Syrië waar familie van IS-strijders worden vastgehouden AFP

Teruggestuurde IS-vrouwen blijven twee weken langer vastzitten

NOS 22.11.2019 Twee IS-vrouwen die dinsdag door Turkije teruggestuurd zijn naar Nederland blijven nog eens veertien dagen vastzitten. Ze worden verdacht van deelname aan een terroristische organisatie. De twee verbleven in het strijdgebied van Islamitische Staat in Syrië.

De vrouwen kwamen dinsdagavond samen met twee kinderen aan op Schiphol. Het gaat om de 24-jarige Fatimah H. uit Tilburg met haar kinderen van 3 en 4 en de 25-jarige Xaviera S. uit Apeldoorn. De kinderen zijn overgedragen aan een voogd van Jeugdbescherming.

De vrouw uit Tilburg meldde zich eind oktober bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Eind oktober werd haar Nederlandse nationaliteit ingetrokken. In januari 2018 werd de vrouw uit Apeldoorn in Turkije aangehouden. Turkije stuurt sinds enkele dagen buitenlandse IS’ers terug naar hun land van herkomst.

Na hun aankomst op Schiphol werden de vrouwen door de Koninklijke Marechaussee aangehouden en overgedragen aan de politie.

Bekijk ook;

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen vastgezet

Telegraaf 22.11.2019 De twee vrouwen die dinsdag op Schiphol zijn aangehouden na terugkeer uit het strijdgebied van Islamitische Staat in Syrië, zijn voor veertien dagen in bewaring gesteld door de rechter-commissaris in Rotterdam. Dat heeft het Openbaar Ministerie bekendgemaakt. Het tweetal wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie.

Het gaat om een vrouw van 24 uit Tilburg en een vrouw van 25 uit Apeldoorn, met twee kinderen van 3 en 4 jaar.

De 24-jarige vrouw heeft zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Op 30 oktober is haar Nederlandse nationaliteit ingetrokken. De andere vrouw is in januari 2018 aangehouden in Turkije. Turkije heeft beiden het land uitgezet en teruggestuurd naar Nederland.

De kinderen zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Nederland heeft erop aangedrongen de vrouw die haar nationaliteit is ontnomen, niet terug te sturen. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heeft hierover meerdere keren met de Turkse minister van Binnenlandse Zaken gesproken. Ook werd er een ambtelijke missie naar Turkije gestuurd.

Uitzetting

Na vervolging, berechting en een eventuele celstraf zal Nederland erop inzetten de vrouw uit te zetten naar Marokko, het land waarvan ze nog wél staatsburger is.

Een derde vrouw, die zich eind oktober samen met de 25-jarige vrouw meldde en die nog wel de Nederlandse nationaliteit heeft, krijgt momenteel consulaire bijstand. Verwacht wordt dat zij binnenkort naar Nederland wordt uitgezet, in afstemming met de Turkse autoriteiten.

Bekijk meer van; rechterlijke macht conflicten, oorlog en vrede samenleving terrorisme Turkije Den Haag Luchthaven Schiphol

Koerden: Nederland kan IS-vrouwen in Syrië nog steeds ophalen

NOS 21.11.2019 Ondanks de onrustige situatie in het noorden van Syrië is repatriëring van 23 Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen nog steeds mogelijk. Dat zegt een woordvoerder van de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) tegen de NOS.

Morgen dient het hoger beroep dat de Nederlandse Staat aanspande, nadat een rechter besliste dat Nederland IS-kinderen zo snel mogelijk terug moet halen uit het gebied. De landsadvocaat noemde het in die zaak “uit oogpunt van internationale betrekkingen en veiligheid ondenkbaar” dat Nederland vrouwen en kinderen op korte termijn zou kunnen terughalen.

Lastiger, maar mogelijk

Sinds Turkije enkele weken geleden een offensief startte tegen de SDF, is de situatie in Noord-Syrië veranderd. In het gebied zijn nu Russische en Syrische regeringstroepen aanwezig, terwijl de Amerikanen zich juist grotendeels terugtrokken. Op sommige plaatsen wordt nog gevochten.

Volgens SDF-woordvoerder Kino Gabriel betekent dat niet dat repatriëring niet meer mogelijk is. “We controleren dit gebied nog steeds. Het is nog steeds mogelijk, al zal het wat lastiger worden. Maar als er overeenstemming is, zorgen wij voor een oplossing.” Repatriëring zou volgens hem of over de weg richting Iraaks Koerdistan plaatsvinden, of met helikopters.

Nog niets van Nederland gehoord

De voorzieningenrechter in Den Haag bepaalde op 11 november dat de Nederlandse overheid er alles aan moet doen om Nederlandse kinderen uit IS-kampen in Noord-Syrië te halen. Abdelkarim Omar, woordvoerder van de door Koerden geleide Autonome Administratie in Noord-Oost Syrië, zegt tegen de NOS dat zij sindsdien nog niets van de Nederlandse overheid hebben gehoord.

‘We hebben besloten kinderen niet van hun moeders te scheiden’

In juni dit jaar werden twee Nederlandse weeskinderen al overgedragen aan de Nederlandse regering. “Als de Nederlandse overheid nog een keer wil onderhandelen, weten ze hoe we ze kunnen overdragen, want dat hebben we eerder gedaan,” zegt Omar. “Maar er is nog niet naar gevraagd, er is geen contact over.”

Moeders mee naar Nederland

Overigens blijven de Syrische Koerden erbij dat de moeders van de IS-kinderen mee moeten naar Nederland. “Wij hebben de vrouwen niet berecht, dus we kunnen de kinderen onmogelijk van hun moeders scheiden”, zegt woordvoerder Omar. “Onder welk internationaal recht kunnen we de kinderen van de moeders scheiden?”

De rechter in Den Haag hield al rekening met die mogelijkheid. Wanneer de Koerden niet bereid zijn om de kinderen alleen te laten gaan, moeten de vrouwen ook worden gerepatrieerd, stond in het vonnis. Volgens de rechter moet de Nederlandse staat nu dus niet alleen de kinderen, maar ook hun moeders terug naar Nederland halen.

Inval bij moeder van jihadiste Xaviera S. in Apeldoorn

AD 21.11.2019 Rond de terugkomst van jihadiste Xaviera S. heeft de politie een inval gedaan bij haar moeder in Apeldoorn, dat bevestigt een naast familielid van Xaviera. De mobiel en computer van Xaviera S. haar moeder is daarbij in beslag genomen voor onderzoek, vertelt de bron, wiens naam bekend is bij de redactie.

Het landelijk parket van het Openbaar Ministerie bevestigt dat de gegevensdragers dinsdagavond in beslag zijn genomen op een adres in Apeldoorn.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Xaviera S., die in 2013 naar Syrië vertrok als vrouw van een IS-soldaat, keerde onlangs vanuit Turkije terug naar Nederland. Omdat de jihadiste daar al een straf uitzat voor haar lidmaatschap van IS – en tweemaal voor hetzelfde feit bestraft worden niet kan – zoekt justitie nu naar nieuw bewijs van andere strafbare feiten die ze begaan heeft in het kalifaat.

Marion van San, criminoloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, volgt het gezin op de voet. ,,Ik wist dat Xaviera terug zou keren. Ik had vorige week nog contact met haar moeder. Maar de laatste dagen reageerde ze nergens op. Dat zou dus kunnen komen doordat die mobiel in beslag is genomen.’’

Zwanger

Van San heeft ook veel vragen. ,,Er gaan berichten uit dat ze zwanger zou zijn. Dat zou voor mij nieuw zijn. Daar heb ik haar moeder niet over gehoord. Ik kan dat niet bevestigen of uitsluiten.’’ Ook het naaste familielid weet niet of Xaviera S. inderdaad zwanger is.

André Seebregts, de nieuwe advocaat van Xaviera, kan er ook geen antwoord op geven. Op dit moment is inhoudelijk reageren voor hem onmogelijk, vertelt hij. Ook de inval bij de familie kan hij niet bevestigen. ,,Mijn cliënt zit in volledige beperkingen dus ik kan daar niets over zeggen’’, luidt zijn korte reactie. Morgen wordt S. voorgeleid aan de rechter-commissaris.

Grapperhaus: uitzetting IS-vrouwen door Turkije zeer teleurstellend

NOS 20.11.2019 Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid noemt het “zeer teleurstellend” dat Turkije gisteren twee IS-vrouwen op het vliegtuig heeft gezet naar Nederland.

“En dan druk ik mij hoffelijk uit, omdat dat een minister betaamt”, zegt Grapperhaus in een reactie in de Tweede Kamer. Hij heeft de afgelopen dagen van alles geprobeerd om zijn Turkse collega op andere gedachten te brengen, maar dat heeft dus niet geholpen.

Marokkaanse

Turkije stuurde gisteren de 25-jarige Xaviera S. uit Apeldoorn en de 23-jarige Fatimah H. uit Tilburg met haar twee kinderen naar Nederland. Van Fatimah H. is de Nederlandse nationaliteit ingetrokken. Ze is nu alleen nog Marokkaanse.

Turkije heeft twee redenen genoemd waarom zij desondanks naar Nederland is gestuurd. Het land zegt onvoldoende uitleveringsafspraken te hebben met Marokko. En Turkije zegt dat zij ooit wel Nederlandse was, en dat Nederland er zelf voor heeft gekozen die nationaliteit af te pakken.

“Dit geeft allemaal aan dat het een heftige problematiek is”, zegt Grapperhaus. “De Turken zeggen dat zij te maken hebben met IS’ers uit veel landen met veel verschillende nationaliteiten.”

Vervolgen

Beide vrouwen zitten vast. Fatimah H. als ongewenst vreemdeling. Het Openbaar Ministerie gaat hen vervolgen. Als de Marokkaanse vrouw wordt veroordeeld zit ze in Nederland haar straf uit en wordt dan uitgezet naar Marokko, is het plan. Of die uitzetting naar Marokko ook gaat lukken is onduidelijk. Grapperhaus wil daar niet op vooruitlopen.

Hij is toch optimistisch over de toekomstige samenwerking met Turkije. Er zijn nog een paar IS’ers in Turkije waar Nederland de nationaliteit van heeft ingetrokken, maar de minister heeft geen aanwijzingen dat zij binnenkort ook op het vliegtuig worden gezet. Voor Nederlandse IS’ers geldt dat als Turkije hen niet wil vervolgen, ze dan worden geaccepteerd door Nederland.

Bekijk ook;

Een foto uit een kamp in al-Hol in Noordoost-Syrië AFP

IS-vrouwen en kinderen terug in Nederland, wat gebeurt er met ze?

NOS 20.11.2019 Dat IS-vrouwen vanuit Turkije terug naar Nederland konden komen, was voor de Nederlandse instanties geen verrassing. Ze treffen al een tijd lang voorbereidingen om zo’n terugkeer zo goed mogelijk te regelen. Gisteren gebeurde het; Turkije zette twee IS-vrouwen en twee kinderen op het vliegtuig naar Schiphol.

Als het telefoontje uit Ankara komt, weten alle betrokkenen wat er moet gebeuren. Terwijl de vrouwen en kinderen in het vliegtuig zitten, bepaalt de kinderrechter dat de kinderen worden toegewezen aan Jeugdbescherming. De ouder wordt op dat moment geschorst van het ouderlijk gezag.

Medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming staan op Schiphol te wachten om alles in goede banen te leiden. De moeder moet na aankomst meteen afscheid nemen van haar kinderen.

Gisteravond gebeurde dit bij de 23-jarige Fatimah H. uit Tilburg. Haar kinderen van 3 en 4 werden overgedragen aan een voogd van Jeugdbescherming, terwijl zij in hechtenis werd genomen. De voogd neemt vanaf dat moment alle beslissingen.

Berecht in Nederland

De afgelopen jaren meldden zich zo’n tien Syriëgangers bij een Nederlandse diplomatieke post in Turkije. In alle gevallen werden ze door Turkije aan Nederland overgedragen, om vervolgens in Nederland te worden berecht.

Met H. is vooraf afgesproken wat haar op Schiphol te wachten staat. Haar wordt geadviseerd om aan de kinderen te laten merken dat ze het goed vindt dat ze met de Kinderbescherming meegaan. Zo is een mogelijk trauma het minst hevig voor het kind, is de gedachte.

Vanaf Schiphol rijdt gespecialiseerd personeel met de kinderen naar een opvanggezin. Dit is de eerste, tijdelijke, opvang. In de eerste drie maanden worden de kinderen vaak onderzocht; onder anderen een radicaliseringsdeskundige en een psychiater gaan met ze in gesprek.

Er wordt van uitgegaan dat de kinderen getraumatiseerd zijn. De voogd van Jeugdbescherming heeft daarom veel contact met de kinderen en het opvanggezin.

Terwijl de kinderen worden opgevangen in het pleeggezin, gaat de moeder de Penitentiaire Inrichting Vught of gevangenis De Schie in Rotterdam. Daar zijn de enige zogenoemde Terroristenafdelingen van Nederland. Ze wordt daar vastgezet en extra beveiligd binnen een speciaal programma, om haar ideologisch te beperken.

Vrijdag wordt ze in Rotterdam voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. Die bepaalt of hij het voorarrest met 14 dagen verlengt.

Fatima H. had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Ook de 25-jarige Xaviera S. zat op de vlucht. Zij is in in 2014 naar Syrië gereisd. Ook S. is vastgezet in een van de penitentiaire inrichtingen en wacht vervolging.

De straf die H. boven het hoofd hangt, is afhankelijk van de verdenking en het bewijsmateriaal. Het Openbaar Ministerie zegt er al zeker van te zijn dat ze na 2015, toen het kalifaat werd uitgeroepen, naar Syrië is gereisd. Ze wordt daarom verdacht van “deelname aan een terroristische organisatie”.

De straf die daar in Nederland op staat is zes jaar cel. Ook als de vrouwen zich erop beroepen dat ze alleen voor hun man en kinderen zorgden, kunnen ze bestraft worden. In eerdere zaken is dat al gebeurd.

Volgens het OM hoeft een verdachte geen oorlogsmisdaden te plegen om berecht te worden. De vrouw heeft het voortbestaan van IS met haar daden verlengd, is de argumentatie. Dat is voldoende om een straf opgelegd te krijgen.

De straf van zes jaar staat los van wat iemand verder gedaan heeft. Mocht iemand bijvoorbeeld iemand hebben vermoord, dan is er een levenslange celstraf mogelijk, maar zoiets is in Nederland nog niet voorgekomen.

Komen er nog meer IS-vrouwen naar Nederland?

Zeker is dat er nog groepen IS-vrouwen en -strijders in het buitenland zitten. Ze bevinden zich met name in Syrië, Turkije en Irak. Volgens de AIVD zijn er uit Nederland de afgelopen jaren in totaal ongeveer 300 mensen met “jihadistische intentie” afgereisd naar Syrië en Irak. Een derde van hen is vrouw.

Op dit moment zitten er 95 kinderen, 35 vrouwen en 15 mannen met de Nederlandse nationaliteit in Syrische kampen. Volgens de AIVD zijn er nog 20 volwassenen en 30 kinderen in Turkije. Slechts een aantal van hen zit vast en zou dus nog kunnen worden uitgezet.

Concrete plannen om deze mensen terug te laten keren zijn er nu niet. Wel bepaalde een rechter vorige week dat Nederland zich moet inspannen om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Politiek is over het onderwerp veel discussie; vrijdag dient daarom een door het kabinet aangespannen hoger beroep.

Bekijk ook;

Hoe Fatima H. zonder Nederlands paspoort toch naar Nederland kwam

MSN 20.11.2019 Turkije heeft gisteravond twee IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland gestuurd. Eén van de twee, Fatima H. , heeft alleen de Marokkaanse nationaliteit, nadat recent haar Nederlandse nationaliteit werd afgenomen. Nederland zou er alles aan hebben gedaan om te voorkomen dat ze naar Nederland zou komen. Tevergeefs.

30 oktober melden zich twee IS-vrouwen met hun kinderen op de Nederlandse ambassade in Ankara. Ze zijn ontsnapt uit een opvangkamp in Noord-Syrië. Eén van hen is de 23-jarige Fatima H. Minister Grapperhaus van Justitie heeft toevallig die dag ook bekendgemaakt de nationaliteit van Fatima H. in te trekken vanwege haar betrokkenheid bij terroristische activiteiten als IS’er.

Nederland zit met Fatima H. in haar maag. Ze is geen Nederlands staatsburger meer en zal daarom ook niet door Nederland worden teruggenomen. Ze heeft alleen nog de Marokkaanse nationaliteit.

Lees ook:

Dit zijn de twee teruggekeerde IS-vrouwen: ‘Bewijs gruwelijkheden lastig te vinden’

Vanaf eind oktober is er contact met Turkije. Beide landen, Turkije en Nederland, houden contact over eventuele terugkeer. Ondertussen begint Turkije langzaam duidelijk te maken aan andere landen dat het heel veel meer IS’ers zal terugsturen naar de landen waar ze oorspronkelijk vandaag komen.

In Nederland berecht

Het kabinet geeft aan dat een andere IS-vrouw, de 25-jarige Xaviera S., wel naar Nederland kan komen. “Dat is staand Nederlands beleid”, zegt Grapperhaus vandaag. “IS’ers die zich in Turkije melden bij de Nederlandse ambassade of consulaat, worden geholpen om terug naar Nederland te gaan.” In Nederland worden ze dan berecht voor hun terroristische activiteiten.

Maar het probleem voor Nederland zit bij Fatima H., die niet langer de Nederlandse nationaliteit heeft. “Daar heb ik met mijn Turkse collega uitgebreid contact over gehad”, zegt Grapperhaus. Hij belt twee keer met de Turkse minister van Binnenlandse Zaken. Het eerste telefonische gesprek vindt plaats op dinsdag 5 november. “Ik heb de Turken aangegeven dat die dame alleen Marokkaans is en dus naar Marokko moet worden uitgezet.”

NCTV naar Turkije

Om zijn punt kracht bij te zetten, stuurt hij donderdag 7 november een delegatie van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid naar de Turkse hoofdstad Ankara voor overleg met de verantwoordelijke bewindspersoon. Om de druk op Turkije zoveel mogelijk op te voeren om de vrouw niet naar Nederland te sturen, zit bij het overleg volgens bronnen ook een ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Lees ook:

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen en kinderen aangekomen in Nederland

De dag erna, op vrijdag 8 november, maakt de Turkse minister van Binnenlandse Zaken bekend dat Turkije alle IS’ers die in Syrië en Irak hebben gezeten en zich nu in Turkije bevinden, terugstuurt naar de Europese landen van herkomst. Dat gaat Turkije doen vanaf maandag 11 november.

Vreemdelingendetentie

Die dag belt Grapperhaus voor de tweede keer met de Turkse minister. Het leidt tot niets. Ingewijden benadrukken dat geen sprake is van een hoogoplopende ruzie of een diplomatieke crisis. Dat is bewust, de verhoudingen tussen beide landen zijn pas net weer een beetje hersteld, na een langdurige verslechtering. Een escalatie is niet in het belang van Nederland.

Al het overleg ten spijt zet Turkije beide vrouwen en hun kinderen dinsdagavond 19 november op het vliegtuig. Kort na 21.00 uur landen ze op Schiphol. De vrouwen worden aangehouden. De kinderen zijn ondergebracht bij de Raad voor de Kinderbescherming. Fatima H. komt in vreemdelingendetentie te zitten. Daarmee is ze officieel niet in Nederland. Ze is er wel, maar ze is er niet, zegt een ingewijde over de uitkomst van de politieke patstelling.

Eerst straf, dan naar Marokko

Fatima H. en Xaviera S. worden door het Openbaar Ministerie vervolgd voor terrorisme. Als ze worden veroordeeld zitten ze hier hun straf uit. De Marokkaanse vrouw wordt na haar eventuele gevangenisstraf uitgezet naar Marokko.

“Ze is hierheen gestuurd. Dat is natuurlijk teleurstellend”, zegt Grapperhaus. “Ze is in vreemdelingenbewaring gesteld en niet tot Nederland toegelaten. Ze zal in Nederland vervolgd worden. Het uitgangspunt is dat ze, als ze wordt berecht, hier haar straf uitzit en daarna aan Marokko wordt uitgeleverd.”

Lees ook:

Nederlandse IS-vrouwen met kinderen willen terug na ontsnapping uit kamp

RTL Nieuws; Ferdinand Grapperhaus  NCTV  Islamitische Staat  Burgeroorlog Syrië  Turkije  Syrië  Irak

Xaviera S. uit Apeldoorn werd bij een huwelijksbureau in het kalifaat besteld door de radicale Algerijn Dadi M. Ⓒ AFP

Teruggekeerde IS-bruiden zijn Xaviera en Fatima

Telegraaf 20.11.2019 IS-vrouwen Fatima en Xaviera zijn in Nederland om te worden berecht voor terrorisme. Wie zijn deze dames uit Tilburg en Apeldoorn?

Fatima H. uit Tilburg is morgen jarig, maar veel reden tot feest is er niet. Ze moet naar de terroristenafdeling van de gevangenis, haar Nederlandse paspoort is afgepakt en zelfs haar moeder en nichtje staan terecht omdat ze haar geld hadden opgestuurd toen ze nog in Syrië zat.

Volgens Belgische media is ze getrouwd geweest met de beruchte Vlaamse jihadist Ali El Morabit. Hij radicaliseerde in de kweekvijver voor fanatisme Sharia4Belgium voor hij naar Syrië vertrok. Bij verstek werd hij veroordeeld tot vijf jaar celstraf. Hij zou ook de vader van haar twee kinderen (circa 2 en 3 jaar oud) zijn, die ook zijn teruggevlogen naar Nederland.

Fatima meldde zich op eind vorige maand bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Diezelfde dag werd haar de Nederlandse nationaliteit afgenomen en werd ze tot ongewenst vreemdeling verklaard. Minister Grapperhaus schrijft aan de Tweede Kamer dat het kabinet betreurt dat Turkije haar en de kinderen desondanks toch naar Nederland heeft gestuurd.

Haar Tilburgse moeder en haar nichtje moesten zich eerder deze maand in de Rotterdamse rechtbank verdedigen omdat ze 2900 euro naar Syrië hadden gestuurd via een ‘IS-bankier’. Fatima had hen daarom gevraagd met het bericht: ‘Mama, ik ben zwanger. Stuur alsjeblieft geld.’ Fatima H. zou moeten getuigen in de zaak tegen haar familieleden.

Wanneer ze op enig moment een in Nederland opgelegde straf heeft uitgezeten zal Fatima H. worden uitgezet naar Marokko.

Xaviera

De tweede dame die onder begeleiding van de marechaussee is teruggevlogen naar Nederland en de terroristenafdeling in Vught is Xaviera S. uit Apeldoorn. Deze Antilliaans-Nederlandse heeft haar paspoort nog wel. Ze is in Turkije berecht voor lidmaatschap van IS maar na een korte straf vrijgelaten.

Omdat ze in Turkije haar straf heeft uitgezeten voor lidmaatschap van een terroristische organisatie, kan het voor justitie in Nederland lastig worden om haar hier nog lang achter de tralies te houden.

Xaviera radicaliseerde een aantal jaar geleden binnen korte tijd. Het ene moment rookte ze nog een blowtje en zat ze aan de alcohol, het andere moment vertrok ze naar het kalifaat van IS.

Zij groeide op als een moeilijk meisje en werd zeer vroeg zwanger. Van haar studie op het Sprengeloo College kwam weinig terecht, van haar vijftiende tot haar achttiende zwierf ze met haar kind van onderkomen naar opvanghuis.

Toen ze zich tot de islam bekeerde, kwam ze even in rustiger vaarwater. Maar toen was ze plots verdwenen. Vanuit het kalifaat was ze actief op sociale media. Ze bedreigde columnist Ebru Umar met de dood, stuurde foto’s van kalasjnikovs en bejubelde terroristische aanslagen en onthoofdingen.

Ook schreef ze aan schrijfster Brenda Stoter Boscolo dat ze met haar AK-47 naar haar toe wilde komen en dat ze ’maar al te graag haar kop zou laten rollen’. ,,Ja, dit is een dreigement, lelijke nakomeling van apen en zwijnen.’’

De Apeldoornse is in Turkije wreed gescheiden van haar radicale echtgenoot. Die heet Dadi M., een Algerijn uit Eindhoven. Ook hij zat korte tijd in de cel voordat de Turken hem op straat zetten. Nederland heeft hem tot ongewenst vreemdeling verklaard en Xaviera mag waarschijnlijk Algerije niet in, dus de kans dat het paar elkaar nog in de armen sluit, lijkt klein.

Ook hun eerste ontmoeting moet weinig romantisch zijn verlopen. Dadi bestelde haar bij een huwelijksbureau in het kalifaat. Dat koppelde weduwen of net gearriveerde vrouwen aan een nieuwe echtgenoot. IS-strijders konden opgeven wat voor soort bruid ze verlangden, waarna ze een vrouw naar keuze konden afhalen. Dat werd Xaviera.

Xaviera lijkt in fanatisme weinig onder te doen voor haar man, maar die stond wel al langer op de radar. Al in 2002 was hij in beeld als ronselaar voor de taliban in Afghanistan. Hij reisde naar Iran in een poging dat land te bereiken maar dat mislukte.

Bekijk meer van; terrorisme islam familie rechterlijke macht conflicten, oorlog en vrede Xaviera Hollander Fatima H. Nederland Syrië Turkije

Dit zijn de twee teruggekeerde IS-vrouwen: ‘Bewijs gruwelijkheden lastig te vinden’

MSN 20.11.2019 Turkije heeft twee IS-vrouwen teruggestuurd naar Nederland. De 25-jarige Xaviera S. uit Apeldoorn was een bekeerlinge die razendsnel radicaliseerde en zonder haar kind naar Syrië afreisde. De 23-jarige Fatima H. uit Tilburg kreeg in het kalifaat twee kinderen met een belangrijke IS-strijder uit België.

De Antilliaans-Nederlandse Xaviera S. reisde in 2013 af naar Syrië. Vlak voor haar vertrek schreef ze op Facebook hoe blij ze was dat ze naar het kalifaat ging.

“Ik wou een doel hebben in mijn leven, mij gelukkig voelen. Ik zag zusters lopen met een ghimaar (halflange hoofddoek, red.) en het eerste wat ik zei was: ‘Mashallah, zo hoor ik er ook bij te lopen, dit is hoe ik moet leven.”

Bekeerling

Xaviera had een moeilijke jeugd. Ze kreeg op haar zestiende een kind, volgde een zorgopleiding, maar werd meerdere keren van school gestuurd. In de zomer van 2012 belandde Xaviera met haar kindje op straat. Ze zwierf van opvang naar opvang. Het ging steeds slechter met haar. Op Facebook schrijft ze daarover: “Ik begon te blowen, te drinken en ging veel uit.” Daarna bekeerde ze met hulp van haar tante en vond zingeving in de islam.

Xaviera vertrok zonder haar kindje naar het kalifaat. Van daaruit was ze actief op sociale media. Ze verscheen meerdere keren met kalasjnikovs op straat. Daar zijn ook foto’s van. Volgens de verhalen trouwde ze daar met een Nederlandse IS-strijder die later nog twee of drie vrouwen erbij kreeg.

Fatima H.

Naast Xaviera werd ook Fatima H. maandag door Turkije teruggestuurd naar Nederland. Van haar is bekend dat ze kinderen heeft van 2 en 3 jaar. Die zijn in Syrië geboren en hebben vermoedelijk geen geldige geboortebewijzen. De moslima komt uit Tilburg. Wanneer Fatima naar IS-gebied is gegaan, is niet bekend.

De 23-jarige Fatima zou met een Belgische jihadist zijn getrouwd. Hij is waarschijnlijk ook de vader van haar kinderen. Hij had een hoge functie bij een drone-eenheid bij IS.

Fatima ontsnapte vorige maand uit het Syrische opvangkamp Al-Hol. Op 30 oktober meldde ze zich op de Nederlandse ambassade in Ankara en vroeg om hulp van de ambassade om terug te keren naar Nederland. Turkije zette Fatima H. uit naar Nederland, samen met haar twee kinderen.

Kritisch uitlaten

Journalist Brenda Stoter doet al jarenlang onderzoek naar IS-vrouwen die naar het kalifaat gingen. Ze reisde zelf veel door het Midden-Oosten en bezocht vele vluchtelingenkampen. Ze kent veel verhalen achter de Nederlandse IS-vrouwen.

© Aangeboden door RTL Nederland

“Deze vrouwen zijn niet naïef. Ze wisten heel goed waarom ze naar Syrië afreisden”, zegt Stoter. Xaviera bedreigde haar na kritische berichtgeving. Ze stuurde haar een foto van een kalasjnikov en schreef daarbij dat ze ‘haar hoofd maar al te graag (zou) willen laten rollen’.

Zingeving

Volgens Stoter zijn het vaak bekeerlingen, zoals Xaviera, die naar IS-gebied trokken. “Vaak hebben deze meiden een problematisch verleden en zijn ze een zoektocht gestart. Ze zoeken naar zingeving.”

“De meeste vrouwen winnen online informatie in over het kalifaat. Ze zoeken via platforms en Facebookpagina’s naar informatie. Daar wisselen ze ook verhalen uit. Vrouwen in het kalifaat delen op die online platforms ook hun verhalen. Dat het zo geweldig is. Via via worden vrouwen uitgenodigd om naar Syrië te komen”, zegt Stoter die zelf ook infiltreerde in online platforms.

De islam geeft de vrouwen een nieuwe toekomst en houvast, zegt Stoter. “De islam biedt duidelijke kaders en regels. Daar hebben deze vrouwen behoefte aan. En de islam biedt de mogelijkheid om opnieuw geboren te worden: je het oude leven achter je te laten en een nieuw leven te starten.”

© Aangeboden door RTL Nederland

‘Ze wisten van de onthoofdingen’

Precieze cijfers zijn er niet, maar waarschijnlijk zijn er ruim 100 Nederlandse (jonge) vrouwen naar IS-gebied getrokken. Sommigen gingen alleen, anderen met hun man en kinderen. Ze kwamen vaak in Raqqa terecht; de hoofdstad van IS.

“Eind 2013 zag je dat veel vrouwen er alleen heen gingen om daar een man te zoeken. Ze gingen in Syrië het huishouden runnen of lesgeven aan kinderen. De vrouwen hielpen mee het systeem in stand te houden.”

Gruwelijkheden

Of ze deelnamen aan de gruwelijkheden?  “Er zijn zeker vrouwen die zich daaraan schuldig hebben gemaakt, maar bewijs daarvoor is vaak lastig te vinden. Maar de vrouwen zijn niet met een naïeve reden daar naar toe gegaan. Ze wisten van de onthoofdingen, slavernij en verkrachtingen. Overwinningen van IS werden door de vrouwen gedeeld.”

Stoter sprak ook veel jezidi’s. In 2014 en 2015 is deze bevolkingsgroep door IS aangevallen, vermoord of als slaven verkocht. “Ik sprak veel jezidi’s die door IS-vrouwen zijn mishandeld, verkracht of als slaaf misbruikt. De jezidi’s noemden de IS-vrouwen barbaarser dan de IS-mannen.”

Weinig bijstand

De vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. De in Tilburg geboren Fatima H. hoeft in Nederland op weinig bijstand te rekenen. De overheid heeft haar Nederlandse nationaliteit afgenomen omdat ze betrokken was bij een terreurorganisatie.

Ze heeft wel nog wel de Marokkaanse nationaliteit. Na vervolging en berechting wil het kabinet de vrouw uitzetten naar het land van haar tweede nationaliteit: Marokko.

Fatima is nu gedwongen gescheiden van haar twee kinderen. De Raad voor Kinderbescherming heeft zich ontfermd over haar twee kinderen die bij een gezinsvoogd gaan wonen.

In de cel

Xaviera S. heeft nog wel de Nederlandse nationaliteit. Zij wordt in het geval van een veroordeling niet het land uitgezet.

Hoe haal je 56 Nederlandse kinderen veilig op uit Syrië? Een verkenning van de mogelijke routes

Trouw 20.11.2019 Nederland heeft steeds gezegd dat het te onveilig is om kinderen van IS-vrouwen op te halen uit de kampen in Syrië. Ter plekke lijken toch verschillende scenario’s mogelijk.

De rechter bepaalde onlangs dat Nederland zich in moet spannen om 56 Nederlandse kinderen van IS-vrouwen op te halen uit Noordoost-Syrië. Ook de moeders zal Nederland moeten opnemen als de Syrische Koerden de kinderen anders niet laten gaan. Veel te gevaarlijk, vindt Den Haag, dat tegen het vonnis in beroep is gegaan. Maar hoe groot zijn de risico’s eigenlijk? Een verkenning van mogelijke routes.

Over de weg van de kampen naar Irak

Ook al zijn de Turken in oktober Noordoost-Syrië binnengevallen, de kampen waar de kinderen en vrouwen zitten, zijn over de weg nog bereikbaar. Het strijdgebied is ver van de kampen: zeker anderhalf uur rijden van Al-Hol (het grootste en meest zuidelijk gelegen kamp) en bijna drie uur van Al-Roj (dat noordoostelijker ligt). Journalisten en hulpverleners uit allerlei landen begeven zich op alle routes naar de kampen, zonder militaire begeleiding.

Een bus met vrouwen en kinderen valt natuurlijk wel meer op. Maar vooralsnog zijn de grensovergangen met Irak nog steeds in handen van gewapende Koerden, weliswaar allemaal met verschillende petten op. De door de Turken gehate Koerdische SDF mag zich weliswaar niet meer binnen dertig kilometer van de Turkse grens bevinden, maar kamp Al-Hol ligt daarbuiten. De Koerden zullen geneigd zijn de Nederlanders te helpen bij het transport.

Zij zijn blij als die kampen eindelijk worden leeggehaald. Ze kosten veel geld en bewakers worden er aangevallen. Vervoer vanaf Al-Hol naar Irak zou dan als volgt gaan: het eerste stuk over een weg met checkpoints van de SDF, het laatste stuk langs checkpoints van dienstplichtige Koerden (een militie los van de SDF), samen met Asayish, de Koerdische politie.

Ophalen bij Al-Roj

Als de Nederlanders niet naar Al-Hol willen rijden, omdat er nog wat Arabische dorpen in de buurt zijn waar mogelijk IS-sympathisanten zitten, is er nog een optie: de Koerden vervoeren de vrouwen van Al-Hol naar Al-Roj en Nederland pikt iedereen daar op. Al-Roj ligt in Koerdisch ‘heartland’ en dicht bij een grensovergang naar Irak.

Het is gebied waar weer Amerikaanse patrouilles rijden. Bovendien lijkt het waarschijnlijk dat een ophaalmissie wordt begeleid door Nederlandse militairen. Die zijn sowieso in de buurt: er is nog steeds een Nederlandse trainingsmissie in Irak.

Maar hoe zit het dan met het regeringsleger van Assad dat zich steeds meer laat zien in dit deel van Syrië? Dat leger neemt inderdaad steeds meer plekken in, vooral aan de grens met Turkije en bij het strijdgebied. Maar ze zijn nog ver van deze route.

Op termijn zal de regeringsvlag mogelijk wel weer overal wapperen. En dat zou betekenen dat Nederland niet meer met de Koerden, maar met de Syrische president Assad moet dealen. Assad met wie Nederland alle diplomatieke banden heeft verbroken.

Door de lucht, met Chinook transportvliegtuigen

Al-Hol ligt maar zo’n vijftien kilometer van de Iraakse grens. Met Chinook-transporthelikopters is prima te landen naast het kamp. Het is groot open gebied, wat weinig mogelijkheden biedt voor grondvuur, zoals dat lang een dreiging was bij het vliegveld van Bagdad.

Mocht het door geld en onderdelentekorten geplaagde Nederlandse leger zelf geen Chinooks kunnen regelen, dan zijn er altijd nog de Amerikanen die daarbij hulp hebben aangeboden. Zij hebben al andere landen, zoals Kosovo, geholpen hun eigen mensen terug te halen.

Vraag het de Nederlandse ambtenaren

Dat het niet zo moeilijk is om de kampen te bereiken weet de Nederlandse staat overigens al lang. Zowel Al-Hol als Al-Roj is in het afgelopen jaar met regelmaat bezocht door leden van een Nederlandse inlichtingendienst die de vrouwen uitgebreid hebben verhoord. Interessant zou zijn om van die Nederlandse ambtenaren te horen welke route zij in Syrië hebben afgelegd en door wie ze daarbij zijn begeleid.

Lees ook:

Wie de macht heeft in Noord-Syrië? Niemand die het nog weet

In Noord-Syrië is het chaos troef. Militairen van allerlei pluimage bewegen er door elkaar heen. ‘In de kern hebben we hier vrede nodig.’

Meer over; conflicten, oorlog en vrede Nederland gewapend conflict Al-Hol Irak Al-Roj Hans Jaap Melissen

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen en kinderen komen aan in Nederland

MSN 19.11.2019Twee IS-vrouwen zijn vanuit Turkije teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn vanavond geland. Een van de vrouwen heeft de Nederlandse nationaliteit, van de ander is de nationaliteit afgepakt. Ook de twee kinderen van de tweede vrouw zijn in Nederland aangekomen.

Een van de vrouwen had zich eind oktober bij de ambassade in Ankara gemeld met het verzoek om hulp om naar Nederland terug te keren. Haar Nederlandse paspoort is echter afgenomen en ze is hier ongewenst verklaard.

Toegang geweigerd

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid schrijft aan de Tweede Kamer dat hij hier meerdere keren met de minister van Binnenlandse Zaken van Turkije over heeft gesproken. Het kabinet betreurt het dat de vrouw toch naar Nederland is gestuurd.

De 25-jarige vrouw is bij aankomst in Nederland de toegang geweigerd. Ze is vastgezet en zal worden vervolgd voor deelneming aan een terroristische organisatie. Daarna wil Nederland haar uitzetten naar Marokko, het land waar ze wel een paspoort van heeft. Haar kinderen van 3 en 4 jaar oud zijn overgedragen aan de Kinderbescherming.

Andere vrouw

Naast deze vrouw is ook een 23-jarige vrouw naar Nederland uitgezet die sinds januari 2018 in Turkije in vreemdelingendetentie zat. Zij heeft wel de Nederlandse nationaliteit. Ook zij is aangehouden op verdenking van deelneming aan een terroristische organisatie en zal hier worden vervolgd en berecht.

Twee door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen opgepakt op Schiphol

NU 19.11.2019 Twee vrouwen die zich in het strijdgebied van IS in Syrië bevonden en later vastzaten in Turkije, zijn het land uitgezet en dinsdagavond na aankomst op Schiphol aangehouden, meldt het Openbaar Ministerie (OM).

De vrouwen worden verdacht van deelname aan een terroristische organisatie. Het gaat om een vrouw van 23 jaar en een van 25 jaar met twee kinderen. De kinderen zijn drie en vier jaar oud.

De vrouwen zijn door Turkije op het vliegtuig naar Nederland gezet. De 25-jarige vrouw had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De andere vrouw zat sinds januari 2018 al vast in Turkije.

Hoewel het Nederlanderschap van een van de vrouwen was ingetrokken, is zij toch door de Turkse autoriteiten naar Nederland gestuurd. In een Kamerbrief zegt het kabinet het te betreuren dat Turkije haar alsnog heeft teruggestuurd. Het kabinet wil dat ze na vervolging, berechting en een eventuele detentieperiode wordt uitgezet naar Marokko.

Beide vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. De kinderen zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Turkije wil meeste IS-strijders voor einde jaar terugsturen

Turkije is vorige week begonnen met het terugsturen van gevangenen IS-strijders naar hun thuisland. Het is nog onduidelijk om hoeveel gevangen het precies gaat.

Toch zegt Ankara dinsdag te denken voor het einde van het jaar de meeste IS-strijders terug te hebben gestuurd naar hun thuisland. Daarbij gaat het ook om gevangenen wiens nationaliteit al is ingetrokken. “Ze hebben niet het recht om burgers hun nationaliteit te ontnemen”, aldus de Turkse minister van Binnenlandse zaken Süleyman Soylu.

Behalve de Nederlandse vrouwen heeft Turkije tot nu toe tien Duitsers, een Amerikaan en een Brit teruggestuurd.

Lees meer over: Syriëgangers  Binnenland

Vrouw in Koerdisch kamp in Noord-Syrië waar familie van IS-strijders worden vastgehouden (archief) AFP

Turkije stuurt twee IS-vrouwen terug naar Nederland

NOS 19.11.2019 Turkije heeft twee IS-vrouwen teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn na aankomst op Schiphol door de marechaussee aangehouden en overgedragen aan de politie. Ze worden verdacht van het deelnemen aan een terroristische organisatie. Een van de twee vrouwen is haar Nederlandse nationaliteit ontnomen.

Het gaat om een vrouw van 23 en een van 25 jaar met twee kinderen van 3 en 4 jaar. De 25-jarige vrouw had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De andere vrouw is in januari 2018 aangehouden in Turkije.

Het kabinet had aan Turkije laten weten dat de vrouw van wie het Nederlanderschap is ingetrokken tot ongewenste vreemdeling is verklaard en daarom niet naar Nederland zou moeten worden uitgezet, maar Turkije deed dat toch.

Deze vrouw is op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens aangehouden. Na vervolging en berechting wil het kabinet de vrouw uitzetten naar het land van haar tweede nationaliteit: Marokko. De kinderen van de vrouw zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Beide vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam.

Bekijk ook;

Twee IS-vrouwen terug in Nederland met kinderen

Telegraaf 19.11.2019 Turkije heeft twee IS-vrouwen naar Nederland teruggestuurd. Ze zijn dinsdagavond aangekomen op Schiphol en meteen aangehouden. Een van de vrouwen had ook twee kinderen bij zich.

Van die vrouw, Fatima H. uit Tilburg, is onlangs de Nederlandse nationaliteit afgenomen en ze is tot ongewenst vreemdeling verklaard. Minister Grapperhaus schrijft aan de Tweede Kamer dat het kabinet betreurt dat Turkije haar en de kinderen desondanks toch naar Nederland heeft gestuurd.

Bij aankomst op Schiphol is de vrouw meteen opgepakt door de Koninklijke Marechaussee. Ze wordt hier vervolgd, berecht en na een eventuele gevangenisstraf uitgezet naar Marokko, het land van haar andere nationaliteit. De kinderen, 3 en 4 jaar oud, zijn overgedragen aan de kinderbescherming.

Terroristische organisatie

Met dezelfde vlucht is ook nog een andere vrouw teruggekeerd naar Nederland. Zij heeft wel een Nederlands paspoort en is onder begeleiding van de marechaussee naar Nederland gekomen. Ook deze vrouw is aangehouden en wordt nu in Nederland vervolgd.

Het Openbaar Ministerie meldt in een bericht dat de vrouwen worden verdacht van deelneming aan een terroristische organisatie.

De vrouwelijke Syriëgangers waren met hun kinderen ontsnapt uit een gevangenkamp in Syrië. Nog voor de Turkse inval in Noord-Syrië, wisten de vrouwen met hun kinderen te ontsnappen uit het door Koerdische strijders gerunde gevangenenkamp Al Hol.

Grapperhaus meldde eind oktober al aan de Kamer dat de twee vrouwen zich hadden gemeld bij de Nederlandse ambassade in Turkije. Het was niet voor het eerst dat dat gebeurt. Nederland heeft afspraken met Turkije dat IS-vrouwen en hun kinderen in overleg teruggestuurd kunnen worden.

Bekijk meer van; terreurdaad samenleving terrorisme Amsterdam Syrië Islamitische Staat

Twee IS-vrouwen teruggekeerd in Nederland en aangehouden

AD 19.11.2019 Twee door Turkije teruggestuurde vrouwelijke Syriëgangers zijn met hun kinderen in Nederland aangekomen. De vrouwen zijn op Schiphol direct aangehouden. Dat meldt het Openbaar Ministerie.

Het gaat om vrouwen van 23 en 25 jaar oud en twee kinderen van 3 en 4 jaar oud. De vrouwen worden verdacht van deelneming aan een terroristische organisatie. De Koninklijke Marechaussee hield de vrouwen aan en heeft hen overgedragen aan de politie. De kinderen zijn overgedragen aan de Kinderbescherming.

De 25-jarige vrouw heeft zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De andere vrouw is in januari 2018 aangehouden in Turkije. De vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam.

Terugsturen

Turkije is deze week begonnen met het terugsturen van opgepakte strijders van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Het gaat om IS-strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië tijdens de militaire operatie daar.

Minister Suleyman Soylu meldde begin deze maand al dat Ankara de strijders wilde terugsturen, maar gaf toen geen termijn. De Turkse regering ergert zich aan de passiviteit van Europese landen bij het terughalen van Syriëgangers.

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen en kinderen komen aan in Nederland

RTL 19.11.2019 Twee IS-vrouwen zijn vanuit Turkije teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn vanavond geland. Een van de vrouwen heeft de Nederlandse nationaliteit, van de ander is de nationaliteit afgepakt. Ook de twee kinderen van de tweede vrouw zijn in Nederland aangekomen.

Een van de vrouwen had zich eind oktober bij de ambassade in Ankara gemeld met het verzoek om hulp om naar Nederland terug te keren. Haar Nederlandse paspoort is echter afgenomen en ze is hier ongewenst verklaard.

Lees ook:

Turkije bedankt Nederland voor terugnemen IS’ers

Toegang geweigerd

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid schrijft aan de Tweede Kamer dat hij hier meerdere keren met de minister van Binnenlandse Zaken van Turkije over heeft gesproken. Het kabinet betreurt het dat de vrouw toch naar Nederland is gestuurd.

De 25-jarige vrouw is bij aankomst in Nederland de toegang geweigerd. Ze is vastgezet en zal worden vervolgd voor deelneming aan een terroristische organisatie. Daarna wil Nederland haar uitzetten naar Marokko, het land waar ze wel een paspoort van heeft. Haar kinderen van 3 en 4 jaar oud zijn overgedragen aan de Kinderbescherming.

Andere vrouw

Naast deze vrouw is ook een 23-jarige vrouw naar Nederland uitgezet die sinds januari 2018 in Turkije in vreemdelingendetentie zat. Zij heeft wel de Nederlandse nationaliteit. Ook zij is aangehouden op verdenking van deelneming aan een terroristische organisatie en zal hier worden vervolgd en berecht.

Lees ook:

Staat moet kinderen van IS-vrouwen terughalen uit Syrië

RTL Nieuws; Recep Tayyip Erdogan  Islamitische Staat  Turkije  Nederland

 

Blok: Banden aanhalen met Al Assad maakt Nederland ongeloofwaardig

NU 14.11.2019 Het CDA-voorstel om de diplomatieke banden met de Syrische dictator Bashar Al Assad aan te halen maakt het Nederlands mensenrechtenbeleid in het buitenland “ongeloofwaardig” en zal als een beloning worden gezien door dictators en autocratische regimes die hun bevolking onderdrukken. Dat zei minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

“Iedere potentaat en iedere mensenrechtenschender wil horen dat als je maar lang genoeg blijft zitten, de banden weer worden aangehaald. Dat signaal mogen we als Nederland nooit uitzenden”, aldus de bewindsman. “Al Assad verdient geen plek aan de onderhandelingstafel, maar een plek in de beklaagdenbank.”

Nederland heeft in 2012 samen met een groot aantal Europese landen de diplomatieke banden met het regime van Al Assad verbroken. Al Assad wordt verantwoordelijk gehouden voor honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen als gevolg van de Syrische burgeroorlog die sinds 2011 gaande is.

Nederlandse IS’ers mogelijk in handen van Al Assad

Nadat de Amerikaanse president Donald Trump de troepen uit Syrië trok en Turkije overging tot een militaire inval in Noord-Syrië, zit Al Assad, met de steun van Rusland stevig in het zadel. Omdat er momenteel Nederlandse IS-strijders in gevangenenkampen vastzitten in Syrië, is de mogelijkheid aanwezig dat de Nederlandse uitreizigers in handen vallen van Al Assad.

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert vindt dat Nederland op het laagste diplomatieke niveau de banden met Al Assad moet herstellen. Onder meer om te zorgen dat de Nederlandse IS’ers hun straf niet ontlopen.

Wat minister Blok betreft is het uitgesloten dat er met Al Assad onderhandeld zal worden. Met onder meer gifgasaanvallen tegen de eigen bevolking is het volgens Blok geen optie om zijn “gruwelijke misdrijven” te negeren.

Blok bestrijdt het beeld dat Al Assad stevig in het zadel zit. “Zijn positie is wankeler dan wordt aangenomen”, aldus de minister. Hij wijst op de internationale sancties tegen de Syrische leider die zijn bondgenoten Rusland en Iran duidelijk moeten maken dat zij “failliete boedel” steunen.

‘Waarom wel diplomatieke banden met China en Saoedi-Arabië?’

Van Helvert hield de minister voor dat Nederland wel tot op het hoogste diplomatieke niveau banden onderhoudt met China, dat zich met onder andere de onderdrukking van de Oeigoeren ook schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen.

Hij kreeg bijval van SP’er Sadet Karabulut die wees op de vriendschappelijke relaties met Saoedi-Arabië dat een bloedige oorlog voert in Jemen waar het aantal dodelijke slachtoffers is opgelopen tot honderdduizend en waar de kroonprins Mohammad Bin Salman verantwoordelijk wordt gehouden voor de moord op de journalist Jamal Kashoggi.

Lees meer over: Syrië Politiek Stef Blok

Blok: Geen plek voor Assad aan onderhandelingstafel

AD 14.11.2019 Het kabinet neemt afstand van het voorstel van het CDA om met de Syrische dictator Bashar al-Assad te gaan praten. ,,Assad verdient geen plaats aan de onderhandelingstafel, maar een plaats in de beklaagdenbank”, stelde minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. ,,Bij voorkeur van het Internationaal Strafhof in Den Haag.”

Blok reageerde in het debat over de begroting van zijn departement op het pleidooi van CDA-Kamerlid Martijn van Helvert om de diplomatieke banden met het regime Assad aan te halen. Dat is volgens Van Helvert nodig omdat pogingen Assad te verdrijven niet zijn gelukt, maar het kabinet wel IS-strijders in de regio wil berechten. Daarvoor is volgens de CDA’er overleg nodig.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Totaal ongeloofwaardig

Dat wijst Blok af. ,,Als Nederland nu de leiding neemt in het praten Syrië, worden we totaal ongeloofwaardig als pleitbezorger voor mensenrechten.” De VVD-bewindsman wil een door Assad geleid Syrië ook niet accepteren. ,,De onderbouwing van de heer Van Helvert van ‘hij zit er nog dus we moeten ons erbij neerleggen’ is de droom van elke potentaat. Dat signaal mogen we nooit gaan uitzenden als Nederland.”

Daarbij is de positie van Assad volgens Blok ‘wankeler dan wordt gesuggereerd’. ,,Als je zoveel schade hebt aangericht in je eigen land, kun je niet meer op een geloofwaardige manier functioneren.” Hij stelde dat verschillende westerse landen ‘de duimschroeven hebben aangehaald’ door sancties in te stellen. ,,We ook laten aan de bondgenoten van Syrië, zoals Rusland, weten dat ze een failliete boedel steunen.”

Mensenrechten

Van Helvert wierp tegen dat het kabinet wel betrekkingen onderhoudt met China, een land waar ook sprake is van mensenrechtenschendingen. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde ook Saoedi-Arabië als voorbeeld van een land waar de mensenrechten te wensen overlaten. Met vertegenwoordigers van beide regeringen sprak de Tweede Kamer donderdag nog.

IS-kinderen ophalen? Neem wel de juiste weg!

AD 14.11.2019 De rechter heeft bepaald dat Nederland ‘zijn’ IS-kinderen moet ophalen uit gevangenkampen in Noord-Syrië. Maar kan dat eigenlijk nog wel nu het gebied vanwege de Amerikaanse terugtrekking en Turkse invasie een chaotisch en gevaarlijk gebied is geworden?

© AFP Het klinkt in theorie allemaal zo simpel: even de Nederlandse IS-kinderen en mogelijk ook hun moeders ophalen uit Noord-Syrië. Maar, zoals zo vaak, ligt het in de praktijk een stuk moeilijker en ingewikkelder.

Want sinds begin oktober dit jaar – toen Turkije Noord-Syrië binnenviel nadat president Trump onverwacht Amerikaanse soldaten had teruggetrokken – is het relatief rustige Koerdische noorden van Syrië veranderd in een gevaarlijke en uiterst chaotische regio.

En dat zei de rechter die maandag in kort geding oordeelde dat Nederland de kinderen moet ophalen, er ook bij: ,,Er kan niet van de Staat worden verwacht dat ze grote veiligheidsrisico’s neemt.’’

In Noord-Syrië vechten namelijk nu de volgende partijen: het Turkse leger, pro-Turkse Syrische milities, SDF-Koerden, Amerikanen, het Syrische leger, pro-Assad-milities, het Russische leger en loslopende IS-slaapcellen die aanslagen plegen.

Het probleem voor een mogelijke Nederlandse ophaalmissie is dat het grootste gevangenkamp waar de IS-vrouwen en kinderen zich bevinden, het al-Hawl-kamp, middenin dit woelige gebied ligt. Van de 23 vrouwen en 56 kinderen die meededen aan het kort geding zitten er 16 vrouwen en 41 kinderen in dat kamp. De anderen (7 vrouwen en 15 kinderen) zitten in kamp Al-Roj, dicht tegen de Turkse grens.

Lees ook;

Wat vraag je iemand die de laatste kus van zijn vermoorde vrouw nog op zijn lippen voelt branden?

