Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

De nog veel langere arm van Erdogan in IS-gebied, Syrië, Irak en verder !! – deel 12 – de nasleep

Hoger beroep

De Rechtbank in Den Haag bepaalde maandag 11.11.2019 dat de Nederlandse staat zich moet inspannen om 56 kinderen uit kampen in Syrië terug te halen.

Het Kabinet gaat echter in hoger beroep tegen de uitspraak die Nederland verplicht zich maximaal in te spannen om de 56 IS-kinderen van Nederlandse IS-reizigers terug te halen. Dat schrijven minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dinsdag 12.11.2019 in een brief aan de Tweede Kamer.

De rechtbank in Den Haag bepaalde maandag 11.11.2019 dat de Nederlandse staat een inspanningsverplichting heeft binnen veertien dagen de kinderen van vrouwen die naar IS-gebied in Syrië of Irak zijn gereisd, terug te halen. Ook als er beroep zou worden ingesteld. Deze verplichting geldt niet voor de vrouwen zelf. Het kort geding was aangespannen door 23 vrouwen die naar Syrië of Irak waren afgereisd, die samen 56 kinderen hebben.

Het standpunt van het kabinet is nog altijd dat IS-strijders in de regio berecht moeten worden. Vooral VVD en CDA blijven tegen terugkeer. Wat de kinderen betreft moet het kabinet dat beleid aanpassen, vind de rechter in Den Haag. De meeste kinderen zijn nog onder de twaalf jaar oud en hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit.

Uitspraak rechter in Nederland

Ze leven in een acute noodsituatie, onder erbarmelijke omstandigheden. Nederland moet binnen twee weken er daarom alles aan doen om 56 IS-kinderen terug te halen, zo oordeelde de rechter maandag 11.11.2019 in een kort geding.

Hoe nu verder?

AD 15.11.2019

Hoe groot is de kans dat de kinderen over twee weken in Nederland zijn?

Niet heel groot. Met name omdat er nog tal van zaken opgelost moeten worden voordat de kinderen daadwerkelijk teruggehaald kunnen worden. Zo is het kort geding aangespannen door 23 IS-vrouwen. Zij willen ook gerepatrieerd worden. Dat maakt de zaak aanzienlijk complexer. Nederland hoeft de vrouwen namelijk niet terug te halen, zo oordeelde de voorzieningenrechter. “Zij zijn welbewust naar Syrië of Irak gegaan om zich aan te sluiten bij IS, een terroristische organisatie”.

AD 06.12.2019

Het vonnis van de rechter:

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Volgens de advocaten van de vrouwen willen de Koerdische milities de kinderen alleen niet scheiden van hun moeders. Als dat klopt, moet Nederland ook pogen de vrouwen terug te halen, aldus de rechter. Dat druist in tegen het kabinetsbeleid. Het kabinet wil dat Nederlandse IS’ers in de regio zelf berecht worden. Daardoor lijkt de zaak enkel in een stroomversnelling te kunnen komen als de Koerdische milities óf het kabinet op korte termijn radicaal wijzigt van standpunt.

Hoe verloopt het terughalen in de praktijk?

De kinderen moeten, eventueel met hun moeders, worden opgehaald uit overvolle detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Volgens de Nederlandse Staat is dat onveilig gebied, waar Nederland geen zeggenschap heeft. Om die reden wil Nederland enkel IS’ers repatriëren als ze zich hebben gemeld bij een Nederlandse ambassade of consulaat.

De Amerikanen hebben aangeboden te helpen met de repatriëring van Nederlanders in de Syrische kampen. Een hulpverzoek neerleggen bij de VS zou onder de “inspanningsverplichting” kunnen vallen die door de rechter aan de Staat is opgelegd. Hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, benadrukt dat die term juridisch alleen niet heel streng is. “Er is geen resultaatverplichting. Daarom is er bijvoorbeeld ook geen dwangsom opgelegd.”

Telegraaf 26.11.2019

Verder benadrukt de rechter dat Nederland geen “substantiële veiligheidsrisico’s” hoeft te nemen bij het terughalen. De inspanningsverplichting is op die manier breed te interpreteren en het is volgens Schilder moeilijk te controleren of Nederland zich voldoende heeft ingespannen de kinderen terug te halen. “De rechter zal zich daar niet snel aan willen branden, omdat hij niet op de stoel van de politiek wil zitten.”

AD 23.11.2019

AD 23.11.2019

Is de uitspraak definitief?

Nee. De Staat kan net als in soortgelijke zaken in België en Duitsland nog in hoger beroep. De uitspraak verdeelt de politiek. Als het aan de VVD ligt wordt er hoe dan ook doorgeprocedeerd en het CDA noemt de uitspraak “risicovol”, terwijl hun coalitiepartners D66 en ChristenUnie juist tevreden reageren. Premier Rutte liet enkel weten de uitspraak “te bestuderen”.

AD 22.11.2019

‘Volstrekt unieke zaak’

“Volstrekt uniek”, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens hem zal het verloop van de zaak belangrijk zijn voor soortgelijke zaken in de toekomst. “Mensen vroegen me vooraf ook wat ik verwachtte van de uitspraak. Ik had werkelijk geen idee. Er is geen precedent.”

Nederland haalde eerder al wel twee weeskinderen van IS’ers terug uit het noordoosten van Syrië. Maar dat was met hulp van Frankrijk en daarbij waren verder geen volwassenen IS’ers bij betrokken. In Duitsland en België oordeelden rechters eerder ook al dat IS-kinderen opgehaald moeten worden, inclusief moeders. In beide landen is de Staat in hoger beroep gegaan.

Als er hoger beroep wordt aangetekend, is de kans sowieso klein dat de kinderen op korte termijn worden teruggehaald. “En als ze dan doorgaan tot de Hoge Raad ben je zo jaren verder”, zegt hoogleraar Schilder. Over het terughalen van IS’ers is veel discussie onder experts.

Turkije stuurt de IS-strijders terug

Turkije begon maandag 11.11.2019 met het terugsturen van opgepakte strijders van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Zo luidt althans het dreigement van de Turkse minister van Binnenlandse Zaken.

Wat betekent deze aankondiging voor Nederland?

Vijf vragen;

Komen polderjihadisten nu massaal terug?

Nee. Ten eerste is het nog afwachten of Turkije de daad bij het woord voert. Ten tweede leek de minister met name te doelen op IS-strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië, tijdens de militaire operatie daar. Onbekend is of daar Nederlanders bij zitten.

Er zitten wel Nederlandse Syriëgangers in een Turkse cel, maar dat is slechts een handvol. Loes F. uit Geleen en Souad D. uit Franeker zijn twee jihadvrouwen die al langer in de cel zitten en terug willen. Ook Xaviera Rose-Claire S. uit Apeldoorn zit vast in Turkije. Ruim een week geleden meldden zich nog twee Nederlandse vrouwen bij de Nederlandse ambassade in Ankara, in de hoop terug te keren. In totaal gaat het om naar schatting een zevental Nederlandse jihadisten, onder wie ook twee of drie mannen.

Bekijk ook: 

Turkse minister: Turkije begint maandag met terugsturen IS’ers 

Terugsturen, hoe gaat dat?

Er zijn al eerder nederjihadisten overgevlogen uit Turkije naar Nederland. Reda N. en Oussama A. kwamen met een gewoon lijnvliegtuig, maar onder begeleiding van de marechaussee. Na aankomst op Schiphol werden ze aangehouden en afgevoerd naar de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught.

En wat als hun paspoort is afgepakt?

Een van de twee dames die zich een week geleden meldden op de Nederlandse ambassade, heeft alleen nog maar de Marokkaanse nationaliteit. Dat betekent echter niet dat ze niet teruggestuurd kan worden naar Nederland. Wel dat ze, als ze is berecht en haar straf heeft uitgezeten, het land uit wordt gezet.

Wat voor straffen krijgen ze hier?

De straffen voor vrouwen komen neer op zo’n anderhalf tot twee jaar cel. Voor mannen, van wie de kans veel groter is dat ze hebben gevochten of zich schuldig hebben gemaakt aan gruwelen, is een jaar of zes de norm. Vorig jaar kreeg de Utrechtse strijder Oussama A. 7,5 jaar omdat hij had gesold met het lijk van een IS-slachtoffer. Zijn vriend Reda N. kwam er vanaf met 4,5 jaar omdat bij hem hard bewijs ontbreekt dat hij gruweldaden heeft begaan.

En hoeveel IS’ers zitten er nog aan te komen?

Voor Nederland is de flinke groep IS- vrouwen in de Koerdische kampen in Noord-Syrië van groter belang dan die nu al in een Turkse cel zitten. Het gaat om zo’n vijftien mannen en veertig vrouwen plus tegen de honderd kinderen met een Nederlandse link. Het kabinet staat onder steeds grotere druk om hen terug te halen naar Nederland. Maandag 18.11.2019 doet de kortgedingrechter daarover uitspraak.

Dossier terugkeer-is Elsevier

Dossier IS-terugkeerders NRC

lees: Uitspraak kort geding tegen de Staat namens 23 vrouwen en 56 kinderen 12.11.2019

Zie ook: De nog veel langere arm van Erdogan en verder nog meer !! – deel 11

Zie ook: Nieuwe hoop Kinderpardon versus Asielbeleid !!! ???

Zie ook: Verhoogde dreiging door aanslagen en extremisme – deel 16

Zie ook: Van Hoofddoekjes, Burka’s, kruizen en Boerkini’s – deel 11 – nasleep

Zie ook: Religie in de 21e eeuw

zie ook: IS versus Beeldenstorm 21e eeuw

Zie ook: De dreiging der Kruistochten in de 21e eeuw

Zie ook: Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 8

Zie ook: Kabinet Rutte 2 en 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 7

Zie ook: Terugblik Jason W. Hofstadgroep Laakse Antheunisstraat

Zie ook: Dreigen er terroristische acties van ISIS-activisten ook in Den Haag ??? deel 2

IS-vrouwen stappen naar hoogste rechter om terugkeer af te dwingen

NOS 06.12.2019 Nederlandse IS-vrouwen in Syrië stappen naar de Hoge Raad om terugkeer naar Nederland af te dwingen. Het is nog niet duidelijk wanneer de cassatiezaak dient. Advocaat André Seebregts hoopt op een spoedprocedure; in dat geval zou de zaak al volgende maand kunnen worden behandeld.

De rechtbank bepaalde eerder al dat de Nederlandse overheid zich moet inspannen om IS-kinderen terug te halen, mogelijk met de moeders. Maar het gerechtshof haalde later een streep door dat vonnis; het vindt dat de rechter niet op de stoel van de politiek moet gaan zitten.

Marteling

Advocaat Seebregts vraagt zich af of de politiek dit besluit in redelijkheid heeft genomen. Volgens hem lopen kinderen en hun moeders het risico om gemarteld te worden door het leger van president Assad. “Zijn troepen zitten rond de kampen en kunnen daar zo naar binnen”, zei hij in het NOS Radio 1 Journaal. “Troepen van Assad hebben eerder kinderen gemarteld en gedood.”

Een rechter kan in dit geval ingrijpen en de moeders en kinderen terughalen naar Nederland, aldus Seebregts.

Winter

Verder wijst de advocaat erop dat kinderen van IS-moeders dreigen te sterven nu het winter is. Vorige winter zijn volgens hem ook veel kinderen omgekomen door de kou.

Bekijk ook;

IS-vrouwen naar Hoge Raad om Staat te dwingen hen terug te halen

Telegraaf 06.12.2019 Nederlandse IS-vrouwen die verblijven in detentiekampen in Noord-Syrië hopen dat de Hoge Raad snel een besluit neemt over hun terugkeer naar Nederland. Hun advocaat André Seebregts stapt namens de 23 vrouwen en hun 56 kinderen naar de hoogste rechtbank, zo bevestigt de raadsman. De raad neemt normaliter ruim de tijd voor procedures, maar Seebregts denkt dat er al in januari een vonnis kan volgen.

„In uitzonderlijke gevallen kan het heel snel gaan. We spannen een kort geding aan omdat het buitengewoon dringend is.” Seebregts waarschuwt voor de komst van de troepen van de Syrische president Bashar al-Assad. „Kinderen dreigen gefolterd te worden en er is erg veel geweld van de zijde van andere vrouwen in het kamp. En de winter komt eraan; vorige winter zijn er veel kinderen gestorven.”

De rechtbank bepaalde in november dat de Staat binnen twee weken al het nodige moest doen om in ieder geval de kinderen te repatriëren. Voor de volwassenen bestaat die verplichting niet. De Staat ging in hoger beroep en kreeg gelijk. Het hof bepaalde dat de rechter niet op de stoel van de politiek mag gaan zitten.

Bekijk meer van; proces misdaad

 

Nederlandse IS vrouwen doen ultieme poging terugkeer met kinderen af te dwingen

AD 06.12.2019 Nederlandse IS vrouwen wenden zich tot de allerhoogste rechter om hun eigen terugkeer en die van hun kinderen naar ons land af te dwingen. In cassatie hopen hun advocaten aan te tonen dat de rechtbank het niet kan maken ze in detentiekampen in Syrië aan hun lot – en mogelijk martelingen – over te laten.

De advocaten denken dat de vrouwen kans maken door in cassatie te gaan en dringen aan op een snelle behandeling. Die vindt alleen bij uitzondering plaats, meestal duren procedures bij de Hoge Raad lang. Advocaat André Seebregts doet het woord: ,,Op zijn vroegst zou er dan in januari een uitspraak komen.”

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Kinderen staan op het punt te sterven, de winter komt er weer aan, aldus Advocaat André Seebregts.

Het is de laatste stap in het proces dat namens 23 bruiden van IS en hun 56 kinderen is aangespannen. In eerste instantie oordeelde de rechter twee weken na de zitting in het kort geding dat de kinderen moeten worden teruggehaald, desnoods door ook hun moeders mee te nemen.

Hoewel de vrouwen hun recht op hulp van de staat hebben verspeeld, moeten hun foute beslissingen de rechten van de kinderen niet in de weg staan, aldus de rechter. Nederland moet aangeboden hulp accepteren, maar hoeft geen eigen mensen in gevaar te brengen om de vrouwen hierheen te krijgen.

Hoger beroep

Een tweede rechter zette in hoger beroep vrijwel meteen een streep door die uitspraak. De rechtbank kan niet op de stoel van de politiek gaan zitten, zo oordeelde hij, precies zoals de staat had betoogd.

Maar daar valt volgens Seebregts veel op af te dingen. Hij en de andere advocaten betwisten vooral of Nederland ‘in redelijkheid tot beleid is gekomen’. ,,Kinderen staan op het punt te sterven, de winter komt er weer aan. President Assad komt dichterbij, wat betekent dat de vrouwen en kinderen gemarteld dreigen te worden. Een rechter kan ingrijpen bij een uitzicht op foltering.”

Marteling

Dat kan ook als marteling al heeft plaatsgevonden. In de zaak van de Nederlands-Pakistaanse terreurverdachte Sabir K. vroeg Amerika om uitlevering, nadat K. was teruggekeerd naar Nederland na marteling in een Pakistaans gevangenencomplex. Hardnekkige aanwijzingen dat Amerikaanse autoriteiten een rol hadden gespeeld bij de overdracht aan de Pakistaanse inlichtingendienst, wetende dat hij zou worden gefolterd, zorgde dat de rechter een streep zette door uitlevering.

,,Het is niet zo dat de politiek carte blanche heeft. Maar door deze uitspraak in het hoger beroep komt het daar wel heel dichtbij in de buurt’’, zegt Seebregts. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil niet reageren op de ontwikkeling, ‘omdat de zaak dan opnieuw onder de rechter is’,  laat een woordvoerder weten.

Advocaat André Seebregts, raadsman van de vrouwelijke Syriëgangers. © ANP

Assad: IS’ers in Koerdische kampen moeten door Syrië berecht worden

NU 27.11.2019 IS-strijders die momenteel vastzitten in de Koerdische gevangeniskampen in Syrië worden wat de Syrische president Bashar Al Assad betreft berecht in lokale rechtbanken die gespecialiseerd zijn in terrorismezaken. Dat zegt Al Assad woensdag tegenover het Franse weekblad Paris Match.

“Alle terroristen die zich bevinden in gebieden die onder controle staan van de Syrische staat zullen onderworpen worden aan de Syrische wet”, aldus de dictator.

Het is nog onduidelijk wat dat betekent voor het lot van de Europese IS-gangers in de Syrische kampen, onder wie 55 Nederlanders en 95 Nederlandse kinderen.

Onlangs won de Nederlandse staat het hoger beroep in de zaak die draaide om de verplichting om 19 Nederlandse vrouwen en 56 Nederlandse kinderen uit de Syrische kampen terug te halen.

Het gerechtshof in Den Haag stelde de Staat in het gelijk en vindt dat de Nederlandse staat niet gedwongen kan worden om de vrouwen en kinderen te repatriëren, omdat dat een politieke afweging is.

Kabinet wil banden met Al Assad niet aanhalen

Het huidige kabinetsbeleid houdt in dat Nederlandse uitreizigers niet actief worden opgehaald uit Syrië. Het kabinet vindt het gebied te gevaarlijk om Nederlandse diplomaten en militairen naartoe te sturen en ziet liever dat de Syriëgangers in Irak berecht worden.

Of dat ook zal gebeuren, valt te bezien. De Irakezen hebben in een eerder stadium aangegeven niets te voelen voor het verzoek. Intussen dreigen de Nederlanders die vastzitten in handen te komen van Al Assad.

Wat het CDA betreft is dat een reden om de diplomatieke banden met het regime van Al Assad te herstellen. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) zei in een interview met NU.nl echter dat een herstel van de relaties met Al Assad uitgesloten is, ook niet als Nederlandse IS’ers in handen van Al Assad vallen.

‘Koerden moeten controle Noord-Syrië overdragen aan Al Assad

Al Assad wordt in het vraaggesprek met Paris Match gevraagd naar de deal die hij heeft gesloten met de Koerdische strijdkrachten die tot voor kort met steun van de VS het noorden van Syrië controleerden.

De Koerden golden jarenlang als bondgenoten van de westerse coalitie in de strijd tegen IS. De duizenden IS’ers die zijn gevangengenomen, zijn vervolgens vastgezet in kampen die bewaakt worden door de Koerden. Naar schatting worden er meer dan tienduizend Syrische en Iraakse IS’ers en ongeveer tweeduizend buitenlandse IS’ers, onder wie ook Europeanen, vastgehouden in de Koerdische kampen.

Nadat de Amerikaanse president Donald Trump kort geleden de Amerikaanse troepen uit Syrië terugtrok en Turkije de aanval tegen de Koerden in Syrië inzette, wendden de Koerden zich tot Rusland en Al Assad voor bescherming die zij tot voor kort van de Amerikanen kregen. Wat Al Assad betreft komt de bescherming met een prijs: uiteindelijk zullen de Koerden de controle over het gebied in het noorden van Syrië moeten overdragen aan Al Assad, lichtte hij eerder toe.

Lees meer over: Syrië  Buitenland

In Syrië en Irak verblijven ongeveer 1400 IS-kinderen van wie minstens één ouder EU-burger is, zei EU-commissaris Julian King (Veiligheid) onlangs. Ⓒ ZUMAPRESS.com

EU-parlement: haal IS-kinderen terug

Telegraaf 26.11.2019 EU-landen moeten kinderen met hun nationaliteit uit de kampen in Noordoost-Syrië terughalen. Een grote meerderheid van het Europees Parlement (495 tegen 58) riep woensdag de 28 lidstaten daartoe op.

De EU zou daarbij een coördinerende rol moeten spelen. De oproep is onderdeel van een niet-bindende resolutie ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Saskia Bricmont van de Europese Groenen hekelde het gebrek aan actie van de EU-landen. Volgens haar zitten enkele honderden Europese ’jihadistenkinderen’, van wie de meesten jonger dan 5 jaar, onder erbarmelijke omstandigheden in kampen in het noordoosten van Syrië. In sommige gevallen worden hulporganisaties die kinderen willen repatriëren door hun overheid tegengewerkt, stelt zij.

Bekijk ook: 

Hof: Staat hoeft ’IS-kinderen’ niet terug te halen 

Bekijk ook: 

Terughalen IS-kinderen geen uitgemaakte zaak 

Risico’s

In Syrië en Irak verblijven ongeveer 1400 IS-kinderen van wie minstens één ouder EU-burger is, zei EU-commissaris Julian King (Veiligheid) onlangs. Hij verwelkomde het besluit van sommige lidstaten om kinderen terug te halen en wees erop dat de Europese Commissie behulpzaam kan zijn. De Nederlandse regering wil vanwege de risico’s geen kinderen van IS-strijders terughalen. Volgens de AIVD verblijven 90 kinderen met een Nederlandse link in Syrisch-Koerdische kampen of detentie.

Bekijk ook: 

Turkije spreekt jihad-vrouwen Loes en Souad vrij 

Bekijk ook: 

Misplaatste empathie voor jihadvrouwen 

Turkse rechtbank spreekt twee Nederlandse Syriëgangers vrij

NU 26.11.2019 Een rechtbank in Turkije heeft twee Nederlandse Syriëgangers vrijgesproken van lidmaatschap van terreurgroep IS, meldt de NOS. De rechter meent dat er te weinig bewijs is tegen Souad D. en Loes F. De twee vrouwen woonden jarenlang in het door IS zelfverklaarde kalifaat.

De advocaat van D., Yasar Özdemir, bevestigt de vrijspraak aan de NOS. Wel loopt er nog een hoger beroep.

Als de twee vrouwen ook in hoger beroep worden vrijgesproken kan dat eventuele vervolging in Nederland bemoeilijken, omdat verdachten die in het buitenland zijn vrijgesproken niet opnieuw mogen worden vervolgd voor hetzelfde vergrijp.

D. en F. zijn in Syrië getrouwd met een Nederlandse IS-strijder uit Amersfoort. Zelf zeggen ze dat hun man, Baraa Ahmad, niet meer is aangesloten bij IS.

In afwachting van hoger beroep mogen de twee vrouwen Turkije niet verlaten. De uitspraak hiervan wordt volgens hun advocaat binnen een paar maanden verwacht.

Naar verwachting worden D. en F. na het hoger beroep in Turkije teruggestuurd naar Nederland. Twee IS-vrouwen die onlangs door Turkije naar Nederland werden teruggestuurd, werden direct na aankomst op Schiphol aangehouden.

Lees meer over: Turkije  Syrië  Buitenland

Vrouw in Koerdisch kamp in Noord-Syrië waar familie van IS-strijders worden vastgehouden (archief) AFP

Twee Nederlandse Syriëgangers vrijgesproken in Turkije

NOS 26.11.2019 Een rechtbank in Turkije heeft twee Nederlandse Syriëgangers, Souad D. en Loes F., vrijgesproken van lidmaatschap van terreurgroep IS. Volgens de rechter is er onvoldoende bewijs tegen de twee vrouwen, die jarenlang in het zelfverklaarde kalifaat van IS woonden. In afwachting van hoger beroep mogen ze Turkije niet uit.

Advocaat Yasar Özdemir, die D. bijstaat, bevestigt dat de vrouwen zijn vrijgesproken in Turkije en dat er nog een hoger beroep loopt. Hij verwacht binnen een paar maanden een uitspraak.

Mochten de twee vrouwen uit Franeker en Geleen ook in hoger beroep in Turkije worden vrijgesproken van lidmaatschap van een terreurbeweging, dan bemoeilijkt dat een eventuele vervolging in Nederland. Wettelijk mogen verdachten die in het buitenland zijn vrijgesproken niet opnieuw worden vervolgd voor hetzelfde vergrijp.

Baghouz

D. en F. zijn in Syrië getrouwd met een Nederlandse IS-strijder uit Amersfoort, Baraa Ahmad. Hoewel ze zeggen dat hun man afstand had genomen van de terreurgroep, leefden ze jarenlang in het hart van het ‘kalifaat’.

De eerste jaren woonden ze in Raqqa, destijds de hoofdstad van de terreurbeweging. Later verbleven ze in de oostelijke stad Baghouz, het laatste bolwerk van IS, waar kort voor de val van het kalifaat vooral de meest geharde strijders zich ophielden. Tijdens het slotoffensief om Baghouz sloegen F. en D. op de vlucht.

Turkije zette onlangs twee IS-vrouwen op het vliegtuig naar Schiphol, waar ze direct na aankomst zijn aangehouden. De verwachting is dat Souad D. en Loes F. na het hoger beroep in Turkije eveneens worden teruggestuurd naar Nederland.

Bekijk ook;

Staat wint hoger beroep en hoeft vrouwen en kinderen niet uit Syrië te halen

NU 22.11.2019 De Nederlandse Staat hoeft zich toch niet in te spannen om 56 kinderen en hun negentien moeders vanuit Syrië naar Nederland te halen. Hiermee is het door de Staat aangespannen spoedappel door het gerechtshof in Den Haag vrijdag gegrond verklaard.

Nederland kan volgens het hof niet gedwongen worden om de vrouwen en kinderen te repatriëren, omdat het gaat om een politieke kwestie.

“Het kabinet heeft op het vlak van nationale veiligheid en buitenland een ruime mate van beleidsvrijheid”, laat een persrechter weten aan NU.nl. “Daar zitten grenzen aan, maar die zijn volgens het hof in deze zaak niet overschreden.”

Volgens het huidige kabinetsbeleid worden Nederlandse uitreizigers niet actief opgehaald uit Syrië. Het kabinet wil Nederlandse ambtenaren niet in gevaar brengen door ze naar een onveilig gebied te sturen.

De uitspraak van het hof is een teleurstelling voor de vrouwen en hun familieleden. Zij spanden het kort geding aan omdat zij onder erbarmelijke omstandigheden in detentiekampen in Syrië verblijven.

De rechtbank onderschreef dit eerder en vond dat de overheid zich moest inspannen om in ieder geval de kinderen terug te halen naar Nederland. Als de Koerden, die de leiding hebben over de kampen, de kinderen alleen samen met hun moeders zouden laten vertrekken, moest ook geprobeerd worden hen op te halen.

Met de uitspraak van het hof is die inspanningsverplichting tenietgedaan. Er is nog wel een mogelijkheid om tegen de uitspraak in cassatie te gaan.

Rutte wil uitspraak eerst bestuderen

Premier Markt Rutte liet in in eerste reactie weten de uitspraak eerst te willen bestuderen voordat hij daar inhoudelijk op ingaat. Wel noemt hij het “mooi als we gelijk krijgen”.

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus zegt de uitspraak van het hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid te zien.

“We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie”, aldus Grapperhaus. “Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Het kabinet ziet het liefst dat de vrouwen in de regio berecht worden. Irak heeft al laten weten daar voorlopig nog niet aan te willen voldoen.

IS-kinderen (en hun moeders) terughalen of niet?

IS-kinderen (en hun moeders) terughalen of niet?

Overheid kan ook besluiten tot afnemen Nederlanderschap

Personen met de Nederlandse nationaliteit die zich melden bij een Nederlandse ambassade worden wel naar ons land teruggestuurd.

Bij personen met een dubbele nationaliteit kan het Nederlanderschap worden afgepakt. Dat gebeurde onlangs bij een vrouw die zich meldde bij de Nederlandse ambassade in Turkije. Zij beschikt ook over de Marokkaanse nationaliteit, maar werd ondanks een verzoek van Nederland aan Turkije om haar niet naar Nederland te sturen toch op een vliegtuig naar Schiphol gezet. Daar werd ze dinsdag aangehouden.

Vrijdag werd besloten om haar voor zeker veertien dagen langer vast te zetten. Ook voor een vrouw van 25 jaar uit Apeldoorn, die zich eveneens bij de ambassade in Turkije had gemeld, blijft vastzitten.

Lees meer over: Syriëgangers Binnenland

Het spoedappel diende bij het gerechtshof in Den Haag ANP

Staat hoeft kinderen IS’ers toch niet terug te halen uit Syrië

NOS 22.11.2019 De Nederlandse staat hoeft IS-vrouwen en hun kinderen in kampen in het noordoosten van Syrië niet terug te halen. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag bepaald in een spoedappel dat was ingesteld door de ministers Blok en Grapperhaus.

In een kort geding oordeelde de rechter tien dagen geleden dat de Staat zijn best moet doen om in elk geval de kinderen terug te halen. Het zou onrechtmatig zijn om dat niet te doen. Die uitspraak is nu dus teruggedraaid.

De zaak draait om 23 IS-vrouwen en 56 kinderen die verblijven in de kampen Al-Hol en Al-Roj in noordoost-Syrië. De landsadvocaat had bepleit dat de rechter afzijdig moet blijven in de kwestie, omdat het kabinet en het parlement de politieke afwegingen in deze specifieke situatie moeten maken.

Beladen zitting

“De rechter zegt eigenlijk hetzelfde als de landsadvocaat vanochtend zei: dit is politiek, dit is beleid dat door het kabinet wordt gemaakt en een rechter hoort daar niet over te oordelen”, zegt verslaggever Mattijs van de Wiel. De rechter kan volgens het hof alleen in uitzonderlijke gevallen bepalen dat de staat onrechtmatig handelt. Van zo’n uitzondering is hier dus geen sprake.

“Het was een beladen zitting”, vertelt Van de Wiel. “Met een zaal vol familieleden van vrouwen die zijn uitgereisd. Veel van die mensen zeggen: mijn dochter of nicht is helemaal geen terrorist. Deze mensen waren muisstil toen ze het aanhoorden, want zij willen hun kleinkinderen zien en hadden al hun hoop hierop gevestigd. Ze gingen weg zonder commentaar te geven.”

Een vader reageert zeer teleurgesteld en weet niet hoe deze uitspraak zal aankomen bij zijn dochter.

‘De kans bestaat dat ze nu over de hekken gaan klimmen’

Jezidi’s in ons land reageren juist tevreden op de uitspraak. De etnische en religieuze minderheidsgroep werd vooral in Irak hard getroffen door IS. Veel mannen werden vermoord. Vrouwen en meisjes van de jezidi’s werden verkracht en tot slaaf gemaakt door leden van IS.

Jezidi’s in ons land zijn blij met deze uitspraak

Minister Grapperhaus toonde zich in een eerste reactie tevreden. “Ik zie de uitspraak van het hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om al dan niet met hun minderjarige kinderen naar IS-gebied uit te reizen en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt hen niet actief terug uit dit gebied.”

Bekijk ook;

Hof: Staat hoeft ’IS-kinderen’ niet terug te halen

Telegraaf 22.11.2019 De Nederlandse Staat hoeft zich niet in te spannen om de 56 kinderen van IS-vrouwen terug te halen. Ook voor de moeders zelf hoeft Nederland niet in actie te komen. Dat oordeelde de voorzieningenrechter in Den Haag vrijdag in hoger beroep. Daarmee gaat een streep door de uitspraak van vorige week. Toen beval de rechter Nederland nog om de kinderen te gaan halen.

Volgens de landsadvocaat moet de rechter zich niet bemoeien met buitenlands beleid – daar gaan het kabinet en de Tweede Kamer over, zeker waar het wespennesten betreft als Noord-Syrië. De rechter gaat in die argumentatie mee. Dat is een meevaller voor het kabinet.

De vrouwen vragen Nederland om hen te komen halen, maar dat ligt op het terrein van de betrokken ministeries, stelt de rechter. „De staat heeft hierin beleidsvrijheid. Dat betekent dat de rechter, zeker in kort geding, zeer terughoudend moet zijn.”

Vorige week oordeelde de rechter nog in kort geding dat Nederland zich wel degelijk moet inspannen om de kinderen terug te halen. De families van de IS-vrouwen staan nu weer met lege handen. Veel van hen waren boos en in tranen. Ze hadden al hun hoop gevestigd op deze uitspraak. Er zijn op korte termijn geen mogelijkheden meer bij een hogere rechter.

Bekijk ook: 

Twee IS-vrouwen terug in Nederland met kinderen 

Bekijk ook: 

’De kinderen zijn het slachtoffer’ 

De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn jonger dan twaalf jaar, de meesten zelfs onder de zes jaar. De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd.

Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert ze actief terug te halen. Het regeringsbeleid is nog steeds dat Nederland geen Nederlanders terughaalt uit Syrië. Alleen wie erin slaagt om een diplomatieke post te bereiken, kan eventueel hulp krijgen.

„Voor de families is het misschien lastig te begrijpen waarom Nederland niets wil doen voor deze vrouwen en kinderen”, legde de landsadvocaat vrijdagochtend uit. „Maar de Staat moet een afweging maken tussen abstracte belangen als nationale veiligheid en internationale betrekkingen en concludeert dat Nederland op dit moment daar geen actie wil ondernemen.

Nederland zet niet zomaar alle andere belangen opzij als iemand zegt: het valt hier toch tegen, haal me maar terug. Dit is nou eenmaal de harde kant van buitenlands beleid.”

Bekijk ook: 

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Bekijk ook: 

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen 

Bekijk ook: 

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen vastgezet 

Volgens advocaat Tom de Boer (namens de vrouwen) heeft de Nederlandse staat zich de afgelopen maanden achter steeds weer nieuwe valse argumenten verscholen om maar niets te hoeven doen. Zelfs nadat de rechter vorige week bepaalde dat Nederland zijn best moet doen om de kinderen terug te halen.

Zijn collega André Seebregts benadrukte dat Nederland wel degelijk de belangen van de kinderen en de vrouwen in het oog moet houden. De situatie in de kampen verslechtert steeds verder. De winter staat voor de deur, net als de troepen van Assad die niet terugdeinzen voor moord en verkrachting van kinderen. Dan zijn er nog de ultra-radicale Russische en Tsjetsjeense IS-vrouwen die een islamitisch schrikbewind uitoefenen over het kamp.

Voor Nederland is het echter te gevaarlijk om een ophaalexpeditie te sturen naar het onoverzichtelijke gebied, stelde de landsadvocaat. Seebregts vond dat onzin. „De Denen hebben eergisteren nog een weeskind opgehaald.” Een onvergelijkbare actie, aldus de landsadvocaat. „Bij de Denen ging maar om één weeskind, niet om om 23 vrouwen en 56 kinderen.”

Bekijk ook: 

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen vastgezet 

Eerste reactie Rutte

Premier Mark Rutte heeft aan het begin van zijn wekelijkse persconferentie laten weten dat hij de uitspraak nog goed moet bestuderen. „Het is op zich mooi als we gelijk krijgen.”

Reactie minister Grapperhaus

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) wil de uitspraak bestuderen. „Maar ik kan zeggen dat ik de uitspraak als ondersteuning van het kabinetsbeleid zie. We zijn altijd helder geweest. Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie”, zegt de CDA-bewindsman. „Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Bekijk meer van; conflicten, oorlog en vrede misdaad Grapperhaus Nederland Den Haag

Gerechtshof: Nederland hoeft vrouwen en kinderen niet terug te halen uit Syrië

AD 22.11.2019 Nederland hoeft 23 IS-vrouwen en hun 56 kinderen niet op te halen uit detentiekampen in Noord-Syrië. Het Gerechtshof in Den Haag  heeft zojuist een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag vernietigd. Die rechtbank oordeelde twee weken geleden dat de Nederlandse staat de kinderen wel moest terughalen, ook als dat betekende dat hun moeders mee zouden komen.

De beslissing om de IS-gezinnen wel of niet op te halen is aan de politiek en niet aan de de rechter, zo oordeelde het Gerechtshof vanmiddag. ,,Het is duidelijk dat de vrouwen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden leven. Het gaat dus om fundamentele rechten van de kinderen: om het recht van leven en ontwikkeling.”

Het Hof is echter ook van mening dat de staat beleidsvrijheid heeft en de rechter daarom terughoudend moet zijn. ,,Het is aan de politiek, niet aan de rechter om over erbarmelijke omstandigheden te oordelen.” Daarom wees het Gerechtshof alle vorderingen van de vrouwen af.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Opvallend

Dat is een opvallende beslissing, omdat de rechtbank in Den Haag eerder deze maand in een kort geding besloot dat het Nederlandse kabinet een ‘inspanningsverplichting’ heeft om ervoor te zorgen dat 56 kinderen van Nederlandse IS’ers terug worden gehaald uit de detentiekampen in Noord-Syrië waar ze nu verblijven.

Het is niet de schuld van de kinderen dat ze daar beland zijn, aldus de rechter. Voor hun 23 moeders die in dezelfde kampen zitten, gold die verplichting niet. Als de moeders mee zouden moeten komen met hun kinderen, omdat de Koerden de kinderen niet alleen laten vertrekken, dan is dat maar zo, stelde de rechtbank.

Politiek

Door dat oordeel staat met de uitspraak van vandaag dus een dikke streep. Tot grote teleurstelling van de tientallen familieleden in de rechtszaal. Zij beseffen dat het nu weer volslagen onduidelijk is wanneer ze hun kleinkinderen, neefjes en nichtjes weer zullen zien. Als dat ooit al gebeurt.

Het lot van de IS-vrouwen ligt nu deels weer in de handen van de politiek. Het kabinet en Kamermeerderheid zijn daar niet van plan actie te ondernemen om de vrouwen en kinderen op te halen, zo is het standpunt.

Al zegt premier Rutte dat hij de uitspraak eerst nog wil bestuderen. Het huidige beleid is dat Nederland IS’ers pas actief helpt terug te keren naar Nederland als ze zichzelf melden op een ambassade of consulaat in Turkije of Irak.

Van daaruit worden zij teruggevlogen naar Schiphol en daar aangehouden, vastgezet en berecht. De kinderen gaan dan naar familie of een pleeggezin. Eerder deze maand doken er bij de Nederlandse ambassade in Ankara nog twee vrouwen op die waren ontsnapt uit een Syrisch detentiekamp. De kans dat meer vrouwen dat nu gaan proberen is groot.

‘Terughalen ook risico’

Dat het kabinet echt  niet wil dat de Nederlandse jihadvrouwen en hun kinderen terugkomen werd vandaag in de Haagse rechtbank wederom duidelijk. ,,Ook terughalen van alleen de kinderen is ook een risico, dat kan tot wrok leiden bij de vrouwen en familie.” Familieleden en advocaten van de vrouwen vinden dat terughalen juist wel moet én kan.  ,,Denemarken heeft 48 uur geleden nog kinderen opgehaald in Syrië.”

Maar, zo oordeelde de rechtbank, als de Koerdische bewakers van de kampen de kinderen alleen willen meegeven als de moeders meegaan, dan moet Nederland ook de moeders terugnemen. De rechtbank stelde echter ook dat de situatie ter plekke wel veilig genoeg moet zijn voor Nederlandse militairen of ambtenaren om de vrouwen en kinderen op te halen.

Het kabinet is tegen dat oordeel in beroep gegaan omdat het van oordeel blijft dat Nederland de vrouwen en kinderen alleen verder kan helpen als ze zichzelf melden bij een Nederlandse ambassade of consulaat in Turkije of Irak. De vrouwen kunnen daar uit zichzelf moeilijk komen: de kampen worden bewaakt en alleen met behulp van smokkelaars kunnen ze in Turkije of Irak komen.

‘Ze wisten waar ze heen gingen’

De landsadvocaat betoogde vanochtend dat de rechter eigenlijk helemaal niet over het wel of niet terughalen van de vrouwen en kinderen gaat: het is een politieke beslissing. ,,Het heeft onder meer gevolgen voor het buitenlands beleid van Nederland en daar gaat de politiek over.”

De Nederlandse Staat stelde aan het begin van het hoger beroep in Den Haag dat de vrouwen ‘precies wisten waar ze heen gingen’.  ,,Want ook toen er nog geen kalifaat was (voor 2014), was er al een jihadistische strijd aan de gang. Ze hadden in Nederland een keuze hoe hun leven vorm te geven. Ze hebben die keus gemaakt”, aldus de landsadvocaat.

,,De vrouwen hebben zichzelf in gevaarlijke omstandigheden gebracht en vragen pas nu ze in kampen zitten om repatriëring van zichzelf en hun kinderen.” Daar komt bij, meldt de advocaat, dat in Syrië 5,6 miljoen kinderen onder slechte omstandigheden leven, nog meer mensen hebben humanitaire hulp nodig.

De Staat vindt ook dat er van de vrouwen net zoveel dreiging uitgaat als van de mannen. ,,Inlichtingendienst AIVD wijst er op dat deze vrouwen lang in strijdgebied zijn geweest, gemiddeld drie jaar. Ook na terugkomst blijft de vraag of ze afscheid nemen van jihadistisch gedachtegoed.

Ze zijn een bedreiging voor de nationale veiligheid.” Er is dan ook geen enkel West-Europees land dat beleid heeft om de vrouwen actief terug te halen. Er zijn enkele weeskinderen teruggehaald, vanwege humanitaire redenen, stelt de advocaat.

De Staat ziet de kinderen als slachtoffer van de keuzes van hun ouders. Het alleen terughalen van de kinderen is ook een risico, stelt de landsadvocaat. ,,,Dan kan wrok ontstaan bij vrouwen die achterblijven of familieleden hier.” Familieleden zien dat duidelijk anders, zij lachen om de opmerking van de advocaat.

De landsadvocaat: ,,We kunnen begrijpen dat familieleden nu denken: omdat de Staat iets niet doet, gaan mijn kinderen en kleinkinderen straks dood. Dat is moeilijk, zeker omdat daar het abstracte belang van de staat tegenover staat. Maar repatriëring is een politieke beslissing.” De rechter gaat daar dus, volgens de landsadvocaat, niet om.

Vrees voor martelingen

Advocaat Seebregts, die de vrouwen bijstaat, wijst erop dat Denemarken eerder deze week nog twee weeskinderen heeft opgehaald in het gebied. ,,Dus wat Nederland te gevaarlijk vindt, hebben de Denen 48 uur geleden nog gedaan.” Ook vrezen de advocaten dat het Syrische leger de controle over de kampen gaat overnemen.

,,De Syrische inlichtingendiensten zullen zeker met die vrouwen willen praten. En we weten wat dat kan inhouden.” De advocaat doelt daarmee op de slechte reputatie die het Syrische regime heeft wat betreft mensenrechten.

De inlichtingendiensten zijn vaak beschuldigd van (seksuele) mishandeling en marteling. Ook van kinderen. ,,Er zijn hier vandaag veel ouders en andere familieleden, ze hebben ook foto’s doorgestuurd van de kinderen in de kampen. Die hopen ze snel weer te kunnen zien.”

Seebregts vraagt de rechtbank ook nog extra te kijken naar de zaak van de Amsterdamse Chadia B. Zij heeft geen kinderen, maar wel zware psychische klachten als psychoses. Ze is zwaargewond geraakt en mist nu een voet.

Door haar psychische problemen moeten andere vrouwen haar verzorgen. ,,Ze ligt in een tent in haar eigen uitwerpselen, kinderen gooien stenen naar haar. Haar situatie is, zo mogelijk, nog schrijnender dan die van de anderen.”

 Tobias den Hartog @TobiasdenHartog

Rutte over uitspraak IS-vrouwen: ik vind het natuurlijk niet vervelend om gelijk te krijgen, maar ik zeg altijd dat we de uitspraak eerst willen bestuderen. Dat zeg ik ook als we verliezen, dus dat zeg ik nu ook. #isvrouwen

3:43 PM – Nov 22, 2019 See Tobias den Hartog’s other Tweets

Bekijk hier de reactie van minister-president Rutte op het nieuws.

Hof: Nederland hoeft IS-vrouwen en kinderen niet terug te halen uit Syrië

RTL 22.11.2019 De Nederlandse staat hoeft er niet alles aan te doen om IS-vrouwen en hun kinderen terug te halen uit kampen in Syrië. Dat besluit is aan de politiek en niet aan de rechter, heeft het gerechtshof vanmiddag besloten.

Het oordeel van de rechtbank wordt daarmee vernietigd. Die had eerder bepaald dat de overheid zich moet inspannen voor IS-kinderen, maar stelde de overheid niet verplicht om IS-vrouwen terug te halen.

Tijdens zijn wekelijkse persmoment reageerde premier Mark Rutte vanmiddag tevreden op de uitspraak. Hij wilde er verder niet te diep op ingaan. “Wij werken aan de mogelijkheid tot berechting in de regio. Dat is onze stip aan de horizon. Berechting in de regio is buitengewoon complex, maar niet onmogelijk.”

Lees ook:

Dit zijn de twee teruggekeerde IS-vrouwen: ‘Bewijs gruwelijkheden lastig te vinden’

Reactie minister Grapperhaus

“Het Kabinet zal het gemotiveerd arrest inhoudelijk bestuderen. Maar ik kan in eerste reactie zeggen dat ik de uitspraak van het Hof als ondersteuning van het kabinetsbeleid zie. We zijn altijd helder geweest.”

Hij vervolgt: “Deze vrouwen hebben zelf de keuze gemaakt om, al dan niet met hun minderjarige kinderen, uit te reizen naar IS-gebied en zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Het kabinet haalt de vrouwen en hun kinderen niet actief terug uit dit gebied.”

Het kort geding was aangespannen namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen, die vastzitten in twee kampen in het noorden van Syrië. Ze zitten daar onder schrijnende omstandigheden. Volgens hun advocaat is er hier absoluut geen sprake van een politiek belang, wat door de Staat wel betoogd wordt. “Het gaat om hun individuele belangen, zij lopen schade op door het handelen van de Staat.”

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zegt vrijdag in een reactie dat ze het kabinet meerdere malen heeft opgeroepen om zich tot het uiterste in te spannen om de Nederlandse kinderen in Syrische kampen terug te halen naar Nederland. “De vaak jonge kinderen zitten daar onder erbarmelijke omstandigheden, en de situatie lijkt te verslechteren.”

Vader IS-kinderen hoopt op terugkeer dochter en zoon uit Syrisch kamp

Bekijk deze video op RTL XL

Jeremy kan niet wachten tot zijn dochter en zoon eindelijk weer thuis zijn. Hun moeder en zijn ex nam ze jaren geleden mee naar Syrië.

De rechter oordeelde begin vorige week in een kort geding dat de Staat er alles aan moet doen om op korte termijn de kinderen naar Nederland te halen. Voor de terugkeer van de IS-vrouwen zelf hoeft de Staat zich niet in te zetten, oordeelde de rechter.

Maar als de Koerden die de kampen bewaken de kinderen niet zonder moeders willen laten vertrekken, moet de overheid wel kijken of ze zowel moeders als kinderen kan terughalen. Dat moest ook per direct gebeuren. Als er binnen twee weken niets zou zijn gedaan, zou een dwangsom volgen.

Lees ook:

Staat moet kinderen van IS-vrouwen terughalen uit Syrië

De VS hebben herhaaldelijk aangeboden om Syriëgangers op te halen en terug te brengen naar Nederland. Het beleid van het kabinet tot nu toe was om betrokkenen niet-actief terug te halen, maar de rechter bepaalde dat dit beleid niet kan gelden voor de kinderen.

Buitenlandse Zaken laat weten dat er contact is geweest met de Amerikanen en met Europese landen maar wat er precies is besproken, zegt het ministerie niet. Ook de landsadvocaat zei vandaag dat er ‘stappen zijn gezet’, maar dat er verder niets over gezegd kan worden.

ANP; Islamitische Staat  Syrië

Het gerechtshof tijdens het spoedappèl tegen het vonnis over de IS-kinderen.

Het gerechtshof tijdens het spoedappèl tegen het vonnis over de IS-kinderen. Foto Marco de Swart/ANP

Hof: staat hoeft IS-kinderen niet terug te halen

NRC 22.11.2019 De Nederlandse staat hoeft de kinderen van IS-vrouwen die in kampen in Noord-Syrië zitten, niet terug te halen. Deze uitspraak in hoger beroep is een meevaller voor het kabinet.

De staat hoeft zich niet in te spannen om 56 kinderen en 23 vrouwen terug te halen uit twee kampen uit Noord-Syrië. Dat heeft het Haagse gerechtshof vrijdagmiddag bepaald. De uitspraak kwam ongeveer anderhalf uur na de zitting, met een korte motivering. Het hof vindt dat het aan de staat is om te bepalen of de vrouwen en kinderen moeten terugkeren. Over twee weken wordt een uitgebreide toelichting gepubliceerd.

De beslissing kwam na het hoger beroep dat de staat had ingesteld inzake de mogelijke terugkeer van de kinderen en vrouwen uit Noord-Syrië. De staat was in hoger beroep gegaan tegen het vonnis in het kort geding van bijna twee weken geleden.

De voorzieningenrechter had bepaald dat de staat zich moest inspannen om de kinderen van 23 vrouwelijke uitreizigers naar Islamitische Staat terug te halen. Dit onder meer vanwege de „erbarmelijke omstandigheden” in de kampen Al-Hol en Al-Roj.

Eventueel zouden ook de vrouwen moeten terugkomen, als de Koerden niet zouden toestaan dat moeders van de kinderen werden gescheiden. Het hof bepaalde vrijdag dat het aan de staat is om te oordelen over die omstandigheden en de gevolgen daarvan voor de vrouwen en kinderen.

De uitspraak van vrijdagmiddag gaat in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het is een grote meevaller voor het kabinet en regeringspartijen VVD en CDA. Die zijn tegen terugkeer van de moeders en kinderen.

Volgens het kabinet is het gebied te onveilig en onstabiel om tot repatriëring van de vrouwen en kinderen te kunnen overgaan. Zowel het kabinet als de regeringspartijen VVD en CDA zien in de terugkeer van met name de moeders een gevaar voor de nationale veiligheid.

Lees ook: de weerstand tegen terugkeer kinderen uit Noord-Syrië bleef, ondanks het vonnis van 11 november

„De kans is groot dat een aantal van hen niet afscheid heeft genomen van het jihadistisch gedachtengoed”, aldus de landsadvocaat vanmorgen voor het Hof. Hij wees erop dat de groep vrouwen om wie het gaat al lang in het strijdgebied zit, gemiddeld drie jaar.

Buitenlands beleid

Ook vond de advocaat namens de staat dat de rechter zich niet met het buitenlands beleid moet bemoeien. „Nederland is niet een van de actoren in het gebied”, aldus de landsadvocaat in zijn pleidooi. „Turkije, Syrië, Rusland, de Koerden en de VS zijn dat wel.”

Een rechterlijk besluit om de vrouwen en kinderen terug te halen, zou de staat dwingen met die landen te gaan onderhandelen, inclusief Syrië, waarmee Den Haag alle diplomatieke banden heeft doorbroken. Een rechter kan zoiets nooit van het kabinet eisen, dat ook nog eens gesteund wordt door een Kamermeerderheid, aldus de landsadvocaat.

De advocaten André Seebregts en Tom de Boer stelden daartegenover dat het de plicht van de staat is zijn onderdanen te beschermen tegen de zeer zware omstandigheden in de kampen, maar ook tegen marteling, verkrachting en moord.

De kans daarop is groot als de Syriërs hun invloed in het noorden van hun land uitbreiden en de kampen overnemen van de Koerden, aldus de advocaten van de moeders. Zij citeerden diverse rapporten van de VN en andere organisaties waarin beschreven staat hoe vrouwen en kinderen behandeld worden en overlijden in Syrische gevangenschap.

„De staat handelt onrechtmatig als ze niet al het mogelijke in het werk stelt om te voorkomen dat haar onderdanen dat lot treft”, betoogde advocaat De Boer.

Daarvoor wijkt ook het primaat van de staat in het buitenlands beleid, zei hij. Dat geldt eens te meer omdat de Koerden, de VS en het Rode Kruis Nederland hebben aangeboden om bij de repatriëring van de vrouwen en de kinderen te helpen. „Het recht dwingt de staat tot actie”, aldus De Boer.

Verder wees Seebregts erop dat nog deze week een vertegenwoordiger van de Deense regering in het gebied is geweest om een weeskind op te halen. „Dat geeft aan dat het gebied veiliger is dan de staat betoogt”, aldus Seebregts.

De argumenten over en weer waren verder grotendeels dezelfde als die van drie weken geleden. Net als de vorige keer was er de nodige belangstelling van de familie van de uitreizigers.

Hof: IS-vrouwen en kinderen niet terughalen

MSN 22.11.2019 De Staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, toch niet terug te halen naar Nederland. Het hof in Den Haag haalt met deze uitspraak een streep door de uitspraak van de rechtbank begin vorige week.

Het kort geding was aangespannen namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen, die vastzitten in twee kampen in het noorden van Syrië. Ze zitten daar onder schrijnende omstandigheden. De Nederlandse staat was in beroep gegaan.

Een vrouw met kind in het al-Hol kamp in Noord-Syrië waar IS-families zijn opgesloten. Beeld AFP

Staat hoeft IS-kinderen toch niet terug te halen

Trouw 22.11.2019 De Staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, toch niet terug te halen naar Nederland. Het hof in Den Haag haalt met deze uitspraak een streep door de uitspraak van de rechtbank begin vorige week.

Het kort geding was aangespannen namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen, die vastzitten in twee kampen in het noorden van Syrië, vlakbij de grens met Irak. De Nederlandse staat was in beroep gegaan.

De uitspraak is een toch nog onverwachte steun in de rug van de regering en coalitiepartijen VVD en CDA. Die willen nog altijd Nederlandse IS-strijders in de regio laten berechten, ondanks grote praktische problemen om dit te organiseren. Vooral D66 drong juist aan op berechting in Nederland, omdat deze mensen en hun kinderen anders altijd ‘onder de radar’ terug kunnen keren.

Tijdens de zitting betoogde de landsadvocaat namens de Nederlandse staat dat de rechter terughoudend moet zijn als het gaat om politieke afwegingen rond buitenlands beleid en internationale betrekkingen. Zeker bij een kort geding.

“Het beleid hangt in sterke mate af van politieke afwegingen in verband met de specifieke situatie en komt tot stand in samenspraak tussen regering en volksvertegenwoordiging. Het is niet aan de burgerlijke rechter om die afweging te maken”, aldus de landsadvocaat.

Volgens de advocaat  van de vrouwen is er hier absoluut geen sprake van een politiek belang, wat door de Staat wel betoogd wordt. “Het gaat om hun individuele belangen, zij lopen schade op door het handelen van de Staat”, aldus André Seebregts.

Niet zonder hun moeders

De rechter oordeelde begin vorige week in een kort geding dat de Staat er alles aan moet doen om op korte termijn de kinderen naar Nederland te halen. Voor de terugkeer van de IS-vrouwen zelf hoeft de Staat zich niet in te zetten, oordeelde de rechter.

Maar als de Koerden die de kampen bewaken de kinderen niet zonder moeders willen laten vertrekken, moet de overheid wel kijken of ze zowel moeders als kinderen kan terughalen. Dat moest ook per direct gebeuren. Als er binnen twee weken niets zou zijn gedaan, zou een dwangsom volgen.

De Koerden gaven daarom de afgelopen week opnieuw aan dat Nederland welkom is om de kinderen en hun moeders terug te halen. Daarvoor is de situatie veilig genoeg, aldus een woordvoerder van de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) tegen de NOS.

Ook de VS hebben herhaaldelijk aangeboden om Syriëgangers op te halen en terug te brengen naar Nederland. Het beleid van het kabinet tot nu toe was om betrokkenen niet-actief terug te halen, maar de rechter bepaalde dat dit beleid niet kan gelden voor de kinderen.

Buitenlandse Zaken laat weten dat er contact is geweest met de Amerikanen en met Europese landen, maar wat er precies is besproken, zegt het ministerie niet. Ook de landsadvocaat zei vrijdag dat er “stappen zijn gezet”, maar dat er verder niets over gezegd kan worden.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd. De omstandigheden in de kampen zijn erbarmelijk.

Er is veel agressie en geweld, weinig voedsel en water, er heersen ziektes, mensen worden gemarteld en er zijn bombardementen. Ze willen terug naar Nederland, maar tot nu toe weigerde het kabinet ze actief terug te halen.

Lees ook:

Krista zit in een opvangkamp in Syrië: ‘Neem desnoods alleen mijn kinderen mee naar Nederland’

De Nederlandse Krista van T. bleef met haar echtgenoot tot het einde bij terreurbeweging Islamitische Staat. Nu is ze weduwe en zit ze in een overvol opvangkamp in Noord-Syrië, mét haar vier kinderen. ‘Waarom neemt Nederland hen niet terug?’

Meer over; Nederland misdaad, recht en justitie conflicten, oorlog en vrede samenleving gewapend conflict Syrië Wendelmoet Boersema

Een vrouw in een Koerdisch kamp in Noord-Syrië waar familie van IS-strijders worden vastgehouden AFP

Teruggestuurde IS-vrouwen blijven twee weken langer vastzitten

NOS 22.11.2019 Twee IS-vrouwen die dinsdag door Turkije teruggestuurd zijn naar Nederland blijven nog eens veertien dagen vastzitten. Ze worden verdacht van deelname aan een terroristische organisatie. De twee verbleven in het strijdgebied van Islamitische Staat in Syrië.

De vrouwen kwamen dinsdagavond samen met twee kinderen aan op Schiphol. Het gaat om de 24-jarige Fatimah H. uit Tilburg met haar kinderen van 3 en 4 en de 25-jarige Xaviera S. uit Apeldoorn. De kinderen zijn overgedragen aan een voogd van Jeugdbescherming.

De vrouw uit Tilburg meldde zich eind oktober bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Eind oktober werd haar Nederlandse nationaliteit ingetrokken. In januari 2018 werd de vrouw uit Apeldoorn in Turkije aangehouden. Turkije stuurt sinds enkele dagen buitenlandse IS’ers terug naar hun land van herkomst.

Na hun aankomst op Schiphol werden de vrouwen door de Koninklijke Marechaussee aangehouden en overgedragen aan de politie.

Bekijk ook;

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen vastgezet

Telegraaf 22.11.2019 De twee vrouwen die dinsdag op Schiphol zijn aangehouden na terugkeer uit het strijdgebied van Islamitische Staat in Syrië, zijn voor veertien dagen in bewaring gesteld door de rechter-commissaris in Rotterdam. Dat heeft het Openbaar Ministerie bekendgemaakt. Het tweetal wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie.

Het gaat om een vrouw van 24 uit Tilburg en een vrouw van 25 uit Apeldoorn, met twee kinderen van 3 en 4 jaar.

De 24-jarige vrouw heeft zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Op 30 oktober is haar Nederlandse nationaliteit ingetrokken. De andere vrouw is in januari 2018 aangehouden in Turkije. Turkije heeft beiden het land uitgezet en teruggestuurd naar Nederland.

De kinderen zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Nederland heeft erop aangedrongen de vrouw die haar nationaliteit is ontnomen, niet terug te sturen. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heeft hierover meerdere keren met de Turkse minister van Binnenlandse Zaken gesproken. Ook werd er een ambtelijke missie naar Turkije gestuurd.

Uitzetting

Na vervolging, berechting en een eventuele celstraf zal Nederland erop inzetten de vrouw uit te zetten naar Marokko, het land waarvan ze nog wél staatsburger is.

Een derde vrouw, die zich eind oktober samen met de 25-jarige vrouw meldde en die nog wel de Nederlandse nationaliteit heeft, krijgt momenteel consulaire bijstand. Verwacht wordt dat zij binnenkort naar Nederland wordt uitgezet, in afstemming met de Turkse autoriteiten.

Bekijk meer van; rechterlijke macht conflicten, oorlog en vrede samenleving terrorisme Turkije Den Haag Luchthaven Schiphol

Koerden: Nederland kan IS-vrouwen in Syrië nog steeds ophalen

NOS 21.11.2019 Ondanks de onrustige situatie in het noorden van Syrië is repatriëring van 23 Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen nog steeds mogelijk. Dat zegt een woordvoerder van de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) tegen de NOS.

Morgen dient het hoger beroep dat de Nederlandse Staat aanspande, nadat een rechter besliste dat Nederland IS-kinderen zo snel mogelijk terug moet halen uit het gebied. De landsadvocaat noemde het in die zaak “uit oogpunt van internationale betrekkingen en veiligheid ondenkbaar” dat Nederland vrouwen en kinderen op korte termijn zou kunnen terughalen.

Lastiger, maar mogelijk

Sinds Turkije enkele weken geleden een offensief startte tegen de SDF, is de situatie in Noord-Syrië veranderd. In het gebied zijn nu Russische en Syrische regeringstroepen aanwezig, terwijl de Amerikanen zich juist grotendeels terugtrokken. Op sommige plaatsen wordt nog gevochten.

Volgens SDF-woordvoerder Kino Gabriel betekent dat niet dat repatriëring niet meer mogelijk is. “We controleren dit gebied nog steeds. Het is nog steeds mogelijk, al zal het wat lastiger worden. Maar als er overeenstemming is, zorgen wij voor een oplossing.” Repatriëring zou volgens hem of over de weg richting Iraaks Koerdistan plaatsvinden, of met helikopters.

Nog niets van Nederland gehoord

De voorzieningenrechter in Den Haag bepaalde op 11 november dat de Nederlandse overheid er alles aan moet doen om Nederlandse kinderen uit IS-kampen in Noord-Syrië te halen. Abdelkarim Omar, woordvoerder van de door Koerden geleide Autonome Administratie in Noord-Oost Syrië, zegt tegen de NOS dat zij sindsdien nog niets van de Nederlandse overheid hebben gehoord.

‘We hebben besloten kinderen niet van hun moeders te scheiden’

In juni dit jaar werden twee Nederlandse weeskinderen al overgedragen aan de Nederlandse regering. “Als de Nederlandse overheid nog een keer wil onderhandelen, weten ze hoe we ze kunnen overdragen, want dat hebben we eerder gedaan,” zegt Omar. “Maar er is nog niet naar gevraagd, er is geen contact over.”

Moeders mee naar Nederland

Overigens blijven de Syrische Koerden erbij dat de moeders van de IS-kinderen mee moeten naar Nederland. “Wij hebben de vrouwen niet berecht, dus we kunnen de kinderen onmogelijk van hun moeders scheiden”, zegt woordvoerder Omar. “Onder welk internationaal recht kunnen we de kinderen van de moeders scheiden?”

De rechter in Den Haag hield al rekening met die mogelijkheid. Wanneer de Koerden niet bereid zijn om de kinderen alleen te laten gaan, moeten de vrouwen ook worden gerepatrieerd, stond in het vonnis. Volgens de rechter moet de Nederlandse staat nu dus niet alleen de kinderen, maar ook hun moeders terug naar Nederland halen.

Inval bij moeder van jihadiste Xaviera S. in Apeldoorn

AD 21.11.2019 Rond de terugkomst van jihadiste Xaviera S. heeft de politie een inval gedaan bij haar moeder in Apeldoorn, dat bevestigt een naast familielid van Xaviera. De mobiel en computer van Xaviera S. haar moeder is daarbij in beslag genomen voor onderzoek, vertelt de bron, wiens naam bekend is bij de redactie.

Het landelijk parket van het Openbaar Ministerie bevestigt dat de gegevensdragers dinsdagavond in beslag zijn genomen op een adres in Apeldoorn.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Xaviera S., die in 2013 naar Syrië vertrok als vrouw van een IS-soldaat, keerde onlangs vanuit Turkije terug naar Nederland. Omdat de jihadiste daar al een straf uitzat voor haar lidmaatschap van IS – en tweemaal voor hetzelfde feit bestraft worden niet kan – zoekt justitie nu naar nieuw bewijs van andere strafbare feiten die ze begaan heeft in het kalifaat.

Marion van San, criminoloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, volgt het gezin op de voet. ,,Ik wist dat Xaviera terug zou keren. Ik had vorige week nog contact met haar moeder. Maar de laatste dagen reageerde ze nergens op. Dat zou dus kunnen komen doordat die mobiel in beslag is genomen.’’

Zwanger

Van San heeft ook veel vragen. ,,Er gaan berichten uit dat ze zwanger zou zijn. Dat zou voor mij nieuw zijn. Daar heb ik haar moeder niet over gehoord. Ik kan dat niet bevestigen of uitsluiten.’’ Ook het naaste familielid weet niet of Xaviera S. inderdaad zwanger is.

André Seebregts, de nieuwe advocaat van Xaviera, kan er ook geen antwoord op geven. Op dit moment is inhoudelijk reageren voor hem onmogelijk, vertelt hij. Ook de inval bij de familie kan hij niet bevestigen. ,,Mijn cliënt zit in volledige beperkingen dus ik kan daar niets over zeggen’’, luidt zijn korte reactie. Morgen wordt S. voorgeleid aan de rechter-commissaris.

Grapperhaus: uitzetting IS-vrouwen door Turkije zeer teleurstellend

NOS 20.11.2019 Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid noemt het “zeer teleurstellend” dat Turkije gisteren twee IS-vrouwen op het vliegtuig heeft gezet naar Nederland.

“En dan druk ik mij hoffelijk uit, omdat dat een minister betaamt”, zegt Grapperhaus in een reactie in de Tweede Kamer. Hij heeft de afgelopen dagen van alles geprobeerd om zijn Turkse collega op andere gedachten te brengen, maar dat heeft dus niet geholpen.

Marokkaanse

Turkije stuurde gisteren de 25-jarige Xaviera S. uit Apeldoorn en de 23-jarige Fatimah H. uit Tilburg met haar twee kinderen naar Nederland. Van Fatimah H. is de Nederlandse nationaliteit ingetrokken. Ze is nu alleen nog Marokkaanse.

Turkije heeft twee redenen genoemd waarom zij desondanks naar Nederland is gestuurd. Het land zegt onvoldoende uitleveringsafspraken te hebben met Marokko. En Turkije zegt dat zij ooit wel Nederlandse was, en dat Nederland er zelf voor heeft gekozen die nationaliteit af te pakken.

“Dit geeft allemaal aan dat het een heftige problematiek is”, zegt Grapperhaus. “De Turken zeggen dat zij te maken hebben met IS’ers uit veel landen met veel verschillende nationaliteiten.”

Vervolgen

Beide vrouwen zitten vast. Fatimah H. als ongewenst vreemdeling. Het Openbaar Ministerie gaat hen vervolgen. Als de Marokkaanse vrouw wordt veroordeeld zit ze in Nederland haar straf uit en wordt dan uitgezet naar Marokko, is het plan. Of die uitzetting naar Marokko ook gaat lukken is onduidelijk. Grapperhaus wil daar niet op vooruitlopen.

Hij is toch optimistisch over de toekomstige samenwerking met Turkije. Er zijn nog een paar IS’ers in Turkije waar Nederland de nationaliteit van heeft ingetrokken, maar de minister heeft geen aanwijzingen dat zij binnenkort ook op het vliegtuig worden gezet. Voor Nederlandse IS’ers geldt dat als Turkije hen niet wil vervolgen, ze dan worden geaccepteerd door Nederland.

Bekijk ook;

Een foto uit een kamp in al-Hol in Noordoost-Syrië AFP

IS-vrouwen en kinderen terug in Nederland, wat gebeurt er met ze?

NOS 20.11.2019 Dat IS-vrouwen vanuit Turkije terug naar Nederland konden komen, was voor de Nederlandse instanties geen verrassing. Ze treffen al een tijd lang voorbereidingen om zo’n terugkeer zo goed mogelijk te regelen. Gisteren gebeurde het; Turkije zette twee IS-vrouwen en twee kinderen op het vliegtuig naar Schiphol.

Als het telefoontje uit Ankara komt, weten alle betrokkenen wat er moet gebeuren. Terwijl de vrouwen en kinderen in het vliegtuig zitten, bepaalt de kinderrechter dat de kinderen worden toegewezen aan Jeugdbescherming. De ouder wordt op dat moment geschorst van het ouderlijk gezag.

Medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming staan op Schiphol te wachten om alles in goede banen te leiden. De moeder moet na aankomst meteen afscheid nemen van haar kinderen.

Gisteravond gebeurde dit bij de 23-jarige Fatimah H. uit Tilburg. Haar kinderen van 3 en 4 werden overgedragen aan een voogd van Jeugdbescherming, terwijl zij in hechtenis werd genomen. De voogd neemt vanaf dat moment alle beslissingen.

Berecht in Nederland

De afgelopen jaren meldden zich zo’n tien Syriëgangers bij een Nederlandse diplomatieke post in Turkije. In alle gevallen werden ze door Turkije aan Nederland overgedragen, om vervolgens in Nederland te worden berecht.

Met H. is vooraf afgesproken wat haar op Schiphol te wachten staat. Haar wordt geadviseerd om aan de kinderen te laten merken dat ze het goed vindt dat ze met de Kinderbescherming meegaan. Zo is een mogelijk trauma het minst hevig voor het kind, is de gedachte.

Vanaf Schiphol rijdt gespecialiseerd personeel met de kinderen naar een opvanggezin. Dit is de eerste, tijdelijke, opvang. In de eerste drie maanden worden de kinderen vaak onderzocht; onder anderen een radicaliseringsdeskundige en een psychiater gaan met ze in gesprek.

Er wordt van uitgegaan dat de kinderen getraumatiseerd zijn. De voogd van Jeugdbescherming heeft daarom veel contact met de kinderen en het opvanggezin.

Terwijl de kinderen worden opgevangen in het pleeggezin, gaat de moeder de Penitentiaire Inrichting Vught of gevangenis De Schie in Rotterdam. Daar zijn de enige zogenoemde Terroristenafdelingen van Nederland. Ze wordt daar vastgezet en extra beveiligd binnen een speciaal programma, om haar ideologisch te beperken.

Vrijdag wordt ze in Rotterdam voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. Die bepaalt of hij het voorarrest met 14 dagen verlengt.

Fatima H. had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Ook de 25-jarige Xaviera S. zat op de vlucht. Zij is in in 2014 naar Syrië gereisd. Ook S. is vastgezet in een van de penitentiaire inrichtingen en wacht vervolging.

De straf die H. boven het hoofd hangt, is afhankelijk van de verdenking en het bewijsmateriaal. Het Openbaar Ministerie zegt er al zeker van te zijn dat ze na 2015, toen het kalifaat werd uitgeroepen, naar Syrië is gereisd. Ze wordt daarom verdacht van “deelname aan een terroristische organisatie”.

De straf die daar in Nederland op staat is zes jaar cel. Ook als de vrouwen zich erop beroepen dat ze alleen voor hun man en kinderen zorgden, kunnen ze bestraft worden. In eerdere zaken is dat al gebeurd.

Volgens het OM hoeft een verdachte geen oorlogsmisdaden te plegen om berecht te worden. De vrouw heeft het voortbestaan van IS met haar daden verlengd, is de argumentatie. Dat is voldoende om een straf opgelegd te krijgen.

De straf van zes jaar staat los van wat iemand verder gedaan heeft. Mocht iemand bijvoorbeeld iemand hebben vermoord, dan is er een levenslange celstraf mogelijk, maar zoiets is in Nederland nog niet voorgekomen.

Komen er nog meer IS-vrouwen naar Nederland?

Zeker is dat er nog groepen IS-vrouwen en -strijders in het buitenland zitten. Ze bevinden zich met name in Syrië, Turkije en Irak. Volgens de AIVD zijn er uit Nederland de afgelopen jaren in totaal ongeveer 300 mensen met “jihadistische intentie” afgereisd naar Syrië en Irak. Een derde van hen is vrouw.

Op dit moment zitten er 95 kinderen, 35 vrouwen en 15 mannen met de Nederlandse nationaliteit in Syrische kampen. Volgens de AIVD zijn er nog 20 volwassenen en 30 kinderen in Turkije. Slechts een aantal van hen zit vast en zou dus nog kunnen worden uitgezet.

Concrete plannen om deze mensen terug te laten keren zijn er nu niet. Wel bepaalde een rechter vorige week dat Nederland zich moet inspannen om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Politiek is over het onderwerp veel discussie; vrijdag dient daarom een door het kabinet aangespannen hoger beroep.

Bekijk ook;

Hoe Fatima H. zonder Nederlands paspoort toch naar Nederland kwam

MSN 20.11.2019 Turkije heeft gisteravond twee IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland gestuurd. Eén van de twee, Fatima H. , heeft alleen de Marokkaanse nationaliteit, nadat recent haar Nederlandse nationaliteit werd afgenomen. Nederland zou er alles aan hebben gedaan om te voorkomen dat ze naar Nederland zou komen. Tevergeefs.

30 oktober melden zich twee IS-vrouwen met hun kinderen op de Nederlandse ambassade in Ankara. Ze zijn ontsnapt uit een opvangkamp in Noord-Syrië. Eén van hen is de 23-jarige Fatima H. Minister Grapperhaus van Justitie heeft toevallig die dag ook bekendgemaakt de nationaliteit van Fatima H. in te trekken vanwege haar betrokkenheid bij terroristische activiteiten als IS’er.

Nederland zit met Fatima H. in haar maag. Ze is geen Nederlands staatsburger meer en zal daarom ook niet door Nederland worden teruggenomen. Ze heeft alleen nog de Marokkaanse nationaliteit.

Lees ook:

Dit zijn de twee teruggekeerde IS-vrouwen: ‘Bewijs gruwelijkheden lastig te vinden’

Vanaf eind oktober is er contact met Turkije. Beide landen, Turkije en Nederland, houden contact over eventuele terugkeer. Ondertussen begint Turkije langzaam duidelijk te maken aan andere landen dat het heel veel meer IS’ers zal terugsturen naar de landen waar ze oorspronkelijk vandaag komen.

In Nederland berecht

Het kabinet geeft aan dat een andere IS-vrouw, de 25-jarige Xaviera S., wel naar Nederland kan komen. “Dat is staand Nederlands beleid”, zegt Grapperhaus vandaag. “IS’ers die zich in Turkije melden bij de Nederlandse ambassade of consulaat, worden geholpen om terug naar Nederland te gaan.” In Nederland worden ze dan berecht voor hun terroristische activiteiten.

Maar het probleem voor Nederland zit bij Fatima H., die niet langer de Nederlandse nationaliteit heeft. “Daar heb ik met mijn Turkse collega uitgebreid contact over gehad”, zegt Grapperhaus. Hij belt twee keer met de Turkse minister van Binnenlandse Zaken. Het eerste telefonische gesprek vindt plaats op dinsdag 5 november. “Ik heb de Turken aangegeven dat die dame alleen Marokkaans is en dus naar Marokko moet worden uitgezet.”

NCTV naar Turkije

Om zijn punt kracht bij te zetten, stuurt hij donderdag 7 november een delegatie van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid naar de Turkse hoofdstad Ankara voor overleg met de verantwoordelijke bewindspersoon. Om de druk op Turkije zoveel mogelijk op te voeren om de vrouw niet naar Nederland te sturen, zit bij het overleg volgens bronnen ook een ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Lees ook:

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen en kinderen aangekomen in Nederland

De dag erna, op vrijdag 8 november, maakt de Turkse minister van Binnenlandse Zaken bekend dat Turkije alle IS’ers die in Syrië en Irak hebben gezeten en zich nu in Turkije bevinden, terugstuurt naar de Europese landen van herkomst. Dat gaat Turkije doen vanaf maandag 11 november.

Vreemdelingendetentie

Die dag belt Grapperhaus voor de tweede keer met de Turkse minister. Het leidt tot niets. Ingewijden benadrukken dat geen sprake is van een hoogoplopende ruzie of een diplomatieke crisis. Dat is bewust, de verhoudingen tussen beide landen zijn pas net weer een beetje hersteld, na een langdurige verslechtering. Een escalatie is niet in het belang van Nederland.

Al het overleg ten spijt zet Turkije beide vrouwen en hun kinderen dinsdagavond 19 november op het vliegtuig. Kort na 21.00 uur landen ze op Schiphol. De vrouwen worden aangehouden. De kinderen zijn ondergebracht bij de Raad voor de Kinderbescherming. Fatima H. komt in vreemdelingendetentie te zitten. Daarmee is ze officieel niet in Nederland. Ze is er wel, maar ze is er niet, zegt een ingewijde over de uitkomst van de politieke patstelling.

Eerst straf, dan naar Marokko

Fatima H. en Xaviera S. worden door het Openbaar Ministerie vervolgd voor terrorisme. Als ze worden veroordeeld zitten ze hier hun straf uit. De Marokkaanse vrouw wordt na haar eventuele gevangenisstraf uitgezet naar Marokko.

“Ze is hierheen gestuurd. Dat is natuurlijk teleurstellend”, zegt Grapperhaus. “Ze is in vreemdelingenbewaring gesteld en niet tot Nederland toegelaten. Ze zal in Nederland vervolgd worden. Het uitgangspunt is dat ze, als ze wordt berecht, hier haar straf uitzit en daarna aan Marokko wordt uitgeleverd.”

Lees ook:

Nederlandse IS-vrouwen met kinderen willen terug na ontsnapping uit kamp

RTL Nieuws; Ferdinand Grapperhaus  NCTV  Islamitische Staat  Burgeroorlog Syrië  Turkije  Syrië  Irak

Xaviera S. uit Apeldoorn werd bij een huwelijksbureau in het kalifaat besteld door de radicale Algerijn Dadi M. Ⓒ AFP

Teruggekeerde IS-bruiden zijn Xaviera en Fatima

Telegraaf 20.11.2019 IS-vrouwen Fatima en Xaviera zijn in Nederland om te worden berecht voor terrorisme. Wie zijn deze dames uit Tilburg en Apeldoorn?

Fatima H. uit Tilburg is morgen jarig, maar veel reden tot feest is er niet. Ze moet naar de terroristenafdeling van de gevangenis, haar Nederlandse paspoort is afgepakt en zelfs haar moeder en nichtje staan terecht omdat ze haar geld hadden opgestuurd toen ze nog in Syrië zat.

Volgens Belgische media is ze getrouwd geweest met de beruchte Vlaamse jihadist Ali El Morabit. Hij radicaliseerde in de kweekvijver voor fanatisme Sharia4Belgium voor hij naar Syrië vertrok. Bij verstek werd hij veroordeeld tot vijf jaar celstraf. Hij zou ook de vader van haar twee kinderen (circa 2 en 3 jaar oud) zijn, die ook zijn teruggevlogen naar Nederland.

Fatima meldde zich op eind vorige maand bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Diezelfde dag werd haar de Nederlandse nationaliteit afgenomen en werd ze tot ongewenst vreemdeling verklaard. Minister Grapperhaus schrijft aan de Tweede Kamer dat het kabinet betreurt dat Turkije haar en de kinderen desondanks toch naar Nederland heeft gestuurd.

Haar Tilburgse moeder en haar nichtje moesten zich eerder deze maand in de Rotterdamse rechtbank verdedigen omdat ze 2900 euro naar Syrië hadden gestuurd via een ‘IS-bankier’. Fatima had hen daarom gevraagd met het bericht: ‘Mama, ik ben zwanger. Stuur alsjeblieft geld.’ Fatima H. zou moeten getuigen in de zaak tegen haar familieleden.

Wanneer ze op enig moment een in Nederland opgelegde straf heeft uitgezeten zal Fatima H. worden uitgezet naar Marokko.

Xaviera

De tweede dame die onder begeleiding van de marechaussee is teruggevlogen naar Nederland en de terroristenafdeling in Vught is Xaviera S. uit Apeldoorn. Deze Antilliaans-Nederlandse heeft haar paspoort nog wel. Ze is in Turkije berecht voor lidmaatschap van IS maar na een korte straf vrijgelaten.

Omdat ze in Turkije haar straf heeft uitgezeten voor lidmaatschap van een terroristische organisatie, kan het voor justitie in Nederland lastig worden om haar hier nog lang achter de tralies te houden.

Xaviera radicaliseerde een aantal jaar geleden binnen korte tijd. Het ene moment rookte ze nog een blowtje en zat ze aan de alcohol, het andere moment vertrok ze naar het kalifaat van IS.

