Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 13

Pact voor de Ouderenzorg

Het ministerie van VWS heeft op donderdag 8 maart 2018 met landelijke organisaties het pact voor de ouderenzorg ondertekend. 

Samen met zo’n 35 andere partijen tekende minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) vandaag een Pact voor de Ouderenzorg. Met het pact komen de deelnemers samen in actie om eenzaamheid bij ouderen te signaleren en doorbreken, goede zorg en ondersteuning thuis te organiseren en de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.

Nederland heeft een enorm grote opgave voor de boeg op het gebied van ouderenzorg. Nu al zijn er 1,3 miljoen 75-plussers, maar in 2030 zijn dat er 2,1 miljoen. Dat betekent veel voor de manier waarop we de zorg inrichten in ons land. Een samenwerkingsverband waarin iedereen die voor en met ouderen werkt de krachten bundelt, ontbreekt nog.

Minister De Jonge: “Het verenigen van alle partijen die betrokken zijn in één ‘pact voor de ouderenzorg’ is de beste manier om samen de schouders hieronder te zetten. Natuurlijk gebeurt er al ontzettend veel in de ouderenzorg. Maar samen kunnen we nog veel meer bereiken. Met deze 35 partijen, en hopelijk worden het er meer, gaan we nu aan de slag.”

AD 14.03.2018

AD 14.03.2018

Met het Pact voor de Ouderenzorg gaat een keur aan partijen – zorgaanbieders, verzekeraars, gemeenten, bedrijven, etc. – gezamenlijk aan de slag om de zorg voor ouderen merkbaar en meetbaar te verbeteren door:

  • de trend van stijgende eenzaamheid onder ouderen te keren;
  • te zorgen dat ouderen langer thuis willen en kunnen blijven wonen, met de juiste zorg en ondersteuning;
  • de verpleeghuiszorg te verbeteren zo dat ouderen er de juiste zorg krijgen en de aandacht die zij verdienen, zoveel mogelijk vergelijkbaar met thuis.

De ondertekenaars onderstrepen met het sluiten van dit landelijk Pact voor de Ouderenzorg de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van leven van ouderen en verbinden zich aan het meedenken en meedoen met concrete plannen en acties. Het pact wordt in drie programma’s verder uitgewerkt en er worden afspraken gemaakt over de specifieke invulling van acties en wie daarvoor aan zet is. Het pact is het begin van een proces met als doel ouderen in Nederland te laten merken dat de zorg en ondersteuning voor hen, en de generaties daarna, beter wordt.

Minister De Jonge: “Ik zie en hoor al voorbeelden van verpleeghuizen die extra medewerkers hebben aangetrokken om meer tijd en aandacht te kunnen geven aan onze ouderen. Of hoe de regeldruk teruggedrongen wordt. Ook in de strijd tegen eenzaamheid zijn er tal van initiatieven. Van huisbezoeken bij 75-plussers, tot dansmiddagen met ‘oude’ muziek, en van breiclubs tot walking football. Deze voorbeelden maken voor ouderen een wereld van verschil.”

Kortom zij komen gezamenlijk in actie door:

  • eenzaamheid signaleren en doorbreken;
  • goede zorg en ondersteuning thuis organiseren;
  • de kwaliteit van de verpleeghuiszorg verbeteren.

Documenten;

lees: kamerbrief-over-hoofdlijnenakkoord-wijkverpleging

lees: Hoofdlijnenakkoord+wijkverpleging+2019-2022

lees: kamerbrief-over-onderhandelaarsakkoord-wijkverpleging-2019-2022

lees: onderhandelaarsakkoord-wijkverpleging-2019-t-m-2022

Lees de brief aan Karsten Klein, wethouder Stedelijke Economie, Zorg en Havens, gemeente Den Haag

lees: kamerbrief-over-waardigheid-en-trots-aanpak-vernieuwing-verpleeghuiszorg

lees: eindrapportage-toezicht-igz-op-150-verpleegzorginstellingen

lees: Brief Verzameloverleg Patienten Clientenrechten

lees: kamerbrief-over-actieprogramma-werken-in-de-zorg 14.03.2018

lees: Actieprogramma-Werken-in-de-Zorg 14.03.2018

lees: Deelnemende partijen Pact voor de Ouderenzorg

lees: Pact voor de Ouderenzorg

AD 08.03.2018

Plicare onder druk

Duizenden Haagse cliënten van Plicare komen vanaf 1 april zonder hun vertrouwde wijkverpleegkundige te zitten. Er is geen geld meer voor. ,,Dit is een groot drama.’’

Drama

Met sommige patiënten loopt hij ‘enorm te klooien’, zegt huisarts Hendrik Vrolijk. Of hij kan ze überhaupt niet helpen of hij doet het verkeerd. In veel gevallen, weet hij, is de patiënt beter af bij de wijkzuster dan bij de huisarts. Bijvoorbeeld als hij of zij hartstikke depressief is en dat blijkt door schulden te komen. ,,Als huisarts kan ik de patiënt doorsturen naar de psychiater, maar zo iemand schiet meer op met financiële hulp. Ik kan daar niet mee helpen.’’

Geld

Huisartsen doen bijna nooit mee aan acties. Dat ze dat nu wel doen geeft aan hoe belangrijk de wijk­ver­pleeg­kun­di­ge is, aldus Liane den Haan.

Vrijdag kwam het nieuws naar buiten dat de zeventien wijkverpleegkundigen in Den Haag en Leidschendam-Voorburg, die duizenden cliënten helpen, moeten stoppen. Er is geen geld meer voor beschikbaar.

De wijkverpleegkundige als oren en ogen van de wijk. De wijkverpleegkundige als hét loket voor alle zorgen, óók als het gaat over betalingsproblemen, wonen, verslaving, geestelijke gezondheid en eenzaamheid. De wijkverpleegkundige als gids, kaart en kompas, in één persoon. Op deze manier werkt Plicare, een samenwerking van onafhankelijke wijkverpleegkundigen. Zij willen de wijk gezonder maken, door ervoor te zorgen dat mensen, ondanks zorg of hulp, zoveel mogelijk op eigen kracht en in hun buurt kunnen doen.

Plicare stopt

“De manier van werken van Plicare staat onder druk: de financiering gaat nu via reguliere zorgaanbieders, en wanneer zij dat niet meer willen of kunnen opbrengen, dan moet de stekker eruit. Dat gebeurt in Den Haag op 1 april en dat betekent dat de meest kwetsbare buurtbewoners de dupe worden. Totaal verkeerd: deze aanpak werkt niet alleen in Den Haag, maar moet juist als voorbeeld dienen voor andere gemeenten”, zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan.

Noodklok

Huisartsen, fysiotherapeuten en andere eerstelijnszorgprofessionals in Den Haag luiden samen met ANBO de noodklok over het noodgedwongen stoppen van Plicare. “Dit is een groot drama voor werknemers en cliënten. Wanneer deze wijkverpleegkundigen uit de wijk verdwijnen gaat er een hoeveelheid kennis en een netwerk van onschatbare waarde verloren. Maar evenzogoed verwachten wij dat door het wegvallen van deze schakelfunctie de druk op eerstelijnspartijen en organisaties voor wijkverpleging in de regio toeneemt”, zo schrijven de ondertekenaars.

“Wij hopen dat de gemeente Den Haag deze handschoen opneemt. Zonder Plicare zullen we niet alleen negatieve effecten zien het gebied van gezondheid en ziekte, maar ook in participatie, armoede, onderdak en veiligheid.  Juist de kwetsbaarste groepen in de samenleving, die waar de wijkverpleegkundige nu achter de voordeur komt, zullen het hardst worden getroffen.”

lees: plicare

Lees de brief aan Karsten Klein, wethouder Stedelijke Economie, Zorg en Havens, gemeente Den Haag

lees: kamerbrief-onderhandelaarsakkoord-medisch-specialistische-zorg-2019-2022

lees: kamerbrief-over-hoofdlijnenakkoord-medisch-specialistische-zorg-2019-2022

lees: kamerbrief-over-waardigheid-en-trots-aanpak-vernieuwing-verpleeghuiszorg

lees: eindrapportage-toezicht-igz-op-150-verpleegzorginstellingen

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 12

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 11

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 10

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 9

zie ook: Manifest gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 8

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 7

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 6

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 5

zie ook: TSN / Vérian – Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 4

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 4

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 3

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 2

zie ook: Gedonder in de Haagse Zorg door bezuinigingen – deel 1

‘Studenten­stop ondanks groot personeels­te­kort in de zorg’

AD 08.06.2018 Op elf van de zeventien hbo-opleidingen verpleegkunde geldt komend jaar een studentenstop, terwijl het personeelstekort in de zorg toeneemt. De hogescholen hanteren de numerus fixus omdat ziekenhuizen te weinig stageplekken bieden, schrijft de Volkskrant.

De studentenstops moeten zo snel mogelijk worden opgeheven, indien nodig onder druk van de minister van Onderwijs, pleit de beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden V&VN. De hbo-opleidingen zouden in plaats van een ziekenhuisstage een stage kunnen aanbieden die is verdeeld over verschillende sectoren.

In de zorg zijn op dit moment 120 duizend vacatures. De ziekenhuizen, die kampen met een tekort aan personeel, zijn zich ervan bewust dat ze zichzelf in de voet schieten als ze niet meer stageplekken regelen, zegt brancheorganisatie NVZ. De vergoeding voor begeleiding van stagiairs is volgens de woordvoerder echter te laag.

Hoofdlijnenakkoord wijkverpleging ondertekend

RO 06.06.2018 Minister Hugo de Jonge van VWS en de partijen in de wijkverpleging hebben vandaag het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging ondertekend. Daarmee worden de door de onderhandelaars gemaakte eerdere afspraken definitief van kracht. Het akkoord betekent onder meer dat er € 435 miljoen extra beschikbaar gesteld wordt voor de wijkverpleging voor de periode 2019-2022.

Het Hoofdlijnenakkoord Wijkverpleging is ondertekend door ActiZ, BTN, PFN, VNG, V&VN, ZN en de minister van VWS. Met het hoofdlijnenakkoord maken zij afspraken over het voorkomen van (duurdere) zorg, de zorg dichter bij mensen thuis te brengen of juist verder weg (als dat omwille van de kwaliteit moet) en over het vervangen van bestaande zorg door nieuwe, innovatieve vormen van zorg zoals e-health.

Verder staan in het akkoord afspraken om de omvang van niet-gecontracteerde zorg te verminderen, omdat deze een onevenredig groot beslag legt op de beperkte capaciteit van de wijkverpleging. Dat zet het zorgstelsel onder druk.

De ondertekenaars gaan verder onverminderd door met het terugdringen van regeldruk en er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt.

Om de afspraken uit het akkoord te kunnen bewerkstelligen gaat er extra geld naar de wijkverpleging. Van 2019 tot en met 2022 komt er in totaal € 435 miljoen (exclusief loon- en prijsbijstelling) bij het kader wijkverpleging ten opzichte van de verwachte uitgaven in 2018.

Documenten

Convenant | 06-06-2018

Zie ook

Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg 2019-2022 ondertekend

RO 04.06.2018 Minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) en partijen in de medisch-specialistische zorg hebben vandaag het hoofdlijnenakkoord 2019-2022 ondertekend. Op 26 april was al een onderhandelaarsakkoord bereikt. Alle achterbannen hebben met het akkoord ingestemd.

De afspraken in het akkoord zijn gemaakt tussen het ministerie van VWS, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Nederlandse federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Patiëntenfederatie Nederland, Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) en de Federatie Medisch Specialisten (FMS).

Er zijn afspraken gemaakt over een aantal onderwerpen waaronder zorg op de juiste plek, terugdringen van regeldruk en over de aanpak van de uitdagingen op de arbeidsmarkt. Bij zorg op de juiste plek gaat het om zorg op maat dichtbij huis, het voorkomen van duurdere zorg en het inzetten van innovatieve manieren van zorg, zoals e-health. Verder gaat het bij regeldruk o.a. om het schrappen van dubbele registraties. Als laatste wordt er op de arbeidsmarkt ingezet op meer opleiden van gespecialiseerde verpleegkundigen en het aantrekkelijker maken van het beroep van verzorgende.

Het akkoord is een combinatie van aan de ene kant het beheersen van de uitgaven en aan de andere kant de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg op lange termijn te borgen. In het regeerakkoord is afgesproken dat de groei van de kosten onder de zorgverzekeringswet wordt geremd. Dit betekent in de periode van 2019-2022 een groei van 8 miljard in plaats van 10 miljard (circa 1,5 miljard).

Zie ook

Hartpatiënten luiden noodklok over wachttijden

Telegraaf 04.06.2018 Hartpatiënten moet steeds langer wachten voordat ze gedotterd of aan hun hart geopereerd worden. Belangenvereniging Hartpatiënten Nederland vindt dat onacceptabel en heeft een meldpunt opgezet. Mensen wachten inmiddels soms wel tot 3,5 maand op een openhartoperatie. Wie een dotterbehandeling nodig heeft, wordt tussen de anderhalve maand en drie maanden in de pauzestand gezet, klaagt de belangenvereniging Hartpatiënten Nederland.

Hartpatiënten Nederland wil dat er snel een einde komt aan deze lange wachttijden. Bij AMC Amsterdam, Amphia Breda en Radboud Nijmegen is de wachttijd voor een openhartoperatie ruim zes weken. Bij UMCU Utrecht en LUMC Leiden is dat tien weken. Koploper volgens Hartpatiënten is Maastricht met 3,5 maand.

Voor een dotterbehandeling moet je zeker zes weken wachten in onder meer Antonius Nieuwegein, Haga Den Haag, Isala Zwolle, LUMC Leiden, MCA Alkmaar, UMCG Groningen en VU Amsterdam.

LEES MEER OVER hartpatiënten wachttijden amc amsterdam amphia breda radboud nijmegen

Hartpatiën­ten luiden noodklok over wachttij­den voor operaties

AD 04.06.2018 Hartpatiënten moeten steeds langer wachten voordat ze gedotterd of aan hun hart geopereerd worden. Soms is de wachttijd wel 3,5 maand.

Belangenvereniging Hartpatiënten Nederland vindt dat onacceptabel en heeft een meldpunt opgezet.

Wie een dotterbehandeling nodig heeft, wordt tussen de anderhalve maand en drie maanden in de pauzestand gezet, klaagt de belangenvereniging Hartpatiënten Nederland. ,,Jarenlang hebben wij gevochten voor kortere wachttijden. En met succes. Maar helaas, we lijken weer terug naar af te gaan. De wachttijden rijzen de pan uit”, aldus coördinator Marly van Overveld van de belangenvereniging.

Dotteren? 6 weken wachten

Hartpatiënten Nederland wil dat er snel een einde komt aan deze lange wachttijden. Bij AMC Amsterdam, Amphia Breda en Radboud Nijmegen is de wachttijd voor openhartoperatie ruim zes weken. Bij UMCU Utrecht en LUMC Leiden is dat tien weken. Koploper volgens Hartpatiënten is Maastricht met 3,5 maand.
Voor een dotterbehandeling moet je zeker zes weken wachten in onder meer Antonius Nieuwegein, Haga Den Haag, Isala Zwolle, LUMC Leiden, MCA Alkmaar, UMCG Groningen en VU Amsterdam.

Bezuinigingen

De hartpatiënten zijn bang dat de wachttijden nog verder oplopen omdat minister Bruno Bruins van Medische Zorg met medisch specialisten, ziekenhuizen en zorgverzekeraars afspraken heeft gemaakt. Vanaf 2022 mogen de kosten voor medisch-specialistische hulp niet verder oplopen. ,,Dat komt feitelijk neer op een bezuiniging’’, weet Marly. ,,Bezuinigen betekent minder operaties. En dus nóg langere wachttijden. Onacceptabel!’’

Eerste spoedkliniek voor oudere wijkbewoners opent deuren

NOS 04.06.2018 Een mini-wijkziekenhuis speciaal voor ouderen, waar alle patiënten zo snel mogelijk uit bed zijn, zodat ze zo snel mogelijk weer naar huis kunnen. Dat is het idee achter de eerste wijkkliniek van het land, die vandaag in Amsterdam de deuren opent.

Het aantal 75-plussers verdubbelt de komende tien jaar. Tegelijkertijd kunnen de afdelingen spoedeisende hulp van ziekenhuizen de toestroom van ouderen nu al nauwelijks aan. Uit onderzoek blijkt ook dat lang niet alle ouderen gebaat zijn bij een ziekenhuisbed.

Voor initiatiefnemer en hoogleraar acute ouderenzorg Bianca Buurman allemaal redenen om een ander soort ziekenhuiszorg op te zetten voor ouderen.

Kennis en ervaring bundelen

De Amsterdamse wijkkliniek zit in een verbouwd verpleeghuis en krijgt in eerste instantie 24 bedden voor acute opnames. Zorgverzekeraar Zilveren Kruis betaalt de eerste drie jaar, als proefperiode.

In dit mini-ziekenhuis voor de buurt is alles erop gericht een oudere zo mobiel mogelijk te houden. Ook is er veel aandacht voor de zorg die thuis nodig is. Doel is om op wijkniveau de kennis en ervaring van verpleegkundigen en specialisten ouderengeneeskunde, huisartsen en specialisten van het AMC te bundelen, zodat ouderen zo mobiel mogelijk blijven en dicht bij huis geholpen kunnen worden.

En de ambities zijn groot. “We gaan proberen het aantal ouderen dat last heeft van functie-uitval na een ziekenhuisopname te halveren”, zegt Buurman. “Ook willen we de heropnames met de helft terugdringen.” Dat scheelt in de zorgkosten. En sowieso wordt er in de wijkkliniek bespaard: zo kost een bed daar 370 euro per dag en in het AMC 750 euro per dag.

Medisch akkoord

Het model past bij de nieuwe afspraken die het Rijk onlangs heeft gemaakt met onder meer de ziekenhuizen. In dat Medisch Akkoord staat de ambitie om minder ziekenhuiszorg in het ziekenhuis te organiseren. In plaats daarvan moet die zorg verschoven worden naar thuis, of in ieder geval dichtbij huis.

Maar de ervaring van Buurman is dat het in de praktijk niet eenvoudig is om die ambitie waar te maken. “Wij combineren eerstelijnszorg, zoals wijkzorg, met ziekenhuiszorg, eigenlijk zoals het Rijk dat wil. Maar daar bestaan gewoonweg geen vaste financieringsvormen voor.”

De transitiemiddelen die genoemd zijn in het Medisch Akkoord, om de overgang van ziekenhuiszorg naar thuis te bekostigen, gaan wel helpen, denkt ze.

Hoe ziekenhuizen met man en macht proberen personeel te vinden

NOS 02.06.2018 Ziekenhuizen doen in strijd tegen het almaar groeiende tekort aan medisch personeel van alles om een extra aantrekkelijke werkgever te zijn. Ze bieden bijvoorbeeld voor bepaalde functies direct een vast contract aan. Een enkel ziekenhuis overweegt een tekenbonus te bieden, of doet dat al.

Het is namelijk moeilijk om zorgpersoneel te vinden. Het aantal medische vacatures in ziekenhuizen is verdubbeld ten opzichte van een jaar geleden, meldde de NOS vanochtend.

Breder inzetbare medewerkers

De gezamenlijke universitaire medische centra proberen nauwkeurig te voorspellen hoeveel zorgmedewerkers in de toekomst voor elk specialisme nodig zijn. Zo nodig vergroten ze de capaciteit van opleidingen voor bepaalde specialismen of afdelingen. Op dit moment onderzoeken de umc’s de mogelijkheid om minder gespecialiseerde, breder inzetbare medewerkers op te leiden.

“Zulke medewerkers zouden in hun loopbaan gemakkelijker van specialisme kunnen wisselen. De zorg zou zo minder gevoelig worden voor snelle veranderingen in de arbeidsmarkt en in medische kennis en zorg. “Daarnaast zetten de umc’s zich maximaal in om jongere medewerkers aan te trekken en bestaande medewerkers bij te scholen en vast te houden.”

Stageplaatsen en zelf opleiden

Massaal wordt ingezet op het intern opleiden van personeel en op het verder vormgeven van samenwerking in de regio.

“We zijn volop aan het opleiden. Dat is voor de toekomst absoluut noodzakelijk, maar we hebben ook voor nu oplossingen nodig”, zegt een woordvoerder van het Franciscus Gasthuis en Vlietland Ziekenhuis in Rotterdam. “Toen we hier genoodzaakt waren om onze spoedeisende hulp ’s nachts te sluiten, hebben we dankzij goed contact met huisartsen en de huisartsenpost toch kunnen regelen dat er een nachtelijke-opname-afdeling kwam. Mensen die al bij ons als patiënt waren, konden daar ’s nachts toch terecht.”

Ook het Zuyderland Medisch Centrum met locaties in Heerlen en Sittard-Geleen kiest voor het zelf opleiden en dooropleiden van personeel. Het ziekenhuis, dat ingeklemd ligt tussen Duitsland en België, haalt ook personeel uit het buitenland. Verder probeert het Zuyderland administratieve taken van het personeel te beperken, zodat er meer tijd is voor het verlenen van zorg.

Leuk is het op spoedeisende hulp

De Noordwestziekenhuisgroep begint volgend jaar met een eigen hbo-opleiding verpleegkundige, waar volgens het ziekenhuis veel animo voor is. “Oftewel, de gezondheidszorg is nog steeds populair, dat is in ieder geval wat wij merken onder de jongeren.”

Twee verpleegkundigen van de spoedeisendehulp van het Franciscus Gasthuis in Rotterdam hebben deze week de eerste prijs gewonnen tijdens een congres over spoedgeneeskunde. Ze deden dat met een clip die laat zien hoe leuk het is om op een spoedeisende hulp te werken, zelfs als daar voortdurend personeelstekorten zijn.

Extra maatregelen in grote steden

Het St Jansdal in Harderwijk heeft de afgelopen jaren al ingezet op het opleiden van medewerkers en ziet daarvan het resultaat, zegt een woordvoerder. “We hebben relatief weinig problemen ten opzichte van ziekenhuizen in midden Nederland en de Randstad.”

Het OLVG vindt dat er een ‘grotestedenbeleid’ nodig is, “voor groepen zorgverleners die weinig verdienen en het zich niet meer kunnen veroorloven om in de stad te wonen en werken”. Iets dergelijks gebeurt in Amsterdam al voor onderwijzers en leraren voor wie relatief goedkope woningen beschikbaar gesteld worden om iets te doen tegen het lerarentekort in de hoofdstad.

Chirurg Alexander van Marle vertelt hoe patiënten soms de dupe zijn van de personeelstekorten:

Video afspelen

‘Als de economie aantrekt, wordt de zorg minder interessant’

BEKIJK OOK

Deze zorgverleners maakten tijd vrij om met ons te praten over werkdruk

Minder regels in de zorg, dat moet nu dan toch echt gaan lukken

Meer zij-instromers in verpleging, ‘ik wist dat het pittig zou worden’

‘Wachtlijs­ten operaties groeien door groot personeels­te­kort ziekenhui­zen’

AD 02.06.2018 Door gebrek aan artsen en verpleegkundigen zullen de wachtlijsten voor planbare operaties groeien, constateert de NOS op basis van eigen onderzoek onder 63 ziekenhuizen. Het aantal openstaande vacatures onder medisch personeel bij die ziekenhuizen is in een jaar tijd verdubbeld tot 2200, blijkt uit die inventarisatie.

Het gaat om artsen, verpleegkundigen en ondersteunend medisch personeel.
,,Dit leidt onvermijdelijk tot oplopende wachtlijsten”, laten meerdere ziekenhuizen aan de omroep weten.

Lees ook;

Ambulancedienst zoekt vaak naar een leeg bed

Lees meer

Personeelstekort in de zorg blijft groot probleem

Lees meer

De spoedafdelingen kampen met de grootste tekorten. Er wordt regelmatig verpleegkundig personeel van andere afdelingen ingezet om personeelstekorten op die afdelingen weg te werken. De helft van de ondervraagde instellingen zegt vorig jaar om die reden niet-acute operaties te hebben uitgesteld. Het ging om honderden ingrepen.

Volgens de ziekenhuizen leidt het personeelstekort tot verhoging van de werkdruk en toenemend ziekteverzuim. Zij richten zich daarom nadrukkelijk op het opleiden van nieuw personeel.

Personeelstekorten ziekenhuizen nemen dramatisch toe

NOS 02.06.2018 Het aantal medische vacatures in ziekenhuizen is verdubbeld ten opzichte van een jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS naar personeelstekorten in Nederlandse ziekenhuizen en de gevolgen daarvan. “Dit leidt onvermijdelijk tot oplopende wachtlijsten”, zeggen verschillende ziekenhuizen.

De 63 (van de 90 aangeschreven) ziekenhuizen die de vragen beantwoordden, hebben samen meer dan 2200 vacatures openstaan voor artsen, verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel.

Ze moeten bijna allemaal grote moeite doen om hun bezetting rond te krijgen als gevolg van dat groeiende personeelstekort. De helft zegt het afgelopen jaar om die reden planbare operaties te hebben uitgesteld. In totaal ging het om vele honderden operaties.

Minder operaties, afdelingen dicht

De spoedafdelingen kampen met de grootste personeelstekorten. Ziekenhuizen hebben de grootste moeite om gespecialiseerd verpleegkundig personeel te vinden voor deze acute zorgafdelingen, zoals de spoedeisende hulp, intensivecareafdelingen en operatiekamers (OK’s).

Chirurg Alexander van Marle vertelt hoe patiënten soms de dupe zijn van de personeelstekorten:

Video afspelen

‘Als de economie aantrekt, wordt de zorg minder interessant’

Tekorten aan medisch personeel per eind april 2018 (in 63 ziekenhuizen)

Verpleegkundigen: 628
Gespecialiseerd verpleegkundigen: 671
Ondersteunend medisch personeel: 528
Medisch specialisten: 290

Ziekenhuizen zegden niet alleen operaties af, maar plannen ook minder operaties in, laat het AMC weten. “Bij 5 procent personeelstekort, is er 5 procent minder OK-tijd beschikbaar. Dat leidt bij ons niet tot afzeggingen, maar heeft wel gevolgen voor de wachtlijst.”

Het Amsterdamse OLVG beperkte afgelopen jaar de operatiecapaciteit tijdelijk met 10 tot 15 procent, vanwege personeelsgebrek. Ook daar ontstaan langere wachtlijsten voor planbare operaties. Het UMC Utrecht zegt dat alle geplande operaties worden uitgevoerd, “maar operateurs krijgen minder operatietijd beschikbaar gesteld dan wanneer we meer personeel hadden. Er moet namelijk wel voldoende verpleegkundig personeel zijn.”

Houtje touwtje

De ziekenhuizen zetten alles op alles om aan de acute zorgvraag te voldoen. Dat betekent ook dat regelmatig verpleegkundig personeel van andere afdelingen geleend wordt om gaten op spoedafdelingen op te vullen. Omdat er op die afdelingen vervolgens weer minder personeel is, kunnen er minder patiënten liggen en worden daar dus (tijdelijk) bedden gesloten.

Zo kunnen vrouwen voor een bevalling door een gebrek aan kinderartsen straks niet meer terecht in het Refaja Ziekenhuis in Stadskanaal en in Bethesda in Hoogeveen.

Ziekenhuizen zitten in hun maag met de hoge werkdruk die hun personeel ervaart als gevolg van het tekort aan collega’s. Personeel draait regelmatig extra diensten. “We vragen enorm veel van onze medewerkers”, aldus het UMC Groningen. “Dankzij hun extra inspanningen lukt het om nagenoeg alle zorg te blijven verlenen.” Het UMCG heeft vier IC-bedden moeten sluiten. “Waar mogelijk worden taken soms anders verdeeld om de lasten te verlichten, maar dit levert in veel gevallen geen structurele oplossing voor de personeelstekorten.”

De hoge werkdruk leidt ook tot hoog ziekteverzuim en tot het vertrek van vaste medewerkers. Dat maakt het probleem van de personeelstekorten nog groter.

Spoedeisende hulp NOS/JEROEN VAN EIJNDHOVEN

Ziekenhuizen maken noodgedwongen vaker gebruik van verpleegkundigen die zich als zelfstandige laten inhuren. Dat biedt weliswaar oplossingen voor de korte termijn, maar op de lange termijn zien ziekenhuizen er weinig heil in.

“Het zorgt voor ongewenste doorbreking van de continuïteit op afdelingen en vergt extra inwerktijd en aanpassingsvermogen van onze eigen medewerkers”, aldus het Antonius Ziekenhuis in Utrecht, waar de geboortezorg tijdelijk ingeperkt is als gevolg van tekorten. “Verder stijgen de kosten van de zorg door de inzet van detacheerders. En geeft het scheve ogen bij ons eigen personeel, vanwege de hogere salarissen die detacheringsbureaus bieden.”

De universitaire ziekenhuizen hebben afgesproken dat ze geen zzp’ers inhuren. “Als ziekenhuis wil je zeker bij medewerkers die in de directe patiëntenzorg werkzaam zijn, bepalen wat de medewerker dient te doen en hoe de medewerker dit dient uit te voeren”, zegt een woordvoerder namens de acht umc’s.

Verpleegkundigen uit umc’s laten de NOS echter weten dat ook universitaire ziekenhuizen wel degelijk zzp’ers inhuren. “Bij ons werken er nu een heel aantal”, zegt een verpleegkundige. “Anders zouden we nog minder operaties kunnen doen.”

Ziekenhuizen zetten massaal in op opleiden. “Opleiden is de toekomst”, aldus het VUmc. “Voortdurend blijven opleiden, ook wanneer er in de toekomst weer voldoende medisch personeel is. Maar dat gaat nog wel even duren.”

Verantwoording

De NOS heeft 90 Nederlandse ziekenhuizen gevraagd deel te nemen aan een onderzoek naar personeelstekorten en de gevolgen daarvan. Van de aangeschreven ziekenhuizen hebben er 63 meegedaan. Dat is 70 procent. Alle acht Universitaire Medische Centra hebben de vragenlijst ingevuld en 22 van de 26 topklinische ziekenhuizen (85 procent). Verder namen nog 32 van de 52 algemene ziekenhuizen (62 procent) deel aan ons onderzoek en één van de vier aangeschreven gespecialiseerde klinieken. Regionale en stedelijke ziekenhuizen reageerden in overeenstemming met hun spreiding over het land.

BEKIJK OOK

Alarmerend tekort aan gespecialiseerde verpleegkundigen dreigt

Hartcentra hebben last van verpleegkundigentekort

Groot tekort aan verpleegkundigen, maar wel een studentenstop. Hoe zit dat?

Minister bemoeit zich niet met dreigende sluiting IC-afdelingen

NOS 29.05.2018 Minister Bruins voor Medische Zorg is niet van plan in te grijpen bij de dreigende sluiting van 22 afdelingen intensive care (IC) en spoedeisende hulp (SEH). Een aantal streekziekenhuizen voorziet grote financiële problemen door strengere eisen aan de aanwezigheid en inzet van IC- en SEH-artsen in het ziekenhuis.

Om de kwaliteit te verhogen, moeten zeven dagen per week IC-artsen aanwezig zijn. Ze mogen alleen werken voor die afdeling en niet elders in het ziekenhuis bijspringen als ze weinig te doen hebben. Die IC-richtlijn is twee jaar geleden al afgekondigd. De inspectie gaat vanaf 1 juli controleren. Een dergelijke richtlijn voor de SEH is nog in de maak.

‘Geen bemoeienis overheid’

De minister wijst erop dat de richtlijn door de artsen en andere betrokkenen in de gezondheidszorg zelf is opgesteld, bedoeld om de kwaliteit te verhogen. Daar heeft de overheid geen bemoeienis mee.

Bruins vindt het “prijzenswaardig” dat de eisen telkens worden aangescherpt door de professionals, omdat de kwaliteit van de zorg daarmee volgens hem omhoog gaat. “De patiënt verdient de beste zorg.”

De minister maakt zich wel zorgen of er na de invoering van de maatregel genoeg artsen zijn voor de intensive care.

Zorgen over ziekenhuizen in de regio

In het Vragenuur zei SP-Kamerlid Van Gerven dat minister Bruins de problemen van de streekziekenhuizen “bagatelliseert.” Mensen willen volgens hem dat het streekziekenhuis behouden blijft. Een goede intensive care en spoedeisende hulp zijn daarbij van essentieel belang, vindt Van Gerwen.

Ook CDA, 50Plus, ChristenUnie en PVV maken zich zorgen over de beschikbaarheid van ziekenhuiszorg in de regio. Veel ziekenhuizen zijn kleiner geworden of gesloten, waardoor patiënten grotere afstanden moeten afleggen. De minister vindt vooral de kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid van groot belang.

‘Volgens de richtlijn moet ik hier de hele dag zitten en mezelf vermaken’

NOS 26.05.2018 De best mogelijke zorg. En richtlijnen die dat moeten garanderen. Niks mis mee zou je zeggen, maar bij veel regionale ziekenhuizen krijgen ze hoofdpijn van de nieuwe regels voor de intensive care en de spoedeisende hulp.

Volgens de IC-richtlijn moet in elk ziekenhuis zeven dagen per week een IC-arts aanwezig zijn. Die mag nergens anders ingezet worden en dat kost extra mankracht. Veel ziekenhuizen kunnen dat niet betalen en vrezen sluiting van de IC en ook van de spoedeisende hulp, want daarvoor is een soortgelijke richtlijn in aantocht.

Op een vrijwel lege intensive care-afdeling van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen legt IC-arts Johan Lutisan uit waarom de richtlijnen voor zijn ziekenhuis verkeerd kunnen uitpakken. “Als ik op een rustig moment op de IC weinig om handen heb, wil ik het liefst op een andere afdeling mijn capaciteit inzetten. Ik ben ook internist dus ik wil heel graag op dat moment op de interne afdeling patiëntenzorg leveren. Als er iets acuuts is kan ik heel snel weer hier op de IC aanwezig zijn. Dat is de praktijk nu.”

Maar straks mag dat mag niet meer. De verscherpte IC-richtlijn bestond al langer, maar vanaf 1 juli gaat de Inspectie ook echt controleren of de regel wordt nageleefd. “Dat betekent, als ik volgens die richtlijn hier exclusief aanwezig moet zijn, dat ik hier de hele dag zit en mezelf moet vermaken.”

Video afspelen

‘Ik zit dan hier de hele dag en moet mezelf vermaken’

Volgens Lutisan lijdt de kwaliteit van de zorg op zijn IC niet onder de flexibele inzet van de artsen. “In 2015 is er een grote studie over verschenen. Daaruit blijkt ook dat de kwaliteit van zorg en de acute hulp in deze regionale ziekenhuizen gewoon goed is. Ook in vergelijking met de grotere centra.”

Voor ziekenhuizen die een grote intensive care-afdeling hebben, met veel patiënten, moet wél altijd een IC-arts aanwezig zijn, vindt Lutisan. Maar dat geldt niet voor elk ziekenhuis. “Wij vinden dat iedere patiënt recht heeft op zorg van een intensivist, maar dat kun je op verschillende manieren regelen. Hier kunnen we maatwerk leveren. Als het even rustig is, gaan we met andere werkzaamheden verder.”

Als de IC moet sluiten zie je vrij snel dat ziekenhuizen in de problemen komen, aldus Suzanne Kruizinga, bestuurder Wilhelmina Ziekenhuis Assen.

Het WZA voldoet op dit moment overigens wel aan de IC-richtlijn, maar dat kost veel geld en extra IC-artsen zijn heel moeilijk te vinden. Veel ziekenhuizen zullen hun IC-afdelingen om die redenen misschien wel moeten sluiten. Een hele slechte zaak, vindt ook Suzanne Kruizinga, bestuurder van het Assense ziekenhuis. Want de IC en de spoedeisende hulp zijn niet zo maar afdelingen.

“Ze zijn het hart van het ziekenhuis. Veel patiënten komen binnen via de spoedeisende hulp. De intensive care hebben we nodig als back-up voor de grote operaties, voor als er iets niet helemaal goed gaat. En we hebben natuurlijk heel veel mensen hier in een ziekenhuisbed liggen die ook zieker kunnen worden, en die moeten we dan even opvangen op de IC.”

‘Kans op omvallen’

De intensive care heeft een soort brandweerfunctie. Een ziekenhuis kan eigenlijk niet zonder. “Als de IC moet sluiten zie je vrij snel dat ziekenhuizen in de problemen komen omdat de IC en de spoedeisende hulp echt essentiële onderdelen zijn van het ziekenhuis zijn. Dan is de kans groot dat ziekenhuizen gaan omvallen.” Voor het WZA geldt nu al dat verbouwingsplannen voorlopig zijn stilgelegd vanwege de nieuwe richtlijnen.

Kruizinga hoopt net als IC-arts Lutisan dat er voor verschillende ziekenhuizen meer maatwerk kan komen, in plaats van de knellende richtlijnen. “Die kosten miljoenen en gaan voor ons type ziekenhuis niets toevoegen.”

Ook patiënten komen in verzet. Chris Vegter van de cliëntenraad van het ziekenhuis in Drenthe moet er niet aan denken dat het WZA zou verdwijnen. De instelling voert niet voor niets de slogan ‘vertrouwd en dichtbij’.

“Voor ons is het van groot belang dat het ziekenhuis kan blijven”, zegt Vegter. “We denken dat de zorg goed is, en mensen kennen elkaar. Als patiënten hier binnenkomen, voelen ze zich gezien. Dat is voor veel mensen heel belangrijk. Als de zorg goed is, waarom moeten die richtlijnen dan zo opgeschroefd worden dat het risico bestaat dat het ziekenhuis verdwijnt?”

BEKIJK OOK

Regionale ziekenhuizen vrezen voor sluiting afdelingen spoedzorg en IC

‘Intensive care en spoedhulp dreigen te verdwijnen in regioziekenhuizen’

NU 26.05.2018 40 procent van de algemene regionale ziekenhuizen dreigt de intensive care te moeten sluiten als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vanaf 1 juli actief de nieuwe richtlijnen gaat controleren.

De gevolgen voor de afdeling spoedeisende hulp is nog groter. Van de 30 regionale ziekenhuizen zijn er 22 die niet aan het nieuwe kwaliteitskader spoedzorg voldoen. Dat schrijft dagblad Trouw. Deze cijfers zijn berekend door zorgconsultancybureau Gupta in opdracht van de Vereniging Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ).

In de nieuwe kwaliteitskaders staat dat er op de afdeling intensive care vanaf 1 juli overdag en in het weekeinde altijd een medisch specialist moet rondlopen. Op de afdeling spoedeisende hulp moet altijd een arts aanwezig zijn met minimaal twee jaar ervaring.

Het invoeren van de eis is uitgesteld, omdat de regionale ziekenhuizen en verzekeraars eerst willen weten wat het gaat kosten.

Suzanne Kruizinga, lid van de werkgroep Acute Zorg van de SAZ, zegt dat het sluiten van de intensive care en de spoedeisende hulp de oplossing is om aan de eisen van de inspectie te voldoen.”Dat kan, maar laat de bewindslieden op zorg dan maar uitleggen waarom Nederlanders in veel regio’s langer moeten reizen als zij naar het ziekenhuis moeten”, aldus Kruizinga in Trouw.

Lees meer over: Ziekenhuizen

Regionale ziekenhuizen vrezen voor sluiting afdelingen spoedzorg en IC

NOS 26.05.2018 Regionale ziekenhuizen waarschuwen dat patiënten in de toekomst mogelijk langer moeten reizen met acute zorgvragen. Zij zijn bang dat ze hun afdelingen spoedeisende hulp en intensive care op den duur niet meer draaiende kunnen houden en dus moeten sluiten.

Die vrees heeft te maken met scherpere richtlijnen voor Intensive Care- en spoedeisende zorg. Die richtlijnen, bedoeld om de kwaliteit te verhogen, stellen strengere eisen aan de aanwezigheid en inzet van IC- en SEH-artsen in het ziekenhuis. Eraan voldoen kost de ziekenhuizen mankracht en geld.

Naderende deadline

De IC-richtlijn vereist dat in elk ziekenhuis zeven dagen per week een IC-arts aanwezig is, en dat hij of zij exclusief beschikbaar is voor de IC. De IC-richtlijn ligt er al een paar jaar, maar de betreffende ziekenhuizen krijgen de zenuwen omdat de inspectie vanaf 1 juli officieel gaat controleren of ziekenhuizen aan de richtlijn voldoen. De SEH-richtlijn is inhoudelijk zo goed als af, maar nog niet officieel van kracht.

Lang niet alle ziekenhuizen zien een probleem in de richtlijnen, die bovendien bedoeld zijn om te kwaliteit te verhogen. Maar met name de kleinere regionale ziekenhuizen, met kleinere budgetten, voelen de pijn van de richtlijn die extra kosten met zich meebrengt.

De betreffende ziekenhuizen hebben vooral problemen met het woordje ‘exclusief’. “Die IC-arts mag dus niets anders doen dan op de IC zijn”, zegt Suzanne Kruizinga, bestuurder van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) en woordvoerder namens koepelorganisatie Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ), bestaande uit 28 ziekenhuizen. “Ook niet bijspringen op de spoedeisende hulp, als daar even behoefte aan is, zoals dat nu soms wel gebeurt. Concreet betekent dat situaties waarin een IC-arts niets doet, terwijl de SEH overloopt. En dat terwijl er op dit moment een gruwelijk tekort is aan SEH- en IC-artsen.”

‘Dure oplossingen’

De ziekenhuizen lieten adviesbureau Gupta inventariseren hoeveel ziekenhuizen op dit moment aan de IC-richtlijn voldoen. 12 van de 28 slagen niet voor de test. “En dan is de SEH-richtlijn nog niet eens van kracht”, zegt Kruizinga. Daar zouden volgens Gupta 22 van de 28 ziekenhuizen niet aan voldoen. “Wij kunnen dit straks niet meer betalen. En als er SEH’s en IC’s moeten sluiten, kan veel basis-spoedeisende hulp niet meer in het buurtziekenhuis. Dat is voor de bevolking echt een probleem.”

Het WZA voldoet momenteel overigens wél aan de richtlijncriteria. “Maar dat komt door hele dure oplossingen”, zegt Kruizinga. “We dragen tonnen weg om te kunnen voldoen aan die richtlijn. Vacatures krijgen we niet vervuld, dus we wijken noodgedwongen uit naar hele dure IC-waarnemers, anders krijgen we het niet voor elkaar.”

Geen geld voor buskaart

Volgens Johan Lutisan, IC-arts in het WZA, merkt de patiënt in zijn ziekenhuis weinig extra goeds van de richtlijn. Die merkt volgens hem veel meer van eventuele sluiting van IC’s en SEH’s. “Dat betekent verschraling van zorg. We hebben hier in Drenthe veel kwetsbare patiëntengroepen, zoals kwetsbare ouderen. Ook die mensen moeten dan grotere afstanden afleggen.”

Voor de regio noemt hij het belangrijk dat er een ziekenhuis in de buurt is met voldoende faciliteiten. “Mensen hebben hier soms niet eens geld voor een buskaart. Naarmate de afstand groter wordt, wordt ook de zorgkloof groter. En dat terwijl we zorg juist dichterbij huis willen.” Dat kan en hoeft niet voor alle type zorg, zegt hij. “Een deel van de zorg is goed om te concentreren, maar zeker 80 procent is basiszorg. Dat kan prima in de regio.”

Controle

Desgevraagd zegt de Inspectie dat het toezicht op de naleving van de IC-richtlijn vanaf 1 juli ‘risicogestuurd’ zal zijn. Dat betekent dat de Inspectie een onderzoek instelt bij een ziekenhuis op het moment dat er signalen zijn dat het ziekenhuis de organisatie van de IC niet op orde heeft, en patiënten daardoor risico’s lopen.

Voor handhaving van de andere kwaliteitsstandaard, voor SEH, is nog geen datum bekend. De Zorgautoriteit is momenteel bezig met een analyse om de eventuele gevolgen in kaart te brengen. Ties Eikendal, voorzitter van de vereniging van SEH-artsen, snapt de zorgen van de regionale ziekenhuizen, maar vindt ze niet geheel terecht. Hij benadrukt het belang van die aankomende analyse. “Wij hebben als artsenvereniging meegedacht over die nieuwe norm. Die is belangrijk voor de kwaliteit. Maar als blijkt dat heel veel ziekenhuizen daar niet aan kunnen voldoen, zullen we daar opnieuw naar moeten kijken.”

Vuur aan de schenen

Mochten de sluitingsscenario’s waar de SAZ voor waarschuwt op den duur waarheid worden, is dat dan erg voor patiënten? Dat hangt ervan af aan wie je het vraagt. De cliëntenraad van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen vindt van wel, want zij willen zorg dichtbij huis.

Maar in Nederland is een aanrijtijd van 45 minuten nog als acceptabel gesteld wanneer het aankomt op toegang tot acute zorg. Het is aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de regio om te zorgen dat die norm niet wordt overschreden.

De naderende deadline legt vooral regionale ziekenhuizen het vuur aan de schenen, zegt Kruizinga. “We hebben als regionale ziekenhuizen regelruimte nodig om spoedzorg kwalitatief goed te kunnen organiseren”, zegt ze. “Dat moet worden afgestemd op de regio. Het is geen one size fits all model.”

“Als er geen verruiming komt voor de richtlijnen, gaan buurtziekenhuizen omvallen”, stelt Kruizinga. “Daar mogen we dan eerst wel eens een flinke discussie over voeren, want dat gaan mensen merken. Het gaat over bereikbaarheid, over toegankelijkheid van de acute zorg in de regio.”

BEKIJK OOK

Acties aangekondigd in ziekenhuizen Emmen, Hoogeveen en Stadskanaal

Werkdruk op de spoedeisende hulp: ‘Ik kreeg last van hartkloppingen’

Scepsis over mes in regelbrij zorg

Telegraaf 24.05.2018 Een kabinetsplan om stevig te snoeien in overbodige regels in de zorg leidt tot scepsis in de Tweede Kamer. Eerdere pogingen strandden hopeloos en ook nu bestaat de vrees dat het allemaal veel te vrijblijvend is.

Huisartsen, verpleegkundigen en andere zorgmedewerkers klagen al jaren steen en been over tenenkrommende, tijd absorberende regelgeving. Vandaar dat hun koepelorganisaties met de drie bewindspersonen De Jonge (CDA), Bruins (VVD) en Blokhuis (CU) van het ministerie van Volksgezondheid met een stofkam door de formulierenbrij zijn gegaan.

Overbodige verplichtingen worden geschrapt, wordt vanuit het kabinet plechtig beloofd. De maatstaf daarvoor wordt het ’gevoel’ dat zorgmedewerkers daar straks over hebben. Op een website zal ’minutieus’ worden bijgehouden hoe het ervoor staat.

’Actieplannetjes’

De Tweede Kamer reageert gereserveerd op de hernieuwde poging om zorgregels te schrappen, want waar in het verleden regels verdwenen, kwamen er vaak minstens evenveel nieuwe voor terug.

PVV-Kamerlid Agema ergert zich vooral groen en geel aan minister De Jonge. Ze wijst erop dat de CDA-bewindsman wel erg vaak met ’actieplannetjes’ in de media komt, die ’niet af te rekenen’ zijn. Ze noemt hem misprijzend de ’een-dag-niet-op-tv-is-een-dag-niet-geleefd-minister’. „Niet meneer Popie Jopie zijn, vooral niet als het om zulke kwetsbare mensen gaat”, raadt ze hem aan.

’Te weinig harde maatregelen’

GL-Kamerlid Ellemeet en SP’er Hijink zijn milder voor De Jonge en zijn collega’s, maar zien eveneens ruimte voor verbetering. „De vrijblijvendheid moet er van af”, oordeelt Ellemeet over de plannen. „Ik lees te weinig harde maatregelen”, vult Hijink aan.

Zelfs binnen de coalitie klinken veelzeggende waarschuwingen. „We hebben de afgelopen jaren op papier wel vaker mooie plannen voor het schrappen van regels gezien, maar de praktijk blijkt keer op keer weerbarstig”, verzucht VVD-Kamerlid De Vries. Ze eist dan ook dat het ministeriële trio de schrapvoorstellen nu ook echt toetsbaar maakt. „Geen woorden maar daden.”

’Ga sturing geven’

D66-collega Bergkamp vindt het weliswaar goed dat de zorgsector achter het plan staat. „Maar het gaat wel om de resultaten. Ga sturing geven”, geeft ze De Jonge, Bruins en Blokhuis mee.

„En tuig geen bureaucratie op om bureaucratie aan te pakken”, zegt ze met een schuin oog op de website die de voortgang van het plan moet registreren.

LEES MEER OVER; zorg hugo de jonge bruins paul blokhuis  tweede kamer

Kabinet trekt 435 miljoen uit voor vernieuwing wijkverpleging

NU 24.05.2018 De wijkverpleging krijgt er de komende vier jaar in totaal 435 miljoen euro bij. Dat geld is bedoeld om de omslag te maken naar een gezondheidszorg die er sneller bij is, vaker bij mensen thuis plaatsvindt en gebruikmaakt van bijvoorbeeld nieuwe technologie.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid heeft afspraken over de wijkverpleging gemaakt met de zorgverleners, patiëntenorganisaties, gemeenten en verzekeraars. Die zijn bedoeld om de kosten van de zorg te beteugelen, maar gaan ook over het veranderen van die zorg.

De Jonge wil voorkomen dat dure zorg wordt ingeschakeld en ziet graag dat patiënten thuis of in de buurt worden behandeld of verpleegd. Nieuwe vondsten als digitale zorgtechnologie kunnen helpen de zorg dichterbij te brengen en goedkoper te maken, denkt hij. In die nieuwe zorg speelt de wijkverpleegkundige, die bij mensen thuis komt, een sleutelrol.

De ondertekenaars moeten het akkoord nog wel voorleggen aan hun achterban, maar verwachten van hen groen licht.

Ben jij wijkverpleegkundige? Deel in de NUjij-reacties jouw mening over de vernieuwing van de wijkverpleging.

Lees meer over: Zorg Wijkverpleging

Wijkverpleging krijgt extra geld

Telegraaf 24.05.2018 De wijkverpleging kan de aankomende vier jaar rekenen op extra geld. Het gaat volgens het kabinet om een plus van 435 miljoen euro in de aankomende vier jaar. Het gaat vooral naar extra personeel.

Het extra geld vloeit voort uit een groot akkoord dat het kabinet gesloten heeft onder andere met koepelorganisatie Actiz, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties.

De ondertekenaars zijn overeengekomen dat de wijkverpleging de aankomende vier jaar met 2,4 procent mag groeien. Op dit moment wordt er jaarlijks zo’n 3,8 miljard euro aan uitgegeven. In het jaar 2022 mag dit opgelopen zijn naar dik 4,2 miljard.

Tekort aan wijkverpleegkundigen

De extra financiële ruimte is volgens minister De Jonge (Volksgezondheid) nodig omdat Nederland vergrijst en senioren steeds langer thuis blijven wonen. Aangezien er nu al een tekort is aan wijkverpleegkundigen moeten alle zeilen bij worden gezet, om extra werkkrachten aan te trekken en het huidige personeel te behouden.

De onderhandelaars hebben ook met elkaar afgesproken dat ongecontracteerde zorg in de wijkverpleging moet verminderen. Uit eerder onderzoek bleek dat deze zorg duurder is, terwijl de kwaliteit juist eerder te wensen overlaat.

LEES MEER OVER; wijkverpleging ministerie van volksgezondheid welzijn en sport (vwz) (ministerie vwz) hugo de jonge actiz kabinet

Kabinet steekt 435 miljoen extra in wijkverple­ging

AD 24.05.2018 Het kabinet investeert de komende vier jaar in totaal 435 miljoen euro extra in de wijkverpleging, om de kwaliteit van deze zorg op niveau te houden en te verbeteren.

Minister Hugo de Jonge (CDA, zorg) heeft daarover een akkoord gesloten met de gemeenten, zorgverzekeraars en belangenorganisaties, maakte hij vanmiddag bekend. Het gaat om een jaarlijkse stijging van het budget met 2,4 procent.

Contractafspraken

Door de deal kan ‘de juiste zorg op de juiste plek’ terechtkomen, beweren alle partijen. Concreet wordt vooral het maken van contractafspraken tussen verzekeraars en zorgverleners beter geregeld.

Verder is het terugdringen van de administratieve rompslomp voor hulpverleners een belangrijk punt. Daaronder valt het afschaffen van de zogeheten ‘5 minutenregistratie’. Ook de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt, zoals de roep om geschikt personeel, staat in de planning.

Kwaliteit bevorderen

Daarnaast stelt het ministerie jaarlijks 5 miljoen euro beschikbaar om de kwaliteit in de wijkverpleging verder te bevorderen. Ook wordt extra geld gestoken in kortdurend verblijf in een zorginstelling, bijvoorbeeld omdat iemand herstelt van een behandeling in het ziekenhuis.

Alles overziend willen de partijen drie bewegingen maken: het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichter bij mensen thuis of zelfs thuis) en het vervangen van zorg door nieuwe ontwikkelingen, zoals e-health.

Vorige maand nog sloot het kabinet een belangrijk akkoord om de groei van het aantal behandelingen in de medisch-specialistische zorg de komende vier jaar behoorlijk af te remmen. Die deal leverde juist 1,5 miljard op.

Lagere werkdruk

PvdA-leider Lodewijk Asscher zegt over het akkoord: ,,Goed om te zien dat het kabinet nu eindelijk ook heeft begrepen dat de wijkverpleegkundigen steun verdienen voor hun harde werk in plaats van een bezuinigingsronde. Het komt er nu op aan dat de investeringen bij de wijkverpleegkundigen terecht gaan komen en zorgen voor een lagere werkdruk en een verbeterde zorg dichtbij mensen.”

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. © ANP

435 miljoen extra voor wijkverpleging

RO 24.05.2018 Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een onderhandelaarsakkoord bereikt met partijen in de wijkverpleging voor de periode 2019-2022. Om de kwaliteit van zorg op niveau te houden en te verbeteren wordt de komende 4 jaar in totaal € 435 miljoen extra in de wijkverpleging geïnvesteerd.

In het onderhandelaarsakkoord zijn afspraken gemaakt over een beweging naar de juiste zorg op de juiste plek. Verder zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van het contracteerproces en het verhogen van de contracteergraad om zo de omvang van niet-gecontracteerde zorg te verminderen. Er is een stevige financiële impuls voor het kwaliteitsbeleid.

Partijen gaan onverminderd door met het terugdringen van regeldruk en er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt. Vanwege de stijgende zorgvraag (meer ouderen, meer complexiteit in de thuissituatie) zal er niet alleen aandacht moeten zijn voor het aantrekken van meer personeel (waaronder zij-instroom) maar ook voor het (duurzaam) behouden van het huidig personeel in de wijkverpleging.

Zorg op de juiste plek

Zorg op de juiste plek is gericht op 3 bewegingen: het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichter bij mensen thuis of zelfs thuis als dat kan en verder weg als dat omwille van de kwaliteit of doelmatigheid moet) en het vervangen van zorg door nieuwe, innovatieve vormen van zorg zoals e-health.

Ook in andere zorgsectoren zijn afspraken nodig om de gewenste overgang en ambities uit dit akkoord mogelijk te maken. De wijkverpleegkundige vormt samen met de huisarts en de Wmo-deskundige de verbinding tussen de verschillende domeinen.

Om de beweging naar zorg op de juiste plek te ondersteunen gaat er extra geld naar de wijkverpleging. Van 2019 tot en met 2022 komt er jaarlijks 2,4% bij het kader wijkverpleging om dit te ondersteunen. In totaal komt er daarmee over een periode van 4 jaar € 435 miljoen (exclusief loon- en prijsbijstelling) bij het kader wijkverpleging ten opzichte van de verwachte uitgaven in 2018.

Daarnaast stelt het ministerie jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar om de kwaliteit en transparantie in de wijkverpleging verder te bevorderen. Ook wordt extra geïnvesteerd in het zogenaamde eerstelijnsverblijf – een kortdurend verblijf in een zorginstelling, bijvoorbeeld omdat iemand herstelt van een behandeling in het ziekenhuis.

Betrokken partijen

De afspraken zijn gemaakt tussen het ministerie van VWS, ActiZ, Branchevereniging BTN, Patiëntenfederatie Nederland, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Betrokken partijen leggen het onderhandelaarsakkoord de komende periode met een positief advies aan hun achterbannen voor.

Documenten; 

Onderhandelaarsakkoord wijkverpleging 2019 t/m 2022

Publicatie | 24-05-2018

Kamerbrief over onderhandelaarsakkoord wijkverpleging 2019 – 2022

Kamerstuk: Kamerbrief | 24-05-2018

Zie ook;

Er komt meer zorg aan huis voor ouderen die wachten op een plek in het verpleeghuis

Trouw 17.05.2018 Ouderen die wachten op een plek in een verpleeghuis, hoeven niet meer te vrezen dat ze in de tussentijd minder uren zorg krijgen. Dat laatste – de ‘zorgval’ – overkomt nu nog elk jaar duizenden ouderen en chronisch zieken, doordat regelingen voor de vergoeding van hulp nu slecht op elkaar aansluiten.

Minister Hugo de Jonge van volksgezondheid belooft dat het probleem per 1  juli uit de wereld is. Voor alle ouderen en chronisch zieken die wachten op een plaats in een instelling voor langdurige zorg, komt er genoeg zorg aan huis, verzekert De Jonge de Tweede Kamer vandaag in een brief.

Deze zogenoemde zorgval is een berucht probleem. GroenLinks, CDA en ChristenUnie vroegen vorig jaar in de Tweede Kamer al om een oplossing. Vooral ouderen met dementie en hun mantelzorgers zijn zwaar ­gedupeerd, schreef Trouw toen.

Verpleeghuis

Het probleem ontstond toen in 2015 de zorg thuis van het Rijk overging naar gemeenten. Wie thuis zorg nodig heeft, krijgt thuiszorg via de gemeente of wijkverpleging via de zorgverzekeraar. Maar zodra een oudere of chronisch zieke een indicatie voor het verpleeghuis heeft, houden die vergoedingen op. Er is daardoor beperkt zorg beschikbaar tijdens het wachten op een plek in het verpleeghuis.

“Het is niet goed uit te leggen dat iemand juist dan minder uren zorg krijgt”, schrijft de minister de Kamer. In de laatste fase dat ze thuis wonen, en de meeste zorg nodig hebben, krijgen ze soms minder uren hulp, vaak tot wanhoop van partner of familie. Ze komen bijvoorbeeld niet meer in aanmerking voor dagbesteding, raken hun casemanager kwijt of verliezen hun vertrouwde zorgverleners.

Hoeveel mensen dit treft, heeft Volksgezondheid niet kunnen achterhalen. Eerder schatte deze krant dat het om duizenden gevallen gaat.

Overbruggingszorg

Voor ouderen die al op de wachtlijst staan, wordt de overbruggingszorg verlengd van zes weken naar drie maanden. Volgens minister De Jonge kan dit per direct, want de regels zijn afgelopen tijd ‘beperkter toegepast dan mogelijk’, aldus de minister.

Ook komt er extra zorg voor zieke ouderen die nog niet op een wachtlijst staan en mensen met een beperking, die met een pgb zelf de zorg organiseren. Zij kunnen tot 25 procent meer zorg krijgen als dat een opname in een verpleeghuis kan voorkomen.

Voor het probleem dat ouderen soms ook nog een hogere eigen bijdrage moeten betalen, is nog geen oplossing. Daarvoor moeten de drie verschillende wetten worden aangepast van waaruit de thuiszorg, wijkverpleging en verpleeghuiszorg worden gefinancierd. Dat is niet zo snel te regelen en vergt nader onderzoek, aldus minister De Jonge.

Lees ook: wat is de zorgval?

Meer zorg nodig hebben, minder hulp krijgen, daarvoor meer betalen en de toch al zwaar belaste mantelzorger extra onder druk zetten. Samenvattend is dat wat er kan gebeuren als ouderen met dementie naar een verpleeghuis moeten en op de wachtlijst terechtkomen.

Minister repareert zorgval bij ouderen op wachtlijst

NOS 17.05.2018 Op 1 juli komt een einde aan de situatie dat ouderen die op een wachtlijst staan voor opname in een verpleeghuis, minder zorg thuis krijgen. Dat laat minister De Jonge van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer weten.

Duizenden ouderen en chronisch zieken ervaren jaarlijks dat ze minder zorg thuis krijgen tussen het moment dat ze een indicatie voor een verpleeghuis krijgen en de daadwerkelijke verhuizing naar het verpleeghuis. De Jonge noemt deze zogenoemde zorgval “onbedoeld en ongewenst”.

De terugval in zorg is een gevolg van slecht op elkaar aansluitende vergoedingen voor de zorg. Reguliere thuis- of wijkzorg wordt vergoed via de gemeente of de zorgverzekeraar. Als de oudere in aanmerking komt voor een zorginstelling, verandert de financiering en kan de oudere in de periode voor de daadwerkelijke opname geconfronteerd worden met een hogere eigen bijdrage voor de zorg, andere zorgverleners en minder uren zorg. Dan vervalt bijvoorbeeld de dagbesteding en worden mantelzorgers extra belast.

‘Niet uit te leggen’

“Het is aan cliënten en hun omgeving niet goed uit te leggen dat iemand juist dan minder uren zorg krijgt”, schrijft De Jonge aan de Kamer. Hij wil de overbruggingsperiode voor zorg verlengen van zes tot dertien weken. Aan de hogere eigen bijdrage kan De Jonge vooralsnog niets doen, omdat dat meer tijd vereist. Verder kondigt hij aan dat de voorlichting voor ouderen over langdurige zorg verbeterd wordt.

Mensen met een persoonsgebonden budget die met extra zorg juist thuis kunnen blijven wonen in plaats van te verhuizen naar een verpleeghuis, kunnen tot 25 procent meer zorg krijgen, aldus De Jonge.

APELDOORNS THUISZORGBEDRIJF IN SURSEANCE

BB 14.05.2018 Thuiszorgorganisatie Vérian Care & Clean in Apeldoorn, met 1100 medewerkers in dienst, heeft uitstel van betaling aangevraagd en gekregen. Het financieel noodlijdende bedrijf is niet meer in staat zijn rekeningen te betalen, maakte Vérian bekend.

Continuïteit zoveel mogelijk behouden

Volgens een woordvoerster is de schuld aan de Belastingdienst opgelopen tot 2 miljoen euro.

Er is door de rechtbank al een bewindvoerder benoemd, die samen met de directie de leiding heeft gekregen over de organisatie. ‘De bewindvoerder zal samen met hen de komende periode gebruiken om alle mogelijkheden te bekijken om continuïteit van werk in dezelfde omgeving zoveel mogelijk te behouden’, meldt Vérian.

Te lage tarieven gemeenten

De medewerkers blijven tot die tijd in dienst van het Gelderse bedrijf en ook de zorgverlening aan cliënten gaat door. Vérian Care & Clean BV draagt ongeveer een kwart bij aan de totale omzet van Stichting Vérian als concern. Vérian vroeg begin 2016 al ontslag aan voor honderden medewerkers omdat Apeldoorn en tien andere gemeenten volgens het bedrijf te lage tarieven voor de thuishulp betaalden. (ANP)

GERELATEERDE ARTIKELEN;

Thuiszorgbedrijf Vérian in surseance

Telegraaf 14.05.2018 Thuiszorgorganisatie Vérian Care & Clean in Apeldoorn, met 1100 medewerkers in dienst, heeft uitstel van betaling aangevraagd en gekregen. Het financieel noodlijdende bedrijf is niet meer in staat zijn rekeningen te betalen, maakte Vérian bekend.

Volgens een woordvoerster is de schuld aan de Belastingdienst opgelopen tot 2 miljoen euro.

Continuïteit van werk

Er is door de rechtbank al een bewindvoerder benoemd, die samen met de directie de leiding heeft gekregen over de organisatie. ,,De bewindvoerder zal samen met hen de komende periode gebruiken om alle mogelijkheden te bekijken om continuïteit van werk in dezelfde omgeving zoveel mogelijk te behouden”, meldt Vérian.

De medewerkers blijven tot die tijd in dienst van het Gelderse bedrijf en ook de zorgverlening aan cliënten gaat door. Vérian Care & Clean BV draagt ongeveer een kwart bij aan de totale omzet van Stichting Vérian als concern.

Te lage tarieven

Vérian vroeg begin 2016 al ontslag aan voor honderden medewerkers omdat Apeldoorn en tien andere gemeenten volgens het bedrijf te lage tarieven voor de thuishulp betaalden.

BEKIJK OOK:

Thuishulpen bezetten raadhuis Apeldoorn

BEKIJK OOK:

’Wijkverpleging is top’

LEES MEER OVER

RUZIËNDE ZORGAANBIEDERS KRIJGEN WAARSCHUWING

BB 11.05.2018 De gezondheidsinspectie heeft drie zorgaanbieders die samenwerken in woonzorgcentrum Pelgromhof in Zevenaar een ernstige waarschuwing gegeven. De drie ruziën al tijden waardoor de kwaliteit en veiligheid van zorg voor bewoners in gevaar komt, meldt de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Eerder in opspraak
Pelgromhof kwam eind maart al in opspraak, na een reeks klachten van bewoners, familie van bewoners en personeel van het centrum. Daarop werden de inspectiediensten ingeschakeld. Die moeten onderzoeken of de veiligheid van bewoners in het geding is, of er voldoende goede zorg wordt geleverd en of medewerkers hun taak fatsoenlijk kunnen uitvoeren.

Samenwerken

De gezondheidsinspectie eist nu dat de zorgverleners binnen drie weken op papier zetten hoe ze op een werkbare manier kunnen gaan samenwerken. Doen ze dit niet, dan kunnen ze worden beboet.De Pelgromhof is een particulier woonzorgcentrum voor ouderen met 48 appartementen en ruim tweehonderd aanleunwoningen. De gebouwen zijn in beheer bij Percura Zorg. Twee zorgorganisaties verzorgen de bewoners. De werkrelatie tussen Percura en de zorgverleners is compleet verstoord. Zowel bewoners en familie als personeel klagen over wantoestanden die daardoor ontstaan, stelde de gemeente eerder. (ANP)

GERELATEERDE ARTIKELEN

Inspectie: Zorginstel­ling Careyn voldoet aan eerste deel verbeter­pun­ten

AD 09.05.2018 Zorginstelling Careyn heeft voldaan aan het eerste deel van het door de inspectie opgelegde pakket aan verbeterpunten. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ i.o.) heeft daarom dit deel van de zogenoemde ‘aanwijzing’ officieel beëindigd. Maar daarmee is de zorginstelling, die al jaren onder een vergrootglas ligt wegens wanbeleid, nog niet klaar.

Alle 29 verpleeghuizen van Careyn belandden eind 2016 op een zwarte lijst van de inspectie. De zorg daar was zó slecht, dat de inspectie de organisatie dwong om verbeteringen door te voeren. Zo waren er op de meeste locaties te weinig (hoogopgeleide) medewerkers die daardoor overbelast waren, lag het ziekteverzuim hoog en was het cliëntdossier een zooitje.

Lees ook;

‘Ik zou mijn moeder hier zeker niet laten verzorgen’

Lees meer

Omdat Careyn halverwege vorig jaar nog niet klaar was met het verbeterplan, legde de inspectie in november een tweede formele aanwijzing op. De zorginstelling heeft voldaan aan het eerste deel daarvan, laat de inspectie vandaag weten.

Het eerste deel had betrekking op het verbeteren van de dossiers en het organiseren van voldoende tijd voor ‘rapportage en overdracht’. De inspectie laat vandaag weten ‘voldoende verbeteringen’ op die onderwerpen te zien om de aanwijzing te beëindigen.

Klaar is Careyn nog lang niet, stelt de inspectie. De zorginstelling moet zich nu focussen op de zorg, financiën én het bestuur. De deadline voor het tweede deel van de aanwijzing verloopt op 7 november. ‘De resterende verbeteropdracht voor Careyn blijft onverminderd van belang. De komende maanden volgt de inspectie de verdere voortgang bij Careyn.’

Splitsen

Wat er gebeurt als die deadline niet gehaald wordt, is niet duidelijk. Minister Hugo de Jonge (Zorg) liet in april tijdens een Kamerdebat weten niets te voelen voor de oproep van SP en PVV om de organisatie op te knippen in meerdere onafhankelijke stichtingen. ,,Ik sluit niet uit dat opknippen een denkbaar scenario is in toekomst.

Maar ik zie nu de grond niet”, aldus de bewindsman, die stelde dat Careyn in de afgelopen anderhalf jaar belangrijke stappen heeft gezet door de kraamzorgtak af te stoten en zich meer te richten op de ouderenzorg. Daarnaast zou de veiligheid in de verpleeghuizen zijn vergroot en zijn er allerlei na- en bijscholingscursussen opgezet voor medewerkers.

Meer geld voor verpleeghuis- en thuiszorgers

Telegraaf 07.05.2018 Er is een nieuwe cao voor medewerkers in verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT). Werkgevers en vakbonden hebben een akkoord bereikt waarin onder meer een loonsverhoging van 4 procent per 1 oktober is opgenomen. Vanaf een maand daarvoor stijgen ook de leerlingensalarissen met 10 procent, en de stagevergoedingen met ruim 16 procent.

In een gezamenlijke verklaring spreken de partijen van een mooi resultaat omdat zij „waarde hechten aan een goede, marktconforme beloning. Daaruit spreekt de waardering voor het werk van zorgprofessionals.”

Verder zijn afspraken gemaakt over het bevorderen van instroom en zij-instroom, met een oriëntatiebaan waarin belangstellenden in korte tijd kunnen kennismaken met het vak. Hoe meer mensen op een laagdrempelige manier kunnen kennismaken met de zorg hoe beter, stellen de partijen.

Onder de cao vallen ruim 375.000 mensen. De komende weken leggen vakbonden en werkgevers het akkoord voor aan hun leden.

LEES MEER OVER;  verzorgingstehuizen  thuiszorg verpleegzorg

Zorginstelling Domus Magnus krijgt berisping

Telegraaf 07.05.2018  Domus Magnus, een woonzorgorganisatie voor welgestelde senioren, heeft een berisping gekregen van de gezondheidsinspectie. Op alle veertien locaties door heel Nederland moeten verbeteringen worden doorgevoerd, op het gebied van deskundigheid van zorgverleners, de kwaliteit van de zorg en de veiligheid van bewoners.

De Inspectie Gezondheidszorg stelt onder meer vast dat cliëntdossiers onvolledig zijn en informatie niet goed wordt gebruikt. ,,Bij de zorgverleners is onvoldoende kennis over de doelgroep, onder meer over mensen met onbegrepen gedrag. Domus Magnus werkt niet systematisch aan het verbeteren van de kwaliteit van de verleende zorg”, aldus de inspectie.

Enkele jaren geleden werd een vestiging van Domus Magnus in Baarn al onder verscherpt toezicht geplaatst omdat er tekortkomingen in de zorg waren.

Als de verbeteringen niet worden doorgevoerd, kan de zorginstelling worden beboet.

Zorgak­koord levert kabinet 1,5 miljard euro op

AD 26.04.2018 Het kabinet heeft een belangrijk akkoord gesloten om de groei van het aantal behandelingen in de medisch-specialistische zorg de komende vier jaar behoorlijk af te remmen. Dat meldt zorgminister Bruno Bruins vanmiddag.

De meerjarige deal voor medisch-specialistische zorg alleen levert ongeveer 1,5 miljard euro op. Het kabinet is daarmee goed op koers om een beoogde bezuiniging van 1,9 miljard op de complete curatieve zorg te gaan halen.

Momenteel vinden nog gesprekken plaats over deals met de wijkverpleging, geestelijke gezondheidszorg en huisartsen. De Tweede Kamer heeft er vooral bij de wijkverpleging op aangedrongen niet te bezuinigen. Pas als alle deals er liggen, wordt de totale besparing duidelijk.

Op naar nul groei in 2022

Nu is al afgesproken dat de totale uitgaven aan medisch-specialistische zorg in 2019 slechts met maximaal 0,8 procent zullen toenemen. Deze groei neemt daarna jaarlijks af tot uiteindelijk nul in 2022.

Een groot deel van de besparing komt doordat ziekenhuizen anders gaan werken. Zo kunnen patiënten met sommige aandoeningen, zoals hartproblemen, tegenwoordig zelf thuis hun waarden meten en doorsturen. Ze gaan pas naar het ziekenhuis als er iets mis is.

Veranderingen in de zorg

Om de veranderingen in de zorg te ondersteunen is in totaal 425 miljoen euro beschikbaar van 2019 tot en met 2022. Dit geld kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor afspraken over een andere inzet van zorgprofessionals buiten de muren van het ziekenhuis of kliniek. Ook investeringen in vernieuwende toepassingen zijn mogelijk.

Zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, blijven zelf met de zorgverzekeraars afspraken maken over het geld. Alle betrokken partijen (ziekenhuizen, specialisten, verpleegkundigen, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties) leggen het onderhandelaarsakkoord de komende periode met een positief advies aan hun achterban voor.

Minder regeldruk

Volgens minister Bruins is dit akkoord ‘een beweging naar de juiste zorg op de juiste plek door de juiste professional op het juiste moment en tegen de juiste prijs’. Verder zijn volgens hem afspraken gemaakt over het terugdringen van regeldruk zoals het schrappen van dubbele registraties en over de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt.

Hoe hard stijgen de zorgkosten als we niet ingrijpen?

NOS 26.04.2018 De zorgkosten blijven maar stijgen. Vandaag presenteerde het kabinet een plan dat de zorg betaalbaar moet houden, onder meer door ziekenhuizen kleiner te maken en de huisarts meer te laten doen.

Maar hoe en waarom veranderen de kosten eigenlijk? Een overzicht in vier grafieken (dit zijn cijfers van vóór het vandaag bereikte akkoord).

Totale zorguitgaven, en wat je daarvan zelf betaalt

Sinds de millenniumwisseling hebben we steeds meer geld uitgegeven aan gezondheidszorg. Slechts een klein deel betalen we direct zelf. De rest wordt betaald via collectieve verzekeringen, de overheid of werkgeverspremies.

Zo hard zullen de zorgkosten stijgen per persoon per jaar

De uitgaven aan zorg zullen in de toekomst waarschijnlijk flink groeien. Het RIVM maakte deze voorspelling op basis van de situatie voor het akkoord van vandaag. Bij overige uitgaven, moet je denken aan eigen bijdragen en aanvullende verzekeringen.

Vraag naar zorg door 65 plussers

Een steeds groter deel van de zorg gaat in de toekomst naar ouderen, verwacht het RIVM. Onder andere omdat we steeds ouder worden.

Waarom zullen zorguitgaven stijgen?

Het is niet alleen vergrijzing (onderdeel van de demografische ontwikkeling) waardoor de uitgaven omhoog zullen gaan. Volgens het RIVM zijn het gaan we ook steeds duurdere zorg gebruiken omdat de medische technologie steeds geavanceerder wordt, en wij steeds rijker. Dat is in de bovenstaande grafiek samengevat als ‘overige ontwikkelingen’.

BEKIJK OOK;

Akkoord over terugdringen kosten ziekenhuizen

Besparen op zorg zonder dat kwaliteit daalt kan best, zegt zorgverzekeraar VGZ

Kostenstijging onvermijdelijk? Oud-minister Klink vindt van niet

VK 19.04.2019 Op de gezondheidszorg kan nog veel worden bespaard zonder dat de kwaliteit daalt. Zowel door ziekenhuizen als door huisartsen kan efficiënter en patiëntvriendelijker worden gewerkt. Kabinet en Tweede Kamer zouden zich daarom niet moeten neerleggen bij de nu geraamde stijging van de zorgkosten met ruim 2 miljard euro per jaar en de daardoor almaar stijgende premie van de ziektekostenverzekering. Sterker, de uitgaven en de premie kunnen dalen.

Dit betoogt oud-minister van Volksgezondheid Ab Klink, tegenwoordig directielid van zorgverzekeraar VGZ. Hij krijgt vandaag in de Volkskrant bijval van artsen en bestuurders van diverse ziekenhuizen en van concurrent-zorgverzekeraar Menzis.

Vandaag presenteert VGZ, in grootte de tweede zorgverzekeraar, het jaarverslag over 2017 met een eigenzinnige visie. De zorgverzekeraar verwacht dat de uitgaven voor de zorgverzekering tot 2021 vier procent, 1,6 miljard euro kunnen dalen. De premie kan dan volgen.

Dat staat haaks op de aankondiging van twee grote concurrenten, CZ en Achmea, die voorzien dat de premie voor de zorgverzekering volgend jaar zal stijgen. Over de hele linie verwacht het Centraal Planbureau voor de zorgverzekering tot 2021 een kostenstijging met 20 procent, van 41 miljard euro in 2017 naar 50 miljard in 2021. Het kabinet volgt die raming, al hoopt het de groei wat af te remmen door middel van afspraken met artsen en instellingen.

VGZ claimt dat er nog veel lucht in de zorg zit. De zorgverzekeraar heeft al met elf ziekenhuizen en drie instellingen in de geestelijke gezondheidszorg contracten voor de komende vijf jaar afgesloten waarin hun omzet geleidelijk daalt. ‘Hoe dat gaat, laten we aan de artsen over’, aldus Klink, ‘Zij hebben het beste zicht op kwaliteit. De verzekeraar heeft dat niet, maar kan wel de goede voorbeelden meenemen in de contracten met anderen. Dit doen we al enkele jaren. Voorop staat dat de zorg beter wordt.’

Als voorbeeld noemt Klink de plaatsing van ‘zeer ervaren artsen’ op de spoedeisende hulp. ‘Door hun ervaring verwijzen ze minder door, wordt er minder onnodig duur onderzoek gedaan en worden minder medicijnen voorgeschreven. Ander voorbeeld: na een hartoperatie komen patiënten heel vaak terug in het ziekenhuis voor controle, maar ook bij de huisarts. Dat is onnodig belastend en tijdrovend voor de patiënt terwijl het lang niet altijd nodig is. Het zijn vaak handshake-rekeningen die het ziekenhuis daarvoor schrijft. Zo zijn er honderden ideeën en initiatieven van artsen zelf.’

Zulke contracten wil VGZ de komende tijd ook afsluiten met andere ziekenhuizen, met instellingen voor verpleging en verzorging, met fysiotherapeuten en tandartsen. Daar profiteren ook andere verzekeraars van, verwacht Klink. ‘Een ziekenhuis sluit niet met ons een contract af waarin betere, passende zorg vooropstaat en met een andere verzekeraar een heel ander contract. Bij de programma’s nemen andere verzekeraars de goede dingen over.’

Zorgverzekeraar CZ, iets kleiner dan VGZ, is sceptisch over Klinks optimisme. ‘Wij sluiten ook contracten zoals Klink die noemt. Maar een daling van de zorgkosten? We hopen het ook, maar dat zien wij nog niet gebeuren, al is het maar door de vergrijzing.’ Zorgverzekeraar Zilveren Kruis laat namens het grootste zorgverzekeringsconcern Achmea weten ‘geen behoefte te hebben te reageren’.

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) acht een daling van de zorgkosten ‘wensdenken’. ‘Wij zijn niet tegen zorg efficiënter of anders organiseren. Dat kost tijd en geld. Maar steeds meer patiënten hebben steeds complexer zorg nodig. Dat blijft duur’, aldus NVZ-voorzitter Yvonne van Rooy. De lobby van zorgverzekeraars, ZN, wil zich niet uitlaten over de visie van een lid.

Klink roept het kabinet op in de onderhandelingen met de sector rekening te houden met het gedrag van artsen in instellingen. Het kabinet dreigt de sector met strafkortingen als er overschrijdingen van de budgetten zijn. ‘Als het tot kortingen komt, moeten die niet algemeen worden toegepast. Want waarom zou een ziekenhuis nog meewerken aan onze aanpak als het eventueel moet meebetalen aan de boete die anderen veroorzaken?’

Hoe een streekziekenhuis het zorgstelsel op zijn kop zette

Ziekenhuizen moeten veel slimmer gaan werken. In Gorinchem laten ze zien hoe dat kan. Goedkoper, logischer, maar vooral: beter voor de patiënt. Ook kwaliteit kan een medicijn zijn. (+)

Volg en lees meer over:  GEZONDHEIDSZORG   GEZONDHEID   WETENSCHAP   POLITIEK  NEDERLAND   ECONOMIE

ZORG;

BEKIJK HELE LIJST

VGZ-directeur Klink: Zorg kan goedkoper, zonder kwaliteits­ver­lies

AD 19.04.2018 De aldoor stijgende premie van de ziektenkostenverzekering is nergens voor nodig. Dat meent oud-minister Ab Klink. Klink, die momenteel directeur is bij zorgverzekeraar VGZ, vindt dat als ziekenhuizen en huisartsen efficiënter zouden werken de geraamde stijging van 2 miljard aan zorgkosten uit kan blijven. Uitgaven in de zorg en de zorgpremie kunnen zelfs omlaag, aldus Klink in de Volkskrant.

Volgens de VGZ-directeur kan er veel op de gezondheidszorg worden bespaard, zonder dat de zorg aan kwaliteit inboet. Volgens Klink moeten het kabinet en de Tweede Kamer zich daarom niet neerleggen bij alsmaar stijgende zorgkosten en de steeds hogere premies. Artsen en bestuurders van meerdere ziekenhuizen onderschrijven de stelling van Klink. Net als de concurrerende zorgverzekeraar Menzis, zo meldt De Volkskrant.

’s Lands op één na grootste zorgverzekeraar VGZ presenteert vandaag het jaarverslag over 2017. Volgens het jaarrapport kunnen de uitgaven voor de zorgverzekering tot het jaar 2021 1,6 miljard euro omlaag. Een daling van zo’n vier procent. Volgens VGZ kunnen de premies die daling volgen. Een stelling die haaks staat op het gangbare beeld bij kabinet en concurrenten van VGZ.

Stijging naar 50 miljard

Ziekenhui­zen hebben het beste zicht op kwaliteit, de verzeke­raar heeft dat niet, aldus Ab Klink, Zorgverzekeraar VGZ.

CZ en Achmea zien de premie volgend jaar juist stijgen, zo kondigden de maatschappijen al eerder aan. Het Centraal Planbureau gaat tot 2021 uit van een kostenstijging van 20 procent. Een totaal aan zorgkosten van 50 miljard. Het kabinet volgt de cijfers van het CPB en begroot tot aan 2021 een stijging van 9 miljard ten opzichte van de 41 miljard aan kosten in 2017. Wel bestaat de hoop in overleg met artsen en zorgverleners de stijging te beperken.

VGZ, dat al met elf ziekenhuizen contracten voor de komende vijf jaar heeft afgesloten, is van mening dat er ‘veel lucht in de zorg zit’. In de nieuwe afspraken daalt de omzet juist. Hoe de instellingen dat gaan verwezenlijken, laat de verzekeraar ‘aan de artsen over’, zegt Klink. ,,Zij hebben het beste zicht op kwaliteit, de verzekeraar heeft dat niet.’’ Vooropstaat, aldus de VGZ-directeur, dat de zorg beter wordt. De verzekeraar draagt daarvoor wel voorbeelden aan.

Ervaren artsen op eerste hulp

Het plaatsen van ‘zeer ervaren artsen’ op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen is een zo’n voorbeeld.Klink: ,, Door hun ervaring verwijzen ze minder door, wordt er minder onnodig duur onderzoek gedaan en worden minder medicijnen voorgeschreven.’’ Ook de dubbele controle van een patiënt na een hartoperatie, in het ziekenhuis én bij de huisarts, noemt Klink ‘onnodig belastend en tijdrovend’. Er zouden honderden van dit soort ideeën en initiatieven zijn, vaak van artsen zelf.

Niet iedereen deelt Klinks visie. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen noemt de plannen ‘wensdenken’. Voorzitter Yvonne van Rooy laat weten dat efficiëntere zorg ‘tijd en geld’ kost en dat steeds meer patiënten complexere zorg nodig hebben. ,,Dat blijft duur’’, aldus Van Rooy. Ook zorgverzekeraar CZ zet vraagtekens. ,,Wij sluiten ook contracten zoals Klink die noemt. Maar een daling van de zorgkosten? We hopen het ook, maar dat zien wij nog niet gebeuren, al is het maar door de vergrijzing.’’

Patiëntenorganisaties hebben te weinig geld om goed te werken

NOS 19.04.2018 Patiëntenorganisaties hebben meer geld nodig, anders kunnen ze hun werk niet meer goed doen. In een brandbrief aan de Tweede Kamer vragen ze om extra subsidie.

“De financiering van de patiëntenbeweging dateert uit de tijd dat ze alleen opkwam voor betere zorg. Maar inmiddels praten vertegenwoordigers van patiënten mee over veel meer onderwerpen en op veel meer plaatsen, landelijk en regionaal. Het werk is enorm toegenomen, maar de financiering niet”, schrijft Patiëntenfederatie Nederland.

Ook de koepelorganisaties Ieder(in) en MIND en honderd patiëntenorganisaties hebben de brief ondertekend.

Vertegenwoordigen

Sommige patiëntenorganisaties zou het water aan de lippen staan. Ze willen daarom snel extra subsidie, want anders kunnen ze patiënten niet meer goed vertegenwoordigen.

De organisaties komen op voor de belangen van patiënten, verbeteren de kwaliteit van zorg en denken mee met ziekenhuizen, andere zorginstellingen en gemeenten. Ook werken ze mee aan wetenschappelijk onderzoek.

Inspectie spit door medische dossiers Careyn

AD 05.04.2018 De Inspectie voor de Gezondheidszorg licht komende weken de medische dossiers van Careyn door. De zorgwaakhond gaf de verpleeghuisinstelling, met vestigingen in Utrecht en Zuid-Holland het afgelopen jaar een laatste waarschuwing om de dossiers op orde te brengen.

De inspectie constateerde in afgelopen jaren dat in alle bezochte verpleeghuizen van Careyn de dossiers niet actueel of compleet waren. In deze documenten behoren gegevens over de medicijnen van de cliënt te staan, maar ook diens voorgeschiedenis en dagelijkse rapportages.

Careyn, dat dertig verpleeghuizen heeft in de provincies Utrecht en Zuid-Holland, krijgt al drie jaar lang waarschuwingen van de inspectie en werd eind 2016 onder curatele gesteld. Deze zogenoemde aanwijzing werd afgelopen najaar opnieuw met een jaar verlengd.

Cowboys

SP en PVV pleitten vandaag tijdens een Kamerdebat voor het opknippen van de organisatie in meerdere onafhankelijke stichtingen. Careyn zou een onbestuurbare ‘zorgmoloch’ zijn geworden. ,,In vele debatten die over Careyn zijn gevoerd komt een duidelijk beeld naar voren. Grootheidswaanzin, dikbetaalde bestuurders, overnames en ga zo maar door. Careyn past daarmee in het rijtje van Meavita, Vestia en Inholland. Organisaties met een belangrijke publieke taak die volledig zijn verziekt en verpest door marktdenken en commerciële cowboys”, zei SP’er Maarten Hijink.

Volgens minister Hugo de Jonge (Zorg) is opsplitsen van één van Nederlands grootste zorginstellingen voorlopig niet aan de orde. ,,Ik sluit niet uit dat opknippen een denkbaar scenario is in toekomst. Maar ik zie nu de grond niet.” Volgens De Jonge heeft Careyn in de afgelopen anderhalf jaar belangrijke verbeterstappen gezet door bijvoorbeeld de kraamzorgtak af te stoten en zich meer te richten op de ouderenzorg. Ook zou de veiligheid in de verpleeghuizen zijn vergroot en zijn er allerlei na- en bijscholingscursussen opgezet voor medewerkers.

Careyn heeft tot 7 november om ook aan de tweede en laatste deadline van de inspectie te voldoen: dan moet de zorginstelling de zorg, financiën én het bestuur op de rit hebben. Op wat er gebeurt als die deadline niet gehaald wordt, wilde de minister niet op vooruitlopen.

Wachten

De Jonge benadrukte dat de circa tweeduizend ouderen in de verpleeghuizen geen acuut gevaar lopen. Op de vraag van D66 hoe het met de reguliere zorg gesteld is – ‘zou je je vader of moeder hier willen onderbrengen’- gaf hij ook geen antwoord. ,,Ik doe geen quick en dirty schets”, zei hij. De Jonge wacht eerst op het eindoordeel van de Inspectie.

PvdA-kamerlid Sharon Dijksma voorspelde nu al een heftig Kamerdebat, mocht volgende maand blijken dat de dossiers nog altijd niet op orde zijn. Ze vindt dat de inspectie haar geloofwaardigheid heeft verloren door ‘keer op keer de deadline uit te stellen’ en niet duidelijk te stellen wat de consequenties zijn van een mogelijk negatief eindoordeel.