Lees meer

Rechter: Kinderen van IS-vrouwen moeten worden teruggehaald uit Syrië

Lees meer

Turkije begint maandag met terugsturen IS'ers naar land van herkomst

Lees meer

Britse journalist onthutst na bezoek aan Syrisch vluchtelingenkamp: ‘In Al-Hol wordt een mini-kalifaat gecreëerd’

Britse journalist onthutst na bezoek aan Syrisch vluchtelingenkamp: ‘In Al-Hol wordt een mini-kalifaat gecreëerd’

Lees meer

Ophaalmissie

Als er al een ophaalmissie komt, zal die hoogstwaarschijnlijk worden georganiseerd vanuit het rustige Erbil, in het veilige Koerdische deel van Noord-Irak. Vanuit Erbil is er slechts één mogelijkheid voor de Nederlandse ophaalmissie om het gevaarlijke Noord-Syrië te bereiken. En wel via de strategisch Semalka-grensovergang, de enige werkende grens tussen Iraakse Koerden en Syrische Koerden.

Tot nu toe is de Semalka-grensovergang nog in handen van de SDF, van de Syrische Koerden dus. Maar Turkije ligt op slechts drie kilometer afstand. Als de Turken het willen en een beetje doorrijden, kunnen ze Semalka binnen een halfuur innemen en dus de grens afsluiten.

Zelfde geldt voor het Syrische leger en de Russen. Zij zitten al nabij de stad Al Malikyah (in het Koerdisch: Derik). Ook daarvandaan is het slechts 30 minuten naar de Semalka-grensovergang.

Met andere woorden: Als de Nederlandse ophaalmissie via de Semalka-overgang Noord-Syrië in gaat, bestaat de kans dat de Koerden daarna de controle over de grens verliezen. Dan kan je niet meer terug naar het veilige Noord-Irak en zit de Nederlandse ophaalmissie dus vast in Noord-Syrië.

 

© EPA Al-Hawl-kamp

CDA wil banden met Al Assad aanhalen, maar Kamer wijst het voorstel af

NU 13.11.2019 CDA-Kamerlid Martijn van Helvert stelt voor dat Nederland de diplomatieke banden met de Syrische president Bashar Al Assad aanhaalt. Volgens Van Helvert is dat nodig om een oplossing te vinden voor de berechting van Nederlandse IS-strijders en de terugkeer van Syriërs die het regime van Al Assad ontvluchtten.

De christelijke partij deed het voorstel woensdag in een debat in de Tweede Kamer, maar vond weinig steun bij zowel de oppositie als de coalitiepartijen.

“Praten met Al Assad kan gezien worden als politiek gezichtsverlies”, aldus Van Helvert. Tegelijkertijd ziet hij dat het de Amerikanen, de Europese partners, maar ook Islamitische Staat niet gelukt is om Al Assad ten val te brengen en dat de Syrische dictator weer stevig in het zadel zit.

De CDA’er schat in dat een toekomst van Syrië met Al Assad zorgt voor de stabiliteit die nodig is om onder meer de Syrische vluchtelingen in Nederland terug te sturen. En nu Irak de berechting van Nederlandse IS-strijders die momenteel in Syrië vastzitten niet ziet zitten, moet de optie dat zij in Syrië berecht worden opgehouden worden.

CDA krijgt kritiek van oppositie en coalitie

De VVD snapt niet waarom Nederland “een knieval” in de richting van Al Assad moet maken en op eigen houtje de banden moet aanhalen.

De partij pleitte er in het verleden voor om juist met dictators in gesprek te gaan, maar een herstel van diplomatieke banden met Al Assad gaat VVD-Kamerlid Sven Koopmans te ver. “Hoe kan Al Assad, die honderdduizenden burgerdoden op zijn geweten heeft, bijdragen aan stabiliteit? Welke stabiliteit?”, meent Koopmans.

Ook D66’er Sjoerd Sjoerdsma ziet niets in het voorstel. “Al Assad is Islamitische Staat in een net pak. Hij is pleegvader van IS.” Sjoerdsma wijst erop dat Al Assad heeft bijgedragen aan de opkomst van IS door radicale jihadisten uit de Syrische gevangenissen vrij te laten. Berechting van de Nederlandse IS’ers overlaten aan Al Assad is volgens de D66’er een slecht plan, aangezien de Syrische president IS’ers in het verleden heeft vrijgelaten.

GroenLinks waarschuwt dat het aanhalen van de diplomatieke banden door Al Assad gezien zal worden als een beloning voor “zijn walgelijke gedrag”. De PvdA wijst erop dat de Syrische vluchtelingen het schrikbewind van Al Assad juist ontvluchtten.

Blok wil banden niet aanhalen

Het ziet er dan ook niet naar uit dat het kabinet gehoor zal geven aan de oproep van het CDA. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) zei dit weekend in een interview met NU.nl dat er voor Al Assad geen toekomst is in Syrië.

Blok zei niet te kunnen uitsluiten dat de Nederlandse IS’ers die momenteel vastzitten in Syrië in handen vallen van Al Assad, maar dat betekent niet dat Nederland de diplomatieke banden zal herstellen.

“Ik laat me niet door Al Assad chanteren om de diplomatieke banden aan te halen. Voor Al Assad is er geen toekomst in Syrië. De misdrijven tegen de menselijkheid die hij heeft gepleegd, zijn zó verschrikkelijk. Hij kan niet blijven”, aldus Blok.

Zie ook: Blok over Nederland op wereldtoneel: ‘Laat me niet chanteren door Assad’

CDA wijst op diplomatieke banden met China

Van Helvert is het met de Kamer eens dat Al Assad verantwoordelijk is voor gruwelijkheden tegen de eigen bevolking, maar herhaalt dat het de westerse bondgenoten niet gelukt is om hem af te zetten.

Nu Al Assad, na het vertrek van de Amerikanen en de inval van Turkije, met de hulp van Rusland steviger in het zadel zit, vindt Van Helvert dat Nederland in ieder geval de banden op het laagste diplomatieke niveau moet aanhalen.

Hij wijst zijn collega-Kamerleden er ook op dat Nederland op het allerhoogste niveau goede banden onderhoudt met China, terwijl het land op grote schaal mensenrechtenschendingen begaat, zoals de onderdrukking van de Oeigoeren.

Lees meer over: Syrië  Politiek

Kamer wijst CDA-plan om banden met Assad aan te halen af

AD 13.11.2019 Het CDA pleit voor het aanhalen van diplomatieke banden met het regime van de Syrische dictator Assad. Nu duidelijk is dat de pogingen om hem ten val te brengen niet zijn gelukt en het kabinet vasthoudt aan de wens om IS-strijders in de regio te berechten, is dat volgens de regeringspartij de enige optie.

Dat stelde Kamerlid Martijn van Helvert bij het debat over de begroting Buitenlandse Zaken. Volgens de CDA’er is het nu eenmaal zo dat Assad in het zadel zit én blijft, vooral nu de Amerikanen hun troepen uit Syrië hebben teruggetrokken. ,,Kiezen we voor een blijvende destabilisatie, met mogelijk een nieuwe vluchtelingenstroom? Dan moeten we doorgaan op de ingeslagen weg. Maar het CDA wil kiezen voor stabilisatie.”

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert tijdens een eerder debat in de Tweede Kamer. © ANP/Phil Nijhuis

Dat nam de rest van de Kamer Van Helvert niet in dank af, getuige de Kamerleden die zich verdrongen bij de interruptiemicrofoon. ,,De stabiliteit van Assad is de stabiliteit van het mortuarium”, vond PVV-Kamerlid Raymond de Roon. ,,Dit is een klap in het gezicht van de miljoenen mensen die slachtoffer zijn geworden van Assad”, stelde GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik. En is Van Helvert de gifgasaanvallen tegen zijn eigen mensen vergeten?, vroeg PvdA’er Lilianne Ploumen zich af.

Van Helvert stelde te begrijpen dat zijn collega-Kamerleden hem wilden vertellen ‘hoe verschrikkelijk Assad is’. ,,Dat weet ik. Dat ben ik het absoluut met u eens.” Daarom werd ook geprobeerd Assad ‘weg te sturen’. ,,Maar dat is niet gelukt.”

Ik ben het absoluut met u eens dat Assad verschrik­ke­lijk is, aldus Martijn van Helvert, CDA.

Samenwerken

Met die realiteit moet nu rekening worden gehouden, vindt hij. Hij noemde Koerden en vervolgde christenen als voorbeeld. ,,Die zeggen: spreek met Assad, want de Turken zijn vele malen erger”, aldus Van Helvert, die benadrukte dat hij er niet voor pleit om álle banden te herstellen. ,,Ik vraag om consulaire samenwerking.” Ook dat is onbespreekbaar voor de Kamer. Nederland verbrak in 2012 de banden met Syrië.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken wil pas morgen, als hij aan het woord komt, op de oproep van het CDA reageren. Eerder deze week zei hij nog dat er voor Assad geen toekomst is in Syrië.

In 2015 stelde toenmalig VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra dat Nederland moest samenwerken met dictators. Dat kwam hem toen ook op veel kritiek te staan. ,,Ik dacht dat de doctrine ‘knuffelen met dictators’ van het toneel was verdwenen met het vertrek van Zijlstra”, hoonde D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma.

,,Je moet met slechte mensen praten om een einde te maken aan de hele slechte dingen die ze doen”, erkende VVD-Kamerlid Sven Koopmans. Maar hij wil dat dat via internationale organisaties gaat. ,,Ik snap niet waarom Nederland voorop moet lopen.”

Van Helvert vindt oud-Syrië-gezant Koos van Dam aan zijn zijde, die al langer stelt dat EU-landen de betrekkingen met het Syrische regime niet hadden moeten verbreken. Deze week werd bekend dat een aantal EU-landen weer in gesprek zijn met de Syrische autoriteiten. ,,Na meer dan acht jaar oorlog begint bij sommigen het kwartje te vallen.” Wel denkt Van Dam dat de oorlog nog lang niet voorbij is en het lange tijd zal duren voor de betrekkingen echt worden hersteld.

De rechter besloot afgelopen week dat 56 kinderen van IS-vrouwen door de Nederlandse staat moeten worden teruggehaald.

Een vrouw duwt een kinderwagen voort in Kamp Al-Hol, waar veel ’IS-bruiden’ opgesloten zitten. Ⓒ Foto AFP

Assad en IS hand in hand

Telegraaf 13.11.2019 Het CDA heeft zijn hoop gevestigd op Bashar al-Assad voor de berechting en opsluiting van IS-terroristen, maar het was de Syrische dictator zelf die instrumenteel was bij de opmars van de extremisten. Hij zette de gevangenissen openen voor honderden, mogelijk zelfs duizenden jihadstrijders, kocht hun olie en verplaatste ze door het hele land, zodat zij tegen de gematigde rebellen konden vechten.

Het doel van Assad was om de oppositie in diskrediet te brengen en de oorlog in zijn land af te schilderen als er een tussen zijn regime en extremisten. Tussen goed en kwaad, waarbij het Westen uiteindelijk voor hem zou kiezen. Die tactiek werpt nu, na jaren oorlog en honderdduizenden doden, zijn vruchten af. Volgens Kamerlid Martijn van Helvert moet Nederland zijn afschuw voor het regime laten varen en een „opening naar Assad” zoeken. Dat is volgens hem de enige manier om IS’ers in de regio te berechten.

Bekijk ook: 

CDA: ga met Assad praten 

Uitvalsbasis

De Syrische dictator heeft de jihadisten altijd als middel ingezet. Zijn land diende, na de Amerikaanse bezetting van Irak in 2003, als uitvalsbasis voor terreuraanslagen tegen de Amerikanen in het buurland. Daarbij kwamen duizenden soldaten om het leven. Toen hij de extremisten niet meer nodig had, sloot hij een groot deel van hen op, om ze na de uitbraak van de opstand tegen zijn regime in 2011 weer vrij te laten.

Zij zouden voor een groot deel het leiderschap gaan vormen van de Syrische tak van IS. Een van de gevangenen die uit de beruchte Sednaya-gevangenis werd vrijgelaten was Amr al-Absi. Die stond later in nauw contact met de extremisten die verantwoordelijk waren voor dodelijke aanslagen in Parijs en Brussel. Ook was hij de baas van Jihadi John, de Britse extremist verantwoordelijk voor het onthoofden van tal van westerse gevangenen. Al-Absi kwam drie jaar geleden om bij een Amerikaanse luchtaanval.

De Syrische president Bashar al-Assad vierde eerder deze week de geboorte van de profeet Mohammed in de Al-Murabet Mosque in Damascus.

De Syrische president Bashar al-Assad vierde eerder deze week de geboorte van de profeet Mohammed in de Al-Murabet Mosque in Damascus. Ⓒ FOTO EPA

Assad liet in 2013 bij een gevangenenruil met een extremistische beweging ook een van de breinen achter de aanslagen van 11 september vrij. Deze Mohammed Haydar Zammer, die een belangrijke rol speelde bij het samenstellen van de Hamburgse cel rond Mohammed Atta, sloot zich direct aan bij Islamitische Staat. Hij wordt nu door de Koerden vastgehouden in het noordoosten van Syrië.

Al-Baghdadi

De hulp van Assad aan Islamitische Staat reikt veel verder. Een oud-inlichtingenofficier van zijn regime verklaarde enkele jaren geleden dat het regime niet alleen de extremisten heeft vrijgelaten, „het hielp hen bij het opzetten van hun militaire brigades”. En in plaats van de strijd met hen aan te gaan, verplaatste hij hen door heel het land zodat zij de rebellen, diens belangrijkste tegenstanders, konden bevechten.

Het laatste – bekende – grote transport vond vorig jaar plaats. Toen hielp het regime, aldus het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, met het overbrengen van zeker 400 IS-strijders van een van hun laatste bolwerken in het oosten van Syrië naar de provincie Idlib. De komst van die groep maakte het later voor IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi mogelijk om daar naartoe te vluchten.

Assads doel is ook hier duidelijk. Hij staat op het punt een grote offensief in Idlib te beginnen, het laatste grote gebied dat in handen is van de rebellen. Dat zijn weliswaar voor het merendeel ook jihadisten, maar net een graadje minder erger dan IS. Door Islamitische Staat daarnaartoe te halen, hoopt hij dat het Westen zijn bezwaren tegen het offensief, in een gebied waar ook miljoenen burgers wonen, zal laten varen.

Eigen gewin

Zo zet Assad, die ook jarenlang olie kocht van de extremisten, Islamitische Staat voortdurend in voor eigen gewin. Mocht hij, zoals het CDA wil, een rol gaan spelen bij de gevangenname van IS-strijders dan zal hij daar ongetwijfeld iets voor terug willen zien. Geld bijvoorbeeld. De lakei van Rusland en Iran heeft honderden miljarden nodig voor de wederopbouw van zijn land.

Maar de man die verantwoordelijk is voor honderdduizenden doden, gigantische gifgasaanvallen en kerkers waar tot op de dag van vandaag gevangenen worden doodgemarteld, zal waarschijnlijk niet aarzelen om de extremisten, als hem dat uitkomt, in de toekomst weer vrij te laten.

Bekijk meer van; terrorisme burgeroorlog Bashar al-Assad Martijn van Helvert Abu Bakr al-Baghdadi Syrië Islamitische Staat Christen-Democratisch Appèl

CDA: ga met Assad praten

Telegraaf 13.11.2019 Nederland moet z’n morele bezwaren laten varen en gaan praten met de Syrische dictator Assad. Dat wil het CDA. De partij roept het kabinet vandaag bij het begrotingsdebat Buitenlandse Zaken op de diplomatieke betrekkingen met Damascus te herstellen.

Volgens Kamerlid Martijn van Helvert is een ’opening naar Assad’ de enige manier waarop Nederland IS-strijders in de regio kan berechten. „We kunnen wel blijven zeggen: wat een enge man, die Assad, maar daarmee schieten we uiteindelijk niets op.”

Het kabinet wil geen IS-aanhangers naar Nederland halen en wil een tribunaal in Irak om jihadisten daar te kunnen berechten. Irak staat niet te springen, en wil alleen landgenoten berechten of jihadisten die hun misdaden in Irak hebben begaan.

Bekijk ook: 

’Stel Nederland niet bloot aan dit gevaar’ 

Nederland heeft al sinds maart 2012 geen diplomatieke banden meer met het Syrische regime, dat verantwoordelijk is voor honderdduizenden doden. Volgens minister Blok (Buitenlandse Zaken) is er geen toekomst voor Syrië als Assad president blijft.

Toch, of we het nou leuk vinden of niet, is Assad de oorlog aan het winnen, stelt Van Helvert vast. „Dat heeft noch onze afschuw noch de Toyota’s die we hebben geschonken aan de gewapende oppositiegroepen kunnen voorkomen.”

Kinderen

Het CDA sluit met z’n oproep aan bij de discussie over het al dan niet terughalen van kinderen van IS-aanhangers. Afgelopen maandag oordeelde de rechter dat de Staat zich moet inspannen om 56 kinderen van 23 IS-vrouwen die nu vastzitten in Koerdische gevangenkampen in Noord-Syrië, terug te halen. Het kabinet gaat tegen deze uitspraak in beroep via een zogeheten turbo-appèl.

Bekijk ook: 

’De kinderen zijn het slachtoffer’ 

Ministers Blok en Grapperhaus (Justitie) vinden dat de rechter te weinig rekening heeft gehouden met internationale betrekkingen. Het kabinet vindt dat het zelf het buitenlandbeleid bepaalt, en niet de rechter.

Intussen moet Nederland wel een begin maken met het uitvoeren van het vonnis. Dat doet het door gesprekken te voeren met de Amerikanen, die Nederland wil helpen met de repatriëring van IS’ers. Het uitvoeren van het vonnis is een dilemma: het kabinet wil geen onomkeerbare stappen zetten en zal toch IS-families moeten terughalen.

Bekijk meer van; Bashar al-Assad Martijn van Helvert Nederland Syrië Christen-Democratisch Appèl

‘Ik wil geen Amerikaanse hulp om IS-vrouwen te halen’ Video

Telegraaf 12.11.2019 De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra heeft opnieuw gezegd dat de VS Nederland kan helpen bij het ophalen van IS-vrouwen en hun kinderen. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen reageren verdeeld op het aanbod.

Ambassadeur VS herhaalt: wij kunnen helpen bij ophalen IS-vrouwen en -kinderen

NOS 12.11.2019 De VS is nog steeds bereid te helpen bij het terughalen van IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland. Dat zegt de Amerikaanse ambassadeur in Nederland Hoekstra tegen de NOS. “Als Nederland hulp vraagt van Amerika voor het repatriëren van de vrouwen en kinderen, dan doen we alles wat we kunnen om dat mogelijk te maken.”

De mogelijkheid van Amerikaanse hulp is actueel geworden door een uitspraak van de rechter, gisteren. Die oordeelde in een kort geding dat Nederland zijn best moet doen om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk terug te halen uit Noord-Syrië. De zaak was aangespannen door een aantal moeders die met hun kinderen vastzitten in de overvolle gevangenkampen Al-Roj en Al-Hol.

Repatriëren

Nederland wil de vrouwen niet ophalen omdat die er zelf voor hebben gekozen om naar IS-gebied te gaan. Ook wordt een terughaalactie als te gevaarlijk beschouwd. De VS pleit al langer voor het terughalen van uitgereisde jihadisten naar het land van herkomst. “We willen deze IS-families gerepatrieerd hebben”, herhaalt Hoekstra. “Landen kunnen dan zelf beslissen of ze de mensen willen vervolgen of re-integreren.”

Hoe de hulp van Amerika eruit zou zien is nog niet te zeggen. “Het ligt eraan om hoeveel mensen het gaat, waar ze zijn. We zullen het alleen doen als we denken dat het veilig kan.” Op de vraag of Nederland al om hulp heeft gevraagd aan Amerika geeft de ambassadeur geen duidelijk antwoord. “Op dit moment is het aan Nederland om als er een verzoek is gedaan, daarover iets bekend te maken.”

Bekijk ook;

Staat in hoger beroep tegen uitspraak over terughalen 56 IS-kinderen

NU 12.11.2019 De Nederlandse Staat gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in Den Haag die maandag bepaalde dat het kabinet zich moet inspannen om 56 kinderen van IS-vrouwen vanuit Syrië naar Nederland te halen, schrijft minister van Justitie Ferd Grapperhaus dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de minister roept de uitspraak vragen op over aspecten die “mogelijk onvoldoende zijn meegewogen”. Als voorbeeld noemt hij de internationale betrekkingen.

In totaal spanden 23 vrouwen een kort geding aan tegen de Staat, omdat zij en hun kinderen in de kampen in acuut gevaar zouden zijn. De rechtbank erkende maandag dit gevaar en sprak van een “schrijnende situatie”.

In het geval van de vrouwen geldt echter dat zij alleen teruggehaald moeten worden als de Koerden, die de regie over de kampen hebben, de kinderen alleen samen met hun moeders laten gaan.

“De vrouwen hebben niet het zelfstandige recht om naar Nederland teruggehaald te worden, omdat zij met hun volle verstand zijn afgereisd naar Syrië en zich hebben aangesloten bij IS, een terroristische organisatie”, aldus de rechtbank maandag.

Het kabinet wil dat de vrouwen in de regio worden berecht en de rechtbank vindt dat Nederland het recht heeft om uit te vinden of dat eventueel mogelijk is.

Nederland kan niet gedwongen worden om kinderen te repatriëren

De rechtbank zei ook dat Nederland niet gedwongen kan worden om de kinderen te repatriëren, omdat het in Syrië wel degelijk gevaarlijk is door de instabiele situatie in het land. Wel moet Nederland zich hiervoor inspannen. “De Staat hoeft geen onnodige veiligheidsrisico’s te nemen, maar moet wel alle mogelijkheden die er zijn – zoals de door de Amerikanen geboden hulp – benutten”, aldus de rechtbank.

Dat komt erop neer dat de Nederlandse regering alles moet doen wat in haar macht ligt. Als de overheid zegt dat het niet mogelijk is, dan moet worden bewezen dat er alles aan gedaan is.

Dat betekent volgens advocaat André Seebregts, die het merendeel van de eisers bijstaat, dat Nederland binnen de gestelde termijn van veertien dagen contact moet opnemen met de Koerden, dan wel de Amerikanen.

Lees meer over: Syrië Politiek  Syriëgangers  Binnenland

Staat in beroep tegen uitspraak rechter over IS-kinderen

Telegraaf 12.11.2019 De Staat gaat in beroep tegen het vonnis van de rechter over het terughalen van IS-kinderen uit Syrië.

Dat laten ministers Grapperhaus (Justitie) en Blok (Buitenlandse Zaken) dinsdag weten in een brief aan de Tweede Kamer.

Maandag oordeelde de voorzieningenrechter dat de Staat een inspanningsverplichting moet leveren om 56 kinderen van jihadistische uitreizigers terug te halen die vastzitten in Koerdische gevangenkampen in Noord-Syrië. Volgens het kabinet is dat te gevaarlijk.

De rechter heeft echter bepaald dat het vonnis direct moet worden uitgevoerd, erkent het kabinet. „Dat betekent dat het kabinet een aanvang zal maken met de nakoming van de inspanningsverplichting.”

Wat dit precies betekent, is nog niet duidelijk. Premier Rutte zegt daarover dat die plannen ’zich niet lenen voor een openbare discussie’. „Maar dat wij naar de volgende rechter gaan, betekent niet dat wij niks moeten doen.”

Daarbij gaat het om gesprekken met andere Europese landen die IS-aanhangers in Syrië hebben en om afstemming met de Verenigde Staten, die Nederland hebben aangeboden mee te helpen met het repatriëren van IS’ers uit het strijdgebied.

Eerder dit jaar lag er ook zo’n inspanningsverplichting. Toen moest het kabinet van de rechtbank Rotterdam moeite doen om IS-vrouwen terug te halen, nadat zij een zaak hadden aangespannen tegen de Staat. Grapperhaus en Blok kwamen toen tot de conclusie dat dat te gevaarlijk was.

Bekijk ook: 

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Vragen

Het kabinet legt zich intussen niet zomaar neer bij het vonnis. „De uitspraak roept vragen op over een aantal aspecten dat mogelijk onvoldoende is meegewogen, waaronder internationale betrekkingen”, schrijven de ministers. Dat Nederland in de Schengenzone zit waarin EU-burgers kunnen doorreizen, speelt daarbij ook een rol, zegt Grapperhaus. Bovendien vindt het kabinet dat het zelf het buitenlandbeleid bepaalt, en niet de rechter.

 Bekijk ook: 

Terughalen IS-kinderen geen uitgemaakte zaak 

Bekijk ook: 

IS-kinderen moeten niet gestraft worden voor de misdrijven van hun ouders 

Bekijk ook: 

Analyse: IS’ers gaan terugkeer op den duur afdwingen 

Bekijk meer van

Kabinet: hoger beroep tegen vonnis IS-vrouwen

AD 12.11.2019 De Nederlandse Staat gaat in hoger beroep tegen het vonnis over het repatriëren van kinderen van IS-vrouwen. Dat hebben ministers Ferd Grapperhaus (Justitie) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in een brief geschreven aan de Tweede Kamer.

De rechter in Den Haag besloot gisteren dat Nederland al wat mogelijk is moet doen om de 56 kinderen van 23 vrouwen terug te halen naar Nederland die nu nog in Syrische kampen verblijven.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Het kabinet wil dat niet. Toch erkent het dat het een inspanningsverplichting moet doen, zoals de rechter heeft bevolen. De uitspraak roept volgens de ministers echter ‘vragen op’ over ‘aspecten’ als de internationale betrekkingen. Deze zouden onvoldoende zijn ‘meegewogen’.

Het is de vraag wat het kabinet gaat doen tot het hoger beroep is ingediend. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra zei vanmorgen nog dat de VS wil helpen bij het repatriëren van IS-vrouwen en kinderen.

Het kabinet heeft steeds gezegd dat het geen IS’ers wil ophalen in ‘gevaarlijk gebied’, maar met de hulp van de VS zouden zij een Nederlands consulaat kunnen bereiken. Grapperhaus zegt dat het die hulp van de VS ‘zal aannemen’.

De situatie rond de twee kampen waar de vrouwen en kinderen zitten is echter wel veranderd sinds de VS zijn begonnen met terugtrekking uit het gebied, waardoor onduidelijk is wat er nu mogelijk is.

Minister Grapperhaus, minister Blok en Ankie Broekers-Knol, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, tijdens een debat in de Tweede Kamer. © ANP

Hoger beroep geen verrassing

Advocaten van de IS-vrouwen hielden er al rekening mee dat de Staat in beroep zou gaan tegen het terughalen van kinderen uit twee kampen in Noord-Syrië. De Staat heeft zich namelijk steeds verzet tegen het actief ophalen van 23 Nederlandse IS-vrouwen en hun 56 kinderen, stelt advocaat André Seebregts vandaag in een eerste reactie. Hij neemt het verder voor kennisgeving aan.

Seebregts wijst erop dat de rechter bepaald heeft dat de Staat binnen veertien dagen al het nodige moet doen om in ieder geval de kinderen te repatriëren, ook als er beroep zou worden ingesteld. Voor de IS-vrouwen bestaat die verplichting niet. De advocaten denken dat de vrouwen meteen meekomen, omdat de Koerden ook van hen af willen.

Minister Ferd Grapperhaus (Justitie) heeft dinsdagmiddag in de Tweede Kamer gezegd dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Turkije door hen gevangen genomen IS-strijders op het vliegtuig laat zetten naar Nederland. Turkije zei vrijdag dat het IS’ers wil gaan uitzetten, die momenteel daar in gevangenissen zitten.

Nederland hoopt juist dat IS’ers, ook die van Nederlandse komaf, in de regio zullen worden berecht. Maar Turkije zei dit niet aan te kunnen. Uit contact met de Turken is echter niet gebleken dat er direct IS’ers te verwachten zijn. De aankondiging dat Turkije IS’ers zou gaan uitzetten zou gaan om gevallen waarbij ‘al langer bekende voornemens tot uitzetting’ waren, aldus Grapperhaus.

Kabinet in beroep tegen vonnis IS-kinderen

NOS 12.11.2019 Het kabinet gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de Haagse rechter over het terughalen van IS-kinderen. De ministers Grapperhaus en Blok schrijven dat aan de Tweede Kamer.

De kortgedingrechter bepaalde gisteren dat Nederland zich moet inspannen om 56 kinderen van Nederlandse IS-leden zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in Syrië. Hun moeders hebben geen recht op repatriëring. Maar als de autoriteiten ter plaatse de kinderen louter samen met hun moeders laten gaan, moet Nederland ook de moeders terughalen.

Internationale betrekkingen

Grapperhaus en Blok schrijven dat de uitspraak vragen oproept “over een aantal aspecten, dat mogelijk onvoldoende is meegewogen, waaronder de internationale betrekkingen”. Door in beroep te gaan wil het kabinet hier zo spoedig mogelijk duidelijkheid over.

Overigens kondigen de bewindslieden ook aan dat het kabinet zal beginnen met het nakomen van de inspanningsverplichting die de rechter heeft opgelegd. De rechter bepaalde dat het vonnis direct moet worden uitgevoerd.

Volgens advocaat Seebregts, die de IS-vrouwen bijstaat, verandert het hoger beroep dus niets aan de uitspraak van de rechter. “We zullen de vinger aan de pols houden”, zegt hij.

Verdeeld

Het kabinet heeft zich tot nu toe steeds op het standpunt gesteld dat uitreizigers in principe geen hulp krijgen bij hun terugkeer als ze niet zelf een ambassade in Turkije of Irak weten te bereiken. De regeringspartijen zijn verdeeld over de kwestie. VVD en CDA benadrukken vooral dat door de rechterlijke uitspraak mogelijk IS’ers naar Nederland komen, met alle risico’s van dien. D66 en ChristenUnie vinden het juist een risico om kinderen van IS’ers in Syrië te laten radicaliseren.

Slachtoffers van IS in de Jezidi-gemeenschap zijn bezorgd over de mogelijke terugkeer van IS-vrouwen naar Nederland. “Zij hielpen strijders bij het verkrachten van onze vrouwen”:

Jezidi’s over de terugkeer van Nederlandse IS-aanhangers

Bekijk ook;

Staat in hoger beroep tegen uitspraak terughalen IS-kinderen

OmroepWest 12.11.2019 Het kabinet gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de Haagse rechter over het terughalen van IS-kinderen. Ministers Grapperhaus en Blok schrijven dat aan de Tweede Kamer. Maandag bepaalde de rechtbank dat de Staat verplicht is om er alles aan te doen om IS-kinderen in Syrië terug naar Nederland te halen.

De ministers schrijven dat de uitspraak vragen oproept, waar ze in hoger beroep antwoord op hopen te krijgen. Zo zouden een aantal aspecten ‘mogelijk onvoldoende zijn meegewogen. Waaronder de internationale betrekkingen.’

Het kabinet gaat wel beginnen met het nakomen van de inspanningsplicht die de voorzieningenrechter heeft opgelegd. De rechter bepaalde dat het vonnis direct moet worden uitgevoerd.

Voogdij

Volgens de rechter hebben de kinderen in de kampen niet voor het kalifaat gekozen, maar hebben ze nu wel te maken met de noodsituatie in Noord-Syrië. Zo kreeg Jeugdzorg Haaglanden in september de voogdij over twee kinderen in een IS-kamp, nadat de moeder was overleden en de vader niet te vinden was. De kinderen zitten nog altijd in Syrië.

De Raad van de Kinderbescherming vertelde dat de kinderen in het vluchtelingenkamp te weinig voedsel en medische zorg krijgen en dat zij hierdoor ernstige medische klachten hebben.

Slachtoffer van handelen ouders

‘De overheid dient zich het schrijnende lot van de kinderen aan te trekken’, zei de rechter maandag. ‘Zij zijn het slachtoffer van handelen van hun moeder of ouders.’ De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn onder de twaalf jaar.

Voor de vrouwen heeft de Staat geen verplichting om ze terug naar Nederland te halen. Volgens de rechter hebben ze bewust voor een reis naar het strijdgebied gekozen. Alleen als de Koerden kinderen niet willen laten vertrekken zonder hun moeders ontstaat er volgens de rechter een nieuwe situatie, en dan moet de overheid volgens het vonnis kijken of het mogelijk is om beide groepen terug te halen.

LEES OOK: Nederland moet kinderen uit IS-gebied terughalen

Meer over dit onderwerp: JEUGDBESCHERMING DEN HAAG

Een vrouw met kind in het Syrische vluchtelingenkamp Al-Hol waar ook strijders van IS zitten. Foto Delil Souleiman/AFP

Kabinet in hoger beroep tegen uitspraak IS-kinderen

NRC 12.11.2019 De rechtbank in Den Haag bepaalde maandag dat de Nederlandse staat zich moet inspannen om 56 kinderen uit kampen in Syrië terug te halen. Het kabinet gaat echter in hoger beroep tegen de uitspraak die Nederland verplicht zich maximaal in te spannen om de 56 kinderen van Nederlandse uitreizigers terug te halen.

Dat schrijven minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De rechtbank in Den Haag bepaalde maandag dat de Nederlandse staat een inspanningsverplichting heeft binnen veertien dagen de kinderen van vrouwen die naar IS-gebied in Syrië of Irak zijn gereisd, terug te halen. Ook als er beroep zou worden ingesteld. Deze verplichting geldt niet voor de vrouwen zelf. Het kort geding was aangespannen door 23 vrouwen die naar Syrië of Irak waren afgereisd, die samen 56 kinderen hebben.

Het standpunt van het kabinet is nog altijd dat IS-strijders in de regio berecht moeten worden. Vooral VVD en CDA blijven tegen terugkeer. Wat de kinderen betreft moet het kabinet dat beleid aanpassen, vind de rechter in Den Haag. De meeste kinderen zijn nog onder de twaalf jaar oud en hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit.

Lees ook:Weerstand tegen terugkeer kinderen uit Noord-Syrië blijft

Dreiging

De vrouwen en kinderen verblijven momenteel onder slechte omstandigheden in de vluchtelingenkampen Al-Hol of Al-Roj in het noorden van Syrië. Volgens de rechter verkeren de kinderen in een „acute noodsituatie”. Momenteel is het gebied zeer instabiel door het vertrek van Amerikaanse militairen langs de grens en de inval van Turkije die daarop volgde.

De kinderen leven in de kampen volgens de rechter onder dreiging van „bombardementen, seksueel misbruik, marteling, de afwezigheid van onderwijs, kindersterfte, ijzige kou in de winter, overbevolking, vermijdbare ziektes, indoctrinatie en een gebrek aan water, voedsel en sanitaire voorzieningen en medische zorg”. De vrouwen wisten volgens de rechter echter waar zij aan begonnen toen zij naar het strijdgebied reisden.

Wat de situatie bemoeilijkt is dat de Koerden hebben gezegd dat zij de kinderen alleen uit de kampen willen laten gaan als de moeders mee mogen. De VS die nog steeds aanwezig zijn in Syrië en Europese landen al vaker hebben opgeroepen om uitreizigers terug te halen, hebben toegezegd te willen helpen met het ophalen van uitreizigers.

Volgens de laatste cijfers van de AIVD verblijven er nog ongeveer 55 Nederlandse volwassenen en 90 kinderen in detentiekampen in Syrië. Turkije is maandag begonnen met het terugsturen van buitenlandse IS’ers naar de landen van herkomst. Maandag werd onder meer een Amerikaan teruggestuurd. Het is nog niet bekend of Turkije ook Nederlanders gaat terugsturen.

Volgens Turkije zitten er ongeveer 1.200 IS-strijders vast in het land. Daarnaast zijn er nog eens 287 IS’ers gevangengenomen tijdens de recente militaire operatie van Turkije in het noordoosten van Syrië.

De veelal heel jonge IS-kinderen leven in overbevolkte kampen in Noord-Syrië, waar een continue dreiging is van bombardementen.

De veelal heel jonge IS-kinderen leven in overbevolkte kampen in Noord-Syrië, waar een continue dreiging is van bombardementen. Ⓒ AFP

IS-vonnis zorgt voor puzzel

Telegraaf 11.11.2019 Nederland moet er ’alles aan doen’ om 56 kinderen van Nederlandse IS-strijders terug te halen uit Koerdische kampen in Noord-Syrië. Dat heeft de Haagse rechter tijdens een kort geding besloten. Betekent dit dat we straks niet alleen de kinderen maar ook de moeders moeten gaan repatriëren? Het kabinet gaat het vonnis bestuderen. Zeven vragen over deze uitspraak.

1 Om wie gaat het ook alweer?

Om 23 vrouwen uit het kalifaat en in totaal 56 kinderen met Nederlandse wortels. Zij hebben de rechtszaak aangespannen. En vinden dat Nederland hen moet ophalen. Van de kinderen is meer dan zeventig procent jonger dan zes jaar; niet één is ouder dan twaalf jaar. Een deel is in het kalifaat geboren.

2 Zijn de IS-kinderen gevaarlijk?

Dat is de grote vraag. In de barbaarse propagandavideo’s van IS speelden kinderen een hoofdrol. Ze zwaaiden met wapens, schoten gevangenen dood en sneden hun de keel door. Het is onduidelijk of Nederlandse kinderen hebben gefigureerd in de horrorvideo’s. Vorige week verscheen op sociale media een interview met een jongen in kamp al-Hol, die zwoer tegenstanders van IS af te zullen slachten.

De AIVD beschouwt alleen kinderen vanaf negen jaar als dreiging. Dat betekent niet dat jongere kinderen ongevoelig zijn voor de omgeving vol haat waarin ze verkeren. De rechter onderstreept dat terreurbestrijder NCTV kinderen nu wil terughalen, voor ze verder kunnen radicaliseren en eventueel later, onder de radar en vol wraakgevoelens, terugkeren naar Nederland.

3 De ouders hebben er zelf voor gekozen om te vertrekken, waarom komt het probleem dan nu op het bordje van Nederland?

De rechter onderkent dat de ouders de hoofddaders zijn. Maar hier komt het kinderrechtenverdrag om de hoek kijken. De kinderen zitten daar vanwege hun ouders. In de kampen heerst een noodsituatie. Het is er koud, overbevolkt en er is een continue dreiging van bombardementen. En daarom moet Nederland er alles aan doen de kinderen terug te halen, vindt de rechter. Voor de ouders gaat die vlieger niet op. Zij moeten hun eigen boontjes doppen.

4 Maar krijgen we straks de moeders er niet alsnog gratis bij?

Die kans bestaat inderdaad. Koerden die de IS-kampen bewaken, hebben al aangegeven dat ze de IS-kinderen niet laten gaan zonder hun moeders. Dat wordt in het vonnis ook expliciet benoemd. Volgens de Nederlandse rechter ontstaat er in dat geval een ’nieuwe situatie’. En zal Nederland zich óók voor hen moeten inspannen.

5 Wat houdt die inspanningsverplichting precies in?

Daarover geeft het vonnis geen duidelijkheid. Sterker: de rechter wil zich er niet te nauw mee bemoeien. Dat de kinderen met dit oordeel in de hand snel kunnen terugkeren ’is niet zeker’. Nederland heeft altijd aangegeven dat er geen actie kan worden ondernomen, omdat het in Syrië te gevaarlijk is. Van de Staat kan niet worden verwacht dat er ’grote veiligheidsrisico’s worden genomen’, vindt de rechter.

6 Maar hoe hard is deze uitspraak dan?

In feite laat de rechter hiermee de nooduitgang voor de Staat wagenwijd openstaan. Die kan ’niet worden gedwongen iets te doen waartoe hij feitelijk niet in staat is’; de situatie in Noord-Syrië is ’onduidelijk en onrustig’.

Hoewel zowel de Koerden als de Amerikanen hulp hebben toegezegd bij het wegsluizen van de IS’ers, ’is het de vraag of die bereidheid er nog steeds voldoende is’. Kortom, een echte stok achter de deur ontbreekt.

7 De advocaat is blij met de uitspraak. Hoe leest hij die?

André Seebregts is optimistisch, hij denkt dat het een kwestie van een paar weken is voor de kinderen – en hun moeders – terugkeren naar Nederland. „Natuurlijk stelt de rechter het heel omzichtig. Maar het staat er wel: Nederland zal nu echt moeten aantonen dat de Koerden de kinderen willen laten gaan zonder de moeders.

En dat doen de Koerden niet, want die zien de bui al hangen. Als de kinderen weg zijn, bekommert niemand zich meer om de vrouwen. De kans is dus groot dat ze samen moeten terugkeren.”

Dan is er nog de druk uit de VS op Europa om zijn eigen jihadisten terug te nemen. „De rechter stelt dat Nederland moet ingaan op Amerikaanse hulp bij het terughalen. De VS hebben wel tien keer gezegd dat ze vinden dat Europese IS’ers in Europa moeten worden berecht. Niemand twijfelt eraan dat dat dus nog steeds geldt.”

Bekijk meer van; terrorisme islam Daniël van Dam Silvan Schoonhoven Nederland Syrië

Uitspraak over IS-kinderen zorgt voor vraagtekens en ‘lichtpunten’

NOS 11.11.2019 Ze leven in een acute noodsituatie, onder erbarmelijke omstandigheden. Nederland moet binnen twee weken er daarom alles aan doen om 56 IS-kinderen terug te halen, zo oordeelde de rechter vandaag in een kort geding. Hoe nu verder?

Hoe groot is de kans dat de kinderen over twee weken in Nederland zijn?

Niet heel groot. Met name omdat er nog tal van zaken opgelost moeten worden voordat de kinderen daadwerkelijk teruggehaald kunnen worden. Zo is het kort geding aangespannen door 23 IS-vrouwen. Zij willen ook gerepatrieerd worden. Dat maakt de zaak aanzienlijk complexer. Nederland hoeft de vrouwen namelijk niet terug te halen, zo oordeelde de voorzieningenrechter. “Zij zijn welbewust naar Syrië of Irak gegaan om zich aan te sluiten bij IS, een terroristische organisatie”.

Het vonnis van de rechter:

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Volgens de advocaten van de vrouwen willen de Koerdische milities de kinderen alleen niet scheiden van hun moeders. Als dat klopt, moet Nederland ook pogen de vrouwen terug te halen, aldus de rechter. Dat druist in tegen het kabinetsbeleid. Het kabinet wil dat Nederlandse IS’ers in de regio zelf berecht worden. Daardoor lijkt de zaak enkel in een stroomversnelling te kunnen komen als de Koerdische milities óf het kabinet op korte termijn radicaal wijzigt van standpunt.

Hoe verloopt het terughalen in de praktijk?

De kinderen moeten, eventueel met hun moeders, worden opgehaald uit overvolle detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Volgens de Nederlandse Staat is dat onveilig gebied, waar Nederland geen zeggenschap heeft. Om die reden wil Nederland enkel IS’ers repatriëren als ze zich hebben gemeld bij een Nederlandse ambassade of consulaat.

De Amerikanen hebben aangeboden te helpen met de repatriëring van Nederlanders in de Syrische kampen. Een hulpverzoek neerleggen bij de VS zou onder de “inspanningsverplichting” kunnen vallen die door de rechter aan de Staat is opgelegd. Hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, benadrukt dat die term juridisch alleen niet heel streng is. “Er is geen resultaatverplichting. Daarom is er bijvoorbeeld ook geen dwangsom opgelegd.”

Verder benadrukt de rechter dat Nederland geen “substantiële veiligheidsrisico’s” hoeft te nemen bij het terughalen. De inspanningsverplichting is op die manier breed te interpreteren en het is volgens Schilder moeilijk te controleren of Nederland zich voldoende heeft ingespannen de kinderen terug te halen. “De rechter zal zich daar niet snel aan willen branden, omdat hij niet op de stoel van de politiek wil zitten.”

Is de uitspraak definitief?

Nee. De Staat kan net als in soortgelijke zaken in België en Duitsland nog in hoger beroep. De uitspraak verdeelt de politiek. Als het aan de VVD ligt wordt er hoe dan ook doorgeprocedeerd en het CDA noemt de uitspraak “risicovol”, terwijl hun coalitiepartners D66 en ChristenUnie juist tevreden reageren. Premier Rutte liet enkel weten de uitspraak “te bestuderen”.

‘Volstrekt unieke zaak’

“Volstrekt uniek”, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens hem zal het verloop van de zaak belangrijk zijn voor soortgelijke zaken in de toekomst. “Mensen vroegen me vooraf ook wat ik verwachtte van de uitspraak. Ik had werkelijk geen idee. Er is geen precedent.”

Nederland haalde eerder al wel twee weeskinderen van IS’ers terug uit het noordoosten van Syrië. Maar dat was met hulp van Frankrijk en daarbij waren verder geen volwassenen IS’ers bij betrokken. In Duitsland en België oordeelden rechters eerder ook al dat IS-kinderen opgehaald moeten worden, inclusief moeders. In beide landen is de Staat in hoger beroep gegaan.

Als er hoger beroep wordt aangetekend, is de kans sowieso klein dat de kinderen op korte termijn worden teruggehaald. “En als ze dan doorgaan tot de Hoge Raad ben je zo jaren verder”, zegt hoogleraar Schilder. Over het terughalen van IS’ers is veel discussie onder experts.

Hoe wordt er gereageerd op de uitspraak?

Een van de Nederlandse vrouwen laat aan de NOS vanuit een Syrisch kamp weten dat ze “superblij” is met de uitspraak. Ze ziet het als “een lichtpuntje in deze lange, ellendige periode”.

Familieleden in Nederland reageren gemengd. Ze vrezen dat een eventueel hoger beroep vertraging zal opleveren. De vader van een van de vrouw die met vijf kinderen in het kamp al-Hol zit, zegt op een duidelijkere uitspraak te hebben gewild: “Er zijn hier een hoop open eindjes. De overheid krijgt alle ruimte.”

Een vader van een van de IS-vrouwen zegt de uitspraak “dubbel” te vinden:

Een beetje hoop en veel wantrouwen

Kinderorganisaties zijn verheugd met de uitspraak. Zij willen de kinderen, waarvan driekwart jonger is dan 6 jaar, liever vandaag dan morgen terughalen vanwege de onrust in de regio en de naderende winter. Voor elk kind ligt een deradicaliseringsplan klaar, als dat nodig blijkt.

Kinderombudsman Margrite Kalverboer zegt “met belangstelling” te kijken wat het kabinet met de uitspraak gaat doen. Advocaat Seebregts, die een deel van de vrouwen bijstaat, hoopt dat er “binnen twee weken” duidelijkheid is.

Bekijk ook

Terughalen IS-kinderen geen uitgemaakte zaak

Telegraaf 11.11.2019 Nederland legt zich niet zomaar neer bij de uitspraak van de rechter dat de Staat 56 IS-kinderen moet terughalen uit Syrië. Het kabinet gaat de uitspraak bestuderen, zo hield premier Rutte maandag de boot af.

VVD-Kamerlid Yesilgöz gaat er van uit dat de Staat in beroep gaat tegen de uitspraak. Zij noemt de uitspraak ’frustrerend’. „Het is gevaarlijk om ze op te halen. Bovendien is het gevaarlijk om ze naar Nederland te halen omdat die kinderen zijn geïndoctrineerd met IS-gedachtengoed en sommige van hen trainingen hebben gehad.” En al gaat het alleen om de kinderen, en niet om de 23 moeders, die hebben straks wel het recht om erachteraan te reizen. „De onveiligheid voor Nederland neemt daardoor toe.”

Ook het CDA is ontevreden met de uitspraak en noemt die ’risicovol’. „Met kinderen krijgen ook de ouders recht op terugkeer. Volgens mij moeten we ons vooral inspannen voor de slachtoffers van de genocide.” De partij hamert erop dat IS in Irak en Syrië genocide hebben gepleegd tegen Yezidi’s, christenen, niet-Soennitische moslims en andere religieuze minderheden.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse staat er alles aan moet doen om kinderen van Syriëgangers in twee Koerdische kampen in Noord-Syrië terug te halen. Die plicht geldt niet voor de vrouwen. Maar, zei de rechter, als de Koerden die kampen bestieren de kinderen niet willen weghalen, moet de overheid kijken of vrouwen en kinderen kunnen worden teruggehaald.

Bekijk ook: 

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen 

„Blijkbaar mogen rechters de veiligheid van ons land op de tweede plaats zetten”, reageert PVV-Kamerlid Helder. „En oog voor de slachtoffers hebben ze duidelijk ook niet.”

D66 dolblij

Voor regeringspartijen D66 en ChristenUnie bewijst de rechterlijke uitspraak juist dat het kabinet er niet aan ontkomt om IS-aanhangers terug te halen. Het kabinet wil dat niet, met als argument dat het te gevaarlijk is. Alleen wie zich meldt bij een diplomatieke post kan hulp krijgen bij terugkeer, om in Nederland te worden berecht.

„Dit sterkt ons in onze eerdere positie dat kinderen terug moeten worden gehaald”, zegt Kamerlid Sjoerdsma van D66. „De druk op het kabinet wordt nu wel heel groot”, zegt CU-Kamerlid Voordewind. Zijn partijgenoot Van der Graaf vult aan: „De uitspraak laat scherp het dilemma zien tussen de situatie van de kinderen die zijn meegenomen naar dit gebied en de moeders die er zelf voor kozen.”

Uitspraak te negeren

Kamerleden wijzen erop dat in de uitspraak voor het kabinet nog een ontsnapping lijkt te zitten, omdat er het voorbehoud ’indien mogelijk’ in staat. Bovendien hoeft het kabinet niet per se naar de uitspraak te handelen, merkt VVD’er Yesilgöz op. Dat gebeurde ook niet bij een uitspraak van vorig jaar van de Rotterdamse rechter over de uitlevering van een Nederlandse vrouw uit een kamp in Noord-Syrië.

Het OM wilde dat de vrouw, destijds moeder van een kind van anderhalf en zwanger, zou worden uitgeleverd. Zo zou zij kunnen worden vervolgd voor deelname aan een terroristische organisatie.

Minister Blok (Buitenlandse Zaken) gaf bij een EU-vergadering in Brussel aan de uitspraak te zullen bestuderen. „De inkt van het vonnis is nog warm. We kijken er eerst met onze juristen naar.”

Opa opgelucht

Klijn in een eerdere tv-uitzending.

Klijn in een eerdere tv-uitzending. Ⓒ Screenshot

Bert Klijn is blij met de uitspraak. „Mijn leven gaat eindelijk weer door”, zei de geëmotioneerde vader van een IS-vrouw. Zijn dochter vertrok in 2015 op 19-jarige leeftijd naar het kalifaat. Ze kreeg daar twee dochters, eentje is drie jaar en de ander is bijna twee.

Volgens Klijn is zijn dochter „uit naïviteit” naar het strijdgebied vertrokken, volgens hem dacht ze dat ze daar in een ziekenhuis zou gaan werken. Ze trouwde met een IS-strijder en samen kregen ze twee kinderen. „Geweldige meiden”, zegt hij over de twee kleintjes. „Ik heb ze nog nooit in het echt gezien, maar wel op foto’s en video’s. Ze weten dat ik hun opa ben.”

Bekijk ook: 

Vader IS’er: ’Mijn leven gaat eindelijk weer door’ 

Bekijk meer van; terrorisme Bert Klijn Mark Rutte Nederland Syrië Democraten 66 Volkspartij voor Vrijheid en Democratie

Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen: duidelijk vonnis, onduidelijke toekomst

AD 11.11.2019 Nederland moet zijn best doen om de kinderen van IS-vrouwen terug te halen naar Nederland, desnoods door ook hun moeders mee te nemen. Alle internationale hulp die wordt geboden, moet daarbij worden aangepakt. Toch zorgt het vonnis van de rechter in Den Haag, vandaag, bij verwanten voor onzekerheid.

Een oma zit wat verslagen op een stoel, buiten de rechtszaal waar zojuist uitspraak is gedaan in een kort geding namens 23 IS-vrouwen, die willen dat Nederland hen terughaalt uit Syrië. Haar dochter is één van die vrouwen, die vastzit in een detentiekamp in Syrië. De oma kocht eerder nog spulletjes voor haar kleinkinderen, denkend aan een vlugge terugkeer. ,,Daar ben ik mee gestopt.”

Lees ook;

Rechter: Kinderen van IS-vrouwen moeten worden teruggehaald uit Syrië

Lees meer

Turkije begint met terugsturen IS’ers: ‘Duitser en Amerikaan uitgezet’

Turkije begint met terugsturen IS’ers: ‘Duitser en Amerikaan uitgezet’

Lees meer

En na vandaag gaat ze er zeker niet weer mee beginnen. Aan de ene kant bieden de woorden van de rechter hoop, tegelijkertijd doen ze de achterblijvers van IS vrouwen de moed in de schoenen zinken.

Dat zit als volgt.

De rechter is duidelijk over de kinderen: Nederland moet zich inspannen om ze terug te halen. Zij kunnen niets doen aan de vreselijke beslissing die hun moeders namen, om af te reizen naar een gebied waar terreurorganisatie IS gruweldaden beging die de verbeelding tarten.

De Staat handelt volgens de rechter onzorgvuldig door zich niet actief in te zetten voor de terugkeer van de 56 kinderen – een baby werd onlangs nog geboren, anderen zijn oud genoeg om zich hun ‘vorige’ leven hier nog te herinneren. In de detentiekampen waar ze zitten, zijn de omstandigheden erbarmelijk.