Zij groeide op als een moeilijk meisje en werd zeer vroeg zwanger. Van haar studie op het Sprengeloo College kwam weinig terecht, van haar vijftiende tot haar achttiende zwierf ze met haar kind van onderkomen naar opvanghuis.

Toen ze zich tot de islam bekeerde, kwam ze even in rustiger vaarwater. Maar toen was ze plots verdwenen. Vanuit het kalifaat was ze actief op sociale media. Ze bedreigde columnist Ebru Umar met de dood, stuurde foto’s van kalasjnikovs en bejubelde terroristische aanslagen en onthoofdingen.

Ook schreef ze aan schrijfster Brenda Stoter Boscolo dat ze met haar AK-47 naar haar toe wilde komen en dat ze ’maar al te graag haar kop zou laten rollen’. ,,Ja, dit is een dreigement, lelijke nakomeling van apen en zwijnen.’’

De Apeldoornse is in Turkije wreed gescheiden van haar radicale echtgenoot. Die heet Dadi M., een Algerijn uit Eindhoven. Ook hij zat korte tijd in de cel voordat de Turken hem op straat zetten. Nederland heeft hem tot ongewenst vreemdeling verklaard en Xaviera mag waarschijnlijk Algerije niet in, dus de kans dat het paar elkaar nog in de armen sluit, lijkt klein.

Ook hun eerste ontmoeting moet weinig romantisch zijn verlopen. Dadi bestelde haar bij een huwelijksbureau in het kalifaat. Dat koppelde weduwen of net gearriveerde vrouwen aan een nieuwe echtgenoot. IS-strijders konden opgeven wat voor soort bruid ze verlangden, waarna ze een vrouw naar keuze konden afhalen. Dat werd Xaviera.

Xaviera lijkt in fanatisme weinig onder te doen voor haar man, maar die stond wel al langer op de radar. Al in 2002 was hij in beeld als ronselaar voor de taliban in Afghanistan. Hij reisde naar Iran in een poging dat land te bereiken maar dat mislukte.

Bekijk meer van; terrorisme islam familie rechterlijke macht conflicten, oorlog en vrede Xaviera Hollander Fatima H. Nederland Syrië Turkije

Dit zijn de twee teruggekeerde IS-vrouwen: ‘Bewijs gruwelijkheden lastig te vinden’

MSN 20.11.2019 Turkije heeft twee IS-vrouwen teruggestuurd naar Nederland. De 25-jarige Xaviera S. uit Apeldoorn was een bekeerlinge die razendsnel radicaliseerde en zonder haar kind naar Syrië afreisde. De 23-jarige Fatima H. uit Tilburg kreeg in het kalifaat twee kinderen met een belangrijke IS-strijder uit België.

De Antilliaans-Nederlandse Xaviera S. reisde in 2013 af naar Syrië. Vlak voor haar vertrek schreef ze op Facebook hoe blij ze was dat ze naar het kalifaat ging.

“Ik wou een doel hebben in mijn leven, mij gelukkig voelen. Ik zag zusters lopen met een ghimaar (halflange hoofddoek, red.) en het eerste wat ik zei was: ‘Mashallah, zo hoor ik er ook bij te lopen, dit is hoe ik moet leven.”

Bekeerling

Xaviera had een moeilijke jeugd. Ze kreeg op haar zestiende een kind, volgde een zorgopleiding, maar werd meerdere keren van school gestuurd. In de zomer van 2012 belandde Xaviera met haar kindje op straat. Ze zwierf van opvang naar opvang. Het ging steeds slechter met haar. Op Facebook schrijft ze daarover: “Ik begon te blowen, te drinken en ging veel uit.” Daarna bekeerde ze met hulp van haar tante en vond zingeving in de islam.

Xaviera vertrok zonder haar kindje naar het kalifaat. Van daaruit was ze actief op sociale media. Ze verscheen meerdere keren met kalasjnikovs op straat. Daar zijn ook foto’s van. Volgens de verhalen trouwde ze daar met een Nederlandse IS-strijder die later nog twee of drie vrouwen erbij kreeg.

Fatima H.

Naast Xaviera werd ook Fatima H. maandag door Turkije teruggestuurd naar Nederland. Van haar is bekend dat ze kinderen heeft van 2 en 3 jaar. Die zijn in Syrië geboren en hebben vermoedelijk geen geldige geboortebewijzen. De moslima komt uit Tilburg. Wanneer Fatima naar IS-gebied is gegaan, is niet bekend.

De 23-jarige Fatima zou met een Belgische jihadist zijn getrouwd. Hij is waarschijnlijk ook de vader van haar kinderen. Hij had een hoge functie bij een drone-eenheid bij IS.

Fatima ontsnapte vorige maand uit het Syrische opvangkamp Al-Hol. Op 30 oktober meldde ze zich op de Nederlandse ambassade in Ankara en vroeg om hulp van de ambassade om terug te keren naar Nederland. Turkije zette Fatima H. uit naar Nederland, samen met haar twee kinderen.

Kritisch uitlaten

Journalist Brenda Stoter doet al jarenlang onderzoek naar IS-vrouwen die naar het kalifaat gingen. Ze reisde zelf veel door het Midden-Oosten en bezocht vele vluchtelingenkampen. Ze kent veel verhalen achter de Nederlandse IS-vrouwen.

© Aangeboden door RTL Nederland

“Deze vrouwen zijn niet naïef. Ze wisten heel goed waarom ze naar Syrië afreisden”, zegt Stoter. Xaviera bedreigde haar na kritische berichtgeving. Ze stuurde haar een foto van een kalasjnikov en schreef daarbij dat ze ‘haar hoofd maar al te graag (zou) willen laten rollen’.

Zingeving

Volgens Stoter zijn het vaak bekeerlingen, zoals Xaviera, die naar IS-gebied trokken. “Vaak hebben deze meiden een problematisch verleden en zijn ze een zoektocht gestart. Ze zoeken naar zingeving.”

“De meeste vrouwen winnen online informatie in over het kalifaat. Ze zoeken via platforms en Facebookpagina’s naar informatie. Daar wisselen ze ook verhalen uit. Vrouwen in het kalifaat delen op die online platforms ook hun verhalen. Dat het zo geweldig is. Via via worden vrouwen uitgenodigd om naar Syrië te komen”, zegt Stoter die zelf ook infiltreerde in online platforms.

De islam geeft de vrouwen een nieuwe toekomst en houvast, zegt Stoter. “De islam biedt duidelijke kaders en regels. Daar hebben deze vrouwen behoefte aan. En de islam biedt de mogelijkheid om opnieuw geboren te worden: je het oude leven achter je te laten en een nieuw leven te starten.”

© Aangeboden door RTL Nederland

‘Ze wisten van de onthoofdingen’

Precieze cijfers zijn er niet, maar waarschijnlijk zijn er ruim 100 Nederlandse (jonge) vrouwen naar IS-gebied getrokken. Sommigen gingen alleen, anderen met hun man en kinderen. Ze kwamen vaak in Raqqa terecht; de hoofdstad van IS.

“Eind 2013 zag je dat veel vrouwen er alleen heen gingen om daar een man te zoeken. Ze gingen in Syrië het huishouden runnen of lesgeven aan kinderen. De vrouwen hielpen mee het systeem in stand te houden.”

Gruwelijkheden

Of ze deelnamen aan de gruwelijkheden?  “Er zijn zeker vrouwen die zich daaraan schuldig hebben gemaakt, maar bewijs daarvoor is vaak lastig te vinden. Maar de vrouwen zijn niet met een naïeve reden daar naar toe gegaan. Ze wisten van de onthoofdingen, slavernij en verkrachtingen. Overwinningen van IS werden door de vrouwen gedeeld.”

Stoter sprak ook veel jezidi’s. In 2014 en 2015 is deze bevolkingsgroep door IS aangevallen, vermoord of als slaven verkocht. “Ik sprak veel jezidi’s die door IS-vrouwen zijn mishandeld, verkracht of als slaaf misbruikt. De jezidi’s noemden de IS-vrouwen barbaarser dan de IS-mannen.”

Weinig bijstand

De vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. De in Tilburg geboren Fatima H. hoeft in Nederland op weinig bijstand te rekenen. De overheid heeft haar Nederlandse nationaliteit afgenomen omdat ze betrokken was bij een terreurorganisatie.

Ze heeft wel nog wel de Marokkaanse nationaliteit. Na vervolging en berechting wil het kabinet de vrouw uitzetten naar het land van haar tweede nationaliteit: Marokko.

Fatima is nu gedwongen gescheiden van haar twee kinderen. De Raad voor Kinderbescherming heeft zich ontfermd over haar twee kinderen die bij een gezinsvoogd gaan wonen.

In de cel

Xaviera S. heeft nog wel de Nederlandse nationaliteit. Zij wordt in het geval van een veroordeling niet het land uitgezet.

Hoe haal je 56 Nederlandse kinderen veilig op uit Syrië? Een verkenning van de mogelijke routes

Trouw 20.11.2019 Nederland heeft steeds gezegd dat het te onveilig is om kinderen van IS-vrouwen op te halen uit de kampen in Syrië. Ter plekke lijken toch verschillende scenario’s mogelijk.

De rechter bepaalde onlangs dat Nederland zich in moet spannen om 56 Nederlandse kinderen van IS-vrouwen op te halen uit Noordoost-Syrië. Ook de moeders zal Nederland moeten opnemen als de Syrische Koerden de kinderen anders niet laten gaan. Veel te gevaarlijk, vindt Den Haag, dat tegen het vonnis in beroep is gegaan. Maar hoe groot zijn de risico’s eigenlijk? Een verkenning van mogelijke routes.

Over de weg van de kampen naar Irak

Ook al zijn de Turken in oktober Noordoost-Syrië binnengevallen, de kampen waar de kinderen en vrouwen zitten, zijn over de weg nog bereikbaar. Het strijdgebied is ver van de kampen: zeker anderhalf uur rijden van Al-Hol (het grootste en meest zuidelijk gelegen kamp) en bijna drie uur van Al-Roj (dat noordoostelijker ligt). Journalisten en hulpverleners uit allerlei landen begeven zich op alle routes naar de kampen, zonder militaire begeleiding.

Een bus met vrouwen en kinderen valt natuurlijk wel meer op. Maar vooralsnog zijn de grensovergangen met Irak nog steeds in handen van gewapende Koerden, weliswaar allemaal met verschillende petten op. De door de Turken gehate Koerdische SDF mag zich weliswaar niet meer binnen dertig kilometer van de Turkse grens bevinden, maar kamp Al-Hol ligt daarbuiten. De Koerden zullen geneigd zijn de Nederlanders te helpen bij het transport.

Zij zijn blij als die kampen eindelijk worden leeggehaald. Ze kosten veel geld en bewakers worden er aangevallen. Vervoer vanaf Al-Hol naar Irak zou dan als volgt gaan: het eerste stuk over een weg met checkpoints van de SDF, het laatste stuk langs checkpoints van dienstplichtige Koerden (een militie los van de SDF), samen met Asayish, de Koerdische politie.

Ophalen bij Al-Roj

Als de Nederlanders niet naar Al-Hol willen rijden, omdat er nog wat Arabische dorpen in de buurt zijn waar mogelijk IS-sympathisanten zitten, is er nog een optie: de Koerden vervoeren de vrouwen van Al-Hol naar Al-Roj en Nederland pikt iedereen daar op. Al-Roj ligt in Koerdisch ‘heartland’ en dicht bij een grensovergang naar Irak.

Het is gebied waar weer Amerikaanse patrouilles rijden. Bovendien lijkt het waarschijnlijk dat een ophaalmissie wordt begeleid door Nederlandse militairen. Die zijn sowieso in de buurt: er is nog steeds een Nederlandse trainingsmissie in Irak.

Maar hoe zit het dan met het regeringsleger van Assad dat zich steeds meer laat zien in dit deel van Syrië? Dat leger neemt inderdaad steeds meer plekken in, vooral aan de grens met Turkije en bij het strijdgebied. Maar ze zijn nog ver van deze route.

Op termijn zal de regeringsvlag mogelijk wel weer overal wapperen. En dat zou betekenen dat Nederland niet meer met de Koerden, maar met de Syrische president Assad moet dealen. Assad met wie Nederland alle diplomatieke banden heeft verbroken.

Door de lucht, met Chinook transportvliegtuigen

Al-Hol ligt maar zo’n vijftien kilometer van de Iraakse grens. Met Chinook-transporthelikopters is prima te landen naast het kamp. Het is groot open gebied, wat weinig mogelijkheden biedt voor grondvuur, zoals dat lang een dreiging was bij het vliegveld van Bagdad.

Mocht het door geld en onderdelentekorten geplaagde Nederlandse leger zelf geen Chinooks kunnen regelen, dan zijn er altijd nog de Amerikanen die daarbij hulp hebben aangeboden. Zij hebben al andere landen, zoals Kosovo, geholpen hun eigen mensen terug te halen.

Vraag het de Nederlandse ambtenaren

Dat het niet zo moeilijk is om de kampen te bereiken weet de Nederlandse staat overigens al lang. Zowel Al-Hol als Al-Roj is in het afgelopen jaar met regelmaat bezocht door leden van een Nederlandse inlichtingendienst die de vrouwen uitgebreid hebben verhoord. Interessant zou zijn om van die Nederlandse ambtenaren te horen welke route zij in Syrië hebben afgelegd en door wie ze daarbij zijn begeleid.

Lees ook:

Wie de macht heeft in Noord-Syrië? Niemand die het nog weet

In Noord-Syrië is het chaos troef. Militairen van allerlei pluimage bewegen er door elkaar heen. ‘In de kern hebben we hier vrede nodig.’

Meer over; conflicten, oorlog en vrede Nederland gewapend conflict Al-Hol Irak Al-Roj Hans Jaap Melissen

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen en kinderen komen aan in Nederland

MSN 19.11.2019Twee IS-vrouwen zijn vanuit Turkije teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn vanavond geland. Een van de vrouwen heeft de Nederlandse nationaliteit, van de ander is de nationaliteit afgepakt. Ook de twee kinderen van de tweede vrouw zijn in Nederland aangekomen.

Een van de vrouwen had zich eind oktober bij de ambassade in Ankara gemeld met het verzoek om hulp om naar Nederland terug te keren. Haar Nederlandse paspoort is echter afgenomen en ze is hier ongewenst verklaard.

Toegang geweigerd

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid schrijft aan de Tweede Kamer dat hij hier meerdere keren met de minister van Binnenlandse Zaken van Turkije over heeft gesproken. Het kabinet betreurt het dat de vrouw toch naar Nederland is gestuurd.

De 25-jarige vrouw is bij aankomst in Nederland de toegang geweigerd. Ze is vastgezet en zal worden vervolgd voor deelneming aan een terroristische organisatie. Daarna wil Nederland haar uitzetten naar Marokko, het land waar ze wel een paspoort van heeft. Haar kinderen van 3 en 4 jaar oud zijn overgedragen aan de Kinderbescherming.

Andere vrouw

Naast deze vrouw is ook een 23-jarige vrouw naar Nederland uitgezet die sinds januari 2018 in Turkije in vreemdelingendetentie zat. Zij heeft wel de Nederlandse nationaliteit. Ook zij is aangehouden op verdenking van deelneming aan een terroristische organisatie en zal hier worden vervolgd en berecht.

Twee door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen opgepakt op Schiphol

NU 19.11.2019 Twee vrouwen die zich in het strijdgebied van IS in Syrië bevonden en later vastzaten in Turkije, zijn het land uitgezet en dinsdagavond na aankomst op Schiphol aangehouden, meldt het Openbaar Ministerie (OM).

De vrouwen worden verdacht van deelname aan een terroristische organisatie. Het gaat om een vrouw van 23 jaar en een van 25 jaar met twee kinderen. De kinderen zijn drie en vier jaar oud.

De vrouwen zijn door Turkije op het vliegtuig naar Nederland gezet. De 25-jarige vrouw had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De andere vrouw zat sinds januari 2018 al vast in Turkije.

Hoewel het Nederlanderschap van een van de vrouwen was ingetrokken, is zij toch door de Turkse autoriteiten naar Nederland gestuurd. In een Kamerbrief zegt het kabinet het te betreuren dat Turkije haar alsnog heeft teruggestuurd. Het kabinet wil dat ze na vervolging, berechting en een eventuele detentieperiode wordt uitgezet naar Marokko.

Beide vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam. De kinderen zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Turkije wil meeste IS-strijders voor einde jaar terugsturen

Turkije is vorige week begonnen met het terugsturen van gevangenen IS-strijders naar hun thuisland. Het is nog onduidelijk om hoeveel gevangen het precies gaat.

Toch zegt Ankara dinsdag te denken voor het einde van het jaar de meeste IS-strijders terug te hebben gestuurd naar hun thuisland. Daarbij gaat het ook om gevangenen wiens nationaliteit al is ingetrokken. “Ze hebben niet het recht om burgers hun nationaliteit te ontnemen”, aldus de Turkse minister van Binnenlandse zaken Süleyman Soylu.

Behalve de Nederlandse vrouwen heeft Turkije tot nu toe tien Duitsers, een Amerikaan en een Brit teruggestuurd.

Lees meer over: Syriëgangers  Binnenland

Vrouw in Koerdisch kamp in Noord-Syrië waar familie van IS-strijders worden vastgehouden (archief) AFP

Turkije stuurt twee IS-vrouwen terug naar Nederland

NOS 19.11.2019 Turkije heeft twee IS-vrouwen teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn na aankomst op Schiphol door de marechaussee aangehouden en overgedragen aan de politie. Ze worden verdacht van het deelnemen aan een terroristische organisatie. Een van de twee vrouwen is haar Nederlandse nationaliteit ontnomen.

Het gaat om een vrouw van 23 en een van 25 jaar met twee kinderen van 3 en 4 jaar. De 25-jarige vrouw had zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De andere vrouw is in januari 2018 aangehouden in Turkije.

Het kabinet had aan Turkije laten weten dat de vrouw van wie het Nederlanderschap is ingetrokken tot ongewenste vreemdeling is verklaard en daarom niet naar Nederland zou moeten worden uitgezet, maar Turkije deed dat toch.

Deze vrouw is op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens aangehouden. Na vervolging en berechting wil het kabinet de vrouw uitzetten naar het land van haar tweede nationaliteit: Marokko. De kinderen van de vrouw zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Beide vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam.

Bekijk ook;

Twee IS-vrouwen terug in Nederland met kinderen

Telegraaf 19.11.2019 Turkije heeft twee IS-vrouwen naar Nederland teruggestuurd. Ze zijn dinsdagavond aangekomen op Schiphol en meteen aangehouden. Een van de vrouwen had ook twee kinderen bij zich.

Van die vrouw, Fatima H. uit Tilburg, is onlangs de Nederlandse nationaliteit afgenomen en ze is tot ongewenst vreemdeling verklaard. Minister Grapperhaus schrijft aan de Tweede Kamer dat het kabinet betreurt dat Turkije haar en de kinderen desondanks toch naar Nederland heeft gestuurd.

Bij aankomst op Schiphol is de vrouw meteen opgepakt door de Koninklijke Marechaussee. Ze wordt hier vervolgd, berecht en na een eventuele gevangenisstraf uitgezet naar Marokko, het land van haar andere nationaliteit. De kinderen, 3 en 4 jaar oud, zijn overgedragen aan de kinderbescherming.

Terroristische organisatie

Met dezelfde vlucht is ook nog een andere vrouw teruggekeerd naar Nederland. Zij heeft wel een Nederlands paspoort en is onder begeleiding van de marechaussee naar Nederland gekomen. Ook deze vrouw is aangehouden en wordt nu in Nederland vervolgd.

Het Openbaar Ministerie meldt in een bericht dat de vrouwen worden verdacht van deelneming aan een terroristische organisatie.

De vrouwelijke Syriëgangers waren met hun kinderen ontsnapt uit een gevangenkamp in Syrië. Nog voor de Turkse inval in Noord-Syrië, wisten de vrouwen met hun kinderen te ontsnappen uit het door Koerdische strijders gerunde gevangenenkamp Al Hol.

Grapperhaus meldde eind oktober al aan de Kamer dat de twee vrouwen zich hadden gemeld bij de Nederlandse ambassade in Turkije. Het was niet voor het eerst dat dat gebeurt. Nederland heeft afspraken met Turkije dat IS-vrouwen en hun kinderen in overleg teruggestuurd kunnen worden.

Bekijk meer van; terreurdaad samenleving terrorisme Amsterdam Syrië Islamitische Staat

Twee IS-vrouwen teruggekeerd in Nederland en aangehouden

AD 19.11.2019 Twee door Turkije teruggestuurde vrouwelijke Syriëgangers zijn met hun kinderen in Nederland aangekomen. De vrouwen zijn op Schiphol direct aangehouden. Dat meldt het Openbaar Ministerie.

Het gaat om vrouwen van 23 en 25 jaar oud en twee kinderen van 3 en 4 jaar oud. De vrouwen worden verdacht van deelneming aan een terroristische organisatie. De Koninklijke Marechaussee hield de vrouwen aan en heeft hen overgedragen aan de politie. De kinderen zijn overgedragen aan de Kinderbescherming.

De 25-jarige vrouw heeft zich eind oktober gemeld bij de Nederlandse ambassade in Ankara. De andere vrouw is in januari 2018 aangehouden in Turkije. De vrouwen worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Rotterdam.

Terugsturen

Turkije is deze week begonnen met het terugsturen van opgepakte strijders van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Het gaat om IS-strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië tijdens de militaire operatie daar.

Minister Suleyman Soylu meldde begin deze maand al dat Ankara de strijders wilde terugsturen, maar gaf toen geen termijn. De Turkse regering ergert zich aan de passiviteit van Europese landen bij het terughalen van Syriëgangers.

Door Turkije teruggestuurde IS-vrouwen en kinderen komen aan in Nederland

RTL 19.11.2019 Twee IS-vrouwen zijn vanuit Turkije teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn vanavond geland. Een van de vrouwen heeft de Nederlandse nationaliteit, van de ander is de nationaliteit afgepakt. Ook de twee kinderen van de tweede vrouw zijn in Nederland aangekomen.

Een van de vrouwen had zich eind oktober bij de ambassade in Ankara gemeld met het verzoek om hulp om naar Nederland terug te keren. Haar Nederlandse paspoort is echter afgenomen en ze is hier ongewenst verklaard.

Lees ook:

Turkije bedankt Nederland voor terugnemen IS’ers

Toegang geweigerd

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid schrijft aan de Tweede Kamer dat hij hier meerdere keren met de minister van Binnenlandse Zaken van Turkije over heeft gesproken. Het kabinet betreurt het dat de vrouw toch naar Nederland is gestuurd.

De 25-jarige vrouw is bij aankomst in Nederland de toegang geweigerd. Ze is vastgezet en zal worden vervolgd voor deelneming aan een terroristische organisatie. Daarna wil Nederland haar uitzetten naar Marokko, het land waar ze wel een paspoort van heeft. Haar kinderen van 3 en 4 jaar oud zijn overgedragen aan de Kinderbescherming.

Andere vrouw

Naast deze vrouw is ook een 23-jarige vrouw naar Nederland uitgezet die sinds januari 2018 in Turkije in vreemdelingendetentie zat. Zij heeft wel de Nederlandse nationaliteit. Ook zij is aangehouden op verdenking van deelneming aan een terroristische organisatie en zal hier worden vervolgd en berecht.

Lees ook:

Staat moet kinderen van IS-vrouwen terughalen uit Syrië

RTL Nieuws; Recep Tayyip Erdogan  Islamitische Staat  Turkije  Nederland

 

Blok: Banden aanhalen met Al Assad maakt Nederland ongeloofwaardig

NU 14.11.2019 Het CDA-voorstel om de diplomatieke banden met de Syrische dictator Bashar Al Assad aan te halen maakt het Nederlands mensenrechtenbeleid in het buitenland “ongeloofwaardig” en zal als een beloning worden gezien door dictators en autocratische regimes die hun bevolking onderdrukken. Dat zei minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

“Iedere potentaat en iedere mensenrechtenschender wil horen dat als je maar lang genoeg blijft zitten, de banden weer worden aangehaald. Dat signaal mogen we als Nederland nooit uitzenden”, aldus de bewindsman. “Al Assad verdient geen plek aan de onderhandelingstafel, maar een plek in de beklaagdenbank.”

Nederland heeft in 2012 samen met een groot aantal Europese landen de diplomatieke banden met het regime van Al Assad verbroken. Al Assad wordt verantwoordelijk gehouden voor honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen als gevolg van de Syrische burgeroorlog die sinds 2011 gaande is.

Nederlandse IS’ers mogelijk in handen van Al Assad

Nadat de Amerikaanse president Donald Trump de troepen uit Syrië trok en Turkije overging tot een militaire inval in Noord-Syrië, zit Al Assad, met de steun van Rusland stevig in het zadel. Omdat er momenteel Nederlandse IS-strijders in gevangenenkampen vastzitten in Syrië, is de mogelijkheid aanwezig dat de Nederlandse uitreizigers in handen vallen van Al Assad.

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert vindt dat Nederland op het laagste diplomatieke niveau de banden met Al Assad moet herstellen. Onder meer om te zorgen dat de Nederlandse IS’ers hun straf niet ontlopen.

Wat minister Blok betreft is het uitgesloten dat er met Al Assad onderhandeld zal worden. Met onder meer gifgasaanvallen tegen de eigen bevolking is het volgens Blok geen optie om zijn “gruwelijke misdrijven” te negeren.

Blok bestrijdt het beeld dat Al Assad stevig in het zadel zit. “Zijn positie is wankeler dan wordt aangenomen”, aldus de minister. Hij wijst op de internationale sancties tegen de Syrische leider die zijn bondgenoten Rusland en Iran duidelijk moeten maken dat zij “failliete boedel” steunen.

‘Waarom wel diplomatieke banden met China en Saoedi-Arabië?’

Van Helvert hield de minister voor dat Nederland wel tot op het hoogste diplomatieke niveau banden onderhoudt met China, dat zich met onder andere de onderdrukking van de Oeigoeren ook schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen.

Hij kreeg bijval van SP’er Sadet Karabulut die wees op de vriendschappelijke relaties met Saoedi-Arabië dat een bloedige oorlog voert in Jemen waar het aantal dodelijke slachtoffers is opgelopen tot honderdduizend en waar de kroonprins Mohammad Bin Salman verantwoordelijk wordt gehouden voor de moord op de journalist Jamal Kashoggi.

Lees meer over: Syrië Politiek Stef Blok

Blok: Geen plek voor Assad aan onderhandelingstafel

AD 14.11.2019 Het kabinet neemt afstand van het voorstel van het CDA om met de Syrische dictator Bashar al-Assad te gaan praten. ,,Assad verdient geen plaats aan de onderhandelingstafel, maar een plaats in de beklaagdenbank”, stelde minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. ,,Bij voorkeur van het Internationaal Strafhof in Den Haag.”

Blok reageerde in het debat over de begroting van zijn departement op het pleidooi van CDA-Kamerlid Martijn van Helvert om de diplomatieke banden met het regime Assad aan te halen. Dat is volgens Van Helvert nodig omdat pogingen Assad te verdrijven niet zijn gelukt, maar het kabinet wel IS-strijders in de regio wil berechten. Daarvoor is volgens de CDA’er overleg nodig.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Totaal ongeloofwaardig

Dat wijst Blok af. ,,Als Nederland nu de leiding neemt in het praten Syrië, worden we totaal ongeloofwaardig als pleitbezorger voor mensenrechten.” De VVD-bewindsman wil een door Assad geleid Syrië ook niet accepteren. ,,De onderbouwing van de heer Van Helvert van ‘hij zit er nog dus we moeten ons erbij neerleggen’ is de droom van elke potentaat. Dat signaal mogen we nooit gaan uitzenden als Nederland.”

Daarbij is de positie van Assad volgens Blok ‘wankeler dan wordt gesuggereerd’. ,,Als je zoveel schade hebt aangericht in je eigen land, kun je niet meer op een geloofwaardige manier functioneren.” Hij stelde dat verschillende westerse landen ‘de duimschroeven hebben aangehaald’ door sancties in te stellen. ,,We ook laten aan de bondgenoten van Syrië, zoals Rusland, weten dat ze een failliete boedel steunen.”

Mensenrechten

Van Helvert wierp tegen dat het kabinet wel betrekkingen onderhoudt met China, een land waar ook sprake is van mensenrechtenschendingen. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde ook Saoedi-Arabië als voorbeeld van een land waar de mensenrechten te wensen overlaten. Met vertegenwoordigers van beide regeringen sprak de Tweede Kamer donderdag nog.

IS-kinderen ophalen? Neem wel de juiste weg!

AD 14.11.2019 De rechter heeft bepaald dat Nederland ‘zijn’ IS-kinderen moet ophalen uit gevangenkampen in Noord-Syrië. Maar kan dat eigenlijk nog wel nu het gebied vanwege de Amerikaanse terugtrekking en Turkse invasie een chaotisch en gevaarlijk gebied is geworden?

© AFP Het klinkt in theorie allemaal zo simpel: even de Nederlandse IS-kinderen en mogelijk ook hun moeders ophalen uit Noord-Syrië. Maar, zoals zo vaak, ligt het in de praktijk een stuk moeilijker en ingewikkelder.

Want sinds begin oktober dit jaar – toen Turkije Noord-Syrië binnenviel nadat president Trump onverwacht Amerikaanse soldaten had teruggetrokken – is het relatief rustige Koerdische noorden van Syrië veranderd in een gevaarlijke en uiterst chaotische regio.

En dat zei de rechter die maandag in kort geding oordeelde dat Nederland de kinderen moet ophalen, er ook bij: ,,Er kan niet van de Staat worden verwacht dat ze grote veiligheidsrisico’s neemt.’’

In Noord-Syrië vechten namelijk nu de volgende partijen: het Turkse leger, pro-Turkse Syrische milities, SDF-Koerden, Amerikanen, het Syrische leger, pro-Assad-milities, het Russische leger en loslopende IS-slaapcellen die aanslagen plegen.

Het probleem voor een mogelijke Nederlandse ophaalmissie is dat het grootste gevangenkamp waar de IS-vrouwen en kinderen zich bevinden, het al-Hawl-kamp, middenin dit woelige gebied ligt. Van de 23 vrouwen en 56 kinderen die meededen aan het kort geding zitten er 16 vrouwen en 41 kinderen in dat kamp. De anderen (7 vrouwen en 15 kinderen) zitten in kamp Al-Roj, dicht tegen de Turkse grens.

Lees ook;

Wat vraag je iemand die de laatste kus van zijn vermoorde vrouw nog op zijn lippen voelt branden?

Lees meer

Rechter: Kinderen van IS-vrouwen moeten worden teruggehaald uit Syrië

Lees meer

Turkije begint maandag met terugsturen IS'ers naar land van herkomst

Lees meer

Britse journalist onthutst na bezoek aan Syrisch vluchtelingenkamp: ‘In Al-Hol wordt een mini-kalifaat gecreëerd’

Britse journalist onthutst na bezoek aan Syrisch vluchtelingenkamp: ‘In Al-Hol wordt een mini-kalifaat gecreëerd’

Lees meer

Ophaalmissie

Als er al een ophaalmissie komt, zal die hoogstwaarschijnlijk worden georganiseerd vanuit het rustige Erbil, in het veilige Koerdische deel van Noord-Irak. Vanuit Erbil is er slechts één mogelijkheid voor de Nederlandse ophaalmissie om het gevaarlijke Noord-Syrië te bereiken. En wel via de strategisch Semalka-grensovergang, de enige werkende grens tussen Iraakse Koerden en Syrische Koerden.

Tot nu toe is de Semalka-grensovergang nog in handen van de SDF, van de Syrische Koerden dus. Maar Turkije ligt op slechts drie kilometer afstand. Als de Turken het willen en een beetje doorrijden, kunnen ze Semalka binnen een halfuur innemen en dus de grens afsluiten.

Zelfde geldt voor het Syrische leger en de Russen. Zij zitten al nabij de stad Al Malikyah (in het Koerdisch: Derik). Ook daarvandaan is het slechts 30 minuten naar de Semalka-grensovergang.

Met andere woorden: Als de Nederlandse ophaalmissie via de Semalka-overgang Noord-Syrië in gaat, bestaat de kans dat de Koerden daarna de controle over de grens verliezen. Dan kan je niet meer terug naar het veilige Noord-Irak en zit de Nederlandse ophaalmissie dus vast in Noord-Syrië.

 

© EPA Al-Hawl-kamp

CDA wil banden met Al Assad aanhalen, maar Kamer wijst het voorstel af

NU 13.11.2019 CDA-Kamerlid Martijn van Helvert stelt voor dat Nederland de diplomatieke banden met de Syrische president Bashar Al Assad aanhaalt. Volgens Van Helvert is dat nodig om een oplossing te vinden voor de berechting van Nederlandse IS-strijders en de terugkeer van Syriërs die het regime van Al Assad ontvluchtten.

De christelijke partij deed het voorstel woensdag in een debat in de Tweede Kamer, maar vond weinig steun bij zowel de oppositie als de coalitiepartijen.

“Praten met Al Assad kan gezien worden als politiek gezichtsverlies”, aldus Van Helvert. Tegelijkertijd ziet hij dat het de Amerikanen, de Europese partners, maar ook Islamitische Staat niet gelukt is om Al Assad ten val te brengen en dat de Syrische dictator weer stevig in het zadel zit.

De CDA’er schat in dat een toekomst van Syrië met Al Assad zorgt voor de stabiliteit die nodig is om onder meer de Syrische vluchtelingen in Nederland terug te sturen. En nu Irak de berechting van Nederlandse IS-strijders die momenteel in Syrië vastzitten niet ziet zitten, moet de optie dat zij in Syrië berecht worden opgehouden worden.

CDA krijgt kritiek van oppositie en coalitie

De VVD snapt niet waarom Nederland “een knieval” in de richting van Al Assad moet maken en op eigen houtje de banden moet aanhalen.

De partij pleitte er in het verleden voor om juist met dictators in gesprek te gaan, maar een herstel van diplomatieke banden met Al Assad gaat VVD-Kamerlid Sven Koopmans te ver. “Hoe kan Al Assad, die honderdduizenden burgerdoden op zijn geweten heeft, bijdragen aan stabiliteit? Welke stabiliteit?”, meent Koopmans.

Ook D66’er Sjoerd Sjoerdsma ziet niets in het voorstel. “Al Assad is Islamitische Staat in een net pak. Hij is pleegvader van IS.” Sjoerdsma wijst erop dat Al Assad heeft bijgedragen aan de opkomst van IS door radicale jihadisten uit de Syrische gevangenissen vrij te laten. Berechting van de Nederlandse IS’ers overlaten aan Al Assad is volgens de D66’er een slecht plan, aangezien de Syrische president IS’ers in het verleden heeft vrijgelaten.

GroenLinks waarschuwt dat het aanhalen van de diplomatieke banden door Al Assad gezien zal worden als een beloning voor “zijn walgelijke gedrag”. De PvdA wijst erop dat de Syrische vluchtelingen het schrikbewind van Al Assad juist ontvluchtten.

Blok wil banden niet aanhalen

Het ziet er dan ook niet naar uit dat het kabinet gehoor zal geven aan de oproep van het CDA. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) zei dit weekend in een interview met NU.nl dat er voor Al Assad geen toekomst is in Syrië.

Blok zei niet te kunnen uitsluiten dat de Nederlandse IS’ers die momenteel vastzitten in Syrië in handen vallen van Al Assad, maar dat betekent niet dat Nederland de diplomatieke banden zal herstellen.

“Ik laat me niet door Al Assad chanteren om de diplomatieke banden aan te halen. Voor Al Assad is er geen toekomst in Syrië. De misdrijven tegen de menselijkheid die hij heeft gepleegd, zijn zó verschrikkelijk. Hij kan niet blijven”, aldus Blok.

Zie ook: Blok over Nederland op wereldtoneel: ‘Laat me niet chanteren door Assad’

CDA wijst op diplomatieke banden met China

Van Helvert is het met de Kamer eens dat Al Assad verantwoordelijk is voor gruwelijkheden tegen de eigen bevolking, maar herhaalt dat het de westerse bondgenoten niet gelukt is om hem af te zetten.

Nu Al Assad, na het vertrek van de Amerikanen en de inval van Turkije, met de hulp van Rusland steviger in het zadel zit, vindt Van Helvert dat Nederland in ieder geval de banden op het laagste diplomatieke niveau moet aanhalen.

Hij wijst zijn collega-Kamerleden er ook op dat Nederland op het allerhoogste niveau goede banden onderhoudt met China, terwijl het land op grote schaal mensenrechtenschendingen begaat, zoals de onderdrukking van de Oeigoeren.

Lees meer over: Syrië  Politiek

Kamer wijst CDA-plan om banden met Assad aan te halen af

AD 13.11.2019 Het CDA pleit voor het aanhalen van diplomatieke banden met het regime van de Syrische dictator Assad. Nu duidelijk is dat de pogingen om hem ten val te brengen niet zijn gelukt en het kabinet vasthoudt aan de wens om IS-strijders in de regio te berechten, is dat volgens de regeringspartij de enige optie.

Dat stelde Kamerlid Martijn van Helvert bij het debat over de begroting Buitenlandse Zaken. Volgens de CDA’er is het nu eenmaal zo dat Assad in het zadel zit én blijft, vooral nu de Amerikanen hun troepen uit Syrië hebben teruggetrokken. ,,Kiezen we voor een blijvende destabilisatie, met mogelijk een nieuwe vluchtelingenstroom? Dan moeten we doorgaan op de ingeslagen weg. Maar het CDA wil kiezen voor stabilisatie.”

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert tijdens een eerder debat in de Tweede Kamer. © ANP/Phil Nijhuis

Dat nam de rest van de Kamer Van Helvert niet in dank af, getuige de Kamerleden die zich verdrongen bij de interruptiemicrofoon. ,,De stabiliteit van Assad is de stabiliteit van het mortuarium”, vond PVV-Kamerlid Raymond de Roon. ,,Dit is een klap in het gezicht van de miljoenen mensen die slachtoffer zijn geworden van Assad”, stelde GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik. En is Van Helvert de gifgasaanvallen tegen zijn eigen mensen vergeten?, vroeg PvdA’er Lilianne Ploumen zich af.

Van Helvert stelde te begrijpen dat zijn collega-Kamerleden hem wilden vertellen ‘hoe verschrikkelijk Assad is’. ,,Dat weet ik. Dat ben ik het absoluut met u eens.” Daarom werd ook geprobeerd Assad ‘weg te sturen’. ,,Maar dat is niet gelukt.”

Ik ben het absoluut met u eens dat Assad verschrik­ke­lijk is, aldus Martijn van Helvert, CDA.

Samenwerken

Met die realiteit moet nu rekening worden gehouden, vindt hij. Hij noemde Koerden en vervolgde christenen als voorbeeld. ,,Die zeggen: spreek met Assad, want de Turken zijn vele malen erger”, aldus Van Helvert, die benadrukte dat hij er niet voor pleit om álle banden te herstellen. ,,Ik vraag om consulaire samenwerking.” Ook dat is onbespreekbaar voor de Kamer. Nederland verbrak in 2012 de banden met Syrië.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken wil pas morgen, als hij aan het woord komt, op de oproep van het CDA reageren. Eerder deze week zei hij nog dat er voor Assad geen toekomst is in Syrië.

In 2015 stelde toenmalig VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra dat Nederland moest samenwerken met dictators. Dat kwam hem toen ook op veel kritiek te staan. ,,Ik dacht dat de doctrine ‘knuffelen met dictators’ van het toneel was verdwenen met het vertrek van Zijlstra”, hoonde D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma.

,,Je moet met slechte mensen praten om een einde te maken aan de hele slechte dingen die ze doen”, erkende VVD-Kamerlid Sven Koopmans. Maar hij wil dat dat via internationale organisaties gaat. ,,Ik snap niet waarom Nederland voorop moet lopen.”

Van Helvert vindt oud-Syrië-gezant Koos van Dam aan zijn zijde, die al langer stelt dat EU-landen de betrekkingen met het Syrische regime niet hadden moeten verbreken. Deze week werd bekend dat een aantal EU-landen weer in gesprek zijn met de Syrische autoriteiten. ,,Na meer dan acht jaar oorlog begint bij sommigen het kwartje te vallen.” Wel denkt Van Dam dat de oorlog nog lang niet voorbij is en het lange tijd zal duren voor de betrekkingen echt worden hersteld.

De rechter besloot afgelopen week dat 56 kinderen van IS-vrouwen door de Nederlandse staat moeten worden teruggehaald.

Een vrouw duwt een kinderwagen voort in Kamp Al-Hol, waar veel ’IS-bruiden’ opgesloten zitten. Ⓒ Foto AFP

Assad en IS hand in hand

Telegraaf 13.11.2019 Het CDA heeft zijn hoop gevestigd op Bashar al-Assad voor de berechting en opsluiting van IS-terroristen, maar het was de Syrische dictator zelf die instrumenteel was bij de opmars van de extremisten. Hij zette de gevangenissen openen voor honderden, mogelijk zelfs duizenden jihadstrijders, kocht hun olie en verplaatste ze door het hele land, zodat zij tegen de gematigde rebellen konden vechten.

Het doel van Assad was om de oppositie in diskrediet te brengen en de oorlog in zijn land af te schilderen als er een tussen zijn regime en extremisten. Tussen goed en kwaad, waarbij het Westen uiteindelijk voor hem zou kiezen. Die tactiek werpt nu, na jaren oorlog en honderdduizenden doden, zijn vruchten af. Volgens Kamerlid Martijn van Helvert moet Nederland zijn afschuw voor het regime laten varen en een „opening naar Assad” zoeken. Dat is volgens hem de enige manier om IS’ers in de regio te berechten.

Bekijk ook: 

CDA: ga met Assad praten 

Uitvalsbasis

De Syrische dictator heeft de jihadisten altijd als middel ingezet. Zijn land diende, na de Amerikaanse bezetting van Irak in 2003, als uitvalsbasis voor terreuraanslagen tegen de Amerikanen in het buurland. Daarbij kwamen duizenden soldaten om het leven. Toen hij de extremisten niet meer nodig had, sloot hij een groot deel van hen op, om ze na de uitbraak van de opstand tegen zijn regime in 2011 weer vrij te laten.

Zij zouden voor een groot deel het leiderschap gaan vormen van de Syrische tak van IS. Een van de gevangenen die uit de beruchte Sednaya-gevangenis werd vrijgelaten was Amr al-Absi. Die stond later in nauw contact met de extremisten die verantwoordelijk waren voor dodelijke aanslagen in Parijs en Brussel. Ook was hij de baas van Jihadi John, de Britse extremist verantwoordelijk voor het onthoofden van tal van westerse gevangenen. Al-Absi kwam drie jaar geleden om bij een Amerikaanse luchtaanval.

De Syrische president Bashar al-Assad vierde eerder deze week de geboorte van de profeet Mohammed in de Al-Murabet Mosque in Damascus.

De Syrische president Bashar al-Assad vierde eerder deze week de geboorte van de profeet Mohammed in de Al-Murabet Mosque in Damascus. Ⓒ FOTO EPA

Assad liet in 2013 bij een gevangenenruil met een extremistische beweging ook een van de breinen achter de aanslagen van 11 september vrij. Deze Mohammed Haydar Zammer, die een belangrijke rol speelde bij het samenstellen van de Hamburgse cel rond Mohammed Atta, sloot zich direct aan bij Islamitische Staat. Hij wordt nu door de Koerden vastgehouden in het noordoosten van Syrië.

Al-Baghdadi

De hulp van Assad aan Islamitische Staat reikt veel verder. Een oud-inlichtingenofficier van zijn regime verklaarde enkele jaren geleden dat het regime niet alleen de extremisten heeft vrijgelaten, „het hielp hen bij het opzetten van hun militaire brigades”. En in plaats van de strijd met hen aan te gaan, verplaatste hij hen door heel het land zodat zij de rebellen, diens belangrijkste tegenstanders, konden bevechten.

Het laatste – bekende – grote transport vond vorig jaar plaats. Toen hielp het regime, aldus het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, met het overbrengen van zeker 400 IS-strijders van een van hun laatste bolwerken in het oosten van Syrië naar de provincie Idlib. De komst van die groep maakte het later voor IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi mogelijk om daar naartoe te vluchten.

Assads doel is ook hier duidelijk. Hij staat op het punt een grote offensief in Idlib te beginnen, het laatste grote gebied dat in handen is van de rebellen. Dat zijn weliswaar voor het merendeel ook jihadisten, maar net een graadje minder erger dan IS. Door Islamitische Staat daarnaartoe te halen, hoopt hij dat het Westen zijn bezwaren tegen het offensief, in een gebied waar ook miljoenen burgers wonen, zal laten varen.

Eigen gewin

Zo zet Assad, die ook jarenlang olie kocht van de extremisten, Islamitische Staat voortdurend in voor eigen gewin. Mocht hij, zoals het CDA wil, een rol gaan spelen bij de gevangenname van IS-strijders dan zal hij daar ongetwijfeld iets voor terug willen zien. Geld bijvoorbeeld. De lakei van Rusland en Iran heeft honderden miljarden nodig voor de wederopbouw van zijn land.

Maar de man die verantwoordelijk is voor honderdduizenden doden, gigantische gifgasaanvallen en kerkers waar tot op de dag van vandaag gevangenen worden doodgemarteld, zal waarschijnlijk niet aarzelen om de extremisten, als hem dat uitkomt, in de toekomst weer vrij te laten.

Bekijk meer van; terrorisme burgeroorlog Bashar al-Assad Martijn van Helvert Abu Bakr al-Baghdadi Syrië Islamitische Staat Christen-Democratisch Appèl

CDA: ga met Assad praten

Telegraaf 13.11.2019 Nederland moet z’n morele bezwaren laten varen en gaan praten met de Syrische dictator Assad. Dat wil het CDA. De partij roept het kabinet vandaag bij het begrotingsdebat Buitenlandse Zaken op de diplomatieke betrekkingen met Damascus te herstellen.

Volgens Kamerlid Martijn van Helvert is een ’opening naar Assad’ de enige manier waarop Nederland IS-strijders in de regio kan berechten. „We kunnen wel blijven zeggen: wat een enge man, die Assad, maar daarmee schieten we uiteindelijk niets op.”

Het kabinet wil geen IS-aanhangers naar Nederland halen en wil een tribunaal in Irak om jihadisten daar te kunnen berechten. Irak staat niet te springen, en wil alleen landgenoten berechten of jihadisten die hun misdaden in Irak hebben begaan.

Bekijk ook: 

’Stel Nederland niet bloot aan dit gevaar’ 

Nederland heeft al sinds maart 2012 geen diplomatieke banden meer met het Syrische regime, dat verantwoordelijk is voor honderdduizenden doden. Volgens minister Blok (Buitenlandse Zaken) is er geen toekomst voor Syrië als Assad president blijft.

Toch, of we het nou leuk vinden of niet, is Assad de oorlog aan het winnen, stelt Van Helvert vast. „Dat heeft noch onze afschuw noch de Toyota’s die we hebben geschonken aan de gewapende oppositiegroepen kunnen voorkomen.”

Kinderen

Het CDA sluit met z’n oproep aan bij de discussie over het al dan niet terughalen van kinderen van IS-aanhangers. Afgelopen maandag oordeelde de rechter dat de Staat zich moet inspannen om 56 kinderen van 23 IS-vrouwen die nu vastzitten in Koerdische gevangenkampen in Noord-Syrië, terug te halen. Het kabinet gaat tegen deze uitspraak in beroep via een zogeheten turbo-appèl.

Bekijk ook: 

’De kinderen zijn het slachtoffer’ 

Ministers Blok en Grapperhaus (Justitie) vinden dat de rechter te weinig rekening heeft gehouden met internationale betrekkingen. Het kabinet vindt dat het zelf het buitenlandbeleid bepaalt, en niet de rechter.

Intussen moet Nederland wel een begin maken met het uitvoeren van het vonnis. Dat doet het door gesprekken te voeren met de Amerikanen, die Nederland wil helpen met de repatriëring van IS’ers. Het uitvoeren van het vonnis is een dilemma: het kabinet wil geen onomkeerbare stappen zetten en zal toch IS-families moeten terughalen.

Bekijk meer van; Bashar al-Assad Martijn van Helvert Nederland Syrië Christen-Democratisch Appèl

‘Ik wil geen Amerikaanse hulp om IS-vrouwen te halen’ Video

Telegraaf 12.11.2019 De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra heeft opnieuw gezegd dat de VS Nederland kan helpen bij het ophalen van IS-vrouwen en hun kinderen. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen reageren verdeeld op het aanbod.

Ambassadeur VS herhaalt: wij kunnen helpen bij ophalen IS-vrouwen en -kinderen

NOS 12.11.2019 De VS is nog steeds bereid te helpen bij het terughalen van IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland. Dat zegt de Amerikaanse ambassadeur in Nederland Hoekstra tegen de NOS. “Als Nederland hulp vraagt van Amerika voor het repatriëren van de vrouwen en kinderen, dan doen we alles wat we kunnen om dat mogelijk te maken.”

De mogelijkheid van Amerikaanse hulp is actueel geworden door een uitspraak van de rechter, gisteren. Die oordeelde in een kort geding dat Nederland zijn best moet doen om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk terug te halen uit Noord-Syrië. De zaak was aangespannen door een aantal moeders die met hun kinderen vastzitten in de overvolle gevangenkampen Al-Roj en Al-Hol.

Repatriëren

Nederland wil de vrouwen niet ophalen omdat die er zelf voor hebben gekozen om naar IS-gebied te gaan. Ook wordt een terughaalactie als te gevaarlijk beschouwd. De VS pleit al langer voor het terughalen van uitgereisde jihadisten naar het land van herkomst. “We willen deze IS-families gerepatrieerd hebben”, herhaalt Hoekstra. “Landen kunnen dan zelf beslissen of ze de mensen willen vervolgen of re-integreren.”

Hoe de hulp van Amerika eruit zou zien is nog niet te zeggen. “Het ligt eraan om hoeveel mensen het gaat, waar ze zijn. We zullen het alleen doen als we denken dat het veilig kan.” Op de vraag of Nederland al om hulp heeft gevraagd aan Amerika geeft de ambassadeur geen duidelijk antwoord. “Op dit moment is het aan Nederland om als er een verzoek is gedaan, daarover iets bekend te maken.”

Bekijk ook;

Staat in hoger beroep tegen uitspraak over terughalen 56 IS-kinderen

NU 12.11.2019 De Nederlandse Staat gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in Den Haag die maandag bepaalde dat het kabinet zich moet inspannen om 56 kinderen van IS-vrouwen vanuit Syrië naar Nederland te halen, schrijft minister van Justitie Ferd Grapperhaus dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de minister roept de uitspraak vragen op over aspecten die “mogelijk onvoldoende zijn meegewogen”. Als voorbeeld noemt hij de internationale betrekkingen.

In totaal spanden 23 vrouwen een kort geding aan tegen de Staat, omdat zij en hun kinderen in de kampen in acuut gevaar zouden zijn. De rechtbank erkende maandag dit gevaar en sprak van een “schrijnende situatie”.

In het geval van de vrouwen geldt echter dat zij alleen teruggehaald moeten worden als de Koerden, die de regie over de kampen hebben, de kinderen alleen samen met hun moeders laten gaan.

“De vrouwen hebben niet het zelfstandige recht om naar Nederland teruggehaald te worden, omdat zij met hun volle verstand zijn afgereisd naar Syrië en zich hebben aangesloten bij IS, een terroristische organisatie”, aldus de rechtbank maandag.

Het kabinet wil dat de vrouwen in de regio worden berecht en de rechtbank vindt dat Nederland het recht heeft om uit te vinden of dat eventueel mogelijk is.

Nederland kan niet gedwongen worden om kinderen te repatriëren

De rechtbank zei ook dat Nederland niet gedwongen kan worden om de kinderen te repatriëren, omdat het in Syrië wel degelijk gevaarlijk is door de instabiele situatie in het land. Wel moet Nederland zich hiervoor inspannen. “De Staat hoeft geen onnodige veiligheidsrisico’s te nemen, maar moet wel alle mogelijkheden die er zijn – zoals de door de Amerikanen geboden hulp – benutten”, aldus de rechtbank.

Dat komt erop neer dat de Nederlandse regering alles moet doen wat in haar macht ligt. Als de overheid zegt dat het niet mogelijk is, dan moet worden bewezen dat er alles aan gedaan is.

Dat betekent volgens advocaat André Seebregts, die het merendeel van de eisers bijstaat, dat Nederland binnen de gestelde termijn van veertien dagen contact moet opnemen met de Koerden, dan wel de Amerikanen.

Lees meer over: Syrië Politiek  Syriëgangers  Binnenland

Staat in beroep tegen uitspraak rechter over IS-kinderen

Telegraaf 12.11.2019 De Staat gaat in beroep tegen het vonnis van de rechter over het terughalen van IS-kinderen uit Syrië.

Dat laten ministers Grapperhaus (Justitie) en Blok (Buitenlandse Zaken) dinsdag weten in een brief aan de Tweede Kamer.

Maandag oordeelde de voorzieningenrechter dat de Staat een inspanningsverplichting moet leveren om 56 kinderen van jihadistische uitreizigers terug te halen die vastzitten in Koerdische gevangenkampen in Noord-Syrië. Volgens het kabinet is dat te gevaarlijk.

De rechter heeft echter bepaald dat het vonnis direct moet worden uitgevoerd, erkent het kabinet. „Dat betekent dat het kabinet een aanvang zal maken met de nakoming van de inspanningsverplichting.”

Wat dit precies betekent, is nog niet duidelijk. Premier Rutte zegt daarover dat die plannen ’zich niet lenen voor een openbare discussie’. „Maar dat wij naar de volgende rechter gaan, betekent niet dat wij niks moeten doen.”

Daarbij gaat het om gesprekken met andere Europese landen die IS-aanhangers in Syrië hebben en om afstemming met de Verenigde Staten, die Nederland hebben aangeboden mee te helpen met het repatriëren van IS’ers uit het strijdgebied.

Eerder dit jaar lag er ook zo’n inspanningsverplichting. Toen moest het kabinet van de rechtbank Rotterdam moeite doen om IS-vrouwen terug te halen, nadat zij een zaak hadden aangespannen tegen de Staat. Grapperhaus en Blok kwamen toen tot de conclusie dat dat te gevaarlijk was.

Bekijk ook: 

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Vragen

Het kabinet legt zich intussen niet zomaar neer bij het vonnis. „De uitspraak roept vragen op over een aantal aspecten dat mogelijk onvoldoende is meegewogen, waaronder internationale betrekkingen”, schrijven de ministers. Dat Nederland in de Schengenzone zit waarin EU-burgers kunnen doorreizen, speelt daarbij ook een rol, zegt Grapperhaus. Bovendien vindt het kabinet dat het zelf het buitenlandbeleid bepaalt, en niet de rechter.

 Bekijk ook: 

Terughalen IS-kinderen geen uitgemaakte zaak 

Bekijk ook: 

IS-kinderen moeten niet gestraft worden voor de misdrijven van hun ouders 

Bekijk ook: 

Analyse: IS’ers gaan terugkeer op den duur afdwingen 

Bekijk meer van

Kabinet: hoger beroep tegen vonnis IS-vrouwen

AD 12.11.2019 De Nederlandse Staat gaat in hoger beroep tegen het vonnis over het repatriëren van kinderen van IS-vrouwen. Dat hebben ministers Ferd Grapperhaus (Justitie) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in een brief geschreven aan de Tweede Kamer.

De rechter in Den Haag besloot gisteren dat Nederland al wat mogelijk is moet doen om de 56 kinderen van 23 vrouwen terug te halen naar Nederland die nu nog in Syrische kampen verblijven.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Het kabinet wil dat niet. Toch erkent het dat het een inspanningsverplichting moet doen, zoals de rechter heeft bevolen. De uitspraak roept volgens de ministers echter ‘vragen op’ over ‘aspecten’ als de internationale betrekkingen. Deze zouden onvoldoende zijn ‘meegewogen’.

Het is de vraag wat het kabinet gaat doen tot het hoger beroep is ingediend. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra zei vanmorgen nog dat de VS wil helpen bij het repatriëren van IS-vrouwen en kinderen.

Het kabinet heeft steeds gezegd dat het geen IS’ers wil ophalen in ‘gevaarlijk gebied’, maar met de hulp van de VS zouden zij een Nederlands consulaat kunnen bereiken. Grapperhaus zegt dat het die hulp van de VS ‘zal aannemen’.

De situatie rond de twee kampen waar de vrouwen en kinderen zitten is echter wel veranderd sinds de VS zijn begonnen met terugtrekking uit het gebied, waardoor onduidelijk is wat er nu mogelijk is.

Minister Grapperhaus, minister Blok en Ankie Broekers-Knol, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, tijdens een debat in de Tweede Kamer. © ANP

Hoger beroep geen verrassing

Advocaten van de IS-vrouwen hielden er al rekening mee dat de Staat in beroep zou gaan tegen het terughalen van kinderen uit twee kampen in Noord-Syrië. De Staat heeft zich namelijk steeds verzet tegen het actief ophalen van 23 Nederlandse IS-vrouwen en hun 56 kinderen, stelt advocaat André Seebregts vandaag in een eerste reactie. Hij neemt het verder voor kennisgeving aan.

Seebregts wijst erop dat de rechter bepaald heeft dat de Staat binnen veertien dagen al het nodige moet doen om in ieder geval de kinderen te repatriëren, ook als er beroep zou worden ingesteld. Voor de IS-vrouwen bestaat die verplichting niet. De advocaten denken dat de vrouwen meteen meekomen, omdat de Koerden ook van hen af willen.

Minister Ferd Grapperhaus (Justitie) heeft dinsdagmiddag in de Tweede Kamer gezegd dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Turkije door hen gevangen genomen IS-strijders op het vliegtuig laat zetten naar Nederland. Turkije zei vrijdag dat het IS’ers wil gaan uitzetten, die momenteel daar in gevangenissen zitten.

Nederland hoopt juist dat IS’ers, ook die van Nederlandse komaf, in de regio zullen worden berecht. Maar Turkije zei dit niet aan te kunnen. Uit contact met de Turken is echter niet gebleken dat er direct IS’ers te verwachten zijn. De aankondiging dat Turkije IS’ers zou gaan uitzetten zou gaan om gevallen waarbij ‘al langer bekende voornemens tot uitzetting’ waren, aldus Grapperhaus.

Kabinet in beroep tegen vonnis IS-kinderen

NOS 12.11.2019 Het kabinet gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de Haagse rechter over het terughalen van IS-kinderen. De ministers Grapperhaus en Blok schrijven dat aan de Tweede Kamer.

De kortgedingrechter bepaalde gisteren dat Nederland zich moet inspannen om 56 kinderen van Nederlandse IS-leden zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in Syrië. Hun moeders hebben geen recht op repatriëring. Maar als de autoriteiten ter plaatse de kinderen louter samen met hun moeders laten gaan, moet Nederland ook de moeders terughalen.

Internationale betrekkingen

Grapperhaus en Blok schrijven dat de uitspraak vragen oproept “over een aantal aspecten, dat mogelijk onvoldoende is meegewogen, waaronder de internationale betrekkingen”. Door in beroep te gaan wil het kabinet hier zo spoedig mogelijk duidelijkheid over.

Overigens kondigen de bewindslieden ook aan dat het kabinet zal beginnen met het nakomen van de inspanningsverplichting die de rechter heeft opgelegd. De rechter bepaalde dat het vonnis direct moet worden uitgevoerd.

Volgens advocaat Seebregts, die de IS-vrouwen bijstaat, verandert het hoger beroep dus niets aan de uitspraak van de rechter. “We zullen de vinger aan de pols houden”, zegt hij.

Verdeeld

Het kabinet heeft zich tot nu toe steeds op het standpunt gesteld dat uitreizigers in principe geen hulp krijgen bij hun terugkeer als ze niet zelf een ambassade in Turkije of Irak weten te bereiken. De regeringspartijen zijn verdeeld over de kwestie. VVD en CDA benadrukken vooral dat door de rechterlijke uitspraak mogelijk IS’ers naar Nederland komen, met alle risico’s van dien. D66 en ChristenUnie vinden het juist een risico om kinderen van IS’ers in Syrië te laten radicaliseren.

Slachtoffers van IS in de Jezidi-gemeenschap zijn bezorgd over de mogelijke terugkeer van IS-vrouwen naar Nederland. “Zij hielpen strijders bij het verkrachten van onze vrouwen”:

Jezidi’s over de terugkeer van Nederlandse IS-aanhangers

Bekijk ook;

Staat in hoger beroep tegen uitspraak terughalen IS-kinderen

OmroepWest 12.11.2019 Het kabinet gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de Haagse rechter over het terughalen van IS-kinderen. Ministers Grapperhaus en Blok schrijven dat aan de Tweede Kamer. Maandag bepaalde de rechtbank dat de Staat verplicht is om er alles aan te doen om IS-kinderen in Syrië terug naar Nederland te halen.

De ministers schrijven dat de uitspraak vragen oproept, waar ze in hoger beroep antwoord op hopen te krijgen. Zo zouden een aantal aspecten ‘mogelijk onvoldoende zijn meegewogen. Waaronder de internationale betrekkingen.’

Het kabinet gaat wel beginnen met het nakomen van de inspanningsplicht die de voorzieningenrechter heeft opgelegd. De rechter bepaalde dat het vonnis direct moet worden uitgevoerd.

Voogdij

Volgens de rechter hebben de kinderen in de kampen niet voor het kalifaat gekozen, maar hebben ze nu wel te maken met de noodsituatie in Noord-Syrië. Zo kreeg Jeugdzorg Haaglanden in september de voogdij over twee kinderen in een IS-kamp, nadat de moeder was overleden en de vader niet te vinden was. De kinderen zitten nog altijd in Syrië.

De Raad van de Kinderbescherming vertelde dat de kinderen in het vluchtelingenkamp te weinig voedsel en medische zorg krijgen en dat zij hierdoor ernstige medische klachten hebben.

Slachtoffer van handelen ouders

‘De overheid dient zich het schrijnende lot van de kinderen aan te trekken’, zei de rechter maandag. ‘Zij zijn het slachtoffer van handelen van hun moeder of ouders.’ De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn onder de twaalf jaar.

Voor de vrouwen heeft de Staat geen verplichting om ze terug naar Nederland te halen. Volgens de rechter hebben ze bewust voor een reis naar het strijdgebied gekozen. Alleen als de Koerden kinderen niet willen laten vertrekken zonder hun moeders ontstaat er volgens de rechter een nieuwe situatie, en dan moet de overheid volgens het vonnis kijken of het mogelijk is om beide groepen terug te halen.

LEES OOK: Nederland moet kinderen uit IS-gebied terughalen

Meer over dit onderwerp: JEUGDBESCHERMING DEN HAAG

Een vrouw met kind in het Syrische vluchtelingenkamp Al-Hol waar ook strijders van IS zitten. Foto Delil Souleiman/AFP

Kabinet in hoger beroep tegen uitspraak IS-kinderen

NRC 12.11.2019 De rechtbank in Den Haag bepaalde maandag dat de Nederlandse staat zich moet inspannen om 56 kinderen uit kampen in Syrië terug te halen. Het kabinet gaat echter in hoger beroep tegen de uitspraak die Nederland verplicht zich maximaal in te spannen om de 56 kinderen van Nederlandse uitreizigers terug te halen.

Dat schrijven minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De rechtbank in Den Haag bepaalde maandag dat de Nederlandse staat een inspanningsverplichting heeft binnen veertien dagen de kinderen van vrouwen die naar IS-gebied in Syrië of Irak zijn gereisd, terug te halen. Ook als er beroep zou worden ingesteld. Deze verplichting geldt niet voor de vrouwen zelf. Het kort geding was aangespannen door 23 vrouwen die naar Syrië of Irak waren afgereisd, die samen 56 kinderen hebben.

Het standpunt van het kabinet is nog altijd dat IS-strijders in de regio berecht moeten worden. Vooral VVD en CDA blijven tegen terugkeer. Wat de kinderen betreft moet het kabinet dat beleid aanpassen, vind de rechter in Den Haag. De meeste kinderen zijn nog onder de twaalf jaar oud en hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit.

Lees ook:Weerstand tegen terugkeer kinderen uit Noord-Syrië blijft

Dreiging

De vrouwen en kinderen verblijven momenteel onder slechte omstandigheden in de vluchtelingenkampen Al-Hol of Al-Roj in het noorden van Syrië. Volgens de rechter verkeren de kinderen in een „acute noodsituatie”. Momenteel is het gebied zeer instabiel door het vertrek van Amerikaanse militairen langs de grens en de inval van Turkije die daarop volgde.

De kinderen leven in de kampen volgens de rechter onder dreiging van „bombardementen, seksueel misbruik, marteling, de afwezigheid van onderwijs, kindersterfte, ijzige kou in de winter, overbevolking, vermijdbare ziektes, indoctrinatie en een gebrek aan water, voedsel en sanitaire voorzieningen en medische zorg”. De vrouwen wisten volgens de rechter echter waar zij aan begonnen toen zij naar het strijdgebied reisden.

Wat de situatie bemoeilijkt is dat de Koerden hebben gezegd dat zij de kinderen alleen uit de kampen willen laten gaan als de moeders mee mogen. De VS die nog steeds aanwezig zijn in Syrië en Europese landen al vaker hebben opgeroepen om uitreizigers terug te halen, hebben toegezegd te willen helpen met het ophalen van uitreizigers.

Volgens de laatste cijfers van de AIVD verblijven er nog ongeveer 55 Nederlandse volwassenen en 90 kinderen in detentiekampen in Syrië. Turkije is maandag begonnen met het terugsturen van buitenlandse IS’ers naar de landen van herkomst. Maandag werd onder meer een Amerikaan teruggestuurd. Het is nog niet bekend of Turkije ook Nederlanders gaat terugsturen.

Volgens Turkije zitten er ongeveer 1.200 IS-strijders vast in het land. Daarnaast zijn er nog eens 287 IS’ers gevangengenomen tijdens de recente militaire operatie van Turkije in het noordoosten van Syrië.

De veelal heel jonge IS-kinderen leven in overbevolkte kampen in Noord-Syrië, waar een continue dreiging is van bombardementen.

De veelal heel jonge IS-kinderen leven in overbevolkte kampen in Noord-Syrië, waar een continue dreiging is van bombardementen. Ⓒ AFP

IS-vonnis zorgt voor puzzel

Telegraaf 11.11.2019 Nederland moet er ’alles aan doen’ om 56 kinderen van Nederlandse IS-strijders terug te halen uit Koerdische kampen in Noord-Syrië. Dat heeft de Haagse rechter tijdens een kort geding besloten. Betekent dit dat we straks niet alleen de kinderen maar ook de moeders moeten gaan repatriëren? Het kabinet gaat het vonnis bestuderen. Zeven vragen over deze uitspraak.

1 Om wie gaat het ook alweer?

Om 23 vrouwen uit het kalifaat en in totaal 56 kinderen met Nederlandse wortels. Zij hebben de rechtszaak aangespannen. En vinden dat Nederland hen moet ophalen. Van de kinderen is meer dan zeventig procent jonger dan zes jaar; niet één is ouder dan twaalf jaar. Een deel is in het kalifaat geboren.

2 Zijn de IS-kinderen gevaarlijk?

Dat is de grote vraag. In de barbaarse propagandavideo’s van IS speelden kinderen een hoofdrol. Ze zwaaiden met wapens, schoten gevangenen dood en sneden hun de keel door. Het is onduidelijk of Nederlandse kinderen hebben gefigureerd in de horrorvideo’s. Vorige week verscheen op sociale media een interview met een jongen in kamp al-Hol, die zwoer tegenstanders van IS af te zullen slachten.

De AIVD beschouwt alleen kinderen vanaf negen jaar als dreiging. Dat betekent niet dat jongere kinderen ongevoelig zijn voor de omgeving vol haat waarin ze verkeren. De rechter onderstreept dat terreurbestrijder NCTV kinderen nu wil terughalen, voor ze verder kunnen radicaliseren en eventueel later, onder de radar en vol wraakgevoelens, terugkeren naar Nederland.

3 De ouders hebben er zelf voor gekozen om te vertrekken, waarom komt het probleem dan nu op het bordje van Nederland?

De rechter onderkent dat de ouders de hoofddaders zijn. Maar hier komt het kinderrechtenverdrag om de hoek kijken. De kinderen zitten daar vanwege hun ouders. In de kampen heerst een noodsituatie. Het is er koud, overbevolkt en er is een continue dreiging van bombardementen. En daarom moet Nederland er alles aan doen de kinderen terug te halen, vindt de rechter. Voor de ouders gaat die vlieger niet op. Zij moeten hun eigen boontjes doppen.

4 Maar krijgen we straks de moeders er niet alsnog gratis bij?

Die kans bestaat inderdaad. Koerden die de IS-kampen bewaken, hebben al aangegeven dat ze de IS-kinderen niet laten gaan zonder hun moeders. Dat wordt in het vonnis ook expliciet benoemd. Volgens de Nederlandse rechter ontstaat er in dat geval een ’nieuwe situatie’. En zal Nederland zich óók voor hen moeten inspannen.

5 Wat houdt die inspanningsverplichting precies in?

Daarover geeft het vonnis geen duidelijkheid. Sterker: de rechter wil zich er niet te nauw mee bemoeien. Dat de kinderen met dit oordeel in de hand snel kunnen terugkeren ’is niet zeker’. Nederland heeft altijd aangegeven dat er geen actie kan worden ondernomen, omdat het in Syrië te gevaarlijk is. Van de Staat kan niet worden verwacht dat er ’grote veiligheidsrisico’s worden genomen’, vindt de rechter.

6 Maar hoe hard is deze uitspraak dan?

In feite laat de rechter hiermee de nooduitgang voor de Staat wagenwijd openstaan. Die kan ’niet worden gedwongen iets te doen waartoe hij feitelijk niet in staat is’; de situatie in Noord-Syrië is ’onduidelijk en onrustig’.

Hoewel zowel de Koerden als de Amerikanen hulp hebben toegezegd bij het wegsluizen van de IS’ers, ’is het de vraag of die bereidheid er nog steeds voldoende is’. Kortom, een echte stok achter de deur ontbreekt.

7 De advocaat is blij met de uitspraak. Hoe leest hij die?

André Seebregts is optimistisch, hij denkt dat het een kwestie van een paar weken is voor de kinderen – en hun moeders – terugkeren naar Nederland. „Natuurlijk stelt de rechter het heel omzichtig. Maar het staat er wel: Nederland zal nu echt moeten aantonen dat de Koerden de kinderen willen laten gaan zonder de moeders.

En dat doen de Koerden niet, want die zien de bui al hangen. Als de kinderen weg zijn, bekommert niemand zich meer om de vrouwen. De kans is dus groot dat ze samen moeten terugkeren.”

Dan is er nog de druk uit de VS op Europa om zijn eigen jihadisten terug te nemen. „De rechter stelt dat Nederland moet ingaan op Amerikaanse hulp bij het terughalen. De VS hebben wel tien keer gezegd dat ze vinden dat Europese IS’ers in Europa moeten worden berecht. Niemand twijfelt eraan dat dat dus nog steeds geldt.”

Bekijk meer van; terrorisme islam Daniël van Dam Silvan Schoonhoven Nederland Syrië

Uitspraak over IS-kinderen zorgt voor vraagtekens en ‘lichtpunten’

NOS 11.11.2019 Ze leven in een acute noodsituatie, onder erbarmelijke omstandigheden. Nederland moet binnen twee weken er daarom alles aan doen om 56 IS-kinderen terug te halen, zo oordeelde de rechter vandaag in een kort geding. Hoe nu verder?

Hoe groot is de kans dat de kinderen over twee weken in Nederland zijn?

Niet heel groot. Met name omdat er nog tal van zaken opgelost moeten worden voordat de kinderen daadwerkelijk teruggehaald kunnen worden. Zo is het kort geding aangespannen door 23 IS-vrouwen. Zij willen ook gerepatrieerd worden. Dat maakt de zaak aanzienlijk complexer. Nederland hoeft de vrouwen namelijk niet terug te halen, zo oordeelde de voorzieningenrechter. “Zij zijn welbewust naar Syrië of Irak gegaan om zich aan te sluiten bij IS, een terroristische organisatie”.

Het vonnis van de rechter:

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Volgens de advocaten van de vrouwen willen de Koerdische milities de kinderen alleen niet scheiden van hun moeders. Als dat klopt, moet Nederland ook pogen de vrouwen terug te halen, aldus de rechter. Dat druist in tegen het kabinetsbeleid. Het kabinet wil dat Nederlandse IS’ers in de regio zelf berecht worden. Daardoor lijkt de zaak enkel in een stroomversnelling te kunnen komen als de Koerdische milities óf het kabinet op korte termijn radicaal wijzigt van standpunt.

Hoe verloopt het terughalen in de praktijk?

De kinderen moeten, eventueel met hun moeders, worden opgehaald uit overvolle detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Volgens de Nederlandse Staat is dat onveilig gebied, waar Nederland geen zeggenschap heeft. Om die reden wil Nederland enkel IS’ers repatriëren als ze zich hebben gemeld bij een Nederlandse ambassade of consulaat.

De Amerikanen hebben aangeboden te helpen met de repatriëring van Nederlanders in de Syrische kampen. Een hulpverzoek neerleggen bij de VS zou onder de “inspanningsverplichting” kunnen vallen die door de rechter aan de Staat is opgelegd. Hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, benadrukt dat die term juridisch alleen niet heel streng is. “Er is geen resultaatverplichting. Daarom is er bijvoorbeeld ook geen dwangsom opgelegd.”

Verder benadrukt de rechter dat Nederland geen “substantiële veiligheidsrisico’s” hoeft te nemen bij het terughalen. De inspanningsverplichting is op die manier breed te interpreteren en het is volgens Schilder moeilijk te controleren of Nederland zich voldoende heeft ingespannen de kinderen terug te halen. “De rechter zal zich daar niet snel aan willen branden, omdat hij niet op de stoel van de politiek wil zitten.”

Is de uitspraak definitief?

Nee. De Staat kan net als in soortgelijke zaken in België en Duitsland nog in hoger beroep. De uitspraak verdeelt de politiek. Als het aan de VVD ligt wordt er hoe dan ook doorgeprocedeerd en het CDA noemt de uitspraak “risicovol”, terwijl hun coalitiepartners D66 en ChristenUnie juist tevreden reageren. Premier Rutte liet enkel weten de uitspraak “te bestuderen”.

‘Volstrekt unieke zaak’

“Volstrekt uniek”, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens hem zal het verloop van de zaak belangrijk zijn voor soortgelijke zaken in de toekomst. “Mensen vroegen me vooraf ook wat ik verwachtte van de uitspraak. Ik had werkelijk geen idee. Er is geen precedent.”

Nederland haalde eerder al wel twee weeskinderen van IS’ers terug uit het noordoosten van Syrië. Maar dat was met hulp van Frankrijk en daarbij waren verder geen volwassenen IS’ers bij betrokken. In Duitsland en België oordeelden rechters eerder ook al dat IS-kinderen opgehaald moeten worden, inclusief moeders. In beide landen is de Staat in hoger beroep gegaan.

Als er hoger beroep wordt aangetekend, is de kans sowieso klein dat de kinderen op korte termijn worden teruggehaald. “En als ze dan doorgaan tot de Hoge Raad ben je zo jaren verder”, zegt hoogleraar Schilder. Over het terughalen van IS’ers is veel discussie onder experts.

Hoe wordt er gereageerd op de uitspraak?

Een van de Nederlandse vrouwen laat aan de NOS vanuit een Syrisch kamp weten dat ze “superblij” is met de uitspraak. Ze ziet het als “een lichtpuntje in deze lange, ellendige periode”.

Familieleden in Nederland reageren gemengd. Ze vrezen dat een eventueel hoger beroep vertraging zal opleveren. De vader van een van de vrouw die met vijf kinderen in het kamp al-Hol zit, zegt op een duidelijkere uitspraak te hebben gewild: “Er zijn hier een hoop open eindjes. De overheid krijgt alle ruimte.”

Een vader van een van de IS-vrouwen zegt de uitspraak “dubbel” te vinden:

Een beetje hoop en veel wantrouwen

Kinderorganisaties zijn verheugd met de uitspraak. Zij willen de kinderen, waarvan driekwart jonger is dan 6 jaar, liever vandaag dan morgen terughalen vanwege de onrust in de regio en de naderende winter. Voor elk kind ligt een deradicaliseringsplan klaar, als dat nodig blijkt.

Kinderombudsman Margrite Kalverboer zegt “met belangstelling” te kijken wat het kabinet met de uitspraak gaat doen. Advocaat Seebregts, die een deel van de vrouwen bijstaat, hoopt dat er “binnen twee weken” duidelijkheid is.

Bekijk ook

Terughalen IS-kinderen geen uitgemaakte zaak

Telegraaf 11.11.2019 Nederland legt zich niet zomaar neer bij de uitspraak van de rechter dat de Staat 56 IS-kinderen moet terughalen uit Syrië. Het kabinet gaat de uitspraak bestuderen, zo hield premier Rutte maandag de boot af.

VVD-Kamerlid Yesilgöz gaat er van uit dat de Staat in beroep gaat tegen de uitspraak. Zij noemt de uitspraak ’frustrerend’. „Het is gevaarlijk om ze op te halen. Bovendien is het gevaarlijk om ze naar Nederland te halen omdat die kinderen zijn geïndoctrineerd met IS-gedachtengoed en sommige van hen trainingen hebben gehad.” En al gaat het alleen om de kinderen, en niet om de 23 moeders, die hebben straks wel het recht om erachteraan te reizen. „De onveiligheid voor Nederland neemt daardoor toe.”

Ook het CDA is ontevreden met de uitspraak en noemt die ’risicovol’. „Met kinderen krijgen ook de ouders recht op terugkeer. Volgens mij moeten we ons vooral inspannen voor de slachtoffers van de genocide.” De partij hamert erop dat IS in Irak en Syrië genocide hebben gepleegd tegen Yezidi’s, christenen, niet-Soennitische moslims en andere religieuze minderheden.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse staat er alles aan moet doen om kinderen van Syriëgangers in twee Koerdische kampen in Noord-Syrië terug te halen. Die plicht geldt niet voor de vrouwen. Maar, zei de rechter, als de Koerden die kampen bestieren de kinderen niet willen weghalen, moet de overheid kijken of vrouwen en kinderen kunnen worden teruggehaald.

Bekijk ook: 

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen 

„Blijkbaar mogen rechters de veiligheid van ons land op de tweede plaats zetten”, reageert PVV-Kamerlid Helder. „En oog voor de slachtoffers hebben ze duidelijk ook niet.”

D66 dolblij

Voor regeringspartijen D66 en ChristenUnie bewijst de rechterlijke uitspraak juist dat het kabinet er niet aan ontkomt om IS-aanhangers terug te halen. Het kabinet wil dat niet, met als argument dat het te gevaarlijk is. Alleen wie zich meldt bij een diplomatieke post kan hulp krijgen bij terugkeer, om in Nederland te worden berecht.