Zevenaar wil inspecties bij ouderencentrum

Telegraaf 29.03.2018  Woonzorgcentrum Pelgromhof in Zevenaar is in opspraak. De gemeente Zevenaar en Zorgverzekeraar Menzis hebben de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie SZW ingeschakeld. Dat doen ze na een reeks klachten van bewoners, familie van bewoners en personeel van het woonzorgcentrum.

De inspecties moeten onderzoeken of de veiligheid van bewoners en hun familie in het geding is, of er voldoende goede zorg wordt geleverd en of medewerkers hun taak fatsoenlijk kunnen uitvoeren. Gemeente en zorgverzekeraar maken zich daarover zorgen, staat in een verklaring. Menzis besloot vorige week al tot een opnamestop voor bewoners die intensieve zorg nodig hebben.

De Pelgromhof is een particulier woonzorgcentrum voor ouderen met 48 appartementen en ruim tweehonderd aanleunwoningen. De gebouwen zijn in beheer bij Percura Zorg. Twee zorgorganisaties verzorgen de bewoners. De werkrelatie tussen Percura en de zorgverleners is compleet verstoord. Zowel bewoners en familie als personeel klagen over wantoestanden die daardoor ontstaan, zegt de gemeente. Percura kon daar donderdag niets over zeggen.

Zorgorganisatie Winterswijk sluit plotseling

Telegraaf 29.03.2018 Zorgorganisatie De Zorgconsulent in Winterswijk heeft donderdag plotseling de deuren gesloten. Andere zorgverleners overleggen over overname van de ongeveer tachtig cliënten en dertig medewerkers van De Zorgconsulent, zo bevestigde de directeur van zorginstelling Cumulus Home uit Amsterdam donderdag berichtgeving in De Gelderlander. Cumulus neemt waarschijnlijk cliënten in de Randstad over.

Personeel van De Zorgconsulent heeft een mail van de directeur gekregen dat hij het salaris niet meer kan betalen en faillissement gaat aanvragen. De directeur is telefonisch niet meer bereikbaar en het kantoor is gesloten.

De Zorgconsulent begeleidt en huisvest jongvolwassenen met een lichte verstandelijke handicap in de Achterhoek, de regio Arnhem-Nijmegen, Twente, Noord-Holland en de regio Rotterdam. In september vorig jaar was de Inspectie voor de Gezondheidszorg kritisch over de geleverde zorg en noemde die „risicovol”, onder meer omdat cliënten te weinig begeleiders in hun directe omgeving hadden. De directie verzekerde toen dat de problemen waren opgelost.

Ziekenhuis stuurt Dordtse ouderen sneller naar verpleeghuis

NOS 28.03.2018 Het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht gaat ouderen sneller doorsturen naar een verpleeghuis. Daarmee moet onnodige bezetting van ziekenhuisbedden worden voorkomen.

Het gaat om ouderen die binnenkomen op de spoedeisende hulp maar die niet hoeven te worden opgenomen, zoals een verwarde patiënt die is gevallen maar niets heeft gebroken.

Proef

Het ziekenhuis neemt dit besluit na een proef van vijf maanden, waarbij intensiever werd samengewerkt met verpleeghuizen in de omgeving om snel een plek te vinden voor dit soort patiënten.

Tijdens de proefperiode kon tweederde van de 69 patiënten die zich zonder medische noodzaak op de eerste hulp meldden, direct worden doorverwezen naar een verpleeghuis. Het ziekenhuis noemt de proef geslaagd.

Het Albert Schweitzer Ziekenhuis is niet het enige ziekenhuis dat kampt met onnodige bezetting van ziekenhuisbedden door ouderen. In onder meer het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en Utrecht loopt een soortgelijke proef. Ook in Rotterdam loopt een proef om ouderen sneller uit het ziekenhuisbed te krijgen.

Verzorgingshuis berispt door inspectie

Telegraaf 27.03.2018 De gezondheidsinspectie heeft een verzorgingshuis van de Stichting Zahet in Nijmegen onder verscherpt toezicht gesteld omdat er veel mis is met de zorg. Volgens de inspectie zijn er tekortkomingen op het gebied van onder meer deskundigheid van zorgmedewerkers, de veiligheid van patiënten en de omgang met medicatie.

Daarbij is er te weinig controle op de naleving van werkafspraken en procedures. In totaal voldoet de verleende zorg in Gasthuis Schependomlaan niet aan meer dan de helft van de 23 getoetste normen.

Stichting Zahet krijgt van de inspectie vier maanden de tijd om orde op zaken te stellen. Gebeurt dat niet, dan kan de instelling worden beboet. Naar eigen zeggen richt de stichting zich met zijn gasthuizen op met name allochtonen die het thuis niet meer redden.

Opbrengst ‘schrapsessies’ in de zorg: snel stoppen met 62 regeltjes

NOS 27.03.2018 Onder het motto (Ont)Regel de Zorg hebben vertegenwoordigers van zeven zorgsectoren minister Bruno Bruins voor Medische Zorg vandaag zeven lijstjes aangeboden met in totaal 62 bureaucratische maatregelen die op korte termijn geschrapt kunnen worden. Bij de maatregelen wordt ook een tijdpad geleverd.

Het gaat om handelingen als het meten van de bloeddruk. Deze verpleegkundige laat zien hoe dat gaat en wat er beter kan:

Video afspelen

Zorgorganisaties willen af van bureaucratische regels zoals deze

De minister heeft na het aantreden van het nieuwe kabinet de huisartsenactiegroep “Het Roer Moet Om” (HRMO) en de belangenvereniging voor artsen VvAA om zulke voorstellen gevraagd. Ook in het regeerakkoord belooft het kabinet vermindering van de regeldruk in de zorg.

Samen met apothekers, huisartsen, fysiotherapeuten, medisch specialisten, psychiaters en wijk- en ziekenhuisverpleegkundigen zijn zogenoemde “schrapsessies” georganiseerd. Zorgverzekeraars, toezichthouders en beroepsverenigingen hebben daaraan deelgenomen en ook het ministerie van VWS was betrokken. Uit die bijeenkomsten zijn de voorstellen voortgekomen.

Kwaliteitsregistraties

Verpleegkundigen willen af van dubbele registraties. Nu noteren ze bijvoorbeeld niet alleen de pijnscore van de patiënt, maar ook dat ze naar die pijnscore gevraagd hebben. Ze gaan ook stoppen met het invullen van machtigingsformulieren om hulp- en verbandmiddelen te mogen gebruiken voor patiënten.

Medisch specialisten willen af van de kwaliteitskeurmerken voor ziekenhuizen die niet alleen veel geld kosten, maar ook heel veel administratieve last betekenen. Verder stoppen ze met alle kwaliteitsregistraties die niet vastgesteld zijn door de beroepsgroep zelf.

Huisartsen willen in de eerste plaats af van de zogeheten uitvoeringsverzoeken. Dat zijn formulieren die zij moeten invullen als ze willen dat wijkverpleegkundigen of verpleegkundigen in verpleeghuizen bepaalde, meer risicovolle handelingen uitvoeren bij hun patiënten. Ze stoppen ook met het telkens opnieuw schrijven van verwijsbrieven voor de behandeling van chronische aandoeningen door andere zorgverleners.

Zorgverzekeraars

Apothekers stoppen met het meedoen aan de uiteenlopende kwaliteitsmetingen van zorgverzekeraars. Die hanteren allemaal andere kwaliteitsvoorwaarden waaraan zorgverleners moeten voldoen om een contract te krijgen. Als ze met alle zorgverzekeraars een contract willen dan moeten apothekers aan al die verschillende sets voorwaarden voldoen.

Psychiaters gaan fiks snoeien in het aantal punten dat ze moeten registreren om de effectiviteit van hun zorg en de tevredenheid van hun patiënten te meten. Fysiotherapeuten zoeken het in vergelijkbare maatregelen.

Wijkverpleegkundigen stoppen ermee hun cliënten elke wijziging van het zorgplan te laten ondertekenen. Verder gaan ze artsen ook niet langer vragen om de bovengenoemde uitvoeringsverzoeken vóór ze risicovolle handelingen uitvoeren.

Dit jaar

De meeste van deze maatregelen worden nog dit jaar geschrapt. De schrapsessies om nog meer overbodige of soms onzinnige bureaucratische maatregelen te vinden, gaan intussen door.

Minister Bruins voor Medische Zorg is onder de indruk van de ‘schraplijst’. Hij vindt het belangrijk dat die door zorgverleners zelf is samengesteld en denkt dat de uitvoering meer werkplezier en meer tijd voor de patiënten zal opleveren. Hij denkt dat er “nog vele jaren” opgelet moet worden, om te voorkomen dat de regeltjes weer als onkruid de kop opsteken.

BEKIJK OOK

‘Psycholoog soms langer bezig met administratie dan met patiënt’

Te weinig zorg door teveel aan regels, zegt GGZ Nederland

Zorgaanbieder schrapt omstreden verzuimregels

Telegraaf 27.03.2018 Zorgaanbieder Carinova trekt omstreden verzuimregels in. Werknemers die ziek waren, werden verplicht hun dagen later in te halen. Ook moesten ze zelf voor vervanging zorgen.

De regels worden geschrapt na overleg tussen de vakorganisaties (FNV, NU’91, CNV Zorg en Welzijn, FBZ), ondernemingsraad en het bestuur van de instelling. „Het is nooit de bedoeling van Carinova geweest om in strijd te handelen met de wet- en regelgeving”, staat in een gezamenlijk verklaring.

Bij Carinova, dat opereert in de regio Deventer en omstreken, werken 3200 mensen. Vanuit de Tweede Kamer was minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken om opheldering gevraagd over de kwestie.

De vakbonden zeggen dat ze meerdere soortgelijke meldingen van werknemers over instellingen hebben gekregen. De bonden proberen eerst via overleg een eind te maken aan deze praktijken, die tegen de wet zijn.

Zorgaanbieder Carinova trekt verzuimprotocol per direct in

AD 27.03.2018 Zorgaanbieder Carinova trekt met onmiddellijke ingang het bekritiseerde verzuimprotocol in. Werknemers die ziek waren, werden verplicht hun dagen later in te halen. Ook moesten ze zelf voor vervanging zorgen.

De Sallandse zorgorganisatie trekt het protocol in na overleg met vakorganisaties FNV, NU’91, CNV Zorg en Welzijn en werknemersorganisatie FBZ. Op vrijdag 6 april vindt verder overleg plaats tussen de vakorganisaties, de ondernemingsraad en Carinova, om tot overeenstemming te komen over een nieuw te vormen verzuimprotocol.

Lees ook

Geen tik op de vingers voor ‘inhaalwerk’ zieke werknemers

Lees meer

Zorgaanbieder Carinova wil dat zieke werknemer werk inhaalt

Lees meer

Kamer valt over ‘inhaalwerk’ voor ziek zorgpersoneel

Lees meer

‘Het is nooit de bedoeling van Carinova geweest om in strijd te handelen met de wet- en regelgeving. Carinova hecht, evenals de vakorganisaties, aan goed werkgeverschap’, schrijft de zorgaanbieder in een persbericht. Medewerkers die benadeeld zijn kunnen contact opnemen met de personeelsafdeling, zegt Carinova.

Ziek melden

In het zorgprotocol van Carinova staat onder meer dat medewerkers ‘probleemhouder’ zijn van hun verzuim. Als ze zich ziek melden, wordt hun gevraagd zelf met de cliënt een nieuwe afspraak te maken, anders doet Carinova dat. De zorginstelling spreekt zelf van een ‘gedragsmatige visie op verzuim’.

Dat zorgaanbieder Carinova ziek personeel het werk op een andere dag wil laten inhalen, zorgde voor veel commotie. Na eerdere, vergeefse verzoeken het protocol aan te passen, schreven vakbonden CNV en NU’91 en werknemersorganisatie FBZ een brief op poten naar de directie van de zorgaanbieder. Daarin schreven ze dat de verzuimregels van het zorgbedrijf in strijd waren met de wet. CNV dreigde zelfs met een rechtsgang.

Kind griep

De vakbonden zijn van mening dat Carinova met het nieuwe protocol probeert het ziekteverzuim omlaag te krijgen, vooral van mensen die niet echt (heel) ziek zijn. Veel mensen zouden zich bijvoorbeeld ziek melden als hun kind griep heeft. Carinova ontkent dit en laat in een reactie weten dat het verzuim niet hoger is dan gemiddeld in de zorg, en dat het momenteel zelfs aan het dalen is.

Carinova zei eerder de nieuwe verzuimregels juridisch te hebben laten toetsen en dat ze binnen de kaders van de wet handelt. Volgens de zorgaanbieder willen cliënten graag hun ‘eigen’ zorg- of hulpverlener, en dus geen invaller. ,,Er wordt een verantwoordelijkheid gevraagd van onze medewerkers voor hun eigen inzetbaarheid – wanneer mogelijk – om te zorgen dat de zorg altijd wordt geleverd. Als een medewerker niet in staat is vervanging te regelen, wordt dit opgelost door het team of door de planner.”

Gevraagd om een antwoord op de vraag of het intrekken van het protocol betekent dat Carinova zelf ook twijfelt aan de juridische houdbaarheid van het protocol, reageert woordvoerder Jos van de Kemenade na ruggespraak met de directie niet inhoudelijk. Wel laat hij per mail weten: ,,Samen met de vakorganisaties en ondernemingsraad gaan we werken aan een goed verzuimprotocol wat uiteraard past binnen de wet- en regelgeving. We hebben er vertrouwen in dat we er goed uit komen.”

3200 mensen

Bij Carinova, dat opereert in de regio Deventer en omstreken, werken 3200 mensen. Vanuit de Tweede Kamer was minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken om opheldering gevraagd over de kwestie. Koolmees bekende dat ook hij ‘met zijn wenkbrauwen had gefronst’, toen hij de berichtgeving over het nieuwe protocol van Carinova las. Wel zei hij het overleg af te willen wachten voor hij Carinova eventueel zou terugfluiten. Dat bleek dus niet nodig.

De vakbonden zeggen dat ze meerdere soortgelijke meldingen van werknemers over instellingen hebben gekregen. De bonden proberen eerst via overleg een eind te maken aan deze praktijken.

Geen tik op de vingers voor ‘inhaalwerk’ zieke werknemers

AD 27.03.2018 Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken vindt het te vroeg om de Sallandse zorginstelling Carinova terug te fluiten omdat die ziek personeel werk laat inhalen. Hij wil eerst afwachten wat het overleg tussen vakbonden en Carinova oplevert en of er mogelijk een rechtszaak komt.

Koolmees bekende vanmiddag in de Tweede Kamer dat hij ‘met zijn wenkbrauwen had gefronst’ toen hij de berichtgeving over het nieuwe zorgprotocol van Carinova las. Daarin staat onder meer dat medewerkers ‘probleemhouder’ zijn van hun verzuim. Als ze zich ziek melden, wordt hun gevraagd zelf met de cliënt een nieuwe afspraak te maken, anders doet Carinova dat. De zorginstelling spreekt zelf van een ‘gedragsmatige visie op verzuim’. Vakbond CNV ziet dat anders en stelt dat Carinova de wet overtreedt.

Details

  Peter Kwint  ✔@peterkwint

Medewerkers van een zorginstelling zijn ‘probleemhouder van hun verzuim.’ In normaal Nederlands: sjoemelen met roosters zodat je zieke werknemers niet hoeft te betalen. Goed dat @bartvankent voor de zorgmedewerkers opkomt. #vragenuur  2:51 PM – Mar 27, 2018

Koolmees heeft contact gezocht met beide partijen en stelt dat uit die gesprekken ‘geen gedeeld beeld’ is gekomen. ,,Ik heb nog niet alle details”, zei hij tijdens het Vragenuur, waar hij door SP-Kamerlid Bart van Kent was ontboden.

Volgens Koolmees is de kwestie vooralsnog een zaak tussen werkgever en werknemer, waar hij zich niet mee moet bemoeien, zeker niet nu CNV heeft gedreigd met een gang naar de rechter.

Volgens Van Kent verschuilt de minister zich. Volgens de SP’er is het overduidelijk dat Carinova de wet overtreedt. ,, Dit is heel eenvoudig. Volgens mij kan de minister prima beoordelen dat hier sprake is van een illegale constructie en Carinova daarop aanspreken.”

Afstand

SP-Kamerlid Bart van Kent © ANP

Ook Kamerleden van GroenLinks en PvdA dringen er bij Koolmees op aan afstand te nemen van de zorginstelling. Koolmees wil echter alleen in algemene zin uitlaten. ,,Het is niet de bedoeling dat er druk wordt uitgeoefend op iemand bij ziekte. Als de vraag is of Carinova zich aan de wet moet houden, dan luidt het antwoord ‘ja’.”

Koolmees zegt geen signalen te hebben dat andere zorginstellingen het verzuimprotocol van Carinova kopiëren. Hij erkent dat de berichtgeving niet goed is voor het imago van de zorg als werkgever. Daarom is het volgens hem positief dat bonden aan de bel hebben getrokken.

‘Meer werkers in de zorg? Eerst imago verbeteren’

OmroepWest 14.03.2018 Werkgevers en opleidingen staan te trappelen om het personeelstekort in de zorg aan te pakken. ‘Het belangrijkste daarbij is het verbeteren van het imago. Want alle bezuinigingen op de zorg hebben dat geen goed gedaan. Dat zegt Marjolijn van der Meer, directeur van Extra Strong, waarin zorgwerkgevers en opleidingen uit onze regio al enkele jaren samenwerken.

Extra Strong doe mee aan het actieplan ‘Werken in de Zorg’ dat het kabinet woensdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. ‘Op 27 maart gaan we daar afspraken over maken met het ministerie,’ zegt Van der Meer.

Het doel van het plan is om zoveel mogelijk mensen te interesseren voor een opleiding en uiteindelijk een baan in de zorg. De komende jaren zijn er in het hele land zeker 130.000 mensen nodig, in onze regio alleen al tienduizend. Maar veel mensen herinneren zich nog heel goed hoe er werd bezuinigd in de zorg en hoeveel banen dat toen kostte.

‘Dan waren er teveel, dan weer te weinig mensen voor de zorg’

‘Dat begon al toen ik in de jaren ’70 als verpleegkundige mijn opleiding begon,’ zegt Tineke van den Dries, inmiddels opgeklommen tot schooldirecteur Zorg en Welzijn aan het ROC Mondriaan in Leiden. ‘Als je klaar was met je opleiding werd je meteen ontslagen. En dat ging steeds op en neer. Dan waren er teveel mensen, dan weer te weinig.’

‘Dat slechte imago moeten we verbeteren,’ zegt Marjolijn van der Meer. De boodschap nu is dat je gebeiteld zit als je in de zorg gaat werken. En dat het leuk is in de zorg, dat je er ook toe doet.’

‘Onder druk wordt alles vloeibaar’

Maar als er zoveel mensen moeten worden opgeleid, zoeken ook de opleidingen zelf personeel. En in het onderwijs is ook al een groot personeelstekort.

Toch blijft Van der Meer vertrouwen op succes. ‘We gebruiken op de opleidingen nu ook al mensen die zelf in de zorg werken. Het wordt een zware operatie, maar onder druk wordt alles vloeibaar.’

Bonden: meer nodig om zorgpersoneel te houden

Telegraaf 14.03.2018 In de kabinetsplannen om het groeiende personeelstekort in de zorg aan te pakken, missen de vakbonden voorstellen die ervoor moeten zorgen dat mensen die nu al in de zorg werken dat ook blijven doen. Meer salaris en het verminderen van de werkdruk en de administratieve rompslomp zouden helpen, vinden FNV en CNV.

CNV is blij dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) miljoenen uittrekt voor opleidingen, werk- en stageplekken om het groter wordend personeelstekort in de zorg aan te pakken. Het grote personeelstekort vraagt om alle hens aan dek, maar het is ook zaak om zuinig te zijn op de zorgmedewerkers van nu, aldus het CNV.

BEKIJK OOK:

Personeelstekorten in zorg nemen toe

De FNV mist in de plannen van De Jonge vooral aandacht voor manieren om het huidige personeel te behouden. „Duizenden mensen zijn de afgelopen jaren vertrokken, omdat ze niet wisten of ze hun baan zouden houden. Rond hun dertigste kunnen mensen nachtdiensten vaak niet meer combineren met hun privéleven en haken ze af. Kom met beleid daarvoor en verhoog de salarissen zodat je betaalt voor de kwaliteit die wordt gevraagd.”

Kabinet wil personeelstekort in de zorg binnen vier jaar wegwerken

VK 14.03.2018 Het kabinet wil binnen vier jaar de personeelstekorten in de zorg wegwerken. Het trekt 320 miljoen euro uit voor scholingsplannen, wervingscampagnes en meer stageplekken. In 2022 moet het tekort aan mensen ‘naar nul of daar dichtbij’.

Dit schrijven de ministers De Jonge en Bruins, die samen het ministerie van Volksgezondheid bestieren, aan de Tweede Kamer. In de zorg wordt gewaarschuwd voor grote personeelstekorten op korte termijn. Het aandeel zorgbedrijven met moeilijk vervulbare vacatures tussen medio 2016 en medio 2017 is opgelopen van 45 naar 51 procent, waarschuwde uitkeringsinstantie UWV eerder deze week. In ziekenhuizen, thuiszorg, verpleeghuizen en ggz heeft zelfs 80 procent van de organisaties moeite personeel te vinden. Er staan dit jaar al zo’n 130 duizend vacatures open waar met moeite mensen voor te vinden zijn.

Als er nu niet wordt ingegrepen, is er in 2022 een tekort van 100 tot 125 duizend medewerkers, schrijven nu ook de bewindslieden. Zij willen ‘alles op alles zetten’ om het tij te keren. Het geld wordt via regionale plannen verdeeld, van de huisartsenpraktijken tot grote verpleeg- en thuiszorginstellingen. Daarmee hopen de ministers meer dan 58 duizend scholingstrajecten op te kunnen zetten. Eerder kondigde minister De Jonge al hervormingen aan, opdat verpleegkundigen effectiever te werk kunnen gaan. Zo worden zij binnenkort verlost van veel administratieve rompslomp.

Waarom de zorg aan vernieuwing toe is;

Het tekort aan personeel in de zorg vraagt om zij-intreders. ‘Het is fijn weer onderdeel te zijn van de maatschappij’
Zij-instromers en herintreders zijn meer dan welkom in de zorg, waar een groot tekort is aan personeel. Drie van hen vertellen over hun geslaagde overstap.

Minister de Jonge maakt haast met vernieuwing in de zorg en schrapt 5-minutenregistratie voor wijkverpleging
Wijkverpleegkundigen worden verlost van veel administratieve rompslomp. De door velen gehate 5-minutenregistratie wordt afgeschaft, zodat zij niet meer minutieus verslag hoeven te doen van hun werkzaamheden gedurende de dag.

Zorg zoekt meer handen aan bed: ‘Tekort aan personeel neemt komende tijd toe’
Het tekort aan personeel in de zorg neemt toe. Dit maakte het UWV maandag bekend in zijn arbeidsmarktrapportage. Er staan dit jaar zo’n 130 duizend vacatures open waar met moeite mensen voor te vinden zijn.

Volg en lees meer over:  GEZONDHEID   POLITIEK   NEDERLAND   GEZONDHEIDSZORG

ZORG;

BEKIJK HELE LIJST

Kabinet zet alles op alles om personeelstekort in de zorg terug te dringen

RO 14.03.2018 Extra middelen voor leerwerkplekken en omscholen, 28 regionale actieplannen van onder andere werkgevers en onderwijsinstellingen en een landelijke campagne moeten er toe leiden dat de personeelstekorten in de zorg worden aangepakt. Dit staat in actieprogramma ‘Werken in de Zorg’ dat het kabinet vandaag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De gezamenlijke opdracht is luid en duidelijk: de personeelstekorten moeten in 2022 naar nul of daar dichtbij.

Het tekort aan medewerkers is een van de belangrijkste uitdagingen voor iedereen die iets te maken heeft met zorg en welzijn. In de zorg werken zo’n 1,2 miljoen mensen. Maar als we nu niet iets anders doen dreigt in 2022 een tekort van 100 tot 125 duizend medewerkers. Het kabinet zet daarom samen met werkgevers, scholen/opleidingen, medewerkers en overheden  alles op alles om het tij te keren. Landelijk, en in de regio met concrete en ambitieuze actieplannen waarin de regionale opgave wordt beschreven en concrete en meetbare ambities en acties worden geformuleerd. Drie pijlers zijn daarbij belangrijk:

  1. Meer kiezen voor de zorg: meer leerlingen, studenten, zij-instromers en herintreders kiezen voor de zorg. Dat begint bij een beter imago van de zorg en weten wat het werk inhoudt.
  2. Beter leren in de zorg: iedere leerling en student kan rekenen op een stageplek. Zij maken door middel van vernieuwende stages kennis met de sectoren binnen de zorg. Meer leerlingen maken de opleiding af door inspirerend en uitdagend onderwijs. Voor het huidige personeel staat permanent leren en ontwikkelen centraal.
  3. Anders werken in de zorg: het werken in de zorg sluit beter aan bij de wensen van medewerkers. Medewerkers kunnen het aantal uren werken dat bij ze past (hogere deeltijdfactor). Medewerkers doen het werk waarvoor ze zijn opgeleid en zonder overbodige administratieve lasten. Zo blijft het werk leuk en wordt werkdruk en ziekteverzuim teruggedrongen. Door het herschikken van taken (jobcarving) wordt het werk beter verdeeld en geschikt gemaakt voor meer mensen, ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Geld voor omscholen en extra werkplekken

De komende jaren komt een bedrag van in totaal €320 miljoen via de scholingsimpuls Sectorplanplus voor regionale plannen beschikbaar. Voor het eerste tijdvak, dat loopt van augustus 2017 tot 1 mei 2018, is 80 miljoen vrijgemaakt. In het eerste tijdvak is voor 1059 organisaties, uiteenlopend van huisartsenpraktijken tot grote verpleeg- en thuiszorginstellingen, geld gereserveerd, waarmee naar verwachting zo’n 58.500 scholingstrajecten kunnen worden uitgevoerd.

Met dit geld kunnen werkgevers extra leerwerkplekken voor de instroom van zorgmedewerkers (zowel MBO en HBO) bieden, boventallige medewerkers omscholen en extra doorstroomplekken creëren. Voorwaarde voor deze middelen is dat een werkgever zich verbindt aan een van de regionale actieplannen.

Het kabinet gaat bovendien meer sturen op de realisatie en voortgang van de regionale arbeidsmarktplannen. Het geld voor verschillende tijdvakken komt pas beschikbaar nadat een onafhankelijke commissie zich over de plannen heeft gebogen en aan het ministerie van VWS een positief advies geeft. Ook bevordert de commissie kennisuitwisseling tussen regio’s en volgt zij de voortgang van de plannen.

Documenten;

In dit actieprogramma geeft het kabinet aan hoe het de personeelstekorten in de zorg gaat aanpakken.

Jaarplan | 13-03-2018

Zie ook;

Zorg in VS duurder dan in Nederland

Internationaal onderzoek

NRC 13.03.2018 Het Nederlandse zorgstelsel is goed en niet duur in vergelijking met rijke Europese landen en de VS. Verpleegkundigen worden behoorlijk goed betaald.

Een patiënt wordt door middel van een operatierobot aan prostaatkanker geopereerd in het – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam.

Het Nederlandse zorgstelsel levert even goede kwaliteit als andere rijke landen in Europa voor een vergelijkbare, iets lagere prijs. De Europese zorgstelsels zijn veel beter en aanzienlijk goedkoper dan het Amerikaanse zorgstelsel.

Dit blijkt uit een uitgebreid overzicht in het Amerikaanse medische tijdschrift JAMA, dat dinsdag is gepubliceerd. Hierin wordt het zorgstelsel in de VS vergeleken met de stelsels in tien andere rijke landen, waaronder Canada, Australië en Europese landen als Nederland, Duitsland en Zwitserland. Niet eerder gebeurde dit zo gedetailleerd als in dit Brits-Amerikaanse onderzoek, waarin zorgsystemen op bijna honderd punten naast elkaar zijn gelegd.

Zorgverleners goed betaald

Hieruit komt onder meer naar voren dat Nederlandse zorgverleners behoorlijk goed worden betaald. Nederlandse huisartsen zitten net als de Franse en Australische aan de onderkant van de middenmoot, met een gemiddeld jaarsalaris van rond de 110.00 dollar (90.000 euro); Zweedse huisartsen krijgen minder (86.000 dollar), Duitse (154.000 dollar) en vooral Amerikaanse (218.000 dollar) veel meer. Maar Nederlandse specialisten zijn Europees koploper en verdienen met 192.000 dollar bijna twee keer zoveel als Zweedse (98.000) maar minder dan Amerikaanse (316.000). Nederlandse verpleegkundigen moeten met een jaarsalaris van 65.000 dollar alleen de Amerikaanse voor laten gaan (74.000 dollar).

In de VS wordt bijna een vijfde van het nationaal inkomen (17,8 procent) uitgegeven aan zorg. In Nederland is dat iets meer dan een tiende (10,5 procent), vergelijkbaar met landen als Denemarken (10,8 procent), Frankrijk (11 procent) en Duitsland (11,3 procent). Die hoge bestedingen aan zorg in de VS leiden niet tot een gezondere bevolking, zoals is te zien aan onder meer levensverwachting, kindersterfte en leefstijl.

De levensverwachting in de VS is met een gemiddelde van 78,8 jaar aanzienlijk lager dan in Nederland (81,6 jaar) en bijvoorbeeld Frankrijk (82,4 jaar) en Japan (83,9 jaar). Waar in Japan nog niet één van de duizend kinderen rond de geboorte overlijdt, is dat in de VS vier (2,5 in Nederland). Terwijl Amerikanen minder roken dan bijvoorbeeld Nederlanders (11,4 procent tegen 19 procent van de bevolking), zijn ze veel vaker te dik (70 procent tegen minder dan 50 procent).

Matige gezondheid in VS

De matige gezondheid in de VS in vergelijking met andere landen schrijven de onderzoekers onder meer toe aan de relatief hoge armoede. De verschillen in zorguitgaven zijn volgens de onderzoekers lastiger te verklaren. In de VS worden namelijk niet duidelijk meer verrichtingen gedaan dan elders. Zo hebben keizersnedes in de VS (een op de drie geboortes) wel vaker plaats dan in Nederland, Zweden of Japan (een op de zes), maar niet meer dan in Duitsland, Zwitserland en Australië.

Het grootste verschil lijkt dan ook te zitten in de prijzen die worden berekend voor verrichtingen en nieuwe medicijnen. Zo kost een CT-scan in de VS gemiddeld 900 dollar, tegen 280 dollar in Nederland en een kleine 100 dollar in Canada. Waar in Nederland jaarlijks 466 dollar per inwoner aan geneesmiddelen wordt uitgegeven, het minst in alle onderzochte landen, is dat in de VS 1.443 dollar.

Ruim 300 miljoen euro om personeelstekort in zorg terug te dringen

NU 13.03.2018 Met extra geld voor opleidingen, werk- en stageplekken en regionale actieplannen wil het kabinet het oplopende personeelstekort in de zorg de komende jaren aanpakken.

Doel is het tekort, dat de komende jaren dreigt op te lopen naar 125.000 vacatures, in 2022 zo ver mogelijk te hebben weggepoetst. Met het plan is zo’n 347 miljoen euro gemoeid.

Het ministerie van Volksgezondheid wil zoveel mogelijk mensen lekker maken voor een baan in de zorg. Het gaat daarbij niet alleen om leerlingen en studenten, maar bijvoorbeeld ook om mensen die al een baan hebben of ooit in de zorg hebben gewerkt. Daarnaast moeten mensen die stage willen lopen in de zorg, verzekerd zijn van een plek.

Er komt een landelijke campagne en om te zorgen dat in elke regio de daar bestaande problemen worden aangepakt komen er 28 regioplannen.

Minister Hugo de Jonge presenteert het actieplan woensdag. Het staat los van de plannen die er zijn om de problemen in de verpleeghuizen aan te pakken. Daarvoor is eerder al 2,1 miljard gereserveerd.

Zie ook: Zorg komt komende jaren honderdduizend werknemers tekort

Lees meer over: Zorg

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ChristenUnie), Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg (VVD) en Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA).

Ⓒ ANP

Kabinet zet vol in op zorgpersoneel

Telegraaf 13.03.2018  Het kabinet opent de trukendoos om het nijpende tekort aan zorgpersoneel het hoofd te kunnen bieden. Om bijvoorbeeld de uitval van oudere werknemers in de zorg in te dammen, zullen ze eerder moeten worden ingezet voor lichter werk zoals studie- en stagebegeleiding.

Ook moeten er meer werklozen worden omgeschoold naar een zorgbaan en kunnen huisartsen worden ontzien door het inzetten van medewerkers die gespecialiseerd zijn in veel voorkomende aandoeningen zoals COPD en diabetes.

Minister De Jonge (Volksgezondheid) onthult morgen, ook namens zijn departementale collega’s Bruins en Blokhuis, het complete actieprogramma dat tot meer handen aan het bed moet leiden. Zonder extra inspanning dreigt er in het jaar 2022 een tekort van 125.000 zorgmedewerkers.

Regionaal

Omdat de vraag naar zorgpersoneel per regio sterk verschilt, hebben de zorgministers per regio in kaart laten brengen waar het knelt en wat eraan gedaan kan worden. Het levert een scala aan mogelijke oplossingen op.

Een van de ideeën gaat over oudere werknemers, voor wie het werk in de zorg fysiek steeds zwaarder wordt. Om uitval te voorkomen moet eerder en creatiever worden nagedacht over lichtere functies, zoals studie- en stagebegeleiding. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten: de oudere werknemer kan langer aan de slag blijven en ontlast daarmee andere verpleegkundigen en verzorgenden die het stagewerk er vaak gewoon bij moeten doen.

Ook opleidingen staan te springen om meer stageplekken. Er is in sommige regio’s een tekort aan. Voor een aantal scholen was het zelfs aanleiding om het aantal opleidingsplekken via numerus fixus te beperken.

Snoeien in regels

Grote frustratie blijkt er bij werknemers te zitten omdat ze – vaak na bezuinigingen – werk zijn gaan doen dat eigenlijk niet bij hun functie past. Het gaat om administratieve taken en schoonmaaktaken. Geadviseerd wordt daarom om flink te snoeien in regelgeving en zorgklussen te herschikken.

Een aantal regio’s is al aan de slag gegaan met het omscholen van mensen met een uitkering naar de zorg. Daarbij wordt samengewerkt met het UWV, uitzendbureaus en zorginstellingen. Succesvol blijkt het te zijn om de kandidaten na een korte training meteen al mee te laten draaien in de zorg, waar hun opleiding wordt voortgezet en verdiept. Voor het werven en scholen van nieuwe zorgmedewerkers heeft het ministerie van Volksgezondheid de aankomende jaren 325 miljoen euro beschikbaar.

Grote huisartspraktijken kunnen gebaat zijn bij het inzetten van een manager die zich stort op administratieve taken, waaronder de declaraties. Hierdoor houden de huisartsen meer tijd over voor hun patiënten. Huisartsen nemen nu namelijk steeds meer taken over van ziekenhuizen. Het drukt de zorgkosten: ziekenhuiszorg is duurder. Maar ze krijgen het daardoor wel steeds drukker. Vandaar de nieuwe plannen.

Honderden miljoenen extra voor meer personeel in de zorg

NOS 13.03.2018 Het kabinet legt op korte termijn 347 miljoen euro op tafel om het personeelstekort in de zorg aan te pakken. Als er niets gebeurt is er over vier jaar een tekort van 125.000 mensen. Het kabinet wil juist dat tegen die tijd het personeelstekort helemaal is opgelost.

Er gaat meer geld naar opleidingen, omscholing en stageplekken, en er komen regionale actieplannen en een landelijke campagne. Het kabinet wil vooral extra investeren in scholing: 320 miljoen. Een speciale adviescommissie gaat erop toezien dat het geld efficiënt wordt gebruikt.

Op korte termijn zijn er onder meer veel extra mensen nodig in de verpleeghuizen.

Minister komt met actieprogramma

In een actieprogramma van de ministers De Jonge, Bruins en staatssecretaris Blokhuis, dat morgen gepresenteerd wordt, staat dat medewerkers in de zorg beter moeten worden ingezet. Ook komt er een campagne om werken in de zorg aantrekkelijker te maken.

Per regio worden de vacatures in kaart gebracht. Vervolgens gaan alle partijen om de tafel zitten om af te spreken hoe ze dat tekort gaan verminderen.

Voor de regio Rotterdam wordt bijvoorbeeld een tekort van 5000 mensen verwacht. Daar zijn nu al afspraken gemaakt over nieuwe stageplaatsen bij huisartsenpraktijken en zorginstellingen. Ook wordt geprobeerd om te voorkomen dat medewerkers de zorg verlaten, bijvoorbeeld omdat ze de werkdruk te hoog vinden.

De maatregelen staan los van de plannen die er al zijn om de problemen in de verpleeghuizen aan te pakken. Daarvoor was al 2,1 miljard uitgetrokken.

Belofte kabinet: 125.000 mensen extra aan het werk in de zorg

AD 13.03.2018 Het dreigende personeelstekort in de zorg moet in 2022 zijn weggewerkt. Dan moeten er zeker 125.000 mensen extra aan het werk zijn. Die ambitie spreken de drie zorgbewindslieden in Rutte III morgen uit in deze krant. Lukt dat niet, dan dreigen grote problemen; niet alleen in verzorgingshuizen, maar ook in ziekenhuizen en de geestelijke gezondheidszorg.

Zorgministers Hugo de Jonge en Bruno Bruins en staatssecretaris Paul Blokhuis trekken deze kabinetsperiode 347 miljoen euro uit om meer studenten, zij-instromers en herintreders te laten kiezen voor een baan in de zorg. Iedereen in opleiding moet straks kunnen rekenen op een stageplek.

De grootste daling van het tekort (zo’n 30.000 duizend extra mensen) moet komen uit de verhoging van het aantal herintreders en zijinstromers met 20 procent per jaar. Maar ook het uitbreiden van alle arbeidscontracten met 1 uur kan het tekort al met 20.000 fte’s verminderen.

Begeleiding

De ministers komen met een aanvalsplan om de arbeidsmarkt aan te zwengelen in 28 regio’s, die financieel worden afgerekend op hun plannen om meer zorgpersoneel te rekruteren. Er komt een onafhankelijke adviescommissie die de regio’s begeleidt om de afgesproken doelen te halen.

Binnen vijf jaar moet het tekort zo zijn weggewerkt, is de nadrukkelijke wens van de bewindslieden. Minister Hugo de Jonge zegt daarover: ,,We leggen de lat bewust hoog voor onszelf. Ik leg straks liever uit dat we onze ambitie net niet halen dan dat we onszelf geen doel meer zouden durven stellen.”

Het kabinet denkt ook handen aan het bed vrij te maken door te snijden in de administratieve rompslomp voor verpleegkundigen. Dat soort werk, maar ook bijvoorbeeld de catering of schoonmaak, kan dan worden overgenomen door werkzoekenden die nu nog aan de kant staan.

Haalbaar

Minister Bruins over de haalbaarheid van het plan: ,,Het Centraal Planbureau zegt dat het te doen is. En we zijn al begonnen. Van de beschikbare 347 miljoen euro voor de arbeidsmarkt is al 80 miljoen vrijgekomen, waarmee nu bijna 60.000 mensen worden opgeleid in de zorg. Om met patiënten te werken, maar ook als stagebegeleider.”

Lees een uitgebreid interview met zorgministers Hugo de Jonge en Bruno Bruins in deze krant.

Zorg komt komende jaren honderdduizend werknemers tekort

NU 12.03.2018 Zorgbedrijven moeten dit jaar zo’n 130.000 vacatures vullen, becijfert het UWV maandag. Mede door de vergrijzing is goed personeel echter steeds moeilijker te vinden. De komende vier jaar wordt een tekort van honderdduizend medewerkers verwacht.

De gemiddeld steeds oudere bevolking leidt er niet alleen tot een toename van het aantal hoogbejaarden dat specialistische en intensieve zorg nodig heeft. Ook is bijna een kwart van de zorgmedewerkers 55 jaar of ouder en verlaat zij in de komende jaren de arbeidsmarkt, zo schetst het UWV.

Er is vooral veel behoefte aan zorgenden en verpleegkundigen op mbo- en hbo-niveau. Die zijn voor zorgbedrijven steeds moeilijker te vinden. Zo kan 80 procent van de ziekenhuizen, thuiszorg- en geestelijke gezondheidszorginstellingen vacatures niet gevuld krijgen. In andere zorgsectoren geldt dat voor de helft van de instellingen.

Volgens Willem de Boer van de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen werkt het personeel in ziekenhuizen vaak al extra diensten en loopt de werkdruk op. Soms worden operaties uitgesteld of moeten specialistische afdelingen tijdelijk de deuren sluiten.

Vraag

De vraag naar verpleegkundigen en verzorgenden stijgt dit jaar met 1,5 procent, na jaren van banenverlies in de verpleging, verzorging en thuiszorg. Het UWV verwacht dat het aantal banen in de sector zal stijgen tot ongeveer 1,1 miljoen.

De uitkeringsinstantie ziet zeer goede kansen op werk voor verzorgenden en verpleegkundigen. Ook werknemers die werken in medisch-technische beroepen, zoals opticien en mondhygiënist zijn gewild.

Oplossingen

Het UWV stelt een aantal oplossingen voor de korte termijn voor. Zo kan er efficiënter worden geroosterd, kunnen contracten worden verruimd en kunnen servicemedewerkers niet-zorgtaken overnemen.

Op de langere termijn raadt de overheidsinstelling onder meer betere erkenning van en meer waardering voor zorgmedewerkers door werkgevers aan. Ook kunnen er bijvoorbeeld meer werkzoekenden of migranten worden opgeleid.

De bevindingen van UWV sluiten aan bij die van onderzoekbureau Berenschot, dat vorig jaar november al waarschuwde voor tekorten van honderdduizend of meer zorgmedewerkers.

Veel zorginstellingen houden deze week open huis, in het kader van de Week van Zorg en Welzijn, om de belangstelling van werkzoekenden te wekken. Daar ontstaan veel nieuwe arbeidsplaatsen doordat extra geld wordt gestoken in verbetering van de kwaliteit in verpleeghuizen.

Zie ook: ‘Personeelstekort in zorgsector loopt komende jaren hard op’

Lees meer over: Zorg

Personeelstekorten in zorg nemen toe

Telegraaf 12.03.2018 Personeelstekorten in de zorgsector nemen toe, waarschuwt UWV. Daar ontstaan dit jaar tussen de 120.000 en 130.000 vacatures. Die kunnen niet allemaal worden ingevuld: tot 2022 loopt het tekort op tot mogelijk meer dan 100.000, aldus de uitkeringsinstantie.

Ongeveer de helft van de zorginstellingen had vorig jaar te kampen met moeilijk vervulbare vacatures, in ziekenhuizen en instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg lag dat aandeel zelfs rond de 80 procent.

Verpleegkundigen

Vooral verpleegkundigen op mbo- en hbo-niveau zijn lastig te vinden. De vraag naar verpleegkundigen en verzorgenden stijgt dit jaar met 1,5 procent, na jaren van banenverlies in de verpleging, verzorging en thuiszorg. In deze tak werken bijna 1,1 miljoen mensen, die circa 13 procent van alle banen in Nederland vervullen.

Volgens de uitkeringsinstantie is er eveneens veel vraag naar mensen in medisch-technische beroepen, zoals audicien, opticien, optometrist en mondhygiënist. Ook bepaalde medisch specialisten, waaronder artsen op de spoedeisende hulp en ouderengeneeskundigen, zijn er niet genoeg.

Volgens UWV is het aantal vacatures in de kinderopvang in een jaar tijd is verdubbeld, van 200 per maand in 2016 tot 400 openstaande banen per maand vorig jaar. Met name in de Randstad melden werkgevers in dat banen lastig in te vullen zijn. Enkele jaren geleden was er nog een een overschot aan medewerkers in de kinderopvang. Wel worden thans hogere eisen gesteld aan nieuwe werknemers, zoals opleiding, ervaring en taalvaardigheid.

Vergrijzing

De zorgsector heeft eveneens te lijden onder de vergrijzing. Bijna een kwart van de werknemers in de branche is ouder dan 55 jaar.

Vacatures in de zorg nemen toe: ‘De rek is eruit’

 

NOS 12.03.2018 Het aantal banen in de zorg groeit. Dit jaar zijn er zo’n 130.000 vacatures, blijkt uit nieuwe cijfers van het UWV. Maar voor veel functies is nauwelijks iemand te vinden. En dat heeft gevolgen voor iedereen, zegt de Vereniging voor Ziekenhuizen.

Nu al werken er ruim een miljoen mensen in de zorg. Dat er steeds meer mensen nodig zijn, komt door strengere kwaliteitseisen (meer handen aan het bed) en de vergrijzing; bijna een kwart van de werknemers in de zorg is 55 jaar of ouder en stroomt de komende jaren uit.

Niet genoeg

“De instroom vanuit het onderwijs neemt wel toe”, zegt Mechelien van der Aalst, arbeidsmarktdeskundige van het UWV. “Maar het is nog lang niet genoeg. De mensen zijn er simpelweg niet van de ene op de andere dag.” Ook personeel dat door de inkrimping van de zorg de afgelopen jaren ontslag kreeg, heeft volgens haar al lang weer een baan. “Dus die kunnen de vacatures ook niet vervullen.”

Werkgevers in de zorg zeggen dat ze grote moeite hebben om personeel te vinden. De grootste problemen zijn er in ziekenhuizen, de thuiszorg en de geestelijke gezondheidszorg: daar zoekt 80 procent van de instellingen tevergeefs naar mankracht. In andere zorgsectoren heeft de helft dat probleem.

Waar ziet het UWV oplossingen op korte termijn?

  • Andere personeelsmix, bijvoorbeeld de inzet van ‘helpenden-plus’: mbo-niveau 2 aangevuld met bepaalde modules.
  • Verschuiven van niet-zorgtaken naar servicemedewerkers, declaratiemedewerkers en/of vrijwilligers/mantelzorgers.
  • Aanpak administratie, door inzet van niet-zorgmedewerkers, betere technologie of het schrappen van overbodige registratie.
  • Efficiëntere inzet personeel, bijvoorbeeld slimmer roosteren, meer contracturen per persoon.
  • Aanboren mogelijke ‘reserves’: ontslagen zorgprofessionals terughalen naar de sector, opleiden van werkzoekenden of migranten, aantrekken van personeel uit het buitenland
  • Op de langere termijn ziet het UWV kansen in betere erkenning en waardering voor zorgpersoneel door werkgevers, meer opleiding en stages, maatregelen om zorgvragen te voorkomen en meer voorlichting om jongeren voor de sector te interesseren.

“De rek in ziekenhuizen is eruit”, zegt Willem de Boer van de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen. “Het ziekenhuispersoneel ervaart een grote werklast en werkt vaak al extra diensten.” De Boer krijgt signalen van ziekenhuizen die operaties uitstellen, acute stops op eerste hulpposten en specialistische zorgafdelingen die (tijdelijk) dichtgaan omdat ze in die regio geen mensen hebben.

Volgens de zorgbestuurder gaat iedereen in Nederland de gevolgen van de oplopende vacatures nu merken. “We moeten eraan wennen dat we nog wel zorg kunnen krijgen, maar niet meer per definitie heel dichtbij,” zegt hij. Ziekenhuizen werken intensiever samen en wisselen informatie en mensen uit om de ergste druk te delen. “Het wordt bijvoorbeeld steeds moeilijker alle patiënten een bed te geven, als er onvoldoende personeel is. Ziekenhuizen bellen elkaar continu en stemmen af waar wel plek is.”

Nieuwe plannen

De oplopende personeelstekorten in de zorg vormen ook een uitdaging voor het kabinet. Woensdag maakt het kabinet bekend hoe hij het personeelsprobleem wil aanpakken.

Op dit moment versterkt de griepgolf de problemen met personeelstekorten. Meer mensen dan normaal doen een beroep op ziekenhuiszorg, terwijl ziekenhuizen zelf ook kampen met griep onder personeel. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport houdt de situatie in de gaten en zegt in te kunnen grijpen als dat nodig is. Volgens het Landelijke Netwerk Acute Zorg (LNAZ) tonen de problemen door de griepepidemie aan dat de rek uit ons systeem is.

Ondertussen zit het oplopende personeelsgebrek zelfs de werving van nieuwe mensen in de weg; een aantal zorgorganisaties dat in het kader van de Week van Zorg en Welzijn vandaag hun deuren zouden openen voor werkzoekenden, blaast dat mogelijk af omdat ze onvoldoende personeel beschikbaar hebben.

BEKIJK OOK;

‘Bijna elk ziekenhuis worstelt nog met gevolgen griepgolf’

Zorg zoekt meer handen aan bed: ‘Tekort aan personeel neemt komende tijd toe’

VK 12.03.2018 Het tekort aan personeel in de zorg neemt toe. Dit maakte het UWV maandag bekend in zijn arbeidsmarktrapportage. Er staan dit jaar zo’n 130 duizend vacatures open waar met moeite mensen voor te vinden zijn.

Zorgwekkende bezuinigingen of gratis yogales: ouderenzorg verschilt sterk per gemeente.

Waar de ouderenzorg in de ene gemeente gebukt gaat onder jarenlang bezuinigen, spelen ouderen in de andere gemeente onbezorgd hun partijtje scrabble. Nu de gemeenten meer te zeggen krijgen, worden ook de verschillen groter. Lees hier aflevering 1 van een korte serie, over de lokale zorg.

Het UWV schrijft dat het aandeel zorgbedrijven met moeilijk vervulbare vacatures tussen medio 2016 en medio 2017 is opgelopen van 45 naar 51 procent. In ziekenhuizen, thuiszorg, verpleeghuizen en ggz heeft zelfs 80 procent van de organisaties moeite personeel te vinden.

Mechelien van der Aalst, arbeidsmarktadviseur bij UWV, zegt dat met name verpleegkundigen en verzorgenden in de individuele gezondheidszorg in trek zijn. ‘Zowel op mbo- als op hbo-niveau. Die tekorten nemen de komende tijd eerder toe dan af.’ Ook werknemers die werken in  medisch-technische beroepen, zoals audicien, opticien, optometrist en mondhygiënist, zijn gewild.

Als het lukt alle openstaande functies te vervullen is de zorgsector bijna weer net zo groot als in 2012. Minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) presenteert woensdag zijn plannen hoe het personeelstekort aan te pakken.

Aangescherpte eisen, vergrijzing

© anp

Er zijn meer mensen nodig in de zorg omdat de kwaliteitseisen voor zorgpersoneel zijn aangescherpt en omdat het personeel vergrijst. UWV meldt dat 23 procent van de werknemers in de zorg ouder is dan 55 jaar, waardoor in de komende jaren veel personeel vervangen moet worden. Volgens het UWV zoekt de zorgsector ‘intensief naar oplossingen voor de tekorten’.

Vorig jaar juli luidde VGZ en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) al de alarmbel over een dreigend, structureel tekort aan verpleegkundigen. En in het bijzonder over een tekort aan wijkverpleegkundigen. Dit zou volgens de zorgverzekeraar en beroepsvereniging leiden tot duurdere zorg en langere wachtlijsten.

Ouderen zouden bijvoorbeeld langer in het ziekenhuis moeten blijven en daarmee bedden bezet houden. Bovendien worden mensen langer thuis verzorgd, waardoor de vraag naar wijkverplegers groter is.

Ouderenzorg

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid is druk bezig met onder meer het hervormen van de ouderenzorg, zodat verpleegkundigen effectiever te werk kunnen gaan. Zo worden wijkverpleegkundigen binnenkort verlost van veel administratieve rompslomp.

De door velen gehate 5-minutenregistratie wordt afgeschaft, zodat zij niet meer minutieus verslag hoeven te doen van hun werkzaamheden gedurende de dag. Vorige week sloot De Jonge nog een ‘pact voor de ouderenzorg’ met 35 organisaties.

Daarin beloofden zij plechtig dat zij eenzaamheid onder ouderen willen verminderen, en de kwaliteit van de verpleeghuizen en de zorg aan huis willen opkrikken. Dit moet nog worden uitgewerkt in concrete plannen.

Deze maand wordt er overlegd over de aanpak van eenzaamheid en de verpleeghuiszorg, daarna volgt een plan van aanpak voor de zorg thuis. Voor zijn ouderenbeleid heeft De Jonge de komende drie jaar ruim 2 miljard euro beschikbaar.

Volg en lees meer over:  GEZONDHEID   GEZONDHEIDSZORG

ZORG

BEKIJK HELE LIJST

Haagse huisartsen zitten met de handen in het haar nu de Plicare-wijkverpleegkundigen stoppen. ,,Voor ons is dit dramatisch.’’

AD 11.03.2018 Met sommige patiënten loopt hij ‘enorm te klooien’, zegt huisarts Hendrik Vrolijk. Of hij kan ze überhaupt niet helpen of hij doet het verkeerd. In veel gevallen, weet hij, is de patiënt beter af bij de wijkzuster dan bij de huisarts. Bijvoorbeeld als hij of zij hartstikke depressief is en dat blijkt door schulden te komen. ,,Als huisarts kan ik de patiënt doorsturen naar de psychiater, maar zo iemand schiet meer op met financiële hulp. Ik kan daar niet mee helpen.’’

Geld

Huisartsen doen bijna nooit mee aan acties. Dat ze dat nu wel doen geeft aan hoe belangrijk de wijk­ver­pleeg­kun­di­ge is, aldus Liane den Haan.

Vrijdag kwam het nieuws naar buiten dat de zeventien wijkverpleegkundigen in Den Haag en Leidschendam-Voorburg, die duizenden cliënten helpen, moeten stoppen. Er is geen geld meer voor beschikbaar.

Vrolijk is verbonden aan huisartsenpraktijk De Doc, die vestigingen heeft in de Rivierenbuurt en de Stationsbuurt in het Haagse centrum. ,,Wij hebben 12.000 patiënten en zien veel kwetsbare mensen. We werken heel nauw samen met de twee Plicare-wijkverpleegkundigen die hier rondlopen. Hebben we het een niet-pluis-gevoel, dan geven we de patiënt hun nummer. Zij gaan er dan mee aan de slag. Zo gaat het al tien jaar (Plicare bestaat 3 jaar, ervoor heette het Zichtbare Schakel, red.). En nu houdt het op.’’

Vrolijk is een van de tientallen huisartsen die hun handtekening zetten onder een brandbrief, die vorige week is verstuurd aan zorgwethouder Karsten Klein.

Dat huisartsen in zo groten getale in actie komen is opvallend, zegt Liane den Haan, directeur-bestuurder van de ANBO, de landelijke belangenbehartiger voor senioren, die samen met de huisartsen de noodklok heeft geluid. ,,Huisartsen doen bijna nooit mee aan acties. Dat ze dat nu wel doen geeft aan hoe belangrijk de wijkverpleegkundige is. Die ontlast ze enorm.’’

De Plicare-wijkverpleegkundige is anders dan andere wijkverpleegkundigen volledig onafhankelijk en richt zich puur op preventie. Ernstige probleemgevallen en zorgmijders, die compleet zijn vastgelopen, helpt ze om uit het web van problemen te raken.

Concept

Het is ‘een heel mooi concept’, zegt Den Haan, ‘waarin Den Haag voorop loopt’. ,,Breda heeft dit al met succes overgenomen.’’

Plicare stopt omdat de zorgverzekeraars er niet meer voor betalen. Daarop heeft de gemeente haar bijdrage ook ingetrokken. Den Haan: ,,Nou, wethouder, waar ben je nou? Den Haag heeft hiermee een pareltje in handen. Waarom doet de gemeente niks?’’

Volgens een woordvoerder wíl de gemeente wel wat doen, maar kan dat niet. ,,De gemeente maakt zich zorgen en heeft contact gehad met de zorgverzekeraars, maar officieel gaat de gemeente hier niet over.’’

Extra aandacht krimpregio’s bij ouderenzorg

Telegraaf 08.03.2018 Bijna veertig organisaties, instellingen, bedrijven en overheden slaan de handen ineen om de ouderenzorg te verbeteren. Daarbij zal bijzondere aandacht worden gegeven aan grensstreken en krimpregio’s.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) tekent donderdag het Pact voor de Ouderenzorg met onder meer Albert Heijn, KPN, ANBO en Zorgverzekeraars Nederland, gemeenten en woningcorporaties. Het is voor het eerst dat zo’n brede coalitie zich hiervoor gaat inzetten.

Drie punten staan centraal in het pact: de aanpak van eenzaamheid, zorgen dat ouderen langer kunnen thuis wonen en verbetering van de verpleeghuiszorg. Heel concreet is het nu nog niet. Maar het is de bedoeling dat nog dit voorjaar plannen met een reeks maatregelen worden gepresenteerd.

Dat daarbij in het bijzonder wordt gekeken naar de krimpregio’s en grensstreken komt omdat daar het aantal voorzieningen zoals winkels aan het teruglopen is. Bovendien is hier de vergrijzing verder gevorderd dan in andere delen van het land.

Het aantal ouderen groeit. Op dit moment zijn er ongeveer 1,3 miljoen mensen ouder dan 75, in 2030 zullen dat er naar verwachting 2,1 miljoen zijn.

‘Betere ouderenzorg is hard nodig’

Telegraaf 08.03.2018 Grote bedrijven zoals KPN en Albert Heijn zetten vandaag met tal van zorginstellingen hun handtekening onder het nationale Pact voor de Ouderenzorg.

Minister wil bedrijven inschakelen bij ouderenzorg

NOS 08.03.2018 Een supermarktketen die zijn medewerkers traint in de omgang met de oudere, vergeetachtige klant. Een telecombedrijf dat een speciale telefoonlijn heeft met vrijwilligers om dagelijks of wekelijks contact te houden met ouderen. Het zijn voorbeelden van bedrijven die zich voorbereiden op de behoeften van de snel toenemende groep ouderen in de samenleving.

Als het aan minister De Jonge van Welzijn ligt, buigen de komende tijd veel meer bedrijven en organisaties zich over de vraag hoe al die ouderen het best geholpen kunnen worden. In Scheveningen tekenen vandaag meer dan dertig bedrijven met dit oogmerk het Pact voor de Ouderenzorg.

Video afspelen

Minister over toenemende zorg voor ouderen: ‘Niemand kan dit in zijn eentje

Tot 2030 komen er naar schatting 800.000 75-plussers bij. Dat betekent een forse opgave voor de ouderenzorg, zegt minister De Jonge. Steeds meer ouderen blijven langer thuis wonen. Daarbij ligt eenzaamheid nogal eens op de loer, of is er meer zorg nodig. En als de gezondheid verslechtert, moeten ze misschien naar een verpleeghuis.

De kwaliteit van de verpleeghuiszorg is, wat De Jonge betreft, een van de grote uitdagingen. “Hoe lukt het om te zorgen dat al die verpleeghuizen van zo’n kwaliteit zijn dat je er met een gerust hart zelf voor zou willen kiezen, of dat je die zou willen uitkiezen voor je eigen ouders?”, vraagt hij zich af.

Geld is niet langer het probleem, zegt de bewindsman. “De zorguitgaven groeien de komende periode fors. Voor de verpleeghuiszorg is er zo’n 2 miljard euro extra.” De vraag is vooral hoe dit geld goed kan worden besteed en of er wel voldoende mensen zijn om zorg te bieden.

Eenzaamheid bestrijden

De Jonge wil ook de zorg voor ouderen die thuis blijven wonen verbeteren, bijvoorbeeld door de mantelzorgers te ondersteunen en te zoeken naar nieuwe combinaties van zorg en wonen.

Ook de eenzaamheid onder ouderen baart hem zorgen. “Hoe krijgen we die met elkaar gekeerd? Lukt het bijvoorbeeld om bij alle 75-plussers een huisbezoek af te leggen?” Die bezoeken moeten uitwijzen of het goed gaat met de oudere en wat hij of zij nodig heeft.

De minister wil het bedrijfsleven nadrukkelijk betrekken bij het verbeteren van de ouderenzorg. Als voorbeeld noemt hij Albert Heijn. De supermarktketen denkt volgens hem nu al na over de vraag hoe de wijkfilialen daarbij een rol kunnen spelen.

De Jonge: “Bij mensen die bijvoorbeeld licht dementeren, is de medewerker achter de kassa soms de eerste die doorheeft dat mevrouw extra zorg nodig heeft. Hoe kunnen we zorgen dat de supermarkt weet waar die signalen naartoe kunnen?”

De supermarkt om de hoek kan volgens hem ook signalen van eenzaamheid oppikken en doorgeven. Of een lunch organiseren voor mensen uit de wijk.

‘Bedrijven ook onderdeel van de samenleving’

De Jonge wijst ook op telecombedrijf KPN, dat via de ‘Zilverlijn’ contact wil houden met ouderen. Bij dat project bellen vrijwilligers op verzoek met ouderen om te vragen hoe het met hen gaat. “Een voorbeeld voor bedrijven die misschien met een heel ander doel zijn opgericht, maar die onderdeel zijn van diezelfde samenleving.”

De Jonge noemt de opdracht om de ouderenzorg te verbeteren “zo allemachtig groot, dat we daar echt elkaar voor nodig hebben. Niemand kan dat in zijn eentje.”

BEKIJK OOK;

Kamer: contant betalen bij gemeenten moet mogelijk zijn

Steeds meer spoedposten voor ouderen in ziekenhuizen

Sterftecijfer deze winter hoger dan vorig jaar

35 partijen sluiten Pact voor de Ouderenzorg

RO 08.03.2018 Samen met zo’n 35 andere partijen tekende minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) vandaag een Pact voor de Ouderenzorg. Met het pact komen de deelnemers samen in actie om eenzaamheid bij ouderen te signaleren en doorbreken, goede zorg en ondersteuning thuis te organiseren en de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.

Nederland heeft een enorm grote opgave voor de boeg op het gebied van ouderenzorg. Nu al zijn er 1,3 miljoen 75-plussers, maar in 2030 zijn dat er 2,1 miljoen. Dat betekent veel voor de manier waarop we de zorg inrichten in ons land. Een samenwerkingsverband waarin iedereen die voor en met ouderen werkt de krachten bundelt, ontbreekt nog.

Minister De Jonge:
“Het verenigen van alle partijen die betrokken zijn in één ‘pact voor de ouderenzorg’ is de beste manier om samen de schouders hieronder te zetten. Natuurlijk gebeurt er al ontzettend veel in de ouderenzorg. Maar samen kunnen we nog veel meer bereiken. Met deze 35 partijen, en hopelijk worden het er meer, gaan we nu aan de slag.”

Met het Pact voor de Ouderenzorg gaat een keur aan partijen – zorgaanbieders, verzekeraars, gemeenten, bedrijven, etc. – gezamenlijk aan de slag om de zorg voor ouderen merkbaar en meetbaar te verbeteren door:

  • de trend van stijgende eenzaamheid onder ouderen te keren;
  • te zorgen dat ouderen langer thuis willen en kunnen blijven wonen, met de juiste zorg en ondersteuning;
  • de verpleeghuiszorg te verbeteren zo dat ouderen er de juiste zorg krijgen en de aandacht die zij verdienen, zoveel mogelijk vergelijkbaar met thuis.

De ondertekenaars onderstrepen met het sluiten van dit landelijk Pact voor de Ouderenzorg de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van leven van ouderen en verbinden zich aan het meedenken en meedoen met concrete plannen en acties. Het pact wordt in drie programma’s verder uitgewerkt en er worden afspraken gemaakt over de specifieke invulling van acties en wie daarvoor aan zet is. Het pact is het begin van een proces met als doel ouderen in Nederland te laten merken dat de zorg en ondersteuning voor hen, en de generaties daarna, beter wordt.

Minister De Jonge:
“Ik zie en hoor al voorbeelden van verpleeghuizen die extra medewerkers hebben aangetrokken om meer tijd en aandacht te kunnen geven aan onze ouderen. Of hoe de regeldruk teruggedrongen wordt. Ook in de strijd tegen eenzaamheid zijn er tal van initiatieven. Van huisbezoeken bij 75-plussers, tot dansmiddagen met ‘oude’ muziek, en van breiclubs tot walking football. Deze voorbeelden maken voor ouderen een wereld van verschil.”

Het ministerie van VWS heeft op donderdag 8 maart 2018 met zo’n 40 landelijke organisaties het pact voor de ouderenzorg ondertekend.

Kortom zij komen samen in actie:

  • eenzaamheid signaleren en doorbreken;
  • goede zorg en ondersteuning thuis organiseren;
  • de kwaliteit van de verpleeghuiszorg verbeteren.

Documenten;

Pact voor de ouderenzorg

Het ministerie van VWS heeft op donderdag 8 maart 2018 met zo’n 40 landelijke organisaties het pact voor de ouderenzorg…

Formulier | 07-03-2018

Pact voor de Ouderenzorg

Convenant | 08-03-2018

Lijst deelnemers Pact voor de Ouderenzorg

Zie ook;

Minister moet nu met concrete acties voor senioren komen

Telegraaf 08.03.2018 Het aantal 75-plussers neemt in rap tempo toe. Het zijn er nu zo’n 1,3 miljoen; in 2030 zal dat al zijn opgelopen tot meer dan twee miljoen. Het plaatst ons land voor een enorme uitdaging. Dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) daarom middels een ouderenpact zoveel mogelijk organisaties bij elkaar aan tafel zet om struikelblokken weg te nemen en de schouders eronder te zetten, is dan ook hoog tijd.

Het is goeddeels aan schrijfster Carin Gaemers en sportjournalist Hugo Borst te danken dat senioren sowieso weer in de schijnwerpers staan. Zij hadden het twee jaar geleden helemaal gehad met de benedenmaatse zorg in het verpleeghuis van hun beider moeders. Ze schreven een manifest voor betere verpleeghuiszorg. Dat kreeg grote maatschappelijke bijval en werd omarmd door de complete Tweede Kamer.

Het betekende een doorbraak. Op het terrein van ouderenzorg voerde het politieke gewin namelijk lange tijd de boventoon in Den Haag en sneeuwde het belang van de mensen, waarom het daadwerkelijk draait, nogal eens onder.

Andere wind

Na Gaemers en Borst is er een andere wind gaan waaien. Kabinet-Rutte II kon daar absoluut niet meer omheen. Voor betere verpleeghuiszorg werd 2,1 miljard euro extra uitgetrokken. Nog eens 180 miljoen gaat naar het project Waardig Ouder Worden, waar de rest van het ouderenpact onder gaat vallen.

Het is nu aan minister De Jonge om te laten zien dat er ook daadwerkelijk concrete maatregelen uit vloeien.

Het ouderenpact is wat dat betreft het eerste honk. Concrete plannen en acties zijn er namelijk nog maar amper. Daar gaan de deelnemers zich de aankomende drie jaar op storten.

‘Gehate vijf­mi­nu­ten­re­gi­stra­tie in wijkverpleging verdwijnt’

AD 08.03.2018 Er komt een einde aan de door veel wijkverplegers gehate vijfminutenregistratie. Die regeling, waarbij verplegers iedere vijf minuten in een app moeten registreren waar ze zijn en wat ze doen, was de afgelopen jaren hét symbool van de administratieve rompslomp in de zorg.

Vice-premier Hugo de Jonge © ANP

Personeel is volgens belangenvereniging V&VN op dit moment nog een derde van de tijd kwijt aan de beruchte registratie. Alle betrokken partijen zijn het echter zo goed als eens over een nieuw ‘kwaliteitskader wijkverpleging’, schrijft de Volkskrant. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid heeft de Nederlandse Zorgautoriteit opgedragen de minutenregistratie af te schaffen.

In het nieuwe plan, dat op 1 april af moet zijn, krijgen verpleegkundigen meer verantwoordelijkheid. Zij worden de coördinatoren van de zorg aan huis die huisartsen en gemeenten leveren.

Plan tegen eenzaamheid

De vijfminutenregistratie werd rond de eeuwwisseling ingevoerd. Het kabinet-Balkenende schafte de norm af, maar informeel bleef ze bestaan. Dat had onder meer te maken met de zorgverzekeraars, die hun vergoeding op de registratie baseren.

Minister De Jonge schrapt niet alleen de registratie, maar komt vandaag ook met een zogenoemd ‘pact voor de ouderenzorg’. Daarin beloven 35 organisaties zich te zullen inzetten om de eenzaamheid onder ouderen te verminderen en de kwaliteit van verpleeghuizen en zorg aan huis te verbeteren. Er zijn op dit moment 1,3 miljoen 75-plussers in Nederland en dat aantal stijgt de komende jaren sterk. Aangezien zij langer thuis blijven wonen, is het risico op vereenzaming groot.

Minister de Jonge maakt haast met vernieuwing in de zorg en schrapt 5-minutenregistratie voor wijkverpleging

VK 08.03.2018 Wijkverpleegkundigen worden verlost van veel administratieve rompslomp. De door velen gehate 5-minutenregistratie wordt afgeschaft, zodat zij niet meer minutieus verslag hoeven te doen van hun werkzaamheden gedurende de dag.

De verpleegkundigen zelf worden de coördinatoren van de zorg aan huis die door huisartsen en gemeenten wordt geleverd. Dat is de kern van het nieuwe ‘kwaliteitskader wijkverpleging’, waarover alle partijen in de wijkverpleging het zo goed als eens zijn.

Dat kader beschrijft de normen waaraan het werk van wijkverpleegkundige moet voldoen. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid heeft het stuk besteld bij de organisaties die betrokken zijn bij de wijkverpleging. Uiterlijk 1 april moet het klaar zijn.

Rond de eeuwwisseling werd de 5-minutenregistratie geïntroduceerd als standaard voor de zorg aan huis. Verpleegkundigen moeten al hun werkzaamheden registreren in rubrieken, steeds in blokjes van vijf minuten. De regel groeide sindsdien uit tot hét symbool van de doorgeschoten bureaucratie in de zorg, ook omdat de organisatie voor verpleegkundigen V&VN uitrekende dat ze 30 procent van hun tijd kwijt zijn aan die registratie.

Dat ontneemt velen het plezier in hun werk, bleek in 2017 uit een enquête. De registratie voelt bovendien vaak als een blijk van wantrouwen.

Rond de eeuwwisseling werd de 5-minutenregistratie geïntroduceerd als standaard voor de zorg aan huis

In 2009 schafte het vierde kabinet-Balkenende de norm formeel alweer af. Informeel bleef die bestaan, vooral doordat de vergoeding van de zorgverzekeraars erop gebaseerd is. Ook vinden werkgevers en hun accountants de registratie prettig als informele prikklok.

Minister De Jonge profileert zich als strijder ‘tegen de spreadsheets en de stopwatches’. Hij heeft de Nederlandse Zorgautoriteit, die de tarieven voor wijkverpleging opstelt, inmiddels opdracht gegeven de minutenregistratie als norm te schrappen.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport © ANP

Zorgverzekeraars baseren hun vergoeding op de tarieven van de NZA. Zorgverzekeraar VGZ experimenteert al met vergoeding van wijkverpleging zonder de minutenregistratie. Ook de eerste thuiszorgorganisaties volgen al.

Het schrappen van de norm is een eerste concreet voorbeeld van de vernieuwing van de ouderenzorg die het nieuwe kabinet heeft beloofd. Vandaag sluit De Jonge een ‘pact voor de ouderenzorg’ met 35 organisaties. Daarin beloven zij plechtig dat zij eenzaamheid onder ouderen willen verminderen, en de kwaliteit van de verpleeghuizen en de zorg aan huis willen opkrikken. Dit moet nog worden uitgewerkt in concrete plannen. Deze maand nog over de aanpak van eenzaamheid en de verpleeghuiszorg, daarna volgt een plan van aanpak voor de zorg thuis.

Het schrappen van de norm is een eerste concreet voorbeeld van de vernieuwing van de ouderenzorg die het nieuwe kabinet heeft beloofd

De Jonge wordt niet moe erop te wijzen dat nieuw beleid nodig is omdat de samenleving snel vergrijst. Nu zijn er 1,3 miljoen 75-plussers, in 2030 zullen het er 2,1 miljoen zijn. Ouderen blijven ook steeds langer thuis wonen. Daar ligt volgens De Jonge eenzaamheid op de loer. Meer dan de helft van de 75-plussers is volgens hem eenzaam en tweederde van de 85-plussers. De Jonge wil dat aanpakken met projecten en uitwisseling van ‘effectieve lokale aanpakken’.

Voor zijn ouderenbeleid heeft De Jonge de komende drie jaar ruim 2 miljard euro beschikbaar. Voor de bestrijding van eenzaamheid is in het regeerakkoord 29 miljoen euro gereserveerd, voor de verpleeghuiszorg 2,1 miljard euro en voor betere zorg aan huis 180 miljoen.

Volg en lees meer over:  NEDERLAND   GEZONDHEIDSZORG   POLITIEK

ZORG;

BEKIJK HELE LIJST

AD 08.03.2018

Na tien jaar is het over en uit voor wijkzusters en cliënten van Plicare …

AD 08.03.2018 Duizenden Haagse cliënten van Plicare komen vanaf 1 april zonder hun vertrouwde wijkverpleegkundige te zitten. Er is geen geld meer voor. ,,Dit is een groot drama.’’

Voorbeeld van nieuwe wijkaanpak moet noodgedwongen stoppen …

ANBO 01.03.2018  De wijkverpleegkundige als oren en ogen van de wijk. De wijkverpleegkundige als hét loket voor alle zorgen, óók als het gaat over betalingsproblemen, wonen, verslaving, geestelijke gezondheid en eenzaamheid. De wijkverpleegkundige als gids, kaart en kompas, in één persoon. Op deze manier werkt Plicare, een samenwerking van onafhankelijke wijkverpleegkundigen. Zij willen de wijk gezonder maken, door ervoor te zorgen dat mensen, ondanks zorg of hulp, zoveel mogelijk op eigen kracht en in hun buurt kunnen doen.

Plicare. Stopt. 

“Maar de manier van werken van Plicare staat onder druk: de financiering gaat nu via reguliere zorgaanbieders, en wanneer zij dat niet meer willen of kunnen opbrengen, dan moet de stekker eruit. Dat gebeurt in Den Haag op 1 april en dat betekent dat de meest kwetsbare buurtbewoners de dupe worden. Totaal verkeerd: deze aanpak werkt niet alleen in Den Haag, maar moet juist als voorbeeld dienen voor andere gemeenten”, zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan.

Noodklok

Huisartsen, fysiotherapeuten en andere eerstelijnszorgprofessionals in Den Haag luiden samen met ANBO de noodklok over het noodgedwongen stoppen van Plicare. “Dit is een groot drama voor werknemers en cliënten. Wanneer deze wijkverpleegkundigen uit de wijk verdwijnen gaat er een hoeveelheid kennis en een netwerk van onschatbare waarde verloren.

Maar evenzogoed verwachten wij dat door het wegvallen van deze schakelfunctie de druk op eerstelijnspartijen en organisaties voor wijkverpleging in de regio toeneemt”, zo schrijven de ondertekenaars. “Wij hopen dat de gemeente Den Haag deze handschoen opneemt. Zonder Plicare zullen we niet alleen negatieve effecten zien het gebied van gezondheid en ziekte, maar ook in participatie, armoede, onderdak en veiligheid.  Juist de kwetsbaarste groepen in de samenleving, die waar de wijkverpleegkundige nu achter de voordeur komt, zullen het hardst worden getroffen.”

Lees de brief aan Karsten Klein, wethouder Stedelijke Economie, Zorg en Havens, gemeente Den Haag

Advertenties

maart 9, 2018 Posted by | bezuinigingen, ouderenzorg, politiek, Zorg, zorginstellingen | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Reacties staat uit voor Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 13

Klimt de SP in 2018 uit het diepe dal ????

AD 14.12.2017

Tot ziens Emile Roemer

Geen andere koers, wel een andere leider. Bij de SP heeft Lilian Marijnissen (32) het roer overgenomen van Emile Roemer. De overdracht verliep soepel; zonder politiek bloedvergieten. Dat moet SP’ers bemoedigen: hun partij zat de laatste jaren op dood spoor. Nu is er in elk geval weer even perspectief op een groter aantal zetels.

Roemer stapt nú, drie maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018, op om „het stokje over te dragen aan een nieuwe lichting die een nieuwe impuls gaat geven”. Roemer: „Ik wil niet de politicus zijn die te laat gaat.”

Na 11 jaar Kamervoorzitterschap is het de hoogste tijd dat een ander het stokje gaat overnemen”, aldus een geëmotioneerde Roemer. ,,Ik wil de weg vrijmaken voor een nieuwe lichting SP’ers.” Roemer verlaat in januari ook de Tweede Kamer.

AD 16.12.2017

Roemer is er trots op dat hij aan het roer van de partij heeft mogen staan. ,,Ik mocht leiding geven aan een stabiele en grote partij die steeds meer actief is in verschillende plekken. We maken op veel plekken het verschil.”

Volgens hem is het nu het juiste moment om te vertrekken. ,,Ik wil niet bekend staan als de politicus die te laat wegging.  Mijn deel van de missie zit erop.” Mijn slogan is : ‘Het is niet de vraag of de SP gaat regeren, maar wanneer’ !!!!

AD 14.12.2017

Lilian Marijnissen

Sadet Karabulut en Lilian Marijnissen hebben zich gemeld als mogelijke opvolger. Uiteindelijk koos de fractie voor Lilian Marijnissen (32), die vanmorgen onder groot applaus van de SP-fractie het leiderschap overnam. ,,Ik ben vereerd dat ik het partijleiderschap over mag nemen.

Wij treffen aan de deur mensen die PVV of Baudet stemmen. Maar wie staat er op voor de gewone mensen? De SP”, begon ze haar speech stevig. ,,We knokken binnen en buiten het  parlement voor 90 procent van de gewone Nederlanders.” Lilian Marijnissen (haar vader was jarenlang het gezicht van de SP), die pas sinds maart in de Kamer zit, bedankte Roemer uitvoerig voor de afgelopen jaren. ,,De meeste betrouwbare politicus van het Binnenhof”, noemde ze hem.

AD 16.12.2017

video afscheid

Roemer verkeerde al langere tijd in een lastige positie. Hij wist al drie verkiezingen op rij niet boven de 15 zetels uit te komen en staat er in de peilingen niet rooskleurig voor.  Al voor de verkiezingen probeerde Roemer de schuld voor de slechte peilingen in de schoenen van de sociaaldemocraten te schuiven: ‘De PvdA heeft links aardig verkwanseld’, sprak de geplaagde lijsttrekker in het FD. ‘Daar heb ik ook last van.’ Terwijl half Den Haag wist dat er maar één reden was waarom de SP zo matig presteerde, ondanks het harde werken van duizenden SP’ers in het hele land: de partijleider zelf.

AD 14.12.2017

Half Den Haag wist dat er maar één reden was waarom de SP zo matig presteerde, ondanks het harde werken van duizenden SP’ers in het hele land: de partijleider zelf.

Dat werd al pijnlijk duidelijk bij de verkiezingen van 2012. Tijdens de campagne steeg de SP naar recordhoogte in de peilingen, geholpen door het feit dat de PvdA na de roemloze aftocht van Job Cohen in de kreukels lag, zodat Roemer zich al bijna in het Torentje waande. Maar na een wankel optreden in het eerste televisiedebat werd de SP-leider in de media steeds harder aangepakt en zakte de partij terug naar vijftien zetels.

Filmmaker Coen Verbraak, die Roemer tijdens de hele campagne op de voet volgde, bracht in Tussen pieken en peilen prachtig in beeld hoe de lijsttrekker langzaam ten onder ging in het mediageweld, met als treurig dieptepunt een aflevering van De Wereld Draait Door, waarin een aangeslagen Roemer werd vernederd door Peter R. de Vries.

Bijna op de dag af een jaar geleden moest hij anonieme kritiek vanuit zijn fractie incasseren. Want ook in zijn eigen fractie geloofden ze er zo langzamerhand niet meer in. In december 2016 klaagde een aantal SP- Kamerleden anoniem in het AD over Roemers leiderschap – een unicum voor een partij waarin loyaliteit boven alles gaat. Een lang spoedberaad volgde, maar Roemer hield het vertrouwen van de fractie. De campagne naar de Tweede Kamerverkiezingen kwam eraan. Emile Roemers derde als partijleider.

video

Afgelopen zomer zei hij in gesprek met deze krant nog dat hij zijn klus wil afmaken en dat hij zich geen zorgen maakte over zijn houdbaarheidsdatum.

De politicus werd in 1980 lid van de SP, waarna hij tot 2007 aan de slag ging als voorzitter van de afdeling Boxmeer. Daarna ging hij de Kamer in als woordvoerder Verkeer en Waterstaat. Hij werd in 2010 fractievoorzitter nadat Agnes Kant opstapte. Tijdens de verkiezingen in juni van dat jaar behaalde de SP 15 zetels, een verlies van 10 ten opzichte van vier jaar eerder.

Met harde hand

In de partij werd zijn komst gezien als verademing. Onder Kant en Marijnissen werd fractie met harde hand geleid en was er zelden plaats voor afwijkende meningen. Van Roemer kregen Kamerleden veel meer ruimte en vertrouwen. „Je moet niet autoritair zijn, je moet een autoriteit zijn”, zei hij zelf in een interview met Vrij Nederland. Collega’s, ook van andere partijen, waren dol op hem. Het kritische oud-SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen schrijft in haar onlangs gepubliceerde memoires lovend over Roemers stijl van leiding geven.

In Beeld: De politieke jaren van Emile Roemer

dossier “SP-leider Emile Roemer”  AD

zie ook: SP op weg naar 2017 en 2018 weer in een dip ?

zie ook: SP in een dip ??? – deel 2

zie ook: SP in een dip ??? – deel 1

zie ook: Emile Roemer SP – Premier van Nederland na 12.09.2012 Ja of Nee ??

zie ook: Verkiezingen 12.09.2012 – Premier Emile Roemer SP ??

zie ook: Emile Roemer SP de nieuwe (oppositie)leider ??

lees ook: Peiling 2e kamer 22.08.2012 EenVandaag – SP zetels 38, VVD 35 zetels

lees ook: Peiling 2e kamer 15.08.2012 EenVandaag – SP 39 zetels, VVD 31 zetels

lees ook: Peiling 2e kamer 12.08.2012 Maurice de Hond – SP 37 zetels, VVD 31 zetels

lees ook: Peiling 2e kamer 17.07.2012 TNS-NIPO – voorsprong SP met 36 zetel

lees ook: Peiling 2e kamer 10.07.2012 TNS-NIPO – SP de grootste met 34 zetels

lees ook: Peiling 2e kamer 24.06.2012 Maurice de Hond – CDA zeer laag SP zeer hoog

lees ook: Peiling 2e Kamer 10.06.2012 Maurice de Hond – SP weer de grote winnaar

lees ook: Peiling 2e Kamer 03.06.2012 Maurice de Hond – SP nog steeds de grootste

lees ook: Peiling 2e kamer 01.06.2012 TNS NIPO – SP en VVD bovenaan

lees ook: Peiling 2e kamer 11.03.2012 Maurice de Hond – SP weer de grootste 32 zetels

lees ook: Peilingen 2e kamer 05.02.2012 Maurice de Hond – SP nog steeds aan kop

lees ook: Peiling 2e kamer 29.01.2012 Maurice de Hond – SP breekt record met 34 zetels

lees ook: Peilingen 2e Kamer 26.01.2012 Synovate – SP weer de grote winnaar

lees ook: Peilingen 2e Kamer 22.01.2012 Maurice de Hond – SP de grootste partij

lees ook: Peilingen 18.12.2011 Maurice de Hond – SP en D66 grote winnaars

lees ook: Peilingen 2e kamer 24.07.2011 Maurice de Hond – SP stijgt weer naar nivo 2006

lees ook: Peilingen 2e kamer 17.07.2011 Maurice de Hond – SP stijgt 3 zetels en breekt record sinds 2007

lees ook: 2e kamerverkiezingen 2011 – Peilingen SP en PvdA even groot

lees ook: Peiling NIPO 01.06.2010 – SP stijger

zie ook: SP – De afdrachtregeling versus het scheefwonen en de partijbeloning

zie ook:  SP – Afdrachtregeling eindelijk ten einde !!!! – deel 4

zie verder ook: Afdracht 1  Afdracht 2  Afdracht 3

zie dan ook: Emile Roemer SP – Afdrachtregeling ook voor Ministers

zie ook nog: SP – Afdrachtregeling ten einde ? – deel 3

en zie ook:  SP – Afdrachtregeling ten einde ? – deel 2

zie dan ook nog:  SP – Afdrachtregeling ten einde ?  – deel 1

zie verder dan ook nog: Raadsverkiezingen 2010 – SP doet niet mee in Haarlemmermeer vanwege afdracht

Verder:

Taakstraf voor verduistering bij SP in Leiden

OmroepWest 30.01.2018 Een vroegere penningmeester van de Leidse afdeling van de SP heeft volgens het Openbaar Ministerie (OM) ruim 20.000 euro uit de lokale partijkas gestolen. Hij deed dat tussen 2011 en 2014, zo heeft het OM bekendgemaakt.

De man heeft een werkstraf van 180 uur gekregen en moet daarnaast ruim 24.000 euro terugbetalen, dat is het verduisterde bedrag vermeerderd met de rente. Hij heeft de boete geaccepteerd. De zaak is daarmee afgedaan en komt nu niet meer voor de rechter.

Meer over dit onderwerp: SP LEIDEN

Taakstraf voor verduistering bij SP in Leiden

Telegraaf 30.01.2018 Een vroegere penningmeester van de Leidse afdeling van de SP heeft volgens het Openbaar Ministerie (OM) ruim 20.000 euro uit de lokale partijkas gestolen. Hij deed dat tussen 2011 en 2014, zo heeft het OM bekendgemaakt.

De man heeft een werkstraf van 180 uur gekregen en moet daarnaast ruim 24.000 euro terugbetalen, dat is het verduisterde bedrag vermeerderd met de rente. Hij heeft deze strafbeschikking van het OM geaccepteerd. De zaak is daarmee afgedaan en komt nu niet meer voor de rechter.

Ex-penningmeester SP Leiden krijgt taakstraf voor verduistering

NOS 30.01.2018 Een voormalige penningmeester van de Leidse afdeling van de SP krijgt een taakstraf van 180 uur opgelegd en moet ruim 24.000 euro terugbetalen.

Volgens het Openbaar Ministerie heeft hij tussen 2011 en 2014 ruim 20.000 euro uit de lokale partijkas verduisterd. Dat bedrag plus de wettelijke rente moet hij terugbetalen.

De man heeft de straf van het OM geaccepteerd. Daardoor hoeft de zaak niet voor de rechter te komen.

De SP in Leiden deed in 2015 aangifte tegen de oud-penningmeester. De lokale voorzitter zei toen dat gesprekken tussen bestuursleden en de oud-penningmeester niets hadden opgeleverd. Daarom stapte het bestuur naar de politie.

BEKIJK OOK;

SP doet aangifte tegen oud-penningmeester

SP-boegbeeld Van Bommel zegt lidmaatschap op, relatie met partij was al langer bekoeld 

VK 22.01.2018 Harry van Bommel was jarenlang een boegbeeld van de SP. Nu heeft het ex-Kamerlid zijn lidmaatschap opgezegd. Over zijn motieven zwijgt Van Bommel, maar zijn verwijdering van de SP was al langer zichtbaar.

In zijn 18 jaar durende loopbaan als Kamerlid stond van Bommel bekend om zijn eigenzinnigheid. Een partijcollega omschreef hem eerder liefdevol als ‘een satelliet’ die zijn eigen baan volgde rond het SP-moederschip. Heel veel grip leek de partijtop nooit op hem te hebben.

Nu blijkt de satelliet bijna volledig losgekoppeld. Het ex-Kamerlid heeft eind vorig jaar zijn lidmaatschap opgezegd, zo bevestigde partijvoorzitter Ron Meyer maandag in het AD. De partijtop wil wel nog een poging wagen om hem op andere gedachten te brengen, maar het is de vraag of dat lukt.

Cameraschuw

Van Bommel is tegenwoordig strategische adviseur bij de gemeente Zwolle, de stad waar hij zijn lerarenopleiding volgde. Hij wil zich om die reden nu niet uitlaten over zijn motieven om de SP te verlaten, laat hij per sms weten. ‘Mijn nieuwe functie staat perscontacten niet toe.’

Het is even wennen, want Van Bommel was tot voor kort alles behalve cameraschuw. Een klein jaar voor de verkiezingen liet hij aan iedereen die het wilde horen, weten dat hij nog vier jaar verder zou gaan als Kamerlid. Hij genoot veel te veel van de politiek om te stoppen. Kort voordat de SP-lijst naar buiten zou komen, kwam hij plotseling terug op zijn besluit. Van Bommel (55) wilde naar eigen zeggen toch graag nog een keer een carrièresprong maken.