Verspeeld

De vrouwen daarentegen hebben hun rechten verspeeld. Ze keerden ons land de rug toe, wetend dat ze vertrokken naar een plek waar IS ‘weerzinwekkende en grove misdaden’ beging. ,,Ze lieten zich niks gelegen aan de inspanningen van Nederland hen tegen te houden’’, zo sprak de rechter. Maar: als de terugkeer van hun kinderen alleen mogelijk is wanneer de moeders meekomen naar Nederland, dan is het niet anders.

Punt is dat de rechter ook vindt dat Nederland geen ‘grote veiligheidsrisico’s’ hoeft te nemen. Tot voor kort zou dat niet zo’n probleem zijn, omdat er ook een verplichting geldt alle mogelijkheden zoals internationale hulp te benutten. Eerder boden de Amerikanen aan jihadisten naar Europa terug te brengen, de Koerden die de detentiekampen bestieren wilden ze graag kwijt.

Maar nu is er de inval van Turkije in Syrië. De regio waar de vrouwen verblijven is instabiel. Dus lijkt het voor de overheid nog gemakkelijker zich achter onveiligheid te verschuilen, zoals al gebeurde toen journalisten, familieleden en een advocaat zich nog openlijk in de kampen begaven.

,,Ik denk dat ik mijn familie uiteindelijk wel zal gaan zien”, zegt de oma.  ,,Maar ik denk ook dat het nog jaren gaat duren.” Zo verwacht ook Klaas Spijk, wiens dochter Mandy uit Gouda met kinderen afreisde, dat Nederland zal blijven hameren op onveiligheid. ,,Terwijl de afgelopen tijd wel weer weeskinderen uit diverse landen en een Duitse vrouw zijn opgehaald.”

Hoopvol

Aan de andere kant zijn er hoopvolle woorden. Advocaat André Seebregts, die het merendeel van de vrouwen vertegenwoordigt, ziet een grote kans op een positieve uitkomst. Hij verwacht binnen twee weken duidelijkheid over terugkeer van de kinderen.

,,Nederland moet meteen met dit vonnis aan de slag. Er kan niet worden gewacht op een hoger beroep.” Seebregts benadrukt dat ook na de Turkse inval de Amerikaanse ambassadeur Hoekstra in Nederland duidelijk was: het aanbod jihadisten te repatriëren staat nog steeds.

Zo kan het dat vader Bert Klijn juist heel opgelucht media te woord staat, in de gang van de rechtbank. Zijn dochter vertrok op 19-jarige leeftijd ‘uit naïviteit’ naar het kalifaat, waar ze kinderen kreeg, die hij van foto’s en video’s kent. Klijn gelooft dat terugkeer een stuk dichterbij is gekomen.

Gemengde gevoelens dus. In stilte vertrokken de familieleden, in een enkel geval ultiem teleurgesteld. De toekomst blijft ongewis. Het vonnis houdt de vrouwen verantwoordelijk, ziet de onschuld van de kinderen en maakt voor die laatste groep een andere toekomst mogelijk.

Dat is zeker gewenst, benadrukt de rechter, gezien de mening van experts en veiligheidsdiensten, die vrezen voor meer radicalisering als de kinderen in de kampen blijven. De vraag is wat de Staat én het internationale krachtenspel in Syrië daarop te zeggen hebben.

Uitspraak IS-kinderen houdt coalitie verdeeld: CDA is bezorgd, D66 opgetogen

AD 11.11.2019 De uitspraak van de rechter dat de Nederlandse Staat alles moet doen om de kinderen van IS-vrouwen te repatriëren, houdt de coalitiepartijen verdeeld. D66 is verguld met de uitspraak, CDA juist niet.

Volgens de rechter is de Staat niets verplicht aan de 23 vrouwen, maar wel aan hun 56 kinderen. Het kabinet wil geen van beide groepen terughalen, dat zou bovendien te gevaarlijk zijn.

De Haagse rechtbank vindt echter dat de kinderen het slachtoffer zijn geworden van het handelen van hun moeder of ouders en heeft de Staat een zekere zorgplicht naar hen.

Volgens CDA-Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg moet de Staat in hoger beroep. ,,Deze uitspraak is een risicovolle, want als je de kinderen hierheen haalt, geeft dat de ouders ook recht op gezinshereniging. En dan krijg je vroeg of laat ook de ouders of moeders die je juist niet hier wil.’’

D66-Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma betwijfelt dat juist. ,,Er zijn ook regels rond gezinshereniging. Dat kan bijvoorbeeld worden geweigerd als dat niet is in het belang van het kind, of als de openbare orde in het geding komt. Dat zou hier kunnen spelen.’’

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Coalitiegenoot VVD spreekt van ‘een frustrerende uitspraak’. ,,Het is gevaarlijk om deze kinderen op te halen. Daarnaast zullen de moeders en vaders snel volgen, gezien recht op gezinshereniging. Dat leidt tot gevaar voor onze nationale veiligheid. Ik hoop dat de Nederlandse staat zal doorprocederen.  Wij willen deze kinderen niet terug. En hun ouders al helemaal niet.”

Veiligheid

D66 is juist blij met de uitspraak. ,,Het bevestigt dat wat wij vinden, namelijk dat die kinderen niet hebben gekozen voor een leven in een kamp of het kalifaat. De uitspraak kan bovendien in ons belang zijn, want veel van die kinderen zijn nog helemaal niet geradicaliseerd. 85 procent van hen is niet ouder dan zes jaar, het is in het belang van onze veiligheid hier om hen hierheen te halen voordat zij daar alsnog radicaliseren.’’

Het kabinet wilde zojuist nog niet reageren op de rechterlijke uitspraak. Premier Mark Rutte zei deze eerst ‘zorgvuldig’ te willen bestuderen. ,,Ik heb de uitspraak nog niet gezien. Ik was aan het vergaderen”, aldus Rutte na urenlang overleg over de stikstofcrisis.

Het is overigens nog de vraag of het vonnis praktisch uitvoerbaar is. De Koerden stelden tot dusver dat zij geen kinderen zouden laten gaan zónder hun moeder. De Haagse rechter geeft hiervoor geen leidraad. Volgens het vonnis ontstaat er dan weer een nieuwe situatie. Wel zegt de rechter dat het belang van het terughalen van de kinderen  dan prevaleert boven de ‘te respecteren wens’ van de Nederlandse Staat om de moeders daar te laten berechten. Het ‘is dan niet anders’ , zegt de rechter, dat dan ook de moeders terugkeren.

Kamer ook na uitspraak rechter verdeeld over terughalen IS-kinderen

NOS 11.11.2019 In de Tweede Kamer wordt verschillend gereageerd op de uitspraak van de rechter in de zaak die 23 IS-moeders hadden aangespannen. Daarmee blijkt opnieuw de politieke verdeeldheid over het ophalen van moeders en kinderen uit IS-gebied.

VVD en CDA vinden dat er risico’s aan de uitspraak vast zitten. Als kinderen van IS’ers naar Nederland komen, dan hebben de ouders recht op gezinshereniging met alle gevaren van dien, zeggen de partijen.

“Ik hoop dat de Nederlandse staat zal doorprocederen”, zegt VVD-Kamerlid Yesilgöz. “Wij willen deze kinderen niet terug. En hun ouders al helemaal niet.”

Het CDA vindt de misdrijven die deze vrouwen mede hebben gepleegd zwaar wegen. De vrouwen hebben hun recht op hulp verspeeld, vindt CDA-Kamerlid Van Toorenburg. “Volgens mij moeten wij ons vooral inspannen voor de slachtoffers van de genocide.”

‘Medemenselijkheid’

De andere twee regeringspartijen, D66 en ChristenUnie, staan minder afwijzend tegenover de terugkeer van IS-vrouwen en hun kinderen. D66 is voorstander van het actiever terughalen van IS-kinderen. De partij vindt dat nodig vanuit het oogpunt van “medemenselijkheid”, zegt D66-Kamerlid Sjoerdsma. “Die kinderen groeien nu op in detentiekampen, in een mini-kalifaat tussen prikkeldraad.”

Dat probleem ziet ook de ChristenUnie. “Deze uitspraak laat scherp het dilemma zien tussen de situatie van de kinderen die meegenomen zijn naar dit gebied en de moeders die er zelf voor kozen”, zegt Kamerlid Van der Graaf. D66 en ChristenUnie vinden het een risico de kinderen daar te laten radicaliseren, terwijl ze misschien ooit weer naar Nederland komen.

Volgens de uitspraak van de rechter moet Nederland zich inspannen om de kinderen terug te laten komen. Maar de Staat hoeft daarbij geen onredelijke risico’s te nemen, bijvoorbeeld door het leven van militairen op het spel te zetten. Het kabinet bestudeert de uitspraak.

De rechter beschreef in zijn vonnis ook de erbarmelijke omstandigheden waarin de kinderen leven.

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Bekijk ook;

Tweede Kamer verdeeld over vonnis Syrië-gangers

MSN 11.11.2019 De Tweede Kamer reageert verdeeld op de uitspraak van de rechtbank in Den Haag over het terughalen van de kinderen van IS-vrouwen. Het CDA vindt de uitspraak ‘risicovol’, omdat de uitspraak de ouders van de kinderen de mogelijkheid geeft terug te keren. GroenLinks en D66 dringen erop aan de kinderen nu terug te halen.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse staat er alles aan moet doen om kinderen van Syriëgangers in twee kampen in Noord-Syrië terug te halen. Die plicht geldt niet voor de vrouwen.

Maar, zei de rechter, als de Koerden die kampen bestieren de kinderen niet willen weghalen, moet de overheid kijken of vrouwen en kinderen kunnen worden teruggehaald.

Sterken in positie

Dat baart CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg zorgen. “Risicovolle uitspraak. Met kinderen krijgen ook de ouders recht op terugkeer. Volgens mij moeten we ons vooral inspannen voor de slachtoffers van de genocide.”

“Dit sterkt ons in onze eerdere positie dat kinderen terug moeten worden gehaald”, laat Sjoerd Sjoerdsma (D66) weten.

Het is de vraag hoeveel de Nederlandse Staat zich zal aantrekken van de uitspraak. Premier Rutte wil niet direct reageren. Hij wil eerst de uitspraak bestuderen. Ook minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok zegt dat het ministerie de uitspraak eerst wil bestuderen.

Het kabinet gaf eerder aan dat ze kinderen niet ophalen omdat het daar te onveilig is.

Recht op leven

23 vrouwelijke Syriëgangers hadden tien dagen geleden, via hun zes advocaten, een kort geding aangespannen tegen de Nederlandse Staat. De vrouwen wilden dat zij, samen met hun 56 kinderen, worden opgehaald uit de kampen.

Rechter: “Sprake van ernstige en acute noodsituatie”

Bekijk deze video op RTL XL

“Uit bronnen is op te maken dat de kinderen (onder meer) te maken hebben met bombardementen, seksueel misbruik en martelingen.’

Voor wat betreft de kinderen is er sprake van ernstige schending van mensenrechten, betoogden de advocaten. Het gaat onder andere om het recht op leven van kinderen. De kinderen zijn in levensgevaar en onschuldig, stellen de advocaten. De rechter gaat daarin mee.

‘Kinderen zijn niet verantwoordelijk’

De staat moet zich dus inspannen om die kinderen terug te halen. Volgens de rechter handelt de staat onzorgvuldig als hij zich daarvoor niet actief inzet. Volgens de rechter zijn de kinderen niet verantwoordelijk voor de gedragingen van hun ouders ‘hoe ernstig deze ook zijn’. “De kinderen zijn slachtoffer van het handelen van hun ouders.”

Enorm kamp

De vrouwen zitten met hun kinderen veelal in het gevangenkamp Al-Hol in Noordoost-Syrië: een enorm kamp waar volgens de Verenigde Naties ruim 74.000 mensen zitten, voornamelijk vrouwen en kinderen, en waar de omstandigheden erbarmelijk zijn.

Alle Nederlandse kinderen, waar het vandaag over gaat, zijn jonger dan 12 jaar.

De overheid moet van de rechter wel de ruimte krijgen hoe ze de terugkeer van de kinderen gaat aanpakken. Nederland heeft het niet voor het zeggen in Syrië en hoeft volgens de rechter geen onacceptabele veiligheidsrisico’s te nemen in het gevaarlijke gebied.

De overheid kan daartoe afspraken maken met de Amerikanen of andere partners in de regio. Maar het beleid tot nu toe van het kabinet om betrokkenen niet-actief terug te halen, moet – althans bij de kinderen – ten einde komen, aldus de rechter.

Lees ook:

Nederlandse IS-vrouwen met kinderen willen terug na ontsnapping uit kamp

De Nederlandse staat heeft tot op heden geen actie ondernomen om de IS-vrouwen met hun kinderen terug te halen.

Al wel plannen gemaakt

Zowel het Openbaar Ministerie als de Raad voor de Kinderbescherming hebben al wel plannen gemaakt. Als de vrouwen aankomen in Nederland, worden ze aangehouden en vastgezet. Het Openbaar Ministerie zal de vrouwen daarna vervolgen voor deelname aan een terroristische organisatie.

De Verenigde Staten hebben al regelmatig aangedrongen dat Europese landen hun IS-strijders moeten terughalen. Ook hebben de Amerikanen aangeboden om te helpen met de terugkeer.

Lees ook:

Ze willen terug naar Nederland, maar hoe gevaarlijk zijn de vrouwen van IS?

Over de volwassen vrouwen oordeelt de rechter anders. “Zij zijn welbewust naar Syrië of Irak gegaan om zich aan te sluiten bij IS, een terroristische organisatie. Zij wisten dat die organisatie zich schuldig maakt aan weerzinwekkend en grove misdaden. De vrouwen moet daarvoor berecht worden. De staat wil dat die berechting in de regio plaatsvindt en heeft ook het recht om te proberen die berechting daar plaats te laten vinden.”

Alleen als de Syrisch-Koerdische autoriteiten, of anderen die betrokken zijn bij het terughalen van de kinderen, als voorwaarde stellen dat de moeders mee moeten met de kinderen ‘zal de staat zich ook hiervoor moeten inspannen’. “Zij worden dan in Nederland voor de rechter gebracht.”

IS-kinderen

Volgens de laatste cijfers van de AIVD zitten er ongeveer 140 Nederlanders vast in kampen in Noord-Syrië.

Het gaat om 15 mannen, 35 vrouwen en 90 kinderen.

Een groep Nederlandse vrouwen heeft nu een kort geding aangespannen omdat ze met hun kinderen willen worden opgehaald.

Het terughalen van IS-strijders zorgt al langer voor een groot meningsverschil in de regering.

VVD en CDA zijn tegen het ophalen van de Nederlandse IS’ers en kinderen.

Het kabinet houdt vol: ze gaan de kinderen en vrouwen niet halen. Het kabinet geeft aan dat ze kinderen niet ophalen omdat het te riskant is.

RTL Nieuws; Islamitische Staat  Link in bio  Rechterlijke macht  Syrië

Rechter oordeelt: Nederland moet IS-kinderen terughalen

Elsevier 11.11.2019 Nederland moet alles op alles zetten om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Dat heeft de rechter geoordeeld in een kort geding dat 23 IS-vrouwen hadden aangespannen.

Volgens de rechter leven de kinderen in de kampen in een acute noodsituatie, zonder dat zij daar zelf voor hebben gekozen. Daarom moet het Nederlandse beleid – dat er tot nu toe op was gericht niet actief terug te halen – veranderen.

Lees ook: Terughalen kalifaatkinderen enorm veiligheidsprobleem

Hun moeders hebben geen recht op repatriëring, omdat zij er volgens de rechter zelf voor hebben gekozen om naar IS-gebied af te reizen.

Maar als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders, moet de overheid kijken of het mogelijk is beide groepen terug te halen. De vrouwen moeten dan worden berecht in Nederland. Ook het Openbaar Ministerie wil dat. Als de vrouwen zelf zouden besluiten hun kinderen niet mee te geven naar Nederland, vervalt de inspanningsverplichting voor de staat om dat kind te repatriëren.

Geen onacceptabele veiligheidsrisico’s

De overheid moet de ruimte krijgen hoe ze de terugkeer van de kinderen gaat aanpakken, vindt de rechter. Nederland heeft het niet voor het zeggen in Syrië en hoeft volgens de rechter geen onacceptabele veiligheidsrisico’s te nemen in het gevaarlijke gebied. De overheid kan daartoe afspraken maken met de Amerikanen of andere partners in de regio.

Afshin Ellian schreef eerder deze column: Jihadkinderen stellen Nederland voor duivels dilemma

Volgens de rechter zijn de kinderen het slachtoffer van het handelen van hun moeder of ouders. Zij hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit en zijn jonger dan twaalf jaar. De meesten zelfs onder de zes jaar. De rechter benadrukte dat de kinderen nu nog zo klein zijn dat het meer risico oplevert als ze nu niet zouden worden teruggehaald, omdat ze nu nog niet echt beïnvloed zijn door terroristische denkbeelden.

De vrouwen hebben er de afgelopen jaren volgens de rechter uit vrije wil en bewust voor gekozen om uit te reizen naar het strijdgebied in Syrië of Irak en zich daar aan te sluiten bij Islamitische Staat. Ze zitten nu vast in de kampen Al-Hol en Al-Roj die door de Koerden worden beheerd. De omstandigheden in de kampen zijn erbarmelijk. Er is veel agressie en geweld, weinig voedsel en water, er heersen ziektes, mensen worden gemarteld en er zijn bombardementen.

Nederlanders kunnen zichzelf wel melden

Het kabinet hield het tot nu toe bij het standpunt dat de vrouwen in de regio moeten worden berecht, het liefst via een internationaal tribunaal. Maar of dat er komt is maar zeer de vraag.

Nederlanders kunnen zichzelf wel melden bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Eind oktober maakten twee vrouwen gebruik van die regeling. Een van de vrouwen is het Nederlanderschap afgenomen. De andere vrouw keert waarschijnlijk terug naar Nederland, al moet Turkije eerst nog beslissen of zij daar moet worden vervolgd.

Gerelateerde artikelen;

Rechtbank: Staat moet zich inspannen om 56 kinderen uit Syrië te halen

NU 11.11.2019 De Nederlandse Staat moet zich inspannen om 56 kinderen en eventueel hun negentien moeders vanuit Syrië naar Nederland te halen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag maandag bepaald in een kort geding.

Uitspraak terughalen IS-kinderen;

  • Nederland heeft de verplichting om zich in te spannen om IS-kinderen terug te halen.
  • Hun moeders moeten alleen worden teruggehaald als het niet anders kan.
  • De overheid moet binnen veertien dagen actie ondernemen.
  • Het kort geding was aangespannen vanwege het acute gevaar in de kampen in Syrië.

Nederland kan volgens de rechtbank niet gedwongen worden om de kinderen te repatriëren, omdat er wel degelijk gevaar is door de instabiele situatie in Syrië.

“De Staat hoeft geen onnodige veiligheidsrisico’s te nemen, maar moet wel alle mogelijkheden die er zijn, zoals de door de Amerikanen geboden hulp, benutten”, aldus de rechtbank.

Dat komt erop neer dat de Nederlandse regering alles moet doen wat in haar macht ligt. Als de overheid zegt dat het niet mogelijk is, moet het bewijs overhandigen dat er alles aan gedaan is.

Dat betekent volgens advocaat André Seebregts, die het merendeel van de eisers bijstaat, dat Nederland binnen de gestelde termijn van veertien dagen contact op moet nemen met de Koerden, dan wel de Amerikanen.

De Koerden voeren de regie over de kampen waar de vrouwen en kinderen vastzitten. De Amerikanen hebben laten weten hen voor Nederland te willen ophalen.

Vrouwen alleen teruggehaald als het niet anders kan

in totaal 23 vrouwen spanden een kort geding tegen de Staat aan omdat zij en hun kinderen in acuut gevaar zouden zijn. De rechtbank erkent dit gevaar en spreekt van een “schrijnende situatie”.

In het geval van de vrouwen geldt echter dat zij alleen teruggehaald moeten worden als de Koerden de kinderen alleen samen met hun moeders laten gaan.

“De vrouwen hebben niet het zelfstandige recht om naar Nederland teruggehaald te worden omdat zij met hun volle verstand zijn afgereisd naar Syrië en zich hebben aangesloten bij IS, een terroristische organisatie”, aldus de rechtbank.”De kinderen zijn daarentegen het slachtoffer van het handelen van hun ouders.”

Vier van de 23 vrouwen hebben geen kinderen. “Voor hen is dit dan ook een verdrietige uitspraak”, benadrukt Seebregts.

Kabinet wil vrouwen in de regio berecht hebben

Het kabinet wil dat de vrouwen in de regio worden berecht en de rechtbank vindt dat Nederland het recht heeft om uit te vinden of dat eventueel mogelijk is.

Of de regionale berechting in Irak er ook komt, is nog maar zeer de vraag. De Iraakse minister van Buitenlandse Zaken zei onlangs dat het land niet bereid is Nederlandse IS’ers te berechten. Volgens minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) gaan de onderhandelingen met Bagdad echter nog door.

Kans dat ook vrouwen komen ‘redelijk groot’

Seebregts zegt dat de kans redelijk groot is dat ook de vrouwen teruggehaald worden, omdat de Koerden altijd duidelijk hebben gemaakt de vrouwen samen met hun kinderen af te willen geven. “Net als de Amerikanen, de Turken en de Russen”, aldus de raadsman.

De vrouwen en kinderen bevinden zich op dit moment in de gevangenkampen Al Hol en Al Roj in Noordoost-Syrië. Het kamp Al Roj ligt in de door Turkije gewenste veiligheidszone.

Kabinet wil uitreizigers niet ophalen vanwege gevaar

Volgens het huidige kabinetsbeleid worden Nederlandse uitreizigers niet actief opgehaald uit Syrië. Het kabinet wil Nederlandse ambtenaren niet in gevaar brengen door ze naar een onveilig gebied te sturen.

Dit is anders als Nederlanders zich zelf melden bij de Nederlandse ambassade, zoals onlangs twee vrouwen en hun drie kinderen in de Turkse stad Ankara deden.

Een van de vrouwen is het Nederlanderschap afgenomen. De andere vrouw keert waarschijnlijk terug naar Nederland, al moet Turkije eerst nog beslissen of zij daar vervolgd moet worden.

Vrouwen zullen bij aankomst worden aangehouden

Mocht het de regering lukken om de vrouwen naar Nederland te halen, dan zullen zij direct worden aangehouden en op de terroristenafdeling in Vught worden geplaatst. Tegen alle personen van wie bekend is dat zij vanuit Nederland naar de strijdgebieden in Syrië en Irak zijn afgereisd, loopt een strafrechtelijk onderzoek.

De kinderen zullen op hun beurt worden opgevangen en in de gaten worden gehouden door de Raad voor de Kinderbescherming. Deze raad zal uiteindelijk adviseren waar de kinderen het beste geplaatst kunnen worden.

Er is nog hoger beroep mogelijk, maar Nederland is in de tussentijd wel al verplicht actie te ondernemen.

Lees meer over: Binnenland

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen

Telegraaf 11.11.2019 De Nederlandse Staat moet 56 kinderen van IS-vrouwen terughalen. De 23 IS-vrouwen zelf hoeven niet teruggehaald te worden. Dat oordeelde de voorzieningenrechter in Den Haag op maandag.

Als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders dan ontstaat er een nieuwe situatie, aldus het vonnis. Dan moet de overheid kijken of het mogelijk is om beide groepen terug te halen. De vrouwen moeten dan worden berecht in Nederland. Ook het Openbaar Ministerie wil dat. Als de vrouwen zelf zouden besluiten hun kinderen niet mee te geven naar Nederland, vervalt de inspanningsverplichting voor de Staat om dat kind te repatriëren.

De overheid moet wel de ruimte krijgen hoe ze die terugkeer gaat aanpakken. Nederland heeft het niet voor het zeggen in Syrië en hoeft volgens de rechter geen onacceptabele veiligheidsrisico’s te nemen in het gevaarlijke gebied. De overheid kan daartoe afspraken maken met de Amerikanen of andere partners in de regio.

De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn jonger dan twaalf jaar. De meesten zelfs onder de zes jaar. De rechter benadrukte dat de kinderen nu nog zo klein zijn dat het meer risico oplevert als ze nu niet zouden worden teruggehaald, omdat ze nu nog niet echt beïnvloed zijn door terroristische denkbeelden.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd. Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert ze actief terug te halen.

’Binnen twee weken duidelijkheid’

Advocaat André Seebregts noemt de beslissing een „mooi afgewogen vonnis.” De advocaat verwacht dat er binnen twee weken duidelijkheid is voor de – met name jonge – kinderen die in de Koerdische opvangkampen in Syrië zitten. Wanneer de kinderen, al dan niet met hun moeder, zullen terugkomen naar Nederland, durft hij niet in te schatten.

Seebregts verwacht echter niet dat de kinderen zonder hun moeders terug zullen keren. „De Koerden hebben al meerdere keren duidelijk laten merken dat ze de kinderen niet van hun moeder willen scheiden.”

Naar rechter stappen staat vrij

Het regeringsbeleid is nog steeds dat Nederland geen Nederlanders terughaalt uit Syrië. Alleen wie erin slaagt om een diplomatieke post te bereiken, kan eventueel hulp krijgen. Is het repatriëren van vrouwen die zelf besloten om naar een oorlogsgebied te vertrekken een beslissing die een rechter moet nemen, of is het aan de politiek?

„Je kunt altijd naar de rechter stappen als je vindt dat je wordt geschaad in je rechten”, zegt Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Er rust een algemene verplichting op de overheid om het recht op leven van onderdanen te garanderen. Maar niet ten koste van alles.”

„Er is ook nog zoiets als eigen verantwoordelijkheid. Als je in een botsauto stapt en je raakt gewond, kun je de exploitant verantwoordelijk stellen, maar grote kans dat de rechter zal zeggen dat je zelf het risico hebt aanvaard door in een botsauto te stappen.”

Volgens hoogleraar internationaal recht Geert-Jan Knoops is er geen enkel internationaal verdrag waarin letterlijk staat dat de Staat verplicht is om onderdanen terug te halen.

„Dan moet je het hebben van een analoge redenering: er is misschien geen rechtens afdwingbare juridische plicht om iets te doen. Maar wel een inspanningsverplichting.”

Bekijk ook:

 Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Intussen heeft Turkije aangekondigd vandaag te beginnen met het terugsturen van IS’ers naar landen van herkomst. Minister Blok (Buitenlandse Zaken) weet niet of daar ook Nederlanders bij zitten. Maar als het gebeurt, gebeurt dat in overleg, zodat de IS’ers bij aankomst in Nederland kunnen worden aangehouden.

Bekijk meer van; sociale problematiek straf conflicten, oorlog en vrede misdaad Geert-Jan Knoops Nederland

Rechter: Nederland moet zich inspannen om IS-kinderen terug te halen

NOS 11.11.2019 Nederland moet zich inspannen om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Dat heeft de rechter geoordeeld in een kort geding dat hun 23 moeders hadden aangespannen.

Volgens de rechter leven de kinderen in de overvolle kampen al-Roj en al-Hol in een acute noodsituatie, zonder dat zij daar zelf voor gekozen hebben. Daarom moet het Nederlandse beleid om de kinderen niet actief terug te halen, veranderen.

De rechter beschrijft in zijn vonnis de erbarmelijke omstandigheden waarin de kinderen leven.

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Hun moeders hebben geen recht op repatriëring, omdat zij er volgens de rechter zelf voor hebben gekozen om naar IS-gebied af te reizen. Wel houdt de rechter er rekening mee dat de autoriteiten ter plaatse de kinderen alleen samen met hun moeders laten gaan. In dat geval moet Nederland ook de moeders terughalen, zegt de rechter.

In de uitspraak benadrukt de rechter dat het hier gaat om een inspanningsverplichting voor de staat. Volgens hem kan Nederland namelijk niet worden gedwongen tot iets waar het niet toe in staat is. Wel zegt de rechter dat de overheid gebruik moet maken van Amerikaanse hulp bij de repatriëring en de bereidheid van de Syrische Koerden om de kinderen, en eventueel hun moeders, uit de kampen te laten vertrekken.

Gedeeltelijk hun zin

Volgens verslaggever Mattijs van de Wiel hebben de moeders gedeeltelijk hun zin gekregen. “De rechter is het eens met de advocaten dat de staat verantwoordelijk is voor de kinderen, en de overheid moet zich inspannen voor hun terugkeer. Maar er is geen stok achter de deur, geen dwangsom en de rechter gaat straks ook niet controleren wat de staat met deze uitspraak doet.”

André Seebregts, een van de advocaten van de moeders, is tevreden met de uitspraak. Hij zegt erop te rekenen dat Nederland inderdaad zijn best gaat doen. “Dat betekent dat als de Koerden wordt gevraagd om ze te laten gaan, dat die waarschijnlijk ‘ja’ zeggen, net als de Amerikanen. Dus onder die omstandigheden lijkt het erop dat het wel zal leiden tot het resultaat dat we willen.”

De Nederlandse Staat wil de moeders en kinderen tot nu toe niet ophalen, omdat de vrouwen uit vrije wil zijn afgereisd naar IS-gebied. “Ze hebben zo bijgedragen aan het functioneren van IS en hun kinderen in een zeer gewelddadige omgeving gebracht”, zei landsadvocaat Reimer Veldhuis anderhalve week geleden tegen de rechter. Ook vindt Nederland een terughaalactie te gevaarlijk.

Bekijk ook;

Rechter: Kinderen van IS-vrouwen moeten worden teruggehaald uit Syrië

AD 11.11.2019 De rechter in Den Haag heeft vandaag, in een zaak die namens 23 vrouwen die in Syrische kampen verblijven is aangespannen, beslist dat de 56 kinderen van IS-vrouwen door de Nederlandse staat moeten worden teruggehaald.

De Staat moet er alles aan doen om de kinderen van IS’ers terug te halen naar Nederland. Voor de IS-vrouwen zelf geldt daartoe geen verplichting, maar door de uitspraak neemt de kans dat de moeders met hun kinderen meekomen wel toe.

De rechter is van mening dat de Nederlandse staat terecht heeft aangevoerd dat zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de schendingen van mensenrechten in Syrië. Daardoor kan door de vrouwen ook geen beroep op consulaire bijstand vanuit Nederland worden gedaan, zegt de rechter.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had.

De rechter vindt evenwel dat Nederland zich het schrijnende lot van de kinderen van de Syriëgangers moet aantrekken. ,,Die kozen niet voor het kalifaat, maar hebben nu wel te maken met marteling, misbruik en gebrek aan voorzieningen’’, klinkt het. Er is sprake van een ‘ernstige en acute noodsituatie’. Om die situatie het hoofd te bieden is repatriëring noodzakelijk. ,,Het kan niet op een andere manier’’

Lees ook:

Lees meer

Ondertussen is de situatie in Noord Syrië steeds chaotischer aan het worden, door de Turkse inval. De Koerden die de kampen bewaken zijn daardoor in de knel gekomen. ,,Als Nederland niets doet, krijgt de Syrische president Al-Assad de kinderen straks in handen”, stelde advocaat Tom de Boer namens de vrouwen. Die president is de afgelopen jaren van talloze mensenrechtenschendingen beschuldigd.

De rechter wijst op het gevaar dat de kinderen, allen onder de twaalf en met alleen de Nederlandse nationaliteit, lopen als er niets wordt gedaan. De rechter benadrukt dat de moeders vrijwillig afreisden naar het kalifaat en spreekt zich niet uit over hun eis om hun eigen proces te mogen bijwonen. Als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders dan ontstaat er een nieuwe situatie, aldus het vonnis.

Inspanningsverplichting

De Staat is er veel aan gelegen de vrouwen ter plaatse te laten berechten en de rechter is van oordeel dat er ruimte moet zijn om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. Maar als de autoriteiten de kinderen alleen met hun moeder laten vertrekken, dan moeten ze meekomen. De vrouwen worden dan in Nederland vastgezet en moeten hier worden berecht. Ook het Openbaar Ministerie wil dat en de voorbereidingen zijn al getroffen.

De rechter verplicht de Staat tot een ‘inspanningsverplichting’, maar legt geen dwangsom op zoals geëist. Het beleid tot nu toe van het kabinet om betrokkenen niet-actief terug te halen, moet – althans bij de kinderen – ten einde komen, aldus de rechter. Als de vrouwen zelf zouden besluiten hun kinderen niet mee te geven naar Nederland, vervalt de inspanningsverplichting voor de Staat om het kind te repatriëren.

Geen risico’s nemen

Nederland heeft geen zeggenschap in Syrië en hoeft volgens de rechter geen ‘substantiële veiligheidsrisico’s’ te nemen. Bij de repatriëring moet de Staat wel hulp van de Koerden of Amerikanen aannemen, aldus de rechter. De overheid kan daartoe afspraken met de VS of andere partners in de regio maken. Naar verluidt bood de VS al hulp aan bij de repatriëring van IS-vrouwen en hun kroost. De Koerden zouden de vrouwen kwijt willen.

Advocaat André Seebregts, die namens de vrouwen optreedt, ziet in de uitspraak een ‘redelijke kans’ dat de kinderen terugkomen. Hij spreekt over een ‘afgewogen vonnis’. Premier Mark Rutte geeft aan dat het kabinet de uitspraak van de rechter om de IS-kinderen terug te halen ‘zorgvuldig gaat bestuderen’.  ,,Ik heb de uitspraak nog niet gezien. Ik was aan het vergaderen”, aldus de premier.

‘Leven gaat eindelijk door’

,,Mijn leven gaat eindelijk door’’, reageert Bert Klijn geëmotioneerd op de uitspraak. De man, wiens dochter in 2015 op 19-jarige leeftijd naar het kalifaat vertrok, zegt ‘heel gelukkig’ te zijn. Klijns dochter kreeg in IS-gebied twee dochters, waarvan de oudste inmiddels drie is en de jongste bijna twee. ‘Geweldige meiden’, zegt hij over de kleintjes, die hij alleen van foto’s en video’s kent.

,,Ik heb ze nog nooit in het echt gezien, maar ze weten dat ik hun opa ben.’’ Volgens Klijn is zijn dochter destijds uit ‘naïviteit’ naar Syrië vertrokken. De jonge vrouw dacht er in een ziekenhuis te gaan werken. Ze trouwde er met een IS-strijder. Klijn realiseert zich dat zijn dochter de cel in moet bij een terugkeer. ,,Ze bereidt de kinderen daar al op voor, ze weten al dat ze bij opa en oma komen wonen, omdat mama een tijdje weg moet.”

‘Nog veel onzekerheid’

Ook Klaas uit Gouda is blij met de uitspraak, zij het slechts ten dele. Zijn dochter Mandy reisde samen met haar kinderen af naar het kalifaat. ,,Er blijft veel onzekerheid’’, zegt hij. ,,Veel open eindjes, ook omdat er geen tijdsbestek is genoemd en omdat de Koerden de vrouwen niet zonder kinderen laten gaan.’’

Volgens de Gouwenaar voelt het alsof ‘we geen klap zijn opgeschoten’ met het oordeel. Hij is bang dat de Nederlandse overheid zal volhouden dat het onveilig in het gebied is. ,,Net zoals ze altijd hebben gedaan’’, zegt hij. Hij wijst erop dat er de afgelopen week wel ‘weeskinderen uit diverse landen en een Duitse vrouw zijn opgehaald’.

‘Gestopt met spullen kopen’

Ook een naar de zitting gekomen grootmoeder, die anoniem wil blijven, zegt te vrezen dat de Staat ‘zich zal verschuilen’. ,,Ik denk dat ik ze de komende jaren niet terug zal zien’’, zegt de vrouw over haar dochter en kleinkind. ,,Ik ben maar gestopt met spullen te kopen, zoals ik dat wel deed voor het geval ze zouden komen.’’

Kinderombudsman Margrite Kalverboer, die het kabinet meerdere malen opriep om de Nederlandse kinderen terug te halen, reageert verheugd op de uitspraak. ,,Met belangstelling volgen we hoe het kabinet vervolg gaat geven aan deze uitspraak”, laat ze in een reactie weten.

Vrouwen en kinderen in een kamp voor familieleden van buitenlandse IS-strijders in het noorden van Syrië. © AFP

Nederland moet kinderen uit IS-gebied terughalen

OmroepWest 11.11.2019 De rechtbank in Den Haag heeft de Staat verplicht om er alles aan te doen om kinderen van IS-vrouwen in kampen in Syrië terug naar Nederland te halen. Voor de IS-vrouwen zelf is de Staat dat niet verplicht. Dat bleek maandag uit het vonnis van de voorzieningenrechter.

Advocaten hadden namens 23 vrouwen en 56 kinderen een kort geding aangespannen. De vrouwen zijn de afgelopen jaren afgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had.

De vrouwen zitten nu vast in door Koerden beheerste kampen. Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert actief om ze terug te halen. Een van de vrouwen zou de Goudse Mandy zijn, die met vijf kinderen in het gebied zit.

Volgens de rechter hebben de kinderen in de kampen niet voor het kalifaat gekozen, maar hebben ze nu wel te maken met de noodsituatie in Noord-Syrië. Zo kreeg Jeugdzorg Haaglanden in september de voogdij over twee kinderen in een IS-kamp, nadat de moeder was overleden en de vader niet te vinden was.

De Raad van de Kinderbescherming vertelde dat de kinderen in het vluchtelingenkamp te weinig voedsel en medische zorg krijgen en dat zij hierdoor ernstige medische klachten hebben.

Slachtoffer van handelen ouders

‘De overheid dient zich het schrijnende lot van de kinderen aan te trekken’, zei de rechter maandag. ‘Zij zijn het slachtoffer van handelen van hun moeder of ouders.’ De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn onder de twaalf jaar.

Voor de vrouwen heeft de Staat geen verplichting om ze terug naar Nederland te halen. Volgens de rechter hebben ze bewust voor een reis naar het strijdgebied gekozen. Alleen als de Koerden kinderen niet willen laten vertrekken zonder hun moeders ontstaat er volgens de rechter een nieuwe situatie, en dan moet de overheid volgens het vonnis kijken of het mogelijk is om beide groepen terug te halen.

Meer over dit onderwerp: IS-GANGER RECHTBANK

Rechter: kinderen van IS-vrouwen terughalen

MSN 11.11.2019 De Staat moet er alles aan doen om de kinderen van IS-vrouwen uit kampen in Noord-Syrië terug te halen naar Nederland. Voor de IS-vrouwen zelf geldt daartoe geen verplichting. De voorzieningenrechter in Den Haag heeft dat maandag bepaald in een kort geding dat advocaten namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen hebben aangespannen tegen de Staat.

Als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders dan ontstaat er een nieuwe situatie, aldus het vonnis.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd. Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert ze actief terug te halen.

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland

Telegraaf 11.11.2019 Turkije begint vandaag naar eigen zeggen met het terugsturen van opgepakte strijders van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Een Duitse IS’er zal als eerste op het vliegtuig worden gezet. Wat betekent deze aankondiging voor Nederland?

Vijf vragen over hoe het terugsturen precies werkt;

Komen polderjihadisten nu massaal terug?

Nee. Ten eerste is het nog afwachten of Turkije de daad bij het woord voegt. Ten tweede leek de minister met name te doelen op IS-strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië, tijdens de militaire operatie daar. Onbekend is of daar Nederlanders bij zitten.

Er zitten wel Nederlandse Syriëgangers in een Turkse cel, maar dat is slechts een handvol. Loes F. uit Geleen en Souad D. uit Franeker zijn twee jihadvrouwen die al langer in de cel zitten en terug willen. Ook Xaviera Rose-Claire S. uit Apeldoorn zit vast in Turkije. Ruim een week geleden meldden zich nog twee Nederlandse vrouwen bij de Nederlandse ambassade in Ankara, in de hoop terug te keren. In totaal gaat het om naar schatting een zevental Nederlandse jihadisten, onder wie ook twee of drie mannen.

Bekijk ook:

Turkse minister: Turkije begint maandag met terugsturen IS’ers 

Terugsturen, hoe gaat dat?

Er zijn al eerder nederjihadisten overgevlogen uit Turkije naar Nederland. Reda N. en Oussama A. kwamen met een gewoon lijnvliegtuig, maar onder begeleiding van de marechaussee. Na aankomst op Schiphol werden ze aangehouden en afgevoerd naar de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught.

En wat als hun paspoort is afgepakt?

Een van de twee dames die zich een week geleden meldden op de Nederlandse ambassade, heeft alleen nog maar de Marokkaanse nationaliteit. Dat betekent echter niet dat ze niet teruggestuurd kan worden naar Nederland. Wel dat ze, als ze is berecht en haar straf heeft uitgezeten, het land uit wordt gezet.

Wat voor straffen krijgen ze hier?

De straffen voor vrouwen komen neer op zo’n anderhalf tot twee jaar cel. Voor mannen, van wie de kans veel groter is dat ze hebben gevochten of zich schuldig hebben gemaakt aan gruwelen, is een jaar of zes de norm. Vorig jaar kreeg de Utrechtse strijder Oussama A. 7,5 jaar omdat hij had gesold met het lijk van een IS-slachtoffer. Zijn vriend Reda N. kwam er vanaf met 4,5 jaar omdat bij hem hard bewijs ontbreekt dat hij gruweldaden heeft begaan.

En hoeveel IS’ers zitten er nog aan te komen?

Voor Nederland is de flinke groep IS- vrouwen in de Koerdische kampen in Noord-Syrië van groter belang dan die nu al in een Turkse cel zitten. Het gaat om zo’n vijftien mannen en veertig vrouwen plus tegen de honderd kinderen met een Nederlandse link. Het kabinet staat onder steeds grotere druk om hen terug te halen naar Nederland.

De Haagse voorzieningenrechter bepaalde vandaag dat Nederland het maximale moet doen om de kinderen uit Nederlandse IS-gezinnen te repatriëren.

Bekijk meer van; politiek terrorisme Turkije Nederland Islamitische Staat Syriëganger

Turkije stuurt Amerikaanse IS-strijder terug naar VS

NOS 11.11.2019 Turkije heeft vandaag een Amerikaanse IS-strijder teruggestuurd naar de Verenigde Staten. Dat heeft de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Soylu gezegd tegen verschillende staatsmedia. Later deze week volgen er volgens hem nog zeven Duitsers en elf Fransen.

Soylu waarschuwde vorige week dat Turkije vandaag zou beginnen met het terugsturen van gevangengenomen buitenlandse IS-strijders. Volgens Turkije-correspondent Lucas Waagmeester moet dit dreigement vooral als drukmiddel in de onderhandelingen over de IS-strijders worden gezien. “Het is een signaal van: opschieten, we willen vooruitgang zien”, zegt hij.

Niet uitzonderlijk

Het is volgens Waagmeester niet uitzonderlijk dat IS’ers terug worden gestuurd. “Nederland heeft in het verleden ook IS-strijders teruggehaald. Dat is toen in overleg gegaan met Turkije. Deze mensen zijn daarna in Nederland vervolgd”, zegt Waagmeester. In het geval van de Amerikaanse IS’er zouden ook de gebruikelijke procedures zijn gevolgd.

Turkije vindt dat Europa het land opzadelt met het probleem van de IS-strijders. “De dreigementen over uitzetting zijn een uiting van frustratie”, aldus Lucas Waagmeester. “Veel Europese landen vinden dat de strijders in deze regio moeten worden berecht, maar Turkije zit zelf ook niet op de IS’ers te wachten. Ze vinden dat de Europese landen ‘hun eigen rommel’ moeten opruimen.”

Handjevol IS’ers

Ook de Nederlandse regering is van mening dat de IS-strijders in de regio moeten worden berecht. Volgens Waagmeester gaat hierbij wel om een andere groep IS-strijders. “Deze groep van zo’n 50 volwassenen en 95 kinderen zit in gevangenkampen in Noord-Syrië en is handen van de Koerden. In Turkije zelf zit maar een handjevol Nederlandse IS’ers.”

Turkije pakte onlangs tijdens een offensief in Noord-Syrië naar eigen zeggen een grote groep IS-strijders op. Volgens de Turkse president Erdogan zitten er nu zo’n 1200 IS-strijders in Turkse gevangenissen. Het is niet duidelijk of dit aantal ook klopt.

Bekijk ook;

Ankara start terugsturen IS-gevangenen

Telegraaf 11.11.2019 De Turkse regering begint naar eigen zeggen vandaag al met het terugsturen van buitenlandse IS’ers die gevangen zitten in Turkse gevangenissen. Vandaag zal een Duitse IS’er de grens over worden gezet, donderdag volgen zeven andere Duitsers.

Het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken kondigde vandaag aan ook nog eens elf Franse IS’ers uit te zetten. „De procedures voor elf buitenlandse terroristische strijders van Franse oorsprong die in Syrië gevangen zijn genomen, is in gang gezet”, aldus woordvoerder Ismail Catakli, zo meldde persbureau Anadolu.

Hij voegde eraan toe dat buitenlandse strijders uit Ierland, Duitsland en Denemarken ook worden voorbereid op repatriëring naar hun thuisland.

Onbekend is of in Turkije ook mannelijke IS’ers vastzitten met de Nederlandse nationaliteit. Wel zitten er twee vrouwen vast waarvan een met de Nederlandse nationaliteit en een waarvan de Nederlandse nationaliteit twee weken geleden is ontnomen. Ankara heeft overigens aangekondigd dat het afnemen van de nationaliteit de Turken er niet van zal weerhouden om de IS-aanhangers terug te sturen.

Turkije is boos dat Westerse landen weigeren buitenlandse IS’ers terug te nemen en in eigen land te berechten. Ankara vindt dat het daardoor tegen haar wil voor jaren opgezadeld wordt met duizenden gevaarlijke IS’ers.

Bekijk ook:

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen 

Als een IS’er met de Nederlandse nationaliteit met een Turks toestel aankomt op Schiphol, kan Nederland die niet linea recta met hetzelfde toestel terugsturen richting Ankara. De marechaussee is verplicht de Nederlander te accepteren maar kan die wel onmiddellijk in de boeien slaan op verdenking van lidmaatschap van een terreurorganisatie.

Van vrouwelijke aanhangers, die veelal niet op het strijdtoneel actief waren maar wel ’ondersteunende diensten’ leverden, zal ook een lidmaatschap bewezen moeten worden. Zo kon in Duitsland een vrouwelijke IS’er alleen veroordeeld worden toen bewezen werd dat zij jarenlang in een huis woonde waarvan de oorspronkelijke bewoners door IS waren verdreven.

Bekijk ook:

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

In Turkije zitten naar schatting enkele honderden IS’ers gevangen. Het merendeel daarvan kwam in handen van de Turken na de inval van Turkse troepen in het noordoosten van Syrië waar hoofdzakelijk Koerden wonen. Het grootste deel van de gevangen IS’ers is echter in handen van de Koerden die over een groot tekort aan middelen beschikken om ze gevangen te houden, laat staan te berechten.

Bekijk meer van; samenleving terrorisme straf burgeroorlog politiek Ankara

Turkije begint met terugsturen IS’ers: ‘Duitser en Amerikaan uitgezet’

AD 11.11.2019 Turkije heeft een begin gemaakt met het terugsturen van buitenlandse IS-strijders. Minimaal twee gevangenen zijn het land uitgezet. Volgens persbureau Reuters gaat het om een Duitser en een Amerikaan. Het is onbekend waar zij naartoe zijn gestuurd.

Reuters baseert zich op uitspraken van een regeringswoordvoerder. Ook persbureau AP maakt gewag van het terugsturen van IS-strijders, maar volgens de bron van dat bericht gaat het om een Amerikaan en een Deen. Deense media bevestigen dat: vanmiddag werd op de luchthaven van Kopenhagen een teruggestuurde 28-jarige man aangehouden.

Het terugsturen komt niet als een verrassing: vorige week kondigden de Turken al aan dat ze ertoe zouden overgaan, wat tot spanningen met NAVO-partners leidde. Die zitten niet te wachten op de terugkeer van de mannen die in het verleden naar Syrië en Irak trokken om te vechten.

Ook Nederland heeft dat standpunt. Wel oordeelde de rechter in Den Haag vandaag dat 56 kinderen van IS-vrouwen door de Nederlandse staat moeten worden teruggehaald. Nederland moet er alles aan doen om de kinderen van IS’ers terug te halen naar Nederland. Voor de IS-vrouwen zelf geldt daartoe geen verplichting, en dus ook voor mannelijke IS-strijders niet.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Toch ook mannen

De Turken lijken echter vastbesloten om ook mannen de grens over te zetten. Suleyman Soylu, de minister van binnenlandse zaken, zei vorige week dat 1200 buitenlandse IS-strijders in de Turkse cel zitten en dat er bij het recente Turkse initiatief in Noord-Syrië opnieuw 287 IS-leden, inclusief vrouwen en kinderen, zijn vastgezet.

De Turkse regering meldt volgens Reuters dat nog 23 Europese IS-leden deze week het land moeten verlaten. Onder hen zijn geen Nederlanders. Het zou gaan om elf Fransen, negen Duitsers, twee Ieren en een Deen.

Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken meldt desgevraagd dat Nederland ‘in contact staat’ met Turkije over dit onderwerp. ,,Op individuele gevallen kunnen we niet ingaan.”

In antwoorden op Kamervragen laat het kabinet vandaag weten dat Nederland voorbereid is op de eventuele terugkeer van strijders. Zij staan internationaal gesignaleerd. Hun paspoorten zijn ongeldig verklaard. Als ze terugkeren naar Nederland worden ‘alle beschikbare middelen’ aangewend om ervoor te zorgen dat zij geen gevaar vormen.

Turkije is begonnen met uitzetten IS’ers

Telegraaf 11.11.2019 Turkije is maandag begonnen met de repatriëring van gevangengenomen militanten van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Eén Duitse IS-strijder zal maandag door Turkije worden uitgezet. Donderdag worden nog eens zeven Duitse IS-militanten gerepatrieerd.

Ze zitten gevangen in detentiecentra en worden op 14 november teruggestuurd, zei een woordvoerder van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken maandag. Een Amerikaanse IS-militant is ook al uitgezet, meldde staatspersbureau Anadolu.

Turkije treft daarnaast voorbereidingen om elf in Syrië gevangen genomen Fransen uit te zetten, samen met verschillende andere Europeanen. Ze worden ervan beschuldigd zich te hebben aangesloten bij terreurgroep Islamitische Staat. Dat zei het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken maandag.

„De procedures voor elf buitenlandse terroristische strijders van Franse oorsprong die in Syrië gevangen zijn genomen, is in gang gezet”, aldus woordvoerder Ismail Catakli.

Hij voegde eraan toe dat buitenlandse strijders uit Ierland, Duitsland en Denemarken ook worden voorbereid op repatriëring naar hun thuisland.

De communicatiedirecteur van president Recep Tayyip Erdogan zei eerder tegen de Stuttgarter Zeitung dat Turkije in totaal twintig Duitse IS-militanten wil deporteren.

Diverse Europese landen hebben tot nu toe geweigerd IS-aanhangers terug te halen die onder leiding van de Koerdische militie YPG in het noorden van Syrië zijn opgepakt. De Turkse regering ergerde zich aan de passiviteit van Europese landen bij het terughalen van Syriëgangers.

Bekijk meer van; islam terrorisme burgeroorlog Recep Tayyip Erdoğan Turkije Islamitische Staat

Turkije begint met terugsturen van IS-strijders

MSN 11.11.2019 Turkije is maandag begonnen met het terugsturen van gevangengenomen strijders van Islamitische Staat. Dat meldt persbureau AP op basis van de Turkse staatszender TRT Haber.

Een woordvoerder van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigde dat één Amerikaan al is teruggekeerd. Later in de week zouden nog zeven Duitsers volgen. Het is onduidelijk hoeveel jihadisten Ankara in totaal wil terugsturen.

President Erdogan zei vrijdag dat er ongeveer 1.200 strijders van IS opgesloten zitten onder het bewind van de Turken. Turkije dringt er bij Europese landen al langer op aan Syriëgangers terug te nemen, ook als hun paspoort is ingenomen. Europese landen zijn daar tot nu toe terughoudend in, tot frustratie van Ankara. Begin deze maand noemde de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Suleyman Soylu het „onacceptabel” en „onverantwoordelijk” dat het westen weigert strijders terug te nemen.

De Nederlandse inlichtingendienst AIVD schat dat er zo’n 55 Nederlandse volwassenen en 90 kinderen in Syrische detentiekampen verblijven. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) kwam eerder met een plan om Syriëgangers in Irak te laten berechten, maar volgens Irak is daar vooralsnog geen sprake van.

november 12, 2019 Posted by | 2e kamer, aanslag, bedreiging, beeldenstorm, boerka, boerkaverbod, Donald Trump, Erdogan, Irak, is, IS-kinderen, isis, islam, Joost Lagendijk, kinderpardon, moslim, NCTV, Nederland, nikab, politiek, President Tayyip Recep Erdogan, rechtzaak, repatriëren, Rutte 3, Syrië, Syriëgangers, syrie, Tayyip Recep Erdogan, terreur, terreurdreiging, terrorisme, turkije, tweede kamer, veiligheid, vluchtelingen, Wikipedia | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De nog veel langere arm van Erdogan in IS-gebied, Syrië, Irak en verder !! – deel 12 – de nasleep

Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 8

AD 07.11.2019

Telegraaf 07.11.2019

Spoeddebat 2e Kamer

De Tweede Kamer heeft tijdens een spoeddebat op dinsdag 05.11.2019 harde kritiek op minister Ank Bijleveld van Defensie geuit. De CDA-bewindsvrouw had eerder openheid van zaken moeten geven over burgerslachtoffers bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. De Kamer werd daarover onjuist geïnformeerd.