„Dit sterkt ons in onze eerdere positie dat kinderen terug moeten worden gehaald”, zegt Kamerlid Sjoerdsma van D66. „De druk op het kabinet wordt nu wel heel groot”, zegt CU-Kamerlid Voordewind. Zijn partijgenoot Van der Graaf vult aan: „De uitspraak laat scherp het dilemma zien tussen de situatie van de kinderen die zijn meegenomen naar dit gebied en de moeders die er zelf voor kozen.”

Uitspraak te negeren

Kamerleden wijzen erop dat in de uitspraak voor het kabinet nog een ontsnapping lijkt te zitten, omdat er het voorbehoud ’indien mogelijk’ in staat. Bovendien hoeft het kabinet niet per se naar de uitspraak te handelen, merkt VVD’er Yesilgöz op. Dat gebeurde ook niet bij een uitspraak van vorig jaar van de Rotterdamse rechter over de uitlevering van een Nederlandse vrouw uit een kamp in Noord-Syrië.

Het OM wilde dat de vrouw, destijds moeder van een kind van anderhalf en zwanger, zou worden uitgeleverd. Zo zou zij kunnen worden vervolgd voor deelname aan een terroristische organisatie.

Minister Blok (Buitenlandse Zaken) gaf bij een EU-vergadering in Brussel aan de uitspraak te zullen bestuderen. „De inkt van het vonnis is nog warm. We kijken er eerst met onze juristen naar.”

Opa opgelucht

Klijn in een eerdere tv-uitzending.

Klijn in een eerdere tv-uitzending. Ⓒ Screenshot

Bert Klijn is blij met de uitspraak. „Mijn leven gaat eindelijk weer door”, zei de geëmotioneerde vader van een IS-vrouw. Zijn dochter vertrok in 2015 op 19-jarige leeftijd naar het kalifaat. Ze kreeg daar twee dochters, eentje is drie jaar en de ander is bijna twee.

Volgens Klijn is zijn dochter „uit naïviteit” naar het strijdgebied vertrokken, volgens hem dacht ze dat ze daar in een ziekenhuis zou gaan werken. Ze trouwde met een IS-strijder en samen kregen ze twee kinderen. „Geweldige meiden”, zegt hij over de twee kleintjes. „Ik heb ze nog nooit in het echt gezien, maar wel op foto’s en video’s. Ze weten dat ik hun opa ben.”

Bekijk ook: 

Vader IS’er: ’Mijn leven gaat eindelijk weer door’ 

Bekijk meer van; terrorisme Bert Klijn Mark Rutte Nederland Syrië Democraten 66 Volkspartij voor Vrijheid en Democratie

Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen: duidelijk vonnis, onduidelijke toekomst

AD 11.11.2019 Nederland moet zijn best doen om de kinderen van IS-vrouwen terug te halen naar Nederland, desnoods door ook hun moeders mee te nemen. Alle internationale hulp die wordt geboden, moet daarbij worden aangepakt. Toch zorgt het vonnis van de rechter in Den Haag, vandaag, bij verwanten voor onzekerheid.

Een oma zit wat verslagen op een stoel, buiten de rechtszaal waar zojuist uitspraak is gedaan in een kort geding namens 23 IS-vrouwen, die willen dat Nederland hen terughaalt uit Syrië. Haar dochter is één van die vrouwen, die vastzit in een detentiekamp in Syrië. De oma kocht eerder nog spulletjes voor haar kleinkinderen, denkend aan een vlugge terugkeer. ,,Daar ben ik mee gestopt.”

Lees ook;

Rechter: Kinderen van IS-vrouwen moeten worden teruggehaald uit Syrië

Lees meer

Turkije begint met terugsturen IS’ers: ‘Duitser en Amerikaan uitgezet’

Turkije begint met terugsturen IS’ers: ‘Duitser en Amerikaan uitgezet’

Lees meer

En na vandaag gaat ze er zeker niet weer mee beginnen. Aan de ene kant bieden de woorden van de rechter hoop, tegelijkertijd doen ze de achterblijvers van IS vrouwen de moed in de schoenen zinken.

Dat zit als volgt.

De rechter is duidelijk over de kinderen: Nederland moet zich inspannen om ze terug te halen. Zij kunnen niets doen aan de vreselijke beslissing die hun moeders namen, om af te reizen naar een gebied waar terreurorganisatie IS gruweldaden beging die de verbeelding tarten.

De Staat handelt volgens de rechter onzorgvuldig door zich niet actief in te zetten voor de terugkeer van de 56 kinderen – een baby werd onlangs nog geboren, anderen zijn oud genoeg om zich hun ‘vorige’ leven hier nog te herinneren. In de detentiekampen waar ze zitten, zijn de omstandigheden erbarmelijk.

Verspeeld

De vrouwen daarentegen hebben hun rechten verspeeld. Ze keerden ons land de rug toe, wetend dat ze vertrokken naar een plek waar IS ‘weerzinwekkende en grove misdaden’ beging. ,,Ze lieten zich niks gelegen aan de inspanningen van Nederland hen tegen te houden’’, zo sprak de rechter. Maar: als de terugkeer van hun kinderen alleen mogelijk is wanneer de moeders meekomen naar Nederland, dan is het niet anders.

Punt is dat de rechter ook vindt dat Nederland geen ‘grote veiligheidsrisico’s’ hoeft te nemen. Tot voor kort zou dat niet zo’n probleem zijn, omdat er ook een verplichting geldt alle mogelijkheden zoals internationale hulp te benutten. Eerder boden de Amerikanen aan jihadisten naar Europa terug te brengen, de Koerden die de detentiekampen bestieren wilden ze graag kwijt.

Maar nu is er de inval van Turkije in Syrië. De regio waar de vrouwen verblijven is instabiel. Dus lijkt het voor de overheid nog gemakkelijker zich achter onveiligheid te verschuilen, zoals al gebeurde toen journalisten, familieleden en een advocaat zich nog openlijk in de kampen begaven.

,,Ik denk dat ik mijn familie uiteindelijk wel zal gaan zien”, zegt de oma.  ,,Maar ik denk ook dat het nog jaren gaat duren.” Zo verwacht ook Klaas Spijk, wiens dochter Mandy uit Gouda met kinderen afreisde, dat Nederland zal blijven hameren op onveiligheid. ,,Terwijl de afgelopen tijd wel weer weeskinderen uit diverse landen en een Duitse vrouw zijn opgehaald.”

Hoopvol

Aan de andere kant zijn er hoopvolle woorden. Advocaat André Seebregts, die het merendeel van de vrouwen vertegenwoordigt, ziet een grote kans op een positieve uitkomst. Hij verwacht binnen twee weken duidelijkheid over terugkeer van de kinderen.

,,Nederland moet meteen met dit vonnis aan de slag. Er kan niet worden gewacht op een hoger beroep.” Seebregts benadrukt dat ook na de Turkse inval de Amerikaanse ambassadeur Hoekstra in Nederland duidelijk was: het aanbod jihadisten te repatriëren staat nog steeds.

Zo kan het dat vader Bert Klijn juist heel opgelucht media te woord staat, in de gang van de rechtbank. Zijn dochter vertrok op 19-jarige leeftijd ‘uit naïviteit’ naar het kalifaat, waar ze kinderen kreeg, die hij van foto’s en video’s kent. Klijn gelooft dat terugkeer een stuk dichterbij is gekomen.

Gemengde gevoelens dus. In stilte vertrokken de familieleden, in een enkel geval ultiem teleurgesteld. De toekomst blijft ongewis. Het vonnis houdt de vrouwen verantwoordelijk, ziet de onschuld van de kinderen en maakt voor die laatste groep een andere toekomst mogelijk.

Dat is zeker gewenst, benadrukt de rechter, gezien de mening van experts en veiligheidsdiensten, die vrezen voor meer radicalisering als de kinderen in de kampen blijven. De vraag is wat de Staat én het internationale krachtenspel in Syrië daarop te zeggen hebben.

Uitspraak IS-kinderen houdt coalitie verdeeld: CDA is bezorgd, D66 opgetogen

AD 11.11.2019 De uitspraak van de rechter dat de Nederlandse Staat alles moet doen om de kinderen van IS-vrouwen te repatriëren, houdt de coalitiepartijen verdeeld. D66 is verguld met de uitspraak, CDA juist niet.

Volgens de rechter is de Staat niets verplicht aan de 23 vrouwen, maar wel aan hun 56 kinderen. Het kabinet wil geen van beide groepen terughalen, dat zou bovendien te gevaarlijk zijn.

De Haagse rechtbank vindt echter dat de kinderen het slachtoffer zijn geworden van het handelen van hun moeder of ouders en heeft de Staat een zekere zorgplicht naar hen.

Volgens CDA-Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg moet de Staat in hoger beroep. ,,Deze uitspraak is een risicovolle, want als je de kinderen hierheen haalt, geeft dat de ouders ook recht op gezinshereniging. En dan krijg je vroeg of laat ook de ouders of moeders die je juist niet hier wil.’’

D66-Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma betwijfelt dat juist. ,,Er zijn ook regels rond gezinshereniging. Dat kan bijvoorbeeld worden geweigerd als dat niet is in het belang van het kind, of als de openbare orde in het geding komt. Dat zou hier kunnen spelen.’’

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Coalitiegenoot VVD spreekt van ‘een frustrerende uitspraak’. ,,Het is gevaarlijk om deze kinderen op te halen. Daarnaast zullen de moeders en vaders snel volgen, gezien recht op gezinshereniging. Dat leidt tot gevaar voor onze nationale veiligheid. Ik hoop dat de Nederlandse staat zal doorprocederen.  Wij willen deze kinderen niet terug. En hun ouders al helemaal niet.”

Veiligheid

D66 is juist blij met de uitspraak. ,,Het bevestigt dat wat wij vinden, namelijk dat die kinderen niet hebben gekozen voor een leven in een kamp of het kalifaat. De uitspraak kan bovendien in ons belang zijn, want veel van die kinderen zijn nog helemaal niet geradicaliseerd. 85 procent van hen is niet ouder dan zes jaar, het is in het belang van onze veiligheid hier om hen hierheen te halen voordat zij daar alsnog radicaliseren.’’

Het kabinet wilde zojuist nog niet reageren op de rechterlijke uitspraak. Premier Mark Rutte zei deze eerst ‘zorgvuldig’ te willen bestuderen. ,,Ik heb de uitspraak nog niet gezien. Ik was aan het vergaderen”, aldus Rutte na urenlang overleg over de stikstofcrisis.

Het is overigens nog de vraag of het vonnis praktisch uitvoerbaar is. De Koerden stelden tot dusver dat zij geen kinderen zouden laten gaan zónder hun moeder. De Haagse rechter geeft hiervoor geen leidraad. Volgens het vonnis ontstaat er dan weer een nieuwe situatie. Wel zegt de rechter dat het belang van het terughalen van de kinderen  dan prevaleert boven de ‘te respecteren wens’ van de Nederlandse Staat om de moeders daar te laten berechten. Het ‘is dan niet anders’ , zegt de rechter, dat dan ook de moeders terugkeren.

Kamer ook na uitspraak rechter verdeeld over terughalen IS-kinderen

NOS 11.11.2019 In de Tweede Kamer wordt verschillend gereageerd op de uitspraak van de rechter in de zaak die 23 IS-moeders hadden aangespannen. Daarmee blijkt opnieuw de politieke verdeeldheid over het ophalen van moeders en kinderen uit IS-gebied.

VVD en CDA vinden dat er risico’s aan de uitspraak vast zitten. Als kinderen van IS’ers naar Nederland komen, dan hebben de ouders recht op gezinshereniging met alle gevaren van dien, zeggen de partijen.

“Ik hoop dat de Nederlandse staat zal doorprocederen”, zegt VVD-Kamerlid Yesilgöz. “Wij willen deze kinderen niet terug. En hun ouders al helemaal niet.”

Het CDA vindt de misdrijven die deze vrouwen mede hebben gepleegd zwaar wegen. De vrouwen hebben hun recht op hulp verspeeld, vindt CDA-Kamerlid Van Toorenburg. “Volgens mij moeten wij ons vooral inspannen voor de slachtoffers van de genocide.”

‘Medemenselijkheid’

De andere twee regeringspartijen, D66 en ChristenUnie, staan minder afwijzend tegenover de terugkeer van IS-vrouwen en hun kinderen. D66 is voorstander van het actiever terughalen van IS-kinderen. De partij vindt dat nodig vanuit het oogpunt van “medemenselijkheid”, zegt D66-Kamerlid Sjoerdsma. “Die kinderen groeien nu op in detentiekampen, in een mini-kalifaat tussen prikkeldraad.”

Dat probleem ziet ook de ChristenUnie. “Deze uitspraak laat scherp het dilemma zien tussen de situatie van de kinderen die meegenomen zijn naar dit gebied en de moeders die er zelf voor kozen”, zegt Kamerlid Van der Graaf. D66 en ChristenUnie vinden het een risico de kinderen daar te laten radicaliseren, terwijl ze misschien ooit weer naar Nederland komen.

Volgens de uitspraak van de rechter moet Nederland zich inspannen om de kinderen terug te laten komen. Maar de Staat hoeft daarbij geen onredelijke risico’s te nemen, bijvoorbeeld door het leven van militairen op het spel te zetten. Het kabinet bestudeert de uitspraak.

De rechter beschreef in zijn vonnis ook de erbarmelijke omstandigheden waarin de kinderen leven.

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Bekijk ook;

Tweede Kamer verdeeld over vonnis Syrië-gangers

MSN 11.11.2019 De Tweede Kamer reageert verdeeld op de uitspraak van de rechtbank in Den Haag over het terughalen van de kinderen van IS-vrouwen. Het CDA vindt de uitspraak ‘risicovol’, omdat de uitspraak de ouders van de kinderen de mogelijkheid geeft terug te keren. GroenLinks en D66 dringen erop aan de kinderen nu terug te halen.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse staat er alles aan moet doen om kinderen van Syriëgangers in twee kampen in Noord-Syrië terug te halen. Die plicht geldt niet voor de vrouwen.

Maar, zei de rechter, als de Koerden die kampen bestieren de kinderen niet willen weghalen, moet de overheid kijken of vrouwen en kinderen kunnen worden teruggehaald.

Sterken in positie

Dat baart CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg zorgen. “Risicovolle uitspraak. Met kinderen krijgen ook de ouders recht op terugkeer. Volgens mij moeten we ons vooral inspannen voor de slachtoffers van de genocide.”

“Dit sterkt ons in onze eerdere positie dat kinderen terug moeten worden gehaald”, laat Sjoerd Sjoerdsma (D66) weten.

Het is de vraag hoeveel de Nederlandse Staat zich zal aantrekken van de uitspraak. Premier Rutte wil niet direct reageren. Hij wil eerst de uitspraak bestuderen. Ook minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok zegt dat het ministerie de uitspraak eerst wil bestuderen.

Het kabinet gaf eerder aan dat ze kinderen niet ophalen omdat het daar te onveilig is.

Recht op leven

23 vrouwelijke Syriëgangers hadden tien dagen geleden, via hun zes advocaten, een kort geding aangespannen tegen de Nederlandse Staat. De vrouwen wilden dat zij, samen met hun 56 kinderen, worden opgehaald uit de kampen.

Rechter: “Sprake van ernstige en acute noodsituatie”

Bekijk deze video op RTL XL

“Uit bronnen is op te maken dat de kinderen (onder meer) te maken hebben met bombardementen, seksueel misbruik en martelingen.’

Voor wat betreft de kinderen is er sprake van ernstige schending van mensenrechten, betoogden de advocaten. Het gaat onder andere om het recht op leven van kinderen. De kinderen zijn in levensgevaar en onschuldig, stellen de advocaten. De rechter gaat daarin mee.

‘Kinderen zijn niet verantwoordelijk’

De staat moet zich dus inspannen om die kinderen terug te halen. Volgens de rechter handelt de staat onzorgvuldig als hij zich daarvoor niet actief inzet. Volgens de rechter zijn de kinderen niet verantwoordelijk voor de gedragingen van hun ouders ‘hoe ernstig deze ook zijn’. “De kinderen zijn slachtoffer van het handelen van hun ouders.”

Enorm kamp

De vrouwen zitten met hun kinderen veelal in het gevangenkamp Al-Hol in Noordoost-Syrië: een enorm kamp waar volgens de Verenigde Naties ruim 74.000 mensen zitten, voornamelijk vrouwen en kinderen, en waar de omstandigheden erbarmelijk zijn.

Alle Nederlandse kinderen, waar het vandaag over gaat, zijn jonger dan 12 jaar.

De overheid moet van de rechter wel de ruimte krijgen hoe ze de terugkeer van de kinderen gaat aanpakken. Nederland heeft het niet voor het zeggen in Syrië en hoeft volgens de rechter geen onacceptabele veiligheidsrisico’s te nemen in het gevaarlijke gebied.

De overheid kan daartoe afspraken maken met de Amerikanen of andere partners in de regio. Maar het beleid tot nu toe van het kabinet om betrokkenen niet-actief terug te halen, moet – althans bij de kinderen – ten einde komen, aldus de rechter.

Lees ook:

Nederlandse IS-vrouwen met kinderen willen terug na ontsnapping uit kamp

De Nederlandse staat heeft tot op heden geen actie ondernomen om de IS-vrouwen met hun kinderen terug te halen.

Al wel plannen gemaakt

Zowel het Openbaar Ministerie als de Raad voor de Kinderbescherming hebben al wel plannen gemaakt. Als de vrouwen aankomen in Nederland, worden ze aangehouden en vastgezet. Het Openbaar Ministerie zal de vrouwen daarna vervolgen voor deelname aan een terroristische organisatie.

De Verenigde Staten hebben al regelmatig aangedrongen dat Europese landen hun IS-strijders moeten terughalen. Ook hebben de Amerikanen aangeboden om te helpen met de terugkeer.

Lees ook:

Ze willen terug naar Nederland, maar hoe gevaarlijk zijn de vrouwen van IS?

Over de volwassen vrouwen oordeelt de rechter anders. “Zij zijn welbewust naar Syrië of Irak gegaan om zich aan te sluiten bij IS, een terroristische organisatie. Zij wisten dat die organisatie zich schuldig maakt aan weerzinwekkend en grove misdaden. De vrouwen moet daarvoor berecht worden. De staat wil dat die berechting in de regio plaatsvindt en heeft ook het recht om te proberen die berechting daar plaats te laten vinden.”

Alleen als de Syrisch-Koerdische autoriteiten, of anderen die betrokken zijn bij het terughalen van de kinderen, als voorwaarde stellen dat de moeders mee moeten met de kinderen ‘zal de staat zich ook hiervoor moeten inspannen’. “Zij worden dan in Nederland voor de rechter gebracht.”

IS-kinderen

Volgens de laatste cijfers van de AIVD zitten er ongeveer 140 Nederlanders vast in kampen in Noord-Syrië.

Het gaat om 15 mannen, 35 vrouwen en 90 kinderen.

Een groep Nederlandse vrouwen heeft nu een kort geding aangespannen omdat ze met hun kinderen willen worden opgehaald.

Het terughalen van IS-strijders zorgt al langer voor een groot meningsverschil in de regering.

VVD en CDA zijn tegen het ophalen van de Nederlandse IS’ers en kinderen.

Het kabinet houdt vol: ze gaan de kinderen en vrouwen niet halen. Het kabinet geeft aan dat ze kinderen niet ophalen omdat het te riskant is.

RTL Nieuws; Islamitische Staat  Link in bio  Rechterlijke macht  Syrië

Rechter oordeelt: Nederland moet IS-kinderen terughalen

Elsevier 11.11.2019 Nederland moet alles op alles zetten om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Dat heeft de rechter geoordeeld in een kort geding dat 23 IS-vrouwen hadden aangespannen.

Volgens de rechter leven de kinderen in de kampen in een acute noodsituatie, zonder dat zij daar zelf voor hebben gekozen. Daarom moet het Nederlandse beleid – dat er tot nu toe op was gericht niet actief terug te halen – veranderen.

Lees ook: Terughalen kalifaatkinderen enorm veiligheidsprobleem

Hun moeders hebben geen recht op repatriëring, omdat zij er volgens de rechter zelf voor hebben gekozen om naar IS-gebied af te reizen.

Maar als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders, moet de overheid kijken of het mogelijk is beide groepen terug te halen. De vrouwen moeten dan worden berecht in Nederland. Ook het Openbaar Ministerie wil dat. Als de vrouwen zelf zouden besluiten hun kinderen niet mee te geven naar Nederland, vervalt de inspanningsverplichting voor de staat om dat kind te repatriëren.

Geen onacceptabele veiligheidsrisico’s

De overheid moet de ruimte krijgen hoe ze de terugkeer van de kinderen gaat aanpakken, vindt de rechter. Nederland heeft het niet voor het zeggen in Syrië en hoeft volgens de rechter geen onacceptabele veiligheidsrisico’s te nemen in het gevaarlijke gebied. De overheid kan daartoe afspraken maken met de Amerikanen of andere partners in de regio.

Afshin Ellian schreef eerder deze column: Jihadkinderen stellen Nederland voor duivels dilemma

Volgens de rechter zijn de kinderen het slachtoffer van het handelen van hun moeder of ouders. Zij hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit en zijn jonger dan twaalf jaar. De meesten zelfs onder de zes jaar. De rechter benadrukte dat de kinderen nu nog zo klein zijn dat het meer risico oplevert als ze nu niet zouden worden teruggehaald, omdat ze nu nog niet echt beïnvloed zijn door terroristische denkbeelden.

De vrouwen hebben er de afgelopen jaren volgens de rechter uit vrije wil en bewust voor gekozen om uit te reizen naar het strijdgebied in Syrië of Irak en zich daar aan te sluiten bij Islamitische Staat. Ze zitten nu vast in de kampen Al-Hol en Al-Roj die door de Koerden worden beheerd. De omstandigheden in de kampen zijn erbarmelijk. Er is veel agressie en geweld, weinig voedsel en water, er heersen ziektes, mensen worden gemarteld en er zijn bombardementen.

Nederlanders kunnen zichzelf wel melden

Het kabinet hield het tot nu toe bij het standpunt dat de vrouwen in de regio moeten worden berecht, het liefst via een internationaal tribunaal. Maar of dat er komt is maar zeer de vraag.

Nederlanders kunnen zichzelf wel melden bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Eind oktober maakten twee vrouwen gebruik van die regeling. Een van de vrouwen is het Nederlanderschap afgenomen. De andere vrouw keert waarschijnlijk terug naar Nederland, al moet Turkije eerst nog beslissen of zij daar moet worden vervolgd.

Gerelateerde artikelen;

Rechtbank: Staat moet zich inspannen om 56 kinderen uit Syrië te halen

NU 11.11.2019 De Nederlandse Staat moet zich inspannen om 56 kinderen en eventueel hun negentien moeders vanuit Syrië naar Nederland te halen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag maandag bepaald in een kort geding.

Uitspraak terughalen IS-kinderen;

  • Nederland heeft de verplichting om zich in te spannen om IS-kinderen terug te halen.
  • Hun moeders moeten alleen worden teruggehaald als het niet anders kan.
  • De overheid moet binnen veertien dagen actie ondernemen.
  • Het kort geding was aangespannen vanwege het acute gevaar in de kampen in Syrië.

Nederland kan volgens de rechtbank niet gedwongen worden om de kinderen te repatriëren, omdat er wel degelijk gevaar is door de instabiele situatie in Syrië.

“De Staat hoeft geen onnodige veiligheidsrisico’s te nemen, maar moet wel alle mogelijkheden die er zijn, zoals de door de Amerikanen geboden hulp, benutten”, aldus de rechtbank.

Dat komt erop neer dat de Nederlandse regering alles moet doen wat in haar macht ligt. Als de overheid zegt dat het niet mogelijk is, moet het bewijs overhandigen dat er alles aan gedaan is.

Dat betekent volgens advocaat André Seebregts, die het merendeel van de eisers bijstaat, dat Nederland binnen de gestelde termijn van veertien dagen contact op moet nemen met de Koerden, dan wel de Amerikanen.

De Koerden voeren de regie over de kampen waar de vrouwen en kinderen vastzitten. De Amerikanen hebben laten weten hen voor Nederland te willen ophalen.

Vrouwen alleen teruggehaald als het niet anders kan

in totaal 23 vrouwen spanden een kort geding tegen de Staat aan omdat zij en hun kinderen in acuut gevaar zouden zijn. De rechtbank erkent dit gevaar en spreekt van een “schrijnende situatie”.

In het geval van de vrouwen geldt echter dat zij alleen teruggehaald moeten worden als de Koerden de kinderen alleen samen met hun moeders laten gaan.

“De vrouwen hebben niet het zelfstandige recht om naar Nederland teruggehaald te worden omdat zij met hun volle verstand zijn afgereisd naar Syrië en zich hebben aangesloten bij IS, een terroristische organisatie”, aldus de rechtbank.”De kinderen zijn daarentegen het slachtoffer van het handelen van hun ouders.”

Vier van de 23 vrouwen hebben geen kinderen. “Voor hen is dit dan ook een verdrietige uitspraak”, benadrukt Seebregts.

Kabinet wil vrouwen in de regio berecht hebben

Het kabinet wil dat de vrouwen in de regio worden berecht en de rechtbank vindt dat Nederland het recht heeft om uit te vinden of dat eventueel mogelijk is.

Of de regionale berechting in Irak er ook komt, is nog maar zeer de vraag. De Iraakse minister van Buitenlandse Zaken zei onlangs dat het land niet bereid is Nederlandse IS’ers te berechten. Volgens minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) gaan de onderhandelingen met Bagdad echter nog door.

Kans dat ook vrouwen komen ‘redelijk groot’

Seebregts zegt dat de kans redelijk groot is dat ook de vrouwen teruggehaald worden, omdat de Koerden altijd duidelijk hebben gemaakt de vrouwen samen met hun kinderen af te willen geven. “Net als de Amerikanen, de Turken en de Russen”, aldus de raadsman.

De vrouwen en kinderen bevinden zich op dit moment in de gevangenkampen Al Hol en Al Roj in Noordoost-Syrië. Het kamp Al Roj ligt in de door Turkije gewenste veiligheidszone.

Kabinet wil uitreizigers niet ophalen vanwege gevaar

Volgens het huidige kabinetsbeleid worden Nederlandse uitreizigers niet actief opgehaald uit Syrië. Het kabinet wil Nederlandse ambtenaren niet in gevaar brengen door ze naar een onveilig gebied te sturen.

Dit is anders als Nederlanders zich zelf melden bij de Nederlandse ambassade, zoals onlangs twee vrouwen en hun drie kinderen in de Turkse stad Ankara deden.

Een van de vrouwen is het Nederlanderschap afgenomen. De andere vrouw keert waarschijnlijk terug naar Nederland, al moet Turkije eerst nog beslissen of zij daar vervolgd moet worden.

Vrouwen zullen bij aankomst worden aangehouden

Mocht het de regering lukken om de vrouwen naar Nederland te halen, dan zullen zij direct worden aangehouden en op de terroristenafdeling in Vught worden geplaatst. Tegen alle personen van wie bekend is dat zij vanuit Nederland naar de strijdgebieden in Syrië en Irak zijn afgereisd, loopt een strafrechtelijk onderzoek.

De kinderen zullen op hun beurt worden opgevangen en in de gaten worden gehouden door de Raad voor de Kinderbescherming. Deze raad zal uiteindelijk adviseren waar de kinderen het beste geplaatst kunnen worden.

Er is nog hoger beroep mogelijk, maar Nederland is in de tussentijd wel al verplicht actie te ondernemen.

Lees meer over: Binnenland

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen

Telegraaf 11.11.2019 De Nederlandse Staat moet 56 kinderen van IS-vrouwen terughalen. De 23 IS-vrouwen zelf hoeven niet teruggehaald te worden. Dat oordeelde de voorzieningenrechter in Den Haag op maandag.

Als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders dan ontstaat er een nieuwe situatie, aldus het vonnis. Dan moet de overheid kijken of het mogelijk is om beide groepen terug te halen. De vrouwen moeten dan worden berecht in Nederland. Ook het Openbaar Ministerie wil dat. Als de vrouwen zelf zouden besluiten hun kinderen niet mee te geven naar Nederland, vervalt de inspanningsverplichting voor de Staat om dat kind te repatriëren.

De overheid moet wel de ruimte krijgen hoe ze die terugkeer gaat aanpakken. Nederland heeft het niet voor het zeggen in Syrië en hoeft volgens de rechter geen onacceptabele veiligheidsrisico’s te nemen in het gevaarlijke gebied. De overheid kan daartoe afspraken maken met de Amerikanen of andere partners in de regio.

De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn jonger dan twaalf jaar. De meesten zelfs onder de zes jaar. De rechter benadrukte dat de kinderen nu nog zo klein zijn dat het meer risico oplevert als ze nu niet zouden worden teruggehaald, omdat ze nu nog niet echt beïnvloed zijn door terroristische denkbeelden.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd. Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert ze actief terug te halen.

’Binnen twee weken duidelijkheid’

Advocaat André Seebregts noemt de beslissing een „mooi afgewogen vonnis.” De advocaat verwacht dat er binnen twee weken duidelijkheid is voor de – met name jonge – kinderen die in de Koerdische opvangkampen in Syrië zitten. Wanneer de kinderen, al dan niet met hun moeder, zullen terugkomen naar Nederland, durft hij niet in te schatten.

Seebregts verwacht echter niet dat de kinderen zonder hun moeders terug zullen keren. „De Koerden hebben al meerdere keren duidelijk laten merken dat ze de kinderen niet van hun moeder willen scheiden.”

Naar rechter stappen staat vrij

Het regeringsbeleid is nog steeds dat Nederland geen Nederlanders terughaalt uit Syrië. Alleen wie erin slaagt om een diplomatieke post te bereiken, kan eventueel hulp krijgen. Is het repatriëren van vrouwen die zelf besloten om naar een oorlogsgebied te vertrekken een beslissing die een rechter moet nemen, of is het aan de politiek?

„Je kunt altijd naar de rechter stappen als je vindt dat je wordt geschaad in je rechten”, zegt Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Er rust een algemene verplichting op de overheid om het recht op leven van onderdanen te garanderen. Maar niet ten koste van alles.”

„Er is ook nog zoiets als eigen verantwoordelijkheid. Als je in een botsauto stapt en je raakt gewond, kun je de exploitant verantwoordelijk stellen, maar grote kans dat de rechter zal zeggen dat je zelf het risico hebt aanvaard door in een botsauto te stappen.”

Volgens hoogleraar internationaal recht Geert-Jan Knoops is er geen enkel internationaal verdrag waarin letterlijk staat dat de Staat verplicht is om onderdanen terug te halen.

„Dan moet je het hebben van een analoge redenering: er is misschien geen rechtens afdwingbare juridische plicht om iets te doen. Maar wel een inspanningsverplichting.”

Bekijk ook:

 Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

Intussen heeft Turkije aangekondigd vandaag te beginnen met het terugsturen van IS’ers naar landen van herkomst. Minister Blok (Buitenlandse Zaken) weet niet of daar ook Nederlanders bij zitten. Maar als het gebeurt, gebeurt dat in overleg, zodat de IS’ers bij aankomst in Nederland kunnen worden aangehouden.

Bekijk meer van; sociale problematiek straf conflicten, oorlog en vrede misdaad Geert-Jan Knoops Nederland

Rechter: Nederland moet zich inspannen om IS-kinderen terug te halen

NOS 11.11.2019 Nederland moet zich inspannen om 56 IS-kinderen zo snel mogelijk op te halen uit detentiekampen in het noordoosten van Syrië. Dat heeft de rechter geoordeeld in een kort geding dat hun 23 moeders hadden aangespannen.

Volgens de rechter leven de kinderen in de overvolle kampen al-Roj en al-Hol in een acute noodsituatie, zonder dat zij daar zelf voor gekozen hebben. Daarom moet het Nederlandse beleid om de kinderen niet actief terug te halen, veranderen.

De rechter beschrijft in zijn vonnis de erbarmelijke omstandigheden waarin de kinderen leven.

‘Er is sprake van een ernstige en acute noodsituatie’

Hun moeders hebben geen recht op repatriëring, omdat zij er volgens de rechter zelf voor hebben gekozen om naar IS-gebied af te reizen. Wel houdt de rechter er rekening mee dat de autoriteiten ter plaatse de kinderen alleen samen met hun moeders laten gaan. In dat geval moet Nederland ook de moeders terughalen, zegt de rechter.

In de uitspraak benadrukt de rechter dat het hier gaat om een inspanningsverplichting voor de staat. Volgens hem kan Nederland namelijk niet worden gedwongen tot iets waar het niet toe in staat is. Wel zegt de rechter dat de overheid gebruik moet maken van Amerikaanse hulp bij de repatriëring en de bereidheid van de Syrische Koerden om de kinderen, en eventueel hun moeders, uit de kampen te laten vertrekken.

Gedeeltelijk hun zin

Volgens verslaggever Mattijs van de Wiel hebben de moeders gedeeltelijk hun zin gekregen. “De rechter is het eens met de advocaten dat de staat verantwoordelijk is voor de kinderen, en de overheid moet zich inspannen voor hun terugkeer. Maar er is geen stok achter de deur, geen dwangsom en de rechter gaat straks ook niet controleren wat de staat met deze uitspraak doet.”

André Seebregts, een van de advocaten van de moeders, is tevreden met de uitspraak. Hij zegt erop te rekenen dat Nederland inderdaad zijn best gaat doen. “Dat betekent dat als de Koerden wordt gevraagd om ze te laten gaan, dat die waarschijnlijk ‘ja’ zeggen, net als de Amerikanen. Dus onder die omstandigheden lijkt het erop dat het wel zal leiden tot het resultaat dat we willen.”

De Nederlandse Staat wil de moeders en kinderen tot nu toe niet ophalen, omdat de vrouwen uit vrije wil zijn afgereisd naar IS-gebied. “Ze hebben zo bijgedragen aan het functioneren van IS en hun kinderen in een zeer gewelddadige omgeving gebracht”, zei landsadvocaat Reimer Veldhuis anderhalve week geleden tegen de rechter. Ook vindt Nederland een terughaalactie te gevaarlijk.

Bekijk ook;

Rechter: Kinderen van IS-vrouwen moeten worden teruggehaald uit Syrië

AD 11.11.2019 De rechter in Den Haag heeft vandaag, in een zaak die namens 23 vrouwen die in Syrische kampen verblijven is aangespannen, beslist dat de 56 kinderen van IS-vrouwen door de Nederlandse staat moeten worden teruggehaald.

De Staat moet er alles aan doen om de kinderen van IS’ers terug te halen naar Nederland. Voor de IS-vrouwen zelf geldt daartoe geen verplichting, maar door de uitspraak neemt de kans dat de moeders met hun kinderen meekomen wel toe.

De rechter is van mening dat de Nederlandse staat terecht heeft aangevoerd dat zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de schendingen van mensenrechten in Syrië. Daardoor kan door de vrouwen ook geen beroep op consulaire bijstand vanuit Nederland worden gedaan, zegt de rechter.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had.

De rechter vindt evenwel dat Nederland zich het schrijnende lot van de kinderen van de Syriëgangers moet aantrekken. ,,Die kozen niet voor het kalifaat, maar hebben nu wel te maken met marteling, misbruik en gebrek aan voorzieningen’’, klinkt het. Er is sprake van een ‘ernstige en acute noodsituatie’. Om die situatie het hoofd te bieden is repatriëring noodzakelijk. ,,Het kan niet op een andere manier’’

Lees ook:

Lees meer

Ondertussen is de situatie in Noord Syrië steeds chaotischer aan het worden, door de Turkse inval. De Koerden die de kampen bewaken zijn daardoor in de knel gekomen. ,,Als Nederland niets doet, krijgt de Syrische president Al-Assad de kinderen straks in handen”, stelde advocaat Tom de Boer namens de vrouwen. Die president is de afgelopen jaren van talloze mensenrechtenschendingen beschuldigd.

De rechter wijst op het gevaar dat de kinderen, allen onder de twaalf en met alleen de Nederlandse nationaliteit, lopen als er niets wordt gedaan. De rechter benadrukt dat de moeders vrijwillig afreisden naar het kalifaat en spreekt zich niet uit over hun eis om hun eigen proces te mogen bijwonen. Als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders dan ontstaat er een nieuwe situatie, aldus het vonnis.

Inspanningsverplichting

De Staat is er veel aan gelegen de vrouwen ter plaatse te laten berechten en de rechter is van oordeel dat er ruimte moet zijn om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. Maar als de autoriteiten de kinderen alleen met hun moeder laten vertrekken, dan moeten ze meekomen. De vrouwen worden dan in Nederland vastgezet en moeten hier worden berecht. Ook het Openbaar Ministerie wil dat en de voorbereidingen zijn al getroffen.

De rechter verplicht de Staat tot een ‘inspanningsverplichting’, maar legt geen dwangsom op zoals geëist. Het beleid tot nu toe van het kabinet om betrokkenen niet-actief terug te halen, moet – althans bij de kinderen – ten einde komen, aldus de rechter. Als de vrouwen zelf zouden besluiten hun kinderen niet mee te geven naar Nederland, vervalt de inspanningsverplichting voor de Staat om het kind te repatriëren.

Geen risico’s nemen

Nederland heeft geen zeggenschap in Syrië en hoeft volgens de rechter geen ‘substantiële veiligheidsrisico’s’ te nemen. Bij de repatriëring moet de Staat wel hulp van de Koerden of Amerikanen aannemen, aldus de rechter. De overheid kan daartoe afspraken met de VS of andere partners in de regio maken. Naar verluidt bood de VS al hulp aan bij de repatriëring van IS-vrouwen en hun kroost. De Koerden zouden de vrouwen kwijt willen.

Advocaat André Seebregts, die namens de vrouwen optreedt, ziet in de uitspraak een ‘redelijke kans’ dat de kinderen terugkomen. Hij spreekt over een ‘afgewogen vonnis’. Premier Mark Rutte geeft aan dat het kabinet de uitspraak van de rechter om de IS-kinderen terug te halen ‘zorgvuldig gaat bestuderen’.  ,,Ik heb de uitspraak nog niet gezien. Ik was aan het vergaderen”, aldus de premier.

‘Leven gaat eindelijk door’

,,Mijn leven gaat eindelijk door’’, reageert Bert Klijn geëmotioneerd op de uitspraak. De man, wiens dochter in 2015 op 19-jarige leeftijd naar het kalifaat vertrok, zegt ‘heel gelukkig’ te zijn. Klijns dochter kreeg in IS-gebied twee dochters, waarvan de oudste inmiddels drie is en de jongste bijna twee. ‘Geweldige meiden’, zegt hij over de kleintjes, die hij alleen van foto’s en video’s kent.

,,Ik heb ze nog nooit in het echt gezien, maar ze weten dat ik hun opa ben.’’ Volgens Klijn is zijn dochter destijds uit ‘naïviteit’ naar Syrië vertrokken. De jonge vrouw dacht er in een ziekenhuis te gaan werken. Ze trouwde er met een IS-strijder. Klijn realiseert zich dat zijn dochter de cel in moet bij een terugkeer. ,,Ze bereidt de kinderen daar al op voor, ze weten al dat ze bij opa en oma komen wonen, omdat mama een tijdje weg moet.”

‘Nog veel onzekerheid’

Ook Klaas uit Gouda is blij met de uitspraak, zij het slechts ten dele. Zijn dochter Mandy reisde samen met haar kinderen af naar het kalifaat. ,,Er blijft veel onzekerheid’’, zegt hij. ,,Veel open eindjes, ook omdat er geen tijdsbestek is genoemd en omdat de Koerden de vrouwen niet zonder kinderen laten gaan.’’

Volgens de Gouwenaar voelt het alsof ‘we geen klap zijn opgeschoten’ met het oordeel. Hij is bang dat de Nederlandse overheid zal volhouden dat het onveilig in het gebied is. ,,Net zoals ze altijd hebben gedaan’’, zegt hij. Hij wijst erop dat er de afgelopen week wel ‘weeskinderen uit diverse landen en een Duitse vrouw zijn opgehaald’.

‘Gestopt met spullen kopen’

Ook een naar de zitting gekomen grootmoeder, die anoniem wil blijven, zegt te vrezen dat de Staat ‘zich zal verschuilen’. ,,Ik denk dat ik ze de komende jaren niet terug zal zien’’, zegt de vrouw over haar dochter en kleinkind. ,,Ik ben maar gestopt met spullen te kopen, zoals ik dat wel deed voor het geval ze zouden komen.’’

Kinderombudsman Margrite Kalverboer, die het kabinet meerdere malen opriep om de Nederlandse kinderen terug te halen, reageert verheugd op de uitspraak. ,,Met belangstelling volgen we hoe het kabinet vervolg gaat geven aan deze uitspraak”, laat ze in een reactie weten.

Vrouwen en kinderen in een kamp voor familieleden van buitenlandse IS-strijders in het noorden van Syrië. © AFP

Nederland moet kinderen uit IS-gebied terughalen

OmroepWest 11.11.2019 De rechtbank in Den Haag heeft de Staat verplicht om er alles aan te doen om kinderen van IS-vrouwen in kampen in Syrië terug naar Nederland te halen. Voor de IS-vrouwen zelf is de Staat dat niet verplicht. Dat bleek maandag uit het vonnis van de voorzieningenrechter.

Advocaten hadden namens 23 vrouwen en 56 kinderen een kort geding aangespannen. De vrouwen zijn de afgelopen jaren afgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had.

De vrouwen zitten nu vast in door Koerden beheerste kampen. Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert actief om ze terug te halen. Een van de vrouwen zou de Goudse Mandy zijn, die met vijf kinderen in het gebied zit.

Volgens de rechter hebben de kinderen in de kampen niet voor het kalifaat gekozen, maar hebben ze nu wel te maken met de noodsituatie in Noord-Syrië. Zo kreeg Jeugdzorg Haaglanden in september de voogdij over twee kinderen in een IS-kamp, nadat de moeder was overleden en de vader niet te vinden was.

De Raad van de Kinderbescherming vertelde dat de kinderen in het vluchtelingenkamp te weinig voedsel en medische zorg krijgen en dat zij hierdoor ernstige medische klachten hebben.

Slachtoffer van handelen ouders

‘De overheid dient zich het schrijnende lot van de kinderen aan te trekken’, zei de rechter maandag. ‘Zij zijn het slachtoffer van handelen van hun moeder of ouders.’ De kinderen hebben allen de Nederlandse nationaliteit en zijn onder de twaalf jaar.

Voor de vrouwen heeft de Staat geen verplichting om ze terug naar Nederland te halen. Volgens de rechter hebben ze bewust voor een reis naar het strijdgebied gekozen. Alleen als de Koerden kinderen niet willen laten vertrekken zonder hun moeders ontstaat er volgens de rechter een nieuwe situatie, en dan moet de overheid volgens het vonnis kijken of het mogelijk is om beide groepen terug te halen.

Meer over dit onderwerp: IS-GANGER RECHTBANK

Rechter: kinderen van IS-vrouwen terughalen

MSN 11.11.2019 De Staat moet er alles aan doen om de kinderen van IS-vrouwen uit kampen in Noord-Syrië terug te halen naar Nederland. Voor de IS-vrouwen zelf geldt daartoe geen verplichting. De voorzieningenrechter in Den Haag heeft dat maandag bepaald in een kort geding dat advocaten namens 23 vrouwen en hun 56 kinderen hebben aangespannen tegen de Staat.

Als de Koerden de kinderen niet laten vertrekken zonder hun moeders dan ontstaat er een nieuwe situatie, aldus het vonnis.

De vrouwen zijn de afgelopen jaren uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië of Irak waar Islamitische Staat het voor het zeggen had. Ze zitten nu vast in kampen die door de Koerden worden beheerd. Ze willen terug naar Nederland, maar het kabinet weigert ze actief terug te halen.

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland

Telegraaf 11.11.2019 Turkije begint vandaag naar eigen zeggen met het terugsturen van opgepakte strijders van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Een Duitse IS’er zal als eerste op het vliegtuig worden gezet. Wat betekent deze aankondiging voor Nederland?

Vijf vragen over hoe het terugsturen precies werkt;

Komen polderjihadisten nu massaal terug?

Nee. Ten eerste is het nog afwachten of Turkije de daad bij het woord voegt. Ten tweede leek de minister met name te doelen op IS-strijders die Turkije eerder heeft opgepakt in Noord-Syrië, tijdens de militaire operatie daar. Onbekend is of daar Nederlanders bij zitten.

Er zitten wel Nederlandse Syriëgangers in een Turkse cel, maar dat is slechts een handvol. Loes F. uit Geleen en Souad D. uit Franeker zijn twee jihadvrouwen die al langer in de cel zitten en terug willen. Ook Xaviera Rose-Claire S. uit Apeldoorn zit vast in Turkije. Ruim een week geleden meldden zich nog twee Nederlandse vrouwen bij de Nederlandse ambassade in Ankara, in de hoop terug te keren. In totaal gaat het om naar schatting een zevental Nederlandse jihadisten, onder wie ook twee of drie mannen.

Bekijk ook:

Turkse minister: Turkije begint maandag met terugsturen IS’ers 

Terugsturen, hoe gaat dat?

Er zijn al eerder nederjihadisten overgevlogen uit Turkije naar Nederland. Reda N. en Oussama A. kwamen met een gewoon lijnvliegtuig, maar onder begeleiding van de marechaussee. Na aankomst op Schiphol werden ze aangehouden en afgevoerd naar de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught.

En wat als hun paspoort is afgepakt?

Een van de twee dames die zich een week geleden meldden op de Nederlandse ambassade, heeft alleen nog maar de Marokkaanse nationaliteit. Dat betekent echter niet dat ze niet teruggestuurd kan worden naar Nederland. Wel dat ze, als ze is berecht en haar straf heeft uitgezeten, het land uit wordt gezet.

Wat voor straffen krijgen ze hier?

De straffen voor vrouwen komen neer op zo’n anderhalf tot twee jaar cel. Voor mannen, van wie de kans veel groter is dat ze hebben gevochten of zich schuldig hebben gemaakt aan gruwelen, is een jaar of zes de norm. Vorig jaar kreeg de Utrechtse strijder Oussama A. 7,5 jaar omdat hij had gesold met het lijk van een IS-slachtoffer. Zijn vriend Reda N. kwam er vanaf met 4,5 jaar omdat bij hem hard bewijs ontbreekt dat hij gruweldaden heeft begaan.

En hoeveel IS’ers zitten er nog aan te komen?

Voor Nederland is de flinke groep IS- vrouwen in de Koerdische kampen in Noord-Syrië van groter belang dan die nu al in een Turkse cel zitten. Het gaat om zo’n vijftien mannen en veertig vrouwen plus tegen de honderd kinderen met een Nederlandse link. Het kabinet staat onder steeds grotere druk om hen terug te halen naar Nederland.

De Haagse voorzieningenrechter bepaalde vandaag dat Nederland het maximale moet doen om de kinderen uit Nederlandse IS-gezinnen te repatriëren.

Bekijk meer van; politiek terrorisme Turkije Nederland Islamitische Staat Syriëganger

Turkije stuurt Amerikaanse IS-strijder terug naar VS

NOS 11.11.2019 Turkije heeft vandaag een Amerikaanse IS-strijder teruggestuurd naar de Verenigde Staten. Dat heeft de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Soylu gezegd tegen verschillende staatsmedia. Later deze week volgen er volgens hem nog zeven Duitsers en elf Fransen.

Soylu waarschuwde vorige week dat Turkije vandaag zou beginnen met het terugsturen van gevangengenomen buitenlandse IS-strijders. Volgens Turkije-correspondent Lucas Waagmeester moet dit dreigement vooral als drukmiddel in de onderhandelingen over de IS-strijders worden gezien. “Het is een signaal van: opschieten, we willen vooruitgang zien”, zegt hij.

Niet uitzonderlijk

Het is volgens Waagmeester niet uitzonderlijk dat IS’ers terug worden gestuurd. “Nederland heeft in het verleden ook IS-strijders teruggehaald. Dat is toen in overleg gegaan met Turkije. Deze mensen zijn daarna in Nederland vervolgd”, zegt Waagmeester. In het geval van de Amerikaanse IS’er zouden ook de gebruikelijke procedures zijn gevolgd.

Turkije vindt dat Europa het land opzadelt met het probleem van de IS-strijders. “De dreigementen over uitzetting zijn een uiting van frustratie”, aldus Lucas Waagmeester. “Veel Europese landen vinden dat de strijders in deze regio moeten worden berecht, maar Turkije zit zelf ook niet op de IS’ers te wachten. Ze vinden dat de Europese landen ‘hun eigen rommel’ moeten opruimen.”

Handjevol IS’ers

Ook de Nederlandse regering is van mening dat de IS-strijders in de regio moeten worden berecht. Volgens Waagmeester gaat hierbij wel om een andere groep IS-strijders. “Deze groep van zo’n 50 volwassenen en 95 kinderen zit in gevangenkampen in Noord-Syrië en is handen van de Koerden. In Turkije zelf zit maar een handjevol Nederlandse IS’ers.”

Turkije pakte onlangs tijdens een offensief in Noord-Syrië naar eigen zeggen een grote groep IS-strijders op. Volgens de Turkse president Erdogan zitten er nu zo’n 1200 IS-strijders in Turkse gevangenissen. Het is niet duidelijk of dit aantal ook klopt.

Bekijk ook;

Ankara start terugsturen IS-gevangenen

Telegraaf 11.11.2019 De Turkse regering begint naar eigen zeggen vandaag al met het terugsturen van buitenlandse IS’ers die gevangen zitten in Turkse gevangenissen. Vandaag zal een Duitse IS’er de grens over worden gezet, donderdag volgen zeven andere Duitsers.

Het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken kondigde vandaag aan ook nog eens elf Franse IS’ers uit te zetten. „De procedures voor elf buitenlandse terroristische strijders van Franse oorsprong die in Syrië gevangen zijn genomen, is in gang gezet”, aldus woordvoerder Ismail Catakli, zo meldde persbureau Anadolu.

Hij voegde eraan toe dat buitenlandse strijders uit Ierland, Duitsland en Denemarken ook worden voorbereid op repatriëring naar hun thuisland.

Onbekend is of in Turkije ook mannelijke IS’ers vastzitten met de Nederlandse nationaliteit. Wel zitten er twee vrouwen vast waarvan een met de Nederlandse nationaliteit en een waarvan de Nederlandse nationaliteit twee weken geleden is ontnomen. Ankara heeft overigens aangekondigd dat het afnemen van de nationaliteit de Turken er niet van zal weerhouden om de IS-aanhangers terug te sturen.

Turkije is boos dat Westerse landen weigeren buitenlandse IS’ers terug te nemen en in eigen land te berechten. Ankara vindt dat het daardoor tegen haar wil voor jaren opgezadeld wordt met duizenden gevaarlijke IS’ers.

Bekijk ook:

Rechter oordeelt: Nederland moet kinderen IS-vrouwen terughalen 

Als een IS’er met de Nederlandse nationaliteit met een Turks toestel aankomt op Schiphol, kan Nederland die niet linea recta met hetzelfde toestel terugsturen richting Ankara. De marechaussee is verplicht de Nederlander te accepteren maar kan die wel onmiddellijk in de boeien slaan op verdenking van lidmaatschap van een terreurorganisatie.

Van vrouwelijke aanhangers, die veelal niet op het strijdtoneel actief waren maar wel ’ondersteunende diensten’ leverden, zal ook een lidmaatschap bewezen moeten worden. Zo kon in Duitsland een vrouwelijke IS’er alleen veroordeeld worden toen bewezen werd dat zij jarenlang in een huis woonde waarvan de oorspronkelijke bewoners door IS waren verdreven.

Bekijk ook:

Dit betekent terugsturen IS’ers voor Nederland 

In Turkije zitten naar schatting enkele honderden IS’ers gevangen. Het merendeel daarvan kwam in handen van de Turken na de inval van Turkse troepen in het noordoosten van Syrië waar hoofdzakelijk Koerden wonen. Het grootste deel van de gevangen IS’ers is echter in handen van de Koerden die over een groot tekort aan middelen beschikken om ze gevangen te houden, laat staan te berechten.

Bekijk meer van; samenleving terrorisme straf burgeroorlog politiek Ankara

Turkije begint met terugsturen IS’ers: ‘Duitser en Amerikaan uitgezet’

AD 11.11.2019 Turkije heeft een begin gemaakt met het terugsturen van buitenlandse IS-strijders. Minimaal twee gevangenen zijn het land uitgezet. Volgens persbureau Reuters gaat het om een Duitser en een Amerikaan. Het is onbekend waar zij naartoe zijn gestuurd.

Reuters baseert zich op uitspraken van een regeringswoordvoerder. Ook persbureau AP maakt gewag van het terugsturen van IS-strijders, maar volgens de bron van dat bericht gaat het om een Amerikaan en een Deen. Deense media bevestigen dat: vanmiddag werd op de luchthaven van Kopenhagen een teruggestuurde 28-jarige man aangehouden.

Het terugsturen komt niet als een verrassing: vorige week kondigden de Turken al aan dat ze ertoe zouden overgaan, wat tot spanningen met NAVO-partners leidde. Die zitten niet te wachten op de terugkeer van de mannen die in het verleden naar Syrië en Irak trokken om te vechten.

Ook Nederland heeft dat standpunt. Wel oordeelde de rechter in Den Haag vandaag dat 56 kinderen van IS-vrouwen door de Nederlandse staat moeten worden teruggehaald. Nederland moet er alles aan doen om de kinderen van IS’ers terug te halen naar Nederland. Voor de IS-vrouwen zelf geldt daartoe geen verplichting, en dus ook voor mannelijke IS-strijders niet.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Toch ook mannen

De Turken lijken echter vastbesloten om ook mannen de grens over te zetten. Suleyman Soylu, de minister van binnenlandse zaken, zei vorige week dat 1200 buitenlandse IS-strijders in de Turkse cel zitten en dat er bij het recente Turkse initiatief in Noord-Syrië opnieuw 287 IS-leden, inclusief vrouwen en kinderen, zijn vastgezet.

De Turkse regering meldt volgens Reuters dat nog 23 Europese IS-leden deze week het land moeten verlaten. Onder hen zijn geen Nederlanders. Het zou gaan om elf Fransen, negen Duitsers, twee Ieren en een Deen.

Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken meldt desgevraagd dat Nederland ‘in contact staat’ met Turkije over dit onderwerp. ,,Op individuele gevallen kunnen we niet ingaan.”

In antwoorden op Kamervragen laat het kabinet vandaag weten dat Nederland voorbereid is op de eventuele terugkeer van strijders. Zij staan internationaal gesignaleerd. Hun paspoorten zijn ongeldig verklaard. Als ze terugkeren naar Nederland worden ‘alle beschikbare middelen’ aangewend om ervoor te zorgen dat zij geen gevaar vormen.

Turkije is begonnen met uitzetten IS’ers

Telegraaf 11.11.2019 Turkije is maandag begonnen met de repatriëring van gevangengenomen militanten van Islamitische Staat (IS) naar hun land van herkomst. Eén Duitse IS-strijder zal maandag door Turkije worden uitgezet. Donderdag worden nog eens zeven Duitse IS-militanten gerepatrieerd.

Ze zitten gevangen in detentiecentra en worden op 14 november teruggestuurd, zei een woordvoerder van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken maandag. Een Amerikaanse IS-militant is ook al uitgezet, meldde staatspersbureau Anadolu.

Turkije treft daarnaast voorbereidingen om elf in Syrië gevangen genomen Fransen uit te zetten, samen met verschillende andere Europeanen. Ze worden ervan beschuldigd zich te hebben aangesloten bij terreurgroep Islamitische Staat. Dat zei het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken maandag.

„De procedures voor elf buitenlandse terroristische strijders van Franse oorsprong die in Syrië gevangen zijn genomen, is in gang gezet”, aldus woordvoerder Ismail Catakli.

Hij voegde eraan toe dat buitenlandse strijders uit Ierland, Duitsland en Denemarken ook worden voorbereid op repatriëring naar hun thuisland.

De communicatiedirecteur van president Recep Tayyip Erdogan zei eerder tegen de Stuttgarter Zeitung dat Turkije in totaal twintig Duitse IS-militanten wil deporteren.

Diverse Europese landen hebben tot nu toe geweigerd IS-aanhangers terug te halen die onder leiding van de Koerdische militie YPG in het noorden van Syrië zijn opgepakt. De Turkse regering ergerde zich aan de passiviteit van Europese landen bij het terughalen van Syriëgangers.

Bekijk meer van; islam terrorisme burgeroorlog Recep Tayyip Erdoğan Turkije Islamitische Staat

Turkije begint met terugsturen van IS-strijders

MSN 11.11.2019 Turkije is maandag begonnen met het terugsturen van gevangengenomen strijders van Islamitische Staat. Dat meldt persbureau AP op basis van de Turkse staatszender TRT Haber.

Een woordvoerder van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigde dat één Amerikaan al is teruggekeerd. Later in de week zouden nog zeven Duitsers volgen. Het is onduidelijk hoeveel jihadisten Ankara in totaal wil terugsturen.

President Erdogan zei vrijdag dat er ongeveer 1.200 strijders van IS opgesloten zitten onder het bewind van de Turken. Turkije dringt er bij Europese landen al langer op aan Syriëgangers terug te nemen, ook als hun paspoort is ingenomen. Europese landen zijn daar tot nu toe terughoudend in, tot frustratie van Ankara. Begin deze maand noemde de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Suleyman Soylu het „onacceptabel” en „onverantwoordelijk” dat het westen weigert strijders terug te nemen.

De Nederlandse inlichtingendienst AIVD schat dat er zo’n 55 Nederlandse volwassenen en 90 kinderen in Syrische detentiekampen verblijven. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) kwam eerder met een plan om Syriëgangers in Irak te laten berechten, maar volgens Irak is daar vooralsnog geen sprake van.

november 12, 2019 Posted by | 2e kamer, aanslag, bedreiging, beeldenstorm, boerka, boerkaverbod, Donald Trump, Erdogan, Irak, is, IS-kinderen, isis, islam, kinderpardon, moslim, NCTV, Nederland, nikab, politiek, President Tayyip Recep Erdogan, rechtzaak, repatriëren, Rutte 3, Syrië, Syriëgangers, syrie, Tayyip Recep Erdogan, terreur, terreurdreiging, terrorisme, turkije, tweede kamer, veiligheid, vluchtelingen | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De nog veel langere arm van Erdogan in IS-gebied, Syrië, Irak en verder !! – deel 12 – de nasleep

Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 8

AD 07.11.2019

Telegraaf 07.11.2019

Spoeddebat 2e Kamer

De Tweede Kamer heeft tijdens een spoeddebat op dinsdag 05.11.2019 harde kritiek op minister Ank Bijleveld van Defensie geuit. De CDA-bewindsvrouw had eerder openheid van zaken moeten geven over burgerslachtoffers bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. De Kamer werd daarover onjuist geïnformeerd.

AD 28.11.2019


Telegraaf 28.11.2019

AD 28.11.2019

AD 21.11.2019

Onjuiste informatie aan de 2e Kamer inzake de “kwestie Irak” !!

Minister Ank Bijleveld heeft uiteindelijk op dinsdag 05.11.2019 excuses gemaakt omdat de Tweede Kamer door haar voorganger verkeerd is geïnformeerd over een dodelijke aanval in Irak door Nederlandse F-16’s. Bijlevelds voorganger, Jeanine Hennis, had in 2015 gemeld dat er geen burgerdoden waren gevallen, maar dat was foute informatie. “Ik bied daarvoor oprechte excuses aan”, zegt Bijleveld nu

© Foto Lex van Lieshout Minister Ank Bijleveld (Defensie) en kolonel-vlieger Peter Tankink (directie Operaties) tijdens een persconferentie over een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015.

Op maandag 04.11.2019 maakte minister Bijleveld reeds bekend dat bij de aanval van Nederlandse F-16’s op een IS-doelwit in Irak in 2015 circa zeventig doden waren gevallen, onder wie burgers. Het is de eerste keer dat het kabinet zo open over een aanval is. 

AD 26.11.2019

Zeker zeventig burgers zijn in 2015 om het leven gekomen door een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija. Dat melden NOS en NRC op basis van bronnen.

Volgens NOS en NRC heeft het Amerikaanse Pentagon bevestigd dat bij de aanval in de nacht van 3 juni zeventig burgers omkwamen. De NOS schrijft echter dat ooggetuigen spreken van veel meer doden, onder wie zeker 23 kinderen.

Ook waren er honderden gewonden. Deze site schreef al eerder dat er aanwijzingen waren dat het een Nederlands vliegtuig was dat de bom afwierp. Dat geldt ook voor een bombardement in 2015 bij Mosul waar eveneens burgerslachtoffers bij vielen. Zowel de Nederlandse als de Amerikaans overheid weigerde toen meer informatie vrij te geven over die aanvallen.

Hoeveel doden er zijn gevallen bij beide incidenten, en om welke aanvallen het gaat kreeg de Kamer voor het eerst van het kabinet te horen, ruim vier jaar nadat beide incidenten plaatsvonden, en ruim twee weken nadat de NOS en NRC Handelsblad daarover berichtten.

Rechter

Eerder besloot de rechter juist nog dat Nederland niet meer openheid hoeft te geven over de luchtaanvallen. Advocate Liesbeth Zegveld had namens twee Irakezen om meer informatie gevraagd over een bombardement op een konvooi voertuigen vanuit Mosul in 2015.

Het bleek om een stoet taxi’s te gaan waarmee burgers uit de stad vluchten. Twee passagiers, die familieleden verloren bij de aanval, hebben een procedure tegen de Nederlandse staat lopen. Zij willen weten of het een Nederlandse bom was die hun geliefden doodde.

Pas na vier jaar en vijf maanden erkent de Nederlandse staat verantwoordelijkheid voor het bombardement op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija, in de nacht van 2 op 3 juni 2015. De Nederlandse regering wist al binnen twee weken dat daarbij tientallen burgers om het leven kwamen – het bleken zeventig doden, onder wie 22 vrouwen en 26 kinderen. Maar het duurde tot deze maandag voordat minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) bereid was meer details prijs te geven.

Die late openheid komt nadat NRC en NOS op 18 oktober na onderzoek hadden geconcludeerd dat de bom die bewuste nacht werd afgeworpen door een Nederlandse F-16. Als onderdeel van de strijd tegen Islamitische Staat, waaraan Nederland in coalitieverband deelneemt.

Bijleveld heeft met dit dossier een politiek probleem geërfd van haar voorganger Jeanine Hennis (VVD). Naar nu blijkt is niet alleen de kennis verzwegen dát er burgerslachtoffers zijn gevallen in Hawija. Ook werd de Tweede Kamer er verkeerd over geïnformeerd.

Telegraaf 09.11.2019

Op 24 juni 2015 antwoordde toenmalig minister van Defensie Hennis schriftelijk op vragen van de Kamer dat voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen. Toch beschikte het ministerie toen al over een Amerikaans verslag waarin die slachtoffers wel staan vermeld. Bijleveld zegt nu: „We hadden er niets over kunnen zeggen, dat had de lijn moeten zijn. Maar dit zeggen, was verkeerd.”

Een week na die aanval meldde toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie aan de Kamer dat Nederland niet betrokken was bij luchtaanvallen in Irak waarbij burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. Dat was niet correct, aldus Bijleveld nu.

Die ontkenning was fout, stelt minister Bijleveld vandaag. Of minister Hennis niet wist van de Amerikaanse conclusies, of dat ze bewust niet de waarheid sprak, schrijft ze niet. Maar het is niet de enige keer dat Hennis de Nederlandse betrokkenheid bij de dood van burgerdoden stellig ontkent.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer;

Een tweede keer dat er burgerslachtoffers vielen was in de nacht van 20 op 21 september 2015. Toen werd een aanval uitgevoerd op een vermeend hoofdkwartier van IS in de Iraakse stad Mosul. Dat bleek achteraf een complex met twee woonhuizen te zijn. Bij die aanval kwamen vier mensen uit één familie om. Deze site schreef begin dit jaar al dat Nederland waarschijnlijk verantwoordelijk was voor die aanval, op het huis van Basim Razzo en zijn gezin . Defensie wilde dat toen niet bevestigen.

De Tweede Kamer wil nu opheldering van Bijleveld, die politieke verantwoordelijkheid draagt voor de uitspraken van haar voorganger. Er werden al eerder vragen gesteld over de effecten van Nederlandse bombardementen boven Syrië en Irak, over deze specifieke aanval, maar tot maandag gaf de minister geen reactie.

GroenLinks noemt de zaak „heel ernstig” en Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) schrijft dat „Bijleveld zich niet moet verschuilen achter haar voorganger.” Joël Voordewind (ChristenUnie) noemt de kwestie „zeer kwalijk en verontrustend”. Tweede Kamerlid Salima Belhaj (D66) zegt precies te willen weten wie wat wanneer wist. Alle fracties, inclusief de gehele coalitie, willen spoedig in debat met de minister.

Want het parlement moedwillig onjuist informeren geldt als politieke doodzonde. Wat ook niet helpt: minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) zei in december tegen EenVandaag dat „we geen precieze aantallen kennen”, als het gaat over burgerslachtoffers. „We hebben niet altijd gedetailleerde informatie wat er op de grond gebeurt.” Blok richtte zich hier weliswaar niet rechtstreeks tot de Kamer, maar dat het niet klopt wat hij zei, is nu duidelijk.

Telegraaf 08.11.2019

AD 08.11.2019

Spontane openheid of afgedwongen?

Het is voor het eerst dat Nederland openheid geeft over de toedracht van een luchtaanval waarbij zoveel burgerslachtoffers vielen. In de brief die minister Bijleveld maandag naar de Kamer stuurde, erkent de staat ook de verantwoordelijkheid voor een tweede geval waarbij burgers om het leven kwamen: bij een aanval in september 2015 op een vermeend hoofdkwartier van IS in Mosul. Het doelwit klopte niet, het bleek een woonhuis, en was gebaseerd op verkeerde inlichtingen. Er kwamen „zeer waarschijnlijk” vier burgers om het leven.

Bijleveld moet de Kamer ook op een andere vraag antwoord geven: is de huidige openheid van de Nederlandse regering over de burgerslachtoffers een eigen beleidskeuze, of kón ze niet anders door de publiciteit? De minister zegt nu dat ze „sowieso van plan was” de Kamer te informeren. En dat het niets te maken had met de publicaties in de media.

Het is een opvallende verklaring voor een bewindspersoon van een ministerie dat bekend staat om een doorgaans juist behoudende koers. Ze „moest”, zegt Bijleveld in een interview met NRC, „de vliegers en anderen nog spreken” voordat ze de Tweede Kamer kon informeren. Die piloten sprak de minister afgelopen donderdag, bijna twee weken na publicatie van het onderzoek. Een gebeuren na de aankomst van de eerste F-35 in Leeuwarden waarbij die vliegers elkaar sowieso al zouden treffen.

Is afgedwongen openheid – ook over het onjuist informeren van de Kamer – voldoende voor een geloofwaardig verhaal van de minister van Defensie? Deze vragen zijn mogelijk deze week al actueel. Op dinsdag debatteert de Tweede Kamer over de begroting voor Defensie. De kunst voor Bijleveld wordt nu om dat debat niet alleen over Hawija en over het vertrouwen in haar eigen positie te laten gaan.

Telegraaf 14.11.2019

Meer tijd nodig voor onderzoek

Pas eind volgende week hoopt het kabinet duidelijkheid te kunnen geven op de vraag wanneer welke minister wist over de burgerdoden door een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak ruim vier jaar geleden. Dat heeft minister Ank Bijleveld (Defensie) de Tweede Kamer donderdag 14.11.2019 laten weten.

Vorige week werd duidelijk dat de Kamer door Defensie over de kwestie onjuist is geïnformeerd. Het leidde tot een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie tegen Bijleveld. Zij hoorde pas enkele dagen voor het debat dat de Kamer was voorgelogen. De volksvertegenwoordiging wil nu volledige openheid van zaken, want het is volgens Bijleveld „aannemelijk” dat de meest betrokken ministeries kort na de aanval al op de hoogte zijn gebracht.

Het kabinet slaagde er niet in om nog voor woensdag 13.11.2019 informatie naar de Tweede Kamer te sturen over wie precies wat wist over het bombardement in 2015 op de Iraakse plaats Hawija. Bij een Nederlandse luchtaanval vielen destijds zeker zeventig burgerslachtoffers.

Toenmalig Defensie-minister Hennis meldde de Kamer, onjuist, dat er geen burgerslachtoffers waren en haar opvolger Bijleveld bood vorige week excuses aan voor die verkeerde informatie. Bijleveld noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren gebracht van het incident, waaronder het departement van de premier. Met name eventuele betrokkenheid van premier Rutte ligt politiek gevoelig.

Zo volledig mogelijk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wanneer op de hoogte is gesteld en welke kabinetsleden van de burgerdoden hebben geweten. Kamerleden wilden die informatie nog voor morgen ontvangen. Dan begint de behandeling in de Kamer van de begroting voor Buitenlandse Zaken.

Maar Bijleveld schrijft nu aan de Kamer, mede namens Rutte en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus, dat zij niet in staat is de antwoorden voor morgen af te hebben. Ze benadrukt dat het kabinet “zo volledig mogelijk wil zijn in de beantwoording van de vragen”.

Rapport hoofdkwartier Centcom zoek

Het kabinet kan een belangrijk rapport rond het Nederlandse bombardement in Irak in 2015, waarbij zeventig burgerdoden zijn gevallen, niet vinden. Dat meldt Elsevier Weekblad. Daardoor heeft het kabinet grote moeite een feitenrelaas over de kwestie op te stellen, iets wat minister van Defensie Ank Bijleveld vorige week heeft toegezegd tijdens het debat daarover.

Tijdens het debat vorige week baseerde zowel de minister als de Kamerleden zich op een ‘voorlopig rapport’ van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom van 15 juni 2015 over de ‘nevenschade’ bij het bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in het Iraakse Hawija. Daarbij zijn zeventig doden gevallen, waaronder onschuldige burgers.  De voorlopig versie van het rapport zou echter nogal beknopt geweest zijn, zonder details.

In het kort

Dit gebeurde er in de zomer van 2015:

De nacht van 2 op 3 juni 2015

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 bombardeert Nederland een bommenfabriek van IS bij de Iraakse stad Hawija. Door foute inlichtingen zijn meer bommen in de fabriek dan gedacht en zijn de ontploffingen groter.

4 juni 2015

Persbureau Reuters spreekt in een artikel voor het eerst over ‘ongeveer 70 doden, inclusief burgers’ bij een luchtaanval op een fabriek in Hawija.

9 juni 2015

Hennis wordt voor het eerst gebriefd over onderzoek naar de luchtaanval, waaruit naar voren komt dat het ‘geloofwaardig’ is dat er bij de luchtaanval ook burgerslachtoffers zijn gevallen.

15 juni 2015

Hennis ontvangt het definitieve onderzoek van CENTCOM, het Amerikaanse hoofdkwartier voor alle militaire missies in het Midden-Oosten. Nederland werkt hiermee samen tijdens de oorlog tegen IS. Ook in het definitieve onderzoek wordt het ‘geloofwaardig’ geacht dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het aantal van 70 wordt niet genoemd.

23 juni 2015

Minister Hennis informeert vervolgens de Kamer verkeerd. In antwoorden op Kamervragen schrijft ze: “Voor zover op dit moment bekend, is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

En dit is wat er nu 27.11.2019 bekend is over de informatievoorziening rond de aanval in Hawija;

Oktober 2014: Nederland begint bijdrage aan luchtcampagne van anti-IS-coalitie boven Irak.

Nacht van 2 op 3 juni 2015: Nederlandse F-16’s voeren een aanval uit op IS-faciliteit waar autobommen worden geproduceerd. Uit de eigen Battle Damage Assessment blijkt direct dat er sprake is van ‘onbedoelde nevenschade’, kortom: schade aan gebouwen.

4 juni 2015: Reuters meldt dat bij het bombardement op Hawija ‘een hele wijk’ is weggevaagd. Betrokkenen ter plaatse schatten het aantal doden op zeventig, zowel IS-terroristen als burgers. In de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) wordt de aanval besproken, inclusief de ‘secundaire explosies’, het ‘zorgvuldige targeting proces’ en de ‘mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers’. De ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie worden schriftelijk geïnformeerd. Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, was afwezig in de SMO van 4 juni.

Juni 2015-mei 2016: tijdens deze hele periode is in de SMO met geen woord gerept over de aanval op Hawija.

9 juni 2015: minister van Defensie Hennis wordt gebriefd over de aanval. Voorlopig onderzoek door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, wijst uit dat het ‘geloofwaardig’ is dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het ‘voorlopige onderzoek’ ontvangt Defensie op 15 juni.

23 juni 2015: In antwoord op Kamervragen, schrijft Hennis dat voor zover op dat moment bekend in de luchtcampagne tegen IS geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers.

Augustus 2015: Het Internationale Rode Kruis overhandigt aan Nederlandse ambassade in Bagdad een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen met burgerslachtoffers, waarin een aanval op Hawija op 4 november genoemd wordt waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood. De niet-gouvernementele organisatie Airwars spreekt in een openbaar rapport over tussen de 70 en 150 burgerdoden in Hawija.

Jan/feb 2016: Het initiële onderzoek van Centcom (d.d. 15 juni 2015) wordt door Defensie naar het OM gestuurd. De Yweede Kamer wordt erover ingelicht dat er twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht.

1 juni 2017: De Tweede Kamer wordt vertrouwelijk ingelicht over gevallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet.

13 april 2018: Minister Bijleveld licht de Kamer in over uitkomsten van onderzoeken van het Openbaar Ministerie naar aanvallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers. Locatie, datum en vermoedelijk aantal slachtoffers worden niet genoemd omdat ‘de inzet nog gaande was’.

1 januari 2019: De F-16-missie is afgelopen, het argument dat in april 2018 werd gehanteerd om informatie achter te houden, vervalt. Defensie ‘gaat aan de slag met een nieuwe toets van mogelijkheden van meer transparantie’.

Mei 2019: Minister Bijleveld zegt toe na het zomerreces te komen met een reactie op voorstellen van Kamerleden omtrent meer transparantie inzake mogelijke burgerslachtoffers.

30 september 2019: Minister Bijleveld vraagt de Kamer om meer tijd voor deze inhoudelijke reactie, ‘in het kader van zorgvuldigheid’.

18 oktober 2019: NRC en NOS melden dat Nederlandse F-16’s de luchtaanval op Hawija uitvoerden. Het Pentagon heeft desgevraagd gezegd dat er daarbij zeventig burgerdoden vielen. Bijleveld belooft dat de Kamer ‘op korte termijn’ wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van meer transparantie.

4 november 2019: minister Bijleveld meldt de Kamer dat ‘op basis van de door Centcom aangehaalde open bronnen’ bij een Nederlandse aanval op Hawija in juni 2015 ‘ongeveer 70 slachtoffers’ zijn gevallen, ‘zowel IS-strijders als burgers’.

Dossier luchtaanval Hawija

Live AD

Teruglezen: Het Tweede Kamerdebat over burgerdoden Irak NRC

Verslaggever Inge Lengton live bij het debat;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Dossier Luchtaanval Hawija NRC

lees: Brief MIN DEF Antwoorden Kamervragen burgerslachtoffers Karabulut 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF SV Karabulut over passage uit boek missie F16 25.11.2019

lees: Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija brief 25.11.2019

lees: regeling Werkzaamheden over antwoorden op vragen over de 70 burgerdoden in Irak Brief 20.11.2019

lees: Feitenrelaas inzake de transparantie over burgerslachtoffers bij luchtaanvallen brief 05.11.2019

lees: Transparantie burgerslachtoffers bij luchtaanvallen in de strijd tegen ISIS brief 04.11.2019

lees: kamerbrief over het iob onderzoek naar stabilisatieprogrammas in syrie  7 september 2018

lees: rapport review of the monitoring systems of three projects in syria  7 september 2018

lees: kamerbrief met voortgangsrapportage nederlandse bijdrage in strijd tegen isis 13.04.2018

lees: kamerbrief aanvullende artikel 100 brief nederlandse bijdrage aan de strijd tegen isis 29.01.2016

Bekijk ook;

Zie ook: Kabinet Rutte 2 en 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 7

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 6

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 5

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 4

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 3

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 2

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 1

Kamer: nieuw onderzoek kabinet naar burgerslachtoffers Irak

NOS 03.12.2019 De Tweede Kamer wil dat het kabinet in Irak een nieuw onderzoek gaat doen naar de burgerslachtoffers die daar vier jaar geleden zijn gevallen bij een Nederlandse luchtaanval. Een motie daarover die vorige week werd ingediend door onder meer de regeringspartijen D66, CDA en ChristenUnie kreeg vandaag steun van een Kamermeerderheid. Coalitiegenoot VVD stemde tegen.

Vorige week verantwoordde het kabinet zich voor de gang van zaken rond de aanval op de Iraakse plaats Hawija en voor de onduidelijkheid over welke minister nu precies van wat op de hoogte was. Na een urenlang debat hield het kabinet de steun van de meerderheid: een motie van wantrouwen werd verworpen.

Nader onderzoek ter plaatse

Maar een meerderheid onder leiding van D66-Kamerlid Belhaj blijft er niet tevreden over dat nog steeds niet vaststaat hoeveel burgerslachtoffers er precies door Nederlandse toedoen zijn gevallen. Daarom moet het kabinet “ter plaatse nader onderzoek doen, waar mogelijk in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, de VN en lokale autoriteiten”.

Minister Bijleveld is niet erg enthousiast over dat verzoek. Ze wil de Kamer geen valse hoop bieden dat het aantal burgerslachtoffers uiteindelijk toch komt vast te staan. Ze gaat wel kijken hoe ze de motie gaat uitvoeren: “Ik zal mijn uiterste best doen.” Bijleveld benadrukte dat de situatie in Irak nog steeds onveilig is en dat dat het onderzoek bemoeilijkt.

Een idee van een deel van de oppositie om een zogenoemde parlementaire ondervraging te houden en zo meer duidelijkheid te krijgen over de Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement haalde het niet. Ook de wens van een aantal oppositiepartijen om ex-minister Hennis geen gezant in Irak meer te laten zijn, kreeg geen meerderheid.

Bekijk ook;

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte tijdens het debat gisteravond © ANP

Kamer blijft na debat achter met een kater: ‘Wie gelooft deze premier nog?’

AD 28.11.2019 Tijdens het debat over de burgerdoden in Irak werd het op een gegeven moment zelfs regeringspartner ChristenUnie te veel. Hoe kon premier Mark Rutte zo ijzerenheinig blijven volhouden dat er niet over de kwestie gelogen is?

Met terugwerkende kracht is het lastig te begrijpen hoe er in juni 2015 door het toenmalige kabinet is gereageerd op het bericht dat bij een aanval van een Nederlandse F-16 op een IS-bommenfabriek in het Iraakse Hawija waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Internationale media spraken direct al van zo’n zeventig slachtoffers.

Hoewel het kabinet twee weken later over een verlenging van de missie van onze militairen moest beslissen, is de informatie niet gedeeld in de ministerraad. Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis vermoedt dat ze premier Rutte destijds wel heeft geïnformeerd en ze weet het zeker over toenmalige collega Koenders van Buitenlandse Zaken. Die twee zeggen daar geen herinnering aan te hebben.