Die uitleg stuitte meteen op scepsis. Had hij van de partijtop te horen gekregen dat er geen plekje meer voor hem was op de lijst? Van Bommel, die in de strijd om het partijvoorzitterschap de kant koos van de verliezende kandidaat Sharon Gesthuizen, ontkende in alle toonaarden.  Hij zou tijdens een vakantie tot inkeer zijn gekomen.

Wij en zij

Van Bommel hield zich na zijn vertrek uit de Kamer op de vlakte, al gaf hij wel nog een kritisch interview in de Volkskrant. De SP-verkiezingscampagne was in zijn ogen te eenzijdig gericht geweest op de zorg.

Het afgelopen jaar wekte hij bij zijn omgeving wel vaker de indruk dat de relatie met de partij was bekoeld. Als hij nog sprak over de SP dan had hij het over ‘zij’. De SP, waar hij sinds de jaren tachtig voor werkte, was voor Van Bommel blijkbaar niet meer ‘wij’. 

Onder leiding van de nieuwe partijvoorzitter Ron Meyer wordt de SP snel verjongd. Van Bommel en andere oudgedienden menen dat er ‘vriendjes van Meyer’ op cruciale posities komen. De manier waarop Lilian Marijnissen als opvolger van Emile Roemer is aangewezen, heeft eveneens wrevel gewekt.

Van Bommel heeft  laten doorschemeren dat het opvolgingsproces ‘niet eerlijk’ is verlopen

Ook Van Bommel heeft achter de schermen laten doorschemeren dat het opvolgingsproces in zijn ogen ‘niet eerlijk’ is verlopen. Marijnissen wist twee maanden eerder dan haar rivaal Sadet Karabulut dat Roemer zou vertrekken. Ook had ze toen al de steun van het fractiebestuur binnen. Het hele proces zou volgens de critici zijn georkestreerd.

Na het bericht dat Van Bommel zijn SP-lidmaatschap heeft opgezegd, kwamen er meteen speculaties over een mogelijke overstap naar de PvdA, ook omdat hij dinsdag in zijn woonplaats Diemen het verkiezingsprogramma van de lokale PvdA in ontvangst zou nemen. Inmiddels heeft Van Bommel zijn optreden afgezegd.

Volgens Lex Scholten, PvdA-lijsttrekker in Diemen, was Van Bommel alleen ‘als bekende Diemenaar’ uitgenodigd. ‘Dat leek ons wel leuk. Hij komt niet bij ons op de lijst en Harry is ook geen lid.’

Lees hier het interview met Harry van Bommel terug;

SP-coryfee Harry van Bommel vindt dat zijn partij fouten heeft gemaakt. Hoe kan het anders dat de SP niet heeft kunnen profiteren van het megaverlies van de PvdA? Een afscheidsinterview. (+)

De straat is de plek waar de SP altijd haar mandaat vandaan haalde. De partijtop wil dat graag zo houden. Maar onder leden klinkt steeds meer kritiek op het verplichte actievoeren. Zij vinden besturen zeker zo belangrijk. (+)

In de kamer van de nieuwe fractievoorzitter van de SP hangen nog de posters van haar voorgangers. Hoe wil Lilian Marijnissen haar leiderschap gestalte geven? Welke koers gaat ze varen? (+)

‘Een groot talent’, noemt oud-SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen (41) de nieuwe partijleider van de SP Lilian Marijnissen. Gesthuizen was kandidaat voor het partijvoorzitterschap en werd daarin gesteund door Van Bommel. ‘Maar was er nou werkelijk niemand anders binnen de SP die de nieuwe politiek leider had kunnen worden?’ (+)

Volg en lees meer over:  POLITIEK   NEDERLAND   SP   POLITIEKE PARTIJEN

Van Bommel weg om gebrek aan zelfkritiek bij SP

Telegraaf 22.01.2018  Harry van Bommel heeft zijn lidmaatschap van de SP opgezegd omdat de partij volgens hem niet kritisch heeft gekeken naar de verkiezingsuitslag. Bij de verkiezingen verloor de partij een zetel en werd er niet geprofiteerd van het megaverlies van concurrent PvdA.

Hij is opgestapt vanwege de kritiek die hij in maart al had geuit.

Van Bommel (1962) zat van 1998 tot vorig jaar voor de SP in de Tweede Kamer. Hij was buitenlandwoordvoerder en een van de prominente politici van de partij.

Na zijn vertrek als Kamerlid in maart vorig jaar gaf hij een interview in de Volkskrant waarin hij kritisch was over partijvoorzitter Meyer en hij zijn teleurstelling uitte over de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen voor de SP.

Vertrekkende Van Bommel mist zelfreflectie bij de SP

Dit weekend kwam naar buiten dat het oud-Kamerlid weg wil bij de SP.

NOS 22.01.2018 Oud-SP-Kamerlid Harry van Bommel stapt uit de SP omdat hij vindt dat de partij te weinig zelfkritiek aan de dag legt. Gisteravond meldde het AD dat hij van plan is de partij te verlaten. Van Bommel wilde zelf vandaag weinig kwijt over zijn motieven. Hij verwees alleen naar een gesprek dat hij maart vorig jaar had met de Volkskrant.

Daarin pleitte hij onder meer voor zelfreflectie. Van Bommel zei dat de SP zich moet afvragen waarom de partij bij de Kamerverkiezingen van maart geen zetels heeft gewonnen, terwijl de PvdA er 29 heeft verloren. Hij wilde ook weten waarom de SP geen nieuwe kiezers heeft bereikt en hoe het komt dat jongeren niet voor de partij hebben gekozen.

Te veel nadruk op zorg

Van Bommel zei in de Volkskrant verder dat de SP in de verkiezingscampagne zo veel nadruk heeft gelegd op de zorg, dat bijvoorbeeld het huurbeleid, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de inkomenspolitiek te weinig aandacht hebben gekregen. Hij pleitte in maart ook voor een ‘herbronning’ van links.

Van Bommel zat bijna 19 jaar onafgebroken in de Kamer voor de SP. Hij voerde vooral het woord over het buitenlands beleid.

Partijvoorzitter Meyer wil nog met Van Bommel om de tafel om hem voor de SP te behouden.

BEKIJK OOK;

‘SP-prominent Van Bommel wil partij verlaten’

‘SP-prominent Van Bommel wil partij verlaten’

NOS 21.01.2018 Oud-SP-Kamerlid Harry van Bommel wil zijn partij verlaten, schrijft het AD. In de krant bevestigt partijvoorzitter Meyer het verhaal; hij nodigt Van Bommel uit voor een gesprek.

Van Bommel (55) maakte in augustus 2016 bekend dat hij na de verkiezingen van maart niet zou terugkeren in de Kamer. “Als ik in mijn werkzame leven nog iets anders wil doen dan fulltime politicus zijn, dan heb ik nu nog de kans om van koers te wijzigen”, zei hij toen. Van een conflict was geen sprake, zei de politicus.

Eind vorig jaar werd bekend dat Van Bommel een nieuwe baan had gevonden als strategisch bestuursadviseur voor de gemeente Zwolle.

Om tafel

Waarom Van Bommel nu zijn lidmaatschap heeft opgezegd, is niet duidelijk. Hij is niet bereikbaar voor commentaar. Tegen het AD zegt hij niet met de pers te mogen praten omdat hij ambtenaar is.

Ook Meyer weet niet wat er speelt, maar hij zegt dat hij Van Bommel nog niet heeft uitgeschreven bij de partij. “Als Harry uiteindelijk wil gaan, kunnen we hem natuurlijk niet tegenhouden. Alleen, laten we eerst eens om tafel gaan met hem. Er is volop ruimte voor interne kritiek bij ons.”

Partijleider Lilian Marijnissen heeft volgens het AD meerdere keren contact gehad om hem een gesprek aan te bieden. Dat is er nog niet van gekomen vanwege Van Bommels drukke baan.

BEKIJK OOK;

‘SP- en PVV-stemmer lijken op elkaar. Marijnissen kan daarvan profiteren’

SP-leider Roemer stapt op, Lilian Marijnissen volgt hem op

Harry van Bommel wil weg bij SP

AD 21.01.2018 Harry van Bommel (55), die tot afgelopen maart ruim 18 jaar lang een prominent Kamerlid was voor de Socialistische Partij, heeft zijn SP-lidmaatschap plotsklaps opgezegd. Dat bevestigt partijvoorzitter Ron Meyer vanavond tegen deze krant. Maar de top laat hem niet zomaar vertrekken.

We laten een man van zijn statuur niet zomaar gaan, aldus SP-voorzitter Ron Meyer over Harry van Bommel.

Zaterdag gonsde het op het congres van de socialisten al van de geruchten dat Van Bommel, een van de bekendste SP-gezichten, zou zijn vertrokken. ,,Het klopt  inderdaad dat Harry een verzoek tot opzegging heeft ingediend”, bevestigt Meyer nu. ,,Maar we laten een man van zijn statuur niet zomaar gaan.”

De SP heeft Van Bommel vooralsnog niet uitgeschreven. Partijleider Lilian Marijnissen heeft sinds de opzegging binnenkwam meermaals contact gehad met Van Bommel en hem verzocht om een gesprek. Dat is er nog niet van gekomen, omdat hij inmiddels een drukke baan heeft als bestuursadviseur in Zwolle.

Meyer: ,,Ik weet niet wat er precies speelt, maar als Harry uiteindelijk wil gaan, kunnen we hem natuurlijk niet tegenhouden. Alleen, laten we eerst eens om tafel gaan met hem. Er is volop ruimte voor interne kritiek bij ons.”

Van Bommel zelf liet vanmiddag aan deze krant weten niet meer met de pers te mogen praten, omdat hij sinds november ambtenaar is. Verder reageerde hij niet op verzoeken om een toelichting op zijn verzoek tot uitschrijving als SP-lid.

Lees ook;

https://images3.persgroep.net/rcs/WGFAv-NnatNj1JR_R7I1DeL1AaU/diocontent/70350271/_fill/93/70/?appId=21791a8992982cd8da851550a453bd7f&quality=0.6

SP-icoon Van Bommel kiest voor baan in de luwte in Zwolle

Lees meer

Facebookpost Marijnissen druppel: Slegers stapt uit de SP

Lees meer

Harry van Bommel: Aangifte is een lastercampagne

Lees meer

SP’er Van Bommel doet aangifte na beschuldiging aanranding

Lees meer

Over mijn slippertje praat ik alleen met mijn vrouw

Lees meer

Bijna twee decennia

Uiteindelijk was Van Bommel namens de SP van 19 mei 1998 tot en met 22 maart 2017 lid van de Tweede Kamer. Hij deed de portefeuille Buitenlandse Zaken en nam bijna twee decennia lang deel aan duizenden debatten, onder meer over de NAVO-bombardementen op Joegoslavië, de toekomst van de EU en de Irak-oorlog.

Eind maart 2017, net na de landelijke verkiezingen, uitte Van Bommel in een interview met de Volkskrant nog forse kritiek op de top van de SP. Die zou een fout hebben gemaakt in de verkiezingscampagne door de focus te leggen op het Nationaal Zorgfonds en daarmee geen nieuwe kiezers hebben bereikt.

Opmerkelijk is nog dat Van Bommel volgens de website van de PvdA Diemen komende dinsdag het plaatselijke verkiezingsprogramma van deze partij in ontvangst zal nemen. De SP doet bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart niet mee in Diemen. Ingewijden ontkennen echter de suggestie dat Van Bommel wellicht is overgestapt naar de PvdA.

Partijprominent Van Bommel wil weg bij de SP 

NU 21.01.2018 Partijprominent Harry van Bommel wil weg bij de SP. Hij heeft bij het bestuur een verzoek ingediend om zijn partijlidmaatschap op te zeggen.

Het bestuur wil met Van Bommel in gesprek over zijn verzoek. “We gaan met Harry in gesprek. Iemand met zijn verdienste in de partij laten wij niet zomaar gaan, laat partijvoorzitter Ron Meyer weten.

Het AD bracht zondagavond het nieuws van het dreigende vertrek van de SP-coryfee.

Van Bommel (1962) zat van 1998 tot vorig jaar voor de SP in de Tweede Kamer. Hij was buitenlandwoordvoerder en een van de prominente politici van de partij. Het is niet bekend waarom Van Bommel de partij wil verlaten.

Na zijn vertrek als Kamerlid in maart vorig jaar gaf hij een interview in de Volkskrant waarin hij kritisch was over partijvoorzitter Meyer en hij zijn teleurstelling uitte over de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen voor de SP.

Lees meer over: Harry van Bommel SP

SP-voorzitter wil kritiek naar buiten smoren

Telegraaf 20.01.2018  Gerommel binnen de partij moet binnenskamers blijven. Daar hamerde SP-voorzitter Ron Meyer zaterdag op ten overstaan van zijn leden.

De afgelopen jaren lekte er verscheidene malen kritiek uit op de koers van de partij en het leiderschap. Zo klapten SP-Kamerleden uit de school over hun frustraties over het functioneren van de onlangs afgetreden partijleider Emile Roemer. Ook stonden SP’ers tegenover elkaar in de strijd om het voorzitterschap tussen Sharon Gesthuizen en Ron Meyer.

„Te vaak waren er interne discussies die een podium kregen. Ik baalde ervan, omdat er binnen de partij juist alle ruimte is voor discussie”, zei Meyer daar zaterdag over op het SP-congres in Hilversum. Hij wil dat de gelederen naar buiten toe voortaan gesloten blijven. „Ik zal daar mensen op blijven aanspreken. Dat is nodig voor eenheid. Discussies voeren we binnen, strijd voeren we buiten.”

Op het congres wordt onder meer het nieuwe partijbestuur gekozen en wordt er afscheid genomen van Roemer.

Marijnissen staat open voor vluchtelingendeals met Afrika, ondanks eerdere tegenstem ‘smerige’ Turkijedeal

VK 13.01.2018 De nieuwe SP-leider Lilian Marijnissen heeft geen principiële bezwaren tegen vluchtelingendeals met Afrikaanse landen. Eerder noemde de SP een vergelijkbare deal met Turkije ‘smerig’, maar volgens Marijnissen is het ‘idioot’ om op voorhand uit te sluiten dat ook asielaanvragen van Afrikanen voortaan alleen buiten de EU worden afgehandeld.

‘We moeten dat goed bekijken. Het is niet iets waar je principieel voor of tegen bent’, zegt Marijnissen vandaag in een interview met deze krant.

Onder haar voorganger Roemer was er weinig helderheid over het standpunt van de SP. Nadat de formatiegesprekken met GroenLinks waren stukgelopen op mogelijke vluchtelingenakkoorden met Afrikaanse landen, weigerde Roemer te vertellen of zijn partij wel te porren was voor zulke deals.

Duidelijkheid

Of wij instemmen met een vluchtelingendeal hangt af van de context. Met welke regering sluit je zo’n deal? Dat maakt nogal uit, aldus Lilian Marijnissen.

Marijnissen geeft nu meer duidelijkheid. Volgens haar is het geen principieel bezwaar dat asielaanvragen alleen buiten de EU plaatsvinden, maar hangt alles af van de omstandigheden. ‘Het zou toch idioot zijn als je daar niet voor bent? Ik bedoel, in principe wil je natuurlijk dat mensen in de regio worden opgevangen… Of wij instemmen met een vluchtelingendeal hangt af van de context. Met welke regering sluit je zo’n deal? Dat maakt nogal uit.’

Het kabinet-Rutte III gaat ervan uit dat er op termijn akkoorden worden gesloten met ‘veilige landen’ in Afrika. Als voorbeeld dient ‘de Turkijedeal’ uit 2016, waardoor Syrische vluchtelingen nu alleen nog in het ‘veilige land’ Turkije een asielaanvraag kunnen doen. De instroom van vluchtelingen is sindsdien sterk teruggelopen in de EU.

De SP stemde destijds tegen die ‘smerige deal’, die volgens Roemer ‘niet voor mensen in nood, maar voor politici in nood’ was gemaakt. ‘

Gevoelige thema’s

We moeten ervoor zorgen dat zo’n continent gelijke kansen krijgt. Dat is nu niet het geval, aldus Lilian Marijnissen.

Immigratie en integratie zijn gevoelige thema’s in de SP. In de jaren tachtig was de SP sceptisch over immigratie, maar onder leiding van ex-Kamerlid Gesthuizen pleitte de partij de afgelopen jaren voor een ruimhartig asielbeleid. Tegelijk waren er ook twijfels over het draagvlak onder het eigen electoraat. Om de twee kampen tevreden te houden, hield de SP zich vaak afzijdig in het publieke debat.

Om de migratie uit Afrika te stoppen, meent Marijnissen dat er op de lange termijn welvaartsverdeling nodig is. ‘Uiteindelijk is het toch ook een verdelingsvraagstuk. Die mensen komen het hier halen als er niks verandert…Dat wij daar de grondstoffen weghalen. Dat wij daar in de lagelonenlanden de fabrieken neerzetten. De race naar beneden die je globaal organiseert. We moeten ervoor zorgen dat zo’n continent gelijke kansen krijgt. Dat is nu niet het geval.’

Lilian Marijnissen, vanzelfsprekende leider van de SP

Lilian Marijnissen. © Andy Tan

In de kamer van de nieuwe fractievoorzitter van de SP hangen nog de posters van haar voorgangers. Hoe wil Lilian Marijnissen haar leiderschap gestalte geven? Welke koers gaat ze varen? Lees hier het interview met de nieuwe SP-leider.

factievoorzitter Lilian Marijnissen is in alles een kind van de partij. Nu moet de ‘geboren leider’ de SP naar nieuwe hoogten opstuwen. En haar vader doen vergeten, schrijft politiek redacteur Frank Hendrickx in deze analyse.

Vorig jaar interviewden we Lilian Marijnissen, toen net Kamerkandidaat voor de SP. ‘Ik hoop dat ik authentiek kan blijven, dat mensen denken: verrek, die zegt waar het op staat.’

Volg en lees meer over:  SP   NEDERLAND   POLITIEKE PARTIJEN   POLITIEK

Oud-SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen: ‘Emile Roemer wordt nu al een tussenpaus genoemd’

VK 23.12.2017 ‘Een groot talent’, noemt oud-SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen (41) de nieuwe partijleider van de SP Lilian Marijnissen. Maar, zegt ze ook: ‘Was er nou werkelijk niemand anders binnen de SP die de nieuwe politiek leider had kunnen worden? Natuurlijk speelt het een rol dat ze de dochter is van Jan Marijnissen. Er zijn welgeteld twee jaar geweest dat Jan Marijnissen geen formele rol had. Emile Roemer wordt nu al een tussenpaus genoemd.’

Sharon Gesthuizen verliet in 2017 de politiek. Enkele maanden later verscheen haar boek Schoonheid, macht, liefde, in het leven en in de politiek, waarin ze een kritisch geluid liet horen over de partij waarvoor ze 11 jaar lang in de Kamer had gezeten. ‘Een schrikbewind’, noemt ze het leiderschap van Jan Marijnissen in een interview met Volkskrant magazine. In discussie gaan was niet mogelijk, in vergaderingen werd je afgebrand, zegt ze. ‘Iedereen met macht heeft tegengeluid nodig. Maar dat werd niet gepruimd.’

Gesthuizen reageert in het interview ook op de reacties die ze kreeg na publicatie van het boek. Die waren niet mals: voormalig SP-collega’s verweten haar natrappen – zij wisten niet dat wat zij destijds deden of zeiden in een boek terecht kon komen. All in the game, zegt Gesthuizen, die haar boek vergelijkt met de #Me Too-onthullingen. ‘Er zijn heel veel mensen die in een bepaalde situatie hebben gezeten en daarmee later naar buiten komen. Vrouwen die mishandeld werden, de zus van Holleeder. Als je vindt dat het geen pas geeft dingen terug te lezen in een boek, waarom heb je ze dan gedaan?’

Hier leest u het hele interview met Gesthuizen;

Oud-Kamerlid Sharon Gesthuizen deed dit een jaar een boekje open over de SP. Dat werd haar niet in dank afgenomen. ‘Hoezo natrappen? Waarom mag ik niet opschrijven wat ik heb meegemaakt?’ U leest het hele interview hier. (+)

Volg en lees meer over:  SP   POLITIEKE PARTIJEN   POLITIEK   NEDERLAND

Lilian Marijnissen maakt goede start

Telegraaf 20.12.2017 Het naar voren schuiven van Lilian Marijnissen als politiek leider van de SP lijkt een goede zet. In een peiling van deze week haalt de SP twaalf zetels. Vorige maand waren dat er in de peiling nog negen. Dat blijkt uit de woensdag verschenen Politieke Barometer van Ipsos.

In de Tweede Kamer heeft de partij veertien zetels.

Marijnissen volgde eerder deze maand Emile Roemer op. In de week van haar aantreden kennen zeven op de tien kiezers haar al. Haar rapportcijfer is met 5,6 al hoger dan dat van Roemer.

Verder blijkt uit de peiling dat drie van de vier regeringspartijen al twee tot vijf zetels verlies moeten incasseren. Alleen de ChristenUnie heeft daar geen last van. De regeringscoalitie zou hierdoor geen meerderheid meer hebben en kan aan het einde van dit verkiezingsjaar nog rekenen op 67 zetels.

Mahir Alkaya (SP) is nu nog ambtenaar internationale zaken op het ministerie van Economische Zaken.

Ⓒ ANP

Mahir Alkaya volgt Roemer op in Tweede Kamer

Telegraaf 15.12.2017  Mahir Alkaya komt in januari voor de SP in de Tweede Kamer. Hij neemt dan de plaats in van Emile Roemer. Eric Smaling, die als eerste recht had op de zetel, heeft sinds een paar maanden een baan op de universiteit in Wageningen en vindt het ,,niet correct” om daar nu al weer te vertrekken. De Amsterdammer Alkaya (1988) is momenteel ambtenaar internationale zaken op het ministerie van Economische Zaken. Hij is aan de technische Universiteit van Delft opgeleid tot industrieel ontwerper.

Roemer kondigde deze week zijn vertrek aan als fractieleider en als Kamerlid. Hij zit sinds 2006 in de Tweede Kamer en heeft ruim zeven jaar leiding gegeven aan partij en fractie. Lilian Marijnissen is hem opgevolgd als SP-leider.

Onder Marijnissen moet SP concurreren met PVV

Elsevier 14.12.2017 Geen andere koers, wel een andere leider. Bij de SP heeft Lilian Marijnissen (32) het roer overgenomen van Emile Roemer. De overdracht verliep soepel; zonder politiek bloedvergieten. Dat moet SP’ers bemoedigen: hun partij zat de laatste jaren op dood spoor. Nu is er in elk geval weer even perspectief op een groter aantal zetels.

Onder Roemer beleefde de SP in 2011  een enorme opleving, althans in de peilingen. Het leek er sterk op dat de protestpartij bij de verkiezingen van 2012 de grootste partij zou worden. De campagne zou een tweestrijd Roemer versus VVD-lijsttrekker Mark Rutte worden. Maar in de televisiedebatten opereerde Roemer onhandig en de socialistische kiezers stroomden toch weer weg naar de PvdA.

Roemer kwam debacle niet te boven

Roemer verspeelde hierdoor de unieke kans om de SP regeringsmacht te bezorgen. Hij kwam dat debacle nooit meer te boven. Op het Binnenhof bleef hij de man die faalde, ook al had hij de uitstraling van een politieke teddybeer.

Roemer had het tij kunnen keren door strenge meningen over het migratiebeleid te gaan verkondigen. Tussen SP en de PVV van Geert Wilders zit nogal wat electorale overloop. Maar Roemer weigerde die kiezers te gaan bedienen. Hij voelde zich ook helemaal niet thuis bij een ‘grenzen dicht’-verhaal. De consequentie was wel dat de PVV bij de verkiezingen van maart dit jaar als tweede en dat de SP als zesde partij eindigde.

Nieuwe koers SP onwaarschijnlijk

Eens ventileerde de maoïstische SP standpunten die neerkwamen op ‘eigen volk eerst’. Maar dat is al lang niet meer aan de orde. De academisch gevormde professionals in de partij vertolken min of meer dezelfde standpunten als GroenLinks. Onder Lilian Marijnissen zal dat niet anders worden. Er is althans geen enkel teken dat zij het roer omgooit. Marijnissen blijft met PvdA en GroenLinks concurreren; niet met de PVV.

Daar komt nog bij dat de SP nu met PvdA en GroenLinks wil samenwerken als linkse oppositie. Dat maakt het al helemaal onmogelijk om linkse sociaal-economische standpunten te combineren met anti-immigratievoorstellen. De SP zal niet veranderen in een linkse tegenhanger van de PVV.

Als politicologe specialiseerde Marijnissen zich in nieuwe actievormen voor de vakbeweging. In de Tweede Kamer heb je weinig aan ‘organizing’ en andere actiemodellen, behalve als de fractieleider zich vooral in de Rotterdamse haven of bij stakende vuilnismannen wil manifesteren. Maar in het welvarende Nederland van nu zijn de barricaden met een lampje te zoeken.

Hooguit kan de SP inspelen op de brede sympathie die schoonmakers, verpleegkundigen, onderwijzers, buschauffeurs en treinmachinisten nu eenmaal genieten. Maar electoraal is dat ook dun ijs. Je kunt met de retoriek uit het industriële tijdperk nu eenmaal niet de zorg, het onderwijs en het openbaar vervoer op orde krijgen. En dat is toch eigenlijk waar een linkse partij voor staat.

  Politiek verslaggever Redacteur Eric Vrijsen (1957) volgt voor Elsevier Weekblad sinds 1994 de Nederlandse politiek.

Lilian Marijnissen: Ik ben niet gekozen om mijn achternaam

AD 14.12.2017 Lilian Marijnissen (32), de dochter van SP-coryfee Jan Marijnissen, maakt razendsnel carrière binnen haar partij. Ze zit amper negen maanden in de Tweede Kamer of de fractie heeft haar al gebombardeerd tot partijleider. Deze benoeming roept bij critici de vraag op of Lilian haar topfunctie niet vooral te danken heeft aan haar beroemde achternaam.

Dacht u niet: ‘Deze kans komt wel erg snel!’?

,,Ja, ik moet toegeven dat ik dit niet had verwacht toen ik op de lijst ging staan voor de Tweede Kamer. Maar Emile heeft zijn beslissing genomen. Voor ons rest niets anders dan er een goede opvolger neer te zetten. Ik heb best wel even nagedacht of ik dat moest worden. Je moet nooit over één nacht ijs gaan. Ben ik de beste vrouw op deze plek? Is het moment juist? Gaat het allemaal goed komen? Hoe wordt mijn achtergrond ontvangen? Al die overwegingen hebben meegespeeld.”

Lees ook;

SP’ers (en haar moeder) apetrots op Lilian Marijnissen: ‘Ze is een natuurtalent’

Lees meer

U weet wat iedereen over uw achternaam roept, hè?

,,Ja, u bent niet de eerste die over mijn achternaam begint. Ik heb een vader en een moeder. Daar kan ik ook niets aan doen. Nooit heb ik met mijn vader samengewerkt, al ben ik wel supertrots op wat hij heeft bereikt. Hij steunt mij, maar vooral omdat het mijn vader is.”

Nooit heb ik met mijn vader samengewerkt, al ben ik wel supertrots op wat hij heeft bereikt

U had een tegenstander voor het leiderschap, Sadet Karabulut. Was zij geen mooie keus geweest?

,,Wij hebben vanmorgen in de Kamerfractie gestemd. Daar kwam een duidelijke uitslag naar voren, en daar ben ik door vereerd. Maar ik ben Sadet ook heel erg dankbaar voor haar kandidatuur. Ik denk dat het goed is, ook voor een partij als de SP, dat er iets te kiezen valt. Er wordt wel eens gezegd dat wij een gesloten bolwerk zouden zijn, maar vandaag blijkt eens te meer dat dit niet zo is.”

Gaat u een andere koers varen met de SP? Want onder Roemer boekte de partij landelijk geen zetelwinst.

,,Zoals ik geen Jan Marijnissen ben, ben ik ook geen Emile Roemer. Dus ik zal het vast anders gaan doen. Op uw vraag over een nieuwe koers kan ik zeggen dat in januari ons congres bijeen komt. Daar beslissen de leden welke kant het opgaat. Dat hangt bij de SP niet af van één gezicht.”

Komt u dan zelf niet met concrete voorstellen?

,,Daar komen we continu mee. Afgelopen vrijdag heb ik nog een initiatief gelanceerd voor een zorgbuurthuis; een radicaal andere visie op de ouderenzorg. Dat gaat door.”

Hoe zit het eigenlijk met de beloofde vernieuwing binnen de SP?

,,We hebben twee jaar geleden een nieuwe voorzitter gekozen, in januari komt er een nieuw partijbestuur. En ook binnen de fractie in de Tweede Kamer is er vers bloed bijgekomen. Wij vertrouwen nu op de mix van ervaren mensen en nieuwe gezichten.”

U wordt in de Tweede Kamer nu de tweede vrouwelijke fractievoorzitter, naast Marianne Thieme. Is dat belangrijk?

,,Deels. Natuurlijk is het goed dat er een betere balans komt tussen mannelijke en vrouwelijke fractievoorzitters in de Tweede Kamer. Maar ik ben hopelijk gekozen omdat ik wat kan bereiken voor de SP. Niet omdat ik Marijnissen heet en niet omdat ik een vrouw ben.”

SP’ers (en haar moeder) apetrots op Lilian Marijnissen: ‘Ze is een natuurtalent’

AD 13.12.2017 Prominente SP’ers uit Brabant zijn apetrots op ‘hun’ Lilian Marijnissen, die binnenkort Emile Roemer opvolgt als partijleider en zo in de voetsporen treedt van vader Jan. Maar er is ook kritiek: ,,Dit helpt niet om van de SP een moderne, linkse partij te maken.”

Jules Iding

Jules Iding, namens de SP oud-wethouder in Oss en voormalig gedeputeerde. © Peter van Huijkelom

Jules Iding, voormalig wethouder in Oss en later ook gedeputeerde, vroeg Lilian Marijnissen als tiener om zich aan te sluiten bij de Osse SP-fractie. ,,Een groot talent, toen al. Ze is vasthoudend, komt inhoudelijk altijd goed beslagen ten ijs en praat tegelijkertijd vanuit haar hart. Daarom heb ik er ook heel veel vertrouwen in dat ze het gaat redden. Dat de SP nu weer een partijleider uit Oss heeft, maakt me stiekem wel een beetje trots.”

Lees ook;

Nu de beurt aan de-dochter-van: Lilian Marijnissen

Lees meer

Roemer stapt op: ‘Hij heeft de SP nou niet bepaald vooruit geholpen’

Lees meer

René Peters

Het Osse CDA-Kamerlid René Peters. © Ruud Rogier Fotobureau

CDA-Kamerlid René Peters kreeg jarenlang met Marijnissen te maken in zijn rol als wethouder van Oss. De twee vertrokken in maart dit jaar gelijktijdig naar de Haagse politiek. Peters: ,,Ze is de perfecte vrouw om de SP te leiden. Met haar achtergrond in de politiek en de vakbond heeft ze van jongs af een prima cv opgebouwd voor deze lastige baan.” Dat ze nu in de diepe voetsporen van haar vader treedt wil Peters niet horen. ,,Ze heeft het helemaal op eigen kracht gedaan. Daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben.”

Moeder Mari-Anne Marijnissen

Pfff, geen commentaar. Maar natuurlijk vind ik het als moeder spannend voor haar, aldus Mari-Anne Marijnissen.

Moeder Mari-Anne Marijnissen voelt zich een beetje overvallen als een verslaggever voor de deur staat. Wat vindt zij ervan? ,,Pfff, geen commentaar. Daarvoor moet je bij Lilian zijn”, houdt ze de boot af. ,,Maar natuurlijk vind ik het als moeder spannend voor haar. Ik ben ook reuze trots. Ik heb net naar de uitzending gekeken. Ze houdt zich goed staande in de politiek. Het gaat snel met haar politieke loopbaan, maar te snel? We zullen zien. Daar wou ik het maar bij laten.”

Mari-Anne Marijnissen, de moeder van. © foto Rachelle suppers/BD

Veerle Slegers

Voormalig SP-lid Veerle Slegers uit Tilburg. © BD

Veerle Slegers, die namens de SP in de Tilburgse gemeenteraad en Provinciale Staten zat, liet de afgelopen jaren geregeld kritisch uit over oud-partijleider Jan Marijnissen, de vader van Lilian. Afgelopen maart zegde Slegers haar partijlidmaatschap op uit onvrede met de koers van de partij.

Ze wil zich niet nog een keer laten verleiden tot SP-bashen – ,,Dat kan de partij zelf veel beter dan ik ooit zou kunnen.” Slegers noemt de keuze voor Lilian Marijnissen als nieuwe partijleider strategisch een slechte zet. ,,Het heeft veel weg van geregelde erfopvolging. Dit bevestigt alleen maar het beeld van een centralistische geleide partij, die alleen maar op de eigen mensen vertrouwt. Het helpt niet om van de SP een moderne, linkse partij te maken, iets dat nu juist zo hard nodig is.”

Nico Heijmans

Nico Heijmans, SP-fractievoorzitter in de Brabantse Provinciale Staten en al jaren actief op het partijkantoor in Amersfoort, bestrijdt het beeld dat de benoeming van Marijnissen een door vader Jan voorgekookt plan is. ,,Ik kan je met de hand op het hart bezweren dat zijn directe invloed hier zeer beperkt is. Als hij één keer per halfjaar op het hoofdkantoor komt, is het veel. En daarbij: als SP zijn wij toch veel meer voor de familiebedrijven dan de beursgenoteerde ondernemingen, haha.”

Nico Heijmans, namens de SP Nico Heijmans in de Provinciale Staten van Brabant.

Wobine Buijs

De Osse burgemeester Wobine Buijs (VVD). © FR076 Van Assendelft Fotografie

,,Het is een vakvrouw die ontzettend gefocust is”, beschrijft de Osse burgemeester Wobine Buijs voormalig raadslid Lilian Marijnissen. ,,Ze heeft een heel goed gevoel wanneer ze zich in een discussie mengt en is sterk in het debat. Soms als een kat die met een muis speelt. Haar inbreng steunt altijd op een groot strategisch doel en als ze ergens voor gaat laat ze niet los.”

Henk van Gerven

Oud SP-Kamerlid Henk van Gerven uit Oss. © ANP

Lilian Marijnissen: ‘Ik wil een Nederland waar je achternaam niet je kansen bepaalt’

Speld 13.12.2017 Direct na haar aantreden als fractievoorzitter van de SP heeft Lilian Marijnissen haar speerpunten voor de komende tijd bekend gemaakt. De kersverse SP-leidster pleit voor een Nederland waar je achternaam niet je kansen bepaalt.

“Nog te vaak worden belangrijke functies in Nederland verdeeld onder mensen die toevallig in de juiste familie zijn geboren. Als het aan de SP ligt wordt Nederland een land met kansen voor iedereen.”

Marijnissen hoopt met haar eigen verhaal kansarme Nederlanders te inspireren: “Mijn vader werkte nog als simpele arbeider in een worstenfabriek, maar dat heeft me er nooit van weerhouden hogerop te klimmen en nu sta ik hier als fractievoorzitter van een politieke partij.” Lees Verder

 

Wat Roemer niet lukt, moet de volgende generatie SP’ers waarmaken: regeren

‘Het is niet de vraag of de SP gaat regeren, maar wanneer’

Lilian Marijnissen zal de SP een volgend kabinet in loodsen

VK 13.12.2017 De potentie van Emile Roemer is vijftien Kamerzetels. Dat is ook hem duidelijk na drie landelijke verkiezingen. Het was niet genoeg om zijn droom te verwezenlijken: regeren. Dat is de volgende stap, benadrukt hij woensdag bij de aankondiging van zijn afscheid. ‘Het is niet de vraag of de SP gaat regeren, maar wanneer.’ Lilian Marijnissen moet de meest linkse partij van Nederland een volgend kabinet in loodsen.

Hoezeer Roemer ook zijn best doet de positieve ontwikkeling van zijn partij te onderstrepen – significante groei in gemeenten, provincies en Europees Parlement, collegedeelname in vier van de zes grote steden – woensdag moet hij toch keer op keer die ene vraag beantwoorden: heeft hij gefaald? Onder zijn leiding is de SP op landelijk niveau gestagneerd. Twee keer vijftien, een keer veertien zetels, drie kabinetsperiodes veroordeeld tot de oppositie.

De tragiek van Roemer is de tragiek van zijn partij: altijd in de oppositie

De tragiek van Roemer is de tragiek van zijn partij: altijd in de oppositie. Het tijdperk-Jan Marijnissen kenmerkte zich door stormachtige groei. Van twee zetels in 1994 naar vijf, naar negen, naar 25 in 2006. Na die recorduitslag deed Marijnissen een eerste stroeve poging tot coalitiedeelname.

Toen kwam Roemer, in 2010, en ook hij wilde regeren. Echt waar, zei hij, de SP was een constructieve partij. ‘Wij zijn er klaar voor’, verkondigde het programma. ‘Lokaal hebben we laten zien dat we goed kunnen besturen.’ De lijsttrekker, voormalig wethouder in Boxmeer, was het levende bewijs.

De kiezer vond Roemer sympathiek, leek in 2012 even te geloven in zijn leiderschap, maar beloonde hem nooit met meer dan vijftien zetels. Sinds de onstuimige opmars en ruwe duikelpartij in de peilingen vijf jaar geleden hing een vraagteken boven zijn hoofd. Ook dit voorjaar bleef een comeback uit van ‘Rocky Roemer’, zoals partijvoorzitter Ron Meyer hem noemde.

Meest betrouwbare politicus

Emile Roemer rest een troostprijs: de titel van meest betrouwbare politicus, volgens opinieonderzoeken © ANP

Een strategische keuze in campagnetijd om de VVD uit te sluiten, kwam als een boemerang terug tijdens de formatie. Was de SP gaan regeren, dan was Roemer nu niet vertrokken, zegt hij woensdag. Nu staat er een man die bij een volgende ronde van zichzelf geen beter resultaat verwacht. Hem rest een troostprijs: de titel van meest betrouwbare politicus, volgens opinieonderzoeken. Wel een man die kiezers de sleutel van hun huis toevertrouwen, niet de sleutel van het Torentje.

In Lilian Marijnissen, pas tien maanden Kamerlid, ziet hij de potentie om het tij te keren. Woensdagochtend koos de fractie haar als nieuwe leider. Zij wist in oktober al van Roemers aanstaande vertrek. Hij nam toen het fractiebestuur, waar zij deel van uitmaakte, in vertrouwen. De rest van de fractie hoorde het nieuws dinsdag en had slechts 24 uur om na te denken over de functie. Alleen Sadet Karabulut stak ook haar vinger op. Bij de stemming, waar ook de vertrekkend voorzitter aan meedeed, legde zij het af tegen Marijnissen.

Tussen twee Marijnissens in

Door het stokje aan haar door te geven, wordt Roemer de SP-leider tussen twee Marijnissens in. Maar zo zien SP’ers dat niet. Ze is 32 en heeft er een half leven in de politiek opzitten.

Dat ze Marijnissen heet is bovenal een voordeel, denkt Peter Kanne, onderzoeker van peilingbureau I&O Research. ‘Haar naam spreekt tot de verbeelding. Jan Marijnissen past in het rijtje Joop den Uyl en Hans van Mierlo.’ Dochter Marijnissen gaat de SP een boost geven in de peilingen, verwacht hij. ‘Kiezers houden van jong, nieuw en fris. Dat zagen we ook bij Klaver.’

Haar geslacht zal haar daarentegen weinig helpen, denkt Kanne. ‘Het effect van vrouwen die uit sympathie op een vrouw stemmen is zeer beperkt.’

Marijnissen zal zich moeten onderscheiden. Dat kan ze op sociaal-culturele thema’s

Familie in de politiek, het komt vaker voor;

Twee aanvoerders van dezelfde partij uit één gezin is een primeur voor Nederland. Wel zijn er meer familielijntjes in de politiek. Enkele voorbeelden:

Joop den Uyl (PvdA-leider 1966-1986) – dochter Saskia Den Uyl (PvdA-Kamerlid 1994-2006)

Jan van Aartsen (enkele keren minister voor de ARP in de jaren ‘50) – zoon Jozias van Aartsen (fractieleider en minister voor de VVD tussen 1994 en 2006)

Henk Korthals (vice-premier voor de VVD 1959-1963) – zoon Benk Korthals (minister voor de VVD 1998-2003)

Charles van Rooy (minister voor de KVP 1959-1961) – dochter Yvonne van Rooy (twee keer staatssecretaris voor het CDA tussen 1986 en 1994)

Theo Bot (staatssecretaris en minister voor de KVP in diverse kabinetten in de jaren ‘60) – zoon Ben Bot (minister voor het CDA, 2003-2007)

Willem Drees (premier voor de PvdA 1948-1958) – zoon Willem Drees jr (partijleider en minister voor DS’70 in de jaren ‘70)

Gerrit Bolkestein (minister voor de VDB 1939-1945) – kleinzoon Frits Bolkestein (partijleider VVD in de jaren ‘90)

Jan Donner (minister voor de ARP 1926-1933) – kleinzoon Piet Hein Donner (minister voor het CDA 2002-2010)

De SP heeft niettemin de papieren om de grootste partij van Nederland te worden, stelt Kanne. ‘De partij combineert een sociaal-economisch linkse agenda met conservatieve opvattingen over sociaal-culturele thema’s als Europa en migranten. Op dat snijvlak zitten de meeste kiezers.’ Marijnissen zal dat scherpe sociaal-culturele profiel dan wel moeten oppoetsen. De SP leek onder Roemer vaak afwezig in het migratiedebat.

Als dit kabinet de rit uitzit, heeft Marijnissen drieënhalf jaar om ervaring op te doen tussen haar linkse concurrenten Asscher (PvdA) en Klaver (GroenLinks). Ook zij zijn pas kort leiders van hun partijen. Niet alleen de SP, heel links verkeert in electoraal zwaar weer. Opgeteld hebben de drie partijen slechts 37 zetels. Nu zoeken ze elkaar in de oppositie op, maar rivaliteit is onvermijdelijk. Klaver richt zich met zijn ‘kantinetour’ op de kiezers van de SP. Asscher zoekt in de linkse PvdA-beginselen naar een recept voor wederopstanding. Marijnissen zal zich moeten onderscheiden. Dat kan ze op sociaal-culturele thema’s, suggereert Kanne.

Partijvoorzitter Meyer maakte onlangs al de weg vrij voor toekomstige formatiebesprekingen. Het uitsluiten van de VVD was geen principiële keuze voor de eeuwigheid, zei hij in een interview. Als Marijnissen Roemers ‘volgende stap’ wil zetten, zal ze bij volgende verkiezingen de optie van samenwerken met alle partijen openhouden.

Dit is de nieuwe leider van de SP;

‘Ik hoop dat ik authentiek kan blijven, dat mensen denken: verrek, die zegt waar het op staat’
Haar ouders waren altijd aan het werk en nu doet Lilian Marijnissen hetzelfde. Het ‘SP-lid van geboorte’ ziet het niet als een offer. ‘Ik ben blij dat ik dit mág doen.’

Volg en lees meer over:  NEDERLAND   EMILE ROEMER   POLITIEK
Interview Roemer: ‘Waren er maar wat meer aardige mensen in de politiek’ 

NU 13.12.2017 Emile Roemer wilde per se wachten totdat het nieuwe kabinet er was en ieder fractielid zijn plek in de Tweede Kamer had gevonden voordat hij het parlement zou verlaten, maar nu zit zijn werk erop. “Hier is het stokje, maak het maar waar”, aldus Roemer in een interview met NU.nl.

“De sfeer in de partij was zoals ik het graag wil”, zei Roemer woensdag in een Haags café nadat hij zijn aftreden publiekelijk had gemaakt.

Alles moest in stelling worden gebracht om een nieuwe periode als oppositiepartij aan de slag te gaan. Nieuwe fractieleden hebben het Kamerwerk onder de knie en de medewerkers hebben hun juiste plek gevonden.

Roemer: “Ik word bijna aan alle kanten voorbij gerend in enthousiasme. Toen dacht ik: aan het eind van het jaar is een heel mooi moment”.

Dat was voor de socialist belangrijk: rust in de tent. Want voor Roemer, inmiddels een van de meest ervaren Kamerleden, was het afgelopen jaar misschien wel zijn meest tumultueuze.

Bijna op de dag af een jaar geleden moest hij anonieme kritiek vanuit zijn fractie incasseren. Een lang spoedberaad volgde, maar Roemer hield het vertrouwen van de fractie. De campagne naar de Tweede Kamerverkiezingen kwam eraan. Roemers derde als partijleider.

Driemaal is scheepsrecht, zei hij tijdens het verkiezingsdebat in Carré, maar nadat de goedlachse Brabander al inmiddels twee verkiezingen had verloren kwamen er ook in maart geen zetels bij.

Roemer speelde afgelopen zomer al met het idee het fractievoorzitterschap neer te leggen. Maar, zoals dat gaat in Den Haag, zodra je bekendmaakt dat je met die gedachte speelt, is het besluit voor de buitenwereld al genomen.

Stond uw leiderschap onder druk?

Nee. Dan was het uitgelekt en hadden jullie er wel iedere dag een artikel over geschreven.”

Dat was vorig jaar ook het geval.

“Dat gebeurt altijd als er in een partij wat gebeurt.”

U hebt geen druk gevoeld vanuit de partij?

“Nee, absoluut niet. Dat merkte ik ook aan de warme reacties binnen de partij.”

Afgelopen zomer vroeg ik u nog: wat is de houdbaarheid van een lijsttrekker. Toen zei u: politiek moet niet te vluchtig worden.

“Ik moet u nu heel eerlijk bekennen dat ik toen, ondanks dat ik de meest betrouwbare politicus ben, toch tegen u een klein beetje heb gejokt.”

U wist toen al dat u wilde vertrekken?

“Nee, maar ik was er wel over aan het nadenken. Heel soms mag een leugentje om bestwil. Als je dan zegt dat je daar over nadenkt, dan ben je ook weg.”

Doet het pijn?

“Rationeel niet. Ik ben trots en neem met een goed gevoel afscheid.”

“Maar emotioneel doet het wel wat. Ik ben 38 jaar zeer actief geweest voor de partij op alle mogelijke niveaus. Ik kan me haast geen leven zonder prominent SP’er te zijn voorstellen. Ik ben heel erg benieuwd wat de komende tijd gaat brengen.”

U benadrukt steeds dat u als meest betrouwbare politicus wordt gezien.

“Ik vind het veel waard en ik heb er heel veel aan gehad. Mijn moeder zei altijd: jongen, wie veel liegt, moet veel onthouden.”

Maar in de wandelgangen wordt ook wel gezegd: misschien is Emile Roemer te aardig geweest om een fractievoorzitter te zijn.

“Met dat soort duidingen kan ik helemaal niets. Ik ben het er ook niet mee eens. Sterker nog: waren er maar wat meer aardige mensen in de politiek.”

Roemer: ‘Het is tijd dat iemand anders het stokje overneemt’

Lees meer over: SP Emile Roemer

Wéér een Marijnissen: de tomaat valt niet ver van de boom

VN 13.12.2017 Na Agnes Kant vertrekt nu ook Emile Roemer, na jaren van vruchteloos geploeter, als opvolger van de monumentale Jan Marijnissen. Nu is de beurt aan dochter Lilian. Wordt de SP gerund als een ‘Noord-Koreaans familiebedrijf’ of gloort eindelijk dan toch de socialistische dageraad?

Eindelijk is de kogel door de kerk: Emile Roemer treedt af als leider van de SP. Daarmee komt een einde aan jaren van dapper maar vruchteloos geploeter. Sinds het begin van de crisis in 2008 hadden de socialisten in veel opzichten het maatschappelijk tij mee, maar ondanks de grote maatschappelijke woede over de bezuinigingen van de afgelopen kabinetten en de groeiende populariteit van ouderwets links gedachtengoed (zoals dat van de Franse econoom Piketty en de Britse Labourleider Jeremy Corbyn) wist de SP er electoraal niet van te profiteren.

Zelfs toen de PvdA bij de laatste verkiezingen 29 zetels verloor, raakte de SP er óók een kwijt. Al voor de verkiezingen probeerde Roemer de schuld voor de slechte peilingen in de schoenen van de sociaaldemocraten te schuiven: ‘De PvdA heeft links aardig verkwanseld’, sprak de geplaagde lijsttrekker in het FD. ‘Daar heb ik ook last van.’ Terwijl half Den Haag wist dat er maar één reden was waarom de SP zo matig presteerde, ondanks het harde werken van duizenden SP’ers in het hele land: de partijleider zelf.

Half Den Haag wist dat er maar één reden was waarom de SP zo matig presteerde, ondanks het harde werken van duizenden SP’ers in het hele land: de partijleider zelf.

Dat werd al pijnlijk duidelijk bij de verkiezingen van 2012. Tijdens de campagne steeg de SP naar recordhoogte in de peilingen, geholpen door het feit dat de PvdA na de roemloze aftocht van Job Cohen in de kreukels lag, zodat Roemer zich al bijna in het Torentje waande. Maar na een wankel optreden in het eerste televisiedebat werd de SP-leider in de media steeds harder aangepakt en zakte de partij terug naar vijftien zetels.

Filmmaker Coen Verbraak, die Roemer tijdens de hele campagne op de voet volgde, bracht in Tussen pieken en peilen prachtig in beeld hoe de lijsttrekker langzaam ten onder ging in het mediageweld, met als treurig dieptepunt een aflevering van De Wereld Draait Door, waarin een aangeslagen Roemer werd vernederd door Peter R. de Vries.

Na de verkiezingen probeerden ze de neergang bij de SP te verklaren door de ‘karaktermoord’ die ‘de media’ op Roemer zouden hebben gepleegd, maar de werkelijkheid was anders: de goeiige oud-leraar uit Boxmeer was simpelweg niet tegen de beproevingen van het lijsttrekkerschap opgewassen. De onvermijdelijke vraag was of de SP hem bij de volgende verkiezingen wéér voor de leeuwen zou gooien.

Maar Roemer mocht aanblijven als partijleider, waarna de trouwe partijsoldaat dapper voortploeterde. Bij ieder Kamerdebat was het voelbaar. Terwijl onder Jan Marijnissen nog lichte opwinding door de Kamerzaal ging als de gehaaide fractievoorzitter van de SP zich naar de interruptiemicrofoon begaf, zakte de aandacht bij de brave Roemer juist weg. Bij de verkiezingsdebatten ging het niet veel beter. En zo kon het gebeuren dat de SP bij de laatste verkiezingen weer een zetel moest inleveren.

Daar wreekte zich het monumentale voorbeeld van Jan Marijnissen, de man die de SP groot maakte: in de schaduw van een eik wil weinig groeien. Diens opvolger Agnes Kant bleek niet bestand tegen de harde realiteit van het fractievoorzitterschap en het bijbehorende mediacircus, en Emile Roemer uiteindelijk evenmin.

Nu is de beurt aan Lilian Marijnissen, zoals de Telegraaf al in september vorig jaar voorspelde, toen bekend werd dat ‘de dochter van’ plek drie op de SP-lijst had gekregen. Volgens het hoofdredactioneel commentaar van de ochtendkrant was dat een schande, want: ‘In een democratie dient een politieke partij niet te worden gerund als een Noord-Koreaans familiebedrijf. Zelfs niet als de wortels liggen in het Maoïsme.’

Het onzinnige verwijt van coöptatie daargelaten (Jan Marijnissen was al lang vertrokken als partijvoorzitter, en bovendien: waarom zou je als ‘kind van’ níet de politiek in mogen gaan, zoals VVD’er Sophie Hermans en PvdA’er Schelto Patijn ook deden?): het aantreden van Lilian Marijnissen zou best eens een zegen voor de partij kunnen blijken. In tegenstelling tot de andere fractievoorzitters – op Marianne Thieme na – is ze jong en vrouw. Dat is niet slecht voor het beeld. En ze heeft haar strepen verdiend als actievoerder tegen de marktwerking en de verschraling in de zorg, voor de Nederlanders één van de belangrijkste politieke thema’s.

In de media zal Lilian Marijnissen de komende tijd ongetwijfeld lastige vragen krijgen over de invloed van haar vader, maar voor veel SP’ers en SP-kiezers geeft de familierelatie haar juist de glans die Emile Roemer miste. En waar Roemer in de media door het hardnekkige verwijt werd achtervolgd dat hij nog altijd aan het touwtje van zijn grote voorganger zou lopen, staat Lilian juist bekend als vrijgevochten type, ook ten opzichte van haar vader. Misschien gloort voor de SP na al het geploeter eindelijk dan toch de socialistische dageraad.

Roemer was geliefd, maar zijn gezag was hij al jaren kwijt

NRC 13.12.2017 Hij wilde „geen politicus zijn waarvan de mensen zeggen: die is te laat gegaan,” zei Emile Roemer toen hij woensdag bekend maakte op te stappen als SP-leider. „Je moet op tijd het stokje overdragen.”

Niet te laat? Al ruim voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart was het een publiek geheim aan het Binnenhof: Roemer gáát. Zijn gezag in de Tweede Kamer was hij al jaren kwijt, verkiezingsuitslagen vielen keer op keer tegen. En ook in de top van de SP maakten ze er allang geen geheim meer van dat aan Roemer werd getwijfeld. De vraag was alleen: wanneer gaat-ie?

Bij zijn aantreden was het heel anders. Emile Roemer (Boxmeer, 1962) beleefde een vliegende start als SP-leider. In maart 2010 volgde hij de afgetreden Agnes Kant op, die er niet in was geslaagd uit de schaduw te treden van haar bejubelde voorganger Jan Marijnissen. De partij stond op zwaar verlies in de peilingen.

Maar met strijdbaarheid en ontwapenende humor („u kunt mij veel verwijten, maar niet dat ik te vroeg gepiekt heb”) wist Roemer de nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 beperkt te houden. Het voelde, zo zei op verkiezingsavond, als „een verlies met een gouden randje”.

In Beeld: De politieke jaren van Emile Roemer

Met harde hand

In de partij werd zijn komst gezien als verademing. Onder Kant en Marijnissen werd fractie met harde hand geleid en was er zelden plaats voor afwijkende meningen. Van Roemer kregen Kamerleden veel meer ruimte en vertrouwen. „Je moet niet autoritair zijn, je moet een autoriteit zijn”, zei hij zelf in een interview met Vrij Nederland. Collega’s, ook van andere partijen, waren dol op hem. Het kritische oud-SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen schrijft in haar onlangs gepubliceerde memoires lovend over Roemers stijl van leiding geven.

In de twee jaar na 2010 steeg de SP in de peilingen tot boven de dertig zetels. Roemer werd een serieuze premierskandidaat. De vervroegde verkiezingen van september 2012 leken zelfs lange tijd uit te draaien op een tweestrijd tussen hem en Mark Rutte (VVD).

Totdat Roemer zich in tv-debatten liet afbluffen door Rutte, en de PvdA van Diederik Samsom er met de linkse kiezers vandoor ging. Een documentaire van journalist Coen Verbraak liet op pijnlijke wijze zien hoe onprofessioneel en onvoorbereid de SP met Roemer de verkiezingen was ingegaan.

Eigenlijk herstelde hij nooit meer van die desastreuze campagne. Er was een Roemer van vóór augustus 2012, en er was een Roemer van erna. De eerste was goedlachs, strijdbaar en vol zelfvertrouwen. De tweede was onzeker, verongelijkt en verbeten.

Lees ook: Lilian Marijnissen is de gedroomde actieleider

Lullig vraagje stellen

In de crisis- en bezuinigingsjaren onder Rutte I en II hadden de denkbeelden van de SP het tij mee. Compassie met de ‘gewone man’, kleinschaligheid in de zorg, kritiek op ‘superstaat Brussel’ en de euro, verzet tegen het marktdenken in de publieke sector – de partij had het zo’n beetje uitgevonden.

Maar het lukte Roemer niet die thema’s naar zich toe te trekken. Terwijl de krediet-, euro- en vluchtelingencrises elkaar in rap tempo opvolgden, slaagde hij er telkens maar niet in te profiteren van het kantelende maatschappelijke klimaat.

In debatten werd hij afgetroefd door gehaaide collega-politici als Mark Rutte en Alexander Pechtold. Vaak had hij zijn cijfers en feiten niet paraat. Onder fractievoorzitters in de Tweede Kamer werd het een soort running gag: even een lullig vraagje aan Roemer stellen over de cijfers, hij gaat gegarandeerd onderuit. Dieptepunt waren de Algemene Beschouwingen van 2014, toen Roemer door het voltallige parlement werd uitgelachen.

Ook in zijn eigen fractie geloofden ze er zo langzamerhand niet meer in. In december 2016 klaagde een aantal SP- Kamerleden anoniem in het AD over Roemers leiderschap – een unicum voor een partij waarin loyaliteit boven alles gaat.

Niet meedoen in een kabinet

Buiten de Tweede Kamer wist Roemer wél doorbraken bewerkstelligen. De afgelopen jaren ging de SP in een groot aantal steden en provincies meebesturen. In Amsterdam intervenieerde Roemer persoonlijk, samen met Pechtold, om te zorgen dat zijn partij de PvdA verving in het stadsbestuur.

Maar de belangrijkste stap, meedoen in een kabinet, bleef uit. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart wist Roemer op geen enkele wijze te profiteren van de ineenstorting van de PvdA: de SP verloor een zetel, als enige oppositiepartij. Meeregeren was tijdens de formatie nooit een serieuze optie, omdat de SP op voorhand samenwerking met verkiezingswinnaar VVD had uitgesloten. Roemer lobbyde nog wel voor een centrum-linkse zespartijencoalitie zonder de VVD. Maar de beoogde premier van dat kabinet, CDA’er Sybrand Buma, deed zijn voorstel grappend af als ‘Buma en de zeven dwergen’.

Deze zomer nam Roemer een besluit: hij zou niet nog een keer lijsttrekker worden. Afgelopen vrijdag lichtte hij het partijbestuur in dat hij er per januari mee ophoudt. De fractie hoorde dat dinsdag.

Tijdens de persconferentie maakte Roemer een ontspannen, bevrijde indruk. Hij maakte grapjes en lachte weer. Hier stond de SP-leider die we na augustus 2012 zelden meer hadden gezien.

Lees ook deze artikelen;

Lilian Marijnissen volgt Emile Roemer op als SP-leider

Emile Roemer (55) was sinds 2010 partijleider.

Emile Roemer treedt terug als leider van de SP

Woensdag maakte SP-leider Emile Roemer bekend terug te treden.

‘SP heeft meer nodig dan alleen nieuwe leider’  – Video

Telegraaf 13.12.2017 Het vertrek van SP-leider Roemer is terecht, zegt Wouter de Winther.

Het beoordelingsgesprek van Emile Roemer  Telegraaf 13.12.2017

Den Haag reageert op vertrek Roemer: ’Altijd met humor’

Telegraaf 13.12.2017  Politiek Den Haag reageert op het vertrek van Emile Roemer als partijleider van de SP. De reacties op een rij.

Premier Mark Rutte noemt het jammer dat SP-leider Emile Roemer vertrekt. Hij spreekt over een verrassing. ,,Emile Roemer geeft het stokje door, zoals hij zelf zegt. Ik respecteer natuurlijk zijn afweging, maar vind het ook jammer dat hij afscheid neemt.”

Zijn fractievoorzitterschap valt bijna samen met de periode waarin Rutte premier is. ,,Hoewel we het op de inhoud vaak hartgrondig oneens waren, zijn de persoonlijke verhoudingen altijd heel goed geweest. We zijn zelfs wel eens samen op werkbezoek geweest.”

Rutte noemt Roemer een man met overtuigingen, een knokker en hij heeft humor ,,en dat is een mooie combinatie.” Hij wenst hem alle goeds toe voor de toekomst en zijn opvolger, Lilian Marijnissen, heel veel succes.

Humor

Sybrand Buma, fractievoorzitter van het CDA (via Twitter): ,,In de Tweede Kamer en daarbuiten was Emile Roemer de afgelopen jaren een gewaardeerde en collegiale politicus met passie voor het algemeen belang. Het ga je goed @emileroemer, veel succes @marijnissenL.”

Alexander Pechtold, fractievoorzitter van D66 (via Twitter): ,,Dank voor @emileroemer voor je jarenlange inzet voor @SPnl en Nederland. Altijd collegiaal, met humor en op de inhoud voerden we mooie debatten!”

Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD (via Twitter): ,,Emile Roemer vertrekt. Een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was. Het is nu aan Lilian Marijnissen. Dan blijft het in elk geval Brabants.”

Jesse Klaver, fractievoorzitter van GroenLinks (via Twitter): ,,Bijzonder moment. Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor. Emile bedankt voor de mooie samenwerking! Gefeliciteerd @MarijnissenL. Ik kijk er naar uit om samen verder te strijden voor een eerlijke, empathische en rechtvaardige samenleving!”

Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP (via Twitter): ,,Emile, bedankt voor je altijd vriendelijke collegialiteit! Hartelijk welkom aan @MarijnissenL in nieuwe rol. Veel succes, Lilian!”

Lovende woorden vanuit Den Haag over Emile Roemer

NOS 13.12.2017 De fractievoorzitters in de Tweede Kamer feliciteren de opgestapte SP-leiderRoemer op Twitter en bedanken hem.

PvdA-leider Asscher: “Dank voor de prettige samenwerking en gezamenlijke strijd voor een socialer Nederland. Ook bedankt voor je vriendelijkheid en humor in dit vak”.

Ook D66-leider Pechtold is lovend over Roemer en zegt over hem: “Altijd collegiaal, met humor en op de inhoud voerden we mooie debatten!” ChristenUnie-leider Segers twittert: “Dank voor je inzet voor ons land Emile Roemer, en dank voor je collegialiteit. Het ga je goed!”

Een van de aardigste tegenstanders

Volgens VVD-leider Dijkhoff is Roemer “een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was”. Hij twittert: “Het is nu aan Lilian Marijnissen. Dan blijft het in elk geval Brabants.”

“Emile, bedankt voor je altijd vriendelijke collegialiteit! Hartelijk welkom aan Lilian Marijnissen in haar nieuwe rol. Veel succes, Lilian!”, aldus SGP-leider Van der Staaij.

GroenLinks-leider Klaver noemt het afscheid een bijzonder moment. “Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor.” Hij bedankt hem voor de samenwerking en wens Lilian Marijnissen succes.

Rutte

Premier Rutte schrijft op Facebook dat het voor hem een verrassing is dat Roemer het stokje doorgeeft en dat hij het jammer vindt dat hij afscheid neemt.

“Zijn fractievoorzitterschap valt bijna samen met de periode waarin ik premier ben en hoewel we het op de inhoud vaak hartgrondig oneens waren, zijn de persoonlijke verhoudingen altijd heel goed geweest”, aldus de minister-president.

“Emile Roemer is een man met overtuigingen, een knokker en hij heeft humor en dat is een mooie combinatie. Ik wens hem alle goeds toe voor de toekomst en zijn opvolger, Lilian Marijnissen, heel veel succes!”

BEKIJK OOK;

SP-leider Roemer stapt op, Lilian Marijnissen volgt hem op

Roemer, niet de gewiekste politicus die de SP nodig had

Lilian Marijnissen: politiek met de paplepel ingegoten

‘SP heeft meer nodig dan alleen nieuwe leider’  – Video

Telegraaf 13.12.2017 Het vertrek van SP-leider Roemer is terecht, zegt Wouter de Winther.

https://www.telegraaf.nl/video/1427078/lilian-marijnissen-reageert-op-dochter-van-kritiek

Lilian Marijnissen reageert op ‘dochter van’-kritiek

Telegraaf 13.12.2017 Lilian Marijnissen, dochter van Jan Marijnissen, volgt Emile Roemer op als leider van de SP. Roemer kondigde vanmorgen aan ermee te stoppen.

Roemer: de man die nooit piekte

AD 13.12.2017 Het afscheid van Emile Roemer komt niet onverwacht. De zo vriendelijke SP-leider verzilverde nooit het potentieel bij verkiezingen.

Lees ook;

Nu de beurt aan de-dochter-van: Lilian Marijnissen

Lees meer

Roemer vertrekt: betrouwbaar, maar geen leider – Video

Telegraaf 13.12.2017  Wat vriend en vijand al vijf jaar dachten, is nu officieel: Emile Roemer heeft zichzelf ongeschikt bevonden voor het verdere leiderschap van de Socialistische Partij. Hij wil plaats maken voor een nieuwe generatie.

SP-leider Lilian Marijnissen: ‘Zin om tussen stropdassen te debatteren’ 

NU 13.12.2017 Voor Lilian Marijnissen is het snel gegaan. Na krap tien maanden in de Kamer mag ze leiding geven aan de veertienkoppige SP-fractie nadat Emile Roemer opstapte. “Ik had dit niet zo verwacht toen ik dit jaar voor het eerst op de kandidatenlijst stond.”

Marijnissen krijgt woensdag in Café Dudok waar Roemer zijn aftreden bekendmaakte vooral vragen over haar vader. Jan Marijnissen is een begrip bij de socialisten.

Hij was in 1994 het eerste SP-Kamerlid en wordt fractieleider. Daar zette hij pas in 2008 na vijftien jaar een punt achter. Hij bleef vervolgens nog wel tot 2015 aan als partijvoorzitter.

Een last voor zijn dochter die nu in zijn voetsporen treedt? Ze vindt zelf van niet. “Ik ben supertrots op wat hij heeft bereikt”, legt Lilian uit. “Ik kan niets aan mijn achternaam doen.”

Bovendien, benadrukt Marijnissen, is vader Jan al een tijd geleden uit Den Haag vertrokken. Ze heeft nooit met hem op het Binnenhof samengewerkt. “Hij heeft zijn steun uitgesproken, dat vind ik belangrijk. Maar vooral omdat het mijn vader is.”

Pretentieus

De wisseling van de wacht werd in alle stilte en vliegensvlug voorbereid. Roemer informeerde deze week zijn fractie, dinsdagochtend wezen zij Marijnissen aan. Sadet Karabulut was de enige andere kandidaat, maar de uitslag was volgens Marijnissen duidelijk. “Daar voel ik me erg vereerd over.”

Als oud vakbondsbestuurder in de zorg en als prille zorgwoordvoerder in de Kamer, is ze nauw verbonden met dat thema. “De zorg zit in mijn hart”, zegt ze. Als fractievoorzitter komen vanaf nu ook alle andere belangrijke politieke onderwerpen op haar bordje.

Ze vindt het nog te vroeg om haar leiderschapsstijl te definiëren. “Dat is moeilijk als je net een uur in functie bent.” Bovendien vindt Marijnissen dat in dit stadium ook “een beetje pretentieus.”

“Ik ben geen Emile Roemer, ik ben geen Jan Marijnissen en ik ben ook geen Agnes Kant. Allemaal voormalige partijleiders, op die erfenissen bouwen wij voort.”

Natuurlijk waren er ook de twijfels, zegt ze. “Ben ik de juiste vrouw voor deze functie? Is dit het juiste moment? Hoe ontvangen mensen mijn achtergrond?” Het spookte even door haar hoofd de afgelopen twee dagen.

Het is ook opvallend dat Marijnissen na Marianne Thieme pas de tweede vrouwelijke partijleider is tussen de overige elf mannen. “Ik heb enorm veel zin om tussen die stropdassen het debat aan te gaan.”

Emile Roemer wijst vaak op onderzoeken dat hij de meest betrouwbare politicus is. Op welke kwalificatie hoop jij?

“Poeh. Nou, als ik ooit de betrouwbaarste politicus zou zijn, zou dat natuurlijk fantastisch zijn. Vertrouwen in politici is in deze tijd heel belangrijk.”

“Dit kabinet is er voor de mensen die het toch al goed hebben. Het eerste wat Rutte deed is een streep zetten door de strijd tegen topsalarissen, om maar eens wat te noemen. Het tweede is een cadeautje van 1,4 miljard aan buitenlandse beleggers.”

“Dus als je het vertrouwen wilt winnen van de gewone man, is dat heel belangrijk.”

Wilt u het niet anders gaan doen? U bent niet voor niets de nieuwe leider van de SP.

“Ik ben niet zozeer de nieuwe fractievoorzitter geworden omdat ik het anders wil gaan doen, dat is omdat ik voor een voldongen feit wordt gesteld: namelijk dat Emile Roemer zijn vertrek heeft aangekondigd.”

“Ik vind het belangrijk om krachtige oppositie te combineren met alternatieven waarbij niet het grote geld het voor het zeggen heeft, maar de mensen.”

Roemer zei tijdens de formatie dat hij de VVD uitsluit vanwege de grondbeginselen van de partij. Denkt u daar ook zo over?

“Ik denk dat het verstandig was om de VVD uit te sluiten bij de verkiezingen. Dit kabinet is daar het meest schrikbarende resultaat van. Ik sta vierkant achter die uitspraak van Emile Roemer.”

“De VVD onder Rutte is pakken wat je pakken kan-mentaliteit. Dat is niet een partij waar wij bij willen aanschuiven.”

Zie ook: Interview Roemer: ‘Waren er maar wat meer aardige mensen in de politiek’

Lees meer over: Lilian Marijnissen SP

Brengt Lilian Marijnissen de SP naar de volgende fase?

VK 13.12.2017 Emile Roemer stopt als politiek leider van de Socialistische Partij, zo maakte hij vanochtend bekend. Roemer was sinds 2010 lijsttrekker en fractieleider van de SP. Kamerlid Lilian Marijnissen neemt het leiderschap over. Wat betekent dit voor de SP? Onze chef in Den Haag legt het uit in uw politieke nieuwsbrief.

© de Volkskrant

Goedemiddag. Op haar 18e werd Lilian Marijnissen al gezien als een politiek talent, veertien jaar later leidt zij de SP. Loodst zij die partij het kabinet binnen?

Marijnissen en Roemer woensdag na de overdracht van het SP-leiderschap. © ANP

Klaas Dijkhoff  ✔@dijkhoff

Emile Roemer vertrekt. Een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was.

Het is nu aan Lilian Marijnissen. Dan blijft het in elk geval Brabants.  11:59 AM – Dec 13, 2017

View image on Twitter

   Jesse Klaver   ✔@jesseklaver

Bijzonder moment. Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor.

Emile bedankt voor de mooie samenwerking!

11:46 AM – Dec 13, 2017

DE MAN DIE GAAT…… Emile Roemer !!!!

Nog niet vaak nam een politiek leider zo stralend afscheid van het Binnenhof als Emile Roemer woensdag: ‘Ik kijk terug op fantastische jaren’, glunderde hij, nadat hij iedereen had verrast met zijn aankondiging. Ook waren er nog niet veel politici die bij hun afscheid werden bedolven onder zoveel waardering van de andere partijen in de Tweede Kamer. ‘Een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was’, in de woorden van VVD-fractievoorzitter Dijkhoff.

Roemer zal er met gemengde gevoelens kennis van hebben genomen. Wie al te gul lof krijgt van concurrenten, was kennelijk geen grote bedreiging. In zijn acht jaar als partijleider wist hij niet weg te komen van de zijlijn. Het blijft voor eeuwig Roemers tragiek dat hij niet kon profiteren van het enorme verval van de PvdA, de grootste electorale concurrent. Toen het erop aankwam, bleken D66 en GroenLinks voor veel teleurgestelde kiezers een aantrekkelijker vluchtheuvel.

Toch gaat Roemer ook de politieke geschiedenisboeken in als de man die de SP na jaren van geharnaste oppositie voorsorteerde als bestuurspartij. Dat gebeurde even zelfs landelijk – totdat één moeizaam televisiedebat in 2012 pardoes een einde maakte aan zijn premiersaspiraties – maar veel overtuigender nog op lokaal en provinciaal niveau. Daar stootte de SP dit decennium door tot in het centrum van de macht.

Niet voor niets liet Roemer zich er woensdag op voorstaan dat zijn partij inmiddels bestuurt in de helft van de provincies en in vier van de zes grootste steden. In veel verschillende combinaties bovendien. Maar juist daarom oogstte hij eerder dit jaar zoveel onbegrip met zijn halsstarrige weigering om zelfs maar te praten over regeringsdeelname zolang de VVD aan de formatietafel zat. Een grotere kans om landelijk de macht te grijpen kwam er in de hele partijgeschiedenis immers niet voorbij.

   Lilian Marijnissen. © ANP  View image on Twitter

  Wilma Kieskamp@wilmakieskamp

Zoals Lilian Marijnissen negen maanden geleden al poseerde met de SP-fractie. Als de nieuwe leider. Zoek Emile #Roemer.   1:50 PM – Dec 13, 2017

EN DE VROUW DIE KOMT……..Lilian Marijnissen

Dat lijkt de partij inmiddels ook zelf te beseffen, want de regeeraspiraties zijn weer helemaal terug. ‘Het is tijd voor de volgende stap’, aldus Roemer woensdag. Maar die zal hij zelf niet meer gaan zetten: ‘Het is tijd voor een volgende lichting.’

Lilian Marijnissen wordt van die lichting het gezicht. Daarmee verdubbelt het aantal vrouwelijke fractievoorzitters in de Tweede Kamer en krijgt Nederland de primeur van twee partijleiders uit hetzelfde gezin binnen één partij.

Marijnissen won woensdagochtend de interne verkiezing van collega-Kamerlid Sadet Karabulut. Daarmee neemt de fractie een gok, want Marijnissen heeft veel minder ervaring op het Binnenhof. Maar haar naam, haar veelgeprezen werk in de vakbond en haar eerste goede optredens in de Kamer wegen kennelijk zwaar genoeg.

En Roemer? Die kon woensdag nog niet zeggen wat hij nu van plan is te gaan doen. ‘Meer thuis zijn’, daar houdt hij het voorlopig even op.

Lilian Marijnissen: politiek met de paplepel ingegoten

Haar vader was jarenlang het gezicht van de SP.

NOS 13.12.2017 Lilian Marijnissen is alleen al vanwege haar achternaam vaak genoemd als nieuwe partijleider van de SP. Zij is de dochter van Jan Marijnissen, de man die jarenlang de partij aanvoerde en die verantwoordelijk was voor de groei van de SP. Vandaag werd bekend dat ze inderdaad de nieuwe fractievoorzitter wordt, als opvolger van Roemer. SP-voorzitter Meyer typeerde haar eerder als een geboren leider.

Lilian Marijnissen, die 32 jaar is, zit sinds maart in de Tweede Kamer. Ze haalde bij de verkiezingen ruim genoeg stemmen om op eigen kracht een zetel te veroveren: 124.626. In de Kamer heeft ze zich de afgelopen tijd vooral beziggehouden met zorg.

Met 16 jaar in gemeenteraad gekozen

Op haar vijftiende werd Marijnissen al lid van de jongerenorganisatie van de SP en ze werd in de gemeenteraad van Oss gekozen toen ze zestien was. Ze moest wachten tot na haar achttiende verjaardag totdat ze de zetel kon innemen. Marijnissen, die politicologie studeerde, bleef dertien jaar in de raad van Oss.

Verder was ze jarenlang bestuurslid van Abvakabo FNV. Ze voerde daar onder meer actie tegen de bezuinigingen in de zorg. Lilian Marijnissen staat bekend als een harde werker en een gedreven politicus. In een gesprek met de Volkskrant zei ze begin dit jaar dat het absoluut niet haar persoonlijke ambitie is om partijleider te worden. “Als het gebeurt, zou dat moeten zijn omdat de partij denkt dat dat het juiste is.”

Video afspelen

Ging Roemer vrijwillig? Wat vindt de vader van Marijnissen?

Video afspelen

Roemer vertrekt uit politiek, Marijnissen volgt hem op

BEKIJK OOK;

SP-leider Roemer stapt op, Lilian Marijnissen volgt hem op

Lilian Marijnissen leidt SP na vertrek Emile Roemer: ‘Tijd voor nieuwe lichting’

VK 13.12.2017 Emile Roemer stopt als politiek leider van de Socialistische Partij. Dat heeft hij vanmorgen bekendgemaakt. Roemer was sinds 2010 lijsttrekker en fractieleider van de SP. Kamerlid Lilian Marijnissen neemt het leiderschap over. Zij werd vanmorgen door de fractie gekozen en treedt zo in de voetsporen van haar vader Jan.

  Klaas Dijkhoff   ✔@dijkhoff

Emile Roemer vertrekt.
Een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was.

Het is nu aan Lilian Marijnissen.
Dan blijft het in elk geval Brabants.  11:59 AM – Dec 13, 2017

 

© ANP

Emile Roemer was het gezicht van de partij tijdens drie Tweede Kamerverkiezingen, opeenvolgend haalde de partij onder zijn leiding twee keer 15 zetels (2010 en 2012) en de laatste keer (2017) 14 zetels.

Roemer stopt na zeven bewogen jaren. Begin januari vertrekt hij ook uit de Tweede Kamer. Uit eigen beweging, benadrukt hij: ‘Ik neem afscheid van de mooiste hondenbaan die je je kunt wensen en kijk terug op fantastische jaren. De politiek ingaan is niet zo moeilijk. Eruitgaan is veel moeilijker. Ik vertrek niet omdat ik uitgekeken ben. Maar omdat ik vind dat het tijd is om het stokje over te dragen aan een nieuwe lichting. We gaan een nieuwe fase in, met een nieuw kabinet. We willen blijven vernieuwen. Een nieuwe lichting kan een nieuwe impuls geven. Ik wil niet de politicus zijn die te laat is gegaan.’

Agnes Kant
In 2010 werd Roemer fractieleider in een voor de SP tumultueuze tijd. Zijn voorganger Agnes Kant was pas een kleine twee jaar eerder aangetreden. Zij slaagde er niet in om uit de schaduw van founding father Jan Marijnissen te komen, die onder haar leiding nog lid was van de fractie. In maart 2010 vertrok Kant en stapte Roemer naar voren. De voormalig leraar uit Boxmeer zat sinds 2006 in de Kamer. Drie maanden later was hij lijsttrekker bij de verkiezingen. Tegelijkertijd kondigde Marijnissen zijn vertrek uit de Kamer aan, hij zou nog wel partijvoorzitter blijven tot 2015.

Het tumult in de eigen gelederen deed de partij geen goed. De SP slonk van 25 naar 15 zetels. In de fractie werd Roemer gewaardeerd om zijn betrokken en tegelijkertijd losse stijl van leidinggeven. Het contrast met de strenge stijl van Marijnissen was groot. De SP’er verwierf ook buiten zijn partij het imago van een betrouwbare en vriendelijke man, iemand die wars was van de politieke spelletjes waar het Binnenhof om bekendstaat.

Twee jaar later stuwde hij met die vriendelijke uitstraling zijn partij in de peilingen naar grote hoogten. In de aanloop naar de verkiezingen van september 2012 groeide hij plots uit tot premierskandidaat. De SP steeg naar bijna 40 virtuele zetels. Aan die opmars kwam een ruw einde toen linkse concurrent Diederik Samsom van de PvdA langszij kwam en Roemer in televisiedebatten enkele moeilijke momenten beleefde. Uiteindelijk haalde Samsom met de PvdA 38 zetels en bleef de SP steken op de 15 zetels die de partij al had.

Bij de aankondiging van zijn afscheid zei Roemer vanmorgen vooral trots te zijn op de metamorfose die de SP onder zijn leiding heeft doorgemaakt. De partij had de nadruk lang liggen op de oppositie in de Tweede Kamer, maar timmerde onder Roemer vooral lokaal en provinciaal nadrukkelijk aan de weg als bestuurspartij. Inmiddels bestuurt de partij in de helft van de provincies en in vier van de zes grootste steden. ‘Daar ben ik heel erg trots op’, aldus Roemer.

Lilian Marijnissen leidt SP na vertrek Emile Roemer: 'Tijd voor nieuwe lichting'

© ANP

    Sybrand Buma   ✔@sybrandbuma

In de Tweede Kamer en daarbuiten was Emile Roemer de afgelopen jaren een gewaardeerde en collegiale politicus met passie voor het algemeen belang. Het ga je goed @emileroemer, veel succes @marijnissenL   11:55 AM – Dec 13, 2017

Marijnissen 
Lilian Marijnissen (32) – de dochter van oud- partijleider Jan Marijnissen – kwam pas bij de verkiezingen in maart in de Tweede Kamer maar geldt al jaren als een grote belofte in de partij. Ze maakte als 18-jarige naam als raadslid voor de SP in Oss en als bestuurder van Abvakabo FNV, de vakbond voor onder meer de zorgsector. ‘Ik lijk op mijn vader. Wij delen een gevoel voor rechtvaardigheid, houden allebei van duidelijkheid en hebben een bloedhekel aan vriendjespolitiek, mooie woorden en loze beloften’, zei ze tegen het blad Binnenlands Bestuur.

Nadat Roemer dinsdag intern bekendmaakte dat hij zou vertrekken, stond er één tegenkandidaat op, het Kamerlid Sadet Karabulut. ‘Twee vrouwen zijn opgestaan’, aldus het Kamerlid Renske Leijten. ‘Vanochtend zij we bij mekaar gaan zitten. We hebben gesproken met beide vrouwen en daarna in harmonie een besluit genomen.’

Dit schreven wij eerder over Roemer, Marijnissen en de SP;

Lilian Marijnissen: ‘Ik hoop dat ik authentiek kan blijven, dat mensen denken: verrek, die zegt waar het op staat’ Haar ouders waren altijd aan het werk en nu doet Lilian Marijnissen hetzelfde. Het ‘SP-lid van geboorte’ ziet het niet als een offer. ‘Ik ben blij dat ik dit mág doen.’ (+) 

Emile Roemer: ‘Mensen moeten beseffen op wie ze kwaad moeten zijn’Emile Roemer (1962) ziet zijn SP wel regeren. Maar niet met de VVD of de PVV. ‘Rutte, Wilders. Het is net een Siamese tweeling, de ene lacht, de ander schreeuwt.’ (+)

Bij de SP draaien nog steeds dezelfde mensen aan de knoppen
Sharon Gesthuizen, Kamerlid voor de SP van eind 2006 tot begin 2017, schrijft in haar boek openhartig over de ‘meedogenloze manier’ waarop Jan Marijnissen leiding gaf. Ruimte voor intern debat was zo goed als afwezig. Hoe is dat nu binnen de SP? En wat is het perspectief van de partij die niet wist te profiteren van de 29 zetels verlies van de PvdA? (+)  

Het gesloten SP-bolwerk vertoont plots barstjes

Zonder Jan Marijnissen is het onrustiger geworden in de SP. Op de partijraad hoopt voorzitter Meyer weer eenheid uit te stralen. (+)

Volg en lees meer over:  POLITIEKE PARTIJEN   SP   POLITIEK   EMILE ROEMER   NEDERLAND

Nu de beurt aan de-dochter-van: Lilian Marijnissen

AD 13.12.2017 Lilian Marijnissen (32) is de opvolger van Emile Roemer, als leider van de SP. Als dochter-van werd ze zo’n beetje gemaakt voor die plek.

Roemer, niet de gewiekste politicus die de SP nodig had

NOS 13.12.2017 Emile Roemer gaat zoals hij kwam. Hij volgde in 2010 Agnes Kant op, die vertrok na kritiek op haar optreden in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ze zou een te schelle toon hebben en te verbeten overkomen.

Nu vertrekt Roemer zelf na kritiek op zijn rol als partijleider. Maar de klachten waren ditmaal van heel andere aard. De Noord-Brabander zou juist te goedmoedig en te weinig fel zijn.

Een paar maanden voor de Tweede Kamer-verkiezingen op 15 maart klaagden enkele SP-Kamerleden anoniem over de partijleider. Ze waren bang voor een slecht resultaat. Eén van hen zei: “Hij kan geen fractie leiden, laat staan Nederland”. Hij noemde Roemer een “aardige vent”, maar dat iedereen om hem heen wist dat hij het niet zou gaan redden. “Na de verkiezingen wordt hij gewoon geslachtofferd.”

Zetelverlies

Roemer zei steeds dat hij het niet eens was met de kritiek op zijn leiderschap. “Dan had ik hier niet al zes jaar gezeten, dan hadden zich wel tegenkandidaten voor het lijsttrekkerschap gemeld, dan had niet 95 procent van de leden zich achter mij geschaard.”

Maar de SP verloor inderdaad bij de Kamerverkiezingen. Voor de derde keer op rij en drie keer onder lijsttrekker Roemer. Van de 25 zetels die de fractie onder oud-partijleider Marijnissen had, zijn er nu nog 14 over.

Terwijl de hoop juist was dat hij het elan weer terug zou brengen in de partij, die na het vertrek van Jan Marijnissen, ‘mister SP’, in een vacuüm was beland. Roemer koppelt zijn vertrek zelf trouwens niet met zoveel woorden aan het zetelverlies. Hij vindt het genoeg geweest en wil niet bekend komen te staan als “politicus die te laat vertrok”.

SP buitenspel

Lijsttrekker Roemer kreeg rond de verkiezingen felle kritiek op zijn houding tegenover de VVD. Hij zei dat het uitgesloten was dat de SP met de VVD in een regering zou gaan. Daarmee zette hij zijn partij volgens critici buitenspel. Omdat de VVD opnieuw de grootste partij werd en de uitslag van de verkiezingen versnipperd was, was het aantal opties om te mee gaan regeren vrijwel nihil door zijn opstelling.

Terwijl Roemer steeds heeft gezegd dat hij de ambitie had om van de SP de grootste partij te maken en dan zelf premier te worden. Dat had hij prachtig gevonden, de derde naoorlogse premier worden die uit Noord-Brabant kwam (na Jan de Quay en Dries van Agt).

Zachtaardige bourgondiër

Emile Roemer werd in 2006 Kamerlid voor de SP. Hij was eerder onderwijzer en wethouder van Boxmeer. Verder was hij voorzitter van de SP in Noord-Brabant. Zijn verdienste was dat hij de kleine SP in zijn Brabantse gemeente liet uitgroeien tot de grootste partij. Hij smeedde er een succesvolle coalitie, ook met zijn latere aartsvijand de VVD.

Roemer was een heel ander type dan de charismatische Jan Marijnissen. Hij staat bekend als zachtaardige bourgondiër, iemand bij wie je zo een tweedehands auto zou kopen. Maar hij had te weinig uitstraling en was niet de gewiekste politicus, die zijn tegenstrevers kon overtroeven.

BEKIJK OOK;

SP-leider Roemer stapt op, Lilian Marijnissen volgt hem op

SP-leider Roemer stapt op, Lilian Marijnissen volgt hem op

NOS 13.12.2017 Emile Roemer stopt als fractievoorzitter en partijleider van de SP. Dat heeft hij bekendgemaakt in Den Haag. Hij verlaat begin januari ook de Tweede Kamer. Lilian Marijnissen volgt hem op als fractievoorzitter.

“Ik vind het de juiste tijd om het stokje over te dragen aan de nieuwe lichting. Mijn deel van de missie zit erop. Ik wil niet bekend staan als de politicus die te laat wegging”, zei Roemer.

Hij deelde zijn voornemen gisteren al met de fractie. Twee fractieleden hebben zich toen gemeld als opvolger: Sadet Karabulut en Lilian Marijnissen. Uiteindelijk koos de fractie voor de 32-jarige dochter van partijboegbeeld Jan Marijnissen. Zij zit pas sinds maart in de Tweede Kamer.

Joviaal

Roemer was onderwijzer in Boxmeer en Beuningen voordat hij in 2006 in de Tweede Kamer kwam. Vier jaar later volgde hij Agnes Kant op als fractievoorzitter en partijleider.

De hoop was dat met Roemer aan het roer de SP weer het elan zou krijgen dat de partij had onder Jan Marijnissen. Aanvankelijk deed de joviale Roemer het goed in de peilingen, maar bij verkiezingen viel de uitslag toch steeds tegen.

Onder Jan Marijnissen telde de fractie nog 25 zetels, sinds de verkiezingen van maart 2017 zijn dat er nog maar 14. Roemer leed drie keer op rij een verkiezingsnederlaag.

Emile Gerardus Maria Roemer

* Boxmeer, 24 augustus 1962
* Onderwijzer
* Lid gemeenteraad Boxmeer
* Wethouder Boxmeer
* Tweede Kamerlid, woordvoerder verkeer
* Fractievoorzitter SP sinds 2010

Niet uitgekeken

Roemer maakte een opgeluchte indruk tijdens de persconferentie over zijn aftreden. Eerst grapte hij nog tegen de aanwezige pers dat hij een initiatief-voorstel kwam toelichten, maar daarna kwam het hoge woord eruit.