AD 28.11.2019


Telegraaf 28.11.2019

AD 28.11.2019

AD 21.11.2019

Onjuiste informatie aan de 2e Kamer inzake de “kwestie Irak” !!

Minister Ank Bijleveld heeft uiteindelijk op dinsdag 05.11.2019 excuses gemaakt omdat de Tweede Kamer door haar voorganger verkeerd is geïnformeerd over een dodelijke aanval in Irak door Nederlandse F-16’s. Bijlevelds voorganger, Jeanine Hennis, had in 2015 gemeld dat er geen burgerdoden waren gevallen, maar dat was foute informatie. “Ik bied daarvoor oprechte excuses aan”, zegt Bijleveld nu

© Foto Lex van Lieshout Minister Ank Bijleveld (Defensie) en kolonel-vlieger Peter Tankink (directie Operaties) tijdens een persconferentie over een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015.

Op maandag 04.11.2019 maakte minister Bijleveld reeds bekend dat bij de aanval van Nederlandse F-16’s op een IS-doelwit in Irak in 2015 circa zeventig doden waren gevallen, onder wie burgers. Het is de eerste keer dat het kabinet zo open over een aanval is. 

AD 26.11.2019

Zeker zeventig burgers zijn in 2015 om het leven gekomen door een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija. Dat melden NOS en NRC op basis van bronnen.

Volgens NOS en NRC heeft het Amerikaanse Pentagon bevestigd dat bij de aanval in de nacht van 3 juni zeventig burgers omkwamen. De NOS schrijft echter dat ooggetuigen spreken van veel meer doden, onder wie zeker 23 kinderen.

Ook waren er honderden gewonden. Deze site schreef al eerder dat er aanwijzingen waren dat het een Nederlands vliegtuig was dat de bom afwierp. Dat geldt ook voor een bombardement in 2015 bij Mosul waar eveneens burgerslachtoffers bij vielen. Zowel de Nederlandse als de Amerikaans overheid weigerde toen meer informatie vrij te geven over die aanvallen.

Hoeveel doden er zijn gevallen bij beide incidenten, en om welke aanvallen het gaat kreeg de Kamer voor het eerst van het kabinet te horen, ruim vier jaar nadat beide incidenten plaatsvonden, en ruim twee weken nadat de NOS en NRC Handelsblad daarover berichtten.

Rechter

Eerder besloot de rechter juist nog dat Nederland niet meer openheid hoeft te geven over de luchtaanvallen. Advocate Liesbeth Zegveld had namens twee Irakezen om meer informatie gevraagd over een bombardement op een konvooi voertuigen vanuit Mosul in 2015.

Het bleek om een stoet taxi’s te gaan waarmee burgers uit de stad vluchten. Twee passagiers, die familieleden verloren bij de aanval, hebben een procedure tegen de Nederlandse staat lopen. Zij willen weten of het een Nederlandse bom was die hun geliefden doodde.

Pas na vier jaar en vijf maanden erkent de Nederlandse staat verantwoordelijkheid voor het bombardement op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija, in de nacht van 2 op 3 juni 2015. De Nederlandse regering wist al binnen twee weken dat daarbij tientallen burgers om het leven kwamen – het bleken zeventig doden, onder wie 22 vrouwen en 26 kinderen. Maar het duurde tot deze maandag voordat minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) bereid was meer details prijs te geven.

Die late openheid komt nadat NRC en NOS op 18 oktober na onderzoek hadden geconcludeerd dat de bom die bewuste nacht werd afgeworpen door een Nederlandse F-16. Als onderdeel van de strijd tegen Islamitische Staat, waaraan Nederland in coalitieverband deelneemt.

Bijleveld heeft met dit dossier een politiek probleem geërfd van haar voorganger Jeanine Hennis (VVD). Naar nu blijkt is niet alleen de kennis verzwegen dát er burgerslachtoffers zijn gevallen in Hawija. Ook werd de Tweede Kamer er verkeerd over geïnformeerd.

Telegraaf 09.11.2019

Op 24 juni 2015 antwoordde toenmalig minister van Defensie Hennis schriftelijk op vragen van de Kamer dat voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen. Toch beschikte het ministerie toen al over een Amerikaans verslag waarin die slachtoffers wel staan vermeld. Bijleveld zegt nu: „We hadden er niets over kunnen zeggen, dat had de lijn moeten zijn. Maar dit zeggen, was verkeerd.”

Een week na die aanval meldde toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie aan de Kamer dat Nederland niet betrokken was bij luchtaanvallen in Irak waarbij burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. Dat was niet correct, aldus Bijleveld nu.

Die ontkenning was fout, stelt minister Bijleveld vandaag. Of minister Hennis niet wist van de Amerikaanse conclusies, of dat ze bewust niet de waarheid sprak, schrijft ze niet. Maar het is niet de enige keer dat Hennis de Nederlandse betrokkenheid bij de dood van burgerdoden stellig ontkent.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer;

Een tweede keer dat er burgerslachtoffers vielen was in de nacht van 20 op 21 september 2015. Toen werd een aanval uitgevoerd op een vermeend hoofdkwartier van IS in de Iraakse stad Mosul. Dat bleek achteraf een complex met twee woonhuizen te zijn. Bij die aanval kwamen vier mensen uit één familie om. Deze site schreef begin dit jaar al dat Nederland waarschijnlijk verantwoordelijk was voor die aanval, op het huis van Basim Razzo en zijn gezin . Defensie wilde dat toen niet bevestigen.

De Tweede Kamer wil nu opheldering van Bijleveld, die politieke verantwoordelijkheid draagt voor de uitspraken van haar voorganger. Er werden al eerder vragen gesteld over de effecten van Nederlandse bombardementen boven Syrië en Irak, over deze specifieke aanval, maar tot maandag gaf de minister geen reactie.

GroenLinks noemt de zaak „heel ernstig” en Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) schrijft dat „Bijleveld zich niet moet verschuilen achter haar voorganger.” Joël Voordewind (ChristenUnie) noemt de kwestie „zeer kwalijk en verontrustend”. Tweede Kamerlid Salima Belhaj (D66) zegt precies te willen weten wie wat wanneer wist. Alle fracties, inclusief de gehele coalitie, willen spoedig in debat met de minister.

Want het parlement moedwillig onjuist informeren geldt als politieke doodzonde. Wat ook niet helpt: minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) zei in december tegen EenVandaag dat „we geen precieze aantallen kennen”, als het gaat over burgerslachtoffers. „We hebben niet altijd gedetailleerde informatie wat er op de grond gebeurt.” Blok richtte zich hier weliswaar niet rechtstreeks tot de Kamer, maar dat het niet klopt wat hij zei, is nu duidelijk.

Telegraaf 08.11.2019

AD 08.11.2019

Spontane openheid of afgedwongen?

Het is voor het eerst dat Nederland openheid geeft over de toedracht van een luchtaanval waarbij zoveel burgerslachtoffers vielen. In de brief die minister Bijleveld maandag naar de Kamer stuurde, erkent de staat ook de verantwoordelijkheid voor een tweede geval waarbij burgers om het leven kwamen: bij een aanval in september 2015 op een vermeend hoofdkwartier van IS in Mosul. Het doelwit klopte niet, het bleek een woonhuis, en was gebaseerd op verkeerde inlichtingen. Er kwamen „zeer waarschijnlijk” vier burgers om het leven.

Bijleveld moet de Kamer ook op een andere vraag antwoord geven: is de huidige openheid van de Nederlandse regering over de burgerslachtoffers een eigen beleidskeuze, of kón ze niet anders door de publiciteit? De minister zegt nu dat ze „sowieso van plan was” de Kamer te informeren. En dat het niets te maken had met de publicaties in de media.

Het is een opvallende verklaring voor een bewindspersoon van een ministerie dat bekend staat om een doorgaans juist behoudende koers. Ze „moest”, zegt Bijleveld in een interview met NRC, „de vliegers en anderen nog spreken” voordat ze de Tweede Kamer kon informeren. Die piloten sprak de minister afgelopen donderdag, bijna twee weken na publicatie van het onderzoek. Een gebeuren na de aankomst van de eerste F-35 in Leeuwarden waarbij die vliegers elkaar sowieso al zouden treffen.

Is afgedwongen openheid – ook over het onjuist informeren van de Kamer – voldoende voor een geloofwaardig verhaal van de minister van Defensie? Deze vragen zijn mogelijk deze week al actueel. Op dinsdag debatteert de Tweede Kamer over de begroting voor Defensie. De kunst voor Bijleveld wordt nu om dat debat niet alleen over Hawija en over het vertrouwen in haar eigen positie te laten gaan.

Telegraaf 14.11.2019

Meer tijd nodig voor onderzoek

Pas eind volgende week hoopt het kabinet duidelijkheid te kunnen geven op de vraag wanneer welke minister wist over de burgerdoden door een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak ruim vier jaar geleden. Dat heeft minister Ank Bijleveld (Defensie) de Tweede Kamer donderdag 14.11.2019 laten weten.

Vorige week werd duidelijk dat de Kamer door Defensie over de kwestie onjuist is geïnformeerd. Het leidde tot een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie tegen Bijleveld. Zij hoorde pas enkele dagen voor het debat dat de Kamer was voorgelogen. De volksvertegenwoordiging wil nu volledige openheid van zaken, want het is volgens Bijleveld „aannemelijk” dat de meest betrokken ministeries kort na de aanval al op de hoogte zijn gebracht.

Het kabinet slaagde er niet in om nog voor woensdag 13.11.2019 informatie naar de Tweede Kamer te sturen over wie precies wat wist over het bombardement in 2015 op de Iraakse plaats Hawija. Bij een Nederlandse luchtaanval vielen destijds zeker zeventig burgerslachtoffers.

Toenmalig Defensie-minister Hennis meldde de Kamer, onjuist, dat er geen burgerslachtoffers waren en haar opvolger Bijleveld bood vorige week excuses aan voor die verkeerde informatie. Bijleveld noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren gebracht van het incident, waaronder het departement van de premier. Met name eventuele betrokkenheid van premier Rutte ligt politiek gevoelig.

Zo volledig mogelijk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wanneer op de hoogte is gesteld en welke kabinetsleden van de burgerdoden hebben geweten. Kamerleden wilden die informatie nog voor morgen ontvangen. Dan begint de behandeling in de Kamer van de begroting voor Buitenlandse Zaken.

Maar Bijleveld schrijft nu aan de Kamer, mede namens Rutte en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus, dat zij niet in staat is de antwoorden voor morgen af te hebben. Ze benadrukt dat het kabinet “zo volledig mogelijk wil zijn in de beantwoording van de vragen”.

Rapport hoofdkwartier Centcom zoek

Het kabinet kan een belangrijk rapport rond het Nederlandse bombardement in Irak in 2015, waarbij zeventig burgerdoden zijn gevallen, niet vinden. Dat meldt Elsevier Weekblad. Daardoor heeft het kabinet grote moeite een feitenrelaas over de kwestie op te stellen, iets wat minister van Defensie Ank Bijleveld vorige week heeft toegezegd tijdens het debat daarover.

Tijdens het debat vorige week baseerde zowel de minister als de Kamerleden zich op een ‘voorlopig rapport’ van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom van 15 juni 2015 over de ‘nevenschade’ bij het bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in het Iraakse Hawija. Daarbij zijn zeventig doden gevallen, waaronder onschuldige burgers.  De voorlopig versie van het rapport zou echter nogal beknopt geweest zijn, zonder details.

In het kort

Dit gebeurde er in de zomer van 2015:

De nacht van 2 op 3 juni 2015

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 bombardeert Nederland een bommenfabriek van IS bij de Iraakse stad Hawija. Door foute inlichtingen zijn meer bommen in de fabriek dan gedacht en zijn de ontploffingen groter.

4 juni 2015

Persbureau Reuters spreekt in een artikel voor het eerst over ‘ongeveer 70 doden, inclusief burgers’ bij een luchtaanval op een fabriek in Hawija.

9 juni 2015

Hennis wordt voor het eerst gebriefd over onderzoek naar de luchtaanval, waaruit naar voren komt dat het ‘geloofwaardig’ is dat er bij de luchtaanval ook burgerslachtoffers zijn gevallen.

15 juni 2015

Hennis ontvangt het definitieve onderzoek van CENTCOM, het Amerikaanse hoofdkwartier voor alle militaire missies in het Midden-Oosten. Nederland werkt hiermee samen tijdens de oorlog tegen IS. Ook in het definitieve onderzoek wordt het ‘geloofwaardig’ geacht dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het aantal van 70 wordt niet genoemd.

23 juni 2015

Minister Hennis informeert vervolgens de Kamer verkeerd. In antwoorden op Kamervragen schrijft ze: “Voor zover op dit moment bekend, is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

En dit is wat er nu 27.11.2019 bekend is over de informatievoorziening rond de aanval in Hawija;

Oktober 2014: Nederland begint bijdrage aan luchtcampagne van anti-IS-coalitie boven Irak.

Nacht van 2 op 3 juni 2015: Nederlandse F-16’s voeren een aanval uit op IS-faciliteit waar autobommen worden geproduceerd. Uit de eigen Battle Damage Assessment blijkt direct dat er sprake is van ‘onbedoelde nevenschade’, kortom: schade aan gebouwen.

4 juni 2015: Reuters meldt dat bij het bombardement op Hawija ‘een hele wijk’ is weggevaagd. Betrokkenen ter plaatse schatten het aantal doden op zeventig, zowel IS-terroristen als burgers. In de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) wordt de aanval besproken, inclusief de ‘secundaire explosies’, het ‘zorgvuldige targeting proces’ en de ‘mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers’. De ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie worden schriftelijk geïnformeerd. Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, was afwezig in de SMO van 4 juni.

Juni 2015-mei 2016: tijdens deze hele periode is in de SMO met geen woord gerept over de aanval op Hawija.

9 juni 2015: minister van Defensie Hennis wordt gebriefd over de aanval. Voorlopig onderzoek door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, wijst uit dat het ‘geloofwaardig’ is dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het ‘voorlopige onderzoek’ ontvangt Defensie op 15 juni.

23 juni 2015: In antwoord op Kamervragen, schrijft Hennis dat voor zover op dat moment bekend in de luchtcampagne tegen IS geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers.

Augustus 2015: Het Internationale Rode Kruis overhandigt aan Nederlandse ambassade in Bagdad een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen met burgerslachtoffers, waarin een aanval op Hawija op 4 november genoemd wordt waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood. De niet-gouvernementele organisatie Airwars spreekt in een openbaar rapport over tussen de 70 en 150 burgerdoden in Hawija.

Jan/feb 2016: Het initiële onderzoek van Centcom (d.d. 15 juni 2015) wordt door Defensie naar het OM gestuurd. De Yweede Kamer wordt erover ingelicht dat er twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht.

1 juni 2017: De Tweede Kamer wordt vertrouwelijk ingelicht over gevallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet.

13 april 2018: Minister Bijleveld licht de Kamer in over uitkomsten van onderzoeken van het Openbaar Ministerie naar aanvallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers. Locatie, datum en vermoedelijk aantal slachtoffers worden niet genoemd omdat ‘de inzet nog gaande was’.

1 januari 2019: De F-16-missie is afgelopen, het argument dat in april 2018 werd gehanteerd om informatie achter te houden, vervalt. Defensie ‘gaat aan de slag met een nieuwe toets van mogelijkheden van meer transparantie’.

Mei 2019: Minister Bijleveld zegt toe na het zomerreces te komen met een reactie op voorstellen van Kamerleden omtrent meer transparantie inzake mogelijke burgerslachtoffers.

30 september 2019: Minister Bijleveld vraagt de Kamer om meer tijd voor deze inhoudelijke reactie, ‘in het kader van zorgvuldigheid’.

18 oktober 2019: NRC en NOS melden dat Nederlandse F-16’s de luchtaanval op Hawija uitvoerden. Het Pentagon heeft desgevraagd gezegd dat er daarbij zeventig burgerdoden vielen. Bijleveld belooft dat de Kamer ‘op korte termijn’ wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van meer transparantie.

4 november 2019: minister Bijleveld meldt de Kamer dat ‘op basis van de door Centcom aangehaalde open bronnen’ bij een Nederlandse aanval op Hawija in juni 2015 ‘ongeveer 70 slachtoffers’ zijn gevallen, ‘zowel IS-strijders als burgers’.

Dossier luchtaanval Hawija

Live AD

Teruglezen: Het Tweede Kamerdebat over burgerdoden Irak NRC

Verslaggever Inge Lengton live bij het debat;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Dossier Luchtaanval Hawija NRC

lees: Brief MIN DEF Antwoorden Kamervragen burgerslachtoffers Karabulut 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF SV Karabulut over passage uit boek missie F16 25.11.2019

lees: Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija brief 25.11.2019

lees: regeling Werkzaamheden over antwoorden op vragen over de 70 burgerdoden in Irak Brief 20.11.2019

lees: Feitenrelaas inzake de transparantie over burgerslachtoffers bij luchtaanvallen brief 05.11.2019

lees: Transparantie burgerslachtoffers bij luchtaanvallen in de strijd tegen ISIS brief 04.11.2019

lees: kamerbrief over het iob onderzoek naar stabilisatieprogrammas in syrie  7 september 2018

lees: rapport review of the monitoring systems of three projects in syria  7 september 2018

lees: kamerbrief met voortgangsrapportage nederlandse bijdrage in strijd tegen isis 13.04.2018

lees: kamerbrief aanvullende artikel 100 brief nederlandse bijdrage aan de strijd tegen isis 29.01.2016

Bekijk ook;

Zie ook: Kabinet Rutte 2 en 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 7

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 6

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 5

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 4

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 3

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 2

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 1

Kamer: nieuw onderzoek kabinet naar burgerslachtoffers Irak

NOS 03.12.2019 De Tweede Kamer wil dat het kabinet in Irak een nieuw onderzoek gaat doen naar de burgerslachtoffers die daar vier jaar geleden zijn gevallen bij een Nederlandse luchtaanval. Een motie daarover die vorige week werd ingediend door onder meer de regeringspartijen D66, CDA en ChristenUnie kreeg vandaag steun van een Kamermeerderheid. Coalitiegenoot VVD stemde tegen.

Vorige week verantwoordde het kabinet zich voor de gang van zaken rond de aanval op de Iraakse plaats Hawija en voor de onduidelijkheid over welke minister nu precies van wat op de hoogte was. Na een urenlang debat hield het kabinet de steun van de meerderheid: een motie van wantrouwen werd verworpen.

Nader onderzoek ter plaatse

Maar een meerderheid onder leiding van D66-Kamerlid Belhaj blijft er niet tevreden over dat nog steeds niet vaststaat hoeveel burgerslachtoffers er precies door Nederlandse toedoen zijn gevallen. Daarom moet het kabinet “ter plaatse nader onderzoek doen, waar mogelijk in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, de VN en lokale autoriteiten”.

Minister Bijleveld is niet erg enthousiast over dat verzoek. Ze wil de Kamer geen valse hoop bieden dat het aantal burgerslachtoffers uiteindelijk toch komt vast te staan. Ze gaat wel kijken hoe ze de motie gaat uitvoeren: “Ik zal mijn uiterste best doen.” Bijleveld benadrukte dat de situatie in Irak nog steeds onveilig is en dat dat het onderzoek bemoeilijkt.

Een idee van een deel van de oppositie om een zogenoemde parlementaire ondervraging te houden en zo meer duidelijkheid te krijgen over de Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement haalde het niet. Ook de wens van een aantal oppositiepartijen om ex-minister Hennis geen gezant in Irak meer te laten zijn, kreeg geen meerderheid.

Bekijk ook;

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte tijdens het debat gisteravond © ANP

Kamer blijft na debat achter met een kater: ‘Wie gelooft deze premier nog?’

AD 28.11.2019 Tijdens het debat over de burgerdoden in Irak werd het op een gegeven moment zelfs regeringspartner ChristenUnie te veel. Hoe kon premier Mark Rutte zo ijzerenheinig blijven volhouden dat er niet over de kwestie gelogen is?

Met terugwerkende kracht is het lastig te begrijpen hoe er in juni 2015 door het toenmalige kabinet is gereageerd op het bericht dat bij een aanval van een Nederlandse F-16 op een IS-bommenfabriek in het Iraakse Hawija waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Internationale media spraken direct al van zo’n zeventig slachtoffers.

Hoewel het kabinet twee weken later over een verlenging van de missie van onze militairen moest beslissen, is de informatie niet gedeeld in de ministerraad. Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis vermoedt dat ze premier Rutte destijds wel heeft geïnformeerd en ze weet het zeker over toenmalige collega Koenders van Buitenlandse Zaken. Die twee zeggen daar geen herinnering aan te hebben.

Lees ook;

Kabinet doorstaat motie van wantrouwen rond burgerdoden Irak

Lees meer

© ANP

Regels

Er is geen doofpot, aldus Premier Rutte.

Maar daar moet allemaal niets achter worden gezocht, hield Rutte gisteren vol tegenover een kritische Tweede Kamer. Alles is destijds ‘volgens de regels verlopen’. De informatie over de burgerdoden ‘is niet bewust achtergehouden uit angst dat de verlenging in gevaar zou komen’, zoals de oppositie vermoedt.

En dat Hennis de Tweede Kamer destijds meldde dat er bij de acties van Nederlandse F-16’s ‘voor zover op dit moment bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen’ (terwijl ze toen al wél wist van Hawija) was geen bewuste leugen, volgens Rutte. Het was ‘een fout zinnetje’. Punt. De premier benadrukte tot twee keer toe: ,,Er is geen doofpot.”

Vooraf hadden de oppositiepartijen besloten de aanval te openen op Ruttes achilleshiel: zijn geloofwaardigheid. Zijn imago heeft de afgelopen negen jaar tijdens zijn premierschap al de nodige krassen opgelopen door verbroken beloftes en plotseling geheugenverlies in lastige dossiers. Daar kwam zijn ‘niet actieve herinnering’ aan de burgerdoden in Irak nog eens bovenop. ,,Ik kan geen herinnering faken”, stelde Rutte.

Geen geloof

Nu iedereen in Den Haag verwacht dat Rutte bij de komende Kamerverkiezingen nog één keer de kar gaat trekken als lijsttrekker van zijn VVD, is dit de tactiek waarmee zijn tegenstanders hem willen verslaan. ,,Wie gelooft deze premier nog?,’’ verzuchtte zowel PVV-leider Wilders, als SP-leider Marijnissen, als FvD-voorman Baudet. ,,Het wordt wel heel moeilijk deze premier nog te geloven’’, beklaagden GroenLinks-leider Klaver en 50Plus-baas Krol zich.

Rutte wierp zelf óók de vertrouwensvraag op. ,,Als u mij niet gelooft, ga ik wat anders doen.” Een motie van wantrouwen tegen zijn kabinet werd verworpen; voor GroenLinks en PvdA ging het opzeggen van het vertrouwen in het héle kabinet een stap te ver. Toch moest Rutte toezien hoe er wederom een stukje van zijn geloofwaardigheid werd afgeknabbeld.

Tegelijkertijd kreeg de unaniem verontwaardigde oppositie geen vat op de premier. Niet dat ze het niet probeerden. Maar Rutte bleef herhalen wat hij wilde zeggen. Er was niet zo veel aan de hand. Het ‘oogde ongemakkelijk’, dat wel.

De oppositiepartijen waren verbaal zo murw geslagen dat ze voor Defensieminister Ank Bijleveld – die begin deze maand nog stuntelde in een debat over dezelfde kwestie – amper kritische vragen over hadden. De minister waarvan aan het begin werd gedacht dat zij in de grootste politieke problemen zou komen, kwam zo geen moment in gevaar.

Onderzoek

Na twee debatten en meerdere Kamerbrieven is in elk geval één ding duidelijk: niemand sloeg alarm bij het bericht dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen door een Nederlandse bom. Betrokken bewindslieden vroegen niet door. Voor het besluit om de missie te verlengen was het volgens Rutte niet van belang, en de Amerikanen kwamen nooit met een eindrapport. Daardoor is ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen.

Defensie moet daarom ter plekke onderzoek gaan doen in Hawija, wil de Kamer. Maar fact-finding wordt vier jaar na dato wel lastig, stelde Bijleveld, die waarschuwde voor valse hoop. ,,We gaan alle feiten niet boven tafel krijgen.” Maar de Kamer vindt dat het in elk geval geprobeerd moet worden. Dat is, stelde initiatiefnemer D66-Kamerlid Salima Belhaj, een ‘morele plicht’.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer. Foto: ANP/ Koen van Weel

Kabinet overleeft affaire rond burgerdoden in Irak – Rutte herinnert zich niet ‘vermoedelijk’ te zijn geïnformeerd door Hennis

BIN 28.11.2019 Informatie over burgerdoden heeft geen rol gespeeld in de beslissing over de verlenging van de missie in Syrië en Irak. Dat zei premier Mark Rutte gisteravond in een urenlang debat. Het kabinet overleefde een motie van wantrouwen van de SP.

Jesse Klaver vroeg zich in het debat af of er mogelijk niet over burgerslachtoffers werd gerept omdat er drie weken na de aanval beslist moest worden over verlenging. “Dat is echt onzin”, reageerde Rutte. “Er is geen doofpot.”

Ook Thierry Baudet vermoedde dat er niks is gezegd over burgerdoden om de verlenging van de missie niet in gevaar te brengen. “Dit gaat om de integriteit van de democratie.”

Mogelijke burgerslachtoffers waren “niet relevant” voor het besluit om te verlengen, zo verdedigde Rutte het Kabinetsoptreden. “Er is altijd een risico op burgerslachtoffers.”

Alle procedures zijn correct gevolgd na de melding van burgerslachtoffers door een Nederlandse aanval in Irak in 2015, benadrukte premier Mark Rutte woensdagavond. Maar hij snapt ook het “ongemak” dat er bij de Kamer hierover heerst.

Rutte kan zich informatie van Hennis niet herinneren

Waarom gingen de alarmbellen niet af toen media een dag na de aanval meldden dat er zeker zeventig burgerdoden waren gevallen, vroegen partijen herhaald. Omdat het werd onderzocht, verklaarde Rutte keer op keer. En de internationale coalitie kon op basis van die openbare bronnen niks vaststellen. Daarna sleepte het dossier zich voort.

Ook het idee dat daardoor de Kamer verkeerd is geïnformeerd over de verlenging, klopte volgens de premier niet. Het protocol was destijds dat de Kamer nooit zou zijn geïnformeerd over burgerslachtoffers. PVV-voorman Geert Wilders zei dat de Kamer is “gepiepeld en dat is onvergeeflijk”.

De procedure is inmiddels veranderd. De Kamer wordt nu zo snel mogelijk op de hoogte gesteld als er burgerdoden vallen door een Nederlandse inzet.

Rutte herhaalde zich niet te kunnen herinneren dat toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie hem “vermoedelijk” op de hoogte heeft gesteld van mogelijke burgerdoden. Hennis weet ook niet meer waarom zij de Kamer enkele weken na de actie onjuist heeft geïnformeerd.

Kabinet overleeft motie van wantrouwen

Rutte hield strak aan zijn verdedigingslinie vast. Het lukte de oppositie niet om die te doorbreken. “Het kabinet doet hier te gemakkelijk over”, oordeelde Klaver. De coalitiepartijen waren mild. Zij willen vooral dat Defensie transparanter wordt. Een voorstel van D66 en ChristenUnie om ter plekke in Hawija onderzoek te doen naar burgerslachtoffers kreeg steun van een meerderheid.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) stond door het optreden van Rutte in de luwte. Slechts een half uur was ze aan het woord. Ze kreeg begin deze maand na een slecht optreden een motie van wantrouwen aan haar broek, die door vrijwel de hele oppositie werd gesteund. Een tweede motie van wantrouwen van de SP, die ook tegen de rest van het kabinet was gericht, haalde het woensdag bij lange na niet.

Kabinet doorstaat motie van wantrouwen rond burgerdoden Irak

AD 28.11.2019 Het kabinet heeft in de kwestie over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak opnieuw een motie van wantrouwen doorstaan. Die kreeg alleen steun van de SP, PVV, Partij voor de Dieren, Denk, 50Plus, Forum voor Democratie en eenpitter Femke Merel van Kooten-Arissen.

Het is een kwestie van vertrouwen. Het is de vraag of u mij gelooft. Zo niet, dan ga ik iets anders doen. Zo ja, dan blijf ik, aldus Premier Rutte

Minister-president Mark Rutte stelde tijdens het debat zelf de vertrouwensvraag toen hij – tot ongenoegen van de Kamer – bleef volhouden dat hij zich niet herinnert dat Hennis hem destijds heeft ingelicht over het bombardement.

,,Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is. Maar ik moet hier de waarheid spreken. Ik kan geen herinnering faken”, stelde Rutte. ,,Het is een kwestie van vertrouwen. Het is de vraag of u mij gelooft. Zo niet, dan ga ik iets anders doen. Zo ja, dan blijf ik.”

Rutte kan aanblijven, nu de motie die het vertrouwen in hem, Defensieminister Ank Bijleveld en ‘het hele kabinet’ werd verworpen.

Bijleveld wachtte voor de tweede keer deze maand een zwaar debat over de burgerdoden die door toedoen van een Nederlandse bom vielen in Hawija en hoe de Kamer daarover vervolgens verkeerd werd geïnformeerd. Zij kreeg echter nauwelijks kritische vragen, omdat de oppositie nu vooral Rutte bestookte met vragen.

Geen herinnering

Geert Wilders (PVV), Thierry Baudet (FvD), Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte © ANP

,,Het einde van dit kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinneringen aan die man’’, zei PVV-leider Geert Wilders met een verwijzing naar Ruttes eigen verweer. Zelfs de doorgaans voorzichtige oppositiepartij SGP zei ‘kristalheldere’ antwoorden van de premier te verlangen en niet dat hij ‘ergens geen actieve herinnering aan heeft’.

Een groot deel van de oppositie verdenkt het vorige kabinet onder leiding van Rutte ervan dat bewust is gelogen over de burgerdoden. De Tweede Kamer moest in de weken na het misgelopen bombardement in 2015 instemmen met een verlenging van de missie van de Nederlandse F-16’s in het gebied.

Vrijwel alle oppositiepartijen vinden het al te toevallig dat uitgerekend in de dagen na het bombardement in zowel een brief aan de Tweede Kamer als in een Kamerdebat door toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis is gezegd dat er ‘voor zover op dit moment bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen’.

Inmiddels is bekend dat al direct na het bombardement begin juni 2015 bekend was dat de explosie veel groter was dan gedacht en dat er waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. In allerlei – buitenlandse – media werd toen al gesproken over zeventig slachtoffers. Dat was dus vóór Hennis de Tweede Kamer verkeerd informeerde.

Verlengen van missie

Dit debat gaat niet over burgerdo­den, maar over betrouw­baar­heid van de premier, aldus Thierry Baudet, FvD.

,,Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?’’, sneerde GroenLinks-leider Jesse Klaver gisteravond. Ook andere oppositiepartijen vonden de samenloop van omstandigheden te toevallig. ,,Dit debat gaat niet over burgerdoden, maar over betrouwbaarheid van de premier”, vond Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet. ,,De totale militaire misser moest uit het nieuws gehouden worden, want de missie moest koste wat kost verlengd worden.’’

Hennis heeft laten weten dat ze Rutte ‘vermoedelijk’ wel gebeld heeft, maar dat ze hem ‘niet alarmerend’ heeft verteld over de mogelijkheid van burgerdoden. ,,Hoe kun je niet alarmerend worden geïnformeerd over burgerdoden?’’, vroeg SP-leider Lilian Marijnissen zich af. ,,Waarom heeft de premier niet doorgevraagd? Had dat iets te maken met het verlengen van de missie die niet in gevaar mocht komen?’’

Dat ontkent Rutte. Volgens hem zijn de burgerdoden niet besproken in de ministerraad destijds. ,,Dat is ook logisch. Voor het nemen van het besluit om de missie te verlengen was dat ook niet relevant. We wisten altijd dat bij deze missie risico was op burgerslachtoffers. Het ging om levensgevaarlijk gebied.’’

Niet bewust

Volgens Rutte is er destijds een fout gemaakt, maar mag niet de conclusie worden getrokken dat de Kamer bewust is voorgelogen. ,,Het was beleid de Kamer niet te informeren over burgerdoden om de veiligheid van onze vliegers niet in gevaar te brengen.

Er had destijds in die brief moeten staan: u krijgt die informatie niet.’’ In plaats daarvan kwam er ‘een verkeerd zinnetje’ in een Kamerbrief. Achteraf, zegt hij, is niet meer ‘te reconstrueren’ hoe die fout gemaakt is. Maar, benadrukte de premier tot twee keer toe: ,,Er is geen doofpot.”

Dit kwam Rutte op harde kritiek te staan. Klaver: ,,Hoe kunt u dit iets anders noemen dan een leugen als Defensie wist dat die burgerdoden er waren?’’ Ook regeringspartij ChristenUnie had moeite met Ruttes uitleg. ,,Deze fout moet bewust zijn gemaakt”, vermoedde Kamerlid Joël Voordewind.

De SGP wilde vervolgens weten of Hennis nog is gevraagd hoe het ‘foute zinnetje’ in de brief kwam die onder haar verantwoordelijkheid naar de Kamer werd gestuurd. Dat moest Rutte eerst even navragen, maar het antwoord was ‘ja’. Volgens Rutte zegt Hennis niet te weten waarom maar ‘volgens haar is het niet bewust verkeerd in de Kamerbrief terechtgekomen’.

Hoe kunt u dit iets anders noemen dan een leugen als Defensie wist dat die burgerdo­den er waren?, aldus Jesse Klaver, GroenLinks.

Onderzoek

De regeringspartijen namen het op voor Rutte en huidige Defensieminister Bijleveld. Sloeg D66-Kamerlid Salima Belhaj tijdens het vorige debat nog een harde toon aan, nu was haar boodschap milder.

Ze kwam met een motie die Defensie oproept onderzoek te doen in Hawija. In 2015 was dat door het gevaar in de door IS gedomineerde regio niet mogelijk, maar nu wel, stellen de democraten. Het voorstel, dat mede wordt ingediend door het CDA, krijgt steun van een Kamermeerderheid.

Maandag bleek dat er door de Amerikanen nooit een eindrapport werd opgemaakt van het misgelopen bombardement. Daardoor is ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk hoeveel burgers de dood vonden.

Volgens D66 en CDA heeft Nederland ‘de morele plicht’ om dat alsnog in kaart te brengen én te onderzoeken hoe het kon gebeuren dat er in de bommenfabriek – het doelwit van de Nederlandse bom – veel meer springstof lag dan gedacht.

Volgens Bijleveld gaat zo’n ‘fact-finding mission na vier jaar heel erg lastig worden’. Ze zei de Kamer geen valse hoop te willen geven. ,,We gaan alle feiten niet boven tafel krijgen.”

Rutte ontkent doofpot rond Hawija-bombardement

Trouw 28.11.2019 De oppositie probeerde woensdagavond in het debat over het bombardement op het Iraakse Hawija met vermoedens premier Rutte klem te zetten. Die gaf geen krimp.

Een nieuw debat over burgerdoden in Haijwa, een nieuwe motie van wantrouwen voor Ank Bijleveld. Opnieuw kwam de minister van defensie niet ongeschonden uit een confrontatie met de Tweede Kamer over een Nederlands bombardement boven Irak, juni 2015. Daarbij vielen naar alle waarschijnlijkheid tientallen burgerdoden.

Drie weken geleden moest alleen Bijleveld de klappen van de oppositie opvangen, dit keer waren de pijlen vooral gericht op premier Mark Rutte. Ook hij moest een motie van wantrouwen incasseren van SP, PVV, Denk, 50Plus, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie en het lid Van Kooten. Beide bewindslieden hielden aan het begin van de nacht steun van een ruime Kamermeerderheid.

Toch werd het een bij vlagen vervelend debat voor Bijleveld en zeker voor Rutte. Meerdere fracties geloven niet dat Rutte ‘geen herinneringen’ heeft aan burgerdoden bij het bombardement op Hawija, zoals hij zelf verklaart.

Onder meer Jesse Klaver (GroenLinks) en Geert Wilders (PVV) vermoeden dat de zaak destijds bewust is weggemoffeld, omdat het kabinet nog diezelfde maand moest beslissen over verlenging van de Nederlandse missie. Nieuws over burgerslachtoffers zou dit besluit in de weg kunnen staan.

Klaver noemde het ‘moeilijk voor te stellen dat er in het kabinet wel is gesproken over verlenging van de missie, en dat de burgerdoden daarbij niet zijn genoemd.’ Gezien de belangstelling die de premier doorgaans heeft voor internationale politiek en veiligheid, is het volgens de fractieleider van GroenLinks ook ongeloofwaardig dat hij zegt zich niets te herinneren van het bombardement.

Rutte ontkent stellig dat er motief was om te liegen. “Er is geen sprake van een doofpot”, zei hij tijdens het debat. Het was kabinetsbeleid om tijdens een missie niets te zeggen over burgerdoden. “Er had dus nooit iets aan de Kamer gemeld kunnen worden over Hawija.”

Er is volgens Rutte alleen een fout gemaakt door toenmalig defensieminister Hennis, kort na het bombardement, door de Kamer te vertellen dat daar geen burgerslachtoffers waren gevallen. Ze had moeten zwijgen, aldus de premier.

Rutte ziet ook geen enkele reden om destijds nieuws over burgerdoden te verdoezelen. Het had, zegt hij, sowieso geen rol gespeeld bij het besluit om de militaire missie boven Irak te verlengen. “We wisten altijd dat het risico op burgerdoden bestond.”

Veel meer dan verwijzen naar een mogelijk motief konden Kamerleden uiteindelijk niet. Daarmee werd de zaak het woord van Rutte tegen vermoedens van oppositieleden. De premier: “Het is aan de Kamer of u mij gelooft of niet. Zo niet, dan ga ik wat anders doen.”

Geheugenverlies

Naast de mogelijkheid van toedekken probeerden oppositiepartijen Rutte te pakken op zijn geheugenverlies, dat volgens hen geveinsd is. De premier houdt vol dat hij zich niet herinnerd dat hij destijds is geïnformeerd over mogelijke burgerslachtoffers, terwijl Hennis vermoedt dat zij hem dit wel verteld heeft.

Wilders trok een vergelijking met ontbrekende herinneringen bij de memo’s over de dividendbelasting, de door Zijlstra verzonnen ontmoeting met Poetin, en de bonnetjesaffaire van Teeven en Opstelten. Telkens had Rutte geen ‘actieve herinnneringen’.

De Tweede Kamer wil dat defensieminister Ank Bijleveld een nieuw onderzoek naar het precieze aantal slachtoffers in Hawija instelt. Dat zegde ze toe, tegelijkertijd temperde de minister de verwachtingen over wat er vier jaar later nog boven tafel komt. “Ik zal mijn uiterste best doen. Maar ik wil geen valse hoop bieden.”

Lees ook:

De Nederlandse bom op de bomfabriek in Hawija trof IS hard

Het kabinet moet de Kamer overtuigen dat Rutte echt niets wist, en dat er om goede redenen verschillen zijn tussen wat Bijleveld in een brief en in een eerder debat meldde. 

Meer over; Mark Rutte politiek Hawija Ank Bijleveld Marno de Boer

Rutte over Hawija: suggestie oppositie ’echt onzin’

Telegraaf 28.11.2019 Premier Rutte en minister Bijleveld (Defensie) hebben bij het debat over burgerdoden in Irak voldoende vertrouwen gehouden van de Tweede Kamer.

Een motie van wantrouwen, ingediend door de SP, kreeg steun van de PVV, 50Plus, FvD, de Dierenpartij, Denk en Van Kooten. GroenLinks, dat steevast over ’leugens’ sprak, steunde de motie niet. Toch suggereerde voorman Klaver dat de informatie over mogelijke burgerdoden bij de luchtaanval in 2015 bewust onder de pet was gehouden om de verlenging van de missie niet in gevaar te brengen.

De minister-president stelt dat het altijd zo is geweest dat er risico’s zijn op burgerdoden bij dit soort operaties. „Het vermoeden dat het is toegedekt vanwege het verlengingsbesluit is gewoon niet waar”, zegt Rutte. „Echt onzin.” Hij stelt verder dat de Tweede Kamer in die tijd nooit geïnformeerd werd over slachtoffers om militairen in het veld niet in gevaar te brengen. Ook niet vertrouwelijk.

Desondanks zei toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis enkele weken na de aanval in een brief aan de Kamer dat er geen burgerdoden waren gevallen. Volgens Rutte was dat een ’fout’. Hennis, zo stelt de premier, had moeten zeggen dat er geen informatie over burgerdoden werd gedeeld.

PVV-voorman Geert Wilders vindt dat de Kamer is „gepiepeld en dat is onvergeeflijk”. GroenLinks-leider Jesse Klaver is van mening dat er geen sprake is van een fout: „het is een leugen.”

De Kamer voert vanavond een kritisch debat over de informatie die is gedeeld over een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. Daarbij vielen mogelijk 70 burgerslachtoffers.

Uit een brief van defensieminister Bijleveld blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij een bombardement van 3 juni 2015 op een autobommenfabriekje in Hawija.

De informatie was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld. Hennis had volgens haar eigen herinnering ’vermoedelijk’ ook de premier mondeling op de hoogte gesteld van de bevindingen – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers. Rutte sluit niet uit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, maar kan zich het niet herinneren.

SP: heeft Rutte dan niet doorgevraagd?

„Dat hebben we eerder gehoord”, hoont SP-fractieleider Marijnissen, die het spannende debat over de F-16 luchtaanval aftrapte. Ze wees erop dat de premier wel vaker op cruciale momenten zijn geheugen kwijt lijkt te zijn. Het verbaast haar dan ook niet dat dit bij de luchtaanval mogelijk opnieuw is gebeurd. „Kwam het hem goed uit, of drong het echt niet door en hebben we een ander probleem te pakken?”, wil zij van Rutte weten. „Heeft hij dan niet doorgevraagd?”

GL-leider Klaver denkt dat het het kabinet wel goed uitkwam om gegevens over de burgerdoden niet naar boven te laten komen. Toen de berichten over mogelijke slachtoffers naar buiten kwamen via diverse media en de Amerikanen die er onderzoek naar deden, moest Nederland beslissen over het verlengen van de Nederlandse militaire missie in Irak.

„Was het verlengen van de missie belangrijker dan de waarheid?”, wil Klaver weten. „Het heeft er alle schijn van dat cruciale info werd achtergehouden.” Hij wil een tijdlijn over de besluitvorming van de missie.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden. Ⓒ ANP

Oppositieleider Wilders (PVV) vindt dat de Hawija-kwestie „aan alle kanten stinkt”. Hij heeft er moeite mee om de herinneringen van voormalig minister Hennis over het voorval te geloven.

Hij vraagt zich af hoe het kan dat zij niet geheel zeker weet dat zij premier Rutte ervan op de hoogte heeft gebracht, maar dat zij wel zeker lijkt te weten dat dit op een manier gebeurde die niet alarmerend was. „Hoe kan dat?”, wil Wilders weten. „Volgens mij kan alleen een geboren leugenaar dat.”

Leugenmachine

Ook hij wijst erop dat de VVD en de premier wel vaker aan geheugenverlies lijken te lijden, zoals bij de memo’s over de dividendtaks en het uit de duim gezogen bezoekje van Halbe Zijlstra aan het buitenhuis van Poetin. „De VVD is één grote leugenmachine”, concludeert de PVV’er. Hij weet het zeker. „Het einde van het kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man.”

Ⓒ ANP

Wilders richt zijn pijlen ook op de PvdA. Niet alleen de premier zou namelijk over de mogelijke burgerdoden zijn geïnformeerd, maar ook toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Buitenlandse Handel). Volgens Wilders waren de PvdA-bewindslieden betrokken bij de brief die waarin Bijlevelds voorganger de Tweede Kamer verkeerd informeerde. „De handtekeningen van Koenders en Ploumen stonden eronder”, schampert hij. Hij noemt de PvdA ’medeschuldig’.

De coalitie is beduidend milder. D66-Kamerlid Belhaj wil 4,5 jaar na de luchtaanval dat er alsnog een nieuw onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid burgerdoden in Hawija. Een Kamermeerderheid lijkt dat te gaan steunen.

Maar minister Bijleveld en premier Rutte lijken van D66 verder weinig te hoeven vrezen. Belhaj vindt dat Bijleveld haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel wil ze weten waarom de CDA-bewindsvrouw de afwikkeling zo ’onhandig’ heeft gedaan.

CDA-Kamerlid Van Helvert roemt precisiebombardementen van onze F-16-vliegers. „Maar juist als het fout gaat, moet Defensie zorgvuldig informeren”, erkent hij. Hij wil dat het kabinet kritisch terugblikt en lessen trekt.

Verslaggever Inge Lengton is live bij het debat aanwezig; Tweets by ‎@IngeLengton

Rutte bestrijdt kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

NU 27.11.2019 Premier Mark Rutte bestrijdt de suggestie dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen. “Er is geen sprake van doofpot”, zei de minister-president woensdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens Rutte was het voor de besluitvorming om de missie te verlengen “niet relevant” dat er burgerslachtoffers waren gevallen, omdat er rekening werd gehouden met het risico op burgerslachtoffers. Bovendien, zo stelt Rutte, is het nooit duidelijk geworden hoeveel doden er officieel zijn gevallen.

GroenLinks en Forum voor Democratie (FVD) vermoeden dat er moedwillig informatie is achtergehouden om ervoor te zorgen dat een verlenging van de IS-missie zou doorgaan. “Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks). Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen die het ministerie van Defensie begin juni 2015 al had, maar verzweeg voor de Kamer.

Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland, voor zover bekend, niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer vervolgens over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend zou worden dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden.”

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Rutte: ‘Kans op burgerslachtoffers altijd aanwezig’

Volgens Rutte gaat het om niet meer dan een fout in de Kamerbrief van 23 juni 2015. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies.

Voor de besluitvorming in de ministerraad is het volgens de premier niet relevant geweest om te weten of er burgerslachtoffers zijn gevallen, omdat het risico daarop bekend was. Maar wat Klaver betreft is dát niet relevant. “Het gaat erom dat de ministerraad een besluit heeft genomen zonder alle relevante informatie.”

Ook coalitiepartij ChristenUnie is kritisch. Joël Voordewind wil weten hoe de fout in de Kamerbrief terecht is gekomen. “Hoe en waarom is de Kamer destijds verkeerd geïnformeerd?” Volgens de premier is het echter onmogelijk om te reconstrueren hoe de fout in de brief is beland.

Baudet vraagt zich af of Rutte weg mag komen met ‘sorry’

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteerde voor de tweede keer in korte tijd over burgerdoden in Hawija. Twee weken geleden overleefde defensieminister Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Ondanks dat meerdere partijen in de Kamer het moeilijk konden geloven dat de premier zich daar niets over kon herinneren, bleef Rutte volhouden dat hij er geen herinnering aan heeft. Of de premier daarover de waarheid vertelt, is volgens Rutte “een kwestie van vertrouwen”.

Een klein deel van de oppositie heeft dat vertrouwen niet meer. De SP diende met de steun van PVV, PvdD, 5PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen een motie van wantrouwen in tegen Bijleveld, Rutte en het hele kabinet, maar haalde geen meerderheid. Ook het voorstel om een parlementaire ondervraging lijkt te stranden. Over die motie, waar PVV, GroenLinks, SP, PvdD, 50PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen achter staan, wordt op een later moment gestemd.

Lees meer over: Politiek

Rutte ontkent doofpot burgerdoden Irak

RTL 27.11.2019 Er was volgens premier Rutte geen doofpot over de mogelijke burgerdoden tijdens een Nederlandse bomaanval op Hawija in Irak in 2015. Dat zei hij vanavond tijdens een pittig debat in de Tweede Kamer. Oppositiepartijen houden grote moeite met zijn verhaal.

Premier Rutte moest samen met minister Ank Bijleveld tekst en uitleg geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een Nederlands bombardement in Irak, in 2015.

‘Geen herinnering’

De Kamer wilde weten wat Rutte wist over het Nederlandse bombardement op een IS-bommenfabriek in Irak. De premier herhaalde tijdens het debat meerdere keren dat hij ‘geen herinnering heeft aan informatie in de maand juni in 2015’.

Rutte zei: “Ik kan u niet dwingen om mij te geloven. Het is een vertrouwensvraag. Ik kan een herinnering die ik niet heb, niet faken.”

Grote moeite houden met het geheugen

De oppositie blijft grote moeite houden met het haperende geheugen van Rutte. PVV-voorman Geert Wilders vindt dat de Kamer is ‘gepiepeld en dat is onvergeeflijk’.

Ook Jesse Klaver heeft veel moeite met Ruttes verhaal. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

De SP stelde dat de waarheid nog altijd niet boven tafel is, daarom diende de partij een motie van wantrouwen in tegen Rutte, minister Bijleveld en het hele kabinet. De SP kreeg daarbij de steun van oppositiepartijen PVV, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie, Denk en het onafhankelijk Kamerlid Van Kooten-Arissen.

 floor bremer @floorbremer

Een pittig #debat voor Premier Rutte en minister Bijleveld van Defensie, op dit moment in de Tweede Kamer. Over een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden. Wie wist wat wanneer? En waarom is de Kamer boos? Hier een samenvatting in anderhalve minuut:

4  7:37 PM – Nov 27, 2019 See floor bremer’s other Tweets

Wanneer wist hij dat wel?

Wanneer de premier wel wist dat er burgerdoden waren gevallen? De topambtenaren van Rutte zijn in mei 2016 over definitieve rapporten geïnformeerd.

Maar hoeveel burgerdoden er bij de aanval zijn gevallen, blijft tot de dag van vandaag onduidelijk. Rutte zei: dat er bij de aanval ‘zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen,’ maar er zijn volgens hem geen aantallen genoemd.

Fout

Dat toenmalig minister van Defensie-Jeanine Hennis- enkele weken na de aanval in een brief aan de Kamer zei dat er geen burgerdoden waren gevallen. was volgens Rutte een fout, maar geen doelbewuste misleiding.

De oppositie vond dat weinig geloofwaardig, maar van opzet is volgens Rutte ‘0,0 bewijs’.

‘Niet relevant voor de verlenging van de missie’

De oppositie verdenkt Rutte ervan, dat hij de burgerdoden geheim willen om te voorkomen dat de Kamer bezwaar zou willen maken tegen de verlenging van de missie in Irak. Dat besluit volgde korte tijd na de aanval. Volgens de premier is dat verwijt ‘grote onzin.’

Dat er burgerdoden zijn gevallen was volgens hem ‘niet relevant’ voor het besluit tot verlenging van de missie. “Er is altijd een risico op burgerslachtoffers”, zei hij.

Meer transparantie

Wel beloven Rutte en minister Bijleveld de Tweede Kamer voortaan meer transparantie te geven over missies. Er zijn daarvoor nieuwe beleidsregels opgesteld.

Lees ook:

Harde kritiek tijdens debat burgerdoden Irak: ‘Kan ik Rutte nog geloven?’

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 nam Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS dit najaar blijkt dat Nederland verantwoordelijk is geweest voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. Zeker 70 burgers zouden daarbij om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie onderzocht het bombardement. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, wist al in 2015 over de burgerdoden, maar gaf foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zei ze dat geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak. Daarvoor bood huidig minister Ank Bijleveld tijdens een debat begin november haar excuses aan.

RTL Nieuws; Mark Rutte  Ank Bijleveld

De Tweede Kamer eiste van premier Rutte en minister van Defensie Ank Bijleveld opheldering over de burgerslachtoffers in Hawija.

De Tweede Kamer eiste van premier Rutte en minister van Defensie Ank Bijleveld opheldering over de burgerslachtoffers in Hawija. Foto David van Dam

Wie wist wat en op welk moment?

NRC 27.11.2019 In de Tweede Kamer kwam de vraag op of de verlenging van de Irak-missie een rol speelde bij de verhulling van informatie. Een motie van wantrouwen werd verworpen.

Hoe kan het dat niemand – premier Mark Rutte voorop – in 2015 gealarmeerd raakte van het Nederlandse bombardement op het Irakese Hawija, waarvan van meet af aan duidelijk was dat er meer schade, en „waarschijnlijk” burgerslachtoffers bij waren gevallen?

Die vraag werd, in vele gedaantes, op woensdagavond gesteld door alle partijen én regeringspartijen D66 en ChristenUnie aan premier Mark Rutte (VVD) en minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA).

Lees ook de reconstructie van NRC: Nederlandse bom doodde 70 mensen

In het eerste deel van het debat over de burgerslachtoffers die vielen in Hawija en over de vraag wie daarover wat en op welk moment wist, richtte de Tweede Kamer zich vooral op Rutte.

Maar ook de „zwijgcultuur” bij het ministerie van Defensie kwam aan bod (PvdA), de „selectieve dementie” van premier Rutte (Denk) en de vraag of „dit kabinet de waarheid wel wíl weten” (SP). D66 vroeg de minister alsnog een onderzoek in te stellen naar het exacte aantal burgerdoden dat in 2015 viel.

GroenLinks kwam met nieuwe feiten: want op 19 juni 2015, tien dagen nadat de toenmalige Defensieminister Jeanine Hennis (VVD) was gebrieft over de schade die het Nederlandse bombardement had aangericht, verstuurde het toenmalige kabinet-Rutte II een brief aan de Tweede Kamer, waarin ze aankondigde de Nederlandse bijdrage aan de anti-IS-coalitie in Irak te verlengen. „Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?”, vroeg Jesse Klaver.