Lees ook;

Kabinet doorstaat motie van wantrouwen rond burgerdoden Irak

Lees meer

© ANP

Regels

Er is geen doofpot, aldus Premier Rutte.

Maar daar moet allemaal niets achter worden gezocht, hield Rutte gisteren vol tegenover een kritische Tweede Kamer. Alles is destijds ‘volgens de regels verlopen’. De informatie over de burgerdoden ‘is niet bewust achtergehouden uit angst dat de verlenging in gevaar zou komen’, zoals de oppositie vermoedt.

En dat Hennis de Tweede Kamer destijds meldde dat er bij de acties van Nederlandse F-16’s ‘voor zover op dit moment bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen’ (terwijl ze toen al wél wist van Hawija) was geen bewuste leugen, volgens Rutte. Het was ‘een fout zinnetje’. Punt. De premier benadrukte tot twee keer toe: ,,Er is geen doofpot.”

Vooraf hadden de oppositiepartijen besloten de aanval te openen op Ruttes achilleshiel: zijn geloofwaardigheid. Zijn imago heeft de afgelopen negen jaar tijdens zijn premierschap al de nodige krassen opgelopen door verbroken beloftes en plotseling geheugenverlies in lastige dossiers. Daar kwam zijn ‘niet actieve herinnering’ aan de burgerdoden in Irak nog eens bovenop. ,,Ik kan geen herinnering faken”, stelde Rutte.

Geen geloof

Nu iedereen in Den Haag verwacht dat Rutte bij de komende Kamerverkiezingen nog één keer de kar gaat trekken als lijsttrekker van zijn VVD, is dit de tactiek waarmee zijn tegenstanders hem willen verslaan. ,,Wie gelooft deze premier nog?,’’ verzuchtte zowel PVV-leider Wilders, als SP-leider Marijnissen, als FvD-voorman Baudet. ,,Het wordt wel heel moeilijk deze premier nog te geloven’’, beklaagden GroenLinks-leider Klaver en 50Plus-baas Krol zich.

Rutte wierp zelf óók de vertrouwensvraag op. ,,Als u mij niet gelooft, ga ik wat anders doen.” Een motie van wantrouwen tegen zijn kabinet werd verworpen; voor GroenLinks en PvdA ging het opzeggen van het vertrouwen in het héle kabinet een stap te ver. Toch moest Rutte toezien hoe er wederom een stukje van zijn geloofwaardigheid werd afgeknabbeld.

Tegelijkertijd kreeg de unaniem verontwaardigde oppositie geen vat op de premier. Niet dat ze het niet probeerden. Maar Rutte bleef herhalen wat hij wilde zeggen. Er was niet zo veel aan de hand. Het ‘oogde ongemakkelijk’, dat wel.

De oppositiepartijen waren verbaal zo murw geslagen dat ze voor Defensieminister Ank Bijleveld – die begin deze maand nog stuntelde in een debat over dezelfde kwestie – amper kritische vragen over hadden. De minister waarvan aan het begin werd gedacht dat zij in de grootste politieke problemen zou komen, kwam zo geen moment in gevaar.

Onderzoek

Na twee debatten en meerdere Kamerbrieven is in elk geval één ding duidelijk: niemand sloeg alarm bij het bericht dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen door een Nederlandse bom. Betrokken bewindslieden vroegen niet door. Voor het besluit om de missie te verlengen was het volgens Rutte niet van belang, en de Amerikanen kwamen nooit met een eindrapport. Daardoor is ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen.

Defensie moet daarom ter plekke onderzoek gaan doen in Hawija, wil de Kamer. Maar fact-finding wordt vier jaar na dato wel lastig, stelde Bijleveld, die waarschuwde voor valse hoop. ,,We gaan alle feiten niet boven tafel krijgen.” Maar de Kamer vindt dat het in elk geval geprobeerd moet worden. Dat is, stelde initiatiefnemer D66-Kamerlid Salima Belhaj, een ‘morele plicht’.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer. Foto: ANP/ Koen van Weel

Kabinet overleeft affaire rond burgerdoden in Irak – Rutte herinnert zich niet ‘vermoedelijk’ te zijn geïnformeerd door Hennis

BIN 28.11.2019 Informatie over burgerdoden heeft geen rol gespeeld in de beslissing over de verlenging van de missie in Syrië en Irak. Dat zei premier Mark Rutte gisteravond in een urenlang debat. Het kabinet overleefde een motie van wantrouwen van de SP.

Jesse Klaver vroeg zich in het debat af of er mogelijk niet over burgerslachtoffers werd gerept omdat er drie weken na de aanval beslist moest worden over verlenging. “Dat is echt onzin”, reageerde Rutte. “Er is geen doofpot.”

Ook Thierry Baudet vermoedde dat er niks is gezegd over burgerdoden om de verlenging van de missie niet in gevaar te brengen. “Dit gaat om de integriteit van de democratie.”

Mogelijke burgerslachtoffers waren “niet relevant” voor het besluit om te verlengen, zo verdedigde Rutte het Kabinetsoptreden. “Er is altijd een risico op burgerslachtoffers.”

Alle procedures zijn correct gevolgd na de melding van burgerslachtoffers door een Nederlandse aanval in Irak in 2015, benadrukte premier Mark Rutte woensdagavond. Maar hij snapt ook het “ongemak” dat er bij de Kamer hierover heerst.

Rutte kan zich informatie van Hennis niet herinneren

Waarom gingen de alarmbellen niet af toen media een dag na de aanval meldden dat er zeker zeventig burgerdoden waren gevallen, vroegen partijen herhaald. Omdat het werd onderzocht, verklaarde Rutte keer op keer. En de internationale coalitie kon op basis van die openbare bronnen niks vaststellen. Daarna sleepte het dossier zich voort.

Ook het idee dat daardoor de Kamer verkeerd is geïnformeerd over de verlenging, klopte volgens de premier niet. Het protocol was destijds dat de Kamer nooit zou zijn geïnformeerd over burgerslachtoffers. PVV-voorman Geert Wilders zei dat de Kamer is “gepiepeld en dat is onvergeeflijk”.

De procedure is inmiddels veranderd. De Kamer wordt nu zo snel mogelijk op de hoogte gesteld als er burgerdoden vallen door een Nederlandse inzet.

Rutte herhaalde zich niet te kunnen herinneren dat toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie hem “vermoedelijk” op de hoogte heeft gesteld van mogelijke burgerdoden. Hennis weet ook niet meer waarom zij de Kamer enkele weken na de actie onjuist heeft geïnformeerd.

Kabinet overleeft motie van wantrouwen

Rutte hield strak aan zijn verdedigingslinie vast. Het lukte de oppositie niet om die te doorbreken. “Het kabinet doet hier te gemakkelijk over”, oordeelde Klaver. De coalitiepartijen waren mild. Zij willen vooral dat Defensie transparanter wordt. Een voorstel van D66 en ChristenUnie om ter plekke in Hawija onderzoek te doen naar burgerslachtoffers kreeg steun van een meerderheid.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) stond door het optreden van Rutte in de luwte. Slechts een half uur was ze aan het woord. Ze kreeg begin deze maand na een slecht optreden een motie van wantrouwen aan haar broek, die door vrijwel de hele oppositie werd gesteund. Een tweede motie van wantrouwen van de SP, die ook tegen de rest van het kabinet was gericht, haalde het woensdag bij lange na niet.

Kabinet doorstaat motie van wantrouwen rond burgerdoden Irak

AD 28.11.2019 Het kabinet heeft in de kwestie over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak opnieuw een motie van wantrouwen doorstaan. Die kreeg alleen steun van de SP, PVV, Partij voor de Dieren, Denk, 50Plus, Forum voor Democratie en eenpitter Femke Merel van Kooten-Arissen.

Het is een kwestie van vertrouwen. Het is de vraag of u mij gelooft. Zo niet, dan ga ik iets anders doen. Zo ja, dan blijf ik, aldus Premier Rutte

Minister-president Mark Rutte stelde tijdens het debat zelf de vertrouwensvraag toen hij – tot ongenoegen van de Kamer – bleef volhouden dat hij zich niet herinnert dat Hennis hem destijds heeft ingelicht over het bombardement.

,,Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is. Maar ik moet hier de waarheid spreken. Ik kan geen herinnering faken”, stelde Rutte. ,,Het is een kwestie van vertrouwen. Het is de vraag of u mij gelooft. Zo niet, dan ga ik iets anders doen. Zo ja, dan blijf ik.”

Rutte kan aanblijven, nu de motie die het vertrouwen in hem, Defensieminister Ank Bijleveld en ‘het hele kabinet’ werd verworpen.

Bijleveld wachtte voor de tweede keer deze maand een zwaar debat over de burgerdoden die door toedoen van een Nederlandse bom vielen in Hawija en hoe de Kamer daarover vervolgens verkeerd werd geïnformeerd. Zij kreeg echter nauwelijks kritische vragen, omdat de oppositie nu vooral Rutte bestookte met vragen.

Geen herinnering

Geert Wilders (PVV), Thierry Baudet (FvD), Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte © ANP

,,Het einde van dit kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinneringen aan die man’’, zei PVV-leider Geert Wilders met een verwijzing naar Ruttes eigen verweer. Zelfs de doorgaans voorzichtige oppositiepartij SGP zei ‘kristalheldere’ antwoorden van de premier te verlangen en niet dat hij ‘ergens geen actieve herinnering aan heeft’.

Een groot deel van de oppositie verdenkt het vorige kabinet onder leiding van Rutte ervan dat bewust is gelogen over de burgerdoden. De Tweede Kamer moest in de weken na het misgelopen bombardement in 2015 instemmen met een verlenging van de missie van de Nederlandse F-16’s in het gebied.

Vrijwel alle oppositiepartijen vinden het al te toevallig dat uitgerekend in de dagen na het bombardement in zowel een brief aan de Tweede Kamer als in een Kamerdebat door toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis is gezegd dat er ‘voor zover op dit moment bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen’.

Inmiddels is bekend dat al direct na het bombardement begin juni 2015 bekend was dat de explosie veel groter was dan gedacht en dat er waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. In allerlei – buitenlandse – media werd toen al gesproken over zeventig slachtoffers. Dat was dus vóór Hennis de Tweede Kamer verkeerd informeerde.

Verlengen van missie

Dit debat gaat niet over burgerdo­den, maar over betrouw­baar­heid van de premier, aldus Thierry Baudet, FvD.

,,Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?’’, sneerde GroenLinks-leider Jesse Klaver gisteravond. Ook andere oppositiepartijen vonden de samenloop van omstandigheden te toevallig. ,,Dit debat gaat niet over burgerdoden, maar over betrouwbaarheid van de premier”, vond Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet. ,,De totale militaire misser moest uit het nieuws gehouden worden, want de missie moest koste wat kost verlengd worden.’’

Hennis heeft laten weten dat ze Rutte ‘vermoedelijk’ wel gebeld heeft, maar dat ze hem ‘niet alarmerend’ heeft verteld over de mogelijkheid van burgerdoden. ,,Hoe kun je niet alarmerend worden geïnformeerd over burgerdoden?’’, vroeg SP-leider Lilian Marijnissen zich af. ,,Waarom heeft de premier niet doorgevraagd? Had dat iets te maken met het verlengen van de missie die niet in gevaar mocht komen?’’

Dat ontkent Rutte. Volgens hem zijn de burgerdoden niet besproken in de ministerraad destijds. ,,Dat is ook logisch. Voor het nemen van het besluit om de missie te verlengen was dat ook niet relevant. We wisten altijd dat bij deze missie risico was op burgerslachtoffers. Het ging om levensgevaarlijk gebied.’’

Niet bewust

Volgens Rutte is er destijds een fout gemaakt, maar mag niet de conclusie worden getrokken dat de Kamer bewust is voorgelogen. ,,Het was beleid de Kamer niet te informeren over burgerdoden om de veiligheid van onze vliegers niet in gevaar te brengen.

Er had destijds in die brief moeten staan: u krijgt die informatie niet.’’ In plaats daarvan kwam er ‘een verkeerd zinnetje’ in een Kamerbrief. Achteraf, zegt hij, is niet meer ‘te reconstrueren’ hoe die fout gemaakt is. Maar, benadrukte de premier tot twee keer toe: ,,Er is geen doofpot.”

Dit kwam Rutte op harde kritiek te staan. Klaver: ,,Hoe kunt u dit iets anders noemen dan een leugen als Defensie wist dat die burgerdoden er waren?’’ Ook regeringspartij ChristenUnie had moeite met Ruttes uitleg. ,,Deze fout moet bewust zijn gemaakt”, vermoedde Kamerlid Joël Voordewind.

De SGP wilde vervolgens weten of Hennis nog is gevraagd hoe het ‘foute zinnetje’ in de brief kwam die onder haar verantwoordelijkheid naar de Kamer werd gestuurd. Dat moest Rutte eerst even navragen, maar het antwoord was ‘ja’. Volgens Rutte zegt Hennis niet te weten waarom maar ‘volgens haar is het niet bewust verkeerd in de Kamerbrief terechtgekomen’.

Hoe kunt u dit iets anders noemen dan een leugen als Defensie wist dat die burgerdo­den er waren?, aldus Jesse Klaver, GroenLinks.

Onderzoek

De regeringspartijen namen het op voor Rutte en huidige Defensieminister Bijleveld. Sloeg D66-Kamerlid Salima Belhaj tijdens het vorige debat nog een harde toon aan, nu was haar boodschap milder.

Ze kwam met een motie die Defensie oproept onderzoek te doen in Hawija. In 2015 was dat door het gevaar in de door IS gedomineerde regio niet mogelijk, maar nu wel, stellen de democraten. Het voorstel, dat mede wordt ingediend door het CDA, krijgt steun van een Kamermeerderheid.

Maandag bleek dat er door de Amerikanen nooit een eindrapport werd opgemaakt van het misgelopen bombardement. Daardoor is ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk hoeveel burgers de dood vonden.

Volgens D66 en CDA heeft Nederland ‘de morele plicht’ om dat alsnog in kaart te brengen én te onderzoeken hoe het kon gebeuren dat er in de bommenfabriek – het doelwit van de Nederlandse bom – veel meer springstof lag dan gedacht.

Volgens Bijleveld gaat zo’n ‘fact-finding mission na vier jaar heel erg lastig worden’. Ze zei de Kamer geen valse hoop te willen geven. ,,We gaan alle feiten niet boven tafel krijgen.”

Rutte ontkent doofpot rond Hawija-bombardement

Trouw 28.11.2019 De oppositie probeerde woensdagavond in het debat over het bombardement op het Iraakse Hawija met vermoedens premier Rutte klem te zetten. Die gaf geen krimp.

Een nieuw debat over burgerdoden in Haijwa, een nieuwe motie van wantrouwen voor Ank Bijleveld. Opnieuw kwam de minister van defensie niet ongeschonden uit een confrontatie met de Tweede Kamer over een Nederlands bombardement boven Irak, juni 2015. Daarbij vielen naar alle waarschijnlijkheid tientallen burgerdoden.

Drie weken geleden moest alleen Bijleveld de klappen van de oppositie opvangen, dit keer waren de pijlen vooral gericht op premier Mark Rutte. Ook hij moest een motie van wantrouwen incasseren van SP, PVV, Denk, 50Plus, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie en het lid Van Kooten. Beide bewindslieden hielden aan het begin van de nacht steun van een ruime Kamermeerderheid.

Toch werd het een bij vlagen vervelend debat voor Bijleveld en zeker voor Rutte. Meerdere fracties geloven niet dat Rutte ‘geen herinneringen’ heeft aan burgerdoden bij het bombardement op Hawija, zoals hij zelf verklaart.

Onder meer Jesse Klaver (GroenLinks) en Geert Wilders (PVV) vermoeden dat de zaak destijds bewust is weggemoffeld, omdat het kabinet nog diezelfde maand moest beslissen over verlenging van de Nederlandse missie. Nieuws over burgerslachtoffers zou dit besluit in de weg kunnen staan.

Klaver noemde het ‘moeilijk voor te stellen dat er in het kabinet wel is gesproken over verlenging van de missie, en dat de burgerdoden daarbij niet zijn genoemd.’ Gezien de belangstelling die de premier doorgaans heeft voor internationale politiek en veiligheid, is het volgens de fractieleider van GroenLinks ook ongeloofwaardig dat hij zegt zich niets te herinneren van het bombardement.

Rutte ontkent stellig dat er motief was om te liegen. “Er is geen sprake van een doofpot”, zei hij tijdens het debat. Het was kabinetsbeleid om tijdens een missie niets te zeggen over burgerdoden. “Er had dus nooit iets aan de Kamer gemeld kunnen worden over Hawija.”

Er is volgens Rutte alleen een fout gemaakt door toenmalig defensieminister Hennis, kort na het bombardement, door de Kamer te vertellen dat daar geen burgerslachtoffers waren gevallen. Ze had moeten zwijgen, aldus de premier.

Rutte ziet ook geen enkele reden om destijds nieuws over burgerdoden te verdoezelen. Het had, zegt hij, sowieso geen rol gespeeld bij het besluit om de militaire missie boven Irak te verlengen. “We wisten altijd dat het risico op burgerdoden bestond.”

Veel meer dan verwijzen naar een mogelijk motief konden Kamerleden uiteindelijk niet. Daarmee werd de zaak het woord van Rutte tegen vermoedens van oppositieleden. De premier: “Het is aan de Kamer of u mij gelooft of niet. Zo niet, dan ga ik wat anders doen.”

Geheugenverlies

Naast de mogelijkheid van toedekken probeerden oppositiepartijen Rutte te pakken op zijn geheugenverlies, dat volgens hen geveinsd is. De premier houdt vol dat hij zich niet herinnerd dat hij destijds is geïnformeerd over mogelijke burgerslachtoffers, terwijl Hennis vermoedt dat zij hem dit wel verteld heeft.

Wilders trok een vergelijking met ontbrekende herinneringen bij de memo’s over de dividendbelasting, de door Zijlstra verzonnen ontmoeting met Poetin, en de bonnetjesaffaire van Teeven en Opstelten. Telkens had Rutte geen ‘actieve herinnneringen’.

De Tweede Kamer wil dat defensieminister Ank Bijleveld een nieuw onderzoek naar het precieze aantal slachtoffers in Hawija instelt. Dat zegde ze toe, tegelijkertijd temperde de minister de verwachtingen over wat er vier jaar later nog boven tafel komt. “Ik zal mijn uiterste best doen. Maar ik wil geen valse hoop bieden.”

Lees ook:

De Nederlandse bom op de bomfabriek in Hawija trof IS hard

Het kabinet moet de Kamer overtuigen dat Rutte echt niets wist, en dat er om goede redenen verschillen zijn tussen wat Bijleveld in een brief en in een eerder debat meldde. 

Meer over; Mark Rutte politiek Hawija Ank Bijleveld Marno de Boer

Rutte over Hawija: suggestie oppositie ’echt onzin’

Telegraaf 28.11.2019 Premier Rutte en minister Bijleveld (Defensie) hebben bij het debat over burgerdoden in Irak voldoende vertrouwen gehouden van de Tweede Kamer.

Een motie van wantrouwen, ingediend door de SP, kreeg steun van de PVV, 50Plus, FvD, de Dierenpartij, Denk en Van Kooten. GroenLinks, dat steevast over ’leugens’ sprak, steunde de motie niet. Toch suggereerde voorman Klaver dat de informatie over mogelijke burgerdoden bij de luchtaanval in 2015 bewust onder de pet was gehouden om de verlenging van de missie niet in gevaar te brengen.

De minister-president stelt dat het altijd zo is geweest dat er risico’s zijn op burgerdoden bij dit soort operaties. „Het vermoeden dat het is toegedekt vanwege het verlengingsbesluit is gewoon niet waar”, zegt Rutte. „Echt onzin.” Hij stelt verder dat de Tweede Kamer in die tijd nooit geïnformeerd werd over slachtoffers om militairen in het veld niet in gevaar te brengen. Ook niet vertrouwelijk.

Desondanks zei toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis enkele weken na de aanval in een brief aan de Kamer dat er geen burgerdoden waren gevallen. Volgens Rutte was dat een ’fout’. Hennis, zo stelt de premier, had moeten zeggen dat er geen informatie over burgerdoden werd gedeeld.

PVV-voorman Geert Wilders vindt dat de Kamer is „gepiepeld en dat is onvergeeflijk”. GroenLinks-leider Jesse Klaver is van mening dat er geen sprake is van een fout: „het is een leugen.”

De Kamer voert vanavond een kritisch debat over de informatie die is gedeeld over een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. Daarbij vielen mogelijk 70 burgerslachtoffers.

Uit een brief van defensieminister Bijleveld blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij een bombardement van 3 juni 2015 op een autobommenfabriekje in Hawija.

De informatie was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld. Hennis had volgens haar eigen herinnering ’vermoedelijk’ ook de premier mondeling op de hoogte gesteld van de bevindingen – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers. Rutte sluit niet uit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, maar kan zich het niet herinneren.

SP: heeft Rutte dan niet doorgevraagd?

„Dat hebben we eerder gehoord”, hoont SP-fractieleider Marijnissen, die het spannende debat over de F-16 luchtaanval aftrapte. Ze wees erop dat de premier wel vaker op cruciale momenten zijn geheugen kwijt lijkt te zijn. Het verbaast haar dan ook niet dat dit bij de luchtaanval mogelijk opnieuw is gebeurd. „Kwam het hem goed uit, of drong het echt niet door en hebben we een ander probleem te pakken?”, wil zij van Rutte weten. „Heeft hij dan niet doorgevraagd?”

GL-leider Klaver denkt dat het het kabinet wel goed uitkwam om gegevens over de burgerdoden niet naar boven te laten komen. Toen de berichten over mogelijke slachtoffers naar buiten kwamen via diverse media en de Amerikanen die er onderzoek naar deden, moest Nederland beslissen over het verlengen van de Nederlandse militaire missie in Irak.

„Was het verlengen van de missie belangrijker dan de waarheid?”, wil Klaver weten. „Het heeft er alle schijn van dat cruciale info werd achtergehouden.” Hij wil een tijdlijn over de besluitvorming van de missie.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden. Ⓒ ANP

Oppositieleider Wilders (PVV) vindt dat de Hawija-kwestie „aan alle kanten stinkt”. Hij heeft er moeite mee om de herinneringen van voormalig minister Hennis over het voorval te geloven.

Hij vraagt zich af hoe het kan dat zij niet geheel zeker weet dat zij premier Rutte ervan op de hoogte heeft gebracht, maar dat zij wel zeker lijkt te weten dat dit op een manier gebeurde die niet alarmerend was. „Hoe kan dat?”, wil Wilders weten. „Volgens mij kan alleen een geboren leugenaar dat.”

Leugenmachine

Ook hij wijst erop dat de VVD en de premier wel vaker aan geheugenverlies lijken te lijden, zoals bij de memo’s over de dividendtaks en het uit de duim gezogen bezoekje van Halbe Zijlstra aan het buitenhuis van Poetin. „De VVD is één grote leugenmachine”, concludeert de PVV’er. Hij weet het zeker. „Het einde van het kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man.”

Ⓒ ANP

Wilders richt zijn pijlen ook op de PvdA. Niet alleen de premier zou namelijk over de mogelijke burgerdoden zijn geïnformeerd, maar ook toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Buitenlandse Handel). Volgens Wilders waren de PvdA-bewindslieden betrokken bij de brief die waarin Bijlevelds voorganger de Tweede Kamer verkeerd informeerde. „De handtekeningen van Koenders en Ploumen stonden eronder”, schampert hij. Hij noemt de PvdA ’medeschuldig’.

De coalitie is beduidend milder. D66-Kamerlid Belhaj wil 4,5 jaar na de luchtaanval dat er alsnog een nieuw onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid burgerdoden in Hawija. Een Kamermeerderheid lijkt dat te gaan steunen.

Maar minister Bijleveld en premier Rutte lijken van D66 verder weinig te hoeven vrezen. Belhaj vindt dat Bijleveld haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel wil ze weten waarom de CDA-bewindsvrouw de afwikkeling zo ’onhandig’ heeft gedaan.

CDA-Kamerlid Van Helvert roemt precisiebombardementen van onze F-16-vliegers. „Maar juist als het fout gaat, moet Defensie zorgvuldig informeren”, erkent hij. Hij wil dat het kabinet kritisch terugblikt en lessen trekt.

Verslaggever Inge Lengton is live bij het debat aanwezig; Tweets by ‎@IngeLengton

Rutte bestrijdt kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

NU 27.11.2019 Premier Mark Rutte bestrijdt de suggestie dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen. “Er is geen sprake van doofpot”, zei de minister-president woensdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens Rutte was het voor de besluitvorming om de missie te verlengen “niet relevant” dat er burgerslachtoffers waren gevallen, omdat er rekening werd gehouden met het risico op burgerslachtoffers. Bovendien, zo stelt Rutte, is het nooit duidelijk geworden hoeveel doden er officieel zijn gevallen.

GroenLinks en Forum voor Democratie (FVD) vermoeden dat er moedwillig informatie is achtergehouden om ervoor te zorgen dat een verlenging van de IS-missie zou doorgaan. “Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks). Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen die het ministerie van Defensie begin juni 2015 al had, maar verzweeg voor de Kamer.

Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland, voor zover bekend, niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer vervolgens over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend zou worden dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden.”

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Rutte: ‘Kans op burgerslachtoffers altijd aanwezig’

Volgens Rutte gaat het om niet meer dan een fout in de Kamerbrief van 23 juni 2015. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies.

Voor de besluitvorming in de ministerraad is het volgens de premier niet relevant geweest om te weten of er burgerslachtoffers zijn gevallen, omdat het risico daarop bekend was. Maar wat Klaver betreft is dát niet relevant. “Het gaat erom dat de ministerraad een besluit heeft genomen zonder alle relevante informatie.”

Ook coalitiepartij ChristenUnie is kritisch. Joël Voordewind wil weten hoe de fout in de Kamerbrief terecht is gekomen. “Hoe en waarom is de Kamer destijds verkeerd geïnformeerd?” Volgens de premier is het echter onmogelijk om te reconstrueren hoe de fout in de brief is beland.

Baudet vraagt zich af of Rutte weg mag komen met ‘sorry’

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteerde voor de tweede keer in korte tijd over burgerdoden in Hawija. Twee weken geleden overleefde defensieminister Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Ondanks dat meerdere partijen in de Kamer het moeilijk konden geloven dat de premier zich daar niets over kon herinneren, bleef Rutte volhouden dat hij er geen herinnering aan heeft. Of de premier daarover de waarheid vertelt, is volgens Rutte “een kwestie van vertrouwen”.

Een klein deel van de oppositie heeft dat vertrouwen niet meer. De SP diende met de steun van PVV, PvdD, 5PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen een motie van wantrouwen in tegen Bijleveld, Rutte en het hele kabinet, maar haalde geen meerderheid. Ook het voorstel om een parlementaire ondervraging lijkt te stranden. Over die motie, waar PVV, GroenLinks, SP, PvdD, 50PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen achter staan, wordt op een later moment gestemd.

Lees meer over: Politiek

Rutte ontkent doofpot burgerdoden Irak

RTL 27.11.2019 Er was volgens premier Rutte geen doofpot over de mogelijke burgerdoden tijdens een Nederlandse bomaanval op Hawija in Irak in 2015. Dat zei hij vanavond tijdens een pittig debat in de Tweede Kamer. Oppositiepartijen houden grote moeite met zijn verhaal.

Premier Rutte moest samen met minister Ank Bijleveld tekst en uitleg geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een Nederlands bombardement in Irak, in 2015.

‘Geen herinnering’

De Kamer wilde weten wat Rutte wist over het Nederlandse bombardement op een IS-bommenfabriek in Irak. De premier herhaalde tijdens het debat meerdere keren dat hij ‘geen herinnering heeft aan informatie in de maand juni in 2015’.

Rutte zei: “Ik kan u niet dwingen om mij te geloven. Het is een vertrouwensvraag. Ik kan een herinnering die ik niet heb, niet faken.”

Grote moeite houden met het geheugen

De oppositie blijft grote moeite houden met het haperende geheugen van Rutte. PVV-voorman Geert Wilders vindt dat de Kamer is ‘gepiepeld en dat is onvergeeflijk’.

Ook Jesse Klaver heeft veel moeite met Ruttes verhaal. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

De SP stelde dat de waarheid nog altijd niet boven tafel is, daarom diende de partij een motie van wantrouwen in tegen Rutte, minister Bijleveld en het hele kabinet. De SP kreeg daarbij de steun van oppositiepartijen PVV, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie, Denk en het onafhankelijk Kamerlid Van Kooten-Arissen.

 floor bremer @floorbremer

Een pittig #debat voor Premier Rutte en minister Bijleveld van Defensie, op dit moment in de Tweede Kamer. Over een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden. Wie wist wat wanneer? En waarom is de Kamer boos? Hier een samenvatting in anderhalve minuut:

4  7:37 PM – Nov 27, 2019 See floor bremer’s other Tweets

Wanneer wist hij dat wel?

Wanneer de premier wel wist dat er burgerdoden waren gevallen? De topambtenaren van Rutte zijn in mei 2016 over definitieve rapporten geïnformeerd.

Maar hoeveel burgerdoden er bij de aanval zijn gevallen, blijft tot de dag van vandaag onduidelijk. Rutte zei: dat er bij de aanval ‘zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen,’ maar er zijn volgens hem geen aantallen genoemd.

Fout

Dat toenmalig minister van Defensie-Jeanine Hennis- enkele weken na de aanval in een brief aan de Kamer zei dat er geen burgerdoden waren gevallen. was volgens Rutte een fout, maar geen doelbewuste misleiding.

De oppositie vond dat weinig geloofwaardig, maar van opzet is volgens Rutte ‘0,0 bewijs’.

‘Niet relevant voor de verlenging van de missie’

De oppositie verdenkt Rutte ervan, dat hij de burgerdoden geheim willen om te voorkomen dat de Kamer bezwaar zou willen maken tegen de verlenging van de missie in Irak. Dat besluit volgde korte tijd na de aanval. Volgens de premier is dat verwijt ‘grote onzin.’

Dat er burgerdoden zijn gevallen was volgens hem ‘niet relevant’ voor het besluit tot verlenging van de missie. “Er is altijd een risico op burgerslachtoffers”, zei hij.

Meer transparantie

Wel beloven Rutte en minister Bijleveld de Tweede Kamer voortaan meer transparantie te geven over missies. Er zijn daarvoor nieuwe beleidsregels opgesteld.

Lees ook:

Harde kritiek tijdens debat burgerdoden Irak: ‘Kan ik Rutte nog geloven?’

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 nam Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS dit najaar blijkt dat Nederland verantwoordelijk is geweest voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. Zeker 70 burgers zouden daarbij om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie onderzocht het bombardement. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, wist al in 2015 over de burgerdoden, maar gaf foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zei ze dat geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak. Daarvoor bood huidig minister Ank Bijleveld tijdens een debat begin november haar excuses aan.

RTL Nieuws; Mark Rutte  Ank Bijleveld

De Tweede Kamer eiste van premier Rutte en minister van Defensie Ank Bijleveld opheldering over de burgerslachtoffers in Hawija.

De Tweede Kamer eiste van premier Rutte en minister van Defensie Ank Bijleveld opheldering over de burgerslachtoffers in Hawija. Foto David van Dam

Wie wist wat en op welk moment?

NRC 27.11.2019 In de Tweede Kamer kwam de vraag op of de verlenging van de Irak-missie een rol speelde bij de verhulling van informatie. Een motie van wantrouwen werd verworpen.

Hoe kan het dat niemand – premier Mark Rutte voorop – in 2015 gealarmeerd raakte van het Nederlandse bombardement op het Irakese Hawija, waarvan van meet af aan duidelijk was dat er meer schade, en „waarschijnlijk” burgerslachtoffers bij waren gevallen?

Die vraag werd, in vele gedaantes, op woensdagavond gesteld door alle partijen én regeringspartijen D66 en ChristenUnie aan premier Mark Rutte (VVD) en minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA).

Lees ook de reconstructie van NRC: Nederlandse bom doodde 70 mensen

In het eerste deel van het debat over de burgerslachtoffers die vielen in Hawija en over de vraag wie daarover wat en op welk moment wist, richtte de Tweede Kamer zich vooral op Rutte.

Maar ook de „zwijgcultuur” bij het ministerie van Defensie kwam aan bod (PvdA), de „selectieve dementie” van premier Rutte (Denk) en de vraag of „dit kabinet de waarheid wel wíl weten” (SP). D66 vroeg de minister alsnog een onderzoek in te stellen naar het exacte aantal burgerdoden dat in 2015 viel.

GroenLinks kwam met nieuwe feiten: want op 19 juni 2015, tien dagen nadat de toenmalige Defensieminister Jeanine Hennis (VVD) was gebrieft over de schade die het Nederlandse bombardement had aangericht, verstuurde het toenmalige kabinet-Rutte II een brief aan de Tweede Kamer, waarin ze aankondigde de Nederlandse bijdrage aan de anti-IS-coalitie in Irak te verlengen. „Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?”, vroeg Jesse Klaver.

Want die kennis, die niet werd vermeld in het overzicht dat Bijleveld al eerder naar de Tweede Kamer stuurde, schijnt nieuw licht op de context van die tijd: uit die verlengingsbrief blijkt dat in de ministerraad in juni 2015 met zekerheid is gesproken over de Nederlandse bijdrage in Irak. Zijn de burgerdoden daar ter sprake gekomen?

Nee, zei Rutte stelllig, toen hij begon de Kamer te antwoorden. De premier ontkende dat er bewust informatie voor de Kamer is achtergehouden, met als doel de missie in Irak te verlengen. Ook nadat Joël Voordewind van coalitiepartij ChristenUnie dat nadrukkelijk had gezegd. „Er is geen doofpot”, zei Rutte. En ook: „Ik kan geen herinneringen faken die ik niet heb.”

Afgeweken van de officiële lijn

Echt spannend werd het niet voor Rutte en Bijleveld. Dat het Amerikaanse opperbevel Centcom aan NRC en NOS had laten weten dat het om zeventig burgerdoden ging, weersprak Bijleveld, die het bij de Amerikanen had nagevraagd.

„Ook voor Centcom is het onduidelijk waarom die woordvoerder is afgeweken van officiële lijn”, zei ze. Rutte bleef volhouden dat hij geen herinneringen had aan dat hij geïnformeerd zou zijn in juni 2015. Maar ook als dat wel zo was, zei hij, had hij dat niet kunnen delen. Want het beleid was om over lopende operaties niets te zeggen.

Voor een deel van de oppositie was die uitleg onvoldoende: een motie van wantrouwen werd gesteund door de SP, de PVV, de Partij voor de Dieren, 50Plus, Denk en de eenmansfractie Van Kooten-Arissen – en werd verworpen.

Er stond duidelijk meer op het spel, in dit debat. De plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer was voller: er waren meer Kamerleden aanwezig, meer fotografen, meer publiek. Ank Bijleveld had goed nagedacht: droeg ze drie weken geleden tijdens het eerste debat over Hawija nog een fleurige blouse, op woensdagavond zat ze in het zwart in ‘vak K’.

Ook de PvdA kreeg kritiek. Want ook ministers van die partij (Bert Koenders, toen minister van Buitenlandse Zaken en Lilianne Ploumen, toen minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) ondertekenden samen met Hennis op 23 juni 2015 de brief met daarin onjuiste informatie aan de Kamer. „U heeft honderd kilo boter op uw hoofd”, verweet Geert Wilders (PVV) de PvdA.

Het was diezelfde Wilders die de meeste oppositie bedreef, de eerste uren. Als enige fractievoorzitter onderbrak hij de regeringspartijen tijdens hun bijdrage met vragen over de stabiliteit van de coalitie en wees hij fijntjes op de onderlinge onmin tussen regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Zoals op ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers, die tegen NU.nl zei over het vergeten van informatie over burgerslachtoffers door Rutte: „Ik denk wel dat ik het zou hebben onthouden.” Bijleveld zou volgens Wilders „met twinkelende oogjes” Rutte bij het onderwerp betrokken hebben.

D66-Kamerlid Salima Belhaj beet hij toe dat haar partij „broodroof” pleegde. „U maakt ons als oppositie overbodig.” „Dit gaat over oorlog”, reageerde Belhaj. „Ik probeer hier serieus mee om te gaan, ik wil ontdekken wat er is gebeurd.” Dit debat zal daarvan slechts het begin zijn.

GroenLinks en FVD: Kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

MSN 27.11.2019 GroenLinks en Forum Voor Democratie (FVD) vermoeden dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen.

“Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks) aan het kabinet tijdens het Kamerdebat woensdagavond.

Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen in het debat op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen.

Deze informatie had het ministerie van Defensie begin juni 2015 al, maar verzweeg dat voor de Kamer. Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend werd dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden”, aldus de GroenLinks-leider.

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Baudet sluit zich bij die oproep aan. “De Kamer moet staan voor eigen relevantie in de rechtsstaat. Wij moeten afdwingen dat we serieus worden genomen.”

Volgens Rutte gaat het om een fout in een Kamerbrief. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies. “Er is geen sprake van een doofpot”, aldus Rutte.

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteert voor de tweede keer in korte tijd met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de burgerdoden bij de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Twee weken geleden overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Meerdere partijen geloven niet de premier niets meer kan herinneren. PVV-leider Geert Wilders: “Wij moeten geloven dat zijn geheugen haperde? Denkt premier Rutte dat we gek zijn?”

Harde kritiek tijdens debat burgerdoden Irak: ‘Kan ik Rutte nog geloven?’

RTL 27.11.2019 “Het kabinet liegt en bedriegt de boel bij elkaar.” “Kan ik de premier nog geloven met zijn haperende geheugen?” De oppositie komt met harde kritiek tijdens het debat waarin premier Rutte en minister Bijleveld tekst en uitleg moeten geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een bombardement in Irak, vier jaar geleden.

Wie wist wat, op welk moment? Om hoeveel slachtoffers ging het nu precies, én: hoe is vervolgens de Kamer geïnformeerd?

Dat zijn de vragen die centraal staan in het pittige debat waarin premier Rutte en Defensie-minister Bijleveld tekst en uitleg moeten geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden.

‘Deze kwestie stinkt’

De oppositiepartijen hebben allemaal moeite met het verhaal van de premier. Ze eisen dat de waarheid boven tafel komt. Rutte zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij is geïnformeerd over het bombardement. Eerder zei minister Bijleveld nog ‘dat het aannemelijk is dat de meest betrokken ministeries wel zijn geïnformeerd’.

“Deze hele kwestie stinkt”, concludeert PVV-leider Wilders. Voor hem is het duidelijk: de premier liegt. Ook de SP twijfelt aan zijn geloofwaardigheid. “Rutte wil ons doen geloven dat hij er herinneringen aan heeft. Dat hebben we eerder gehoord”, zegt SP-leider Lilian Marijnissen.

Ook Jesse Klaver heeft veel moeite met Ruttes verhaal. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

 floor bremer @floorbremer

Een pittig #debat voor Premier Rutte en minister Bijleveld van Defensie, op dit moment in de Tweede Kamer. Over een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden. Wie wist wat wanneer? En waarom is de Kamer boos? Hier een samenvatting in anderhalve minuut:

4  7:37 PM – Nov 27, 2019 See floor bremer’s other Tweets

Harde klappen

Niet alleen de premier, maar ook Defensie-minister Ank Bijleveld krijgt harde kritiek, van zowel de oppositie- als de regeringspartijen.

Bijleveld gaf in een eerder debat, drie weken geleden, toe dat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Die wist destijds over de burgerdoden, maar loog daarover tegen de Tweede Kamer. Minister Bijleveld bood daarvoor excuses aan.

Motie van wantrouwen

Bijlevelds optreden was tijdens dat debat zwak, wat leidde tot een motie van wantrouwen. Die werd gesteund door bijna alle oppositiepartijen.

Het is er volgens Marijnissen sinds het vorige debat niet veel beter op geworden. Volgens de SP schoffeert de minister de Kamer en alle Nederlanders. “Want wij hebben recht op de waarheid”, stelt Marijnissen.

 floor bremer @floorbremer

Het #debat over de burgerdoden in Irak is begonnen. Meteen op tafel: de geloofwaardigheid van premier Rutte en zijn haperende geheugen:

27  7:24 PM – Nov 27, 2019 30 people are talking about this

Cruciale informatie achtergehouden

GroenLinks-leider Klaver wil van het kabinet weten of, tijdens het praten over verlenging van de missie in Irak, gesproken is over de burgerslachtoffers bij de aanval in juni 2015. “Het heeft er alle schijn van dat verlenging zo belangrijk was, dat het ministerie van Defensie cruciale informatie heeft achtergehouden.”

Joël Voordewind van regeringspartij ChristenUnie concludeert dat Defensie doelbewust informatie verzwijgt. “Is die verkeerde reflex om informatie achter te houden inmiddels onderdeel van de cultuur geworden?”, vraagt hij zich af.

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 nam Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS dit najaar blijkt dat Nederland verantwoordelijk is geweest voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. 70 burgers kwamen daarbij om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie onderzocht het bombardement. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, wist al in 2015 over de burgerdoden, maar gaf foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zei ze dat geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak. Daarvoor bood huidig minister Ank Bijleveld tijdens een debat begin november haar excuses aan.

Lees ook:

‘Rutte geïnformeerd over bombardement, maar niet over 70 slachtoffers’

RTL Nieuws; Mark Rutte  Ank Bijleveld  Tweede Kamer  Ministerie van Defensie  Defensie

Debat burgerdoden Irak: oppositie ziet gegoochel met waarheid, Rutte niet

NOS 27.11.2019 Mogelijke burgerdoden hebben geen rol gespeeld bij het besluit om de missie in Syrië en Irak te verlengen. Dat zei premier Rutte in het tweede debat in korte tijd over de slachtoffers die in 2015 in Irak vielen door een Nederlandse luchtaanval.

“Bij de strijd tegen IS was er altijd een risico op burgerslachtoffers”, zei de premier. Het gegeven dat er een onderzoek liep naar eventuele burgerslachtoffers was volgens Rutte “niet relevant” voor de besluitvorming over de missieverlenging.

GroenLinks, SP en Forum voor Democratie vroegen zich eerder vanavond hardop af of er een verband was. “Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?”, zei Klaver van GroenLinks. Fractieleider Baudet van FvD sloot zich daarbij aan. “Ze wilden de missie in Irak verlengen, dus moesten ze uit het nieuws houden dat daar burgerslachtoffers waren gevallen.”

Gepiepeld

Het verlengen gebeurde eind juni 2015, het Nederlandse bombardement was begin die maand. Toenmalig minister Hennis zei in juni in de Kamer tot twee keer toe dat Nederland niet betrokken was bij bombardementen waarbij burgerdoden waren gevallen, terwijl ze toen al wist dat dat vermoedelijk wel was gebeurd.

“We zijn gepiepeld”, zei PVV-leider Wilders hierover. “De Kamer stemt in zonder het te weten.”

Rutte erkende wel dat er een fout zat in een brief van het kabinet aan de Kamer uit juni 2015. Daarin stond: “Voor zover op dit moment bekend is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

Volgens de premier had daar moeten staan: “Die informatie geven we u niet.” Het beleid was toen om dit type informatie bij lopende missies niet met de Tweede Kamer te delen, aldus Rutte. “We wilden onze vliegers namelijk niet in gevaar brengen.”

Rutte: brief aan de Kamer bevatte een fout, niet een leugen

Klaver accepteerde dat niet. “De informatie was beschikbaar, en de Kamer is willens en wetens verkeerd geïnformeerd.” Hij kreeg bijval van ChristenUnie-Kamerlid Voordewind: “De fout, zoals de premier dit noemt, is wel heel opmerkelijk. Wie zegt mij dat er de volgende keer niet weer een fout in een brief staat?”

De aanval waar het om gaat, was op 3 juni 2015. Een Nederlandse F-16 bombardeerde toen de Iraakse stad Hawija. Daarbij kwamen zeker 70 burgers om. Of de Kamer daarover is geïnformeerd is één vraag die voorligt, maar het debat gaat ook over de vraag of Rutte er destijds over wist.”

Hoe goed is de politieke antenne van onze minister-president eigenlijk afgesteld?”, aldus PvdD-fractieleider Ouwehand.

Defensieminister Bijleveld schreef maandag in een Kamerbrief dat haar voorganger Hennis premier Rutte vermoedelijk mondeling had geïnformeerd op een “niet alarmerende” toon. De premier heeft de afgelopen weken meermaals gezegd (vanavond ook) zich het gesprek met Hennis niet te kunnen herinneren, hoewel hij ook niet uitsluit dat het heeft plaatsgevonden.

“Hoe goed is de politieke antenne van onze minister-president eigenlijk afgesteld?”, zei PvdD-fractieleider Ouwehand daar vanavond over. Partijleider Marijnissen van de SP vroeg zich af hoe het kan dat berichten over mogelijke burgerslachtoffers de kwalificatie “niet alarmerend” hebben meegekregen.

Een opvallend moment in het debat was toen Rutte zei dat het Amerikaanse leger, dat de leiding had over de missie, nooit heeft kunnen vaststellen dat er 70 burgerslachtoffers zijn gevallen. Terwijl een woordvoerder van de legerleiding van de VS (Centcom) dat in 2018 heeft laten weten aan NRC.

 Ben Meindertsma @ben_meindertsma

Voor de goede orde: dit is wat Kolonel Sean Ryan van Centcom in december 2018 aan NOS/NRC (via @JournaJannie) laat weten. Gaat Bijleveld zo uitleg over geven.

Minister Bijleveld stelde even later dat Centcom desgevraagd aan haar heeft laten weten dat de woordvoerder is afgeweken van de officiële conclusies. “In hun onderzoek concluderen ze dat er zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen, en dat het onderzoek niet in staat was om het specifieke aantal vast te stellen.”

Persbureau Reuters schreef daags na het bombardement dat er volgens getuigen zo’n 70 doden waren gevallen. “In openbare bronnen werd al snel de beroemde 70 genoemd”, zei Rutte vanavond. “In de toekomst zou het goed zijn als dat soort informatie meteen naast de wél bevestigde informatie wordt gelegd. Dat is hier niet gebeurd.”

D66-Kamerlid Belhaj pleitte in het debat voor een nieuw onderzoek naar de burgerslachtoffers. “Hoe kan het dat vier jaar later nog niet vaststaat hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen? Nederland heeft de morele plicht om dit zo goed mogelijk in kaart te brengen.” Coalitiegenoot ChristenUnie sloot aan bij de roep om een onderzoek.

Begin deze maand debatteerde de Tweede Kamer ook al over deze kwestie met minister Bijleveld. Toen ging het debat vooral over het onjuist informeren van de Kamer. Bijleveld bood hiervoor “oprechte excuses” aan en overleefde een motie van wantrouwen.

Bekijk ook

GroenLinks en FVD: Kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

MSN 27.11.2019 GroenLinks en Forum Voor Democratie (FVD) vermoeden dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen.

“Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks) aan het kabinet tijdens het Kamerdebat woensdagavond.

Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen in het debat op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen.

Deze informatie had het ministerie van Defensie begin juni 2015 al, maar verzweeg dat voor de Kamer. Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend werd dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden”, aldus de GroenLinks-leider.

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Baudet sluit zich bij die oproep aan. “De Kamer moet staan voor eigen relevantie in de rechtsstaat. Wij moeten afdwingen dat we serieus worden genomen.”

Volgens Rutte gaat het om een fout in een Kamerbrief. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies. “Er is geen sprake van een doofpot”, aldus Rutte.

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteert voor de tweede keer in korte tijd met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de burgerdoden bij de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Twee weken geleden overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Meerdere partijen geloven niet de premier niets meer kan herinneren. PVV-leider Geert Wilders: “Wij moeten geloven dat zijn geheugen haperde? Denkt premier Rutte dat we gek zijn?”

LIVE | Wilders: Burger zal straks zeggen: Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man

AD 27.11.2019 Wat heeft het ministerie van Defensie begin juni 2015 nou precies aan het kabinet gedeeld over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak? En is premier Rutte nou wel of niet op de hoogte gesteld? De Kamer eist vanavond tijdens het debat over de kwestie duidelijke antwoorden van de premier en minister Ank Bijleveld (Defensie). Mis niks van het debat met ons liveblog.

Bij een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in Hawija kwamen waarschijnlijk zo’n zeventig burgers om het leven. Minister Bijleveld legde begin deze maand tijdens een zwaar debat al verantwoording af over de kwestie, nadat bleek dat haar voorgangster Jeanine Hennis wist dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij de aanval burgerslachtoffers waren gevallen, maar aan de Kamer schreef dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen burgerdoden waren gevallen.

Bijleveld maakte excuses, en beloofde een feitenrelaas met daarin duidelijk over de vraag wie wat op welk moment wist. Dat liet echter lang op zich wachten en gaf uiteindelijk ook niet alle antwoorden. Zo schreef Bijleveld in een brief dat Hennis ‘vermoedelijk’ premier Rutte ingelicht heeft nadat zij begin juni 2015 hoorde over een Nederlands bombardement in Irak. Ze informeerde in elk geval Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken.

De gesprekken zouden niet op alarmerende toon zijn gevoerd, maar Hennis zou ‘feitelijk melding’ hebben gemaakt van een tweede explosie na het bombardement van een Nederlandse F-16. ‘Nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’, schrijft Bijleveld. De Kamer wil vanavond exact horen wat het ministerie nu precies gedeeld heeft over het bombardement, en zal het Bijleveld opnieuw lastig maken.

De Kamer wil vanavond exact horen wat het ministerie nu precies gedeeld heeft over het bombardement, en zal het Bijleveld opnieuw lastig maken. 

Rutte zegt zich ondertussen niet te kunnen herinneren dat hij direct werd ingelicht na de luchtaanval. Totaal ongeloofwaardig, stellen oppositiepartijen, die eisen dat het kabinet alle feiten op tafel legt.

Opnieuw debat over burgerdoden in Irak, oppositie is kritisch

NOS 27.11.2019 De Tweede Kamer debatteert met premier Rutte en Defensieminister Bijleveld over het bombardement op het Iraakse Hawija in 2015.Bij dat bombardement vielen zeker 70 burgerslachtoffers; het debat vanavond gaat vooral om de vraag: wie wist daar op welk moment van?

SP en GroenLinks richten pijlen op Rutte

MSN 27.11.2019 SP en GroenLinks richten hun pijlen tijdens het debat over burgerdoden in Irak op premier Mark Rutte. Zij vragen zich af of de verlenging van de missie in Irak, enkele weken na de aanval van Nederlandse F-16’s waarbij tientallen doden vielen, een rol heeft gespeeld bij het stilhouden van de burgerslachtoffers.

Lilian Marijnissen (SP) begrijpt niet waarom de alarmbellen in het kabinet niet afgingen na mediaberichten over veel burgerdoden. “Kwam het gewoon niet goed uit?”, vraagt ze zich af.

In het licht van de verlenging moet er in het kabinet gesproken zijn over burgerslachtoffers, denkt Jesse Klaver van GroenLinks. Dat besluit werd drie weken na de aanval genomen. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

De PvdA had bijna uitsluitend vragen aan minister Ank Bijleveld van Defensie. Er moet een einde komen aan de “beruchte Defensiecultuur” van geslotenheid, zei John Kerstens. Hij werd aangevallen door onder anderen Geert Wilders (PVV) omdat destijds ook PvdA-ministers op de hoogte werden gesteld van de gevolgen van de aanval. “U hebt boter op uw hoofd”, zei Tunahan Kuzu (Denk).

Wilders over Hawija: deze kwestie stinkt van alle kanten

Telegraaf 27.11.2019 Het kabinet krijgt van de oppositie de wind van voren over de manier waarop informatie is gedeeld over een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. Daarbij vielen mogelijk 70 burgerslachtoffers. „Deze kwestie stinkt van alle kanten”, stelt PVV-leider Wilders.

Uit een brief van defensieminister Bijleveld blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij een bombardement van 3 juni 2015 op een autobommenfabriekje in Hawija. De informatie was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld.

Hennis had volgens haar eigen herinnering ’vermoedelijk’ ook de premier mondeling op de hoogte gesteld van de bevindingen – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers. Rutte sluit niet uit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, maar kan zich het niet herinneren.

SP: heeft Rutte dan niet doorgevraagd?

„Dat hebben we eerder gehoord”, hoont SP-fractieleider Marijnissen, die het spannende debat over de F-16 luchtaanval aftrapte. Ze wees erop dat de premier wel vaker op cruciale momenten zijn geheugen kwijt lijkt te zijn. Het verbaast haar dan ook niet dat dit bij de luchtaanval mogelijk opnieuw is gebeurd. „Kwam het hem goed uit, of drong het echt niet door en hebben we een ander probleem te pakken?”, wil zij van Rutte weten. „Heeft hij dan niet doorgevraagd?”

GL-leider Klaver denkt dat het het kabinet wel goed uitkwam om gegevens over de burgerdoden niet naar boven te laten komen. Toen de berichten over mogelijke slachtoffers naar buiten kwamen via diverse media en de Amerikanen die er onderzoek naar deden, moest Nederland beslissen over het verlengen van de Nederlandse militaire missie in Irak.

„Was het verlengen van de missie belangrijker dan de waarheid?”, wil Klaver weten. „Het heeft er alle schijn van dat cruciale info werd achtergehouden.” Hij wil een tijdlijn over de besluitvorming van de missie.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden. Ⓒ ANP

Oppositieleider Wilders (PVV) vindt dat de Hawija-kwestie „aan alle kanten stinkt”. Hij heeft er moeite mee om de herinneringen van voormalig minister Hennis over het voorval te geloven.

Hij vraagt zich af hoe het kan dat zij niet geheel zeker weet dat zij premier Rutte ervan op de hoogte heeft gebracht, maar dat zij wel zeker lijkt te weten dat dit op een manier gebeurde die niet alarmerend was. „Hoe kan dat?”, wil Wilders weten. „Volgens mij kan alleen een geboren leugenaar dat.”

Leugenmachine

Ook hij wijst erop dat de VVD en de premier wel vaker aan geheugenverlies lijken te lijden, zoals bij de memo’s over de dividendtaks en het uit de duim gezogen bezoekje van Halbe Zijlstra aan het buitenhuis van Poetin. „De VVD is één grote leugenmachine”, concludeert de PVV’er. Hij weet het zeker. „Het einde van het kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man.”

Ⓒ ANP

Wilders richt zijn pijlen ook op de PvdA. Niet alleen de premier zou namelijk over de mogelijke burgerdoden zijn geïnformeerd, maar ook toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Buitenlandse Handel).

Volgens Wilders waren de PvdA-bewindslieden betrokken bij de brief die waarin Bijlevelds voorganger de Tweede Kamer verkeerd informeerde. „De handtekeningen van Koenders en Ploumen stonden eronder”, schampert hij. Hij noemt de PvdA ’medeschuldig’.

De coalitie is beduidend milder. D66-Kamerlid Belhaj wil 4,5 jaar na de luchtaanval dat er alsnog een nieuw onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid burgerdoden in Hawija. Een Kamermeerderheid lijkt dat te gaan steunen.

Maar minister Bijleveld en premier Rutte lijken van D66 verder weinig te hoeven vrezen. Belhaj vindt dat Bijleveld haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel wil ze weten waarom de CDA-bewindsvrouw de afwikkeling zo ’onhandig’ heeft gedaan.

CDA-Kamerlid Van Helvert roemt precisiebombardementen van onze F-16-vliegers. „Maar juist als het fout gaat, moet Defensie zorgvuldig informeren”, erkent hij. Hij wil dat het kabinet kritisch terugblikt en lessen trekt.

Verslaggever Inge Lengton is live bij het debat aanwezig;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het eerste debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, begin november. © ANP/Bart Maat

Spanning in coalitie: iedereen wijst naar iedereen in Irakdossier

AD 27.11.2019 De spanning binnen de coalitie van Rutte III loopt op nu er meer bekend is over welke minister wanneer-wat-wist over de burgerdoden die in 2015 vielen bij een bombardement in Irak. En de oppositie beticht de premier van liegen.

Bijna drie weken wachtte politiek Den Haag op de brief waarin duidelijk zou worden wie wanneer op de hoogte werd gesteld van een misgelopen bombardement op 3 juni 2015 in de Iraakse stad Hawija. Maar nu de brief er ligt, is de onduidelijkheid eigenlijk alleen maar groter geworden.

Lees ook;

Bijleveld: toenmalig Defensieminister Hennis ‘vermoedt’ Rutte ingelicht te hebben

Lees meer

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

Lees meer

GroenLinks-leider Jesse Klaver blaast het hoogst van de toren. Volgens hem zijn de drie weken gebruikt om een relaas te componeren waarin premier Mark Rutte wordt vrijgepleit.

‘Vermoedelijk’

Ga maar na: toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis zegt dat ze de premier ‘vermoedelijk’ heeft ingelicht dat er onderzoek werd gedaan naar een tweede explosie nadat een Nederlandse F-16 zijn bom afgooide. Dat er gekeken moest worden of er burgerdoden waren gevallen. Rutte zegt zich dat niet te herinneren maar ‘sluit’ óók ‘niet uit’ dat het gesprek ‘heeft plaatsgevonden’.

Waterdichte verdediging.

Minister-president Mark Rutte (rechts), Defensieminister Jeanine Hennis en minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken woonden in juli 2016 de Navo-top in Warschau bij.

Minister-president Mark Rutte (rechts), Defensieminister Jeanine Hennis en minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken woonden in juli 2016 de Navo-top in Warschau bij. © EPA

Al wekt het haperende geheugen van Rutte schamper gelach. Zo ging het met de dividendbelasting en de bonnetjesaffaire ook al. En nu is het beeld dat hij zeventig burgerdoden in zijn oor gefluisterd kreeg, maar dat ‘vergat’.

Daarbij komt dat minister Ank Bijleveld van Defensie eerst leek te beamen dat er bij het bombardement zeventig burgers omkwamen. In het doelwit, een bommenfabriek, lagen namelijk veel meer explosieven lagen dan werd gedacht.

Maar nu schrijft ze dat het ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk is hoeveel burgers de dood vonden. Het Amerikaanse eindrapport werd namelijk nooit opgemaakt. Andere bronnen – de VN, het Rode Kruis, Airwars en persbureau Reuters – spreken over tussen 70 en 170 dodelijke slachtoffers.

Ongeloofwaardig

Dat dit grote aantal ‘niet bij de politieke top terechtkwam’ vindt Klaver ‘ontluisterend en volstrekt ongeloofwaardig’. ,,Of het systeem werkt niet, of het is niet waar.”

Maar toen Hennis premier Rutte informeerde, noemde zij überhaupt geen aantallen, liet Hennis weten. Ze sprak ‘slechts’, benadrukt men in VVD-kringen, van een ‘onderzoek’ dat moest uitwijzen óf er doden waren gevallen. Ze sloeg daarbij bovendien geen ‘alarmerende toon’ aan. Zo werd het toenmalig minister Bert Koenders (PvdA) van Buitenlandse Zaken ook verteld.

Bliksemafleider van Rutte

De kwestie zorgt ondertussen wel voor tweespalt bínnen de coalitie. Áls het debat misloopt, mag het niet zo zijn dat alleen Bijleveld moet aftreden in het debat vandaag, benadrukken CDA’ers. Ze wordt niet de bliksemafleider van Rutte, waarschuwt een ingewijde.

De liberalen hebben op hun beurt juist een appeltje te schillen met CDA’er Bijleveld. In een poging haar straatje schoon te vegen in het eerste debat over Hawija noemde ze haar voorganger Hennis bij naam. ,,Wel vier keer.” Dat vonden VVD’ers weinig chique. Bovendien werd zij daardoor ook in haar nieuwe baan, VN-gezant in Irak, mikpunt van protesten.

Anderen betrokkenen uit 2015 wijzen erop dat Hennis dat niet deed toen zij in 2017 moest aftreden. Zij noemde de naam van Hans Hillen niet, terwijl onder zijn verantwoordelijkheid een partij mortiergranaten werd gekocht die een fataal ongeluk in Mali veroorzaakte.

Bij het CDA en Bijleveld is bovendien ergernis over de manier waarop D66-Tweede Kamerlid Salima Belhaj, een coalitiegenoot, haar tijdens het debat wel erg scherp bevroeg.

Ik geloof de premier als hij zegt dat hij zich niets kan herinneren, ja, aldus ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Al lijken D66 en ChristenUnie de rangen nu wel te sluiten. Jetten wil wel weten waarom Rutte niet op onderzoek uitging toen er van burgerdoden werd gesproken. Maar om dat ‘nalatig’ te noemen? ,,Nee, dat gaat weer te ver.”

Ook ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers wil vooral ‘vooruitkijken’ over hoe ministers in de toekomst over incidenten worden geïnformeerd. ,,Ik geloof de premier als hij zegt dat hij zich niets kan herinneren, ja. Het zal op zo’n manier zijn gedaan dat het geen indruk heeft achtergelaten.”

In de oppositie is men er niet zo klaar mee. Naast GroenLinks staan nog tien fracties klaar met kritiek.

Lastig parket

Alleen de PvdA zit in een lastig parket. De partij steunde begin november een motie van wantrouwen tegen Bijleveld, omdat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Zij stelde tot twee keer toe dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers, terwijl zij toen al meer wist.

Maar nu blijkt dat juist toenmalig PvdA-minister Koenders vanaf juni 2015 vijf keer werd verteld dat er onderzoek liep naar Hawija. Al houdt Koenders (eveneens) vol daar geen herinnering aan te hebben.

Het is nog al een verschil of iemand heeft gezegd: joh, ga even zitten, want ik moet je vertellen dat er misschien iets heel ergs is gebeurd, aldus PvdA-leider Lodewijk Asscher

PvdA-leider Lodewijk Asscher vergoelijkt dat. ,,Het is nog al een verschil of iemand heeft gezegd: we doen onderzoek naar iets, of er is gezegd: joh, ga even zitten, want ik moet je vertellen dat er misschien iets heel ergs is gebeurd.” Maar daarmee verexcuseert hij ook Rutte.

Of daarom een eensgezinde aanval van de oppositie op het kabinet echt van de grond komt, valt te betwijfelen. Maar het haperende geheugen van Rutte en de wispelturig informerende Bijleveld zijn sowieso een duidelijk doelwit.

Drie weken geleden overleefde Bijleveld een loodzwaar debat over burgerdoden in Irak. Woensdag moet zij er opnieuw voor naar de Kamer, dit keer samen met premier Rutte. Beeld ANP

Welke partijen geloven de feiten van Rutte en Bijleveld?

Trouw 27.11.2019 Het kabinet moet de Kamer overtuigen dat Rutte echt niets wist, en dat er om goede redenen verschillen zijn tussen wat Bijleveld in een brief en in een eerder debat meldde.

Oppositiepartijen hebben de messen geslepen als premier Mark Rutte en minister van defensie Ank Bijleveld vanavond hun opwachting maken in de Kamer. De twee moeten tekst en uitleg geven over wie in juni 2015 weet had van mogelijk grote aantallen burgerdoden bij een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in de Irakese plaats Hawija.

Een fors deel van de discussie zal zich op de premier toespitsen. Volgens de brief die het kabinet maandagavond naar de Kamer stuurde, is Rutte destijds door defensieminister Jeanine Hennis waarschijnlijk slechts ‘op niet-alarmerende toon’ verteld over ‘mogelijke burgerdoden’. Dat zou het verklaarbaar maken dat hij zich later niets herinnerde van het gesprek.

Jesse Klaver (GroenLinks) plaatst vraagtekens bij deze brief. “Het heeft er alle schijn van dat men drie weken bezig is geweest de premier uit de wind te houden.” Klaver ‘krijgt de stellige indruk’ dat het feitenrelaas dat de Kamer deze week kreeg zo is opgebouwd dat het een plausibel klinkend verhaal creëert rond Rutte’s bewering dat hij zich niets herinnert.

‘Ik zou zoiets wel onthouden’

Ook Sadet Karabulut (SP) is kritisch over de uitleg van het kabinet. Toen Hennis met Rutte sprak waren er op het ministerie van defensie al verschillende aanwijzingen dat het aantal burgerdoden bij Hawija uitzonderlijk hoog lag. “Dat haar toon niet alarmerend was, klinkt dan ongeloofwaardig.

Ik heb niet het gevoel dat de Kamer met deze brief alle feiten en achterliggende beweegredenen krijgt.” De oppositiepartijen vermoeden dat het nieuws over burgerdoden destijds is weggemoffeld om de gewenste verlenging van de missie niet in gevaar te brengen.

Zelfs coalitiepartner ChristenUnie heeft moeite de verdediging van het kabinet van harte te steunen. Fractieleider Gert-Jan Segers zegt dat de brief van Bijleveld ‘voor mij wel maximale helderheid schept’ over wat er is gebeurd, maar aarzelt om te zeggen dat hij het geloofwaardig vindt dat Rutte zich een eventuele melding van burgerdoden niet herinnert. “Ik zou zoiets wel onthouden.”

De geloofwaardigheid van de premier en het functioneren van zijn geheugen zal nadrukkelijk onderwerp zijn van debat. Bij andere lastige onderwerpen liet zijn geheugen hem ook in de steek. Zo had hij ‘geen actieve herinneringen’ dat hij met anderen sprak over de bekentenis van Halbe Zijlstra dat die loog over een ontmoeting met Poetin. Ook had hij ‘geen herinneringen’ aan memo’s over de dividendbelasting.

Reconstructie van Bijleveld 

Ook CDA-minister Ank Bijleveld heeft een probleem. In het Kamerdebat van 5 november zei ze dat het voor Hennis op 9 juni 2019 duidelijk was dat er ‘waarschijnlijk veel burgerslachtoffers’ waren gevallen. Maandagavond schreef ze dat Defensie destijds alleen wist van ‘mogelijke burgerslachtoffers’.

Sommige partijen zien deze herziening als een truc om Rutte uit de wind te houden. ‘Ik ben geneigd de Bijleveld uit het debat te geloven’, concludeert Klaver bijvoorbeeld.

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert vindt deze discrepantie wel verklaarbaar. “De minister maakt een reconstructie. Daar had ze voorafgaand aan het eerste debat maar twee uur de tijd voor. Nu had ze er drie weken voor.” Coalitiepartijen lijken dan ook hun best te doen om Bijleveld overeind te houden. Segers prijst haar voor het scheppen van helderheid, ‘ook als ze eerder wat te stellig was.’

De minister wacht een zware uitdaging. Zij moet de Kamer overtuigen dat haar tweede versie van de feiten de juiste is, om zo Rutte uit de wind te houden. Ondertussen moet zij de Kamer begrip vragen voor de manier waarop zij drie weken geleden een heel ander beeld schetste.

Veel hangt waarschijnlijk ook af van de manier waarop Bijleveld het debat aangaat. Drie weken geleden vonden geërgerde Kamerleden dat zij een verkeerde toon aansloeg. Ze had beter door het stof kunnen gaan, in plaats van waardering te claimen voor een nieuw beleid van openheid over bombardementen waar ze naar eigen zeggen voor gekozen had.

Lees ook: Bijleveld komt terug op eerdere beweringen over ‘Hawija’

Het was nooit duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen, zegt Defensie nu over het bombardement in Irak. 

Waarom de gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie drie weken geleden aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Meer over; Ank Bijleveld politiek Mark Rutte Kamer Marno de Boer

Bij een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in Irak zijn in 2015 zeker zeventig burgers gedood. Door het bombardement werd een complete wijk in Hawija verwoest. Beeld Defensie

Waarom herinnert Rutte zich de tientallen burgerdoden uit Hawija niet?

VK 26.11.2019 Woensdagavond moet premier Rutte tijdens een Tweede Kamerdebat uitleg geven wat hij wist van de circa 70 burgerdoden die in 2015 vielen door een Nederlands bombardement in Hawija. De nieuwe brief van Defensieminister Bijleveld verschaft de oppositie – die uit is op het hoofd van premier Rutte – weinig munitie.

‘Ik rende met mijn zoon en vrouw en zocht bescherming onder de trap’, zegt Hassan Mahmoud al-Jubbouri. ‘Na de eerste explosie volgden er nog drie of vier, en ik voelde hoe het dak leek te gaan instorten.’ Buiten waren ‘gewapende strijders aan het schreeuwen’, zij ‘oogden heel verward. Ik hielp een familie onder het puin vandaan trekken. Hun lichamen waren verminkt. We brachten een deken en verzamelden al hun lichaamsdelen en brachten ze naar de begraafplaats.’

Aldus het relaas van een 67-jarige overlevende van de luchtaanval op Hawija dat een dag na die derde juni 2015 te lezen viel in een bericht van persbureau Reuters. Zoals minister van Defensie Ank Bijleveld fijntjes optekent in haar brief aan de Kamer, lieten Nederlandse media het collectief passeren. Touché.

Maar de grotere vraag die ze woensdagavond tijdens het Kamerdebat mag beantwoorden, is: hoe kan het dat, terwijl direct duidelijk was dat er tientallen doden waren gevallen, ‘IS-terroristen en burgers’, Defensie deze feiten vier jaar lang niet openbaar maakte?

In het vorige Kamerdebat deed Bijleveld opzichtig de suggestie om vooral ook naar de rol van anderen te kijken – premier Mark Rutte en haar voorganger Jeanine Hennis voorop, gevolgd door andere ministeries en haar eigen ambtelijk apparaat.

Hoewel deze suggestie in de Kamer en in sommige media enthousiast werd begroet – Mark Rutte is immers al negen jaar aan de macht – biedt Bijleveld de Torentje-bestormers weinig munitie in haar jongste brief.

Ruttes vertegenwoordiger was niet aanwezig tijdens de vergadering van de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) van 4 juni, waar de basisfeiten passeerden zonder aantallen burgerslachtoffers te noemen ‘aangezien deze niet konden worden vastgesteld’. Het verslag dat hij wel kreeg, was summier.

Op dezelfde wijze werd minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders op de hoogte gesteld. Hennis heeft ‘vermoedelijk’ ook nog met Rutte gesproken hierover, op een ‘niet alarmerende toon’, maar Rutte herinnert zich dat niet. De oppositie, die bloed ruikt, zal zich hierop richten, maar echt onthullend is het beeld dat oprijst over Defensie – en de minister zelf.

Wijsheid achteraf

Bijleveld waarschuwt impliciet voor ‘hindsight bias’, wijsheid achteraf die voorbijgaat aan de context waarin de gebeurtenis zich ontvouwde. Inderdaad, er woedde in 2015 een bloedig conflict met IS, een terreurgroep die burgers graag als dekking gebruikte en uitblonk in extreem en buitensporig geweld.

Tegen bevolkingsgroepen als de Jezidi’s, maar ook tegen een gevangen genomen Jordaanse piloot, die in brand werd gestoken. En een organisatie die aanslagen pleegde in Europa. Militairen mochten hier in het openbaar niet meer in uniform reizen, vanwege die dreiging.

Daartegenover stond een internationale luchtcoalitie die bekendstond (en in de VS en Groot-Brittannië bekritiseerd werd) om haar voorzichtige en zorgvuldige procedures bij het kiezen van doelen en bij de aanvallen zelf. Zie ook de Nederlandse ervaring: bij meer dan 2.100 keer wapeninzet hoefden slechts vier gevallen door het Openbaar Ministerie te worden onderzocht.

Maar Bijleveld verweert zich tegen een beschuldiging die (bijna) niemand uit. Zelden trok Nederland ten strijde met zoveel publieke steun. De Nederlandse vliegers wordt niets verweten – en natuurlijk was hun veiligheid een prioriteit.

Je kunt je zelfs voorstellen dat bij Defensie de angst leefde dat er toch met een beschuldigende vinger naar het eigen personeel zou worden gewezen, dat een vuil klusje opknapte terwijl de rest van het land vrolijk door winkelde. Het was oorlog en het uitschakelen van een bommenfabriek van IS heeft ongetwijfeld veel slachtoffers voorkomen, onder burgers en onder de plaatselijke bestrijders van IS.

De vraag die nu leeft in de Kamer is juist: waarom heeft niemand bij Defensie beseft dat je een onbedoeld effect van een op zich juiste luchtaanval niet zomaar onder de pet kunt houden, jaren en jaren lang? En waarom heeft niemand gezien dat juist dat zwijgen het publieke vertrouwen in Defensie ondermijnt?

Overdreven formalisme

Voor het antwoord kom je onherroepelijk terecht bij de cultuur bij Defensie, waar de politieke en de militaire top elkaar al jaren lijken te verlammen in hun wederzijdse pogingen de neuzen één kant op te krijgen.

En alle onenigheid in eigen huis te houden. Overdreven formalisme, het soms op surrealistische wijze vasthouden aan een ambtelijke realiteit, terwijl de harde feiten – hoewel ‘incompleet’ – je in de ogen aanstaren. Het was tenslotte oorlog.

Nederland zweeg samen met andere Europese landen, dat wel. Die hadden de VS zelfs gemaand minder transparant te worden over burgerslachtoffers. De maand voor ‘Hawija’ erkenden de VS voor het eerst dat ze burgerslachtoffers hadden gemaakt.

In de periode tot mei 2017 gaven ze toe tot dan toe verantwoordelijk te zijn voor 377 burgerslachtoffers, inclusief 105 burgerdoden bij één incident in Mosul. Het toont dat over de balans tussen ‘operationele veiligheid’ en ‘transparantie’ ook door militairen verschillend gedacht kan worden.

Het politieke probleem voor Bijleveld bestaat eruit dat er vooral in de directe periode na de luchtaanval veel voor te zeggen viel om eerst de zaken goed uit te zoeken: wat was de rol van de vlieger? Waren de coördinaten juist?

Van wie kwam de informatie over het doel? Behalve de zoektocht naar deze en andere antwoorden gold, zeker toen de vliegers nog ter plaatse waren, dat hun operationele veiligheid – en inzetbaarheid – niet in gevaar gebracht mocht worden. Na hun rotatie lag dat al anders en na afloop van de missie, op 31 december 2018, helemaal.

Hadden op dat moment het morele imperatief en de politieke noodzaak tot transparantie niet de doorslag moeten geven, zal de Kamer vragen. Oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn beantwoordde die vraag in de Volkskrant positief.

Aangezien opeenvolgende ministers van Defensie dit probleem blijkbaar nooit openlijk op tafel hebben gelegd in de ministerraad, moeten zij voor het vinden van antwoorden op deze politieke vragen vooral goed in de spiegel kijken. Met in de hand dat Reuters-bericht van 4 juni 2015, dat Bijleveld, zich beroepend op het Amerikaanse hoofdkwartier Centcom, in de brief van deze week alsnog citeert.

Dit is nu bekend over de informatievoorziening rond de aanval in Hawija;

Oktober 2014: Nederland begint bijdrage aan luchtcampagne van anti-IS-coalitie boven Irak.

Nacht van 2 op 3 juni 2015: Nederlandse F-16’s voeren een aanval uit op IS-faciliteit waar autobommen worden geproduceerd. Uit de eigen Battle Damage Assessment blijkt direct dat er sprake is van ‘onbedoelde nevenschade’, kortom: schade aan gebouwen.

4 juni 2015: Reuters meldt dat bij het bombardement op Hawija ‘een hele wijk’ is weggevaagd. Betrokkenen ter plaatse schatten het aantal doden op zeventig, zowel IS-terroristen als burgers. In de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) wordt de aanval besproken, inclusief de ‘secundaire explosies’, het ‘zorgvuldige targeting proces’ en de ‘mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers’. De ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie worden schriftelijk geïnformeerd. Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, was afwezig in de SMO van 4 juni.

Juni 2015-mei 2016: tijdens deze hele periode is in de SMO met geen woord gerept over de aanval op Hawija.

9 juni 2015: minister van Defensie Hennis wordt gebriefd over de aanval. Voorlopig onderzoek door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, wijst uit dat het ‘geloofwaardig’ is dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het ‘voorlopige onderzoek’ ontvangt Defensie op 15 juni.

23 juni 2015: In antwoord op Kamervragen, schrijft Hennis dat voor zover op dat moment bekend in de luchtcampagne tegen IS geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers.

Augustus 2015: Het Internationale Rode Kruis overhandigt aan Nederlandse ambassade in Bagdad een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen met burgerslachtoffers, waarin een aanval op Hawija op 4 november genoemd wordt waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood. De niet-gouvernementele organisatie Airwars spreekt in een openbaar rapport over tussen de 70 en 150 burgerdoden in Hawija.

Jan/feb 2016: Het initiële onderzoek van Centcom (d.d. 15 juni 2015) wordt door Defensie naar het OM gestuurd. De Yweede Kamer wordt erover ingelicht dat er twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht.

1 juni 2017: De Tweede Kamer wordt vertrouwelijk ingelicht over gevallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet.

13 april 2018: Minister Bijleveld licht de Kamer in over uitkomsten van onderzoeken van het Openbaar Ministerie naar aanvallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers. Locatie, datum en vermoedelijk aantal slachtoffers worden niet genoemd omdat ‘de inzet nog gaande was’.

1 januari 2019: De F-16-missie is afgelopen, het argument dat in april 2018 werd gehanteerd om informatie achter te houden, vervalt. Defensie ‘gaat aan de slag met een nieuwe toets van mogelijkheden van meer transparantie’.

Mei 2019: Minister Bijleveld zegt toe na het zomerreces te komen met een reactie op voorstellen van Kamerleden omtrent meer transparantie inzake mogelijke burgerslachtoffers.

30 september 2019: Minister Bijleveld vraagt de Kamer om meer tijd voor deze inhoudelijke reactie, ‘in het kader van zorgvuldigheid’.

18 oktober 2019: NRC en NOS melden dat Nederlandse F-16’s de luchtaanval op Hawija uitvoerden. Het Pentagon heeft desgevraagd gezegd dat er daarbij zeventig burgerdoden vielen. Bijleveld belooft dat de Kamer ‘op korte termijn’ wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van meer transparantie.

4 november 2019: minister Bijleveld meldt de Kamer dat ‘op basis van de door Centcom aangehaalde open bronnen’ bij een Nederlandse aanval op Hawija in juni 2015 ‘ongeveer 70 slachtoffers’ zijn gevallen, ‘zowel IS-strijders als burgers’.

Meer over; Ank Bijleveld politiek Hawija misdaad, recht en justitie Defensie Kamer conflicten, oorlog en vrede misdaad Arnout Brouwers

Waarom kan Rutte zich de burgerdoden in Hawija niet herinneren?

NU 26.11.2019 Ook na twee weken grondig onderzoek zijn de herinneringen van premier Mark Rutte over de Nederlandse bombardementen op Hawija waar tientallen burgerslachtoffers bij vielen niet gevonden. Uit de Kamerbrief van maandag bleek dat de premier “vermoedelijk” is geïnformeerd, maar Rutte kan het zich niet herinneren.

Woensdag 27.11.2019 debatteert de Tweede Kamer opnieuw met defensieminister Ank Bijleveld en ook met premier Rutte. Een deel van de Kamer vraagt zich af: hoe vergeet je zoiets?