“Ik ben niet uitgekeken op deze prachtige, eervolle baan, maar het is tijd om het laatste stokje over te geven aan de nieuwe generatie. We gaan een nieuwe fase in, met een nieuw kabinet.” Volgens Roemer wil de SP grote stappen voorwaarts blijven zetten.

Roemer is er trots op dat de SP onder zijn leiding heeft kunnen laten zien dat ze kan besturen. Op lokaal en provinciaal niveau zit de partij in colleges. Landelijk is dat niet gelukt, al had Roemer dat graag gewild. “Maar onze tijd komt nog.”

Lilian Marijnissen  ANP

De nieuwe fractievoorzitter, Lilian Marijnissen, heeft het SP-gedachtegoed met de paplepel ingegoten gekregen. Ze stond als kind al op een verkiezingsposter voor de partij, samen met haar vader.

Als 18-jarige was ze al lid van de gemeenteraad van Oss. Voordat ze in maart in de Tweede Kamer kwam, werkte ze bij de Rabobank en bij ambtenarenvakbond AbvaKabo FNV.

Als kind stond Lilian Marijnissen al op een verkiezingsposter voor de partij SP

BEKIJK OOK;

Roemer, niet de gewiekste politicus die de SP nodig had

Lilian Marijnissen: politiek met de paplepel ingegoten

Lovende woorden vanuit Den Haag over Emile Roemer

Lilian Marijnissen volgt Roemer op als fractievoorzitter SP

Elsevier 13.12.2017 SP-leider Emile Roemer stapt op. Hij stopt er begin januari mee, en verlaat dan ook de Tweede Kamer. Dat meldt hij tijdens een onverwachte persconferentie in restaurant Dudok in Den Haag. Hij draagt het stokje over aan Lilian Marijnissen. Ook Kamerlid Sadet Karabulut had zich beschikbaar gesteld als kandidaat fractievoorzitter.

Het zou geen unanieme keuze zijn geweest voor Marijnissen, maar ze behaalde toch wel een ‘overduidelijke meerderheid’ van de stemmen, liet Karabulut naderhand weten.

Twijfels over Roemers kwaliteiten

Roemer (1962) zat sinds 2006 voor de SP in de Tweede Kamer. Sinds 2010 was hij fractievoorzitter en politiek leider. Bij de laatste verkiezingen, toen Roemer opnieuw lijsttrekker was, verloor zijn partij één zetel. Kort voor de stembusronde uitten sommige SP-collega’s in de media ernstige twijfels over zijn kwaliteiten.

Eerder in Elsevier Weekblad
In gesloten SP doet anonieme kritiek op Emile Roemer ertoe

Roemer noemde de afgelopen jaren een behoorlijke uitdaging, waarbij zijn partij ‘tegen de stroom in’ moest zwemmen. Het is de mooiste hondenbaan die je kunt wensen, met pieken en dalen, zei de vertrekkende SP-leider.

Onder Jan Marijnissen telde de fractie nog 25 zetels, sinds de verkiezingen van maart 2017 zijn dat er nog maar 14. Roemer moest drie keer achter elkaar een verkiezingsnederlaag ondergaan.

   Elif Isitman (1987) is sinds oktober 2014 online redacteur bij Elsevier Weekblad.

Lilian Marijnissen nieuwe SP-leider

Telegraaf 13.12.2017 De 32-jarige Lilian Marijnissen volgt Emile Roemer op als leider van de SP. Zij zit sinds maart in de Tweede Kamer en is de dochter van Jan Marijnissen, onder wiens leiding de partij groot werd.

Roemer maakte bekend begin januari op te stappen. Hij zei dat het de juiste tijd was om het leiderschap over te dragen aan een nieuwe lichting binnen de partij. Hij zit sinds 2006 in de Tweede Kamer en was sinds 2010 fractievoorzitter en politiek leider.

BEKIJK OOK:

Roemer treedt af als SP-leider, Marijnissen volgt op

’Supertrots’

Ze zei „supertrots” te zijn dat de fractie haar heeft gekozen. Marijnissen is jarenlang raadslid geweest in haar woonplaats Oss en werkte lang voor de vakbond FNV.

BEKIJK OOK:

Den Haag reageert op vertrek Roemer: ’Altijd met humor’

Lodewijk Asscher  ✔@LodewijkA

Gefeliciteerd @MarijnissenL – zie uit naar de samenwerking. Laten we samen links weer groter maken en mensen een progressief alternatief bieden

In haar speech haalde Marijnissen uit naar het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. „Dit nieuwe kabinet is er voor de mensen die het toch al goed hebben. Wij weten als SP wat wij te doen hebben.” Ze wil werken aan een „menselijkere en socialere samenleving waar niet het grote geld, maar de gewone mensen het voor het zeggen hebben.”

BEKIJK OOK:

Roemer vertrekt: betrouwbaar, maar geen leider

’Roemer meest betrouwbare politicus’

Ze dankte ook Emile Roemer. „De meeste betrouwbare politicus van het Binnenhof”, noemde ze hem.

Sadet Karabulut was de enige tegenkandidaat voor het leiderschap, maar ze verloor met duidelijke cijfers. Karabulut blijft lid van de fractie van de Tweede Kamer.

View image on Twitter

  >Jorn Jonker@Jorn

Meyer op vraag of dit niet te veel een dynastie begint te worden: “Bij onze partij maakt het juist niet uit waar je vandaan komt, uit welk nest je komt.” Die vraag doet volgens hem Lilian tekort.  12:00 PM – Dec 13, 2017

SP-leider Emile Roemer stapt op

AD 13.12.2017 Emile Roemer (55) stapt in januari op als leider van de SP. Dat heeft hij vanmorgen bekendgemaakt tijdens een ingelaste persconferentie in Den Haag. Lilian Marijnissen neemt het partijleiderschap over. Verslaggever Jan Hoedeman is aanwezig en twittert live mee.

Ik wil niet bekend staan als de politicus die te laat wegging. Mijn deel van de missie zit erop, aldus Emile Roemer.

,,Beste mensen, ik wil meedelen wat u al zag aankomen. Na 11 jaar Kamervoorzitterschap is het de hoogste tijd dat een ander het stokje gaat overnemen”, aldus een geëmotioneerde Roemer. ,,Ik wil de weg vrijmaken voor een nieuwe lichting SP’ers.” Roemer verlaat in januari ook de Tweede Kamer.

Roemer is er trots op dat hij aan het roer van de partij heeft mogen staan. ,,Ik mocht leiding geven aan een stabiele en grote partij die steeds meer actief is in verschillende plekken. We maken op veel plekken het verschil.” Volgens hem is het nu het juiste moment om te vertrekken. ,,Ik wil niet bekend staan als de politicus die te laat wegging. Mijn deel van de missie zit erop.”

Sadet Karabulut en Lilian Marijnissen hebben zich gemeld als mogelijke opvolger. Uiteindelijk koos de fractie voor Marijnissen (32), die vanmorgen onder groot applaus van de SP-fractie het leiderschap overnam. ,,Ik ben vereerd dat ik het partijleiderschap over mag nemen. Wij treffen aan de deur mensen die PVV of Baudet stemmen. Maar wie staat er op voor de gewone mensen? De SP”, begon ze haar speech stevig. ,,We knokken binnen en buiten het  parlement voor 90 procent van de gewone Nederlanders.” Marijnissen, die pas sinds maart in de Kamer zit, bedankte Roemer uitvoerig voor de afgelopen jaren. ,,De meeste betrouwbare politicus van het Binnenhof”, noemde ze hem.

Lees ook;

Nu de beurt aan de-dochter-van: Lilian Marijnissen

Lees meer

Roemer: de man die nooit piekte

Lees meer

Roemer temidden van een aantal fractieleden tijdens de persconferentie © ANP

Reacties;

View image on Twitter

 Jesse Klaver  ✔@jesseklaver

Bijzonder moment. Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor.

Emile bedankt voor de mooie samenwerking!

11:46 AM – Dec 13, 2017

Ook andere partijen spreken hun waardering uit voor de goedlachse Brabander. ,,Een gewaardeerde en collegiale politicus met passie voor het algemeen belang. Het ga je goed”, zegt CDA-leider Sybrand Buma. Hij krijgt bijval van de andere coalitiepartijen. ,,Dank voor je inzet voor ons land. En dank voor je collegialiteit. Het ga je goed!”, aldus Gert-Jan Segers (CU). VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff: ,,Een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was. Het is nu aan Lilian Marijnissen. Dan blijft het in elk geval Brabants.” Alexander Pechtold (D66) prijst Roemers houding en inzet. ,,Altijd collegiaal, met humor en op de inhoud voerden we mooie debatten!”

Jesse Klaver (GroenLinks) spreekt van een bijzonder moment. ,,Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor.” Hij feliciteert Marijnissen met haar benoeming. ,,Ik kijk er naar uit om samen verder te strijden voor een eerlijke, empathische en rechtvaardige samenleving!”

Moeilijk

Roemer verkeerde al langere tijd in een lastige positie. Hij wist al drie verkiezingen op rij niet boven de 15 zetels uit te komen en staat er in de peilingen niet rooskleurig voor. Ook intern is er veel kritiek op de SP-top. Afgelopen zomer zei hij in gesprek met deze krant nog dat hij zijn klus wil afmaken en dat hij zich geen zorgen maakte over zijn houdbaarheidsdatum.

De politicus werd in 1980 lid van de SP, waarna hij tot 2007 aan de slag ging als voorzitter van de afdeling Boxmeer. Daarna ging hij de Kamer in als woordvoerder Verkeer en Waterstaat. Hij werd in 2010 fractievoorzitter nadat Agnes Kant opstapte. Tijdens de verkiezingen in juni van dat jaar behaalde de SP 15 zetels, een verlies van 10 ten opzichte van vier jaar eerder.

Roemer treedt af als SP-leider, Marijnissen volgt op

Telegraaf 13.12.2017 Emile Roemer treedt af als fractievoorzitter en leider van de SP. Dat heeft hij woensdag tijdens een persconferentie bekend gemaakt. Tweede Kamerlid Lilian Marijnissen volgt hem op.

„Het is de hoogste tijd dat iemand anders het stokje overneemt”, zei Roemer tijdens zijn toespraak. Hij betreurt het dat zijn partij nog niet aan een kabinet heeft deelgenomen. Roemer: „Dat is nu niet gelukt. Nu niet, want onze tijd, die komt.”

BEKIJK OOK:

Lilian Marijnissen nieuwe SP-leider

Tegenover een bomvolle zaal waar journalisten, SP’ers en ook zijn vrouw aanwezig waren, memoreerde de SP’er zijn tijd als partijleider. „Fractievoorzitter zijn, partijleider zijn, is misschien wel de mooiste hondenbaan die je je kan wensen.” Tegenover de fractie heeft hij zijn besluit dinsdag al bekend gemaakt, vertelde hij.

Marijnissen

Over het moment van zijn aftreden, per januari, zei Roemer: „Ik wil niet de politicus zijn, die te laat is gegaan. Maar die een weg heeft gebaand, voor zijn opvolging. Ik denk dat ik daar aardig in geslaagd ben.” Hij besloot met: „Mijn deel zit erop”. Waarop een luid applaus klonk.

BEKIJK OOK:

Den Haag reageert op vertrek Roemer: ’Altijd met humor’

Woensdagochtend heeft de fractie besloten om Lilian Marijnissen (32) aan te stellen als nieuwe fractievoorzitter. Ook Tweede Kamerlid Sadet Karabulut had zich daarvoor opgeworpen, maar de fractie koos voor de dochter van voormalig SP-leider Jan Marijnissen. „Wij weten als SP wat ons te doen staat. We knokken voor een socialer Nederland”, sprak Marijnissen de zaal toe.

Haar naam gonsde al een tijdje als potentiële opvolger van Roemer, zeker sinds ze bij de laatste verkiezingen in de Tweede Kamer kwam. Ze is populair bij de achterban en draait al lange tijd mee in de partij. In een toelichting ontkennen Roemer en Marijnissen dat het moment van leiderschapswisseling iets te maken heeft met de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.

Ingewijden melden dat de verkiezing van Marijnissen als nieuwe leider overigens niet anoniem was.

Positie

Roemer (55) zat al een tijdje in een lastige positie. Zijn partij blijft kwakkelen in de peilingen en er is veel kritiek op zijn publieke optredens. Ook binnen de SP rommelde het.

Toch werd tot nu toe door SP-voorzitter Ron Meyer stug volgehouden dat Roemer de juiste man voor de positie was. Meyer zegt dat hij niet verwacht dat met de wisseling van leider ook de koers van de partij verandert, „we zijn immers een ledenpartij”.

BEKIJK OOK:

Roemer vertrekt: betrouwbaar, maar geen leider

Over de vraag of met opnieuw een Marijnissen aan het roer, het bij de SP niet op een dynastie begint te lijken, reageerde hij geërgerd. Die vraag doet volgens hem Lilian te kort. „Bij onze partij maakt het juist niet uit waar je vandaan komt, uit welk nest je komt.”

De voormalig onderwijzer Roemer zat sinds 2006 in de Tweede Kamer, waar hij in 2010 zijn voorganger Agnes Kant als leider opvolgde.

Tweets by ‎@alexanderbakker

Emile Roemer treedt af als leider SP, Lilian Marijnissen neemt stokje over 

NU 13.12.2017 SP-leider en fractievoorzitter Emile Roemer treedt af als partijleider en vertrekt uit de politiek. Dat heeft hij woensdagochtend bekendgemaakt in café Dudok in Den Haag.

Roemer draagt het stokje begin januari over aan Lilian Marijnissen, de dochter van oud-partijleider Jan Marijnissen. Zij zit pas sinds de Kamerverkiezingen van afgelopen maart voor de SP in de Tweede Kamer.

Roemer zei met zijn opstappen de weg vrij te willen maken voor een nieuwe generatie SP’ers. “Ik vertrek niet omdat ik ben uitgekeken, maar omdat dit de juiste tijd is om het stokje over te dragen aan een nieuwe lichting”, zei hij. “Ik wil niet een politicus zijn die te laat is gegaan. Mijn deel van de missie zit erop.”

Met het aantreden van een nieuw kabinet en de gemeenteraadsverkiezingen in zicht is het de taak aan Marijnissen om de partij een nieuwe impuls te geven.

Uitdaging

Roemer noemde de afgelopen jaren een behoorlijke uitdaging, waarbij zijn partij “tegen de stroom in” moest zwemmen. Het is de mooiste hondenbaan die je kunt wensen, met pieken en dalen, zei de vertrekkende SP-leider.

Premier Mark Rutte laat in een reactie weten het jammer te vinden dat Roemer afscheid neemt. “Emile Roemer is een man met overtuigingen, een knokker en hij heeft humor en dat is een mooie combinatie”, aldus de premier. En Lodewijk Asscher (PvdA) op Twitter: “Ongelooflijk jammer dat @emileroemer stopt. Aardige, eerlijke en vrolijke collega.”

Marijnissen

Na de bekendmaking aan de fractie dat hij zou vertrekken dinsdag bleek dat twee fractieleden bereid waren Roemer op te volgen. Naast Marijnissen was dit Sadet Karabulut. Volgens Marijnissen was er sprake van een “duidelijke uitslag” toen woensdagochtend in de fractie gesproken werd over wie de SP-leiding op zich zou nemen.

Marijnissen zei “supertrots” te zijn dat de fractie haar heeft gekozen. Marijnissen is jarenlang raadslid geweest in haar woonplaats Oss en werkte lang voor de vakbond FNV. In de Tweede Kamer had ze zorg als haar portefeuille. Zorg was bij de laatste Kamerverkiezingen het hoofdthema voor de SP.

Ze zal het anders doen dan Roemer, maar over de koers gaan de leden, zei ze. Ze verwacht trouwens geen fundamentele wijziging van de koers. De partij komt in januari weer bijeen voor een congres.

In haar speech haalde Marijnissen uit naar het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. “Dit nieuwe kabinet is er voor de mensen die het toch al goed hebben. Wij weten als SP wat wij te doen hebben.” Ze wil werken aan een “menselijkere en socialere samenleving waar niet het grote geld, maar de gewone mensen het voor het zeggen hebben”.

Pieken

Roemer nam na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 het stokje over van Agnes Kant. Daarvoor was hij als Kamerlid, wethouder in Boxmeer en lid van het partijbestuur geweest.

Nauwelijks twee maanden na zijn aantreden als partijleider viel Roemer bij de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen op door de onbevangen en ontspannen manier waarop hij de strijd aanging met de concurrenten op links en op rechts.

In aanloop naar de verkiezingen van 2012 groeide de SP verder in de peilingen. De socialisten leken een tweestrijd aan te gaan met de VVD van Mark Rutte en bij de SP droomden ze hardop van een premierschap van Roemer.

Maar Roemer “piekte te vroeg”, zou hij later zeggen. De strijd ging uiteindelijk tussen de PvdA en de VVD die later met elkaar een kabinet zouden vormen.

Niet profiteren

In de jaren die volgden wist Roemer zich niet te ontpoppen tot de oppositieleider van links en tijdens de laatste verkiezingen wist hij met zijn SP niet te profiteren van de regeringsdeelname van de PvdA.

De laatste tijd nam de kritiek op het leiderschap van Roemer toe. Vorig jaar december zochten SP-Kamerleden anoniem contact met het AD om hun beklag te doen over het leiderschap van Roemer. Zij vroegen zich af of Roemer nog wel kon aanblijven.

Het was voor de SP een hoogst ongebruikelijke gang van zaken. De partij staat erom bekend dat er weinig naar de media gelekt wordt.

Roemer zei destijds dat de kritiek hem niet “in de koude kleren” is gaan zitten.

Lees meer over: Emile Roemer SP

SP-leider Emile Roemer stapt op: Lilian Marijnissen opvolger

AD 13.12.2017 Emile Roemer (55) stapt in januari op als leider van de SP. Dat heeft hij vanmorgen bekendgemaakt tijdens een ingelaste persconferentie in Den Haag. Lilian Marijnissen neemt het partijleiderschap over. Verslaggever Jan Hoedeman is aanwezig en twittert live mee.

Ik wil niet bekend staan als de politicus die te laat wegging. Mijn deel van de missie zit erop, Aldus Emile Roemer.

,,Beste mensen, ik wil meedelen wat u al zag aankomen. Na 11 jaar Kamervoorzitterschap is het de hoogste tijd dat een ander het stokje gaat overnemen”, aldus een geëmotioneerde Roemer. ,,Ik wil de weg vrijmaken voor een nieuwe lichting SP’ers.” Roemer verlaat in januari ook de Tweede Kamer.

Roemer is er trots op dat hij aan het roer van de partij heeft mogen staan. ,,Ik mocht leiding geven aan een stabiele en grote partij die steeds meer actief is in verschillende plekken. We maken op veel plekken het verschil.” Volgens hem is het nu het juiste moment om te vertrekken. ,,Ik wil niet bekend staan als de politicus die te laat wegging. Mijn deel van de missie zit erop.”

Sadet Karabulut en Lilian Marijnissen hebben zich gemeld als mogelijke opvolger. Uiteindelijk koos de fractie voor Marijnissen (32), die vanmorgen onder groot applaus van de SP-fractie het leiderschap overnam. ,,Ik ben vereerd dat ik het partijleiderschap over mag nemen. Wij treffen aan de deur mensen die PVV of Baudet stemmen. Maar wie staat er op voor de gewone mensen? De SP”, begon ze haar speech stevig. ,,We knokken binnen en buiten het  parlement voor 90 procent van de gewone Nederlanders.” Marijnissen, die pas sinds maart in de Kamer zit, bedankte Roemer uitvoerig voor de afgelopen jaren. ,,De meeste betrouwbare politicus van het Binnenhof”, noemde ze hem.

Lees ook;

Nu de beurt aan de-dochter-van: Lilian Marijnissen

Lees meer

Roemer: de man die nooit piekte

Lees meer

Roemer temidden van een aantal fractieleden tijdens de persconferentie © ANP

Reacties;

View image on Twitter

 Jesse Klaver  ✔@jesseklaver

Bijzonder moment. Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor.

Emile bedankt voor de mooie samenwerking!

11:46 AM – Dec 13, 2017

Ook andere partijen spreken hun waardering uit voor de goedlachse Brabander. ,,Een gewaardeerde en collegiale politicus met passie voor het algemeen belang. Het ga je goed”, zegt CDA-leider Sybrand Buma. Hij krijgt bijval van de andere coalitiepartijen. ,,Dank voor je inzet voor ons land. En dank voor je collegialiteit. Het ga je goed!”, aldus Gert-Jan Segers (CU). VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff: ,,Een van de aardigste mensen waar ik het zelden mee eens was. Het is nu aan Lilian Marijnissen. Dan blijft het in elk geval Brabants.” Alexander Pechtold (D66) prijst Roemers houding en inzet. ,,Altijd collegiaal, met humor en op de inhoud voerden we mooie debatten!”

Jesse Klaver (GroenLinks) spreekt van een bijzonder moment. ,,Roemer neemt afscheid zoals hij politiek bedreef: strijdbaar voor zijn idealen, met een groot rechtvaardigheidsgevoel en altijd met humor.” Hij feliciteert Marijnissen met haar benoeming. ,,Ik kijk er naar uit om samen verder te strijden voor een eerlijke, empathische en rechtvaardige samenleving!”

Moeilijk

Roemer verkeerde al langere tijd in een lastige positie. Hij wist al drie verkiezingen op rij niet boven de 15 zetels uit te komen en staat er in de peilingen niet rooskleurig voor. Ook intern is er veel kritiek op de SP-top. Afgelopen zomer zei hij in gesprek met deze krant nog dat hij zijn klus wil afmaken en dat hij zich geen zorgen maakte over zijn houdbaarheidsdatum.

De politicus werd in 1980 lid van de SP, waarna hij tot 2007 aan de slag ging als voorzitter van de afdeling Boxmeer. Daarna ging hij de Kamer in als woordvoerder Verkeer en Waterstaat. Hij werd in 2010 fractievoorzitter nadat Agnes Kant opstapte. Tijdens de verkiezingen in juni van dat jaar behaalde de SP 15 zetels, een verlies van 10 ten opzichte van vier jaar eerder.

Gieren met Roemer tijdens aankondiging afscheid

Telegraaf 13.12.2017 Emile Roemer kondigt op humoristische wijze zijn afscheid aan als leider van de SP. Tweede Kamerlid Lilian Marijnissen volgt hem op.

SP-leider Roemer komt met mededeling

NOS 13.12.2017 SP-leider Emile Roemer komt vanochtend met een mededeling. In Den Haag wordt er rekening mee gehouden dat hij opstapt als fractievoorzitter en partijleider.

Voor 11.30 uur is een persconferentie aangekondigd. Die is live te zien op NOS.nl en op de NOS-Facebookpagina.

december 14, 2017 Posted by | 2e kamer, afdrachtregeling, bezuinigingen, emile roemer sp, gemeenteraadsverkiezingen 2018, links, peiling, politiek, privatisering, Sharon Gesthuisen, Sharon Gesthuizen, topinkomens, verkiezingen, wet normering topinkomens, Zorg | , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

PvdA in de steigers – fase 4 rouwverwerkingsproces

De neergang van de PvdA

Patiënt gered, arts overleden

Ex-informateur Wouter Bos is ervan overtuigd dat Rutte II de geschiedenis ingaat als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’. Ex-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vindt dat er ‘heel veel dingen goed zijn gedaan’ en volgens ex-partijleider Diederik Samsom is de PvdA als een onzelfzuchtige arts: ‘De patiënt, Nederland, ligt er prima bij. Maar de chirurg is dood. Hij heeft zichzelf door de pols gesneden.’

Interviewbundel ‘De neergang van de PvdA’ 

Deze en vele andere PvdA-kopstukken komen aan het woord in de recent verschenen interviewbundel ‘De neergang van de PvdA’ van NOS-journalist Wilco Boom. En dat levert een verrassend inkijkje op in de psyche van de partij. Verslaggever Frank Hendrickx: ‘Van 38 zetels terugvallen naar 9 zetels: het hoeft een politicus niet noodzakelijkerwijs nederig te stemmen.’ De moeder aller nederlagen krijgt zo soms zelfs heroïsche trekjes.

In een nieuwe interviewbundel kijken negentien PvdA’ers terug op de epische verkiezingsnederlaag van hun partij. Wrok en zelfkritiek strijden om voorrang. ‘Elke stap voorwaarts is uitgevent als een totale nederlaag.’

Van 38 zetels terugvallen naar 9 zetels: het hoeft een politicus niet noodzakelijkerwijs nederig te stemmen. In de vandaag verschijnende interviewbundel De neergang van de PvdA van NOS-journalist Wilco Boom krijgt de moeder aller politieke nederlagen soms heroïsche trekjes. De PvdA heeft zich in de ogen van enkele hoofdrolspelers onverschrokken opgeofferd voor het landsbelang. Dan maar de lucht in, anno 2017.

Volgens Wouter Bos gaat Rutte II de geschiedenis in als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’

Zo is ex-informateur Wouter Bos ervan overtuigd dat Rutte II de geschiedenis ingaat als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’. Ex-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vindt dat er ‘heel veel dingen goed zijn gedaan’ en volgens ex-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans is het overeind houden van de PvdA van secundair belang. ‘Uiteindelijk is er maar één maatstaf: laat je het land beter achter dan je het hebt aangetroffen.’

Ex-partijleider en hoofdarchitect van Rutte II, Diederik Samsom, zit ook op die lijn. In zijn gesprek met Boom omschrijft hij de PvdA als een onzelfzuchtige arts. Samsom: ‘De patiënt, Nederland, ligt er prima bij, die doet het geweldig. Maar de chirurg is dood, hij heeft zichzelf door de pols gesneden. Als ik dan toch moet kiezen met mijn diepcalvinistische inborst: de operatie moet slagen, de patiënt moet beter worden, dus dan de chirurg maar.’

Dankbaarheid

René Cuperus meent dat Samsom ‘totaal geen gevoel had voor de kwetsbaarheid van de sociaal-democratie’

Blijft de vraag waarom de opgeknapte patiënt geen greintje dankbaarheid toonde. De antwoorden die in het boek worden gegeven, lopen nogal uiteen, maar de negentien geïnterviewde PvdA’ers – van kopstukken tot kritische buitenstaanders – constateren wel dat de ideologische bleekheid (‘waar staan we voor in drie heldere zinnen?’) al eerder is opgetreden. Het bezuinigingskabinet-Rutte II zette een turbo op de neergang.

René Cuperus, ex-medewerker van het wetenschappelijk bureau van PvdA en Volkskrant-columnist, prijst ‘op zich’ de moed van Samsom, maar verwijt de ex-partijleider technocratische ‘ingenieurspolitiek’ en meent dat hij ‘totaal geen gevoel had voor de kwetsbaarheid van de sociaal-democratie’. De loodzware hervormingsagenda van Rutte II bleef overeind; de PvdA kreeg ‘een zenuwinzinking’.

Geen geloof meer

Die laatste diagnose is overigens weer van Samsom, die zijn eigen partij in meerdere varianten hekelt als ‘de grootste tegenstander van wat we aan het doen waren’. ‘Wij als club zijn er vier jaar lang in geslaagd werkelijk elke overwinning, elke stap voorwaarts te beleven én uit te venten als een totale nederlaag.’ En: ‘De club die vlak voor de finish z’n leider van de wagen gooit, geeft één duidelijke boodschap aan de kiezer: wij geloven er niet meer in.’

Ook Frans Timmermans klaagt dat kritische PvdA’ers voordurend deden alsof de partij door de coalitie met de VVD was ‘uitgeleverd aan de baarlijke duivel’. ‘Dan moet je niet verbaasd zijn dat de kiezers bij je weglopen.’

Omgekeerd uiten andere PvdA’ers weer harde kritiek op de losgezongen partijtop. Ex-directeur van het wetenschappelijk bureau Monika Sie Dhian Ho: ‘Samsom, Dijsselbloem en Bos zijn met alle respect carrièrepolitici die niet veel hebben met de partij, met de vereniging die de PvdA is.’

Asscher wil nooit meer zonder een andere linkse partij in ‘een rechts kabinet’ zitten

Oude rekeningen

Zo worden en passant enkele oude rekeningen vereffend in het boek van Boom. Aan Lodewijk Asscher, de nieuwe partijleider die vandaag het eerste exemplaar in ontvangst neemt, de taak om het allemaal goed te maken. Hij toont in het boek zelfkritiek over zijn rol in het kabinet-Rutte II (‘dat het anders had gemoeten is volstrekt evident’) en hij wil nooit meer zonder een andere linkse partij in ‘een rechts kabinet’ zitten.

Een terugkeer naar oude glorie zit er volgens Asscher niet snel in – ‘de tijd van de grote partijen is voorbij’ – maar er blijft volgens hem een rol weggelegd voor de PvdA. ‘Het is mijn taak om de PvdA een nieuwe plek te geven. Wat die plek ook is.’

Betrokkenen over de nederlaag en Rutte II

Kabinetsformatiegesprek met informateurs Kamp en Bos, Rutte en Blok (VVD) en Samsom en Dijsselbloem (PvdA). © Maarten Hartman / Hollandse Hoogte

Ik mag graag zeggen dat dit het kabinet-Bos was. Omdat hij de founding father is van dit regeerakkoord, omdat het regeerakkoord zo’n dwangbuis is geweest voor de bewindslieden, omdat hij zo dicht bij Samsom en Dijsselbloem staat en omdat ook Asscher zich blijft oriënteren op Bos.

Monika Sie Dhian Ho, ex-directeur van het wetenschappelijk bureau, over informateur Bos

Op de ledenraad na de Kamerverkiezingen concludeerden jullie, journalisten, zogenaamd grootmoedig maar gniffelend dat het zo goed was dat de PvdA die bijeenkomst hield. Neeeeee! Het was One Flew Over the Cuckoo’s Nest wat daar gebeurde.

Diederik Samsom over de PvdA-ledenraad na de verkiezingsnederlaag

Zijn hoge denk- en werktempo, zijn drive, maken het voor Samsom heel lastig mensen mee te nemen, om met zijn rug tegen een stoel te gaan zitten en gewoon eens te luisteren naar anderen.

Angelien Eijsink, ex-PvdA-Kamerlid

Het coördinatieoverleg van de vier heren was gericht op alles wegduwen wat vraagtekens zette bij wat er gebeurde.

Agnes Jongerius, PvdA-europarlementariër over het vierkoppige leiderschap van Samsom, Dijsselbloem, Asscher en Spekman.

We hebben afspraken gemaakt die voor linkse kiezers buitengewoon moeilijk te verteren waren. En ook dingen gedaan die we achteraf misschien niet hadden moeten doen.

Lodewijk Asscher over het regeerakkoord van Rutte II.

Terugblikken en ‘hergroeperen’

Zo gaan de ministers van Rutte II de geschiedenis in
Het langstzittende naoorlogse kabinet stevent op het einde af. Rutte II ging stoïcijns de crisis te lijf, maar wist zichzelf niet geliefd te maken. Hoe gaan de ministers de politieke geschiedenis in? (+)

‘Achteraf gezien had ik keihard op tafel moeten slaan’
In oktober zwaaide Hans Spekman af als voorzitter van de PvdA. Hoe heeft zijn partij het vertrouwen van zo veel kiezers kunnen verspelen? (+)

Hoopvol gestemd PvdA met meer linksere accenten
In een woonwinkelcentrum te Nieuwegein was de PvdA in oktober bijeen om zichzelf te ‘hergroeperen’. ‘Politiek gaat niet over statistieken maar over mensen en geluk.’ De partij hoopt dat de ‘linkse lente’ is begonnen.

Deze politieke memoires zijn wél de moeite waard

Deze politieke memoires zijn de moeite waard

Politieke memoires: Nederland heeft er geen rijke traditie in. De oud-premiers Drees en Den Uyl? Géén memoires. Wim Kok bleef stil na acht jaar premierschap, evenals Jan Peter Balkenende. Recordpremier Ruud Lubbers zegt dat hij al zijn herinneringen twintig jaar geleden als eens heeft opgeschreven maar niet overging tot publicatie. Ergens ligt dus nog een goudmijn te wachten. Deze zijn de moeite waard volgens politieke commentator Raoul du Pré.

Neergang PvdA

De ontwikkeling van de Partij van de Arbeid is tekenend voor de politieke ontwikkeling van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Vanuit een historisch perspectief blijkt dat de neergang van de Partij van de Arbeid al begon rondom 1966.

De eerste tien jaar na de Tweede Wereldoorlog was het land sterk gericht op herstel. Het land was inwaarts gericht en er was vooralsnog weinig aanleiding tot globalisering van het bedrijfsleven. Door de geleide loonpolitiek hadden veel Nederlandse gezinnen in de jaren veertig en vijftig weinig geld te besteden.

De nadruk lag op zuinig doen met het gezinsloon. In de jaren zestig veranderde dit beeld. Door het loslaten van loonmatiging stegen de inkomens fors en ging men meer consumeren.

Tussen 1955 en 1965 stegen de consumptieve uitgaven van de Nederlandse huishoudens met 42 procent. Een minder groot deel van de uitgaven werd besteed aan de eerste levensbehoeften, zoals voedsel en huisvesting en steeds meer aan kleding, comfort en inrichting van het huis. In de jaren vijftig ging 43 procent van de Nederlanders niet op vakantie, daarna werd vakantie naar het buitenland vrij algemeen.

Verzorgingsstaat

De economie groeide zo hard dat capaciteitstekort optrad. Begin jaren zestig werden de eerste laaggeschoolde en goedkope ‘gastarbeiders’ uitgenodigd om de economie verder uit te bouwen. Aanvankelijk kwamen ze uit Europese landen als Italie, Portugal, Griekenland en Spanje.

Later uit niet-Europese landen als Marokko en Turkije. Nederland werd steeds meer outward looking’: minder nationalistisch, meer kosmopolitisch, meer globalisering.

Deze trend  kreeg logischerwijze ook een politieke vertaling. Indicatief hiervoor is hoe het de PvdA is vergaan. De tweede helft van de jaren zestig was in politiek opzicht een roerige tijd. Nieuwe politieke partijen werden opgericht, in de gevestigde partijen heerste onrust.

D66, opgericht en geleid door Hans van Mierlo, kwam voor het eerst in de Kamer met zeven zetels. Progressieve KVP-ers en ARP-ers richtten een eigen partij op: de Politieke Partij Radikalen (PPR).

Door de verzorgingsstaat konden sociale problemen en dreigende armoede worden opgevangen. Iedereen in Nederland kreeg recht op financiële bijstand in geval van nood. In de jaren zestig van de vorige eeuw raakte de verzorgingsstaat goeddeels gereed. De gedachte was dat het werk vrijwel af was. Het imago van de arbeidersklasse als zielige underdog was verdwenen.

De arbeiders hadden zich verheven, vooral ook in de dienstensector. Er ontstond een bloeiende middenklasse van ondernemers. En met hen had ook het partijkader van de Partij van de Arbeid zich verheven, gestudeerd en mogelijk zelfs een leerstoel aan de universiteit verworven. De PvdA ontwikkelde zich tot een elite, een regentenklasse, maar wilde dit zelf niet weten.

Eén voorbeeld is algemeen bekend: PvdA-coryfee Arie van der Zwan, wiens vader visboer was. Arie was opgeklommen tot hoogleraar commerciële economie en bedrijfsstatistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De PvdA ontwikkelde een zeker dedain in het partijkader en afkeer van de patatetende en sportkleding dragende voormalige arbeidersklasse, ook wel ‘klootjesvolk’ genoemd.

De lotsverbetering van het proletariaat was voltooid.

Die verbetering vond mede plaats dankzij de economische groei. Het Kapitalisme en de Globalisering floreerde vooral in de tweede helft jaren tachtig en jaren negentig. De socialisten gingen op zoek naar een andere achtergestelde doelgroep danwel onderdrukte klasse. PvdA-leden vonden nieuwe onderdrukten in ontwikkelingslanden, landen die volgens hen onderontwikkeld waren gebleven door het kolonialisme. De marxistische filosofie gaf de nodige theoretische onderbouwing aan dergelijk gedachtegoed.

Nieuw Links

De CPN was binnen het Nederlandse politieke bestel een vaste waarde. Zoals PvdA-prominent en oud-communist dr. Paul Scheffer. Onder de naam Nieuw Links smeedde een groepje PvdA’ers binnen de partij een vernieuwingsbeweging die van 1966 tot 1971 opgeld deed. Initiatiefnemers waren de journalist Han Lammers en de econoom Hans van den Doel. In september 1966 werd het manifest 10 over Rood (meer en meer en nog veel meer) gepubliceerd. De tekst werd geschreven door Hans van den Doel, Arie van der HekReinier Krooshof, Han Lammers, André van der LouwTom PaukaRob de Rooi en Arie van der Zwan.

Een belangrijk programmapunt was de ‘onvoorwaardelijke erkenning van de DDR’. Toen dat ideaal in duigen viel kwam de onvoorwaardelijke steun aan Europese integratie daarvoor in de plaats. De nationale grenzen konden volgens Nieuw Links worden opgeheven, Europese grenzen zouden daarvoor in de plaats komen.

Een ander programmapunt was: ‘De PvdA neemt niet deel aan een regering, tenzij vaststaat dat de ontwikkelingshulp twee procent van het nationale inkomen bedraagt.’ Er moest geld naar de arme mensen daar, vooral ook omdat wij medeschuldig zijn aan hun achterstelling vanwege ons koloniale verleden. De hongerende kindertjes in Biafra verschenen dan ook veelvuldig op de beeldbuis.

Globalisering

Globalisering werd stevig omarmd. De PvdA kwam steeds verder af te staan van de eigen achterban en keerde zich hier in feite tegen, ook wel ‘het verraad van de arbeidersklasse’ genoemd. In feite werd in 1966 met Nieuw Links de kiem gelegd voor de afstraffing die de partij in 2017 zou ondergaan.

Nieuw Links sloeg aan: de optiek van de PvdA verschoof van ‘benauwde en kortzichtige’ binnenlandse belangen naar belangen van onze medemens in het buitenland: “Wij hebben het immers hier zo goed en zij zo slecht”, was het motto. Voortaan was de rode kleur van de PvdA gekoppeld aan de ontwikkelingsproblematiek, de onvoorwaardelijke steun aan de armen aldaar en steun voor de Europese integratie.

Ontwikkelingslanden

Opvallend is dat veel prominente (ex)-PvdA’ers zich tegen de nieuwe ideologie keerden. Willem Drees, premier van vier kabinetten, was de eerste. Hij zag tot zijn afgrijzen dat de PvdA een volgens hem volslagen verkeerde richting insloeg. Hij brak met de partij en stierf miskend.

Er volgde een lange rij politici die eveneens miskend werden, zoals de verguisde en ‘door de kogel die van links kwam’ vermoordde Pim Fortuyn en Jan Nagel. PvdA-icoon Joop den Uyl was een uitgesproken nationalist en kon in feite niets met Nieuw Links. Hij werd gedoogd op basis van zijn statuur.

De nieuwe lijn van links was gericht op ontwikkelingslanden en Europa. De signatuur was kosmopolitisch, weg van nationalisme (hetgeen soms zelfs op één lijn werd gesteld met fascisme). Deze internationale oriëntatie viel samen met de (neo)liberale lijn van rechts om ruim baan te verlenen aan multinationals.

Bedrijven als bijvoorbeeld Shell, Unilever, Philips, Akzo, Ahold, DSM, Heineken en diverse grootbanken profiteerden volop hiervan. Het in dit opzicht samenvallen van liberalen en socialisten leidde tot het faciliteren van internationale bedrijfsleven door fiscalisten (belastingontwijking via taxhavens), accountants, advocaten, consultants, wetenschap en de ondersteunende bureaucratie in den brede.

Rechts met de veren van links

Wat ooit elite was en rechts, ging zich met de veren van links tooien. Dit ging, en gaat, met de nodige arrogantie gepaard.  De term ‘onderbuikgevoelens’ is een geliefkoosde uitdrukking, dit afgewisseld met ‘racist’ of zelfs ‘fascist’ voor de wat steviger gevallen. De vroeger gangbare politieke termen ‘rechts’ en ‘links’ hadden hun inhoud verloren, in feite waren de termen van plaats gewisseld.

Degenen die achterbleven waren de laagopgeleiden en middenklassers, wier inkomens relatief steeds verder achterbleven. De stagnatie van lagere inkomensgroepen deed zich voor terwijl de reële inkomens van de top 1 procent hoogste inkomens in de wereld met 60 procent zijn gestegen sinds het midden van de jaren ’70.

In die tijd kwam ook de kreet ‘links lullen, rechts vullen’ in zwang, naar aanleiding van de lange rij mensen die zich ‘links’ noemden maar zichzelf ‘rechts’ wisten te verrijken. Voor de extremere inkomens had oud-premier Wim Kok het over “exhibitionistische zelfverrijking”, terwijl deze oud vakbondsman, PvdAer en socialistisch spreker later zelf maar al te graag lid werd van Raad van Commissarisen bij multinationals.

Meedoen in onzekerheid

De kabinetten Kok I (1994-1998) en Kok II (1998-2002), beiden gevormd door PvdA, VVD en D66 werden ‘paars’ genoemd, een bijzonderheid omdat voor het eerst sinds 1918 geen confessionele partijen zitting in een kabinet hadden. De omhelzing  van de sociaal democraten met de liberalen was als die van een wurgslang. Dit met welgemeende deelneming van de liberalen.

De globalisering van bedrijven heeft veel meer geholpen hun winsten te verbeteren dan het de lonen deed toenemen. Geen wonder dat Nederlanders niet meer geloven dat de ‘gewone man’ een eerlijk aandeel in de welvaart krijgt.

Dat de reële lonen voor de werkende en middenklasse gedurende vele decennia stagneren wordt ondermeer bevestigd in de inaugurele rede getiteld Meedoen in onzekerheid (juni 2016) van het hoofd van de onderzoekssector Arbeid en Participatie van het Sociaal Cultureel Planbureau, prof. dr. J.C. Vrooman.

De publieke ontevredenheid hing, en hangt, vooral samen met het stagneren van lonen. Een schrale troost voor de PvdA is dat een vergelijkbaar patroon zich voordoet in andere westerse landen, uiteraard ieder met een eigen accent. Zo beschouwde de Franse econoom Thomas Piketty het thema economische ongelijkheid vanuit een historisch en statistisch oogpunt. Hij kreeg internationale bekendheid na de publicatie van Le Capital au XXIe siècle in 2013 .

Populistische revolte

Zolang de levensstandaard verbetert, zoals tot aan 2008, kunnen werknemers leven met een toename van de inkomensongelijkheid. Dit impliceert dat als de stagnatie van de lonen voortduurt de populistische revolte zal aanhouden. De problematiek betreft met name een verdelingsvraagstuk. Trump is gekozen om dat probleem op te lossen: The forgotten people will be forgotten no longer.

Interessant in dit verband is de stellingname van ex-communist Paul Scheffer. Hij verwijt Nederlanders in zijn boek De vrijheid van de grens (2016) dat ze ‘nationalistisch, behoudzuchtig, hoogmoedig, populistisch en geborneerd’ zijn. Hij adviseert zijn medeburgers een “waarachtig kosmopolitische levenshouding aan te nemen” en dat we “enthousiast dienen te zijn over open grenzen”.

Gelet op het mondiaal opkomend populisme lijken steeds minder burgers te voelen voor kosmopolitisme. Ze bewegen zich juist in tegenovergestelde richting. Daar waar de nationale staat wordt uitgehold neemt vertrouwen in solidariteit af en neemt de hunkering naar lokale verbondenheid toe. De overheid wil een participatiemaatschappij, maar wordt door de ontwikkelingen ingehaald. De overheid mag blij zijn als zij mág participeren in burgerinitiatieven en burgercoöperaties.

Nationalisme

Steden en lokale politieke partijen worden belangrijker binnen het politieke spectrum. Het is de trend dat mensen nauwer betrokken willen zijn bij wat er gebeurt in hun leefomgeving. De macht, de inspraak en het denken gaat terug naar de basis, als reactie op het afstandelijker geraken van het bestuur. Nederland is een koploper qua internationale oriëntatie, terwijl de burger betrokken en geïnspireerd is, nu meer zijn eigen wereld creërend om heer en meester te zijn over het dagelijkse leven, na een periode van sterke globalisering: kosmopolitisch qua wereldoriëntatie en een sterkere nadruk op nationale en locale belangen bestaan thans naast elkaar.

De stellingname van Scheffer is indicatief hoe ver de PvdA verwijderd is van wat er in de maatschappij leeft. Maar niet alleen dat, men zit contrair aan de richting waarin deze beweegt en de partij schijnt het zich niet te realiseren. Geen wonder dat PvdA’er Rob Oudkerk adviseert de PvdA dan maar op te heffen.

Toekomst van Nederland en Europa

Hoe gaan we de toekomst tegemoet voor Nederland en Europa? Er lijkt helaas weinig reden voor overmatige vrolijkheid. Aan de economie zal het niet liggen. We werken hard en het consumentenvertrouwen is goed.

Met het vertrouwen in de sociaal-culturele ontwikkeling is het veel minder goed gesteld. Globalisering is dé drijvende kracht achter economie en maatschappelijke ontwikkelingen.

Merkwaardigerwijs blijft het onbenoemd tijdens iedere verkiezingscampagne. We hebben gezien dat de ontwikkeling van globalisering een sterke invloed heeft gehad op het financieel-economische profiel van landen. Dat heeft z’n politieke vertaling gekregen, maar veel minder zichtbaar.

We gaan een periode van deglobalisering tegemoet en de verwachting is dat dit wederom diepe sporen zal nalaten. Dat betekent dat we weer richting nationalisme gaan. CDA’er Sybrant Buma wenst het volkslied staande te laten zingen in klaslokalen. Premier en opperzwabberaar Mark Rutte roept op ‘normaal te doen’ en allen die dat niet doen kunnen ‘oppleuren’.

Te voorzien is dat niet alleen muren gebouwd zullen worden tussen de VS en Mexico en muren om huizen in de gegoede buurten in de grote steden van Zuid-Amerika, maar ook in Europa. Dat schrikbeeld moet helaas niet uitgesloten worden. Met alle varianten, erger en minder erg, van dien.

Een start werd reeds gemaakte middels de populaire Gated Communities in de verschillende steden. Het tegenovergestelde dus van een Woonwagenkamp of de inmiddels welbekende ASO containers en de ASO-wijken.

Terugblik

Makkers, ten laatste male?

Herman Tjeenk Willink vraagt zich af hoe de PvdA van een gedepolitiseerde bestuurderspartij weer een politieke partij kan worden die zich niet bij het bestaande maatschappelijke bestel neerlegt: > lees verder

Hoe wordt de PvdA van een gedepolitiseerde bestuurderspartij waarvan de vertegenwoordigers hun positie aan het bestaande politieke bestel ontlenen, weer een politieke partij die zich niet bij het bestaande maatschappelijke bestel neerlegt?

Meer dan 40 jaar ben ik lid van de PvdA; nooit stemde ik iets anders, al scheelde dat soms buitengewoon weinig en steeds minder.1 Dat heeft niets te maken met de wijze waarop het laatste kabinet van VVD en PvdA heeft geopereerd. Het kabinet heeft in moeilijke omstandigheden heel behoorlijk en fatsoenlijk bestuurd en stabiliteit gebracht. Mijn onvrede betreft de volstrekt onhelder geworden eigen visie van de PvdA op de maatschappij waarin we leven en de rol van de overheid daarin.

Bij mijn aarzeling spelen verschillende soorten vragen. Wat houdt een eigen visie nog in als in de praktijk de Partij van de Arbeid het verschaffen van werk overlaat aan de markt, die markt uiterst onzeker is en groepen uitsluit? Bevordering van voldoende werkgelegenheid was toch, ingevolge de Grondwet, ‘een voorwerp van zorg der overheid’ (artikel 19-1 Grondwet). Maar wat moet in de toekomst onder arbeid worden verstaan, gelet ook op de fundamentele veranderingen als gevolg van digitalisering en automatisering? Wat betekenen die veranderingen voor dat andere element dat de sociaal-democratie traditioneel dierbaar was: persoonlijke ontplooiing en verheffing?

En wat is het antwoord op de behoefte aan basiszekerheid (meer dan geld) in een wereld waarin de grenzen voor kapitaal en arbeid vervagen? Zou door die grensvervaging geen extra nadruk moeten liggen op de internationale oriëntatie die ook een kenmerk van het socialisme was? Maar waarom is dan de PvdA-visie op Europa zo bleek, juist nu de traditionele ‘trans-Atlantische route’ nauwelijks meer perspectief biedt, de rest van de wereld niet meer op de VS zit te wachten en bondgenoot Groot-Brittannië een eigen koers probeert te varen?

Of weet ook de PvdA niet wat ze met Europa aan moet omdat ze niet weet wat ze met Nederland aan moet? En wat heeft, ten slotte, de partij de afgelopen decennia gedaan aan het onderhoud en de versterking van de democratische rechtsorde en de instituties die die orde schra- gen? Toch is de democratische rechtsorde ook, en misschien wel in de eerste plaats bedoeld voor diegenen die geen financiële of andere machtsmiddelen hebben. Waarom voelen juist zij zich vaak niet meer vertegenwoordigd? Waarom krijgen juist zij vaak moeilijk toegang tot ‘het recht’? Allemaal vragen die de Partij van de Arbeid zich als eerste zou moeten stellen.

Zoals bekend is de grens vaag tussen het ‘zondig ras der reformisten’ (den Uyl) dat met kleine stapjes, zonder revolutie, fundamentele wijzigingen in de bestaande maatschappelijke verhoudingen wil aanbrengen en diegenen die de scherpste kantjes van de bestaande verhoudingen willen afvijlen zonder uit te zijn op een drastische wijziging van het bestel. Maar is de PvdA die vage grens al niet lang gepasseerd?

De structurele neergang van de partij begon immers al in de jaren tachtig, de periode van depolitisering waarin de overheid in financiële problemen verkeerde, politiek vooral meebesturen werd en het bestuur in de ban van het new public management raakte. De neergang – met zo nu en dan een incidentele opleving – zette door toen de sociaal-democratische Derde Weg bleek dood te lopen. Bedoeling van die derde weg was, in de woorden van Anthony Giddens, om ‘(neo-)liberale ideeën te gebruiken om socialistische doelstellingen te bereiken’. Het resultaat was het tegenovergestelde. De PvdA veinsde het ook na 2002 niet te zien en bleek niet bij machte de koers te verleggen.

Maar hoe houdbaar is een maatschappelij- ke bestel als zich volgens het SCP bij 28% van de Nederlandse bevolking problemen opstapelen op het terrein van arbeid, inkomen, opleiding en dergelijke en dat aantal groeiende is? En als het aantal mensen met psychische stoornissen en het aantal jongeren in de problemen stijgt? Zijn dat tijdelijke verschijnselen? Is het individueel onvermogen, eigen schuld? Of heeft Paul Verhaeghe gelijk wanneer hij, in zijn in 2012 verschenen boek Identiteit schrijft: ‘de dwang tot (economisch) succes en (individueel) geluk blijkt een keerzijde te hebben: het leidt tot verlies van zelfbesef, tot desoriëntatie en vertwijfeling’? Ik denk het wel.

De rol van de overheid

De vraag naar de eigen politieke visie van de PvdA is een dubbele: een visie op waar het met de maatschappij heen moet en een visie op de rol van de overheid. Voor het eerste bevat het Van Waarde-project van de WBS de nodige aanzetten. Ik beperk me hier tot het tweede, al was het maar omdat de democratische rechtsstaat zo centraal stond in mijn werk als regeringscommissaris als voorzitter van de Eerste Kamer en als vicepresident van de Raad van State.

Om hun doeleinden te verwezenlijken heb- ben sociaal-democraten altijd veel belang gehecht aan de overheid. In een notitie uit 1978 voor de WBS-werkgroep Partij Politieke Processen staat het zo: ‘In een discussie over ‘het Staatsbeeld van de Sociaal Democratie’ moeten tenminste drie aspecten worden onderscheiden:

  • de staat als instrument in het streven naar een socialistische samenleving (hetgeen een visie op die samenleving impliceert);
  • de staat als deel van de bestaande machts- verhoudingen (hetgeen inzicht in de poli- tieke, bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen vereist);
  • de staat als kader voor democratische machtsuitoefening (hetgeen kennis van de waarden – ruimte en grenzen – van een democratische rechtsorde veronderstelt).’

Het derde aspect is een brug tussen de eerste twee aspecten. Socialisten raakten als sociaal-democraten overtuigd van de smalle marges van de democratische politiek, maar ook van de noodzaak én de mogelijkheid die smalle marges te benutten. Waar de overheid zo be- langrijk is voor het stap voor stap realiseren van de sociaal-democratische doelstellingen, burgers in een zwakke positie ook zo van die overheid afhankelijk zijn, zou het dus voor de hand liggen dat de PvdA:

  • zorgvuldig omspringt met de democratische rechtsstaat en zijn instituties;
  • behalve van de kracht ook doordrongen is van de kwetsbaarheid van democratie en rechtsorde;
  • weet hoe de overheid functioneert en de ‘eigen rationaliteit’ van politiek, bestuur en bureaucratie onderkent;
  • de structurele problemen doorziet waarmee de overheid worstelt (denk bijvoorbeeld aan de vele bestuurlijke ontsporingen) en waarvan in de praktijk burgers in een zwakke positie en de professionele uitvoerders van het beleid de eerste slachtof- fers zijn;
  • beseft dat de overheid mede door eigen toedoen van positie is veranderd en dat dit ook direct het burgerschap als publiek ambt raakt.

De belangstelling voor deze vijf punten is binnen de PvdA echter bepaald gering. Maar als de eigen visie vaag is, de betekenis van de democratische rechtsorde wordt ondergewaardeerd, de structurele problemen in het functi- oneren van overheid (en markt) niet worden doorzien en burgers toch vooral als cliënten, klanten of kiezers worden benaderd, kom je als sociaal-democratische partij die fundamentele veranderingen zegt na te streven niet ver. Tegen die achtergrond noem ik in dit verband een paar punten die van belang zijn voor de positiebepaling van de PvdA in de oppositie.

Wat is politiek?

Als politiek wezenlijk iets anders is en in ieder geval méér dan meebesturen, is het zeker voor een oppositiepartij essentieel te definiëren wat de eigen politieke functie inhoudt: het steeds opnieuw bepalen wat het algemeen belang ver- eist. Daarvoor is allereerst nodig een visie op de rol van de overheid. Met bijvoorbeeld een antwoord op de vraag hoe de PvdA invulling wil geven aan de sociale grondrechten. Kennen ook volksvertegenwoordigers nog hun betekenis? De sociale grondrechten bevatten, met de klassieke grondrechten, de kernverantwoordelijkheden van de overheid.

Daarnaast is open parlementair debat nodig, met inhoudelijke argumenten en tegenargumenten, over grote maatschappelijke vraagstukken. Dat legitimeert beslissingen meer en beter dan incidenteel een referendum. Tenslotte is de politieke functie alleen goed uit te oefenen met kennis van de eisen die een democratie stelt, van de grenzen die het recht trekt, van het functioneren van de overheid in de praktijk en van de wijze waarop economische en maatschappelijke krachten op dat functioneren inwerken.

Wanneer in elk parlementair onderzoek naar bestuurlijke ontsporingen de Tweede Kamer zichzelf tegen komt, aan die ontsporing steeds zelf blijkt te hebben bijgedragen, dan is het van belang, zeker als oppositiepartij, opnieuw te definiëren wat de functies van de volksvertegenwoordiging zijn. Het is merkwaardig te constateren dat de Kamer zo nu en dan wel over het eigen functioneren praat (commis- sies Dolman, Deetman, Verbeet), maar nooit een discussie over de eigen functies voert. Wat heeft de PvdA-fractie geleerd van bijvoorbeeld de uitkomsten van het parlementaire onderzoek onderwijsvernieuwingen uit 2008 (commissie-Dijsselbloem)?

Waarom heeft de PvdA nooit gepleit voor een secundaire analyse op de uitkomsten van de verschillende parlementaire enquêtes en onderzoeken? In de gesignaleerde problemen zit immers een gemeenschappelijk patroon.

Bij de functies en het functioneren van het parlement wordt de controle op de uitvoering en de effecten van het beleid voor de burgers stelselmatig verwaarloosd; ondergeschikt gemaakt aan de vorming van nieuw beleid, nieuwe regels, nieuwe controlemechanismen. Maar waar tevoren niet alles te voorzien en te plannen valt, waar de samenleving veelkleurig is en niet in protocollen of modellen te vangen, hangt de geloofwaardigheid van de overheid vooral af van de kwaliteit van de uitvoering.

Vanaf 1985, toen ik regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst was, tot op de dag van vandaag (zie mijn bijlage bij het eindverslag van de informateur), heb ik ‘Den Haag’ proberen te overtuigen van de noodzaak structureel meer aandacht te besteden aan de uitvoerbaarheid van het beleid, de ruimte voor de professionele uitvoerders en de effecten van het beleid voor individuele burgers. De respons was en is mager, zo niet afwezig , ook nu nog; ook van de zijde van de PvdA-fractie.

Dat is het gevolg van de ontwikkelingen in de politiek-bestuurlijke praktijk sinds de jaren tachtig. De uitvoering van het beleid werd op afstand van de departementen gezet, verzelfstandigd of geprivatiseerd. Op de departementen werd via de kaasschaaf bezuinigd. Door beide ontwikkelingen liep de inhoudelijke- en uitvoeringsdeskundigheid op die departementen dramatisch terug, ook op departementen onder leiding van PvdA-ministers.2 Het aantal managers nam toe. Ministers omringden zich met adviseurs en voorlichters met de taak hen zoveel mogelijk uit de wind te houden.

Alle – vaak ambtelijk geïnitieerde – veranderingen in organisatie en functioneren van de centrale overheid waren vooral intern gericht. Kostenbeheersing en bedrijfsmatig werken waren de voornaamste drijfveren. Vele consultants verleenden daaraan hun hartelijke medewerking, met Hay Consultants voor de marktconforme beloning. De politiek oefende op die reorganisaties nauwelijks controle uit.

De resultaten waren ronduit pover. De mantra in de afgelopen dertig jaar – een periode waarin de PvdA twintig jaar regeringsverantwoordelijkheid droeg – van een kleinere overheid die goedkoper en kwalitatief beter zou zijn, meer ‘klantgericht’ zou werken en ‘maatwerk’ zou leveren, resulteerde per saldo in een aanzienlijke groei van het aantal regels, formulieren en controleurs waarmee professionele uit- voerders te maken krijgen en waarvan juist burgers in de zwakste positie als eerste het slachtoffer worden. Dat wordt – terecht – vooral ook de PvdA zwaar aangerekend.

Tegen deze achtergrond zou de PvdA strijd moeten leveren. Het gaat immers om het door- breken van bestaande machtsverhoudingen binnen de publieke dienst.

Die strijd gaat ten minste over de volgende punten;

  • Vergroting van de ruimte voor de professionals op de werkvloer. Alleen zo kan daadwerke- lijk maatwerk worden geleverd en is een ketenaanpak van complexe problemen mogelijk. Voor die ruimte moet zowel de regelzucht, ook van semipublieke en private instellingen, worden teruggedrongen als de professionaliteit op de werkvloer worden vergroot. Tot die professionaliteit behoren: vakdeskundigheid, beroepsethiek, gerichtheid op de individuele burger (patiënt, leerling) en publieke verantwoording. De PvdA als oppositiepartij zou ten behoeve van haar inbreng in de Tweede Kamer daadwerkelijke belangstelling moeten hebben voor de kennis en praktijkervaring van de professionals op de werkvloer, moeten nagaan waardoor hun ruimte steeds meer is beperkt en voorstellen moeten doen om de oorzaken van die beperkingen weg te nemen.
  • Deze vergroting van de ruimte voor professionals vergt drastische inperking van de tussenlaag tussen de professionals op de werkvloer en de minister die voor het beleid uiteindelijk politiek verantwoordelijk is. Een tussenlaag die nog altijd groeit. Daarvoor is allereerst inzicht nodig in de kosten van die tussenlaag. Het is wonderlijk dat niemand deze schijnt te kennen noch ernaar vraagt, ook de PvdA niet. Daardoor blijft verborgen dat de verhouding tussen de werkvloer en de indirecte tussenlaag volstrekt scheef is, evenals de beloningen respectievelijk op de werkvloer en in die tussenlaag.
  • De inperking van die tussenlaag vergt vergroting van de eigen deskundigheid binnen de publieke dienst, te beginnen op de departementen. Waarom wel de schoonmakers weer in overheidsdienst en niet de vakjurist, de ingenieur, de onderwijsdeskundige en anderen? Een goed functionerende democratische rechtsstaat heeft een bureaucratie die inhoudelijk deskundig is, kritisch en loyaal. Die deskundigheid is teruggelopen. Het zou goed zijn als, bij wijze van voorbeeld, bij enkele departementale directies eens een onderzoekje zou worden gedaan naar de achtergrond (opleiding / ervaring) van medewerkers dertig jaar geleden en nu. Kritische tegenspraak wordt al gauw als partijpolitieke tegenstand gezien. Loyaliteit wordt soms verengd tot: ‘de minister uit de wind’ houden. Ook de PvdA heeft deze sluipende aantasting van de bureaucratie laten gebeuren. Die sloop moet worden gestopt.
  • Deskundigheid in de publieke dienst houdt ook in: helder zicht op het begrip burgerschap als publiek ambt. Voorwaarde voor het individueel staatsburgerschap is erkenning door de overheid, want ‘geen staat zonder burgers, geen burgers zonder staat’. Die erkenning is onmogelijk als de overheid en dus de politieke partijen burgers vooral als patiënten, klanten of kiezers beschouwt of beschouwen. Zicht op het burgerschap betekent: politieke erkenning van de maatschappelijke pluriformiteit en kansen bieden aan burgerinitiatieven. Het houdt in het besef dat elk protocol, elk model, elk formulier een versimpeling van de pluriforme werkelijkheid betekent. Altijd dreigt het gevaar dat het uitgangspunt dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden, verkeert in zijn spiegelbeeld: gelijke behandeling vereist gelijke gevallen. In de praktijk is de publieke ruimte, de ruimte voor burgerinitiatieven, dan ook niet groter maar kleiner geworden. Bovendien vraagt dit zicht op burgerschap als publiek ambt het verwijderen van belemmeringen die aan die burgerinitiatieven in de weg staan, en het actief steun verlenen aan initiatieven voor de oplossing van gemeenschappelijke problemen, empowerment.

Bescherming door en van de rechter

Ten slotte moet het de PvdA gaan om de verdediging van de rechtsstaat waarvoor niet alleen de rechter maar juist ook wetgever en bestuur verantwoordelijkheid dragen. Een burger-samenleving kan immers alleen tot ontwikkeling komen als de rechtsstaat is gegarandeerd. Burgers moeten worden beschermd tegenover de staat, tegenover de markt en tegenover andere burgers.

Anders geldt het recht van de sterkste. Die bescherming moet uiteindelijk de rechter bieden zeker als politiek en bestuur het laten afweten. Als politici hun eigen functie ondergeschikt maken aan de eisen van het bestuur en in het bestuur de nadruk ligt op financieel beheer en daadkracht, neemt de betekenis van het tegenwicht van de rechter – de onafhankelijke derde macht – toe. Vandaar dat de druk op de rechter groeit.

Door reorganisaties en bestuurlijke maatregelen is de laatste decennia geprobeerd die druk te beperken. Geen van die reorganisaties was echter gebaseerd op een visie op de in- houd van rechterlijke functie noch op de ver- anderde rol van het recht in de samenleving. Toch hebben beide Kamers steeds aan die reorganisaties meegewerkt.

De verbestuurlijking nam toe. De Raad voor de rechtspraak speelde daarin een belangrijke rol. De door de Raad geïnitieerde – en door de Kamers goed- gekeurde – schaalvergroting droeg aan die verbestuurlijking belangrijk bij. De toegang tot de rechter werd daardoor beperkt. Eenvoud en nabijheid zijn – vaak meer nog dan financiële draagkracht – essentiële voorwaar- den voor toegang tot de rechter.

Is het niet vreemd dat, met de nodige moeite en veel energie, hier en daar met ‘vrederechters’ wordt geëxperimenteerd en dat in het regeerakkoord ‘buurtrechters’ worden aangekondigd, terwijl Nederland, nog in een nabij verleden, beschikte over een goed werkend en fijnmazig systeem van kantonrechters?

Het zou de PvdA-fractie daarom sieren als zij zich weer wat meer zou verdiepen in de betekenis van het recht en de eigen functie van de rechter. Misschien zou dan ook duidelijk worden dat door het gebrek aan juridische en constitutionele kennis bij politici, bestuurders, ambtenaren en journalisten en door het nog steeds ontbreken van een Constitutioneel Hof – in tegenstelling tot de meeste landen in continentaal Europa – niet alleen de democratie maar ook de Nederlandse rechtsstaat kwetsbaarder is dan nodig.

  • Dit is een bewerking van een inleiding voor de Tweede Kamerfractie van de PvdA, eind augustus 2017.
  • Illustratief in dit verband is de verklaring die Dijksma onlangs na haar aftreden als staatssecretaris gaf, dat gebrek aan deskundigheid op haar vroegere ministerie voor fouten zorgde in het Lelystad Airport-dossier.

Terug naar de middenklasse

De steun van de middenklasse is voor de PvdA noodzakelijk om weer een betekenisvolle factor te worden in het parlement, meent Wimar Bolhuis.

‘De afgelopen decennia was de middenklasse altijd prominent aanwezig in de electorale achterban. Dat was zeer belangrijk omdat het aantal traditionele arbeidersbanen steeds verder afnam. In maart 2017 bleek dat de steun voor de PvdA echter onder alle bevolkingsgroepen afgebrokkeld was behalve onder ouderen. 

Erkenning dat de electorale steun van de middenklasse essentieel is om in het politieke landschap weer een verschil te kunnen maken, is de enige kansrijke basis voor politieke wederopbouw van de PvdA.’ > Lees verder

VIJF JAAR VAN WAARDE Wiarda 01.02.2018

TUSSEN VREES EN HOOP Wiarda 01.02.2018

Meer voor De neergang van de PvdA

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende

zie dan ook: PvdA in de steigers – fase 3 rouwverwerkingsproces

zie ook: PvdA in de steigers – fase 2 rouwverwerkingsproces

zie ook: PvdA in de steigers – fase 1 rouwverwerkingsproces

Rapport: Op-de-toekomst-Paul-Depla

zie ook: Fusie PvdA, GroenLinks, SP ??

zie ook: Populisme versus de opkomst van onvrede en onrust

zie ook: Tot ziens wethouder Rabin Baldewsingh PvdA !!!

zie ook: PvdA – aftrap Haagse gemeenteraadsverkiezingen 21.03.2018

zie ook: PvdA 70 jaar partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – en meer

zie ook: PvdA over de Rooie vanwege het Schaliegas – deel 4

zie ook: PvdA versus Code Rood

zie ook: De PVDA is te onzichtbaar geworden

zie verder ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 5

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 4

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 3

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 2

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel1

zie ook: Wethouder Rabin Baldewsingh PvdA luidt de noodklok

zie ook: Het Rode Bolwerk in Amsterdam is gebarsten – deel 2

zie ook: Het einde van de PvdA ??

zie ook: Is de ‘Elitaire’ samenstelling van de 2e kamer een afspiegeling van de samenleving ??

zie ook: PvdA, Partij van de Academici in 2010?

2017: het jaar van de neergang van de PvdA

Elsevier 31.12.2017 Voor de PvdA gaat het jaar 2017 de boeken in als annus horribilis. Op een verrassende verkiezingsoverwinning in Leeuwarden na, viel er weinig te vieren. Zelfs na de Kerstdagen blijft de partij intern verscheurd, en hangt de toekomst van het negende Kamerlid William Moorlag aan een zijden draadje. Maar het belangrijkste was natuurlijk de nederlaag op 15 maart. Daarover schreef NOS-verslaggever Wilco Boom een boek met interviews.

Op 15 maart leed de PvdA het grootste zetelverlies in de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Ideale gelegenheid om prominente sociaal-democraten aan een grondig zelfonderzoek te onderwerpen. Gewezen ministers, backbenchers en partij-ideologen blikken terug op de zeperd, die binnen de gelederen van de sociaal-democraten kennelijk ‘Zwarte Woensdag’ wordt genoemd.

Waaraan die nederlaag te wijten is? Met die vraag gaat Boom langs een groot aantal prominenten, die stuk voor stuk een rol speelden bij de PvdA in de afgelopen jaren. Verklaringen voor het verlies zijn er te over, blijkt uit de rondgang: De Derde Weg, de opkomst van het populisme, verregaande bezuinigingen passeren de revue. Opvallend veel vingers wijzen in de richting van Wouter Bos, als architect van Rutte-II. Volgens Adri Duivesteijn, voormalig Eerste Kamerlid, een ‘strategische fout’ bij de formatie. Samsom had juist iemand moeten meenemen die linkser was, ‘als contragewicht’.

De neergang van de PvdA verscheen in december bij uitgeverij Nieuw Amsterdam, en is verkrijgbaar voor €19,99. 

Weinig lof voor verkiezingen Spekman

Ook gewezen partijvoorzitter Hans Spekman oogst weinig lof met zijn ongemakkelijke lijsttrekkersverkiezingen. Oud-partijvoorzitter Ruud Koole, ooit architect van de leiderschapsverkiezingen van de PvdA zegt tegen Boom: ‘Het verwijt dat ik Samsom en Spekman maak,  is dat zij de ledenraadpleging te veel hebben gezien als instrument om de partij weer een gezicht te geven bij de kiezers en om de positie van Samsom te versterken, in plaats van invloed aan de leden te geven.’ Dat Spekman niet direct na de desastreuze nederlaag is opgestapt vindt Koole ‘heel onverstandig’.

Het boek geeft een heldere inzage in de interne politieke strijd binnen de PvdA. Met een veelheid aan analyses wordt nog eens teruggeblikt op de afgelopen kabinetsperiode. Dat levert boeiende en openhartige interviews op. Toch blijft door de grote hoeveelheid Haagse politici de internationale trend een beetje onderbelicht, terwijl die nu juist interessant is voor een langere prognose. Daar staat dan wel weer een mooi interview met René Cuperus tegenover met het memorabele citaat: ‘Heb jij weleens een bankier zien demonstreren op het Malieveld?’

Door vast te houden aan dezelfde vraagstructuur, worden de interviews in een wat beknellend korsetje geperst. En Felix Rottenberg ontbrak, terwijl juist hij de afgelopen jaren een van de vaste criticasters was!

  Berend Sommer  (1990) is online redacteur bij Elsevier Weekblad. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Zijn debuut Duchamp verscheen in juni 2017 bij Uitgeverij Prometheus.

GERELATEERDE ARTIKELEN;

Leden PvdA eisen aftreden eigen Kamerlid Moorlag

Nadert einde voor PvdA-Kamerlid Moorlag?

Moorlag niet van plan zomaar op te stappen

Makkers, ten laatste male?

Herman Tjeenk Willink vraagt zich af hoe de PvdA van een gedepolitiseerde bestuurderspartij weer een politieke partij kan worden die zich niet bij het bestaande maatschappelijke bestel neerlegt: > lees verder

Hoe wordt de PvdA van een gedepolitiseerde bestuurderspartij waarvan de vertegenwoordigers hun positie aan het bestaande politieke bestel ontlenen, weer een politieke partij die zich niet bij het bestaande maatschappelijke bestel neerlegt?

Meer dan 40 jaar ben ik lid van de PvdA; nooit stemde ik iets anders, al scheelde dat soms buitengewoon weinig en steeds minder.1 Dat heeft niets te maken met de wijze waarop het laatste kabinet van VVD en PvdA heeft geopereerd. Het kabinet heeft in moeilijke omstandigheden heel behoorlijk en fatsoenlijk bestuurd en stabiliteit gebracht. Mijn onvrede betreft de volstrekt onhelder geworden eigen visie van de PvdA op de maatschappij waarin we leven en de rol van de overheid daarin.

Bij mijn aarzeling spelen verschillende soorten vragen. Wat houdt een eigen visie nog in als in de praktijk de Partij van de Arbeid het verschaffen van werk overlaat aan de markt, die markt uiterst onzeker is en groepen uitsluit? Bevordering van voldoende werkgelegenheid was toch, ingevolge de Grondwet, ‘een voorwerp van zorg der overheid’ (artikel 19-1 Grondwet). Maar wat moet in de toekomst onder arbeid worden verstaan, gelet ook op de fundamentele veranderingen als gevolg van digitalisering en automatisering? Wat betekenen die veranderingen voor dat andere element dat de sociaal-democratie traditioneel dierbaar was: persoonlijke ontplooiing en verheffing?

En wat is het antwoord op de behoefte aan basiszekerheid (meer dan geld) in een wereld waarin de grenzen voor kapitaal en arbeid vervagen? Zou door die grensvervaging geen extra nadruk moeten liggen op de internationale oriëntatie die ook een kenmerk van het socialisme was? Maar waarom is dan de PvdA-visie op Europa zo bleek, juist nu de traditionele ‘trans-Atlantische route’ nauwelijks meer perspectief biedt, de rest van de wereld niet meer op de VS zit te wachten en bondgenoot Groot-Brittannië een eigen koers probeert te varen?

Of weet ook de PvdA niet wat ze met Europa aan moet omdat ze niet weet wat ze met Nederland aan moet? En wat heeft, ten slotte, de partij de afgelopen decennia gedaan aan het onderhoud en de versterking van de democratische rechtsorde en de instituties die die orde schra- gen? Toch is de democratische rechtsorde ook, en misschien wel in de eerste plaats bedoeld voor diegenen die geen financiële of andere machtsmiddelen hebben. Waarom voelen juist zij zich vaak niet meer vertegenwoordigd? Waarom krijgen juist zij vaak moeilijk toegang tot ‘het recht’? Allemaal vragen die de Partij van de Arbeid zich als eerste zou moeten stellen.

Zoals bekend is de grens vaag tussen het ‘zondig ras der reformisten’ (den Uyl) dat met kleine stapjes, zonder revolutie, fundamentele wijzigingen in de bestaande maatschappelijke verhoudingen wil aanbrengen en diegenen die de scherpste kantjes van de bestaande verhoudingen willen afvijlen zonder uit te zijn op een drastische wijziging van het bestel. Maar is de PvdA die vage grens al niet lang gepasseerd?

De structurele neergang van de partij begon immers al in de jaren tachtig, de periode van depolitisering waarin de overheid in financiële problemen verkeerde, politiek vooral meebesturen werd en het bestuur in de ban van het new public management raakte. De neergang – met zo nu en dan een incidentele opleving – zette door toen de sociaal-democratische Derde Weg bleek dood te lopen. Bedoeling van die derde weg was, in de woorden van Anthony Giddens, om ‘(neo-)liberale ideeën te gebruiken om socialistische doelstellingen te bereiken’. Het resultaat was het tegenovergestelde. De PvdA veinsde het ook na 2002 niet te zien en bleek niet bij machte de koers te verleggen.

Maar hoe houdbaar is een maatschappelij- ke bestel als zich volgens het SCP bij 28% van de Nederlandse bevolking problemen opstapelen op het terrein van arbeid, inkomen, opleiding en dergelijke en dat aantal groeiende is? En als het aantal mensen met psychische stoornissen en het aantal jongeren in de problemen stijgt? Zijn dat tijdelijke verschijnselen? Is het individueel onvermogen, eigen schuld? Of heeft Paul Verhaeghe gelijk wanneer hij, in zijn in 2012 verschenen boek Identiteit schrijft: ‘de dwang tot (economisch) succes en (individueel) geluk blijkt een keerzijde te hebben: het leidt tot verlies van zelfbesef, tot desoriëntatie en vertwijfeling’? Ik denk het wel.

De rol van de overheid

De vraag naar de eigen politieke visie van de PvdA is een dubbele: een visie op waar het met de maatschappij heen moet en een visie op de rol van de overheid. Voor het eerste bevat het Van Waarde-project van de WBS de nodige aanzetten. Ik beperk me hier tot het tweede, al was het maar omdat de democratische rechtsstaat zo centraal stond in mijn werk als regeringscommissaris als voorzitter van de Eerste Kamer en als vicepresident van de Raad van State.

Om hun doeleinden te verwezenlijken heb- ben sociaal-democraten altijd veel belang gehecht aan de overheid. In een notitie uit 1978 voor de WBS-werkgroep Partij Politieke Processen staat het zo: ‘In een discussie over ‘het Staatsbeeld van de Sociaal Democratie’ moeten tenminste drie aspecten worden onderscheiden:

  • de staat als instrument in het streven naar een socialistische samenleving (hetgeen een visie op die samenleving impliceert);
  • de staat als deel van de bestaande machts- verhoudingen (hetgeen inzicht in de poli- tieke, bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen vereist);
  • de staat als kader voor democratische machtsuitoefening (hetgeen kennis van de waarden – ruimte en grenzen – van een democratische rechtsorde veronderstelt).’

Het derde aspect is een brug tussen de eerste twee aspecten. Socialisten raakten als sociaal-democraten overtuigd van de smalle marges van de democratische politiek, maar ook van de noodzaak én de mogelijkheid die smalle marges te benutten. Waar de overheid zo be- langrijk is voor het stap voor stap realiseren van de sociaal-democratische doelstellingen, burgers in een zwakke positie ook zo van die overheid afhankelijk zijn, zou het dus voor de hand liggen dat de PvdA:

  • zorgvuldig omspringt met de democratische rechtsstaat en zijn instituties;
  • behalve van de kracht ook doordrongen is van de kwetsbaarheid van democratie en rechtsorde;
  • weet hoe de overheid functioneert en de ‘eigen rationaliteit’ van politiek, bestuur en bureaucratie onderkent;
  • de structurele problemen doorziet waarmee de overheid worstelt (denk bijvoorbeeld aan de vele bestuurlijke ontsporingen) en waarvan in de praktijk burgers in een zwakke positie en de professionele uitvoerders van het beleid de eerste slachtof- fers zijn;
  • beseft dat de overheid mede door eigen toedoen van positie is veranderd en dat dit ook direct het burgerschap als publiek ambt raakt.

De belangstelling voor deze vijf punten is binnen de PvdA echter bepaald gering. Maar als de eigen visie vaag is, de betekenis van de democratische rechtsorde wordt ondergewaardeerd, de structurele problemen in het functi- oneren van overheid (en markt) niet worden doorzien en burgers toch vooral als cliënten, klanten of kiezers worden benaderd, kom je als sociaal-democratische partij die fundamentele veranderingen zegt na te streven niet ver. Tegen die achtergrond noem ik in dit verband een paar punten die van belang zijn voor de positiebepaling van de PvdA in de oppositie.

Wat is politiek?

Als politiek wezenlijk iets anders is en in ieder geval méér dan meebesturen, is het zeker voor een oppositiepartij essentieel te definiëren wat de eigen politieke functie inhoudt: het steeds opnieuw bepalen wat het algemeen belang ver- eist. Daarvoor is allereerst nodig een visie op de rol van de overheid. Met bijvoorbeeld een antwoord op de vraag hoe de PvdA invulling wil geven aan de sociale grondrechten. Kennen ook volksvertegenwoordigers nog hun betekenis? De sociale grondrechten bevatten, met de klassieke grondrechten, de kernverantwoordelijkheden van de overheid.

Daarnaast is open parlementair debat nodig, met inhoudelijke argumenten en tegenargumenten, over grote maatschappelijke vraagstukken. Dat legitimeert beslissingen meer en beter dan incidenteel een referendum. Tenslotte is de politieke functie alleen goed uit te oefenen met kennis van de eisen die een democratie stelt, van de grenzen die het recht trekt, van het functioneren van de overheid in de praktijk en van de wijze waarop economische en maatschappelijke krachten op dat functioneren inwerken.

Wanneer in elk parlementair onderzoek naar bestuurlijke ontsporingen de Tweede Kamer zichzelf tegen komt, aan die ontsporing steeds zelf blijkt te hebben bijgedragen, dan is het van belang, zeker als oppositiepartij, opnieuw te definiëren wat de functies van de volksvertegenwoordiging zijn. Het is merkwaardig te constateren dat de Kamer zo nu en dan wel over het eigen functioneren praat (commis- sies Dolman, Deetman, Verbeet), maar nooit een discussie over de eigen functies voert. Wat heeft de PvdA-fractie geleerd van bijvoorbeeld de uitkomsten van het parlementaire onderzoek onderwijsvernieuwingen uit 2008 (commissie-Dijsselbloem)?

Waarom heeft de PvdA nooit gepleit voor een secundaire analyse op de uitkomsten van de verschillende parlementaire enquêtes en onderzoeken? In de gesignaleerde problemen zit immers een gemeenschappelijk patroon.

Bij de functies en het functioneren van het parlement wordt de controle op de uitvoering en de effecten van het beleid voor de burgers stelselmatig verwaarloosd; ondergeschikt gemaakt aan de vorming van nieuw beleid, nieuwe regels, nieuwe controlemechanismen. Maar waar tevoren niet alles te voorzien en te plannen valt, waar de samenleving veelkleurig is en niet in protocollen of modellen te vangen, hangt de geloofwaardigheid van de overheid vooral af van de kwaliteit van de uitvoering.

Vanaf 1985, toen ik regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst was, tot op de dag van vandaag (zie mijn bijlage bij het eindverslag van de informateur), heb ik ‘Den Haag’ proberen te overtuigen van de noodzaak structureel meer aandacht te besteden aan de uitvoerbaarheid van het beleid, de ruimte voor de professionele uitvoerders en de effecten van het beleid voor individuele burgers. De respons was en is mager, zo niet afwezig , ook nu nog; ook van de zijde van de PvdA-fractie.

Dat is het gevolg van de ontwikkelingen in de politiek-bestuurlijke praktijk sinds de jaren tachtig. De uitvoering van het beleid werd op afstand van de departementen gezet, verzelfstandigd of geprivatiseerd. Op de departementen werd via de kaasschaaf bezuinigd. Door beide ontwikkelingen liep de inhoudelijke- en uitvoeringsdeskundigheid op die departementen dramatisch terug, ook op departementen onder leiding van PvdA-ministers.2 Het aantal managers nam toe. Ministers omringden zich met adviseurs en voorlichters met de taak hen zoveel mogelijk uit de wind te houden.

Alle – vaak ambtelijk geïnitieerde – veranderingen in organisatie en functioneren van de centrale overheid waren vooral intern gericht. Kostenbeheersing en bedrijfsmatig werken waren de voornaamste drijfveren. Vele consultants verleenden daaraan hun hartelijke medewerking, met Hay Consultants voor de marktconforme beloning. De politiek oefende op die reorganisaties nauwelijks controle uit.

De resultaten waren ronduit pover. De mantra in de afgelopen dertig jaar – een periode waarin de PvdA twintig jaar regeringsverantwoordelijkheid droeg – van een kleinere overheid die goedkoper en kwalitatief beter zou zijn, meer ‘klantgericht’ zou werken en ‘maatwerk’ zou leveren, resulteerde per saldo in een aanzienlijke groei van het aantal regels, formulieren en controleurs waarmee professionele uit- voerders te maken krijgen en waarvan juist burgers in de zwakste positie als eerste het slachtoffer worden. Dat wordt – terecht – vooral ook de PvdA zwaar aangerekend.

Tegen deze achtergrond zou de PvdA strijd moeten leveren. Het gaat immers om het door- breken van bestaande machtsverhoudingen binnen de publieke dienst.

Die strijd gaat ten minste over de volgende punten;

  • Vergroting van de ruimte voor de professionals op de werkvloer. Alleen zo kan daadwerke- lijk maatwerk worden geleverd en is een ketenaanpak van complexe problemen mogelijk. Voor die ruimte moet zowel de regelzucht, ook van semipublieke en private instellingen, worden teruggedrongen als de professionaliteit op de werkvloer worden vergroot. Tot die professionaliteit behoren: vakdeskundigheid, beroepsethiek, gerichtheid op de individuele burger (patiënt, leerling) en publieke verantwoording. De PvdA als oppositiepartij zou ten behoeve van haar inbreng in de Tweede Kamer daadwerkelijke belangstelling moeten hebben voor de kennis en praktijkervaring van de professionals op de werkvloer, moeten nagaan waardoor hun ruimte steeds meer is beperkt en voorstellen moeten doen om de oorzaken van die beperkingen weg te nemen.
  • Deze vergroting van de ruimte voor professionals vergt drastische inperking van de tussenlaag tussen de professionals op de werkvloer en de minister die voor het beleid uiteindelijk politiek verantwoordelijk is. Een tussenlaag die nog altijd groeit. Daarvoor is allereerst inzicht nodig in de kosten van die tussenlaag. Het is wonderlijk dat niemand deze schijnt te kennen noch ernaar vraagt, ook de PvdA niet. Daardoor blijft verborgen dat de verhouding tussen de werkvloer en de indirecte tussenlaag volstrekt scheef is, evenals de beloningen respectievelijk op de werkvloer en in die tussenlaag.
  • De inperking van die tussenlaag vergt vergroting van de eigen deskundigheid binnen de publieke dienst, te beginnen op de departementen. Waarom wel de schoonmakers weer in overheidsdienst en niet de vakjurist, de ingenieur, de onderwijsdeskundige en anderen? Een goed functionerende democratische rechtsstaat heeft een bureaucratie die inhoudelijk deskundig is, kritisch en loyaal. Die deskundigheid is teruggelopen. Het zou goed zijn als, bij wijze van voorbeeld, bij enkele departementale directies eens een onderzoekje zou worden gedaan naar de achtergrond (opleiding / ervaring) van medewerkers dertig jaar geleden en nu. Kritische tegenspraak wordt al gauw als partijpolitieke tegenstand gezien. Loyaliteit wordt soms verengd tot: ‘de minister uit de wind’ houden. Ook de PvdA heeft deze sluipende aantasting van de bureaucratie laten gebeuren. Die sloop moet worden gestopt.
  • Deskundigheid in de publieke dienst houdt ook in: helder zicht op het begrip burgerschap als publiek ambt. Voorwaarde voor het individueel staatsburgerschap is erkenning door de overheid, want ‘geen staat zonder burgers, geen burgers zonder staat’. Die erkenning is onmogelijk als de overheid en dus de politieke partijen burgers vooral als patiënten, klanten of kiezers beschouwt of beschouwen. Zicht op het burgerschap betekent: politieke erkenning van de maatschappelijke pluriformiteit en kansen bieden aan burgerinitiatieven. Het houdt in het besef dat elk protocol, elk model, elk formulier een versimpeling van de pluriforme werkelijkheid betekent. Altijd dreigt het gevaar dat het uitgangspunt dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden, verkeert in zijn spiegelbeeld: gelijke behandeling vereist gelijke gevallen. In de praktijk is de publieke ruimte, de ruimte voor burgerinitiatieven, dan ook niet groter maar kleiner geworden. Bovendien vraagt dit zicht op burgerschap als publiek ambt het verwijderen van belemmeringen die aan die burgerinitiatieven in de weg staan, en het actief steun verlenen aan initiatieven voor de oplossing van gemeenschappelijke problemen, empowerment.

Bescherming door en van de rechter

Ten slotte moet het de PvdA gaan om de verdediging van de rechtsstaat waarvoor niet alleen de rechter maar juist ook wetgever en bestuur verantwoordelijkheid dragen. Een burger-samenleving kan immers alleen tot ontwikkeling komen als de rechtsstaat is gegarandeerd. Burgers moeten worden beschermd tegenover de staat, tegenover de markt en tegenover andere burgers.

Anders geldt het recht van de sterkste. Die bescherming moet uiteindelijk de rechter bieden zeker als politiek en bestuur het laten afweten. Als politici hun eigen functie ondergeschikt maken aan de eisen van het bestuur en in het bestuur de nadruk ligt op financieel beheer en daadkracht, neemt de betekenis van het tegenwicht van de rechter – de onafhankelijke derde macht – toe. Vandaar dat de druk op de rechter groeit.

Door reorganisaties en bestuurlijke maatregelen is de laatste decennia geprobeerd die druk te beperken. Geen van die reorganisaties was echter gebaseerd op een visie op de in- houd van rechterlijke functie noch op de ver- anderde rol van het recht in de samenleving. Toch hebben beide Kamers steeds aan die reorganisaties meegewerkt.

De verbestuurlijking nam toe. De Raad voor de rechtspraak speelde daarin een belangrijke rol. De door de Raad geïnitieerde – en door de Kamers goed- gekeurde – schaalvergroting droeg aan die verbestuurlijking belangrijk bij. De toegang tot de rechter werd daardoor beperkt. Eenvoud en nabijheid zijn – vaak meer nog dan financiële draagkracht – essentiële voorwaar- den voor toegang tot de rechter.