Want die kennis, die niet werd vermeld in het overzicht dat Bijleveld al eerder naar de Tweede Kamer stuurde, schijnt nieuw licht op de context van die tijd: uit die verlengingsbrief blijkt dat in de ministerraad in juni 2015 met zekerheid is gesproken over de Nederlandse bijdrage in Irak. Zijn de burgerdoden daar ter sprake gekomen?

Nee, zei Rutte stelllig, toen hij begon de Kamer te antwoorden. De premier ontkende dat er bewust informatie voor de Kamer is achtergehouden, met als doel de missie in Irak te verlengen. Ook nadat Joël Voordewind van coalitiepartij ChristenUnie dat nadrukkelijk had gezegd. „Er is geen doofpot”, zei Rutte. En ook: „Ik kan geen herinneringen faken die ik niet heb.”

Afgeweken van de officiële lijn

Echt spannend werd het niet voor Rutte en Bijleveld. Dat het Amerikaanse opperbevel Centcom aan NRC en NOS had laten weten dat het om zeventig burgerdoden ging, weersprak Bijleveld, die het bij de Amerikanen had nagevraagd.

„Ook voor Centcom is het onduidelijk waarom die woordvoerder is afgeweken van officiële lijn”, zei ze. Rutte bleef volhouden dat hij geen herinneringen had aan dat hij geïnformeerd zou zijn in juni 2015. Maar ook als dat wel zo was, zei hij, had hij dat niet kunnen delen. Want het beleid was om over lopende operaties niets te zeggen.

Voor een deel van de oppositie was die uitleg onvoldoende: een motie van wantrouwen werd gesteund door de SP, de PVV, de Partij voor de Dieren, 50Plus, Denk en de eenmansfractie Van Kooten-Arissen – en werd verworpen.

Er stond duidelijk meer op het spel, in dit debat. De plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer was voller: er waren meer Kamerleden aanwezig, meer fotografen, meer publiek. Ank Bijleveld had goed nagedacht: droeg ze drie weken geleden tijdens het eerste debat over Hawija nog een fleurige blouse, op woensdagavond zat ze in het zwart in ‘vak K’.

Ook de PvdA kreeg kritiek. Want ook ministers van die partij (Bert Koenders, toen minister van Buitenlandse Zaken en Lilianne Ploumen, toen minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) ondertekenden samen met Hennis op 23 juni 2015 de brief met daarin onjuiste informatie aan de Kamer. „U heeft honderd kilo boter op uw hoofd”, verweet Geert Wilders (PVV) de PvdA.

Het was diezelfde Wilders die de meeste oppositie bedreef, de eerste uren. Als enige fractievoorzitter onderbrak hij de regeringspartijen tijdens hun bijdrage met vragen over de stabiliteit van de coalitie en wees hij fijntjes op de onderlinge onmin tussen regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Zoals op ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers, die tegen NU.nl zei over het vergeten van informatie over burgerslachtoffers door Rutte: „Ik denk wel dat ik het zou hebben onthouden.” Bijleveld zou volgens Wilders „met twinkelende oogjes” Rutte bij het onderwerp betrokken hebben.

D66-Kamerlid Salima Belhaj beet hij toe dat haar partij „broodroof” pleegde. „U maakt ons als oppositie overbodig.” „Dit gaat over oorlog”, reageerde Belhaj. „Ik probeer hier serieus mee om te gaan, ik wil ontdekken wat er is gebeurd.” Dit debat zal daarvan slechts het begin zijn.

GroenLinks en FVD: Kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

MSN 27.11.2019 GroenLinks en Forum Voor Democratie (FVD) vermoeden dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen.

“Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks) aan het kabinet tijdens het Kamerdebat woensdagavond.

Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen in het debat op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen.

Deze informatie had het ministerie van Defensie begin juni 2015 al, maar verzweeg dat voor de Kamer. Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend werd dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden”, aldus de GroenLinks-leider.

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Baudet sluit zich bij die oproep aan. “De Kamer moet staan voor eigen relevantie in de rechtsstaat. Wij moeten afdwingen dat we serieus worden genomen.”

Volgens Rutte gaat het om een fout in een Kamerbrief. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies. “Er is geen sprake van een doofpot”, aldus Rutte.

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteert voor de tweede keer in korte tijd met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de burgerdoden bij de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Twee weken geleden overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Meerdere partijen geloven niet de premier niets meer kan herinneren. PVV-leider Geert Wilders: “Wij moeten geloven dat zijn geheugen haperde? Denkt premier Rutte dat we gek zijn?”

Harde kritiek tijdens debat burgerdoden Irak: ‘Kan ik Rutte nog geloven?’

RTL 27.11.2019 “Het kabinet liegt en bedriegt de boel bij elkaar.” “Kan ik de premier nog geloven met zijn haperende geheugen?” De oppositie komt met harde kritiek tijdens het debat waarin premier Rutte en minister Bijleveld tekst en uitleg moeten geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een bombardement in Irak, vier jaar geleden.

Wie wist wat, op welk moment? Om hoeveel slachtoffers ging het nu precies, én: hoe is vervolgens de Kamer geïnformeerd?

Dat zijn de vragen die centraal staan in het pittige debat waarin premier Rutte en Defensie-minister Bijleveld tekst en uitleg moeten geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden.

‘Deze kwestie stinkt’

De oppositiepartijen hebben allemaal moeite met het verhaal van de premier. Ze eisen dat de waarheid boven tafel komt. Rutte zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij is geïnformeerd over het bombardement. Eerder zei minister Bijleveld nog ‘dat het aannemelijk is dat de meest betrokken ministeries wel zijn geïnformeerd’.

“Deze hele kwestie stinkt”, concludeert PVV-leider Wilders. Voor hem is het duidelijk: de premier liegt. Ook de SP twijfelt aan zijn geloofwaardigheid. “Rutte wil ons doen geloven dat hij er herinneringen aan heeft. Dat hebben we eerder gehoord”, zegt SP-leider Lilian Marijnissen.

Ook Jesse Klaver heeft veel moeite met Ruttes verhaal. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

 floor bremer @floorbremer

Een pittig #debat voor Premier Rutte en minister Bijleveld van Defensie, op dit moment in de Tweede Kamer. Over een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden. Wie wist wat wanneer? En waarom is de Kamer boos? Hier een samenvatting in anderhalve minuut:

4  7:37 PM – Nov 27, 2019 See floor bremer’s other Tweets

Harde klappen

Niet alleen de premier, maar ook Defensie-minister Ank Bijleveld krijgt harde kritiek, van zowel de oppositie- als de regeringspartijen.

Bijleveld gaf in een eerder debat, drie weken geleden, toe dat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Die wist destijds over de burgerdoden, maar loog daarover tegen de Tweede Kamer. Minister Bijleveld bood daarvoor excuses aan.

Motie van wantrouwen

Bijlevelds optreden was tijdens dat debat zwak, wat leidde tot een motie van wantrouwen. Die werd gesteund door bijna alle oppositiepartijen.

Het is er volgens Marijnissen sinds het vorige debat niet veel beter op geworden. Volgens de SP schoffeert de minister de Kamer en alle Nederlanders. “Want wij hebben recht op de waarheid”, stelt Marijnissen.

 floor bremer @floorbremer

Het #debat over de burgerdoden in Irak is begonnen. Meteen op tafel: de geloofwaardigheid van premier Rutte en zijn haperende geheugen:

27  7:24 PM – Nov 27, 2019 30 people are talking about this

Cruciale informatie achtergehouden

GroenLinks-leider Klaver wil van het kabinet weten of, tijdens het praten over verlenging van de missie in Irak, gesproken is over de burgerslachtoffers bij de aanval in juni 2015. “Het heeft er alle schijn van dat verlenging zo belangrijk was, dat het ministerie van Defensie cruciale informatie heeft achtergehouden.”

Joël Voordewind van regeringspartij ChristenUnie concludeert dat Defensie doelbewust informatie verzwijgt. “Is die verkeerde reflex om informatie achter te houden inmiddels onderdeel van de cultuur geworden?”, vraagt hij zich af.

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 nam Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS dit najaar blijkt dat Nederland verantwoordelijk is geweest voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. 70 burgers kwamen daarbij om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie onderzocht het bombardement. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, wist al in 2015 over de burgerdoden, maar gaf foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zei ze dat geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak. Daarvoor bood huidig minister Ank Bijleveld tijdens een debat begin november haar excuses aan.

Lees ook:

‘Rutte geïnformeerd over bombardement, maar niet over 70 slachtoffers’

RTL Nieuws; Mark Rutte  Ank Bijleveld  Tweede Kamer  Ministerie van Defensie  Defensie

Debat burgerdoden Irak: oppositie ziet gegoochel met waarheid, Rutte niet

NOS 27.11.2019 Mogelijke burgerdoden hebben geen rol gespeeld bij het besluit om de missie in Syrië en Irak te verlengen. Dat zei premier Rutte in het tweede debat in korte tijd over de slachtoffers die in 2015 in Irak vielen door een Nederlandse luchtaanval.

“Bij de strijd tegen IS was er altijd een risico op burgerslachtoffers”, zei de premier. Het gegeven dat er een onderzoek liep naar eventuele burgerslachtoffers was volgens Rutte “niet relevant” voor de besluitvorming over de missieverlenging.

GroenLinks, SP en Forum voor Democratie vroegen zich eerder vanavond hardop af of er een verband was. “Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?”, zei Klaver van GroenLinks. Fractieleider Baudet van FvD sloot zich daarbij aan. “Ze wilden de missie in Irak verlengen, dus moesten ze uit het nieuws houden dat daar burgerslachtoffers waren gevallen.”

Gepiepeld

Het verlengen gebeurde eind juni 2015, het Nederlandse bombardement was begin die maand. Toenmalig minister Hennis zei in juni in de Kamer tot twee keer toe dat Nederland niet betrokken was bij bombardementen waarbij burgerdoden waren gevallen, terwijl ze toen al wist dat dat vermoedelijk wel was gebeurd.

“We zijn gepiepeld”, zei PVV-leider Wilders hierover. “De Kamer stemt in zonder het te weten.”

Rutte erkende wel dat er een fout zat in een brief van het kabinet aan de Kamer uit juni 2015. Daarin stond: “Voor zover op dit moment bekend is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

Volgens de premier had daar moeten staan: “Die informatie geven we u niet.” Het beleid was toen om dit type informatie bij lopende missies niet met de Tweede Kamer te delen, aldus Rutte. “We wilden onze vliegers namelijk niet in gevaar brengen.”

Rutte: brief aan de Kamer bevatte een fout, niet een leugen

Klaver accepteerde dat niet. “De informatie was beschikbaar, en de Kamer is willens en wetens verkeerd geïnformeerd.” Hij kreeg bijval van ChristenUnie-Kamerlid Voordewind: “De fout, zoals de premier dit noemt, is wel heel opmerkelijk. Wie zegt mij dat er de volgende keer niet weer een fout in een brief staat?”

De aanval waar het om gaat, was op 3 juni 2015. Een Nederlandse F-16 bombardeerde toen de Iraakse stad Hawija. Daarbij kwamen zeker 70 burgers om. Of de Kamer daarover is geïnformeerd is één vraag die voorligt, maar het debat gaat ook over de vraag of Rutte er destijds over wist.”

Hoe goed is de politieke antenne van onze minister-president eigenlijk afgesteld?”, aldus PvdD-fractieleider Ouwehand.

Defensieminister Bijleveld schreef maandag in een Kamerbrief dat haar voorganger Hennis premier Rutte vermoedelijk mondeling had geïnformeerd op een “niet alarmerende” toon. De premier heeft de afgelopen weken meermaals gezegd (vanavond ook) zich het gesprek met Hennis niet te kunnen herinneren, hoewel hij ook niet uitsluit dat het heeft plaatsgevonden.

“Hoe goed is de politieke antenne van onze minister-president eigenlijk afgesteld?”, zei PvdD-fractieleider Ouwehand daar vanavond over. Partijleider Marijnissen van de SP vroeg zich af hoe het kan dat berichten over mogelijke burgerslachtoffers de kwalificatie “niet alarmerend” hebben meegekregen.

Een opvallend moment in het debat was toen Rutte zei dat het Amerikaanse leger, dat de leiding had over de missie, nooit heeft kunnen vaststellen dat er 70 burgerslachtoffers zijn gevallen. Terwijl een woordvoerder van de legerleiding van de VS (Centcom) dat in 2018 heeft laten weten aan NRC.

 Ben Meindertsma @ben_meindertsma

Voor de goede orde: dit is wat Kolonel Sean Ryan van Centcom in december 2018 aan NOS/NRC (via @JournaJannie) laat weten. Gaat Bijleveld zo uitleg over geven.

Minister Bijleveld stelde even later dat Centcom desgevraagd aan haar heeft laten weten dat de woordvoerder is afgeweken van de officiële conclusies. “In hun onderzoek concluderen ze dat er zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen, en dat het onderzoek niet in staat was om het specifieke aantal vast te stellen.”

Persbureau Reuters schreef daags na het bombardement dat er volgens getuigen zo’n 70 doden waren gevallen. “In openbare bronnen werd al snel de beroemde 70 genoemd”, zei Rutte vanavond. “In de toekomst zou het goed zijn als dat soort informatie meteen naast de wél bevestigde informatie wordt gelegd. Dat is hier niet gebeurd.”

D66-Kamerlid Belhaj pleitte in het debat voor een nieuw onderzoek naar de burgerslachtoffers. “Hoe kan het dat vier jaar later nog niet vaststaat hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen? Nederland heeft de morele plicht om dit zo goed mogelijk in kaart te brengen.” Coalitiegenoot ChristenUnie sloot aan bij de roep om een onderzoek.

Begin deze maand debatteerde de Tweede Kamer ook al over deze kwestie met minister Bijleveld. Toen ging het debat vooral over het onjuist informeren van de Kamer. Bijleveld bood hiervoor “oprechte excuses” aan en overleefde een motie van wantrouwen.

Bekijk ook

GroenLinks en FVD: Kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

MSN 27.11.2019 GroenLinks en Forum Voor Democratie (FVD) vermoeden dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen.

“Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks) aan het kabinet tijdens het Kamerdebat woensdagavond.

Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen in het debat op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen.

Deze informatie had het ministerie van Defensie begin juni 2015 al, maar verzweeg dat voor de Kamer. Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend werd dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden”, aldus de GroenLinks-leider.

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Baudet sluit zich bij die oproep aan. “De Kamer moet staan voor eigen relevantie in de rechtsstaat. Wij moeten afdwingen dat we serieus worden genomen.”

Volgens Rutte gaat het om een fout in een Kamerbrief. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies. “Er is geen sprake van een doofpot”, aldus Rutte.

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteert voor de tweede keer in korte tijd met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de burgerdoden bij de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Twee weken geleden overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Meerdere partijen geloven niet de premier niets meer kan herinneren. PVV-leider Geert Wilders: “Wij moeten geloven dat zijn geheugen haperde? Denkt premier Rutte dat we gek zijn?”

LIVE | Wilders: Burger zal straks zeggen: Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man

AD 27.11.2019 Wat heeft het ministerie van Defensie begin juni 2015 nou precies aan het kabinet gedeeld over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak? En is premier Rutte nou wel of niet op de hoogte gesteld? De Kamer eist vanavond tijdens het debat over de kwestie duidelijke antwoorden van de premier en minister Ank Bijleveld (Defensie). Mis niks van het debat met ons liveblog.

Bij een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in Hawija kwamen waarschijnlijk zo’n zeventig burgers om het leven. Minister Bijleveld legde begin deze maand tijdens een zwaar debat al verantwoording af over de kwestie, nadat bleek dat haar voorgangster Jeanine Hennis wist dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij de aanval burgerslachtoffers waren gevallen, maar aan de Kamer schreef dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen burgerdoden waren gevallen.

Bijleveld maakte excuses, en beloofde een feitenrelaas met daarin duidelijk over de vraag wie wat op welk moment wist. Dat liet echter lang op zich wachten en gaf uiteindelijk ook niet alle antwoorden. Zo schreef Bijleveld in een brief dat Hennis ‘vermoedelijk’ premier Rutte ingelicht heeft nadat zij begin juni 2015 hoorde over een Nederlands bombardement in Irak. Ze informeerde in elk geval Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken.

De gesprekken zouden niet op alarmerende toon zijn gevoerd, maar Hennis zou ‘feitelijk melding’ hebben gemaakt van een tweede explosie na het bombardement van een Nederlandse F-16. ‘Nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’, schrijft Bijleveld. De Kamer wil vanavond exact horen wat het ministerie nu precies gedeeld heeft over het bombardement, en zal het Bijleveld opnieuw lastig maken.

De Kamer wil vanavond exact horen wat het ministerie nu precies gedeeld heeft over het bombardement, en zal het Bijleveld opnieuw lastig maken. 

Rutte zegt zich ondertussen niet te kunnen herinneren dat hij direct werd ingelicht na de luchtaanval. Totaal ongeloofwaardig, stellen oppositiepartijen, die eisen dat het kabinet alle feiten op tafel legt.

Opnieuw debat over burgerdoden in Irak, oppositie is kritisch

NOS 27.11.2019 De Tweede Kamer debatteert met premier Rutte en Defensieminister Bijleveld over het bombardement op het Iraakse Hawija in 2015.Bij dat bombardement vielen zeker 70 burgerslachtoffers; het debat vanavond gaat vooral om de vraag: wie wist daar op welk moment van?

SP en GroenLinks richten pijlen op Rutte

MSN 27.11.2019 SP en GroenLinks richten hun pijlen tijdens het debat over burgerdoden in Irak op premier Mark Rutte. Zij vragen zich af of de verlenging van de missie in Irak, enkele weken na de aanval van Nederlandse F-16’s waarbij tientallen doden vielen, een rol heeft gespeeld bij het stilhouden van de burgerslachtoffers.

Lilian Marijnissen (SP) begrijpt niet waarom de alarmbellen in het kabinet niet afgingen na mediaberichten over veel burgerdoden. “Kwam het gewoon niet goed uit?”, vraagt ze zich af.

In het licht van de verlenging moet er in het kabinet gesproken zijn over burgerslachtoffers, denkt Jesse Klaver van GroenLinks. Dat besluit werd drie weken na de aanval genomen. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

De PvdA had bijna uitsluitend vragen aan minister Ank Bijleveld van Defensie. Er moet een einde komen aan de “beruchte Defensiecultuur” van geslotenheid, zei John Kerstens. Hij werd aangevallen door onder anderen Geert Wilders (PVV) omdat destijds ook PvdA-ministers op de hoogte werden gesteld van de gevolgen van de aanval. “U hebt boter op uw hoofd”, zei Tunahan Kuzu (Denk).

Wilders over Hawija: deze kwestie stinkt van alle kanten

Telegraaf 27.11.2019 Het kabinet krijgt van de oppositie de wind van voren over de manier waarop informatie is gedeeld over een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. Daarbij vielen mogelijk 70 burgerslachtoffers. „Deze kwestie stinkt van alle kanten”, stelt PVV-leider Wilders.

Uit een brief van defensieminister Bijleveld blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij een bombardement van 3 juni 2015 op een autobommenfabriekje in Hawija. De informatie was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld.

Hennis had volgens haar eigen herinnering ’vermoedelijk’ ook de premier mondeling op de hoogte gesteld van de bevindingen – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers. Rutte sluit niet uit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, maar kan zich het niet herinneren.

SP: heeft Rutte dan niet doorgevraagd?

„Dat hebben we eerder gehoord”, hoont SP-fractieleider Marijnissen, die het spannende debat over de F-16 luchtaanval aftrapte. Ze wees erop dat de premier wel vaker op cruciale momenten zijn geheugen kwijt lijkt te zijn. Het verbaast haar dan ook niet dat dit bij de luchtaanval mogelijk opnieuw is gebeurd. „Kwam het hem goed uit, of drong het echt niet door en hebben we een ander probleem te pakken?”, wil zij van Rutte weten. „Heeft hij dan niet doorgevraagd?”

GL-leider Klaver denkt dat het het kabinet wel goed uitkwam om gegevens over de burgerdoden niet naar boven te laten komen. Toen de berichten over mogelijke slachtoffers naar buiten kwamen via diverse media en de Amerikanen die er onderzoek naar deden, moest Nederland beslissen over het verlengen van de Nederlandse militaire missie in Irak.

„Was het verlengen van de missie belangrijker dan de waarheid?”, wil Klaver weten. „Het heeft er alle schijn van dat cruciale info werd achtergehouden.” Hij wil een tijdlijn over de besluitvorming van de missie.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden. Ⓒ ANP

Oppositieleider Wilders (PVV) vindt dat de Hawija-kwestie „aan alle kanten stinkt”. Hij heeft er moeite mee om de herinneringen van voormalig minister Hennis over het voorval te geloven.

Hij vraagt zich af hoe het kan dat zij niet geheel zeker weet dat zij premier Rutte ervan op de hoogte heeft gebracht, maar dat zij wel zeker lijkt te weten dat dit op een manier gebeurde die niet alarmerend was. „Hoe kan dat?”, wil Wilders weten. „Volgens mij kan alleen een geboren leugenaar dat.”

Leugenmachine

Ook hij wijst erop dat de VVD en de premier wel vaker aan geheugenverlies lijken te lijden, zoals bij de memo’s over de dividendtaks en het uit de duim gezogen bezoekje van Halbe Zijlstra aan het buitenhuis van Poetin. „De VVD is één grote leugenmachine”, concludeert de PVV’er. Hij weet het zeker. „Het einde van het kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man.”

Ⓒ ANP

Wilders richt zijn pijlen ook op de PvdA. Niet alleen de premier zou namelijk over de mogelijke burgerdoden zijn geïnformeerd, maar ook toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Buitenlandse Handel).

Volgens Wilders waren de PvdA-bewindslieden betrokken bij de brief die waarin Bijlevelds voorganger de Tweede Kamer verkeerd informeerde. „De handtekeningen van Koenders en Ploumen stonden eronder”, schampert hij. Hij noemt de PvdA ’medeschuldig’.

De coalitie is beduidend milder. D66-Kamerlid Belhaj wil 4,5 jaar na de luchtaanval dat er alsnog een nieuw onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid burgerdoden in Hawija. Een Kamermeerderheid lijkt dat te gaan steunen.

Maar minister Bijleveld en premier Rutte lijken van D66 verder weinig te hoeven vrezen. Belhaj vindt dat Bijleveld haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel wil ze weten waarom de CDA-bewindsvrouw de afwikkeling zo ’onhandig’ heeft gedaan.

CDA-Kamerlid Van Helvert roemt precisiebombardementen van onze F-16-vliegers. „Maar juist als het fout gaat, moet Defensie zorgvuldig informeren”, erkent hij. Hij wil dat het kabinet kritisch terugblikt en lessen trekt.

Verslaggever Inge Lengton is live bij het debat aanwezig;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het eerste debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, begin november. © ANP/Bart Maat

Spanning in coalitie: iedereen wijst naar iedereen in Irakdossier

AD 27.11.2019 De spanning binnen de coalitie van Rutte III loopt op nu er meer bekend is over welke minister wanneer-wat-wist over de burgerdoden die in 2015 vielen bij een bombardement in Irak. En de oppositie beticht de premier van liegen.

Bijna drie weken wachtte politiek Den Haag op de brief waarin duidelijk zou worden wie wanneer op de hoogte werd gesteld van een misgelopen bombardement op 3 juni 2015 in de Iraakse stad Hawija. Maar nu de brief er ligt, is de onduidelijkheid eigenlijk alleen maar groter geworden.

Lees ook;

Bijleveld: toenmalig Defensieminister Hennis ‘vermoedt’ Rutte ingelicht te hebben

Lees meer

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

Lees meer

GroenLinks-leider Jesse Klaver blaast het hoogst van de toren. Volgens hem zijn de drie weken gebruikt om een relaas te componeren waarin premier Mark Rutte wordt vrijgepleit.

‘Vermoedelijk’

Ga maar na: toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis zegt dat ze de premier ‘vermoedelijk’ heeft ingelicht dat er onderzoek werd gedaan naar een tweede explosie nadat een Nederlandse F-16 zijn bom afgooide. Dat er gekeken moest worden of er burgerdoden waren gevallen. Rutte zegt zich dat niet te herinneren maar ‘sluit’ óók ‘niet uit’ dat het gesprek ‘heeft plaatsgevonden’.

Waterdichte verdediging.

Minister-president Mark Rutte (rechts), Defensieminister Jeanine Hennis en minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken woonden in juli 2016 de Navo-top in Warschau bij.

Minister-president Mark Rutte (rechts), Defensieminister Jeanine Hennis en minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken woonden in juli 2016 de Navo-top in Warschau bij. © EPA

Al wekt het haperende geheugen van Rutte schamper gelach. Zo ging het met de dividendbelasting en de bonnetjesaffaire ook al. En nu is het beeld dat hij zeventig burgerdoden in zijn oor gefluisterd kreeg, maar dat ‘vergat’.

Daarbij komt dat minister Ank Bijleveld van Defensie eerst leek te beamen dat er bij het bombardement zeventig burgers omkwamen. In het doelwit, een bommenfabriek, lagen namelijk veel meer explosieven lagen dan werd gedacht.

Maar nu schrijft ze dat het ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk is hoeveel burgers de dood vonden. Het Amerikaanse eindrapport werd namelijk nooit opgemaakt. Andere bronnen – de VN, het Rode Kruis, Airwars en persbureau Reuters – spreken over tussen 70 en 170 dodelijke slachtoffers.

Ongeloofwaardig

Dat dit grote aantal ‘niet bij de politieke top terechtkwam’ vindt Klaver ‘ontluisterend en volstrekt ongeloofwaardig’. ,,Of het systeem werkt niet, of het is niet waar.”

Maar toen Hennis premier Rutte informeerde, noemde zij überhaupt geen aantallen, liet Hennis weten. Ze sprak ‘slechts’, benadrukt men in VVD-kringen, van een ‘onderzoek’ dat moest uitwijzen óf er doden waren gevallen. Ze sloeg daarbij bovendien geen ‘alarmerende toon’ aan. Zo werd het toenmalig minister Bert Koenders (PvdA) van Buitenlandse Zaken ook verteld.

Bliksemafleider van Rutte

De kwestie zorgt ondertussen wel voor tweespalt bínnen de coalitie. Áls het debat misloopt, mag het niet zo zijn dat alleen Bijleveld moet aftreden in het debat vandaag, benadrukken CDA’ers. Ze wordt niet de bliksemafleider van Rutte, waarschuwt een ingewijde.

De liberalen hebben op hun beurt juist een appeltje te schillen met CDA’er Bijleveld. In een poging haar straatje schoon te vegen in het eerste debat over Hawija noemde ze haar voorganger Hennis bij naam. ,,Wel vier keer.” Dat vonden VVD’ers weinig chique. Bovendien werd zij daardoor ook in haar nieuwe baan, VN-gezant in Irak, mikpunt van protesten.

Anderen betrokkenen uit 2015 wijzen erop dat Hennis dat niet deed toen zij in 2017 moest aftreden. Zij noemde de naam van Hans Hillen niet, terwijl onder zijn verantwoordelijkheid een partij mortiergranaten werd gekocht die een fataal ongeluk in Mali veroorzaakte.

Bij het CDA en Bijleveld is bovendien ergernis over de manier waarop D66-Tweede Kamerlid Salima Belhaj, een coalitiegenoot, haar tijdens het debat wel erg scherp bevroeg.

Ik geloof de premier als hij zegt dat hij zich niets kan herinneren, ja, aldus ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Al lijken D66 en ChristenUnie de rangen nu wel te sluiten. Jetten wil wel weten waarom Rutte niet op onderzoek uitging toen er van burgerdoden werd gesproken. Maar om dat ‘nalatig’ te noemen? ,,Nee, dat gaat weer te ver.”

Ook ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers wil vooral ‘vooruitkijken’ over hoe ministers in de toekomst over incidenten worden geïnformeerd. ,,Ik geloof de premier als hij zegt dat hij zich niets kan herinneren, ja. Het zal op zo’n manier zijn gedaan dat het geen indruk heeft achtergelaten.”

In de oppositie is men er niet zo klaar mee. Naast GroenLinks staan nog tien fracties klaar met kritiek.

Lastig parket

Alleen de PvdA zit in een lastig parket. De partij steunde begin november een motie van wantrouwen tegen Bijleveld, omdat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Zij stelde tot twee keer toe dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers, terwijl zij toen al meer wist.

Maar nu blijkt dat juist toenmalig PvdA-minister Koenders vanaf juni 2015 vijf keer werd verteld dat er onderzoek liep naar Hawija. Al houdt Koenders (eveneens) vol daar geen herinnering aan te hebben.

Het is nog al een verschil of iemand heeft gezegd: joh, ga even zitten, want ik moet je vertellen dat er misschien iets heel ergs is gebeurd, aldus PvdA-leider Lodewijk Asscher

PvdA-leider Lodewijk Asscher vergoelijkt dat. ,,Het is nog al een verschil of iemand heeft gezegd: we doen onderzoek naar iets, of er is gezegd: joh, ga even zitten, want ik moet je vertellen dat er misschien iets heel ergs is gebeurd.” Maar daarmee verexcuseert hij ook Rutte.

Of daarom een eensgezinde aanval van de oppositie op het kabinet echt van de grond komt, valt te betwijfelen. Maar het haperende geheugen van Rutte en de wispelturig informerende Bijleveld zijn sowieso een duidelijk doelwit.

Drie weken geleden overleefde Bijleveld een loodzwaar debat over burgerdoden in Irak. Woensdag moet zij er opnieuw voor naar de Kamer, dit keer samen met premier Rutte. Beeld ANP

Welke partijen geloven de feiten van Rutte en Bijleveld?

Trouw 27.11.2019 Het kabinet moet de Kamer overtuigen dat Rutte echt niets wist, en dat er om goede redenen verschillen zijn tussen wat Bijleveld in een brief en in een eerder debat meldde.

Oppositiepartijen hebben de messen geslepen als premier Mark Rutte en minister van defensie Ank Bijleveld vanavond hun opwachting maken in de Kamer. De twee moeten tekst en uitleg geven over wie in juni 2015 weet had van mogelijk grote aantallen burgerdoden bij een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in de Irakese plaats Hawija.

Een fors deel van de discussie zal zich op de premier toespitsen. Volgens de brief die het kabinet maandagavond naar de Kamer stuurde, is Rutte destijds door defensieminister Jeanine Hennis waarschijnlijk slechts ‘op niet-alarmerende toon’ verteld over ‘mogelijke burgerdoden’. Dat zou het verklaarbaar maken dat hij zich later niets herinnerde van het gesprek.

Jesse Klaver (GroenLinks) plaatst vraagtekens bij deze brief. “Het heeft er alle schijn van dat men drie weken bezig is geweest de premier uit de wind te houden.” Klaver ‘krijgt de stellige indruk’ dat het feitenrelaas dat de Kamer deze week kreeg zo is opgebouwd dat het een plausibel klinkend verhaal creëert rond Rutte’s bewering dat hij zich niets herinnert.

‘Ik zou zoiets wel onthouden’

Ook Sadet Karabulut (SP) is kritisch over de uitleg van het kabinet. Toen Hennis met Rutte sprak waren er op het ministerie van defensie al verschillende aanwijzingen dat het aantal burgerdoden bij Hawija uitzonderlijk hoog lag. “Dat haar toon niet alarmerend was, klinkt dan ongeloofwaardig.

Ik heb niet het gevoel dat de Kamer met deze brief alle feiten en achterliggende beweegredenen krijgt.” De oppositiepartijen vermoeden dat het nieuws over burgerdoden destijds is weggemoffeld om de gewenste verlenging van de missie niet in gevaar te brengen.

Zelfs coalitiepartner ChristenUnie heeft moeite de verdediging van het kabinet van harte te steunen. Fractieleider Gert-Jan Segers zegt dat de brief van Bijleveld ‘voor mij wel maximale helderheid schept’ over wat er is gebeurd, maar aarzelt om te zeggen dat hij het geloofwaardig vindt dat Rutte zich een eventuele melding van burgerdoden niet herinnert. “Ik zou zoiets wel onthouden.”

De geloofwaardigheid van de premier en het functioneren van zijn geheugen zal nadrukkelijk onderwerp zijn van debat. Bij andere lastige onderwerpen liet zijn geheugen hem ook in de steek. Zo had hij ‘geen actieve herinneringen’ dat hij met anderen sprak over de bekentenis van Halbe Zijlstra dat die loog over een ontmoeting met Poetin. Ook had hij ‘geen herinneringen’ aan memo’s over de dividendbelasting.

Reconstructie van Bijleveld 

Ook CDA-minister Ank Bijleveld heeft een probleem. In het Kamerdebat van 5 november zei ze dat het voor Hennis op 9 juni 2019 duidelijk was dat er ‘waarschijnlijk veel burgerslachtoffers’ waren gevallen. Maandagavond schreef ze dat Defensie destijds alleen wist van ‘mogelijke burgerslachtoffers’.

Sommige partijen zien deze herziening als een truc om Rutte uit de wind te houden. ‘Ik ben geneigd de Bijleveld uit het debat te geloven’, concludeert Klaver bijvoorbeeld.

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert vindt deze discrepantie wel verklaarbaar. “De minister maakt een reconstructie. Daar had ze voorafgaand aan het eerste debat maar twee uur de tijd voor. Nu had ze er drie weken voor.” Coalitiepartijen lijken dan ook hun best te doen om Bijleveld overeind te houden. Segers prijst haar voor het scheppen van helderheid, ‘ook als ze eerder wat te stellig was.’

De minister wacht een zware uitdaging. Zij moet de Kamer overtuigen dat haar tweede versie van de feiten de juiste is, om zo Rutte uit de wind te houden. Ondertussen moet zij de Kamer begrip vragen voor de manier waarop zij drie weken geleden een heel ander beeld schetste.

Veel hangt waarschijnlijk ook af van de manier waarop Bijleveld het debat aangaat. Drie weken geleden vonden geërgerde Kamerleden dat zij een verkeerde toon aansloeg. Ze had beter door het stof kunnen gaan, in plaats van waardering te claimen voor een nieuw beleid van openheid over bombardementen waar ze naar eigen zeggen voor gekozen had.

Lees ook: Bijleveld komt terug op eerdere beweringen over ‘Hawija’

Het was nooit duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen, zegt Defensie nu over het bombardement in Irak. 

Waarom de gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie drie weken geleden aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Meer over; Ank Bijleveld politiek Mark Rutte Kamer Marno de Boer

Bij een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in Irak zijn in 2015 zeker zeventig burgers gedood. Door het bombardement werd een complete wijk in Hawija verwoest. Beeld Defensie

Waarom herinnert Rutte zich de tientallen burgerdoden uit Hawija niet?

VK 26.11.2019 Woensdagavond moet premier Rutte tijdens een Tweede Kamerdebat uitleg geven wat hij wist van de circa 70 burgerdoden die in 2015 vielen door een Nederlands bombardement in Hawija. De nieuwe brief van Defensieminister Bijleveld verschaft de oppositie – die uit is op het hoofd van premier Rutte – weinig munitie.

‘Ik rende met mijn zoon en vrouw en zocht bescherming onder de trap’, zegt Hassan Mahmoud al-Jubbouri. ‘Na de eerste explosie volgden er nog drie of vier, en ik voelde hoe het dak leek te gaan instorten.’ Buiten waren ‘gewapende strijders aan het schreeuwen’, zij ‘oogden heel verward. Ik hielp een familie onder het puin vandaan trekken. Hun lichamen waren verminkt. We brachten een deken en verzamelden al hun lichaamsdelen en brachten ze naar de begraafplaats.’

Aldus het relaas van een 67-jarige overlevende van de luchtaanval op Hawija dat een dag na die derde juni 2015 te lezen viel in een bericht van persbureau Reuters. Zoals minister van Defensie Ank Bijleveld fijntjes optekent in haar brief aan de Kamer, lieten Nederlandse media het collectief passeren. Touché.

Maar de grotere vraag die ze woensdagavond tijdens het Kamerdebat mag beantwoorden, is: hoe kan het dat, terwijl direct duidelijk was dat er tientallen doden waren gevallen, ‘IS-terroristen en burgers’, Defensie deze feiten vier jaar lang niet openbaar maakte?

In het vorige Kamerdebat deed Bijleveld opzichtig de suggestie om vooral ook naar de rol van anderen te kijken – premier Mark Rutte en haar voorganger Jeanine Hennis voorop, gevolgd door andere ministeries en haar eigen ambtelijk apparaat.

Hoewel deze suggestie in de Kamer en in sommige media enthousiast werd begroet – Mark Rutte is immers al negen jaar aan de macht – biedt Bijleveld de Torentje-bestormers weinig munitie in haar jongste brief.

Ruttes vertegenwoordiger was niet aanwezig tijdens de vergadering van de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) van 4 juni, waar de basisfeiten passeerden zonder aantallen burgerslachtoffers te noemen ‘aangezien deze niet konden worden vastgesteld’. Het verslag dat hij wel kreeg, was summier.

Op dezelfde wijze werd minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders op de hoogte gesteld. Hennis heeft ‘vermoedelijk’ ook nog met Rutte gesproken hierover, op een ‘niet alarmerende toon’, maar Rutte herinnert zich dat niet. De oppositie, die bloed ruikt, zal zich hierop richten, maar echt onthullend is het beeld dat oprijst over Defensie – en de minister zelf.

Wijsheid achteraf

Bijleveld waarschuwt impliciet voor ‘hindsight bias’, wijsheid achteraf die voorbijgaat aan de context waarin de gebeurtenis zich ontvouwde. Inderdaad, er woedde in 2015 een bloedig conflict met IS, een terreurgroep die burgers graag als dekking gebruikte en uitblonk in extreem en buitensporig geweld.

Tegen bevolkingsgroepen als de Jezidi’s, maar ook tegen een gevangen genomen Jordaanse piloot, die in brand werd gestoken. En een organisatie die aanslagen pleegde in Europa. Militairen mochten hier in het openbaar niet meer in uniform reizen, vanwege die dreiging.

Daartegenover stond een internationale luchtcoalitie die bekendstond (en in de VS en Groot-Brittannië bekritiseerd werd) om haar voorzichtige en zorgvuldige procedures bij het kiezen van doelen en bij de aanvallen zelf. Zie ook de Nederlandse ervaring: bij meer dan 2.100 keer wapeninzet hoefden slechts vier gevallen door het Openbaar Ministerie te worden onderzocht.

Maar Bijleveld verweert zich tegen een beschuldiging die (bijna) niemand uit. Zelden trok Nederland ten strijde met zoveel publieke steun. De Nederlandse vliegers wordt niets verweten – en natuurlijk was hun veiligheid een prioriteit.

Je kunt je zelfs voorstellen dat bij Defensie de angst leefde dat er toch met een beschuldigende vinger naar het eigen personeel zou worden gewezen, dat een vuil klusje opknapte terwijl de rest van het land vrolijk door winkelde. Het was oorlog en het uitschakelen van een bommenfabriek van IS heeft ongetwijfeld veel slachtoffers voorkomen, onder burgers en onder de plaatselijke bestrijders van IS.

De vraag die nu leeft in de Kamer is juist: waarom heeft niemand bij Defensie beseft dat je een onbedoeld effect van een op zich juiste luchtaanval niet zomaar onder de pet kunt houden, jaren en jaren lang? En waarom heeft niemand gezien dat juist dat zwijgen het publieke vertrouwen in Defensie ondermijnt?

Overdreven formalisme

Voor het antwoord kom je onherroepelijk terecht bij de cultuur bij Defensie, waar de politieke en de militaire top elkaar al jaren lijken te verlammen in hun wederzijdse pogingen de neuzen één kant op te krijgen.

En alle onenigheid in eigen huis te houden. Overdreven formalisme, het soms op surrealistische wijze vasthouden aan een ambtelijke realiteit, terwijl de harde feiten – hoewel ‘incompleet’ – je in de ogen aanstaren. Het was tenslotte oorlog.

Nederland zweeg samen met andere Europese landen, dat wel. Die hadden de VS zelfs gemaand minder transparant te worden over burgerslachtoffers. De maand voor ‘Hawija’ erkenden de VS voor het eerst dat ze burgerslachtoffers hadden gemaakt.

In de periode tot mei 2017 gaven ze toe tot dan toe verantwoordelijk te zijn voor 377 burgerslachtoffers, inclusief 105 burgerdoden bij één incident in Mosul. Het toont dat over de balans tussen ‘operationele veiligheid’ en ‘transparantie’ ook door militairen verschillend gedacht kan worden.

Het politieke probleem voor Bijleveld bestaat eruit dat er vooral in de directe periode na de luchtaanval veel voor te zeggen viel om eerst de zaken goed uit te zoeken: wat was de rol van de vlieger? Waren de coördinaten juist?

Van wie kwam de informatie over het doel? Behalve de zoektocht naar deze en andere antwoorden gold, zeker toen de vliegers nog ter plaatse waren, dat hun operationele veiligheid – en inzetbaarheid – niet in gevaar gebracht mocht worden. Na hun rotatie lag dat al anders en na afloop van de missie, op 31 december 2018, helemaal.

Hadden op dat moment het morele imperatief en de politieke noodzaak tot transparantie niet de doorslag moeten geven, zal de Kamer vragen. Oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn beantwoordde die vraag in de Volkskrant positief.

Aangezien opeenvolgende ministers van Defensie dit probleem blijkbaar nooit openlijk op tafel hebben gelegd in de ministerraad, moeten zij voor het vinden van antwoorden op deze politieke vragen vooral goed in de spiegel kijken. Met in de hand dat Reuters-bericht van 4 juni 2015, dat Bijleveld, zich beroepend op het Amerikaanse hoofdkwartier Centcom, in de brief van deze week alsnog citeert.

Dit is nu bekend over de informatievoorziening rond de aanval in Hawija;

Oktober 2014: Nederland begint bijdrage aan luchtcampagne van anti-IS-coalitie boven Irak.

Nacht van 2 op 3 juni 2015: Nederlandse F-16’s voeren een aanval uit op IS-faciliteit waar autobommen worden geproduceerd. Uit de eigen Battle Damage Assessment blijkt direct dat er sprake is van ‘onbedoelde nevenschade’, kortom: schade aan gebouwen.

4 juni 2015: Reuters meldt dat bij het bombardement op Hawija ‘een hele wijk’ is weggevaagd. Betrokkenen ter plaatse schatten het aantal doden op zeventig, zowel IS-terroristen als burgers. In de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) wordt de aanval besproken, inclusief de ‘secundaire explosies’, het ‘zorgvuldige targeting proces’ en de ‘mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers’. De ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie worden schriftelijk geïnformeerd. Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, was afwezig in de SMO van 4 juni.

Juni 2015-mei 2016: tijdens deze hele periode is in de SMO met geen woord gerept over de aanval op Hawija.

9 juni 2015: minister van Defensie Hennis wordt gebriefd over de aanval. Voorlopig onderzoek door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, wijst uit dat het ‘geloofwaardig’ is dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het ‘voorlopige onderzoek’ ontvangt Defensie op 15 juni.

23 juni 2015: In antwoord op Kamervragen, schrijft Hennis dat voor zover op dat moment bekend in de luchtcampagne tegen IS geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers.

Augustus 2015: Het Internationale Rode Kruis overhandigt aan Nederlandse ambassade in Bagdad een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen met burgerslachtoffers, waarin een aanval op Hawija op 4 november genoemd wordt waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood. De niet-gouvernementele organisatie Airwars spreekt in een openbaar rapport over tussen de 70 en 150 burgerdoden in Hawija.

Jan/feb 2016: Het initiële onderzoek van Centcom (d.d. 15 juni 2015) wordt door Defensie naar het OM gestuurd. De Yweede Kamer wordt erover ingelicht dat er twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht.

1 juni 2017: De Tweede Kamer wordt vertrouwelijk ingelicht over gevallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet.

13 april 2018: Minister Bijleveld licht de Kamer in over uitkomsten van onderzoeken van het Openbaar Ministerie naar aanvallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers. Locatie, datum en vermoedelijk aantal slachtoffers worden niet genoemd omdat ‘de inzet nog gaande was’.

1 januari 2019: De F-16-missie is afgelopen, het argument dat in april 2018 werd gehanteerd om informatie achter te houden, vervalt. Defensie ‘gaat aan de slag met een nieuwe toets van mogelijkheden van meer transparantie’.

Mei 2019: Minister Bijleveld zegt toe na het zomerreces te komen met een reactie op voorstellen van Kamerleden omtrent meer transparantie inzake mogelijke burgerslachtoffers.

30 september 2019: Minister Bijleveld vraagt de Kamer om meer tijd voor deze inhoudelijke reactie, ‘in het kader van zorgvuldigheid’.

18 oktober 2019: NRC en NOS melden dat Nederlandse F-16’s de luchtaanval op Hawija uitvoerden. Het Pentagon heeft desgevraagd gezegd dat er daarbij zeventig burgerdoden vielen. Bijleveld belooft dat de Kamer ‘op korte termijn’ wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van meer transparantie.

4 november 2019: minister Bijleveld meldt de Kamer dat ‘op basis van de door Centcom aangehaalde open bronnen’ bij een Nederlandse aanval op Hawija in juni 2015 ‘ongeveer 70 slachtoffers’ zijn gevallen, ‘zowel IS-strijders als burgers’.

Meer over; Ank Bijleveld politiek Hawija misdaad, recht en justitie Defensie Kamer conflicten, oorlog en vrede misdaad Arnout Brouwers

Waarom kan Rutte zich de burgerdoden in Hawija niet herinneren?

NU 26.11.2019 Ook na twee weken grondig onderzoek zijn de herinneringen van premier Mark Rutte over de Nederlandse bombardementen op Hawija waar tientallen burgerslachtoffers bij vielen niet gevonden. Uit de Kamerbrief van maandag bleek dat de premier “vermoedelijk” is geïnformeerd, maar Rutte kan het zich niet herinneren.

Woensdag 27.11.2019 debatteert de Tweede Kamer opnieuw met defensieminister Ank Bijleveld en ook met premier Rutte. Een deel van de Kamer vraagt zich af: hoe vergeet je zoiets?

“Ik kan niet in het hoofd van iemand kijken. Wat de premier zegt, neem ik voor waar aan. Ik denk wel dat ik het zou hebben onthouden”, zegt ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Ook Rob Jetten (D66) wil opheldering. “Mijn gevoel zegt dat het zoveel indruk op je zou maken dat je daar meer van wil weten.” PvdA’er Lodewijk Asscher, in het vorige kabinet nog vicepremier en minister zegt destijds niet geïnformeerd te zijn, maar denkt het anders wel onthouden te hebben. “Zoiets vergeet je niet snel.”

GroenLinks-leider Jesse Klaver noemt het zelfs “ongeloofwaardig” dat de premier zich niets herinnert van het gesprek met toenmalig defensieminister Jeanine Hennis over de luchtaanval op de Iraakse stad Hawija waar tientallen doden zijn gevallen.

NOS en NRC brachten begin november aan het licht dat bij Nederlandse bombardementen in Irak 74 burgerslachtoffers zijn gevallen. Vier burgerdoden bij een aanval op een woning in Mosoel en zeker zeventig burgerdoden bij het bombardement op een IS-bommenfabriek in Hawija.

Bijleveld wijst naar voorganger Hennis

Minister Ank Bijleveld moest twee weken geleden toegeven dat Nederland inderdaad verantwoordelijk was voor de aanval in Hawija. Zij voegde daaraan toe dat haar voorganger, Hennis, dat in 2015 al wist en dat voor de Tweede Kamer verzwegen had.

In een bijgaand feitenrelaas merkte Bijleveld terloops ook op dat het “aannemelijk” was dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Het optreden van Bijleveld twee weken geleden riep bij de Kamer meer vragen dan antwoorden op: er moest zo snel mogelijk opheldering komen over wie wat wanneer wist.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Zie ook: Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

Vragen over ‘vaagheid’ Kamerbrief

Wat D66’er Jetten betreft, is dit nog te vaag. “Wat wordt er bedoeld met ‘een alarmerende toon’?” Als alle info die nu bekend is, gedeeld zou zijn met de premier, dan lijkt hem dat iets wat hijzelf niet snel zal vergeten. Het is voor Jetten van belang hoe en welke info er gedeeld is.

Dat vindt ook Asscher. “Ik heb nog veel vragen. Iedereen die te horen krijgt dat er zeventig doden zijn gevallen bij een bombardement, die vergeet dat niet. Maar ik heb niet de indruk dat premier Rutte op die manier is geïnformeerd. Dat roept de vraag op wat Defensie verstaat onder informeren. Dat is belangrijk, omdat we moeten kunnen vertrouwen dat Defensie het hele verhaal vertelt.”

SP’er Sadet Karabulut kan moeilijk geloven dat na het zien van de beelden van de bombardementen en de berichten die destijds binnenkwamen er niet op een alarmerende toon met de premier is gesproken. “Was het misschien de bedoeling van Defensie om überhaupt niet te informeren?”, vraagt de SP’er zich af. Zij wijst erop dat Defensie de militaire missie tegen IS presenteerde als een effectieve oorlog met precisiebommen waar weinig burgerslachtoffers bij vielen.

Klaver denkt dat er meer speelt. “Je ziet dat minister Bijleveld twee weken geleden de berichtgeving waar gesproken wordt over zeventig doden bevestigt, maar dat verhaal is gaan veranderen nadat premier Rutte zei dat hij zich niet kan herinneren dat hierover is geïnformeerd.” aldus Klaver. “Ik heb de stellige indruk dat de nieuwe lijn van het kabinet gebouwd is om de uitspraak van Rutte dat hij zich niets meer kan herinneren. Hij is onhandig geweest en hij probeert zich er nu uit te redden.”

Minister Bijleveld overleefde een motie van wantrouwen. (Foto: Pro Shots)

Oppositie zal geloofwaardigheid Rutte betwisten

De oppositie zal van het debat gebruikmaken om de geloofwaardigheid van Rutte in twijfel te trekken. De premier kon zich eerder ook al de dividendmemo’s niet herinneren en ook tijdens de politieke nasleep van de Teevendeal had zijn ministerie moeite bepaalde zaken terug te halen.

De premier worstelt met de stikstofproblematiek en verkondigde dat de verlaging van de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur naar 100 de “grootste crisis” van zijn negenjarig premierschap was. Toch lijkt het erop dat zowel Rutte als Bijleveld, die twee weken geleden nog ternauwernood een motie van wantrouwen overleefde, door kunnen. VVD en CDA steunen hun bewindspersonen en coalitiepartners D66 en CU zijn niet van plan een eigen koers te varen.

Hoewel het kabinet twee weken geleden nog sprak over zeventig doden en nu schrijft dat een precies aantal niet is vast te stellen, vindt Segers (CU) dat de Kamerbrief van maandag “maximale helderheid” biedt. “Er is helderheid gekomen over wanneer de info is binnengekomen en wanneer dat met de minister-president is gedeeld.”

D66’er Jetten is kritisch en wil dat Defensie leert van de fouten door onder andere actiever te onderzoeken hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen na een Nederlandse aanval, maar vindt niet dat de positie van Rutte of van Bijleveld ter discussie staat. “Het is duidelijk dat Nederland destijds onvoldoende heeft gedaan om de onderste steen boven te krijgen. Dit is een hele harde les voor Defensie.”

Lees meer over: Politiek  Mark Rutte

Hoewel aanvankelijk werd gesproken van 70 doden bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak, valt de exacte hoeveelheid burgerslachtoffers nog altijd niet vast te stellen. De Tweede Kamer debatteert woensdag over de kwestie. Ⓒ ANP

Coalitie houdt Rutte en Bijleveld uit de wind

Telegraaf 26.11.2019 De Tweede Kamer debatteert woensdag met premier Rutte en minister Bijleveld (Defensie) over burgerslachtoffers die in de strijd tegen IS vielen bij een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak. De coalitie lijkt vastbesloten de bewindslieden uit de wind te houden.

Voor partijleider Jetten van D66 hoeft de vertrouwensvraag niet meer op tafel te komen. „Die is bij het vorige debat al gesteld.” In dat debat was D66 van de coalitiepartijen nog het meest kritisch op het optreden van defensieminister Bijleveld. Nu lijkt de bewindsvrouw zich van bescherming verzekerd. De brief die Bijleveld maandagavond naar de Kamer stuurde is ook ’beter dan de vorige’.

Harde les

Wel blijft het een ’harde les’ dat er bij Defensie en de andere ministeries geen alarmbellen zijn gaan rinkelen toen het er op leek dat bij de Nederlandse luchtaanval van 2 op 3 juni 2015 op een bommenfabriek in het Iraakse Hawija burgerslachtoffers waren gevallen. Premier Rutte moet ’meer context’ schetsen, vindt Jetten.

Uit de nieuwe informatie blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij het bewuste bombardement. De informatie – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers – was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld. Hennis had volgens haar eigen herinnering waarschijnlijk ook de premier mondeling van de bevindingen op de hoogte gesteld. Rutte sluit dat niet uit, maar kan zich het niet herinneren. Koenders herinnert het zich evenmin.

Hoewel aanvankelijk werd gesproken van zeventig doden, valt het exacte aantal burgerslachtoffers nog altijd niet vast te stellen. Evenmin is duidelijk geworden hoe het kon dat Hennis destijds de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over Iraakse burgerslachtoffers bij Nederlandse luchtaanvallen.