“Ik kan niet in het hoofd van iemand kijken. Wat de premier zegt, neem ik voor waar aan. Ik denk wel dat ik het zou hebben onthouden”, zegt ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Ook Rob Jetten (D66) wil opheldering. “Mijn gevoel zegt dat het zoveel indruk op je zou maken dat je daar meer van wil weten.” PvdA’er Lodewijk Asscher, in het vorige kabinet nog vicepremier en minister zegt destijds niet geïnformeerd te zijn, maar denkt het anders wel onthouden te hebben. “Zoiets vergeet je niet snel.”

GroenLinks-leider Jesse Klaver noemt het zelfs “ongeloofwaardig” dat de premier zich niets herinnert van het gesprek met toenmalig defensieminister Jeanine Hennis over de luchtaanval op de Iraakse stad Hawija waar tientallen doden zijn gevallen.

NOS en NRC brachten begin november aan het licht dat bij Nederlandse bombardementen in Irak 74 burgerslachtoffers zijn gevallen. Vier burgerdoden bij een aanval op een woning in Mosoel en zeker zeventig burgerdoden bij het bombardement op een IS-bommenfabriek in Hawija.

Bijleveld wijst naar voorganger Hennis

Minister Ank Bijleveld moest twee weken geleden toegeven dat Nederland inderdaad verantwoordelijk was voor de aanval in Hawija. Zij voegde daaraan toe dat haar voorganger, Hennis, dat in 2015 al wist en dat voor de Tweede Kamer verzwegen had.

In een bijgaand feitenrelaas merkte Bijleveld terloops ook op dat het “aannemelijk” was dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Het optreden van Bijleveld twee weken geleden riep bij de Kamer meer vragen dan antwoorden op: er moest zo snel mogelijk opheldering komen over wie wat wanneer wist.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Zie ook: Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

Vragen over ‘vaagheid’ Kamerbrief

Wat D66’er Jetten betreft, is dit nog te vaag. “Wat wordt er bedoeld met ‘een alarmerende toon’?” Als alle info die nu bekend is, gedeeld zou zijn met de premier, dan lijkt hem dat iets wat hijzelf niet snel zal vergeten. Het is voor Jetten van belang hoe en welke info er gedeeld is.

Dat vindt ook Asscher. “Ik heb nog veel vragen. Iedereen die te horen krijgt dat er zeventig doden zijn gevallen bij een bombardement, die vergeet dat niet. Maar ik heb niet de indruk dat premier Rutte op die manier is geïnformeerd. Dat roept de vraag op wat Defensie verstaat onder informeren. Dat is belangrijk, omdat we moeten kunnen vertrouwen dat Defensie het hele verhaal vertelt.”

SP’er Sadet Karabulut kan moeilijk geloven dat na het zien van de beelden van de bombardementen en de berichten die destijds binnenkwamen er niet op een alarmerende toon met de premier is gesproken. “Was het misschien de bedoeling van Defensie om überhaupt niet te informeren?”, vraagt de SP’er zich af. Zij wijst erop dat Defensie de militaire missie tegen IS presenteerde als een effectieve oorlog met precisiebommen waar weinig burgerslachtoffers bij vielen.

Klaver denkt dat er meer speelt. “Je ziet dat minister Bijleveld twee weken geleden de berichtgeving waar gesproken wordt over zeventig doden bevestigt, maar dat verhaal is gaan veranderen nadat premier Rutte zei dat hij zich niet kan herinneren dat hierover is geïnformeerd.” aldus Klaver. “Ik heb de stellige indruk dat de nieuwe lijn van het kabinet gebouwd is om de uitspraak van Rutte dat hij zich niets meer kan herinneren. Hij is onhandig geweest en hij probeert zich er nu uit te redden.”

Minister Bijleveld overleefde een motie van wantrouwen. (Foto: Pro Shots)

Oppositie zal geloofwaardigheid Rutte betwisten

De oppositie zal van het debat gebruikmaken om de geloofwaardigheid van Rutte in twijfel te trekken. De premier kon zich eerder ook al de dividendmemo’s niet herinneren en ook tijdens de politieke nasleep van de Teevendeal had zijn ministerie moeite bepaalde zaken terug te halen.

De premier worstelt met de stikstofproblematiek en verkondigde dat de verlaging van de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur naar 100 de “grootste crisis” van zijn negenjarig premierschap was. Toch lijkt het erop dat zowel Rutte als Bijleveld, die twee weken geleden nog ternauwernood een motie van wantrouwen overleefde, door kunnen. VVD en CDA steunen hun bewindspersonen en coalitiepartners D66 en CU zijn niet van plan een eigen koers te varen.

Hoewel het kabinet twee weken geleden nog sprak over zeventig doden en nu schrijft dat een precies aantal niet is vast te stellen, vindt Segers (CU) dat de Kamerbrief van maandag “maximale helderheid” biedt. “Er is helderheid gekomen over wanneer de info is binnengekomen en wanneer dat met de minister-president is gedeeld.”

D66’er Jetten is kritisch en wil dat Defensie leert van de fouten door onder andere actiever te onderzoeken hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen na een Nederlandse aanval, maar vindt niet dat de positie van Rutte of van Bijleveld ter discussie staat. “Het is duidelijk dat Nederland destijds onvoldoende heeft gedaan om de onderste steen boven te krijgen. Dit is een hele harde les voor Defensie.”

Lees meer over: Politiek  Mark Rutte

Hoewel aanvankelijk werd gesproken van 70 doden bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak, valt de exacte hoeveelheid burgerslachtoffers nog altijd niet vast te stellen. De Tweede Kamer debatteert woensdag over de kwestie. Ⓒ ANP

Coalitie houdt Rutte en Bijleveld uit de wind

Telegraaf 26.11.2019 De Tweede Kamer debatteert woensdag met premier Rutte en minister Bijleveld (Defensie) over burgerslachtoffers die in de strijd tegen IS vielen bij een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak. De coalitie lijkt vastbesloten de bewindslieden uit de wind te houden.

Voor partijleider Jetten van D66 hoeft de vertrouwensvraag niet meer op tafel te komen. „Die is bij het vorige debat al gesteld.” In dat debat was D66 van de coalitiepartijen nog het meest kritisch op het optreden van defensieminister Bijleveld. Nu lijkt de bewindsvrouw zich van bescherming verzekerd. De brief die Bijleveld maandagavond naar de Kamer stuurde is ook ’beter dan de vorige’.

Harde les

Wel blijft het een ’harde les’ dat er bij Defensie en de andere ministeries geen alarmbellen zijn gaan rinkelen toen het er op leek dat bij de Nederlandse luchtaanval van 2 op 3 juni 2015 op een bommenfabriek in het Iraakse Hawija burgerslachtoffers waren gevallen. Premier Rutte moet ’meer context’ schetsen, vindt Jetten.

Uit de nieuwe informatie blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij het bewuste bombardement. De informatie – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers – was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld. Hennis had volgens haar eigen herinnering waarschijnlijk ook de premier mondeling van de bevindingen op de hoogte gesteld. Rutte sluit dat niet uit, maar kan zich het niet herinneren. Koenders herinnert het zich evenmin.

Hoewel aanvankelijk werd gesproken van zeventig doden, valt het exacte aantal burgerslachtoffers nog altijd niet vast te stellen. Evenmin is duidelijk geworden hoe het kon dat Hennis destijds de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over Iraakse burgerslachtoffers bij Nederlandse luchtaanvallen.

“Ik kan niet in iemands hoofd kijken”

„Dit schept voor mij maximale helderheid”, zegt CU-leider Segers. Zelf denkt hij dat hij het wel zou onthouden als hem was verteld van mogelijke slachtoffers. ,,Maar ik kan niet in iemands hoofd kijken.” Nu is het zaak ’lessen te trekken’.

Dat vindt CDA-Kamerlid Van Helvert ook. „Er is onder de vorige minister een grote fout gemaakt door de Kamer niet te informeren. Dat is onder deze minister ontdekt. Nu moeten we ervan leren en zorgen voor meer transparantie over militaire operaties.” Het uitgangspunt voor Bijleveld is nu anders dan bij het debat van twee weken geleden dat de bewindsvrouw met de hakken over de sloot overleefde. „Toen had ze twee uur de tijd om de feiten op een rij te zetten. Nu twee weken.”

De oppositie neemt geen genoegen met de uitleg van Bijleveld. GL-voorman Klaver gelooft er niks van dat premier Rutte van niks wist. „Zelfs ik krijg informatie mee uit buitenlandse kranten. Rutte heeft een heel leger ambtenaren om die informatie voor hem te verzamelen.” PVV-leider Wilders noemt de uitleg ’ongeloofwaardig’. Volgens SP-Kamerlid Karabulut heeft de minister alleen nog maar meer mist gecreëerd.

Verwarrend

PvdA-leider Asscher vindt de brief van Bijleveld een ’onbevredigend en verwarrend verhaal’. „We hebben tijdens het vorige debat het vertrouwen opgezegd in de minister. Dat is met deze brief niet hersteld. Aan de andere kant moet je je er ook bij neerleggen als zo’n motie van wantrouwen het niet haalt.” Volgens de vice-premier uit het vorige kabinet speelt bij de positie van de PvdA ’op geen enkele manier’ mee dat partijgenoot Koenders was ingelicht over mogelijke burgerdoden. Asscher gelooft Koenders dat hij er niks van wist.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld Mark Rutte Bert Koenders Hennis Segers Lodewijk Asscher Hawija Islamitische Staat

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

AD 26.11.2019 Hoe kun je een melding over burgerdoden nou vergeten, zoals premier Rutte en oud-minister Koenders claimen? (Ervarings)deskundigen aan het woord over ‘oorlogsmist’, verhullende formuleringen en de feilbaarheid van ons geheugen. ‘Hòe je iets zegt, maakt veel uit’.

Voor oppositiepartijen is het compleet ongeloofwaardig: zowel premier Mark Rutte heeft – net als toenmalig minister Bert Koenders – ‘geen herinnering’ aan het gesprek waarin Defensieminister Jeanine Hennis aangaf dat een Nederlands bombardement in Hawija (Irak) op 4 juni 2015 veel meer schade veroorzaakte dan gepland.

,,De toon van de boodschap was niet alarmerend”, schreef haar opvolger Ank Bijleveld (CDA) maandagavond aan de Tweede Kamer. ,,Ze maakte feitelijk melding van een explosie (…) en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden gevallen waren.”

Rampzalig

Terwijl bij termen als bombardement, Irak en mogelijke burgerdoden toch alle alarmbellen af moeten gaan, zegt ook voormalig SP-Kamerlid Harry van Bommel, die jaren geleden al Kamervragen stelde over de kwestie: ,,De mogelijkheid van burgerslachtoffers is een rampzalig gegeven voor het kabinet: het is ondermijnend voor je draagvlak om een missie voort te zetten.”

Generaal-majoor buiten dienst Frank Van Kappen: ,,Als je iets op tafel krijgt met burgerslachtoffers is dat geen klein bier, volgens de procedures wordt dat gedeeld met de bazen van alle betrokken ministeries”, zegt de VVD-senator die in het verleden de VN-secretaris generaal adviseerde over vredesoperaties. Oud-Defensieminister Hans Hillen (CDA), op de vraag of hij een melding over burgerdoden zou onthouden: ,,Tuurlijk, je leeft heel erg mee.”

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) meldde eerder deze week dat haar voorganger Hennis melding over mogelijke burgerdoden maakte bij Rutte en Koenders.

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) meldde eerder deze week dat haar voorganger Hennis melding over mogelijke burgerdoden maakte bij Rutte en Koenders. © ANP

Hoe kan het dan dat Koenders en Rutte zich niks meer herinneren van zo’n letterlijk en figuurlijk explosieve mededeling? Is dat nu jaren later dan een gewiekste Haagse formulering om een kabinetscrisis te bezweren, of kan het zijn dat ze het daadwerkelijk niet meer weten?

Rechtspsycholoog Sophie van der Zee (Erasmus Universiteit Rotterdam) waarschuwt vooral dat we de vergeetachtigheid niet te makkelijk af moeten doen als functionele ‘Haagse amnesie’: ,,Je kijkt met kennis van nu terug. We weten nu van die waarschijnlijk 70 burgerdoden en zeggen dan: hoe kun je zoiets nou vergeten?

Maar in de wetenschap kennen we de term ‘hindsight bias’, de wijsheid achteraf. Op het moment dat je informatie hebt en de afloop nog niet kent, waardeer en taxeer je die anders. Zo verwijten we de kapitein van de Titanic dat hij ondanks de ijsbergen harder ging varen. Maar dat doen we omdat we weten dat het schip daardoor ten onder ging.”

Nog een voorbeeld: ,,Er is beroemd onderzoek naar de dood van een zwerver die overleed na een arrestatie op de stoep bij een Amsterdams politiebureau. Later is getuigen gevraagd of er sprake was van excessief geweld door de agenten.

De grote meerderheid zei: ja. Maar twee mensen waren milder, zij stelden dat er geen buitensporig geweld was toegepast. Wat bleek? Deze twee waren toeristen, zij wisten niet dat de zwerver uiteindelijk overleden was na de arrestatie. Zij redeneerden dus niet naar de uitkomst toe.”

Voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA).

Voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA). © ANP

Daarbij maakt het een enorm verschil wat er precies gemeld is, op welke toon, binnen welke context, zeggen Van der Zee, Hillen en Van Kappen: ,,Was het terloops”, zegt Van Kappen. ,,Of een uitgebreid schriftelijk verslag?” Hillen: ,,Vergeet niet dat het ministerschap een rollercoaster is, met de hele dag door zoveel informatie. En informatie over zulke zaken komt vaak druppelsgewijs binnen, uit verschillende bronnen, die elkaar soms ook tegenspreken.”

Van der Zee: ,,Stel dat toen tegen Rutte gezegd is: het bombardement is volgens plan uitgevoerd, het doel is uitgeschakeld, maar er is nog onduidelijkheid over mogelijke burgerdoden. Dan kan de boodschapper denken: ik heb het verteld, maar Rutte kan even goed denken: ik heb nooit meegekregen dat er zoveel burgerdoden gevallen zijn. In zekere zin hebben ze dan beiden gelijk.”

Daarom komt het er – ook in het debat vandaag –op aan hoe Hennis haar collega’s informeerde, welke woorden ze gebruikte, hoe uitgebreid het was. Iets dat oppositiepartijen exact zullen uitbenen. Daar moet ook duidelijkheid over komen, al is het maar om te voorkomen dat ambtenaren, adviseurs en ministers voortaan liever in vaagtaal communiceren, juist om latere politieke problemen te voorkomen onder het motto ‘wat niet weet, wat niet deert’. Van Bommel: ,,Je weet ook: hoe preciezer je het opschrijft, hoe pijnlijker het wordt.”

De ministers Jeanine Hennis van Defensie (VVD) en Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) zaken praten met de Tweede Kamer over de Artikel 100 brief inzake de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Afghanistan (in 2014).

De ministers Jeanine Hennis van Defensie (VVD) en Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) zaken praten met de Tweede Kamer over de Artikel 100 brief inzake de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Afghanistan (in 2014). © ANP

Premier Rutte en toenmalig minister Hennis tijdens een persconferentie in 2017. Ⓒ ANP

Hennis: ’Rutte vermoedelijk geïnformeerd over burgerdoden Irak’

Telegraaf 26.11.2019 Niet alleen toenmalig defensieminister Hennis, maar ook haar collega’s van destijds, Koenders (Buitenlandse Zaken) en Van der Steur (Justitie), waren ervan op de hoogte dat er bij een Nederlandse luchtaanval in Irak mogelijk burgerdoden waren gevallen. Ook premier Rutte wist er vermoedelijk van.

Rutte en Koenders zijn zelfs door Hennis, zo herinnert zij zich, ook mondeling geïnformeerd over de luchtaanval van 3 op 4 juni 2015, waarbij een Nederlandse F-16 een fabriekje onder vuur nam waar IS autobommen produceerde. Hoewel de toon van Hennis ’niet alarmerend’ zou zijn geweest, vertelde ze hen wel van ’secundaire explosies’ in het fabriekje en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen. Zowel Koenders als Rutte zegt zich daar niks van te kunnen herinneren.

Een en ander blijkt uit nieuwe informatie die minister Bijleveld (Defensie) maandag in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met het noemen van de premier en de andere ministers als ’medeweters’ bracht de CDA-bewindsvrouw zichzelf tijdens het debat van twee weken geleden in het nauw. Deze week moet zij andermaal verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer, nu waarschijnlijk samen met de premier.

Herexamen Bijleveld

Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet duidelijk hoeveel burgerslachtoffers er in 2015 in Irak door Nederlandse bommen zijn gevallen. En waarom tegenover de Kamer is ontkend dat er überhaupt burgers waren gedood door Nederlands toedoen, blijft nog even vaag.

Minister Ank Bijleveld bracht zichzelf in het nauw

Minister Ank Bijleveld (Defensie) moet het deze week allemaal toelichten als ze voor een herexamen naar de Tweede Kamer moet. Al komt ze beter beslagen ten ijs dan twee weken geleden, toen ze een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. Dat kwam onder meer doordat ze onduidelijk was over wat de andere ministers wisten die betrokken waren bij de militaire operatie tegen Islamitische Staat.

Bekijk ook: 

’Toon Bijleveld was niet goed’ 

Ambtelijke stuurgroep

Nu blijkt dat behalve de toenmalige minister van Defensie ook de minister van Veiligheid en Justitie (Van der Steur) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren geïnformeerd. Ook premier Rutte had ’kennis kunnen nemen’ van het verslag van een ambtelijke stuurgroep die een dag na de aanslag bijeenkwam.

De club hoge ambtenaren stelde vast dat bij een door Nederland uitgevoerde aanval van de coalitie op een IS-autobommenfabriek in de buurt van Kirkuk ’secundaire ontploffingen’ waren geweest en dat er daardoor mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen.

Een verslag van de bijeenkomst is naar de betrokken ministeries gestuurd, waaronder dat van premier Rutte. Toenmalig defensieminister Hennis herinnert zich dat ze de bevindingen ook persoonlijk heeft meegedeeld aan Koenders en Rutte, al zou de toon bij dat gesprek ’niet alarmerend’ zijn geweest. De twee heren herinneren zich er niets van.

Nog altijd is onduidelijk hoeveel burgerdoden er zijn gevallen bij de luchtaanval die Nederlandse F-16’s in de nacht van 2 op 3 juni uitvoerden in Hawija. „De uren en dagen na deze wapeninzet waren met veel onzekerheden omgeven.”

Geen verkeerde afwegingen

Ondanks de duisternis was het de jachtvliegers al duidelijk dat de explosies groter waren dan verwacht. Even later konden onderzoekers van het Amerikaanse legeronderdeel Centcom dat ook vaststellen, net als dat het aannemelijk was dat er burgers om het leven waren gekomen.

Van fouten in het uitkiezen van het doel was geen sprake, van verkeerde operationele afwegingen evenmin, concludeerden de Amerikanen, een conclusie die Defensie een jaar later ook trok. Maar waar in ambtelijk overleg werd verwezen naar een finaal oordeel, bleef dat van de Amerikanen uit, aangezien het finale rapport over de aanval nooit is verschenen.

’Ongeloofwaardig’

„De antwoorden van het kabinet zijn onthutsend en ongeloofwaardig”, reageert GroenLinks-leider Jesse Klaver. „Het is moeilijk te geloven dat de premier zich niets herinnert van een gesprek over burgerdoden door toedoen van het Nederlandse leger.” Het was GroenLinks dat bij het vorige debat de motie van wantrouwen tegen Bijleveld indiende.

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk meer van; defensie Hennis de Kamer Bert Koenders Ank Bijleveld Mark Rutte Ard van der Steur Tweede Kamer der Staten-Generaal

Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

NU 26.11.2019 Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis herinnert zich dat ze in 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling heeft geïnformeerd over het bombardement in Hawija. Ook toenmalig minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zou volgens haar zijn ingelicht.

Dat staat in een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld van Defensie. Rutte en Koenders kunnen zich het gesprek niet herinneren, staat ook in de brief.

De minister-president heeft “geen herinnering aan een dergelijk gesprek’, maar “sluit ook niet uit dat dit gesprek heeft plaatsgevonden”.

Volgens Hennis heeft ze geen aantallen genoemd toen ze over het aantal burgerslachtoffers sprak. Ook zou “de toon van de boodschap niet alarmerend” zijn geweest.

Ze zou feitelijk hebben verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F-16’s sprake was van secundaire explosies en dat onderzocht moest worden of er ook burgerdoden waren gevallen.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, onder wie een groot aantal burgerslachtoffers.

Premier Rutte zei begin november ook al dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 is geïnformeerd over de Nederlandse luchtaanval waarbij burgers om het leven kwamen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de luchtaanval. Mogelijk is Rutte daar ook bij aanwezig.

Lees meer over: Politiek

 

Rutte en Koenders blijven ontkennen dat ze wisten van burgerdoden Irak

Elsevier 26.11.2019 Premier Mark Rutte (VVD) is ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over mogelijke burgerdoden bij het bombardement op een IS-bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija in 2015. Dat blijkt uit een brief die minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) maandagavond naar de Tweede Kamer stuurde. Ex-minister Bert Koenders (PvdA, Buitenlandse Zaken) wist er volgens de brief zeker van, maar zegt net als Rutte dat hij van niets wist.

‘Vermoedelijk’ heeft toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) in juni 2015 Rutte mondeling op de hoogte gesteld van het Nederlandse bombardement op Hawija, schrijft Bijleveld. In het gesprek zou de voormalige bewindsvrouw, die nu de hoogste vertegenwoordiger is van de Verenigde Naties in Irak, de premier hebben laten weten dat meer onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

Lees ook dit commentaar van Eric Vrijsen: Weinig verheffende politieke spelletjes na  burgerdoden Irak

‘De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden,’ schrijft minister Bijleveld in de brief. ‘Er staat mij niets van bij,’ zei Rutte begin deze maand al, nadat de CDA-minister het ‘aannemelijk’ had genoemd dat andere ministers van de burgerdoden op de hoogte waren. Toch sloot de premier niet bij voorbaat uit dat het hem of zijn ambtenaren destijds wel ter ore is gekomen.

De toon van Hennis was echter ‘niet alarmerend’ en er zijn geen aantallen burgerslachtoffers genoemd, zei de toenmalige VVD-minister, die alleen ‘feitelijk melding maakte van een secundaire explosie na inzet van Nederlandse F-16’s, de oorzaak van de explosies, en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’. Dat is te lezen in de brief van Bijleveld, die bevestigt dat Rutte niet uitsluit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, en dat Koenders volhoudt dat hij er niet over is geïnformeerd.

Vaststaat dat ambtenaren van betrokken ministeries (de zogeheten Stuurgroep Missies en Operaties) een dag na de aanval, op 4 juni, hebben gesproken over de gebeurtenis. In het overleg werd de mogelijkheid genoemd van eventuele burgerdoden, maar een concreet aantal werd niet genoemd. Daarna is bijna een jaar niet over de luchtaanval gesproken in de stuurgroep of bij ander overleg tussen ministeries, schrijft Bijleveld.

De minister geeft er in haar brief geen duidelijkheid over waarom haar voorganger Hennis in 2015, enkele weken na de aanval, de Tweede Kamer niet juist heeft geïnformeerd. De VVD-bewindsvrouw zei destijds dat er geen burgerdoden waren gevallen. Kort na de aanval verschenen al berichten, waaronder van persbureau Reuters, waarin sprake was van ongeveer zeventig burgerdoden.

Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden, onthulde Eric Vrijsen eerder deze maand

‘In de Nederlandse media is destijds niet bericht over de aanval,’ schrijft Bijleveld in haar brief. ‘Tegelijkertijd was er in deze periode sprake van ISIS-propaganda die volledig gericht was op het in diskrediet brengen van de acties van de anti-ISIS coalitie, zoals de wapeninzet in Hawija.’ Pas vorige maand maakten Nederlandse media (Nieuwsuur en NRC) voor het eerst melding van burgerslachtoffers bij de aanval op de bommenfabriek van terreurgroep Islamitische Staat.

Op dinsdag 6 november debatteerde Bijleveld met de Tweede Kamer over de kwestie. Bijna de voltallige oppositie zegde het vertrouwen in de minister toen op, maar SGP en onafhankelijk Kamerlid Wybren van Haga stemden net als de coalitiepartijen tegen een motie van wantrouwen. Die overleefde Bijleveld, die haar ‘oprechte excuses’ aanbood voor het verkeerd informeren van de Kamer. De minister is ook politiek verantwoordelijk voor het handelen van haar voorganger.

‘Woordje “vermoedelijk” duidt erop dat Hennis aan het gissen is’

‘Het woordje “vermoedelijk” duidt er al op dat ze zelf eigenlijk min of meer aan het gissen is hoe het is gegaan,’ zei Elsevier Weekblad-redacteur Carla Joosten in Den Haag dinsdagochtend in redioprogramma Goedemorgen Nederland van WNL over de verklaringen van oud-minister Hennis. Volgens Joosten ‘dekt hij [premier Rutte] zichzelf al helemaal in’ door te zeggen dat hij geen herinnering heeft aan een gesprek over burgerdoden, maar tegelijk niet uit te sluiten dat het hem wel is verteld. ‘Dit kennen we van hem natuurlijk heel goed. “Ik heb daar geen actieve herinnering aan.” Dat is toch een beetje een ijkzin van hem.’

Volgens Joosten gaat minister Bijleveld woensdag, wanneer de kwestie in de Tweede Kamer opnieuw wordt besproken, wederom een moeilijk debat tegemoet. ‘Ze zal weer excuses moeten maken, van “misschien heb ik dingen te hard gezegd, het blijkt toch allemaal wat vager te zijn gegaan”, want dat is eigenlijk de kern van deze brief.’ Ook vindt de EW-redacteur het opmerkelijk dat Koenders – van wie Hennis zeker wist dat ze hem over mogelijke burgerdoden had gesproken – blijft volhouden dat hij niet op de hoogte is gebracht. ‘Dat werkt dan ook weer een beetje ten positieve van Rutte, want hij is niet de enige die het zich niet herinnert.’

Lees ook deze column van Philip van Tijn Bombardement in Hawija: bijzaken worden politieke hoofdzaken

Tweede Kamerlid Jan Paternotte van coalitiepartij D66 zegt dat ‘dit allemaal voorkomen had kunnen worden’ als het ministerie van Defensie duidelijker en transparanter had gecommuniceerd: ‘Als we met elkaar de afspraak hadden van, zodra het kan, zodra het veilig is, breng je gewoon alle informatie naar buiten over zo’n militaire missie waar je gebombardeerd hebt en ook als er eventuele slachtoffers zijn.’ De minister van Defensie heeft in haar brief al beloofd in de toekomst de Tweede Kamer sneller te informeren over burgerslachtoffers die vallen door Nederlandse militaire acties. Dat zal ‘standaard en zo snel mogelijk vertrouwelijk’ gebeuren.

Oppositie niet overtuigd: ‘Wie gelooft Rutte nog?’

Gezien de reacties op Twitter zijn de oppositiepartijen van links tot rechts niet overtuigd door de brief. Velen trekken de verklaringen van Bijleveld, Hennis en Rutte in twijfel. Een selectie van de tweets:

GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver vindt het ‘ongeloofwaardig’ dat Rutte zich niets herinnert, en vraagt zich af of er ‘dan niemand is die de premier daarover informeert’:

 Jesse Klaver

RTL Nieuws

@RTLnieuws

In de Kamerbrief staat verder dat de minister-president ‘geen herinnering heeft aan een dergelijk gesprek’. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4933821/hawijapremier-rutte-vermoedelijk-mondeling-geinformeerd-over 197  
Volgens SP-Kamerlid Sadet Karabulut is het ‘niet te geloven’ dat Rutte en Koenders ‘hun herinneringen “kwijt” zijn’, en ‘is gelogen tegen de Tweede Kamer’. Tevens denkt ze dat het ‘nooit de bedoeling’ was om het parlement de waarheid te vertellen:

Sadet Karabulut

@SadetKarabulut

Het is niet te geloven dat de minister-president en minister van Buitenlandse Zaken hun herinneringen ‘kwijt’ zijn. Het is onacceptabel dat niemand heeft gevraagd en laten onderzoeken burgerslachtoffers. Ook niet na een heftige explosie. Wel is gelogen tegen de Tweede Kamer.

Sadet Karabulut

@SadetKarabulut    

En voor alle duidelijkheid en tegen alle spin in. Ze hadden het kunnen en moeten weten. Alleen al de SP fractie heeft bijna twintig keer vragen gesteld over burgerslachtoffers. Maar het was nooit de bedoeling ons de waarheid te vertellen. Tot op de dag van vandaag. Dat kan niet. 28  

Henk Krol

@HenkKrol

De – in mijn ogen – belangrijkste passage uit de zojuist verzonden brief aan de Kamer van minister Bijleveld over het haperende geheugen van de minister-president.

Afbeelding weergeven op Twitter
‘Wie gelooft Rutte nog?’ PVV-leider Geert Wilders in elk geval niet:

Geert Wilders

@geertwilderspvv

Wie gelooft Rutte nog? https://twitter.com/fonslambie/status/1199047710554435590 

Fons Lambie

@fonslambie

Brief kabinet over #burgerslachtoffers in #Irak: zowel premier Rutte als toenmalig minister Koenders hebben “geen herinneringen” aan gesprek met minister Hennis over bombardement in #Hawija.

Afbeelding weergeven op Twitter

Forum voor Democratie-lijsttrekker Thierry Baudet is sceptisch over het ‘vermoedelijk’ informeren van premier Rutte door ex-minister Hennis:

Thierry Baudet

@thierrybaudet

ThePostOnline

@TPOnl

Jeanine Hennis: Ik heb vermoedelijk Mark Rutte geïnformeerd over mogelijke burgerdoden Irak https://ift.tt/37BUvje 988  

Gerelateerde artikelen;

Hawija in oktober 2017, nadat de stad was bevrijd van IS. 

Hawija in oktober 2017, nadat de stad was bevrijd van IS. Foto Ali Mukarrem Garip/Getty

Niemand vroeg door na de bom op Hawija

NRC 26.11.2019 Na het bombardement op de Irakese stad Hawija in 2015 waren er aanwijzingen dat er veel burgerdoden te betreuren waren. Bewindslieden toonden weinig belangstelling.

Kon men het weten? En zo ja, wilde men het weten? Deze twee vragen rijzen bij lezing van het nieuwste feitenrelaas van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) over de bloedige gevolgen van de Nederlandse luchtaanval op Hawija, op 3 juni 2015.

Bij de aanval vonden 70 burgers de dood, zo bevestigde het Amerikaans opperbevel Centcom in december 2018 aan NRC en NOS, die de aanval samen onderzochten. Onder hen waren 22 vrouwen en 26 kinderen, berichtte NGO Airwars al eerder op basis van ooggetuigeverslagen.

Ja, men kon snel na de aanval al het nodige weten, blijkt uit het relaas van Bijleveld maandagavond. Immers, er waren vanuit de lucht wel veel verwoeste woonhuizen na het bombardement te zien. Op 7 juni 2015 ging een officier naar het hoofdkwartier van de internationale coalitie in Qatar, en hoorde daar meer details over de schade.

Lees ook: Hoe een Nederlandse bom 70 burgers doodde

Op 4 november 2019, onlangs dus, was Bijleveld nog stelliger en concreter. Uit haar brief aan de Tweede Kamer van toen bleek dat in militaire kring al snel bekend was dat de cirkel van vernietiging in Hawija veel wijder was dan waarmee de coalitie bij de planning rekening had gehouden.

„Uit ons eigen Battle Damage Assesment (BDA) bleek direct dat er sprake was van onbedoelde nevenschade”. Een eerste rapport van de Amerikanen dat Defensie op 15 juni 2015 ontving, noemde burgerslachtoffers „geloofwaardig”.

Haar voorganger, Jeanine Hennis (VVD), had daarom de Kamer verkeerd ingelicht, aldus Bijleveld. Hennis schreef op 24 juni 2015 dat „voor zover bekend” er geen burgerslachtoffers waren gevallen bij Nederlandse bombardementen. „Dat was fout”, zei Bijleveld daarover toen.

NRC en NOS stuitten bij hun eigen onderzoek ook op veel aanwijzingen dat al vroeg duidelijk was dat er veel burgerslachtoffers waren. Op 4 juni meldde Reuters al de mogelijkheid van burgerslachtoffers, mede op basis van uitlatingen van ‘veiligheidsfunctionarissen’.

„Een luchtaanval van de door de VS geleide coalitie heeft een hele wijk platgelegd in een Noord-Irakese stad die wordt gecontroleerd door militanten van IS. Tientallen mensen werden gedood, inclusief burgers, zeiden getuigen en veiligheidsfunctionarissen.”

Er werd vooral veel afgewacht

Commandant John Hesterman van de luchtoperaties tegen IS kondigde op 5 juni een onderzoek aan, zoals gebruikelijk bij aanwijzingen van burgerslachtoffers. Een paar weken later, op 24 juni, zei Pentagon-woordvoerder Steve Warren dat een onderzoek was begonnen, nadat eerdere aanwijzingen „geloofwaardig”, waren gebleken.

Als men in de junidagen van 2015 stevige aanwijzingen had dat het beleid van Nederland – geen burgerslachtoffers, in elk geval zo min mogelijk – in Hawija op een fiasco was uitgelopen, wilde men dat dan wel weten? Voor wie de brief van Bijleveld leest, lijkt het antwoord nee.

In de maanden en jaren na die junimaand 2015, werd vooral veel afgewacht in Den Haag: op nadere rapporten van het Amerikaans opperbevel, op eigen onderzoeken, eerst van Defensie, later van het Openbaar Ministerie. Niemand uit het kabinet toonde indringende belangstelling. Hennis niet als eerst verantwoordelijke minister. Premier Mark Rutte niet als coördinator van het regeringsbeleid; hij werd slechts summier geïnformeerd.

En Bert Koenders als minister van Buitenlandse Zaken (PvdA) en eerste ondertekenaar van brieven over de voortgang van de F-16-missie tegen IS, evenmin. Informatie van het Rode Kruis aan de Nederlandse ambassade in Bagdad over burgerdoden in onder meer Hawija, is geen aanleiding voor een actievere houding van ‘BuZa’.

De patronen die minister Bijleveld maandagavond schetst, herinneren enigszins aan een ander drama met honderd keer zoveel burgerdoden, de val van Srebrenica in 1995. De parlementaire enquête-commissie die het Srebrenica-drama met 7.000 slachtoffers onderzocht, sprak in 2002 over „onwil” van ambtenaren en militairen om actief op zoek te gaan naar onwelkome informatie die haaks stond op heersende veronderstellingen. Toenmalig NIOD-directeur Hans Blom had het over „het gebrek aan goede wil om uit eigen initiatief te zorgen dat de minister zo goed mogelijk werd geïnformeerd”.

Zeventien jaar later zijn er opnieuw aanwijzingen voor zo’n gebrek aan wil – nu ook van politici – om onwelkome informatie op de agenda te krijgen. Als mogelijke verklaring spelen ten minste drie fenomenen een rol: de onvolledigheid en dubbelzinnigheid van de informatie die juni 2015 voorhanden was, de manier waarop informatiestromen functioneren, en de fase van de oorlog tegen IS in 2015.

Daags na de aanval op Hawija zei de Amerikaanse commandant John Hesterman tijdens een persconferentie dat er „geen bewijzen” waren van burgerslachtoffers, wel aanwijzingen. Zijn staf beschikte wel over (lucht-)beelden van ingestorte en weggevaagde huizen en gebouwen. Het bergen van lichamen in de puinhopen, het identificeren van slachtoffers, het onderscheiden van IS-strijders (vrijwel altijd in burger) en ‘non-combattanten’, het was allemaal onmogelijk.

Lees ook: het interview met minister Bijleveld: ‘burgerslachtoffers calculeren we niet in, zo opereren we niet’

Verder was in die in juni-dagen vooral tevredenheid over het uitschakelen van de bommenfabriek van IS. Een belangrijk militair doelwit, vlak bij de frontlijn richting de stad Kirkuk, was ermee uitgeschakeld. De berichten in Irak daarover waren „positief”, schrijft Bijleveld in haar brief.

Slecht nieuws is onwelkom

Voor ambtenaren zijn voorlopigheden en dubbelzinnigheden aanleiding om ‘nader onderzoek’ af te wachten. „Onrijpheid” van informatie, noemt oud-minister Ed van Thijn dat in zijn boek De Informatie-paradox (2004). Hij somt daarin maar liefst dertig „dwingende, legitieme redenen” voor ambtenaren om „de minister (nog) niet te informeren”.

Behalve onrijp geachte informatie gaat het om zaken als ‘gedoebeperking’, ‘onwelkome boodschap’, ‘slecht nieuws schaadt de eigen organisatie’, ‘collegialiteit’ (geen ‘matennaaien”) , ‘informatie is te vertrouwelijk voor derden’, en ‘strijdigheid met het belang van de staat’.

Veel van dit alles kan een rol hebben gespeeld in de Hawija-casus. De eerste drie hebben te maken met het slechte nieuws over de vele burgerslachtoffers waarop niemand zat te wachten.

De collegialiteit speelt vooral in situaties waarbij meerdere departementen zijn betrokken en men elkaar tegenkomt in interdepartementale werkgroepen, zoals de Stuurgroep Missies en Operaties. De laatste twee factoren hebben te maken met de geclassificeerde informatie. Verspreiding van die informatie kan uitlekken en de vijand in de kaart spelen.

De fase van de oorlog tegen IS, anno 2015, stimuleerde evenmin het actief informeren naar een mogelijk bloedbad door een Nederlandse bom. Die oorlog kwam dichtbij door een reeks terreuraanslagen. Bijleveld refereert eraan in haar nieuwste brief. In zo’ n situatie worden burgerdoden anders gewogen dan nu.

Het oersterke geloof in hightech-bommen, speelde daarbij ook een rol. In een Kamerdebat, eind juni 2015, zei toenmalig minister Hennis: „Het is zo precies. Het is niet zo dat je gelijk een complete wijk of regio platlegt. Dat komt door die smart weapons waarover ik net sprak.” In augustus 2015 had de coalitie na 5.000 bombardementen twee burgerdoden toegegeven.

Ook bij de media, steeds bepalender voor de ambtelijk-politieke agenda in Den Haag, was er geen grote aandacht voor het onderwerp burgerdoden. De aanval op Hawija werd in Nederlandse media niet gemeld, stelt Bijleveld vast. Burgerdoden werden voor journalisten pas later in de oorlog tegen IS een groot issue.

Later deze week buigt de Tweede Kamer zich opnieuw over ‘Hawija’. Hoeveel begrip Kamerleden willen opbrengen voor de historische context en ambtelijke gedragingen van destijds, zal dan blijken.

Tijdens een eerder debat over Hawija wees de minister naar andere ministeries, die waarschijnlijk ook van de zaak geweten hadden. Beeld ANP

Bijleveld komt terug op eerdere beweringen over ‘Hawija’

Trouw 25.11.2019 Het was nooit duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen, zegt Defensie nu over het bombardement in Irak.

Defensieminister Ank Bijleveld moet de klappen opvangen rond de vraag welke bewindspersonen in juni 2015 wisten van burgerdoden bij een bombardement in het Irakese Hawija. Het Kamerdebat hierover vindt vermoedelijk woensdag plaats.

De minister stuurde maandagavond een uitgebreide brief naar de Kamer. Daarin probeert ze een antwoord te geven op vragen rond haar bewering van drie weken geleden dat het ‘aannemelijk’ was dat andere betrokken ministeries destijds door Defensie op de hoogte waren gesteld.

Die maand loog toenmalig defensieminister Jeanine Hennis tot tweemaal toe tegen de Kamer over een Nederlandse rol bij burgerdoden, door iedere betrokkenheid te ontkennen. Door de formulering van Bijleveld rees de vraag wat premier Mark Rutte al die tijd wist.

Bijleveld schrijft nu dat het nooit duidelijk is geweest hoeveel burgerdoden er precies in Hawija zijn gevallen. In de bewuste nacht van 2 op 3 juni konden de Nederlandse gevechtspiloten niet vaststellen wat de precieze gevolgen waren toen hun aanval op een bommenfabriek in het gebied van Islamitische Staat tot een veel grotere ontploffing leidde dan verwacht. Ook een eerste Nederlands onderzoek bracht op 9 juni geen helderheid, evenmin als een eerste Amerikaans onderzoek van 15 juni.

Omdat het allemaal niet precies duidelijk was, is er op 4 juni in een overleg tussen hoge ambtenaren van verschillende ministeries niet gesproken over aantallen burgerdoden. Wel meldde Defensie dat er meer schade was dan verwacht en dat de mogelijkheid van burgerdoden onderzocht werd.

Vergaloppeerd

Na het overleg bracht een ambtenaar van buitenlandse zaken minister Bert Koenders schriftelijk op de hoogte. Premier Mark Rutte kreeg nog niets te horen, want zijn vertegenwoordiger was die dag niet bij het overleg.

Hennis heeft ergens in juni wel aan Koenders, en naar zij zich herinnert vermoedelijk ook aan Rutte, over mogelijke burgerdoden verteld. Haar toon was ‘niet alarmistisch’, en Koenders en Rutte herinneren zich de gesprekken niet meer.

Als de nieuwe uitleg klopt, heeft Bijleveld zich in het vorige debat over Hawija vergaloppeerd. Toen zei ze dat aan Hennis op 9 juni is verteld dat er ‘veel meer nevenschade’ was dan verwacht, en ‘dat er waarschijnlijk ook veel burgerslachtoffers bij waren gevallen’.

In de brief van maandag betoogt Bijleveld juist dat nooit duidelijk is geworden hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen, omdat Nederland en de VS dit niet ter plaatse konden controleren.

Een ander open einde is de boodschap van Defensie tijdens het overleg met andere departementen op 4 juni. Daarin werd volgens de brief van maandag summier verteld dat na het bombardement springstof in de fabriek tot ontploffing kwam, en dat in Irakese media ‘de mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers werd genoemd’.

Defensie had destijds echter ook informatie uit eigen hand, zo valt op een andere pagina te lezen. Al tijdens de aanval ‘was het voor de vliegers duidelijk dat de secundaire explosies veel groter waren dan verwacht en dat sprake was van aanzienlijke schade aan diverse gebouwen’.

De nieuwe lezing maakt het verklaarbaar dat Rutte zich niets meer kan herinneren van mogelijke burgerdoden, maar brengt Bijleveld juist in de problemen. Als zij drie weken geleden in de Kamer een ander beeld schetste dan nu uit haar brief naar voren komt, is de vraag wanneer de Kamer haar nog moet geloven.

Loodzwaar debat

De minister wacht dan ook een loodzwaar debat. Drie weken geleden raakte ze tijdens het eerste debat over Hawija al politiek beschadigd. Vrijwel de gehele oppositie steunde toen een motie van wantrouwen tegen de minister.

Ook is Bijleveld politiek verantwoordelijk voor het feit dat de informatie die Defensie op 4 juni met andere ministeries deelde, een veel vager beeld geeft van de gebeurtenissen rond Hawija dan dat men blijkens de meldingen van de eigen piloten vermoedde. Bijleveld zal de Kamer nu moeten overtuigen dat zij de juiste persoon is om deze informatievoorziening in de toekomst te verbeteren.

Daarbij zal vermoedelijk ook een nieuw onderzoek naar Hawija discussiepunt worden. Want naar nu blijkt is er tot en met 2016 wel onderzoek gedaan door de Amerikaanse krijgsmacht, maar heeft dat alleen voorlopige bevindingen opgeleverd. “Recente navraag leert dat er inderdaad nooit een finaal rapport, oftewel Closure Report, is opgemaakt.”

Lees ook: De feiten over Hawija zijn nog steeds niet boven water

De minister van defensie en verschillende ministeries zijn druk op zoek naar documenten over het bombardement in Hawija, Irak. De Tweede Kamer raakt geïrriteerd. ‘Bizar hoeveel tijd ze hiervoor nodig hebben, deze zaak stinkt.’

Waarom de gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Meer over; Ank Bijleveld Hawija politiek Defensie Mark Rutte Kamer Marno de Boer

Minister Ank Bijleveld (Defensie) en kolonel-vlieger Peter Tankink (directie Operaties) tijdens een persconferentie over een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015. Beeld ANP

Defensie sloeg nooit groot alarm over luchtaanval op Hawija

VK 25.11.2019 Het ministerie van Defensie sloeg nooit groot alarm, ook niet intern, over de gevolgen van de luchtaanval op Hawija in juni 2015. Het informeerde andere betrokken ministeries langs de gebruikelijke ambtelijke kanalen, maar in algemene bewoordingen.

Toenmalig minister Jeanine Hennis herinnert zich dat ze ‘vermoedelijk’ premier Mark Rutte mondeling heeft ingelicht in juni 2015, ook op een ‘niet alarmerende toon’.

Rutte ‘heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden’. Dat blijkt uit een brief die minister van Defensie Ank Bijleveld maandagavond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, mede namens de premier en de ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Justitie.

Naar de brief werd met spanning uitgekeken, vooral toen premier Rutte en de twee PvdA-ministers van Buitenlandse Zaken van destijds, Bert Koenders en Lilianne Ploumen, verklaarden zich niet te herinneren over het voorval ingelicht te zijn.

De brief bevat tussen de regels door wel een verklaring voor het formeel delen van informatie met andere ministeries, wat keurig gebeurd is (al was Algemene Zaken niet aanwezig bij de eerste briefing hierover op 4 juni 2015) en het feit dat er niemand op aansloeg.

Daarbij helpt een cruciaal zinnetje in Bijlevelds brief, dat verschillende keren terugkeert: ‘Aantallen mogelijke burgerslachtoffers zijn daarbij niet genoemd, aangezien deze niet konden worden vastgesteld.’

De verklaring zit dus in het verschil tussen enerzijds de alarmerende open rapportages in buitenlandse media (Nederlandse media schreven niet over Hawija) en door ngo’s over grote, maar sterk wisselende en onbevestigde aantallen doden; en anderzijds ‘ambtelijk aanvaarde, want bevestigde doden’.

Vertrouwelijke lijst

Wat betreft de eerste categorie waren er direct nieuwsberichten van Reuters, Al Jazeera en uit de Iraakse pers. In augustus 2015 gaf het Internationale Rode Kruis aan Buitenlandse Zaken een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen van burgerslachtoffers, waaronder een aanval op Hawija op 4 juni, waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood en honderden anderen verwond.

‘Het was niet duidelijk of dezelfde aanval werd bedoeld als Nederlandse wapeninzet in Hawija in de nacht van 2 op 3 juni’, meldt de brief. Een rapport van de ngo Airwars uit die tijd gaf aan dat dat naar verluidt 70 burgers waren gedood, ‘maar maakt ook melding van berichtgeving die sprak over 150 burgerslachtoffers’.

Officieel echter was er geen duidelijkheid over aantallen doden – en die zou ook, tot de dag van vandaag, nooit komen. Er was het bericht van 15 juni 2015 van het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, Centcom, dat het ‘geloofwaardig’ achtte dat er burgerslachtoffers waren gevallen, maar dat niet kon verifiëren of falsifiëren. In een later rapport noemde Centcom het ‘waarschijnlijk’ dat er burgerdoden waren gevallen. Een uiteindelijk rapport is er nooit gekomen.

Doordat in de officiële communicatie van Defensie – klaarblijkelijk ook tussen de departementen – de voorzichtige lijn werd gehandhaafd dat er ‘mogelijk’ of ‘waarschijnlijk’ burgerdoden waren gevallen, zonder context te geven over de onbevestigde berichten dat het ging om tientallen burgerdoden, konden de gevolgen van de luchtaanval op Hawija jarenlang onder de radar blijven.

Onderwijl werden alle betrokken partijen formeel wel op de hoogte gesteld en kon het OM ook onderzoek doen en concluderen dat er geen aanleiding was tot vervolgonderzoek. Ambtelijk klopte alles dus wellicht, maar deze week zal de Tweede Kamer zich in een debat uitspreken over de vraag of ze vindt dat politiek ook alles klopt.

Meer over; Hawija politiek Mark Rutte Tweede Kamer Arnout Brouwers

De Speld: Bijleveld neemt verantwoordelijkheid maar ‘het was wel al een rotzooitje’

Minister informeert Tweede Kamer over gang van zaken rond Hawija

RO 25.11.2019 Minister Ank Bijleveld heeft de Tweede Kamer vandaag geïnformeerd over hoe de informatie over de wapeninzet in Hawija met de verschillende ministeries is gedeeld. De minister schrijft verder namens de minister-president en de betrokken ministers hoe Defensie in de toekomst transparanter kan zijn over de gevolgen van de Nederlandse inzet en wat kan worden gedaan met de afhandeling van eventuele schade.

Daarnaast heeft de minister van Defensie antwoorden op Kamervragen van de Tweede Kamerleden Diks (GroenLinks) en Karabulut (SP) naar de Kamer gestuurd.

De Tweede kamer heeft aangegeven snel na het ontvangen van de brief een debat te willen met de minister-president en minister van Defensie Bijleveld.

Kamerstukken;

Kamerbrief met antwoorden op nadere vragen over de wapeninzet in Hawija

Kamerstuk: Kamerbrief | 25-11-2019

Beantwoording Kamervragen over een passage uit het boek Missie F-16 over mogelijke burgerslachtoffers in Irak

Kamerstuk: Kamervragen | 25-11-2019

Beantwoording Kamervragen over een luchtaanval op Mosul in Irak

Kamerstuk: Kamervragen | 25-11-2019

Zie ook;

Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

NU 25.11.2019 Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis herinnert zich dat ze in 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling heeft geïnformeerd over het bombardement in Hawija. Ook toenmalig minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zou volgens haar zijn ingelicht.

Dat staat in een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld van Defensie. Rutte en Koenders kunnen zich het gesprek niet herinneren, staat ook in de brief.

De minister-president heeft “geen herinnering heeft aan een dergelijk gesprek’, maar “sluit ook niet uit dat dit gesprek heeft plaatsgevonden”.

Volgens Hennis heeft ze geen aantallen genoemd toen ze over het aantal burgerslachtoffers sprak. Ook zou “de toon van de boodschap niet alarmerend” zijn geweest.

Ze zou feitelijk hebben verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F-16’s sprake was van secundaire explosies en dat onderzocht moest worden of er ook burgerdoden waren gevallen.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, onder wie een groot aantal burgerslachtoffers.

Premier Rutte zei begin november ook al dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 is geïnformeerd over de Nederlandse luchtaanval waarbij burgers om het leven kwamen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de luchtaanval. Mogelijk is Rutte daar ook bij aanwezig.

Lees meer over: Politiek

Hawija na het bombardement NOS

Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over burgerdoden, geen aantallen genoemd

NOS 25.11.2019 Oud-minister Hennis van Defensie zegt dat ze in 2015 haar collega Koenders van Buitenlandse Zaken mondeling heeft geïnformeerd over mogelijke burgerdoden in Irak, en vermoedelijk ook premier Rutte. Ze heeft daarbij geen aantallen slachtoffers genoemd, staat in een brief van minister Bijleveld van Defensie aan de Tweede Kamer.

Zowel Koenders als Rutte zegt zich niets te kunnen herinneren van dat gesprek. Maar Rutte sluit niet uit dat het toch heeft plaatsgevonden. Volgens Hennis was haar boodschap “niet alarmerend van toon”. Ze heeft feitelijk verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F16’s op een bommenfabriek in Hawija sprake was van secundaire explosies, en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen.

Bij de aanval, op 3 juni 2015, hebben zo’n 70 onschuldige burgers het leven verloren. Die getallen gingen al snel na het bombardement rond, maar volgens Bijleveld was er in die eerste tijd nog heel veel onduidelijk en moest nader onderzoek duidelijkheid brengen.

Wie wist wat, op welk moment

Deze week, vermoedelijk woensdag, debatteert de Tweede Kamer opnieuw over de gang van zaken rond het bombardement en de burgerdoden. De Kamer wil precies weten wie er op welk moment op de hoogte was dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen. De Kamer werd daarover officieel pas vorige maand, ruim vier jaar na dato, op de hoogte gebracht. Dat gebeurde na publicaties van de NOS en NRC Handelsblad.

In de brief die Bijleveld vanavond naar de Kamer stuurde staat dat een groep ambtenaren van verschillende ministeries al op 4 juni, een dag na de aanval, over de actie heeft gesproken. Daarbij is ook gemeld dat er in de Iraakse pers de mogelijkheid van burgerdoden werd gemeld. Het ministerie van Algemene Zaken was bij die bespreking niet aanwezig, maar heeft er achteraf wel kennis van kunnen nemen via de besluitenlijst.

Toch zei toenmalig minister Hennis eind juni 2015 tot twee keer toe tegen de Kamer dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen. Omdat de Kamer dus onjuist geïnformeerd was, kreeg huidig minister Bijleveld begin deze maand een motie van wantrouwen gepresenteerd door GroenLinks. Die motie werd gesteund door bijna de hele oppositie.

Eerder vertrouwelijk informeren

Bijleveld zal met terugwerkende kracht een overzicht geven van alle Nederlandse acties in Irak tussen 2014 en 2018. Dan gaat het om het aantal missies, de locaties, wat voor doel er was en welke wapens zijn gebruikt.

Om in de toekomst onduidelijkheid te voorkomen, wil de minister voortaan de Kamer zo snel mogelijk vertrouwelijk informeren over mogelijke burgerslachtoffers die door Nederlandse wapens zijn veroorzaakt.

Bekijk ook;

Rutte ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over Irak

Telegraaf 25.11.2019 Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft in juni 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling op de hoogte gesteld van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak en daarbij gezegd dat nader onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

“De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden”, schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Hennis is wel zeker toenmalig minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) op de hoogte te hebben gesteld. Volgens Hennis was “de toon van de boodschap niet alarmerend” en zijn er geen aantallen burgerdoden genoemd. Koenders heeft ook geen herinnering aan een dergelijk gesprek.

Onjuist geïnformeerd

Bij de luchtaanval vielen veel doden maar het exacte aantal is niet vast te stellen, aldus Bijleveld. Het zou om vele tientallen doden gaan waaronder burgers. Een dag de aanval repten internationale media over zeventig doden.

Hennis informeerde enkele weken later de Kamer onjuist over de kwestie door te melden dat er geen doden waren door Nederlandse acties in Irak. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd. Bijleveld hoorde dat pas begin deze maand.

In debat

Ze liet de Kamer weten dat het “aannemelijk” was dat meer bewindslieden in 2015 op de hoogte waren gesteld onder wie de premier. Daar wilde de Kamer toen het naadje van de kous van weten. Tijdens een debat over de kwestie zegde bijna de hele oppositie het vertrouwen in Bijleveld op.

De Kamer gaat zoals het zich nu laat aanzien woensdag 27.11.2019 in debat met Rutte en Bijleveld over de zaak.

Premier Rutte en toenmalig minister Hennis tijdens een persconferentie in 2017. Ⓒ ANP

’Rutte, Koenders en Van der Steur wisten van mogelijke burgerdoden’

Telegraaf 25.11.2019 Niet alleen toenmalig defensieminister Hennis, maar ook haar collega’s van destijds, Koenders (Buitenlandse Zaken) en Van der Steur (Justitie), waren ervan op de hoogte dat er bij een Nederlandse luchtaanval in Irak mogelijk burgerdoden waren gevallen. Ook premier Rutte wist ervan.

Rutte en Koenders zijn zelfs door Hennis, zo herinnert zij zich, ook mondeling geïnformeerd over de luchtaanval van 3 op 4 juni 2015, waarbij een Nederlandse F-16 een fabriekje onder vuur nam waar IS autobommen produceerde.

Hoewel de toon van Hennis ’niet alarmerend’ zou zijn geweest, vertelde ze hen wel van ’secundaire explosies’ in het fabriekje en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen. Zowel Koenders als Rutte zegt zich daar niks van te kunnen herinneren.

Een en ander blijkt uit nieuwe informatie die minister Bijleveld (Defensie) maandag in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met het noemen van de premier en de andere ministers als ’medeweters’ bracht de CDA-bewindsvrouw zichzelf tijdens het debat van twee weken geleden in het nauw. Deze week moet zij andermaal verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer, nu waarschijnlijk samen met de premier.

Herexamen Bijleveld

Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet duidelijk hoeveel burgerslachtoffers er in 2015 in Irak door Nederlandse bommen zijn gevallen. En waarom tegenover de Kamer is ontkend dat er überhaupt burgers waren gedood door Nederlands toedoen, blijft nog even vaag.

Minister Ank Bijleveld bracht zichzelf in het nauw

Minister Ank Bijleveld (Defensie) moet het deze week allemaal toelichten als ze voor een herexamen naar de Tweede Kamer moet. Al komt ze beter beslagen ten ijs dan twee weken geleden, toen ze een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. Dat kwam onder meer doordat ze onduidelijk was over wat de andere ministers wisten die betrokken waren bij de militaire operatie tegen Islamitische Staat.

Bekijk ook:

’Toon Bijleveld was niet goed’ 

Ambtelijke stuurgroep

Nu blijkt dat behalve de toenmalige minister van Defensie ook de minister van Veiligheid en Justitie (Van der Steur) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren geïnformeerd. Ook premier Rutte had ’kennis kunnen nemen’ van het verslag van een ambtelijke stuurgroep die een dag na de aanslag bijeenkwam.

De club hoge ambtenaren stelde vast dat bij een door Nederland uitgevoerde aanval van de coalitie op een IS-autobommenfabriek in de buurt van Kirkuk ’secundaire ontploffingen’ waren geweest en dat er daardoor mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Toenmalig defensieminister Hennis herinnert zich dat ze dit ook persoonlijk heeft meegedeeld aan Koenders en premier Rutte. De twee heren herinneren zich er niets van.

Nog altijd is onduidelijk hoeveel burgerdoden er zijn gevallen bij de luchtaanval die Nederlandse F-16’s in de nacht van 2 op 3 juni 2015 uitvoerden in Hawija. „De uren en dagen na deze wapeninzet waren met veel onzekerheden omgeven.”

Geen verkeerde afwegingen

Ondanks de duisternis was het de jachtvliegers al duidelijk dat de explosies groter waren dan verwacht. Even later konden onderzoekers van het Amerikaanse legeronderdeel Centcom dat ook vaststellen, net als dat het aannemelijk was dat er burgers om het leven waren gekomen.

Van fouten in het uitkiezen van het doel was geen sprake, van verkeerde operationele afwegingen evenmin, concludeerden de Amerikanen, een conclusie die Defensie een jaar later ook trok. Maar waar in ambtelijk overleg werd verwezen naar een finaal oordeel, bleef dat van de Amerikanen uit, aangezien het finale rapport over de aanval nooit is verschenen.

’Ongeloofwaardig’

„De antwoorden van het kabinet zijn onthutsend en ongeloofwaardig”, reageert GroenLinks-leider Jesse Klaver. „Het is moeilijk te geloven dat de premier zich niets herinnert van een gesprek over burgerdoden door toedoen van het Nederlandse leger.” Het was GroenLinks dat bij het vorige debat de motie van wantrouwen tegen Bijleveld indiende.

Bekijk ook:

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Bekijk ook:

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk meer van; defensie Hennis de Kamer Bert Koenders Ank Bijleveld Mark Rutte Ard van der Steur Tweede Kamer der Staten-Generaal

Bijleveld: toenmalig Defensieminister Hennis ‘vermoedt’ Rutte ingelicht te hebben

AD 25.11.2019 Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis heeft minister-president Mark Rutte in juni 2015 ‘vermoedelijk’ mondeling ingelicht nadat zij had gehoord over een Nederlands bombardement in Irak waarbij waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Dat deed ze in elk geval bij Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken. Ze noemde geen dodental. In Hawija kwamen waarschijnlijk zo’n zeventig burgers om het leven.

Minister Ank Bijleveld van Defensie schrijft vanavond in een langverwachte brief aan de Tweede Kamer dat Hennis zich deze gang van zaken zo herinnert. De gesprekken zouden niet op alarmerende toon zijn gevoerd, maar ze zou ‘feitelijk melding’ hebben gemaakt van een tweede explosie na het bombardement van een Nederlandse F-16. ‘Nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’, schrijft Bijleveld.

Lees ook;

 

Lees meer

Lees meer

Geen herinnering

Rutte zei eerder deze maand al geen herinnering te hebben dat hij snel na de luchtaanval in 2015 werd ingelicht. Dat herhaalt Bijleveld ook: ,,De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken stelt bij navraag geen herinnering te hebben aan een dergelijk gesprek.”

Koenders werd op 1 juli 2015 door één van zijn topambtenaren nogmaals geïnformeerd over de ‘collatoral damage’ door een Nederlandse F-16 in Irak. Ook begin juni 2015 en mei 2016 zou de PvdA-bewindsman tot drie keer toe zijn geïnformeerd over de kwestie. Zijn partij, de PvdA, steunde begin november een motie van wantrouwen tegen minister Bijleveld.

Ambtelijk overleg

Ook de ambtenaren van de meest betrokken ministeries (Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Defensie, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken) werden op 4 juni 2015 tijdens een regulier overleg ingelicht. Daarin werd ook melding gemaakt van mogelijke burgerslachtoffers. Maar, schrijft Bijleveld, bij dat overleg was het ministerie van Rutte, Algemene Zaken, niet aanwezig.

Zijn ambtenaren konden wel in de besluitenlijst lezen wat er was besproken, aldus Bijleveld, maar daarin stond enkel: Daarin stond enkel dat het ministerie van Defensie meldde dat met een aanval van Nederlandse F-16’s bommenfabriek was vernietigd – niets over burgerdoden.

Bijleveld stelt dat het ‘tot de dag van vandaag’ niet duidelijk is hoeveel slachtoffers er vielen.

Geloofwaardig

Uit het eerste Amerikaanse onderzoek naar het misgelopen bombardement bleek dat het credible (geloofwaardig) was dat er burgerslachtoffers zouden zijn gevallen in de nacht van 2 op 3 juni 2015, maar niet hoeveel doden er waren gevallen.

Het aanvullende onderzoek kreeg defensie op 22 januari 2016 binnen. Daaruit bleek dat het bombardement volgens de regels was verlopen, maar dat het wel probable (aannemelijk) was dat bij de door Nederland uitgevoerde aanval burgerdoden te betreuren vielen.

Daarmee beschouwden de Amerikanen het onderzoek ‘gesloten’. Een zogeheten closure report, waarvan Elsevier schreef dat het ministerie het niet kon vinden, werd door de Amerikanen nooit opgemaakt, zo ‘leert recente navraag’, aldus Bijleveld.

Rutte ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over Irak

MSN 25.11.2019 Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft in juni 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling op de hoogte gesteld van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak en daarbij gezegd dat nader onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

“De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden”, schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Hennis is wel zeker toenmalig minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) op de hoogte te hebben gesteld. Volgens Hennis was “de toon van de boodschap niet alarmerend” en zijn er geen aantallen burgerdoden genoemd. Koenders heeft ook geen herinnering aan een dergelijk gesprek.

Onjuist geïnformeerd

Bij de luchtaanval vielen veel doden maar het exacte aantal is niet vast te stellen, aldus Bijleveld. Het zou om vele tientallen doden gaan waaronder burgers. Een dag de aanval repten internationale media over zeventig doden.

Hennis informeerde enkele weken later de Kamer onjuist over de kwestie door te melden dat er geen doden waren door Nederlandse acties in Irak. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd. Bijleveld hoorde dat pas begin deze maand.

In debat

Ze liet de Kamer weten dat het “aannemelijk” was dat meer bewindslieden in 2015 op de hoogte waren gesteld onder wie de premier. Daar wilde de Kamer toen het naadje van de kous van weten. Tijdens een debat over de kwestie zegde bijna de hele oppositie het vertrouwen in Bijleveld op.

De Kamer gaat zoals het zich nu laat aanzien woensdag 27.11.2019 in debat met Rutte en Bijleveld over de zaak.

 

Alaa met zijn zoontje Abdulmalek NOS

Alaas zoontje werd blind door Nederlandse aanval, maar hij koestert geen wrok

NOS 24.11.2019 Ze waren in Hawija wel gewend aan bombardementen. Maar die van 3 juni 2015 veranderde het leven van de Iraakse Alaa Qader en zijn gezin volledig. Zijn zoontje raakte halfblind, zijn vrouw gewond, hun huis en winkel werden verwoest.

Na een vluchtroute via Turkije en Griekenland kwamen Alaa en zijn vijf kinderen in Nederland terecht. Hier hoorde hij vorige maand wie er achter het bombardement in zijn voormalige woonplaats Hawija zat: een Nederlandse F-16. Die viel op de bewuste junidag in 2015 een autobommenfabriek van IS aan, waarbij zeker zeventig doden vielen.

“Dat was een grote verrassing voor mij”, zegt Alaa over de Nederlandse betrokkenheid. Bij de luchtaanval in Hawija raakte zijn vrouw gewond aan haar rug door een granaatscherf. Zijn destijds 5-jarige zoontje, dat door de knal onder een omgevallen deur terecht was gekomen, raakte blind aan zijn rechteroog. “Zijn oog bloedde. Volgens de dokter is zijn pupil verdwenen door een stuk metaal dat erin was gekomen.”

Het bombardement voelde als een soort aardbeving, vertelt Alaa:

‘Dieven zullen het geld voor wederopbouw in hun eigen zak steken’

Ondanks dat Alaa en zijn gezin nog altijd kampen met de gevolgen van het bombardement nemen ze de Nederlandse overheid weinig kwalijk. “Het probleem ligt niet bij Nederland, de Nederlandse regering of de Nederlandse vliegtuigen”, zegt hij. “De schuld ligt bij IS. Zij hebben ons gebied bezet.”

Wel vindt Alaa het lastig te verkroppen dat de Nederlandse aanval zo veel impact heeft gehad op het leven van hem en zijn familie. “Door het bombardement is onze toekomst verpest. We zijn ons land verloren, ons huis, onze winkel.” Voor de luchtaanval had Alaa een zaak voor vrouwen- en kinderkleding. “Ik had veel werk. De situatie was goed.”

Alaa en zijn gezin woonden op zo’n 1 tot 1,5 kilometer afstand van de gebombardeerde IS-fabriek. Toch stortte ook hun huis in:

1/3 NOS

2/3 NOS

3/3 NOS

Inmiddels heeft Alaa ook hier een baan gevonden, als postbode in zijn woonplaats Zoetermeer. “Daar ben ik heel blij mee”, zegt hij. Ook zijn zoon Abdulmalek, inmiddels 9 jaar, heeft het naar zijn zin in Nederland. “Ik voel me hier veiliger dan daar. En het gaat goed op school.”

Wie wist wat?

Bij het bombardement op de IS-bommenfabriek in Hawija, uitgevoerd door een Nederlandse F-16, vielen zeker zeventig burgerdoden. Wat het kabinet daar toen van wist, blijft onduidelijk. Die vraag ligt op tafel sinds de NOS en NRC het nieuws over de luchtaanval vorige maand naar buiten brachten.

Volgens minister Bijleveld van Defensie heeft haar voorganger Hennis de Tweede Kamer tot twee keer toe verkeerd geïnformeerd over de zaak. Hennis zei dat Nederland niet betrokken was bij bombardementen waarbij burgerdoden zijn gevallen, terwijl ze op dat moment al zou weten dat dat niet waar was. Premier Rutte kan zich naar eigen zeggen niet herinneren of hij al in 2015 van die slachtoffers wist.

Bijleveld is de kwestie nu aan het uitzoeken. Eigenlijk zou ze afgelopen week met meer informatie komen, maar woensdag werd duidelijk dat het kabinet daar meer tijd voor nodig heeft. Waarschijnlijk wordt er begin deze week meer bekend.

Bekijk ook;

Bijleveld is nog lang niet uit de problemen

RTL 23.11.2019 Het was deze week betrekkelijk rustig rond CDA-minister Ank Bijleveld van Defensie, een uitstelbriefje over wie wat wist van het bombardement in Syrië daargelaten. Maar het is stilte voor de storm; volgende week zal de CDA-minister toch echt duidelijk moeten maken wie allemaal wist van de 74 doden, onder wie heel veel onschuldige burgers, en daarover heeft gezwegen.

Het is zo’n levensgevaarlijk dossier dat een bewindspersoon opeens in grote problemen kan brengen. Drie weken geleden was er nog weinig aan de hand. Bijleveld was weliswaar politiek verantwoordelijk voor de bombardementen met de tragische afloop.

Maar het was gebeurd onder haar voorgangster Jeanine Hennis, die – dat stond inmiddels vast – de Tweede Kamer had voorgelogen. De algemene verwachting was dat Bijleveld het debat wel zou overleven, ook al dreigden sommige fracties met een motie van wantrouwen.

“Gedurende het debat ontstond er steeds meer ergernis toen Bijleveld al te nadrukkelijk haar voorgangster begon zwart te maken.”

Bijleveld is een vakvrouw met een grote dosis kennis en ervaring. Haar indrukwekkende cv (12 jaar Kamerlidmaatschap, bijna 7 jaar burgemeester, 3 jaar staatssecretaris, 6 jaar Commissaris van de Koning en sinds 2017 minister) staat bol van politieke en bestuurlijke vaardigheden.

Ze staat erom bekend lastige dossiers aan te kunnen. Zo was zij als staatssecretaris verantwoordelijk voor de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen. Bijleveld is veruit de meest ervaren bewindspersoon van het CDA. Ook het Iraakse drama zou zij, zo was de verwachting, in rustiger vaarwater kunnen brengen.

Dat ging haar aanvankelijk goed af. Bijleveld erkende haar politieke verantwoordelijkheid, bood haar excuses aan en de Kamer aanvaardde dat welwillend. Maar gedurende het debat ontstond er steeds meer ergernis toen Bijleveld al te nadrukkelijk haar voorgangster, die zich niet kon verweren, begon zwart te maken. Het was Hennis die de Kamer onjuist had geïnformeerd, niet zij. Bijleveld verloor zichtbaar de controle over het debat; spanning en nervositeit waren van haar gezicht te lezen.

De Kamer trok de touwtjes steeds strakker aan: wanneer wist Bijleveld van het bombardement?

Bij haar aantreden, twee jaar geleden? Waarom had ze zolang gezwegen, waarom kwam ze pas naar buiten na publicaties van NOS en NRC? En waarom zei ze, volkomen onverwacht, dat in 2015 de ministeries van Algemene Zaken (Rutte), Buitenlandse Zaken (Koenders), Ontwikkelingssamenwerking (Ploumen), en Veiligheid en Justitie (Van der Steur) ook op de hoogte waren? De betrokken bewindspersonen kunnen zich er niets van herinneren.

“Nu is Bijleveld aangeschoten wild, wordt zij niet meer klakkeloos op haar woord geloofd.”

Er zijn maar weinig bewindslieden die met zo’n klein verschil in stemmen de dans weten te ontspringen. Acht (!) partijen dienden die bewuste dinsdagavond de motie van wantrouwen in; de vier regeringspartijen, SGP en de eenmansfractie Van Haga hielden Bijleveld met 79 tegen 71 stemmen in het zadel. Maar voor hoelang?

Bijleveld heeft zichzelf onnodig in problemen gebracht. Was zij gebleven bij het benadrukken van haar politieke verantwoordelijkheid en haar verontschuldigingen en zou ze niet hebben geprobeerd anderen mede aansprakelijk te maken, dan was zij nog steeds een gerespecteerd bewindspersoon geweest.

Nu is Bijleveld aangeschoten wild, wordt zij niet meer klakkeloos op haar woord geloofd en wacht haar nog een heel zwaar debat, waarvan de uitkomst ongewis is.

Met haar schat aan ervaring had dat nooit mogen gebeuren.

Kabinet: Meer tijd nodig voor feiten rond burgerdoden Hawija

NU 20.11.2019 Het kabinet heeft meer tijd nodig om uit te zoeken hoe en wanneer premier Mark Rutte op de hoogte is gesteld van de Nederlandse luchtaanvallen op de Iraakse stad Hawija waarbij zeventig doden zijn gevallen.

Het kabinet zou uiterlijk deze week met een uitleg komen, maar schrijft woensdag in een brief aan de Kamer dat het “helaas niet gelukt” is.

De vertraging is volgens defensieminister Ank Bijleveld te wijten aan “een gecompliceerde ICT-structuur”.

Volgens de minister zijn er vorderingen gemaakt, maar gaat het om veel documenten die onderzocht moeten worden. Het kabinet hoopt begin volgende week de feiten op een rij te hebben

Twee weken geleden overleefde minister Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen in het debat over de burgerdoden in Hawija. Het ministerie van Defensie had de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij de luchtaanvallen in Irak.

Minister Bijleveld verwees nadrukkelijk naar haar voorganger, oud-defensieminister Jeanine Hennis, die in 2015 op de hoogte was dat er burgerslachtoffers waren gevallen hij de aanval om een IS-bommenfabriek in Hawija.

De defensieminister voegde daaraan toe dat het “aannemelijk” was dat ook premier Rutte op de hoogte was gesteld. Premier Rutte zei daags na het Kamerdebat zich niet te kunnen herinneren dat hij geïnformeerd is over de zeventig burgerdoden. “Er staat mij niets van bij”, zei de minister-president toen.

‘Feiten zijn zoek, geheugen is kwijt’

De Tweede Kamer eist nu een nieuw feitenrelaas waar duidelijk wordt gemaakt wie wanneer wat wist.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut vindt het tekenend dat het kabinet opnieuw uitstel aankondigt. “Het is zorgelijk dat de premier zijn herinneringen zo lang kwijt is”, aldus Karabulut.

De SP’er wijst erop dat de Kamer twee weken geleden al om openheid vroeg en verwijt het minister Bijleveld dat zij niet volledig is geweest. “De feiten zijn zoek en het geheugen is kwijt”, aldus de politica. “Er zijn kennelijk nog zo veel documenten die wij niet hebben gekregen, dit is alles behalve transparant.”

Kabinet heeft nog meer tijd nodig voor informatie burgerdoden Irak

NOS 20.11.2019 Het kabinet heeft opnieuw meer tijd nodig om uit te zoeken hoe het precies zit met de informatie over het Nederlandse bombardement in Irak, waarbij zeventig burgerdoden vielen. De Tweede Kamer wil van het kabinet weten wie wanneer op de hoogte was.

Het gaat daarbij vooral over de rol van premier Rutte. Die zei twee weken geleden zich niet te kunnen herinneren of hij al in 2015 op de hoogte is gesteld van burgerslachtoffers. Minister Bijleveld zei tegen de Kamer dat Defensie ten onrechte heeft gemeld dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen. Zij noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren van het incident, waaronder het departement van de premier.

Gecompliceerde ICT

Bijleveld heeft de Kamer al twee keer eerder geschreven dat er meer tijd nodig is om de kwestie goed uit te zoeken. In haar vorige brief sprak ze de verwachting uit dat het eind deze week zou worden. Mede namens de premier en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus schrijft zij nu dat het omwille van de zorgvuldigheid “begin volgende week” wordt.

Bijleveld benadrukt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken een “decentraal postennet” heeft met een gecompliceerde ICT-structuur. Ze wijst verder op de vele personeelsveranderingen op dat departement, “zeker op hard-ship posten zoals Bagdad”. Volgens haar moeten ook veel bestanden worden doorzocht.

Haagse bronnen melden dat zeven ministers al twee keer over de “informatiebrief” hebben vergaderd, maar dat ze het nog niet eens zijn.

Bekijk ook;

Debat burgerdoden Irak uitgesteld

Telegraaf 20.11.2019 Defensie heeft meer tijd nodig om antwoord te geven op Kamervragen over welke ministers wisten van de burgerdoden door een Nederlandse luchtaanval in Irak. Defensieminister Bijleveld had de Tweede Kamer beloofd eind deze week helderheid te geven.

Reden is volgens de minister dat veel informatie van Buitenlandse Zaken moet komen, en dan niet alleen van het ministerie, maar ook van de ambassade in Bagdad, dat veel verloop kende van personeel, zeker op zogeheten ’ontberingsposten’ in Irak. „Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder genoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd.”

Kamerleden willen onder meer weten of premier Rutte en de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Justitie en op de hoogte waren gebracht van de burgerdoden die waren gevallen bij de luchtaanval van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in Hawija. Defensie gaf in een feitenrelaas aan dat het ’aannemelijk’ was dat de ’meest betrokken ministeries’ waren geïnformeerd.

Bij de aanval in Hawija vielen op 3 juni 2015 zeventig doden, zowel IS-strijders als burgers. Toenmalig minister Hennis (Defensie) werd al een paar dagen later door het Amerikaanse commando op de hoogte gesteld dat er vermoedelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Desondanks meldde zij twee weken later aan de Kamer dat er geen burgerdoden in Irak waren gevallen door Nederlandse luchtacties. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd.

Al was Bijleveld de eerste die tegenover de Kamer erkende dat Nederland verantwoordelijk was voor de burgerdoden en daarmee tegemoet kwam aan de verlangde openheid, kreeg zij het twee weken geleden in het debat over het onderwerp knap lastig. Haar werd verweten dat ze niet eerder aan de bel had getrokken.

Bovendien vond de Kamer het ongeloofwaardig dat ze pas de vrijdag voorafgaand aan het debat had ontdekt dat de Kamer verkeerd was geïnformeerd. Bovendien was ze onduidelijk over wat premier Rutte precies wist. De CDA-bewindsvrouw overleefde ternauwernood een motie van wantrouwen.

Bekijk ook: 

Bijleveld opnieuw naar Kamer om leugen over burgerdoden 

Na de brief van volgende week zal de Kamer opnieuw een debat houden over de kwestie.

Bekijk meer van; defensie Ank Bijleveld Irak Tweede Kamer der Staten-Generaal

Pas volgende week duidelijkheid wie wat wist rond burgerdoden Irak

AD 20.11.2019 De brief waarin minister Ank Bijleveld van Defensie duidelijkheid moet geven wie wat wanneer wist rond de Nederlandse aanval in Irak waarbij burgerdoden vielen, wordt wederom uitgesteld. De brief gaat nu pas begin volgende week naar de Tweede Kamer.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

In een uitstelbrief stelt Bijleveld dat de ‘gecompliceerde ICT- structuur’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor vertraging zorgt. ,,Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder benoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd”, schrijft Bijleveld aan de Kamer.

Ook stelt ze dat er al ‘goede vorderingen’ zijn gemaakt. Eerder schreef Elsevier nog dat de definitieve versie van een Amerikaans rapport na het fatale bombardement zoek was.

Feitenrelaas

Vorige week kregen Kamerleden ook twee brieven over het uitgebreide feitenrelaas, waar in politiek Den Haag reikhalzend wordt uitgekeken. In de eerste brief stond dat de Kamer daar deze week over zou worden geïnformeerd, in de tweede brief werd dat al uitgesteld naar eind van de week.

Begin deze maand erkende Defensie voor het eerst dat er bij aanvallen van Nederlandse F-16’s tijdens de missie tegen IS op twee plekken in Irak – Hawija en Mosul – burgerslachtoffers zijn gevallen. Bij het bombardement in Hawija vielen op 3 juni 2015 ruim 70 slachtoffers.

Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis wist daarvan, maar zei tegen de Kamer dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden. Daarmee heeft zij de Kamer verkeerd geïnformeerd.

Aannemelijk

Tijdens een spoeddebat over de kwestie stelde Bijleveld dat ook de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de hoogte waren van het misgelopen bombardement op een bommenfabriek, waar meer explosieven lagen dan verwacht. In een eerste feitenrelaas schreef zij dat het ‘aannemelijk’ was dat de meest betrokken departementen op de hoogte waren.