Is het niet vreemd dat, met de nodige moeite en veel energie, hier en daar met ‘vrederechters’ wordt geëxperimenteerd en dat in het regeerakkoord ‘buurtrechters’ worden aangekondigd, terwijl Nederland, nog in een nabij verleden, beschikte over een goed werkend en fijnmazig systeem van kantonrechters?

Het zou de PvdA-fractie daarom sieren als zij zich weer wat meer zou verdiepen in de betekenis van het recht en de eigen functie van de rechter. Misschien zou dan ook duidelijk worden dat door het gebrek aan juridische en constitutionele kennis bij politici, bestuurders, ambtenaren en journalisten en door het nog steeds ontbreken van een Constitutioneel Hof – in tegenstelling tot de meeste landen in continentaal Europa – niet alleen de democratie maar ook de Nederlandse rechtsstaat kwetsbaarder is dan nodig.

  • Dit is een bewerking van een inleiding voor de Tweede Kamerfractie van de PvdA, eind augustus 2017.
  • Illustratief in dit verband is de verklaring die Dijksma onlangs na haar aftreden als staatssecretaris gaf, dat gebrek aan deskundigheid op haar vroegere ministerie voor fouten zorgde in het Lelystad Airport-dossier.

Terug naar de middenklasse

De steun van de middenklasse is voor de PvdA noodzakelijk om weer een betekenisvolle factor te worden in het parlement, meent Wimar Bolhuis.

‘De afgelopen decennia was de middenklasse altijd prominent aanwezig in de electorale achterban. Dat was zeer belangrijk omdat het aantal traditionele arbeidersbanen steeds verder afnam. In maart 2017 bleek dat de steun voor de PvdA echter onder alle bevolkingsgroepen afgebrokkeld was behalve onder ouderen. 

Erkenning dat de electorale steun van de middenklasse essentieel is om in het politieke landschap weer een verschil te kunnen maken, is de enige kansrijke basis voor politieke wederopbouw van de PvdA.’ > Lees verder

Juist de bestuurder Tjeenk Willink vraagt zich af hoe de PvdA weer bestuurderspartij-af moet worden

VK 20.12.2017 ‘Hoe wordt de PvdA van een gedepolitiseerde bestuurderspartij (…) weer een politieke partij die zich niet bij het bestaande maatschappelijke bestel neerlegt?’ Het is niet een oprisping van een nieuwe beweging in de PvdA, geen Nieuw Nieuw Links die deze vraag opwerpt. Het is Herman Tjeenk Willink, zowat de meest bestuurlijke van alle PvdA-zwaargewichten.

Op de site van de Wiardi Beckman Stichting haalt Tjeenk Willink ongebruikelijk fel uit naar de partij waarvan hij al meer dan 40 jaar vooraanstaand lid is. Hij was voorzitter van de Eerste Kamer, vice-voorzitter van de Raad van State, oftewel ‘onderkoning van Nederland’, hij was regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdiensten, en hij trad driemaal op als informateur bij kabinetsformaties, de laatste keer in de aanloop naar het huidige kabinet Rutte III. Hij was een vertrouweling van Beatrix toen zij koningin was, maar hij bleef altijd zijn partij trouw.

Hij wijst zijn partij op de tradities van ‘persoonlijke ontplooiing en verheffing’: wat is daarvan overgebleven?

Dat, schrijft hij nu, is helemaal niet meer vanzelfsprekend. En dat komt doordat de visie van de PvdA op de maatschappij en op de rol van de overheid daarin ‘volstrekt onhelder’ is geworden. In zijn betoog onder de titel ‘Makkers, ten laatsten male?’, een citaat uit het in de PvdA al bijna vergeten socialistenlied

De Internationale, vraagt hij zich af wat aan te vangen met een PvdA die ‘het verschaffen van werk overlaat aan de markt’. Hij wijst zijn partij op de tradities van ‘persoonlijke ontplooiing en verheffing’: wat is daarvan overgebleven? En waarom is de visie van de PvdA op Europa zo bleek, net nu die zo hard nodig is?

Tjeenk verwijt zijn partij al sinds de jaren tachtig te zijn gedepolitiseerd. De partij ‘gebruikte neoliberale ideeën om socialistische doelen te bereiken’, een omschrijving van de zogenaamde Derde Weg die hij ontleent aan Tony Blairs adviseur Anthony Giddens.

De partij heeft de afgelopen 30 jaar, waarvan 20 jaar in de regering, bezuinigd en overheidsdiensten gerationaliseerd, bedrijfsmatig werken bevorderd en dus ook het aantal managers en adviseurs. De overheid moest vooral ‘klantgericht’ worden, en ‘maatwerk’ leveren. Hetgeen resulteerde in een vloed van regels ‘waarvan juist de burgers in de zwakste positie als eerste het slachtoffer worden’.

Tjeenk Willink vindt dat overheidsdiensten de deskundigen niet meer moeten inhuren maar in dienst nemen. ‘Een goed functionerende democratische rechtsstaat heeft een bureaucratie die inhoudelijk deskundig is, kritisch en loyaal.’ En als rechtgeaard jurist pleit hij voor een versterking van de rechterlijke macht, volgens hem essentieel om te voorkomen dat ‘het recht van de sterkste’ zal prevaleren. Daarom, schrijft hij, moet er een Constitutioneel Hof komen, zoals in bijna alle Europese landen.

Volg en lees meer over:  POLITIEK   POLITIEKE PARTIJEN   NEDERLAND   PVDA

PvdA’ers blikken terug op de moeder aller nederlagen: ‘De patiënt ligt er prima bij, de chirurg is dood’

Partijleider Asscher: terugkeer naar oude glorie zit er niet snel in

VK 07.12.2017 In een nieuwe interviewbundel kijken negentien PvdA’ers terug op de epische verkiezingsnederlaag van hun partij. Wrok en zelfkritiek strijden om voorrang. ‘Elke stap voorwaarts is uitgevent als een totale nederlaag.’

Van 38 zetels terugvallen naar 9 zetels: het hoeft een politicus niet noodzakelijkerwijs nederig te stemmen. In de vandaag verschijnende interviewbundel De neergang van de PvdA van NOS-journalist Wilco Boom krijgt de moeder aller politieke nederlagen soms heroïsche trekjes. De PvdA heeft zich in de ogen van enkele hoofdrolspelers onverschrokken opgeofferd voor het landsbelang. Dan maar de lucht in, anno 2017.

Volgens Wouter Bos gaat Rutte II de geschiedenis in als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’

Zo is ex-informateur Wouter Bos ervan overtuigd dat Rutte II de geschiedenis ingaat als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’. Ex-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vindt dat er ‘heel veel dingen goed zijn gedaan’ en volgens ex-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans is het overeind houden van de PvdA van secundair belang. ‘Uiteindelijk is er maar één maatstaf: laat je het land beter achter dan je het hebt aangetroffen.’

Ex-partijleider en hoofdarchitect van Rutte II, Diederik Samsom, zit ook op die lijn. In zijn gesprek met Boom omschrijft hij de PvdA als een onzelfzuchtige arts. Samsom: ‘De patiënt, Nederland, ligt er prima bij, die doet het geweldig. Maar de chirurg is dood, hij heeft zichzelf door de pols gesneden. Als ik dan toch moet kiezen met mijn diepcalvinistische inborst: de operatie moet slagen, de patiënt moet beter worden, dus dan de chirurg maar.’

Dankbaarheid

René Cuperus meent dat Samsom ‘totaal geen gevoel had voor de kwetsbaarheid van de sociaal-democratie’

Blijft de vraag waarom de opgeknapte patiënt geen greintje dankbaarheid toonde. De antwoorden die in het boek worden gegeven, lopen nogal uiteen, maar de negentien geïnterviewde PvdA’ers – van kopstukken tot kritische buitenstaanders – constateren wel dat de ideologische bleekheid (‘waar staan we voor in drie heldere zinnen?’) al eerder is opgetreden. Het bezuinigingskabinet-Rutte II zette een turbo op de neergang.

René Cuperus, ex-medewerker van het wetenschappelijk bureau van PvdA en Volkskrant-columnist, prijst ‘op zich’ de moed van Samsom, maar verwijt de ex-partijleider technocratische ‘ingenieurspolitiek’ en meent dat hij ‘totaal geen gevoel had voor de kwetsbaarheid van de sociaal-democratie’. De loodzware hervormingsagenda van Rutte II bleef overeind; de PvdA kreeg ‘een zenuwinzinking’.

Geen geloof meer

Die laatste diagnose is overigens weer van Samsom, die zijn eigen partij in meerdere varianten hekelt als ‘de grootste tegenstander van wat we aan het doen waren’. ‘Wij als club zijn er vier jaar lang in geslaagd werkelijk elke overwinning, elke stap voorwaarts te beleven én uit te venten als een totale nederlaag.’ En: ‘De club die vlak voor de finish z’n leider van de wagen gooit, geeft één duidelijke boodschap aan de kiezer: wij geloven er niet meer in.’

Ook Frans Timmermans klaagt dat kritische PvdA’ers voordurend deden alsof de partij door de coalitie met de VVD was ‘uitgeleverd aan de baarlijke duivel’. ‘Dan moet je niet verbaasd zijn dat de kiezers bij je weglopen.’

Omgekeerd uiten andere PvdA’ers weer harde kritiek op de losgezongen partijtop. Ex-directeur van het wetenschappelijk bureau Monika Sie Dhian Ho: ‘Samsom, Dijsselbloem en Bos zijn met alle respect carrièrepolitici die niet veel hebben met de partij, met de vereniging die de PvdA is.’

Asscher wil nooit meer zonder een andere linkse partij in ‘een rechts kabinet’ zitten

Oude rekeningen

Zo worden en passant enkele oude rekeningen vereffend in het boek van Boom. Aan Lodewijk Asscher, de nieuwe partijleider die vandaag het eerste exemplaar in ontvangst neemt, de taak om het allemaal goed te maken. Hij toont in het boek zelfkritiek over zijn rol in het kabinet-Rutte II (‘dat het anders had gemoeten is volstrekt evident’) en hij wil nooit meer zonder een andere linkse partij in ‘een rechts kabinet’ zitten.

Een terugkeer naar oude glorie zit er volgens Asscher niet snel in – ‘de tijd van de grote partijen is voorbij’ – maar er blijft volgens hem een rol weggelegd voor de PvdA. ‘Het is mijn taak om de PvdA een nieuwe plek te geven. Wat die plek ook is.’

Betrokkenen over de nederlaag en Rutte II

Kabinetsformatiegesprek met informateurs Kamp en Bos, Rutte en Blok (VVD) en Samsom en Dijsselbloem (PvdA). © Maarten Hartman / Hollandse Hoogte

Ik mag graag zeggen dat dit het kabinet-Bos was. Omdat hij de founding father is van dit regeerakkoord, omdat het regeerakkoord zo’n dwangbuis is geweest voor de bewindslieden, omdat hij zo dicht bij Samsom en Dijsselbloem staat en omdat ook Asscher zich blijft oriënteren op Bos.

Monika Sie Dhian Ho, ex-directeur van het wetenschappelijk bureau, over informateur Bos

Op de ledenraad na de Kamerverkiezingen concludeerden jullie, journalisten, zogenaamd grootmoedig maar gniffelend dat het zo goed was dat de PvdA die bijeenkomst hield. Neeeeee! Het was One Flew Over the Cuckoo’s Nest wat daar gebeurde.

Diederik Samsom over de PvdA-ledenraad na de verkiezingsnederlaag

Zijn hoge denk- en werktempo, zijn drive, maken het voor Samsom heel lastig mensen mee te nemen, om met zijn rug tegen een stoel te gaan zitten en gewoon eens te luisteren naar anderen.

Angelien Eijsink, ex-PvdA-Kamerlid

Het coördinatieoverleg van de vier heren was gericht op alles wegduwen wat vraagtekens zette bij wat er gebeurde.

Agnes Jongerius, PvdA-europarlementariër over het vierkoppige leiderschap van Samsom, Dijsselbloem, Asscher en Spekman.

We hebben afspraken gemaakt die voor linkse kiezers buitengewoon moeilijk te verteren waren. En ook dingen gedaan die we achteraf misschien niet hadden moeten doen.

Lodewijk Asscher over het regeerakkoord van Rutte II.

Terugblikken en ‘hergroeperen’

Zo gaan de ministers van Rutte II de geschiedenis in
Het langstzittende naoorlogse kabinet stevent op het einde af. Rutte II ging stoïcijns de crisis te lijf, maar wist zichzelf niet geliefd te maken. Hoe gaan de ministers de politieke geschiedenis in? (+)

‘Achteraf gezien had ik keihard op tafel moeten slaan’
In oktober zwaaide Hans Spekman af als voorzitter van de PvdA. Hoe heeft zijn partij het vertrouwen van zo veel kiezers kunnen verspelen? (+)

Hoopvol gestemd PvdA met meer linksere accenten
In een woonwinkelcentrum te Nieuwegein was de PvdA in oktober bijeen om zichzelf te ‘hergroeperen’. ‘Politiek gaat niet over statistieken maar over mensen en geluk.’ De partij hoopt dat de ‘linkse lente’ is begonnen.

Deze politieke memoires zijn de moeite waard

Politieke memoires: Nederland heeft er geen rijke traditie in. De oud-premiers Drees en Den Uyl? Géén memoires. Wim Kok bleef stil na acht jaar premierschap, evenals Jan Peter Balkenende. Recordpremier Ruud Lubbers zegt dat hij al zijn herinneringen twintig jaar geleden als eens heeft opgeschreven maar niet overging tot publicatie. Ergens ligt dus nog een goudmijn te wachten. Deze zijn de moeite waard volgens politieke commentator Raoul du Pré.

©

Volg en lees meer over:  BOEKEN   POLITIEK   PVDA   NEDERLAND

PvdA’ers blikken terug op de moeder aller nederlagen: ‘De patiënt ligt er prima bij, de chirurg is dood’

Partijleider Asscher: terugkeer naar oude glorie zit er niet snel in

VK 07.12.2017 In een nieuwe interviewbundel kijken negentien PvdA’ers terug op de epische verkiezingsnederlaag van hun partij. Wrok en zelfkritiek strijden om voorrang. ‘Elke stap voorwaarts is uitgevent als een totale nederlaag.’

Van 38 zetels terugvallen naar 9 zetels: het hoeft een politicus niet noodzakelijkerwijs nederig te stemmen. In de vandaag verschijnende interviewbundel De neergang van de PvdA van NOS-journalist Wilco Boom krijgt de moeder aller politieke nederlagen soms heroïsche trekjes. De PvdA heeft zich in de ogen van enkele hoofdrolspelers onverschrokken opgeofferd voor het landsbelang. Dan maar de lucht in, anno 2017.

Volgens Wouter Bos gaat Rutte II de geschiedenis in als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’

Zo is ex-informateur Wouter Bos ervan overtuigd dat Rutte II de geschiedenis ingaat als ‘een van de beste kabinetten die we gehad hebben in Nederland’. Ex-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vindt dat er ‘heel veel dingen goed zijn gedaan’ en volgens ex-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans is het overeind houden van de PvdA van secundair belang. ‘Uiteindelijk is er maar één maatstaf: laat je het land beter achter dan je het hebt aangetroffen.’

Ex-partijleider en hoofdarchitect van Rutte II, Diederik Samsom, zit ook op die lijn. In zijn gesprek met Boom omschrijft hij de PvdA als een onzelfzuchtige arts. Samsom: ‘De patiënt, Nederland, ligt er prima bij, die doet het geweldig. Maar de chirurg is dood, hij heeft zichzelf door de pols gesneden. Als ik dan toch moet kiezen met mijn diepcalvinistische inborst: de operatie moet slagen, de patiënt moet beter worden, dus dan de chirurg maar.’

Dankbaarheid

René Cuperus meent dat Samsom ‘totaal geen gevoel had voor de kwetsbaarheid van de sociaal-democratie’

Blijft de vraag waarom de opgeknapte patiënt geen greintje dankbaarheid toonde. De antwoorden die in het boek worden gegeven, lopen nogal uiteen, maar de negentien geïnterviewde PvdA’ers – van kopstukken tot kritische buitenstaanders – constateren wel dat de ideologische bleekheid (‘waar staan we voor in drie heldere zinnen?’) al eerder is opgetreden. Het bezuinigingskabinet-Rutte II zette een turbo op de neergang.

René Cuperus, ex-medewerker van het wetenschappelijk bureau van PvdA en Volkskrant-columnist, prijst ‘op zich’ de moed van Samsom, maar verwijt de ex-partijleider technocratische ‘ingenieurspolitiek’ en meent dat hij ‘totaal geen gevoel had voor de kwetsbaarheid van de sociaal-democratie’. De loodzware hervormingsagenda van Rutte II bleef overeind; de PvdA kreeg ‘een zenuwinzinking’.

Geen geloof meer

Die laatste diagnose is overigens weer van Samsom, die zijn eigen partij in meerdere varianten hekelt als ‘de grootste tegenstander van wat we aan het doen waren’. ‘Wij als club zijn er vier jaar lang in geslaagd werkelijk elke overwinning, elke stap voorwaarts te beleven én uit te venten als een totale nederlaag.’ En: ‘De club die vlak voor de finish z’n leider van de wagen gooit, geeft één duidelijke boodschap aan de kiezer: wij geloven er niet meer in.’

Ook Frans Timmermans klaagt dat kritische PvdA’ers voordurend deden alsof de partij door de coalitie met de VVD was ‘uitgeleverd aan de baarlijke duivel’. ‘Dan moet je niet verbaasd zijn dat de kiezers bij je weglopen.’

Omgekeerd uiten andere PvdA’ers weer harde kritiek op de losgezongen partijtop. Ex-directeur van het wetenschappelijk bureau Monika Sie Dhian Ho: ‘Samsom, Dijsselbloem en Bos zijn met alle respect carrièrepolitici die niet veel hebben met de partij, met de vereniging die de PvdA is.’

Asscher wil nooit meer zonder een andere linkse partij in ‘een rechts kabinet’ zitten

Oude rekeningen

Zo worden en passant enkele oude rekeningen vereffend in het boek van Boom. Aan Lodewijk Asscher, de nieuwe partijleider die vandaag het eerste exemplaar in ontvangst neemt, de taak om het allemaal goed te maken. Hij toont in het boek zelfkritiek over zijn rol in het kabinet-Rutte II (‘dat het anders had gemoeten is volstrekt evident’) en hij wil nooit meer zonder een andere linkse partij in ‘een rechts kabinet’ zitten.

Een terugkeer naar oude glorie zit er volgens Asscher niet snel in – ‘de tijd van de grote partijen is voorbij’ – maar er blijft volgens hem een rol weggelegd voor de PvdA. ‘Het is mijn taak om de PvdA een nieuwe plek te geven. Wat die plek ook is.’

Betrokkenen over de nederlaag en Rutte II

Kabinetsformatiegesprek met informateurs Kamp en Bos, Rutte en Blok (VVD) en Samsom en Dijsselbloem (PvdA). © Maarten Hartman / Hollandse Hoogte

Ik mag graag zeggen dat dit het kabinet-Bos was. Omdat hij de founding father is van dit regeerakkoord, omdat het regeerakkoord zo’n dwangbuis is geweest voor de bewindslieden, omdat hij zo dicht bij Samsom en Dijsselbloem staat en omdat ook Asscher zich blijft oriënteren op Bos.

Monika Sie Dhian Ho, ex-directeur van het wetenschappelijk bureau, over informateur Bos

Op de ledenraad na de Kamerverkiezingen concludeerden jullie, journalisten, zogenaamd grootmoedig maar gniffelend dat het zo goed was dat de PvdA die bijeenkomst hield. Neeeeee! Het was One Flew Over the Cuckoo’s Nest wat daar gebeurde.

Diederik Samsom over de PvdA-ledenraad na de verkiezingsnederlaag

Zijn hoge denk- en werktempo, zijn drive, maken het voor Samsom heel lastig mensen mee te nemen, om met zijn rug tegen een stoel te gaan zitten en gewoon eens te luisteren naar anderen.

Angelien Eijsink, ex-PvdA-Kamerlid

Het coördinatieoverleg van de vier heren was gericht op alles wegduwen wat vraagtekens zette bij wat er gebeurde.

Agnes Jongerius, PvdA-europarlementariër over het vierkoppige leiderschap van Samsom, Dijsselbloem, Asscher en Spekman.

We hebben afspraken gemaakt die voor linkse kiezers buitengewoon moeilijk te verteren waren. En ook dingen gedaan die we achteraf misschien niet hadden moeten doen.

Lodewijk Asscher over het regeerakkoord van Rutte II.

Terugblikken en ‘hergroeperen’

Zo gaan de ministers van Rutte II de geschiedenis in
Het langstzittende naoorlogse kabinet stevent op het einde af. Rutte II ging stoïcijns de crisis te lijf, maar wist zichzelf niet geliefd te maken. Hoe gaan de ministers de politieke geschiedenis in? (+)

‘Achteraf gezien had ik keihard op tafel moeten slaan’
In oktober zwaaide Hans Spekman af als voorzitter van de PvdA. Hoe heeft zijn partij het vertrouwen van zo veel kiezers kunnen verspelen? (+)

Hoopvol gestemd PvdA met meer linksere accenten
In een woonwinkelcentrum te Nieuwegein was de PvdA in oktober bijeen om zichzelf te ‘hergroeperen’. ‘Politiek gaat niet over statistieken maar over mensen en geluk.’ De partij hoopt dat de ‘linkse lente’ is begonnen.

Deze politieke memoires zijn de moeite waard

Politieke memoires: Nederland heeft er geen rijke traditie in. De oud-premiers Drees en Den Uyl? Géén memoires. Wim Kok bleef stil na acht jaar premierschap, evenals Jan Peter Balkenende. Recordpremier Ruud Lubbers zegt dat hij al zijn herinneringen twintig jaar geleden als eens heeft opgeschreven maar niet overging tot publicatie. Ergens ligt dus nog een goudmijn te wachten. Deze zijn de moeite waard volgens politieke commentator Raoul du Pré.

©

Volg en lees meer over:  BOEKEN   POLITIEK   PVDA   NEDERLAND

december 9, 2017 Posted by | 2e kamer, 2e kamerverkiezingen 2017, bezuinigingen, formatie, gemeenteraadsverkiezingen 2018, Paul Depla PvdA, peiling, politiek, PvdA, Rutte 2, verkiezingen, verkiezingen 2017, VVD-PvdA, Zorg | , , , , , , , | 1 reactie

Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 12

AD 12.12.2017

Steekproef

Het AD schreef begin vorige maand dat instellingen ouderen soms extra laten betalen als ze te vaak noodhulp inschakelen na een val. De ‘valboetes’ leidden tot boze vragen in de Tweede Kamer en De Jonge zei toen dat dit soort extra bedragen niet is toegestaan. Hij kondigde een steekproef aan door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA).

Zeker 9 grote thuiszorgclubs werken met een zogeheten valboete: ouderen kunnen een rekening krijgen als ze thuis op de alarmknop drukken vanwege een val. Dat blijkt uit een steekproef onder twintig instellingen van zorgwaakhond NZa in opdracht van minister Hugo de Jonge.

De steekproef is uitgevoerd bij twintig grote thuiszorgaanbieders (met meer dan 3000 patiënten) na berichtgeving in deze krant over instellingen in de regio Dordrecht die cliënten enkele tientjes boete in rekening dreigden te brengen na de derde val waarbij het personenalarmeringssysteem werd ingeschakeld.

Meldpunt 

De meeste mensen zijn zich er niet van bewust dat in de meeste gevallen de verzekeraar dit dient te vergoeden. Je hoeft geen indicatie te hebben, aldus Woordvoerder van de ANBO.

Ouderenbond ANBO Nederland opent vandaag vanwege het onderzoek een meldpunt waar senioren uit het hele land kunnen aankaarten dat ze voor een valpartij hebben moeten betalen. ,,Wij communiceren de uitkomst van de meldactie weer terug naar de NZa en de minister”, aldus Renée de Vries van de ANBO.

AD 06.11.2017

AD 06.11.2017

Aanpak Valboete ouderenzorg eerste aktiepunt Rutte 3

De ‘valboete’ die sommige zorginstellingen ouderen in rekening brengen, leidt tot grote commotie. In Den Haag reageert PVV-leider Geert Wilders op Twitter kort maar furieus: ‘waanzin’. Hij vraagt zich af of Nederland de weg kwijt is. Ouderenbond ANBO, die de noodklok luidt, deelt die mening. Volgens woordvoerster Renée de Vries moeten mensen nooit door geldkwesties ‘geremd worden om hulp te vragen’.

Ook Sharon Dijksma van de PvdA laat via Twitter weten dat ze er de kersverse minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) direct op het matje over gaat roepen. Zij vreest namelijk dat zo’n boete leidt tot ‘zorg mijden’: ouderen zullen zich wel twee keer bedenken om de noodknop te gebruiken als ze er tientjes extra voor moeten betalen.

AD 06.11.2017

AD 06.11.2017

Dokken

Het gaat bij de ‘valboete’ om ouderen die noodknop vaker gebruiken: zij moeten de kosten op een gegeven moment zelf betalen. Zo betalen cliënten van Aafje Thuiszorg na de derde val waarbij het personenalarmeringssysteem wordt ingeschakeld 37,50 euro per incident. En moeten bewoners van het Dordtse De Merwelanden na drie keer vallen of noodoproepen dokken: zij betalen dan voor de tijd dat de verpleegkundige hulp verleent: 49,95 euro per uur.

Preventie

‘Victor Zuidema’ oordeelt dat zorginstellingen in plaats van extra kosten te rekenen gewoon meer aan preventie moeten doen: er bestaan tegenwoordig onder andere cursussen die ouderen leren om beter te bewegen en ‘beter’ te vallen: zodat er minder kans op letsel is.

AD 08.11.2017

AD 08.11.2017

Intrekking maatregel

Thuiszorgorganisatie Aafje past na alle beroering over ‘valboetes’ de contracten aan voor ouderen die geabonneerd zijn op haar personenalarmering. De regel dat mensen na twee noodoproepen per incident of val 37,50 euro moeten afrekenen, wordt definitief in de overeenkomst geschrapt. Dat zegt directeur Ronald Simons.

De maatregel komt na de massale verontwaardiging van afgelopen weekend dat ouderen die noodhulp nodig hebben, dit per keer moeten betalen bij verschillende zorginstellingen in Nederland.

Zorginstellingen laten ouderen soms extra betalen als ze te vaak noodhulp inschakelen na een val.

Reactie minister 

Minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vindt dat zorginstellingen ouderen niet extra mogen laten betalen als die vaker dan drie keer per jaar na een val hun alarmknop indrukken. Hij zei dat na Kamervragen van de PvdA over het artikel in het AD van zaterdag 04.11.2017.

AD 15.11.2017

Problemen bij Melius

Cliënten van Melius Zorg krijgen sinds deze week hulpverlening van een nieuwe aanbieder. Van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moest dat, omdat na onderzoek is gebleken dat de zorg van Melius ver onder de maat is. Middin, dat in regio Haaglanden en Rotterdam actief is, neemt voor onbepaalde tijd de taken over.

AD 16.11.2017

Problemen bij Careyn

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gunt Verpleeghuis Careyn een jaar extra tijd om verbeteringen door te voeren. Careyn heeft 29 verpleeghuizen in Zuid-Holland en Utrecht. Een jaar geleden kreeg Careyn een aanwijzing van de Inspectie. Binnen enkele maanden moesten op meerdere punten verbeteringen zijn aangebracht.

AD 15.11.2017

De geconstateerde tekortkomingen zijn voor een deel administratief van aard. Zo is er niet van elke bewoner een compleet en actueel dossier beschikbaar. Maar het gaat ook om veiligheidsmaatregelen en het opleidingsniveau van het personeel. Mede door personeelstekort wordt regelmatig te weinig of te laag geschoold personeel ingezet.

AD 09.11.2017

AD 09.11.2017

Terugblik

Het verhaal over de Demente moeder van staatssecretaris Van Rijnze blijkt twee weken geleden op 83-jarige leeftijd overleden, zette de discussie over de kwaliteit van onze verpleeghuiszorg landelijk op de kaart. Inmiddels klotst het geld tegen de plinten, maar de personeelstekorten blijven nijpend.

Joop van Rijn (donker jasje) en Ben Oude Nijhuis in november 2014.

Joop van Rijn (donker jasje) en Ben Oude Nijhuis in november 2014.

Op dinsdag 4 november 2014 slaan twee tachtigers in deze krant alarm over de falende zorg aan hun zwaar demente echtgenotes. Joop van Rijn en zijn toenmalige kompaan Ben Oude Nijhuis worden ineens bekende Nederlanders als ze op indringende wijze vertellen over misstanden in de Haagse zorginstelling.

Het maakt diepe indruk in Nederland; de verhalen over hoe hun vrouwen rondlopen in vieze kleding, soms niet op tijd naar het toilet kunnen en het feit dat er meerdere keren per week urenlang geen personeel aanwezig is. Saillant detail: de demente mevrouw Van Rijn is de moeder is van staatssecretaris Martin Van Rijn. Juist hij is dan in het kabinet verantwoordelijk voor langdurige zorg.

Ben Oude Nijhuis trok vorig jaar landelijk de aandacht met zijn klachten over de zorg voor zijn demente vrouw Sjaan. Korte tijd later overleed hij.

Ben Oude Nijhuis trok vorig jaar landelijk de aandacht met zijn klachten over de zorg voor zijn demente vrouw Sjaan. Korte tijd later overleed hij.

Strijdbaar

Ben Oude Nijhuis blijkt het meest strijdbaar. Hij gaat een dag na de krantenpublicatie in het televisieprogramma Pauw het gesprek aan met staatssecretaris Van Rijn, die op dat moment al werkt aan het plan ‘Waardigheid en Trots’ voor liefdevolle ouderenzorg. Twee weken later overlijdt Oude Nijhuis plotseling en hij wordt postuum bekroond met de titel ‘Held van 2014‘.

Niet lang daarna, begin 2015, ligt het plan van Van Rijn er. Er komt een leidraad op het gebied van personeelsinzet, staat er. Zo verplicht Van Rijn de politiek weer te investeren in personeel. Daarna wordt het even rustig, maar het blijkt de stilte voor een nieuwe storm. In de zomer van 2016 barst de bom opnieuw als de staatssecretaris de zorginspectie dwingt de namen bekend te maken van 150 slecht presterende verpleeghuizen.

Hugo Borst met zijn moeder, die aan alzheimer lijdt

Hugo Borst met zijn moeder, die aan alzheimer lijdt

Manifest

Enkele dagen later schrijft AD-columnist Hugo Borst, die zelf een demente moeder in een verpleeghuis heeft, in een open brief aan de staatssecretaris hoe het beter kan. Die brief wordt enkele maanden later weer gevolgd door het manifest Scherp op ouderenzorg, met daarin tien voorwaarden om ,,goede zorg voor alle kwetsbare ouderen in verpleegtehuizen te waarborgen”. Stel vast hoeveel zorgpersoneel nodig is om complete zorg te leveren en pas het budget aan aan die norm, klinkt het. In de aanloop naar de verkiezingen omarmt de Tweede Kamer het manifest.

AD 01.02.2018

Prijskaartje van minstens 2,1 miljard euro in 2021

Als die personeelsnorm er begin dit jaar eenmaal ligt, blijkt dat aan de nieuwe kwaliteitseisen voor de verpleeghuiszorg een verplicht prijskaartje hangt van minstens 2,1 miljard euro in 2021. De nieuwe coalitiepartners gaan morrend akkoord en de plannen om de verpleegzorg een oppepper te geven kunnen worden uitgerold. Daarnaast schrapt het demissionaire kabinet onder aanvoering van Van Rijn een eerder ingeplande bezuiniging op de langdurige zorg. Zo worden alle rimpels weggestreken.

Bewoners van de Heikant.

Ambitieuze klus

Ondanks de nieuwe zak met geld duurt het nog enkele jaren voordat er genoeg gekwalificeerd personeel is gevonden om de beschikbare centen helemaal aan uit te geven. Een ambitieuze klus, moest de gloednieuwe zorgminister Hugo de Jonge onlangs nog toegeven. Het verpleeghuis is niet populair als werkplek. Ondertussen vergrijst Nederland steeds verder en zullen er dus snel meer ouderen komen die intensieve en dure verpleeghuiszorg nodig hebben.

AD 22.11.2017

Extraatje Rutte 2

Het demissionaire kabinet trok de komende vier jaar 130 miljoen euro extra uit voor de verpleegzorg. Het geld is vooral bedoeld voor een wervingscampagne voor nieuw personeel en voor omscholing.

Het bedrag staat in de Miljoenennota 2018 die, op Prinsjesdag, werd gepresenteerd, Het komt bovenop het extra bedrag dat staatssecretaris Van Rijn eerder al naar buiten bracht: vanaf 2018 jaarlijks 435 miljoen.

Nog meer

Maar er moest nog veel meer geld bij. Alleen al om de zorg in verpleeghuizen op orde te krijgen, zal het kabinet de komende jaren 2,1 miljard extra investeren. Daarnaast geven zorgverzekeraars meer uit aan ouderenzorg dan je op grond van de toename van het aantal senioren mag verwachten. Tussen 2015 en 2017 ging al bijna een miljard extra naar ouderenzorg. In 2018 kan dat oplopen naar 2,5 miljard euro is de verwachting, aldus de doorrekening van Investico.

Verpleegkundigen aan het werk op de intensive care-afdeling.

Verpleegkundigen aan het werk op de intensive care-afdeling.

Stress op de werkvloer

Driekwart van de verpleegkundigen en verzorgenden barst van de stress. Hun tijd wordt opgeslokt door administratie en de gekste taken als rolstoelen reinigen en zout strooien. Dat blijkt uit een peiling onder 17.000 werknemers.

Bekijk ook de actiepagina Oplossingen van de werkvloer

Praat mee over dit onderwerp op Twitter of Facebook.

Rapport; Personeelstekorten zorg oplossingen van de werkvloer

Gelukkig in een verpleeghuis?

Kwaliteit van leven en zorg van ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Op 22 september 2017 verscheen de zusterstudie ‘Gelukkig in het verpleeghuis?’ waarin de door de bewoners ervaren kwaliteit van de zorg en de kwaliteit van het leven in verzorgings- en verpleeghuizen aan bod komt. Hierin komen dus alleen de ouderen die zelf de vragen konden beantwoorden aan het woord.

AD 22.11.2017

Ellende in het Zorghuis

De 21-jarige Rotterdammer die vast zit op verdenking van moord op een bejaarde vrouw in een verpleeghuis in Puttershoek en pogingen tot moord op twee oude vrouwen uit Puttershoek en Rotterdam is Rahiied A. (21). Dat bevestigen meerdere bronnen. Hij werd maandag voorgeleid aan de rechter-commissaris en blijft in voorlopige hechtenis.

Een bekende van de familie zegt ‘stomverbaasd’ te zijn dat A. is aangehouden voor de moord in verpleeghuis ’t Huys te Hoecke in Puttershoek en de twee pogingen tot moord in Puttershoek en Rotterdam. ,,Ik kan het bijna niet geloven. Rahiied is een goede jongen. Hij werkt soms zelfs ’s avonds door om dokter te worden.’’

De politie en het OM kwamen A. op het spoor nadat begin november in verpleeghuis ‘t Huys te Hoecke aan het Zomerplein in Puttershoek een bejaarde bewoonster onwel was geraakt. Tijdens de behandeling in het ziekenhuis ontstond het vermoeden dat haar zonder enige medische noodzaak insuline was toegediend. Daardoor daalde haar suikerspiegel, kregen vitale organen als het hart en de hersenen geen energie meer.

Vermoedelijk heeft A. dat na zijn aanhouding van afgelopen vrijdag zelf verklaard, want het stoffelijk overschot van de vrouw is maandag opgegraven op begraafplaats De Essenhof in Puttershoek voor toxicologisch onderzoek bij het NFI. De Rotterdammer wordt daarnaast door het OM verweten een bejaarde vrouw uit Rotterdam in een verpleegtehuis in Rotterdam met insuline te willen vermoorden.

A. werkte behalve bij Zorgwaard ook als inhuurkracht voor de Rotterdamse zorginstellingen Humanitas en Laurens. Die laatste heeft, net als Zorgwaard, besloten de omstandigheden te onderzoeken waaronder A. zou hebben toegeslagen. ,,Omdat het voor ons van groot belang is om te weten hoe dit heeft kunnen gebeuren’’, zegt directeur Nico de Pijper van Zorgwaard.

Wachttijden GGZ

2015-2016_Factsheet Ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Zorg in de laatste jaren 2000-2008

Omslag voor recensies

Oudere thuisbewoners_drukker

Ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen_2015-2016 Definitief

Ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen 2015-2016- omslag voor recensies

Lees ook: Het zuur van Rutte III zit vooral in de zorg NOS 10.10.2017

Dit is wat je moet weten over het regeerakkoord

Verpleegkundigen slaan alarm om werkdruk: zo gaat het niet langer NOS 09.10.2017

LEES OOK: Zorgen over de zorg: ‘Een zak geld is niet de oplossing voor betere ouderenzorg’

Dossier Zorgen over de zorg OmroepWest

zie ook: Het Kabinet met de aangepaste Zorgwet

zie ook: Vérian 

zie ook: Zorg 2017

lees: kamerbrief-over-waardigheid-en-trots-aanpak-vernieuwing-verpleeghuiszorg

lees: eindrapportage-toezicht-igz-op-150-verpleegzorginstellingen

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 11

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 10

zie ook: Meer geld vanwege gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 9

zie ook: Manifest gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 8

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 7

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 6

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 5

zie ook: TSN / Vérian – Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 4

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 4

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 3

zie ook: Gedonder in de Zorg door bezuinigingen – deel 2

zie ook: Gedonder in de Haagse Zorg door bezuinigingen – deel 1

Inspectie spit door medische dossiers Careyn

AD 05.04.2018 De Inspectie voor de Gezondheidszorg licht komende weken de medische dossiers van Careyn door. De zorgwaakhond gaf de verpleeghuisinstelling, met vestigingen in Utrecht en Zuid-Holland het afgelopen jaar een laatste waarschuwing om de dossiers op orde te brengen.

De inspectie constateerde in afgelopen jaren dat in alle bezochte verpleeghuizen van Careyn de dossiers niet actueel of compleet waren. In deze documenten behoren gegevens over de medicijnen van de cliënt te staan, maar ook diens voorgeschiedenis en dagelijkse rapportages.

Careyn, dat dertig verpleeghuizen heeft in de provincies Utrecht en Zuid-Holland, krijgt al drie jaar lang waarschuwingen van de inspectie en werd eind 2016 onder curatele gesteld. Deze zogenoemde aanwijzing werd afgelopen najaar opnieuw met een jaar verlengd.

Cowboys

SP en PVV pleitten vandaag tijdens een Kamerdebat voor het opknippen van de organisatie in meerdere onafhankelijke stichtingen. Careyn zou een onbestuurbare ‘zorgmoloch’ zijn geworden. ,,In vele debatten die over Careyn zijn gevoerd komt een duidelijk beeld naar voren. Grootheidswaanzin, dikbetaalde bestuurders, overnames en ga zo maar door. Careyn past daarmee in het rijtje van Meavita, Vestia en Inholland. Organisaties met een belangrijke publieke taak die volledig zijn verziekt en verpest door marktdenken en commerciële cowboys”, zei SP’er Maarten Hijink.

Volgens minister Hugo de Jonge (Zorg) is opsplitsen van één van Nederlands grootste zorginstellingen voorlopig niet aan de orde. ,,Ik sluit niet uit dat opknippen een denkbaar scenario is in toekomst. Maar ik zie nu de grond niet.” Volgens De Jonge heeft Careyn in de afgelopen anderhalf jaar belangrijke verbeterstappen gezet door bijvoorbeeld de kraamzorgtak af te stoten en zich meer te richten op de ouderenzorg. Ook zou de veiligheid in de verpleeghuizen zijn vergroot en zijn er allerlei na- en bijscholingscursussen opgezet voor medewerkers.

Careyn heeft tot 7 november om ook aan de tweede en laatste deadline van de inspectie te voldoen: dan moet de zorginstelling de zorg, financiën én het bestuur op de rit hebben. Op wat er gebeurt als die deadline niet gehaald wordt, wilde de minister niet op vooruitlopen.

Wachten

De Jonge benadrukte dat de circa tweeduizend ouderen in de verpleeghuizen geen acuut gevaar lopen. Op de vraag van D66 hoe het met de reguliere zorg gesteld is – ‘zou je je vader of moeder hier willen onderbrengen’- gaf hij ook geen antwoord. ,,Ik doe geen quick en dirty schets”, zei hij. De Jonge wacht eerst op het eindoordeel van de Inspectie.

PvdA-kamerlid Sharon Dijksma voorspelde nu al een heftig Kamerdebat, mocht volgende maand blijken dat de dossiers nog altijd niet op orde zijn. Ze vindt dat de inspectie haar geloofwaardigheid heeft verloren door ‘keer op keer de deadline uit te stellen’ en niet duidelijk te stellen wat de consequenties zijn van een mogelijk negatief eindoordeel.

Kamer kan nog hogere rekening voor betere verpleeghuizen niet stoppen

AD 15.02.2018 Mocht er later dit jaar meer geld voor de verpleeghuiszorg nodig blijken dan de 2,1 miljard die het kabinet nu heeft gereserveerd, dan kan de Tweede Kamer daar nog geen veto over uitspreken. Een nieuwe wet die zo’n ‘noodremprocedure’ moet regelen zal op z’n vroegst halverwege 2019 ingaan.

,,Er lopen twee verschillende trajecten die elkaar niet doorkruisen in de volgorde van de tijd”, zei zorgminister Hugo de Jonge vanmorgen cryptisch tijdens een debat. Hij doelt op het vaststellen van een definitieve norm voor goede verpleeghuiszorg en daarna pas de invoering van een nieuwe wet. Die regelt dat de Tweede Kamer aan de noodrem kan trekken als nieuwe kwaliteitsnormen in de zorg straks te duur blijken.

Begin vorig jaar legde het Zorginstituut – dat kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg toetst – vast dat er 2,1 miljard nodig was om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg op te krikken, vooral via een extra personeelsnorm. Tot verrassing van de politiek bleek het bedrag plotseling wettelijk bindend. Het ging hier nog om voorlopige afspraken, maar er wordt de komende tijd hard gewerkt aan een definitieve norm.

Ander prijskaartje

Ik vraag me af of het prijskaartje omlaag gaat, aldus Hugo de Jonge, minister.

Daarbij worden landelijk afspraken vastgelegd, die rekening houden met specifieke zaken als de samenstelling van de bewoners in een verpleeghuis en de plek waar de instelling staat. Het kan zijn dat de definitieve norm een ander prijskaartje krijgt, dat hoger of lager uitpakt dan de 2,1 miljard euro die nu is gereserveerd. Een eventueel hoger bedrag moet de politiek wederom ophoesten, aldus De Jonge.

,,Ik vraag me af of het prijskaartje omlaag gaat”, zei de minister vanmorgen op vragen van Kamerleden over de onrust in de zorgwereld over een eventuele kleinere zak geld. Volgens de bewindsman op Volksgezondheid zal blijken dat het gereserveerde geld hard nodig is.

Hij reageerde daarmee op berichtgeving in de Volkskrant dat een deel van de toegezegde investering in verpleeghuiszorg op losse schroeven zou staan. Ingewijden verwachten volgens de krant dat het kabinet een deel van die investering terugdraait.

Gewaagde stelling

De Jonge: ,,Ik vind het nogal gewaagde stelling, die zou ik zelf niet voor mijn rekening willen nemen. Want: hoe ziet een definitieve norm er uit en hoe groot is de toekomstige volumestijging qua ouderen die verpleeghuiszorg nodig hebben? Niemand weet het nog.”

  >Edwin van der Aa@edwinvanderaa76

Nou het enthousiasme druipt ervan af bij coalitiepartijen om koste wat kost vast te houden aan beloofde 2,1 mrd voor verpleeghuizen.

#cynischetweet #aoouderenzorg   11:06 AM – Feb 15, 2018 · The Hague, The Netherlands

Kamer moet laatste woord krijgen grote uitgaven 

NU 10.02.2018 De Tweede Kamer moet in de toekomst weer het laatste woord krijgen over grote uitgaven zoals de 2,1 miljard euro die naar de verpleeghuizen moet. Het kabinet werkt aan een wetswijziging die het in de zomer aan de Kamer hoopt voor te leggen.

Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge reageerde zaterdag op een artikel uit de Volkskrant, die op basis van coalitiebronnen schrijft dat het bedrag voor de verpleeghuizen wel eens lager kan uitvallen.

Het Zorginstituut stelde begin vorig jaar kwaliteitsnormen op, die 2,1 miljard euro zouden kosten als ze worden ingevoerd. De Tweede Kamer kwam er tot verrassing van velen achter dat ze hier weinig meer aan kon doen.

“Als het om zulke grote bedragen gaat die het gevolg zijn van het (opnieuw) vaststellen van kwaliteitskaders, dan is het best wel weer vreemd dat de omvang van het budget niet meer politiek ‘bediscussieerbaar’ is”, schrijft De Jonge over de 2,1 miljard euro. Hoe de wetswijziging er precies uit komt te zien kan het ministerie nog niet zeggen.

Normen

Omdat niet ieder persoon in een verpleeghuis dezelfde of even veel zorg nodig heeft, worden de normen die het Zorginstituut heeft opgesteld nog ‘contextgebonden’ gemaakt. Dat moet eind 2018 klaar zijn.

Of dat betekent dat er minder geld naar de verpleeghuizen hoeft te gaan laat De Jonge in het midden. “Deze contextgebonden normen kunnen in theorie hoger of lager uitvallen dan de bestaande tijdelijke normen”, schrijft hij op Facebook. “Maar er is geen aanleiding om nu te veronderstellen dat het gereserveerde bedrag van 2,1 miljard omlaag kan.”

Zie ook: Uitgave deel extra geld voor zorg in verpleeghuizen mogelijk teruggedraaid

Lees meer over: Zorg Verpleeghuizen

Uitgave deel extra geld voor zorg in verpleeghuizen mogelijk teruggedraaid 

NU 10.02.2018 Door nieuwe kwaliteitseisen in verpleeghuizen wordt mogelijk een deel van de 2,1 miljard euro aan investeringen teruggedraaid. Dat komt door nieuwe normen voor de personeelsbezetting die eind dit jaar moeten gaan gelden.

Uit documenten die de Volkskrant kreeg door een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) blijkt dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid dit niet hebben zien aankomen.

De Volkskrant schrijft dat nieuwe personeelsnormen ten grondslag liggen aan de mogelijke vermindering van de investering. Met de nieuwe normen zouden de kosten minder hoog uitvallen. Daarom is de verwachting dat het kabinet een deel van de 2,1 miljard investering intrekt.

Eind 2018 moeten de nieuwe personeelsnormen rond zijn. Daarover beslissen onafhankelijke ambtelijke instanties en dus niet de Tweede Kamer.

Oud-PvdA-staatssecretaris Martin van Rijn maakte zich destijds hard voor de extra miljardeninvestering. Van Rijn dwong de extra investeringen destijds af, mede onder invloed van het zorgmanifest van Hugo Borst en Caren Gaemers.

Lees meer over: Zorg Verpleeghuizen

Miljarden voor verpleeghuizen ter discussie

Telegraaf 10.02.2018 Het mes gaat mogelijk in de miljarden voor de verpleeghuiszorg. Uit nieuwe berekeningen zou namelijk blijken dat de instellingen misschien met minder geld toe kunnen.

De Volkskrant maakt dat op uit documenten die de krant verkreeg via een Wob-verzoek.

Vorig jaar ontstond ophef omdat er opeens veel meer geld nodig bleek voor verpleeghuizen dan de politiek had gedacht. Het Zorginstituut becijferde dat er jaarlijks 2,1 miljard euro voor nodig is.

Uit documenten blijkt dat het ministerie van Volksgezondheid en andere ambtelijke organisaties waarschijnlijk gaan werken met nieuwe berekeningen (personeelsnormen) waardoor de investering misschien een stuk lager uitvalt.

Het ministerie van Volksgezondheid zegt in een reactie dat er nog niets te zeggen valt over het benodigde geld. Een woordvoerder benadrukt dat de overheid er ook niks meer over te zeggen heeft, wel de sector en het Zorginstituut.

Dat het Rijk de zeggenschap over het verpleeghuisgeld uit handen is gekomen komt door voormalig staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid). Het kwam hem op veel kritiek te staan, maar politieke partijen hebben het zelf door onoplettendheid laten gebeuren.

Dat er een nieuwe personeelsnorm komt voor de verpleeghuiszorg, stond volgens het ministerie al vast. Aanvankelijk was het idee dat per acht bewoners minimaal twee zorgverleners paraat moesten staan. De sector zelf was kritisch over deze nogal algemene norm. Hoeveel personeel nodig is, is namelijk van meerdere factoren afhankelijk. Momenteel wordt vooral gekeken naar hoeveel handen er aan het bed moeten zijn voor ’intensieve zorgmomenten’.

Volgens het ministerie is het op peil brengen van de kwaliteit in de verpleeghuizen leidend. „Met hoeveel geld dat gemoeid gaat, weten we nog niet. Het kan hoger uitpakken, maar ook lager.”

De verpleeghuizen hebben het zwaar. Er is een ernstig personeelstekort, waardoor de kwaliteit in veel van de instellingen te wensen over laat.

De ‘2,1 miljard van Van Rijn’ staan ter discussie: kabinet wil minder extra geld voor verpleeghuizen

VK 10.02.2018 De investering van 2,1 miljard euro extra om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren, in de vorige kabinetsperiode afgedwongen door toenmalig PvdA-staatssecretaris Van Rijn, staat op losse schroeven. Ingewijden verwachten dat het kabinet een deel van die investering terugdraait.

Dit blijkt uit een reconstructie van de Volkskrant. De mogelijke inperking van de miljardeninvestering hangt samen met nieuwe normen die momenteel worden ontwikkeld voor de noodzakelijke personeelsbezetting, de zogenoemde ‘contextgebonden personeelsnormen’. Een goed ingevoerde coalitiebron gaat ervan uit dat de kosten door de nieuwe normen minder hoog uitvallen dan de nu begrote 2,1 miljard. Ook een woordvoerder van het onafhankelijk Zorginstituut spreekt die verwachting uit.

Onvermijdelijk

De personeelsnormen moeten eind 2018 klaar zijn. De Tweede Kamer staat bij die beslissing aan de kant, omdat een groot deel van de politieke zeggenschap is uitbesteed aan onafhankelijke ambtelijke instanties. Dat was ook de reden dat Van Rijn in de nadagen van het kabinet-Rutte II er onverwacht in slaagde 2,1 miljard extra binnen te slepen voor de verpleeghuizen, terwijl coalitiegenoot VVD daar nooit iets voor had gevoeld.

De miljardenuitgave was onvermijdelijk geworden nadat Van Rijn met instemming van de Tweede Kamer het onafhankelijke Zorginstituut had ingeschakeld om nieuwe kwaliteitseisen op te leggen aan verpleeghuizen. De politiek had daar tot verrassing van nagenoeg de hele Tweede Kamer niets meer over te zeggen.

Alsnog omlaag

Hugo Borst en Caren Gaemers reageerden destijds verheugd op die grote investering

Uit de interne documenten die de Volkskrant via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur in handen kreeg, blijkt dat zelfs de betrokken ambtenaren bij het ministerie van Volksgezondheid (VWS) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de consequentie van de eigen zorgwetgeving niet doorzagen. Ook zij gingen ervan uit dat de politiek zelf kon beslissen over de hoogte van de investering.

Er is ook nog lang gesteggeld over de berekening van de kosten. Uiteindelijk werd het prijskaartje 2,1 miljard.

Activisten als Hugo Borst en Caren Gaemers, die langdurig lobbyden voor betere verpleeghuiszorg, reageerden destijds verheugd op die grote investering, maar de kans bestaat dus dat het bedrag alsnog omlaag gaat. De NZa moet opnieuw gaan rekenen hoeveel geld er nodig is voor de nieuwe normen.

Kritiek

In de coalitie is de investering van 2,1 miljard allerminst onomstreden. CDA, D66 en ChristenUnie trokken in hun verkiezingsprogramma’s ‘slechts’ 300- tot 600 miljoen extra uit voor de verpleeghuizen. Ze zijn nu gedwongen veel meer te doen.

Ook in het medische circuit klinkt al langer kritiek, omdat er nu onevenredig veel geld zou gaan naar een zorgsector die slechts zo’n 6 procent van de ouderen bedient. Het is volgens die critici logischer om meer te investeren in wijkverpleging en thuiszorg, waar veel meer ouderen gebruik van maken.

Het Wob-verzoek is uitgevoerd door Marlies de Brouwer.

Er kunnen honderd miljoenen van de zorg afgaan;

Miljarden euro’s voor de verpleeghuiszorg, maar wie bepaalt waar het terechtkomt?
Geld erbij en eraf voor verpleeghuiszorg. (+)

Volg en lees meer over:  GEZONDHEID   NEDERLAND   GEZONDHEIDSZORG   ECONOMIE

ZORG;

 BEKIJK HELE LIJST

Extra miljarden voor verpleeghuizen ter discussie

AD 10.02.2018 Door nieuwe kwaliteitseisen in verpleeghuizen wordt mogelijk een deel van de 2,1 miljard euro aan investeringen teruggedraaid, dat meldt De Volkskrant. Het kostenplaatje zou door nieuwe personeelsnormen lager zijn dan de begrote miljarden. Minister Hugo de Jonge reageert dat de 2,1 miljard gewoon beschikbaar blijft.

Uit documenten die de Volkskrant kreeg door een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zou blijken dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid niet hebben zien aankomen dat de toezegging van de 2,1 miljard onevenredig is aan het verwachte nieuwe kostenplaatje. De Jonge heeft via Twitter aangegeven dat er ,,nu geen aanleiding is om te veronderstellen dat die kosten anders gaan worden.”

Oud-PvdA-staatssecretaris Martin van Rijn maakte zich aan het eind van de vorige kabinetsperiode hard voor de extra miljardeninvestering, maar bronnen rond de huidige regering denken dat CDA, D66 en ChristenUnie nu een deel van de investeringen willen terugdraaien. Deze drie partijen trokken in hun verkiezingsprogramma’s al aanzienlijk minder geld uit voor zorg in de verpleeghuizen.

   Hugo de Jonge  ✔@hugodejonge

Nee hoor. Het extra geld voor verpleeghuizen staat gewoon klaar om goed besteed te worden. De 2,1 miljard extra was de uitkomst van de berekening van de kosten van het nieuwe kwaliteitskader. Nu geen aanleiding om te veronderstellen dat die kosten anders gaan worden. https://twitter.com/volkskrant/status/962219582369906689 …

9:49 AM – Feb 10, 2018

Onafhankelijk

Oud-Staatssecretaris Martin van Rijn, Hugo Borst en Carin Gaemers. © anp

Hoe de nieuwe normen voor personeelsbezetting eruit komen te zien, is op dit moment nog onbekend. De personeelsnormen moeten eind 2018 ingaan. Overigens heeft de politiek weinig invloed op de vorm: het zijn vooral onafhankelijke ambtelijke organisaties die deze autoriteit hebben.

Van Rijn dwong de extra investeringen destijds af, mede dankzij de invloed van het zorgmanifest van Hugo Borst en Caren Gaemers. Borst en Gaemers en overheidsorganisatie Zorginstituut Nederland pleiten voor minstens twee professionele zorgverleners per groep van zes tot acht bewoners in alle verpleeghuizen.

Mede door het activisme van Borst en Gaemers kwam de aandacht voor ouderenzorg hoog op de politieke agenda te staan. De aankondiging van de 2,1 miljard euro werd destijds gezien als een grote overwinning. Het vervolgens lange wachten op geld leidde tot de oproep om te ‘stoppen met nare politieke spelletjes’.

Borst en Gaemers reageerden in september vorig jaar, een jaar na de publicatie van het manifest op de stand van zaken. Bekijk hieronder hoe zij vinden dat de 2,1 miljard euro zou moeten worden besteed. Toen was er ergernis over de commotie in de Tweede Kamer. Gaemers toen: ,,Het is heel raar dat er nu ineens over die 2,1 miljard wordt gevallen.”

 

Minister draait slecht lopende verpleeghuizen de duimschroeven aan

AD 09.02.2018 De extra zak geld die verpleeghuizen krijgen om te investeren in voldoende opgeleid personeel én betere kwaliteit van zorg, moet daarvoor ook worden gebruikt. Als er centen overblijven, kunnen die vanaf komend jaar worden teruggevorderd.

Daarvoor waarschuwt zorgminister Hugo de Jonge vanavond in een brief aan de Tweede Kamer over de kwaliteit van verpleeghuizen. ,,Dit stimuleert dat de verpleeghuizen zoveel mogelijk vaart maken bij het op orde brengen van hun personeelssamenstelling en het verbeteren van hun zorg”, aldus de minister.

Bij het regeerakkoord werd flink wat extra geld geregeld om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg op te krikken. De bedragen lopen de komende jaren geleidelijk op van 435 miljoen euro in 2018 tot 2,1 miljard euro op vaste basis.

Het is de bedoeling dat er jaarlijks zo’n tienduizend zorgmedewerkers (7.000 fte) bij komen. De zak geld voor verpleeghuizen wordt verdeeld op basis van de best presterende instellingen. Minder goed presterende instellingen zullen dus een tandje bij moeten zetten en efficiënter moeten gaan werken, stelt De Jonge.

Instellingen die ver­pleeg­huis­zorg leveren, staan de komende jaren voor een aanzienlijke opgave. De kwaliteit van de zorg moet zichtbaar en merkbaar beter, aldus Minister De Jonge.

,,Instellingen die verpleeghuiszorg leveren, staan de komende jaren voor een aanzienlijke opgave. De kwaliteit van de zorg moet zichtbaar en merkbaar beter. Op alle locaties waar verpleeghuiszorg wordt geleverd, moeten concrete stappen worden gezet om de zorg en aandacht voor kwetsbare ouderen op het niveau te brengen.”

De minister reageerde vanavond ook nog op een bericht, eerder deze week, van Actiz (de brancheorganisatie van zorgondernemers).  Die club meldde dat er jaarlijks 322.000 ouderen onnodig in een ziekenhuisbed belanden na een bezoek aan de spoedeisende hulp (SEH).

Aannames onjuist

Volgens De Jonge wordt gebruik gemaakt van cijfers uit 2015 en 2016, waardoor de extra investeringen die het ministerie sindsdien gedaan heeft op de eerstelijnszorg (behandeling door de huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige, red.) nog niet meegenomen zijn in het beeld. En: ,,Een aantal andere aannames in dit onderzoek is onjuist.”

De Jonge zegt wel: ,,Het signaal dat er een toenemende drukte op de SEH is die wellicht voorkomen zou kunnen worden door zorg op de juiste plek te leveren, herken ik en geef ik ook alle aandacht.”

Verscherpt toezicht zorginstelling opgeheven

Telegraaf 15.01.2018 De Inspectie Gezondheidszorg heeft het verscherpt toezicht op Ons Thuis in Beverwijk opgeheven. Het tehuis, dat 24 uurszorg biedt aan mensen met een psychogeriatrische aandoening, heeft zijn zaken weer voldoende op orde.

De inspectie constateerde eerder problemen met cliëntdossiers, medicatieveiligheid en vrijheidsbeperking van bewoners. Precies een jaar geleden werd besloten tot verscherpt toezicht, maar dat is dus nu niet meer nodig.

BEKIJK OOK:

Verscherpt toezicht op verpleeghuis Beverwijk

’Nog te weinig wachtlijstbemiddeling’

Telegraaf 15.01.2018  Zorgverzekeraars en zorgkantoren helpen hun verzekerden nog te weinig op weg naar een andere zorgaanbieder als deze cliënten te lang moeten wachten op hulp. Veel mensen weten ook niet dat ze om dergelijke bemiddeling kunnen vragen.

Dat zegt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in een rapportage over de aanpak van wachttijden. Ziekenhuizen moeten melden hoelang hun wachttijd is en duidelijk maken dat er met de verzekeraar over andere mogelijkheden kan worden gesproken. De verzekeraars zetten de mogelijkheden meestal ook wel op hun sites, maar toch zijn veel patiënten dus niet op de hoogte. Niet iedereen wil overigens naar een andere aanbieder.

Ook is er gebrek aan inzicht in de wachttijden en oorzaken hiervan, zo blijkt uit de rapportage, waardoor het lastig is het lange wachten aan te pakken. Er wordt veelal te weinig samengewerkt tussen zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieders om de wachtlijsten korter te krijgen.

‘Verzekeraars kunnen meer doen tegen wachtlijsten ggz’

NOS 15.01.2018 Verzekeraars en instellingen moeten meer daadkracht aan de dag leggen om de lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) terug te dringen. Dat maakt de Zorgautoriteit duidelijk in een rapport over wachttijden in de zorg dat naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De NZa coördineert de pogingen om wachtlijsten af te bouwen. Afgelopen zomer sprak toenmalig minister Schippers met de sector af dat die uiterlijk 1 juli 2018 weer binnen de normen zouden zijn. Maar dat wordt “een grote uitdaging”, waarschuwde de Zorgautoriteit al eind december.

Wat verzekeraars kunnen en zelfs moeten doen als een patiënt dat wil, is bemiddelen en doorverwijzen naar een andere aanbieder die wel op tijd plek heeft. Ook de zorginstellingen zelf kunnen meer actie ondernemen; onder andere door tijdig aan de bel te trekken bij zorgverzekeraars en gemeenten als er lange wachttijden dreigen te ontstaan.

Trauma

De wachttijden in de ggz overschrijden al langere tijd de normen. Vooral patiënten met autisme, persoonlijkheidsstoornissen, trauma en een licht verstandelijke beperking in combinatie met ggz-problemen hebben daar last van.

De NZa noemt het onacceptabel dat mensen te lang moeten wachten op noodzakelijke zorg waar zij recht op hebben. “Dit kan leiden tot een verslechtering van de gezondheidssituatie en daardoor tot een nog grotere zorgvraag”, waarschuwt de Zorgautoriteit.

Meldpunt

Patiënten op een lange wachtlijst kunnen terecht bij een meldpunt van de NZa. De Zorgautoriteit kijkt dan wat er het beste kan gebeuren. De afgelopen tijd hebben zo’n honderd mensen contact opgenomen met het meldpunt. In sommige gevallen is het gelukt om snellere zorg te regelen, maar niet altijd.

“Dat onderstreept de urgentie van de wachttijden in de ggz”, aldus de NZa. “Dat gevoel van urgentie wordt breed gedeeld door zorgverzekeraars. Tegelijkertijd zien we dat niet elke verzekeraar alle mogelijkheden benut om de wachttijden aan te pakken. Wij roepen daarom alle zorgverzekeraars op om extra stappen te zetten en initiatieven te nemen.” Dat zou samen met de instellingen moeten gebeuren.

Vacatures

Er zijn volgens het beschikbare onderzoek veel verschillende oorzaken voor de lange wachtlijsten in de ggz. Eén daarvan is een tekort aan beschikbaar personeel. Zo waren er eind december 663 openstaande vacatures voor psychiaters.

Overigens zijn er in de gezondheidszorg ook op andere terreinen hardnekkige lange wachtlijsten. De NZa houdt zich daarom ook bezig met wachtlijsten bij medische specialismen zoals oogzorg, wijkverpleging, langdurige zorg en ambulancevervoer.

BEKIJK OOK;

Rapport van de NZa over wachttijden in de zorg

Wachtlijsten ggz moeten binnen jaar verdwijnen

Gezocht in het hele land: 663 psychiaters (m/v)

 

Patiënten wachten soms onnodig door slechte wacht­lijst­be­mid­de­ling

AD 15.01.2018 Zorgverzekeraars en zorgkantoren helpen hun verzekerden nog te weinig op weg naar een andere zorgaanbieder als deze cliënten te lang moeten wachten op hulp. Veel mensen weten ook niet dat ze om dergelijke bemiddeling kunnen vragen.

Dat zegt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in een rapportage over de aanpak van wachttijden. Ziekenhuizen moeten melden hoelang hun wachttijd is en duidelijk maken dat er met de verzekeraar over andere mogelijkheden kan worden gesproken. De verzekeraars zetten de mogelijkheden meestal ook wel op hun sites, maar toch zijn veel patiënten dus niet op de hoogte. Niet iedereen wil overigens naar een andere aanbieder.

Ook is er gebrek aan inzicht in de wachttijden en oorzaken hiervan, zo blijkt uit de rapportage, waardoor het lastig is het lange wachten aan te pakken. Er wordt veelal te weinig samengewerkt tussen zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieders om de wachtlijsten korter te krijgen.

BRANCHE IN GEWEER TEGEN STICHTING THUISHULP ZUTPHEN

BB 08.01.2018 BTN, de branchevereniging voor de thuishulp, roept het college en de gemeenteraad van Zutphen op om af te zien van het oprichten van een gemeentelijke stichting voor de huishoudelijke hulp.

‘Businesscase rammelt’

Door zelf huishoudelijke hulp te gaan aanbieden, zou de gemeente Zutphen volgens BTN grote financiële risico’s nemen. Daarnaast vindt BTN-bestuurssecretaris Maarten Oosterkamp dat de door het gemeentebestuur opgestelde businesscase van alle kanten rammelt, mede omdat er te weinig voor zou zijn begroot en omdat de overheadkosten onvoldoende gedrukt zouden worden.

Tarievenval

Volgens Oosterkamp is het ook niet meer nodig om een stichting op te richten voor de huishoudelijke hulp. De aanleiding voor de eerste plannen die drie jaar geleden werden gemaakt, was het hoge aantal faillissementen en ontslagen in de huishoudelijke hulp. Door de huishoudelijke hulp bij een stichting onder te brengen, wilde de gemeente Zutphen de werkzekerheid van werknemers en de zorgcontinuïteit waarborgen.

Volgens BTN heeft de Algemene Maatregel van Bestuur over de Wmo-tarieven van afgelopen zomer een einde gemaakt aan de tarievenval en beginnen de tarieven weer te langzaam te stijgen.

Schadeclaim

‘De gemeente zou door zo’n stichting in het leven te roepen ook het bestaansrecht van de zorgaanbieders ontkennen’, vindt Oosterkamp. ‘Als de oprichting doorgaat, is er eigenlijk sprake van een vijandige overname.’ Volgens Oosterkamp is het waarschijnlijk dat de zes aanbieders die in Zutphen actief zijn een schadeclaim indienen als zij door de stichting inkomsten gaan mislopen. ‘Die schadeclaim zal al snel een paar miljoen euro bedragen terwijl het college volgens het huidige plan acht ton heeft uitgetrokken voor de stichting.’

Stemming uitgesteld

Aanvankelijk moest het voorstel om tot het oprichten van een stichting over te gaan op 15 januari in stemming worden gebracht in de gemeenteraad. Het college verzocht echter om dit van de agenda te schrappen omdat er intern onenigheid over het voorstel was ontstaan. Coalitiepartijen VVD en Burgerbelang plaatsen vraagtekens bij de gevolgen van het voorstel en het draagvlak daarvoor. Wethouder Patricia Withagen (zorg, GroenLinks) wil nog niet reageren op de kritiek van BTN: ‘We zitten nog middenin het proces van besluitvorming, dus we kunnen er op dit moment niet dieper op ingaan.’

GERELATEERDE ARTIKELEN;

GGZ-instelling krijgt strenge waarschuwing

OmroepWest 08.01.2018 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft Psycho Informa Instellingen B.V. op de vingers getikt. De organisatie met locaties in onder andere Den Haag en Schoonhoven moet binnen drie maanden orde op zaken stellen anders volgen harde maatregelen.

De zorginstelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulp, treuzelt volgens de inspectie te lang met het aanpakken van tekortkomingen op de terreinen bestuur, personeel en dossiers. De inspectie heeft ‘er geen vertrouwen in’ dat Psycho Informa uit zichzelf voldoende zal verbeteren.

De organisatie stuurt niet goed op de kwaliteit en veiligheid van zorg en jeugdhulp. Medewerkers handelen nogal eens op basis van de eigen professionele opvattingen. Dossiers zijn niet helder en compleet genoeg. Psycho Informa kon op dit moment nog geen commentaar geven.

Honderden cliënten

Psycho Informa heeft naast Den Haag en Schoonhoven nog eens zes vestigingen. In totaal heeft Psycho Informa ongeveer 630 cliënten.

Meer over dit onderwerp: GGZ GEZONDHEIDSZORG ZORG

‘Bezuinigen in de zorg door investeren in voorlichting en aanpak eenzaamheid’

OmroepWest 29.12.2017 De beste bezuiniging in de wijkzorg is investeren. ‘Geef wijkverpleegkundigen de tijd om hun patiënten voor te lichten over zaken als voeding en beweging’, zegt Marjolein Zilverentant uit Voorschoten, voorzitter van de vakgroep Wijkverpleegkunde van de beroepsvereniging VenVN.

De zorg kampt met grote problemen: personeelstekort, geldtekort, tijdtekort en dus zorgtekort. De wijkzorg is daarop geen uitzondering. Maar volgens Marjolein Zilverentant is de oplossing eigenlijk heel simpel: preventie. ‘Laat wijkverpleegkundigen voorlichting geven en laat gemeenten zorgen dat er ontmoetingsplaatsen zijn om iets te doen aan hun eenzaamheid. Want van eenzaamheid word je ziek.’

Marjolein werd in oktober voorzitter van de vakgroep Wijkverpleegkunde van de Vereniging van Verpleegkundigen en Verzorgenden (VenVN). Zij maakt zich sterk voor de wijkverpleegkundigen als poortwachter. ‘Wij komen bij patiënten binnen en kunnen met hen praten over hun eenzaamheid, hoe zij omgaan met hun gezondheid, hun voeding en beweging. Daarmee kun je voorkomen dat zij later nog meer zorg nodig krijgen. En dat kan heel veel geld schelen.’

Meer over dit onderwerp: ZORG BEZUINIGING VENVN

Banen weg bij Sophia Revalidatie door bezuinigingen

OmroepWest 28.12.2017 Zorginstelling Sophia Revalidatie, met verschillende locaties in de regio, gaat de komende tijd reorganiseren en bezuinigen. Hierdoor verliezen dertien medewerkers hun baan. Dat bevestigt de organisatie aan Omroep West.

Naast een bezuiniging staat er ook nog een fusie op de planning. Sophia Revalidatie wil begin 2019 samen gaan met Rijnlands Revalidatie Centrum. Deze instelling heeft locaties in Leiden en Alphen aan den Rijn. De organisaties hopen door de fusie efficiënter te werk te kunnen gaan waardoor ze ‘minder mensen nodig hebben in ondersteunende functies’. Dit zou kunnen leiden tot meer ontslagen.

Sophia Revalidatie geeft aan voor de dertien medewerkers, die nu boventallig zijn verklaard, op zoek te willen gaan naar een nieuwe functie binnen of buiten de organisatie.

LEES OOK: Huisartsenposten Alphen en Leiderdorp waarschijnlijk ’s nachts dicht

Meer over dit onderwerp: BEZUINIGEN SOPHIA REVALIDATIE RIJNLANDS REVALIDATIE CENTRUMFUSIE

Vertrekkend voorzitter Actiz: ‘Extra geld voor verpleeghuizen moet ook naar scholing werknemers’

VK 28.12.2017 Het door het kabinet toegezegde extra geld voor verpleeghuizen moet ook worden gebruikt voor scholing van verplegenden en verzorgenden. Dat is volgens vertrekkend voorzitter Guus van Montfort van Actiz, de brancheorganisatie van de ouderenzorg, de beste manier om de kwaliteit van de verpleegzorg te verbeteren. Die verbetering is ingezet na de ‘wake-up-call’ vorig jaar van de publicatie van een zwarte lijst van ondermaats presterende verpleeghuizen.

Van Montfort vertrekt op 1 januari bij Actiz en wordt opgevolgd door oud-minister Henk Kamp (VVD) van Economische Zaken. Extra deskundigheid van het personeel is volgens Van Montfort onontbeerlijk om goede zorg te kunnen leveren aan de steeds ‘zwaarder’ wordende doelgroep in de verpleeghuizen. Met deze aanbeveling keert de Actizvoorzitter zich tegen de wens van minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid).

Minister De Jonge zei vorige week in de Volkskrant dat hij eist dat extra budget voor de verpleeghuiszorg extra banen oplevert. Tot 2021 komt stapsgewijs 2,1 miljard euro extra beschikbaar om de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen te verbeteren. In 2018 krijgt de verpleeghuiszorg 435 miljoen euro extra. De Jonge wil dat dit besteed wordt aan tienduizend extra banen. Als dat niet lukt, wil hij het extra budget terugvorderen.

Complexe zorg

Die zorg wordt steeds complexer. Dat vergt andere kennis en kunde van het verzorgend personeel, aldus Guus van Montfort van Actiz.

Guus van Montfort. © Simon Lenskens

Volgens Van Montfort stimuleert De Jonge met dit dreigement van terugvorderen niet dat zorgorganisaties investeren in hun werknemers en in technologische vernieuwingen. Dat dit extra budget meteen tot veel extra banen moet leiden, is volgens de sectorvoorzitter niet realistisch. Door scholing van verplegenden en verzorgenden die al in de verpleeghuizen werken, wordt de zorg ook beter, betoogt Van Montfort. ‘Die zorg wordt steeds complexer. Dat vergt andere kennis en kunde van het verzorgend personeel.’

De verpleeghuizen kwamen in 2016 in opspraak door de publicatie van een zogenoemde ‘zwarte lijst’ van instellingen die volgens de inspectie voor de gezondheidszorg de zorg niet op orde hadden. Van de 150 instellingen waarop de inspectie extra toezicht hield, waren er elf waarover zij zich de grootste zorgen maakten. Daar was bijvoorbeeld niet genoeg controle op de veilige verstrekking van medicijnen of was er te weinig voldoende geschoold personeel.

De publicatie van de zwarte lijst bracht veel negatieve publiciteit voor de verpleeghuizen, die het daar moeilijk mee hadden. Maar er kwam ook een beweging uit voort, zegt Van Montfort. ‘De zwarte lijst was een wake-upcall. De ernst van de gezondheidsproblemen van verpleeghuisbewoners is geleidelijk aanzienlijk toegenomen. Maar het deskundigheidsniveau van de medewerkers was niet op alle onderdelen meegegroeid.’

Bewonerswelzijn

Ook kwam er in de ouderenzorg meer aandacht voor het welzijn van de bewoners. ‘Verpleeghuizen zagen door deze lijst in dat er meer verpleegkundigen nodig zijn om zo zorg te kunnen bieden dat het welzijn van bewoners is gegarandeerd. Nu zijn organisaties bezig de deskundigheid van hun medewerkers te bevorderen en meer verpleegkundigen aan te trekken. Daaraan is een groot tekort.’

Duidelijk werd dat zorgorganisaties voor problemen stonden die ze niet alleen konden oplossen, zegt Van Montfort. ‘De kwaliteit van zorg in verpleeghuizen kreeg hierdoor volop de aandacht van de Haagse politiek. Ook de publiciteit van de ervaringsdeskundigen Hugo Borst en Carin Gaemers heeft een essentiële rol gespeeld. Nu de aandacht er is voor de verpleeghuiszorg, verdient de zorg voor mensen thuis volop de aandacht.’

Extra personeel zoeken

Met de vorige verantwoordelijke bewindspersoon in het kabinet, staatssecretaris Martin van Rijn, had de sector al afspraken gemaakt over een bredere scholing van al aanwezig en nieuw personeel, onder wie zijinstromers, zegt Van Montfort. Ook was met Van Rijn al besproken hoe per verpleeghuis het extra geld zou moeten worden besteed voor een optimale verbetering van de zorg, in samenspraak met cliëntenraad en ondernemingsraad. ‘Laat de zorgkantoren waarmee verpleeghuizen contracten sluiten, de plannen toetsen die nu al worden opgesteld. En geen dubbele, overbodige plannen.’

Het vinden van extra personeel is volgens Van Montfort een van de grootste opgaven waarvoor de ouderenzorg staat. ‘De werkloosheid daalt snel. Dan is het per definitie moeilijk mensen te vinden. Daar komt dan ook nog eens scholing bij.’

Hugo de Jonge: ik voel me het meest senang met de handen aan het stuur.

© Aurélie Geurts

‘Eenzaamheid is nu een groot probleem onder ouderen. Dat neemt toe, behalve in Rotterdam. Daar zijn we begonnen met huisbezoeken. Gewoon eropaf, alle deuren langs. Niet dat een bezoekje de eenzaamheid doorbreekt, maar dan blijkt dat extra zorg nodig is of iemand moet komen om samen boodschappen te doen. Natuurlijk, eenzaamheid ziet er overal anders uit, de aanpak in Raalte zal anders zijn. Ik denk vanuit Den Haag een hoop te kunnen stimuleren.

‘Ik wil de toenemende eenzaamheid onder ouderen stoppen, merkbaar en meetbaar. Dat vinden ze hier eng, want stel je voor dat je daarop wordt afgerekend. Het kan gebeuren dat je over een paar jaar moet zeggen: we hebben het niet gehaald. Daar moet je open over zijn. Dan moet je je doel bijstellen of de aanpak wijzigen. Veel erger is het als je geen doelen stelt.’ (+)

Volg en lees meer over:  GEZONDHEID   POLITIEK   NEDERLAND   MENS & MAATSCHAPPIJ   GEZONDHEIDSZORG   PLEEGZORG

Kabinet wil geld verpleeghuiszorg kunnen terugvorderen

NU 18.12.2017 Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de verpleeghuiszorg moet worden uitgegeven aan meer personeel. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil het geld terugvorderen als dat niet gebeurt. Dat zegt hij in een interview in de Volkskrant.

Volgend jaar ontvangt de verpleeghuiszorg 435 miljoen euro extra. “Daarmee kunnen zo’n tienduizend extra mensen aangenomen worden. Als het geld daar niet aan wordt uitgegeven moet het kunnen worden teruggevorderd”, zegt De Jonge. Hij wil dat de contracten met verpleeghuizen worden aangepast, zodat terugvorderen altijd mogelijk is.

Hij noemt 435 miljoen euro “een forse eerste stap”. Het bedrag maakt deel uit van de 2,1 miljard euro die de komende vier jaar extra beschikbaar komt voor verpleeghuizen.

Laatste woord

De minister wil dat de politiek voortaan weer het laatste woord heeft over de budgetten. Den Haag werd dit jaar overvallen door de extra kosten voor verpleeghuiszorg die onverwacht het gevolg waren van de kwaliteitseisen die het Zorginstituut heeft vastgesteld. “Het is logisch dat er een politieke weging wordt gemaakt op het moment dat zo’n bedrag wordt uitgegeven”, aldus De Jonge. “Wetswijziging lijkt me logisch.”

Lees meer over: Verpleeghuizen Gezondheidszorg

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil het extra geld voor de verpleeghuiszorg uitgeven aan meer personeel. Ⓒ ANP

Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de verpleeghuiszorg moet worden uitgegeven aan meer personeel.

Telegraaf 18.12.2017 Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de verpleeghuiszorg moet worden uitgegeven aan meer personeel. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil het geld terugvorderen als dat niet gebeurt.

Dat zegt hij in een interview in de Volkskrant. In een eerder interview met de Telegraaf zei De Jonge ook al dat hij vindt dat de politiek in de toekomst weer over het vaststellen van het budget voor verpleeghuizen moet gaan. Hij wil voorkomen dat de 2,1 miljard euro naar managementlaag gaat.

Volgend jaar ontvangt de verpleeghuiszorg 435 miljoen euro extra. „Daarmee kunnen zo’n tienduizend extra mensen aangenomen worden. Als het geld daar niet aan wordt uitgegeven moet het kunnen worden teruggevorderd”, zegt De Jonge. Hij wil dat de contracten met verpleeghuizen worden aangepast, zodat terugvorderen altijd mogelijk is.

Hij noemt 435 miljoen euro „een forse eerste stap.” Het bedrag maakt deel uit van de 2,1 miljard euro die de komende vier jaar extra beschikbaar komt voor verpleeghuizen.

De minister wil dat de politiek voortaan weer het laatste woord heeft over de budgetten. Den Haag werd dit jaar overvallen door de extra kosten voor verpleeghuiszorg die onverwacht het gevolg waren van de kwaliteitseisen die het Zorginstituut heeft vastgesteld. „Het is logisch dat er een politieke weging wordt gemaakt op het moment dat zo’n bedrag wordt uitgegeven”, aldus De Jonge. „Wetswijziging lijkt me logisch.”

BEKIJK OOK:

Hugo de Jonge: lullen en vooral poetsen

BEKIJK OOK: 

Hugo de Jonge op de bres voor ouderen

De Jonge: extra geld verpleeghuizen moet naar personeel

NOS 18.12.2017 Het extra geld dat verpleeghuizen de komende jaren krijgen, moet worden besteed aan het aannemen van meer personeel. Als het geld ergens anders heen gaat, wordt het teruggevorderd, zegt minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen de Volkskrant.

In 2018 krijgen verpleeghuizen 435 miljoen euro aan extra budget. Daar moeten tienduizend extra zorgmedewerkers van worden betaald. De komende vier jaar gaat er in totaal 2,1 miljard meer naar verpleeghuizen.

Extra geld kan nu nog niet altijd worden teruggevorderd, als het niet wordt besteed aan personeel. Dat is afhankelijk van de contracten die de zorgkantoren hebben afgesloten met de verpleeghuizen. De Jonge wil dat terugvordering standaard wordt opgenomen in nieuwe overeenkomsten.

Laatste woord

De minister wil ook dat het kabinet weer het laatste woord krijgt over de verhoging van budgetten in de zorg. Het extra budget van 2,1 miljard kwam tot stand door kwaliteitseisen die eenzijdig werden vastgesteld door Zorginstituut Nederland. Die kwaliteitseisen zijn bindend.

De Jonge zegt dat het goed is dat kwaliteitseisen een zaak zijn van professionals, maar voegt daaraan toe dat het logisch is dat de politiek uiteindelijk goedkeuring moet geven aan de financiële gevolgen van de kwaliteitseisen.

‘Extra geld verpleeghuis moet naar personeel, anders volgt terugvordering’

AD 18.12.2017 Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de verpleeghuiszorg moet worden uitgegeven aan meer personeel. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil het geld terugvorderen als dat niet gebeurt. Dat zegt hij in een interview in de Volkskrant.

Volgend jaar ontvangt de verpleeghuiszorg 435 miljoen euro extra. ,,Daarmee kunnen zo’n tienduizend extra mensen aangenomen worden. Als het geld daar niet aan wordt uitgegeven moet het kunnen worden teruggevorderd”, zegt De Jonge. Hij wil dat de contracten met verpleeghuizen worden aangepast, zodat terugvorderen altijd mogelijk is.

Hij noemt 435 miljoen euro ,,een forse eerste stap”. Het bedrag maakt deel uit van de 2,1 miljard euro die de komende vier jaar extra beschikbaar komt voor verpleeghuizen.

De minister wil dat de politiek voortaan weer het laatste woord heeft over de budgetten. Den Haag werd dit jaar overvallen door de extra kosten voor verpleeghuiszorg die onverwacht het gevolg waren van de kwaliteitseisen die het Zorginstituut heeft vastgesteld. ,,Het is logisch dat er een politieke weging wordt gemaakt op het moment dat zo’n bedrag wordt uitgegeven”, aldus De Jonge. ,,Wetswijziging lijkt me logisch.”

Goedemorgen. 

Verpleeghuizen moeten meer personeel aannemen van het extra geld dat ze de komende jaren krijgen. En doen ze dat niet, dan wordt het geld weer teruggevorderd. Dat zegt vicepremier en minister van Volksgezondheid, welzijn en sport Hugo de Jonge vandaag in een interview met de Volkskrant. Lees het hele gesprek hier.

Verpleeghuizen moeten personeel aannemen van extra budget, anders wordt het geld teruggevorderd

VK 18.12.2017 Verpleeghuizen moeten meer personeel aannemen van het extra geld dat zij de komende jaren krijgen. Gebeurt dat niet, dan wordt het geld teruggevorderd. In 2018 krijgen de verpleeghuizen 435 miljoen euro extra budget. Dat moet worden omgezet in tienduizend extra zorgverleners. Het kabinet wil ook dat de politiek weer het laatste woord krijgt over budgetverhogingen in de zorg.

Dit kondigt minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en vicepremier Hugo de Jonge (CDA) aan in een interview met de Volkskrant. De komende vier jaar komt in totaal 2,1 miljard euro extra beschikbaar voor verpleeghuizen. Het extra geld in 2018 is een eerste stap.

Nu kan het extra geld nog niet altijd worden teruggevorderd als het niet aan personeel wordt besteed. Of dat mogelijk is, hangt af van de contracten van de zogenoemde zorgkantoren met de verpleeghuizen. De Jonge wil dat de mogelijkheid van terugvordering in nieuwe contracten altijd wordt opgenomen.

Kwaliteitseisen

Het is logisch dat de politiek het laatste woord heeft over de financiële consequenties, Aldus Hugo de Jonge, minister van VWS.

Het extra budget van 2,1 miljard euro is een gevolg van kwaliteitseisen die het Zorginstituut voor verpleeghuizen heeft vastgesteld. Die kwaliteitseisen zijn nu bindend voor verpleeghuizen. Berekeningen van onder meer het Centraal Planbureau leerden dat de eisen een rekening van 2,1 miljard euro opleverden.

Het Zorginstituut stelde de kwaliteitseisen op na een verzoek van voormalig staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) van VWS. Dat deed Van Rijn met instemming van de Tweede Kamer. Het kabinet- Rutte II stelde een onderzoek in hoe het kan dat zo’n claim op tafel komt zonder dat de politiek zeggenschap heeft over de omvang van de budgetverhoging.

Logisch

Wetswijziging lijkt me logisch, aldus De Jonge.

Minister Hugo de Jonge © ANP

De Jonge wil de wet zo wijzigen dat dit geen tweede keer gebeurt. Het Zorginstituut stelt vaker kwaliteitseisen op voor de zorg. ‘Het is goed dat de kwaliteitseisen een zaak van professionals zijn’, zegt De Jonge. Bij de vaststelling zijn checks-and- balances ingebouwd, ook wat de kosten betreft. Dat werkt goed.’

Deze keer kwamen de professionals er niet uit en heeft het Zorginstituut eenzijdig de kwaliteitseisen vastgesteld. De Jonge vindt het ‘logisch’ dat de politiek in zo’n geval het laatste woord heeft over de financiële consequenties. ‘Wetswijziging lijkt me logisch.’

De discussie over de verpleeghuizen kwam in juli 2016 in een stroomversnelling toen de Inspectie voor de Gezondheidszorg een ‘zwarte lijst’ van 150 verpleeghuizen publiceerde waar de zorg onder de maat was. Najaar 2016 volgde een manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers waarin zij de politici opriepen tot eensgezindheid.

Publicatie

Na publicatie van de kwaliteitseisen van het Zorginstituut stelden de toezichthouders IGZ en de Nederlandse Zorgautoriteit voor dat de slecht presterende verpleeghuizen extra budget konden krijgen als zij een voorbeeld namen aan de bedrijfsvoering van goede tehuizen. De Jonge kiest daar niet voor, maar verhoogt de budgetten voor alle verpleeghuizen.

De uitgaven aan verpleeghuizen stegen van 4,6 miljard euro in 2010 naar 6,5 miljard vorig jaar. Het aantal verpleeghuisbewoners nam in die jaren met 14 duizend toe tot 80 duizend, terwijl de gemiddelde kosten per plek stegen van 71 duizend euro per jaar naar 82 duizend euro. Er zijn 341 organisaties die verpleeghuiszorg aanbieden op liefst 2.057 locaties. In de sector werken ruim 200 duizend mensen.

© Aurélie Geurts

Hugo de Jonge: ik voel me het meest senang met de handen aan het stuur
Als minister van VWS wil Hugo de Jonge de ouderenzorg verbeteren en de eenzaamheid onder ouderen stoppen. Merkbaar en meetbaar. ‘Dat vinden ze hier eng, want stel je voor dat je erop wordt afgerekend.’ (+)

Volg en lees meer over:  GEZONDHEIDSZORG   NEDERLAND   GEZONDHEID   POLITIEK

ZORG;

BEKIJK HELE LIJST

De Jonge: vaker onterechte boetes voor indrukken alarmknop

NOS 11.12.2017 Zorginstellingen brengen geregeld ten onrechte extra kosten in rekening als ouderen een alarmknop indrukken. Minister De Jonge van Volksgezondheid schrijft aan de Tweede Kamer dat “personenalarmering in de praktijk nog niet wordt uitgevoerd zoals het zou moeten”.