“Ik kan niet in iemands hoofd kijken”

„Dit schept voor mij maximale helderheid”, zegt CU-leider Segers. Zelf denkt hij dat hij het wel zou onthouden als hem was verteld van mogelijke slachtoffers. ,,Maar ik kan niet in iemands hoofd kijken.” Nu is het zaak ’lessen te trekken’.

Dat vindt CDA-Kamerlid Van Helvert ook. „Er is onder de vorige minister een grote fout gemaakt door de Kamer niet te informeren. Dat is onder deze minister ontdekt. Nu moeten we ervan leren en zorgen voor meer transparantie over militaire operaties.” Het uitgangspunt voor Bijleveld is nu anders dan bij het debat van twee weken geleden dat de bewindsvrouw met de hakken over de sloot overleefde. „Toen had ze twee uur de tijd om de feiten op een rij te zetten. Nu twee weken.”

De oppositie neemt geen genoegen met de uitleg van Bijleveld. GL-voorman Klaver gelooft er niks van dat premier Rutte van niks wist. „Zelfs ik krijg informatie mee uit buitenlandse kranten. Rutte heeft een heel leger ambtenaren om die informatie voor hem te verzamelen.” PVV-leider Wilders noemt de uitleg ’ongeloofwaardig’. Volgens SP-Kamerlid Karabulut heeft de minister alleen nog maar meer mist gecreëerd.

Verwarrend

PvdA-leider Asscher vindt de brief van Bijleveld een ’onbevredigend en verwarrend verhaal’. „We hebben tijdens het vorige debat het vertrouwen opgezegd in de minister. Dat is met deze brief niet hersteld. Aan de andere kant moet je je er ook bij neerleggen als zo’n motie van wantrouwen het niet haalt.” Volgens de vice-premier uit het vorige kabinet speelt bij de positie van de PvdA ’op geen enkele manier’ mee dat partijgenoot Koenders was ingelicht over mogelijke burgerdoden. Asscher gelooft Koenders dat hij er niks van wist.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld Mark Rutte Bert Koenders Hennis Segers Lodewijk Asscher Hawija Islamitische Staat

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

AD 26.11.2019 Hoe kun je een melding over burgerdoden nou vergeten, zoals premier Rutte en oud-minister Koenders claimen? (Ervarings)deskundigen aan het woord over ‘oorlogsmist’, verhullende formuleringen en de feilbaarheid van ons geheugen. ‘Hòe je iets zegt, maakt veel uit’.

Voor oppositiepartijen is het compleet ongeloofwaardig: zowel premier Mark Rutte heeft – net als toenmalig minister Bert Koenders – ‘geen herinnering’ aan het gesprek waarin Defensieminister Jeanine Hennis aangaf dat een Nederlands bombardement in Hawija (Irak) op 4 juni 2015 veel meer schade veroorzaakte dan gepland.

,,De toon van de boodschap was niet alarmerend”, schreef haar opvolger Ank Bijleveld (CDA) maandagavond aan de Tweede Kamer. ,,Ze maakte feitelijk melding van een explosie (…) en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden gevallen waren.”

Rampzalig

Terwijl bij termen als bombardement, Irak en mogelijke burgerdoden toch alle alarmbellen af moeten gaan, zegt ook voormalig SP-Kamerlid Harry van Bommel, die jaren geleden al Kamervragen stelde over de kwestie: ,,De mogelijkheid van burgerslachtoffers is een rampzalig gegeven voor het kabinet: het is ondermijnend voor je draagvlak om een missie voort te zetten.”

Generaal-majoor buiten dienst Frank Van Kappen: ,,Als je iets op tafel krijgt met burgerslachtoffers is dat geen klein bier, volgens de procedures wordt dat gedeeld met de bazen van alle betrokken ministeries”, zegt de VVD-senator die in het verleden de VN-secretaris generaal adviseerde over vredesoperaties. Oud-Defensieminister Hans Hillen (CDA), op de vraag of hij een melding over burgerdoden zou onthouden: ,,Tuurlijk, je leeft heel erg mee.”

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) meldde eerder deze week dat haar voorganger Hennis melding over mogelijke burgerdoden maakte bij Rutte en Koenders.

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) meldde eerder deze week dat haar voorganger Hennis melding over mogelijke burgerdoden maakte bij Rutte en Koenders. © ANP

Hoe kan het dan dat Koenders en Rutte zich niks meer herinneren van zo’n letterlijk en figuurlijk explosieve mededeling? Is dat nu jaren later dan een gewiekste Haagse formulering om een kabinetscrisis te bezweren, of kan het zijn dat ze het daadwerkelijk niet meer weten?

Rechtspsycholoog Sophie van der Zee (Erasmus Universiteit Rotterdam) waarschuwt vooral dat we de vergeetachtigheid niet te makkelijk af moeten doen als functionele ‘Haagse amnesie’: ,,Je kijkt met kennis van nu terug. We weten nu van die waarschijnlijk 70 burgerdoden en zeggen dan: hoe kun je zoiets nou vergeten?

Maar in de wetenschap kennen we de term ‘hindsight bias’, de wijsheid achteraf. Op het moment dat je informatie hebt en de afloop nog niet kent, waardeer en taxeer je die anders. Zo verwijten we de kapitein van de Titanic dat hij ondanks de ijsbergen harder ging varen. Maar dat doen we omdat we weten dat het schip daardoor ten onder ging.”

Nog een voorbeeld: ,,Er is beroemd onderzoek naar de dood van een zwerver die overleed na een arrestatie op de stoep bij een Amsterdams politiebureau. Later is getuigen gevraagd of er sprake was van excessief geweld door de agenten.

De grote meerderheid zei: ja. Maar twee mensen waren milder, zij stelden dat er geen buitensporig geweld was toegepast. Wat bleek? Deze twee waren toeristen, zij wisten niet dat de zwerver uiteindelijk overleden was na de arrestatie. Zij redeneerden dus niet naar de uitkomst toe.”

Voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA).

Voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA). © ANP

Daarbij maakt het een enorm verschil wat er precies gemeld is, op welke toon, binnen welke context, zeggen Van der Zee, Hillen en Van Kappen: ,,Was het terloops”, zegt Van Kappen. ,,Of een uitgebreid schriftelijk verslag?” Hillen: ,,Vergeet niet dat het ministerschap een rollercoaster is, met de hele dag door zoveel informatie. En informatie over zulke zaken komt vaak druppelsgewijs binnen, uit verschillende bronnen, die elkaar soms ook tegenspreken.”

Van der Zee: ,,Stel dat toen tegen Rutte gezegd is: het bombardement is volgens plan uitgevoerd, het doel is uitgeschakeld, maar er is nog onduidelijkheid over mogelijke burgerdoden. Dan kan de boodschapper denken: ik heb het verteld, maar Rutte kan even goed denken: ik heb nooit meegekregen dat er zoveel burgerdoden gevallen zijn. In zekere zin hebben ze dan beiden gelijk.”

Daarom komt het er – ook in het debat vandaag –op aan hoe Hennis haar collega’s informeerde, welke woorden ze gebruikte, hoe uitgebreid het was. Iets dat oppositiepartijen exact zullen uitbenen. Daar moet ook duidelijkheid over komen, al is het maar om te voorkomen dat ambtenaren, adviseurs en ministers voortaan liever in vaagtaal communiceren, juist om latere politieke problemen te voorkomen onder het motto ‘wat niet weet, wat niet deert’. Van Bommel: ,,Je weet ook: hoe preciezer je het opschrijft, hoe pijnlijker het wordt.”

De ministers Jeanine Hennis van Defensie (VVD) en Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) zaken praten met de Tweede Kamer over de Artikel 100 brief inzake de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Afghanistan (in 2014).

De ministers Jeanine Hennis van Defensie (VVD) en Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) zaken praten met de Tweede Kamer over de Artikel 100 brief inzake de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Afghanistan (in 2014). © ANP

Premier Rutte en toenmalig minister Hennis tijdens een persconferentie in 2017. Ⓒ ANP

Hennis: ’Rutte vermoedelijk geïnformeerd over burgerdoden Irak’

Telegraaf 26.11.2019 Niet alleen toenmalig defensieminister Hennis, maar ook haar collega’s van destijds, Koenders (Buitenlandse Zaken) en Van der Steur (Justitie), waren ervan op de hoogte dat er bij een Nederlandse luchtaanval in Irak mogelijk burgerdoden waren gevallen. Ook premier Rutte wist er vermoedelijk van.

Rutte en Koenders zijn zelfs door Hennis, zo herinnert zij zich, ook mondeling geïnformeerd over de luchtaanval van 3 op 4 juni 2015, waarbij een Nederlandse F-16 een fabriekje onder vuur nam waar IS autobommen produceerde. Hoewel de toon van Hennis ’niet alarmerend’ zou zijn geweest, vertelde ze hen wel van ’secundaire explosies’ in het fabriekje en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen. Zowel Koenders als Rutte zegt zich daar niks van te kunnen herinneren.

Een en ander blijkt uit nieuwe informatie die minister Bijleveld (Defensie) maandag in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met het noemen van de premier en de andere ministers als ’medeweters’ bracht de CDA-bewindsvrouw zichzelf tijdens het debat van twee weken geleden in het nauw. Deze week moet zij andermaal verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer, nu waarschijnlijk samen met de premier.

Herexamen Bijleveld

Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet duidelijk hoeveel burgerslachtoffers er in 2015 in Irak door Nederlandse bommen zijn gevallen. En waarom tegenover de Kamer is ontkend dat er überhaupt burgers waren gedood door Nederlands toedoen, blijft nog even vaag.

Minister Ank Bijleveld bracht zichzelf in het nauw

Minister Ank Bijleveld (Defensie) moet het deze week allemaal toelichten als ze voor een herexamen naar de Tweede Kamer moet. Al komt ze beter beslagen ten ijs dan twee weken geleden, toen ze een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. Dat kwam onder meer doordat ze onduidelijk was over wat de andere ministers wisten die betrokken waren bij de militaire operatie tegen Islamitische Staat.

Bekijk ook: 

’Toon Bijleveld was niet goed’ 

Ambtelijke stuurgroep

Nu blijkt dat behalve de toenmalige minister van Defensie ook de minister van Veiligheid en Justitie (Van der Steur) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren geïnformeerd. Ook premier Rutte had ’kennis kunnen nemen’ van het verslag van een ambtelijke stuurgroep die een dag na de aanslag bijeenkwam.

De club hoge ambtenaren stelde vast dat bij een door Nederland uitgevoerde aanval van de coalitie op een IS-autobommenfabriek in de buurt van Kirkuk ’secundaire ontploffingen’ waren geweest en dat er daardoor mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen.

Een verslag van de bijeenkomst is naar de betrokken ministeries gestuurd, waaronder dat van premier Rutte. Toenmalig defensieminister Hennis herinnert zich dat ze de bevindingen ook persoonlijk heeft meegedeeld aan Koenders en Rutte, al zou de toon bij dat gesprek ’niet alarmerend’ zijn geweest. De twee heren herinneren zich er niets van.

Nog altijd is onduidelijk hoeveel burgerdoden er zijn gevallen bij de luchtaanval die Nederlandse F-16’s in de nacht van 2 op 3 juni uitvoerden in Hawija. „De uren en dagen na deze wapeninzet waren met veel onzekerheden omgeven.”

Geen verkeerde afwegingen

Ondanks de duisternis was het de jachtvliegers al duidelijk dat de explosies groter waren dan verwacht. Even later konden onderzoekers van het Amerikaanse legeronderdeel Centcom dat ook vaststellen, net als dat het aannemelijk was dat er burgers om het leven waren gekomen.

Van fouten in het uitkiezen van het doel was geen sprake, van verkeerde operationele afwegingen evenmin, concludeerden de Amerikanen, een conclusie die Defensie een jaar later ook trok. Maar waar in ambtelijk overleg werd verwezen naar een finaal oordeel, bleef dat van de Amerikanen uit, aangezien het finale rapport over de aanval nooit is verschenen.

’Ongeloofwaardig’

„De antwoorden van het kabinet zijn onthutsend en ongeloofwaardig”, reageert GroenLinks-leider Jesse Klaver. „Het is moeilijk te geloven dat de premier zich niets herinnert van een gesprek over burgerdoden door toedoen van het Nederlandse leger.” Het was GroenLinks dat bij het vorige debat de motie van wantrouwen tegen Bijleveld indiende.

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk meer van; defensie Hennis de Kamer Bert Koenders Ank Bijleveld Mark Rutte Ard van der Steur Tweede Kamer der Staten-Generaal

Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

NU 26.11.2019 Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis herinnert zich dat ze in 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling heeft geïnformeerd over het bombardement in Hawija. Ook toenmalig minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zou volgens haar zijn ingelicht.

Dat staat in een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld van Defensie. Rutte en Koenders kunnen zich het gesprek niet herinneren, staat ook in de brief.

De minister-president heeft “geen herinnering aan een dergelijk gesprek’, maar “sluit ook niet uit dat dit gesprek heeft plaatsgevonden”.

Volgens Hennis heeft ze geen aantallen genoemd toen ze over het aantal burgerslachtoffers sprak. Ook zou “de toon van de boodschap niet alarmerend” zijn geweest.

Ze zou feitelijk hebben verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F-16’s sprake was van secundaire explosies en dat onderzocht moest worden of er ook burgerdoden waren gevallen.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, onder wie een groot aantal burgerslachtoffers.

Premier Rutte zei begin november ook al dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 is geïnformeerd over de Nederlandse luchtaanval waarbij burgers om het leven kwamen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de luchtaanval. Mogelijk is Rutte daar ook bij aanwezig.

Lees meer over: Politiek

 

Rutte en Koenders blijven ontkennen dat ze wisten van burgerdoden Irak

Elsevier 26.11.2019 Premier Mark Rutte (VVD) is ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over mogelijke burgerdoden bij het bombardement op een IS-bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija in 2015. Dat blijkt uit een brief die minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) maandagavond naar de Tweede Kamer stuurde. Ex-minister Bert Koenders (PvdA, Buitenlandse Zaken) wist er volgens de brief zeker van, maar zegt net als Rutte dat hij van niets wist.

‘Vermoedelijk’ heeft toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) in juni 2015 Rutte mondeling op de hoogte gesteld van het Nederlandse bombardement op Hawija, schrijft Bijleveld. In het gesprek zou de voormalige bewindsvrouw, die nu de hoogste vertegenwoordiger is van de Verenigde Naties in Irak, de premier hebben laten weten dat meer onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

Lees ook dit commentaar van Eric Vrijsen: Weinig verheffende politieke spelletjes na  burgerdoden Irak

‘De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden,’ schrijft minister Bijleveld in de brief. ‘Er staat mij niets van bij,’ zei Rutte begin deze maand al, nadat de CDA-minister het ‘aannemelijk’ had genoemd dat andere ministers van de burgerdoden op de hoogte waren. Toch sloot de premier niet bij voorbaat uit dat het hem of zijn ambtenaren destijds wel ter ore is gekomen.

De toon van Hennis was echter ‘niet alarmerend’ en er zijn geen aantallen burgerslachtoffers genoemd, zei de toenmalige VVD-minister, die alleen ‘feitelijk melding maakte van een secundaire explosie na inzet van Nederlandse F-16’s, de oorzaak van de explosies, en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’. Dat is te lezen in de brief van Bijleveld, die bevestigt dat Rutte niet uitsluit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, en dat Koenders volhoudt dat hij er niet over is geïnformeerd.

Vaststaat dat ambtenaren van betrokken ministeries (de zogeheten Stuurgroep Missies en Operaties) een dag na de aanval, op 4 juni, hebben gesproken over de gebeurtenis. In het overleg werd de mogelijkheid genoemd van eventuele burgerdoden, maar een concreet aantal werd niet genoemd. Daarna is bijna een jaar niet over de luchtaanval gesproken in de stuurgroep of bij ander overleg tussen ministeries, schrijft Bijleveld.

De minister geeft er in haar brief geen duidelijkheid over waarom haar voorganger Hennis in 2015, enkele weken na de aanval, de Tweede Kamer niet juist heeft geïnformeerd. De VVD-bewindsvrouw zei destijds dat er geen burgerdoden waren gevallen. Kort na de aanval verschenen al berichten, waaronder van persbureau Reuters, waarin sprake was van ongeveer zeventig burgerdoden.

Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden, onthulde Eric Vrijsen eerder deze maand

‘In de Nederlandse media is destijds niet bericht over de aanval,’ schrijft Bijleveld in haar brief. ‘Tegelijkertijd was er in deze periode sprake van ISIS-propaganda die volledig gericht was op het in diskrediet brengen van de acties van de anti-ISIS coalitie, zoals de wapeninzet in Hawija.’ Pas vorige maand maakten Nederlandse media (Nieuwsuur en NRC) voor het eerst melding van burgerslachtoffers bij de aanval op de bommenfabriek van terreurgroep Islamitische Staat.

Op dinsdag 6 november debatteerde Bijleveld met de Tweede Kamer over de kwestie. Bijna de voltallige oppositie zegde het vertrouwen in de minister toen op, maar SGP en onafhankelijk Kamerlid Wybren van Haga stemden net als de coalitiepartijen tegen een motie van wantrouwen. Die overleefde Bijleveld, die haar ‘oprechte excuses’ aanbood voor het verkeerd informeren van de Kamer. De minister is ook politiek verantwoordelijk voor het handelen van haar voorganger.

‘Woordje “vermoedelijk” duidt erop dat Hennis aan het gissen is’

‘Het woordje “vermoedelijk” duidt er al op dat ze zelf eigenlijk min of meer aan het gissen is hoe het is gegaan,’ zei Elsevier Weekblad-redacteur Carla Joosten in Den Haag dinsdagochtend in redioprogramma Goedemorgen Nederland van WNL over de verklaringen van oud-minister Hennis. Volgens Joosten ‘dekt hij [premier Rutte] zichzelf al helemaal in’ door te zeggen dat hij geen herinnering heeft aan een gesprek over burgerdoden, maar tegelijk niet uit te sluiten dat het hem wel is verteld. ‘Dit kennen we van hem natuurlijk heel goed. “Ik heb daar geen actieve herinnering aan.” Dat is toch een beetje een ijkzin van hem.’

Volgens Joosten gaat minister Bijleveld woensdag, wanneer de kwestie in de Tweede Kamer opnieuw wordt besproken, wederom een moeilijk debat tegemoet. ‘Ze zal weer excuses moeten maken, van “misschien heb ik dingen te hard gezegd, het blijkt toch allemaal wat vager te zijn gegaan”, want dat is eigenlijk de kern van deze brief.’ Ook vindt de EW-redacteur het opmerkelijk dat Koenders – van wie Hennis zeker wist dat ze hem over mogelijke burgerdoden had gesproken – blijft volhouden dat hij niet op de hoogte is gebracht. ‘Dat werkt dan ook weer een beetje ten positieve van Rutte, want hij is niet de enige die het zich niet herinnert.’

Lees ook deze column van Philip van Tijn Bombardement in Hawija: bijzaken worden politieke hoofdzaken

Tweede Kamerlid Jan Paternotte van coalitiepartij D66 zegt dat ‘dit allemaal voorkomen had kunnen worden’ als het ministerie van Defensie duidelijker en transparanter had gecommuniceerd: ‘Als we met elkaar de afspraak hadden van, zodra het kan, zodra het veilig is, breng je gewoon alle informatie naar buiten over zo’n militaire missie waar je gebombardeerd hebt en ook als er eventuele slachtoffers zijn.’ De minister van Defensie heeft in haar brief al beloofd in de toekomst de Tweede Kamer sneller te informeren over burgerslachtoffers die vallen door Nederlandse militaire acties. Dat zal ‘standaard en zo snel mogelijk vertrouwelijk’ gebeuren.

Oppositie niet overtuigd: ‘Wie gelooft Rutte nog?’

Gezien de reacties op Twitter zijn de oppositiepartijen van links tot rechts niet overtuigd door de brief. Velen trekken de verklaringen van Bijleveld, Hennis en Rutte in twijfel. Een selectie van de tweets:

GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver vindt het ‘ongeloofwaardig’ dat Rutte zich niets herinnert, en vraagt zich af of er ‘dan niemand is die de premier daarover informeert’:

 Jesse Klaver

RTL Nieuws

@RTLnieuws

In de Kamerbrief staat verder dat de minister-president ‘geen herinnering heeft aan een dergelijk gesprek’. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4933821/hawijapremier-rutte-vermoedelijk-mondeling-geinformeerd-over 197  
Volgens SP-Kamerlid Sadet Karabulut is het ‘niet te geloven’ dat Rutte en Koenders ‘hun herinneringen “kwijt” zijn’, en ‘is gelogen tegen de Tweede Kamer’. Tevens denkt ze dat het ‘nooit de bedoeling’ was om het parlement de waarheid te vertellen:

Sadet Karabulut

@SadetKarabulut

Het is niet te geloven dat de minister-president en minister van Buitenlandse Zaken hun herinneringen ‘kwijt’ zijn. Het is onacceptabel dat niemand heeft gevraagd en laten onderzoeken burgerslachtoffers. Ook niet na een heftige explosie. Wel is gelogen tegen de Tweede Kamer.

Sadet Karabulut

@SadetKarabulut    

En voor alle duidelijkheid en tegen alle spin in. Ze hadden het kunnen en moeten weten. Alleen al de SP fractie heeft bijna twintig keer vragen gesteld over burgerslachtoffers. Maar het was nooit de bedoeling ons de waarheid te vertellen. Tot op de dag van vandaag. Dat kan niet. 28  

Henk Krol

@HenkKrol

De – in mijn ogen – belangrijkste passage uit de zojuist verzonden brief aan de Kamer van minister Bijleveld over het haperende geheugen van de minister-president.

Afbeelding weergeven op Twitter
‘Wie gelooft Rutte nog?’ PVV-leider Geert Wilders in elk geval niet:

Geert Wilders

@geertwilderspvv

Wie gelooft Rutte nog? https://twitter.com/fonslambie/status/1199047710554435590 

Fons Lambie

@fonslambie

Brief kabinet over #burgerslachtoffers in #Irak: zowel premier Rutte als toenmalig minister Koenders hebben “geen herinneringen” aan gesprek met minister Hennis over bombardement in #Hawija.

Afbeelding weergeven op Twitter

Forum voor Democratie-lijsttrekker Thierry Baudet is sceptisch over het ‘vermoedelijk’ informeren van premier Rutte door ex-minister Hennis:

Thierry Baudet

@thierrybaudet

ThePostOnline

@TPOnl

Jeanine Hennis: Ik heb vermoedelijk Mark Rutte geïnformeerd over mogelijke burgerdoden Irak https://ift.tt/37BUvje 988  

Gerelateerde artikelen;

Hawija in oktober 2017, nadat de stad was bevrijd van IS. 

Hawija in oktober 2017, nadat de stad was bevrijd van IS. Foto Ali Mukarrem Garip/Getty

Niemand vroeg door na de bom op Hawija

NRC 26.11.2019 Na het bombardement op de Irakese stad Hawija in 2015 waren er aanwijzingen dat er veel burgerdoden te betreuren waren. Bewindslieden toonden weinig belangstelling.

Kon men het weten? En zo ja, wilde men het weten? Deze twee vragen rijzen bij lezing van het nieuwste feitenrelaas van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) over de bloedige gevolgen van de Nederlandse luchtaanval op Hawija, op 3 juni 2015.

Bij de aanval vonden 70 burgers de dood, zo bevestigde het Amerikaans opperbevel Centcom in december 2018 aan NRC en NOS, die de aanval samen onderzochten. Onder hen waren 22 vrouwen en 26 kinderen, berichtte NGO Airwars al eerder op basis van ooggetuigeverslagen.

Ja, men kon snel na de aanval al het nodige weten, blijkt uit het relaas van Bijleveld maandagavond. Immers, er waren vanuit de lucht wel veel verwoeste woonhuizen na het bombardement te zien. Op 7 juni 2015 ging een officier naar het hoofdkwartier van de internationale coalitie in Qatar, en hoorde daar meer details over de schade.

Lees ook: Hoe een Nederlandse bom 70 burgers doodde

Op 4 november 2019, onlangs dus, was Bijleveld nog stelliger en concreter. Uit haar brief aan de Tweede Kamer van toen bleek dat in militaire kring al snel bekend was dat de cirkel van vernietiging in Hawija veel wijder was dan waarmee de coalitie bij de planning rekening had gehouden.

„Uit ons eigen Battle Damage Assesment (BDA) bleek direct dat er sprake was van onbedoelde nevenschade”. Een eerste rapport van de Amerikanen dat Defensie op 15 juni 2015 ontving, noemde burgerslachtoffers „geloofwaardig”.

Haar voorganger, Jeanine Hennis (VVD), had daarom de Kamer verkeerd ingelicht, aldus Bijleveld. Hennis schreef op 24 juni 2015 dat „voor zover bekend” er geen burgerslachtoffers waren gevallen bij Nederlandse bombardementen. „Dat was fout”, zei Bijleveld daarover toen.

NRC en NOS stuitten bij hun eigen onderzoek ook op veel aanwijzingen dat al vroeg duidelijk was dat er veel burgerslachtoffers waren. Op 4 juni meldde Reuters al de mogelijkheid van burgerslachtoffers, mede op basis van uitlatingen van ‘veiligheidsfunctionarissen’.

„Een luchtaanval van de door de VS geleide coalitie heeft een hele wijk platgelegd in een Noord-Irakese stad die wordt gecontroleerd door militanten van IS. Tientallen mensen werden gedood, inclusief burgers, zeiden getuigen en veiligheidsfunctionarissen.”

Er werd vooral veel afgewacht

Commandant John Hesterman van de luchtoperaties tegen IS kondigde op 5 juni een onderzoek aan, zoals gebruikelijk bij aanwijzingen van burgerslachtoffers. Een paar weken later, op 24 juni, zei Pentagon-woordvoerder Steve Warren dat een onderzoek was begonnen, nadat eerdere aanwijzingen „geloofwaardig”, waren gebleken.

Als men in de junidagen van 2015 stevige aanwijzingen had dat het beleid van Nederland – geen burgerslachtoffers, in elk geval zo min mogelijk – in Hawija op een fiasco was uitgelopen, wilde men dat dan wel weten? Voor wie de brief van Bijleveld leest, lijkt het antwoord nee.

In de maanden en jaren na die junimaand 2015, werd vooral veel afgewacht in Den Haag: op nadere rapporten van het Amerikaans opperbevel, op eigen onderzoeken, eerst van Defensie, later van het Openbaar Ministerie. Niemand uit het kabinet toonde indringende belangstelling. Hennis niet als eerst verantwoordelijke minister. Premier Mark Rutte niet als coördinator van het regeringsbeleid; hij werd slechts summier geïnformeerd.

En Bert Koenders als minister van Buitenlandse Zaken (PvdA) en eerste ondertekenaar van brieven over de voortgang van de F-16-missie tegen IS, evenmin. Informatie van het Rode Kruis aan de Nederlandse ambassade in Bagdad over burgerdoden in onder meer Hawija, is geen aanleiding voor een actievere houding van ‘BuZa’.

De patronen die minister Bijleveld maandagavond schetst, herinneren enigszins aan een ander drama met honderd keer zoveel burgerdoden, de val van Srebrenica in 1995. De parlementaire enquête-commissie die het Srebrenica-drama met 7.000 slachtoffers onderzocht, sprak in 2002 over „onwil” van ambtenaren en militairen om actief op zoek te gaan naar onwelkome informatie die haaks stond op heersende veronderstellingen. Toenmalig NIOD-directeur Hans Blom had het over „het gebrek aan goede wil om uit eigen initiatief te zorgen dat de minister zo goed mogelijk werd geïnformeerd”.

Zeventien jaar later zijn er opnieuw aanwijzingen voor zo’n gebrek aan wil – nu ook van politici – om onwelkome informatie op de agenda te krijgen. Als mogelijke verklaring spelen ten minste drie fenomenen een rol: de onvolledigheid en dubbelzinnigheid van de informatie die juni 2015 voorhanden was, de manier waarop informatiestromen functioneren, en de fase van de oorlog tegen IS in 2015.

Daags na de aanval op Hawija zei de Amerikaanse commandant John Hesterman tijdens een persconferentie dat er „geen bewijzen” waren van burgerslachtoffers, wel aanwijzingen. Zijn staf beschikte wel over (lucht-)beelden van ingestorte en weggevaagde huizen en gebouwen. Het bergen van lichamen in de puinhopen, het identificeren van slachtoffers, het onderscheiden van IS-strijders (vrijwel altijd in burger) en ‘non-combattanten’, het was allemaal onmogelijk.

Lees ook: het interview met minister Bijleveld: ‘burgerslachtoffers calculeren we niet in, zo opereren we niet’

Verder was in die in juni-dagen vooral tevredenheid over het uitschakelen van de bommenfabriek van IS. Een belangrijk militair doelwit, vlak bij de frontlijn richting de stad Kirkuk, was ermee uitgeschakeld. De berichten in Irak daarover waren „positief”, schrijft Bijleveld in haar brief.

Slecht nieuws is onwelkom

Voor ambtenaren zijn voorlopigheden en dubbelzinnigheden aanleiding om ‘nader onderzoek’ af te wachten. „Onrijpheid” van informatie, noemt oud-minister Ed van Thijn dat in zijn boek De Informatie-paradox (2004). Hij somt daarin maar liefst dertig „dwingende, legitieme redenen” voor ambtenaren om „de minister (nog) niet te informeren”.

Behalve onrijp geachte informatie gaat het om zaken als ‘gedoebeperking’, ‘onwelkome boodschap’, ‘slecht nieuws schaadt de eigen organisatie’, ‘collegialiteit’ (geen ‘matennaaien”) , ‘informatie is te vertrouwelijk voor derden’, en ‘strijdigheid met het belang van de staat’.

Veel van dit alles kan een rol hebben gespeeld in de Hawija-casus. De eerste drie hebben te maken met het slechte nieuws over de vele burgerslachtoffers waarop niemand zat te wachten.

De collegialiteit speelt vooral in situaties waarbij meerdere departementen zijn betrokken en men elkaar tegenkomt in interdepartementale werkgroepen, zoals de Stuurgroep Missies en Operaties. De laatste twee factoren hebben te maken met de geclassificeerde informatie. Verspreiding van die informatie kan uitlekken en de vijand in de kaart spelen.

De fase van de oorlog tegen IS, anno 2015, stimuleerde evenmin het actief informeren naar een mogelijk bloedbad door een Nederlandse bom. Die oorlog kwam dichtbij door een reeks terreuraanslagen. Bijleveld refereert eraan in haar nieuwste brief. In zo’ n situatie worden burgerdoden anders gewogen dan nu.

Het oersterke geloof in hightech-bommen, speelde daarbij ook een rol. In een Kamerdebat, eind juni 2015, zei toenmalig minister Hennis: „Het is zo precies. Het is niet zo dat je gelijk een complete wijk of regio platlegt. Dat komt door die smart weapons waarover ik net sprak.” In augustus 2015 had de coalitie na 5.000 bombardementen twee burgerdoden toegegeven.

Ook bij de media, steeds bepalender voor de ambtelijk-politieke agenda in Den Haag, was er geen grote aandacht voor het onderwerp burgerdoden. De aanval op Hawija werd in Nederlandse media niet gemeld, stelt Bijleveld vast. Burgerdoden werden voor journalisten pas later in de oorlog tegen IS een groot issue.

Later deze week buigt de Tweede Kamer zich opnieuw over ‘Hawija’. Hoeveel begrip Kamerleden willen opbrengen voor de historische context en ambtelijke gedragingen van destijds, zal dan blijken.

Tijdens een eerder debat over Hawija wees de minister naar andere ministeries, die waarschijnlijk ook van de zaak geweten hadden. Beeld ANP

Bijleveld komt terug op eerdere beweringen over ‘Hawija’

Trouw 25.11.2019 Het was nooit duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen, zegt Defensie nu over het bombardement in Irak.

Defensieminister Ank Bijleveld moet de klappen opvangen rond de vraag welke bewindspersonen in juni 2015 wisten van burgerdoden bij een bombardement in het Irakese Hawija. Het Kamerdebat hierover vindt vermoedelijk woensdag plaats.

De minister stuurde maandagavond een uitgebreide brief naar de Kamer. Daarin probeert ze een antwoord te geven op vragen rond haar bewering van drie weken geleden dat het ‘aannemelijk’ was dat andere betrokken ministeries destijds door Defensie op de hoogte waren gesteld.

Die maand loog toenmalig defensieminister Jeanine Hennis tot tweemaal toe tegen de Kamer over een Nederlandse rol bij burgerdoden, door iedere betrokkenheid te ontkennen. Door de formulering van Bijleveld rees de vraag wat premier Mark Rutte al die tijd wist.

Bijleveld schrijft nu dat het nooit duidelijk is geweest hoeveel burgerdoden er precies in Hawija zijn gevallen. In de bewuste nacht van 2 op 3 juni konden de Nederlandse gevechtspiloten niet vaststellen wat de precieze gevolgen waren toen hun aanval op een bommenfabriek in het gebied van Islamitische Staat tot een veel grotere ontploffing leidde dan verwacht. Ook een eerste Nederlands onderzoek bracht op 9 juni geen helderheid, evenmin als een eerste Amerikaans onderzoek van 15 juni.

Omdat het allemaal niet precies duidelijk was, is er op 4 juni in een overleg tussen hoge ambtenaren van verschillende ministeries niet gesproken over aantallen burgerdoden. Wel meldde Defensie dat er meer schade was dan verwacht en dat de mogelijkheid van burgerdoden onderzocht werd.

Vergaloppeerd

Na het overleg bracht een ambtenaar van buitenlandse zaken minister Bert Koenders schriftelijk op de hoogte. Premier Mark Rutte kreeg nog niets te horen, want zijn vertegenwoordiger was die dag niet bij het overleg.

Hennis heeft ergens in juni wel aan Koenders, en naar zij zich herinnert vermoedelijk ook aan Rutte, over mogelijke burgerdoden verteld. Haar toon was ‘niet alarmistisch’, en Koenders en Rutte herinneren zich de gesprekken niet meer.

Als de nieuwe uitleg klopt, heeft Bijleveld zich in het vorige debat over Hawija vergaloppeerd. Toen zei ze dat aan Hennis op 9 juni is verteld dat er ‘veel meer nevenschade’ was dan verwacht, en ‘dat er waarschijnlijk ook veel burgerslachtoffers bij waren gevallen’.

In de brief van maandag betoogt Bijleveld juist dat nooit duidelijk is geworden hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen, omdat Nederland en de VS dit niet ter plaatse konden controleren.

Een ander open einde is de boodschap van Defensie tijdens het overleg met andere departementen op 4 juni. Daarin werd volgens de brief van maandag summier verteld dat na het bombardement springstof in de fabriek tot ontploffing kwam, en dat in Irakese media ‘de mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers werd genoemd’.

Defensie had destijds echter ook informatie uit eigen hand, zo valt op een andere pagina te lezen. Al tijdens de aanval ‘was het voor de vliegers duidelijk dat de secundaire explosies veel groter waren dan verwacht en dat sprake was van aanzienlijke schade aan diverse gebouwen’.

De nieuwe lezing maakt het verklaarbaar dat Rutte zich niets meer kan herinneren van mogelijke burgerdoden, maar brengt Bijleveld juist in de problemen. Als zij drie weken geleden in de Kamer een ander beeld schetste dan nu uit haar brief naar voren komt, is de vraag wanneer de Kamer haar nog moet geloven.

Loodzwaar debat

De minister wacht dan ook een loodzwaar debat. Drie weken geleden raakte ze tijdens het eerste debat over Hawija al politiek beschadigd. Vrijwel de gehele oppositie steunde toen een motie van wantrouwen tegen de minister.

Ook is Bijleveld politiek verantwoordelijk voor het feit dat de informatie die Defensie op 4 juni met andere ministeries deelde, een veel vager beeld geeft van de gebeurtenissen rond Hawija dan dat men blijkens de meldingen van de eigen piloten vermoedde. Bijleveld zal de Kamer nu moeten overtuigen dat zij de juiste persoon is om deze informatievoorziening in de toekomst te verbeteren.

Daarbij zal vermoedelijk ook een nieuw onderzoek naar Hawija discussiepunt worden. Want naar nu blijkt is er tot en met 2016 wel onderzoek gedaan door de Amerikaanse krijgsmacht, maar heeft dat alleen voorlopige bevindingen opgeleverd. “Recente navraag leert dat er inderdaad nooit een finaal rapport, oftewel Closure Report, is opgemaakt.”

Lees ook: De feiten over Hawija zijn nog steeds niet boven water

De minister van defensie en verschillende ministeries zijn druk op zoek naar documenten over het bombardement in Hawija, Irak. De Tweede Kamer raakt geïrriteerd. ‘Bizar hoeveel tijd ze hiervoor nodig hebben, deze zaak stinkt.’

Waarom de gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Meer over; Ank Bijleveld Hawija politiek Defensie Mark Rutte Kamer Marno de Boer

Minister Ank Bijleveld (Defensie) en kolonel-vlieger Peter Tankink (directie Operaties) tijdens een persconferentie over een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015. Beeld ANP

Defensie sloeg nooit groot alarm over luchtaanval op Hawija

VK 25.11.2019 Het ministerie van Defensie sloeg nooit groot alarm, ook niet intern, over de gevolgen van de luchtaanval op Hawija in juni 2015. Het informeerde andere betrokken ministeries langs de gebruikelijke ambtelijke kanalen, maar in algemene bewoordingen.

Toenmalig minister Jeanine Hennis herinnert zich dat ze ‘vermoedelijk’ premier Mark Rutte mondeling heeft ingelicht in juni 2015, ook op een ‘niet alarmerende toon’.

Rutte ‘heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden’. Dat blijkt uit een brief die minister van Defensie Ank Bijleveld maandagavond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, mede namens de premier en de ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Justitie.

Naar de brief werd met spanning uitgekeken, vooral toen premier Rutte en de twee PvdA-ministers van Buitenlandse Zaken van destijds, Bert Koenders en Lilianne Ploumen, verklaarden zich niet te herinneren over het voorval ingelicht te zijn.

De brief bevat tussen de regels door wel een verklaring voor het formeel delen van informatie met andere ministeries, wat keurig gebeurd is (al was Algemene Zaken niet aanwezig bij de eerste briefing hierover op 4 juni 2015) en het feit dat er niemand op aansloeg.

Daarbij helpt een cruciaal zinnetje in Bijlevelds brief, dat verschillende keren terugkeert: ‘Aantallen mogelijke burgerslachtoffers zijn daarbij niet genoemd, aangezien deze niet konden worden vastgesteld.’

De verklaring zit dus in het verschil tussen enerzijds de alarmerende open rapportages in buitenlandse media (Nederlandse media schreven niet over Hawija) en door ngo’s over grote, maar sterk wisselende en onbevestigde aantallen doden; en anderzijds ‘ambtelijk aanvaarde, want bevestigde doden’.

Vertrouwelijke lijst

Wat betreft de eerste categorie waren er direct nieuwsberichten van Reuters, Al Jazeera en uit de Iraakse pers. In augustus 2015 gaf het Internationale Rode Kruis aan Buitenlandse Zaken een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen van burgerslachtoffers, waaronder een aanval op Hawija op 4 juni, waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood en honderden anderen verwond.

‘Het was niet duidelijk of dezelfde aanval werd bedoeld als Nederlandse wapeninzet in Hawija in de nacht van 2 op 3 juni’, meldt de brief. Een rapport van de ngo Airwars uit die tijd gaf aan dat dat naar verluidt 70 burgers waren gedood, ‘maar maakt ook melding van berichtgeving die sprak over 150 burgerslachtoffers’.

Officieel echter was er geen duidelijkheid over aantallen doden – en die zou ook, tot de dag van vandaag, nooit komen. Er was het bericht van 15 juni 2015 van het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, Centcom, dat het ‘geloofwaardig’ achtte dat er burgerslachtoffers waren gevallen, maar dat niet kon verifiëren of falsifiëren. In een later rapport noemde Centcom het ‘waarschijnlijk’ dat er burgerdoden waren gevallen. Een uiteindelijk rapport is er nooit gekomen.

Doordat in de officiële communicatie van Defensie – klaarblijkelijk ook tussen de departementen – de voorzichtige lijn werd gehandhaafd dat er ‘mogelijk’ of ‘waarschijnlijk’ burgerdoden waren gevallen, zonder context te geven over de onbevestigde berichten dat het ging om tientallen burgerdoden, konden de gevolgen van de luchtaanval op Hawija jarenlang onder de radar blijven.

Onderwijl werden alle betrokken partijen formeel wel op de hoogte gesteld en kon het OM ook onderzoek doen en concluderen dat er geen aanleiding was tot vervolgonderzoek. Ambtelijk klopte alles dus wellicht, maar deze week zal de Tweede Kamer zich in een debat uitspreken over de vraag of ze vindt dat politiek ook alles klopt.

Meer over; Hawija politiek Mark Rutte Tweede Kamer Arnout Brouwers

De Speld: Bijleveld neemt verantwoordelijkheid maar ‘het was wel al een rotzooitje’

Minister informeert Tweede Kamer over gang van zaken rond Hawija

RO 25.11.2019 Minister Ank Bijleveld heeft de Tweede Kamer vandaag geïnformeerd over hoe de informatie over de wapeninzet in Hawija met de verschillende ministeries is gedeeld. De minister schrijft verder namens de minister-president en de betrokken ministers hoe Defensie in de toekomst transparanter kan zijn over de gevolgen van de Nederlandse inzet en wat kan worden gedaan met de afhandeling van eventuele schade.

Daarnaast heeft de minister van Defensie antwoorden op Kamervragen van de Tweede Kamerleden Diks (GroenLinks) en Karabulut (SP) naar de Kamer gestuurd.

De Tweede kamer heeft aangegeven snel na het ontvangen van de brief een debat te willen met de minister-president en minister van Defensie Bijleveld.

Kamerstukken;

Kamerbrief met antwoorden op nadere vragen over de wapeninzet in Hawija

Kamerstuk: Kamerbrief | 25-11-2019

Beantwoording Kamervragen over een passage uit het boek Missie F-16 over mogelijke burgerslachtoffers in Irak

Kamerstuk: Kamervragen | 25-11-2019

Beantwoording Kamervragen over een luchtaanval op Mosul in Irak

Kamerstuk: Kamervragen | 25-11-2019

Zie ook;

Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

NU 25.11.2019 Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis herinnert zich dat ze in 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling heeft geïnformeerd over het bombardement in Hawija. Ook toenmalig minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zou volgens haar zijn ingelicht.

Dat staat in een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld van Defensie. Rutte en Koenders kunnen zich het gesprek niet herinneren, staat ook in de brief.

De minister-president heeft “geen herinnering heeft aan een dergelijk gesprek’, maar “sluit ook niet uit dat dit gesprek heeft plaatsgevonden”.

Volgens Hennis heeft ze geen aantallen genoemd toen ze over het aantal burgerslachtoffers sprak. Ook zou “de toon van de boodschap niet alarmerend” zijn geweest.

Ze zou feitelijk hebben verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F-16’s sprake was van secundaire explosies en dat onderzocht moest worden of er ook burgerdoden waren gevallen.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, onder wie een groot aantal burgerslachtoffers.

Premier Rutte zei begin november ook al dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 is geïnformeerd over de Nederlandse luchtaanval waarbij burgers om het leven kwamen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de luchtaanval. Mogelijk is Rutte daar ook bij aanwezig.

Lees meer over: Politiek

Hawija na het bombardement NOS

Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over burgerdoden, geen aantallen genoemd

NOS 25.11.2019 Oud-minister Hennis van Defensie zegt dat ze in 2015 haar collega Koenders van Buitenlandse Zaken mondeling heeft geïnformeerd over mogelijke burgerdoden in Irak, en vermoedelijk ook premier Rutte. Ze heeft daarbij geen aantallen slachtoffers genoemd, staat in een brief van minister Bijleveld van Defensie aan de Tweede Kamer.

Zowel Koenders als Rutte zegt zich niets te kunnen herinneren van dat gesprek. Maar Rutte sluit niet uit dat het toch heeft plaatsgevonden. Volgens Hennis was haar boodschap “niet alarmerend van toon”. Ze heeft feitelijk verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F16’s op een bommenfabriek in Hawija sprake was van secundaire explosies, en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen.

Bij de aanval, op 3 juni 2015, hebben zo’n 70 onschuldige burgers het leven verloren. Die getallen gingen al snel na het bombardement rond, maar volgens Bijleveld was er in die eerste tijd nog heel veel onduidelijk en moest nader onderzoek duidelijkheid brengen.

Wie wist wat, op welk moment

Deze week, vermoedelijk woensdag, debatteert de Tweede Kamer opnieuw over de gang van zaken rond het bombardement en de burgerdoden. De Kamer wil precies weten wie er op welk moment op de hoogte was dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen. De Kamer werd daarover officieel pas vorige maand, ruim vier jaar na dato, op de hoogte gebracht. Dat gebeurde na publicaties van de NOS en NRC Handelsblad.

In de brief die Bijleveld vanavond naar de Kamer stuurde staat dat een groep ambtenaren van verschillende ministeries al op 4 juni, een dag na de aanval, over de actie heeft gesproken. Daarbij is ook gemeld dat er in de Iraakse pers de mogelijkheid van burgerdoden werd gemeld. Het ministerie van Algemene Zaken was bij die bespreking niet aanwezig, maar heeft er achteraf wel kennis van kunnen nemen via de besluitenlijst.

Toch zei toenmalig minister Hennis eind juni 2015 tot twee keer toe tegen de Kamer dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen. Omdat de Kamer dus onjuist geïnformeerd was, kreeg huidig minister Bijleveld begin deze maand een motie van wantrouwen gepresenteerd door GroenLinks. Die motie werd gesteund door bijna de hele oppositie.

Eerder vertrouwelijk informeren

Bijleveld zal met terugwerkende kracht een overzicht geven van alle Nederlandse acties in Irak tussen 2014 en 2018. Dan gaat het om het aantal missies, de locaties, wat voor doel er was en welke wapens zijn gebruikt.

Om in de toekomst onduidelijkheid te voorkomen, wil de minister voortaan de Kamer zo snel mogelijk vertrouwelijk informeren over mogelijke burgerslachtoffers die door Nederlandse wapens zijn veroorzaakt.

Bekijk ook;

Rutte ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over Irak

Telegraaf 25.11.2019 Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft in juni 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling op de hoogte gesteld van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak en daarbij gezegd dat nader onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

“De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden”, schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Hennis is wel zeker toenmalig minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) op de hoogte te hebben gesteld. Volgens Hennis was “de toon van de boodschap niet alarmerend” en zijn er geen aantallen burgerdoden genoemd. Koenders heeft ook geen herinnering aan een dergelijk gesprek.

Onjuist geïnformeerd

Bij de luchtaanval vielen veel doden maar het exacte aantal is niet vast te stellen, aldus Bijleveld. Het zou om vele tientallen doden gaan waaronder burgers. Een dag de aanval repten internationale media over zeventig doden.

Hennis informeerde enkele weken later de Kamer onjuist over de kwestie door te melden dat er geen doden waren door Nederlandse acties in Irak. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd. Bijleveld hoorde dat pas begin deze maand.

In debat

Ze liet de Kamer weten dat het “aannemelijk” was dat meer bewindslieden in 2015 op de hoogte waren gesteld onder wie de premier. Daar wilde de Kamer toen het naadje van de kous van weten. Tijdens een debat over de kwestie zegde bijna de hele oppositie het vertrouwen in Bijleveld op.

De Kamer gaat zoals het zich nu laat aanzien woensdag 27.11.2019 in debat met Rutte en Bijleveld over de zaak.

Premier Rutte en toenmalig minister Hennis tijdens een persconferentie in 2017. Ⓒ ANP

’Rutte, Koenders en Van der Steur wisten van mogelijke burgerdoden’

Telegraaf 25.11.2019 Niet alleen toenmalig defensieminister Hennis, maar ook haar collega’s van destijds, Koenders (Buitenlandse Zaken) en Van der Steur (Justitie), waren ervan op de hoogte dat er bij een Nederlandse luchtaanval in Irak mogelijk burgerdoden waren gevallen. Ook premier Rutte wist ervan.

Rutte en Koenders zijn zelfs door Hennis, zo herinnert zij zich, ook mondeling geïnformeerd over de luchtaanval van 3 op 4 juni 2015, waarbij een Nederlandse F-16 een fabriekje onder vuur nam waar IS autobommen produceerde.

Hoewel de toon van Hennis ’niet alarmerend’ zou zijn geweest, vertelde ze hen wel van ’secundaire explosies’ in het fabriekje en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen. Zowel Koenders als Rutte zegt zich daar niks van te kunnen herinneren.

Een en ander blijkt uit nieuwe informatie die minister Bijleveld (Defensie) maandag in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met het noemen van de premier en de andere ministers als ’medeweters’ bracht de CDA-bewindsvrouw zichzelf tijdens het debat van twee weken geleden in het nauw. Deze week moet zij andermaal verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer, nu waarschijnlijk samen met de premier.

Herexamen Bijleveld

Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet duidelijk hoeveel burgerslachtoffers er in 2015 in Irak door Nederlandse bommen zijn gevallen. En waarom tegenover de Kamer is ontkend dat er überhaupt burgers waren gedood door Nederlands toedoen, blijft nog even vaag.

Minister Ank Bijleveld bracht zichzelf in het nauw

Minister Ank Bijleveld (Defensie) moet het deze week allemaal toelichten als ze voor een herexamen naar de Tweede Kamer moet. Al komt ze beter beslagen ten ijs dan twee weken geleden, toen ze een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. Dat kwam onder meer doordat ze onduidelijk was over wat de andere ministers wisten die betrokken waren bij de militaire operatie tegen Islamitische Staat.

Bekijk ook:

’Toon Bijleveld was niet goed’ 

Ambtelijke stuurgroep

Nu blijkt dat behalve de toenmalige minister van Defensie ook de minister van Veiligheid en Justitie (Van der Steur) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren geïnformeerd. Ook premier Rutte had ’kennis kunnen nemen’ van het verslag van een ambtelijke stuurgroep die een dag na de aanslag bijeenkwam.

De club hoge ambtenaren stelde vast dat bij een door Nederland uitgevoerde aanval van de coalitie op een IS-autobommenfabriek in de buurt van Kirkuk ’secundaire ontploffingen’ waren geweest en dat er daardoor mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Toenmalig defensieminister Hennis herinnert zich dat ze dit ook persoonlijk heeft meegedeeld aan Koenders en premier Rutte. De twee heren herinneren zich er niets van.

Nog altijd is onduidelijk hoeveel burgerdoden er zijn gevallen bij de luchtaanval die Nederlandse F-16’s in de nacht van 2 op 3 juni 2015 uitvoerden in Hawija. „De uren en dagen na deze wapeninzet waren met veel onzekerheden omgeven.”

Geen verkeerde afwegingen

Ondanks de duisternis was het de jachtvliegers al duidelijk dat de explosies groter waren dan verwacht. Even later konden onderzoekers van het Amerikaanse legeronderdeel Centcom dat ook vaststellen, net als dat het aannemelijk was dat er burgers om het leven waren gekomen.

Van fouten in het uitkiezen van het doel was geen sprake, van verkeerde operationele afwegingen evenmin, concludeerden de Amerikanen, een conclusie die Defensie een jaar later ook trok. Maar waar in ambtelijk overleg werd verwezen naar een finaal oordeel, bleef dat van de Amerikanen uit, aangezien het finale rapport over de aanval nooit is verschenen.

’Ongeloofwaardig’

„De antwoorden van het kabinet zijn onthutsend en ongeloofwaardig”, reageert GroenLinks-leider Jesse Klaver. „Het is moeilijk te geloven dat de premier zich niets herinnert van een gesprek over burgerdoden door toedoen van het Nederlandse leger.” Het was GroenLinks dat bij het vorige debat de motie van wantrouwen tegen Bijleveld indiende.

Bekijk ook:

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Bekijk ook:

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk meer van; defensie Hennis de Kamer Bert Koenders Ank Bijleveld Mark Rutte Ard van der Steur Tweede Kamer der Staten-Generaal

Bijleveld: toenmalig Defensieminister Hennis ‘vermoedt’ Rutte ingelicht te hebben

AD 25.11.2019 Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis heeft minister-president Mark Rutte in juni 2015 ‘vermoedelijk’ mondeling ingelicht nadat zij had gehoord over een Nederlands bombardement in Irak waarbij waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Dat deed ze in elk geval bij Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken. Ze noemde geen dodental. In Hawija kwamen waarschijnlijk zo’n zeventig burgers om het leven.

Minister Ank Bijleveld van Defensie schrijft vanavond in een langverwachte brief aan de Tweede Kamer dat Hennis zich deze gang van zaken zo herinnert. De gesprekken zouden niet op alarmerende toon zijn gevoerd, maar ze zou ‘feitelijk melding’ hebben gemaakt van een tweede explosie na het bombardement van een Nederlandse F-16. ‘Nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’, schrijft Bijleveld.

Lees ook;

 

Lees meer

Lees meer

Geen herinnering

Rutte zei eerder deze maand al geen herinnering te hebben dat hij snel na de luchtaanval in 2015 werd ingelicht. Dat herhaalt Bijleveld ook: ,,De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken stelt bij navraag geen herinnering te hebben aan een dergelijk gesprek.”

Koenders werd op 1 juli 2015 door één van zijn topambtenaren nogmaals geïnformeerd over de ‘collatoral damage’ door een Nederlandse F-16 in Irak. Ook begin juni 2015 en mei 2016 zou de PvdA-bewindsman tot drie keer toe zijn geïnformeerd over de kwestie. Zijn partij, de PvdA, steunde begin november een motie van wantrouwen tegen minister Bijleveld.