Dat leverde in het debat vragen op. Wist premier Mark Rutte van de kwestie? En de PvdA-bewindspersonen die toen op Buitenlandse Zaken zaten, Bert Koenders en Lilianne Ploumen? De drie hebben inmiddels ontkend ervan op de hoogte te zijn geweest of er herinneringen aan te hebben.

Bijleveld opnieuw naar Kamer om leugen over burgerdoden

Telegraaf 20.11.2019 Voor de tweede keer in korte tijd moet minister Ank Bijleveld (Defensie) deze week spitsroeden lopen in de Tweede Kamer. Niet de burgerdoden in Irak door Nederlandse bommen worden haar verweten, wel de leugen daarover richting de Tweede Kamer. Of ze bij het openbaren van alle blunders premier Mark Rutte uit de wind kan houden, is de vraag.

Oud-Kamerlid Harry van Bommel weet het nog goed. Op 30 juni 2015 debatteerde hij met toenmalig defensieminister Jeanine Hennis over de strijd tegen IS. Of daarbij door Nederlands toedoen burgerslachtoffers waren gevallen, wilde de oud-SP’er weten.

Voor zover we weten niet, zei Hennis. Het SP-Kamerlid geloofde het niet. „Hoe kan de minister de Kamer met zo’n grote stelligheid voorhouden dat er nul burgerslachtoffers zijn, als ze tegelijkertijd moet erkennen dat er no boots on the ground zijn en dat we een en ander niet kunnen controleren?”

’Een zeer terechte opmerking’, vond Hennis na een schorsing van het debat. „Je kunt het inderdaad niet met zo veel stelligheid vaststellen. De heer Van Bommel heeft gelijk. Ik kan natuurlijk nooit ’nul’ zeggen en dat had ik ook niet moeten zeggen.”

Briefing

Punt voor Van Bommel. Maar wat hij toen nog niet wist, was dat Hennis al drie weken daarvoor persoonlijk was gebriefd door het Amerikaanse commando (Centcom) van de internationale coalitie tegen IS over de luchtaanval die een Nederlandse F-16 in de nacht van 2 op 3 juni had uitgevoerd op een bommenfabriekje in het Iraakse Hawija.

Aangezien de aanval in de nacht had plaatsgevonden en de coalitie geen grondtroepen had in het gebied dat toen nog volledig onder controle stond van IS, had de piloot de schade niet zelf kunnen vaststellen.

In die briefing was Hennis meegedeeld dat er bij die aanval waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Er lagen meer explosieven opgeslagen dan verwacht, waardoor het bombardement indirecte explosies had veroorzaakt die niet alleen de bommenfabriek, maar ook de woonhuizen eromheen hadden getroffen.

Het aantal van zeventig slachtoffers werd toen al door meerdere media gemeld. Een week later kwam het ’initiële onderzoek’ Centcom schriftelijk naar Defensie. En definitief onderzoek is nog altijd niet gevonden.

Weer een week later, op 23 juni, verstuurde Hennis’ ministerie schriftelijke antwoorden op Kamervragen waarin Nederlandse betrokkenheid bij de burgerslachtoffers in Irak werd ontkend.

Hoe dat kan, is nog altijd een raadsel voor naaste medewerkers van Hennis, alom bekend als pietje-precies, zeker als het op het informeren van de Kamer aankwam. Had ze geheel volgens de beleidslijn geschreven dat Defensie er met het oog op de veiligheid van de operatie geen mededelingen over kon doen, dan was er ’geen vuiltje aan de lucht geweest’, zegt een bron bij Defensie.

Het lijkt erop dat de antwoorden al waren samengesteld voordat Hennis werd gebriefd. „Vervolgens heeft niemand het meer rechtgezet”, zegt een betrokkene. „De vragen vormden de basis voor haar verdere communicatie over de kwestie.”

Overleg

Wat is er vervolgens met de informatie gebeurd? Ook dat zijn ze bij Defensie nog altijd aan het uitzoeken. Vaststaat dat de informatie van Centcom is gedeeld in de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO), een wekelijks overleg waarin ambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken de lopende missies bespreken.

Het is een mondeling overleg, waarvan niet alles op schrift komt. Bovendien is nog onduidelijk welke ministeries aanwezig waren toen de ’nevenschade’ van de aanval in Hawija ter tafel kwam. Volgens betrokkenen was het de eerste keer dat de mogelijke burgerslachtoffers ter sprake werden gebracht. Algemene Zaken, Ruttes ministerie, zou niet aanwezig zijn geweest. Wat Rutte persoonlijk van Hennis heeft vernomen over de burgerdoden, is onduidelijk.

De onzekerheid bracht Bijleveld in het recente feitenrelaas aan de Kamer tot de formulering: „Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd.”

„Bij zaken die niet zeker zijn, wordt in dat overleg al snel besloten ze even weg te leggen tot ze wél zeker zijn”, zegt een hoge militair die destijds betrokken was bij de operatie. De mogelijke burgerslachtoffers bij de aanval in Hawija kwamen meermaals terug in het ambtelijk overleg. Defensie zou de kwestie telkens afdoen met de mededeling dat nader onderzoek nog uitsluitsel zou moeten geven.

En inderdaad. Het Openbaar Ministerie pakte de zaak op, maar pas in april 2018 komt de mededeling dat het OM geen onrechtmatigheden of procedurele fouten heeft kunnen vaststellen. In de tussentijd vraagt niemand naar ’Hawija’.

Vreemd

Dat is vreemd. „Als tijdens de Uruzganmissie zo’n rapport was gekomen, waren alle alarmbellen afgegaan”, zegt de militair. Tijdens die missie was er elke ochtend overleg over de operaties tussen de minister, de Commandant der Strijdkrachten of diens plaatsvervanger, de directeur operaties en de directeur voorlichting.

Bij het aantreden van Hennis is de frequentie teruggeschroefd naar eenmaal per week of minder, zodat de minister, die het toen zonder staatssecretaris moest doen, zich meer kon concentreren op de hoofdlijnen.

Vraag blijft waarom het tot begin deze maand duurde voordat iemand in het ministerie zijn hand opstak en opmerkte dat de Tweede Kamer al die tijd verkeerd was geïnformeerd. Het gebeurde toen Bijleveld zich met haar team voorbereidde op het Kamerdebat dat na berichtgeving door NRC en NOS was aangevraagd.

Een mogelijke verklaring is dat iemand bij Defensie, onduidelijk is nog altijd wie, had bedacht dat de briefing van Centcom in mei 2016 had plaatsgevonden, dus nadat Hennis tegenover de Kamer Nederlandse betrokkenheid had ontkend bij het vallen van burgerslachtoffers in Irak. Die datum is, zoals dat heet, ’een eigen leven gaan leiden’.

Voor Bijleveld, als opvolger van Hennis verantwoordelijk voor de desinformatie aan de Kamer, zit er niks anders op dan alle stommiteiten op tafel te gooien. Ze zal daarbij een veel deemoediger houding moeten aannemen dan tijdens het vorige debat, dat ze maar met de hakken over de sloot doorstond. Of ze daarbij premier Rutte uit de wind kan houden, is nog de vraag.

Wat hij wist van de mogelijke burgerslachtoffers is nog altijd onduidelijk. Met de vraag of de premier de Kamer informatie heeft onthouden komt niet alleen de positie van de minister in het schootsveld, maar ook die van de premier. Daarmee komt ook diens kabinet in de gevarenzone.

Bekijk meer van; defensie Jeanine Hennis-Plasschaert Ank Bijleveld Mark Rutte Irak Islamitische Staat Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rutte zwijgt: dit keer over verdwenen rapport

Elsevier 15.11.2019 Hoe zit het toch met het verdwenen document over de bombardementen in Irak? Premier Mark Rutte (VVD) weigerde na de ministerraad elk inhoudelijk commentaar en wacht nader onderzoek af.

Elsevier Weekblad onthulde deze week dat het definitieve rapport van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom over de ‘nevenschade’ bij een bombardement op 3 juni 2015 in Irak spoorloos is.

Vorige week overleefde minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) een motie van wantrouwen die werd ingediend in het Kamerdebat dat in crisissfeer verliep. In het debat werd uitgegaan van een ‘voorlopig rapport’ dat Centcom op 15 juni 2015 uitbracht. Daarin zou staan dat er zeventig doden waren gevallen, onder wie IS-strijders en onschuldige burgers. In zijn persconferentie vorige week was Rutte ook al zwijgzaam.

Lees wat Eric Vrijsen schreef over het verdwenen document

Intussen is het wachten op het beloofde definitieve feitenrelaas.

Het uitblijven ervan zorgt voor crisissfeer op het Binnenhof. Dat komt mede door de boosheid in de VVD over de wijze waarop CDA-minister Bijleveld voorgangster op Defensie Jeanine Hennis van de VVD met naam en toenaam aanwees als schuldige van verkeerde informatie aan de Tweede Kamer. Ze had immers verteld dat er geen burgerdoden waren gevallen. Het feitenrelaas moet ophelderen hoe de kwestie in zijn werk is gegaan.

Aha, de cliffhanger

Gevraagd of hij het document al had gevonden, zei Rutte: ‘Aha, de cliffhanger. We zijn bezig alles in kaart te brengen en zodra dat rond is volgt er een brief aan de Kamer.’

Wanneer dat dan wel zou zijn? ‘Zo snel mogelijk’ volgens de premier.

En zo ging het nog een tijdje toen BNR Nieuwsradio en Elsevier Weekblad de premier bevroegen.

Hij wilde niet beloven dat het document er volgende week is opdat de Kamer er dan over kan debatteren. ‘Wij werken zo hard mogelijk door. We kijken hoe ver we komen.’

Er is een zoekoperatie

Rutte zei niet te weten of de zoekoperatie die bij Defensie gaande is, de grootste ooit is op een ministerie. ‘Dat is mij niet bekend. Er is een zoekoperatie, maar hoe groot die is weet ik niet, in verhouding met eerder.’

Hoeveel ambtenaren erbij zijn betrokken? Rutte: ‘Geen idee.’ En op de vraag wat hij vindt van de paniek die zou zijn uitgebroken op de ministeries, zei hij dat dit niet zijn waarneming is.

De vraag of er ministers in gevaar zijn, weerde hij af door te zeggen dat er volgende week een brief komt.  ‘En verder zeg ik er niks over.’

We brengen alles in kaart

Hoe het mogelijk is dat in dit digitale tijdperk een document kwijtraakt? Rutte:  ‘U refereert aan specifieke berichten in uw eigen blad. En ik kan er verder niet op ingaan, we brengen alles in kaart en als dat gereed is dan zullen wij volledig openheid van zaken geven.’

Gerelateerde artikelen;

Kabinet zoekt nog naar antwoorden burgerdoden

Telegraaf 13.11.2019 Pas eind volgende week hoopt het kabinet duidelijkheid te kunnen geven op de vraag wanneer welke minister wist over de burgerdoden door een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak ruim vier jaar geleden. Dat heeft minister Ank Bijleveld (Defensie) de Tweede Kamer laten weten.

Vorige week werd duidelijk dat de Kamer door Defensie over de kwestie onjuist is geïnformeerd. Het leidde tot een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie tegen Bijleveld. Zij hoorde pas enkele dagen voor het debat dat de Kamer was voorgelogen. De volksvertegenwoordiging wil nu volledige openheid van zaken, want het is volgens Bijleveld „aannemelijk” dat de meest betrokken ministeries kort na de aanval al op de hoogte zijn gebracht.

Premier Mark Rutte zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij op de hoogte is gesteld in juni 2015 over de burgerdoden bij de aanval op een loods in Hawija van terreurgroep IS. Daarbij kwamen zeker zeventig mensen om. Lilianne Ploumen en Bert Koenders, destijds respectievelijk minister voor Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken, kunnen zich ook niet herinneren persoonlijk te zijn geïnformeerd over de aanval.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld

Kabinet: meer tijd nodig voor onderzoek informatie burgerdoden Irak

NOS 12.11.2019 Het kabinet slaagt er niet in om nog voor morgen informatie naar de Tweede Kamer te sturen over wie precies wat wist over het bombardement in 2015 op de Iraakse plaats Hawija. Bij een Nederlandse luchtaanval vielen destijds zeker zeventig burgerslachtoffers.

Toenmalig Defensie-minister Hennis meldde de Kamer, onjuist, dat er geen burgerslachtoffers waren en haar opvolger Bijleveld bood vorige week excuses aan voor die verkeerde informatie. Bijleveld noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren gebracht van het incident, waaronder het departement van de premier. Met name eventuele betrokkenheid van premier Rutte ligt politiek gevoelig.

Zo volledig mogelijk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wanneer op de hoogte is gesteld en welke kabinetsleden van de burgerdoden hebben geweten. Kamerleden wilden die informatie nog voor morgen ontvangen. Dan begint de behandeling in de Kamer van de begroting voor Buitenlandse Zaken.

Maar Bijleveld schrijft nu aan de Kamer, mede namens Rutte en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus, dat zij niet in staat is de antwoorden voor morgen af te hebben. Ze benadrukt dat het kabinet “zo volledig mogelijk wil zijn in de beantwoording van de vragen”.

Rutte zei vorige week woensdag dat hij zich niet kan herinneren dat hij in 2015 al op de hoogte is gesteld van burgerslachtoffers door de aanval van de Nederlandse F-16. “Er staat mij niets van bij.” En vrijdag wilde hij er op zijn wekelijkse persconferentie niet verder op ingaan. Hij zei dat nu eerst de feiten op een rijtje moeten worden gezet.

Bekijk ook;

‘Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden’

AD 12.11.2019 Het kabinet kan een belangrijk rapport rond het Nederlandse bombardement in Irak in 2015, waarbij zeventig burgerdoden zijn gevallen, niet vinden. Dat meldt Elsevier Weekblad. Daardoor heeft het kabinet grote moeite een feitenrelaas over de kwestie op te stellen, iets wat minister van Defensie Ank Bijleveld vorige week heeft toegezegd tijdens het debat daarover.

Tijdens het debat vorige week baseerde zowel de minister als de Kamerleden zich op een ‘voorlopig rapport’ van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom van 15 juni 2015 over de ‘nevenschade’ bij het bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in het Iraakse Hawija. Daarbij zijn zeventig doden gevallen, waaronder onschuldige burgers.  De voorlopig versie van het rapport zou echter nogal beknopt geweest zijn, zonder details.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

De minister legde vorige week tijdens een zwaar debat in de Tweede Kamer verantwoording af over de kwestie, nadat bleek dat haar voorgangster Jeanine Hennis wist dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij de aanval burgerslachtoffers waren gevallen, maar aan de Kamer schreef dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen burgerdoden waren gevallen.

Feitenrelaas

Bijleveld maakt excuses voor het verkeerd informeren van de Kamer en overleefde maar net een motie van wantrouwen die door vrijwel gehele oppositie werd gesteund. Ze beloofde – samen met premier Rutte – de Kamer te voorzien van een nieuw feitenrelaas om de zaak op te helderen en duidelijk te maken wie er op welk moment op de hoogte was van welke informatie.

Het ‘definitieve’ rapport – vereist voor dat feitenrelaas – ontbreekt echter, weet Elsevier Weekblad op basis van bronnen binnen Defensie. ,,Dat zijn we nu aan het uitzoeken’’, aldus een woordvoerder gisteravond. Op de vraag of Defensie het cruciale stuk gewoon kwijt is, wilde hij niet antwoorden: ,,Dat zeg ik niet.’’Het ministerie zou vervolgens daarvan op de hoogte zijn gesteld.

Het ministerie van Defensie weigert tegen deze site te reageren op de berichtgeving.

Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden

Elsevier 12.11.2019 Het kabinet heeft grote moeite een nieuw feitenrelaas op te stellen rond de kwestie van de zeventig burgerdoden bij een bombardement in Irak op 3 juni 2015. Volgens bronnen van Elsevier Weekblad ontbreekt het definitieve rapport van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom over de ‘nevenschade’.

In het crisisachtige Kamerdebat van vorige week gingen minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) en de Kamerleden uit van een ‘voorlopig rapport’ dat Centcom op 15 juni 2015 uitbracht. Daarin zou staan dat er zeventig doden waren gevallen, onder wie IS-strijders en onschuldige burgers.

Tweede Kamer verkeerd geïnformeerd

Bijleveld zei dat haar voorganger Jeanine Hennis de Tweede Kamer in 2015 verkeerd had geïnformeerd, want eind juni 2015 had Hennis ontkend dat er burgerdoden waren gevallen door Nederlandse betrokkenheid. Defensie was er toen reeds door Centcom over ingelicht dat er wel degelijk doden waren, en ook Hennis zou daar over zijn gebriefd. Vrijwel de hele oppositie concludeerde vorige week dat de Kamer was voorgelogen.

Lees ook: Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Een motie van wantrouwen tegen Bijleveld – die formeel verantwoordelijk is, ook voor de handelingen van haar voorgangers – haalde het vorige week niet. Bijleveld mocht blijven. De minister van Defensie en premier Mark Rutte (VVD) beloofden de Kamer klaarheid te scheppen met een nieuw ‘feitenrelaas’.

Als er een ‘voorlopig’ Centcom-rapport ligt, dan moet er ook een ‘definitief’ Centcom-rapport zijn. Volgens een bron kan Defensie dat laatste stuk niet vinden. ‘Dat zijn we nu aan het uitzoeken,’ zei een woordvoerder maandagavond. Op de vraag of Defensie het cruciale stuk gewoon kwijt is, wilde hij niet antwoorden: ‘Dat zeg ik niet.’

Centcom is het Amerikaanse militaire commandocentrum in de stad Tampa (Florida), van waaruit de geallieerde operaties in onder andere het Midden-Oosten worden geleid en geëvalueerd. Militairen beschouwden de aanval door een Nederlandse F-16 op 3 juni 2015 als ‘een voltreffer’. Een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) in de Noord-Iraakse stad Hawija werd vernietigd. Dit kwam ook doordat IS er veel meer explosieven had opgeslagen dan de westerse coalitie had verwacht. Er volgde een reeks ontploffingen waarbij ook tientallen burgers het leven lieten.

Nieuwe verontwaardiging voor Bijleveld

Dit laatste was uitdrukkelijk niet de bedoeling. In een initial report (voorlopig rapport) stelde Centcom het ministerie van Defensie in Den Haag op de hoogte. Volgens een bron was dit voorlopige rapport nogal beknopt en eigenlijk nauwelijks meer dan een herhaling van een nieuwsberichtje van persagentschap Reuters: ‘Zeventig doden.’

De vraag is nu waar het final report (definitieve rapport) van Centcom is gebleven. Daarin moet staan wat de anti-IS coalitie zelf heeft vastgesteld over het aantal burgerdoden. Heeft Den Haag eigenlijk wel een definitief rapport ontvangen over deze kwestie? Is er wel zo’n rapport? Zo niet, dan heeft de anti-IS-coalitie kennelijk geen eigen onderzoek gedaan naar de burgerdoden in Hawija. Minister Bijleveld kan dan rekenen op nieuwe verontwaardiging in de Tweede Kamer.

Gerelateerde artikelen;

Bombardement Hawija: bijzaken worden politieke hoofdzaken

Elsevier 10.11.2019 Na een week waarin het politieke debat werd gedomineerd door de vraag wie wat wist over de burgerdoden die vielen bij de aanval op een IS-bommenfabriek in Hawija, blikt Philip van Tijn terug. Hij verbaast zich over hoe makkelijk bijzaken tot hoofdzaken worden gebombardeerd.

Zonder Lord Carrington zou de afgelopen parlementaire week er anders uit hebben gezien. Peter Carrington trad in 1982 af als minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk (in de regering-Thatcher) omdat op zijn ministerie niemand de Falklandoorlog had zien aankomen.

Sindsdien is deze ‘Carringtondoctrine’ leidend beginsel in Nederland en andere westerse democratieën. Ook als minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) en/of premier Mark Rutte (VVD) tot vorige week echt van niets hebben geweten over de waarheid van het bombardement op Hawija in 2015 maar (sommige van) hun ambtenaren wel, dan ziet het er somber voor ze uit.

Het is maar één van de aspecten van de treurige gebeurtenis van vierenhalf jaar geleden. Maar geleidelijk heeft dit aspect de meeste aandacht gekregen. Niet vanwege Ank Bijleveld, het soort minister dat niet zo moeilijk vervangbaar is.

Maar het gaat uiteindelijk om premier Rutte, die als een ware Houdini politiek alles heeft overleefd, sinds hij in 2006 politiek leider van de VVD werd en in 2010 premier. ‘Daar heb ik geen actieve herinnering aan,’ zei ‘Teflon Mark’ ook deze keer desgevraagd. Iets voor neerlandici en filosofen: bestaat passieve herinnering?

Vervelend maar waar: je moet je voorganger in bescherming nemen

Een tweede interessant aspect betreft een ander soort ministeriële verantwoordelijkheid. De minister is niet alleen verantwoordelijk voor uitspraken en handelingen van de onschendbare Koning, maar ook is hij (zie de Carringtondoctrine) formeel verantwoordelijk voor alles wat onder zijn bewind en dat van zijn voorgangers op het departement plaatsheeft.

Lees ook het commentaar van Eric Vrijsen: Bizar om Hennis tot zondebok te verklaren om burgerdoden in Irak

Het maakt het bestaan van een minister al fragiel dat de Kamer hem naar huis kan sturen, omdat iemand ergens in de krochten van zijn departement iets heel stoms heeft gedaan, met verregaande consequenties. Maar dat geldt te meer wanneer het gaat om een verantwoordelijkheid (en dus de mogelijkheid tot aftreden gedwongen te worden) van een (verre) voorganger.

Je kunt dit raar vinden, maar het is nu eenmaal (staats)recht en daarom is de positie van minister Bijleveld nog wankeler. In het Kamerdebat verdedigde zij niet tot de laatste snik haar voorganger Jeanine Hennis, maar zij nam, integendeel, duidelijk enkele malen afstand. Het verkeerd voorlichten van de Tweede Kamer mag een doodzonde zijn, dit doet er weinig voor onder.

De partij DENK is ook afwijkend in zijn taalgebruik

En dan hadden we nog Selcuk Öztürk, Kamerlid van DENK, een van de lange armen van de Turkse president Erdogan in Nederland. Hij had het in de Tweede Kamer over ‘moordenaars’ waar hij de piloten van de F-16’s bedoelde die met een internationaal mandaat in een internationale coalitie erin zijn geslaagd IS te verslaan. Het is niet eens grappig meer dat hij de volgende dag ontkende deze uitspraak – die door camera’s en microfoons is geregistreerd! – te hebben gedaan.

Sterker: het is tijd om deze ondemocratische pathologische leugenaar als een serieus gevaar te zien. Maar ook hier is de wet in het geding: een Kamerlid kan nooit worden vervolgd voor uitspraken die hij in de Tweede Kamer heeft gedaan. Toch zien advocaten in dit geval mogelijkheden vanwege het verregaande karakter van deze uitspraak. In zijn land van herkomst wordt met schuldigen aan dergelijke uitspraken heel wat minder omzichtig omgegaan.

Fijn dat Nederland zo weinig van oorlog begrijpt, maar toch

Het is natuurlijk nogal curieus dat, zoals zo vaak, eigenlijk bijzaken de discussie beheersen. De hoofdzaak is dat Nederland heeft meegedaan met een coalitie die een einde moest maken aan het schrikbewind van Islamitische Staat (IS). Daarbij zijn slachtoffers gevallen, maar als die coalitie er niet was geweest, zou IS met vrij spel ontelbaren hebben vermoord.

Meer over dit onderwerp: Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Onze luchtmacht heeft meer dan duizend vluchten (en bombardementen) uitgevoerd. Daarbij is het dus misgegaan in Hawija: de informatie op de grond klopte niet helemaal en vooral is onderschat hoe een ‘slimme bom’ op een opslagplaats van munitie tot onvoorstelbare kettingreacties kan leiden.

En ook heeft men zich onvoldoende gerealiseerd dat terreurboeven, of ze nu IS, Hamas, Al-Qa’ida of Hezbollah heten, er een handje van hebben om burgers te dwingen te wonen vlak bij militaire doelen, als een menselijk schild. De uiterste consequentie is dat je dus geen enkel militair doel meer bombardeert, uit angst voor collateral damage (nevenschade), maar het wordt dan niet eenvoudig om de boeven te verslaan.

Doordat Nederland in de afgelopen twee eeuwen hoogstens een paar weken aan een echte oorlog heeft deelgenomen (bij Waterloo en op de Grebbeberg en enkele dappere individuen aan de kant van de geallieerden) en we al driekwart eeuw een ongekende vredestoestand beleven, bestaat in ons land een volslagen onwetendheid over wat oorlog is.

Gelukkig, kun je zeggen, maar het betekent ook een uitvergroting van oorlogshandelingen, newspeak die oorlogshandelingen ‘vredesoperaties’ noemt en een onbegrip over zaken die iemand als oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn in luttele minuten kan uitleggen.

  NRC

@nrc

Leg Rutte het vuur aan de schenen en hij antwoordt nooit met een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’. Zo overleeft hij alles. Ben je geen politieke spelmeester, dan wordt het lastig. Vraag dat maar aan Ank Bijleveld, schrijft @ZihniOzdil https://www.nrc.nl/nieuws/2019/11/09/waarom-rutte-alles-overleeft-en-bijleveld-niet-a3979705?utm_source=social&utm_medium=twitter&utm_campaign=twitter&utm_term=20191109 …

Waarom Rutte alles overleeft, en Bijleveld niet

Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma, maar kwam toch in het regeerakkoord. „Hoe kan dat?”, vroeg de oppositie. Omdat, antwoordde premier Rutte hij ‘tot in het diepst van zijn vezels’ voelde…

nrc.nl  22:14 – 9 nov. 2019 Andere Tweets van NRC bekijken

En zo kan in dit land ex-Kamerlid voor GroenLinks Zihni Özdil in zijn wekelijkse column in de zelfbenoemde kwaliteitskrant NRC schrijven: ‘Ik weet wie perfect geschikt is om dat uit te leggen aan die nabestaanden: Jeanine Hennis. Zij is nu toch in Irak, als hoogste vertegenwoordiger van de VN. Want haar politieke beloning was deze mooie baan in het land dat ze als minister heeft gebombardeerd.’

Tot goed begrip: Özdil zei dit dus niet in de Tweede Kamer!

Meer;

Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Elsevier 08.10.2019 ‘Minister Bijleveld heeft het debat netjes gevoerd,’ zei premier Mark Rutte (VVD) op zijn wekelijkse persconferentie. Het was een poging de kritiek in VVD-kring op de minister van Defensie te bezweren.

Tandenknarsend constateren prominenten in de wandelgangen dat Ank Bijleveld (CDA) deze week ‘haar eigen hachje redde’ door haar voorganger Jeanine Hennis ‘onder de bus te duwen’.

Het ging niet om een kleinigheid: een bom uit een Nederlandse F-16 op een explosievenwerkplaats van IS in Noord-Irak leidde 3 juni 2015 tot zulke zware ontploffingen dat niet alleen IS- strijders, maar ook tientallen onschuldige burgers omkwamen.

Volgens Bijleveld heeft ‘mijn ambtsvoorganger’ de Tweede Kamer daarover niet correct geïnformeerd. Later in het debat sprak ze over ‘minister Hennis’ die de Kamer foutief inlichtte.

Lees ook: Bizar om Hennis tot zondebok te verklaren om burgerdoden Irak

Het is zeer ongebruikelijk dat ministers de schuld van iets bij hun voorganger leggen. Staatsrechtelijk hoort dat niet: wie aantreedt neemt de politieke verantwoordelijkheid op zich, ook voor fouten van zijn of haar voorgangers. Vandaar de woede in de VVD, want zoals een van de kabinetsleden fluisterde: ‘Wij houden allemaal van Jeanine.’

Nog meer beschuldigende vingers

Bijleveld maakte het in het debat nog erger toen ze erop hintte dat ook ‘andere ministers’ in het vorige kabinet van de tientallen burgerdoden op de hoogte waren. Oeps! Ze doelde natuurlijk op VVD-premier Rutte en op de toenmalige PvdA-ministers Bert Koenders en Lilian Ploumen.

Feit is wel dat er een week na het bombardement een briefing was op het ministerie van Defensie, waar over de ‘nevenschade’ werd gesproken en waar ook de raadsadviseurs van Rutte bij aanwezig waren. Hebben die dan niks tegen hun baas gezegd? Heeft Rutte toen niet goed geluisterd?

Feiten op een rijtje zetten

De premier werd op zijn persconferentie uitgebreid doorgezaagd over de hete kwestie, maar weerde alle vragen af, want de Tweede Kamer heeft inmiddels aanvullende vragen gesteld. ‘We gaan nu alle feiten op een rijtje zetten,’ zei Rutte. Totdat hijzelf een compleet overzicht heeft, meldt hij niks.

Het onderwerp is te serieus, anders kon je van een slapstick spreken. ‘Ik ga niet hapsnap vragen beantwoorden,’ zei Rutte op de eerste vraag. ‘Het is verstandiger eerst alles in kaart te brengen,’ was het antwoord op de tweede vraag. ‘We gaan nu alles netjes uitsorteren.’ En: ‘we moeten eerst het feitencomplex beschikbaar hebben en dan ziet u het vanzelf.’ Zo ging het maar door.

Rutte wekte de indruk dat hij het zelf ook vervelend vond om niks te zeggen. Want op deze manier blijft hij maar in de inktvlek wrijven. Het idee dat zijn kabinetten de gevolgen van de oorlogvoering verdoezelen en informatie achterhouden , wordt op deze manier alleen maar sterker.

Schade aan het imago

De kranten beginnen te speculeren over de schade aan het imago van de premier en alles wat hij ooit over de strijd in Irak en Syrië zei, wordt omgekeerd.

Opvallend is bijvoorbeeld dat Rutte in 2018 op een vraag van RTL4 de indruk wekte dat hij weet had van burgerdoden. Het ging toen om een onderzoek van Justitie naar de wapeninzet door F-16 vliegers. Het OM oordeelde dat zij niks verkeerd hadden gedaan. Bijleveld meldde de Kamer toen dat er ‘zeer waarschijnlijk ‘ burgerdoden waren gevallen. Rutte zei tegen RTL4 dat er ‘een fout in de intelligence’ was geweest: onjuiste aanwijzingen van de spionnen.

Vragen hierover zei Rutte niet te kunnen beantwoorden. Gezien de gevolgen van het bombardement is dat vreemd. Maar aan de andere kant ook weer niet: het OM kijkt eigenlijk niet naar de fouten van buitenlandse inlichtingendiensten in het bondgenootschap.

Het beoordeelt alleen of de F-16 vlieger op basis van de gegevens die hij had binnen zijn geweldsmandaat (rules of engagement) bleef. Het zou zo maar kunnen dat die juridische toetsing beeldvernauwend heeft gewerkt voor het huidige en het vorige kabinet Rutte. Er leek niks aan de hand, want er was correct gehandeld en de realiteit van tientallen doden drong niet door.

Premier Rutte volhardt: geen antwoord op vragen over burgerdoden Irak

NOS 08.11.2019 “Ik laat het bij mijn eerste reactie”, “Het is van belang om de feiten op een rijtje te zetten”, “Eerst in kaart brengen hoe het zit”, “Ik beantwoord die vragen niet”, “Het is niet verstandig om op allerlei vermoedens in te gaan”, “U doet allerlei aannames”, “Deze vraag past in de reeks vragen in deze persconferentie en die respecteer ik allemaal, maar ook deze vraag ga ik niet beantwoorden.”

In zijn wekelijkse persconferentie wilde premier Rutte op geen enkele manier ingaan op de kwestie-Hawija. Zo’n twintig minuten lang legden journalisten hem het vuur na aan de schenen, maar Rutte gaf geen krimp. De vraag die voorligt is of Rutte wist van de zeventig burgerslachtoffers die in 2015 zijn gevallen bij een bombardement door een Nederlandse F-16 in Irak.

Zo zagen de eerste minuten van het vragengedeelte van de persconferentie eruit:

‘Snapt u dat de Kamer grote twijfels heeft over de informatievoorziening?’

Dinsdag werd tegen minister Bijleveld van Defensie een motie van wantrouwen ingediend, omdat haar voorganger Hennis-Plasschaert tot twee keer toe de Kamer onjuist informeerde. Hennis hield destijds vol dat Nederland niet betrokken was bij de dood van burgers in Irak, terwijl ze kort na het bombardement op de hoogte was gesteld door de VS dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Lees hier hoe de Kamer jarenlang in het duister tastte over burgerdoden in Irak

In het debat zei Bijleveld dat ook andere ministeries kennis hadden van de burgerdoden. Ze werden kort na de aanval op de hoogte gebracht dat het zeer aannemelijk was dat er een groot aantal onschuldige slachtoffers was gevallen.

Bijleveld noemde daarbij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Rutte, die toen ook al premier was, zei de volgende dag dat hij zich niet herinnert dat hij op de hoogte is gesteld. Het is volgens hem wel mogelijk dat ambtenaren van hem zijn bijgepraat over de kwestie.

Vandaag wilde de premier daar dus niets aan toevoegen. “Hij moet natuurlijk op eieren lopen, want dit is een uiterst gevoelige kwestie”, zegt politiek verslaggever Ron Fresen. “Dit debat is ook nog lang niet klaar. En alles wat hij hier nu over zegt, kan hij als een boemerang terugkrijgen. En dan kan het ook over zijn eigen positie gaan.”

De schade in Hawija was goed zichtbaar op satellietbeelden Azmat Khan/The New York Times

Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken, reageerde deze week stelliger dan Rutte: “Ik kan me er niets van herinneren. Ik ben er absoluut niet over ingelicht. Als je het over dit soort aantallen slachtoffers hebt, vergeet je dat niet. Dat zou alle alarmbellen af doen gaan.” Ook de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Ploumen, reageerde verbaasd: “Ik ben niet persoonlijk geïnformeerd over de gebeurtenissen.”

GroenLinks-Kamerlid Diks, die de motie tegen minister Bijleveld had ingediend, noemt het idee dat de minister-president niet zou zijn ingelicht over 70 burgerdoden “ongelooflijk en ook heel ongeloofwaardig”. Ook hekelt ze het feit dat de Tweede Kamer destijds niet werd ingelicht. “Blijkbaar is dat bij niemand opgekomen. Dat is haast onbegrijpelijk.”

SP-Kamerlid Karabulut is net zo kritisch. “We kunnen concluderen dat er is gelogen, dat er informatie is achtergehouden, dat de leugen voor een deel in stand wordt gehouden en dat de beloofde transparantie er nog altijd niet is.”

Minister Bijleveld heeft gezegd dat ze gaat uitzoeken wie er precies van wist op welk moment.

Nederlandse vluchten

Nederlandse F-16’s werden tussen 2014 en 2016 en in 2018 ingezet in Irak en Syrië als onderdeel van een grote internationale coalitie onder leiding van de VS. Daarbij werden vanuit Jordanië ruim 2100 luchtaanvallen uitgevoerd. Doel van de missie was om IS te bestrijden.

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek drie weken geleden dat in de nacht van 3 juni 2015 bij een Nederlandse aanval op een bommenfabriek van IS in de Iraakse plaats Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het was een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie in de strijd tegen IS. Hierbij kwamen zeker zeventig mensen om het leven, onder wie volgens ooggetuigen kinderen.

Bekijk ook;

Geprikkelde Rutte wil geen vragen beantwoorden over burgerdoden in Irak

NU 08.11.2019 Premier Mark Rutte wilde vrijdag niet ingaan op vragen over wanneer hij op de hoogte was van het feit dat er burgerdoden waren gevallen bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak in 2015.

“We gaan eerst alle feiten op een rijtje zetten en daarna de Kamer informeren”, aldus de premier.

Rutte maakte op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad een geïrriteerde indruk en verwees herhaaldelijk naar zijn opmerkingen van eerder deze week.

Rutte zei woensdag zich niet te kunnen herinneren dat hij is geïnformeerd over de aanvallen op de Iraakse steden Hawija en Mosoel waarbij 74 mensen om het leven kwamen.

“Er staat mij niets van bij”, zei de minister-president toen. Hij wilde er vrijdag op de persconferentie verder niets over kwijt. “Ik heb er al een eerste reactie op gegeven.” De vraag of hij vindt dat zijn positie in gevaar is, beantwoorde hij met een “nee”.

Journalisten nemen Rutte onder vuur over burgerdoden in Irak

Rutte zit in een lastig parket

Rutte bevindt zich in een lastig positie. Dinsdagavond debatteerde de Tweede Kamer met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de bombardementen. De bewindsvrouw overleefde dinsdag ternauwernood een motie van wantrouwen.

Zij moest zich verantwoorden voor het feit dat haar voorganger, voormalig minister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd.

Hennis-Plasschaert meldde de Kamer in 2015 dat er bij aanvallen geen burgerslachtoffers waren gevallen, terwijl later bleek dat het ministerie beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage waarin staat dat het “geloofwaardig was” dat er bij de aanval in Hawija burgers om het leven waren gekomen.

Minister Bijleveld voegde daar dinsdag aan toe dat niet alleen Hennis-Plasschaert van de burgerdoden wist, maar ook het ministerie van Algemene Zaken van premier Rutte.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut benadrukte in een eerdere reactie dat het van belang is om te weten wanneer de premier hiervan op de hoogte is gesteld. “Ik wil dat weten, omdat als hij kennis heeft genomen van de inhoud, hij de leugen dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen de afgelopen jaren in stand heeft gehouden”, zei ze deze week.

Zie ook: Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

Lees meer over: Politiek  Mark Rutte

Rutte zwijgt over bombardement Irak

Telegraaf 08.11.2019 Premier Rutte weigert voorlopig vragen te beantwoorden over wat hij wist of niet wist over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak in 2015. Na de ministerraad wrong de minister-president zichzelf in allerlei bochten om vooral geen antwoord te geven op talrijke vragen van journalisten.

De oppositie wil het naadje van de kous weten nu minister Bijleveld (Defensie) deze week suggereerde dat het ministerie van Rutte al eerder op de hoogte is gesteld van de slachtoffers. „Er staat mij helemaal niets van bij”, zei hij eerder deze week. Mogelijk wisten zijn ambtenaren er wel van, vermeldde Rutte.

De oppositie wil het naadje van de kous weten nu minister Bijleveld (Defensie) deze week suggereerde dat het ministerie van Rutte al eerder op de hoogte is gesteld van de slachtoffers. „Er staat mij helemaal niets van bij”, zei hij eerder deze week. Mogelijk wisten zijn ambtenaren er wel van, vermeldde Rutte.

Bekijk ook:

Irakezen zijn Jeanine Hennis zat 

De minister-president stelde vrijdag na de ministerraad niet ’hap-snap’ te willen antwoorden. Achter de schermen probeert zijn ministerie in kaart te brengen wat er waar is van de suggestie van Bijleveld en als dat het geval is, wat er daarna met de informatie is gedaan op zijn departement.

Gevoelige kwestie

De kwestie ligt gevoelig, omdat Bijleveld om de kwestie al door het oog van de naald kroop toen vrijwel de hele oppositie een motie van wantrouwen tegen haar steunde. Als blijkt dat Rutte er van wist of er niet de waarheid over heeft verteld kan ook zijn positie onder vuur komen te liggen. Zelf zei de premier vrijdag dat hij zich daar geen zorgen over maakt.

Bekijk ook:

Wat wisten Rutte en Asscher over burgerslachtoffers in Irak? 

Bekijk ook:

Bijleveld overleeft motie van wantrouwen voor burgerdoden Irak 

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Mark Rutte Bijleveld Den Haag Irak

Rutte wil niet ‘hapsnap’ zeggen wat hij wist van bombardementen Irak

AD 08.11.2019 Een zichtbaar ongemakkelijke premier Mark Rutte wilde gisteren niet zeggen wanneer hij is ingelicht over de burgerdoden die zijn gevallen bij Nederlandse bombardementen in Irak. Hij weet: nu de Tweede Kamer zich voorgelogen voelt, gaan ze achter hem aan.

Op zijn wekelijkse persconferentie ging de premier, anders dan normaal, bij herhaling vragen uit de weg over wat hij nu eigenlijk wanneer wist.

Bij een debat in de Tweede Kamer erkende defensieminister Ank Bijleveld deze week dat het parlement in juni 2015 verkeerd is geïnformeerd. Toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis zei toen dat er geen ‘Nederlandse betrokkenheid’ was bij burgerslachtoffers, terwijl ze al was ingelicht dat dit waarschijnlijk wél zo was.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Pijlen

Waar de Tweede Kamer de pijlen eerst richtte op Bijleveld, die een motie van wantrouwen tegen zich ingediend zag worden, verschuift die aandacht nu naar de premier. In een reeks schriftelijke vragen is ook Rutte gevraagd wanneer hij nu precies meer wist.

Deze week wilde de premier alleen nog zeggen dat hij zich niet kan herinneren in 2015 te zijn ingelicht over de burgerslachtoffers. ,,Er staat mij helemaal niets van bij,’’ zei de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren.

Dat haperende geheugen wekte meteen ergernis in de Kamer. Dat excuus kennen we wel van hem, klonk het. Rutte zei dat immers ook toen het ging over memo’s rond de afschaffing van de dividendbelasting. Toen heette het dat hij zich die niet ‘kon herinneren’. En toen Halbe Zijlstra aan hem opbiechtte dat hij nooit op bezoek was geweest bij Poetin had Rutte ‘geen actieve herinnering’ aan met wie hij met die bekentenis deelde.

Rutte realiseert zich dat hij de Kamer nu klinisch zal moeten voorlichten wat hij en andere kabinetsleden wisten. Hij wimpelde daarom vragen van journalisten maar af. ,,Ik respecteer uw vragen, ik zou ze misschien ook stellen, maar we moeten nu echt eerst de Kamer informeren.’’

Rutte wil namelijk niet ‘hapsnap’ vertellen wanneer hij wat wist, besloot de premier. Liever moet alles er komende week liggen, zo is de hoop, in een gedetailleerde brief.

Briefing

Cruciaal daarbij zijn de dagen na 9 juni 2015. Toen hoorde Hennis tijdens een briefing van mogelijke burgerdoden bij de militaire actie bij het Irakese Hawija. Die kennis werd vervolgens gedeeld met andere departementen, waaronder dat van Rutte.

Dat gebeurde tijdens een zogenoemde interdepartementale werkgroep, waarin ook zijn raadadviseurs zitten. Vraag is nu vooral: bereikte die kennis de premier en wanneer? Want anderhalve week later loog Hennis immers de Tweede Kamer voor dat haar van ‘Nederlandse betrokkenheid’ niets bekend was.

Overigens ligt Hennis, tegenwoordig VN-gezant in Irak, daar ook onder vuur. Op sociale media wordt zij opgeroepen het land te verlaten. Daarbij wordt ook gewezen op de burgerslachtoffers die vielen in het land in de tijd dat zij als minister verantwoordelijk was voor de inzet van F-16’s tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS).

Kritiek in Irak op tweet Hennis: ‘Ze geeft meer om olie dan om mensen’

NOS 08.11.2019 Irakezen zijn boos op oud-minister Jeanine Hennis. Zij is nu VN-gezant in Irak en tweette twee dagen geleden over de economische gevolgen van de protesten in het land. Al meer dan een maand lang gaan Irakezen de straat op om hervormingen te eisen. Daarbij blokkeren ze wegen, olievelden en havens.

In haar bericht schrijft ze dat de “ontregeling van cruciale infrastructuur een grote zorg is” en dat het “schadelijk is voor de Irakese economie”. Volgens correspondent Marcel van der Steen valt haar opmerking helemaal verkeerd bij demonstranten. In reacties op sociale media verwijten Irakezen het haar dat ze meer om olie zou geven dan om mensen, vertelt hij in het NOS Radio 1 Journaal. Zij maken haar uit voor ‘leugenaar’ en eisen haar vertrek.

 Jeanine Hennis @JeanineHennis

Disruption of critical infrastructure also of grave concern. Responsibility of all to protect public facilities. Threats/closures of roads to oil installations, ports causing billions in losses. Detrimental to #Iraq’s economy, undermines fulfilling protesters’ legitimate demands.

Ze verbinden haar tweet ook aan het nieuws over de zeker 70 burgerslachtoffers die vielen bij een Nederlandse F16-aanval in Irak in 2015, vertelt Van der Steen. Het nieuws over die burgerslachtoffers kwam vorige maand na onthullingen van de NOS en NRC naar buiten.

Hennis was toen minister van Defensie, en ze verzweeg de burgerdoden. Tot twee keer toe vertelde ze de Kamer dat er geen burgerdoden te melden waren. Uiteindelijke erkende het kabinet afgelopen maandag de Nederlandse verantwoordelijkheid voor wat wordt gezien als een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie.

Afgelopen dinsdag bleek ook dat Hennis kort na de luchtaanval op de hoogte is gesteld over het bombardement waarbij 70 doden zijn gevallen. De huidige minister van Defensie, Ank Bijleveld, bood haar “oprechte excuses” voor het onjuist informeren van de Kamer.

Het nieuws over Hennis leeft in Irak, zegt Van der Steen: “Irakezen verwijten het haar nu dat ze dat nieuws toen stil heeft gehouden.”

“Dat het allemaal om olie zou gaan, wordt voor veel Irakezen nu weer bevestigd door de tweet van Hennis” , aldus Laila al-Zwaini, arabist.

“De jongeren die nu in opstand komen vinden dat Hennis vooral de kant van de corrupte regering kiest”, zegt de Nederlands-Iraakse arabist Laila al-Zwaini. “Ze hebben het idee dat ze daar alleen maar is voor de oliebelangen en niet voor de Irakezen die sterven.”

Al-Zwaini verwijst ook naar de Amerikaanse invasie in 2003. “Toen leefde hetzelfde sentiment. Veel Irakezen hadden het idee dat het Amerika vooral om de olie ging”, legt ze uit. “Dat het allemaal om olie zou gaan, wordt voor veel Irakezen nu weer bevestigd door de tweet van Hennis.”

Hennis reageerde later in een tweet dat “de Verenigde Naties een partner is voor iedere Irakees die het land beter wil maken”. Uit de reacties op Twitter valt op te maken dat veel Irakezen geen boodschap hebben aan excuses.

 Ahmed Albasheer -احمد البشير @ahmedalbasheer1

We call for the immediate resignation of @UNIraq head & SRSG @antonioguterres, @JeanineHennis for her negligence in defending the #HumanRights of Iraqis in #IraqProtests. We have no trust in her capabilities https://t.co/lKY06RkZhh

Correspondent Van der Steen vertelt in dat het leven steeds meer stil komt te liggen in het land. “Een grote haven in het zuiden is geblokkeerd en ook bedrijven hebben het moeilijk en blijven vaak dicht.”

Dat heeft onder meer te maken met het afsluiten van het internet door de overheid. “Het grootste deel van de tijd is er geen internet, waardoor bijvoorbeeld banken, toerisme-organisaties en telefoonbedrijven hun werk niet kunnen doen.”

De economie van het land zou volgens een bron bij de Centrale Bank in Irak sinds het uitbreken van de protesten zo’n 40 miljoen dollar per dag aan schade lijden, in totaal zou het in ruim een maand gaan om zo’n 1,5 miljard dollar, meldt persbureau Reuters.

Geweld houdt aan

Het gewelddadige optreden van de autoriteiten tegen de demonstranten gaat ondertussen door. “Er wordt nog altijd met scherp geschoten”, vertelt Van der Steen. “Gisteren vielen er in Bagdad zes doden bij een poging een brug over te komen die leidt naar de groene zone, de plek waar de regeringsgebouwen zitten.” Ook in de zuidoostelijke stad Basra was het gisteren raak, daar vielen vier doden.

Het totale dodenaantal is sinds de protesten op 1 oktober begonnen, gestegen tot boven de 260.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft het geweld gisteren veroordeeld en roept de regering op ermee te stoppen. Maar Van der Steen ziet dat niet direct gebeuren. “De regering heeft hervormingen en nieuwe verkiezingen aangekondigd. Maar demonstranten hebben er geen vertrouwen in dat de beloften worden nagekomen. Ze gaan dus door met protesteren.”

Bekijk ook;

Irakezen zijn Jeanine Hennis zat

Telegraaf 08.11.2019 Irakezen eisen massaal het ontslag van Jeanine Hennis, de hoogste VN-gezant in het land dat al weken in de greep is van bloedige protesten. Hennis ligt onder vuur na uitlatingen op Twitter, waarin zij volgens de demonstranten het belang van olie laat prevaleren boven dat van de gewone bevolking. In de bewuste tweet schrijft Hennis: „Bedreigingen/sluitingen van wegen naar olie-installaties en havens veroorzaken miljardenverliezen. Dat is schadelijk voor de economie van Irak en ondermijnt de inwilliging van de legitieme eisen van de demonstranten.”

De Irakezen zijn nu online een petitie gestart waarin zij het vertrek eisen van Hennis, wier beeltenis op het platform is doorgehaald met een groot rood kruis. Zij wordt weggezet als een lakei van de Iraakse autoriteiten, westerse olieproducenten en zelfs van het Iraanse regime, dat via lokale milities verantwoordelijk is voor een groot deel van de dodelijke slachtoffers.

Ook wijzen Irakezen via sociale media op haar verleden als minister van Defensie. In die rol ontkende zij in 2015 dat er bij een Nederlandse aanval op Irak burgerdoden waren gevallen, al was zij daar eerder al wel over geïnformeerd.

Onmogelijke positie

Hennis verkeert nu in een onmogelijke positie: zij roept in Irak op tot een nationale dialoog tussen de regering en de demonstranten, maar kan daarin zelf als ’onpartijdige bemiddelaar’ moeilijk meer een rol spelen. Zij wordt niet langer geaccepteerd door de woedende betogers, die dagelijks met gevaar voor eigen leven de straat op gaan om onder meer het vertrek van de regering te eisen. Tot dusver zijn er meer dan 250 doden gevallen.

Bekijk ook: 

VN-gezant Jeanine Hennis: stop geweld in Irak 

Daarmee toont Hennis volgens de woedende Irakezen het ware gezicht van de ’corrupte’ Verenigde Naties: het gaat de organisatie volgens hen niet om de mensen, maar het geld. De timing is ook ongelukkig: de Verenigde Staten verklaarden de afgelopen weken alleen nog in buurland Syrië te blijven om de oliebronnen daar veilig te stellen. Zo wordt het beeld verscherpt dat het Westen alleen maar uit is op het zwarte goud en geen zier geeft om de creperende bevolking.

Winsten verdwijnen

Hennis heeft het over miljardenverliezen als gevolg van blokkades (volgens de regering gaat het om 6 miljard dollar), maar de betogers wijzen erop dat die winsten doorgaans verdwijnen in de zakken van corrupte politici. De bevolking van een van de belangrijkste olieproducten ter wereld – murw geslagen door een opeenvolging van oorlogen – profiteert er nauwelijks van.

Hennis probeerde later nog de schade te beperken met een nieuwe tweet, waarin zij zich verdedigde tegen de ’beschuldigingen van vooringenomenheid’. Volgens haar zijn de Verenigde Naties de ’partner van iedere Irakees die naar verandering streeft’.

Maar het kwaad was al geschied. Irakezen omschrijven haar als een ’verrader’ die zich ’moet schamen’ omdat zij de ’slaaf is van olie, geld en bloed’. Ook wordt ze weggezet als een ’blondje in designerkleding’ dat wel even komt vertellen hoe het allemaal moet. Een dame bezweert dat zij wanneer zij Hennis ziet een schoen naar haar hoofd zal gooien, de ultieme belediging in de islamitische wereld. Naar George W. Bush gooide ooit een Iraakse journalist beide schoenen tijdens een persconferentie.

Te close met Iran

Hennis wordt ook verweten te close te zijn met Iran, dat een kwalijke rol speelt in het neerslaan van de protesten. De betogers eisen een totale verandering van het politieke systeem, waardoor Iran zijn invloed in gevaar ziet komen.

Hennis is sinds vorig jaar de hoogste VN-gezant in Irak. Een lastige functie in een verdeeld land dat nog altijd probeert te herstellen van de oorlog tegen Islamitische Staat. Zij bezocht vorige week nog de demonstranten op het Tahrirplein in Bagdad, waar zij hun ’legitieme eisen’ erkende.

Bekijk ook: 

Wat wisten Rutte en Asscher over burgerslachtoffers in Irak? 

Ook veroordeelde Hennis het geweld, al zou zij zich volgens velen in het land veel harder moeten uitspreken over de verschillende bloedbaden. Door de aanhoudende chaos in het land zou premier Mahdi inmiddels bereid zijn op te stappen, maar zijn vertrek wordt door Iran tegengehouden.

Bekijk meer van; internationale betrekkingen burgerlijke onrust overheid gewapend conflict Jeanine Hennis-Plasschaert Irak Iran Verenigde Naties

Oud-minister Jeanine Hennis wordt als VN-gezant in Irak beveiligd. Deze foto is van eerder dit jaar.

Oud-minister Jeanine Hennis wordt als VN-gezant in Irak beveiligd. Deze foto is van eerder dit jaar. © AFP

Oud-minister Hennis ook onder vuur in Irak

AD 08.11.2019 Oud-minister Jeanine Hennis ligt nu ook in Irak onder vuur, waar ze werkt als gezant van de Verenigde Naties. Er is op sociale media een campagne tegen haar gestart waarin ze wordt opgeroepen te verdwijnen uit het land.

Hennis wordt als VN-gezant zwaar beveiligd. In Irak is het al weken onrustig. Er wordt massaal geprotesteerd tegen de werkloosheid en de corruptie. Daarbij zijn naar schatting al 250 doden gevallen. Hennis riep op Twitter op tot kalmte, maar dat schoot bij sommigen in het verkeerde keelgat. Volgens demonstranten is ze ‘meer begaan met de westerse oliebelangen dan met de Irakese bevolking’.

Lees ook;

Hennis wist van mogelijke burgerslachtoffers, zei dat er ‘voor zover bekend’ geen waren

Lees meer

Irak staat in brand: grootste opstand sinds val Saddam Hoessein

Irak staat in brand: grootste opstand sinds val Saddam Hoessein

Lees meer

In de bewuste tweet schreef Hennis: ,,We zijn allemaal verantwoordelijk voor het beschermen van openbare voorzieningen. Bedreigingen/sluitingen van wegen naar olie-installaties en havens veroorzaken miljardenverliezen. Dat is schadelijk voor de economie van Irak en ondermijnt de legitieme eisen van de demonstranten.’’

@JeanineHennis

Disruption of critical infrastructure also of grave concern. Responsibility of all to protect public facilities. Threats/closures of roads to oil installations, ports causing billions in losses. Detrimental to #Iraq’s economy, undermines fulfilling protesters’ legitimate demands.

355  12:07 PM – Nov 6, 2019 6,581 people are talking about this

Die uitspraak veroorzaakte een storm van protest. ,,Stelt u zich eens voor dat deze mensen in uw land waren omgekomen. Wat zou dan u tegen de wereld hebben gezegd?” reageert Irakees Jaweed Kadeem woedend onder de tweet. Sommigen plaatsten een foto van Hennis met een groot rood kruis erdoor.

Hennis na de ruim 6000 reacties een nieuwe tweet waarin ze probeerde de gemoederen te bedaren: ,,In reactie op beschuldigingen dat ik vooringenomen zou zijn: de VN staat zij aan zij met elke Irakees die verandering wil. Samen kunnen Irakezen van hun land een betere plek maken. En wij zijn hier om dat te ondersteunen.’’

Bombardement

In de protesten tegen de aanwezigheid van Hennis wordt ook gewezen naar haar vorige functie als minister van Defensie. In die periode kwamen zo’n 70 burgers om bij een bombardement door een Nederlandse F-16 op een bommenfabriek van IS in het Irakese Hawija.

Deze week kwam dat niet alleen in Nederland, maar ook in Irak in het nieuws. Net als het nieuws dat Hennis vlak na het bombardement nog aan de Tweede Kamer meldde dat er ‘voor zover bekend’ geen burgerslachtoffers waren gevallen door Nederlandse wapeninzet.

Op dat moment was zij echter al anderhalve week op de hoogte van het feit dat dat waarschijnlijk wél het geval was. De Irakezen die zich al tegen Hennis keerden, schrijven op social media dat ze ‘toen ook al een leugenaar was’. Ook staat op Facebook te lezen dat ‘Irakese doden haar niet kunnen schelen’.

Hennis is sinds vorig jaar hoofd van UNAMI, een speciale missie van de VN in Irak. Ze adviseert zowel de Irakese regering als verschillende bevolkingsgroepen.

© Foto Evert-Jan Daniels/ANP Jeanine Hennis-Plasschaert is Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN voor Irak en als Hoofd van de VN-Missie UNAMI.

Iraakse demonstranten willen af van ‘leugenaar’ Jeanine Hennis

MSN 08.11.2019 Irakezen zijn op sociale media een actie gestart tegen VN-gezant Jeanine Hennis-Plasschaert. Met hashtags als „Jeanine Hennis is corrupt schaam je” en „Jeanine Hennis leugenaar ga Irak uit” proberen ze de Nederlandse te bewegen om op te stappen. Door Hennis’ foto is door de Twitteraars een groot rood kruis gezet.

De Irakezen zijn gepikeerd over een tweet van Hennis waarin ze demonstranten lijkt op te roepen belangrijke (olie)infrastructuur met rust te laten. Iraakse jongeren protesteren al weken tegen de corrupte overheid, de ongelijkheid en de invloed van buurland Iran. Door het harde optreden van de ordediensten zijn tot nu toe meer dan 260 doden en honderden gewonden gevallen. Deze donderdag zijn nog zeker zes demonstranten doodgeschoten door de Iraakse veiligheidsdiensten, meldt persbureau Reuters.

Hennis’ tweet leidde al tot ruim 5.500 – merendeels verontwaardigde – commentaren. „Olie is belangrijker dan het Iraakse volk?” vraagt iemand. Anderen wijzen erop dat het volk nooit van de genoemde olie en havens heeft geprofiteerd.

Sommige deelnemers aan de campagne op sociale media leggen een verband tussen Hennis’ huidige positie en haar vorige baan. „Iraakse doden kunnen haar niet schelen” en „Het is niet de eerste keer dat ze liegt”, schrijven zij op Twitter en Facebook. Daarmee verwijzen ze naar 2015, toen Hennis nog minister van Defensie was in Nederland en de Tweede Kamer verkeerd informeerde over Iraakse burgerdoden.

Het nieuws over de Nederlandse erkenning van de meer dan zeventig burgerdoden die vielen bij een bombardement op de Iraakse stad Hawija was deze week te zien op de Iraakse televisie. Het nieuws werd ook in andere Arabische media gedeeld.

Het mysterie van de 70 burgerslachtoffers in Irak: wat wist premier Rutte?

MSN 08.11.2019 De Nederlandse aanval in 2015 in Irak waarbij zeker 70 burgerdoden zijn gevallen, roept veel vragen op. Ook over de rol van premier Rutte. Toenmalig minister Hennis wist al een paar dagen na de aanval dat er burgerslachtoffers waren gevallen, maar Rutte zegt dat hij toen van niets wist. Hoe kan dat?

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 neemt Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS blijkt dat Nederland verantwoordelijk is voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. 70 burgerslachtoffers komen om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie hebben het bombardement onderzocht. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd.

Het OM vindt geen strafbare feiten. De toenmalige minister van Defensie, Hennis, weet al in 2015 over de burgerdoden, maar geeft foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zegt ze dat er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.

‘Alle betrokken ministeries op de hoogte’

Terug naar afgelopen dinsdag. Ank Bijleveld heeft een zware avond. De Kamer legt de ervaren politica op de gril: waarom deed Defensie jarenlang geheimzinnig over burgerslachtoffers? Waarom heeft de vorige minister de Kamer verkeerd geïnformeerd? Waarom wist Bijleveld pas afgelopen weekend over het verkeerd informeren?

De ervaren Bijleveld heeft niet overal een duidelijk antwoord op. Ze overleeft met steun van een nipte meerderheid. Haar excuses worden geaccepteerd, maar bijna alle oppositiepartijen stemmen voor een motie van wantrouwen. Pijnlijk voor de ervaren politica.

Aan het einde van een zeer lastige avond voor Bijleveld gebeurt er nog iets opvallends. Meerdere fracties hebben expliciet gevraagd of premier Rutte in 2015 ook is geïnformeerd over het Hawija-bombardement. Ja, zegt Bijleveld.

De betrokken ministeries – Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en Justitie & Veiligheid – waren op de hoogte. “Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”, zo leest Bijleveld voor.

© Aangeboden door RTL Nederland

Ministers van toen ontkennen

Nee hoor, zeggen ministers van toen. “Ik ben niet geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid, dus het antwoord is nee”, zegt Lilianne Ploumen, destijds minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ook de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, ontkent.

Ook premier Rutte is zeer verbaasd. “Er staat mij helemaal niets van bij”, zegt de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren. Niet vreemd, vindt Rutte. “Jongens, dat is vier jaar geleden”, verzucht hij tegen RTL Nieuws.

 Fons Lambie

✔ @fonslambie

Premier #Rutte is in 2015 niet geïnformeerd dat bij Nederlands bombardement in #Irak 70 burgerdoden zijn gevallen. “Staat mij helemaal niets van bij. Kan dat ambtelijk is bijgepraat”, zegt Rutte tegen @RoelSchrein. Premier hoorde zondag dat Kamer onjuiste info heeft gehad.

54  5:46 PM – Nov 6, 2019 152 people are talking about this

‘Totaal ongeloofwaardig’

“Ik val in de ene verbazing in de andere. Je kunt je toch niet voorstellen dat hem wel gemeld is en dat hij het vergeten is”, zegt Kamerlid Isabelle Diks van GroenLinks. “Het zou kunnen dat het Rutte niet is verteld is en dat is eigenlijk nog erger.”

“Totaal ongeloofwaardig. Dit kan niet kloppen”, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut. “Dit roept alleen maar meer vragen op. Hoe is het in godsnaam mogelijk? Zo’n trieste gebeurtenis waar piloten diep van onder de indruk zijn. Een groot drama. En dan zou de minister-president hierover niet geïnformeerd zijn? Nou, dan hebben we echt als land een groot probleem.”

Beide Kamerleden hebben opnieuw schriftelijke vragen ingediend. Dat Hennis foute informatie aan de Kamer heeft gegeven, is bekend. Maar wist Rutte dat ook?

“Nu willen wij weten: welke minister, welke ministerie was op de hoogte. Dat moet op tafel komen, want de verwarring wordt alleen maar groter”, zegt Diks. “Dit is heel erg belangrijk, omdat het uitmaakt voor de keuzes van ons parlement voor onze militairen. Wij moeten weten welke gevolgen de inzet van Nederlandse militairen heeft gehad.”

Wat is er aan hand?

Minister Bijleveld blijft bij haar eerdere antwoorden, zegt ze tegen verslaggevers. Ze gaat nu eerst de Kamervragen beantwoorden en laat uitzoeken wat op welk ministerie bekend was. “Ik laat de feiten spreken en daar moet u nog even op wachten.”

“Hoe het precies zit, weten we niet”, zegt politiek verslaggever Fons Lambie. “Maar kijk nog eens wat Rutte precies zegt: het kan dat er ambtelijk is geïnformeerd… Zouden topambtenaren het dan wel hebben geweten?”

© Aangeboden door RTL Nederland

Wat wisten topambtenaren?

In politiek Den Haag vergaderen topambtenaren van betrokken ministeries regelmatig over militaire missies. Interessant is de ‘Stuurgroep Missies en Operaties’. Daar bespreken de hoogste militairen en belangrijkste topambtenaren alle ontwikkelingen rond militaire missies. Is daar over de burgerslachtoffers gesproken?

“Kijk eens wie in die stuurgroep zit”, zegt Fons Lambie. “De Commandant der Strijdkrachten, de hoogste militair van Nederland. De directeur-generaal Politieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een van allerbelangrijkste topambtenaren op Buitenlandse Zaken. De Raadsadviseur van Algemene Zaken, de ogen en oren van de premier op dit beleidsterrein.

Dit zijn niet de minsten”, zegt Lambie. “Als in dat overleg wordt besproken dat er 70 burgerslachtoffers zijn gevallen, dan moeten de Haagse topambtenaren meteen hun minister informeren. Direct. Zonder twijfel.”

Dat is blijkbaar niet gebeurd, want de ontkenningen van Rutte, Koenders en Ploumen zijn glashelder.

Of hield Defensie het geheim?

Een ander scenario is dat Defensie nooit duidelijk gecommuniceerd heeft met andere ministeries. Zonder concrete aantallen of locaties is het lastig om vast te stellen wat een begrip als ‘nevenschade’ of een omschrijving als ‘mogelijke burgerslachtoffers’ precies inhoudt.

Tijdens een militaire missie wordt heel beperkt geïnformeerd. Vanwege de geheimhouding en de veiligheid van onze militairen wordt informatie over een bombardement niet met half Den Haag gedeeld, zo zeggen insiders.

Ministerraad sprak er één keer over

Voor zover bekend heeft de ministerraad één keer over burgerslachtoffers tijdens militaire missies gesproken. Op 13 april 2018. Door het kabinet Rutte III. Ank Bijleveld is dan al een aantal maanden minister van Defensie.

Op dat moment heeft het Openbaar Ministerie onderzoek gedaan naar 4 missies, waar mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen. Die dag stuurt Bijleveld een brief naar de Kamer: er worden geen Nederlandse militairen vervolgd voor bombardementen in IS-gebied waarbij burgerslachtoffers om het leven zijn gekomen, zo concludeert het Openbaar Ministerie.

Er wordt geen informatie over locaties of aantallen slachtoffers bekend gemaakt. Politiek commentator Frits Wester stelt een paar vragen aan premier Rutte tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad.

“Daar hebben wij het over gehad, inderdaad”, zegt Rutte. De premier bevestigt dat er tijdens de ministerraad is gesproken over het onderzoek, en over de missies.

In zijn antwoorden lijkt Rutte specifiek in te gaan op de bewuste aanval in Hawija, zonder daarbij overigens die naam te noemen. Hij spreekt over missies waarbij ‘fouten’ worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat de ‘onderliggende inlichtingen’ niet zouden kloppen. Dat lijkt op het bombardement van Hawija.

Als de ministerraad destijds heeft gesproken over burgerslachtoffers en als Rutte inderdaad de fouten rond het bombardement van Hawija beschrijft, dan is wederom is de vraag: is dan niet óók gesproken over de 70 burgerslachtoffers?

Vervolgens duurt het nog ruim anderhalf jaar voordat de Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement in Hawija naar buiten komt.

  pieter klein

✔ @pieterkleinrtl

Als-ie het in 2015 niet wist, wist-ie het in ieder geval exact in voorjaar 2018. #rutte #bijleveld #burgerslachtoffers #defensie #ministerraad https://www.rijksoverheid.nl/documenten/mediateksten/2018/04/13/letterlijke-tekst-persconferentie-na-ministerraad-13-april-2018 …

https://twitter.com/pieterkleinrtl/status/1192351563228090369/photo/1?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1192351563228090369&ref_url=https%3A%2F%2Fwww.rtlnieuws.nl%2Fnieuws%2Fartikel%2F4913266%2F70-burgerslachtoffers-rutte-bijleveld-hennis-hawija-bombardement

207  9:02 AM – Nov 7, 2019

Mysterie blijft

Vraagtekens genoeg, maar antwoorden ontbreken. Insiders verwachten deze week nog geen nieuwe brief naar de Tweede Kamer. Voorlopig blijft het een mysterie waarom 70 burgerdoden jarenlang geheim bleven.

Dit gebeurde er in de zomer van 2015:

De nacht van 2 op 3 juni 2015

In de nacht van 2 op 3 juni bombardeert Nederland een bommenfabriek van IS bij de Iraakse stad Hawija. Door foute inlichtingen zijn meer bommen in de fabriek dan gedacht en zijn de ontploffingen groter.

4 juni 2015

Persbureau Reuters spreekt in een artikel voor het eerst over ‘ongeveer 70 doden, inclusief burgers’ bij een luchtaanval op een fabriek in Hawija.

9 juni 2015

Hennis wordt voor het eerst gebriefd over onderzoek naar de luchtaanval, waaruit naar voren komt dat het ‘geloofwaardig’ is dat er bij de luchtaanval ook burgerslachtoffers zijn gevallen.

15 juni 2015

Hennis ontvangt het definitieve onderzoek van CENTCOM, het Amerikaanse hoofdkwartier voor alle militaire missies in het Midden-Oosten. Nederland werkt hiermee samen tijdens de oorlog tegen IS. Ook in het definitieve onderzoek wordt het ‘geloofwaardig’ geacht dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het aantal van 70 wordt niet genoemd.

23 juni 2015

Minister Hennis informeert vervolgens de Kamer verkeerd. In antwoorden op Kamervragen schrijft ze: “Voor zover op dit moment bekend is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

Lees ook:

Premier Rutte wist in 2015 niet van burgerslachtoffers: ‘Staat mij helemaal niets van bij’

RTL Nieuws; Mark Rutte  Lilianne Ploumen  Jeanine Hennis-Plasschaert  Ank Bijleveld  Ministerie van Defensie  Ministerie van Buitenlandse Zaken  Burgeroorlog Irak

Minister Bijleveld van Defensie overleefde deze week een motie van wantrouwen tijdens het debat over burgerdoden in Irak. Ⓒ ANP

’Nog een vijfde incident met F-16’

Telegraaf 07.11.2019 In de oorlog tegen IS zijn meer gevallen onderzocht waarbij mogelijk door Nederlandse F-16-vliegers burgers zijn geraakt. Het kabinet rapporteerde aan de Tweede Kamer vier incidenten, maar volgens vliegers is er nog minstens één vijfde casus – vermoedelijk zonder slachtoffers. Dat vertellen ze in het boek Missie F-16, dat deze week verschijnt.

Deze week moest minister Bijleveld (Defensie) zich in de Kamer verantwoorden voor een gebrek aan transparantie over burgerslachtoffers door Nederlands optreden in de oorlog tegen IS. In januari had het kabinet vier Nederlandse aanvallen tegen IS-doelen benoemd.

Zeker twee daarvan hadden tot burgerdoden geleid. Bij een aanval op een bommenfabriek in Hawija bleken er meer explosieven aanwezig dan gedacht. Daardoor vielen mogelijk zeventig doden, zowel IS-strijders als een onbekend aantal burgers. In Mosul vielen F-16’s een woonhuis aan, waarvan werd gedacht dat het een IS-hoofdkwartier was. Vier onschuldige bewoners stierven en een van de nabestaanden deed deze week in De Telegraaf zijn verhaal, net als de betrokken vlieger.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bij een derde geval reed onverwachts een auto langs toen een pand werd getroffen door een Nederlandse bom. ,,We hadden een klein bommetje gekozen om te zorgen dat er geen nevenschade zou ontstaan’’, vertelt de betrokken vlieger. ,,Want er stond een moskee vlakbij. Toch klapte de hele voorpui eruit, over die auto heen. De vliegtijd van de bom is een minuut, je kunt nou eenmaal niet een minuut van tevoren uitsluiten of er iemand aankomt.’’

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Seconden later trof een tweede bom doel. Dezelfde auto werd opnieuw getroffen door puin. ,,Het was donker dus we konden niet duidelijk zien of hij uitstapte of wegrende’’, herinnert de vlieger zich. ,,De kans dat hij zelf gewond is geraakt lijkt me niet groot, maar ik kan het ook niet uitsluiten. Dit was overigens een dorp dat helemaal in handen was van IS.’’ Hij denkt daarom dat de kans groot was dat iedereen die laat op straat was, in dienst was van het kalifaat.

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Het OM onderzocht de zaak en kwam tot de conclusie dat er geen sprake was van strafbare feiten. Dat geldt ook voor het vierde geval, waarbij een laserrichter verkeerd stond afgesteld waardoor de bom een verkeerd doel trof – zonder slachtoffers.

Een vijfde incident belandde echter niet op de lijst van het kabinet. Hierbij reden twee brommers langs op het moment een Nederlandse F-16 een auto onder vuur nam met het boordkanon. ,,Later hebben ze met drones de hele weg afgezocht’’, zegt de betrokken vlieger. ,,Maar er lagen geen slachtoffers en je zag ook geen olie of bloed op de weg. Er werd ook geen slachtoffer gerapporteerd en er is nooit een claim geweest van nabestaanden.’’

Bekijk meer van; terreurdaad defensie misdaad Islamitische Staat

Waarom premier Rutte zegt zich niks te herinneren van burgerdoden in Irak

AD 07.11.2019 De tientallen burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Irak blijven het kabinet achtervolgen. De Tweede Kamer wil precies weten wie wat op welk moment wist. Opvallend veel betrokkenen zeggen zich dat niet te herinneren. Vier vragen over hoe dat precies zit.

Ambtenaren op de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken zijn druk om allerlei archieven door te pluizen. Wat is er in de eerste dagen na 15 juni 2015 onderling aan informatie uitgewisseld?

Op die dag kreeg het ministerie van Defensie zwart op wit van de Amerikanen dat het ‘geloofwaardig was dat er bij een bombardement op een bommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija burgerslachtoffers waren gevallen. Een bombardement dat in de nacht van 2 op 3 juni van dat jaar door een Nederlandse F-16 was uitgevoerd.

Lees ook;

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’

Lees meer

Bijleveld doorstaat ‘ingewikkeld debat’ over burgerdoden Irak

Bijleveld doorstaat ‘ingewikkeld debat’ over burgerdoden Irak

Lees meer

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat over het Nederlands bombardement in Irak.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat over het Nederlands bombardement in Irak. © ANP

Waar is de Tweede Kamer precies boos over?
Op 24 juni 2015 (dus anderhalve week nadat de Amerikanen hadden gezegd dat er iets was misgegaan) werd nog aan de Tweede Kamer gemeld dat ‘voor zover op dat moment bekend er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak’. De Kamer voelt zich voorgelogen en in een debat met huidig Defensieminister Ank Bijleveld steunde vrijwel de voltallige oppositie een motie van wantrouwen tegen de bewindsvrouw.

Maar daarmee is de kous niet af. Bijleveld meldde dinsdag immers ‘dat het aannemelijk was’ dat Defensie na de mededeling van de Amerikanen ook andere betrokken ministeries gewaarschuwd heeft dat er een onderzoek werd ingesteld naar het bombardement. Dat waren Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.

Zijn de burgerslachtoffers al die tijd onder de pet gehouden?

Zeker Rutte heeft bij de Tweede Kamer al de reputatie dat hij soms last heeft van zijn geheugen als hij in politieke moeilijkhe­den komt

Het kabinet heeft de Tweede Kamer de afgelopen jaren op meerdere momenten ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet. Eerst vertrouwelijk op 1 juni 2017. En in een brief van april 2018 werd gemeld dat er ‘zeer waarschijnlijk’ burgers waren gedood in Hawija.

Om de vliegeniers en hun thuisfront te beschermen tegen mogelijk wraakacties, was het beleid er nooit hardop over te praten. Deze week deed Defensie dat voor het eerst wel. Bij het bombardement in Hawija kwamen zeker zeventig onschuldige burgers om. En later zijn bij een bombardement op Mosul ook nog eens vier burgers omgekomen doordat een woonhuis werd aangezien voor een IS-hoofdkwartier.

Toch is een groot deel van de Tweede Kamer boos dat het kabinet dat niet veel eerder open over was. En door de brief van 24 juni 2015 voelt de Kamer zich ook nog eens voorgelogen. En verkeerde informatie geven aan de Tweede Kamer geldt als een doodzonde. Als bijvoorbeeld premier Mark Rutte ook al voor die datum wist van de mededeling van de Amerikanen, kan hem worden aangewreven dat hij medeverantwoordelijk was voor het fout informeren van de Kamer.

Wat heeft Rutte gezegd?
Rutte heeft gezegd dat ‘hem er helemaal niets van bijstaat’ dat hij op dat moment al geïnformeerd was. Wel kan hij zich voorstellen dat de informatie al bekend was bij ambtenaren. Dat zint de oppositie niet. Is het mogelijk dat er gewaarschuwd is dat er tientallen doden zijn gevallen bij een actie van een Nederlandse F-16 en dat ambtenaren dat niet meldden aan hun politieke baas?

Maar er zijn meer bewindslieden uit die periode die zeggen er geen herinnering aan te hebben. De bewuste brief van 24 juni 2015 is niet alleen ondertekend door voormalig minister Hennis, maar ook door haar toenmalige PvdA-collega’s Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking). Beiden zeggen zich ook niet te herinneren op dat moment al geweten te hebben van de burgerdoden. En Ploumen zegt ook dat ze het wel had móeten weten.

Saillant is dat de PvdA de motie van wantrouwen tegen Bijleveld steunde, inclusief Ploumen die tegenwoordig Kamerlid is. Terwijl haar naam evenzeer stond onder de brief met de leugen erin.

Lilianne Ploumen (PvdA) steunde de motie van wantrouwen tegen Bijleveld, maar ondertekende in 2015 als minister zelf ook de brief met de leugen erin

Lilianne Ploumen (PvdA) steunde de motie van wantrouwen tegen Bijleveld, maar ondertekende in 2015 als minister zelf ook de brief met de leugen erin © ANP

Hoe loopt dit af?
Bijleveld zegt niet te weten hoe de foute formulering in de brief terecht is gekomen. Volgens betrokkenen is het denkbaar dat het een domme fout was. De brief gaf antwoord op 71 Kamervragen waar weken aan is gewerkt door verschillende ministeries. Het kan zijn dat de formulering ‘voor zover wij weten is er geen sprake van burgerslachtoffers’ er al in de tekst is gezet vóór de informatie van de Amerikanen bekend was. En dat daarna verzuimd is de tekst aan te passen.

Maar mogelijk is er ook bewust geprobeerd de boel onder de pet te houden. Een oud-ambtenaar van Defensie beschrijft de cultuur op het ministerie als ‘uiterst formeel’. Als Defensie aan andere ministeries slechts laat weten dat ‘er onderzoek wordt gedaan naar een bombardement’, gaan er niet direct alarmbellen af bij andere ambtenaren.

Dergelijke onderzoeken worden immers vaker gedaan. ,,Dat is toch wat anders dan de mededeling: Let op, er is een hele woonwijk de lucht in gevlogen. Dan loop je meteen naar je politieke baas.’’

Maar het kan ook zijn dat meerdere oud-bewindspersonen boter op hun hoofd hebben. En zeker Rutte heeft bij de Tweede Kamer al de reputatie dat hij soms last heeft van zijn geheugen als hij in politieke moeilijkheden komt.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, dat ze volgens een VVD’er ’laconiek, lachend en in clownskostuum’ deed. Ⓒ ANP

’Toon Bijleveld was niet goed’

Telegraaf 07.11.2019 Ank Bijleveld heeft het Kamerdebat over burgerdoden door Nederlandse bommen in Irak verkeerd ingeschat, zeggen partijen terugblikkend. De bewindsvrouw dacht het debat schadevrij te doorstaan, maar ze eindigde gehavend met de hakken over de sloot. Coalitiepartij VVD is boos. „Ze heeft haar voorganger Hennis drie keer voor de bus gegooid.”