Het AD schreef begin vorige maand dat instellingen ouderen soms extra laten betalen als ze te vaak noodhulp inschakelen na een val. De ‘valboetes’ leidden tot boze vragen in de Tweede Kamer en De Jonge zei toen dat dit soort extra bedragen niet is toegestaan. Hij kondigde een steekproef aan door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA).

Bijbetaalclausules

Uit de steekproef onder twintig zorginstellingen blijkt dat negen instellingen bijbetaalclausules hanteren en dat zeven die ook in rekening hebben gebracht. Bij in elk geval vijf van die zeven is aannemelijk dat de bijbetalingen onterecht zijn toegepast. Twee aanbieders brengen alleen kosten in rekening als iemand zonder goede aanleiding op de alarmknop drukt, bijvoorbeeld per ongeluk.

De Jonge roept zorgaanbieders op te bekijken of ze onterecht bijbetalingen hebben opgelegd. Zo ja, dan moet dat worden hersteld. De minister heeft ook de brancheorganisaties gevraagd de kwestie bij hun leden aan te kaarten. De Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO) begint een meldactie. De meldingen worden opgepakt door de NZA, schrijft de minister aan de Kamer.

BEKIJK OOK;

Minister De Jonge: ‘valboetes’ niet toegestaan

Zeker 9 grote thuiszorgclubs werken met ‘valboete’ voor oudere

AD 11.12.2017  Zeker negen grote thuiszorginstellingen werken met een zogeheten valboete: ouderen kunnen een rekening krijgen als ze thuis op de alarmknop drukken vanwege een val. Dat blijkt uit een steekproef onder twintig instellingen van zorgwaakhond NZa in opdracht van minister Hugo de Jonge.

Zichtbaar is geworden dat per­so­nenalar­me­ring in de praktijk nog niet wordt uitgevoerd zoals het zou moeten, aldus Zorgminister De Jonge.

Zeven van de negen instellingen hebben in gesprekken met de NZa aangegeven dat zij de toeslag ook daadwerkelijk in rekening hebben gebracht. De mate waarin dit is gebeurd, varieert van zelden tot twintig keer per maand bij deze grote thuiszorgaanbieders. Om welke instellingen het gaat, wordt niet bekendgemaakt.

De steekproef is uitgevoerd bij twintig grote thuiszorgaanbieders (met meer dan 3000 patiënten) na berichtgeving in deze krant over instellingen in de regio Dordrecht die cliënten enkele tientjes boete in rekening dreigden te brengen na de derde val waarbij het personenalarmeringssysteem werd ingeschakeld.

Nu blijkt dit dus veel vaker te gebeuren. Minister De Jonge: ,,Zichtbaar is geworden dat personenalarmering in de praktijk nog niet wordt uitgevoerd zoals het zou moeten. En dat geeft mij de gelegenheid ervoor te zorgen dit we dit, samen met zorgaanbieders, patiënten en zorgverzekeraars, zo snel mogelijk op orde krijgen en daarmee voorkomen dat patiënten ten onrechte rekeningen ontvangen voor zorg waar ze al aanspraak op hebben.”

Bijbetaling

Vijf instellingen geven aan dat ze de valboete gebruiken om de zorg die ze dan leveren aan cliënten via een ‘indicatie’ te kunnen declareren. Volgens de minister zijn daarvoor echter geen bijbetalingen nodig. De overige twee aanbieders brengen het bedrag alleen in rekening als de boetealarmering wordt geactiveerd zonder passende aanleiding (bijvoorbeeld per ongeluk). Dit betreft een kleine groep patiënten. Eén instelling noemt bijvoorbeeld minder dan vijf van de 2000 gebruikers.

,,Het is zaak dat zorgaanbieders nagaan of sprake is geweest van onterechte bijbetalingen en dat zij deze situaties herstellen”, aldus de bewindsman op Volksgezondheid.  De NZa heeft het Zorginstituut Nederland ook gevraagd de aanspraak op professionele opvolging van personenalarmering duidelijk op te nemen in de zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg.

Verder is de koepelorganisaties achter de instellingen, Actiz en BTN, gevraagd er bij hun leden op aan te dringen voorwaarden te wijzigen die strijdig zijn met de aanspraak op noodzorg door kwetsbare ouderen.

Meldpunt 

De meeste mensen zijn zich er niet van bewust dat in de meeste gevallen de verzekeraar dit dient te vergoeden. Je hoeft geen indicatie te hebben, aldus Woordvoerder van de ANBO.

Ouderenbond ANBO Nederland opent vandaag vanwege het onderzoek een meldpunt waar senioren uit het hele land kunnen aankaarten dat ze voor een valpartij hebben moeten betalen. ,,Wij communiceren de uitkomst van de meldactie weer terug naar de NZa en de minister”, aldus Renée de Vries van de ANBO.

De bond wil helder krijgen hoeveel mensen onterecht voor een boete hebben moeten betalen en zij wil horen wat zorgverzekeraars in de praktijk met de valdeclaraties van de mensen doen.

,,Wij richten ons op de communicatie rond de contracten, het innen van bijbetalingen en op de communicatie rond de vergoedingen. De meeste mensen zijn zich er niet van bewust dat in de meeste gevallen de verzekeraar dit dient te vergoeden. Je hoeft geen indicatie te hebben,’’ aldus De Vries.

Triest

De ANBO werd pas gebeld door een vrouw wier man drie keer per week viel en via personenalarmering hulp nodig had. ,,Ze moest drie keer per week dertig euro betalen. De alarmering was geregeld via de huisarts. Maar het trieste is dat niemand haar had verteld dat de kosten worden vergoed.’’

,,Niemand mag zich geremd voelen om hulp te vragen wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld na een val”, zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan. ,,Gelukkig is de minister glashelder: als naar aanleiding van een noodoproep van een patiënt zorg geleverd moet worden waar de patiënt aanspraak op heeft, dan wordt deze zorg vergoed. Als je een abonnement betaalt moet je je verzekerd weten van snelle hulp, niet van een extra rekening.”

Minister De Jonge vindt het een goede zaak dat nu zowel voor de aanbieder als voor de patiënt duidelijk is geworden wat verzekerde zorg is. ,,De patiënt kan de meldactie van de ANBO benutten voor het geval aanbieders onverhoopt en onterecht deze bijbetalingen toch bij de patiënt in rekening brengen.”

‘Dementerenden op wachtlijst twee keer de dupe’

NOS 09.12.2017 Ouderen met dementie die op een wachtlijst van een verpleeghuis komen, krijgen minder zorg en moeten daar meer voor betalen. Dat meldt het tv-programma De Monitor van KRO-NCRV in de uitzending van morgenavond. Ook raken ze hun casemanager kwijt: hun vaste aanspreekpunt en begeleider. Het verschijnsel wordt de zorgval genoemd.

 

Zolang zorgbehoevenden thuis wonen, worden hun huishoudelijke hulp, dagbesteding en wijkverpleging door gemeenten en zorgverzekeraars betaald. Zodra ze 24 uur per dag hulp en toezicht nodig hebben, vallen ze onder de Wet langdurige zorg (Wlz), waarvoor de Rijksoverheid opdraait. Dat geldt ook als er geen plaats is in een verpleeghuis en mensen op een wachtlijst terechtkomen.

Bij de Wlz staat niet de hoeveelheid zorg centraal, maar een beschikbaar budget. Het gevolg is dat mensen die op de wachtlijst staan minder zorg krijgen dan ze nodig hebben. Ook moeten ze een hogere eigen bijdrage betalen. Hoogleraar Management & Organisatie van de Ouderenzorg Robbert Huijsman van de Erasmus Universiteit schat het aantal gedupeerden op 4000 tot 5000 per jaar.

Eenvoudiger

Volgens Huijsman kan het probleem eenvoudig worden opgelost door de Wlz alleen te laten gelden voor mensen die in een verpleeghuis zitten en niet voor mensen die op een wachtlijst staan. Ook vindt hij dat de wetten en financiering voor goede zorg thuis veel eenvoudiger moeten worden.

Directeur Vanderkaa van de ouderenbond KBO-PCOB is geschrokken van het bericht. “Zeker als je bedenkt dat in veel van deze situaties ook overbelaste mantelzorgers een harde klap krijgen. En het water stond ze al aan de lippen door de verslechterende situatie thuis.”

Vanderkaa stelt voor om tijdens de wachttijd zorg als voorheen te blijven leveren, maar die vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) te laten betalen.

Minister De Jonge wil ‘pact voor ouderenzorg’ met zorgsector

NU 08.12.2017 Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) wil de komende maanden een ‘pact voor de ouderenzorg’ sluiten met alle organisaties die met deze zorg te maken hebben. Dit moet er voor zorgen dat senioren komend jaar al ervaren dat er 435 miljoen euro extra wordt geïnvesteerd in de ouderenzorg.

”Als oma er volgend jaar niets van merkt, dan hebben we het niet goed gedaan”, zegt De Jonge vrijdag in De Telegraaf. Speerpunten van het pact worden het bestrijden van eenzaamheid en de zorg thuis voor ouderen.

De verbetering van de kwaliteit in de verpleeghuizen is de derde prioriteit. ”Iedere locatie zal een verbeteraanpak moeten hebben”, aldus de minister.

Senioren moeten volgens De Jonge al in 2018 gaan merken dat er meer medewerkers zijn om hen te verzorgen. Hij mikt op een maatschappelijk pact. Gemeenten, bedrijven en vrijwilligers zouden bij zichzelf te rade moeten gaan wat zij hieraan kunnen bijdragen.

Lees meer over: Ouderenzorg


‘100.000 mensen extra in de zorg, die komen er alleen als werk wordt gemaakt van beloning’

AD 28.11.2017 Kabinet, verzekeraars en zorgaanbieders moeten razendsnel met maatregelen komen om de personeelstekorten in de zorg terug te dringen; de tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Dat constateert adviesbureau Berenschot in een rapport dat vanmiddag door de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Je kunt niet zomaar een blik personeel opentrekken, aldus Sonja Kersten, directeur V&VN.

Zorgminister Hugo de Jonge (CDA) heeft 2,1 miljard euro richting 2021 ter beschikking voor betere verpleeghuiszorg, onder meer voor extra handen aan het bed. Eerder gaf de bewindsman zelf al aan dat het streven ‘ambitieus’ is om de komende tijd tienduizenden mensen op de arbeidsmarkt te vinden voor de zorg.

Bovenop de duizenden openstaande vacatures zijn er de komende jaren meer dan 100.000 extra mensen nodig. Volgens Berenschot komen die er alleen als er werk wordt gemaakt van de beloning van verpleegkundigen en verzorgenden. Ook moet de behoefte aan veel meer stageplaatsen, beter scholingsbeleid en vooral verstandig personeelsbeleid worden vervuld.

Actie

,,Er is actie nodig”, zegt directeur Sonja Kersten V&VN, de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden, en opdrachtgever. ,,De urgentie is nu wel duidelijk. Met name bij de verpleeghuizen zijn de middelen er, maar je kunt niet zomaar een blik personeel opentrekken. In eerste instantie ligt de oplossing bij meer en betere zorg door de huidige mensen.”

Overheid en verzekeraars moeten volgens Kersten verder gaan regelen dat instellingen gaan samenwerken, nu is het vaak nog ieder voor zich. Die concurrentie lost het personeelsprobleem eigenlijk niet op. ,,Zorginstellingen hebben zelf weinig buffer om de arbeidsmarktproblematiek op lange termijn op te lossen”, aldus Berenschot.

Invloed

Het advies luidt verpleegkundigen en verzorgenden meer invloed te geven op het beleid van de instelling. Ook helpt het als werkgevers in de zorg arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden verbeteren en roosters en contractvormen laten aansluiten op de wensen van medewerkers. Andere concrete adviezen zijn: de administratieve last verminderen, meer aandacht voor stages en huishoudelijke of facilitaire medewerkers aannemen voor niet zorg-gerelateerde taken die nu door zorgprofessionals uitgevoerd worden.

Berenschot benadrukt dat de beroepsgroep zelf een duidelijke rol heeft bij het terugdringen van de personeelstekorten. V&VN onderschrijft dit volledig.

Positieve verhalen uit de zorg: haren kammen, samen koken en troosten

NOS 22.11.2017 “Wat wordt mama toch liefdevol verzorgd door haar verpleging”, schrijft een 47-jarige vrouw uit Utrecht in een ‘witboek’ met positieve verhalen over de zorg.

Het is een ander geluid in een tijd waarin veel verhalen over slechte zorg naar buiten komen. Dezelfde vrouw gaat verder: “Altijd hebben zij weer de aandacht om een bijpassend sjaaltje te zoeken, na haar middagdutje de haren even te kammen en om haar mond snel even schoon te vegen. Het lijken kleine dingen, maar voor familie zijn deze dingen zó waardevol.”

De moeder van de Utrechtse woont op een gesloten afdeling in een kleinschalige woongroep. Haar man woont in een appartement in hetzelfde gebouw, waardoor hij zijn vrouw vaak kan bezoeken. “Apart en toch een beetje samen. Beiden in een andere fase van hun dementie, beiden krijgen ze de zorg die daar bijhoort. Hoe verdrietig de omstandigheden blijven, over de woonsituatie en de zorg zijn we heel tevreden.”

Carin Gaemers en Hugo Borst (archiefbeeld)ANP

Dit en 150 andere verhalen van zorgverleners en familieleden van ouderen staan in het ‘witboek’, geschreven door het Nationaal Ouderenfonds, Hugo Borst en Carin Gaemers. De laatste twee trokken vorig jaar aan de bel met een manifest voor betere ouderenzorg. Mede daardoor kwam twee miljard extra beschikbaar voor verpleeghuiszorg. Nu lichten de auteurs positieve verhalen uit, in de hoop dat veel meer ouderen in verpleeghuizen zo verzorgd gaan worden.

Het boek Trots op ouderenzorg is gericht aan minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, die het vandaag in ontvangst neemt. De auteurs weten wel waar hij zijn geld goed aan zou kunnen besteden: bijvoorbeeld aandacht voor bewoners, kleinschalig wonen en vrijheid voor zorgmedewerkers.

Cliënten gaan beter eten, omdat men de geur al ruikt voordat men gaat eten, aldus Zorgverlener uit Zeeland.

“We doen alles samen wat de zelfstandigheid van de individuele cliënt langer in stand houdt. Bijvoorbeeld de was, strijken, poetsen en koken”, schrijft een 45-jarige zorgverlener uit Zeeland.

“Je ziet cliënten opknappen die jaren grootschalig hebben gewoond. Ze kunnen weer meer zelf. Ze gaan beter eten, omdat er nu op de woning wordt gekookt en men de geur al ruikt voordat men gaat eten. Het is hier net als thuis: familie en vrienden komen langs wanneer zij willen.”

Drukte en hectiek

Ook een 52-jarige zorgverlener uit Overijssel is te spreken over de manier waarop zij haar vak kan uitoefenen. “Als verzorgende heb ik toch nog de vrijheid om af te wegen hoe lang ik zorg bied aan onze dementerende bewoners. Ondanks alle drukte en hectiek die er is. Ik kan zelf bepalen hoe lang ik bij een bewoner ben om te helpen, te troosten, te verzorgen of voor wat dan ook. Hierdoor hebben ikzelf en de bewoner rust zodat ik hen ook zo menswaardig mogelijk kan helpen.”

BEKIJK OOK;

Waarom de politiek toch niet zo blij is met 2 miljard voor de verpleeghuizen

Ruim twee miljard euro extra nodig voor verpleeghuizen

Kamerbrede omarming van manifest Hugo Borst

Taarten bakken en ramen lappen met ouderen in verpleeghuis

AD 22.11.2017 Een kleine woongroep met een huiselijke sfeer, tijd voor spelletjes en genoeg aandacht van verzorgers. Met die ingrediënten kan de ouderenzorg beter worden. Dat schrijven verzorgers en familieleden in het witboek ‘Trots op Ouderenzorg’ dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) vandaag krijgt. Ze weten uit ervaring hoe fijn die dingen zijn.

Ze kreeg vaste verzorgers, maakte af en toe een lolletje met ze, werd milder, aldus Anna Bakker over de zorg van haar moeder.

Ongeveer twaalf jaar woonde Maria van Boven in een kamertje in een Amsterdams verpleeghuis. Af en toe at ze een hapje in het restaurant, daar was het iets gezelliger. Maar verder was de huiselijke sfeer ver te zoeken. ,,Het was zo’n lange gang met aan weerszijden kamers en dat tien hoog. Mijn moeder was een nummertje. Ik vond het altijd heel naar om daar te komen”, beschrijft haar dochter Anna Bakker.

Met de verzorgers had ze nauwelijks contact. Die wisselden steeds, omdat ze door het gehele gebouw werkten. Bakker: ,,Ik liep liever met een boog om ze heen, want ik had altijd het gevoel dat ik zo’n zeurend familielid was.”

Totdat haar moeder naar een woonunit in een zijvleugel van het grote flatgebouw verhuisde, zo’n vijf jaar geleden. Noodgedwongen, want het verpleeghuis moest worden vernieuwd. Van Boven kreeg een kamer aan een gang met vijf andere ouderen. Samen deelden ze een woonkamer met keuken. ,,De sfeer was zo anders”, vertelt Bakker. ,,Ze kreeg vaste verzorgers, maakte af en toe een lolletje met ze, werd milder.”

© Margi Geerlinks

Kleinschalig en huiselijk

Vraag verzorgers en familieleden hoe de ouderenzorg beter kan worden en het antwoord luidt steevast: maak kleinschalige woningen met een huiselijke sfeer.  Dat blijkt uit ruim 150 ervaringen die het Nationaal Ouderenfonds en voorvechters van betere verpleeghuizen, Hugo Borst en Carin Gaemers, verzamelden over wat wél goed gaat in de ouderenzorg.

,,Juist in die kleinschalige ouderenzorg zie je dat de bewoners en verzorgers van alles samen doen”, zegt Jytte Reichert, woordvoerder van het Nationaal Ouderenfonds. ,,Ze bakken samen taarten, maken het eten klaar, lappen de ramen. In plaats van dat ze in een medische omgeving terechtkomen, wordt een verpleeghuis een verlengstuk van hun eigen huis.”

Die positieve voorbeelden hebben ze gebundeld in het witboek Trots op Ouderenzorg. Het boek moet de nieuwe minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge inspireren om de 2,1 miljard euro extra die naar ouderenzorg gaat goed te besteden.

Beerput

De ouderenzorg krijgt de extra miljarden na flinke ophef over slechte zorg in verpleeghuizen. In het najaar van 2014 slaat nota bene de vader van staatssecretaris Martin van Rijn (toen verantwoordelijk voor langdurige zorg) alarm. Zijn vrouw – de moeder van de staatssecretaris – is één van de slachtoffers van slechte zorg. Ze loopt regelmatig in vieze kleding, wordt niet altijd op tijd naar het toilet geholpen en er is zelfs niet continu verpleging.

Het lijkt alsof een beerput opengaat. Vanuit het hele land komen berichten over de slechte zorg voor ouderen. Niet omdat de verzorgers van kwade wil zijn, maar door alle tijd die ze kwijt zijn aan administratieve taken waardoor ze veel te weinig aandacht aan de ouderen kunnen besteden.

Ook AD-columnist Hugo Borst, die zelf een demente moeder in een verpleeghuis heeft, roert zich. In een open brief aan de staatssecretaris schrijft hij hoe het beter kan. Enkele maanden later publiceert hij samen met Carin Gaemers het manifest ‘Scherp op ouderenzorg’, met daarin tien voorwaarden om ‘goede zorg voor alle kwetsbare ouderen in verpleegtehuizen te waarborgen’.

Het Nationaal Ouderenfonds, Borst en Gaemers willen dat de extra miljarden goed terechtkomen. Want in het hele land zijn voorbeelden van ouderenzorg die wél goed is, zo blijkt uit het witboek. Dat zit hem niet alleen in kleinschaligheid, maar ook in het creëren van een huiselijke sfeer en aandacht die de verzorgers voor de ouderen hebben.

Meer handen

© Margi Geerlinks

Verzorgers en familieleden zijn het er over eens dat een hulp op acht bewoners écht te weinig is. Met meer handen in de huiskamers krijgen de ouderen meer aandacht en liefde, is er ook eens tijd om een spelletje te spelen of buiten een rondje te wandelen. Dat is ook wat de verzorgers willen: bezig zijn met de ouderen voor wie ze het doen, zodat ze weer trots kunnen zijn op hun werk.

Bovendien moeten de verpleeghuizen snoeien in het woud van regeltjes. Denk buiten de gebaande paden, luidt het devies, en kijk vooral naar de mogelijkheden. Geef een ouder echtpaar de kans weer samen te slapen in de laatste dagen van hun leven, ook als het formeel niet mag.

Dat kan ouderen in de laatste jaren van hun leven zoveel helpen, weten verzorgers en familieleden. De Amsterdamse Maria van Boven overleed in maart dit jaar op 103-jarige leeftijd. Ze was geen zure moeder meer, die op de verzorgers mopperde. Nee, deze dame op leeftijd was milder, vol lof over de mensen aan haar bed. Bakker (zelf 72 jaar): ,,Niet lang voor haar overlijden zei ze: wilt u alstublieft tegen iedereen zeggen dat ze me vreselijk goed verzorgen. Ik gun iedereen op leeftijd zo’n leven. Als ik zelf nog eens naar een bejaardenhuis moet, hoop ik er zelf één te kunnen oprichten met vriendinnen: ’t Knarrenhofje.”

Ik gun iedereen op leeftijd zo’n leven. Als ik zelf nog eens naar een bejaardenhuis moet, hoop ik er zelf één te kunnen oprichten met vriendinnen: ’t Knarrenhofje, aldus Anna Bakker.

Akkoord over verminderen papierwerk in wijkverpleging

NU 21.11.2017 Volgend jaar moeten wijkverpleegkundigen al minder papierwerk krijgen. Dat is dinsdag afgesproken tussen minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en vertegenwoordigers van wijkverpleegkundigen, zorgverzekeraars, toezichthouders en zorgaanbieders.

De partijen hebben tien knelpunten aangewezen die moeten worden aangepakt. Zo moet gekeken worden hoe er een einde kan komen aan het elke vijf minuten registreren van handelingen. Verder wordt bekeken hoe de zorginkoop eenvoudiger kan en moet digitalisering papierwerk verminderen.

Ook zal gekeken worden of er een maximumnorm kan komen voor de administratieve last per week.

In het voorjaar moet er een plan zijn om tien knelpunten aan te pakken. De oplossingen moeten daarna ook snel in de praktijk moeten worden gebracht, is de afspraak.

Rompslomp

Duizenden verpleegkundigen en verzorgenden voerden maandag actie om de administratieve rompslomp in de zorg te verlagen. Papierwerk dat in hun ogen onnodig is, lieten de wijkverpleegkundigen links liggen. Door minder bureaucratie krijgen ze meer tijd voor de patiënten.

Zie ook: Administratie kost zorgverlener veertig procent van werktijd

Lees meer over: Zorg

Wijkverpleging krijgt meer lucht

Telegraaf 21.11.2017  Wijkverpleegkundigen krijgen meer lucht, zodat ze meer tijd over houden voor hun daadwerkelijke werk. Ze moesten tot dusverre per vijf minuten registreren wat ze uitvoerden bij cliënten. Door deze tijdrovende administratieve last wordt een streep gezet.

Minister De Jonge (Volksgezondheid) heeft dat afgesproken met wijkverpleegkundigen, verzekeraars en zorgaanbieders. In het voorjaar moeten het nieuwe plan zijn uitgewerkt en daarna worden doorgevoerd.

De wijkverpleging is het zat. Ze willen cliënten van dienst zijn, maar zijn een groot deel van hun tijd kwijt met verantwoording afleggen. De plicht om per vijf minuten te registreren wat de hulpverleners hebben gedaan bij cliënten steekt de sector als een graat in de keel, bleek gisteren tijdens een actiedag onder wijkverpleegkundigen. Minister De Jonge pakt de klacht op en belooft er zo snel mogelijk een einde aan te zullen maken.

Klacht

Een andere veelgehoorde klacht onder het wijkverpleegkundige personeel is dat ze zowel online als papieren formulieren dienen in te vullen. Ook steekt het de sector dat ze weinig vertrouwen voelen als het gaat om hun kundigheid.

De minister en andere betrokken partijen hebben nu een actieplan opgesteld, Het schrappen van de 5-minutenregistratieplicht is er onderdeel van. Ook wordt er gekeken naar het dubbel registreren van zaken door meer in te zette op digitalisering.

GERELATEERDE ARTIKELEN

02 nov. 2017 Hele oppositie op bres voor wijkverpleging

28 okt. 2017 Meer geld voor wijkverpleging

Afspraken tegen regeldruk wijkverpleging

NOS 21.11.2017 Minister de Jonge van VWS heeft met wijkverpleegkundigen, zorgverzekeraars en toezichthouders afspraken gemaakt om de regeldruk te verminderen.

De werkdruk van wijkverpleegkundigen is al hoog, zeggen zij, en dan moeten zij ook nog vaak dubbel administratief werk doen. Daarom was er gisteren een actiedag georganiseerd.

De afspraken houden bijvoorbeeld in dat onderzocht wordt of de formulieren eenvoudiger kunnen, of overal wel een nieuwe handtekening nodig is en of digitalisering dubbele registraties kan voorkomen.

In het voorjaar van 2018 is dit onderzoek klaar, hebben de partijen elkaar beloofd, en dan kunnen de wijkverpleegkundigen uitproberen of het werkt.

BEKIJK OOK;

Wijkverpleegkundigen voeren actie tegen papieren rompslomp

Tweede Kamer verliest geduld met zorginstelling Careyn

AD 16.11.2017 In de Tweede Kamer is het geduld met zorginstelling Careyn op. Er is kritiek op het besluit van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om Careyn weer langer de kans te geven om de zorg voor ouderen op te vijzelen.

,,Hoe lang moet je onder de norm presteren voor er wordt ingegrepen,” vraagt PvdA-Kamerlid Sharon Dijksma zich af. Ze vraagt morgen een debat over Careyn aan, die volgens de Inspectie in dertig verpleeghuizen in Zuid-Holland en Utrecht ondermaats presteert.

De organisatie krijgt al sinds 2015 waarschuwingen van de Inspectie en schiet nog altijd een flink tekort in de zorg van zo’n tweeduizend ouderen. De cliëntdossiers zijn niet actueel of volledig, de kwaliteit en veiligheid van de zorg is onvoldoende, er is te weinig (hoogopgeleid) personeel en het ontbreekt aan goed bestuur.

Na de eerste ‘aanwijzing’, eind 2016, zou Careyn een geldboete of last onder dwangsom opgelegd krijgen wanneer ze rond deze tijd nog altijd onvoldoende presteerde. De Inspectie geeft  Careyn nu opnieuw een jaar respijt.

Opsplitsing

,,De huidige bewoners hebben nú goede zorg nodig, niet over een jaar.”, aldus Lilian Marijnissen, SP.

Onbegrijpelijk vindt een meerderheid van de Kamer. Lilian Marijnissen van de SP: ,,De huidige bewoners hebben nú goede zorg nodig, niet over een jaar.” Ze pleit voor opsplitsing van de zorggigant naar kleinere organisaties. PVV-Kamerlid Fleur Agema beaamt: ,,Waarom dreigen met een geldboete? Dat gaat alleen maar van het budget af dat de zorg juist zo hard nodig heeft. Splits Careyn op. Ze is te groot en daarmee onbestuurbaar geworden.”

Volgens de Inspectie laat Careyn echter een ‘positieve lijn’ zien. De organisatie heeft afgelopen jaar medewerkers bijgeschoold, het hoge ziekteverzuim deels teruggedrongen, zette zogenoemde kwaliteitsverpleegkundigen in en heeft na talloze wisselingen van bestuurders –vier in één jaar tijd – een nieuwe directeur. ,,Er is meer stabiliteit. Het vertrouwen van de inspectie is gegroeid,” aldus een woordvoerder van de Inspectie.

SP-Kamerlid Marijnissen is sceptisch over de verbetermaatregelen: ,,Kwaliteitsverpleegkundigen? Klinkt leuk, maar we hebben ook gewoon mensen nodig die bewoners uit bed halen of een half uur langer aan tafel zitten omdat een oudere niet wil eten. Maar al die broodnodige, lager geschoolde medewerkers zijn wegbezuinigd door Careyn. Het huidige personeel werkt hard, maar zegt ook tegen ons: we houden het niet meer vol. Ze lopen bij bosjes weg.” Momenteel zijn er ruim 200 vacatures bij de zorgorganisatie. Ook CDA-Kamerlid Evert Jan Slootweg  spreekt van een ‘zorgwekkende situatie’.

Volgens de Inspectie is de veiligheid van de circa tweeduizend ouderen niet in gevaar. Dat betwijfelt Vera Bergkamp (D66). ,,In hetzelfde rapport van de Inspectie staat namelijk dat de kwaliteit en veiligheid onvoldoende is. Wat betekent dat concreet voor onze vaders en moeders die nu bij Careyn wonen? Die uitleg wil ik graag van de minister.”

Gezag 

Volgens de PvdA ondermijnt de Inspectie ook haar eigen gezag. Dijksma: ,,Als je eerst maatregelen afkondigt, moet je ook doorbijten. En niet na een jaar wéér uitstel geven. Welk signaal geef je dan af aan andere zorginstellingen in de gevarenzone? Dat ze zich niets van de Inspectie hoeven aan te trekken, want die grijpt toch niet in?”

Volgens de Inspectie komt het af en toe voor dat ze een instelling opnieuw een aanwijzing geeft, in plaats van de beloofde dwangsom of last onder bestuursdwang. Voor Careyn maakt ze een uitzondering omdat deze organisatie ‘omvangrijk’ is en de problemen zo ‘complex’ zijn dat meer tijd nodig is. ,,Beter goed dan spoed,” aldus de woordvoerder. Careyn liet vandaag via een persverklaring weten dat ze er vertrouwen in heeft om binnen de nieuwe termijn de organisatie er bovenop te hebben.

Vorig jaar kreeg Social Care in Nieuwleusen, een instelling voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrisch patiënten, ook een tweede aanwijzing. Binnen de afgesproken maanden was de zorg niet verbeterd en had de instelling zelfs nieuwe cliënten aangenomen. Dit laatste is tot een halt toegeroepen door de zorgwaakhond.

Verpleeghuizen Careyn krijgen meer tijd voor verbeteringen

OmroepWest 15.11.2017  De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gunt de Stichting Careyn een jaar extra tijd om verbeteringen door te voeren. Careyn heeft 29 verpleeghuizen in Zuid-Holland en Utrecht. Een jaar geleden kreeg Careyn een aanwijzing van de Inspectie. Binnen enkele maanden moesten op meerdere punten verbeteringen zijn aangebracht.

De geconstateerde tekortkomingen zijn voor een deel administratief van aard. Zo is er niet van elke bewoner een compleet en actueel dossier beschikbaar. Maar het gaat ook om veiligheidsmaatregelen en het opleidingsniveau van het personeel. Mede door personeelstekort wordt regelmatig te weinig of te laag geschoold personeel ingezet.

De Inspectie geeft de stichting nu extra tijd omdat ‘…de verbeteropdracht voor Careyn te omvangrijk [is] gebleken. Bij Careyn is een organisatiebrede cultuuromslag vereist om een lerende organisatie te zijn’, aldus het rapport van de Inspectie.  ‘Bij een te korte termijn is het risico op overbelasting van de medewerkers en/of de organisatie aanzienlijk. Daarmee bestaat de kans dat de positieve ontwikkelspiraal omkeert. Dit is onwenselijk. Met het oog op cliëntenbelangen geldt in dit geval ‘goed boven spoed’.’

Vertrouwen in ons verbeterprogramma’  

Bestuursvoorzitter Marco Meerdink van Careyn is tevreden met de beslissing van de Inspectie. ‘Wij krijgen meer tijd. Daar spreekt vertrouwen uit van de IGJ in ons verbeterprogramma’, zegt Meerdink op de website van Careyn. ‘Het gaat om een cultuurverandering en dat kost nu eenmaal tijd. Daar krijgen we nu dus ook meer ruimte voor. We hebben er vertrouwen in dat we binnen de termijnen van de nieuwe aanwijzing de verbetermaatregelen kunnen afronden. Daarop zijn al onze inspanningen gericht.’

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geeft Careyn voor een aantal maatregelen de tijd tot april, voor een aantal andere maatregelen tot november. Heeft Careyn de zaak dan nog steeds niet op orde dan dreigt de Inspectie met een een ‘last onder dwangsom’ om de naleving van de aanwijzing af te dwingen.

Meer over dit onderwerp:

INSPECTIE GEZONDHEIDSZORG EN JEUGD CAREYN MIDDIN

Zorgaanbieder Middin neemt cliënten Melius Zorg over

OmroepWest 15.11.2017 Cliënten van Melius Zorg krijgen sinds deze week hulpverlening van een nieuwe aanbieder. Van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moest dat, omdat na onderzoek is gebleken dat de zorg van Melius ver onder de maat is. Middin, dat in regio Haaglanden en Rotterdam actief is, neemt voor onbepaalde tijd de taken over.

Volgens een woordvoerster van Middin is de overdracht deze week zonder problemen verlopen. Dat laat ze desgevraagd aan Omroep West weten. Het gaat om ongeveer veertig cliënten, onder wie jongeren en jonge moeders met een licht verstandelijke beperking.

Hoe lang Middin de zorg op zich neemt, is nog onduidelijk. ‘We zijn in gesprek met de gemeente. Het belang van de cliënten staat in ieder geval voorop’, geeft de woordvoerster nadrukkelijk aan.

Eerdere waarschuwing en signalen

Melius kreeg in mei al een ernstige waarschuwing van de inspectie. De instelling schiet onder meer tekort op het gebied van veiligheid en hygiëne. Zo kunnen er in de nacht ongecontroleerd mensen op bezoek komen en zijn er gevaarlijke situaties voor kinderen. Medewerkers en bewoners zelf gaven eerder al aan dat zij zich niet altijd veilig voelden.

LEES OOK: Dossier Zorgen over de zorg 

Meer over dit onderwerp: DEN HAAG MELIUS ZORG INSPECTIE GEZONDHEIDSZORG ZORG

’Zorginstelling Careyn nóg jaar langer onder curatele’

Telegraaf 14.11.2017 Eén van de grootste zorginstellingen van Nederland, Careyn, krijg nog een jaar de tijd om een eind te maken aan het wanbeleid. De instelling met 29 verpleeghuizen in Utrecht en Zuid-Holland heeft ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de boel nog niet op orde.

Dat wordt volgens het AD woensdag duidelijk gemaakt aan onder andere het personeel, zo blijkt uit interne stukken. De zorg voor zo’n 2000 ouderen moet komend jaar verbeteren.

Careyn staat in de openbare lijst met 150 slechte verpleeghuizen van de IGZ onder de hoogste categorie.

De Inspectie wil volgens de krant niet toelichten waarom Careyn opnieuw uitstel krijgt, tot het rapport is gepubliceerd en de duizenden werknemers van Careyn zijn ingelicht. Het bestuur van Careyn was niet bereikbaar voor commentaar.

Zorginstelling Careyn nóg jaar langer onder curatele

AD 14.11.2017 Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van de Inspectie krijgt Careyn, een van de grootste zorginstellingen van het land, nog een jaar extra om een einde te maken aan het wanbeleid. Dat wordt morgen bekend gemaakt, blijkt uit interne stukken die deze krant in handen heeft.

Waarom zou het Careyn komend jaar wel lukken, als dat afgelopen jaren niet is gelukt? Het bestuur heeft de organisatie duidelijk niet onder controle, aldus Wim Groot, hoogleraar zorgeconomie.

Morgenochtend wordt het personeel ingelicht over het besluit van de Inspectie Gezondheid Jeugd. De 29 verpleeghuizen in Utrecht en Zuid-Holland blijven open maar moeten de zorg van zo’n 2000 ouderen komend jaar verbeteren. De organisatie schiet op belangrijke onderdelen nog altijd ernstig te kort: de cliëntdossiers zijn niet actueel, de kwaliteit en veiligheid van de zorg is onvoldoende, er is te weinig (hoogopgeleid) personeel. Careyn heeft momenteel ruim 200 vacatures, geeft miljoenen uit aan uitzendkrachten en heeft een opvallend hoog ziekteverzuim.

Eind 2016 constateerde de zorgwaakhond al dat ondanks twee jaar van diverse waarschuwingen de zorg ondermaats bleef. Careyn kreeg als enige organisatie in het land een zogenoemde ‘aanwijzing’. Was de zorg binnen negen maanden niet op orde, zou een geldboete volgen of het bestuur gedwongen worden om door haar voorgestelde maatregelen uit te voeren. De negen maanden werden een jaar. En het jaar wordt nu dus twee jaar.

De Inspectie wil niet toelichten waarom Careyn opnieuw uitstel krijgt, tot ze morgen het rapport heeft gepubliceerd en de duizenden werknemers van Careyn zijn ingelicht. Het bestuur van Careyn was niet bereikbaar voor commentaar.

Wim Groot, hoogleraar zorgeconomie in Maastricht, noemt het besluit onbegrijpelijk en ongebruikelijk: ,,Waarom zou het Careyn komend jaar wel lukken, als dat afgelopen jaren niet is gelukt? Het bestuur heeft de organisatie duidelijk niet onder controle. Dat het vinden van personeel lastig is in deze tijd, snap ik. Maar het op orde brengen van cliëntendossiers hoeft geen jaren te duren.”

Lees ook;

Van Rijn: Geen spreekverbod voor medewerkers Careyn

Lees meer

Gevaarlijk

Uitstel is gevaarlijk, zegt hij. ,,Als die dossiers niet op orde zijn, hoe weet nieuw personeel dan welke medicatie pa of ma nodig heeft? En wat diens voorgeschiedenis is, hoe hij of zij bejegend wil worden, hoe de kinderen te bereiken zijn in een noodgeval?” In april moet de zorginstelling de cliëntdossiers alsnog op orde hebben, zo staat in een intern document die deze krant in handen heeft.

Tijdens recente inspectiebezoeken in zes verpleeghuizen bleek dat de dossiers nergens compleet en actueel waren. In november 2018 moeten de andere tekortkomingen opgelost zijn.

Hoogleraar Groot pleitte al eerder voor het faillissement van Careyn. ,,Knip het bedrijf op en breng het onder bij andere zorginstellingen. Ik vermoed dat de Inspectie daar niet voor durft te kiezen, omdat ze niet kan overzien of anderen de zorg van de duizenden cliënten over kunnen nemen? ”

Gezondheidseconoom Guus Schrijvers gelooft daar niet in. Hij denkt eerder dat Careyn het voordeel van de twijfel krijgt. ,,Vermoedelijk heeft Careyn het afgelopen jaar laten zien dat ze aan de betere hand is. Anders had de Inspectie echt wel gezegd: we sluiten de boel.” Riskant is het besluit tot uitstel wel, vindt Schrijvers. ,,Als er komende maand een bewoner overlijdt omdat zijn medicatie verkeerd ingevuld stond in het dossier, gaat de Inspectie verschrikkelijk nat.”

Vermoedelijk heeft Careyn het afgelopen jaar laten zien dat ze aan de betere hand is. Anders had de Inspectie echt wel gezegd: we sluiten de boel, aldus Guus Schrijvers, gezondheidseconoom.

Reorganisatie 

Ook financieel staat Careyn er slecht voor. Volgens de laatste interne berichten verwacht de organisatie dit jaar een verlies van ruim 2 miljoen euro te draaien en komt het volgend jaar in liquiditeitsproblemen komt als de financiële situatie niet drastisch verbetert. Careyn legt momenteel de laatste hand aan een reorganisatieplan, waarin ze voorstelt om allerlei centraal georganiseerde taken weer terug te brengen naar de regio, zoals een paar jaar geleden andersom het geval was.

Bernard Koekoek, van vakbond FNV Zorg: ,,We maken ons zorgen over de bloedspoed die Careyn maakt. Het reorganisatieplan heeft geen financiële onderbouwing, waardoor we niet weten wat de gevolgen zijn. De druk op het huidige personeel is al zo hoog, dat zij er geen extra taken bij kan hebben. Daar willen wij voor waken.”

AD 14.11.2017

Eén telefoontje van zorginstelling? Dat is dan 722 euro

AD 14.11.2017 Karina Molendijk (40) kon haar ogen niet geloven, toen ze in het overzicht van haar zorgverzekeraar zag dat thuiszorginstelling Vierstroom 722 euro had gedeclareerd. En dat na slechts één telefoontje.

De Waddinxveense – genezen borstkankerpatiënte – besloot onlangs eens uit nieuwsgierigheid haar zorgkosten uit te pluizen. Daar stuitte ze op declaraties die ze absoluut niet kon plaatsen. ,,Ik zag dat de Vierstroom 722 euro had gedeclareerd. Heel gek, want ik heb nog nooit thuiszorg gehad”, vertelt Molendijk.

Ze besloot daarop te bellen met de zorgorganisatie. ,,Bij Vierstroom kreeg ik een vrouw aan de telefoon, die eerlijk gezegd niet heel erg aardig was. Toen ik vroeg waar dat bedrag van 722 euro in mijn overzicht vandaan kwam, vroeg ze me waar ik me zo druk om maakte. Het bedrag werd toch gewoon vergoed?”

Experiment

Duidelijkheid over het gedeclareerde bedrag kreeg Molendijk niet. Gaandeweg werd het Molendijk toch helder: het volledige bedrag was het gevolg van één telefoontje, dat ze niet eens zelf heeft gepleegd.

,,Ik heb borstkanker gehad, en voor de behandeling moest ik mezelf thuis een injectie geven. Ik ben één keer gebeld door Vierstroom met de vraag of er iemand langs moest komen om het me uit te leggen. Ik heb gezegd dat dat niet nodig was. Dat telefoontje kostte dus 722 euro.”

René van de Wetering van Vierstroom Zorg Thuis geeft toe dat Molendijk een uitleg is verschuldigd. ,,722 euro is absoluut niet de prijs voor een telefonisch gesprek. Sinds kort werken we met ‘experimentele bekostiging’. Het betreft een experiment dat is opgezet in samenwerking met alle verzekeraars. Daarbij wordt gekeken naar het totaalbedrag dat we over een jaar aan zorg leveren. Dat bedrag wordt gedeeld door het aantal cliënten”, legt Van de Wetering uit. ,,Die 722 euro krijgen we dus voor elke cliënt waar we zorg aan leveren. Dus ook voor de cliënt die in de laatste fase van zijn leven zit en zeven dagen in de week dag en nacht verzorgd moet worden. Zo word je geprikkeld om doelmatiger te werken. Als je, zoals voorheen, per uur declareert, is het lucratief om veel uren te maken.”

Aan Molendijk is dit alles inmiddels uitgelegd. ,,Ik snap de situatie wel, maar ik vind het nog steeds bizar dat het bedrag zo hoog is.”

De zorg moet anders, zeggen zij (en zij weten ook hoe)

Vier bestuurders van grootste zorgverzekeraars geven hun visie

VK 11.11.2017  88 procent van alle Nederlanders heeft een zorgverzekering bij een van hen. En zij waarschuwen nu: de stijgende zorgkosten zullen de maatschappij als een boemerang treffen.

Hebben we die zorgkosten nou eindelijk in de hand?

Dit weekeinde moeten alle zorgverzekeraars hun premie voor 2018 bekend hebben gemaakt. Dan begint het overstapseizoen en kan iedereen ervoor kiezen van verzekeraar te wisselen. In het ingewikkelde Nederlandse zorgsysteem hebben de verzekeraars de rol van budgetbewaker. De bestuurvoorzitters van de grootste vier zorgverzekeraars – bij wie zo’n 15 miljoen Nederlanders zijn aangesloten – zijn bezorgd. Los van elkaar geven ze hun visie. Er klinkt een hartstochtelijke wens dat de overheid minder aan zorg gaat uitgeven. De zorgkosten zouden zelfs met miljarden omlaag kunnen.

Wim van der Meeren, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar CZ: ‘De zorg is een koekoeksjong dat de andere overheidsuitgaven het nest uitdrukt. De kosten stijgen harder dan de economische groei, daar moeten we iets aan doen.’

We gaan richting onbetaalbaarheid van de zorg, aldus Georgette Fijneman, divisievoorzitter bij Zilveren Kruis.

Tom Kliphuis, bestuursvoorzitter VGZ: ‘De trend is gewoon niet goed. De zorg slokt nu bijna eenderde van de rijksbegroting op en dat wordt alleen maar meer. Het Centraal Planbureau gaat uit van een kostenstijging van 3 à 4 procent, maar tel daar het tekort aan zorgpersoneel en de stijgende cao-lonen bij op en je zit zo op 6 à 7 procent per jaar. Het gevoel van urgentie moet omhoog, maar het omgekeerde gebeurt. Omdat de economie aantrekt, mogen we wel weer wat meer uitgeven, lijkt de gedachte.’

Georgette Fijneman, divisievoorzitter bij Zilveren Kruis: ‘We gaan richting onbetaalbaarheid van de zorg. Er komen steeds meer ouderen, dus hebben we straks meer mensen die zorg nodig hebben en minder mensen die zorg verlenen en die het geld opbrengen.’

Ruben Wenselaar, voorzitter raad van bestuur Menzis: ‘Welke burger weet nou dat hij 5.700 euro aan zorgkosten per jaar betaalt?’ © Menzis

Ruben Wenselaar, bestuursvoorzitter van Menzis: ‘De premies zijn het meest zichtbaar, maar die vormen maar een kwart van de zorgkosten die we met ons allen opbrengen. Welke burger weet nou dat hij 5.700 euro aan zorgkosten per jaar betaalt?’

Van der Meeren: ‘Als we de uitgaven niet beperken gaat dat ten koste van zaken die uiteindelijk nog belangrijker zijn, zoals investeren in maatschappelijk welzijn.’

Wat gaat er dan gebeuren?

Wenselaar (Menzis): ‘De betalingsbereidheid neemt af. De kwetsbaren in onze samenleving worden daarvan de dupe, want zij hebben het meeste zorg nodig. De solidariteit tussen gezonde en minder gezonde mensen – of tussen arm en rijk – moet in stand blijven, dat is een maatschappelijke basisvoorwaarde.’

Van der Meeren (CZ): ‘Die solidariteit neemt af en dat snap ik ook wel. Als de zorg duurder wordt, roepen meer mensen dat de roker en de dikkerd hun hoge zorgkosten zelf maar moeten betalen. De maatschappij wordt er niet beter van als we elkaar op die manier de maat gaan nemen. Te hard werken is immers ook slecht voor de gezondheid, net als een slecht huwelijk.’

Zorgpremies zullen sneller stijgen

Zilveren Kruis, VGZ, CZ en Menzis vormen samen de grote vier in zorgverzekeringsland; 88,3 procent van alle Nederlanders (zo’n 15 miljoen mensen) zijn via een van deze bedrijven verzekerd. Samen geven zij alleen al aan de zorg die door de basisverzekering wordt gedekt jaarlijks ongeveer 40 miljard euro uit.

Alle verzekeraars dempen de zorgpremie door geld bij te leggen uit de eigen reserves. Maar, waarschuwen zij, de bodem van die buffers komt in zicht. Als die reserves zijn uitgeput, zal de premie harder stijgen dan nu het geval is.

Wenselaar: ‘We hebben een verantwoordelijkheid voor de ouderen en kwetsbaren in onze samenleving. Het is jammer dat de discussie zich nu zo toespitst op de verpleeghuizen. Daar is commotie over, dus daar gaat het geld nu naartoe. Ik had liever gezien dat het geld beschikbaar zou zijn voor kwetsbare ouderen, ongeacht waar ze wonen. Nu wordt weer een deelbelang geclaimd, terwijl we ook een brede discussie moeten voeren over de vraag in welke voorzieningen we moeten investeren als we ouderen langer thuis willen laten wonen.’

Welke oplossing houdt de zorg wel betaalbaar?

Wenselaar (Menzis): ‘We moeten kritischer kijken naar de basisverzekering. Daar komen elk jaar nieuwe dingen bij die vergoed worden, zoals dure medicijnen, maar er gaat nooit iets van af. De reflex zou moeten zijn: hé, er komt iets bij, wat kan er dan uit? Dat soort discussies zijn lastig te voeren. Je zou kunnen overwegen goedkope medicijnen die veel worden gebruikt eruit te halen: dat kan de kosten aanzienlijk omlaag brengen.’

Fijneman (Zilveren Kruis): ‘Ik merk wel dat zorgaanbieders steeds meer bereid zijn na te denken over de vraag hoe de kosten omlaag kunnen. De zorgkosten blijven stijgen, de wachtkamer wordt voller, de krapte in personeel neemt toe. Die druk helpt als je ingrijpende maatregelen moet nemen. We moeten de zorg slimmer organiseren.’

Ton Kliphuis, voorzitter raad van bestuur VGZ: ‘Er zit op de lange termijn 20 tot 25 procent ‘lucht’ in de zorg. Zo veel geld geven we onnodig uit.’ © Babet Hogervorst

Kliphuis (VGZ): ‘Het zal wel tot een hoop controverse leiden, maar ik durf de stelling aan dat er op lange termijn 20 tot 25 procent ‘lucht’ zit in de zorg. Zo veel geld geven we onnodig uit. Dat komt door een combinatie van ‘zo doen we het altijd’-gewoonten, verkeerde financiële prikkels waarbij extra behandelingen tot meer inkomsten leiden, onnodige diagnoses en inefficiëntie.

‘Bij VGZ hebben we twee doelstellingen: die 25 procent onnodige kosten eruit halen door zinnige zorg en de zorgkosten niet harder laten stijgen dan de economische groei. Pas dan is de kostenstijging houdbaar.’

Van der Meeren (CZ): ‘Ik pleit er hartstochtelijk voor dat de overheid minder geld uitgeeft aan de zorg en meer aan het maatschappelijk welzijn, aan participatiebanen. Laagopgeleiden gaan zeven jaar eerder dood en leven 19 jaar minder lang in goede gezondheid dan hoogopgeleiden. Los je dat op met meer gezondheidszorg? Ik zeg daarmee niet dat investeren in de zorg niet zinvol is, ik zeg alleen dat investeren in andere zaken nog zinvoller is.

We moeten de problemen die tot schulden hebben geleid aanpakken, in plaats van de psychiater erbij te halen als mensen er gek van worden, aldus Wim van der Meeren, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar CZ.

‘We moeten iets aan uitzichtloze situaties doen en laagopgeleiden meer kansen geven op de arbeidsmarkt. Dat helpt hun gezondheid te verbeteren. Als je niet meedoet en werkloos thuis zit, is de kans op ongezond gedrag veel groter. Ik denk echt dat mensen minder snel met een zak chips op de bank belanden als je ze uit hun sociaal isolement haalt.

‘Neem nou de schuldenproblematiek. We moeten die intelligent benaderen en erachter proberen te komen welke problemen tot die schulden hebben geleid. Die problemen moeten we vervolgens aanpakken, in plaats van de psychiater erbij te halen als mensen gek worden van hun schulden, zoals nu gebeurt. Dat is toch niet wijs? Mensen worden hun huis uitgezet omdat ze de huur niet kunnen betalen en kampen daardoor met enorm veel stress. Vervolgens komen ze met allerlei klachten bij de huisarts.’

Wim van der Meeren, voorzitter raad van bestuur bij CZ: ‘We moeten laagopgeleiden meer kansen geven op de arbeidsmarkt. Dat verbetert hun gezondheid.’ © ANP

Wenselaar: ‘Ik vind het heel stoer om te zeggen dat er minder geld naar de zorg moet, maar dat gaan ‘m niet worden. De lonen stijgen, de medicijnenprijzen stijgen, de druk op de spoedeisende hulp en de huisartsenposten neemt toe, en dat is allemaal waar. Als we die prijsspiraal willen doorbreken, dan moeten we fundamenteel anders gaan denken.

‘Het zorgaanbod is nu nog heel klassiek. We moeten meer gebruikmaken van technologie die de efficiëntie verbetert. Neem het project ‘COPD in beeld’ (COPD is een longaandoening, red.). Patiënten doen dan thuis zelf metingen, die centraal worden geregistreerd. Pas wanneer de gemeten waarden abnormaal zijn, worden patiënten opgeroepen voor een onderzoek in een gespecialiseerd centrum.

‘Dit systeem leidt ertoe dat minder mensen met klachten naar de spoedeisende hulp gaan, dat er minder zware zorg nodig is en dat patiënten zich veiliger voelen en uiteindelijk gewoon beter af zijn. Ze doen alleen een beroep op de dokter als het ook echt nodig is.’

Mensen thuis in hun vertrouwde omgeving behandelen is voor patiënten een stuk beter, aldus Georgette Fijneman.

Fijneman: ‘De zorg moet doelmatiger. Veel zorg kan ook gewoon bij de patiënt thuis plaatsvinden. Dat scheelt enorm in de kosten en is in veel gevallen fijner voor patiënten. Zodra een patiënt een ziekenhuis binnenstapt begint de teller te lopen.

‘Een voorbeeld: wij doen experimenten waarbij kankerpatiënten chemotherapie thuis ontvangen. Patiënten worden daar net zo ziek van als van een behandeling in het ziekenhuis, maar het scheelt dat ze niet de taxi of de auto in hoeven. Ze zijn thuis in hun vertrouwde omgeving, dat is voor het patiëntenwelzijn een stuk beter. Datzelfde zien we bij hartpatiënten die via e-health gemonitord worden.’

Van der Meeren: ‘Veel prikkels in de zorg zijn verkeerd. Hoe meer behandelingen, hoe hoger de verdiensten. Daarom verlenen artsen en zorginstellingen in Nederland veel te veel zorg. Eén van mijn oneliners is: ‘Het gaat meestal vanzelf over, tenzij je er op tijd bent.’

Georgette Fijneman, divisievoorzitter Zilveren Kruis: ‘Wij doen experimenten waarbij kankerpatiënten chemotherapie thuis ontvangen.’ © Zilveren Kruis

‘Neem nou een liesbreuk, daarbij wordt vrijwel standaard geopereerd. Maar we kunnen patiënten ook een keuze voorleggen en zeggen: we kunnen u opereren met de kans op complicaties en nare bijwerkingen, maar niet-opereren is ook een optie. Dat maakt dat mensen afzien van een operatie en daar blij mee zijn. Dat scheelt enorm in de kosten.’

Kliphuis: ‘Wij zien dat arts en patiënt samen een betere behandelkeuze maken als de arts meer tijd besteedt aan de patiënt. Meer overleg tussen arts en patiënt leidt bijvoorbeeld tot 16 procent minder galblaasoperaties, omdat medicijnen of een ander voedselpatroon ook tot het gewenste resultaat leiden.

‘Datzelfde geldt voor de huisarts. We doen proeven met het verkleinen van huisartspraktijken en wat blijkt: een huisarts die meer tijd heeft voor zijn patiënten, verwijst minder vaak door naar het ziekenhuis. Patiënt tevreden, kosten omlaag, meer lol voor de huisarts: wie kan daar tegen zijn?’

Is het echt zo eenvoudig?

Wenselaar (Menzis): ‘Als we de projecten die nu succesvol zijn op grote schaal willen invoeren, komen we aan veel bestaande belangen. Want wat doen we met ziekenhuizen die straks met lege poli’s kampen omdat huisartsen minder vaak doorverwijzen?

‘Daarom moeten we met elkaar afspreken waar we over tien jaar willen zijn. Dan hebben we misschien nog evenveel ziekenhuizen, maar zijn ze wel gespecialiseerder en kleiner geworden. De huisarts ziet dan nog altijd veel patiënten, maar minder dan nu. Digitale hulpmiddelen moeten voorkomen dat patiënten te snel naar de huisarts gaan.

Zorgverzekeraars moeten de verplichting krijgen een geslaagd experiment van een concurrent één op één over te nemen, aldus Ruben Wenselaar, bestuursvoorzitter van Menzis.

‘Het probleem is dat een succesvol proefproject vaak niet wordt opgevolgd, maar dat het wiel in de zorg telkens opnieuw wordt uitgevonden. We moeten de beschikbare kennis veel meer delen. Ik denk dat zorgverzekeraars de verplichting moeten krijgen een geslaagd experiment van een concurrent één op één over te nemen.’

Kliphuis (VGZ): ‘De gezondheidszorg is gewend dat er altijd maar geld bijkomt. Er is nooit een prikkel geweest te letten op efficiëntie. Er is te weinig ervaring met bezuinigen. Kleinere huisartsenpraktijken zijn er ook niet zomaar. Als we artsen een hogere vergoeding geven en een kleinere praktijk, gaan ze niet automatisch hun gedrag veranderen en minder doorverwijzen.

‘Zo’n gedragsverandering moeten we één-op-één afspreken, huisarts voor huisarts.’

Overstapseizoen

©

Uiterlijk dit weekeinde moeten alle zorgverzekeraars laten weten wat hun zorgverzekering in 2018 per maand kost, bij een eigen risico van 385 euro. Dit zijn de vier grootste verzekeraars van wie het tarief nu al bekend is:

CZ
€116,25 (+3,40 euro per maand)

VGZ
€116,20 (+3,25 euro per maand)

Zorg en Zekerheid
€114,95 (-1 euro per maand)

DSW
€107,50 (-0,50 euro per maand)

Volg en lees meer over:  NEDERLAND  GEZONDHEIDSZORG  GEZONDHEID  ECONOMIE  ZORGVERZEKERING

ZORG;

BEKIJK HELE LIJST

MEEST GELEZEN WETENSCHAP;

  1. ‘Moet het medicijn echt honderdduizend euro per spuit kosten?’
  2. De zorg moet anders, zeggen zij (en zij weten ook hoe)
  3. Premies zorgverzekering volgend jaar met gemiddeld 2,16 euro omhoog
  4. Adhd is geen chronische hersenziekte, een wond geneest overdag een stuk sneller, en een nieuwe prijs voor mislukte onderzoeken

BEKIJK HELE LIJST

Topmannen zorgverzekeraars: er gaat te veel geld naar de zorg, kan minder

VK 11.11.2017 Er gaat te veel geld naar de zorg en daardoor komt de solidariteit van ons zorgstelsel onder druk te staan. Dat zeggen de topmannen van twee van de vier grote zorgverzekeraars in een interview met de Volkskrant.

Tom Kliphuis van VGZ, de tweede verzekeraar van ons land, durft ‘de stelling aan dat er op de lange termijn 20 tot 25 procent lucht zit in de zorg, geld dat we onnodig uitgeven. Het is een combinatie van ‘zo doen we het altijd-gewoontes’, verkeerde financiële prikkels waarbij meer behandelingen tot meer inkomsten leiden, onnodige diagnoses en inefficiëntie’.

Ook topman Wim van der Meeren van CZ, nummer drie onder de verzekeraars’, vindt dat er te veel geld naar de zorg gaat, geld dat beter besteed kan worden. ‘Ik pleit hartstochtelijk voor minder geld naar de zorg, en meer geld naar het maatschappelijk welzijn, naar participatiebanen. Als je ziet dat laagopgeleiden zeven jaar eerder dood gaan en 19 jaar minder lang in ervaren goede gezondheid leven, dan is mijn vraag: helpt meer zorg? Ik zeg niet dat investeren in de zorg niet zinvol is, ik zeg alleen dat investeren in andere dingen nog zinvoller is.’

Tempo

Volgens de verzekeraars zouden de zorguitgaven niet sneller moeten stijgen dan de groei van de economie

Alle vier de verzekeraars maken zich zorgen over het tempo waarmee de zorguitgaven groeien.  Ruben Wenselaar van Menzis ziet de betalingsbereidheid daardoor afnemen. ‘De kwetsbaren in onze samenleving worden daarvan de dupe, want zij hebben het meeste zorg nodig. De solidariteit tussen gezonde en minder gezonde mensen (of tussen arm en rijk) moet in stand blijven, dat is een maatschappelijke basisvoorwaarde.’ Ook volgens Georgette Fijneman van Zilveren Kruis, de grootste zorgverzekeraar, gaan ‘we richting onbetaalbaarheid van de zorg.’

Volgens de verzekeraars zouden de zorguitgaven niet sneller moeten stijgen dan de groei van de economie. Dat gebeurt volgens de laatste ramingen van het cpb en de plannen van het kabinet wel. Een van de oorzaken is dat er in Nederland veel te veel zorg wordt verleend, denken de topbestuurders. Van der Meeren: ‘Veel prikkels in de zorg zijn verkeerd. Hoe meer behandelingen, hoe hoger de verdiensten. Daarom verlenen artsen en zorginstellingen in Nederland veel te veel zorg. Eén van mijn oneliners is: het gaat meestal vanzelf over, tenzij je er op tijd bent.’

Vier bestuurders van de grootste zorgverzerkeraars geven hun visie.

© Janssen R  De zorg moet anders, zeggen zij (en zij weten ook hoe)

88 procent van alle Nederlanders heeft een zorgverzekering bij een van hen. En zij waarschuwen nu:de stijgende zorgkosten zullen de maatschappij als een boemerang treffen. (+)

Volg en lees meer over:  NEDERLAND   GEZONDHEID   ECONOMIE   GEZONDHEIDSZORG

ZORG;

BEKIJK HELE LIJST

Demente moeder Van Rijn zette slechte verpleeghuiszorg op de kaart

AD 08.11.2017 Het verhaal over de demente moeder van staatssecretaris Van Rijn, ze blijkt twee weken geleden op 83-jarige leeftijd overleden, zette de discussie over de kwaliteit van onze verpleeghuiszorg landelijk op de kaart. Inmiddels klotst het geld tegen de plinten, maar de personeelstekorten blijven nijpend.

Op dinsdag 4 november 2014 slaan twee tachtigers in deze krant alarm over de falende zorg aan hun zwaar demente echtgenotes. Joop van Rijn en zijn toenmalige kompaan Ben Oude Nijhuis worden ineens bekende Nederlanders als ze op indringende wijze vertellen over misstanden in de Haagse zorginstelling.

Het maakt diepe indruk in Nederland; de verhalen over hoe hun vrouwen rondlopen in vieze kleding, soms niet op tijd naar het toilet kunnen en het feit dat er meerdere keren per week urenlang geen personeel aanwezig is. Saillant detail: de demente mevrouw Van Rijn is de moeder is van staatssecretaris Martin Van Rijn. Juist hij is dan in het kabinet verantwoordelijk voor langdurige zorg.

Strijdbaar

Ben Oude Nijhuis blijkt het meest strijdbaar. Hij gaat een dag na de krantenpublicatie in het televisieprogramma Pauw het gesprek aan met staatssecretaris Van Rijn, die op dat moment al werkt aan het plan ‘Waardigheid en Trots’ voor liefdevolle ouderenzorg. Twee weken later overlijdt Oude Nijhuis plotseling en hij wordt postuum bekroond met de titel ‘Held van 2014’.

Niet lang daarna, begin 2015, ligt het plan van Van Rijn er. Er komt een leidraad op het gebied van personeelsinzet, staat er. Zo verplicht Van Rijn de politiek weer te investeren in personeel. Daarna wordt het even rustig, maar het blijkt de stilte voor een nieuwe storm. In de zomer van 2016 barst de bom opnieuw als de staatssecretaris de zorginspectie dwingt de namen bekend te maken van 150 slecht presterende verpleeghuizen.

Manifest

Enkele dagen later schrijft AD-columnist Hugo Borst, die zelf een demente moeder in een verpleeghuis heeft, in een open brief aan de staatssecretaris hoe het beter kan. Die brief wordt enkele maanden later weer gevolgd door het manifest Scherp op ouderenzorg, met daarin tien voorwaarden om ,,goede zorg voor alle kwetsbare ouderen in verpleegtehuizen te waarborgen”. Stel vast hoeveel zorgpersoneel nodig is om complete zorg te leveren en pas het budget aan aan die norm, klinkt het. In de aanloop naar de verkiezingen omarmt de Tweede Kamer het manifest.

Als die personeelsnorm er begin dit jaar eenmaal ligt, blijkt dat aan de nieuwe kwaliteitseisen voor de ver­pleeg­huis­zorg een verplicht prijskaartje hangt van minstens 2,1 miljard euro in 2021

Als die personeelsnorm er begin dit jaar eenmaal ligt, blijkt dat aan de nieuwe kwaliteitseisen voor de verpleeghuiszorg een verplicht prijskaartje hangt van minstens 2,1 miljard euro in 2021. De nieuwe coalitiepartners gaan morrend akkoord en de plannen om de verpleegzorg een oppepper te geven kunnen worden uitgerold. Daarnaast schrapt het demissionaire kabinet onder aanvoering van Van Rijn een eerder ingeplande bezuiniging op de langdurige zorg. Zo worden alle rimpels weggestreken.

Ambitieuze klus

Ondanks de nieuwe zak met geld duurt het nog enkele jaren voordat er genoeg gekwalificeerd personeel is gevonden om de beschikbare centen helemaal aan uit te geven. Een ambitieuze klus, moest de gloednieuwe zorgminister Hugo de Jonge onlangs nog toegeven. Het verpleeghuis is niet populair als werkplek. Ondertussen vergrijst Nederland steeds verder en zullen er dus snel meer ouderen komen die intensieve en dure verpleeghuiszorg nodig hebben.

Moeder Martin van Rijn op 83-jarige leeftijd overleden

AD 08.11.2017 De moeder van voormalig staatssecretaris Martin van Rijn is ongeveer twee weken geleden op 83-jarige leeftijd overleden in een Haags verzorgingstehuis. Dat heeft de woordvoerder van Van Rijn vanmiddag bevestigd.

Mevrouw van Rijn kwam landelijk in de media doordat haar man Joop in november 2014 samen met zijn toenmalige kompaan Ben Oude Nijhuis in deze krant klaagde over de gebrekkige behandeling van hun demente partners in WoonZorgcentra Haaglanden.

Van Rijn senior, toen 81 jaar, deed op indringende wijze verslag van de personeelstekorten en de gevolgen voor zijn zieke echtgenote. Hierdoor ontstond een brede discussie over de kwaliteit van onze ouderenzorg, die later werd versterkt door het manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers.

De uitspraken van Joop van Rijn en Ben Oude Nijhuis sloegen destijds mede in als een bom omdat Martin van Rijn op dat moment staatssecretaris was van langdurige zorg. Hij was toen al bezig met de ontwikkeling van een plan voor betere verpleegzorg.

november 8, 2017 Posted by | bezuinigingen, politiek, Zorg, zorginstelling Careyn | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Op weg naar de begroting 2018 van kabinet Rutte 3 – deel 2

Begrotingsbehandelingen uitgesteld: eerst een nieuw kabinet

De Tweede Kamer zal pas over de begrotingen voor 2018 debatteren als het nieuwe kabinet er is. Dan pas is duidelijk wat het nieuwe kabinet wil veranderen aan de begrotingen die op Prinsjesdag zijn ingediend. Eerder besloot de Tweede Kamer ook al de Algemene Politieke Beschouwingen en de Algemene Financiële Beschouwingen uit te stellen. Kamerlid Mark Harbers (VVD) deed het verzoek tot uitstel van de begrotingsbehandelingen woensdagmiddag 4 oktober tijdens de regeling van werkzaamheden. Hij kreeg steun van een meerderheid in de Kamer.

Door het uitstel vinden de verschillende debatten in de gebruikelijke volgorde plaats:

  1. Debat over de regeringsverklaring: zodra het nieuwe kabinet er is en zijn plannen bekend heeft gemaakt, zal de Tweede Kamer eerst een debat over de regeringsverklaring organiseren. Zo’n debat is vergelijkbaar met de Algemene Politieke Beschouwingen. Het is een belangrijk debat, omdat daarin duidelijk wordt welke ruimte het kabinet heeft om zijn plannen daadwerkelijk uit te voeren en hoe groot de steun daarvoor is. Het debat duurt meestal twee dagen. De media besteden er gewoonlijk veel aandacht aan.
  2. Kort daarna zullen de Algemene Financiële Beschouwingen gepland worden. In dit debat bespreken de financieel specialisten van de Kamerfracties de rijksbegroting, samen met de minister en de staatssecretaris van Financiën.
  3. Daarna zal de Tweede Kamer de begrotingen van elke ministerie afzonderlijk behandelen. In de Tweede Kamer worden sommige voorstellen gewijzigd en aangepast, sommige worden geschrapt en andere voorstellen worden ongewijzigd overgenomen. Alleen de Tweede Kamer heeft amendementsrecht en mag wetsvoorstellen wijzigen. De Eerste Kamer mag dat niet.

VOORZITTER KHADIJA ARIB: ZORGVULDIGE BEHANDELING VAN DE BEGROTING IS BELANGRIJK

Voorzitter Khadija Arib gaat samen met het Presidium bekijken hoe de begrotingsdebatten ingepland worden. Ze vindt het belangrijk dat de Kamer de tijd en ruimte krijgt om de begrotingen zorgvuldig te behandelen. Tijdens de regeling van werkzaamheden zei ze: “Ik vind het niet goed als de nieuwe Tweede Kamer eerst een halfjaar moet wachten, en dan op het laatste moment alles moet afraffelen.”

Lekkende Begroting 2018

Wie nog dacht dat de bijna-kabinetscrisis van eind augustus om de inhoud ging, weet sinds vanmiddag beter: het ging alleen om politiek prestige.

In een notendop:

PvdA-leider en vicepremier Asscher eiste op hoge toon 270 miljoen euro om de onderwijzers in het basisonderwijs komend jaar een salarisverhoging van 3 procent te geven.

Coalitiepartner VVD weigerde toe te stemmen omdat tegelijkertijd aan de formatietafel financiële afspraken moesten worden gemaakt.

Eerst moest het aanstaande regeerakkoord door het Centraal Planbureau worden doorgerekend, daarna viel er pas meer te zeggen over het budget voor de onderwijzers.

Binnenskamers viel toen al te horen: met die 270 miljoen komt het wel goed, maar Asscher moest niet proberen de eer naar zichzelf toe te trekken.

Van de totale overheidsbegroting 2018 van 270 miljard euro zijn al een paar dingen uitgelekt…!!

Prinsjesdag komt dichterbij en zoals altijd de afgelopen jaren lekken er dan cijfers uit. “Verschrikkelijk”, reageert premier Rutte. “Maar ja, het is onderdeel van Den Haag.”

19.09.2017

19.09.2017

En ziedaar, wat een korte adempauze niet kan doen. In de vanmiddag 15.09.2017 uitgelekte begrotingscijfers voor 2018  staat het dan toch gewoon: 270 miljoen voor de leraren. Tegelijkertijd lieten de formerende partijen weten dat hun akkoord nog niet naar het CPB kan. Toch nemen ze deze investering alvast voor lief, ongetwijfeld in de hoop dat het nu niet meer alleen op Asscher zal afstralen.

Leraren demonstreren afgelopen juni op het Malieveld voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs

De basisschoolleraren eisen overigens 10 procent loonsverhoging, dus dit zal niet genoeg zijn om de al aangekondigde staking van 5 oktober 2017  af te wenden. 

Uit de Miljoenennota, die de Volkskrant heeft ingezien, blijkt ook dat het demissionaire kabinet 425 miljoen euro extra uittrekt om de Koopkracht te verbeteren van uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden.

AD 16.09.2017

AD 16.09.2017

Nota vol goed nieuws
Dit zijn de belangrijkste punten uit de begroting van komend jaar:

Met de economische cijfers feliciteert het kabinet zichzelf. De groei voor 2017 wordt geschat op 3,3 procent. Voor volgend jaar is de groei van de economie naar schatting 2,5 procent. De werkloosheid daalt naar 390.000 mensen.

Dit jaar staat Prinsjesdag vooral in het teken van de formatie. Want wat blijft er van de begroting voor 2018 overeind, als de formerende partijen het eens worden over een nieuw regeerakkoord?

Volgens premier Rutte veel. “Het gaat om een begroting van 270 miljard euro, dat gaan wij echt niet ineens allemaal anders doen.”

Prinsjesdag

Van de totale overheidsbegroting 2018 van 270 miljard euro zijn al een paar dingen uitgelekt:
* De leraren krijgen er 270 miljoen euro bij voor salarisverhoging
* De verpleegzorg krijgt er de komende vier jaar 130 miljoen euro bij, op de 435 miljoen extra
* De Belastingdienst krijgt 75 miljoen om problemen op te lossen
* Nederlanders gaan er volgend jaar gemiddeld 0,6 procent op vooruit
* De werkloosheid daalt naar 390.000
* Het begrotingsoverschot komt op 0,8 procent en de economische groei op 2,5 procent

Rutte is de verbindende schakel tussen het oude en het nieuwe kabinet. Buma en Segers van CDA en ChristenUnie gaan (waarschijnlijk) voor het eerst in jaren regeren, dus die leggen het accent anders dan Rutte.

Buma: “De Miljoenennota is van het demissionaire kabinet en het nieuwe kabinet zal een heleboel wijzigingen hebben.” Segers noemt de Prinsjesdagstukken wel echte plannen, maar die wijzigingen zullen er zeker komen, zegt hij.

Uiteindelijk gaat de Nederlander er qua Koopkracht gemiddeld maar 0,6 procent op vooruit. Werkenden profiteren het meest (0,8 procent). Om te voorkomen dat uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden erop achteruitgaan wordt 425 miljoen euro uitgetrokken.

AD 16.09.2017

AD 16.09.2017

Koopkrachtstijging, per groep

In de bijstand: 0,3 procent
Gepensioneerd: 0,6 procent
Werkend: 0,8 procent

– Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) schrijft in het voorwoord dat zowel de overheidsbestedingen als bedrijfsinvesteringen toenemen. De groei wordt enigszins geremd door de lagere gasproductie.

– Intussen daalt de staatsschuld naar 53,7 procent van het BNP en kan het kabinet wijzen naar een overschot op de begroting van 0,8 procent.

– Er wordt wordt flink geïnvesteerd in de zorg, een half miljard in 2018. Het eigen risico stijgt naar 400 euro. De zorgtoeslag voor lage inkomens gaat ook omhoog.

Formatie en Regeerakkoord

Over de formatie en het concept-regeerakkoord wordt overigens ook gelekt. Gisteren werd bekend dat de vier onderhandelende partijen het eens zijn over vluchtelingendeals en een nieuwe bed-bad-broodregeling.

Maandag 18.09.2017  gaan de onderhandelingen verder. Dinsdag 19.09.2017  is het Prinsjesdag.

Goedemorgen.

Het is vandaag de derde dinsdag van september: Prinsjesdag. Maar achter de feestelijkheden gaapt een leegte. 

Want met een demissionair kabinet zijn er geen grote plannen, geen vergezichten, geen met vers beleid gestutte visie op de toekomst.

Geen climax van het politieke seizoen, maar een verplicht nummer !!!

Qua rituelen zal de liefhebber niets tekortkomen, en toch is deze Prinsjesdag anders. Achter de feestelijkheden gaapt een leegte. Want wie schetst waar het heen moet met het land?

Zo op het eerste gezicht zal het een Prinsjesdag als alle andere zijn. Een Ridderzaal vol Kamerleden en hoogwaardigheidsbekleders. Luisterend naar de Koning die op plechtige toon de Troonrede voorleest. Een parade van dames met hoedjes waarover is nagedacht en heren in kraakverse pakken.

Goed, de Gouden Koets is in groot onderhoud, dus verplaatsen koning en koningin zich, voor het tweede jaar, per Glazen Koets. De route is wel weer klassiek. Vanwege de aanleg van een ondergrondse parkeergarage moest vorig jaar worden uitgeweken naar de Korte Houtstraat. Dit jaar gaat de koninklijke rijtoer als vanouds via de Korte Vijverberg naar het Binnenhof.

Een cavalerist oefent met rookbommen bij het Kurhaus in Scheveningen. © Freek van den Bergh / de Volkskrant

De Algemene Politieke Beschouwingen zijn verdaagd, tot na het regeerakkoord van een nieuw kabinet

Saluutschoten, ere-escorte van cavalerie, grenadiers, marechaussee en politie te paard – qua ritueel zal de liefhebber niets tekortkomen. Het zal niet genoeg zijn om te verhullen dat daarachter een grote leegte gaapt. Geen grote plannen, geen vergezichten, geen met vers beleid gestutte visie op de toekomst. Er is geen regering die de koning de woorden in de mond kan leggen om te schetsen waar het heen moet met ons land – de Troonrede als hoofdpijndossier. De begroting wordt een verlengstuk van die van vorig jaar.

Dit wordt de Prinsjesdag die niemand wilde, de dag die gehouden wordt omdat het nu eenmaal zo in de grondwet (artikel 65) staat. Wat normaal gesproken de climax van het politieke seizoen is, zal nu een verplicht nummer zijn. Ook de Algemene Politieke Beschouwingen – het debat van twee dagen waarin de oppositie de regering het vuur aan de schenen kan leggen – zijn verdaagd, tot na het regeerakkoord van een nieuw kabinet.

In plaats daarvan gaat het dezer dagen in de plenaire zaal over onderwerpen als misstanden in de bokkenhouderij en het gebruik van drones door Limburgse landbouwers. Nu de regering amper nog besluiten neemt, droogt de Kameragenda steeds verder op. Dat geldt in verhevigde mate voor de Eerste Kamer.

Vanwege de veiligheid worden wegblokkades aangebracht in de Haagse binnenstad.© Freek van den Bergh / de Volkskrant

Primaat

Je komt niet naar de Kamer voor die poespas, en toch doet het me wat, aldus Nieuw Kamerlid Gijs van Dijk.

De Glazen Koets. © ANP

Als het aan de SP had gelegen, was dat anders gelopen. Dan waren de Beschouwingen gewoon doorgegaan. ‘Waarom zou je het primaat bij een demissionaire regering laten’, zegt Peter Kwint (32), Kamerlid sinds maart. ‘We hadden deze periode kunnen gebruiken om als Kamer accenten aan te geven.’ De pogingen die de SP daartoe ondernam, door te proberen de verhoging van de salarissen in het lager onderwijs en de verlaging van het eigen risico in de zorg te forceren, hadden niet het gewenste resultaat. Kwint, door Kamervoorzitter Arib gekapitteld toen hij zonder jasje de Kamer toesprak, komt vandaag in pak. ‘Ik heb nog wel wat in de kast hangen.’ Zijn moeder vergezelt hem.

Waar Kwint vol ongeduld wacht totdat zijn Kamerlidmaatschap echt losbrandt, heeft Gijs van Dijk (36), nieuw Kamerlid voor de PvdA, het razend druk. Zijn toch al gedecimeerde fractie bestaat voor de helft uit demissionaire bewindspersonen. Omdat die hun handen nog vol hebben aan hun ministerie, bemoeit Van Dijk zich met zowat alles. ‘Wonen, politie, sociale zaken, koninkrijksrelaties, basisregistratie personen – het is een stoomcursus. Ik ga van commissie naar commissie.’ Van Dijk, ook geen pakkendrager, bezocht de Suit Supply. ‘Je komt niet naar de Kamer voor die poespas, en toch doet het me wat.’

Troonrede 2016. © ANP

Suzanne Kröger (41), nieuw bij GroenLinks, heeft deze week wel iets anders aan haar hoofd dan Prinsjesdag. Ze heeft debatten over de uitbreiding van de luchthaven Lelystad, over de vervuiling bij Chemours en over een noodpakket luchtkwaliteit. Een soort apotheose van haar eerste half jaar als Kamerlid. ‘Dit is de week waarvoor je het doet’, zegt ze. ‘Voor mij komt alles samen.’ Haar hoop voor de Troonrede? Dat er hoge prioriteit aan klimaatverandering wordt gegeven. Over haar Prinsjesdagkleding heeft ze nog niet nagedacht. ‘Volgend jaar ben ik ook op dat punt ingewerkt.’

René Peters (42), die als kandidaat-Kamerlid drie stond op de CDA-lijst, heeft in zijn fractie de portefeuille schulden en armoede en is daar druk mee. ‘Veel is controversieel verklaard en kan dus niet worden behandeld. Maar ik ga heel veel op werkbezoek, geef lezingen, eet alle letters die over dit onderwerp worden geschreven, wil m’n contacten perfect op orde hebben. Dit is helemaal mijn terrein.’ Hij wordt dinsdag vanaf het ontbijt gevolgd door Omroep Brabant. ‘Alles nieuw en tiptop, tot en met sokken en schoenen. Het pak is gemaakt door een kleermaker in Oss.’ Zijn ouders zullen langs de route staan.

Een Prinsjesdag om te laten zien dat alles gewoon doormarcheert. Ook als de formatie eindeloos lijkt te duren.

Samenvatting Platform 31

Nederland is sterker uit de crisis gekomen. Zo luidde de centrale boodschap van de Miljoenennota 2018 die werd gepresenteerd op Prinsjesdag.

De jaarlijkse rijksbegroting repte onder meer over een groeiende economie en dalende werkloosheid. Welke belangrijkste maatregelen en beleidswijzigingen voor stad en regio sprongen er verder uit?

De rijksbegroting van dit jaar gaat, vanwege een demissionair kabinet, de geschiedenis in als een beleidsarm document. Nederland wacht vol spanning op het aanstaande regeerakkoord. U ontvangt daarom dit jaar – anders dan u van Platform31 gewend bent – maar liefst twee analyses: een samenvatting van de rijksbegroting_2018 én een gedetailleerdere analyse van het regeerakkoord_2018. In deze eerste samenvatting bundelen we de meest opvallende maatregelen en beleidswijzigingen voor u, geordend naar de ministeries die het meest relevant zijn voor stad en regio. Zodra er een nieuw regeerakkoord is, maakt Platform31 een uitgebreide analyse en duiding en brengen we de consequenties voor steden en regio’s in beeld.

lees: Financieel Jaarverslag van het Rijk 2017

lees: bijlagen-bij-fjr

Volg en lees meer over:  PRINSJESDAG

Lees meer over: Prinsjesdag 2017

Zie ook: Samenvatting_rijksbegroting_2018

Zie ook: Analyse_regeerakkoord_kabinet-Rutte_III

Zie ook: kamerbrief met toelichting op koopkrachteffecten regeerakkoord

Zie ook: Waarom gaat Prinsjesdag dit jaar eigenlijk door?

zie ook: Op weg naar de begroting 2018 van kabinet Rutte 3 – deel 1

zie ook: Met de begroting 2017 op weg naar kabinet Rutte 3 – deel 2

zie ook: Met de begroting 2017 op weg naar kabinet Rutte-3 – deel 1  

Overheidsfinanciën staan er onverminderd goed voor in 2018

RO 28.05.2018 De overheidsfinanciën vertonen onverminderd een positief beeld. Financiële meevallers helpen in 2018 bij het opvangen van de kosten van het verlagen van de gaswinning. De lagere gasbaten als gevolg van dit besluit lopen naar verwachting op tot 900 miljoen euro in 2022. Financiële meevallers zijn voornamelijk te vinden bij de zorg en sociale zekerheid.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de Voorjaarsnota 2018 die minister Hoekstra van Financiën op 28 mei aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de Voorjaarsnota staan de wijzigingen voor het begrotingsjaar 2018 ten opzichte van de Startnota, de vertaling van de financiële afspraken uit het Regeerakkoord.

Economisch en budgettair beeld

Cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) laten zien dat de economische groei hoger was dan bij de Startnota geraamd. Deze extra groei wordt vooral verklaard door een hogere uitvoer, die het gevolg is van een hoger dan geraamde wereldhandel. Ook de woningmarkt draagt bij aan de groei. De werkloosheid blijft met 3,9 procent ongewijzigd ten opzicht van de Startnota.

Ook de raming van het overheidssaldo is onveranderd en komt uit op 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De overheidsschuld is verder gedaald tot 53,3 procent bbp. De belangrijkste reden hiervoor is dat de schuld in 2017 lager uitkwam dan verwacht en doorwerkt in de voorjaarsnotacijfers.

Niettemin is het kabinet zich ervan bewust dat met name internationale risico’s, zoals de uitwerking van de Brexit en het (handels)beleid van de Verenigde Staten, kunnen de economische groei drukken.

Aanpassingen

Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2018 extra geld vrijgemaakt voor onder andere het opvangen van de lagere gasbaten en meer mankracht bij de Brexit-voorbereidingen voor Douane en keuringsdiensten (34 miljoen).   Financiële meevallers zijn er onder andere door lagere uitgaven aan genees- en hulpmiddelen (350 miljoen) en een lager dan verwacht aantal AOW-gerechtigden (95 miljoen). Ook bij de huurtoeslag is er een meevaller van 100 miljoen.

Hogere uitgaven zijn er dit jaar onder andere door een hoger dan geraamd aantal leerlingen en studenten (200 miljoen) en doordat de gunstige economische omstandigheden meer mensen doen besluiten gebruik te maken van kinderopvang (80 miljoen).

De inkomsten komen lager uit door de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de fiscale eenheid en doordat zorgverzekeraars de nominale zorgpremie uiteindelijk lager hebben vastgesteld dan eerder geraamd. De economische groei zorgt – in mindere mate – juist voor hogere inkomsten.

Gasbesluit

In de Voorjaarsnota zijn de budgettaire effecten verwerkt van het kabinetsbesluit over de gaswinning in Groningen. Het gaat hier om gederfde ontvangsten voor begrotingsjaar 2018 en de meerjarige doorwerking hiervan tot en met 2022. De gedetailleerde financiële dekking van het besluit wordt zichtbaar op Prinsjesdag, waarbij traditioneel de integrale begrotingsbesluitvorming voor het jaar 2019 en verder wordt gepresenteerd.

Volgens de huidige inzichten leidt het verlagen van de gaswinning in 2018 tot 150 miljoen euro lagere baten, en loopt dit bedrag op tot 900 miljoen in 2022. Daarnaast is er structureel 200 miljoen euro gereserveerd voor diverse kosten van het Rijk voor onder andere de kosten voor de aardbevingen en het bieden van een perspectief voor de regio.

Beide maatregelen worden in 2018 gedekt uit meevallers en geld op de verschillende departementale begrotingen wat niet tot besteding zal komen, in het bijzonder die van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De meerjarige dekking wordt gepresenteerd op Prinsjesdag.

Zie ook

Meevallers op rijksbegro­ting moeten tekort door lagere gaswinning opvullen

AD 28.05.2018 Meevallers op de rijksbegroting zijn dit jaar groot genoeg om het gat te dichten dat geslagen wordt door het verder terugschroeven van de gaswinning in Groningen. Daarnaast is er ruimte om enkele tegenvallers op te vangen zonder elders te hoeven bezuinigen, blijkt uit de vandaag gepresenteerde Voorjaarsnota.

Het kabinet gaf al eerder aan niet extra te zullen bezuinigen om de kosten van het dichtdraaien van de Groningse gaskraan op te vangen. Het besluit om de gaskraan in 2030 helemaal dicht te draaien werd enkele weken geleden al genomen, maar onduidelijk was tot dusver welk prijskaartje daaraan hangt en hoe die rekening moet worden betaald. Hoe het kabinet dat vanaf 2019 denkt te gaan oplossen, wordt op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Het besluit om de gaskraan verder dicht te draaien kost dit jaar 150 miljoen euro aan misgelopen gasbaten. Doordat de gaswinning de komende jaren helemaal wordt afgebouwd, loopt dat bedrag fors verder op naar 900 miljoen euro in 2022. Daarnaast wordt structureel 200 miljoen euro opzijgezet om het aardbevingsgebied in Groningen te helpen.

Onverminderd positief

Meevallers zijn er dit jaar met name bij de gezondheidszorg en de sociale zekerheid. Zo hoeft minder geld te worden uitgegeven aan genees- en hulpmiddelen, aan de AOW en aan huurtoeslagen. Daar staan hogere uitgaven tegenover aan onderwijs en kinderopvang. Ook gaat extra geld naar de douane en keuringsdiensten ter voorbereiding op het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU.

De overheidsfinanciën vertonen volgens minister Wopke Hoekstra (Financiën) onverminderd een positief beeld. Het kabinet gaat nog altijd uit van een begrotingsoverschot van 0,5 procent van het bruto binnenlands product. De economie draait nog altijd op volle toeren, en groeit zelfs harder dan waar vanuit werd gegaan bij het opstellen van de begroting voor dit jaar.

Het kabinet waakt desondanks voor al te veel optimisme, omdat er ook risico’s op de loer liggen. De gevolgen van bijvoorbeeld de brexit en het handelsbeleid van de Verenigde Staten kunnen de economische groei drukken.

Verantwoordingsdag: niet populair, maar wel belangrijk

NU 23.05.2018 Zodra er plannen voor de toekomst worden gesmeed, staan politici maar wat graag vooraan. Maar zodra er teruggeblikt moet worden, is dat een ander verhaal. Ook na de achttiende Verantwoordingsdag op de derde woensdag in mei, vorige week, is dat beeld nog niet veranderd. Deze woensdag debatteert de Kamer met de premier over de jaarverslagen van de ministeries.