Ambtelijk overleg

Ook de ambtenaren van de meest betrokken ministeries (Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Defensie, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken) werden op 4 juni 2015 tijdens een regulier overleg ingelicht. Daarin werd ook melding gemaakt van mogelijke burgerslachtoffers. Maar, schrijft Bijleveld, bij dat overleg was het ministerie van Rutte, Algemene Zaken, niet aanwezig.

Zijn ambtenaren konden wel in de besluitenlijst lezen wat er was besproken, aldus Bijleveld, maar daarin stond enkel: Daarin stond enkel dat het ministerie van Defensie meldde dat met een aanval van Nederlandse F-16’s bommenfabriek was vernietigd – niets over burgerdoden.

Bijleveld stelt dat het ‘tot de dag van vandaag’ niet duidelijk is hoeveel slachtoffers er vielen.

Geloofwaardig

Uit het eerste Amerikaanse onderzoek naar het misgelopen bombardement bleek dat het credible (geloofwaardig) was dat er burgerslachtoffers zouden zijn gevallen in de nacht van 2 op 3 juni 2015, maar niet hoeveel doden er waren gevallen.

Het aanvullende onderzoek kreeg defensie op 22 januari 2016 binnen. Daaruit bleek dat het bombardement volgens de regels was verlopen, maar dat het wel probable (aannemelijk) was dat bij de door Nederland uitgevoerde aanval burgerdoden te betreuren vielen.

Daarmee beschouwden de Amerikanen het onderzoek ‘gesloten’. Een zogeheten closure report, waarvan Elsevier schreef dat het ministerie het niet kon vinden, werd door de Amerikanen nooit opgemaakt, zo ‘leert recente navraag’, aldus Bijleveld.

Rutte ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over Irak

MSN 25.11.2019 Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft in juni 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling op de hoogte gesteld van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak en daarbij gezegd dat nader onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

“De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden”, schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Hennis is wel zeker toenmalig minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) op de hoogte te hebben gesteld. Volgens Hennis was “de toon van de boodschap niet alarmerend” en zijn er geen aantallen burgerdoden genoemd. Koenders heeft ook geen herinnering aan een dergelijk gesprek.

Onjuist geïnformeerd

Bij de luchtaanval vielen veel doden maar het exacte aantal is niet vast te stellen, aldus Bijleveld. Het zou om vele tientallen doden gaan waaronder burgers. Een dag de aanval repten internationale media over zeventig doden.

Hennis informeerde enkele weken later de Kamer onjuist over de kwestie door te melden dat er geen doden waren door Nederlandse acties in Irak. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd. Bijleveld hoorde dat pas begin deze maand.

In debat

Ze liet de Kamer weten dat het “aannemelijk” was dat meer bewindslieden in 2015 op de hoogte waren gesteld onder wie de premier. Daar wilde de Kamer toen het naadje van de kous van weten. Tijdens een debat over de kwestie zegde bijna de hele oppositie het vertrouwen in Bijleveld op.

De Kamer gaat zoals het zich nu laat aanzien woensdag 27.11.2019 in debat met Rutte en Bijleveld over de zaak.

 

Alaa met zijn zoontje Abdulmalek NOS

Alaas zoontje werd blind door Nederlandse aanval, maar hij koestert geen wrok

NOS 24.11.2019 Ze waren in Hawija wel gewend aan bombardementen. Maar die van 3 juni 2015 veranderde het leven van de Iraakse Alaa Qader en zijn gezin volledig. Zijn zoontje raakte halfblind, zijn vrouw gewond, hun huis en winkel werden verwoest.

Na een vluchtroute via Turkije en Griekenland kwamen Alaa en zijn vijf kinderen in Nederland terecht. Hier hoorde hij vorige maand wie er achter het bombardement in zijn voormalige woonplaats Hawija zat: een Nederlandse F-16. Die viel op de bewuste junidag in 2015 een autobommenfabriek van IS aan, waarbij zeker zeventig doden vielen.

“Dat was een grote verrassing voor mij”, zegt Alaa over de Nederlandse betrokkenheid. Bij de luchtaanval in Hawija raakte zijn vrouw gewond aan haar rug door een granaatscherf. Zijn destijds 5-jarige zoontje, dat door de knal onder een omgevallen deur terecht was gekomen, raakte blind aan zijn rechteroog. “Zijn oog bloedde. Volgens de dokter is zijn pupil verdwenen door een stuk metaal dat erin was gekomen.”

Het bombardement voelde als een soort aardbeving, vertelt Alaa:

‘Dieven zullen het geld voor wederopbouw in hun eigen zak steken’

Ondanks dat Alaa en zijn gezin nog altijd kampen met de gevolgen van het bombardement nemen ze de Nederlandse overheid weinig kwalijk. “Het probleem ligt niet bij Nederland, de Nederlandse regering of de Nederlandse vliegtuigen”, zegt hij. “De schuld ligt bij IS. Zij hebben ons gebied bezet.”

Wel vindt Alaa het lastig te verkroppen dat de Nederlandse aanval zo veel impact heeft gehad op het leven van hem en zijn familie. “Door het bombardement is onze toekomst verpest. We zijn ons land verloren, ons huis, onze winkel.” Voor de luchtaanval had Alaa een zaak voor vrouwen- en kinderkleding. “Ik had veel werk. De situatie was goed.”

Alaa en zijn gezin woonden op zo’n 1 tot 1,5 kilometer afstand van de gebombardeerde IS-fabriek. Toch stortte ook hun huis in:

1/3 NOS

2/3 NOS

3/3 NOS

Inmiddels heeft Alaa ook hier een baan gevonden, als postbode in zijn woonplaats Zoetermeer. “Daar ben ik heel blij mee”, zegt hij. Ook zijn zoon Abdulmalek, inmiddels 9 jaar, heeft het naar zijn zin in Nederland. “Ik voel me hier veiliger dan daar. En het gaat goed op school.”

Wie wist wat?

Bij het bombardement op de IS-bommenfabriek in Hawija, uitgevoerd door een Nederlandse F-16, vielen zeker zeventig burgerdoden. Wat het kabinet daar toen van wist, blijft onduidelijk. Die vraag ligt op tafel sinds de NOS en NRC het nieuws over de luchtaanval vorige maand naar buiten brachten.

Volgens minister Bijleveld van Defensie heeft haar voorganger Hennis de Tweede Kamer tot twee keer toe verkeerd geïnformeerd over de zaak. Hennis zei dat Nederland niet betrokken was bij bombardementen waarbij burgerdoden zijn gevallen, terwijl ze op dat moment al zou weten dat dat niet waar was. Premier Rutte kan zich naar eigen zeggen niet herinneren of hij al in 2015 van die slachtoffers wist.

Bijleveld is de kwestie nu aan het uitzoeken. Eigenlijk zou ze afgelopen week met meer informatie komen, maar woensdag werd duidelijk dat het kabinet daar meer tijd voor nodig heeft. Waarschijnlijk wordt er begin deze week meer bekend.

Bekijk ook;

Bijleveld is nog lang niet uit de problemen

RTL 23.11.2019 Het was deze week betrekkelijk rustig rond CDA-minister Ank Bijleveld van Defensie, een uitstelbriefje over wie wat wist van het bombardement in Syrië daargelaten. Maar het is stilte voor de storm; volgende week zal de CDA-minister toch echt duidelijk moeten maken wie allemaal wist van de 74 doden, onder wie heel veel onschuldige burgers, en daarover heeft gezwegen.

Het is zo’n levensgevaarlijk dossier dat een bewindspersoon opeens in grote problemen kan brengen. Drie weken geleden was er nog weinig aan de hand. Bijleveld was weliswaar politiek verantwoordelijk voor de bombardementen met de tragische afloop.

Maar het was gebeurd onder haar voorgangster Jeanine Hennis, die – dat stond inmiddels vast – de Tweede Kamer had voorgelogen. De algemene verwachting was dat Bijleveld het debat wel zou overleven, ook al dreigden sommige fracties met een motie van wantrouwen.

“Gedurende het debat ontstond er steeds meer ergernis toen Bijleveld al te nadrukkelijk haar voorgangster begon zwart te maken.”

Bijleveld is een vakvrouw met een grote dosis kennis en ervaring. Haar indrukwekkende cv (12 jaar Kamerlidmaatschap, bijna 7 jaar burgemeester, 3 jaar staatssecretaris, 6 jaar Commissaris van de Koning en sinds 2017 minister) staat bol van politieke en bestuurlijke vaardigheden.

Ze staat erom bekend lastige dossiers aan te kunnen. Zo was zij als staatssecretaris verantwoordelijk voor de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen. Bijleveld is veruit de meest ervaren bewindspersoon van het CDA. Ook het Iraakse drama zou zij, zo was de verwachting, in rustiger vaarwater kunnen brengen.

Dat ging haar aanvankelijk goed af. Bijleveld erkende haar politieke verantwoordelijkheid, bood haar excuses aan en de Kamer aanvaardde dat welwillend. Maar gedurende het debat ontstond er steeds meer ergernis toen Bijleveld al te nadrukkelijk haar voorgangster, die zich niet kon verweren, begon zwart te maken. Het was Hennis die de Kamer onjuist had geïnformeerd, niet zij. Bijleveld verloor zichtbaar de controle over het debat; spanning en nervositeit waren van haar gezicht te lezen.

De Kamer trok de touwtjes steeds strakker aan: wanneer wist Bijleveld van het bombardement?

Bij haar aantreden, twee jaar geleden? Waarom had ze zolang gezwegen, waarom kwam ze pas naar buiten na publicaties van NOS en NRC? En waarom zei ze, volkomen onverwacht, dat in 2015 de ministeries van Algemene Zaken (Rutte), Buitenlandse Zaken (Koenders), Ontwikkelingssamenwerking (Ploumen), en Veiligheid en Justitie (Van der Steur) ook op de hoogte waren? De betrokken bewindspersonen kunnen zich er niets van herinneren.

“Nu is Bijleveld aangeschoten wild, wordt zij niet meer klakkeloos op haar woord geloofd.”

Er zijn maar weinig bewindslieden die met zo’n klein verschil in stemmen de dans weten te ontspringen. Acht (!) partijen dienden die bewuste dinsdagavond de motie van wantrouwen in; de vier regeringspartijen, SGP en de eenmansfractie Van Haga hielden Bijleveld met 79 tegen 71 stemmen in het zadel. Maar voor hoelang?

Bijleveld heeft zichzelf onnodig in problemen gebracht. Was zij gebleven bij het benadrukken van haar politieke verantwoordelijkheid en haar verontschuldigingen en zou ze niet hebben geprobeerd anderen mede aansprakelijk te maken, dan was zij nog steeds een gerespecteerd bewindspersoon geweest.

Nu is Bijleveld aangeschoten wild, wordt zij niet meer klakkeloos op haar woord geloofd en wacht haar nog een heel zwaar debat, waarvan de uitkomst ongewis is.

Met haar schat aan ervaring had dat nooit mogen gebeuren.

Kabinet: Meer tijd nodig voor feiten rond burgerdoden Hawija

NU 20.11.2019 Het kabinet heeft meer tijd nodig om uit te zoeken hoe en wanneer premier Mark Rutte op de hoogte is gesteld van de Nederlandse luchtaanvallen op de Iraakse stad Hawija waarbij zeventig doden zijn gevallen.

Het kabinet zou uiterlijk deze week met een uitleg komen, maar schrijft woensdag in een brief aan de Kamer dat het “helaas niet gelukt” is.

De vertraging is volgens defensieminister Ank Bijleveld te wijten aan “een gecompliceerde ICT-structuur”.

Volgens de minister zijn er vorderingen gemaakt, maar gaat het om veel documenten die onderzocht moeten worden. Het kabinet hoopt begin volgende week de feiten op een rij te hebben

Twee weken geleden overleefde minister Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen in het debat over de burgerdoden in Hawija. Het ministerie van Defensie had de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij de luchtaanvallen in Irak.

Minister Bijleveld verwees nadrukkelijk naar haar voorganger, oud-defensieminister Jeanine Hennis, die in 2015 op de hoogte was dat er burgerslachtoffers waren gevallen hij de aanval om een IS-bommenfabriek in Hawija.

De defensieminister voegde daaraan toe dat het “aannemelijk” was dat ook premier Rutte op de hoogte was gesteld. Premier Rutte zei daags na het Kamerdebat zich niet te kunnen herinneren dat hij geïnformeerd is over de zeventig burgerdoden. “Er staat mij niets van bij”, zei de minister-president toen.

‘Feiten zijn zoek, geheugen is kwijt’

De Tweede Kamer eist nu een nieuw feitenrelaas waar duidelijk wordt gemaakt wie wanneer wat wist.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut vindt het tekenend dat het kabinet opnieuw uitstel aankondigt. “Het is zorgelijk dat de premier zijn herinneringen zo lang kwijt is”, aldus Karabulut.

De SP’er wijst erop dat de Kamer twee weken geleden al om openheid vroeg en verwijt het minister Bijleveld dat zij niet volledig is geweest. “De feiten zijn zoek en het geheugen is kwijt”, aldus de politica. “Er zijn kennelijk nog zo veel documenten die wij niet hebben gekregen, dit is alles behalve transparant.”

Kabinet heeft nog meer tijd nodig voor informatie burgerdoden Irak

NOS 20.11.2019 Het kabinet heeft opnieuw meer tijd nodig om uit te zoeken hoe het precies zit met de informatie over het Nederlandse bombardement in Irak, waarbij zeventig burgerdoden vielen. De Tweede Kamer wil van het kabinet weten wie wanneer op de hoogte was.

Het gaat daarbij vooral over de rol van premier Rutte. Die zei twee weken geleden zich niet te kunnen herinneren of hij al in 2015 op de hoogte is gesteld van burgerslachtoffers. Minister Bijleveld zei tegen de Kamer dat Defensie ten onrechte heeft gemeld dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen. Zij noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren van het incident, waaronder het departement van de premier.

Gecompliceerde ICT

Bijleveld heeft de Kamer al twee keer eerder geschreven dat er meer tijd nodig is om de kwestie goed uit te zoeken. In haar vorige brief sprak ze de verwachting uit dat het eind deze week zou worden. Mede namens de premier en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus schrijft zij nu dat het omwille van de zorgvuldigheid “begin volgende week” wordt.

Bijleveld benadrukt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken een “decentraal postennet” heeft met een gecompliceerde ICT-structuur. Ze wijst verder op de vele personeelsveranderingen op dat departement, “zeker op hard-ship posten zoals Bagdad”. Volgens haar moeten ook veel bestanden worden doorzocht.

Haagse bronnen melden dat zeven ministers al twee keer over de “informatiebrief” hebben vergaderd, maar dat ze het nog niet eens zijn.

Bekijk ook;

Debat burgerdoden Irak uitgesteld

Telegraaf 20.11.2019 Defensie heeft meer tijd nodig om antwoord te geven op Kamervragen over welke ministers wisten van de burgerdoden door een Nederlandse luchtaanval in Irak. Defensieminister Bijleveld had de Tweede Kamer beloofd eind deze week helderheid te geven.

Reden is volgens de minister dat veel informatie van Buitenlandse Zaken moet komen, en dan niet alleen van het ministerie, maar ook van de ambassade in Bagdad, dat veel verloop kende van personeel, zeker op zogeheten ’ontberingsposten’ in Irak. „Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder genoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd.”

Kamerleden willen onder meer weten of premier Rutte en de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Justitie en op de hoogte waren gebracht van de burgerdoden die waren gevallen bij de luchtaanval van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in Hawija. Defensie gaf in een feitenrelaas aan dat het ’aannemelijk’ was dat de ’meest betrokken ministeries’ waren geïnformeerd.

Bij de aanval in Hawija vielen op 3 juni 2015 zeventig doden, zowel IS-strijders als burgers. Toenmalig minister Hennis (Defensie) werd al een paar dagen later door het Amerikaanse commando op de hoogte gesteld dat er vermoedelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Desondanks meldde zij twee weken later aan de Kamer dat er geen burgerdoden in Irak waren gevallen door Nederlandse luchtacties. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd.

Al was Bijleveld de eerste die tegenover de Kamer erkende dat Nederland verantwoordelijk was voor de burgerdoden en daarmee tegemoet kwam aan de verlangde openheid, kreeg zij het twee weken geleden in het debat over het onderwerp knap lastig. Haar werd verweten dat ze niet eerder aan de bel had getrokken.

Bovendien vond de Kamer het ongeloofwaardig dat ze pas de vrijdag voorafgaand aan het debat had ontdekt dat de Kamer verkeerd was geïnformeerd. Bovendien was ze onduidelijk over wat premier Rutte precies wist. De CDA-bewindsvrouw overleefde ternauwernood een motie van wantrouwen.

Bekijk ook: 

Bijleveld opnieuw naar Kamer om leugen over burgerdoden 

Na de brief van volgende week zal de Kamer opnieuw een debat houden over de kwestie.

Bekijk meer van; defensie Ank Bijleveld Irak Tweede Kamer der Staten-Generaal

Pas volgende week duidelijkheid wie wat wist rond burgerdoden Irak

AD 20.11.2019 De brief waarin minister Ank Bijleveld van Defensie duidelijkheid moet geven wie wat wanneer wist rond de Nederlandse aanval in Irak waarbij burgerdoden vielen, wordt wederom uitgesteld. De brief gaat nu pas begin volgende week naar de Tweede Kamer.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

In een uitstelbrief stelt Bijleveld dat de ‘gecompliceerde ICT- structuur’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor vertraging zorgt. ,,Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder benoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd”, schrijft Bijleveld aan de Kamer.

Ook stelt ze dat er al ‘goede vorderingen’ zijn gemaakt. Eerder schreef Elsevier nog dat de definitieve versie van een Amerikaans rapport na het fatale bombardement zoek was.

Feitenrelaas

Vorige week kregen Kamerleden ook twee brieven over het uitgebreide feitenrelaas, waar in politiek Den Haag reikhalzend wordt uitgekeken. In de eerste brief stond dat de Kamer daar deze week over zou worden geïnformeerd, in de tweede brief werd dat al uitgesteld naar eind van de week.

Begin deze maand erkende Defensie voor het eerst dat er bij aanvallen van Nederlandse F-16’s tijdens de missie tegen IS op twee plekken in Irak – Hawija en Mosul – burgerslachtoffers zijn gevallen. Bij het bombardement in Hawija vielen op 3 juni 2015 ruim 70 slachtoffers.

Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis wist daarvan, maar zei tegen de Kamer dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden. Daarmee heeft zij de Kamer verkeerd geïnformeerd.

Aannemelijk

Tijdens een spoeddebat over de kwestie stelde Bijleveld dat ook de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de hoogte waren van het misgelopen bombardement op een bommenfabriek, waar meer explosieven lagen dan verwacht. In een eerste feitenrelaas schreef zij dat het ‘aannemelijk’ was dat de meest betrokken departementen op de hoogte waren.

Dat leverde in het debat vragen op. Wist premier Mark Rutte van de kwestie? En de PvdA-bewindspersonen die toen op Buitenlandse Zaken zaten, Bert Koenders en Lilianne Ploumen? De drie hebben inmiddels ontkend ervan op de hoogte te zijn geweest of er herinneringen aan te hebben.

Bijleveld opnieuw naar Kamer om leugen over burgerdoden

Telegraaf 20.11.2019 Voor de tweede keer in korte tijd moet minister Ank Bijleveld (Defensie) deze week spitsroeden lopen in de Tweede Kamer. Niet de burgerdoden in Irak door Nederlandse bommen worden haar verweten, wel de leugen daarover richting de Tweede Kamer. Of ze bij het openbaren van alle blunders premier Mark Rutte uit de wind kan houden, is de vraag.

Oud-Kamerlid Harry van Bommel weet het nog goed. Op 30 juni 2015 debatteerde hij met toenmalig defensieminister Jeanine Hennis over de strijd tegen IS. Of daarbij door Nederlands toedoen burgerslachtoffers waren gevallen, wilde de oud-SP’er weten.

Voor zover we weten niet, zei Hennis. Het SP-Kamerlid geloofde het niet. „Hoe kan de minister de Kamer met zo’n grote stelligheid voorhouden dat er nul burgerslachtoffers zijn, als ze tegelijkertijd moet erkennen dat er no boots on the ground zijn en dat we een en ander niet kunnen controleren?”

’Een zeer terechte opmerking’, vond Hennis na een schorsing van het debat. „Je kunt het inderdaad niet met zo veel stelligheid vaststellen. De heer Van Bommel heeft gelijk. Ik kan natuurlijk nooit ’nul’ zeggen en dat had ik ook niet moeten zeggen.”

Briefing

Punt voor Van Bommel. Maar wat hij toen nog niet wist, was dat Hennis al drie weken daarvoor persoonlijk was gebriefd door het Amerikaanse commando (Centcom) van de internationale coalitie tegen IS over de luchtaanval die een Nederlandse F-16 in de nacht van 2 op 3 juni had uitgevoerd op een bommenfabriekje in het Iraakse Hawija.

Aangezien de aanval in de nacht had plaatsgevonden en de coalitie geen grondtroepen had in het gebied dat toen nog volledig onder controle stond van IS, had de piloot de schade niet zelf kunnen vaststellen.

In die briefing was Hennis meegedeeld dat er bij die aanval waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Er lagen meer explosieven opgeslagen dan verwacht, waardoor het bombardement indirecte explosies had veroorzaakt die niet alleen de bommenfabriek, maar ook de woonhuizen eromheen hadden getroffen.

Het aantal van zeventig slachtoffers werd toen al door meerdere media gemeld. Een week later kwam het ’initiële onderzoek’ Centcom schriftelijk naar Defensie. En definitief onderzoek is nog altijd niet gevonden.

Weer een week later, op 23 juni, verstuurde Hennis’ ministerie schriftelijke antwoorden op Kamervragen waarin Nederlandse betrokkenheid bij de burgerslachtoffers in Irak werd ontkend.

Hoe dat kan, is nog altijd een raadsel voor naaste medewerkers van Hennis, alom bekend als pietje-precies, zeker als het op het informeren van de Kamer aankwam. Had ze geheel volgens de beleidslijn geschreven dat Defensie er met het oog op de veiligheid van de operatie geen mededelingen over kon doen, dan was er ’geen vuiltje aan de lucht geweest’, zegt een bron bij Defensie.

Het lijkt erop dat de antwoorden al waren samengesteld voordat Hennis werd gebriefd. „Vervolgens heeft niemand het meer rechtgezet”, zegt een betrokkene. „De vragen vormden de basis voor haar verdere communicatie over de kwestie.”

Overleg

Wat is er vervolgens met de informatie gebeurd? Ook dat zijn ze bij Defensie nog altijd aan het uitzoeken. Vaststaat dat de informatie van Centcom is gedeeld in de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO), een wekelijks overleg waarin ambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken de lopende missies bespreken.

Het is een mondeling overleg, waarvan niet alles op schrift komt. Bovendien is nog onduidelijk welke ministeries aanwezig waren toen de ’nevenschade’ van de aanval in Hawija ter tafel kwam. Volgens betrokkenen was het de eerste keer dat de mogelijke burgerslachtoffers ter sprake werden gebracht. Algemene Zaken, Ruttes ministerie, zou niet aanwezig zijn geweest. Wat Rutte persoonlijk van Hennis heeft vernomen over de burgerdoden, is onduidelijk.

De onzekerheid bracht Bijleveld in het recente feitenrelaas aan de Kamer tot de formulering: „Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd.”

„Bij zaken die niet zeker zijn, wordt in dat overleg al snel besloten ze even weg te leggen tot ze wél zeker zijn”, zegt een hoge militair die destijds betrokken was bij de operatie. De mogelijke burgerslachtoffers bij de aanval in Hawija kwamen meermaals terug in het ambtelijk overleg. Defensie zou de kwestie telkens afdoen met de mededeling dat nader onderzoek nog uitsluitsel zou moeten geven.

En inderdaad. Het Openbaar Ministerie pakte de zaak op, maar pas in april 2018 komt de mededeling dat het OM geen onrechtmatigheden of procedurele fouten heeft kunnen vaststellen. In de tussentijd vraagt niemand naar ’Hawija’.

Vreemd

Dat is vreemd. „Als tijdens de Uruzganmissie zo’n rapport was gekomen, waren alle alarmbellen afgegaan”, zegt de militair. Tijdens die missie was er elke ochtend overleg over de operaties tussen de minister, de Commandant der Strijdkrachten of diens plaatsvervanger, de directeur operaties en de directeur voorlichting.

Bij het aantreden van Hennis is de frequentie teruggeschroefd naar eenmaal per week of minder, zodat de minister, die het toen zonder staatssecretaris moest doen, zich meer kon concentreren op de hoofdlijnen.

Vraag blijft waarom het tot begin deze maand duurde voordat iemand in het ministerie zijn hand opstak en opmerkte dat de Tweede Kamer al die tijd verkeerd was geïnformeerd. Het gebeurde toen Bijleveld zich met haar team voorbereidde op het Kamerdebat dat na berichtgeving door NRC en NOS was aangevraagd.

Een mogelijke verklaring is dat iemand bij Defensie, onduidelijk is nog altijd wie, had bedacht dat de briefing van Centcom in mei 2016 had plaatsgevonden, dus nadat Hennis tegenover de Kamer Nederlandse betrokkenheid had ontkend bij het vallen van burgerslachtoffers in Irak. Die datum is, zoals dat heet, ’een eigen leven gaan leiden’.

Voor Bijleveld, als opvolger van Hennis verantwoordelijk voor de desinformatie aan de Kamer, zit er niks anders op dan alle stommiteiten op tafel te gooien. Ze zal daarbij een veel deemoediger houding moeten aannemen dan tijdens het vorige debat, dat ze maar met de hakken over de sloot doorstond. Of ze daarbij premier Rutte uit de wind kan houden, is nog de vraag.

Wat hij wist van de mogelijke burgerslachtoffers is nog altijd onduidelijk. Met de vraag of de premier de Kamer informatie heeft onthouden komt niet alleen de positie van de minister in het schootsveld, maar ook die van de premier. Daarmee komt ook diens kabinet in de gevarenzone.

Bekijk meer van; defensie Jeanine Hennis-Plasschaert Ank Bijleveld Mark Rutte Irak Islamitische Staat Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rutte zwijgt: dit keer over verdwenen rapport

Elsevier 15.11.2019 Hoe zit het toch met het verdwenen document over de bombardementen in Irak? Premier Mark Rutte (VVD) weigerde na de ministerraad elk inhoudelijk commentaar en wacht nader onderzoek af.

Elsevier Weekblad onthulde deze week dat het definitieve rapport van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom over de ‘nevenschade’ bij een bombardement op 3 juni 2015 in Irak spoorloos is.

Vorige week overleefde minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) een motie van wantrouwen die werd ingediend in het Kamerdebat dat in crisissfeer verliep. In het debat werd uitgegaan van een ‘voorlopig rapport’ dat Centcom op 15 juni 2015 uitbracht. Daarin zou staan dat er zeventig doden waren gevallen, onder wie IS-strijders en onschuldige burgers. In zijn persconferentie vorige week was Rutte ook al zwijgzaam.

Lees wat Eric Vrijsen schreef over het verdwenen document

Intussen is het wachten op het beloofde definitieve feitenrelaas.

Het uitblijven ervan zorgt voor crisissfeer op het Binnenhof. Dat komt mede door de boosheid in de VVD over de wijze waarop CDA-minister Bijleveld voorgangster op Defensie Jeanine Hennis van de VVD met naam en toenaam aanwees als schuldige van verkeerde informatie aan de Tweede Kamer. Ze had immers verteld dat er geen burgerdoden waren gevallen. Het feitenrelaas moet ophelderen hoe de kwestie in zijn werk is gegaan.

Aha, de cliffhanger

Gevraagd of hij het document al had gevonden, zei Rutte: ‘Aha, de cliffhanger. We zijn bezig alles in kaart te brengen en zodra dat rond is volgt er een brief aan de Kamer.’

Wanneer dat dan wel zou zijn? ‘Zo snel mogelijk’ volgens de premier.

En zo ging het nog een tijdje toen BNR Nieuwsradio en Elsevier Weekblad de premier bevroegen.

Hij wilde niet beloven dat het document er volgende week is opdat de Kamer er dan over kan debatteren. ‘Wij werken zo hard mogelijk door. We kijken hoe ver we komen.’

Er is een zoekoperatie

Rutte zei niet te weten of de zoekoperatie die bij Defensie gaande is, de grootste ooit is op een ministerie. ‘Dat is mij niet bekend. Er is een zoekoperatie, maar hoe groot die is weet ik niet, in verhouding met eerder.’

Hoeveel ambtenaren erbij zijn betrokken? Rutte: ‘Geen idee.’ En op de vraag wat hij vindt van de paniek die zou zijn uitgebroken op de ministeries, zei hij dat dit niet zijn waarneming is.

De vraag of er ministers in gevaar zijn, weerde hij af door te zeggen dat er volgende week een brief komt.  ‘En verder zeg ik er niks over.’

We brengen alles in kaart

Hoe het mogelijk is dat in dit digitale tijdperk een document kwijtraakt? Rutte:  ‘U refereert aan specifieke berichten in uw eigen blad. En ik kan er verder niet op ingaan, we brengen alles in kaart en als dat gereed is dan zullen wij volledig openheid van zaken geven.’

Gerelateerde artikelen;

Kabinet zoekt nog naar antwoorden burgerdoden

Telegraaf 13.11.2019 Pas eind volgende week hoopt het kabinet duidelijkheid te kunnen geven op de vraag wanneer welke minister wist over de burgerdoden door een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak ruim vier jaar geleden. Dat heeft minister Ank Bijleveld (Defensie) de Tweede Kamer laten weten.

Vorige week werd duidelijk dat de Kamer door Defensie over de kwestie onjuist is geïnformeerd. Het leidde tot een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie tegen Bijleveld. Zij hoorde pas enkele dagen voor het debat dat de Kamer was voorgelogen. De volksvertegenwoordiging wil nu volledige openheid van zaken, want het is volgens Bijleveld „aannemelijk” dat de meest betrokken ministeries kort na de aanval al op de hoogte zijn gebracht.

Premier Mark Rutte zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij op de hoogte is gesteld in juni 2015 over de burgerdoden bij de aanval op een loods in Hawija van terreurgroep IS. Daarbij kwamen zeker zeventig mensen om. Lilianne Ploumen en Bert Koenders, destijds respectievelijk minister voor Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken, kunnen zich ook niet herinneren persoonlijk te zijn geïnformeerd over de aanval.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld

Kabinet: meer tijd nodig voor onderzoek informatie burgerdoden Irak

NOS 12.11.2019 Het kabinet slaagt er niet in om nog voor morgen informatie naar de Tweede Kamer te sturen over wie precies wat wist over het bombardement in 2015 op de Iraakse plaats Hawija. Bij een Nederlandse luchtaanval vielen destijds zeker zeventig burgerslachtoffers.

Toenmalig Defensie-minister Hennis meldde de Kamer, onjuist, dat er geen burgerslachtoffers waren en haar opvolger Bijleveld bood vorige week excuses aan voor die verkeerde informatie. Bijleveld noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren gebracht van het incident, waaronder het departement van de premier. Met name eventuele betrokkenheid van premier Rutte ligt politiek gevoelig.

Zo volledig mogelijk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wanneer op de hoogte is gesteld en welke kabinetsleden van de burgerdoden hebben geweten. Kamerleden wilden die informatie nog voor morgen ontvangen. Dan begint de behandeling in de Kamer van de begroting voor Buitenlandse Zaken.

Maar Bijleveld schrijft nu aan de Kamer, mede namens Rutte en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus, dat zij niet in staat is de antwoorden voor morgen af te hebben. Ze benadrukt dat het kabinet “zo volledig mogelijk wil zijn in de beantwoording van de vragen”.

Rutte zei vorige week woensdag dat hij zich niet kan herinneren dat hij in 2015 al op de hoogte is gesteld van burgerslachtoffers door de aanval van de Nederlandse F-16. “Er staat mij niets van bij.” En vrijdag wilde hij er op zijn wekelijkse persconferentie niet verder op ingaan. Hij zei dat nu eerst de feiten op een rijtje moeten worden gezet.

Bekijk ook;

‘Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden’

AD 12.11.2019 Het kabinet kan een belangrijk rapport rond het Nederlandse bombardement in Irak in 2015, waarbij zeventig burgerdoden zijn gevallen, niet vinden. Dat meldt Elsevier Weekblad. Daardoor heeft het kabinet grote moeite een feitenrelaas over de kwestie op te stellen, iets wat minister van Defensie Ank Bijleveld vorige week heeft toegezegd tijdens het debat daarover.

Tijdens het debat vorige week baseerde zowel de minister als de Kamerleden zich op een ‘voorlopig rapport’ van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom van 15 juni 2015 over de ‘nevenschade’ bij het bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in het Iraakse Hawija. Daarbij zijn zeventig doden gevallen, waaronder onschuldige burgers.  De voorlopig versie van het rapport zou echter nogal beknopt geweest zijn, zonder details.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

De minister legde vorige week tijdens een zwaar debat in de Tweede Kamer verantwoording af over de kwestie, nadat bleek dat haar voorgangster Jeanine Hennis wist dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij de aanval burgerslachtoffers waren gevallen, maar aan de Kamer schreef dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen burgerdoden waren gevallen.

Feitenrelaas

Bijleveld maakt excuses voor het verkeerd informeren van de Kamer en overleefde maar net een motie van wantrouwen die door vrijwel gehele oppositie werd gesteund. Ze beloofde – samen met premier Rutte – de Kamer te voorzien van een nieuw feitenrelaas om de zaak op te helderen en duidelijk te maken wie er op welk moment op de hoogte was van welke informatie.

Het ‘definitieve’ rapport – vereist voor dat feitenrelaas – ontbreekt echter, weet Elsevier Weekblad op basis van bronnen binnen Defensie. ,,Dat zijn we nu aan het uitzoeken’’, aldus een woordvoerder gisteravond. Op de vraag of Defensie het cruciale stuk gewoon kwijt is, wilde hij niet antwoorden: ,,Dat zeg ik niet.’’Het ministerie zou vervolgens daarvan op de hoogte zijn gesteld.

Het ministerie van Defensie weigert tegen deze site te reageren op de berichtgeving.

Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden

Elsevier 12.11.2019 Het kabinet heeft grote moeite een nieuw feitenrelaas op te stellen rond de kwestie van de zeventig burgerdoden bij een bombardement in Irak op 3 juni 2015. Volgens bronnen van Elsevier Weekblad ontbreekt het definitieve rapport van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom over de ‘nevenschade’.

In het crisisachtige Kamerdebat van vorige week gingen minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) en de Kamerleden uit van een ‘voorlopig rapport’ dat Centcom op 15 juni 2015 uitbracht. Daarin zou staan dat er zeventig doden waren gevallen, onder wie IS-strijders en onschuldige burgers.

Tweede Kamer verkeerd geïnformeerd

Bijleveld zei dat haar voorganger Jeanine Hennis de Tweede Kamer in 2015 verkeerd had geïnformeerd, want eind juni 2015 had Hennis ontkend dat er burgerdoden waren gevallen door Nederlandse betrokkenheid. Defensie was er toen reeds door Centcom over ingelicht dat er wel degelijk doden waren, en ook Hennis zou daar over zijn gebriefd. Vrijwel de hele oppositie concludeerde vorige week dat de Kamer was voorgelogen.

Lees ook: Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Een motie van wantrouwen tegen Bijleveld – die formeel verantwoordelijk is, ook voor de handelingen van haar voorgangers – haalde het vorige week niet. Bijleveld mocht blijven. De minister van Defensie en premier Mark Rutte (VVD) beloofden de Kamer klaarheid te scheppen met een nieuw ‘feitenrelaas’.

Als er een ‘voorlopig’ Centcom-rapport ligt, dan moet er ook een ‘definitief’ Centcom-rapport zijn. Volgens een bron kan Defensie dat laatste stuk niet vinden. ‘Dat zijn we nu aan het uitzoeken,’ zei een woordvoerder maandagavond. Op de vraag of Defensie het cruciale stuk gewoon kwijt is, wilde hij niet antwoorden: ‘Dat zeg ik niet.’

Centcom is het Amerikaanse militaire commandocentrum in de stad Tampa (Florida), van waaruit de geallieerde operaties in onder andere het Midden-Oosten worden geleid en geëvalueerd. Militairen beschouwden de aanval door een Nederlandse F-16 op 3 juni 2015 als ‘een voltreffer’. Een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) in de Noord-Iraakse stad Hawija werd vernietigd. Dit kwam ook doordat IS er veel meer explosieven had opgeslagen dan de westerse coalitie had verwacht. Er volgde een reeks ontploffingen waarbij ook tientallen burgers het leven lieten.

Nieuwe verontwaardiging voor Bijleveld

Dit laatste was uitdrukkelijk niet de bedoeling. In een initial report (voorlopig rapport) stelde Centcom het ministerie van Defensie in Den Haag op de hoogte. Volgens een bron was dit voorlopige rapport nogal beknopt en eigenlijk nauwelijks meer dan een herhaling van een nieuwsberichtje van persagentschap Reuters: ‘Zeventig doden.’

De vraag is nu waar het final report (definitieve rapport) van Centcom is gebleven. Daarin moet staan wat de anti-IS coalitie zelf heeft vastgesteld over het aantal burgerdoden. Heeft Den Haag eigenlijk wel een definitief rapport ontvangen over deze kwestie? Is er wel zo’n rapport? Zo niet, dan heeft de anti-IS-coalitie kennelijk geen eigen onderzoek gedaan naar de burgerdoden in Hawija. Minister Bijleveld kan dan rekenen op nieuwe verontwaardiging in de Tweede Kamer.

Gerelateerde artikelen;

Bombardement Hawija: bijzaken worden politieke hoofdzaken

Elsevier 10.11.2019 Na een week waarin het politieke debat werd gedomineerd door de vraag wie wat wist over de burgerdoden die vielen bij de aanval op een IS-bommenfabriek in Hawija, blikt Philip van Tijn terug. Hij verbaast zich over hoe makkelijk bijzaken tot hoofdzaken worden gebombardeerd.

Zonder Lord Carrington zou de afgelopen parlementaire week er anders uit hebben gezien. Peter Carrington trad in 1982 af als minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk (in de regering-Thatcher) omdat op zijn ministerie niemand de Falklandoorlog had zien aankomen.

Sindsdien is deze ‘Carringtondoctrine’ leidend beginsel in Nederland en andere westerse democratieën. Ook als minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) en/of premier Mark Rutte (VVD) tot vorige week echt van niets hebben geweten over de waarheid van het bombardement op Hawija in 2015 maar (sommige van) hun ambtenaren wel, dan ziet het er somber voor ze uit.

Het is maar één van de aspecten van de treurige gebeurtenis van vierenhalf jaar geleden. Maar geleidelijk heeft dit aspect de meeste aandacht gekregen. Niet vanwege Ank Bijleveld, het soort minister dat niet zo moeilijk vervangbaar is.

Maar het gaat uiteindelijk om premier Rutte, die als een ware Houdini politiek alles heeft overleefd, sinds hij in 2006 politiek leider van de VVD werd en in 2010 premier. ‘Daar heb ik geen actieve herinnering aan,’ zei ‘Teflon Mark’ ook deze keer desgevraagd. Iets voor neerlandici en filosofen: bestaat passieve herinnering?

Vervelend maar waar: je moet je voorganger in bescherming nemen

Een tweede interessant aspect betreft een ander soort ministeriële verantwoordelijkheid. De minister is niet alleen verantwoordelijk voor uitspraken en handelingen van de onschendbare Koning, maar ook is hij (zie de Carringtondoctrine) formeel verantwoordelijk voor alles wat onder zijn bewind en dat van zijn voorgangers op het departement plaatsheeft.

Lees ook het commentaar van Eric Vrijsen: Bizar om Hennis tot zondebok te verklaren om burgerdoden in Irak

Het maakt het bestaan van een minister al fragiel dat de Kamer hem naar huis kan sturen, omdat iemand ergens in de krochten van zijn departement iets heel stoms heeft gedaan, met verregaande consequenties. Maar dat geldt te meer wanneer het gaat om een verantwoordelijkheid (en dus de mogelijkheid tot aftreden gedwongen te worden) van een (verre) voorganger.

Je kunt dit raar vinden, maar het is nu eenmaal (staats)recht en daarom is de positie van minister Bijleveld nog wankeler. In het Kamerdebat verdedigde zij niet tot de laatste snik haar voorganger Jeanine Hennis, maar zij nam, integendeel, duidelijk enkele malen afstand. Het verkeerd voorlichten van de Tweede Kamer mag een doodzonde zijn, dit doet er weinig voor onder.

De partij DENK is ook afwijkend in zijn taalgebruik

En dan hadden we nog Selcuk Öztürk, Kamerlid van DENK, een van de lange armen van de Turkse president Erdogan in Nederland. Hij had het in de Tweede Kamer over ‘moordenaars’ waar hij de piloten van de F-16’s bedoelde die met een internationaal mandaat in een internationale coalitie erin zijn geslaagd IS te verslaan. Het is niet eens grappig meer dat hij de volgende dag ontkende deze uitspraak – die door camera’s en microfoons is geregistreerd! – te hebben gedaan.

Sterker: het is tijd om deze ondemocratische pathologische leugenaar als een serieus gevaar te zien. Maar ook hier is de wet in het geding: een Kamerlid kan nooit worden vervolgd voor uitspraken die hij in de Tweede Kamer heeft gedaan. Toch zien advocaten in dit geval mogelijkheden vanwege het verregaande karakter van deze uitspraak. In zijn land van herkomst wordt met schuldigen aan dergelijke uitspraken heel wat minder omzichtig omgegaan.

Fijn dat Nederland zo weinig van oorlog begrijpt, maar toch

Het is natuurlijk nogal curieus dat, zoals zo vaak, eigenlijk bijzaken de discussie beheersen. De hoofdzaak is dat Nederland heeft meegedaan met een coalitie die een einde moest maken aan het schrikbewind van Islamitische Staat (IS). Daarbij zijn slachtoffers gevallen, maar als die coalitie er niet was geweest, zou IS met vrij spel ontelbaren hebben vermoord.

Meer over dit onderwerp: Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Onze luchtmacht heeft meer dan duizend vluchten (en bombardementen) uitgevoerd. Daarbij is het dus misgegaan in Hawija: de informatie op de grond klopte niet helemaal en vooral is onderschat hoe een ‘slimme bom’ op een opslagplaats van munitie tot onvoorstelbare kettingreacties kan leiden.

En ook heeft men zich onvoldoende gerealiseerd dat terreurboeven, of ze nu IS, Hamas, Al-Qa’ida of Hezbollah heten, er een handje van hebben om burgers te dwingen te wonen vlak bij militaire doelen, als een menselijk schild. De uiterste consequentie is dat je dus geen enkel militair doel meer bombardeert, uit angst voor collateral damage (nevenschade), maar het wordt dan niet eenvoudig om de boeven te verslaan.

Doordat Nederland in de afgelopen twee eeuwen hoogstens een paar weken aan een echte oorlog heeft deelgenomen (bij Waterloo en op de Grebbeberg en enkele dappere individuen aan de kant van de geallieerden) en we al driekwart eeuw een ongekende vredestoestand beleven, bestaat in ons land een volslagen onwetendheid over wat oorlog is.

Gelukkig, kun je zeggen, maar het betekent ook een uitvergroting van oorlogshandelingen, newspeak die oorlogshandelingen ‘vredesoperaties’ noemt en een onbegrip over zaken die iemand als oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn in luttele minuten kan uitleggen.

  NRC

@nrc

Leg Rutte het vuur aan de schenen en hij antwoordt nooit met een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’. Zo overleeft hij alles. Ben je geen politieke spelmeester, dan wordt het lastig. Vraag dat maar aan Ank Bijleveld, schrijft @ZihniOzdil https://www.nrc.nl/nieuws/2019/11/09/waarom-rutte-alles-overleeft-en-bijleveld-niet-a3979705?utm_source=social&utm_medium=twitter&utm_campaign=twitter&utm_term=20191109 …

Waarom Rutte alles overleeft, en Bijleveld niet

Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma, maar kwam toch in het regeerakkoord. „Hoe kan dat?”, vroeg de oppositie. Omdat, antwoordde premier Rutte hij ‘tot in het diepst van zijn vezels’ voelde…

nrc.nl  22:14 – 9 nov. 2019 Andere Tweets van NRC bekijken

En zo kan in dit land ex-Kamerlid voor GroenLinks Zihni Özdil in zijn wekelijkse column in de zelfbenoemde kwaliteitskrant NRC schrijven: ‘Ik weet wie perfect geschikt is om dat uit te leggen aan die nabestaanden: Jeanine Hennis. Zij is nu toch in Irak, als hoogste vertegenwoordiger van de VN. Want haar politieke beloning was deze mooie baan in het land dat ze als minister heeft gebombardeerd.’

Tot goed begrip: Özdil zei dit dus niet in de Tweede Kamer!

Meer;

Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Elsevier 08.10.2019 ‘Minister Bijleveld heeft het debat netjes gevoerd,’ zei premier Mark Rutte (VVD) op zijn wekelijkse persconferentie. Het was een poging de kritiek in VVD-kring op de minister van Defensie te bezweren.

Tandenknarsend constateren prominenten in de wandelgangen dat Ank Bijleveld (CDA) deze week ‘haar eigen hachje redde’ door haar voorganger Jeanine Hennis ‘onder de bus te duwen’.

Het ging niet om een kleinigheid: een bom uit een Nederlandse F-16 op een explosievenwerkplaats van IS in Noord-Irak leidde 3 juni 2015 tot zulke zware ontploffingen dat niet alleen IS- strijders, maar ook tientallen onschuldige burgers omkwamen.

Volgens Bijleveld heeft ‘mijn ambtsvoorganger’ de Tweede Kamer daarover niet correct geïnformeerd. Later in het debat sprak ze over ‘minister Hennis’ die de Kamer foutief inlichtte.

Lees ook: Bizar om Hennis tot zondebok te verklaren om burgerdoden Irak

Het is zeer ongebruikelijk dat ministers de schuld van iets bij hun voorganger leggen. Staatsrechtelijk hoort dat niet: wie aantreedt neemt de politieke verantwoordelijkheid op zich, ook voor fouten van zijn of haar voorgangers. Vandaar de woede in de VVD, want zoals een van de kabinetsleden fluisterde: ‘Wij houden allemaal van Jeanine.’

Nog meer beschuldigende vingers

Bijleveld maakte het in het debat nog erger toen ze erop hintte dat ook ‘andere ministers’ in het vorige kabinet van de tientallen burgerdoden op de hoogte waren. Oeps! Ze doelde natuurlijk op VVD-premier Rutte en op de toenmalige PvdA-ministers Bert Koenders en Lilian Ploumen.

Feit is wel dat er een week na het bombardement een briefing was op het ministerie van Defensie, waar over de ‘nevenschade’ werd gesproken en waar ook de raadsadviseurs van Rutte bij aanwezig waren. Hebben die dan niks tegen hun baas gezegd? Heeft Rutte toen niet goed geluisterd?

Feiten op een rijtje zetten

De premier werd op zijn persconferentie uitgebreid doorgezaagd over de hete kwestie, maar weerde alle vragen af, want de Tweede Kamer heeft inmiddels aanvullende vragen gesteld. ‘We gaan nu alle feiten op een rijtje zetten,’ zei Rutte. Totdat hijzelf een compleet overzicht heeft, meldt hij niks.

Het onderwerp is te serieus, anders kon je van een slapstick spreken. ‘Ik ga niet hapsnap vragen beantwoorden,’ zei Rutte op de eerste vraag. ‘Het is verstandiger eerst alles in kaart te brengen,’ was het antwoord op de tweede vraag. ‘We gaan nu alles netjes uitsorteren.’ En: ‘we moeten eerst het feitencomplex beschikbaar hebben en dan ziet u het vanzelf.’ Zo ging het maar door.

Rutte wekte de indruk dat hij het zelf ook vervelend vond om niks te zeggen. Want op deze manier blijft hij maar in de inktvlek wrijven. Het idee dat zijn kabinetten de gevolgen van de oorlogvoering verdoezelen en informatie achterhouden , wordt op deze manier alleen maar sterker.

Schade aan het imago

De kranten beginnen te speculeren over de schade aan het imago van de premier en alles wat hij ooit over de strijd in Irak en Syrië zei, wordt omgekeerd.

Opvallend is bijvoorbeeld dat Rutte in 2018 op een vraag van RTL4 de indruk wekte dat hij weet had van burgerdoden. Het ging toen om een onderzoek van Justitie naar de wapeninzet door F-16 vliegers. Het OM oordeelde dat zij niks verkeerd hadden gedaan. Bijleveld meldde de Kamer toen dat er ‘zeer waarschijnlijk ‘ burgerdoden waren gevallen. Rutte zei tegen RTL4 dat er ‘een fout in de intelligence’ was geweest: onjuiste aanwijzingen van de spionnen.

Vragen hierover zei Rutte niet te kunnen beantwoorden. Gezien de gevolgen van het bombardement is dat vreemd. Maar aan de andere kant ook weer niet: het OM kijkt eigenlijk niet naar de fouten van buitenlandse inlichtingendiensten in het bondgenootschap.

Het beoordeelt alleen of de F-16 vlieger op basis van de gegevens die hij had binnen zijn geweldsmandaat (rules of engagement) bleef. Het zou zo maar kunnen dat die juridische toetsing beeldvernauwend heeft gewerkt voor het huidige en het vorige kabinet Rutte. Er leek niks aan de hand, want er was correct gehandeld en de realiteit van tientallen doden drong niet door.

Premier Rutte volhardt: geen antwoord op vragen over burgerdoden Irak

NOS 08.11.2019 “Ik laat het bij mijn eerste reactie”, “Het is van belang om de feiten op een rijtje te zetten”, “Eerst in kaart brengen hoe het zit”, “Ik beantwoord die vragen niet”, “Het is niet verstandig om op allerlei vermoedens in te gaan”, “U doet allerlei aannames”, “Deze vraag past in de reeks vragen in deze persconferentie en die respecteer ik allemaal, maar ook deze vraag ga ik niet beantwoorden.”

In zijn wekelijkse persconferentie wilde premier Rutte op geen enkele manier ingaan op de kwestie-Hawija. Zo’n twintig minuten lang legden journalisten hem het vuur na aan de schenen, maar Rutte gaf geen krimp. De vraag die voorligt is of Rutte wist van de zeventig burgerslachtoffers die in 2015 zijn gevallen bij een bombardement door een Nederlandse F-16 in Irak.

Zo zagen de eerste minuten van het vragengedeelte van de persconferentie eruit:

‘Snapt u dat de Kamer grote twijfels heeft over de informatievoorziening?’

Dinsdag werd tegen minister Bijleveld van Defensie een motie van wantrouwen ingediend, omdat haar voorganger Hennis-Plasschaert tot twee keer toe de Kamer onjuist informeerde. Hennis hield destijds vol dat Nederland niet betrokken was bij de dood van burgers in Irak, terwijl ze kort na het bombardement op de hoogte was gesteld door de VS dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Lees hier hoe de Kamer jarenlang in het duister tastte over burgerdoden in Irak

In het debat zei Bijleveld dat ook andere ministeries kennis hadden van de burgerdoden. Ze werden kort na de aanval op de hoogte gebracht dat het zeer aannemelijk was dat er een groot aantal onschuldige slachtoffers was gevallen.

Bijleveld noemde daarbij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Rutte, die toen ook al premier was, zei de volgende dag dat hij zich niet herinnert dat hij op de hoogte is gesteld. Het is volgens hem wel mogelijk dat ambtenaren van hem zijn bijgepraat over de kwestie.

Vandaag wilde de premier daar dus niets aan toevoegen. “Hij moet natuurlijk op eieren lopen, want dit is een uiterst gevoelige kwestie”, zegt politiek verslaggever Ron Fresen. “Dit debat is ook nog lang niet klaar. En alles wat hij hier nu over zegt, kan hij als een boemerang terugkrijgen. En dan kan het ook over zijn eigen positie gaan.”

De schade in Hawija was goed zichtbaar op satellietbeelden Azmat Khan/The New York Times

Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken, reageerde deze week stelliger dan Rutte: “Ik kan me er niets van herinneren. Ik ben er absoluut niet over ingelicht. Als je het over dit soort aantallen slachtoffers hebt, vergeet je dat niet. Dat zou alle alarmbellen af doen gaan.” Ook de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Ploumen, reageerde verbaasd: “Ik ben niet persoonlijk geïnformeerd over de gebeurtenissen.”

GroenLinks-Kamerlid Diks, die de motie tegen minister Bijleveld had ingediend, noemt het idee dat de minister-president niet zou zijn ingelicht over 70 burgerdoden “ongelooflijk en ook heel ongeloofwaardig”. Ook hekelt ze het feit dat de Tweede Kamer destijds niet werd ingelicht. “Blijkbaar is dat bij niemand opgekomen. Dat is haast onbegrijpelijk.”

SP-Kamerlid Karabulut is net zo kritisch. “We kunnen concluderen dat er is gelogen, dat er informatie is achtergehouden, dat de leugen voor een deel in stand wordt gehouden en dat de beloofde transparantie er nog altijd niet is.”

Minister Bijleveld heeft gezegd dat ze gaat uitzoeken wie er precies van wist op welk moment.