Open zijn, de fout toegeven en excuses aanbieden. Met dat strijdplan dacht team-Bijleveld het debat waarin de positie van de minister op het spel stond snel te kunnen afronden. Want dat die positie op het spel stond, had de CDA-bewindsvrouw kunnen weten.

“Ze gooide Hennis drie keer voor de bus”

GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks had immers al de middag voorafgaand aan het debat een motie van wantrouwen klaarliggen en de overige Kamerleden en de minister daarover ingelicht. Toch deed dat de alarmbellen nog niet afgaan. De partijen die aan het debat meededen, hadden vooraf niet eens een telefoontje gekregen van Bijlevelds politiek assistent met de vraag hoe ze erin stonden.

Excuses

De verdediging leek ook solide. Bijleveld wist weliswaar al bij haar aantreden in 2017 dat er bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak burgerslachtoffers waren gevallen. Maar ze wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat de Tweede Kamer daarover niet was geïnformeerd. Ze zou dat toegeven en, hoewel het een fout van haar voorganger was, excuses aanbieden. Het debat over de Defensiebegroting, kon makkelijk nog later die avond plaatsvinden, zo was de verwachting.

Voormalig defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert zou een week na het bombardement in Irak al te horen hebben gekregen dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Voormalig defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert zou een week na het bombardement in Irak al te horen hebben gekregen dat er burgerslachtoffers waren gevallen. Ⓒ Foto Marcel Antonisse

Maar het liep anders. Toen de bewindsvrouw met haar staf ver na middernacht bijeenkwam om uit te blazen van het debat, viel iedereen aan op de bitterballen. Niemand had eraan gedacht tijdens het marathondebat eten te bestellen.

Kernpunt was de luchtaanval van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in het Iraakse Hawija. Onder de zeventig doden zaten behalve IS-strijders ook tientallen burgers. Bijlevelds voorganger Hennis kreeg al een week na het bombardement van het Amerikaanse commando van de IS-missie te horen dat er bij die aanval burgerdoden waren gevallen. Diezelfde maand nog ontkende zij dat tegenover de Kamer.

De defensietop leefde in de veronderstelling dat die briefing op een veel later moment had plaatsgevonden, in mei 2016. Hoe dat kon? „Iemand heeft dat ooit gezegd, en toen is dat een eigen leven gaan leiden”, zegt een betrokkene. In het debat meldde Bijleveld deze knulligheid niet. Het zou alleen maar meer verwarring scheppen.

Wel vertelde ze wat ze pas afgelopen vrijdag ontdekte: verdraaid, die briefing heeft plaatsgevonden vóórdat Hennis de Nederlandse betrokkenheid tegenover de Kamer had ontkend. „Mijn voorganger heeft de Kamer verkeerd geïnformeerd”, zei Bijleveld herhaaldelijk in het debat. „Toen ik erachter kwam, heb ik meteen de informatie aan de Kamer aangepast.”

Ongeloofwaardig verhaal, vond een groot deel van de Kamer, waarin ook de irritatie bij coalitiepartijen begon toe te nemen. „En haar toon was niet goed”, zegt een coalitie-Kamerlid. In plaats van telkens naar haar voorganger te verwijzen, had ze zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen, zo luidt het oordeel. „Haar houding was: we wassen dit varkentje wel even”, blikt Diks terug.

Des duivels

Vooral de liberalen zijn des duivels dat Bijleveld haar voorganger ’drie keer voor de bus heeft gegooid’, zegt een VVD’er. „Laconiek, lachend en in clownskostuum”, is het oordeel van een andere liberaal over Bijleveld. „Als ze alleen maar de steun van de coalitie en de SGP overhoudt, zou ze zelf weg moeten gaan.

Ze heeft het zelf verknald. Fractievoorzitter Pieter Heerma had moeten ingrijpen.” Inmiddels zijn er nieuwe Kamervragen gesteld over wat premier Rutte wanneer wist van de burgerdoden. Volgens Bijleveld wist hij het waarschijnlijk. Rutte kan zich niet herinneren erover te zijn bijgepraat.

Bekijk meer van; defensie gewapend conflict Ank Bijleveld Hennis Irak Tweede Kamer der Staten-Generaal Islamitische Staat

Kamer wil opheldering over Irak-doden: Wie wist wat wanneer?

AD 07.11.2019 De Tweede Kamer houdt vragen over de kwestie rond de burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Irak. Vooral op de vraag wie op welk moment wist van de waarschijnlijke burgerslachtoffers waarover de Kamer in juni 2015 verkeerd werd geïnformeerd, willen Kamerleden antwoord zien. Dat bleek bij het debat over de defensiebegroting.

Volgens een feitenrelaas, dat minister Ank Bijleveld van Defensie dinsdag naar de Kamer stuurde, is het ‘aannemelijk’ dat verschillende betrokken ministeries op de hoogte waren van de misgelopen aanval. In het debat van dinsdagavond zei ze dat ook het ministerie van minister-president Mark Rutte, Algemene Zaken, daarbij hoorde.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Herinneren

Gisteren stelde Rutte tegen RTL Nieuws dat hem ‘er helemaal niets van bij staat’ dat hij kort na die bloedige aanval in 2015 werd ingelicht. Ook de toenmalige PvdA-ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) zeiden zich ook niet te kunnen herinneren er persoonlijk over geïnformeerd te zijn.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut zette er vraagtekens bij dat ‘de minister-president en andere betrokkenen zich allemaal in ene niks kunnen herinneren’. Ook GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks wil in een reeks vragen opheldering. Bijleveld wil proberen die vragen ‘zo snel mogelijk’ te beantwoorden. Ze vroeg daarop om ‘vertrouwen’ aan Karabulut. ,,Als er één ding niet is, dan is het vertrouwen”, reageerde het SP-Kamerlid.

Vertrouwen

Bijleveld zei dat Defensie hard moet werken om het vertrouwen weer terug te winnen. De CDA-bewindsvrouw was haar inbreng in het begrotingsdebat begonnen met een terugblik op het voor haar moeilijke debat van dinsdagavond, waarin vrijwel de hele oppositie het vertrouwen in haar opzegde. ,,Het is niet zomaar teruggaan naar de orde van de dag. Zo’n debat komt binnen. Ik ben én voel me verantwoordelijk.”

Denk-Kamerleden Öztürk, Azarkan en Kuzu (van links naar rechts) ANP

Aangifte tegen Denk-Kamerleden na uitspraken over luchtaanval Irak

NOS 07.11.2019 Advocaat en veteraan Michael Ruperti gaat samen met 1200 militairen en andere veteranen aangifte doen tegen Denk-Kamerleden Selcuk Öztürk en Farid Azarkan.

Volgens Ruperti heeft Öztürk zich schuldig gemaakt aan het zaaien van haat, belediging en laster toen hij dinsdag tijdens het Kamerdebat over de Nederlandse luchtaanval in Irak sprak. “Deze minister ziet niet de ernst van deze moord”, zei hij, toen hij het woord had.

Het Kamerdebat was dinsdagavond:

Uitspraken Öztürk over luchtaanval Irak

Dinsdagavond verdedigde partijgenoot Azarkan in Pauw de woorden van Öztürk, die daarbij zei dat het “in ieder geval heeft geleid tot mooie televisie”.

Met hun uitspraken bestempelden de twee volgens Ruperti de piloten indirect tot moordenaars.

Bij de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek van IS in de stad Hawija kwamen zeventig burgers om het leven. Maandag gaf het kabinet voor het eerst opening van zaken over de kwestie. Daarbij erkende minister van Defensie Bijleveld dat de Kamer verkeerd was geïnformeerd.

Verslaggever Lex Runderkamp bezocht de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel. Zo ziet het er daar uit:

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

Öztürk zegt in een reactie verkeerd te zijn begrepen en wil graag in gesprek met de betrokken vliegers. In het debat werd hij al aangesproken op zijn woordkeuze door meerdere collega-parlementariërs en Kamervoorzitter Arib.

Volgens Ruperti is dat niet voldoende om eventueel de aangifte in te trekken. “Hij moet expliciet zijn woorden terugnemen en openlijk excuses aanbieden. Dan krijgen we misschien een andere situatie.”

Parlementaire immuniteit

Het is de vraag hoe kansrijk de aangifte van Ruperti is. Kamerleden beschikken op basis van de grondwet over parlementaire immuniteit. Daardoor kunnen ze niet strafrechtelijk vervolgd worden voor wat ze zeggen tijdens een debat.

“Maar het recht is altijd in ontwikkeling en die wet stamt uit de negentiende eeuw”, zegt Ruperti desgevraagd. “Tegenwoordig zijn bijvoorbeeld alle debatten live te volgen. En dat je onschendbaar bent, betekent niet dat je niet strafbaar bent. Maar daar mag de rechter over oordelen.”

Militaire vakbond ACOM steunt de aangifte, net als voormalig landmachtcommandant Mart de Kruif. “Het is een belediging voor al die 60.000 mensen bij Defensie die dagelijks ons veilig proberen houden”, zei De Kruif vanochtend in het programma Goedemorgen Nederland.

 Voorzitter ACOM @Jan_Kropf

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’ https://t.co/YInOE1rJNp

Bekijk ook;

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’

AD 07.11.2019 Militaire vakbond ACOM staat vierkant achter de aangifte die wordt gedaan tegen Denk-kamerlid Selcuk Öztürk. Hij beschuldigde Nederlandse militairen in een debat over burgerslachtoffers van moord. Volgens voorzitter Jan Kropf is hier echt een grens overschreden. ,,Voor heel veel militairen is dit een mes in de rug.’’

Kropf heeft zich zojuist gemeld bij initiatiefnemer en advocaat Michael Ruperti, die de aangifte had gedaan. Volgende week gaat hij als het even kan mee naar het politiebureau. ,, Het zijn nota bene de politici in de Tweede Kamer die de opdracht geven om militairen op missie te sturen. Dan kun je ze achteraf niet beschuldigen van moord. En al helemaal niet als het Openbaar Ministerie concludeert dat deze mensen niets verkeerds hebben gedaan.’’

Lees ook;

Lees meer

Denk-Kamerlid Selcuk Öztürk kwam afgelopen dinsdag in opspraak tijdens het debat over de burgerslachtoffers die bij twee Nederlandse bombardementen in Irak zijn gevallen. Dat kon gebeuren omdat de inlichtingen niet deugden.

De vliegers hebben naar eer en geweten gehandeld en valt niets te verwijten, concludeerde het OM al eerder. Toch zei Öztürk dat Nederlandse militairen ‘willens en wetens’ onschuldige burgers in Irak hebben vermoord. Een uitspraak waar hij later op terugkwam; hij was ‘verkeerd begrepen’.

Schofferen

ACOM-voorzitter Kropf hecht geen waarde aan die uitleg. Volgens hem was dit een een bewuste actie om militairen te schofferen. ,,Ik heb de beelden gezien en daar zat voor mij geen woord Chinees bij. Ik vind dat daar een rechter maar een oordeel over moet vellen.’’

De uitspraak is volgens Kropf niet alleen zeer ongepast, maar kan ook grote consequenties hebben voor de veiligheid van militairen op straat. ,,Er is een tijd geweest dat militairen niet in uniform over straat mochten. Dat is gelukkig achter de rug, maar dit soort uitspraken zouden voor sommige mensen genoeg kunnen zijn om militairen iets aan te doen.’’

De aangifte blijft volgens initiatiefnemer en advocaat Michael Ruperti niet beperkt tot Selcuk Öztürk. Ook tegen zijn collega Farid Azarkan wordt aangifte gedaan. Volgens de advocaat maakte hij de uitspraken van Öztürk extra krenkend door bij het tv-programma Pauw te zeggen ‘dat dit in elk geval mooie tv oplevert’.

Inmiddels zijn er meer dan duizend mensen die de aangifte steunen. Militairen noemen de uitspraken ‘onzinnig en misdadig’ en voelen zich geschoffeerd. Volgens Ruperti kan Öztürk zich met zijn uitspraken niet verschuilen achter het feit dat hij dit deed tijdens een debat in de Tweede Kamer. ,,Als een uitspraak strafbaar is, dan is die strafbaar.

Ik hoor graag van een rechter of iemand zich dan kan blijven verschuilen achter zijn kamerzetel. Bovendien is er ook buiten de kamer ingegaan op die uitspraak in een tv-uitzending en is daar geen afstand van genomen.’’

Selcuk Ozturk (Denk) beschuldigde in een kamerdebat Nederlandse militairen van moord nadat er burgerslachtoffers waren gevallen bij twee bombardementen in Irak. © ANP

Denk-Kamerlid over moorduitspraak: ‘Is toch mooie tv’

Telegraaf 06.11.2019 Selçuk Öztürk van Denk ligt onder vuur omdat hij tijdens een debat in de Tweede Kamer de bombardementen in Irak ‘moorden’ noemde. Bij Pauw wordt hij verdedigd door collega Farid Azarkan.

Aangifte tegen Oztürk om ’moorden’ in strijd tegen IS

Telegraaf 06.11.2019 Namens een groep van ruim 250 mensen gaat advocaat Michael Ruperti aangifte doen tegen Kamerlid Oztürk (Denk) vanwege haat zaaien, belediging en laster. De parlementariër sprak in het debat over burgerdoden door luchtaanvallen van Nederlandse jachtvliegers over ’moorden’.

De bekendste militair die het initiatief ondersteunt, is oud-Commandant Landstrijdkrachten Mart de Kruif. „Ik ben al eens voor moordenaar uitgemaakt in de tijd van de kruisraketten. In vond dat schokkend en schandalig en vind dat nog. Militairen riskeren hun leven voor de vrede en vrijheid van Nederland en anderen. Met soms een hoge prijs. Altijd in opdracht van de regering en instemming van het parlement”, motiveert De Kruif zijn steun.

“Kwalificatie ’moordenaars’ diep beledigend”

„De kwalificatie ’moordenaars’ is daarom volstrekt onjuist, maar vooral diep beledigend voor alle militairen en burgers binnen defensie die iedere dag hun stinkende best doen om de belangen van Nederland te dienen waar ieder ander middel faalt.”

De voltallige Tweede Kamer viel dinsdagavond over Selcuk Oztürk (Denk) tijdens het debat over burgerdoden die vielen bij Nederlandse bombardementen tijdens de luchtoorlog tegen IS. Oud-minister Hennis (Defensie) noemde hij een ’lijkenverstopper’. Ook stelde hij dat Nederlandse vliegers ’verantwoordelijk voor moorden’ waren.

Onschendbaar

Hoewel Oztürk de uitspraken deed in het parlement en daarmee een beroep zou kunnen doen op parlementaire onschendbaarheid, is hij in Ruperti zijn ogen wel degelijk strafbaar. Vooral omdat hij met zijn woorden aanzet tot haat richting de vliegers.

Wraak

„Mensen die met extremistische ideeën rondlopen, kunnen dit opvatten als een oproep om wraak te nemen. Dat is volstrekt onacceptabel”, vindt de advocaat die bij het Openbaar Ministerie in Den Haag aangifte gaat doen. Hij doet dat komende week zodat zoveel mogelijk mensen zich achter het initiatief kunnen scharen.

De advocaat ziet in de uitspraak die de Haagse rechtbank deed in het proces Wilders relevante jurisprudentie. De PVV-voorman werd in 2016 veroordeeld voor aanzetten tot discriminatie en groepsbelediging. In het vonnis stelde de rechter vast dat: „Ook een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger zoals verdachte niet boven de wet staat. Ook op hem is het recht van toepassing. En ook voor hem is de vrijheid van meningsuiting begrensd.”

Grens

Wilders deed zijn minder Marokkanen-uitspraak niet in de Tweede Kamer, maar op een partijbijeenkomst. Ruperti erkent dat dit voor de rechter een verschil kan maken. „Tegelijkertijd moet je gewoon vaststellen dat Oztürk een grens heeft overschreden.” De advocaat wil weten wat de Hoge Raad hiervan vindt.

Ruperti lanceerde zijn idee voor een groepsaangifte op LinkedIn. De posting kreeg veel likes vanuit de defensiehoek. Ook hebben bij de raadsman zich veel mensen via de mail gemeld waaronder veel luchtmachtofficieren.

“Dat is niet wat ik heb gezegd en is ook niet wat ik heb bedoeld”

Selçuk Öztürk, Tweede Kamerlid voor DENK.

Selçuk Öztürk, Tweede Kamerlid voor DENK. Ⓒ DIJKSTRA BV

Oztürk weerspreekt dat zijn woord ’moorden’ in het debat juridisch waren bedoeld. „Alsof ik bedoeld zou hebben dat de ex-minister of onze militairen met voorbedachten rade onschuldige mensen van het leven zouden hebben beroofd. Dat is niet wat ik heb gezegd en is ook niet wat ik heb bedoeld.”

Verzwegen

Volgens het Kamerlid van Denk blijft het feit overeind dat er onschuldige mensen door militair geweld om het leven zijn gekomen. „Feit is dat deze slachtoffers zijn verzwegen door de regering.” Niet de militairen, maar de minister is daarvoor verantwoordelijk, en haar heeft hij dan ook aangesproken in het debat.

„Het is betreurenswaardig dat mijn woorden vals worden geïnterpreteerd, dat deze advocaat met deze publiciteitsactie mij in een kwaad daglicht wil stellen en een mediamomentje krijgt over de rug van Denk. De advocaat weet als geen andere dat deze aangifte kansloos is.”

Bekijk meer van; proces overheid misdaad Michael Ruperti Kamerlid Oztürk Mart de Kruif Geert Wilders DENK

Premier Rutte wist in 2015 niet van burgerslachtoffers: ‘Staat mij helemaal niets van bij’

RTL 06.11.2019 Premier Rutte zegt in 2015 niet te zijn geïnformeerd dat bij een Nederlands bombardement in Irak 70 burgerdoden zijn gevallen. “Er staat mij helemaal niets van bij”, zegt de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren.

Rutte vindt het niet vreemd dat zijn ambtenaren mogelijk wel zijn geïnformeerd, maar hij niet. “Jongens, dat is vier jaar geleden”, verzucht de premier tegen RTL Nieuws.

Op de hoogte?

Gisteren zei minister Bijleveld van Defensie dat het logisch is dat ook andere ministeries op de hoogte waren van het grote aantal burgerslachtoffers. Het is ‘aannemelijk’ dat de premier en drie andere departementen destijds zijn bijgepraat, aldus Bijleveld. De minister heeft beloofd uit te zoeken wie er precies van wist.

Lastig debat voor Bijleveld:

Minister Bijleveld mag blijven, dankzij nipte steun regeringspartijen

Lastig debat

Bijleveld had gisteravond een lastig debat in de Tweede Kamer. Bijlevelds voorganger, minister Hennis, had de Kamer laten weten dat Nederland niet betrokken was bij aanvallen met burgerslachtoffers, terwijl Hennis al was geïnformeerd over burgerslachtoffers bij een bombardement in juni 2015. Bijleveld ontdekte de fout pas vrijdag, zo was haar verweer.

Het wekte veel verbazing bij de Kamerleden dat Bijleveld pas vrijdag hoorde dat de Kamer verkeerd is ingelicht. Een goede verklaring had de bewindsvrouw hiervoor niet. “Ik kan het niet mooier maken dan het is”, zei Bijleveld na afloop. Een nipte meerderheid steunt haar, maar bijna alle oppositiepartijen hebben geen vertrouwen in de minister.

Opnieuw opheldering

Kamerleden van GroenLinks en SP hebben inmiddels opnieuw Kamervragen gesteld. Opvallend is dat ook andere betrokken ministers zeggen dat ze niets over de burgerslachtoffers in 2015 hebben gehoord. Lilianne Ploumen, destijds minister van Ontwikkelingssamenwerking, kan zich ook niet herinneren persoonlijk te zijn geïnformeerd over de aanval in Irak en de vele burgerslachtoffers

Lees meer:

‘Bombardement Nederlandse F-16 zorgde voor 70 burgerdoden in Irak’

RTL Nieuws / ANP; Mark Rutte  Jeanine Hennis-Plasschaert  Ank Bijleveld  Lilianne Ploumen  Tweede Kamer  Burgeroorlog Irak  Irak

Rutte over burgerdoden: ’Er staat mij niets van bij’

Telegraaf 06.11.2019 Premier Rutte sluit niet uit dat hij in 2015 op de hoogte is gesteld van tientallen burgerdoden die door Nederlandse bommen zijn gevallen in Irak. Hij kan het zich alleen niet meer herinneren. „Er staat mij niets van bij”, zegt Rutte. Wel kan het volgens hem zijn dat hij ambtelijk is bijgepraat. „Het is vier jaar geleden. Ik zou het echt niet weten.”

Dinsdagavond kwam defensieminister Ank Bijleveld in een Kamerdebat in de problemen. De Kamer is tot afgelopen maandag onwetend gehouden van Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in het Iraakse Hawija.

Daar lagen meer explosieven dan vooraf gedacht, waardoor de ’secundaire explosies’ meer ’nevenschade’ veroorzaakten dan voorzien. Bovendien bevonden zich meer burgers in de nabijheid dan vooraf in kaart was gebracht. Onder de doden zaten behalve IS-strijders ook tientallen burgers.

Bijlevelds voorganger Hennis werd al een week na het bombardement door het Amerikaanse commando van de IS-missie verteld dat er waarschijnlijk door Nederlands toedoen burgerdoden waren gevallen. Diezelfde maand nog ontkende zij dat tegenover de Kamer.

Volgens Bijleveld was ze weliswaar bij haar aantreden eind 2017 op de hoogte gebracht van de burgerdoden door Nederlands toedoen, maar kwam zij er pas afgelopen vrijdag achter dat de Kamer daarover verkeerd was geïnformeerd. Ze overleefde ternauwernood een motie van wantrouwen. Alleen de coalitiepartijen, de SGP en Van Haga hielden haar in het zadel.

Het irriteerde de Kamer nogal dat de CDA-bewindsvrouw de schuld niet alleen afschoof op haar voorganger Hennis, maar dat ze ook herhaaldelijk zei dat de toenmalige PvdA-ministers Ploumen en Koenders de Kamerbrief met verkeerde informatie hadden ondertekend. In het feitenrelaas schreef ze daarover: „Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd.”

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Hennis onder de bus gegooid

VVD-Kamerlid André Bosman vroeg zich af waarom er over aannames werd gesproken, terwijl de Kamer had gevraagd om een overzicht van feiten. Bij navraag ontkennen Koenders en Ploumen dat ze over de burgerdoden zijn geïnformeerd. Ook toenmalig vice-premier Asscher ontkent stellig dat hij op de hoogte is gebracht van burgerdoden die door Nederlands toedoen waren gevallen.

Ook zei Bijleveld tijdens het dat premier Rutte op de hoogte was van het Nederlandse aandeel bij de burgerslachtoffers bij de oorlog tegen IS. Oppositiepartijen hebben daar nieuwe vragen over gesteld. „Deze minister gooit haar voorganger onder de bus en sleept daarna andere bewindslieden mee”, zegt GroenLinks-Kamerlid Diks.

„Er is een fout gemaakt”, zegt Rutte. „Die is goed benoemd en meteen aan de Kamer gemeld.” Volgens hem is het geen probleem dat toenmalig minister Hennis nu VN-gezant is in Irak.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk ook: 

Woede om moorduitspraak DENK 

Werd Rutte geïnformeerd over burgerdoden Irak? ‘Staat me niets van bij’

NOS 06.11.2019 Premier Rutte kan zich niet herinneren dat hij in 2015 al op de hoogte is gesteld van het feit dat er burgerslachtoffers waren gevallen bij een aanval met Nederlandse F-16’s in Irak. “Er staat mij niets van bij”, zei Rutte.

Gisteravond werd tegen minister Bijleveld van Defensie een motie van wantrouwen ingediend, omdat haar voorganger Hennis-Plasschaert tot twee keer toe de Kamer onjuist informeerde. Hennis hield vol dat Nederland niet betrokken was bij de dood van burgers in Irak, terwijl toen al duidelijk was dat dat niet klopte.

In het debat beklemtoonde Bijleveld meerdere keren dat ook andere ministeries kennis hadden van de burgerdoden. Ze werden kort na de aanval op de hoogte gebracht dat het zeer aannemelijk was dat er een groot aantal onschuldige slachtoffers was gevallen bij het bombardement op een bommenfabriek van IS.

Bijleveld noemde daarbij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Maar Rutte zegt nu dus dat hij zich niet herinnert dat hij persoonlijk op de hoogte is gesteld. Het is volgens hem wel mogelijk dat ambtenaren van hem zijn bijgepraat over de kwestie.

Koenders: absoluut niet ingelicht

Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken, reageert stelliger: “Ik kan me er niets van herinneren. Ik ben er absoluut niet over ingelicht. Als je het over dit soort aantallen slachtoffers hebt, vergeet je dat niet. Dat zou alle alarmbellen af doen gaan.”

Ook de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen, is verbaasd: “Ik ben niet persoonlijk geïnformeerd over de gebeurtenissen, over de Nederlandse betrokkenheid bij de aanval.” Net als Koenders weet ze niet of er ambtelijk wél informatie is uitgewisseld.

Premier Rutte zegt zelf pas afgelopen weekend van Bijleveld te hebben gehoord dat Hennis destijds de Kamer onjuist heeft geïnformeerd. Rutte vindt dat Hennis desondanks speciaal gezant van de VN in Irak kan blijven.

Bijleveld zegt dat ze ook pas afgelopen vrijdag wist dat de Kamer in 2015 onjuiste informatie had gekregen. Veel partijen vonden dat moeilijk te geloven, maar de motie van wantrouwen haalde het uiteindelijk niet.

Bekijk ook;

‘Rutte zegt niets te hebben geweten over burgerdoden Hawija’

MSN 06.11.2019 Premier Mark Rutte kan zich niet herinneren dat hij in 2015 op de hoogte is gesteld over de burgerdoden die dat jaar vielen bij een Nederlands bombardement in Irak. Dat heeft de minister-president woensdag gezegd, meldt de NOS. Volgens Rutte zijn ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken mogelijk wel op de hoogte gesteld over de gevolgen van het bombardement.

Rutte heeft verder gezegd dat hij pas afgelopen weekend van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) heeft gehoord dat haar voorganger de Tweede Kamer in 2015 verkeerd heeft geïnformeerd over de luchtaanval. Bij het bombardement, gericht op een bommenfabriek van terreurgroep Islamitische Staat (IS), kwamen zeventig mensen om het leven. Volgens het Amerikaanse Pentagon waren alle slachtoffers burgers.

De toenmalige minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) meldde destijds dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen bij het bombardement, terwijl zij wist dat dit wel het geval was. Dit heeft het kabinet eerder deze week erkend, na onthullingen van NRC en de NOS.

Dinsdag moest minister Bijleveld zich in de Kamer verantwoorden over het Nederlandse bombardement. Zij bood tijdens een spoeddebat haar excuses aan omdat haar voorganger de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks diende een motie van wantrouwen tegen de minister in, die zij ternauwernood overleefde. In het debat werd meermaals gevraagd of premier Rutte wist over de burgerdoden, maar op deze vraag kon Bijleveld geen antwoord geven.

Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

NU 05.11.2019 In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, waaronder een groot aantal burgerslachtoffers. Maandag verstuurde minister van Defensie Ank Bijleveld een brief aan de Tweede Kamer over de aanval en dinsdag wordt hierover gedebatteerd. Wat weten we precies over deze kwestie?

Was de fabriek een legitiem doel?

Militair gezien wel. Het gedeelte van Irak waarin Hawija ligt was op dat moment in handen van IS, dat de fabriek onder meer gebruikte om bijvoorbeeld autobommen of bermbommen te maken die elders in Irak of in Syrië veel slachtoffers maakten.

Hoe wist de coalitie die tegen IS vocht dat dit een bommenfabriek van IS was?

Volgens militair expert Peter Wijninga wordt dat inlichtingenproces langzaam opgebouwd. De meeste informatie komt van informanten op de grond of bijvoorbeeld door een drone in de lucht die de fabriek in de gaten houdt en ziet wat er allemaal het gebouw in gaat en ook weer verlaat.

“Op een gegeven moment is duidelijk dat het gaat om een bommenfabriek die uitgeschakeld moet worden”, aldus Wijninga. “Het is het normale proces dat de bronnen op de grond in contact staan met het Iraakse leger. Ik ga ervan uit dat dat nu ook weer plaats heeft gevonden, omdat het Iraakse leger er een stem in heeft welke doelen er worden gekozen. De coalitie is daar op uitnodiging van Irak, dus het gaat ook niet zonder hun medewerking.”

Er zijn dus geen Nederlanders bij het voortraject betrokken geweest?

“Het verschilt per operatie of er Nederlanders bij het voortraject betrokken zijn. Soms hebben we mensen in het planningsproces zitten, maar niet altijd. Ik weet niet of dat hier het geval is geweest”, stelt Wijninga.

“Het kan soms wel dat er ook Nederlandse elitetroepen betrokken zijn bij het bepalen van het doel en de observatie van het doel, maar dit was midden in een stad die in handen was van IS. Daar kun je niet zomaar als Westerse troepen laten rondlopen, dat valt meteen op. Dus in dit geval is er waarschijnlijk voor gekozen om te vertrouwen op de Iraakse inlichtingen.”

Ank Bijleveld, de huidige minister van Defensie (Foto: Pro Shots)

Hoe komen de militairen die het doel bepalen dan bij Nederland uit om de aanval uit te voeren?

Niet elke partner in de coalitie is in staat om zo’n doel te treffen. Nederland is daar zeer bedreven in. “En principe volstaat één bom. Het is een bommenfabriek, dus er liggen explosieven. Door de schokgolf gaan de andere explosieven ook af”, legt Wijninga uit. “Hiervoor heb je een kleine geleide bom nodig van 250 pond.”

“Vandaar dat men ook bij de Luchtmacht is uitgekomen, omdat Nederland op dat moment buiten de Amerikanen het enige land was ter plaatse dat zo’n type bom had.”

En dan vliegt de Nederlandse F-16 uit en wordt de bom gegooid.

“Eerst wordt er gekeken naar de Nederlandse jurist die in het hoofdkwartier aanwezig is of de voorgestelde missie binnen het Nederlandse mandaat valt”, zegt Wijninga. “Wat is de kans op nevenschade of burgerslachtoffers? Als dat allemaal acceptabel is wordt er akkoord gegaan met de doeltoewijzing en wordt de missie gepland en uiteindelijk uitgevoerd.”

Hoe komt het dat er dan toch zo veel burgerslachtoffers zijn gevallen?

Er lagen veel meer explosieven in de fabriek dan was ingeschat bij het verzamelen van de inlichtingen. Dus de Nederlandse bom had een kleine kettingreactie van explosies moeten veroorzaken, maar dit werden meerdere grote explosies. Volgens minister Ank Bijleveld ging het hierbij misschien wel om honderd vrachtwagens vol explosieven die ongezien de fabriek waren binnengegaan, zo zei ze maandag in gesprek met NRC. Bovendien was er mogelijk sprake van een grote hoeveelheid vluchtelingen die rondom de fabriek gevestigd waren, al is dat laatste niet bevestigd.

Dus de Nederlandse vliegers hebben niets fout gedaan?

Nee, die moeten kunnen vertrouwen op de inlichtingen waarop hun missie is gestoeld. De fout zit in het proces om alle informatie te vergaren. “En dat is het grote punt”, stelt Wijninga. “De informatie over die vrachtwagens zou wel zijn gemeld aan het Iraakse leger, maar niet terecht zijn gekomen op het centrale hoofdkwartier.

Maar nu is de minister van Defensie in de problemen geraakt door deze kwestie

Dat komt vooral omdat haar voorganger minister Jeanine Hennis-Plasschaert op 23 juni 2015 in een antwoord op kamervragen zei dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen als gevolg van Nederlandse bombardementen in Irak.

Terwijl het voor de Luchtmacht direct bekend was dat er zogenoemde ‘nevenschade’ was. Vervolgens bleek op 15 juni 2015 uit een Amerikaans rapport dat de kans heel groot was dat er bij de aanval op de bommenfabriek in de nacht van 2 op 3 juni wel degelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Bovendien bleek dinsdag dat het volgens het ministerie “aannemelijk is dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”.

De kamer is toen dus verkeerd geïnformeerd. En Bijleveld is politiek verantwoordelijk voor de uitspraken van haar voorganger.

Pas nadat NRC en de NOS op 18 oktober hun onderzoek naar de luchtaanval publiceerden kwam er maandag uiteindelijk een kamerbrief van minister Bijleveld, ook omdat ze naar eigen zeggen eerst met de betrokken piloten over de kwestie wilde praten.

Zie ook: Kabinet erkent Nederlandse luchtaanval boven Irak met 70 doden

Lees meer over: Irak Defensie Politiek

Bijna hele oppositie wil Bijleveld weg

MSN 05.11.2019 Bijna de gehele oppositie in de Tweede Kamer heeft geen vertrouwen meer in defensieminister Ank Bijleveld. Ze rekenen haar aan dat haar voorganger de Kamer verkeerd heeft ingelicht over een luchtaanval die veel Iraakse burgers het leven kostte, en dat Bijleveld dat pas maandag meldde.

Een motie van wantrouwen van GroenLinks kreeg de steun van PVV, SP, Partij voor de Dieren, 50PLUS, DENK, FVD en het lid Van Kooten.

Bijleveld biedt ‘oprechte excuses’ aan voor verkeerd informeren Kamer

NU 05.11.2019 Minister Ank Bijleveld (Defensie) heeft dinsdag in een debat aan de Tweede Kamer haar “oprechte excuses” aangeboden voor het verkeerd informeren van de Kamer over de Nederlandse betrokkenheid bij de luchtaanvallen in de Iraakse steden Hawija en Mosoel waarbij 74 mensen om het leven kwamen, waaronder burgerdoden.

“Als minister ben ik verantwoordelijk, ook voor het handelen van mijn voorganger. Dit is niet juist. Dit had anders gemoeten”, aldus Bijleveld.

De minister wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat haar voorganger oud-minister Jeanine Hennis, de Kamer in 2015 verkeerd heeft geïnformeerd.

Bijleveld stelt dat zij bij haar aantreden “op hoofdlijnen” is geïnformeerd over burgerslachtoffers, maar verder niet op de hoogte is geweest van details.

‘Hennis was op de hoogte’

Hennis, die tegenwoordig de VN-chef in Irak is, meldde in de zomer van 2015 aan de Kamer dat voor zover haar bekend was er geen burgerslachtoffers waren gevallen bij de inzet van Nederlandse F-16’s in de strijd tegen Islamitische Staat.

Uit een Kamerbrief van minister Bijleveld van afgelopen maandag blijkt dat het ministerie destijds al beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage waaruit bleek dat het “geloofwaardig was” dat er bij de aanval in Hawija burgers om het leven waren gekomen.

“Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”, schrijft minister Bijleveld dinsdag voorafgaand aan het debat in een aanvullende brief.

Oppositie eist opheldering

Hoewel de Tweede Kamer de excuses van de minister waardeert, blijft er harde kritiek klinken. Zo is er verbazing in Kamer over het feit dat de bewindsvrouw pas afgelopen vrijdag is bijgepraat. Dit terwijl uit onderzoek van NOS en NRC twee weken geleden al bleek dat Nederland verantwoordelijk was voor het bombardement op Hawija en Mosoel.

SGP’er Chris Stoffer wil weten waarom er niemand op het ministerie van Defensie de minister niet eerder op hoogte heeft gesteld de onjuiste informatieverstrekking aan de Kamer recht te zetten.

SP’er Sadet Karabulut vindt dat Bijleveld zich niet achter Hennis mag verschuilen. Ook zij vraagt zich af waarom de minister door haar departement pas vrijdag op de hoogte is gesteld. “Als dit de staat van het departement is, dan is het veel erger dan gedacht”, aldus Karabulut. “Er is keer op keer moedwillig informatie achtergehouden. Is dit de manier waarop Defensie met de Kamer en de Nederlandse bevolking omgaat?”

Ook coalitiepartijen D66 en VVD zijn kritisch. VVD’er André Bosman zegt zich grote zorgen te maken over het ontbreken van een politieke antenne op het departement. Ook hij vindt dat de minister veel eerder had moeten worden bijgepraat.

Kabinet erkent betrokkenheid bij aanval Hawija

Maandag erkende het kabinet de Tweede Kamer verkeerd te hebben geïnformeerd over twee aanvallen van de Nederlandse luchtmacht in Irak in de strijd tegen IS.

Het gaat om de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija waar zeventig mensen, onder wie een onbekend aantal burgerslachtoffers, zijn omgekomen.

De minister schrijft in de brief dat er geen indicaties waren dat bij de aanval burgerslachtoffers zouden vallen. Omdat er in de fabriek meer bommen lagen opgeslagen dan gedacht, viel het schadegebied groter uit van voorzien.

Zie ook: Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

Onjuiste inlichtingen in Mosoel

Ook was Nederland betrokken bij een aanval die was gericht op een vermoedelijk hoofdkwartier van IS in de stad Mosoel. Achteraf bleek het om een woning te gaan. Vier mensen kwamen daarbij om het leven. De aanval was het gevolg van onjuiste inlichtingen.

Het Openbaar Ministerie heeft beide incidenten onderzocht en kwam tot de conclusie dat de luchtaanvallen rechtmatig waren.

Lees meer over: Defensie

Bijleveld biedt excuses aan voor verzwijgen burgerdoden Irak

NOS 05.11.2019 Minister Bijleveld van Defensie heeft in de Tweede Kamer “oprechte excuses” aangeboden voor het onjuist informeren van de Kamer over de burgerslachtoffers die vielen bij een Nederlandse F16-aanval in Irak in 2015.

Bijlevelds voorganger, minister Hennis, informeerde de Kamer tot twee keer toe onjuist over de zaak. Ze zei dat er geen burgerdoden waren gevallen, terwijl ze toen al wist dat dat wel degelijk was gebeurd. Bij de aanval, op een IS-fabriek van autobommen, kwamen zeker 70 onschuldige burgers om het leven.

“Het had zo niet gemoeten”, erkende Bijleveld aan de Tweede Kamer. “Ik ben verantwoordelijk, ook voor het handelen van mijn voorgangers.”

Geen antwoord

Kamerlid Isabelle Diks van GroenLinks had eerder in het debat geconstateerd dat Bijleveld de leugens van haar voorganger niet meteen heeft rechtgezet. “Ze heeft de leugen overgenomen. Ze kwam pas met de waarheid toen de NOS en NRC Handelsblad erover berichtten.” Diks sprak van “een diepe kras in de geloofwaardigheid” van de minister.

Sadet Karabulut (SP) noemt het “onacceptabel” dat de Kamer is voorgelogen. “En deze minister probeerde zich ongegeneerd te verschuilen achter de leugens van haar voorganger.”

Maar de minister verwerpt die kritiek. Het is haar, naar eigen zeggen, pas afgelopen vrijdag duidelijk geworden dat Hennis de Kamer daadwerkelijk bewust onjuist had geïnformeerd. Pas toen stond voor Bijleveld vast dat haar voorganger al wist dat er burgerdoden waren gevallen.

De Kamer reageerde verbaasd op die uitleg. Hoe kan het dat vorige week pas duidelijk werd dat Hennis in 2015 onjuiste informatie had verstrekt?

Minister Bijleveld had daar geen antwoord op: “Ik vind het heel vervelend”.

F16’s al maanden weg uit Irak

Bijleveld zelf werd bij haar aantreden, in november 2017, op hoofdlijnen op de hoogte gesteld van de feiten en wist dus van de burgerdoden. Veel partijen vroegen zich af waarom ze er nu pas mee naar buiten kwam. Op zich is het gebruikelijk om tijdens een militaire missie niet te veel details te delen, om zo de veiligheid van de militairen niet in gevaar te brengen. Maar de Nederlandse F16’s zijn nu al elf maanden weg uit Irak.

De minister wees erop dat de missie in Irak nog steeds loopt, ook al is Nederland er niet bij betrokken. Ze wilde het zorgvuldig doen en eerst met de andere landen van de coalitie overleggen. “Ik had misschien graag sneller openheid willen geven, maar ik kon het niet.”

Bekijk ook;

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak. Ⓒ ANP

Minister Bijleveld biedt Kamer excuses aan om Irak

Telegraaf 05.11.2019 Minister Ank Bijleveld (Defensie) heeft tijdens het debat over burgerslachtoffers in Irak een motie van wantrouwen gekregen. Behalve GroenLinks willen ook de PVV, SP, PvdD, 50Plus, Denk, FvD en Van Kooten de minister weg hebben. De coalitiepartijen houden haar met steun van PvdA, SGP en Van Haga overeind.

Bijleveld wist al bij haar aantreden in 2017 al dat er bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak burgerslachtoffers waren gevallen. Ze wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat de Tweede Kamer daarover niet was geïnformeerd.

Met die verdediging probeerde de CDA-bewindsvrouw de verantwoordelijkheid voor het niet informeren van de Tweede Kamer bij haar voorganger Jeanine Hennis te leggen. Evengoed bood Bijleveld als ministerieel verantwoordelijke tijdens het Kamerdebat haar excuses aan voor het onthouden van informatie over de Nederlandse luchtaanvallen in Hawija en Mosul in 2015, waarbij tientallen burgerslachtoffers waren gevallen.

Hennis werd over de aanval van 3 juni 2015 op een munitiefabriek in Hawija al een week later door het Amerikaanse commando verteld dat er waarschijnlijk door Nederlands toedoen burgerslachtoffers waren gevallen. Omdat er meer explosieven lagen opgeslagen dan verwacht, was de ’nevenschade’ groter. Er vielen 70 slachtoffers, zowel burgers als IS-strijders.

Excuses

Nog diezelfde maand antwoordde Hennis op vragen van de Kamer dat er geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers in Irak. „Dat klopt dus niet”, zei Bijleveld. „Dat is feitelijk onjuist.” Achter dit feit kwam Bijleveld naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag, ’bij een laatste check’. „Ik heb toen meteen de informatie aan de Kamer erop aangepast.”

De Kamer vond die uitleg twijfelachtig en wilde van de minister weten waarom ze pas 11 maanden na het terugkeren van de Nederlandse F-16’s pas openheid van zaken heeft gegeven. „Was er niemand op het ministerie die u wist dat de Kamer verkeerd geïnformeerd was?”, zo vroeg SGP-Kamerlid Stoffer zich af. Bijlveld antwoordde dat ’informatiehuishouding en departementen’ nu eenmaal ingewikkeld is.

Onacceptabel

VVD-Kamerlid André Bosman vroeg zich af waarom Bijleveld heeft gebroken met het beleid om geen gedetailleerde informatie te openbaren over militaire operaties. En waarom nu pas? „Waarom zijn de feiten niet eerder gemeld?”

Bijleveld wees op ’operationele veiligheid’. Volgens de minister moest ze niet alleen rekening houden de veiligheid van eigen militairen, maar ook die van bondgenoten. „Dat Nederland er niet meer vloog, wil niet zeggen dat er niet meer gevlogen werd.”

Volgens Isabelle Diks (GroenLinks) heeft Bijleveld de leugens van haar voorganger over deze zaak overgenomen in plaats van het recht te zetten. „Daarmee volhardde ze in de onjuiste informatievoorziening aan de Tweede Kamer.” Dat zorgt voor een ’diepe kras in haar geloofwaardigheid’. ’Met pijn in het hart’ zegde ze het vertrouwen in de minister op. Sadet Karabulut (SP) bnoemde het ’onacceptabel’ dat de Kamer is ’voorgelogen’. „Deze minister mag zich niet verschuilen achter haar voorganger.”

CU-Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) zag ’een tendens’ bij de minister om de Kamer beter te informeren over burgerslachtoffers. Toch hield de coalitie, evenals PvdA, SGP en Van Haga de minister in het zadel, al vond D66-Kamerlid Salima Belhaj dat Bijleveld het de Kamer daarbij ’niet makkelijk’ had gemaakt. Zij wil dat Defensie werk maakt van schadevergoeding voor de nabestaanden en daarbij niet verwijst naar de Iraakse regering.

Bekijk ook:

Woede om moorduitspraak DENK 

DENK-Kamerlid Selcuk Öztürk kreeg eerder op de avond de rest van de Kamer over zich heen omdat hij bij de luchtaanval sprak over ’moord’. Jeanine Hennis noemde hij een ’lijkenverstopper’. Kamervoorzitter Arib riep Öztürk tot de orde.

Tweets by ‎@Nielsrigter

Bijleveld biedt excuus aan om verkeerd informeren Kamer rond bombardement Irak

AD 05.11.2019 De Tweede Kamer heeft tijdens een spoeddebat harde kritiek op minister Ank Bijleveld van Defensie geuit. De CDA-bewindsvrouw had eerder openheid van zaken moeten geven over burgerslachtoffers bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. De Kamer werd daarover onjuist geïnformeerd. Bijleveld bood daar haar ‘oprechte excuses’ voor aan.

Ik ben daar verantwoordelijk voor, ook voor het handelen van mijn ambtsvoorgangers. Ik kan niet anders doen dan dat erkennen en excuses maken.’’ Ook sprak ze ‘namens het kabinet’  haar medeleven uit met de nabestaanden

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Uit een feitenrelaas dat Bijleveld vanmiddag naar de Kamer stuurde, blijkt dat toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis persoonlijk op de hoogte was dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij een Nederlands bombardement in het Iraakse Hawija, in de nacht van 2 op 3 juni 2015 burgerdoden waren gevallen. Toch schreef ze een paar weken later aan de Kamer dat dat ‘voor zover op dit moment bekend’ niet het geval was. Gisteren erkende Bijleveld dat er bij het bombardement zeker zeventig doden vielen.

Feitelijke onjuistheid

Bijleveld zegt dat ze pas ‘afgelopen vrijdag’ heeft vastgesteld dat de Kamer destijds onjuist werd geïnformeerd. De brief waarin de Kamer zou worden geïnformeerd over de burgerslachtoffers lag toen al klaar en werd in het weekend nog aangepast, ‘met deze informatie erin’. De Defensieminister bestrijdt ‘het frame’ dat de Kamer ‘werd voorgelogen’. ,,Het is een feitelijke onjuistheid.’’

Volgens Isabelle Diks (GroenLinks) heeft Bijleveld de leugens van haar voorganger Jeanine Hennis over deze zaak overgenomen in plaats van het recht te zetten. Dat zorgt voor een ‘diepe kras in haar geloofwaardigheid’. Sadet Karabulut (SP) vindt het ‘onacceptabel’ dat de Kamer is voorgelogen.

Bijleveld mag zich volgens haar ‘niet verschuilen’ achter haar voorganger. ,,Dit is de politieke verantwoordelijkheid van minister en van haar alleen.’’ De Kamer is ‘bewust fout geïnformeerd’, meent PvdA’er John Kersten.

Harde noten

Ook regeringspartijen kraakten harde noten. Het was immers beleid om niets te zeggen over lopende operaties, stelt VVD-Kamerlid André Bosman. De informatie van Hennis was daardoor ‘inhoudelijk onjuist en procedureel onjuist’. D66-Kamerlid Salima Belhaj wilde weten waarom Bijleveld de verkeerde info van haar voorganger niet eerder heeft rechtgezet.

Dat had volgens haar moeten gebeuren bij haar aantreden in oktober 2017, toen Bijleveld over de kwestie werd geïnformeerd, of na het beëindigen van de missie tegen IS, in december 2018.

D66 eiste meer details over de gang van zaken. Het feitenrelaas vindt Belhaj ‘te algemeen’. Ze wil weten hoe Hennis werd geïnformeerd, of daar een memo van is en wat er in het overdrachtsdossier stond toen Bijleveld aantrad. Volgens Bijleveld is de memo geheim, maar ze wil bekijken of die nu toch openbaar gemaakt kan worden. Wat er in haar overdrachtsdossier stond weet ze ‘niet precies’.  Daarover zegt ze: ,,Ik was me er toen bewust van het feit dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. De details komen later.’’

Denk-Kamerlid Selcuk Öztürk haalde zich de woede van de rest van de Kamer op de hals omdat hij sprak over ‘moord’ op onschuldige burgers door de Nederlandse F-16-vliegers. ‘Niet respectvol’ en ‘zeer betreurenswaardig’, aldus zijn collega-Kamerleden.

Burgerdoden

Het Openbaar Ministerie deed onderzoek naar vier aanvallen waarbij mogelijk burgerdoden vielen en zag geen reden voor vervolging. De Kamer meent dat de piloten niets valt te verwijten, zij voerden hun missie uit op basis van inlichtingen die achteraf niet bleken te kloppen. ,,We staan hier niet om de betrokken militairen de maat te nemen’’, aldus GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks.

Kamervoorzitter Khadija Arib greep meermaals in om Öztürk te vragen zijn woorden zorgvuldiger te kiezen. Daarop vroeg het Denk-Kamerlid zich eerst af of minister Bijleveld ‘wel een hart’ heeft om vervolgens oud-minister Jeanine Hennis vanwege haar onjuist informatie aan de Kamer ‘een lijkenverstopper’ te noemen die werd ‘beloond’ met een ‘baantje in Irak’. Hennis is inmiddels VN-gezant in het land.

Minister Bijleveld maakt excuses voor fout informeren dodelijke aanval Irak

MSN 05.11.2019 Minister Ank Bijleveld heeft excuses gemaakt omdat de Tweede Kamer door haar voorganger verkeerd is geïnformeerd over een dodelijke aanval in Irak door Nederlandse F-16’s. Bijlevelds voorganger, Jeanine Hennis, had in 2015 gemeld dat er geen burgerdoden waren gevallen, maar dat was foute informatie. “Ik bied daarvoor oprechte excuses aan”, zegt Bijleveld nu.

Gisteren maakte minister Bijleveld bekend dat bij de aanval van Nederlandse F-16’s op een IS-doelwit in Irak in 2015 circa zeventig doden waren gevallen, onder wie burgers. Het is de eerste keer dat het kabinet zo open over een aanval is. 

Nu pas openheid

De oppositiepartijen verwijten minister Bijleveld dat er nu pas openheid komt over de burgerslachtoffers bij het bombardement. Pijnlijk is dat toenmalig minister Hennis dus een paar weken na het bombardement aan de Kamer meldde dat er geen burgerslachtoffers te betreuren waren.

Dat onjuiste informeren zit de partijen hoog.  Minister Bijleveld biedt daarvoor vandaag haar excuses aan in de Tweede Kamer. Sadet Karabulut (SP) vindt het ‘onacceptabel’ dat de Kamer is voorgelogen. Bijleveld mag zich volgens haar ‘niet verschuilen’ achter haar voorganger. De Kamer is ‘bewust fout geïnformeerd’, meent PvdA’er John Kersten.

Jeanine Hennis, die nu VN-gezant is in Irak, wil niet reageren en laat de communicatie over aan minister Bijleveld.

© Aangeboden door RTL Nederland

Piloten valt niets te verwijten

De Kamer meent verder dat de piloten die de aanval uitvoerden, niets valt te verwijten. Zij voerden de missie uit op basis van inlichtingen die achteraf niet klopten.

De aanval van de F-16’s was gericht tegen een autobommenfabriek in Hawija.

Woede om DENK

Denk-Kamerlid Selcuk Öztürk haalde zich de woede van de rest van de Kamer op de hals omdat hij sprak over ‘moord’ op onschuldige burgers door de Nederlandse F-16-vliegers.

Volgens de rest van de Kamerleden zijn zijn opmerkingen ‘zeer betreurenswaardig.’

Lees ook:

Kamerleden boos om verkeerde informatie over aanval in Irak: ‘Dit is heel ernstig’

RTL Nieuws; Ank Bijleveld Koninklijke Luchtmacht Ministerie van Defensie Burgeroorlog Irak

Oud-minister Hennis wist persoonlijk van mogelijke burgerdoden Irak

NOS 05.11.2019 Toenmalig minister Hennis van Defensie is kort na de luchtaanval in Irak persoonlijk op de hoogte gesteld over het bombardement waarbij 70 doden zijn gevallen. Zij kende dus het voorval toen zij later die maand de Tweede Kamer liet weten dat er “geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers”.

Dat blijkt uit het feitenrelaas dat door minister Bijleveld naar de Tweede Kamer is gestuurd. Op dit moment debatteert de Kamer over de luchtaanval en het verkeerd informeren door VVD-minister Hennis in 2015.

Minister Bijleveld erkende gisteren voor het eerst dat Nederland verantwoordelijk was voor de aanval. Daaruit bleek dat de minister de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd, hoewel niet duidelijk was of zij wist dat ze de Kamer verkeerd voorlichtte.

Ook andere ministers en Rutte in beeld

Volgens het feitenrelaas is het “aannemelijk” dat ook andere “betrokken ministeries” na de briefing aan Hennis op de hoogte zijn gebracht van het incident. Dat zou betekenen dat de PvdA-ministers Koenders en Ploumen van Buitenlandse Zaken, en mogelijk ook premier Rutte, wisten van het incident toen Hennis de Kamer verkeerd voorlichtte.

Uit de tijdlijn is ook op te maken dat de huidige minister Bijleveld vlak na haar aantreden in november 2017 is bijgepraat over het incident. Uiteindelijk duurde het tot april 2018 voordat zij de Kamer op de hoogste stelde dat er mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen bij de Nederlandse aanval.

Zij deed dat naar aanleiding van het afgeronde onderzoek van het Openbaar Ministerie, waarvan de uitkomsten in februari 2018 met het ministerie werden gedeeld. Hoewel haar voorganger had beloofd de uitkomsten van dat onderzoek direct te delen met de Tweede Kamer, duurde het dus nog maanden voordat minister Bijleveld dit naar buiten bracht.

Bekijk ook;

Selcuk Öztürk tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak. Ⓒ ANP

Woede om moorduitspraak DENK

Telegraaf 05.11.2019 DENK mag de Nederlandse luchtaanval die Iraakse burgers in 2015 het levens kostte geen moord noemen, vindt de Tweede Kamer. DENK-Kamerlid Selcuk Öztürk moet dat woord terugnemen, vinden bijna alle andere partijen. Maar hij weigert dat.

Öztürk stelde in het debat over de luchtaanval dat het kabinet „niet de ernst inziet van deze moorden.” Hij noemde Jeanine Hennis, ten tijde van de aanval minister van Defensie, bovendien een „lijkenverstopper” omdat ze de burgerdoden verzweeg. Ook die opmerking kwam hem op een uitbrander te staan van onder andere GroenLinks.

Ook Kamervoorzitter Khadija Arib deed een dringend beroep op Öztürk om andere woorden te kiezen. „Nu gaat de aandacht naar u en niet naar de slachtoffers”, zei ze.

Öztürk werpt tegen dat de nabestaanden ook van moord zouden spreken.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Selçuk Öztürk Jeanine Hennis-Plasschaert

DENK noemt luchtaanval moord en wekt woede

MSN 05.11.2019 DENK mag de Nederlandse luchtaanval die Iraakse burgers in 2015 het levens kostte geen moord noemen, vindt de Tweede Kamer. DENK-Kamerlid Selcuk Öztürk moet dat woord terugnemen, vinden bijna alle andere partijen. Maar hij weigert dat.

Öztürk stelde in het debat over de luchtaanval dat het kabinet “niet de ernst inziet van deze moorden”. Hij noemde Jeanine Hennis, ten tijde van de aanval minister van Defensie, bovendien een “lijkenverstopper” omdat ze de burgerdoden verzweeg. Ook die opmerking kwam hem op een uitbrander te staan van onder andere GroenLinks.

Ook Kamervoorzitter Khadija Arib deed een dringend beroep op Öztürk om andere woorden te kiezen. “Nu gaat de aandacht naar u en niet naar de slachtoffers”, zei ze.

Öztürk werpt tegen dat de nabestaanden ook van moord zouden spreken.

Een F16-vlieger moet soms wel drie kwartier in de lucht wachten voordat hij hoort dat hij een bom op een doel mag gooien. Ⓒ HOLLANDSE HOOGTE

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen

Telegraaf 05.11.2019 Maanden duurde het soms voor er in de strijd tegen IS voldoende informatie was om een F-16 een aanval te laten uitvoeren. Op het laatste moment werden missies afgeblazen. En ondanks de volgens jachtvliegers ’chirurgische precisie’ waarmee bombardementen werden uitgevoerd, konden er toch burgerdoden vallen.

Jachtvlieger Jeffrey (een schuilnaam) hangt boven het kalifaat en wacht op toestemming om aan te vallen. Op een beeldschermpje ziet hij een vrachtwagen, bekleed met stalen platen. Hij weet dat de truck vol explosieven zit en bedoeld is om door de zelfmoordenaar achter het stuur tussen Koerdische strijders tot ontploffing te worden gebracht.

Een paar minuten heeft hij om het gevaar weg te nemen, maar Jeffrey krijgt geen groen licht vanuit het Combined Air Operations Centre (CAOC), het hoofdkwartier van de luchtoorlog in Qatar. Zijn ongeduld groeit. Waar wachten ze op?

Uitsluitsel

De officier die in de enorme verduisterde zaal vol muurhoge beeldschermen toestemming moet geven, zit in zijn maag met de afstand tussen de bomauto en een groepje huizen. De controllers twijfelen of die wel buiten de ontploffingsradius blijven. Pas na drie kwartier komt er uitsluitsel: Jeffrey mag aanvallen.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

„Er ontstond een gigantische vuurbal. Blijkbaar zat dat ding vol olie en benzine, alle bomen vlogen in brand. Tot dat moment vond ik het getwijfel overdreven, maar de ontploffing reikte tot twintig of dertig meter van die huizen. Het luisterde dus inderdaad nauw. Als daar een kind had gelopen, was dat in gevaar geweest. De drones hingen al uren om te zien of er echt niets bewoog rond die huizen”, zegt Jeffrey.

Het verhaal dat hij vertelt in het vandaag verschenen boek Missie F-16 is een goed voorbeeld van hoe de coalitietroepen de luchtoorlog tegen IS voerden. Vliegers spreken van het meest chirurgische conflict ooit. Overste Joost Luysterburg weet dat uit eigen ervaring; de veteraan en zeer ervaren F-16-vlieger werkte vier maanden in het CAOC als red card holder.

De vertegenwoordiger van Nederland die met elke aanval moest instemmen en deze kon vetoën. Desnoods terwijl het vliegtuig al boven het doel hing. Iets wat volgens Luysterburg ook gebeurde.

Meekijken

„De hoeveelheid informatie die wij zien, is onkenbaar. Ik kan live meekijken met de hele wereld. Dronebeelden, satellietbeelden, ik kan precies zien welk vliegtuig waar vliegt en welke bommen hij bij zich heeft. Ik zie terroristen lopen en er wordt live vertaald wat ze zeggen”, vertelt de overste over het CAOC.

Bekijk ook: 

‘Ik heb een heel gezin gedood’ 

„Computers laten op driedimensionale modellen van gebouwen een berekening los van de verwachte nevenschade van bommen. Heel Irak en Syrië zijn digitaal nagebouwd. Je kunt simuleren hoeveel schade welk wapen veroorzaakt in de omgeving. We hebben inlichtingen waar een school is gevestigd, een ziekenhuis, een ambassade. Al die data bekijk je voor je beslist.”

Aan het moment waarop de red card holder de finale beslissing neemt, is een uitgebreide voorbereidingsfase vooraf gegaan. Eentje die volgens kolonel Peter Tankink maanden kan duren. Die tijd wordt gebruikt om voldoende inlichtingen te verzamelen over het doel. Is de conclusie dat het toch geen militair object is, dan vielen Nederlandse F-16’s volgens hem niet aan.

Was dit wel het geval, dan werd het doelwit besproken in het zogeheten Joint Targeting Board. Een comité waarin militairen van de aan de missie deelnemende landen zitten. Na goedkeuring van deze board moesten de Iraakse autoriteiten instemmen. Pas daarna was het aan de red card holder. In totaal beslissen tien mensen over één bom.

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Hersencapaciteit

Hoe kan het dat met zoveel hersencapaciteit en hulpmiddelen er toch burgerdoden vallen? In het Irakese Hawija zorgde een aanval op een bomtruckfabriek voor een veel zwaardere explosie dan gedacht. Zeventig mensen stierven. Het is onduidelijk hoeveel van hen burgers waren. In Mosul gooide een Nederlandse vlieger een bom op een gebouw dat volgens de inlichtingen een IS-hoofdkwartier was. Het bleek om een villa te gaan waarin een gezin woonde. Vier mensen verloren het leven.

“Fout in vroegste schakel van het proces zorgt voor burgerdoden”

In beide casussen, waarvan minister Bijleveld (Defensie) maandag officieel bevestigde dat Nederlandse vliegtuigen erbij betrokken waren, zat volgens haar de fout in de vroegste schakel van de keten. Die van het inlichtingen inwinnen.

Technische hoogstandjes en goede planning beperken volgens overste Luysterburg het aantal burgerdoden, maar zelfs de slimste bommen en meest hoogwaardige spionagedrones kunnen zoals zijn baas Commandant Luchtstrijdkrachten Dennis Luyt eerder deze maand al zei geen 100 procent garantie bieden op het voorkomen van onbedoelde slachtoffers.

Bekijk meer van; conflicten, oorlog en vrede Joost Luysterburg Peter Tankink Ank Bijleveld Dennis Luyt Combined Air Operations Centre Missie F-16

Oud-Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert is nu Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN voor Irak. © ANP/Evert-Jan Daniels

Hennis wist van mogelijke burgerslachtoffers, zei dat er ‘voor zover bekend’ geen waren

AD 05.11.2019 Toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie was al persoonlijk gebriefd over de aanval in de Iraakse stad Hawija toen zij in een Kamerbrief schreef dat er ‘voor zover bekend’ geen sprake was geweest van burgerslachtoffers bij de Nederlandse bombardementen op Irak. Dat blijkt uit een feitenrelaas dat haar opvolger, Ank Bijleveld, zojuist naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Daarin schrijft Bijleveld dat haar ‘ambtsvoorganger’ Hennis op 9 juni 2015 werd geïnformeerd over de aanval in de nacht van 2 op 3 juni en het onderzoek daarna. In die briefing hoorde zij ook dat het volgens het Amerikaanse commandocentrum ‘geloofwaardig was’ dat er burgerslachtoffers te betreuren waren bij de Nederlandse aanval. Op 15 juni krijgt het ministerie van Defensie dat onderzoek op papier binnen.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Toch ontkende Hennis op 23 juni dat er sprake was van mogelijke Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers in de strijd tegen IS: ‘Daar is, voor zover op dit moment bekend, geen sprake van geweest’. Ook werd haar gevraagd of er een onderzoek zou komen naar burgerslachtoffers. Daarop stelde Hennis dat het ‘niet mogelijk is volledig en betrouwbaar onderzoek te doen naar omgekomen burgerslachtoffers in ISIS-gebied’. In werkelijkheid was dat onderzoek al wel gedaan.

De Tweede Kamer gaat vanavond nog in debat met minister Bijleveld over de kwestie.

‘Ik heb een heel gezin gedood’- Video

Telegraaf 05.11.2019 Vliegen in een F-16: een jongensdroom die een nachtmerrie kan worden als je onschuldige burgers raakt. Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven belichten het afzwaaiende paradepaardje van de Luchtmacht met een boek: Missie F-16.

„Ik heb levens beëindigd van mensen die er niks mee te maken hadden. Het is een klap in je gezicht. Het druist in tegen alles waarvoor je daar bent.” Ⓒ Matty van Wijnbergen

F-16-vlieger ziek van vergisbom

Telegraaf 05.11.2019 F-16-vlieger Stefan (niet zijn echte naam) werd uitgezonden om IS te verslaan, maar gooide in een septembernacht een bom op een Iraaks woonhuis. Vier mensen kwamen daardoor om. De jachtvlieger kon er niks aan doen. Het vergisbombardement viel terug te voeren op rammelende Amerikaanse inlichtingen, zo meldde minister Bijleveld (Defensie) gisteren. Maar het is Stefan die ermee in het reine moet zien te komen en dat valt hem zwaar.

Toen aan maanden van twijfel een einde werd gemaakt en Stefan hoorde wie hij had getroffen, werd hij fysiek niet goed. Dit ging tegen alles in waarvoor hij stond, vertelt de jachtvlieger in het boek Missie F-16 van Telegraaf-journalisten Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven, dat vandaag verschijnt.

Het is voor het eerst dat een piloot die betrokken was bij aanvallen waarbij burgerdoden vielen, zijn verhaal buiten het jachtvliegerswereldje doet. Stefan kon alleen met collega’s, zijn vrouw en vader praten over de verschrikkelijke gebeurtenis van 20 en 21 september 2015. Het zwijgen drukte zwaar op hem.

Planning

„Het was een officiële missie waarvan we al dagen van tevoren wisten dat we hem gingen doen”, begint hij thuis in een buitenwijk aan de keukentafel zijn verhaal. „Ik was de mission commander, had de hele planning gedaan. Alles tot aan de debriefing was succesvol.”

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Pas drie weken later kwam er een telefoontje uit Nederland naar Jordanië waar de Nederlandse F-16’s gestationeerd waren. „Ze zeiden van: ’Hé, die inzet van die en die datum… Er loopt een onderzoek in de VS. Het zou kunnen zijn dat we daar nog naar moeten kijken. Vanwege een vermoeden dat er een fout is gemaakt’. Op dat moment is er nog geen zekerheid.”

“Het is een klap in je gezicht”

Het onderzoek vorderde volgens Stefan gestaag. „Na een paar maanden bleek dat het inderdaad een verkeerd doel was. Ergens zat een fout in het inlichtingenproces. Het bleek toch geen IS-doel, maar gewoon een huis.

Een mix-up in targets.

Je denkt: het zal toch niet? Ik werd misselijk toen ik het hoorde. Verschrikkelijk, ja. Ik voel me medeverantwoordelijk. Ik heb die bom gegooid en heb op de knop gedrukt. Ik heb levens beëindigd van mensen die er niks mee te maken hadden. Het is een klap in je gezicht. Het druist in tegen alles waarvoor je daar bent. We zijn er juist om de Iraakse bevolking te helpen.”

Op dat moment zag Stefan er nog geen gezichten bij. Hij had wel de dronebeelden gekeken op YouTube. Van boven zie je het huis van de familie Razzo oplichten in de nacht. Dan is er opeens een zwarte vlek. Lang bleef het voor Stefan ook drama in zwart-witbeelden, coördinaten en een rapport van het Openbaar Ministerie.

„Maar op een avond zat ik door te klikken op internet. Ik zag de foto en dacht: dat is mijn target. Op zo’n moment wordt het een soort zelfmarteling als je verder gaat kijken. Maar ik dacht: als ik nu wegkijk, is dat laf. Ik heb een halve familie uitgeroeid, om het maar cru te zeggen. Er was één vent die het wel had overleefd.

Toen zag ik een naam en gezicht en een foto van de kinderen, genomen een dag voordat het was gebeurd. Even later heb ik daar dus een eind aan gemaakt. Ik heb twee nachten niet geslapen. Daarna gaat het leven verder.

’Heel frustrerend’

Stefan blijft erbij dat de oorlog tegen IS de meest chirurgische strijd is die Nederland ooit voerde. Hij weet hoe grondig het hoofdkwartier de beschikbare informatie weegt alvorens groen licht voor een aanval te geven.

Hij merkte dat het sein ook vaak op rood bleef, zelfs met het doelwit helder in beeld. „Dat kan heel frustrerend zijn. Je volgt heel lang iemand die je wil uitschakelen, maar dan rijdt hij tussen bebouwing door en gaat het weer niet door. We kunnen heel kleine wapens inzetten, dan zijn de marges wat ruimer.

Maar als iemand tussen de burgerbevolking zit, kun je iemand niet uitnemen, dan moet je gewoon wachten. Soms uren. Als we burgers zien, gooien we sowieso niet. Kanttekening is dat je nooit volledig kan uitsluiten of er burgers, vrouwen of kinderen in de buurt zijn. Als je dagen- of wekenlang niemand ziet, heb je dan 100 of 99 procent zekerheid?”

“Oorlog is smerig maar rationeel”

Oorlog is niet alleen een smerig, maar ook een rationeel spel, beaamt Stefan. Strategen maken altijd een afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid. ’Als bijvoorbeeld onze special forces onder vuur liggen, gooi je wat sneller. Met wat meer kans om burgers te raken. Juist omdat we zo chirurgisch werken, duurde het zo lang om IS op te rollen.

Het had sneller gekund, maar dan waren er ook meer slachtoffers gevallen. In de expansiefase van IS werd dus wat meer risico genomen. Je wilt echt niet dat Bagdad was gevallen. Dan waren er meer mensen omgekomen. Ook burgers. Niks doen is nog erger. Oorlog is een spelletje dat we spelen omdat al het voorgaande heeft gefaald.”

Stefan zegt dat hij eraan gedacht heeft om iets te doen voor de nabestaanden. „Maar dat zal niet gaan. Defensie wil geen vlieger koppelen aan die inzet. Het mag niet. Ik weet niet of ze er behoefte aan hebben, maar ik heb weleens een brief willen schrijven. Misschien denken ze dat ik een soort cowboy ben omdat ik een halve familie heb uitgemoord. Misschien helpt het als ze weten dat ik er ook heel erg mee zit.”

Bekijk meer van; defensie gewapend conflict human interest Islamitische Staat

Een Nederlandse F-16 stijgt op vanuit de luchtmachtbasis in Jordanië Defensie

F-16 piloot over bombardement met burgerdoden: ‘Misselijkmakende gedachte’

NOS 05.11.2019   Een Nederlandse F-16 piloot die een bombardement uitvoerde op een verkeerd doelwit in Irak, vindt het moeilijk om te leven met het idee dat hij burgerslachtoffers heeft gemaakt. Dat vertelt hij aan EenVandaag en De Telegraaf.

In de nacht van 20 op 21 september 2015 ging hij op missie om een IS-hoofdkwartier in Mosul te raken. Later bleek dat een Iraaks woonhuis. Vier burgers kwamen om bij de ontploffing. De piloot vindt dat een “misselijkmakende gedachte”.

Foute informatie

In eerste instantie had de piloot, die vanwege veiligheidsoverwegingen niet bij naam genoemd wil worden, geen enkel idee dat er iets fout was gegaan. Maar een paar weken na de actie kreeg hij een telefoontje vanuit Nederland: de Amerikanen waren een onderzoek gestart naar het bombardement. Op dat moment wist de piloot nog niet wat de reden daarachter was. Pas na maanden werd voor hem duidelijk dat er een fout was gemaakt ‘in het selectieproces van het doel’.

Dat was “een klap in mijn gezicht”, vertelt hij aan De Telegraaf. Toen de piloot later over het gezin las, in een interview met de enige overlevende van het bombardement, kon hij nachtenlang niet slapen. Aan EenVandaag vertelt de jachtvlieger hoe confronterend hij het vond om de schade en de omgekomen familieleden te zien. “Je bent daar met het idee mensen te bevrijden, maar dit gaat geheel tegen dat principe in.”

Niet aansprakelijk

De acties waren volgens de jachtvlieger zorgvuldig voorbereid. Hij verzekert: “we doen er alles aan om burgerslachtoffers te voorkomen”.

De fout is te wijten aan verkeerde Amerikaanse inlichtingen, bevestigde minister van Defensie Bijleveld gisteren. Volgens haar voelt Nederland zich wel verantwoordelijk, maar is het volgens het oorlogsrecht niet aansprakelijk. Dat betekent ook dat de enige overlever van het bombardement, Basim Razzo, geen aanspraak kan maken op een financiële compensatie van de Nederlandse overheid.

Bekijk ook;

Toenmalig minister Hennis en Commandant der Strijdkrachten Middendorp bezochten in 2017 een centrum in Mosul waar gewonde Iraakse militairen werden opgevangen ANP

Hoe de Kamer jarenlang in het duister tastte over burgerdoden in Irak

NOS 04.11.2019 Op het ministerie van Defensie was al snel duidelijk dat er iets ernstig mis moest zijn gegaan bij een bombardement op de Iraakse stad Hawija. Er vielen op 3 juni 2015 zeker 70 doden. Maar de Tweede Kamer moest bijna drie jaar wachten voordat het iets te horen kreeg over de gevolgen van de aanval, en nog een jaar voordat het ministerie openheid gaf over het aantal doden.

Hieronder een reconstructie op basis van Kamerbrieven en -verslagen;

De controlevlucht die de F-16-piloot direct na de aanval in Hawija uitvoert levert een somber beeld op. Een complete wijk is vernietigd, doordat er gigantisch veel munitie in de bommenfabriek lag opgeslagen die het doel was van de aanval.

“Onbedoelde nevenschade”, concludeert het ministerie. De bevindingen gaan naar het Pentagon. Daar wordt de zaak onderzocht. Het Amerikaanse ministerie van Defensie laat Nederland op 15 juni weten dat er volgens hen 70 mensen zijn omgekomen, zowel IS-strijders als burgers.

Toch is dat niet wat toenmalig minister Hennis van Defensie de Tweede Kamer op 23 juni meldt. “Voor zover op dit moment bekend, is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak”, antwoordt ze schriftelijk na een vraag van de vaste Kamercommissie van Buitenlandse Zaken.

Die ontkenning was fout, stelt minister Bijleveld vandaag. Of minister Hennis niet wist van de Amerikaanse conclusies, of dat ze bewust niet de waarheid sprak, schrijft ze niet. Maar het is niet de enige keer dat Hennis de Nederlandse betrokkenheid bij de dood van burgerdoden stellig ontkent.

Smart weapons

Een week later, op 30 juni, debatteert minister Hennis met de Kamer over de voortgang van de missie in Irak. Verschillende Kamerleden willen het zeker weten; in internationale media verschijnen verhalen over burgerdoden. Is Nederland daar echt niet bij betrokken?

Opnieuw is minister Hennis stellig in haar antwoord. Alle meldingen over burgerslachtoffers worden volgens haar “onmiddellijk door de coalitie onderzocht”, maar dat is “tot nu toe niet het geval geweest”.

De schade in Hawija was goed zichtbaar op satellietbeelden AZMAT KHAN, NEW YORK TIMES

Dat er geen burgerdoden te betreuren zijn is volgens haar niet zo gek. “Het is zo precies. Het is niet zo dat je gelijk een complete wijk of regio platlegt. Dat komt door die smart weapons waarover ik net sprak”, aldus de minister drie weken nadat door Nederlands toedoen een wijk volledig was weggevaagd.

Hennis belooft: Kamer wordt meegenomen

Twee dagen later doet ze in de Kamer bij de stemmingen ook nog een harde toezegging. “Als er sprake is van burgerslachtoffers door Nederlands optreden, wordt de Kamer daarover geïnformeerd, uiteraard na onderzoek.”

Om daaraan toe te voegen: “Het antwoord op de vragen of alle berichten worden onderzocht, of er sprake is van een compensatieregeling en of de Kamer wordt meegenomen als wordt vastgesteld dat er burgerslachtoffers zijn gevallen na het uitvoeren van een bombardement door Nederlandse F-16’s, is “ja”.”

Maar in de maanden die volgen wordt de Kamer niet ‘meegenomen’ door de minister. Op 21 september is er opnieuw een incident bij een Nederlandse luchtaanval, waarbij, zo blijkt vandaag, vier burgers om het leven zijn gekomen. Ook daar hoort de Kamer op dat moment niets over.

Op 5 juni 2015, twee dagen na de aanval op Hawija, brengt de Kamer een bezoek aan de Nederlandse F-16-piloten Defensie

In de winter van 2017 doet de minister een korte mededeling in een lange brief. De eerste missie is dan inmiddels beëindigd. “Van de inmiddels ruim 1300 wapeninzetten van Nederland worden twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers onderzocht”, meldt de minister op 6 februari als antwoord op Kamervragen.

De onderzoeken worden gedaan door het Openbaar Ministerie, en over de uitkomsten zal de Kamer worden geïnformeerd.

Een half jaar later blijkt dat er inmiddels vier onderzoeken lopen. “Ik zeg de Kamer graag toe dat zodra het OM Defensie informeert over onderzoeken die lopen of over uitkomsten, Defensie vervolgens de Kamer informeert”, zegt ze op 13 juli 2017.

Eerste erkenning

Daarna blijft het lang stil. Hennis’ opvolger Ank Bijleveld verwijst steevast naar de lopende onderzoeken. In april 2018, bijna drie jaar na de aanval op Hawija, wordt de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden voor het eerst erkend als de uitkomsten van de onderzoeken van het OM naar de Kamer gaan. Een nieuwe missie is dan net weer van start gegaan.

Bij één aanval (die later de aanval op Hawija blijkt te zijn) zijn “zeer waarschijnlijk” burgerdoden gevallen. Bij een andere incident (die op Mosul) is het zeker, meldt de nieuwe minister. Omdat er niets onrechtmatigs is gebeurd, doet het OM geen verder onderzoek. Over het tijdstip en de locatie van de aanval worden geen mededelingen gedaan, vanwege de nationale veiligheid.

Hoeveel doden er zijn gevallen bij beide incidenten, en om welke aanvallen het gaat krijgt de Kamer vandaag voor het eerst van het kabinet te horen, ruim vier jaar nadat beide incidenten plaatsvonden, en ruim twee weken nadat de NOS en NRC Handelsblad daarover berichtten.

Met de kennis van nu is het opvallend dat minister Bijleveld in april voor de bewoording “zeer waarschijnlijk” koos bij het Hawija-incident. De minister stelt vandaag dat het zeker is dat er burgers bij omkwamen, zoals het Pentagon in 2015 ook al meldde.

Bekijk ook;

Een F16 vertrekt vanuit Volkel richting Midden-Oosten anp

Tweede Kamer wil opheldering over burgerdoden Irak

NOS 04.11.2019 Tweede Kamerleden willen snel uitleg van het kabinet over de luchtaanval in 2015 in Irak waarbij zeker zeventig doden vielen, onder wie veel burgers. Ook willen ze weten waarom de Kamer hierover niet goed geïnformeerd is.

Het kabinet erkende vandaag dat Nederland verantwoordelijk is voor de luchtaanval. Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek twee weken geleden dat bij de aanval op een munitiefabriek van IS in Hawija een wijk volledig werd verwoest. Nederland was ook betrokken bij een aanval op een woonhuis in de Iraakse stad Mosul, waarbij vier burgerdoden vielen.

Het ministerie van Defensie wist dat er in beide gevallen burgerslachtoffers waren, maar verzweeg dit aanvankelijk voor de Kamer, erkent het kabinet in een brief. Het argument om geen concrete mededelingen te doen over de Nederlandse betrokkenheid was dat de veiligheid van de militairen niet in gevaar mocht worden gebracht.

Heel ernstig

GroenLinks-Kamerlid Diks noemt de kwestie heel ernstig. Volgens haar heeft de Kamer meerdere malen om de informatie gevraagd. “Dat schaadt het vertrouwen van de Tweede Kamer. GroenLinks wil morgen uitleg van de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken.”

D66-Kamerlid Belhaij spreekt van een slechte zaak, waarover ze op de kortst mogelijke termijn in debat met de minister wil.

SP-Kamerlid Karabulut schrijft dat ze “de waarheid” eist. “Iets anders past een democratie niet”. “Duidelijk is wederom dat zonder onderzoeksjournalisten en andere critici deze waarheid waarschijnlijk nooit aan het licht was gekomen”.

Complex

PvdA-Kamerlid Kerstens benadrukt dat de situatie ter plekke complex was en dat de veiligheid van militairen ter plaatse altijd moet worden gewaarborgd. Toch vindt de PvdA ook dat openheid had moeten worden gegeven, zeker na herhaaldelijk aandringen van de Kamer.