De tegenhanger van Verantwoordingsdag, Prinsjesdag op de derde dinsdag in september, is een stuk bekender bij het grote publiek.

Toch onderschrijft iedereen in Den Haag het belang van volledige en transparante verantwoording over wat er met belastinggeld is gebeurd.

Een week na Verantwoordingsdag, waarop de jaarverslagen van de ministeries en de toelichting daarop zijn gepubliceerd, debatteert de Kamer woensdag de hele dag met premier Mark Rutte en minister Wopke Hoekstra over de verantwoordingsstukken.

Aandacht

“Politici die plannen maken, krijgen veel aandacht. Terugkijken of die plannen ook hun doel hebben behaald, komt veel minder in het nieuws”, zegt D66-Kamerlid Joost Sneller.

Sneller voelt zich een ambassadeur van Verantwoordingsdag. Hij begeleidde als parlementariër een project waarin honderd burgers naar aanleiding van de verantwoordingsstukken zelf vragen aan het kabinet kunnen stellen.

“Het viel bijvoorbeeld iemand op dat er goed geschoold personeel in de zorg nodig is, maar dat slechts een vijfde van het budget door het ministerie daarvoor is gebruikt.” Een terechte vraag, vindt Sneller. Het kabinet moet nog antwoorden.

Sneller vindt eveneens dat de nadruk vooral ligt op wat er wordt uitgegeven aan nieuw beleid en te weinig wordt gekeken naar wat het dan oplevert. Maar kijkend naar het verleden ziet hij ook verbeteringen.

“Pas in 1993 werd het jaarverslag van de rijksoverheid voor het eerst goedgekeurd door de accountant. Nu scoren we traditioneel erg hoog op het gebied van rechtmatige rijksuitgaven.”

Verplicht

Veel onduidelijkheid kan vooraf worden weggenomen als ministers bij nieuwe wetgeving duidelijke doelen formuleren. Zo kan achteraf door de Kamer gemakkelijk worden beoordeeld of die doelen ook zijn gehaald.

Er is sinds dit jaar een wet van kracht die ministers verplicht meer inzicht te geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van hun beleid, maar gezien de conclusies van de Rekenkamer is er nog werk aan de winkel. Meer informatie heeft niet geleid tot meer inzicht in wat er met het belastinggeld is gebeurd, schrijft de organisatie.

Het valt Sneller ook op dat er nog winst valt te behalen op dit punt, maar het geheel moet volgens hem ook meer worden gezien als een lopend proces dat tijd nodig heeft.

Zie ook: Wat heeft het kabinet bereikt? Hier gaat Verantwoordingsdag over

Puzzel

GroenLinks-Kamerlid Bart Snels heeft het over “puzzelstukjes” die uiteindelijk tot een helder en transparant totaalbeeld moeten leiden.

“Wanneer je vooraf kijkt welke doelen je wilt behalen, kun je daar achteraf veel makkelijker verantwoording over afleggen. Zo til je het politieke debat naar een hoger niveau en zien burgers wat er met hun belastinggeld gebeurt”, zegt Snels.

Eén zo’n puzzelstukje is het onderzoek naar onze welvaart, die dit jaar voor het eerst door het Bureau voor de Statistiek (CBS) op verzoek van de Kamer is gepubliceerd.

In het onderzoek, dat onder de naam Monitor Brede Welvaart is uitgebracht, wordt naar de zogenaamde zachte waarden gekeken; gezondheid, vrije tijd, klimaat en kennis in plaats van harde economische groeicijfers uitgedrukt in het bbp waarover politici doorgaans debatteren.

Welvaart

Het algemene beeld dat dit jaar naar voren komt, is dat de welvaart in Nederland stijgt of gelijk blijft, al zijn er natuurlijk verschillen per bevolkingsgroep. Zaken als leeftijd, geslacht, etniciteit en opleidingsniveau hebben veel invloed op brede welvaart.

Snels ziet het liefst dat er bij het maken van beleid ook wordt verteld wat er bijvoorbeeld gebeurt met het klimaat, de inkomensverschillen en de natuur. Die zaken moeten dan met concrete doelstellingen in de begroting per ministerie worden opgenomen.

De Monitor is wat GroenLinks betreft een goede stap in de goede richting, maar Snels weet ook dat het een traag proces is. “We hebben het er al twintig jaar over dat de politiek duidelijke doelen moet stellen die we achteraf kunnen beoordelen. Oud-minister Gerrit Zalm begon met die discussie.”

Dividendbelasting

Voor de oppositie is het debat van woensdag een aanleiding om het wederom over de afschaffing van de dividendbelasting te hebben, de omstreden maatregel die het kabinet vanaf 2019 jaarlijks 1,6 miljard euro kost.

“Ik heb al meerdere keren vragen aan het kabinet gesteld over deze maatregel, maar ik krijg maar geen antwoord”, aldus Snels. “De discussie rondom het afschaffen van de dividendbelasting staat wat mij betreft symbool voor het grotere probleem; het gebrek aan openheid bij beleidsvorming.”

Ook PvdA-Kamerlid Henk Nijboer heeft zijn laatste vraag over dit onderwerp nog niet gesteld. “Natuurlijk ga ik het over de afschaffing van de dividendbelasting hebben. Het is echt onbegrijpelijk dat die maatregel nog op tafel ligt.”

Nijboer ziet ook positieve punten. Zo heeft het vorige kabinet de overheidsfinanciën in 2017 gezond achtergelaten. Dat de PvdA’er hierover begint is natuurlijk geen toeval, zijn partij was daar destijds medeverantwoordelijk voor.

Op hoe het geld door het nieuwe kabinet vervolgens wordt besteed, valt wel wat af te dingen, vindt Nijboer.

Over het belang van het begrip ‘brede welvaart’ lijken oppositie- en coalitiepartijen het wel eens. “Er is meer dan economische groei alleen”, zegt Nijboer.

D66-Kamerlid Sneller hoopt dat de verantwoordingsstukken en de Monitor Brede Welvaart langzaam maar zeker samensmelten.

ICT

Alleen bij de VVD willen ze het woensdag vooral over de door de Rekenkamer geconstateerde ICT-problemen bij de overheid hebben. Die zijn zelfs zo ernstig dat er gevreesd werd voor een datalek bij een onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

“Ik ben echt verbaasd dat de ICT-problemen nog steeds niet zijn opgelost”, zegt VVD-Kamerlid Roald van der Linde. Hij wijst op een zeer kritisch overheidsonderzoek dat in 2014 al voor deze risico’s waarschuwde. Er moeten grote stappen worden gezet, vindt hij. “Er zijn te veel ideetjes en te weinig ideeën.”

Over brede welvaart zullen de liberalen het minder hebben, al heeft Van der Linde wel iets opgepikt uit het CBS-onderzoek: “Laten we wel wezen, Nederlanders zijn hartstikke tevreden.”

Lees meer over: Verantwoordingsdag

Kamer buigt zich over gang van zaken 2017

Telegraaf 23.05.2018  Het financiële reilen en zeilen van het Rijk en het kabinetsbeleid van 2017 staan centraal bij het grote verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer, woensdag vanaf 10.30 uur. Dat is precies een week na de zogenoemde gehaktdag of Verantwoordingsdag, waarop de cijfers zijn gepresenteerd.

Het gaat om het eerste verantwoordingsdebat met het kabinet-Rutte III. Het kabinet moet verantwoording afleggen over het jaar 2017, dat nog door Rutte II is gedomineerd.

De overheidsfinanciën blijken vorig jaar verder verbeterd. Het overschot steeg tot 8 miljard euro. Toen het vorige kabinet de begroting voor 2017 opstelde, rekende het nog op een tekort.

Beveiliging slecht

De Algemene Rekenkamer, die toetst of het Rijk belastinggeld goed besteedt, plaatste vorige week wel een reeks kanttekeningen. Volgens de waakhond is vaak onduidelijk of de burger wel waar krijgt voor zijn geld.

Ook was er kritiek op de ministeries, waar bijna overal de beveiliging van computersystemen niet op orde is. Ook rammelt bij het minsterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de verlening van subsidies.

LEES MEER OVER; tweede kamer

Eerste ’gehaktdag’ van Rutte III

Telegraaf 16.05.2018 Het is de eerste ’gehaktdag’ van het kabinet-Rutte III. Op deze derde woensdag van mei, die officieel Verantwoordingsdag heet, moet duidelijk worden wat er het afgelopen jaar van de plannen van het kabinet is terechtgekomen en wordt er financiële verantwoording afgelegd.

Minister Wopke Hoekstra (Financiën) komt net als op Prinsjesdag met een speciaal koffertje naar de Tweede Kamer om het financieel jaarverslag aan te bieden. Verder komt elk ministerie met een eigen jaarverslag, met een oordeel van de Algemene Rekenkamer.

Wat de gevolgen van het beleid zijn, is trouwens niet altijd vast te stellen. Vorig jaar meldde de Rekenkamer bijvoorbeeld dat het onduidelijk is hoeveel de overheid heeft bijgedragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit de afgelopen jaren. Daar is tussen 2005 en 2015 wel 1,6 miljard euro voor vrijgemaakt.

’Een overbodig fremdkörper’

Verantwoordingsdag moest de tegenhanger worden van Prinsjesdag, maar heeft die status nooit bereikt. Kort na de invoering in 2000 brak dan ook al een discussie los of het moest worden aangepast of zelfs verdwijnen. Toenmalig SP-leider Jan Marijnissen noemde Verantwoordingsdag in 2008 „een overbodig fremdkörper.”

LEES MEER OVER;

Financieel Jaarverslag 2017: voor het tweede jaar op rij een begrotingsoverschot

RO 16.05.2018 De economie groeit fors en de overheidsfinanciën staan er in 2017 goed voor. In de Miljoenennota 2017 werd nog uitgegaan van een begrotingstekort van 0,5%, maar dat werd een overschot van 1,1% (bbp). Daarmee was 2017 het tweede opeenvolgende jaar met een begrotingsoverschot. De economische groei bedroeg vorig jaar 3,2%; de hoogste groei sinds 2008.

De overheidschuld lag met € 416,1 miljard in 2017 € 24,4 miljard lager dan het kabinet verwachtte bij het opstellen van de begroting voor 2017. De schuld is gelijk aan 56,7% van het bbp; een daling van 5,4 procentpunt. Daarmee komt de schuld voor het eerst sinds het uitbreken van de economische crisis uit onder de EU-norm van 60% van het bbp.

Dat blijkt uit het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR) 2017, waarin het kabinet verantwoording aflegt over de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Minister Hoekstra van Financiën heeft het FJR en alle andere verantwoordingsstukken vandaag officieel aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Het Verantwoordingsdebat met de Tweede Kamer volgt op 23 mei 2018.

‘Het FJR 2017 biedt veel cijfers om tevreden over te zijn, maar zoals bekend bieden resultaten uit het verleden geen garanties voor de toekomst. De financiële gevolgen van de Brexit zijn nog moeilijk te voorspellen, internationale ontwikkelingen, zoals de dreiging van een handelsoorlog en militaire spanningen, zorgen voor onrust. Dat dwingt ons steeds de juiste balans te houden tussen geld uitgeven en buffers opbouwen voor economisch slechtere tijden’, aldus minister Hoekstra.

Begrotingstekort / Overheidssaldo
2012 2013 2014 2015 2016 2017
als % bbp -3,9 -2,4 -2,3 -2,1 0,4 1,1
in miljard € -25,1 -15,5 -15,0 -14,0 2,6 8
Overheidsschuld
2012 2013 2014 2015 2016 2017
als % bbp 66,3 67,8 68 64,6 61,8 56,7
in miljard € 428 443 451 441 434 416

Arbeidsmarkt

Het aantal werkenden nam in 2017 toe met bijna 200.000: de sterkste stijging sinds 2008. De werkloosheid daalde tot onder de 5%. Eind 2017 lag de werkloosheid zelfs op het laagste niveau in meer dan 8 jaar. De lonen stegen in 2017 gematigd; met 1,5% ten opzichte van 2016. De lonen stegen in de marktsector sneller dan bij de overheid en groeiden ongeveer even snel als de prijzen.

Woningmarkt

De huizenprijzen bleven in 2017 stijgen. Een huis in Nederland was eind 2017 gemiddeld 8,2% duurder dan een jaar eerder. Daarmee stegen de prijzen in het hoogste tempo in 15 jaar. Met name in de 4 grote steden was er grote krapte op de huizenmarkt.

Financiële sector

Het afgelopen jaar heeft het kabinet flinke voortgang geboekt om de interventies af te bouwen, die het Rijk tijdens de crisis in de financiële sector heeft gedaan. De minister van Financiën heeft in 2017 zowel aandelen van ABN AMRO als de laatste aandelen van verzekeringsmaatschappij a.s.r. die de overheid nog in bezit had, verkocht.

Europa

Ook in de Europese Unie (EU) en de rest van de wereld trok de economische groei in 2017 aan. De EU en eurozone kenden een hogere groei dan voorgaande jaren, en lieten een verbetering van de overheidsfinanciën zien. Ook de overheidsschuld daalde licht, hoewel een aantal landen een schuld hebben die duidelijk boven de EU-norm van 60% bbp ligt.

Documenten; 

Financieel Jaarverslag van het Rijk 2017

Zie ook;

Overschot op rijksbegroting verdrievoudigd

Telegraaf 16.05.2018 De overheidsfinanciën zijn vorig jaar flink verder verbeterd. Het overschot op de rijksbegroting is ten opzichte van 2016 verdrievoudigd tot 8 miljard euro, 1,1 procent van de totale omvang van de Nederlandse economie. Toen het vorige kabinet de begroting voor 2017 opstelde, rekende het nog op een tekort van 0,5 procent.

Dat staat in het Financieel Jaarverslag Rijk dat minister Wopke Hoekstra (Financiën) heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Het is het tweede jaar op rij waarin de overheid minder uitgaf dan dat er binnenkwam. Dat is mede te danken aan de sterker dan verwachte economische groei. Die kwam in 2017 uit op 3,2 procent, het hoogste niveau sinds 2008. De sterke groei zorgt ervoor dat minder mensen werkloos thuiszitten. „Dat leidt automatisch tot meer belastinginkomsten en minder overheidsuitgaven”, aldus Hoekstra.

De staatsschuld daalde naar 416 miljard euro. Dat is ruim 24 miljard euro minder dan waar het vorige kabinet in de Miljoenennota voor 2017 van uitging. De schuld was gelijk aan 56,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een daling van 5,4 procentpunt ten opzichte van 2016.

BEKIJK OOK:

Eerste ’gehaktdag’ van Rutte III

’Mijlpaal’

Hoekstra noemt het „een mijlpaal” dat de staatsschuld daarmee voor het eerst in jaren onder de Europese norm van 60 procent lag. „Dat is erg goed nieuws”, aldus de minister. „Het betekent namelijk dat de last van de overheidsschuld steeds kleiner wordt.” Zo daalden de rentelasten op de overheidsschuld afgelopen jaar met 3,2 miljard euro.

„Dat is veel geld”, benadrukt Hoekstra. „Als we de schuld verder verlagen, dan krijgen we ruimte voor andere uitgaven en investeringen in onderwerpen die we met elkaar zo belangrijk vinden: in veiligheid, in onderwijs, in zorg, in duurzaamheid en het klimaat.” Bovendien is het volgens de bewindsman zaak een buffer aan te leggen voor als het economisch tij weer tegen gaat zitten.

LEES MEER OVER; rijksoverheid begrotingen wopke hoekstra

Minister Wopke Hoekstra. © ANP

Overschot op begroting verdrievou­digd

AD 16.05.2018 De rijksoverheid heeft 2017 afgesloten met een begrotingsoverschot van 8 miljard euro. Dat blijkt uit het financiële jaarverslag dat minister van Financiën Wopke Hoekstra aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

Gaat het goed in de wereld, dan gaat het goed met Nederland, aldus Minister Hoekstra.

Ook met de staatsschuld gaat het goed. De overheidsschuld zakte voor het eerst sinds de crisis weer onder de kritische grens van 60 procent die in de Europese Unie als maximum wordt gehanteerd. ,,Een mijlpaal”, aldus Hoekstra. Maar we zijn er nog niet, meent hij. Voor de crisis zat Nederland op een schuld van 43 procent. ,,Het moet verder naar beneden.” Het overschot wordt ingezet om de staatsschuld verder af te lossen.

Volgens Hoekstra profiteert Nederland sterk van de groeiende wereldeconomie. ,,Gaat het goed in de wereld, dan gaat het goed met Nederland.” Belastinginkomsten namen toe doordat meer mensen een baan vonden, terwijl de uitgaven aan bijvoorbeeld uitkeringen juist daalden.

Staatsschuld

De staatsschuld daalde naar 416 miljard euro. Dat is ruim 24 miljard euro minder dan waar het vorige kabinet in de Miljoenennota voor 2017 van uitging. De schuld was gelijk aan 56,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een daling van 5,4 procentpunt ten opzichte van 2016.

Hoekstra waarschuwt wel voor een onterechte juichstemming: ,,Sommige experts voorzien al het einde van de hoogconjunctuur.;; Ook de brexit brengt risico’s voor de Nederlandse economie met zich mee.

Vandaag 16.05.2018 , de derde woensdag in mei, is het verantwoordingsdag. Dit is de tegenhanger van Prinsjesdag, die op de derde dinsdag van september plaatsvindt.

Overheidsfinanciën staan er in 2017 beter voor 

NU 16.05.2018 De overheidsfinanciën zijn in 2017 flink verder verbeterd. Het overschot op de rijksbegroting is ten opzichte van 2016 verdrievoudigd tot 8 miljard euro, 1,1 procent van de totale omvang van de Nederlandse economie. Toen het vorige kabinet de begroting voor 2017 opstelde, rekende het nog op een tekort van 0,5 procent.

Dat staat in het Financieel Jaarverslag Rijk dat minister Wopke Hoekstra (Financiën) aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

Het is het tweede jaar op rij waarin de overheid minder uitgaf dan dat er binnenkwam. Dat is mede te danken aan de sterker dan verwachte economische groei. Die kwam in 2017 uit op 3,2 procent, het hoogste niveau sinds 2008.

De staatsschuld daalde naar 416 miljard euro. Dat is ruim 24 miljard euro minder dan waar het vorige kabinet in de Miljoenennota voor 2017 van uitging. De schuld was gelijk aan 56,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een daling van 5,4 procentpunt ten opzichte van 2016.

Teruggekeken

Op de derde woensdag in mei, Verantwoordingsdag, wordt traditioneel teruggekeken op het gevoerde beleid in het afgelopen jaar. Het draait dan om drie belangrijke vragen: wat waren de plannen voor het afgelopen jaar, wat is er bereikt en wat heeft dat gekost? Kortom: is het door burgers betaalde belastinggeld wel op de juiste manier uitgegeven?

De Algemene Rekenkamer, het instituut dat de uitgaven van de rijksoverheid controleert, heeft het Financieel Jaarverslag Rijk nagekeken en beoordeeld. De rijksuitgaven zijn voor ruim 99,5 procent goed besteed, maar er valt over het algemeen nog wel wat aan te merken op het beleid. Er zijn in totaal 35 onvolkomenheden geconstateerd door de Rekenkamer, ongeveer net zoveel als vorig jaar.

Overgangsjaar

Hoekstra zei bij het overhandigen van de verantwoordingsstukken aan de Kamer dat hij in 2017 “maar” 67 dagen verantwoordelijk was voor de overheidsfinanciën en dat het kabinet-Rutte III 225 dagen demissionair was.

2017 was een overgangsjaar, concludeert Hoekstra. “En dus kan ik mijn invloed op de staat van de overheidsfinanciën van vorig jaar eigenlijk alleen maar overschatten. Maar niettemin ben ik erg blij met het goede rapport dat ik u kan overhandigen.”

Lees meer over: Verantwoordingsdag

Rekenkamer kraakt controle op zorgsubsi­dies

AD 16.05.2018 De controle op zorg – en sportsubsidies die het ministerie van Volksgezondheid verstrekt, laat zwaar te wensen over. De tekortkomingen waren in 2017 zelfs zo pittig dat de Rekenkamer spreekt over ‘ernstige onvolkomenheden’.

Zo merkte het ministerie bij een subsidie aan een sportbond niet op dat deze bond voor de inzet van ‘stagiairs’ een dagvergoeding betaalde van 350 euro bruto. Terwijl de officiële stagevergoeding van het rijk maximaal 586 euro bruto per maand bedroeg.

Geen incident

Dit is geen incident, ziet de Rekenkamer. ,,Wij constateren dat de minister van VWS nog geen sluitend beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies heeft. Vorig jaar wezen wij de minister ook op deze tekortkomingen. Naar ons oordeel zijn deze in 2017 ernstiger dan wij vorig jaar aangaven.”

Als gevolg daarvan bestaat onzekerheid over de rechtmatigheid van diverse subsidies, aldus de rekenmeesters. De Rekenkamer telde fouten en onzekerheden (de vraag of de subsidie rechtmatig was) op tot een totaal van 960,9 miljoen euro.

De Rekenkamer telde fouten en onzekerhe­den (de vraag of de subsidie rechtmatig was) op tot een totaal van 960,9 miljoen euro.

Dat bedrag heeft voor ruim 95 procent betrekking op subsidies, aldus de rekenmeesters. Het ministerie heeft in 2017 voor ongeveer 1,36 miljard euro aan zulke financiële injecties verleend.

Vorig jaar wezen wij de minister ook op deze tekortko­min­gen. Naar ons oordeel zijn deze in 2017 ernstiger dan wij vorig jaar aangaven, aldus Algemene Rekenkamer.

De Rekenkamer meldt verder dat er is nog te weinig vooruitgang is geboekt bij het toetsen van subsidies op staatssteun (daarvan moet melding zijn gemaakt in Brussel en ze moeten zijn toegestaan door de Europese Commissie). Bijna de helft van de regelingen moet nu nog worden getoetst. En als er al een controle heeft plaatsgevonden, dan is die niet altijd goed uitgevoerd.

Niet nieuw

Het probleem met controles op subsidies is niet nieuw, maar wel verergerd. Zowel in 2016 als over de periode 1999-2012 merkte de Rekenkamer het subsidiebeheer aan als een ‘onvolkomenheid’. Ook in andere jaren is aandacht gevraagd voor verbetering.

In een reactie onderschrijft minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid het belang van een toets op staatssteun. ,,Het is mijn inzet om alle subsidies te toetsen op staatssteun.” Al noemt De Jonge dit een ‘forse reparatie’.

Wat betreft het misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies gaat de minister dit jaar een aantal controles verder verbeteren, belooft hij. Het gaat om risicoanalyses en het delen van bevindingen. Verder wordt de kwaliteit van het beheer intern in de gaten gehouden. Ook de controles zelf worden nagelopen en zo nodig aangescherpt, aldus de bewindsman.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. © ANP

Rekenkamer: Onduide­lijk of belasting­geld zinnig wordt besteed

AD 16.05.2018 Het kabinet geeft lang niet altijd goed inzicht in het geld dat ministers besteden. Burgers weten daarom niet of ze waar krijgen voor hun geld.

Uit ons onderzoek blijkt steeds weer dat de informatie die nodig is om vooruit te kijken er niet is. En dat terwijl we in een informatie en communica­tie­tijd­perk leven, aldus Arno Visser

Die kritiek uitte de president van de Algemene Rekenkamer, Arno Visser, vanochtend bij het aanbieden van de verantwoordingsstukken over 2017. Hij noemt de beperkte informatieverstrekking ‘niet van deze tijd’. ,,Uit ons onderzoek blijkt steeds weer dat de informatie die nodig is om vooruit te kijken er niet is. En dat terwijl we in een informatie- en communicatietijdperk leven”, aldus Visser.

Visser noemt als voorbeeld het Rijksvastgoedbedrijf. Daar werden resultaten mooier voorgespiegeld dan ze in werkelijkheid waren. Het kabinet meldt aan de Kamer dat de verkoop van 83 Rijksgebouwen 102 miljoen euro heeft opgebracht. Het verzuimt echter te melden dat de boekwaarde van deze panden eerst met 100 miljoen euro naar beneden werd gebracht. De werkelijke opbrengst was per saldo dus maar 2 miljoen, concludeert de Rekenkamer.

Reïntegratietrajecten

Een ander voorbeeld van onduidelijke informatieverstrekking komt van het ministerie van Sociale Zaken, en dan specifiek over de resultaten die het UWV heeft behaald om mensen vanuit een uitkering aan het werk te krijgen. In het jaarverslag van het ministerie staat slechts vermeld dat het UWV een kwart van het budget van 206 miljoen euro niet heeft opgemaakt. Onvermeld blijft dat dat komt omdat het UWV minder reïntegratietrajecten inkocht dan het eerder verwachtte. Die informatie is echter alleen in het jaarverslag van het UWV zelf te lezen.

Rekenkamer kritisch: ‘Ernstige onvolkomenheid’ bij aanpak misbruik subsidies

AD 16.05.2018  Het kabinet geeft lang niet altijd goed inzicht in het geld dat ministers besteden. Burgers weten daarom niet of ze waar krijgen voor hun geld.

Uit ons onderzoek blijkt steeds weer dat de informatie die nodig is om vooruit te kijken er niet is. En dat terwijl we in een informatie en communica­tie­tijd­perk leven, aldus Arno Visser.

Die kritiek uitte de president van de Algemene Rekenkamer, Arno Visser, vanochtend bij het aanbieden van de verantwoordingsstukken over 2017. Hij noemt de beperkte informatieverstrekking ‘niet van deze tijd’. ,,Uit ons onderzoek blijkt steeds weer dat de informatie die nodig is om vooruit te kijken er niet is. En dat terwijl we in een informatie- en communicatietijdperk leven”, aldus Visser.

Visser noemt als voorbeeld het Rijksvastgoedbedrijf. Daar werden resultaten mooier voorgespiegeld dan ze in werkelijkheid waren. Het kabinet meldt aan de Kamer dat de verkoop van 83 Rijksgebouwen 102 miljoen euro heeft opgebracht. Het verzuimt echter te melden dat de boekwaarde van deze panden eerst met 100 miljoen euro naar beneden werd gebracht. De werkelijke opbrengst was per saldo dus maar 2 miljoen, concludeert de Rekenkamer.

Reïntegratietrajecten

Een ander voorbeeld van onduidelijke informatieverstrekking komt van het ministerie van Sociale Zaken, en dan specifiek over de resultaten die het UWV heeft behaald om mensen vanuit een uitkering aan het werk te krijgen. In het jaarverslag van het ministerie staat slechts vermeld dat het UWV een kwart van het budget van 206 miljoen euro niet heeft opgemaakt. Onvermeld blijft dat dat komt omdat het UWV minder reïntegratietrajecten inkocht dan het eerder verwachtte. Die informatie is echter alleen in het jaarverslag van het UWV zelf te lezen.

Rekenkamer: OCW controleert slecht op cultuursubsidies

Telegraaf 16.05.2018 Het ministerie van Cultuur verstrekt te makkelijk subsidies aan musea en theaters, vindt de Algemene Rekenkamer. Eerder hadden de rekenmeesters al aangegeven dat het Rijk subsidiegeld moet terugvorderen als cultuurinstellingen niet goed presteren. Het ministerie heeft weliswaar stappen gezet, maar de Rekenkamer is nog verre van tevreden.

Voor de subsidieperiode 2013-2016 heeft toenmalig minister Jet Bussemaker (Cultuur) vier prestatie-eisen aan cultuurinstellingen opgelegd. Om in aanmerking te kunnen komen voor het met 1,9 miljard euro gevulde subsidiepotje voor cultuur moesten ze een bepaald bezoekersaantal halen, ruime openingstijden hanteren, en voldoende leerlingen trekken uit een basis- en voortgezet onderwijs.

De Algemene Rekenkamer ziet echter dat het ministerie besloten heeft om alleen maar tot terugvordering van subsidies over te gaan als bezoekersaantallen niet worden gehaald, de overige eisen heeft de PvdA-bewindsvrouw laten varen. De Rekenkamer vindt dat slap en stelt ook vast dat de Tweede Kamer er door Bussemaker niet over is geïnformeerd. Dat had ‘wel voor de hand’ gelegen.

Onvoldoende bezoekers

Van de 86 gesubsidieerde cultuurinstellingen hebben er in 2013-2016 zeven onvoldoende bezoekers weten te trekken, constateert de Rekenkamer. Het ministerie heeft ze voor zo’n 56.000 euro aan sancties opgelegd. Dat bedrag had waarschijnlijk dus veel hoger kunnen en moeten zijn.

LEES MEER OVER;  cultuursubsidies cultuur overheden jet bussemaker algemene rekenkamer

Het gaat onverminderd goed met Nederland

AD 16.05.2018 Het gaat goed met Nederland. De zogenaamde brede welvaart in ons land laat op de meeste gebieden een stijgende lijn zien. Zo gaat de veiligheid omhoog, evenals de gezonde levensverwachting en het vertrouwen in de medemens en in organisaties. Dat volgt uit de resultaten van de Monitor Brede Welvaart 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Om de brede welvaart te bepalen is niet alleen gekeken naar inkomen en vermogen, maar ook naar zaken als de ervaren gezondheid, woonlasten, het persoonlijk welzijn en vertrouwen in anderen. Nederland scoort in vergelijking met veel andere landen in Europa op de meeste onderdelen hoog tot zeer hoog. Ook de materiële welvaart en het welzijn stijgen.

Ongelijk

De welvaart is nog steeds wel ongelijk verdeeld. Hoogopgeleiden en inwoners met een Nederlandse achtergrond hebben een hogere brede welvaart dan laagopgeleiden en mensen met een niet-westerse achtergrond.

Niet alles gaat goed. De filedruk, de invloed van burgers op het openbaar bestuur, de kwaliteit van wonen en de tevredenheid over de vrije tijd staan licht in de min. Ook wat het milieu betreft zijn er zorgen, met name over de waterkwaliteit en de biodiversiteit.

Het CBS heeft ook gekeken naar de invloed van onze welvaart op het buitenland, en dan met name op de armste landen. Daar scoren we beduidend minder. De trend geeft aan dat wij in toenemende mate fossiele brandstoffen en biomassa uit de rest van de wereld betrekken. Het CBS neemt deze cijfers mee omdat hiermee natuurlijk kapitaal aan deze landen wordt onttrokken.

De broeikasgas-voetafdruk, de mate waarin Nederland verantwoordelijk is voor het schadelijke broeikasgas, nam in 2017 eveneens toe.

De welvaart in een grafiek. Groen is goed. © CBS

Welvaartskloof: hoger opgeleide is beter af

Telegraaf 16.05.2018  Het gaat redelijk tot goed met de welvaart in Nederland, maar niet iedereen vaart daar wel bij. Hoogopgeleide autochtone mannen hebben een hogere levensstandaard dan de rest van de bevolking.

Er is een kloof tussen die groep en vrouwen, lager opgeleiden en allochtonen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek vanochtend in een eerste onderzoek naar de ’brede welvaart’. Het CBS kijkt daarin niet alleen naar het inkomen, maar ook naar zaken als gezondheid, woonlasten en sociale samenhang.

Criminaliteit

Op bijna al die punten scoren hoogopgeleiden, dus mensen met een hbo- of universitair diploma, (ver) boven het landelijk gemiddelde. Hun enige pijnpunt: ze zijn vaker slachtoffer van criminaliteit. Nederlanders met een mbo-achtergrond of lager zijn op veel punten juist slechter af dan het gemiddelde.

Ook uitgesplitst naar achtergrond zijn er duidelijke verschillen, zegt het CBS: autochtone Nederlanders scoren op geen enkel punt onder het gemiddelde, allochtonen – uit westerse landen of niet, maakt weinig uit – zitten op (bijna) alle aspecten van welvaart onder het gemiddelde.

Overgewicht

Dat gemiddelde ligt overigens best hoog, vindt het CBS. „De brede welvaart gaat over het algemeen omhoog. Alleen bij het aantal mensen met overgewicht, de tevredenheid met vrije tijd en het oppervlak aan beschermde natuur is de trend de afgelopen acht jaar negatief geweest.” Ook vergeleken met andere EU-landen doen ’we’ het qua welvaart best goed.

Op een aantal vlakken moeten we wel opletten, waarschuwen de statistici. Zo horen onze schoolklassen tot de grootste van Europa, en zijn ze de laatste jaren ook steeds groter geworden. Tegelijkertijd dalen onze uitgaven aan onderwijs, en zijn er relatief weinig docenten ten opzichte van de totale bevoling.

Ook geven Nederlanders opvallend veel geld uit om te wonen: de ’woonquote’, het gedeelte van het inkomen dat opgaat aan huur of hypotheek, is in bijna geen ander EU-land hoger dan hier.

Natuur

De ontwikkelingen van de brede welvaart op termijn, is minder positief dan die van nu. Vooral op het gebied van klimaat en energie is sprake van een slechter beeld. Ook zijn er zorgen over de krimp van het areaal beschermde natuurgebieden. Met het percentage bos en natuur van het totale landoppervlakte scoort Nederland met 16 procent het laagste van alle EU-landen.

Het gaat goed, maar met de ene groep wel beter dan met de andere

NOS 16.05.2018 We zijn gelukkig, met onze economie gaat het goed en socialer dan nu zijn we nog nooit geweest, blijkt uit de Monitor Brede Welvaart, een onderzoek naar de welvaart van Nederland van het CBS. Maar, vraag je je misschien af, waarom merk ik hier persoonlijk niets van? Bovenstaande conclusies zijn gebaseerd op gemiddelden, voor elke bevolkingsgroep zijn er natuurlijk uitschieters naar boven en beneden.

Zo is er een groot verschil in het rapport dat meteen opvalt: hoogopgeleiden hebben het op de meeste terreinen beter dan laagopgeleiden. Dat geldt voor het inkomen, vermogen, werkloosheid, ervaren woonlasten, vrijwilligerswerk, vertrouwen in andere mensen en persoonlijk welzijn (financiële situatie, gezondheid, sociaal leven, etc.) Mensen met een hogere opleiding zijn eigenlijk op alle vlakken positiever dan laagopgeleiden, met uitzondering van de tevredenheid met het sociale leven.

Het verschil tussen het welvaartsniveau tussen hoog- en laagopgeleiden komt het duidelijkst naar voren bij het persoonlijk welzijn. Ruim drie kwart van de hoogopgeleiden beoordeelt dit positief, tegenover de helft van de laagopgeleiden.

Ook zijn er verschillen tussen geslacht. Mannen ervaren een hogere welvaart dan vrouwen, maar vrouwen zijn wel gelukkiger met hun reistijd naar het werk. Daarnaast is te zien dat mensen met een migratieachtergrond op veel onderdelen een lagere brede welvaart hebben dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Dat is deels te verklaren doordat zij jonger en lager opgeleid zijn dan gemiddeld.

Wat weten we nog meer?

In 2017 was 85,4 procent van de volwassenen tevreden met hun leven. 3,5 procent was dat niet. Daarbij valt op dat mensen in de leeftijd van 65 tot 75 jaar iets meer dan gemiddeld tevreden zijn (88,9 procent): dan zijn ze namelijk aan hun pensioen begonnen. Ook zijn hoogopgeleiden (89,6 procent) tevredener dan laagopgeleiden (81,3 procent).

Mensen met een Nederlandse of een westerse achtergrond zijn gelukkiger dan personen met een niet-westerse migratieachtergrond, blijkt uit de cijfers. Iets meer dan 75 procent van de mensen met een niet-westerse migratieachtergrond is tevreden.

CBS/BEWERKING NOS

Op gebied van persoonlijk welzijn scoren mannen (64,6 procent) hoger dan vrouwen (59,4 procent). Dat komt omdat vrouwen zich vaker onveilig voelen. Jongeren hebben een hoger persoonlijk welzijn dan ouderen: zij geven over het algemeen aan tevredener te zijn met hun gezondheid, meer vertrouwen te hebben in de instituties en zich veiliger te voelen dan ouderen.

Opleiding

Bijna een derde van de Nederlanders is hoogopgeleid (30,1 procent). Meer dan 30 procent van de mannen is hoogopgeleid en 29,9 procent van de vrouwen. Hoger opgeleiden hebben vaker een langere levensduur, betere gezondheid en participeren meer in de maatschappij. Het aantal hoogopgeleiden stijgt al jaren: zowel bij mannen als vrouwen, al stijgt het iets meer bij vrouwen. Daarom is het percentage voor het eerst vrijwel gelijk. Van de mensen met een niet-westerse achtergrond is ongeveer een vijfde (20,8 procent) hoogopgeleid.

En goed nieuws, want bijna 80 procent van de Nederlanders vindt hun gezondheid (zeer) goed. Meer dan 81 procent van de mannen en 77 procent van de vrouwen is tevreden. Vrouwen zijn iets minder positief omdat ze vaker last hebben van langdurige aandoeningen, lichamelijke beperkingen en belemmeringen door pijn. Natuurlijk neemt de (ervaren) gezondheid af met leeftijd: zo voelt 95,2 procent van de 15-jarigen zich nog gezond, maar van de 75-plussers maar 59,2 procent. Jonge mensen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaak positiever over hun gezondheid dan jongeren met een westerse achtergrond.

CBS/BEWERKING NOS

De huizenmarkt, daar hebben we de laatste tijd genoeg negatieve verhalen over gehoord. De huizen worden steeds duurder en dan moet je het geluk hebben om überhaupt een huis te kunnen kopen. Bijna 5 procent van de huiseigenaren geeft aan onder een zware financiële last gebukt te gaan. Huishoudens met een kostwinner van 35 tot 65 jaar ervaren de woonlasten zwaarder dan jongere huishoudens.

Voor huurders is de financiële last nog hoger: meer dan 20 procent vindt het lastig om maandelijks de huur te betalen. Vooral huurders tot 35 jaar zijn een relatief groot deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten, toch vinden de 35- tot 65-jarigen de financiële lasten zwaarder.

Wantrouwen?

Maar geven al die financiële lasten dan geen wantrouwen in de maatschappij? Blijkbaar niet, want 62,2 procent van de mensen heeft vertrouwen in de medemens. Mannen vertrouwen iets sneller (64,8 procent) dan vrouwen (59,6 procent). Het vertrouwen in anderen is bij de leeftijdsgroep 65 tot 75 jaar het laagst (54,4 procent). Ook mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (43,9 procent) en laagopgeleiden (48,4 procent) vertrouwen minder dan gemiddeld mensen.

CBS/BEWERKING NOS

De cijfers verschillen dus per groep, maar toch is de grote lijn hetzelfde: we zijn gewoon echt gelukkiger, hebben meer vertrouwen en voelen ons gezond. Ook al lijkt dat misschien soms niet zo.

BEKIJK OOK;

Het gaat heel goed met ons, maar er is een belangrijke kanttekening

CBS presenteert voor het eerst cijfers over kwaliteit van leven

Het gaat heel goed met ons, maar er is een belangrijke kanttekening

NOS 16.05.2018 Over het algemeen lijkt het alsof het niet zo goed gaat met Nederland. We klagen veel: over de politiek, de economie, het weer en soms zelfs over het Eurovisie Songfestival. Toch klopt dit negatieve beeld niet, want het gaat gemiddeld heel goed met ons land. Op economisch, sociaal en cultureel gebied, hoe gelukkig we zijn en hoeveel vertrouwen we hebben. Alles verbetert, maar er is een kanttekening: onze invloed op het milieu. Onze welvaart laat onder meer een grote ‘broeikasgasvoetafdruk’ achter.

Dat blijkt uit de Monitor Brede Welvaart, een onderzoek naar de welvaart van Nederland van het CBS. Die zogeheten brede welvaart is een maatstaf voor meer dan alleen inkomen: het gaat ook over de samenleving, veiligheid, wonen, gezondheid en meer.

Het is voor het eerst dat het CBS de Monitor Brede Welvaart presenteert. Wat houdt die precies in? Lees hier een uitgebreide uitleg en waarom het rapport uniek is.

En wil je de uitgebreide uitleg van alle cijfers? Klik dan hier.

De brede welvaart in Nederland gaat omhoog. Vergeleken met andere landen in de Europese Unie is onze welvaart hoog en op een aantal vlakken zelfs heel hoog. Zo zijn veel mensen tevreden: maar liefst 85 procent van de Nederlanders gaf het leven een 7 of hoger in 2017. Daarmee staan we op plek 1 van Europa, we zijn dus het gelukkigst. In 2016 stonden we nog op de 13de plek.

Ook het opleidingsniveau is gestegen. In 2010 had 72 procent in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar minimaal een startkwalificatie op de arbeidsmarkt (havo-, vwo- of mbo-diploma), in 2017 was dit percentage gestegen tot 78. Daarmee behoort Nederland tot de middenmoot van Europa.

CBS/BEWERKING NOS

Ook werkte vorig jaar 67 procent van de bevolking tussen de 15 en 74 jaar oud. Niet veel? Jawel hoor, we staan daarmee op de vijfde plek van de ranglijst van Europa. En in 2016 stond Nederland nog op plek 28. In Nederland kennen we ook een grote groep vrijwilligers: met 40 procent aan Nederlanders die vrijwilligerswerk doen, staan we op de eerste plek van Europa.

Ook ons sociale leven bloeit. In 2010 gaf 92 procent van de Nederlanders aan meerdere keren per maand contact te hebben met vrienden, familie en collega’s. In 2016 is dit toegenomen tot 94 procent. Het vertrouwen in de mensen om ons heen is tevens gegroeid: 58 procent van de Nederlanders gaf in 2010 aan mensen om zich heen te vertrouwen, nu is dat 63 procent. Met deze cijfers staan we ook boven aan de ranglijst van Europa.

De toekomst ziet er ook rooskleurig uit. De economie blijft waarschijnlijk aantrekken, het vertrouwen van burgers is stabiel en ook de gezondheid en het opleidingsniveau is positief.

CBS/BEWERKING NOS

Maar er is niet alleen maar optimisme: Nederland legt druk op het milieu en de niet-hernieuwbare grondstoffen in andere landen. De blootstelling aan fijnstof is wel verbeterd (van 17,3 microgram per m3 lucht tot 11,8 microgram), en het vermogen om hernieuwbare elektriciteit op te wekken, is ook gestegen. Maar nog steeds staan we met deze indicatoren als Nederland onder in de Europese ranglijst. De fijnstofconcentratie overschrijdt zelfs op meerdere plekken de Europese norm.

Ook is in de periode 2010 tot en met 2017 het percentage beschermd natuurgebied gedaald naar 13. Hiermee staat Nederland op de 19de plaats van Europa. Ook het stikstofoverschot, door de uitstoot van boerenbedrijven, is hoog (plek 27 op ranglijst).

Broeikasgasvoetafdruk

Maar het grootste probleem is nog onze broeikasgasvoetafdruk. Dat is de schade op het milieu van onder meer de (productie van) spullen die we kopen, het voedsel dat we eten en de reizen die we maken. Onze broeikasgasvoetafdruk is vorig jaar met meer dan 8 procent gestegen: van 14 ton CO2-equivalenten per inwoner in 2016 naar 15 ton in 2017. En hoe groter die afdruk, des te meer effect op klimaatverandering.

Video afspelen

Nederlandse broeikasgasvoetafdruk met 8% gestegen

De jaarlijkse broeikasgasuitstoot op Nederlands grondgebied neemt dan wel af, toch staat Nederland nog steeds onder aan de ranglijst binnen de EU. In 2015 werd besloten dat de uitstoot in 2020 25 procent lager moet zijn, we zitten nu op 13 procent lager.

Het gaat goed met de brede welvaart in Nederland, nu het milieu nog.

BEKIJK OOK;

CBS presenteert voor het eerst cijfers over kwaliteit van leven

Rekenkamer: ’Geldstromen Syrië schimmig’

Telegraaf 16.05.2018  Het is onduidelijk of het geld dat Nederland uitgeeft voor vluchtelingenopvang rond Syrië goed is besteed. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het onderzoek waarin ze de uitgaven van alle ministeries onder de loep neemt.

Voor opvang van Syrische vluchtelingen in buurlanden Turkije, Libanon, Irak en Jordanië geeft het kabinet meer geld uit dan het jaarverslag van minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) meldt. Over 2016 en 2017 werd in totaal 424 miljoen euro besteed, inclusief 95 miljoen voor Syrië zelf, terwijl er voor die periode eigenlijk maar 260 miljoen euro beschikbaar was, zo schrijft de Rekenkamer.

„Voor het parlement is het lastig uit het jaarverslag van BHOS op te maken waaraan de budgetten besteed worden”, schrijft de Rekenkamer. „Ook de begroting biedt dat inzicht niet vooraf. Of dit geld doeltreffend is besteed, kan wellicht pas over enkele jaren vastgesteld worden.”

LEES MEER OVER; vluchtelingenopvang sigrid kaag syrië algemene rekenkamer

Wat heeft het kabinet bereikt? Hier gaat Verantwoordingsdag over 

NU 15.05.2018 In Den Haag staat de derde woensdag in mei traditiegetrouw in het teken van Verantwoordingsdag. Het kabinet legt dan verantwoording af aan het parlement over het voorgaande kalenderjaar.

We kennen allemaal Prinsjesdag, de derde dinsdag in september, waarop het kabinet de begroting voor het komende jaar presenteert.

Het gebeurt niet vaak in Den Haag dat er zo uitgebreid wordt teruggekeken op gevoerd beleid.

Het draait op Verantwoordingsdag om drie belangrijke vragen: Wat waren de plannen voor het afgelopen jaar, wat is er bereikt en wat heeft dat gekost? Kortom: is het door burgers betaalde belastinggeld wel op de juiste manier uitgegeven?

Het kabinet publiceert de verantwoordingstukken in de vorm van jaarverslagen van alle ministeries (het Rijksjaarverslag) en de toelichting daarop (het Financieel Jaarverslag van het Rijk). De Tweede Kamer wordt zo geholpen met haar belangrijkste taak: het controleren van de regering.

Eigenlijk wordt op Verantwoordingsdag gekeken naar wat er terecht is gekomen van de beloften op Prinsjesdag. Op beide dagen overhandigt de minister van Financiën de stukken aan de Kamer in een speciaal koffertje.

Verschillen Verantwoordingsdag en Prinsjesdag

Verantwoordingsdag

  • Kabinet blikt terug
  • Minister van Financiën biedt Financieel Jaarverslag van het Rijk en Rijksjaarverslag aan
  • Antwoord op de vragen:
    Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
    Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?
    Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Prinsjesdag

  • Kabinet blikt vooruit
  • Minister van Financiën biedt Miljoenennota en Rijksbegroting aan
  • Antwoord op de vragen:
    Wat willen we bereiken?
    Wat gaan we daarvoor doen?
    Wat gaat dat kosten?

Rekenen

Er is die dag ook een grote rol weggelegd voor de Algemene Rekenkamer, het instituut dat de uitgaven van de rijksoverheid controleert. Want tegelijkertijd met de publicatie van de jaarverslagen, geeft de Algemene Rekenkamer per ministerie een oordeel over de stukken.

Hebben de ministers het geld in 2017 volgens de regels geïnd en uitgegeven? Zijn de zaken goed georganiseerd op de ministeries? Hebben de ministers voldoende zicht of het beleid de juiste resultaten heeft? Die vragen staan voor de Rekenkamer centraal.

Zo’n oordeel kan soms hard aan komen. Dat weten ze in ieder geval nog bij de Belastingdienst (als onderdeel van Financiën). Het ministerie kreeg de afgelopen twee jaar nogal wat te verstouwen op Verantwoordingsdag. De Algemene Rekenkamer heeft het dan in jargon over ‘onvolkomenheden’ of zelfs ‘ernstige onvolkomenheden’ als men het echt te bont heeft gemaakt.

Dat klinkt allemaal erg formeel, maar zo’n stempel kan nogal wat gevolgen hebben. De bewindspersoon in kwestie moet in het debat dat volgt op de verantwoordingsstukken laten weten hoe de problemen worden aangepakt en opgelost.

Soms krijgt het hele kabinet een tik op de vingers van de Rekenkamer, zoals vorig jaar gebeurde. De effecten van de overheidsuitgaven waren in het jaar 2016 onduidelijk, luidde de conclusie.

Daarmee werd direct de kernvraag beantwoord of burgers waar voor hun belastinggeld hebben gekregen.

Afronden

Het debat over de stukken volgt meestal een week na de publicatie. De minister van Financiën en de minister-president zijn daar in ieder geval bij aanwezig.

De jaarverslagen worden vervolgens door de Tweede en eerste Kamer behandeld als wetsvoorstellen. Als beide Kamers die wetten aannemen, is het begrotingsjaar afgesloten.

Lees meer over: Verantwoordingsdag

We geven steeds meer geld uit aan luxeartike­len

AD 15.05.2018 Nederlanders laten het geld dankzij de sterk draaiende economie weer volop rollen. Met name aan auto’s, elektrische apparaten, woninginrichting, kleding en horeca geven we meer geld uit, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

De consumptie groeide het eerste kwartaal van 2018 met 3 procent, aldus Centraal Bureau voor Statistiek.

Het was jarenlang dé grote makke van de economie. Nederlanders waren tot lang na de crisis zo pessimistisch dat ze de hand op de knip hielden en geen grote uitgaven durfden te doen. Dat sentiment is nu totaal gekeerd.

In de eerste drie maanden van dit jaar gaven huishoudens 3 procent meer uit dan in het eerste kwartaal van 2017, aldus het Centraal Bureau voor Statistiek. Dat is de grootste groei in zeventien jaar. In totaal geven we al zestien kwartalen meer uit dan een jaar eerder.

Het geld gaat vooral naar auto’s, elektrische apparaten, kleding en de inrichting van woningen. Meer geld gaven we eveneens uit aan restaurants, cafébezoek en diensten. Uitgaven aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen uit.

Shoppers in het centrum van Leiden © foto Peter Hilz

Meer banen

Het CBS verklaart de forse groei doordat steeds meer Nederlanders aan het werk zijn en de woningmarkt nog altijd in de lift zit.

Eerder maakte het Centraal Bureau voor Statistiek al bekend dat het aantal banen in het eerste kwartaal met 76.000 gestegen is en dat voor het eerst weer meer vaste contracten zijn uitgedeeld aan werknemers dan dat er een flexibele arbeidsrelatie werd aangegaan.

Al met al groeide de Nederlandse economie het eerste kwartaal met een half procent. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie 2,8 procent gegroeid. Of te wel: samen verdienen we dus bijna 3 procent meer dan de eerste maanden van 2017.

Export

Behalve dat consumenten meer hun portemonnee trekken, investeren bedrijven ook meer in machines, huisvesting en vervoermiddelen.  Van de export moest Nederland het dit keer minder hebben. Opmerkelijk is wel dat de import voor het eerst in ruim twee jaar harder aantrok dan de export.

De uitvoer van goederen en diensten dikte op jaarbasis met bijna 4 procent aan. Een kwartaal eerder groeide de export nog bijna twee keer zo sterk. De import ging met bijna 5 procent vooruit.

Het filiaal van Hudson’s Bay in Amersfoort. © bram petraeus

SP haalt uit naar kabinet wegens lekken ‘goed nieuws’

NU 15.05.2018 SP-Kamerlid Ronald van Raak heeft dinsdag hard uitgehaald naar het kabinet en in het bijzonder naar premier Mark Rutte. Van Raak heeft er geen goed woord voor over dat het kabinet plannen lekt naar de media zonder eerst de Tweede Kamer daarover te informeren.

“Dit kabinet trekt zich opnieuw niets aan van de Tweede Kamer”, zei hij. Van Raak verwijst naar het recente lek met betrekking tot de Voorjaarsnota. Zo zou er extra geld naar onderwijs en veiligheid gaan.

“Maar het lekken is structureel”, merkt hij op. “Ministeries lekken structureel goed nieuws naar bevriende journalisten met als doel om de eigen minister positief in beeld te brengen. Vervolgens krijgen Kamerleden telefoontjes van journalisten om op de gelekte plannen te regeren.” En dat is waar het volgens Van Raak schuurt.

Kamerleden kunnen niet reageren op plannen waar zij niet over geïnformeerd zijn, zegt hij. “Dit is te gênant voor woorden. Dit is onfatsoenlijk. Zo dreigt dit een nepparlement te worden.”

Niet gewoon

Van Raak maakt zich al een langere tijd zorgen om het lekken vanuit het kabinet. Zo is het bijna een parlementaire traditie geworden dat de plannen uit de Miljoenennota al op straat liggen voordat het Prinsjesdag is. “Maar we mogen dit niet gewoon gaan vinden. Dit is niet gewoon”, zegt Van Raak.

“Dit gaat ook over het manipuleren van media. Dit is geen incident, dit is beleid. Dit gaat over de reusachtige afdelingen voorlichting die bezig zijn met manipuleren van media en publieke opinie.”

Hij pleit ervoor dat de premier de kwestie serieus neemt en strafrechtelijk onderzoek laat instellen naar de lekken. Het zal er waarschijnlijk niet van komen, “omdat de lekken vanuit de ministers komen”.

‘Onaanvaardbaar’

Van Raak staat overigens niet alleen in zijn kritiek op Rutte, die als premier eindverantwoordelijk is voor de lekken naar media. Onlangs tikte Kamervoorzitter Khadija Arib de premier in een brief op de vingers vanwege de vele lekken vanuit de ministeries. “Het behoeft geen betoog dat dit verschijnsel vanuit staatsrechtelijk oogpunt zeer ongewenst, zo niet onaanvaardbaar is”, schreef zij.

Een debat over de nieuwe lekken kreeg geen steun van de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU. Zij vinden het voldoende als het kabinet nog een keer op de brief van Arib gewezen wordt.

Van Raak: “Dat kan twee dingen betekenen: of deze partijen leggen zich erbij neer dat zij de strijd over hun eigen informatiepositie verloren hebben, of deze partijen worden eerder dan de rest van de Kamer over kabinetsplannen geïnformeerd. In beide gevallen is dat een kwalijke zaak.”

Lees meer over: SP Mark Rutte

Het koffertje met daarin de rijksbegroting en miljoenennota in de Tweede Kamer op Prinsjesdag © ANP

Kabinet eens over tussenbegroting

AD 09.05.2018 Het kabinet heeft overeenstemming bereikt over de zogeheten voorjaarsnota, waarmee de begroting voor dit jaar wordt aangepast. Hoe het kabinet het wegvallen van de inkomsten van de gaswinning wil opvangen, wil minister Wopke Hoekstra (Financiën) nog niet zeggen.

De regering maakt ieder voorjaar een tussenbegroting om de begroting van Prinsjesdag bij de tijd te brengen. Naar deze voorjaarsnota werd dit jaar extra uitgekeken, omdat het kabinet moet beslissen over de kostbare gevolgen van het terugschroeven van de gaswinning.

Het zou kunnen beslissen de staatsschuld te laten oplopen, het gat met eventuele meevallers te dichten of toch weer te gaan bezuinigen, maar tegen al die opties zijn ook weer bezwaren. Het kabinet bestaat uit partijen die zich laten voorstaan op een zuinig begrotingsbeleid, maar heeft ook beloofd dat burgers de economische groei in hun portemonnee moeten merken.

Hoekstra zwijgt nog over de manier waarop het kabinet het vraagstuk wil oplossen, omdat hij ‘dat eerst met de Tweede Kamer wil delen’.

Kabinet hoeft niet te bezuinigen om gas, ook geld naar onderwijs en veiligheid

NOS 09.05.2018 Het kabinet trekt extra geld uit voor onderwijs en de aanpak voor de knelpunten bij de politie en het Openbaar Ministerie. Onderwijs krijgt er dit jaar zo’n 65 miljoen bij vanwege een tegenvaller, die is ontstaan omdat er meer leerlingen en studenten naar school en de universiteit gaan. Het ministerie van Justitie en Veiligheid kan rekenen op een eenmalig bedrag van ook zo’n 65 miljoen euro.

Niets kwijt

Dit staat in de Voorjaarsnota van minister Hoekstra van Financiën, zo bevestigen bronnen rondom het kabinet. De Voorjaarsnota moet voor 1 juni naar de Tweede Kamer. Minister Hoekstra wilde nog niets kwijt over dit belangrijke overzicht over de mee- en tegenvallers van de afgelopen periode. “Ik ga eerst de Tweede Kamer informeren.”

Gas

Verder is de coalitie het na veel discussie eens geworden over de betaling van de kosten van het dichtdraaien van de gaskraan. De tegenvallende gasinkomsten moeten binnen de begroting worden opgevangen, dat heet officieel binnen het “uitgavenkader”. Het is nog onbekend om hoeveel geld het gaat.

Belangrijk besluit

Het herstel en de versteviging van de beschadigde huizen daarentegen hoeven niet te worden betaald uit de bestaande begroting, vinden VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie. Dit geld komt uit de staatskas, waardoor het afbouwen van de staatsschuld minder snel gaat. Een belangrijk besluit, zegt NOS-verslaggever Ron Fresen.

“Door deze grote kostenpost op deze manier te betalen, wordt gezorgd dat er altijd geld is. Ook wordt voorkomen dat het schadeherstel in Groningen iedere jaar weer een speelbal wordt in de discussie over geld. Het kabinet hoeft dan niet te zeggen dat er bijvoorbeeld geen geld is voor de zorg, omdat de huizen daar verstevigd moeten worden.”

Compromis

De belofte van extra geld naar onderwijs en veiligheid is een compromis tussen de partijen, aldus Fresen. “De VVD en het CDA wilden geld voor veiligheid, de ChristenUnie en D66 hebben zich hard gemaakt voor onderwijs.”

Wat is de Voorjaarsnota?

Het is een tussentijds overzicht van de lopende begroting van het Rijk. Daaruit blijkt of sommige ministeries teveel geld hebben uitgegeven (‘tegenvallers) of dat er extra geld is (‘de meevallers’).
Als een minister meer geld blijkt nodig te hebben, wordt de begroting die op Prinsjesdag is gepresenteerd nog veranderd.

Werkdruk

Het extra geld voor onderwijs voorkomt dat het ministerie de komende tijd op andere uitgaven moet bezuinigen.

De coalitie wil voorkomen dat de sector, die onder druk staat in verband met de werkdruk en lagere salarissen, de dupe wordt van die verkeerde inschatting van de leerling- en studentenaantallen. Het gaat om geld dat wel op Prinsjesdag officieel wordt geregeld, voor de afgelopen tijd is al zo’n oplossing gevonden.

Naar verluidt zijn er grote meevallers omdat het ministerie van Sociale Zaken en het ministerie van Volksgezondheid geld overhouden. Bij Sociale Zaken komt dat door lagere AOW-uitgaven, bij Volksgezondheid omdat de lonen en prijzen minder zijn gestegen dan werd aangenomen.

BEKIJK OOK;

Rijk vecht met Shell en Exxon over miljarden euro’s aan onbenut gas

Loonstijging? Even geduld aub

Trouw 07.03.2018 De economie draait fantastisch, maar wie meer wil verdienen moet hopen op promotie of een nieuwe, beter betaalde baan. Wie blijft zitten waar ‘ie zit, gaat er nauwelijks op vooruit.

Voor loonstijgingen moeten werknemers nog even geduld hebben, meldt het Centraal Planbureau. Dit jaar merken werkenden – en dan vooral tweeverdieners – wel al een iets in hun portemonnee, dankzij belastingmaatregelen die voor hen gunstig uitvallen, maar de meeste Nederlanders moeten wachten tot 2019.

Dit jaar stijgen de lonen iets meer dan vorig jaar, verwacht het planbureau. In 2017 gingen ze 1,6 procent omhoog, dat zal in 2018 gemiddeld 2,2 procent zijn. Pas in 2019 maken óf de vakbonden een vuist, óf is er geen personeel meer te vinden, want dan zullen werkgevers instemmen met een loonstijging van gemiddeld 3,2 procent, voorspelt het CPB.

Vakcentrale voor professionals (VCP) is nog niet gerust op de effecten voor de koopkracht. “Een goed draaiende economie betekent niet per definitie een hoger besteedbaar inkomen. Tot op de dag van vandaag voelen de midden- en hogere inkomens de maatregelen die tijdens de crisis in gang zijn gezet. De lasten moeten nu echt omlaag, zodat werken weer lonend wordt”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein.

Uiterst laag

Het kabinet heeft lastenverlichtingen aangekondigd voor volgend jaar, maar de grootste winst in koopkracht is een daling van de werkloosheid. Een werkloze die een uitkering weet in te wisselen voor betaalde baan heeft pas echt meer te besteden.

En daar heeft het CPB goed nieuws: de werkloosheid daalt van 4,9 procent in 2017 naar 3,9 procent dit jaar. Voor 2019 voorziet het een verdere afname naar een uiterst lage 3,5 procent. Maar dat cijfer gaat alleen om de groep die actief naar een baan zoekt en per direct beschikbaar is: op dit moment iets minder dan 400.000 mensen.

Dan is er nog een groep, van bijna 3,9 miljoen mensen, die geen werk heeft. Het gros daarvan wil niet werken, is gepensioneerd of is te ziek. Maar zeker een half miljoen van hen wil wel aan de slag, maar staat niet als werkloos in de boeken. Daarnaast zijn er de parttimers die meer uren willen draaien. Dus wellicht is de ruimte op de arbeidsmarkt minder krap dan die lijkt.

Het CPB verwacht toch dat door ‘de toenemende schaarste aan arbeidskrachten’ bedrijven vaker een vast contract aanbieden. Een op de vijf bedrijven heeft al een personeelstekort, meldt het CPB. Toch blijft ook het aantal flexbanen toenemen en blijft Nederland, in de woorden van de vakbonden, kampioen flexwerk.

Lees ook: 
Wordt dit het jaar van de stakingen? Of overwegen werkgevers serieus het personeel meer te betalen?

De economische groei biedt de kans om het systeem echt te vergroenen, zeggen economen.

Pechtold wil vooral staatsschuld verkleinen

Telegraaf 06.03.2018 De economie groeit volgens het Centraal Planbureau als kool. D66-leider Pechtold wil, als er geld overblijft, dat het kabinet dat stopt in het verkleinen van de staatsschuld. „In tijden dat het toeneemt, moet je het niet allemaal zomaar weer uitgeven.”

Pechtold deed zijn uitspraken in praatprogramma Pauw. De democraat vindt het ’fijn’ dat Nederland weer goede cijfers noteert. Wel benadrukte hij dat het slechts om ’prognoses’ gaat.

Naast het terugschroeven van de staatsschuld hoopt de D66-voorman dat het kabinet de kans ziet om de belastingen voor werkenden in te perken. Als derde wens op zijn verlanglijst staan investeringen. „Het CDA zal dan veiligheid roepen, D66 mikt op onderwijs.”

Nederlandse economie is zoete cocktail van ‘meer werk, hoger inkomen, hogere consumptie en meer investeringen’

VK 06.03.2018 Het gaat uitstekend met de Nederlandse economie, zo blijkt uit nieuwe prognoses van het Centraal Planbureau. ‘De Nederlandse economie is op stoom.’ Dit en volgend jaar groeit de economie met respectievelijk 3,2 en 2,7 procent. Nederland hoort daarmee bij de beter presterende eurolanden.

Als het CEP, het Centraal Economisch Plan, niet elk jaar rond dezelfde datum zou verschijnen, zou je haast vermoeden dat het CPB de coalitiepartijen een zetje wil geven twee weken voor de raadsverkiezingen. Deze jubelende ramingen schreeuwen de kiezer toe: de crisis ligt achter ons, we leven in hoogtijdagen. De Nederlandse economie is momenteel een zoete cocktail van ‘aantrekkende werkgelegenheid, hoger beschikbaar inkomen, hogere consumptie en meer investeringen’.

Wellicht het mooiste nieuws voor het kabinet: de werkloosheid daalt volgend jaar naar 3,5 procent. Sinds 2001 was dat cijfer niet zo laag. De vraag naar werk stijgt tegelijkertijd, maar dat kan de economie simpel aan: ‘De krachtige werkgelegenheidsgroei absorbeert met gemak het stijgende arbeidsaanbod.’

Nederland surft op een mondiale hoogconjunctuur, een wereldwijde economische golf, en doet het extra goed vanwege twee binnenlandse factoren: een bloeiende woningmarkt en ‘expansief begrotingsbeleid’. Oftewel, de regering geeft flink geld uit – aan onder meer zorg, onderwijs en defensie – en dat is goed voor de economie. Die spendeerdrift heeft wel gevolgen voor de begrotingsbalans. Het overschot, het geld dat aan het eind van het jaar onder de streep overblijft, groeit minder hard dan de andere economische cijfers: 1,1 procent van het bruto binnenlands product dit jaar en 0,7 volgend jaar.

Jarenlang moest premier Rutte bij nieuwe CPB-cijfers constateren dat de economie weliswaar aantrok, maar dat de burger er nog weinig van merkte. Nu kan hij met het nieuwste CEP in de hand sparren met stijgende koopkrachtcijfers. Mensen vinden weer werk, hebben meer te besteden en laten het dan ook letterlijk rollen. Toch kan CPB-baas Laura van Geest het niet laten een beetje roet in het eten te gooien. Koopkrachtplaatjes zijn niet zaligmakend, schrijft ze vandaag in de Volkskrant: de individuele situatie is simpelweg niet af te lezen uit een verraderlijk absoluut koopkrachtcijfer.

Een CEP zonder kanttekeningen bestaat niet, dat geldt ook voor deze prognose. Het Planbureau waarschuwt voor onzekerheden in het buitenland. Het Verenigd Koninkrijk gaat door zwaar Brexit-weer en blijft economisch achter bij de eurozone. ‘Onzekerheid over de Brexit ontmoedigt investeringen.’ Ook binnen de eurozone liggen risico’s op de loer, zoals ‘een aantal zwakke banken’ en ‘beperkte beleidsruimte’ van de Europese Centrale Bank om economische schokken op te vangen. Nog niet opgenomen in dit CEP: de Italiaanse verkiezingsuitslag, die daar tot een politieke impasse dreigt te leiden.

Volg en lees meer over:  KABINET-RUTTE III   NEDERLAND   POLITIEK   ECONOMIE

Overheid houdt hand op de knip na sterke economische verwachtingen 

NU 06.03.2018 De goede cijfers over de Nederlandse economie betekenen niet dat er automatisch meer geld beschikbaar is om uit te geven. Daarvoor waarschuwt minister Wopke Hoekstra (Financiën) na publicatie van de jongste prognoses.

Hoekstra hamert op de noodzaak om in goede tijden een buffer op te bouwen en te zorgen voor ”vlees op de botten”. Dan hoeft er niet meteen te worden bezuinigd als het tijdelijk economisch slechter gaat.

De bewindsman benadrukt ook dat de mooie cijfers geen garanties voor de toekomst geven. ”We moeten rekening houden met onzekerheden. Nederland is een open economie en daardoor zeer gevoelig voor de ontwikkelingen in de wereldeconomie.”

Het kabinet gaat nu kijken wat de cijfers voor de begroting betekenen: ”Welke mee- en tegenvallers er zijn en hoe we tegenvallers kunnen oplossen.”

Zie ook: CPB verwacht laagste werkloosheid sinds 2001

Lees meer over: Nederlandse economie

Nederlandse economie trekt verder aan

Telegraaf 06.03.2018 De Nederlandse economie trekt verder aan. Het Centraal Planbureau becijfert voor dit jaar een groei van 3,2 procent en een groei van 2,7 procent in 2019.

Daarmee zit Nederland boven het Europese gemiddelde, waar het Verenigd Koninkrijk momenteel juist achterblijft. Onder andere door het vooruitzicht van de Brexit zijn bedrijven daar huiverig te investeren.

Op de Nederlandse arbeidsmarkt is een steeds groter tekort aan mensen op de werkvloer. Volgens de rekenmeesters daalt de werkloosheid in 2019 naar het laagste niveau sinds 2001, naar 3,5 procent. Door die krapte bieden bedrijven vaker een vast arbeidscontract of zijn ze bereid hogere lonen te betalen.

Wel stijgt de inflatie door de hogere arbeidskosten en ook door de verhoging van het lage btw-tarief volgend jaar.

Overschot

Het begrotingsoverschot is ondanks de groeiende economie dit jaar kleiner dan vorig jaar. Voor 2018 schat het CPB dat er een overschot is van 0,7 procent, voor volgend jaar zou dat 0,9 procent zijn.

De besluiten die nog moeten worden genomen rondom de gaswinning in Groningen hebben ongunstige gevolgen voor de overheidsfinanciën en de economische groei. Omdat dit nog allemaal niet uitgekristalliseerd is, zijn deze gevolgen nog niet in de cijfers verwerkt.

Gunstig

In een reactie zegt minister Wiebes (Economische Zaken) dat de ramingen bevestigen ’wat we eigenlijk al weten’: „De Nederlandse economie staat er goed voor.” Hij verwacht dat burgers en bedrijven ook steeds meer daarvan zullen merken. „Dat is ook een goede uitgangspositie voor de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan, zoals het energie- en klimaatvraagstuk en het betaalbaar houden van onze zorgkosten.”

Wel wijst hij nog op de risico’s voor de economie. „Denk aan onze intensieve handelsrelatie met het Verenigd Koninkrijk en de Brexit, of de dreiging van importheffingen in de Verenigde Staten”, aldus Wiebes. „Het kabinet zal zich blijven inzetten voor vrijhandel en een gelijk speelveld.”

De economie blijft groeien, met dank aan de overheid die geld uit blijft geven

Trouw 06.03.2018 De Nederlandse economie blijft, in Europees perspectief, bovengemiddeld presteren.  Eén van de belangrijkste redenen, volgens het Centraal Planbureau: de stijgende overheidsuitgaven. Maar is het wel verstandig om veel geld uit te geven als het toch al goed gaat?

De conclusie van het Centraal Planbureau (CPB) komt juist op het moment dat het debat over al dan niet hogere overheidsuitgaven oplaait. De overheidsuitgaven stijgen onder dit centrum-rechtse kabinet snel.

Vorig jaar, het jaar dat het derde kabinet-Rutte aantrad, was nog sprake van een bescheiden groei, maar dit en volgend jaar groeit de begroting met respectievelijk ruim drie en ruim twee procent. Vrijwel gelijk opgaand met de economische groei, die in diezelfde jaren op 3,2 en 2,7 procent geraamd wordt. Vooral de extra uitgaven in het onderwijs en in defensie zijn daar debet aan. Eerder berekende De Nederlandsche Bank (DNB) al dat zonder die extra uitgaven de economie een klein procentpunt minder hard zou groeien.

Klassieke discussie

De discussie of overheidsuitgaven moeten meebewegen met de stand van de economische conjunctuur is klassiek. In tijden van voorspoed kun je groei nog eens extra stimuleren met de dan ook bij de overheid ruimer aanwezige middelen. Je kunt echter ook redeneren dat in tijden van voorspoed buffers moeten worden aangelegd voor slechter tijden. Voor de overheidsfinanciën zou dat betekenen dat in het laatste geval de overheidsschuld wordt afgelost, zodat er in slechtere tijden weer geleend kan worden.

Er komt, zeker in de huidige economische omstandigheden, een overweging bij. De overheid kan de economie stimuleren, maar als die al zo groeit ontstaat het gevaar van oververhitting: de productiemiddelen zijn al bijna optimaal bezet en er ontstaat een tekort aan arbeidskrachten, waardoor prijzen en lonen snel gaan stijgen.

Voor De Nederlandsche Bank en economen van de Rabobank was het al duidelijk voor deze nieuwste CPB-cijfers. De overheid dient op de rem te trappen. Volgens een rapport van de Rabobank doet de overheid het nog immer verkeerd: te veel bezuinigen in slechte tijden en te veel uitgeven als de zon weer schijnt. DNB-directeur Job Swank zei onlangs dat hij het politiek gezien wel begrijpt, maar ‘economisch is al dat stimuleren niet nodig’.

Loonstijging

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stelde vorige week in een rapport over de Nederlandse economie dat overheidsuitgaven in onderwijs en onderzoek omhoog moeten. Door elders daarvoor ruimte vrij te maken, dan wel door hogere uitgaven. Bovendien, aldus het IMF, dienen de Nederlandse lonen te stijgen. Het fonds is kennelijk niet bang voor oververhitting, want ook meer koopkracht betekent een extra impuls voor economische groei.

De nieuwe minister van financiën Wopke Hoekstra heeft zich de waarschuwing van De Nederlandsche Bank kennelijk aangetrokken. Hij voert nu een begroting uit met fors meer uitgaven, maar daar moet het bij blijven. In een reactie op de CPB-cijfers stelde Hoekstra dat er niet meer geld voor uitgaven beschikbaar komt. Hij benadrukte dat in goede tijden een buffer voor slechtere tijden moet worden opgebouwd.

Bovendien zijn deze mooie cijfers geen garantie voor de toekomst. “We moeten rekening houden met onzekerheden. Nederland is een open economie en daardoor zeer gevoelig voor ontwikkelingen in de wereldeconomie”, aldus Hoekstra.

Lees ook: Lonen kunnen veel sterker stijgen

De Nederlandsche Bank weet het, het IMF ook, net als het Centraal Planbureau en veel economen. Werknemers in Nederland verdienen te weinig.

CPB-directeur: ‘Politiek staart zich blind op koopkrachtplaatjes, laat fixatie los’

VK 06.03.2018 Het kabinet en de Tweede Kamer moeten hun fixatie op koopkrachtplaatjes loslaten. Die oproep doet Laura van Geest, directeur van het Centraal Planbureau, dinsdag in de Volkskrant. Koopkrachtplaatjes spelen een grote rol in debatten over inkomens, maar zijn onnauwkeurig.

Toch probeert de politiek koopkrachtcijfers met één cijfer achter de komma te sturen. Dat ‘wegpoetsen van minnen’, stelt Van Geest, kost miljarden euro’s, zorgt voor veel bureaucratie en voor een complex belastingstelsel.

Met haar CPB is Van Geest zelf de leverancier van koopkrachtplaatjes. Dinsdag komt de rekenmeester van het kabinet met de nieuwste. Met haar analyse hoopt Van Geest de politiek ervan te doordringen dat de waarde ervan beperkt is. ‘In de koopkrachtplaatjes vind je geen baan, maak je nooit promotie, krijg je geen kinderen, ga je niet scheiden, ga je nooit met pensioen’, aldus Van Geest. ‘Je kunt met de koopkrachtplaatjes in de hand niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien.’

Het CPB levert sinds een halve eeuw de cijfers die de effecten van het regeringsbeleid vertalen naar wat mensen werkelijk te besteden hebben. Maar de invloed van politieke besluiten op het inkomen is zeer klein. Veranderingen in individuele levens zoals scheiding en werkloosheid hebben juist de grootste invloed op de koopkracht, maar kunnen onmogelijk in ‘het plaatje’. Daarbij is het ook steeds moeilijker geworden de zaken te voorspellen die er wel in zitten, zoals inflatie en algehele loonstijgingen.

Geen huishouden hetzelfde

Elke subgroep van een subgroep heeft inmiddels zijn eigen koopkrachtcijfer

Vroeger, toen werknemers hun hele leven in vaste dienst bij één werkgever bleven, was het makkelijk koopkrachtplaatjes maken. Het begon in 1968 met eentje van een fictieve werknemer met een doorsnee loon en twee kinderen. Twee jaar later maakte het CPB meer plaatjes, maar allemaal van werknemers – alleen hun inkomen verschilde.

Nu zijn er puntenwolken die de koopkrachtverandering van honderdduizenden echte huishoudens laten zien – ze tonen vooral dat geen huishouden hetzelfde is. Elke subgroep van een subgroep heeft inmiddels zijn eigen koopkrachtcijfer op tienden van procenten nauwkeurig. Dat er nu zoveel koopkrachtplaatjes zijn, is niet vreemd. Er zijn sinds 1968 allerlei typen werknemers bijgekomen, denk aan flexwerkers, zelfstandigen en jobhoppers. Bovendien is de politiek versnipperd geraakt. Veel partijen zijn in het bijzonder bezorgd om hun eigen doelgroep: hoe gaan we de koopkracht verbeteren van de eenverdiener, de gepensioneerde en zzp’er?

De politiek kan ze goed gebruiken om het verschil in koopkracht tussen alle groepen niet te veel te laten oplopen

Zo is het koopkrachtplaatje op het Binnenhof uitgegroeid tot een populair instrument, een voornaam thema in elk begrotingsdebat. Afschaffing ervan, daar pleit CPB-directeur Van Geest niet voor. Volgens haar zijn de plaatjes zeer geschikt om onderling te vergelijken. De politiek kan ze goed gebruiken om het verschil in koopkracht tussen alle groepen niet te veel te laten oplopen. Sturen op een evenwichtige inkomensontwikkeling, noemt het CPB dat.

Het tegenovergestelde is het met tienden van procenten sturen op het koopkrachtcijfer voor een specifieke groep. Zolang dat cijfer maar niet onder de nul komt, signaleert Van Geest. Maar dat ‘wegpoetsen van minnen’ kost miljarden en dan nog is de uitkomst door al zijn beperkingen onzeker. Bovendien heeft het bijsturen van de plaatjes een niet in geld uit te drukken prijs, vindt Van Geest: ‘Een ingewikkeld stelsel van belastingen, premies en toeslagen.’

Met koopkrachtplaatjes in de hand kun je niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien

Koopkrachtcijfers spelen in de politiek een grote rol. Veel aandacht en actie. Maar wat koop je ervoor, vragen Laura van Geest en Patrick Koot zich af.

Volg en lees meer over:  POLITIEK  ECONOMIE   NEDERLAND

CPB: economie groeit door, laagste werkloosheid sinds 2001

AD 06.03.2018 De werkloosheid daalt in Nederland snel tot het laagste niveau sinds 2001. De economie blijft groeien. Dat blijkt uit de nieuwste ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), dat nu uitgaat van een groei van 3,2 procent in 2018 en 2,7 procent in 2019.

De werkloosheid daalt snel, naar 3,9 procent dit jaar en 3,5 procent in 2019. De krachtige werkgelegenheidsgroei zorgt ervoor dat nieuwe toetreders op de arbeidsmarkt worden opgenomen. Bedrijven bieden vaker een vast arbeidscontract aan en betalen hogere lonen om mensen te kunnen aantrekken of te behouden.

Vorig jaar nam het bruto binnenlands product (bbp) met 3,1 procent toe. Dat was de sterkste groei in tien jaar. Tot dusver ging het CPB ook voor dit jaar uit van een groei van 3,1 procent. Nederland overtreft hiermee de groeicijfers van de eurozone.

De Nederlandse economische voorspoed is het gevolg van de groeiende internationale economie, lage rentes, begrotingsbeleid en een krachtige woningmarkt. Met die laatste twee factoren onderscheidt Nederland zich.

‘Geen fraai verhaal’

Werkenden merken van de economische voorspoed nog altijd te weinig in hun portemonnee. Dat zegt voorzitter Maurice Limmen van vakbond CNV in een reactie. ,,Het CPB voorspelt ook voor de komende jaren mooie economische cijfers, maar het verhaal achter die cijfers is minder fraai”, vindt hij.

Volgens CNV blijft Nederland kampioen flexwerk in Europa. ,,Die doorgeschoten flexibilisering drukt de lonen en zorgt ervoor dat steeds meer mensen in onzekerheid leven”, aldus Limmen. Daarnaast vindt de vakbondsbestuurder dat nog steeds een te grote groep mensen ongewild langs de zijlijn staat. ,,Daar moet wat aan gebeuren. En met deze economische rugwind is dat geen kwestie van kunnen maar van willen.”

Brexit

In de schatting van het CPB is rekening gehouden met een mild brexitscenario waarin een handelsovereenkomst wordt bereikt. Als de uittreding van de Britten uit de Europese Unie chaotisch verloopt of als de uitkomst tegenvalt kan dat schadelijk zijn voor de economie, meldt het onderzoeksinstituut.

IMF spoort Rutte III aan het geld nog meer te laten rollen, en De Nederlandsche Bank is daar niet blij mee

VK 28.02.2018 Ondanks hogere overheidsuitgaven houdt Nederland nog altijd te vaak de hand op de knip. Het nieuwe kabinet zou het geld veel meer moeten laten rollen, vindt het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Die boodschap botst met de waarschuwingen van De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Zij zetten de afgelopen maanden juist vraagtekens bij de door het kabinet-Rutte III aangekondigde miljardenuitgaven aan onder meer onderwijs, zorg en defensie. Zonder die extra impuls zou de Nederlandse economie de komende jaren 0,8 procent minder groeien.

‘Politiek gezien begrijp ik het, na jarenlang bezuinigen’, vatte DNB-directeur Job Swank het standpunt samen. ‘Maar economisch is het niet nodig.’ De critici vrezen dat Nederland met haar begrotingsbeleid zowel de economische pieken als de dalen vergroot. ‘Juist in de jaren na de crisis, toen de economie wel wat stimulans kon gebruiken, bezuinigde de overheid hard om de begroting op orde te brengen’, schreven economen van Rabobank in reactie op het regeerakkoord. ‘Nu de economie is hersteld, gaat de overheid alleen maar verder stimuleren.’

‘Wij denken dat de economie het zó goed doet, dat er ruimte is om extra geld uit te geven’, zei Thomas Dorsey, hoofd van de IMF-delegatie die deze week Nederland bezocht. © ANP

Het IMF vindt dat niet bezwaarlijk. Integendeel, de regering dient het gaspedaal nog wat dieper in te drukken. ‘Wij denken dat de economie het zó goed doet, dat er ruimte is om extra geld uit te geven’, zei Thomas Dorsey, hoofd van de IMF-delegatie die deze week Nederland bezocht, woensdag op een persbijeenkomst in Amsterdam. Volgens zijn prognoses zal de overheidsschuld in 2023 gedaald zijn tot 42 procent van het BBP – ruim onder het Europese maximum van 60 procent. ‘Dat is een flinke veiligheidsmarge’, meent Dorsey. ‘Nederland kan met zulke vooruitzichten makkelijk meer uitgeven, en desondanks nog altijd een degelijk begrotingsbeleid voeren.’

De extra overheidsinvesteringen moeten wat het IMF betreft gestoken worden in onderwijs en onderzoek. Ook kunnen met behulp van dit geld de lasten op arbeid verder omlaag. Op die manier zouden nog meer Nederlanders gestimuleerd worden om een betaalde baan te zoeken, of meer uren te werken.

Mondiale bril

Het opvallende verschil in inzicht tussen Nederland en het IMF komt mede door de mondiale bril waardoor die laatste naar de economie kijkt. Door de populariteit van zijn goederen en diensten verdient Nederland veel meer aan het buitenland dan omgekeerd. Dat handelsoverschot is goed nieuws voor Nederlandse exportbedrijven. Voor andere landen die worstelen met een handelstekort, zoals in Zuid-Europa, is het daarentegen minder positief. Zij zien bestedingen en banen over de grens verdwijnen.

Het IMF ziet zulke ‘economische onevenwichtigheden’ graag kleiner worden. Behalve meer overheidsuitgaven helpt het daarbij ook als de lonen in Nederland harder gaan stijgen. Delegatieleider Dorsey herhaalde gisteren het eerdere IMF-pleidooi voor hogere inkomens. ‘In heel Noordwest-Europa groeien de lonen langzaam, maar in Nederland gaat het wel erg traag.’ Het IMF botst daarbij met de vakbonden. Die hechten naast loonstijgingen ook veel belang aan meer zekerheid voor werknemers. Het IMF is juist voorstander van verdergaande flexibilisering. ‘We zien liever dat de vakbonden focussen op hogere lonen, in plaats van meer vaste contracten’, aldus Dorsey.

Volg en lees meer over:  IMF   POLITIEK   NEDERLAND   KABINET-RUTTE III   ECONOMIE

Hoogste groei Nederlandse economie sinds 2007 – hoe lang kan dit nog doorgaan?

Maar hogere lonen en vaste contracten zijn nodig om de burger nu echt te laten spenderen

VK 14.02.2018 De Nederlandse economie heeft het beste jaar in een decennium achter de rug, al ziet de gemiddelde inwoner dat nauwelijks terug in zijn portemonnee. Maar de krapte op de arbeidsmarkt kan daar verandering in brengen.

Het werd al voorspeld, maar nu is het zeker: 2017 was in economisch opzicht het beste jaar in een decennium. Met de crisis achter de rug groeide de Nederlandse economie met 3,1 procent, maakte het CBS woensdag bekend. De laatste keer dat de zon zo hard scheen in de economie was in 2007. Aan de vooravond van de grootste recessie sinds de jaren dertig bedroeg de groei 3,7 procent.

Extra bemoedigend is dat ook op andere fronten het welzijn in Nederland lijkt toe te nemen. Steeds meer economen erkennen dat het bruto binnenlands product wat dat betreft een gammele graadmeter is. Als alle ouders vanaf morgen aan de ontbijttafel hun kinderen een euro laten betalen per gesmeerde boterham, stuwt dat het bbp op, zonder dat Nederland er daadwerkelijk welvarender op wordt.

Het is de dalende werkloosheid die de burger bovenal moed geeft

Positief in dit opzicht is dat de CO2-uitstoot in Nederland, ondanks een economie op stoom, volgens het CBS vorig jaar licht afnam. Dat komt onder meer doordat er minder steenkool gebruikt wordt bij de productie van elektriciteit. Ook stoelt de hoogconjunctuur, anders dan in het verleden, amper op Groningse grondstoffen. Zou de gaskraan niet deels zijn dichtgedraaid, dan was de economische groei in 2017 zelfs nog iets hoger uitgevallen.

Het is de dalende werkloosheid die de burger bovenal moed geeft. Het aantal banen nam in de laatste drie maanden van 2017 met 57 duizend toe. ‘Niet meer bang zijn om (door de crisis) je baan te verliezen, is voor veel mensen ook enorme winst’, twitterde hoofdeconoom Marieke Blom van ING Nederland woensdag. ‘Geen euro’s, maar wel een veel beter gevoel.’

Zorgwekkend blijft dat de gemiddelde Nederlander de economische bloei amper terugziet in de eigen portemonnee. De lonen strompelen achter de bbp-groei aan. Mede hierdoor valt de consumptie door huishoudens tegen vooral in het afgelopen kwartaal. Ook bij de bejubelde banenbonanza passen kanttekeningen. Hoewel het aantal vaste contracten flink toeneemt, blijkt het aantal flexbanen verhoudingsgewijs harder te groeien. De helft van alle extra werkgelegenheid komt bovendien voor rekening van de uitzendbranche. Dat zijn niet de best betaalde, meest zekere banen.

Groeitempo

Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen (l) en Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, tijdens de persconferentie van de Staat van de Economie over de gerealiseerde economische groei in 2017. © ANP

‘Economische groei maakt het mogelijk dat we grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de energie- en klimaattransitie en de hoge kosten van de zorg, kunnen betalen’, reageerde een trotse minister Eric Wiebes van Economische Zaken woensdagochtend op de CBS-cijfers. ‘Maar uiteindelijk willen we natuurlijk vooral dat Nederlanders de groei nu ook zelf merken.’

De vraag is of de Nederlandse economie dit groeitempo lang genoeg kan volhouden om dat voor elkaar te krijgen. Is straks het feest voorbij, zonder dat de gewone burger van de taart heeft mogen snoepen? Feit is dat de groeimotoren van de afgelopen jaren niet eeuwig kunnen blijven ronken. Zo behoort, net als in 2007, de huizenmarkt tot de drijvende krachten achter het economische succes. De huizengekte vertaalt zich in een hoog consumentenvertrouwen en extra uitgaven aan bijvoorbeeld de inrichting van de woning. Ook had de bouw het afgelopen jaar opnieuw een stevig aandeel in de groei van de investeringen en het aantal banen.

Bijna een kwart miljoen bestaande koopwoningen wisselden in 2017 van eigenaar. Dat is een record dat niet snel zal worden verbroken. De koortsachtige bouw- en verbouwactiviteit zal afnemen.

Maar om de huidige groei te laten voortduren, zal ook in eigen land de burger het geld moeten laten rollen

Personeelstekorten

Een ander veelgenoemd punt van zorg zijn de groeiende personeelstekorten. Het CBS spreekt inmiddels van ‘een relatief gespannen arbeidsmarkt’. Tegenover elke openstaande vacature staan slechts 1,8 werklozen. Dat is nog altijd meer dan de 1,3 van vóór de crisis, maar het aantal werklozen slinkt snel. Werkgevers in sectoren als de bouw, horeca, onderwijs en ICT klagen al langer dat ze nauwelijks geschikte mensen kunnen vinden. Deskundigen beschouwen krapte op de arbeidsmarkt dan ook van oudsher als de ultieme economische bad guy een bedreiging voor verdere groei.

Gek genoeg kan het dit keer omgekeerd uitpakken. De economie profiteerde volgens het CBS ook afgelopen jaar vooral van de sterke export (plus 5,5 procent) en investeringen (plus 6 procent). Nederlandse machines, apparaten en chemische producten blijken buitengewoon gewild over de grens. Maar om de huidige groei te laten voortduren, zal ook in eigen land de burger het geld moeten laten rollen. Dat vinden tegenwoordig niet alleen de vakbonden en linkse partijen, maar ook instituten als het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank.