Nederlandse vluchten

Nederlandse F-16’s werden tussen 2014 en 2016 en in 2018 ingezet in Irak en Syrië als onderdeel van een grote internationale coalitie onder leiding van de VS. Daarbij werden vanuit Jordanië ruim 2100 luchtaanvallen uitgevoerd. Doel van de missie was om IS te bestrijden.

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek drie weken geleden dat in de nacht van 3 juni 2015 bij een Nederlandse aanval op een bommenfabriek van IS in de Iraakse plaats Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het was een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie in de strijd tegen IS. Hierbij kwamen zeker zeventig mensen om het leven, onder wie volgens ooggetuigen kinderen.

Bekijk ook;

Geprikkelde Rutte wil geen vragen beantwoorden over burgerdoden in Irak

NU 08.11.2019 Premier Mark Rutte wilde vrijdag niet ingaan op vragen over wanneer hij op de hoogte was van het feit dat er burgerdoden waren gevallen bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak in 2015.

“We gaan eerst alle feiten op een rijtje zetten en daarna de Kamer informeren”, aldus de premier.

Rutte maakte op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad een geïrriteerde indruk en verwees herhaaldelijk naar zijn opmerkingen van eerder deze week.

Rutte zei woensdag zich niet te kunnen herinneren dat hij is geïnformeerd over de aanvallen op de Iraakse steden Hawija en Mosoel waarbij 74 mensen om het leven kwamen.

“Er staat mij niets van bij”, zei de minister-president toen. Hij wilde er vrijdag op de persconferentie verder niets over kwijt. “Ik heb er al een eerste reactie op gegeven.” De vraag of hij vindt dat zijn positie in gevaar is, beantwoorde hij met een “nee”.

Journalisten nemen Rutte onder vuur over burgerdoden in Irak

Rutte zit in een lastig parket

Rutte bevindt zich in een lastig positie. Dinsdagavond debatteerde de Tweede Kamer met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de bombardementen. De bewindsvrouw overleefde dinsdag ternauwernood een motie van wantrouwen.

Zij moest zich verantwoorden voor het feit dat haar voorganger, voormalig minister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd.

Hennis-Plasschaert meldde de Kamer in 2015 dat er bij aanvallen geen burgerslachtoffers waren gevallen, terwijl later bleek dat het ministerie beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage waarin staat dat het “geloofwaardig was” dat er bij de aanval in Hawija burgers om het leven waren gekomen.

Minister Bijleveld voegde daar dinsdag aan toe dat niet alleen Hennis-Plasschaert van de burgerdoden wist, maar ook het ministerie van Algemene Zaken van premier Rutte.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut benadrukte in een eerdere reactie dat het van belang is om te weten wanneer de premier hiervan op de hoogte is gesteld. “Ik wil dat weten, omdat als hij kennis heeft genomen van de inhoud, hij de leugen dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen de afgelopen jaren in stand heeft gehouden”, zei ze deze week.

Zie ook: Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

Lees meer over: Politiek  Mark Rutte

Rutte zwijgt over bombardement Irak

Telegraaf 08.11.2019 Premier Rutte weigert voorlopig vragen te beantwoorden over wat hij wist of niet wist over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak in 2015. Na de ministerraad wrong de minister-president zichzelf in allerlei bochten om vooral geen antwoord te geven op talrijke vragen van journalisten.

De oppositie wil het naadje van de kous weten nu minister Bijleveld (Defensie) deze week suggereerde dat het ministerie van Rutte al eerder op de hoogte is gesteld van de slachtoffers. „Er staat mij helemaal niets van bij”, zei hij eerder deze week. Mogelijk wisten zijn ambtenaren er wel van, vermeldde Rutte.

De oppositie wil het naadje van de kous weten nu minister Bijleveld (Defensie) deze week suggereerde dat het ministerie van Rutte al eerder op de hoogte is gesteld van de slachtoffers. „Er staat mij helemaal niets van bij”, zei hij eerder deze week. Mogelijk wisten zijn ambtenaren er wel van, vermeldde Rutte.

Bekijk ook:

Irakezen zijn Jeanine Hennis zat 

De minister-president stelde vrijdag na de ministerraad niet ’hap-snap’ te willen antwoorden. Achter de schermen probeert zijn ministerie in kaart te brengen wat er waar is van de suggestie van Bijleveld en als dat het geval is, wat er daarna met de informatie is gedaan op zijn departement.

Gevoelige kwestie

De kwestie ligt gevoelig, omdat Bijleveld om de kwestie al door het oog van de naald kroop toen vrijwel de hele oppositie een motie van wantrouwen tegen haar steunde. Als blijkt dat Rutte er van wist of er niet de waarheid over heeft verteld kan ook zijn positie onder vuur komen te liggen. Zelf zei de premier vrijdag dat hij zich daar geen zorgen over maakt.

Bekijk ook:

Wat wisten Rutte en Asscher over burgerslachtoffers in Irak? 

Bekijk ook:

Bijleveld overleeft motie van wantrouwen voor burgerdoden Irak 

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Mark Rutte Bijleveld Den Haag Irak

Rutte wil niet ‘hapsnap’ zeggen wat hij wist van bombardementen Irak

AD 08.11.2019 Een zichtbaar ongemakkelijke premier Mark Rutte wilde gisteren niet zeggen wanneer hij is ingelicht over de burgerdoden die zijn gevallen bij Nederlandse bombardementen in Irak. Hij weet: nu de Tweede Kamer zich voorgelogen voelt, gaan ze achter hem aan.

Op zijn wekelijkse persconferentie ging de premier, anders dan normaal, bij herhaling vragen uit de weg over wat hij nu eigenlijk wanneer wist.

Bij een debat in de Tweede Kamer erkende defensieminister Ank Bijleveld deze week dat het parlement in juni 2015 verkeerd is geïnformeerd. Toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis zei toen dat er geen ‘Nederlandse betrokkenheid’ was bij burgerslachtoffers, terwijl ze al was ingelicht dat dit waarschijnlijk wél zo was.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Pijlen

Waar de Tweede Kamer de pijlen eerst richtte op Bijleveld, die een motie van wantrouwen tegen zich ingediend zag worden, verschuift die aandacht nu naar de premier. In een reeks schriftelijke vragen is ook Rutte gevraagd wanneer hij nu precies meer wist.

Deze week wilde de premier alleen nog zeggen dat hij zich niet kan herinneren in 2015 te zijn ingelicht over de burgerslachtoffers. ,,Er staat mij helemaal niets van bij,’’ zei de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren.

Dat haperende geheugen wekte meteen ergernis in de Kamer. Dat excuus kennen we wel van hem, klonk het. Rutte zei dat immers ook toen het ging over memo’s rond de afschaffing van de dividendbelasting. Toen heette het dat hij zich die niet ‘kon herinneren’. En toen Halbe Zijlstra aan hem opbiechtte dat hij nooit op bezoek was geweest bij Poetin had Rutte ‘geen actieve herinnering’ aan met wie hij met die bekentenis deelde.

Rutte realiseert zich dat hij de Kamer nu klinisch zal moeten voorlichten wat hij en andere kabinetsleden wisten. Hij wimpelde daarom vragen van journalisten maar af. ,,Ik respecteer uw vragen, ik zou ze misschien ook stellen, maar we moeten nu echt eerst de Kamer informeren.’’

Rutte wil namelijk niet ‘hapsnap’ vertellen wanneer hij wat wist, besloot de premier. Liever moet alles er komende week liggen, zo is de hoop, in een gedetailleerde brief.

Briefing

Cruciaal daarbij zijn de dagen na 9 juni 2015. Toen hoorde Hennis tijdens een briefing van mogelijke burgerdoden bij de militaire actie bij het Irakese Hawija. Die kennis werd vervolgens gedeeld met andere departementen, waaronder dat van Rutte.

Dat gebeurde tijdens een zogenoemde interdepartementale werkgroep, waarin ook zijn raadadviseurs zitten. Vraag is nu vooral: bereikte die kennis de premier en wanneer? Want anderhalve week later loog Hennis immers de Tweede Kamer voor dat haar van ‘Nederlandse betrokkenheid’ niets bekend was.

Overigens ligt Hennis, tegenwoordig VN-gezant in Irak, daar ook onder vuur. Op sociale media wordt zij opgeroepen het land te verlaten. Daarbij wordt ook gewezen op de burgerslachtoffers die vielen in het land in de tijd dat zij als minister verantwoordelijk was voor de inzet van F-16’s tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS).

Kritiek in Irak op tweet Hennis: ‘Ze geeft meer om olie dan om mensen’

NOS 08.11.2019 Irakezen zijn boos op oud-minister Jeanine Hennis. Zij is nu VN-gezant in Irak en tweette twee dagen geleden over de economische gevolgen van de protesten in het land. Al meer dan een maand lang gaan Irakezen de straat op om hervormingen te eisen. Daarbij blokkeren ze wegen, olievelden en havens.

In haar bericht schrijft ze dat de “ontregeling van cruciale infrastructuur een grote zorg is” en dat het “schadelijk is voor de Irakese economie”. Volgens correspondent Marcel van der Steen valt haar opmerking helemaal verkeerd bij demonstranten. In reacties op sociale media verwijten Irakezen het haar dat ze meer om olie zou geven dan om mensen, vertelt hij in het NOS Radio 1 Journaal. Zij maken haar uit voor ‘leugenaar’ en eisen haar vertrek.

 Jeanine Hennis @JeanineHennis

Disruption of critical infrastructure also of grave concern. Responsibility of all to protect public facilities. Threats/closures of roads to oil installations, ports causing billions in losses. Detrimental to #Iraq’s economy, undermines fulfilling protesters’ legitimate demands.

Ze verbinden haar tweet ook aan het nieuws over de zeker 70 burgerslachtoffers die vielen bij een Nederlandse F16-aanval in Irak in 2015, vertelt Van der Steen. Het nieuws over die burgerslachtoffers kwam vorige maand na onthullingen van de NOS en NRC naar buiten.

Hennis was toen minister van Defensie, en ze verzweeg de burgerdoden. Tot twee keer toe vertelde ze de Kamer dat er geen burgerdoden te melden waren. Uiteindelijke erkende het kabinet afgelopen maandag de Nederlandse verantwoordelijkheid voor wat wordt gezien als een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie.

Afgelopen dinsdag bleek ook dat Hennis kort na de luchtaanval op de hoogte is gesteld over het bombardement waarbij 70 doden zijn gevallen. De huidige minister van Defensie, Ank Bijleveld, bood haar “oprechte excuses” voor het onjuist informeren van de Kamer.

Het nieuws over Hennis leeft in Irak, zegt Van der Steen: “Irakezen verwijten het haar nu dat ze dat nieuws toen stil heeft gehouden.”

“Dat het allemaal om olie zou gaan, wordt voor veel Irakezen nu weer bevestigd door de tweet van Hennis” , aldus Laila al-Zwaini, arabist.

“De jongeren die nu in opstand komen vinden dat Hennis vooral de kant van de corrupte regering kiest”, zegt de Nederlands-Iraakse arabist Laila al-Zwaini. “Ze hebben het idee dat ze daar alleen maar is voor de oliebelangen en niet voor de Irakezen die sterven.”

Al-Zwaini verwijst ook naar de Amerikaanse invasie in 2003. “Toen leefde hetzelfde sentiment. Veel Irakezen hadden het idee dat het Amerika vooral om de olie ging”, legt ze uit. “Dat het allemaal om olie zou gaan, wordt voor veel Irakezen nu weer bevestigd door de tweet van Hennis.”

Hennis reageerde later in een tweet dat “de Verenigde Naties een partner is voor iedere Irakees die het land beter wil maken”. Uit de reacties op Twitter valt op te maken dat veel Irakezen geen boodschap hebben aan excuses.

 Ahmed Albasheer -احمد البشير @ahmedalbasheer1

We call for the immediate resignation of @UNIraq head & SRSG @antonioguterres, @JeanineHennis for her negligence in defending the #HumanRights of Iraqis in #IraqProtests. We have no trust in her capabilities https://t.co/lKY06RkZhh

Correspondent Van der Steen vertelt in dat het leven steeds meer stil komt te liggen in het land. “Een grote haven in het zuiden is geblokkeerd en ook bedrijven hebben het moeilijk en blijven vaak dicht.”

Dat heeft onder meer te maken met het afsluiten van het internet door de overheid. “Het grootste deel van de tijd is er geen internet, waardoor bijvoorbeeld banken, toerisme-organisaties en telefoonbedrijven hun werk niet kunnen doen.”

De economie van het land zou volgens een bron bij de Centrale Bank in Irak sinds het uitbreken van de protesten zo’n 40 miljoen dollar per dag aan schade lijden, in totaal zou het in ruim een maand gaan om zo’n 1,5 miljard dollar, meldt persbureau Reuters.

Geweld houdt aan

Het gewelddadige optreden van de autoriteiten tegen de demonstranten gaat ondertussen door. “Er wordt nog altijd met scherp geschoten”, vertelt Van der Steen. “Gisteren vielen er in Bagdad zes doden bij een poging een brug over te komen die leidt naar de groene zone, de plek waar de regeringsgebouwen zitten.” Ook in de zuidoostelijke stad Basra was het gisteren raak, daar vielen vier doden.

Het totale dodenaantal is sinds de protesten op 1 oktober begonnen, gestegen tot boven de 260.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft het geweld gisteren veroordeeld en roept de regering op ermee te stoppen. Maar Van der Steen ziet dat niet direct gebeuren. “De regering heeft hervormingen en nieuwe verkiezingen aangekondigd. Maar demonstranten hebben er geen vertrouwen in dat de beloften worden nagekomen. Ze gaan dus door met protesteren.”

Bekijk ook;

Irakezen zijn Jeanine Hennis zat

Telegraaf 08.11.2019 Irakezen eisen massaal het ontslag van Jeanine Hennis, de hoogste VN-gezant in het land dat al weken in de greep is van bloedige protesten. Hennis ligt onder vuur na uitlatingen op Twitter, waarin zij volgens de demonstranten het belang van olie laat prevaleren boven dat van de gewone bevolking. In de bewuste tweet schrijft Hennis: „Bedreigingen/sluitingen van wegen naar olie-installaties en havens veroorzaken miljardenverliezen. Dat is schadelijk voor de economie van Irak en ondermijnt de inwilliging van de legitieme eisen van de demonstranten.”

De Irakezen zijn nu online een petitie gestart waarin zij het vertrek eisen van Hennis, wier beeltenis op het platform is doorgehaald met een groot rood kruis. Zij wordt weggezet als een lakei van de Iraakse autoriteiten, westerse olieproducenten en zelfs van het Iraanse regime, dat via lokale milities verantwoordelijk is voor een groot deel van de dodelijke slachtoffers.

Ook wijzen Irakezen via sociale media op haar verleden als minister van Defensie. In die rol ontkende zij in 2015 dat er bij een Nederlandse aanval op Irak burgerdoden waren gevallen, al was zij daar eerder al wel over geïnformeerd.

Onmogelijke positie

Hennis verkeert nu in een onmogelijke positie: zij roept in Irak op tot een nationale dialoog tussen de regering en de demonstranten, maar kan daarin zelf als ’onpartijdige bemiddelaar’ moeilijk meer een rol spelen. Zij wordt niet langer geaccepteerd door de woedende betogers, die dagelijks met gevaar voor eigen leven de straat op gaan om onder meer het vertrek van de regering te eisen. Tot dusver zijn er meer dan 250 doden gevallen.

Bekijk ook: 

VN-gezant Jeanine Hennis: stop geweld in Irak 

Daarmee toont Hennis volgens de woedende Irakezen het ware gezicht van de ’corrupte’ Verenigde Naties: het gaat de organisatie volgens hen niet om de mensen, maar het geld. De timing is ook ongelukkig: de Verenigde Staten verklaarden de afgelopen weken alleen nog in buurland Syrië te blijven om de oliebronnen daar veilig te stellen. Zo wordt het beeld verscherpt dat het Westen alleen maar uit is op het zwarte goud en geen zier geeft om de creperende bevolking.

Winsten verdwijnen

Hennis heeft het over miljardenverliezen als gevolg van blokkades (volgens de regering gaat het om 6 miljard dollar), maar de betogers wijzen erop dat die winsten doorgaans verdwijnen in de zakken van corrupte politici. De bevolking van een van de belangrijkste olieproducten ter wereld – murw geslagen door een opeenvolging van oorlogen – profiteert er nauwelijks van.

Hennis probeerde later nog de schade te beperken met een nieuwe tweet, waarin zij zich verdedigde tegen de ’beschuldigingen van vooringenomenheid’. Volgens haar zijn de Verenigde Naties de ’partner van iedere Irakees die naar verandering streeft’.

Maar het kwaad was al geschied. Irakezen omschrijven haar als een ’verrader’ die zich ’moet schamen’ omdat zij de ’slaaf is van olie, geld en bloed’. Ook wordt ze weggezet als een ’blondje in designerkleding’ dat wel even komt vertellen hoe het allemaal moet. Een dame bezweert dat zij wanneer zij Hennis ziet een schoen naar haar hoofd zal gooien, de ultieme belediging in de islamitische wereld. Naar George W. Bush gooide ooit een Iraakse journalist beide schoenen tijdens een persconferentie.

Te close met Iran

Hennis wordt ook verweten te close te zijn met Iran, dat een kwalijke rol speelt in het neerslaan van de protesten. De betogers eisen een totale verandering van het politieke systeem, waardoor Iran zijn invloed in gevaar ziet komen.

Hennis is sinds vorig jaar de hoogste VN-gezant in Irak. Een lastige functie in een verdeeld land dat nog altijd probeert te herstellen van de oorlog tegen Islamitische Staat. Zij bezocht vorige week nog de demonstranten op het Tahrirplein in Bagdad, waar zij hun ’legitieme eisen’ erkende.

Bekijk ook: 

Wat wisten Rutte en Asscher over burgerslachtoffers in Irak? 

Ook veroordeelde Hennis het geweld, al zou zij zich volgens velen in het land veel harder moeten uitspreken over de verschillende bloedbaden. Door de aanhoudende chaos in het land zou premier Mahdi inmiddels bereid zijn op te stappen, maar zijn vertrek wordt door Iran tegengehouden.

Bekijk meer van; internationale betrekkingen burgerlijke onrust overheid gewapend conflict Jeanine Hennis-Plasschaert Irak Iran Verenigde Naties

Oud-minister Jeanine Hennis wordt als VN-gezant in Irak beveiligd. Deze foto is van eerder dit jaar.

Oud-minister Jeanine Hennis wordt als VN-gezant in Irak beveiligd. Deze foto is van eerder dit jaar. © AFP

Oud-minister Hennis ook onder vuur in Irak

AD 08.11.2019 Oud-minister Jeanine Hennis ligt nu ook in Irak onder vuur, waar ze werkt als gezant van de Verenigde Naties. Er is op sociale media een campagne tegen haar gestart waarin ze wordt opgeroepen te verdwijnen uit het land.

Hennis wordt als VN-gezant zwaar beveiligd. In Irak is het al weken onrustig. Er wordt massaal geprotesteerd tegen de werkloosheid en de corruptie. Daarbij zijn naar schatting al 250 doden gevallen. Hennis riep op Twitter op tot kalmte, maar dat schoot bij sommigen in het verkeerde keelgat. Volgens demonstranten is ze ‘meer begaan met de westerse oliebelangen dan met de Irakese bevolking’.

Lees ook;

Hennis wist van mogelijke burgerslachtoffers, zei dat er ‘voor zover bekend’ geen waren

Lees meer

Irak staat in brand: grootste opstand sinds val Saddam Hoessein

Irak staat in brand: grootste opstand sinds val Saddam Hoessein

Lees meer

In de bewuste tweet schreef Hennis: ,,We zijn allemaal verantwoordelijk voor het beschermen van openbare voorzieningen. Bedreigingen/sluitingen van wegen naar olie-installaties en havens veroorzaken miljardenverliezen. Dat is schadelijk voor de economie van Irak en ondermijnt de legitieme eisen van de demonstranten.’’

@JeanineHennis

Disruption of critical infrastructure also of grave concern. Responsibility of all to protect public facilities. Threats/closures of roads to oil installations, ports causing billions in losses. Detrimental to #Iraq’s economy, undermines fulfilling protesters’ legitimate demands.

355  12:07 PM – Nov 6, 2019 6,581 people are talking about this

Die uitspraak veroorzaakte een storm van protest. ,,Stelt u zich eens voor dat deze mensen in uw land waren omgekomen. Wat zou dan u tegen de wereld hebben gezegd?” reageert Irakees Jaweed Kadeem woedend onder de tweet. Sommigen plaatsten een foto van Hennis met een groot rood kruis erdoor.

Hennis na de ruim 6000 reacties een nieuwe tweet waarin ze probeerde de gemoederen te bedaren: ,,In reactie op beschuldigingen dat ik vooringenomen zou zijn: de VN staat zij aan zij met elke Irakees die verandering wil. Samen kunnen Irakezen van hun land een betere plek maken. En wij zijn hier om dat te ondersteunen.’’

Bombardement

In de protesten tegen de aanwezigheid van Hennis wordt ook gewezen naar haar vorige functie als minister van Defensie. In die periode kwamen zo’n 70 burgers om bij een bombardement door een Nederlandse F-16 op een bommenfabriek van IS in het Irakese Hawija.

Deze week kwam dat niet alleen in Nederland, maar ook in Irak in het nieuws. Net als het nieuws dat Hennis vlak na het bombardement nog aan de Tweede Kamer meldde dat er ‘voor zover bekend’ geen burgerslachtoffers waren gevallen door Nederlandse wapeninzet.

Op dat moment was zij echter al anderhalve week op de hoogte van het feit dat dat waarschijnlijk wél het geval was. De Irakezen die zich al tegen Hennis keerden, schrijven op social media dat ze ‘toen ook al een leugenaar was’. Ook staat op Facebook te lezen dat ‘Irakese doden haar niet kunnen schelen’.

Hennis is sinds vorig jaar hoofd van UNAMI, een speciale missie van de VN in Irak. Ze adviseert zowel de Irakese regering als verschillende bevolkingsgroepen.

© Foto Evert-Jan Daniels/ANP Jeanine Hennis-Plasschaert is Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN voor Irak en als Hoofd van de VN-Missie UNAMI.

Iraakse demonstranten willen af van ‘leugenaar’ Jeanine Hennis

MSN 08.11.2019 Irakezen zijn op sociale media een actie gestart tegen VN-gezant Jeanine Hennis-Plasschaert. Met hashtags als „Jeanine Hennis is corrupt schaam je” en „Jeanine Hennis leugenaar ga Irak uit” proberen ze de Nederlandse te bewegen om op te stappen. Door Hennis’ foto is door de Twitteraars een groot rood kruis gezet.

De Irakezen zijn gepikeerd over een tweet van Hennis waarin ze demonstranten lijkt op te roepen belangrijke (olie)infrastructuur met rust te laten. Iraakse jongeren protesteren al weken tegen de corrupte overheid, de ongelijkheid en de invloed van buurland Iran. Door het harde optreden van de ordediensten zijn tot nu toe meer dan 260 doden en honderden gewonden gevallen. Deze donderdag zijn nog zeker zes demonstranten doodgeschoten door de Iraakse veiligheidsdiensten, meldt persbureau Reuters.

Hennis’ tweet leidde al tot ruim 5.500 – merendeels verontwaardigde – commentaren. „Olie is belangrijker dan het Iraakse volk?” vraagt iemand. Anderen wijzen erop dat het volk nooit van de genoemde olie en havens heeft geprofiteerd.

Sommige deelnemers aan de campagne op sociale media leggen een verband tussen Hennis’ huidige positie en haar vorige baan. „Iraakse doden kunnen haar niet schelen” en „Het is niet de eerste keer dat ze liegt”, schrijven zij op Twitter en Facebook. Daarmee verwijzen ze naar 2015, toen Hennis nog minister van Defensie was in Nederland en de Tweede Kamer verkeerd informeerde over Iraakse burgerdoden.

Het nieuws over de Nederlandse erkenning van de meer dan zeventig burgerdoden die vielen bij een bombardement op de Iraakse stad Hawija was deze week te zien op de Iraakse televisie. Het nieuws werd ook in andere Arabische media gedeeld.

Het mysterie van de 70 burgerslachtoffers in Irak: wat wist premier Rutte?

MSN 08.11.2019 De Nederlandse aanval in 2015 in Irak waarbij zeker 70 burgerdoden zijn gevallen, roept veel vragen op. Ook over de rol van premier Rutte. Toenmalig minister Hennis wist al een paar dagen na de aanval dat er burgerslachtoffers waren gevallen, maar Rutte zegt dat hij toen van niets wist. Hoe kan dat?

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 neemt Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS blijkt dat Nederland verantwoordelijk is voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. 70 burgerslachtoffers komen om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie hebben het bombardement onderzocht. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd.

Het OM vindt geen strafbare feiten. De toenmalige minister van Defensie, Hennis, weet al in 2015 over de burgerdoden, maar geeft foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zegt ze dat er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.

‘Alle betrokken ministeries op de hoogte’

Terug naar afgelopen dinsdag. Ank Bijleveld heeft een zware avond. De Kamer legt de ervaren politica op de gril: waarom deed Defensie jarenlang geheimzinnig over burgerslachtoffers? Waarom heeft de vorige minister de Kamer verkeerd geïnformeerd? Waarom wist Bijleveld pas afgelopen weekend over het verkeerd informeren?

De ervaren Bijleveld heeft niet overal een duidelijk antwoord op. Ze overleeft met steun van een nipte meerderheid. Haar excuses worden geaccepteerd, maar bijna alle oppositiepartijen stemmen voor een motie van wantrouwen. Pijnlijk voor de ervaren politica.

Aan het einde van een zeer lastige avond voor Bijleveld gebeurt er nog iets opvallends. Meerdere fracties hebben expliciet gevraagd of premier Rutte in 2015 ook is geïnformeerd over het Hawija-bombardement. Ja, zegt Bijleveld.

De betrokken ministeries – Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en Justitie & Veiligheid – waren op de hoogte. “Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”, zo leest Bijleveld voor.

© Aangeboden door RTL Nederland

Ministers van toen ontkennen

Nee hoor, zeggen ministers van toen. “Ik ben niet geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid, dus het antwoord is nee”, zegt Lilianne Ploumen, destijds minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ook de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, ontkent.

Ook premier Rutte is zeer verbaasd. “Er staat mij helemaal niets van bij”, zegt de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren. Niet vreemd, vindt Rutte. “Jongens, dat is vier jaar geleden”, verzucht hij tegen RTL Nieuws.

 Fons Lambie

✔ @fonslambie

Premier #Rutte is in 2015 niet geïnformeerd dat bij Nederlands bombardement in #Irak 70 burgerdoden zijn gevallen. “Staat mij helemaal niets van bij. Kan dat ambtelijk is bijgepraat”, zegt Rutte tegen @RoelSchrein. Premier hoorde zondag dat Kamer onjuiste info heeft gehad.

54  5:46 PM – Nov 6, 2019 152 people are talking about this

‘Totaal ongeloofwaardig’

“Ik val in de ene verbazing in de andere. Je kunt je toch niet voorstellen dat hem wel gemeld is en dat hij het vergeten is”, zegt Kamerlid Isabelle Diks van GroenLinks. “Het zou kunnen dat het Rutte niet is verteld is en dat is eigenlijk nog erger.”

“Totaal ongeloofwaardig. Dit kan niet kloppen”, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut. “Dit roept alleen maar meer vragen op. Hoe is het in godsnaam mogelijk? Zo’n trieste gebeurtenis waar piloten diep van onder de indruk zijn. Een groot drama. En dan zou de minister-president hierover niet geïnformeerd zijn? Nou, dan hebben we echt als land een groot probleem.”

Beide Kamerleden hebben opnieuw schriftelijke vragen ingediend. Dat Hennis foute informatie aan de Kamer heeft gegeven, is bekend. Maar wist Rutte dat ook?

“Nu willen wij weten: welke minister, welke ministerie was op de hoogte. Dat moet op tafel komen, want de verwarring wordt alleen maar groter”, zegt Diks. “Dit is heel erg belangrijk, omdat het uitmaakt voor de keuzes van ons parlement voor onze militairen. Wij moeten weten welke gevolgen de inzet van Nederlandse militairen heeft gehad.”

Wat is er aan hand?

Minister Bijleveld blijft bij haar eerdere antwoorden, zegt ze tegen verslaggevers. Ze gaat nu eerst de Kamervragen beantwoorden en laat uitzoeken wat op welk ministerie bekend was. “Ik laat de feiten spreken en daar moet u nog even op wachten.”

“Hoe het precies zit, weten we niet”, zegt politiek verslaggever Fons Lambie. “Maar kijk nog eens wat Rutte precies zegt: het kan dat er ambtelijk is geïnformeerd… Zouden topambtenaren het dan wel hebben geweten?”

© Aangeboden door RTL Nederland

Wat wisten topambtenaren?

In politiek Den Haag vergaderen topambtenaren van betrokken ministeries regelmatig over militaire missies. Interessant is de ‘Stuurgroep Missies en Operaties’. Daar bespreken de hoogste militairen en belangrijkste topambtenaren alle ontwikkelingen rond militaire missies. Is daar over de burgerslachtoffers gesproken?

“Kijk eens wie in die stuurgroep zit”, zegt Fons Lambie. “De Commandant der Strijdkrachten, de hoogste militair van Nederland. De directeur-generaal Politieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een van allerbelangrijkste topambtenaren op Buitenlandse Zaken. De Raadsadviseur van Algemene Zaken, de ogen en oren van de premier op dit beleidsterrein.

Dit zijn niet de minsten”, zegt Lambie. “Als in dat overleg wordt besproken dat er 70 burgerslachtoffers zijn gevallen, dan moeten de Haagse topambtenaren meteen hun minister informeren. Direct. Zonder twijfel.”

Dat is blijkbaar niet gebeurd, want de ontkenningen van Rutte, Koenders en Ploumen zijn glashelder.

Of hield Defensie het geheim?

Een ander scenario is dat Defensie nooit duidelijk gecommuniceerd heeft met andere ministeries. Zonder concrete aantallen of locaties is het lastig om vast te stellen wat een begrip als ‘nevenschade’ of een omschrijving als ‘mogelijke burgerslachtoffers’ precies inhoudt.

Tijdens een militaire missie wordt heel beperkt geïnformeerd. Vanwege de geheimhouding en de veiligheid van onze militairen wordt informatie over een bombardement niet met half Den Haag gedeeld, zo zeggen insiders.

Ministerraad sprak er één keer over

Voor zover bekend heeft de ministerraad één keer over burgerslachtoffers tijdens militaire missies gesproken. Op 13 april 2018. Door het kabinet Rutte III. Ank Bijleveld is dan al een aantal maanden minister van Defensie.

Op dat moment heeft het Openbaar Ministerie onderzoek gedaan naar 4 missies, waar mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen. Die dag stuurt Bijleveld een brief naar de Kamer: er worden geen Nederlandse militairen vervolgd voor bombardementen in IS-gebied waarbij burgerslachtoffers om het leven zijn gekomen, zo concludeert het Openbaar Ministerie.

Er wordt geen informatie over locaties of aantallen slachtoffers bekend gemaakt. Politiek commentator Frits Wester stelt een paar vragen aan premier Rutte tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad.

“Daar hebben wij het over gehad, inderdaad”, zegt Rutte. De premier bevestigt dat er tijdens de ministerraad is gesproken over het onderzoek, en over de missies.

In zijn antwoorden lijkt Rutte specifiek in te gaan op de bewuste aanval in Hawija, zonder daarbij overigens die naam te noemen. Hij spreekt over missies waarbij ‘fouten’ worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat de ‘onderliggende inlichtingen’ niet zouden kloppen. Dat lijkt op het bombardement van Hawija.

Als de ministerraad destijds heeft gesproken over burgerslachtoffers en als Rutte inderdaad de fouten rond het bombardement van Hawija beschrijft, dan is wederom is de vraag: is dan niet óók gesproken over de 70 burgerslachtoffers?

Vervolgens duurt het nog ruim anderhalf jaar voordat de Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement in Hawija naar buiten komt.

  pieter klein

✔ @pieterkleinrtl

Als-ie het in 2015 niet wist, wist-ie het in ieder geval exact in voorjaar 2018. #rutte #bijleveld #burgerslachtoffers #defensie #ministerraad https://www.rijksoverheid.nl/documenten/mediateksten/2018/04/13/letterlijke-tekst-persconferentie-na-ministerraad-13-april-2018 …

https://twitter.com/pieterkleinrtl/status/1192351563228090369/photo/1?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1192351563228090369&ref_url=https%3A%2F%2Fwww.rtlnieuws.nl%2Fnieuws%2Fartikel%2F4913266%2F70-burgerslachtoffers-rutte-bijleveld-hennis-hawija-bombardement

207  9:02 AM – Nov 7, 2019

Mysterie blijft

Vraagtekens genoeg, maar antwoorden ontbreken. Insiders verwachten deze week nog geen nieuwe brief naar de Tweede Kamer. Voorlopig blijft het een mysterie waarom 70 burgerdoden jarenlang geheim bleven.

Dit gebeurde er in de zomer van 2015:

De nacht van 2 op 3 juni 2015

In de nacht van 2 op 3 juni bombardeert Nederland een bommenfabriek van IS bij de Iraakse stad Hawija. Door foute inlichtingen zijn meer bommen in de fabriek dan gedacht en zijn de ontploffingen groter.

4 juni 2015

Persbureau Reuters spreekt in een artikel voor het eerst over ‘ongeveer 70 doden, inclusief burgers’ bij een luchtaanval op een fabriek in Hawija.

9 juni 2015

Hennis wordt voor het eerst gebriefd over onderzoek naar de luchtaanval, waaruit naar voren komt dat het ‘geloofwaardig’ is dat er bij de luchtaanval ook burgerslachtoffers zijn gevallen.

15 juni 2015

Hennis ontvangt het definitieve onderzoek van CENTCOM, het Amerikaanse hoofdkwartier voor alle militaire missies in het Midden-Oosten. Nederland werkt hiermee samen tijdens de oorlog tegen IS. Ook in het definitieve onderzoek wordt het ‘geloofwaardig’ geacht dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het aantal van 70 wordt niet genoemd.

23 juni 2015

Minister Hennis informeert vervolgens de Kamer verkeerd. In antwoorden op Kamervragen schrijft ze: “Voor zover op dit moment bekend is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

Lees ook:

Premier Rutte wist in 2015 niet van burgerslachtoffers: ‘Staat mij helemaal niets van bij’

RTL Nieuws; Mark Rutte  Lilianne Ploumen  Jeanine Hennis-Plasschaert  Ank Bijleveld  Ministerie van Defensie  Ministerie van Buitenlandse Zaken  Burgeroorlog Irak

Minister Bijleveld van Defensie overleefde deze week een motie van wantrouwen tijdens het debat over burgerdoden in Irak. Ⓒ ANP

’Nog een vijfde incident met F-16’

Telegraaf 07.11.2019 In de oorlog tegen IS zijn meer gevallen onderzocht waarbij mogelijk door Nederlandse F-16-vliegers burgers zijn geraakt. Het kabinet rapporteerde aan de Tweede Kamer vier incidenten, maar volgens vliegers is er nog minstens één vijfde casus – vermoedelijk zonder slachtoffers. Dat vertellen ze in het boek Missie F-16, dat deze week verschijnt.

Deze week moest minister Bijleveld (Defensie) zich in de Kamer verantwoorden voor een gebrek aan transparantie over burgerslachtoffers door Nederlands optreden in de oorlog tegen IS. In januari had het kabinet vier Nederlandse aanvallen tegen IS-doelen benoemd.

Zeker twee daarvan hadden tot burgerdoden geleid. Bij een aanval op een bommenfabriek in Hawija bleken er meer explosieven aanwezig dan gedacht. Daardoor vielen mogelijk zeventig doden, zowel IS-strijders als een onbekend aantal burgers. In Mosul vielen F-16’s een woonhuis aan, waarvan werd gedacht dat het een IS-hoofdkwartier was. Vier onschuldige bewoners stierven en een van de nabestaanden deed deze week in De Telegraaf zijn verhaal, net als de betrokken vlieger.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bij een derde geval reed onverwachts een auto langs toen een pand werd getroffen door een Nederlandse bom. ,,We hadden een klein bommetje gekozen om te zorgen dat er geen nevenschade zou ontstaan’’, vertelt de betrokken vlieger. ,,Want er stond een moskee vlakbij. Toch klapte de hele voorpui eruit, over die auto heen. De vliegtijd van de bom is een minuut, je kunt nou eenmaal niet een minuut van tevoren uitsluiten of er iemand aankomt.’’

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Seconden later trof een tweede bom doel. Dezelfde auto werd opnieuw getroffen door puin. ,,Het was donker dus we konden niet duidelijk zien of hij uitstapte of wegrende’’, herinnert de vlieger zich. ,,De kans dat hij zelf gewond is geraakt lijkt me niet groot, maar ik kan het ook niet uitsluiten. Dit was overigens een dorp dat helemaal in handen was van IS.’’ Hij denkt daarom dat de kans groot was dat iedereen die laat op straat was, in dienst was van het kalifaat.

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Het OM onderzocht de zaak en kwam tot de conclusie dat er geen sprake was van strafbare feiten. Dat geldt ook voor het vierde geval, waarbij een laserrichter verkeerd stond afgesteld waardoor de bom een verkeerd doel trof – zonder slachtoffers.

Een vijfde incident belandde echter niet op de lijst van het kabinet. Hierbij reden twee brommers langs op het moment een Nederlandse F-16 een auto onder vuur nam met het boordkanon. ,,Later hebben ze met drones de hele weg afgezocht’’, zegt de betrokken vlieger. ,,Maar er lagen geen slachtoffers en je zag ook geen olie of bloed op de weg. Er werd ook geen slachtoffer gerapporteerd en er is nooit een claim geweest van nabestaanden.’’

Bekijk meer van; terreurdaad defensie misdaad Islamitische Staat

Waarom premier Rutte zegt zich niks te herinneren van burgerdoden in Irak

AD 07.11.2019 De tientallen burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Irak blijven het kabinet achtervolgen. De Tweede Kamer wil precies weten wie wat op welk moment wist. Opvallend veel betrokkenen zeggen zich dat niet te herinneren. Vier vragen over hoe dat precies zit.

Ambtenaren op de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken zijn druk om allerlei archieven door te pluizen. Wat is er in de eerste dagen na 15 juni 2015 onderling aan informatie uitgewisseld?

Op die dag kreeg het ministerie van Defensie zwart op wit van de Amerikanen dat het ‘geloofwaardig was dat er bij een bombardement op een bommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija burgerslachtoffers waren gevallen. Een bombardement dat in de nacht van 2 op 3 juni van dat jaar door een Nederlandse F-16 was uitgevoerd.

Lees ook;

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’

Lees meer

Bijleveld doorstaat ‘ingewikkeld debat’ over burgerdoden Irak

Bijleveld doorstaat ‘ingewikkeld debat’ over burgerdoden Irak

Lees meer

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat over het Nederlands bombardement in Irak.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat over het Nederlands bombardement in Irak. © ANP

Waar is de Tweede Kamer precies boos over?
Op 24 juni 2015 (dus anderhalve week nadat de Amerikanen hadden gezegd dat er iets was misgegaan) werd nog aan de Tweede Kamer gemeld dat ‘voor zover op dat moment bekend er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak’. De Kamer voelt zich voorgelogen en in een debat met huidig Defensieminister Ank Bijleveld steunde vrijwel de voltallige oppositie een motie van wantrouwen tegen de bewindsvrouw.

Maar daarmee is de kous niet af. Bijleveld meldde dinsdag immers ‘dat het aannemelijk was’ dat Defensie na de mededeling van de Amerikanen ook andere betrokken ministeries gewaarschuwd heeft dat er een onderzoek werd ingesteld naar het bombardement. Dat waren Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.

Zijn de burgerslachtoffers al die tijd onder de pet gehouden?

Zeker Rutte heeft bij de Tweede Kamer al de reputatie dat hij soms last heeft van zijn geheugen als hij in politieke moeilijkhe­den komt

Het kabinet heeft de Tweede Kamer de afgelopen jaren op meerdere momenten ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet. Eerst vertrouwelijk op 1 juni 2017. En in een brief van april 2018 werd gemeld dat er ‘zeer waarschijnlijk’ burgers waren gedood in Hawija.

Om de vliegeniers en hun thuisfront te beschermen tegen mogelijk wraakacties, was het beleid er nooit hardop over te praten. Deze week deed Defensie dat voor het eerst wel. Bij het bombardement in Hawija kwamen zeker zeventig onschuldige burgers om. En later zijn bij een bombardement op Mosul ook nog eens vier burgers omgekomen doordat een woonhuis werd aangezien voor een IS-hoofdkwartier.

Toch is een groot deel van de Tweede Kamer boos dat het kabinet dat niet veel eerder open over was. En door de brief van 24 juni 2015 voelt de Kamer zich ook nog eens voorgelogen. En verkeerde informatie geven aan de Tweede Kamer geldt als een doodzonde. Als bijvoorbeeld premier Mark Rutte ook al voor die datum wist van de mededeling van de Amerikanen, kan hem worden aangewreven dat hij medeverantwoordelijk was voor het fout informeren van de Kamer.

Wat heeft Rutte gezegd?
Rutte heeft gezegd dat ‘hem er helemaal niets van bijstaat’ dat hij op dat moment al geïnformeerd was. Wel kan hij zich voorstellen dat de informatie al bekend was bij ambtenaren. Dat zint de oppositie niet. Is het mogelijk dat er gewaarschuwd is dat er tientallen doden zijn gevallen bij een actie van een Nederlandse F-16 en dat ambtenaren dat niet meldden aan hun politieke baas?

Maar er zijn meer bewindslieden uit die periode die zeggen er geen herinnering aan te hebben. De bewuste brief van 24 juni 2015 is niet alleen ondertekend door voormalig minister Hennis, maar ook door haar toenmalige PvdA-collega’s Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking). Beiden zeggen zich ook niet te herinneren op dat moment al geweten te hebben van de burgerdoden. En Ploumen zegt ook dat ze het wel had móeten weten.

Saillant is dat de PvdA de motie van wantrouwen tegen Bijleveld steunde, inclusief Ploumen die tegenwoordig Kamerlid is. Terwijl haar naam evenzeer stond onder de brief met de leugen erin.

Lilianne Ploumen (PvdA) steunde de motie van wantrouwen tegen Bijleveld, maar ondertekende in 2015 als minister zelf ook de brief met de leugen erin

Lilianne Ploumen (PvdA) steunde de motie van wantrouwen tegen Bijleveld, maar ondertekende in 2015 als minister zelf ook de brief met de leugen erin © ANP

Hoe loopt dit af?
Bijleveld zegt niet te weten hoe de foute formulering in de brief terecht is gekomen. Volgens betrokkenen is het denkbaar dat het een domme fout was. De brief gaf antwoord op 71 Kamervragen waar weken aan is gewerkt door verschillende ministeries. Het kan zijn dat de formulering ‘voor zover wij weten is er geen sprake van burgerslachtoffers’ er al in de tekst is gezet vóór de informatie van de Amerikanen bekend was. En dat daarna verzuimd is de tekst aan te passen.

Maar mogelijk is er ook bewust geprobeerd de boel onder de pet te houden. Een oud-ambtenaar van Defensie beschrijft de cultuur op het ministerie als ‘uiterst formeel’. Als Defensie aan andere ministeries slechts laat weten dat ‘er onderzoek wordt gedaan naar een bombardement’, gaan er niet direct alarmbellen af bij andere ambtenaren.

Dergelijke onderzoeken worden immers vaker gedaan. ,,Dat is toch wat anders dan de mededeling: Let op, er is een hele woonwijk de lucht in gevlogen. Dan loop je meteen naar je politieke baas.’’

Maar het kan ook zijn dat meerdere oud-bewindspersonen boter op hun hoofd hebben. En zeker Rutte heeft bij de Tweede Kamer al de reputatie dat hij soms last heeft van zijn geheugen als hij in politieke moeilijkheden komt.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, dat ze volgens een VVD’er ’laconiek, lachend en in clownskostuum’ deed. Ⓒ ANP

’Toon Bijleveld was niet goed’

Telegraaf 07.11.2019 Ank Bijleveld heeft het Kamerdebat over burgerdoden door Nederlandse bommen in Irak verkeerd ingeschat, zeggen partijen terugblikkend. De bewindsvrouw dacht het debat schadevrij te doorstaan, maar ze eindigde gehavend met de hakken over de sloot. Coalitiepartij VVD is boos. „Ze heeft haar voorganger Hennis drie keer voor de bus gegooid.”

Open zijn, de fout toegeven en excuses aanbieden. Met dat strijdplan dacht team-Bijleveld het debat waarin de positie van de minister op het spel stond snel te kunnen afronden. Want dat die positie op het spel stond, had de CDA-bewindsvrouw kunnen weten.

“Ze gooide Hennis drie keer voor de bus”

GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks had immers al de middag voorafgaand aan het debat een motie van wantrouwen klaarliggen en de overige Kamerleden en de minister daarover ingelicht. Toch deed dat de alarmbellen nog niet afgaan. De partijen die aan het debat meededen, hadden vooraf niet eens een telefoontje gekregen van Bijlevelds politiek assistent met de vraag hoe ze erin stonden.

Excuses

De verdediging leek ook solide. Bijleveld wist weliswaar al bij haar aantreden in 2017 dat er bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak burgerslachtoffers waren gevallen. Maar ze wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat de Tweede Kamer daarover niet was geïnformeerd. Ze zou dat toegeven en, hoewel het een fout van haar voorganger was, excuses aanbieden. Het debat over de Defensiebegroting, kon makkelijk nog later die avond plaatsvinden, zo was de verwachting.

Voormalig defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert zou een week na het bombardement in Irak al te horen hebben gekregen dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Voormalig defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert zou een week na het bombardement in Irak al te horen hebben gekregen dat er burgerslachtoffers waren gevallen. Ⓒ Foto Marcel Antonisse

Maar het liep anders. Toen de bewindsvrouw met haar staf ver na middernacht bijeenkwam om uit te blazen van het debat, viel iedereen aan op de bitterballen. Niemand had eraan gedacht tijdens het marathondebat eten te bestellen.

Kernpunt was de luchtaanval van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in het Iraakse Hawija. Onder de zeventig doden zaten behalve IS-strijders ook tientallen burgers. Bijlevelds voorganger Hennis kreeg al een week na het bombardement van het Amerikaanse commando van de IS-missie te horen dat er bij die aanval burgerdoden waren gevallen. Diezelfde maand nog ontkende zij dat tegenover de Kamer.

De defensietop leefde in de veronderstelling dat die briefing op een veel later moment had plaatsgevonden, in mei 2016. Hoe dat kon? „Iemand heeft dat ooit gezegd, en toen is dat een eigen leven gaan leiden”, zegt een betrokkene. In het debat meldde Bijleveld deze knulligheid niet. Het zou alleen maar meer verwarring scheppen.

Wel vertelde ze wat ze pas afgelopen vrijdag ontdekte: verdraaid, die briefing heeft plaatsgevonden vóórdat Hennis de Nederlandse betrokkenheid tegenover de Kamer had ontkend. „Mijn voorganger heeft de Kamer verkeerd geïnformeerd”, zei Bijleveld herhaaldelijk in het debat. „Toen ik erachter kwam, heb ik meteen de informatie aan de Kamer aangepast.”

Ongeloofwaardig verhaal, vond een groot deel van de Kamer, waarin ook de irritatie bij coalitiepartijen begon toe te nemen. „En haar toon was niet goed”, zegt een coalitie-Kamerlid. In plaats van telkens naar haar voorganger te verwijzen, had ze zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen, zo luidt het oordeel. „Haar houding was: we wassen dit varkentje wel even”, blikt Diks terug.

Des duivels

Vooral de liberalen zijn des duivels dat Bijleveld haar voorganger ’drie keer voor de bus heeft gegooid’, zegt een VVD’er. „Laconiek, lachend en in clownskostuum”, is het oordeel van een andere liberaal over Bijleveld. „Als ze alleen maar de steun van de coalitie en de SGP overhoudt, zou ze zelf weg moeten gaan.

Ze heeft het zelf verknald. Fractievoorzitter Pieter Heerma had moeten ingrijpen.” Inmiddels zijn er nieuwe Kamervragen gesteld over wat premier Rutte wanneer wist van de burgerdoden. Volgens Bijleveld wist hij het waarschijnlijk. Rutte kan zich niet herinneren erover te zijn bijgepraat.

Bekijk meer van; defensie gewapend conflict Ank Bijleveld Hennis Irak Tweede Kamer der Staten-Generaal Islamitische Staat

Kamer wil opheldering over Irak-doden: Wie wist wat wanneer?

AD 07.11.2019 De Tweede Kamer houdt vragen over de kwestie rond de burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Irak. Vooral op de vraag wie op welk moment wist van de waarschijnlijke burgerslachtoffers waarover de Kamer in juni 2015 verkeerd werd geïnformeerd, willen Kamerleden antwoord zien. Dat bleek bij het debat over de defensiebegroting.

Volgens een feitenrelaas, dat minister Ank Bijleveld van Defensie dinsdag naar de Kamer stuurde, is het ‘aannemelijk’ dat verschillende betrokken ministeries op de hoogte waren van de misgelopen aanval. In het debat van dinsdagavond zei ze dat ook het ministerie van minister-president Mark Rutte, Algemene Zaken, daarbij hoorde.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Herinneren

Gisteren stelde Rutte tegen RTL Nieuws dat hem ‘er helemaal niets van bij staat’ dat hij kort na die bloedige aanval in 2015 werd ingelicht. Ook de toenmalige PvdA-ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) zeiden zich ook niet te kunnen herinneren er persoonlijk over geïnformeerd te zijn.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut zette er vraagtekens bij dat ‘de minister-president en andere betrokkenen zich allemaal in ene niks kunnen herinneren’. Ook GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks wil in een reeks vragen opheldering. Bijleveld wil proberen die vragen ‘zo snel mogelijk’ te beantwoorden. Ze vroeg daarop om ‘vertrouwen’ aan Karabulut. ,,Als er één ding niet is, dan is het vertrouwen”, reageerde het SP-Kamerlid.

Vertrouwen

Bijleveld zei dat Defensie hard moet werken om het vertrouwen weer terug te winnen. De CDA-bewindsvrouw was haar inbreng in het begrotingsdebat begonnen met een terugblik op het voor haar moeilijke debat van dinsdagavond, waarin vrijwel de hele oppositie het vertrouwen in haar opzegde. ,,Het is niet zomaar teruggaan naar de orde van de dag. Zo’n debat komt binnen. Ik ben én voel me verantwoordelijk.”

Denk-Kamerleden Öztürk, Azarkan en Kuzu (van links naar rechts) ANP

Aangifte tegen Denk-Kamerleden na uitspraken over luchtaanval Irak

NOS 07.11.2019 Advocaat en veteraan Michael Ruperti gaat samen met 1200 militairen en andere veteranen aangifte doen tegen Denk-Kamerleden Selcuk Öztürk en Farid Azarkan.

Volgens Ruperti heeft Öztürk zich schuldig gemaakt aan het zaaien van haat, belediging en laster toen hij dinsdag tijdens het Kamerdebat over de Nederlandse luchtaanval in Irak sprak. “Deze minister ziet niet de ernst van deze moord”, zei hij, toen hij het woord had.

Het Kamerdebat was dinsdagavond:

Uitspraken Öztürk over luchtaanval Irak

Dinsdagavond verdedigde partijgenoot Azarkan in Pauw de woorden van Öztürk, die daarbij zei dat het “in ieder geval heeft geleid tot mooie televisie”.

Met hun uitspraken bestempelden de twee volgens Ruperti de piloten indirect tot moordenaars.

Bij de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek van IS in de stad Hawija kwamen zeventig burgers om het leven. Maandag gaf het kabinet voor het eerst opening van zaken over de kwestie. Daarbij erkende minister van Defensie Bijleveld dat de Kamer verkeerd was geïnformeerd.

Verslaggever Lex Runderkamp bezocht de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel. Zo ziet het er daar uit:

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

Öztürk zegt in een reactie verkeerd te zijn begrepen en wil graag in gesprek met de betrokken vliegers. In het debat werd hij al aangesproken op zijn woordkeuze door meerdere collega-parlementariërs en Kamervoorzitter Arib.

Volgens Ruperti is dat niet voldoende om eventueel de aangifte in te trekken. “Hij moet expliciet zijn woorden terugnemen en openlijk excuses aanbieden. Dan krijgen we misschien een andere situatie.”

Parlementaire immuniteit

Het is de vraag hoe kansrijk de aangifte van Ruperti is. Kamerleden beschikken op basis van de grondwet over parlementaire immuniteit. Daardoor kunnen ze niet strafrechtelijk vervolgd worden voor wat ze zeggen tijdens een debat.

“Maar het recht is altijd in ontwikkeling en die wet stamt uit de negentiende eeuw”, zegt Ruperti desgevraagd. “Tegenwoordig zijn bijvoorbeeld alle debatten live te volgen. En dat je onschendbaar bent, betekent niet dat je niet strafbaar bent. Maar daar mag de rechter over oordelen.”

Militaire vakbond ACOM steunt de aangifte, net als voormalig landmachtcommandant Mart de Kruif. “Het is een belediging voor al die 60.000 mensen bij Defensie die dagelijks ons veilig proberen houden”, zei De Kruif vanochtend in het programma Goedemorgen Nederland.

 Voorzitter ACOM @Jan_Kropf

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’