Zoiets gebeurt pas als diezelfde burger vertrouwen heeft in de toekomst én meer te besteden krijgt. Daarvoor zijn meer vaste contracten en hogere lonen nodig. Twee eisen die werknemers doorgaans pas echt luid en duidelijk durven te stellen wanneer ze niet langer bang zijn dat hun werkgever hen inruilt voor een ander. Met andere woorden: wanneer er werkelijk een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten ontstaat.

Volg en lees meer over:  ECONOMIE   NEDERLAND

Economie draait geweldig, hoogste groei sinds 2007

AD 14.02.2018 De Nederlandse economie is vorig jaar met liefst 3,1 procent gegroeid. Dat is de allerhoogste toename sinds 2007 en een procent meer dan in 2016. Dat meldt het Centraal Bureau van Statistiek (CBS) vanochtend in zijn jaarlijkse ‘Stand van de Economie’.

Het is belangrijk dat Nederlanders de economische groei nu ook zélf merken, aldus Eric Wiebes, minister EZ.

Veel economen dachten dat groeicijfers van boven de 3 procent na de economische crisis niet langer mogelijk waren. Maar na jaren van forse bezuinigingen draait de BV Nederland op volle toeren.

De investeringen van bedrijven en burgers groeiden liefst 6 procent. Dat geld ging vooral naar woningen, terwijl bedrijven meer aan machines, installaties en investeringen uitgaven.

Gewone Nederlanders gaven eveneens meer uit, hoewel de bestedingen met 1,8 procent wel wat achterbleven. Huishoudens kochten meer kleding, elektrische apparaten en besteedden flinke bedragen aan woninginrichting. Ook spendeerden we meer aan horeca, recreatie en cultuur. Toch dikt die kleine twee procent aan: uitgaven aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptie uit.

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, spreekt van ‘hoogconjunctuur’. ,,Het is vandaag Valentijnsdag, maar we hoeven geen roze bril op te zetten om te zien hoe mooi de economie er voor staat.” Volgens Van Mulligen is de bouw voor een fors deel verantwoordelijk voor de groei. ,,Dat is ook niet vreemd omdat de bouw na de crisis totaal stilviel. Nu is er een inhaalslag.”

Trots

Minister Wiebes (Economische Zaken & Klimaat) reageert verheugd. ,,De Nederlandse economie staat er goed voor en daar mogen we best trots op zijn. Economische groei maakt het mogelijk dat we grote maatschappelijke uitdagingen zoals de energie- en klimaattransitie en de hoge koste van de zorg kunnen betalen.”

Maar de VVD-bewindsman zegt het vooral belangrijk te vinden dat Nederlanders de groei eindelijk zelf merken. Zelf stelt het CBS dat de economische groei “breed wordt gedragen”. Wat het gebruikelijke vakjargon is voor zeer positieve cijfers.

Achter de hoge economische groei gaan véél méér mooie rapportcijfers schuil. Afgelopen jaar wisselden ruim 250.000 koopwoningen van eigenaar, een record. Elke 2 minuten werd er een woning verkocht. 176.000 mensen vonden een baan.

Minister Wiebes (Economische Zaken & Klimaat) © ANP

Vaste banen 

In de laatste maanden van 2017 nam het aantal banen zelfs met 57.000 toe, het hoogste aantal sinds eind 2008. Gemiddeld waren er eind vorig jaar 10,3 miljoen banen in Nederland. In totaal werkten werknemers en zelfstandigen vorig jaar 13 miljard uren. Dat is een miljard uur meer dan rond de eeuwwisseling. Per baan werken we gemiddeld 24,5 uur per week.

Tegelijk stijgt vooral het aantal flexibele banen. De uitzendbranche is verantwoordelijk voor de helft van de totale banengroei. De sector is daarmee inmiddels goed voor 834.000 jobs, waarmee ongeveer één op de tien Nederlanders een uitzendbaan heeft.

Toch groeiden ook het aantal vaste banen. Die hoeveelheid lag eind vorig jaar 112.000 hoger dan eind 2016. En het aantal vacatures stijgt nog steeds. In december stonden liefst 227.000 vacatures open. Vooral in de bouw nam de vraag naar werk toe.

Het aantal werkloze Nederlanders zakte ondertussen onder de 400.000. Eind vorig jaar zaten 398.000 mensen zonder baan. Dat is 4,4 procent van de beroepsbevolking, het laagste percentage sinds medio 2009.

De aangetrokken bouwnijverheid is een van de belangrijkste oorzaken voor de record economische roei van 2017. © Robin van Utrecht

Nederlanders werkten 13 miljard uren in 2017, een miljard uur meer dan in 2000

CBS-cijfers

Gewend

We hebben door de crisis nog steeds een economische achterstand van 5-6 procent op Duitsland en het VK, aldus Peter Hein van Mulligen, CBS.

Voor komend jaar wordt opnieuw een groei van 3,1 procent verwacht. Toch waarschuwt Wiebes dat groeicijfers van boven de 3 procent niet iets zijn om aan gewend te raken.

Door het lage geboortecijfer en de vergrijzing groeit het arbeidsaanbod nauwelijks meer. ,,Dus moeten we het voor onze groei steeds meer hebben van de verhoging van de arbeidsproductiviteit,” schrijft EZ. ,,Dit vraagt om technologische ontwikkeling, innovaties en het slimmer organiseren van productieprocessen.

En zo vallen er meer kanttekeningen te maken: tijdens de crisis liep de Nederlandse economie harder terug dan onze Europese buurlanden. Nog steeds lopen we daardoor 5 tot 6 procent achter op Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. ,,We zullen dus jaren harder moeten groeien om dat verschil goed te maken,” zegt CBS-econoom Van Mulligen.

Daarnaast is er kans op oververhitting, zeker op de woningmarkt. ,,In grote steden als Amsterdam en Utrecht, wordt dat zichtbaar,” aldus Van Mulligen.

Reactie CNV en economen

Deze mooie cijfers zijn slechts de helft van het verhaal, aldus Maurice Limmen, voorzitter CNV.

In een eerste reactie stelt vakbond FNV blij te zijn met de cijfers. Toch vormen de fraaie resultaten slechts de helft van het verhaal, stelt voorzitter Maurice Limmen. 

Hij wijst op het feit dat er met name uitzendbanen bijkomen. ,,De groei komt te weinig terecht bij de mensen die er keihard voor werken. De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een van de redenen dat de lonen maar niet stijgen, oordeelde onlangs ook nog eens De Nederlandsche Bank en dat mensen steeds meer blijven hangen in onzeker werk.”

Volgens het CNV ontlopen werkgevers ontlopen hun verantwoordelijkheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat zijn er liefst 1,3 miljoen, aldus eerdere CBS cijfers. ,,Dat is het verhaal waar het nu over zou moeten gaan,” meent Limmen. ,,Van mooie bedrijfsresultaten krijgen we net zoals de resultaten bij de Olympische Spelen een fijn Oranjegevoel, maar dat helpt talloze mensen die nog steeds op de reservebank zitten niet aan vast werk.”

Euforie overdreven
Econoom Bas Jacobs laat per Twitter weten de euforie overdreven te vinden. ,,Totale euforie van 3,1 procent groei is sterk overtrokken. Het historisch gemiddelde tussen 1970 en 2007 was 2,6% per jaar. Nederland had wat in te halen na de netto nul groei in de periode 2008-2015.” I

ING-econoom Marieke Blom stelt op dat gewone burgers de groei nog niet of onvoldoende merken.

Economie maakt sterkste groei in tien jaar tijd door

NOS 14.02.2018 De Nederlandse economie is in tien jaar tijd niet eerder zo hard gegroeid als vorig jaar. De groei bedroeg in 2017 3,1 procent ten opzichte van 2016, becijferde het CBS. De groei in de laatste drie maanden nam iets af, maar is met 2,9 procent nog altijd stevig.

Vooral investeringen en de export droegen in het vierde kwartaal bij aan de groei. Huishoudens consumeerden iets minder hard, maar de industrie groeide juist sterker.

“De Nederlandse economie staat er goed voor”, zegt minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. “Economische groei maakt het mogelijk dat we grote maatschappelijke uitdagingen zoals de energie- en klimaattransitie en de hoge kosten van de zorg kunnen betalen. Maar we willen ook dat Nederlanders de groei nu ook zelf merken.”

De economieën van de ons omringende landen zijn ook stevig gegroeid. De Duitse economie, onze belangrijkste handelspartner, groeide met 2,3 procent.

Economische groei 2001-2017

Investeringen

De investeringen zijn afgelopen jaar met 6 procent gegroeid. Het gaat dan vooral om investeringen in woningen. Ook hebben bedrijven veel meer geld uitgegeven aan machines en installaties. Ook de uitgaven aan personenauto’s en bedrijfsgebouwen zijn hoger dan een jaar eerder.

De uitvoer van goederen en diensten groeide in 2017 met 5,5 procent. Nederlandse bedrijven hebben beduidend meer (elektrische) machines en apparaten uitgevoerd dan een jaar eerder. Ook werden er meer chemische producten geëxporteerd.

De invoer lag 4,9 procent hoger dan in 2016.

BART KAMPHUIS | NOS

Consumenten

Consumenten gaven vorig jaar 1,8 procent meer uit dan in 2016. Dat gebeurde vooral aan kleding, woninginrichting en elektrische apparaten. Ook in de horeca, aan recreatie en cultuur werd meer geld besteed.

De zakelijke dienstverlening (zoals de uitzendbranche) en de bouw groeiden het sterkst. Ook de industrie produceerde in 2017 meer dan een jaar eerder.

Rutte geeft EU-korting niet zomaar op

Elsevier 19.01.2018 Nederland wil de miljard euro korting op de Europese meerjarenbegroting niet zomaar opgeven. Dat zei premier Mark Rutte (VVD) na de ministerraad.

Maar als vervolgens het plafond van de uitgaven in de Europese Unie enorm omhooggaat en Nederland houdt de miljard korting, dan zou Nederland alsnog netto meer gaan bijdragen en dat is niet de bedoeling, aldus Rutte.

Vanaf komende zomer beginnen in de Europese Unie de onderhandelingen over de nieuwe meerjarenbegroting (2021-2027). Afgelopen week begonnen in Den Haag de inleidende beschietingen. Zo spraken Rutte, minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) en de Tweede Kamer met Europees begrotingscommissaris Günther Oettinger.

Lees ook: Hoeveel hebt ú over voor meer Europa?

Oettinger presenteert over enkele maanden een voorstel voor die begroting, maar liet in een interview met het FD al blijken dat Nederland de miljard euro korting die in 2005 werd binnengehaald, gaat verliezen.

Rutte legt zich daar niet bij neer. ‘Uiteindelijk is het van belang dat onze netto-positie niet verslechtert. We betalen geld aan Europa en dat leidt ook tot inkomsten,’ zei Rutte, die het standpunt van Oettinger ‘vanuit het oogpunt van eenvoud’ zegt te kunnen begrijpen.

‘Nettoost betaler’

De Nederlandse korting is een korting op de Britse korting en die valt weg wegens het vertrek van de Britten uit de EU. Maar Nederland is al een van de ‘nettoost’ betalers, aldus Rutte, en daarom wil hij het miljard niet zo maar opgeven.

Rutte liet zich niet verleiden tot de uitspraak ‘geen cent meer’ voor Europa. ‘Want behalve bezuinigen, vanwege het vertrek van de Britten, willen we ook moderniseren,’ zei Rutte.

Minder geld

Nederland wil dat er minder geld gaat naar cohesiefondsen en structuurfondsen en meer naar innovatiemiddelen, waar Nederland veel uit terugkrijgt.

En daarmee heeft Nederland precies dezelfde positie als zeven jaar geleden. Ook toen werd ingezet op meer geld voor innovatie en minder naar landbouw en structuur- en cohesiefondsen. Dat gebeurde mondjesmaat.

Onder de streep

Nu zegt Rutte: ‘Als die begroting niet moderniseert en er blijven honderden miljarden gaan naar structuur- en cohesiefondsen en het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarvan we overigens ook niet veel terugkrijgen, en er moderniseert verder niets, dan zullen wij kijken wat het betekent onder de streep.’

De onderhandelingen van de dan 27 EU-landen – de vertrekkende Britten onderhandelen niet mee over de begroting – gaan minstens tot medio 2019 duren, maar waarschijnlijk nog tot 2020.

Juncker wil hoger budget: ‘EU is meer waard dan kop koffie’

Elk land kan de begroting vetoën

Het worden lastige onderhandelingen, want elk land kan de EU-begroting vetoën. De omvang bedraagt 1 procent van het totale bruto nationale inkomen in de EU.

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie zei eerder deze maand al dat de EU-afdrachten na het vertrek van de Britten omhoog moeten, maar Nederland wil dat niet.

Carla Joosten  (1960) werkt sinds 2000 voor redactie Nederland bij Elsevier Weekblad. Ze is politiek redacteur in Den Haag en covert het koningshuis. Voor de Leven & Dood-pagina’s van Elsevier Weekblad verzorgt zij de nieuwtjes over mensen.

Nederland wil na brexit vasthouden aan Europese korting

NOS 18.01.2018 Nederland wil niet twee keer de dupe worden van de brexit. Die boodschap heeft het kabinet overgebracht aan Eurocommissaris Oettinger. “Wij zijn een van de landen die economisch het meest door de brexit worden geraakt. Het is onrechtvaardig als we ook nog eens meer budget moeten betalen”, vindt minister Hoekstra.

Oettinger was vandaag in Den Haag om te praten over de Europese meerjarenbegroting vanaf 2020. De onderhandelingen over die begroting beginnen in mei. Door de brexit wordt een gat in de Europese begroting geslagen van 12 tot 13 miljard euro en daar moet een oplossing voor komen. De eurocommissaris gaat nu alle lidstaten langs om daar over te praten.

Hij zou het liefst zien dat een korting, die na het vertrek van Groot-Brittannië alleen Nederland nog krijgt, wordt afgeschaft. Handelsland Nederland is een van de grote nettobetalers door de relatief kleine bevolking. Daar staat een jaarlijkse korting van ongeveer 1 miljard euro tegenover.

Kleine groep

Het kabinet heeft laten weten dat het niet akkoord zal gaan met afschaffing van de korting. “Er is een kleine groep landen die veel harder wordt geraakt door de brexit dan anderen”, zei Hoekstra. “En daar hoort Nederland bij.” Meer betalen aan Europa is volgens de minister van Financiën geen optie. Hij vindt dat het Europese budget na het vertrek van Groot-Brittannië verkleind moet worden. “Dat is onze uitgangspositie”, zei Hoekstra, “en daar willen we ook op uitkomen.”

Of die korting echt sneuvelt “hangt af van de onderhandelingen”, zei Oettinger. Die gaan een jaar duren. Hij wees erop dat de lidstaten unaniem moeten instemmen met de meerjarenbegroting. Hij zei dat duidelijk is hoe Nederland erin staat. “Het is nu mijn verantwoordelijkheid om tot een uitgebalanceerd voorstel te komen, waar ook Nederland mee uit de voeten kan.”

Oettinger: Na Brexit kan Nederland korting op EU-bijdrage vergeten

Elsevier 18.01.2018 Nederland hoeft er niet op te rekenen dat het opnieuw een korting van 1 miljard euro krijgt op zijn bijdrage aan de Europese Unie, zegt eurocommissaris Günther Oettinger voor Begrotingszaken. Volgens Oettinger zijn de kortingen die Nederland, het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten krijgen ‘enorm bureaucratisch en complex in de uitvoering’.

Nu de Britten volgend jaar de EU zullen verlaten – en dus hun korting ‘de moeder aller kortingen’ verdwijnt – is het een mooi moment om de kortingen van andere lidstaten ook te schrappen, zegt Oettinger in een interview met FD, dat vrijdag verschijnt.

Eurocommissaris Oettinger was donderdag in Den Haag om het toekomstig Meerjarig Financieel Kader (MFK) te bespreken, onder anderen met premier Mark Rutte.

Oettinger vraagt ‘flexibiliteit’ om te compenseren voor gat door Britten

Volgens Oettinger is een groot deel van die kortingen er om de directe en indirecte gevolgen door de Britse korting richting bijvoorbeeld de Nederlandse afdracht te verlagen.

De korting van de Britten, die in 1984 door de Conservatieve oud-premier Margaret Thatcher werd afgedwongen, had een permanent karakter, in tegenstelling tot die van andere lidstaten. De andere kortingen lopen af als het huidige meerjarige financiële kader stopt. Dat is in 2020.

Jelte Wiersma: De Britten zijn al 500 jaar tegen een verenigd Europa

Maar het feit dat de Britten de EU volgend jaar verlaten, heeft meer consequenties dan alleen het vervallen van hun korting. Ze laten een miljardengat achter op de algehele begroting van de EU, een gat dat volgens Oettinger voor de helft moet worden opgevuld door te snijden in de uitgaven van de EU.

De andere helft moet worden opgevangen door andere EU-lidstaten, die op een verhoogde bijdrage moeten rekenen. Oettinger vraagt flexibiliteit van de lidstaten voor het nieuwe MFK, dat in 2020 moet ingaan en ook weer een looptijd heeft van zeven jaar.

Maar het verhogen van de bijdragen gebeurt niet zomaar. In de Europese Raad moeten alle EU-lidstaten er unaniem mee akkoord gaan, waarna ook alle 27 nationale parlement ermee moeten instemmen.

Kabinet wil korting niet afstaan

Minister Wopke Hoekstra van Financiën liet eerder echter weten dat het kabinet wil vasthouden aan de korting. Ook wil Nederland niet extra bijdragen aan de EU, wanneer Groot-Brittannië is weggevallen. De Britten zijn de grootste nettobetaler aan de EU, en nemen naar schatting een bijdrage van ruim 13 miljard euro op jaarbasis voor hun rekening.

Hoekstra, evenals de Tweede Kamer, vindt dat de EU maar moet bezuinigen om het gat op te vullen. Hoekstra, die donderdag ook met Oettinger sprak in Den Haag, pleit bovendien voor een modernisering van de begroting, waarbij er minder geld zou gaan naar subsidies voor landbouw en armere EU-landen, en meer geld uitgetrokken wordt voor innovatie.

Elif Isitman (1987) is sinds oktober 2014 online redacteur bij Elsevier Weekblad.

GERELATEERDE ARTIKELEN;

Juncker wil hoger budget: ‘EU is meer waard dan een kop koffie’

Farage vreest ‘verlies van historische Brexit-winst’

Waarom is iedereen zo negatief over de EU?

Het gaat goed met de Nederlandse economie, moet het kabinet dan niet juist nu gaan bezuinigen?

VK 07.01.2018  2018 belooft al economische zonneschijn, maar het nieuwe kabinet doet er nog een schepje bovenop. Gevaarlijk, waarschuwen economen. En hoe denken de felste voorstanders van extra overheidsuitgaven in crisistijd hierover?

Als de Nederlandse economie een barbecue is, dan dreigt het kabinet dit jaar de rol te vervullen van de iets te enthousiaste buurman. Met een scheut spiritus stookt die het vuurtje nog eens extra op.

Steeds meer economen waarschuwen voor zo’n oververhitting. ‘De overheid jaagt de economische groei verder aan’, constateerde het Centraal Planbureau vorige maand niet zonder zorgen in zijn vooruitblik op 2018. De uitgaven – aan onder meer leger, verpleeghuizen, onderwijs – lopen met maar liefst 3,5 procent op. Zonder die extra stimulans zou de Nederlandse economie maar liefst 0,8 procent minder groeien. Dit verklaart volgens het CPB ‘voor een belangrijk deel de hogere BBP-groei dan die in onze buurlanden’.

‘Anticyclisch beleid’

Winkelend publiek in Rotterdam© ANP

Dat lijkt mooi, maar de aloude economenwijsheid schrijft voor dat overheden in de vette jaren juist een financiële buffer aanleggen. Anders is er, zoals Jozef in het Oude Testament de farao al voorhield, in de magere jaren geen graan meer om uit te delen. Zo’n ‘anticyclisch beleid’ blijkt desondanks politiek moeilijk te verkopen.

In plaats van de economie af te remmen, wordt het gaspedaal nog dieper ingedrukt – ook buiten Nederland. Zo zal de belastingverlaging van president Trump de toch al florerende Amerikaanse economie verder opzwepen. Ondertussen blijft de geldpers van de Europese Centrale Bank draaien. Tot dit najaar worden voor 270 miljard euro aan extra staats- en bedrijfsobligaties opgekocht. Dat komt boven op de reeds aangeschafte schuldenberg van meer dan 2300 miljard euro. ‘Een te langzame afbouw’ van dit historisch ongekende monetaire stimuleringsprogramma, schrijft het CPB, ‘kan leiden tot oververhitting van de economie.’

‘Economisch niet nodig’

Behalve het Planbureau zet ook De Nederlandsche Bank vraagtekens bij de miljardenuitgaven die Rutte III voor ogen heeft. ‘Politiek gezien begrijp ik het, na jarenlang bezuinigen’, zei DNB-directeur Job Swank onlangs bij een persconferentie. ‘Maar economisch is het niet nodig.’ Minder omfloerst formuleren de economen van de Rabobank het in een rapport: ‘Juist in de jaren na de crisis, toen de economie wel wat stimulans kon gebruiken, bezuinigde de overheid hard om de begroting op orde te brengen. Nu de economie is hersteld, gaat de overheid alleen maar verder stimuleren.’ Dat maakt de Nederlandse economie kwetsbaar. De pieken worden hoger, maar in tijden van crisis is het dal ook extra diep.

Met die kritiek keert het uit de crisis bekende bezuinigingsdebat voorzichtig terug – zij het in spiegelbeeld. Toen luidde de kritiek van sommige economen dat de regering de hand te veel op de knip hield. Nu wordt juist iets meer calvinisme bepleit.

Er is wel een groot verschil in de toon van de discussie. Die is heel wat minder fel. Logisch: ondanks fors hogere overheidsuitgaven, kan het kabinet ook de staatsschuld terugdringen. Dat is het voordeel van economische groei. Daar komt bij dat bezuinigingen veel meer weerstand oproepen dan extra uitgaven. Nederland kent nu eenmaal geen krachtige belangengroepen, zoals in Duitsland de Bond van Belastingbetalers, die de regering om de oren slaan met elke extra cent belasting die over de balk wordt gesmeten.

‘Wereldwijde economische situatie verre van normaal’

Bas Jacobs © Raymond Rutting / de Volkskrant

Bas Jacobs, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam:

Hoewel hij zelf niet tegen méér economische stimulering door de overheid is, vindt de Rotterdamse hoogleraar economie Bas Jacobs die gelatenheid onbegrijpelijk. ‘Volstrekt inconsequent’, gedraagt de Nederlandse politiek zich volgens hem. ‘De partijen die de afgelopen crisisjaren het hardst geroepen hebben dat er bezuinigd moet worden, hebben nu collectief hun budgettaire orthodoxie overboord gegooid. Echt, daar zit geen enkele diepere economische gedachte achter. Het ergste is dat vrijwel niemand hier een woord aan vuil lijkt te maken.’

Natuurlijk onderschrijft hij het bekende adagium van de econoom Keynes: wie in slechte tijden de economie wil stimuleren, moet sparen als het economisch voor de wind gaat. Toch is Bas Jacobs, in de voorbije crisis een van de felste critici van het bezuinigingsbeleid, niet per se tegen de extra uitgaven van Rutte III.

‘Het is erg lastig in te schatten op welk punt in de economische cyclus Nederland zit’, legt hij uit. ‘Er is een aanwijzing voor oververhitting: de extreem lage werkloosheid. Tegelijkertijd groeit de economie al een paar jaar veel harder dan verwacht, terwijl de lonen en prijzen heel gematigd stijgen. Dat wijst nog op overcapaciteit. Daarnaast blijft de wereldwijde economische situatie verre van normaal, met de rente van de Europese Centrale Bank die op nul staat.’

In die situatie acht Jacobs het economische risico van bezuinigingen – tegenvallende groei – groter dan het risico van wat oververhitting. ‘Als landen als Nederland en Duitsland met hogere lonen en extra investeringen zorgen voor meer inflatie in het Eurogebied, helpt dat de ECB om het monetaire beleid te normaliseren. Dat is belangrijk, wil de centrale bank bij een volgende recessie nog iets uit kunnen richten.’

‘Nederland spaart te veel’

Coen Teulings. © anp

Coen Teulings, hoogleraar economie in Cambridge 

Ook de voormalige CPB-directeur is geen voorstander van extra zuinigheid. De reden daarvoor heeft niet zozeer te maken met de economische conjunctuur, maar is fundamenteler: net als buurland Duitsland spaart Nederland te veel.

‘De staatsschuld daalt razendsnel, van ruim 60 procent in 2016 naar iets meer dan 50 procent van het BBP in 2019. Het pensioenvermogen is de afgelopen tien jaar toegenomen van 120 naar 160 procent van het BBP. Dat klinkt mooi, maar mondiaal gezien is het een onhoudbare situatie. Tegenover de besparingen van het ene land, moeten immers wel spaartekorten van een ander land staan. Je kunt niet met zijn allen tegelijkertijd sparen. Dat is een recept voor chaos. Vergeet niet: voorafgaande aan de crisis van 2008 was het het enorme spaaroverschot van China dat de zeepbel op de Amerikaanse huizenmarkt opblies, met alle gevolgen van dien.’

De oplossing ligt voor de hand: laat de lonen stijgen en het geld binnenlands rollen. Wat Teulings betreft, had dit het beste tijdens de crisis kunnen gebeuren, om de pijn te verzachten. Tegen de economische cyclus in dus. ‘Het kabinet heeft indertijd gekozen voor forse bezuinigingen. Het gevolg is dat we, nu het beter gaat, weinig anders kunnen doen dan opnieuw procyclisch handelen: niet besparen. Maar laten we het vooral van de positieve kant bekijken. We zijn veel rijker dan we denken.’

Dit schreven we eerder over de economische feeststemming

Is de huidige economische feeststemming een voorbode van een nieuwe zeepbel plus crisis?
Stapt Nederland in dezelfde valkuil als tien jaar geleden, toen het aan de vooravond van de grootste economische crisis sinds de jaren dertig bleek te staan?

De economische paradox van 2017
In 2017 zijn Nederlandse huizenbezitters gemiddeld enkele tienduizenden euro’s rijker geworden. Als hun huis in de Randstad staat, is die winst vaak nog groter. De gewonnen rijkdom is wel van papier. Leidt die duurdere woning in de praktijk tot een dikkere portemonnee?

Economische groei zet ook in 2018 door
Als de huizenprijzen niet zo hard waren gestegen, zou de economische groei de afgelopen jaren ruim een kwart lager zijn geweest. Had de woningmarkt zich in een ‘normaler’, gematigd tempo hersteld, dan waren de consumentenuitgaven zelfs 60 procent lager geweest.

Volg en lees meer over:  ECONOMIE   NEDERLAND

Nederlandse werknemer profiteerde in 2017 qua loon amper van aantrekkende economie

VK 04.01.2018 De cao-lonen zijn in het afgelopen jaar minder gestegen dan in het jaar ervoor, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt. Vorig jaar namen de lonen 1,5 procent toe. In 2016 kregen werknemers er nog 1,8 procent bij. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Dat de loonstijging lager uitvalt dan in 2016 zou kunnen komen door het uitblijven van bepaalde cao-akkoorden, laat een woordvoerder van het CBS weten. Zo kregen de kappers- en uitvaartbranche nog geen nieuwe cao en heeft het CBS geen cijfers gepubliceerd over de sector onderwijs. In die sector zijn onvoldoende akkoorden getekend. In 2016 stond het onderwijs nog voor een loonstijging 3,9 procent in de boeken.

© vk

Ook speelt mee dat de ambtenarij in 2016 een goed jaar had. Overheidsdienaren kregen in dat jaar 3,2 procent extra. Vorig jaar kregen ambtenaren er nog slechts 1,1 procent bij. Bij de overheid werken relatief veel mensen, zodat het akkoord zwaar meetelt.

Wel goed doet de sector landbouw, bosbouw en visserij het. Werknemers in die branche kregen er het afgelopen jaar 2,3 procent bij.

Inflatie

De tegenvallende cijfers betekenen dat Nederlandse werknemers er qua loon in 2017 zeer weinig op vooruit zijn gegaan

De tegenvallende cijfers betekenen dat Nederlandse werknemers er qua loon in 2017 zeer weinig op vooruit zijn gegaan. De definitieve inflatiecijfers zijn nog niet bekend, maar de verwachting is dat de inflatie in het afgelopen jaar ook rond de 1,5 procent zal liggen. Bij dat percentage gaat de gehele stijging van de lonen op aan het duurder worden van goederen en diensten.

In 2016 was de inflatie nog historisch laag, waardoor de reële lonen (stijging van de lonen min stijging van de prijzen) sterk stegen. 

De loonstijging die het CBS meldt is een paar tienden lager dan de eerdere berekeningen vakbond FNV (1,76 procent erbij tot december en AWVN (1,78 procent erbij). Dat komt doordat die organisaties anders meten. FNV en AWVN turven de nieuw afgesloten CAO’s. Het CBS weegt werknemers zonder nieuwe cao ook mee.

Daarnaast beschikt het CBS over fijnmazige data. Het statistiekbureau weet beter hoeveel werknemers in een sector actief zijn en op welk salarisniveau zij zitten. Voor iemand met een hogere functie betekent een loonsverhoging van vijftig euro procentueel minder dan voor een werknemer met het minimumloon.

Wordt 2018 het jaar dat Nederland weer gaat staken?

In de nieuwe cao’s stijgen de lonen gemiddeld meer dan 2 procent per jaar; een symbolische grens. Is het de aanzet voor een langere periode met sterk stijgende lonen en groeiende welvaart voor de werknemer?

De economie groeit, de orderportefeuilles zijn vol en vacatures lastig in te vullen. Toch stijgen de lonen amper en gaat Nederland niet de straat op. Zijn we vergeten dat actievoeren loont? (+)

Volg en lees meer over:  ECONOMIE   NEDERLAND   VAKBONDEN

Loonstrook 2018 onder de loep: laagste inkomens leveren in

AD 04.01.2018 De meeste werknemers vinden deze maand nauwelijks extra geld op hun loonstrookje terug. Hoge inkomens gaan er het meest op vooruit, minima met een laag loontje leveren in. Dat blijkt uit berekeningen die loonstrookjesverwerker ADP vanmorgen heeft gepubliceerd.

Doordat het nieuwe kabinet net is gestart, zijn er weinig wijzigingen in de salarisstrook dit jaar, aldus Dik van Leeuwerden, ADP

Werknemers met een modaal salaris (2.894 euro) ontvangen straks netto 7 euro meer. Wie anderhalf keer modaal verdient, ziet nog 1 euro extra op de loonstrook. Mensen die meer verdienen (twee keer modaal) gaan er 16 euro op vooruit.

Bekaaid ervan af komen deeltijdwerknemers met een minimaal loontje van tussen de 1.000 en 1.500 euro per maand. Zij ontvangen tot vier euro minder. Werknemers met een minimaal salaris van 1.578 euro vinden 7 euro extra terug op hun salarisstrook.

Veel verdienende werknemers (5.750 euro of daarboven) profitereren doordat het top belastingtarief van 52 naar 51,95 procent daalt. Zij vinden eind januari tot 18 euro meer terug op hun salarisstrookje.

Veranderingen
De berekeningen van ADP zijn gebaseerd op alle veranderingen in onder meer fiscale regels, werknemerspremies en pensioenen. Ze staan los van loonsverhogingen die mensen krijgen doordat er een nieuwe CAO is afgesloten of doordat zij een treden in hun loonschaal stijgen. De CAO-lonen stegen vorig jaar gemiddeld met 1,5 procent, maakte het CBS vanmorgen bekend.

Het ADP, dat voor 1,4 miljoen werknemers de salarissen verwerkt, spreekt van een relatief saai jaar. ,,Doordat het vorige kabinet vanwege de lange formatie het grootste deel van 2017 demissionair was zie je dat veel veranderingen van Rutte III pas in 2019 ingaan,” zegt algemeen directeur Martijn Brand. ,,Daardoor zijn er weinig grote wijzigingen en veranderen de lonen relatief weinig.”

Een fictief loonstrookje zoals werknemers die het eind van deze maand op de deurmat vinden. © ANP

De reparatie van het derde WW-jaar drukt de lonen. Werknemers betalen daarvoor, aldus ADP.

De achteruitgang bij lage inkomens komt doordat de arbeidskorting niet geheel kan worden benut. Dat geldt voor alle inkomens tot 1750 euro per maand, zegt ADP-loonspecialist Dik van Leeuwerden.

,,Deze werknemers moeten er daarom goed op letten dat ze na 2018 het verschil via de aangifte inkomensbelasting terugvragen van de Belastingdienst.” Dat kan wel 250 euro opleveren.

De lonen voor de meeste werknemers stijgen iets ondanks dat de belastingtarieven in de tweede en derde schijf omhoog gaan naar 40,85 procent. ,,Maar omdat de inkomensgrenzen voor deze tarieven hoger zijn geworden en de heffingskortingen iets hoger zijn, blijft voor de meeste mensen uiteindelijk een kleine plus over,” aldus Van Leeuwerden.

Een factor die de loonstijging drukt is de reparatie van het derde WW-jaar. Het kabinet heeft bepaald dat werknemers die hun baan kwijtraken nog maximaal twee jaar recht op een WW-uitkering hebben. Met sociale partners is afgesproken dat het derde jaar toch mogelijk blijft maar dat werknemers de rekening betalen.

Ambtenaren

AMSTERDAM – Dik van Leeuwerden, loonspecialist ADP © Bart Maat

Het ADP keek naast algemene veranderingen ook naar branchegerelateerde werknemerspremies en grote pensioenregelingen bij onder andere ABP, Zorg & Welzijn en Metaal & Techniek.

Kijken we naar specifieke sectoren dan komen ambtenaren er bekaaid af. Omdat zij dit jaar meer pensioenpremie moeten betalen, gaat een modaal verdienende ambtenaar er slechts 5 euro per maand op vooruit. Overheidsdienaren die op twee keer modaal zitten zien hun loon zelfs een euro per maand op achteruit.

Bouwvakkers met doorsnee salaris gaan er 8 euro per maand op vooruit. In de zorg daalt de pensioenpremie licht en houdt personeel met een modaal salaris maandelijks 6 euro extra over. Voor 2,5 keer modaal is dat 15 euro.

Ook voor werknemers in de metaal en techniek zijn er iets lagere pensioenpremies. Een gemiddeld salaris stijgt 6 euro, voor twee keer modaal is dat 11 euro.

Pensionado’s

Pensioengerechtigen met een aanvullend pensioen of lijfrente zien hun uitkering iets dalen. Bij een aanvullend pensioen van 500 euro ontvangt iemand 1,25 euro minder per maand. Bij 750 euro is dat 1,88 euro. Het verschil loopt op tot bijna zeven euro bij een aanvullend pensioen van maandelijks 2.750 euro.

Reden van de daling is hun verhoogde bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Die steeg van 5,4 naar 5,65 procent. Wel profiteren pensioengerechtigden met een uitkering tussen de 1.700 en 2.650 euro lichtjes van de verlenging van de eerste belastingschijf.

Werkgevers

Voor werkgevers gaan de arbeidskosten omhoog. Een ambtenaar met modaal salaris kost de overheid 23 euro per maand meer. Voor werkgevers in de bouw blijven de lasten grotendeels gelijk. Dat veel organisaties en bedrijven duurder uit zijn komt doordat de verplichte bijdrage voor de Zorgverzekeringswet van 6,65 naar 6,90 procent stijgt.

Ook de grondslag waarop deze bijdrage wordt berekend ligt hoger. De verplichte Algemene Werkloosheidspremie (AWF) neemt toe van 2,64 naar 2,85 procent. De zogeheten AOF-premie stijgt van 6,66 naar 6,77 procent. Voor een gemiddelde werknemer met modaal salaris betekent dit 21 euro hogere werkgeverslasten.

Bekijk in de infographic hieronder  de loonwijzigingen voor 2018:

Infographic lonen 2018 © ADP

Kapper ging er in 2017 het minst op vooruit, landbouw het meest

AD 04.01.2018 De cao-lonen zijn in 2017 minder hard gestegen dan in 2016. Gemiddeld gingen de lonen er afgelopen jaar met 1,5 procent op vooruit, terwijl dat een jaar eerder nog 1,8 procent was. Het minst stegen de lonen in de bedrijfstak ‘overige dienstverlening’, zo blijkt uit cijfers van het CBS.

Tot deze bedrijfstak behoren onder meer kappers en uitvaartverzorgers. Hier klommen de lonen met slechts 1 procent omhoog. In 24 procent van de cao’s kwam er voor deze groep geen nieuw akkoord tot stand.

Landbouwwerkers zijn er volgens het CBS het meest op vooruit gegaan: gemiddeld kregen zij een loonsverhoging van 2,3 procent.

Dit jaar is in de cao’s een gemiddelde loonstijging van 2,14% afgesproken. Dat betekent dat we er in 2018 dus wél weer op vooruit gaan wat betreft de cao-lonen.

Staat leent dit jaar minder dan gedacht

AD 03.01.2018 De Nederlandse staat denkt dit jaar minder geld te moeten lenen dan gedacht. Dat blijkt uit een nieuwe raming van het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën.

De staat schat in voor dit jaar genoeg te hebben aan 50,5 miljard euro, dat geleend zal worden op de kapitaal- en geldmarkt. De financieringsbehoefte ligt daarmee 3 miljard euro lager dan bij een eerdere raming medio december.

De verlaging hangt samen met een verbetering van de kaspositie aan het einde van 2017. Het agentschap verwacht tussen de 23 miljard en 29 miljard euro op te halen met de uitgifte van langlopend schuldpapier. In de rest van de financieringsbehoefte wordt voorzien met behulp van kortlopende leningen.

Sterke groei economie vlakt af

Telegraaf 02.01.2017 Voor beleggers remmen de winsten van 2017 komend jaar af. De eerste kwartalen houden stevige economische groei, vooral in Europa. Centrale banken, bedrijfsschulden en forsere correcties risico’s kunnen degelijke rendementen later in 2018 drukken, aldus strategen voor 2018.

De economie voorspellen blijft lastig. De consensus van doorzettende groei is opvallend onder strategen van alle zakenbanken en een tiental vermogensbeheerders. Het IMF rekent op een 3,7% beter bbp voor de wereld.

,,De markten staan op full steam ahead”, typeert hoofdeconoom Janwillem Acket van het Zwitserse Julius Bär. ,,Daar is economisch gezien voorlopig ook reden voor. Later in het jaar vind ik het verstandig wat kapitaal vrij te maken om snel van strategie te kunnen wisselen.”

Vooral de schuldenlast van bedrijven en huishoudens in China zijn, de grootste onder de kopzorgen van strategen (zie overzicht illustratie). Maar de dictatuur kan ook vrij snel ingrijpen, nuanceren de strategen meteen.

Meer voltatiliteit

De hele markt reageert nauwelijks op problemen zoals Noord-Koreaanse raketaanvallen. Maar de volatiliteit zal gaan toenemen, waarschuwt BlackRock, ’s werelds grootste vermogensbeheerder die tot 2020 wel groeiende aandelenmarkten voorziet. Want de nog steeds lage inflatie naast de aanhoudende monetaire steun van de ECB en de Federal Reserve bieden bedrijven en investeerders voldoende goedkoop kapitaal.

De verkiezingen dit jaar met anti-EU-partijenkrachten in Italië, en die in Mexico, Brazilië en Rusland, kunnen het stabiele sentiment verstoren. Terwijl de Brexit volgens de strategen al is ingeprijsd.

Het optimisme voor 2018 is historisch gezien zeer hoog. ,,We zitten in een bubbel, maar die barst nog niet”, typeert hoofdeconoom Keith Wade van vermogensbeheerder Schroders. Er is nog volop groei mogelijk voor beleggers, zegt ook hij. Voornamelijk in aandelen, claimt dit fonds. ,,Obligaties zullen met een half procent rentestijging in 2018 al een heel slecht rendement boeken”, bevestigt Corné van Zeijl (Actiam Vermogensbeheer).

Verschil rentetempo

De renteverschillen tussen de VS en de eurozone lopen in 2018 verder op. De Amerikaanse Fed onder leiding van nieuweling Jeremy Powell heeft drie renteverhogingen gepland, de ECB niet een. Met die afbouw zal de dollar stijgen tegen de euro, meent ETF Securities.

Volgens obligatiespecialist Mary Pieterse-Bloem van ABN Amro moeten beleggers rekening gaan houden dat een plots flink stijgende inflatie tot afwijkende, onverwachte ingrepen van centrale banken kan leiden.

,,Beleidsfouten door centrale bankiers behoren tot de grootste risico”, zegt hoofdstrateeg Jim McDonald van Northern Trust. Zonder uitzondering noemen strategen het grillige gedrag van Trump als rode vlag voor beleggers.

Oplopende waarderingen

De ECB zal de komende kwartalen sowieso de handen vol hebben aan het stoppen met het massaal opkopen van obligaties. Na de afbouw van het stimuleringsprogramma zal de ECB „in de lente of de zomer van 2019 voor het eerst de rente weer gaan verhogen”, stelt het Belgische Candriam. Maar vlakkere obligatiecurves tonen dat het herstel geleidelijker gaat dan hiervoor, waarschuwt ETF Securities.

Alle fondsen zijn daarnaast, met enige argwaan, enthousiast over Trumps belastingverlagingen. Amerikaanse bedrijven zullen profiteren. Het vrijgespeelde geld zal naar aandeelhouders gaan, wat tot oplopende waarderingen leidt. Maar die zijn al aan de stevige kant.

Europese aandelen blijven daarmee bij analisten favoriet voor 2018. „Wereldwijd zijn bedrijven uit de eurozone het meest aantrekkelijk geprijsd. Ook hun winsten zitten in de lift”, zegt hoofdeconoom Anton Brender van Candriam. Hij verwacht dat de Europese economie stabiel blijft groeien met 2,2%.

Gewilde sectoren

Opkomende markten zullen met hun opmars bijdragen aan een wereldwijde groei, van gemiddeld 3,6%, het hoogste niveau in tien jaar. „Het aantal kwetsbare landen, zoals Venezuela, is klein”, aldus Brender.

Naar sector bekeken trekken omzetten onder defensiebedrijven, financials, de entertainment-, sport- en reisbranche aan.

De autoproducenten blijven net als media-, retailconcerns, telecom-en kabelbedrijven en vastgoed gemiddeld vlak, tot zo’n 3% groei. De opmars van de elektrische auto krijgt nog weinig impact. Oliekartel OPEC zal bovendien zijn prijzen niet sterk kunnen verhogen, om schalieproducenten buiten de deur te houden.

Wat, afgezien van schokjes, in 2018 voor geringe prijsstijgingen van stook- en energieprijzen leidt.

Dit sorteercentrum van Wehkamp is het grootste geautomatiseerde sorteercentrum van Europa. De consument is koopzuchtig en het bedrijfsleven wil volop investeren. © Herman Engbers

Beter dan 2018 kan het economisch niet worden

Trouw 02.01.2018 Jubelen over de economie kan weer komend jaar. Voor het eerst sinds de crisis gaan alle remmen los.

Een economisch feestje wordt 2018 en het is bijna niet meer te verstoren. De consument is koopzuchtig, het bedrijfsleven wil volop investeren en geld lenen kost nog altijd bijna niets. Zie daar de ingrediënten die maken dat 2018 door een roze bril kan worden bezien. Economen hebben het over ‘hoogconjunctuur’ en een ‘groeispurt’. Kan het dan echt niet meer tegenvallen in 2018?

“Voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis hebben we weer een echt goed jaar voor de boeg, waarin de werkloosheid laag is, de economie op volle toeren draait en de overheid ook nog eens grote uitgaven doet”, zegt Menno Middeldorp, hoofd onderzoek Nederlandse economie bij Rabobank. “Met de crisis in de achteruitkijkspiegel zijn we daar helemaal niet meer aan gewend.”

De Nederlandse economie groeit dit jaar met 3,1 procent, zo becijferde het Centraal Planbureau. De werkloosheid daalt naar het laagste niveau in tien jaar, namelijk naar 3,9 procent van de beroepsbevolking.

Hausse op de woningmarkt

Met de crisis in het achterhoofd zien veel consumenten de jubelstemming op de woningmarkt als een groot risico, zo blijkt uit een enquête van ING onder zijn klanten. Maar volgens Marieke Blom, hoofdeconoom van ING, is dit een verkeerde inschatting en is er niets ongezonds aan de hand. “Nederlanders blijven ook volgend jaar volop huizen kopen, omdat de hypotheekrente historisch laag blijft en de huizenprijzen gemiddeld lager liggen dan voor de crisis.”

Die goed draaiende woningmarkt is een belangrijke aanjager van de economie. Wie een huis koopt, geeft immers ook geld uit aan andere zaken. Denk aan een schilderbeurt, nieuwe gordijnen en meubilair. Het aantal woningen dat te koop staat, is in 2018 wel kleiner, zegt Blom. “Dat komt doordat er de afgelopen jaren te weinig woningen bij zijn gebouwd.” Blom verwacht dat het aantal huizen dat verkocht wordt daarom zal teruglopen. “Vooral in de Randstad zie je dat de markt droogkookt. Voor de toekomst moet er echt flink bijgebouwd worden.”

Halen huizenkopers zich niet veel te hoge hypotheekschulden op de hals? Dat valt gelukkig mee, vindt Middeldorp. “De regels voor het verkrijgen van een hypotheek zijn een stuk strenger geworden. Het gaat in de grote steden hard op de huizenmarkt, maar anders dan bij het uitbreken van de financiële crisis worden de aankopen niet gefinancierd met te hoge schulden. We hebben wel iets geleerd van alles wat er mis ging.”

Alleen in Amsterdam, waar de prijzen tot grote hoogten zijn gestegen, is het volgens Blom wel oppassen geblazen. “Wie voor een korte periode een huis wil kopen en daarvoor veel moet lenen, kan zich beter bedenken.” Volgens Middeldorp is Amsterdam een verhaal apart. “Wat daar gebeurt op de woningmarkt is zo anders dan in de rest van het land. Amsterdam krijgt steeds meer het karakter van een wereldstad als Londen of Parijs. Als je het met zo’n stad vergelijkt, zijn de ontwikkelingen beter te verklaren.”

De overheid trekt de portemonnee

Het kopen en verkopen op de woningmarkt gaat in 2018 dus vrolijk door. Valt er dan wellicht onheil te verwachten van het aflopen van het economisch steunprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB)? Ook die kans is klein. Sowieso blijft het stimuleringsbeleid nog doorlopen tot en met september, waardoor de rente laag blijft. En of het eind september 2018 echt voorbij is, hangt af van de economische omstandigheden van dat moment. Bankpresident Mario Draghi lijkt economische schokken in de eurozone koste wat het kost te willen voorkomen. “De ECB zal heel rustig en geleidelijk te werk gaan”, zegt Middeldorp.

Nederland gaat het in 2018 zelfs beter doen dan buurlanden, omdat de overheid de uitgaven fors opschroeft, zo schrijft het CPB. Er gaat meer geld naar onderwijs, defensie en zorg. Was de groei van de overheidsbestedingen in 2017 nog 0,4 procent, in 2018 wordt dat 3,5 procent.

Economen zijn niet per se blij met dit beleid. Een bekende economische aanname is namelijk dat de overheid juist bij economisch hoogtij moet sparen voor slechtere tijden. En in zwaar economisch weer moet de overheid geld uitgeven om de neerwaartse trend tegen te gaan. De politiek heeft echter de neiging om precies mee te bewegen met de economische golfbeweging, zegt Luc Aben, hoofdeconoom van vermogensbeheerder Van Lanschot. “Typisch procyclisch beleid.”

Ook de Nederlandse overheid haalde tijdens de crisis de broekriem aan en strooit nu het goed gaat met geld. Niet dat de schatkist daar nu echt last van krijgt: de inkomsten liggen volgend jaar hoger dan de uitgaven en dus is er nog steeds een begrotingsoverschot van 0,5 procent.

Geen bubbel, maar normalisering

Nu iedereen weer volop aan het besteden is en de economie weer op volle toeren draait, dringt de vraag zich op of er geen risico is op oververhitting. Maar volgens Blom is er geen sprake van een nieuwe zeepbel. “De economie is nog altijd bezig te normaliseren na het diepe dal. Wat we nu zien is een normale, positieve conjunctuurbeweging.” Wie denkt dat de economie oververhit raakt, kijkt volgens Blom te weinig naar de historie. “De crisis was uitzonderlijk. Als je kijkt naar hoe de economie daarvoor draaide, zie je dat er nu nog ruimte is voor verder herstel.”

In 2018 komt wel het moment dat de Nederlandse economie op de toppen van haar kunnen draait, zegt Aben. “De vrije capaciteit die er nog was om extra te produceren, is benut. Om verder te groeien moeten bedrijven investeren.”

Wat tot dusver tegenvalt is dat de economische voorspoed nog niet heeft geleid tot een grote loonstijging. Het CPB verwacht echter wel dat dit volgend jaar beter gaat en raamt een stijging van 2,2 procent. Volgens Blom is de loonstijging tot dusver tegengevallen, omdat lonen nu eenmaal traag meebewegen met economische veranderingen. “Tijdens de crisis duurde het ook even voordat je de lonen zag reageren.”

De ruime schil van flexibele arbeidskrachten is ook een mogelijke verklaring dat de loonstijging van het vaste personeel tot dusver tegenvalt. Zzp’ers krijgen meer opdrachten als het weer economisch goed gaat. “De verdiensten van zzp’ers knallen omhoog en omlaag met de toppen en dalen van de economie”, zegt Blom. Kees Vendrik, hoofdeconoom bij Triodos Bank, vreest echter dat de beperkte loonstijging blijvend is, te verklaren door de uitholling van de positie van de vakbonden. “Zij kunnen het onderhandelingsspel aan de cao-tafel minder hard spelen, waardoor het minder goed lukt om bedrijfswinsten in te zetten voor het verhogen van de lonen. Bedrijven besteden liever geld aan het belonen van de aandeelhouders of aan investeringen.”

Politiek loopt het wel los

Anders dan vorig jaar lijken economen zich over politieke risico’s in 2018 niet al te druk te maken. De economische gevolgen van de verkiezingen in Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn meegevallen. “2017 was een jaar van blije verrassingen”, zegt Aben. “Het ging allemaal veel beter dan verwacht.”

En dus is nu de inschatting dat het met de Italiaanse verkiezingen ook wel los zal lopen. Een overwinning van de populistische Vijfsterrenbeweging kan natuurlijk leiden tot politieke turbulentie, maar dan nog zal dit de Europese economische motor niet schaden, zegt Aben. “Nu het zo goed gaat, is de kans op economische tegenwind klein.”

Is er dan niets dat het feestje kan verpesten? Daar lijkt het niet op. De ellende van de eurocrisis, die Nederland in 2011 nog in een recessie stortte, is grotendeels voorbij. Dat alle signalen voor de Nederlandse economie op groen staan, is zelfs te danken aan het opbloeien van de eurozone, aldus Aben. “De Europese consument profiteert van de afbrokkelende werkloosheid. Zelfs in het zuiden zie je dat steeds meer mensen weer aan het werk komen. Het resultaat is een groot vertrouwen bij consumenten en producenten. De eurozone staat eindelijk weer stevig op de eigen benen en is daardoor minder afhankelijk van gebeurtenissen in de rest van de wereld.”

Zelfs al mocht de Brexit, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, wat moeizamer verlopen dan verwacht, dan nog kan dat de pret niet drukken, zegt Corné van Zeijl, vermogensbeheerder bij Actiam. “Nederland exporteert veel naar het Verenigd Koninkrijk. Dat kan teruglopen bij een moeizame Brexit. Maar het gaat nu zo goed met de Nederlandse economie dat we van zo’n tegenslag weinig zullen merken.”

Oververhitting in de Verenigde Staten

Als Van Zeijl toch een risico moet noemen, dan is dat de Amerikaanse economie, die al wel erg lang in een opwaartse beweging zit. “Met de belastingmaatregel stimuleert Trump nu extra, terwijl dat helemaal niet nodig is. De kans op oververhitting van de economie neemt daardoor toe.” Bij oververhitting is de vraag veel groter dan het aanbod, waardoor de inflatie stijgt. De Fed, de Amerikaanse Centrale Bank, zal dan de rente laten stijgen om de vraag te temperen. Het wordt dan namelijk weer aantrekkelijker om te sparen en minder aantrekkelijk om geld te lenen. “Vroeg of laat komt er een terugslag. En zo’n correctie in de Verenigde Staten, voel je ook in de Europa.”

Ook hangen de oplopende schulden in China nog altijd als een donkere wolk boven de internationale markt. Om de hoge economische groei vol te kunnen houden, blijven de schulden verder stijgen. De gigantische schuldenberg wordt al jaren gezien als een risico voor de financiële stabiliteit in de wereld. “Het is de vraag of de Chinese overheid voldoende controle heeft om ervoor te zorgen dat dit geen probleem wordt”, aldus Van Zeijl.

En wie verder kijkt dan de economie van vandaag de dag, ziet dat we juist deze tijden van economische voorspoed moeten gebruiken om structurele problemen aan te pakken, zegt Vendrik. “Ja, de Nederlandse economie groeit met 3,1 procent. Maar daarbij hoort de krachtige kanttekening dat deze groei voornamelijk mogelijk wordt gemaakt door fossiele brandstof. De welvaart van nu zouden we moeten gebruik om de transitie naar duurzame energie te versnellen. Het klimaatakkoord dat minister Wiebes gaat sluiten in 2018 is daarbij cruciaal.”

Hoekstra: misschien extra lastenverlichting

Telegraaf 30.12.2017 Het kabinet sluit extra lastenverlichting niet uit. Minister Hoekstra van Financiën zet de deur op een kier om een deel van eventuele begrotingsoverschotten terug te geven aan de belastingbetaler.

In een interview met deze krant wijst de CDA’er erop dat het kabinet traditiegetrouw in het voorjaar bekijkt of er onder de streep extra geld overblijft. Doordat de economie harder groeit dan eerder werd voorspeld, is het niet ondenkbaar dat er meer belastinggeld wordt opgehaald dan gedacht. Zo kende de begroting ook dit jaar een miljardenoverschot.

Regeringspartij VVD drong er bij monde van VVD-Kamerlid Hennis vlak voor de kerst al op aan dat bij meevallers de belastingbetaler meedeelt in de pot. Minister Hoekstra (Financiën) benadrukt echter zuinig te zijn en gevraagd naar een scenario van overschotten wil hij eerst kijken of er nog geld moet worden uitgetrokken voor specifieke onderwerpen. Maar lastenverlichting noemt hij vervolgens ook een ’optie’.

De bewindsman waarschuwt echter dat de Brexit nog voor een flinke tegenslag voor de economie kan zorgen. „Dat is evident een van de grootste risico’s die de komende jaren op ons afkomt.” Bovendien erkent Hoekstra dat de klimaatrekening fors kan oplopen.

BEKIJK OOK:

’Streng op staatskas passen’

Hoekstra kijkt naar mogelijkheden voor extra lastenverlichting

NU 20.12.2017 Minister Wopke Hoekstra (Financiën) is bereid te kijken of er op termijn een formule gemaakt kan worden voor wat er moet gebeuren met eventuele financiële meevallers bij de overheid.

Nu is het zo dat meevallers terugvloeien naar de staatsschuld. Dat noemen ze op het ministerie “trendmatig begrotingsbeleid”.

VVD-Kamerlid Jeanine Hennis vroeg aan Hoekstra naar de mogelijkheden voor zo’n “meevallersformule”.

Ze wil, zonder het overschot “te verbrassen”, extra lastenverlichting zodat mensen de economische groei ook in hun portemonnee voelen. Het trendmatig begrotingsbeleid “fijnslijpen”, noemt de VVD-politica dat.

“Ik ga daarover nadenken”, zei Hoekstra woensdag tegen Hennis in de Tweede Kamer.

Als er extra geld is te verdelen, zijn er volgens de bewindsman drie smaken: andere overheidsuitgaven, teruggeven aan burgers in lastenverlichting of terug laten lopen naar de staatsschuld.

Maar zo ver is het nog niet. In het voorjaar wordt pas de balans opgemaakt en beoordeelt Hoekstra het wensenlijstje van zijn collega-ministers. “Dan hak ik die gordiaanse knoop door.”

Het vorige kabinet kende zo’n formule wel, maar toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem deed hier uiteindelijk niets mee toen er wel een overschot was, benadrukte PVV’er Tony van Dijck. In het huidige regeerakkoord is hier niets over afgesproken.

Meevallers

De vraag is zeer actueel omdat de economie weer fors aantrekt. Woensdagochtend schroefde het Centraal Planbureau (CPB) de economische groeiverwachting voor 2018 nog op naar ruim 3 procent.

Hoekstra noemt het trendmatig begrotingsbeleid “het belangrijkste anker dat we hebben”. Hij brengt in herinnering dat Nederland ongeveer zes miljard euro per jaar aan rente betaalt. Het is daarom niet zo gek dat het “zuurverdiende geld” van werkend Nederland naar de staatsschuld vloeit.

Hoekstra vraagt zich daarom in de Kamer hardop af of de VVD-wens niet haaks staat op deze methode. Je weet namelijk niet waar de Nederlandse economie zich in de conjunctuur precies bevindt. Zit je net voor het punt van oververhitting, dan is het onverstandig om extra geld uit te geven, vindt de bewindsman.

Dus wat doe je in het geval als er extra geld is te verdelen: De staatsschuld verder terugschroeven of de lasten voor burgers verlichten? “Vraag aan drie economen wat je moet doen, en je krijgt vier verstandige antwoorden. Daarom ben ik voorzichtig”, aldus Hoekstra.

Olie op het vuur

Ook PvdA-Kamerlid Henk Nijboer waakt voor de mogelijkheid van extra investeringen terwijl de economie misschien tegen oververhitting aan zit. “Wij gooien geen olie op het vuur”, zei hij.

Maar Nijboer verwacht dat de politieke druk om het overschot toch uit te geven toe zal nemen. In dat geval wil de PvdA dat er extra wordt geïnvesteerd in onderwijs, huren, politie en zorg.

Hoekstra zal begin februari in een brief aan de Kamer verder uiteenzetten of hij iets ziet in een meevallersformule en zo ja, hoe die formule er dan precies uitziet.

Lees meer over: Wopke Hoekstra Nederlandse economie


VVD wil extra lastenverlichting, minister terughoudend

Telegraaf 20.12.2017 Regeringspartij VVD zou graag zien dat een deel van toekomstige overschotten op de begroting worden gebruikt voor lastenverlichting. Minister Hoekstra (Financiën) reageert echter zeer terughoudend.

Dit jaar is er op de begroting een overschot van zo’n 3 miljard euro. In principe is afgesproken dat overschotten gebruikt worden om de staatsschuld te verlagen. Maar woensdag tijdens een debat over de begroting van 2017 pleitte VVD-Kamerlid Jeanine Hennis ervoor dat in de toekomst ook een deel wordt gebruikt voor lastenverlichting, volgens een nog te bepalen ‘meevallersformule’.

In het vorige regeerakkoord tussen VVD en PvdA was zelfs afgesproken dat een kwart van de overschotten voor lastenverlichting zou worden. Maar door de crisis waren er pas plussen toen het kabinet al demissionair werd. Toenmalig minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) vond het daarom niet gepast om alsnog dat geld uit te gaan geven.

Zo’n afspraak is nu niet gemaakt in het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en CU, terwijl er wel van wordt uitgegaan dat er jaarlijks een overschot van zo’n 0,5 procent overblijft. Hennis vindt dat over de besteding daarvan nadere afspraken moeten worden gemaakt.

Aarzelend

Huidig minister Wopke Hoekstra van Financiën reageerde echter aarzelend op de suggestie van de VVD. Hij wees er tijdens het debat op dat de coalitiepartijen dit keer niet zo’n afspraak hebben gemaakt en dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met de financiën.

Wel zei de bewindsman toe de komende maanden in een brief aan de Tweede Kamer hierop terug te komen nadat hij zijn licht nog eens heeft laten schijnen over het begrotingsbeleid.

Koopkracht

Tijdens het debat werd ook ingegaan op de nieuwe voorspellingen van het Centraal Planbureau. PVV-Kamerlid Teun van Dijck noemt de verwachte koopkrachtstijging van 0,6 procent voor 2018 ‘kruimels’. „Nederland mag zich een slag in de rondte werken voor een schijntje.”

Hij wijst erop dat koopkrachtstijging mede afhankelijk is van stijgende lonen en dat dit nog moeizaam gaat. Tegelijkertijd stijgen wel de uitgaven van de overheid, wat wordt bekostigd door de extra inkomsten aan belastingen en premies. „Alles voor Wopke, niks voor Henk en Ingrid”, schamperde Van Dijck daarover aan het adres van de minister van Financiën.

Sociale partners

Hoekstra erkende daarop dat de koopkracht achter blijft en dat dit niet alleen afhankelijk is van het kabinetsbeleid, maar ook van de lonen. „Onze waarneming is dan ook dat er ruimte is voor loonstijging en we roepen de sociale partners op om rond de tafel te gaan om tot goede nieuwe afspraken te komen.”

De lastenverlichting die het kabinet voor Nederland in petto heeft door te draaien aan de belastingtarieven gaat pas per 2019 in.

Meeste huishoudens volgend jaar vooruit in koopkracht

NOS 20.12.2017 De meeste huishoudens gaan er volgend jaar in koopkracht licht op vooruit. Minister Koolmees van Sociale Zaken heeft in een brief aan de Tweede Kamer de effecten van alle maatregelen nog eens op een rij gezet, en daarbij ook rekening gehouden met de vandaag gepubliceerde ramingen van het Centraal Planbureau.

Koolmees erkent in zijn brief dat de stijging niet voor alle groepen geldt. Zo gaan alleenverdieners met een modaal inkomen die kinderen hebben er gemiddeld 0,2 procent op achteruit en leveren AOW’ers met een pensioen tot 10.000 euro en alleenstaanden met een uitkering, zonder kinderen, 0,1 procent in.

Gepensioneerden met alleen AOW

Voor gepensioneerden met alleen AOW blijft de koopkracht gelijk of ze gaan er licht op vooruit. Dat geldt ook voor sociale minima met kinderen.

Volgens de tabellen van Sociale Zaken is de grootste stijging in de ‘voorbeeldhuishoudens’ 0,5 procent: die geldt voor tweeverdieners met kinderen van wie de ene partner twee maal modaal verdient en de andere een half maal modaal, plus voor alleenstaanden met twee keer modaal en alleenstaande ouders met het minimumloon. Het CPB schat het modale inkomen volgend jaar op 37.500 euro per jaar.

Loonstrookje

Bij de berekeningen van het ministerie is gekeken naar de ontwikkeling van de lonen in 2018, de inflatie, de zorgpremie en de toeslagen. De lastenverlichting die in het regeerakkoord is afgesproken, zal pas vanaf 2019 effect hebben.

Ook de loonstrookjes laten voor de meeste mensen een lichte plus zien. Koolmees benadrukt dat de ontwikkeling van de koopkracht een vollediger beeld geeft van het besteedbaar inkomen dan het loonstrookje.

BEKIJK OOK;

Economische groei houdt volgend jaar nog aan

‘Alle werkenden gaan er door nieuw kabinet op vooruit’


Bruisende economie niet op loonstrookje terug te zien

AD 20.12.2017 De economie mag dan op volle toeren draaien, Nederlanders zien daar voorlopig amper iets van terug in hun portemonnee. Het eerste loonstrookje in januari zal voor de meeste mensen slechts een heel klein plusje laten zien. Ouderen zien hun AOW-uitkering weliswaar iets toenemen, maar die verhoging wordt bijna helemaal ongedaan gemaakt door een lager aanvullend pensioen.

Dat blijkt uit de jaarlijkse loonstrookjesbrief die het ministerie van Sociale Zaken vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Pas in 2019 zal de koopkracht van mensen meer toenemen, omdat de lastenverlichting die het nieuwe kabinet wil doorvoeren zich dan laat voelen.

Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde vanochtend dat de economische groei in 2018 op 3,1 procent uitkomt. Daarmee is er sprake van hoogconjunctuur, die deels wordt aangejaagd doordat de overheid het geld flink laat rollen. Lastenverlichting blijft echter uit: Nederlanders blijven in 2018 een even groot deel van hun inkomen afdragen aan belastingen en premies, gemiddeld bijna 39 procent.

Magere toename

Hoewel de gemiddelde loonstijging volgens het CPB komend jaar toeneemt van 1,6 naar 2,2 procent per jaar, gooien stijgende prijzen – de inflatie stijgt van 1,4 naar 1,6 procent – roet in het eten.

Onder de streep blijft volgens Sociale Zaken daardoor een magere toename van het besteedbaar inkomen over van hooguit 0,5 procent. Dit geldt vooral voor gezinnen met kinderen en alleenstaanden die twee keer modaal (ongeveer 70.000 euro) verdienen. Pas in 2019 zal de gemiddelde koopkrachtstijging boven 1 procent uitkomen.

Slechter af zijn modale eenverdieners met kinderen, en ouderen met een aanvullend pensioen. Zij leveren onder de streep respectievelijk 0,2 en 0,1 procent in.

Economische groei houdt volgend jaar nog aan

NOS 20.12.2017 De economie piekt. Na de positieve berichten van De Nederlandsche Bank maandag ziet ook het Centraal Planbureau de economische toekomst zonnig in.

Volgens het CPB komt dat onder meer doordat de overheid meer geld uitgeeft. Zo gaat er komend jaar meer geld naar defensie en onderwijs. Daarnaast zullen ook de uitgaven aan zorg toenemen.

Net als dit jaar zal de economie volgend jaar met meer dan 3 procent groeien, stelt het CPB. Verder daalt de werkloosheid naar het laagste niveau sinds 2008 en zal de inflatie – het prijspeil en de kosten van levensonderhoud – met 1,5 procent vrij laag zijn.

Meer loon

Omdat de werkloosheid daalt en er minder mensen beschikbaar zijn om de beschikbare banen te vullen, zullen werkgevers meer loon gaan betalen om personeel te krijgen en houden.

De lonen zullen dan ook stijgen, verwacht het CPB. Wel gaan ze dit en komend jaar iets minder hard omhoog dan eerder verwacht, omdat sommige nieuwe loonafspraken langer op zich laten wachten dan gedacht.

Verder blijft er volgend jaar netto gemiddeld wat meer geld over van het loon om te besteden. De loonstijging is dan namelijk nog iets hoger dan de stijging van de inflatie.

Maar in 2019 lijkt dat verschil kleiner te worden. Maandag signaleerde DNB al dat de inflatie dat jaar hoger zal zijn, en dat mensen dus ondanks een hoger loon minder geld zullen overhouden.

Economie groeit volgend jaar veel harder dan gedacht

Elsevier 20.12.2017 De Nederlandse economie groeit in 2018 harder dan eerder werd gedacht. Het Centraal Planbureau (CPB) rekent op 3,1 procent groei.

Het CPB ging bij de raming in augustus nog uit van 2,5 procent groei. Eerder deze week verhoogde ook De Nederlandsche Bank (DNB) zijn groeiverwachtingen voor 2018 tot boven de 3 procent. ABN AMRO, ING en Rabobank gaan nog uit van iets minder dan 3 procent groei.

Voor 2017 komt de economische groei in Nederland volgens het CPB uit op 3,2 procent. Daarmee zijn de rekenmeesters van het kabinet iets minder optimistisch dan die van DNB, die uitgaan van 3,3 procent groei. Groei met meer dan 3 procent kwam voor het laatst voor in 2007, voorafgaand aan de crisis.

Wat kan de positieve ontwikkeling bedreigen?

Groei komt vooral door overheidsbestedingen

Het zijn volgens het CPB vooral de overheidsbestedingen die de positieve ontwikkeling aanjagen. Door de in het Regeerakkoord aangekondigde maatregelen nemen de bestedingen komend jaar met 3,5 procent toe. In 2017 werd nog 0,4 procent meer uitgegeven door de overheid.

De extra uitgaven aan onder meer onderwijs en defensie en de stijgende zorgkosten zorgen niet voor problemen met de begroting. Er blijft sprake van een begrotingsoverschot van 0,5 procent.

Stijging van de koopkracht door loonsverhoging

De werkloosheid daalt verder naar 3,9 procent van de beroepsbevolking, het laagste niveau in tien jaar. Dat komt door een groei van de werkgelegenheid met 2 procent, terwijl het arbeidsaanbod minder snel toeneemt.

De verwachting is dat bedrijven door de krapte op de arbeidsmarkt de lonen verhogen om personeel te kunnen vinden en behouden. Dat zorgt weer voor een stijging van de koopkracht.

    Fleur Verbeek (1991) werkt sinds oktober 2017 op de webredactie. Ze studeerde Journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht.

Economische groei zet ook in 2018 door, mede dankzij aanhoudende euforie op woningmarkt

Al zal deze huidige, harde groei niet eeuwig doorgaan, waarschuwt DNB

VK 19.12.2017 Als de huizenprijzen niet zo hard waren gestegen, zou de economische groei de afgelopen jaren ruim een kwart lager zijn geweest. De Nederlandsche Bank (DNB) publiceerde maandag eigen berekeningen waaruit blijkt hoe afhankelijk de Nederlandse economie is van de woningmarkt.

Had de woningmarkt zich in een ‘normaler’, gematigd tempo hersteld, dan waren de consumentenuitgaven zelfs 60procent lager geweest. Dat komt doordat hoge huizenprijzen huiseigenaren een gevoel van welstand bezorgen, waardoor huishoudens meer geld uitgeven. Bovendien zijn tal van bedrijven  van de bouw tot doe-het-zelfketens  voor hun inkomsten direct afhankelijk van de woningmarkt.

Personeelstekorten

Afhankelijkheid van huizenmarkt maakt economie er een van pieken en dalen, aldus DNB-directeur Job Swank.

Dat is geen goed nieuws, zei DNB-directeur Job Swank maandagochtend tijdens een persconferentie. ‘Je zou willen dat onze economie ook zonder die woningmarkt krachtig groeit.’ In plaats daarvan blijft Nederland mee ademen met de huizenprijzen. Gaan die omhoog, dan draait de economie op volle toeren. Dalen ze, zoals in de recente crisis, dan is de malaise des te groter. ‘De Nederlandse economie is er een van pieken en dalen’, constateert Swank. ‘Dat leidt ertoe dat je pech- en geluksgeneraties krijgt.’

Swank zou dat conjunctuureffect, dat in Nederland dus wordt versterkt door de woningmarkt, graag willen dempen. ‘Niet op de laatste plaats omdat de huidige, harde groei op de huizenmarkt niet eeuwig door zal gaan.’

Sinds het dieptepunt in 2013 zijn de huizenprijzen met gemiddeld ruim eenvijfde gestegen. In Amsterdam zijn woningen nu zelfs een kwart duurder dan aan de vooravond van de crisis in 2008, in Rotterdam 13 procent.

Gekte op woningmarkt

Sinds het dieptepunt in 2013 zijn de huizenprijzen gemiddeld met ruim een vijfde gestegen

Job Swank, directeur DNB © ANP

Ondanks zijn latere kanttekening over de woningmarkt begon Swank zijn persconferentie op ongebruikelijk opgewekte toon. DNB verwacht namelijk dat de economie ook volgend jaar zal groeien en bloeien. ‘Ik heb een boel goed nieuws voor u’, meldde Swank. De economische vooruitzichten waarmee hij strooit zijn ongekend positief. Na de piek van 3,3 procent dit jaar verwacht DNB voor 2018 een groei van 3,1 procent.

De staatsschuld smelt weg als sneeuw onder de zon. Werkloosheid? Die daalt verder van 4,9 procent dit jaar naar een extreem lage 3,5 procent in 2019. Een op de vijf bedrijven zegt een tekort aan personeel of productiemiddelen te ervaren. Daarnaast laten huishoudens het geld rollen en neemt zelfs het aantal vaste contracten na een jarenlange daling sinds kort weer serieus toe. ‘Alles werkt mee’, concludeert Swank, die binnen DNB verantwoordelijk is voor monetaire zaken en financiële stabiliteit.

DNB is zelfs nog iets positiever over de economische groei dan Rabobank en ABN Amro de afgelopen dagen waren. Woensdag komt het Centraal Planbureau met zijn nieuwste raming.

Lonen beginnen te stijgen

Een half jaar geleden waarschuwde DNB dat de Nederlandse lonen achterblijven bij de snelle economische groei. Daarin lijkt voorzichtig verandering te komen. De contractlonen stijgen de komende jaren met meer dan 2 procent. Ook de zogenoemde ‘arbeidsinkomensquote’ – het deel van de taart dat naar de werkenden gaat – verbetert tot en met 2019 licht, van 72,3 naar 73,4 procent.

Desondanks durft DNB nog niet van een definitieve ommekeer te spreken. Daarvoor zijn de loonstijgingen te bescheiden. Na aftrek van inflatie blijft er weinig over. DNB-directeur Swank toont zich daarom ‘een beetje’ tevreden. ‘Maar er blijft ruimte voor loonstijgingen in sectoren als de horeca, handel, vervoer en zakelijke diensten.’

Volg en lees meer over:  ECONOMIE   NEDERLAND   WONINGMARKT

Waarom alle economische groei volgens Wiebes op zal gaan aan de energietransitie

‘Alles wat ik in mij heb zal ik inzetten om gaswinning omlaag te krijgen’

VK 16.12.2017 De jaarlijkse economische groei van Nederland gaat de komende dertig jaar op aan de kosten van de energietransitie. Die kosten voor het overgaan van fossiele brandstoffen op hernieuwbare energie als zon en wind komen uiteindelijk terecht bij huishoudens.

Aldus overhandigde VVD-minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat zijn geloofsbrieven aan de Tweede Kamer. Hij deed dat deze week bij zijn eerste grote debat als minister. ‘De transitie, geachte leden en aanwezigen, die kost geld.’ Zo expliciet hoorden we het kabinet-Rutte III nog niet.

Circa 1 tot 3 procent van het bruto binnenlands product kost het elk jaar om het einddoel te halen, schatte Wiebes bij het debat over zijn begroting – zoals alle ministers van Rutte III greep hij zijn begrotingsdebat aan voor een minitroonrede over zijn belangrijkste opdracht de komende kabinetsperiode. Het einddoel volgt uit het mondiale klimaatakkoord van Parijs: in 2050 moet Nederland vrijwel volledig zijn overgeschakeld op duurzame energie en moet de uitstoot van broeikasgassen nihil zijn. Dit is nodig, dicteert ‘Parijs’, om de opwarming van de aarde flink onder de 2 graden Celcius te houden, liefst onder de 1,5 graad.

Een kostenpost van 1 tot 3 procent van de omvang van de economie komt neer op 7- tot 21 miljard euro per jaar. ‘Dat is de economische groei van dit jaar’, zei Wiebes. ‘Die reserveren we de komende dertig jaar voor het transitiedoel.’ Het kan erger, hield Wiebes de Kamer voor: minder efficiënt. ‘Als we het met onze ogen dicht en onnozel doen, dan hebben we het over veel meer dan 1 tot 3 procent.’

Waar bestaan die kosten volgens Wiebes uit? ‘Heb ik het nou over de energierekening? Nee, daar heb ik het absoluut niet over.’ Wat dan wel? Specifieker dan ‘inflatie, huur en producten’ werd de minister niet. Die kosten komen in eerste instantie terecht bij bedrijven en huishoudens.

‘Na acht uur ’s avonds ben ik echt niets meer waard’, zei de minister tijdens het debat dat een half uur eerder was begonnen en dat tot kwart voor twee ’s nachts zou duren

Maar omdat bedrijven hun kosten doorberekenen, stelt Wiebes, komen ze in tweede instantie ‘uiteindelijk weer terecht bij consumenten en consumenten zijn weer huishoudens’. Die gaan dat terugzien in hogere belastingen. Volgens Wiebes vindt driekwart van Nederland dat redelijk. Maar als de kosten nog hoger worden, is zijn overtuiging, haakt Nederland af.

Kamerleden sloegen niet erg aan op het weidse kostenplaatje dat Wiebes hun voorhield. ‘Een niet om aan te horen ellendig lang betoog’, zei PVV’er Dion Graus. Van andere Kamerleden kreeg Wiebes vragen over de samenhang van zijn visie met mestvergisting, de duurzaamheid van overheidsgebouwen en de verhoging van het lage btw-tarief. Als zijn meeslepend bedoelde betoog wordt onderbroken door zulke praktische zaken, gaat Wiebes’ stem steevast een octaaf omlaag en reageert hij enigszins vermoeid. ‘Na acht uur ’s avonds ben ik echt niets meer waard’, zei de minister tijdens het debat dat een half uur eerder was begonnen en dat tot kwart voor twee ’s nachts zou duren.

De afhankelijkheid van Gronings gas raken we kwijt. Dat zou zo welkom zijn. Maar ik zeg er gelijk bij: dat is straks

GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee wilde wel meer weten van het ‘de energietransitie kost heel veel geld’-verhaal van Wiebes. Wat betekent het voor de koopkracht? Want als de economische groei – die ook een keer ophoudt – opgaat aan de energietransitie, geldt dat wellicht ook voor de groei van de micro-economie op huishoudniveau. Dan verdwijnt de door Rutte III beloofde lastenverlichting als sneeuw voor de zon – zeker als lagere inkomens zich het niet kunnen veroorloven om bijvoorbeeld zonnecellen te plaatsen of hun (huur)woning te laten isoleren.

Nederland timmert al een halve eeuw koopkrachtplaatjes in elkaar, was de Wiebesiaanse reactie. In de modellen die eraan ten grondslag liggen wordt expliciet rekening gehouden met de energietransitie, stelde de minister. ‘Dit regeerakkoord zorgt ervoor dat alle groepen erop vooruitgaan.’

Alles wat ik in mij heb zal ik inzetten om het winningsniveau omlaag te krijgen. Het is niet eenvoudig. Je zal er maar verantwoordelijk voor zijn

Los daarvan, doceerde hij met brede armgebaren, na die transitie zijn we niet meer afhankelijk van olielanden. ‘De gemiddelde autorijder maakt daar gewoon 500 euro per jaar naar over.’ Ook mooi: ‘De afhankelijkheid van Gronings gas raken we kwijt. Dat zou zo welkom zijn. Maar ik zeg er gelijk bij: dat is straks.’

‘Kunt u in elk geval concreet maken dat we de komende twee jaar die gaskraan flink gaan dichtdraaien?’, was de inhaker van het Groningse SP-Kamerlid Sandra Beckerman. Wiebes’ stem ging weer omlaag, de blik ging op ‘na acht uur’. Er volgde: ‘Alles wat ik in mij heb zal ik inzetten om het winningsniveau omlaag te krijgen.’ Concreter werd Wiebes niet. ‘Het is niet eenvoudig. Het is hoogst oncomfortabel.’ En dan, meer voor zichzelf: ‘Je zal er maar verantwoordelijk voor zijn.’

Volg en lees meer over:  NEDERLAND   ECONOMIE   DUURZAAMHEID   POLITIEK   AARDBEVINGEN IN GRONINGEN   ERIC WIEBES


Bruisende economie bedreigd door tekort aan personeel

AD 14.12.2017 Het vertrouwen in de economie is onveranderd hoog en dat blijkt ook uit de verwachtingen voor volgend jaar. Ook dan blijft de economie flink groeien, met bijna 3 procent.

© ING Economisch Bureau

Dat blijkt uit onderzoeksrapport Outlook 2018 van het ING Economisch Bureau. Het enige dat de groei de komende jaren in de weg zou kunnen staan, is volgens het onderzoek het personeelstekort dat momenteel ontstaat in alle sectoren.

,,Al met al gaat het economisch goed met Nederland”, aldus Marieke Blom, hoofdeconoom van het ING Economisch Bureau. ,,Die constatering wordt echter vaak omgezet in de vraag: ‘hoelang gaat het nog goed?’ Zowel consumenten als bedrijven zijn een beetje getraumatiseerd door de lange crisis die we achter de rug hebben. Begrijpelijk, maar de groei is breed gedragen en er is nog geen sprake van oververhitting.”

De economie van het eurogebied is steeds beter gaan draaien en daar profiteert Nederland van, blijkt uit het onderzoek. Maar de economische groei komt voornamelijk uit het binnenland. Zowel consumenten als bedrijven geven meer uit en het regeerakkoord van 2018 voorziet extra overheidsuitgaven. Dat extra geld besteedt de overheid aan onder meer het onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, infrastructuur, openbaar bestuur en defensie. Dit geeft volgens het ING Economisch Bureau een impuls aan de economie.

Lees ook;

Dít zijn de banen van de toekomst (plus de 5 beroepen die je niet moet kiezen)

Lees meer

Kijkend naar het Nederlandse bedrijfsleven, verwacht het ING Economische Bureau groei in alle sectoren, waarbij vooral de sectoren transport, toerisme, zorg, de bouw en de zakelijke dienstverlening in 2018 een bovengemiddelde groei zullen tonen.

Toch kan de economie de komende jaren ook weer onder druk komen te staan, voorziet het onderzoek. Door de aanhoudende groei vinden ook steeds meer mensen werk en dat leidt tot tekorten aan arbeidskrachten. De eerste voortekenen van krapte op de arbeidsmarkt zijn te zien in specifieke sectoren, met name in de bouw, ICT en in de industriesector.  Volgens de ING-economen is dit pas het begin.

© ING Economisch Bureau

,,Een op de zes bedrijven ervaart inmiddels een tekort aan personeel, en dat loopt snel op”, stelt Marieke Blom. ,,Het is dan ook belangrijk dat bedrijven hun productiviteit verhogen door zowel te investeren in mensen als in technologie. Bedrijven die dit niet doen dreigen daarmee groeikansen te missen, zeker als de arbeidsmarkt krapper en krapper wordt. Dat zou ook de groei in Nederland kunnen schaden, terwijl Nederland nu juist bezig is met een conjuncturele inhaalslag ten opzichte van andere Europese landen.”

De krapte is volgens Blom nog niet te vergelijken met 2008. ,,Dit zal zich daarom ook maar geleidelijk vertalen in hogere lonen. De prijsdruk neemt daardoor ook pas op termijn toe. In 2018 blijft in Nederland de inflatie voor consumenten laag en komt uit op 1,5%.”

© ING Economisch Bureau

De angst voor zeepbelvorming in de huizenmarkt is volgens het rapport niet reëel. Blom: ,,Met uitzondering van Amsterdam zie ik eerder een normalisering dan een zeepbel op de woningmarkt. Sterker nog, ik zie een normalisatie van de brede economie. De groei heeft robuuste fundamenten. Dat betekent dat we nog een aantal jaren door kunnen groeien.”

Kamer wil opheldering over tekort Ollongren

NOS 29.11.2017 De Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over een tekort op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Gisteren werd duidelijk dat minister Ollongren op zoek is naar 200 miljoen euro om de uitvoering van de Omgevingswet te betalen.

Na de formatie werd de Omgevingswet overgeheveld van het ministerie van Infrastructuur naar Binnenlandse Zaken. In die wet worden diverse regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigd en samengevoegd. De uitvoering ervan is een arbeidsintensieve klus, die het ministerie van Ollongren eenmalig 200 miljoen kost. Dat geld heeft ze niet.

Krantenwijk zonder fiets

“Het lijkt erop dat de nieuwe minister wel de krantenwijk heeft overgenomen, maar vergeten is te vragen of de fiets er ook bij komt”, zei GroenLinks-Kamerlid Van Tongeren. Volgens PvdA-woordvoerder Nijboer lijkt het een rekenblunder. Hij is bang dat het probleem wordt afgewenteld op de huurders.

De Kamer wil een brief, waarin het kabinet uitlegt hoe dit wordt opgelost.

BEKIJK OOK;

Klein formatiefoutje: Ollongren komt 200 miljoen tekort

Klein formatiefoutje: Ollongren komt 200 miljoen tekort

NOS 28.11.2017 Het nieuwe kabinet zit al in de eerste weken met een politiek probleem in zijn maag. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken blijkt een cadeau te hebben gekregen waar ze zelf voor moet betalen. Ze heeft daardoor nu al een tekort van ongeveer 200 miljoen euro en heeft geen idee waar ze het geld vandaan moet halen.

Wat waren ze na de formatie blij op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Want op het allerlaatste moment, tijdens het verdelen van de taken, werd werk weggehaald bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en overgeheveld naar Binnenlandse Zaken. Het gaat om de prestigieuze Omgevingswet van minister Schultz. Het is een van de grootste hervormingen van het vorige kabinet en een van de meest ingewikkelde wetgevingsprocessen ooit.

Minder vergunningen

De Omgevingswet is bedoeld om de regels voor ruimtelijke ontwikkeling te vereenvoudigen en samen te voegen. Daardoor zijn bijvoorbeeld minder vergunningen nodig, verlopen procedures sneller en is het makkelijker om een bouwproject te beginnen.

De Omgevingswet werd in 2015 aangenomen door de Tweede Kamer en in 2016 door de Eerste. De wet wordt nu uitgewerkt in diverse algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen.

Zwaar teleurgesteld

Ollongren, die al over Wonen gaat, wilde de Omgevingswet er ook graag bij hebben. Maar al snel kwam ze erachter dat het invoeren van de wet haar eenmalig ongeveer 200 miljoen euro gaat kosten. Zelf heeft ze dat geld niet. Conclusie: het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft extra taken binnengehaald zonder dat er geld tegenover staat.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (tegenwoordig Infrastructuur en Waterstaat), dat de wet maakte, zocht al tijden tevergeefs naar geld voor de uitvoering. Maar nu de taak is verdwenen, staakt het ministerie de zoektocht. Volgens bronnen is I&W zwaar teleurgesteld over de overheveling van de Omgevingswet, omdat de wet het troetelkindje van het ministerie was.

‘Moeten het oplossen’

In het kabinet en in het wekelijks coalitie-overleg is er al een paar keer over het probleem gepraat. “We moeten het oplossen”, zegt een bron uit de coalitie. Maar niemand weet nog hoe.

Een soortgelijk probleem speelt ook bij Onderwijs. Dat ministerie kreeg het landbouwonderwijs erbij van Economische Zaken. De Wageningen Universiteit en een aantal mbo-opleidingen moeten nu volgens de onderwijsnormen worden betaald. Die zijn een stuk hoger.

Overschot begroting valt lager uit, meevaller in de zorg

NU 24.11.2017 Het begrotingsoverschot dit jaar zal iets lager zijn dan op Prinsjesdag werd geraamd. Het loopt terug van 0,6 naar 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daar staat een meevaller van 700 miljoen in de zorg tegenover.

Dat maakte minister Wopke Hoekstra van Financiën vrijdag na de ministerraad bekend. “We lijken het jaar voorlopig goed af te sluiten”, zei de bewindsman.

De cijfers staan in de nog niet gepubliceerde Najaarsnota, de laatste stand van de begroting, die door de ministerraad is goedgekeurd. 

De zorgmeevaller is te danken aan mindere uitgaven aan de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en medicijnen.

Het kabinet baseert deze bedragen op de declaraties bij de zorgverzekeraars over de eerste zes maanden van dit jaar en een inschatting van de verzekeraars over de tweede helft van 2017.

Ook kan het kabinet een meevaller aan belastinginkomsten bijschrijven van 51 miljoen euro.

Verder is er bij enkele ministeries minder geld uitgegeven dan aanvankelijk verwacht. Dat geldt vooral voor Defensie, Sociale Zaken, Onderwijs en Financiën.

Tegenvallers

Tegenvallers zijn onder meer de hulp aan Sint-Maarten na de orkaan Irma. Daar is alleen al voor het wederopbouwfonds 550 miljoen euro uitgetrokken.

Ook is er vertraging aan de inkomstenkant van de schenk- en erfbelasting van 450 miljoen euro. Dat bedrag komt in 2018 binnen. Hoekstra wil niet direct spreken van een meevaller omdat het een verschuiving is.

Het is dus allerminst zeker of dat geld volgend jaar kan worden besteed, er is van tevoren een afgesproken maximum aan uitgaven (het uitgavenkader).

Sowieso vloeien meevallers zoals gebruikelijk naar de staatsschuld. Zo worden ook de rentelasten lager, maar zo waarschuwt Hoekstra, volgend jaar wordt er naar verwachting alsnog 6 miljard euro aan rente over de staatsschuld betaald.

In het voorjaar wordt opnieuw de balans opgemaakt en kijkt het kabinet naar “de wensen en tegenvallers”, aldus Hoekstra.

EU-reg