“Defensie blinkt nu niet uit zichzelf uit in openheid, zo hebben we vaker moeten ervaren”.

Ook VVD-Kamerlid Bosman wil snel een debat. “Het is goed dat de minister, met respect voor de veiligheid van onze militairen, nu maximale transparantie geeft over de missie in Irak. Daarbij roept ze wel veel vragen op over twee specifieke missies, over de burgerslachtoffers die daar vielen en de communicatie daarover achteraf. Ik wil daar snel met de minister over in debat.”

Ook CDA en ChristenUnie willen snel een debat.

Onvolledige informatie

Minister Bijleveld erkent dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd. Volgens haar had destijds beter niets gezegd kunnen worden. “Je zit in een operationele tijd, dan moet je niet communiceren. In verband met de operationele veiligheid, de persoonlijke veiligheid en de nationale veiligheid”. Volgens Bijleveld kan er nu de missie voorbij is wel openheid gegeven worden.

Ze schrijft in haar brief dat het in de toekomst anders moet. Kamerleden willen graag van haar horen hoe het kabinet dat ziet.

Bijleveld schrijft ook in de brief aan de Kamer dat de informatie waar de aanval op gebaseerd was niet volledig bleek.

“Men ging ervan uit dat er geen mensen verbleven in het gebied rondom de bommenfabriek. Maar vooral was men verrast door de grote hoeveelheid munitie in de fabriek, die voor een enorme tweede explosie zorgde”.

De minister zegt de dood van de burgerslachtoffers “ten zeerste te betreuren”.

“Dit is extra wrang wanneer ons handelen erop gericht was om zo veel mogelijk nevenschade, en bij uitstek burgerslachtoffers, te voorkomen”, schrijft ze. “Het betrof hier echter een oorlogssituatie waarbij deze risico’s nooit volledig kunnen worden uitgesloten.”

Eerdere verklaringen over de aanval

Na de aanval op Hawija op 3 juni 2015 wist Defensie vrij snel dat er iets mis was gegaan en dat er onbedoelde nevenschade was.

Amerikanen zouden al kort na de aanval gemeld hebben dat er zowel burgerslachtoffers als IS-strijders waren omgekomen.

In antwoord op schriftelijke vragen schreef toenmalig minister Hennis op 22 juni 2015 dat er door Nederlands handelen geen burgers waren omgekomen.

Op 30 juni zegt zij in een Kamerdebat dat alle meldingen over burgerslachtoffers zijn onderzocht en dat het “tot nu toe niet het geval is geweest”.

In 2018 zegt André Steur -hoofd Operaties bij Defensie- tegen RTLnieuws dat de slachtoffers allemaal IS-strijders waren.

In juni 2018 zegt minister Bijleveld in antwoord op vragen van de SP dat het om het belang van de veiligheid van de individuele vlieger en de eenheid, maar ook om de veiligheid van hun thuisfront en van de Nederlandse samenleving gaat. “Het kabinet is daarom ook niet bereid om in te gaan op verzoeken om meer informatie over deze gevallen.”

Bekijk ook;

Kabinet erkent Nederlandse luchtaanval boven Irak met 70 doden

NU 04.11.2019 Het kabinet erkent verantwoordelijkheid voor de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in Irak waarbij zeventig slachtoffers vielen waaronder een onbekend aantal burgerslachtoffers, schrijft minister Ank Bijleveld van Defensie in een brief aan de Tweede Kamer. Ook was het ministerie in 2015 al op de hoogte van het aantal burgerdoden, maar is de Kamer hier destijds niet juist over ingelicht.

In de brief schrijft Bijleveld dat er bij de bommenfabriek veel meer explosief materiaal lag opgeslagen dan Nederland kon weten, waardoor er een onvoorzien aantal doden zijn gevallen. Ook was niet duidelijk dat er burgers rondom de fabriek verbleven. De informatie waarop de aanval was gebaseerd was dus onvolledig, aldus Bijleveld.

De minister betreurt de burgerslachtoffers. “Dit is extra wrang wanneer ons handelen erop gericht was om zoveel mogelijk nevenschade, en bij uitstek burgerslachtoffers, te voorkomen. Het betrof hier echter een oorlogssituatie waarbij deze risico’s nooit volledig kunnen worden uitgesloten.”

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek twee weken geleden dat bij de luchtaanval gericht op de Iraakse stad Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het zou een van de bloedigste aanvallen zijn geweest van de internationale coalitie tegen Islamitische Staat (IS).

Oud-minister van Defensie Hennis lichtte Kamer onjuist in

Oud-minister van Defensie Jeanine Hennis meldde daarnaast volgens Bijleveld ten onrechte in de zomer van 2015 aan de Tweede Kamer dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen bij de aanval.

Uit de brief van Bijleveld blijkt dat haar voorganger destijds al beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage van de aanval. Uit beide documenten bleek al dat er waarschijnlijk burgers om het leven waren gekomen.

Nederland ook betrokken bij aanval op woning in Mosoel

Bijleveld schrijft verder in haar brief dat Nederland ook betrokken was bij een tweede aanval in Irak, waarbij vier mensen om het leven kwamen. De aanval was gericht op een vermoedelijk hoofdkwartier van IS in de stad Mosoel. Achteraf bleek het om een woning te gaan.

NOS en NRC schrijven dat het voor het eerst is dat Nederland openheid van zaken geeft over door Nederland uitgevoerde luchtaanvallen. Volgens Bijleveld is dit nu mogelijk omdat Nederland tegenwoordig niet meer deelneemt aan dergelijke luchtmissies. Hierdoor brengt het melden van deze gegevens “niet langer risico’s met zich mee voor de operationele en personele veiligheid”.

Minister: Geen schadevergoeding mogelijk voor nabestaanden

De minister stelt daarnaast dat nabestaanden van de aanvallen geen aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding van de Nederlandse Staat.

Het Openbaar Ministerie (OM) onderzocht de aanvallen en concludeerde in april 2018 al dat de aanvallen rechtmatig waren. Volgens Bijleveld is Irak verantwoordelijkheid voor de afhandeling van individuele schadevergoedingen.

Wel wil het kabinet “een gebaar van goede wil” maken, zegt Bijleveld in gesprek met NRC. De minister gaat onderzoeken of het mogelijk is om een fonds beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld de wederopbouw van Hawija.

Lees meer over: Irak  Politiek

Een Nederlandse F-16 stijgt op vanaf de basis in Jordanië, van waaruit IS-doelen in Irak en Syrië werden bestookt Defensie

Kabinet erkent burgerdoden bij luchtaanval Irak, Tweede Kamer verkeerd ingelicht

NOS 04.11.2019 Het kabinet erkent dat Nederland verantwoordelijk is voor de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in Irak, en dat daarbij zeventig mensen omkwamen. Het ministerie van Defensie was op de hoogte van burgerslachtoffers, maar verzweeg dit aanvankelijk voor de Kamer, blijkt uit een brief van minister Bijleveld aan de Tweede Kamer.

Nederland was ook betrokken bij een aanval op een woonhuis in de Iraakse stad Mosul, waarbij vier mensen om het leven kwamen, schrijft de minister. Het is voor het eerst dat Nederland opening van zaken geeft over door Nederland uitgevoerde luchtaanvallen, in de strijd tegen de islamitische terroristische organisatie IS.

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek twee weken geleden dat in 2015 bij een Nederlandse aanval op een bommenfabriek van IS in Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het was een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie in de strijd tegen IS. Hierbij kwamen zeker zeventig mensen om het leven, onder wie volgens ooggetuigen ook kinderen.

Lex Runderkamp bezocht eerder de plek waar de Nederlandse bom viel:

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

De informatie waar de aanval op was gebaseerd was onvolledig, schrijft de minister. Men ging ervan uit dat er geen mensen verbleven in het gebied rondom de bommenfabriek. Maar vooral was men verrast door de grote hoeveelheid munitie in de fabriek, die voor een enorme tweede explosie zorgde.

De minister zegt de dood van de burgerslachtoffers “ten zeerste te betreuren”. “Dit is extra wrang wanneer ons handelen erop gericht was om zo veel mogelijk nevenschade, en bij uitstek burgerslachtoffers, te voorkomen”, schrijft ze. “Het betrof hier echter een oorlogssituatie waarbij deze risico’s nooit volledig kunnen worden uitgesloten.”

In haar reactie gaat Bijleveld ook in op het verkeerd informeren van de Kamer:

‘Achteraf moet we vaststellen dat de informatie onvolledig was’

Na de aanval op Hawija op 3 juni wist het ministerie van Defensie vrij snel dat er iets mis was gegaan, doordat de Nederlandse F-16-piloot direct een Battle Damage Assessment uitvoerde. Hieruit bleek dat er sprake was van “onbedoelde nevenschade”, schrijft de minister. Ook de Amerikanen onderzochten de zaak en lieten op 15 juni weten aan het ministerie van Defensie weten dat er zeventig mensen zijn omgekomen bij het bombardement.

Volgens het ministerie hebben de Amerikanen aan Nederland hierbij gemeld dat er zowel burgerslachtoffers als IS-strijders zijn omgekomen, maar dat het achteraf niet mogelijk was om vast te stellen wie een IS-strijder was en wie burger. Eerder meldde het Amerikaanse Pentagon aan NOS en NRC dat het om 70 burgers gaat.

De Tweede Kamer kreeg in op 22 juni, een week nadat de Amerikanen Den Haag hadden geïnformeerd, iets anders te horen. In antwoord op schriftelijke vragen schreef toenmalig minister Hennis dat er door Nederlands handelen geen burgers zouden zijn omgekomen. “Op zich is dat fout, dat klopt niet”, zegt Bijleveld nu in een toelichting. Op dat moment was op het ministerie namelijk al bekend dat de Amerikanen wel degelijk uitgingen van burgerdoden.

Hennis, nu VN-gezant voor Irak, wil niet reageren. Ze zegt dat dit aan de huidige minister is.

Hennis is nu VN-gezant voor Irak ANP

Ook over een tweede aanval geeft het kabinet nu opening van zaken. Een vermoedelijk IS-hoofdkwartier in Mosul bleek achteraf een woonhuis te zijn, waardoor op 21 september 2015 vier leden van een familie om het leven kwamen. Het incident kreeg internationaal veel aandacht, nadat The New York Times er uitvoerig over had bericht.

Het is voor het eerst dat Nederland data en locaties doorgeeft van door Nederland uitgevoerde luchtaanvallen. Volgens minister Bijleveld is dat nu mogelijk doordat Nederland niet langer deelneemt aan de luchtmissie en het melden van deze gegevens daardoor “niet langer directe risico’s met zich meebrengt voor de operationele en personele veiligheid”.

Schadevergoeding

Nabestaanden kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding van Nederland, stelt de minister. Het Openbaar Ministerie heeft beide zaken onderzocht en geconcludeerd dat er niets onrechtmatig is gebeurd. Bovendien is Irak volgens Bijleveld verantwoordelijk voor de afhandeling van individuele schademeldingen.

Toch onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om een fonds beschikbaar te stellen voor “de gemeenschappen in kwestie”. Bijleveld benadrukt dat dit geen erkenning van schuld is, maar een blijk van goede wil in de richting van de getroffen gebieden.

Kon de Nederlandse Luchtmacht de aanval afblazen?

Nederlandse F-16’s werden tussen 2014 en 2016 en in 2018 ingezet in Irak en Syrië als onderdeel van een grote internationale coalitie. Daarbij werden vanuit Jordanië ruim 2100 luchtaanvallen uitgevoerd. Doel van de missie was om IS te bestrijden.

Van twee aanvallen maakt het ministerie nu de exacte gegevens bekend, omdat het volgens het ministerie de enige twee bombardementen zijn waarbij door Nederland zelf is vastgesteld dat er “zeker dan wel zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers” bij zijn omgekomen.

Waar gebombardeerd zou worden, werd bepaald in het internationale hoofdkwartier van de operatie in Koeweit. Op een tweede hoofdkwartier in Qatar werd alle beschikbare informatie nogmaals bestudeerd en uiteindelijk groen licht gegeven voor een aanval. Een Nederlandse militair, de Red Card Holder, bijgestaan door een jurist van Defensie, controleerde de beschikbare informatie en had nee mogen zeggen.

“Wanneer Nederland wel een doel kreeg toebedeeld was door de Red Card Holder dus vooraf zeker gesteld dat het risico op nevenschade zo klein mogelijk was, zoals vereist door het humanitair oorlogsrecht”, schrijft de minister.

Bekijk ook;

november 6, 2019 Posted by | 2e kamer, aanslag, Combined Air Operations Centre, dreiging, Hawija, Irak, is, isis, islam, politiek, Rutte 3, syrie, terreur, terreurdreiging, terrorisme | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Demonstratie Koerden in Rotterdam 02.11.2019 tegen Turkse inval Syrië – terugblik

Demonstratie Rotterdam

De Rotterdamse politie heeft zaterdag 02.11.2019 acht personen opgepakt tijdens een demonstratie tegen de Turkse actie in het noordoosten van Syrië. Aan het protest in het centrum van Rotterdam deden zo’n vijfhonderd personen van Koerdische afkomst mee.

De politie nam ook protestborden in beslag, onder meer een bord waarop Adolf Hitler en de Turkse president Erdogan stonden. Borden met een beledigende boodschap zijn ook niet toegestaan.

Van de acht aanhoudingen waren er vier voor samenscholing, drie voor illegaal vuurwerk en één voor opruiing. Naast deze arrestaties hebben er geen incidenten plaatsgevonden, zegt een woordvoerder van de politie.

De honderden demonstranten verzamelden zich in de middag op Plein 1940 en liepen vervolgens door het centrum. Volgens de woordvoerder was de sfeer tijdens de protestmars rustig.

Bij de demonstratie waren veel agenten en ook leden van de Mobiele Eenheid (ME) aanwezig. De politie liet eerder al weten dat dit niets te maken had met een eerdere Koerdische demonstratie in Rotterdam.

 

De #demonstratie van Koerden in Rotterdam bij #plein1940 is afgelopen. In totaal zijn 8 mensen aangehouden: 1 voor opruiing, 3 voor illegaal vuurwerk en 4 voor samenscholing.

Avatar

 Auteur

Politie_Rdam

Terugblik demonstratie Rotterdam 16.10.2019

Het protest van 16 oktober 2019 liep flink uit de hand nadat tegendemonstranten onaangekondigd kwamen opdagen. Bij de ongeregeldheden raakten enkele agenten gewond. Er werden uiteindelijk 23 mensen aangehouden. Een aantal van hen had een wapen bij zich.

Bij botsingen tussen Koerden en Turken in Rotterdam zijn die avond meerdere agenten gewond geraakt. De politie verrichtte op het Kruisplein tientallen arrestaties nadat een demonstratie van Koerden en een tegendemonstratie van Turken uit de hand waren gelopen.

De Koerden demonstreerden tegen de Turkse inval in Syrië. De demonstratie was aangekondigd. Op het Kruisplein waren twee demonstratieplekken aangewezen voor voor- en tegenstanders. Om 20.00 uur moest de demonstratie, die een uur zou duren, afgelopen zijn.

In het centrum waren tegen 21.00 uur nog veel agenten en ME’ers op de been. Volgens de politie braken op meerdere locaties vechtpartijen uit, maar werd daar meteen tegen opgetreden. De politie heeft een groep demonstranten op het Stationsplein ingesloten in een poging de gemoederen te kalmeren.

Turkije creëert ‘veilige zone’ in Syrië

De Turkse autoriteiten creëren momenteel een zogenoemde ‘veilige zone’ in het noordoosten van Syrië. Om die reden viel het leger van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan begin vorige maand het buurland binnen.

Het doel van het leger was de regio ontdoen van de Koerdische YPG-militanten, die de door de Verenigde Staten gesteunde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) leiden. Deze Koerden worden door Erdogan gezien als een verlengstuk van de PKK.

Nadat er honderden doden waren gevallen door het Turks offensief, maakten de VS en Turkije afspraken over een tijdelijke wapenstilstand. Erdogan beloofde de aanvallen definitief te stoppen als de YPG het gebied verlaat. De Koerden zijn daar vanwege de vele doden mee akkoord gegaan.

Zie ook: Dit betekent de inval in Syrië voor Erdogans imago in Turkije

zie ook: De nog veel langere arm van Erdogan en verder nog meer !! – deel 11

zie ook: Anti-IS demonstratie Koerden 10.10.2014 Haagse Binnenstad

zie ook: Terugblik demonstratie Koerden 06.10.2014 bij de 2e Kamer Den Haag

zie ook: Anti-ISIS demonstratie Koerden verplaatst naar het Haagse Plein

zie ook: Anti-ISIS Demonstratie 09.08.2014 Koerden tegen geweld Irak

zie ook: Anti-ISIS demonstratie Koerden 26.07.2014 Haagse Wijkpark Transvaal

Acht aanhoudingen bij Rotterdams protest tegen Turkse operatie in Syrië

NU 02.11.2019 De Rotterdamse politie heeft zaterdag acht personen opgepakt tijdens een demonstratie tegen de Turkse actie in het noordoosten van Syrië. Aan het protest in het centrum van Rotterdam deden zo’n vijfhonderd personen van Koerdische afkomst mee.

Van de acht aanhoudingen waren er vier voor samenscholing, drie voor illegaal vuurwerk en één voor opruiing. Naast deze arrestaties hebben er geen incidenten plaatsgevonden, zegt een woordvoerder van de politie.

De honderden demonstranten verzamelden zich in de middag op Plein 1940 en liepen vervolgens door het centrum. Volgens de woordvoerder was de sfeer tijdens de protestmars rustig.

Bij de demonstratie waren veel agenten en ook leden van de Mobiele Eenheid (ME) aanwezig. De politie liet eerder al weten dat dit niets te maken had met een eerdere Koerdische demonstratie in Rotterdam.

Het protest van 16 oktober liep flink uit de hand nadat tegendemonstranten onaangekondigd kwamen opdagen. Bij de ongeregeldheden raakten enkele agenten gewond. Er werden uiteindelijk 23 mensen aangehouden. Een aantal van hen had een wapen bij zich.

De #demonstratie van Koerden in Rotterdam bij #plein1940 is afgelopen. In totaal zijn 8 mensen aangehouden: 1 voor opruiing, 3 voor illegaal vuurwerk en 4 voor samenscholing.

Avatar

 Auteur

Politie_Rdam

Turkije creëert ‘veilige zone’ in Syrië

De Turkse autoriteiten creëren momenteel een zogenoemde ‘veilige zone’ in het noordoosten van Syrië. Om die reden viel het leger van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan begin vorige maand het buurland binnen.

Het doel van het leger was de regio ontdoen van de Koerdische YPG-militanten, die de door de Verenigde Staten gesteunde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) leiden. Deze Koerden worden door Erdogan gezien als een verlengstuk van de PKK.

Nadat er honderden doden waren gevallen door het Turks offensief, maakten de VS en Turkije afspraken over een tijdelijke wapenstilstand. Erdogan beloofde de aanvallen definitief te stoppen als de YPG het gebied verlaat. De Koerden zijn daar vanwege de vele doden mee akkoord gegaan.

Zie ook: Dit betekent de inval in Syrië voor Erdogans imago in Turkije

Lees meer over: Rotterdam  Binnenland

Protest van honderden Koerden in Rotterdam: Hitlerbord in beslag genomen

NOS 02.11.2019 In de binnenstad van Rotterdam hebben Koerden opnieuw een demonstratie gehouden tegen de Turkse inval, vorige maand, in het noorden van Syrië. Zo’n vijfhonderd mensen hadden zich rond 14.00 uur verzameld op het Plein 1940 voor een optocht door het centrum.

De demonstratie begon een half uurtje later, omdat de politie vanwege de veiligheid niet wilde dat de actievoerders verzwaarde stokken meenamen om hun geel-groen-rode vlaggen omhoog te houden. De Koerden waren daar boos over en uiteindelijk werd besloten dat ze alleen pvc-buizen als vlaggenstok mochten meenemen. Houten stokken en holle stokken verzwaard met zand werden in beslag genomen.

De politie nam ook protestborden in beslag, onder meer een bord waarop Adolf Hitler en de Turkse president Erdogan stonden. Borden met een beledigende boodschap zijn ook niet toegestaan.

Het in beslag genomen bord met afbeeldingen van Hitler en de Turkse president NOS

Om de demonstratie in goede banen te leiden was er veel politie op de been, ook agenten te paard, arrestatieteams en de Mobiele Eenheid. Half oktober liep een demonstratie van Koerden in Rotterdam uit de hand, toen zij geconfronteerd werden met een groep Turkse tegendemonstranten.

Enkele agenten raakten toen gewond en 23 mensen werden aangehouden, zowel Koerden als Turken. Vanmiddag werd een persoon aangehouden, voor opruiing. Verder verliep het protest rustig.

De Koerden zijn kwaad omdat het gebied dat de Turken zijn binnengevallen, behoorde tot een autonome Koerdische regio. Door de Turkse militaire operatie in Noord-Syrië zijn meer dan tweehonderd burgers omgekomen en 300.000 mensen op de vlucht geslagen.

Bekijk ook;

Koerden bij de demonstratie op Plein 1940 in Rotterdam. Ⓒ Media-TV

Demonstratie Koerden in Rotterdam rustig verlopen

Telegraaf 02.11.2019 De demonstratie van honderden Koerden tegen de Turkse invasie in het Noorden van Syrië in het centrum van Rotterdam is rustig verlopen. Onder toezicht van veel politie vonden geen grote incidenten plaats. In totaal werden acht mensen opgepakt, onder wie een man vanwege opruiing. Hij stond met een Turkse vlag tussen de Koerdische actievoerders.

De protestactie begon op Plein 1940. Daar was even een fikse discussie tussen de politie en demonstranten omdat agenten stokken in beslag hadden genomen. Daar waren demonstranten het niet mee eens en er werd gescandeerd dat de politie de demonstratie belemmerde. Uiteindelijk werd besloten dat de actievoerders alleen pvc-buizen als vlaggenstok mochten gebruiken, zwaardere stokken werden wel in beslag genomen.

Daarna ging de groep lopen via de Posthoornstraat naar de Boompjes en via de Schiedamse Vest terug naar Plein 1940.

 

Er was veel politie op de been nadat een eerdere demonstratie halverwege oktober in het centrum van Rotterdam uit de hand liep. Daar gingen Koerden en Turken met elkaar op de vuist bij een demonstratie bij Rotterdam Centraal Station. Er werden toen 23 mensen opgepakt die verdacht werden van openlijk geweld, mishandeling, vernieling en belediging. Ook werden er meerdere wapens in beslag genomen, zoals boksbeugels, een ploertendoder en schroevendraaiers. Door het demonstratiegeweld raakten drie agenten gewond.

Bekijk meer van; politiek demonstratie Ahmed Aboutaleb Rotterdam

Koerden demonstreren tegen de Turkse militaire operatie in Noord-Syrie. Ze verzamelden op Plein 1940 en liepen vervolgens door het centrum. De betogers hadden vlaggen en protestborden bij zich © ANP

Acht aanhoudingen bij betoging Koerden Rotterdam

AD 02.11.2019 Bij een demonstratie van Koerden in de Rotterdamse binnenstad zijn zaterdag acht mensen aangehouden. Dat liet de politie weten na afloop van de betoging. Een werd aangehouden voor opruiing, drie wegens het bezit van illegaal vuurwerk en vier omdat ze zich buiten het aangewezen vak begaven. Vier van de arrestanten zijn heengezonden, de andere vier komen in de loop van de avond vrij, aldus een woordvoerster van de politie.

De demonstratie was gericht tegen de Turkse inval, vorige maand, in het noorden van Syrië. Dat gebied was een autonome Koerdische regio. Door de militaire operatie zijn meer dan tweehonderd burgers omgekomen en 300.000 mensen op de vlucht geslagen.

Er was zaterdag tegelijkertijd een tegendemonstratie. De twee groepen demonstranten konden elkaar wel zien, maar het terrein was zo ingericht dat een confrontatie niet mogelijk was. Volgens de politie waren er in totaal ongeveer vijfhonderd betogers. Afgezien van de aanhoudingen is de demonstratie rustig verlopen, aldus een woordvoerster van de politie.

Mobiele Eenheid

De demonstranten hadden zich rond 14.00 uur verzamelden op Plein 1940 in Rotterdam en trokken door het centrum. Er was veel politie op de been, met paarden, arrestatieteams en de Mobiele Eenheid (ME).

De betoging begon een halfuurtje later omdat de politie niet wilde dat de actievoerders stokken meenamen waarmee ze hun geel-groen-rode vlaggen omhoog wilden houden. Na bezwaar van de Koerden werd besloten alleen pvc-buizen als vlaggenstok toe te staan; houten stokken werden in beslag genomen, net als een bord met daarop afbeeldingen van Adolf Hitler en de Turkse president Recep Tayyip Erdogan.

Bij een eerdere demonstratie van Koerden in Rotterdam, medio oktober, werden 23 mensen aangehouden, onder wie ook tegendemonstranten.

Acht aanhoudingen tijdens demonstratie Koerden in Rotterdam

MSN 02.11.2019 Acht mensen zijn zaterdag in Rotterdam aangehouden tijdens een demonstratie van vijfhonderd Koerden tegen de Turkse inval in het noordoosten van Syrië.

Van de acht aanhoudingen waren er vier voor samenscholing, drie voor illegaal vuurwerk en één voor opruiing.

Een woordvoerder van de politie laat weten dat er, op de acht aanhoudingen na, geen incidenten hebben plaatsgevonden en dat de sfeer relatief rustig was.

Bij de demonstratie was veel politie en ME aanwezig. De politie liet eerder al weten dat dit niets te maken had met een eerdere demonstratie van Koerden in Rotterdam. Bij die demonstratie op 16 oktober werden toen 23 mensen aangehouden.

november 3, 2019 Posted by | AKP, demonstratie, Donald Trump, Erdogan, is, koerden, Poetin, President Tayyip Recep Erdogan, syrie, Tayyip Recep Erdogan, terreur, terrorisme, turkije | , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Demonstratie Koerden in Rotterdam 02.11.2019 tegen Turkse inval Syrië – terugblik

Verhoogde dreiging aanslagen door extremisme – deel 15

Aanslag Straatsburg

Dinsdagavond 11.12.2018 werd de kerstmarkt van Straatsburg opgeschrikt door een schietpartij. Een schutter opende het vuur op bezoekers in de Franse stad. Daardoor kwamen twee mensen om het leven. Eén persoon is hersendood verklaard.

De vader van de dader van de aanslag op de kerstmarkt in Straatsburg zegt dat zijn zoon aanhanger was van de ideeën van Islamitische Staat. De man werd net als andere familieleden door de politie verhoord, maar sprak vlak na zijn vrijlating met de Franse televisiezender France 2.

In het interview zegt hij dat hij zelf naar de politie is gestapt toen hij doorhad dat zijn zoon diegene was die door de politie werd gezocht. De 29-jarige Cherif Chekatt schoot tijdens de kerstmarkt in Straatsburg dinsdag vier mensen dood. Hij werd twee dagen later na een klopjacht door de politie doodgeschoten.

Het Openbaar Ministerie heeft dat bekendgemaakt, op de dag dat de kerstmarkt in de Franse stad voor het eerst sinds de aanslag weer is opengegaan.

AD 13.12.2018

‘Bravo’

De Franse veiligheidsdiensten hebben alles op alles gezet om de ‘kerstmarktschutter’ te vinden. Meer dan 700 agenten zijn vrij gemaakt om de dader op te sporen. Volgens de Franse krant Le Figaro kregen de agenten na het neerschieten van – vermoedelijk – Chekatt een applaus op straat. ‘Bravo’, zouden toeschouwers hebben geroepen.

In dezelfde Straatsburgse wijk voerde de politie een grote ‘verificatieoperatie’ uit waarbij zwaarbewapende en door schilden beschermde politieagenten zich groepsgewijs verplaatsten en huizen binnengingen. De politieactie was onderdeel van de klopjacht op Chérif Chekatt. 

Meer:

Marechaussee ’extra alert’ bij grens Telegraaf 12.12.2018

Duitsland vreest kerstmarktkiller: extra grensbewaking Telegraaf 12.12.2018

Kerstmarktschutter Chekatt (29) heeft behoorlijk strafblad Telegraaf 12.12.2018

Dit is wat we weten over de aanslag in Straatsburg  NU 12.12.2018

Dit weten we tot nu van de aanslag en de dader Telegraaf 12.12.2018

Klopjacht op dader Straatsburg, man was bekend bij politie en justitie NOS 12.12.2018.

Schutter Straatsburg raakte gewond bij vuurgevecht met veiligheidsdiensten NU 12.12.2018

Straatsburg opgeschrikt door dodelijke aanslag nabij kerstmarkt NU 12.12.2018

Dodental schietpartij Straatsburg op vier, zoektocht naar dader nog gaande NU 11.12.2018

Schietpartij Straatsburg terroristische daad Telegraaf 11.12.2018

Drie doden bij aanslag Straatsburg, dader nog op de vlucht NOS 11.12.2018

Naar aanleiding van de aanslag Straatsburg past NCTV het dreigingsniveau niet aan

Eerder op de dag liet de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) weten geen aanleiding te zien om het dreigingsniveau in Nederland te verhogen. Als daarvoor aanleiding is, worden extra veiligheidsmaatregelen genomen bij grotere evenementen rond kerst en de jaarwisseling.

AD 15.12.2018

Het huidige dreigingsniveau in Nederland is ’substantieel’ (4, op een schaal van 5).

De grootste kerstevenementen van Nederland nemen allemaal “zichtbare en onzichtbare” maatregelen tegen een eventuele aanslag zoals dinsdag 11.12.2018  op de kerstmarkt in het Franse Straatsburg.

Telegraaf 27.02.2019

Sinds de aanslag op een kerstmarkt in Berlijn in 2016 staan al overal strategisch geplaatste wegversperringen en er gelden afsluitingen. Vrijwel elk kerstfestijn heeft een eigen veiligheidsplan, maar over de inhoud daarvan willen organisaties en gemeenten als Maastricht en Dordrecht niets zeggen.

Meer ellende

De arrestaties in Rotterdam, naar aanleiding van een terreurdreiging, geven aan dat de opsporingsdiensten scherp zijn. Dat zegt burgemeester Aboutaleb naar aanleiding van de aanhouding van vier terreurverdachten in Rotterdam en een vijfde in Duitsland. Volgens Aboutaleb was er sprake van een ‘concrete terreurdreiging’.

AD 31.12.2018

,,We hebben in Rotterdam onze antenne goed afgesteld. Je schrikt natuurlijk altijd, zeker zo kort op oud en nieuw. Je denkt toch, daar gaan we weer. Maar we zijn erg scherp en alert op mogelijke terreurdreiging’’, aldus de burgemeester vanavond in Rotterdam.

De Nederlandse politie wil niet zeggen waar de arrestatie plaatsvond. Volgens Duitse media zou het gaan om een 26-jarige Syriër die in de Duitse stad Mainz is aangehouden.

De groep wordt verdacht van betrokkenheid bij het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Meteen na de arrestaties in de ochtend werden de locaties waar de aanhoudingen waren, doorzocht. Vier aangehouden mannen zijn tussen de 20 en 30 jaar oud en komen uit niet-westerse landen. Over de vijfde is verder niets bekend.

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb zei tegen de NOS het ,,vervelend” te vinden ,,dat we hebben moeten ingrijpen en dat er dus kennelijk mensen met dit soort verkeerde ideeën rondlopen”. Volgens de burgemeester is er op dit moment geen aanleiding om de veiligheidsmaatregelen rondom de oud-en-nieuwviering te verzwaren.

Het onderzoek gaat de komende dagen door, meldde de politie. ,,Waarbij het accent ligt op nader onderzoek van de aard en omvang van de terroristische dreiging.”

’Ik weet van niks’

De vrouw van één van de terreurverdachten zegt niet te weten waarom haar man is opgepakt. „We lagen allemaal te slapen toen vanochtend vroeg ineens politie met veel tamtam binnenstormde. Mijn man werd uit bed gehaald en meegenomen. Ik weet niet waarom.”

Lees hier haar uitgebreide reactie en die van de buren:

Bekijk ook:

Vrouw opgepakte terreurverdachte: ’Ik weet van niks’

Reeks arrestaties

Het is niet de eerste keer dat er terreurverdachten zijn opgepakt in de regio Rotterdam. de arrestaties passen dan ook in een lange reeks:

Bekijk ook:

Rotterdam broeinest terreurverdachten

Voor de mannen en vrouwen die terreuraanslagen moeten voorkomen in Nederland, kunnen dan ook tevreden zijn. Ze boeken dit jaar succes op succes. De AIVD en de inlichtingendiensten van de politie hebben inmiddels een aardig scorelijstje en nauwelijks tegendoelpunten.

Lees hier meer in een analyse over de AIVD:

Bekijk ook:

Goed bezig, AIVD

Kerstavond

Eerder werden ook al in Rotterdam terreurverdachten aangehouden. In juni werden twee mannen opgepakt na een tip van de AIVD. Het OM was ervan overtuigd dat dat zij van plan waren op korte termijn een aanslag te plegen en daarbij veel slachtoffers te maken.

Van de zeven die in september zijn opgepakt, woonde er één in de Maasstad en één in Vlaardingen. Op Kerstavond vorig jaar werden in Rotterdam vier verdachten aangehouden. Twee van hen zitten nog vast.

Bekijk ook

OM: terroristische aanslag Nederland voorkomen, zeven mannen aangehouden

OM: terrorismeverdachten Rotterdam wilden op korte termijn aanslag plegen

Vier terrorisme-verdachten aangehouden op Kerstavond in Rotterdam

Zie verder ook: Verhoogde dreiging aanslagen door extremisme – deel 14

Zie van ook nog: Verhoogde dreiging geweldsincidenten rond de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017

En nog verder; 

Krijgt extreemrechts voet aan de grond in Nederland?

NU 08.08.2019 De dader van de aanslag in de Amerikaanse grensstad El Paso schreef waarschijnlijk een manifest waarin hij de omstreden samenzweringstheorie van ‘omvolking’ van de witte bevolking als motivatie gebruikte voor de terroristische daad. Ook in Nederland krijgt deze omvolkingstheorie voet aan de grond.

Nog geen half uur voordat Patrick Crusius het vuur opende in El Paso en een bloedbad aanrichtte waarbij 22 mensen om het leven kwamen, verscheen op het extreemrechtse forum 8chan een racistisch manifest, vermoedelijk van de hand van de 21-jarige witte man.

Crusius spreekt over een “invasie” van Latino’s en verwijst naar The Great Replacement, een extreemrechtse samenzweringstheorie. Aanhangers van deze theorie stellen dat de witte bevolking dreigt te worden vervangen door immigranten.

‘Rechts-extremisme overschrijdt landsgrenzen’

Volgens Bart Schuurman, terrorismedeskundige van de Universiteit Leiden, is dit gedachtegoed niet een uniek Amerikaans probleem. “Voorheen was rechts-extremisme meer nationalistisch van aard; gericht op het geloof in de superioriteit van een specifiek land en diens inwoners”, aldus Schuurman. “Nu overschrijdt rechts-extremisme de landsgrenzen en gaat het om het beschermen van ‘de witte mens’ of ‘het Westen’ tegen ‘het vreemde’. Dat zijn moslims, immigranten en ook Joden.”

De terrorismedeskundige verwijst naar de aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch waarbij 51 moslims werden gedood en de Noorse extreemrechtse terrorist Anders Breivik die in 2011 77 dodelijke slachtoffers maakte. Onlangs werd de Duitse politicus Walter Lübcke vermoord en de Duitse justitie gaat uit van een extreemrechts motief.

“Deze aanslagen mogen we niet als een serie geïsoleerde incidenten zien, ze hangen met elkaar samen”, aldus Schuurman. The New York Times maakte een overzicht van extreemrechtse aanslagen vanaf 2011 waarin de aanslagplegers op verschillende manieren naar elkaar verwijzen.

Extreemrechts in Nederland van beperkte omvang

Ook in Nederland vindt het extreemrechtse gedachtegoed weerklank, maar zeker de gewelddadige vorm is van beperkte omvang, stelt Schuurman. “In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn de problemen groter. Daar heeft het lang niet de aandacht gehad die het had moeten hebben, net als in de VS.”

Hoewel de rechter in 2016 celstraffen oplegde voor een terroristische aanslag op een moskee in Enschede, stelt Schuurman dat Nederland geen probleem met extreemrechts terrorisme heeft. “De aanslag lijkt een incident geweest te zijn, maar we moeten scherp blijven. Het heeft de aandacht van onder andere de AIVD en ik heb het idee dat zij er goed op zitten.”

De AIVD wil geen uitspraken doen over hoe groot extreemrechts in Nederland is. Een woordvoerder laat wel weten dat er sprake is van verschillende harde kernen met sympathisanten van wisselende omvang. Over de grootte van de groepen doet de AIVD dan ook geen uitspraken. “We willen mensen niet wijzer maken over wat we wel en niet weten”, aldus een woordvoerder.

AIVD ziet lichte opleving, zorgen over agressieve toon

Binnen terrorismebestrijding gaat de meeste aandacht van de AIVD nog altijd uit naar jihadistisch terrorisme. Volgens de inlichtingendienst is concrete geweldsdreiging vanuit rechts-extremisten in Nederland beperkt, maar de AIVD ziet sinds 2014 een lichte opleving van extreemrechts die samenhangt met de opkomst van IS en de daaropvolgende vluchtelingenstroom, staat in een AIVD-rapport over rechts-extremisme.

Hoewel gewelddadigheden van rechts-extremisten zeldzaam zijn, maakt de AIVD zich wel zorgen om “een steeds agressievere en meer opruiende” toon. De dienst ziet bij deze extremisten een “grote fascinatie voor vuurwapens”.

Dit betekent niet per definitie dat zij daadwerkelijk geweld gaan gebruiken. “Maar deze ontwikkelingen en de groeiende groep (kwetsbare) personen die in aanraking komt met gewelddadig rechts-extremistisch gedachtegoed baren wel zorgen”, schrijft de AIVD.

“Ze creëren namelijk een klimaat waarin het risico dat (snel radicaliserende) rechts-extremistische eenlingen of kleine groepen geweld zullen inzetten om een statement te maken, groter is dan in het verleden.”

Ook in Nederland is sprake van een verschuiving in het rechts-extremistisch gedachtegoed van neonazistisch, fascistisch en antisemitisch naar een anti-islamitisch gedachtegoed. “Daarbij wordt nauwelijks onderscheid gemaakt tussen anti-islam- en antimigratieretoriek. Migranten zijn moslims, zo lijkt de redenatie”, schrijft de AIVD.

Daarnaast zijn er zorgen over het uit de VS overgewaaide alt-right-gedachtegoed. Dit gedachtegoed is gestoeld op de ‘rassenleer’. Aanhangers zijn tegen de ‘rassenvermenging’ en streven een homogene witte ‘etnostaat’ na.

Het doel, zo schrijft de AIVD, is dat er een “culturele omwenteling plaatsvindt naar een maatschappij waarin racisme normaal is”. “Dit om uiteindelijk de weg vrij te maken voor een politiek bestel dat alleen de grondrechten van de blanke burger waarborgt.”

‘PVV en FVD verspreiden omvolkingstheorie’

In de politiek is de omvolkingstheorie te horen bij de radicaal-rechtse PVV en FVD.

Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, uitgevoerd in opdracht van de Anne Frank Stichting, blijkt dat de partijen van Geert Wilders en Thierry Baudet de samenzweringstheorie dat de Nederlandse bevolking wordt ‘omgevolkt’ verspreiden.

De PVV-leider verspreidt geregeld video’s waarin hij waarschuwt voor “invasies” uit Afrika en islamitische landen.

Baudet sprak eerder over de “homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking met alle volkeren van de wereld” en zei dat hij wil dat Europa “dominant blank” blijft.

De FVD-leider verspreidde onlangs nog een video van een extreemrechtse en openlijk antisemitische website. Het filmpje is van de Oostenrijkse rechts-extremistische Identitäre Bewegung (IB) die de samenzweringstheorie van ‘omvolking’ aanhangt.

‘Xenofobie en angstbeelden in politiek debat’

In een in juni verschenen rapport van European Commission against Racism and Intolerance (ECRI) uitten onafhankelijke onderzoekers hun zorgen over het publieke debat in Nederland dat sterk wordt beïnvloed door “xenofobie” en “angstbeelden” die verspreid worden door PVV en FVD.

De ECRI constateert dat andere partijen “wij-zij-tegenstellingen” hebben overgenomen in hun uitlatingen en onderscheid maken tussen “de gewone Nederlander” en Nederlanders met een migratieachtergrond.

Zo verwijzen de onderzoekers naar uitlatingen van premier Mark Rutte (VVD) in 2017. Hij riep vluchtelingen en Nederlanders met een migratieachtergrond die “moeite hebben met ons land” op om de afweging te maken of zij nog in Nederland willen blijven.

Ook wijst de ECRI op uitlatingen van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD), die vorige zomer stelde dat hij geen multiculturele samenlevingen kent die vreedzaam zijn en dat het genetisch bepaald is dat de mens zich niet aan “onbekende mensen” bindt.

Hoe de aanhangers van de verschillende politieke partijen denken over de omvolkingstheorie en in hoeverre zij extreemrechts gedachtegoed aanhangen, is niet duidelijk. Daar is onvoldoende wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.

Lees meer over: Politiek

AIVD waarschuwt voor toenemende invloed radicale predikers in onderwijs

NOS 02.04.2019 De AIVD waarschuwt in zijn jaarverslag voor radicale invloeden in het onderwijs. De inlichtingendienst schrijft dat “radicaalislamitische aanjagers” een steeds nadrukkelijker rol spelen in het onderwijsaanbod voor jonge moslims. Op de langere termijn kan dat de democratische rechtsorde ondergraven, aldus de AIVD.

De dienst noemt naschoolse lessen in Arabisch en de islam als voorbeelden, “op het eerste oog laagdrempelig en onschuldig”. “Wij zijn echter van mening dat kinderen en jongvolwassenen door deze invulling van het onderwijs vervreemden van de samenleving en mogelijk belemmerd worden in hun deelname aan de maatschappij. Dit wordt veroorzaakt door de onverdraagzame en antidemocratische denkbeelden van de initiatiefnemers.”

De AIVD zegt dat er “een nieuwe generatie welbespraakte predikers” is opgeleid. Een deel van deze groep staat niet per se afwijzend tegenover het (gewelddadige) jihadistisch gedachtegoed.

Terroristisch geweld

Nederland beleefde vorig jaar een toename van het aantal incidenten met een terroristische of jihadistische achtergrond. Zo kreeg ons land voor het eerst sinds de moord op Theo van Gogh in 2004 te maken met terroristisch geweld.

In de jaren voor 2018 waren er vooral terroristische incidenten in de landen om ons heen, maar dat is veranderd. In mei stak een Syrische man in Den Haag drie mensen neer en in augustus vond op station Amsterdam Centraal een steekpartij plaats waarbij een Afghaan twee Amerikaanse toeristen ernstig verwondde.

In september werd een netwerk van zeven jihadisten opgerold. Zij waren van plan een aanslag te plegen op een evenement om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. In totaal zouden in Nederland circa 500 jihadisten actief zijn, plus enkele duizenden sympathisanten.

Spionage

De AIVD maakt zich ook zorgen over digitale spionage. Onder meer China, Iran en Rusland hebben het op Nederland gemunt. Daarbij richten zij zich niet alleen op politiek gevoelige informatie, bijvoorbeeld over het MH17-onderzoek of over de NAVO, maar ook op informatie van Nederlandse bedrijven, om hun eigen bedrijven vooruit te helpen. Volgens de AIVD zijn Nederlandse bedrijven onvoldoende voorbereid op dat soort aanvallen en dat “vormt een risico voor de economische veiligheid van ons land”.

Infrastructuur

Hacks op belangrijke voorzieningen zoals drinkwater en elektriciteit zijn ook een risico, al ziet de AIVD vooralsnog geen landen die dat soort aanvallen daadwerkelijk in Nederland proberen uit te voeren. Wel proberen sommige landen in de systemen te komen. Ook is er een risico als bijvoorbeeld de energievoorziening in een buurland wordt gesaboteerd, omdat dat ook gevolgen voor Nederland kan hebben.

De AIVD neemt in het jaarverslag ook stelling tegen het contracteren van Chinese bedrijven voor de ICT-infrastructuur: “De AIVD vindt het onwenselijk dat Nederland voor de uitwisseling van gevoelige informatie of voor vitale processen afhankelijk is van de hard- en software van bedrijven uit landen waarvan is vastgesteld dat ze een offensief cyberprogramma tegen Nederlandse belangen voeren”.

WIV

De AIVD schrijft dat de nieuwe inlichtingenwet, die vorig jaar inging, zijn werk “blijvend” heeft veranderd. Nieuwe waarborgen zorgen ervoor dat de dienst beter moet nadenken over de gevolgen voor de privacy van burgers. Eerder oordeelden toezichthouders dat dat nog niet goed genoeg gebeurde. De AIVD belooft beterschap en zegt daar dit jaar aan te willen werken. Overigens heeft de dienst in 2018 nog geen gebruik kunnen maken van de techniek voor onderzoeksgerichte interceptie omdat de technische voorbereidingen langer duurden dan verwacht.

Zorgen Kamer over radicaal moslimonderwijs

AD 02.04.2019 In de Tweede Kamer zijn grote zorgen over radicaal islamisme bij naschoolse Arabische lessen. Volgens de geheime dienst AIVD gebruiken radicale moslims het onderwijs om hun boodschap onder jongeren te verspreiden.

Op aandringen van oppositiepartij SGP komt er een debat met verantwoordelijk minister Wouter Koolmees, waar ook minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) aan zou moeten meedoen. Kamerlid Jan Paternotte van regeringspartij D66 noemt de AIVD-melding ‘weer een onacceptabel voorbeeld waarbij onze vrijheden worden misbruikt om kinderen antidemocratisch gedachtegoed op te dringen’. En Jasper van Dijk van oppositiepartij SP benadrukt dat ‘scholen er niet zijn om haat te prediken’.

Volgens de AIVD weten extremisten zich ,,sterk te positioneren binnen het aanbod van het onderwijs voor jonge moslims’’. Concrete voorbeelden geeft de dienst niet

‘Salafisten steeds sterker in Nederland’

Telegraaf 26.02.2019 Tientallen salafistische prekers haat en onverdraagzaamheid in Nederland. Verslaggever Silvan Schoonhoven vertelt over het nieuwe ‘Dreigingsbeeld’ van terreurbestrijder NCTV.

Roadblocks in Tilburg, op Koningsdag 2017. De betonblokken moeten voorkomen dat zware voertuigen inrijden op publiek ANP

NCTV: aanslaggevaar in Nederland is nog niet geweken

Vanwege onder meer de arrestatie van de ’27 september-cel’ blijft het dreigingsniveau reëel.

NOS 26.02.2019 Er zijn nog steeds jihadisten die plannen maken om een aanslag in Nederland te plegen. Dat schrijft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in het nieuwste Dreigingsbeeld Terrorisme.

De dreiging blijkt onder meer uit de arrestatie van zeven mannen op 27 september vorig jaar, waarmee mogelijk een aanslag werd voorkomen. Het dreigingsniveau blijft staan op 4 (op een schaal van 5); de kans op een aanslag in Nederland blijft reëel.

Pieter-Jaap Aalbersberg van de NCTV noemt drie redenen waarom de kans op een aanslag in Nederland reëel blijft:

Video afspelen

Drie redenen waarom het dreigingsniveau reëel blijft

De 27 september-cel, zoals de NCTV de groep noemt, laat zien dat de jihadistische strijd ook na de val van het IS-kalifaat doorgaat, maar nu onder meer in Nederland.

Ambitieus aanvalsplan

Leden van de groep hadden wel contact met andere jihadisten in binnen- en buitenland, maar opereerden voor zover bekend op zichzelf en hadden hun plannen niet gedeeld buiten de groep. “Opvallend is de omvang van de cel. Een terroristische homegrowncel van deze omvang met een ambitieus aanvalsplan is in Nederland sinds 2006 niet voorgekomen”, staat in het Dreigingsbeeld van de NCTV, een instituut dat sinds 1 februari onder leiding staat van Pieter-Jaap Aalbersberg.

De Nederlandse jihadistische beweging bestaat uit ruim 500 mensen en enkele duizenden sympathisanten. Daarnaast bevinden zich nog ongeveer 135 Nederlandse strijders in Syrië. De groep jihadisten groeit nauwelijks meer. Er wordt weliswaar een lichte aanwas van jongeren gezien, maar er zijn ook mensen die zich ervan afkeren.

De NCTV noemt de jihadisten “intrinsiek geweldsbereid”, maar dat betekent niet dat alle jihadisten gewelddadig zijn of aanslagen voorbereiden. “Een deel is bereid geweld te gebruiken. Dat baart ons zorgen en maakt dat de politiediensten, de AIVD en het Openbaar Ministerie alert moeten zijn en blijven”, zei Aalbersberg.

Salafistische zuil

De NCTV wijst op de groei van het salafisme, een orthodoxe stroming binnen de islam. “Nederland kent tientallen salafistische ‘aanjagers’ die off- en online onverdraagzaamheid, intolerantie of haat prediken en daarmee uiteindelijk kunnen aanzetten tot radicalisering en extremisme.” Sommige van deze ‘aanjagers’ vergoelijken geweld en dragen bij aan een klimaat waarbinnen jihadistische opvattingen kunnen bloeien.

Daarnaast zouden zij in Nederland streven naar de oprichting van een sterke salafistische zuil: “Door kadertraining probeert men moslimjongeren op te leiden tot leiderschap, om zo op lange termijn sleutelposities in de Nederlandse samenleving in te kunnen gaan nemen.”

Het salafisme groeit mede door de polarisatie met rechts-extremistische kringen die salafisme aangrijpen om angst voor de islam aan te wakkeren. “Op hun beurt verwijzen salafistische voormannen voortdurend naar islamofobe narratieven om hun eigen boodschap kracht bij te zetten”, aldus de NCTV.

Uitreizigers, de cijfers per 26-2-2019

– in totaal zijn zo’n 300 Nederlandse mannen en vrouwen uitgereisd

– van hen zijn er 55 teruggekeerd en 85 overleden

– circa 135 mensen met jihadistische bedoelingen verblijven in Syrië. Van hen zijn er ongeveer 15 in Koerdische vluchtelingenkampen of detentie, 85 bij IS en ongeveer 30 bij al-Qaida-groepen. 5 mensen verblijven elders in Syrië

– 20 mensen met jihadistische bedoelingen verblijven in Turkije

Kinderen (0-18 jaar)

– er zijn ten minste 200 kinderen van jihadisten met een Nederlandse link in Syrië of Irak

– 170 van hen bevinden zich in Syrië, van wie ongeveer 95 bij IS, 50 bij Al Qaida en ten minste 25 in Koerdische vluchtelingenkampen. Driekwart van de kinderen is geboren in het strijdgebied

– 30 kinderen verblijven in Turkije

De NCTV merkt op dat er internationaal steeds vaker geopperd wordt om kinderen uit het strijdgebied in Syrië en Irak terug te halen, zelfs als ze daardoor gescheiden worden van hun ouders. Maar Nederland houdt vast aan een eigen standpunt: “Indien individuele EU-lidstaten besluiten over te gaan tot repatriëring, hoeft dit niet automatisch te betekenen dat Nederland moet volgen, omdat de individuele lidstaten eigen beleid kunnen hanteren.”

De NCTV blijft van mening dat van jihadistische vrouwen een reële dreiging uitgaat, omdat zij de strijd mede hebben gefaciliteerd. Aalbersberg: “In alle gevallen zijn terugkeerders de komende jaren een potentieel risico voor onze nationale veiligheid. We zullen ze langdurig in de gaten moeten houden, want het gaat om mensen die diep gemotiveerd zijn in hun ideologie.” Ze hebben volgens hem tijdens hun verblijf in oorlogsgebied bovendien traumatische gebeurtenissen meegemaakt.

Chemische wapens

In West-Europa zijn afgelopen jaar zes aanslagen gepleegd, veel minder dan de bijna twintig aanslagen in 2017. Er vielen ook weinig doden, meestal bleef het bij gewonden. De aanslag op de kerstmarkt in Straatsburg was in dat opzicht een uitzondering. De NCTV wijst op een toegenomen belangstelling voor het gebruik van chemische en biologische middelen als wapen. Zo werd in Duitsland iemand betrapt die ricine maakte. Maar omdat het ingewikkeld is om daarmee een aanslag te plegen, is de dreiging nog niet erg effectief.

De NCTV waarschuwt opnieuw voor het gebruik van drones door jihadisten. Er zijn weliswaar geen concrete plannen bekend, maar de gebeurtenissen rond vliegveld Gatwick, eind vorig jaar, lieten zien hoe kwetsbaar de samenleving is op dit gebied: het bleek eenvoudig om het vliegverkeer met een drone lam te leggen, omdat de politie grote moeite had om de bedoelingen van de dronebestuurder te doorgronden.

Bekijk ook;

‘Infiltratie in terreurgroep was sublieme operatie die wel ver ging’

Politie-infiltranten in een terreurcel: ‘Je moet risico’s nemen’

Onderzoek: ‘Salafisten passen zich meer aan in Nederlandse samenleving’

NU 12.02.2019 Aanhangers van een orthodoxe islam (salafisten) passen zich steeds meer aan de Nederlandse samenleving aan, staat in een studie die het Verwey-Jonker Instituut en de Universteit Leiden uitvoerden in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken.

De motieven van de naar schatting enkele tienduizenden salafisten in Nederland daarvoor lopen uiteen, maar voorop staat wel dat ze hun eigen religieuze levenswijze kunnen behouden binnen de Nederlandse samenleving.

Het onderzoek over de periode 2004-2018 constateert dat salafisten de Nederlandse samenleving over het algemeen niet afwijzen en ook geen ingrijpende veranderingen nastreven.

Ook neemt de diversiteit onder salafisten toe en zijn ze ideologisch enorm verdeeld. Ze kunnen soms wel een noodzaak voelen zich af te zetten tegen de Nederlandse samenleving die hen zou afwijzen. Dat gebeurt veelal verbaal en schriftelijk, met grootspraak in demonstraties en op sociale media, aldus het rapport.

Steeds meer aanpassingen sinds 2009

Sinds 2009 is sprake van een toenemende aanpassing van salafisten aan de samenleving. Aanpassing vereist volgens de onderzoekers van salafistische zijde extra inspanning omdat de Nederlandse samenleving niet als verwelkomend wordt ervaren.

De aanpassingen zijn vooral van politiek-juridische aard. “Gedragingen dienen plaats te vinden binnen de kaders van de wet en overeenkomstig de normen van de democratische rechtsorde”, klinkt de omschrijving hiervan in het rapport.

Er zijn veel minder aanpassingen van religieus-culturele aard. Salafisten houden volgens de onderzoekers vast aan opvattingen en gedragingen die passen bij de eigen religieuze levensstijl.

Negatief beeld onvolledig en soms onjuist

Volgens de onderzoekers is het beeld dat salafisme een negatieve en gevaarlijke beweging is, onvolledig en soms zelfs onjuist. Wel blijkt dat er nog steeds “staatsgevaarlijke individuen zijn die hun opvattingen rechtvaardigen met een salafistisch-georiënteerd gedachtegoed”.

Vooral jong volwassen moslims vinden het salafisme aantrekkelijk, omdat het hun duidelijkheid biedt. De predikers geven antwoord op veel vragen, zoals over hun positie in een niet altijd vriendelijke samenleving. Ook ervaren ze een onderlinge verbondenheid.

Lees meer over: Religie   Islam   Binnenland

Onderzoekers: negatief beeld salafisme onvolledig en soms onjuist

De groep van enkele tienduizenden salafisten die in Nederland wonen, is divers en kan niet worden weggezet als één gevaarlijke beweging.

NOS 12.02.2019 Het beeld dat salafisten in Nederland een beweging vormen die gevaarlijk is voor de samenleving, klopt niet. Dat blijkt uit onderzoek van het Verweij-Jonker Instituut en de Universiteit Leiden in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken.

Naar schatting wonen in Nederland tienduizenden salafisten, moslims die de fundamentalistische variant van de islam aanhangen. Uit onderzoek over de periode 2004 tot 2018 blijkt dat die groep divers is. Onderling zijn er veel ideologische verschillen.

Het salafisme kan daarom niet worden weggezet als één gevaarlijke beweging. Wel zijn er nog steeds “staatsgevaarlijke individuen die hun opvattingen rechtvaardigen met een salafistisch georiënteerd gedachtengoed”, zeggen de onderzoekers.

Salafisten passen zich aan

In het rapport staat verder dat orthodoxe moslims zich steeds meer aanpassen aan de Nederlandse samenleving. “Salafisten wijzen de Nederlandse samenleving over het algemeen niet af en streven evenmin diep ingrijpende veranderingen na.” Ze willen wel hun religieuze levenswijze behouden.

Arabist Jan Jaap de Ruiter van de Tilburg University is het niet helemaal eens met die stelling. Hij werkte niet mee aan het onderzoek en noemt het rapport verder genuanceerd.

De Ruiter stelt dat salafisten zich vooral pragmatisch opstellen. “Ze zijn nog steeds voor de sharia-wetgeving, maar beseffen dat ze in een maatschappij leven die daar anders over denkt. Er is sprake van een zekere vorm van gewenning. Maar in het Midden-Oosten is het nog steeds een stroming waar veel geweld uit voorkomt.”

Omstreden proefschrift

Uit het rapport van het Verweij-Jonker Instituut komt een heel ander beeld naar voren dan uit het proefschrift van een onderzoeker van de Tilburg University. Hij bezocht drie jaar lang religieuze bijeenkomsten en concludeerde dat een groeiende groep salafisten de Nederlandse samenleving afwijst.

Op het proefschrift kwam veel kritiek vanuit de moslimgemeenschap, de politiek en wetenschappers. De Tilburg University begon daarop een onderzoek naar de dissertatie, omdat er veel fouten in zouden staan.

Bekijk ook;

Tilburg University onderzoekt omstreden proefschrift over salafisme

De gebroeders Kouachi gebruikten Oost-Europese kalashnikovs bij de aanslag op Charlie Hebdo (archieffoto). © AFP

Wapenspoor jihad-terroristen loopt ook naar Nederland

AD 26.12.2018 Hoe kwamen de daders van de grote terreuraanslagen van de laatste jaren aan hun wapens? Een proces in Parijs geeft enig inzicht.

Twee Belgen zijn onder de veertien verdachten die zich binnenkort voor de Parijse rechter moeten verantwoorden wegens medeplichtigheid bij de terreuraanslagen op het satirische Franse blad Charlie Hebdo en op de Joodse supermarkt Hyper Cacher, beide in januari 2015.

De terroristen die deze aanslagen pleegden – de gebroeders Said en Chérif Kouachi en Amédy Coulibaly – werden destijds doodgeschoten in een vuurgevecht met de Franse politie. De terroristen hadden toen al in totaal zestien mensen vermoord. Metin K. (48) en Michel C. (65), twee garagehouders en wapenhandelaren uit de buurt van Charleroi moeten zich nu – samen met twaalf anderen – verantwoorden voor hun rol in de bewapening van de daders.

Volgens de Vlaamse krant De Standaard geeft het aanstaande proces inzicht in hoe jihad-extremisten zich de afgelopen jaren hebben bewapend. ‘Wapenexperts beschouwen België al langer als draaischijf van de handel in illegale Oost-Europese oorlogswapens die worden gebruikt door zware criminelen en terroristen. Die theorie lijkt nu ook door de feiten bevestigd te worden’, schrijft de krant.

Gedemilitariseerd

Bij de aanslagen in en bij Parijs, op Charlie Hebdo en op de Joodse supermarkt, werden zogeheten gedemilitariseerde wapens gebruikt die legaal waren gekocht in het Oostblok. De Waalse wapenhandelaars hadden ze echter weer gebruiksklaar gemaakt.

Vast staat dat de gebroeders Coulibaly hun arsenaal ophaalden in Charleroi, maar er waren bij andere aanslagen andere toeleveranciers, aldus De Standaard. Eén spoor loopt ook naar Nederland. Want eerder dit jaar arresteerde de politie in Rotterdam een 32-jarige Fransman. Hij wordt ervan verdacht wapens te hebben geleverd aan Reda Kriket. Na de aanslagen in Brussel en Zaventem werd deze Franse terrorist in de buurt van Parijs aangehouden terwijl hij bezig zou zijn geweest een volgende aanslag voor te bereiden. Kriket was in het bezit van vijf machinegeweren, zeven pistolen en explosieven.

Joods Museum

Een rechtbanktekening van Mehdi Nemmouche © AFP

De wapens die de Frans-Algerijnse terrorist Mehdi Nemmouche in 2014 gebruikte bij de aanslag op het Joods Museum (3 doden en een zwaargewonde) komen waarschijnlijk uit het Franse Marseille. Meer daarover moet duidelijk worden wanneer Nemmouche volgende maand terecht staat voor de Brusselse rechter. Naast hem dan ook Nacer B., een jihadist en crimineel uit Marseille die verschillende wapens voor de aanslag in Brussel zou hebben geleverd.

Waar de terroristen van de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 (31 doden, 270 gewonden) en Parijs op 13 november 2015 (129 doden en 350 gewonden) hun wapens hebben gehaald, is nog niet achterhaald. De Standaard: ‘Maar als we Osama Krayem, een van de overlevende terroristen van de aanslagen in Brussel mogen geloven, komen die ook uit Nederland. Toen de Belgische politie hem daags na de aanslagen arresteerde, vertelde Krayem hoe de wapens in Nederland gekocht werden door Ibrahim El Bakraoui, een van de terroristen die zichzelf opbliezen in Zaventem.’

1 miljoen voor aanpak radicalise­ring in Den Haag

AD 20.12.2018 Voor de versterking van de aanpak van jihadistische radicalisering hebben twintig gemeenten in totaal 7 miljoen euro toegezegd gekregen. Het hoogste bedrag, ruim 1 miljoen euro, gaat naar de gemeente Den Haag, meldt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

De ministers Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken) verdelen de miljoenen over gemeenten die plannen hebben ingediend om radicalisering te voorkomen en geradicaliseerde personen aan te pakken. Na Den Haag gaan de hoogste bedragen naar Utrecht (ruim negen ton) en Rotterdam (ruim 8,5 ton).

Voor 2019 zijn de plannen vooral gericht op het vergroten van de kennis van hulpverleners en de ondersteuning van de omgeving van radicaliserende jongeren. Daarnaast ligt de focus op de opbouw van netwerken met sleutelfiguren en het versterken van de rol van onderwijs bij signalen van mogelijke radicalisering.

Gemeenten komen sinds 2016 in aanmerking voor deze zogeheten versterkingsgelden. Het is onderdeel van de brede aanpak van terrorisme door de NCTV.

Miljoen voor aanpak radicalisering in Den Haag

OmroepWest 20.12.2018 Gemeente Den Haag krijgt één miljoen euro om jihadistische radicalisering aan te pakken. Dat meldt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Er is in totaal 7 miljoen euro vrijgemaakt voor twintig gemeenten. Het hoogste bedrag gaat naar Den Haag.

De ministers Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken) verdelen de miljoenen over gemeenten die plannen hebben ingediend om radicalisering te voorkomen en geradicaliseerde personen aan te pakken.

Na Den Haag gaan de hoogste bedragen naar Utrecht (ruim 9 ton) en Rotterdam (ruim 8,5 ton). In onze regio hebben ook Delft, Gouda, Leiden en Zoetermeer geld gekregen. Zoetermeer krijgt zo’n 4 ton terwijl de anderen iets meer dan 170.000 euro, 2,5 ton en iets meer dan 3 ton krijgen.

Geld voor hulpverleners en onderwijs

Voor 2019 zijn de plannen vooral gericht op het vergroten van de kennis van hulpverleners en de ondersteuning van de omgeving van radicaliserende jongeren. Daarnaast ligt de focus op de opbouw van netwerken met sleutelfiguren en het versterken van de rol van onderwijs bij signalen van mogelijke radicalisering.

Burgemeester Pauline Krikke van Den Haag is blij met de impuls van het Rijk. ‘Het stelt ons in staat onze anti-radicaliseringsaanpak verder te versterken en initiatieven uit de stad financieel te ondersteunen. We zetten de versterkingsgelden onder meer in voor projecten om jongeren weerbaarder te maken tegen radicalisering en jihadisme’, aldus Krikke.

Brede aanpak terrorisme

Gemeenten komen sinds 2016 in aanmerking voor deze zogeheten versterkingsgelden. Het is onderdeel van de brede aanpak van terrorisme door de NCTV.

LEES OOK: ‘De kern is: heel veel vragen stellen’, Samira schijft handboek tegen radicalisering

Meer over dit onderwerp: DEN HAAG RADICALISERING NCTV

Gemeente krijgt een miljoen om radicalisering aan te pakken

Den HaagFM 20.12.2018 De gemeente krijgt één miljoen euro om jihadistische radicalisering te bestrijden. Dat meldt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

In totaal wordt zeven miljoen euro vrijgemaakt voor twintig gemeenten waarvan het hoogste bedrag naar Den Haag gaat. Gemeenten komen sinds 2016 in aanmerking voor deze zogeheten versterkingsgelden als onderdeel van de brede aanpak van terrorisme door de NCTV.

De miljoenen gaan naar de gemeenten die plannen hebben ingediend om radicalisering te voorkomen en om al geradicaliseerde personen aan te kunnen pakken. De ministers Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken) hebben deze verdeling gemaakt.

Andere gemeenten die een groot bedrag krijgen zijn Rotterdam en Utrecht, die respectievelijk ruim 850.000 euro en ruim 900.000 euro ontvangen. De plannen die hiermee bekostigd kunnen worden zijn vooral gericht op het vergroten van de kennis van hulpverleners en de ondersteuning van de omgeving van radicaliserende jongeren.

Burgemeester Pauline Krikke is blij met de financiële impuls. “Het stelt ons in staat onze anti-radicaliseringsaanpak verder te versterken en initiatieven uit de stad financieel te ondersteunen. We zetten de versterkingsgelden onder meer in voor projecten om jongeren weerbaarder te maken tegen radicalisering en jihadisme”, aldus Krikke.

Gerelateerd;

Ruim een miljoen euro voor Den Haag tegen jihadisme 4 januari 2018

Den Haag krijgt een miljoen voor aanpak radicalisering 22 december 2016

118 miljoen euro voor brand TU Delft 26 juni 2009

Het hoogste bedrag, ruim 1 miljoen euro, gaat naar de gemeente Den Haag. Ⓒ ANP

Ruim 7 miljoen voor aanpak radicalisering

Telegraaf 20.12.2018 Voor de versterking van de aanpak van jihadistische radicalisering hebben twintig gemeenten in totaal 7 miljoen euro toegezegd gekregen. Het hoogste bedrag, ruim 1 miljoen euro, gaat naar de gemeente Den Haag, meldt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

De ministers Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken) verdelen de miljoenen over gemeenten die plannen hebben ingediend om radicalisering te voorkomen en geradicaliseerde personen aan te pakken. Na Den Haag gaan de hoogste bedragen naar Utrecht (ruim negen ton) en Rotterdam (ruim 8,5 ton).

Voor 2019 zijn de plannen vooral gericht op het vergroten van de kennis van hulpverleners en de ondersteuning van de omgeving van radicaliserende jongeren. Daarnaast ligt de focus op de opbouw van netwerken met sleutelfiguren en het versterken van de rol van onderwijs bij signalen van mogelijke radicalisering.

De Haagse burgemeester Pauline Krikke is blij met „deze impuls” vanuit de rijksoverheid. Het geld gebruikt de stad onder meer om jongeren weerbaarder te maken tegen radicalisering en jihadisme. Daarnaast wordt het gebruikt voor training van professionals bij het herkennen van en acteren op signalen van radicalisering, ook in rechts-extremistische richting. Den Haag heeft de afgelopen jaren al meer dan 5000 professionals getraind.

Gemeenten komen sinds 2016 in aanmerking voor deze zogeheten versterkingsgelden. Het is onderdeel van de brede aanpak van terrorisme door de NCTV.

Bekijk meer van; radicalisering gemeenten nationaal coordinator terrorismebestrijding en veiligheid (nctv) den haag

Samir A. verlaat de rechtzaal bij een pro-forma zitting van de Hofstadgroep in Rotterdam in 2005. © anp

‘Terroristen gedreven door tegenslag en simplistische teksten’

AD 18.12.2018 Gedetineerden die vastzitten wegens terrorisme ervaren tegenslag in hun leven vaak als teken van onrechtvaardigheid die hen is aangedaan. Dat concluderen het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en de Vrije Universiteit Amsterdam in een onderzoek.

Ze worden aangetrok­ken tot sterke, simplisti­sche verhalen op het internet, aldus Onderzoekers.

,,Tegenslagen zoals het verlies van werk, overlijden van een familielid of problemen in het gezin komen veel voor bij elke verdachte, maar verdachten van terroristische misdrijven lijken heftiger te reageren hierop”, aldus de NSCR.

Volgens de onderzoekers hebben jihadisten vaak weinig kennis van de islam aan het begin van hun radicaliseringsproces. ,,Ze worden ertoe aangetrokken omdat het een mogelijkheid biedt tot betekenisgeving. Maar via hun netwerk en internet-propaganda krijgen ze een eenzijdig, gewelddadig beeld van het geloof”, aldus de onderzoeksinstelling.

Ideologisch

Volgens NSCR lijken veel terrorismeverdachten vatbaar voor ideologische beïnvloeding. ,,Ze worden aangetrokken tot sterke, simplistische verhalen op het internet of komen mensen tegen die hen introduceren in een extremistisch netwerk. Ook lijken ze soms beperkt in hun beoordelingsvermogen. Plotselinge en ingrijpende gebeurtenissen kunnen dan een trigger zijn voor betrokkenheid bij terrorisme of extremisme.’’

Bij jongere terrorismeverdachten is relatief vaak sprake van een instabiel gezinsleven. Veel van hen zijn op zoek naar identiteit, zingeving en verbondenheid. Mogelijk kunnen terrorismeverdachten door ‘persoonlijke kenmerken’ niet goed omgaan met tegenslag.

Het onderzoek is uitgevoerd onder gedetineerden in Nederlandse gevangenissen en professionals die werken met deze mensen.

Nederlandse kerstmarkten blijven bij maatregelen tegen eventuele aanslag

NU 12.12.2018 De grootste kerstevenementen van Nederland nemen allemaal “zichtbare en onzichtbare” maatregelen tegen een eventuele aanslag zoals dinsdag op de kerstmarkt in het Franse Straatsburg.

Sinds de aanslag op een kerstmarkt in Berlijn in 2016 staan al overal strategisch geplaatste wegversperringen en er gelden afsluitingen. Vrijwel elk kerstfestijn heeft een eigen veiligheidsplan, maar over de inhoud daarvan willen organisaties en gemeenten als Maastricht en Dordrecht niets zeggen.

Het Dickens Festijn, komend weekend in Deventer, heeft volgens organisator Hein te Riele nog niets van gemeente of politie gehoord over extra beveiliging. “Over veiligheid is natuurlijk allang gesproken en daarvoor zijn dingen gedaan. Als er meer moet gebeuren, moeten degenen die verstand hebben van terrorisme dat maar zeggen.”

Valkenburg organiseert in de grotten de oudste en grootste ondergrondse kerstmarkt van Europa, die elk jaar drukker wordt bezocht. Dit jaar zijn op advies van veiligheidsexperts extra maatregelen genomen, zowel tegen aanslagen als tegen ongelukken.

Er zijn straten afgesloten en er staan hekken voor de lange wachtrijen op straat. In de grotten zijn brandwerende maatregelen genomen en is er een nooduitgang gemaakt.

Zwaarbewapende politie zoekt verdachte aanslag Straatsburg

NCTV past dreigingsniveau niet aan

Eerder op de dag liet de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) weten geen aanleiding te zien om het dreigingsniveau in Nederland te verhogen. Als daarvoor aanleiding is, worden extra veiligheidsmaatregelen genomen bij grotere evenementen rond kerst en de jaarwisseling.

Dinsdagavond werd de kerstmarkt van Straatsburg opgeschrikt door een schietpartij. Een schutter opende het vuur op bezoekers in de Franse stad. Daardoor kwamen twee mensen om het leven. Eén persoon is hersendood verklaard.

De verdachte is geïdentificeerd als Cherif Chekatt, een 29-jarige Fransman. Hij is nog altijd voortvluchtig. Zijn moeder, vader en twee broers worden woensdag vastgehouden voor ondervraging.

Lees meer over: Frankrijk  Binnenland  Aanslag Straatsburg

Het huidige dreigingsniveau in Nederland is ’substantieel’ (4, op een schaal van 5).

Dreigingsniveau in Nederland niet omhoog na aanslag Straatsburg

Telegraaf 12.12.2018 De schietpartij in Straatsburg is geen aanleiding het dreigingsniveau in Nederland te verhogen. Dat meldt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De NCTV volgt de situatie nauwlettend en onderhoudt contact met onder meer inlichtingendiensten en politie. Als daarvoor aanleiding is, worden extra veiligheidsmaatregelen genomen bij grotere evenementen rond kerst en de jaarwisseling.

Het huidige dreigingsniveau in Nederland is ’substantieel’ (4, op een schaal van 5). Dat betekent dat de kans op een terreuraanval reëel is. Concrete aanwijzingen voor een terroristische aanval zijn er op dit moment niet.

De gebeurtenissen in Straatsburg „vertonen alle kenmerken van een terroristische aanslag”, aldus de NCTV. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit ook echt zo is.

Bekijk meer van; nationaal coordinator terrorismebestrijding en veiligheid (nctv) aanslagen terrorisme straatsburg

december 12, 2018 Posted by | bedreiging, doodsbedreiging, dreiging, is, islam, salafisten, syrie, terreur, terreurdreiging, terrorisme, veiligheid | , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Verhoogde dreiging aanslagen door extremisme – deel 15

De Langere arm van Erdogan en weer verder !! – deel 7

I am watching you !!

Voort met de geit

Op 24 juni 2018 konden ook de Nederlandse Turken stemmen tijdens de vervroegde verkiezingen die Erdogan vorige maand uitschreef. Hij riep zijn toehoorders op om een eenheid te blijven, omdat sommige Europese landen in zijn ogen verdeeldheid proberen te zaaien onder hun Turkse inwoners. ‘Als Turken in Europa verenigd zijn, zullen ze sterker zijn,’ aldus Erdogan.

AD 12.08.2018

Hij spoorde de miljoenen Turken die in Europa wonen aan om actief deel te nemen aan de maatschappij en politiek. ‘Jullie moeten in die parlementen zitten, niet die verraderlijke mensen’, doelend op Europese politici die anti-Turkse retoriek bezigen.

Ook vroeg hij Turken de taal van hun moederland niet te verleren: ‘Als je in Duitsland woont, kun je Duitser én Turk zijn.’ Erdogan beloofde zijn toehoorders te zorgen voor meer Turks onderwijs in Europa en een verbetering van ‘consulaire zaken’. Ook krijgen gepensioneerde Turken in het buitenland de kans om parttime te werken in Turkije.

De uitslag is inmiddels bekend: 

Erdogan wint Turkse verkiezingen

Erdogan wint verkiezingen: ‘Blijven strijden tegen terrorisme’

Erdogan wint Turkse verkiezingen

Erdogan-aanhangers vieren verkiezingsoverwinning op Mercatorplein

Erdogan wint Turkse verkiezingen

Turkije heeft een nieuwe ministersploeg. Die werden na bekendmaking op maandagavond dinsdag ingezworen in het Turkse parlement.

Het nieuwe team van president Recep Tayyip Erdoğan bestaat uit vele nieuwe, maar ook krachtige zichzelf bewezen namen, is gemeld.

Opvallend is de nieuwe functie van Hulusi Akar, die na zijn functie als de stafchef van het Turkse leger nu – net voor de NAVO-top – minister van Defensie is geworden en een civiel leven ingaat.

De huidige ministers van Buitenlandse Zaken (Mevlüt Çavuşoğlu), Binnenlandse Zaken (Süleyman Soylu) en Justitie (Abdulhamit Gül) behouden hun functie.

De vice-president is Fuat Oktay geworden.

Dat werd in bijzijn van tienduizend burgers en leiders uit 22 landen grootschalig gevierd op het presidentiële paleis in Ankara. (LEES meer + foto’s) 

In theorie betekent dit dat Erdogan tot 2028 kan aanblijven als president.

Nadat hij twee weken geleden de verkiezingen won, is Recep Tayyip Erdogan vandaag ingezworen voor zijn tweede termijn als president van Turkije.

Tegelijkertijd is Turkije is op maandag 09.07.2018  officieel overgeschakeld van een parlementair systeem naar een nieuw presidentieel systeem. De huidige Turkse president Recep Tayyip Erdoğan is beëdigd als de eerste nieuwe president.

“Dit is een nieuwe start. We beloven dat Turkije zal herrijzen. Er was sprake van tijdverlies. Dit gaan we inhalen door heel hard te werken”, liet Erdoğan weten.

15 juli 2016/15 juli 2018: de dag dat Turken en Koerden samen Turkije redden

Het was de langste 15 juli ooit voor Turkije in 2016. Het land kreeg met een staatsgreep te maken waarmee putschisten eigenlijk niet alleen de democratisch gekozen regering wilde omverwerpen, maar Turkije wilde vernietigen door het in stukken te verdelen.

Het waren een ‘handjevol’ FETO-terroristen in uniform die zich geïnfiltreerd hadden in het Turkse leger. Die zouden als de dag kwam in opdracht van hun kopstuk en terreurleider in de VS een poging wagen tegen het Turkse volk. De slapende cellen waren vergeten dat het volk waarmee ze te maken kregen de Turken waren, die met miljoenen klaar stond te sterven voor hun land.

Sinds de mislukte Coup  zijn ongeveer 160.000 mensen gevangen gezet en is bijna hetzelfde aantal ambtenaren ontslagen, meldde het mensenrechtenbureau van de Verenigde Naties in maart van dit jaar.

Turkije zegt dat de maatregelen nodig zijn om bedreigingen van de nationale veiligheid tegen te gaan. Critici van president Erdogan beschuldigen hem ervan dat hij de mislukte staatsgreep als voorwendsel gebruikt om afwijkende meningen de kop in te drukken.

Adnan Oktar’a dev operasyon: 235 kişi hakkında gözaltı kararı

Operasyon devam ederken telefonla Cumhuriyet gazetesine açıklama yapan Adnan Oktar, “ilginç” ifadeler kullandı.

Seçimlerde Recep Tayyip Erdoğan ve AKP’yi desteklediklerini söyleyen Oktar, “Biz vatanına milletine bağlı insanlarız. PKK’ye, vatan millet düşmanlarına operasyon yapılması gerekirken bize yapılıyor. Bu operasyondan Tayyip Bey’in de İçişleri Bakanının da haberi olduğunu düşünmüyorum. Kırgın değilim ama şaşkınım” dedi.

Hallo daar !!! Ik maak NU de dienst uit !!!

Systeem op de schop

Het politieke systeem gaat na de verkiezingen flink op de schop, de post van premier vervalt en de president krijgt meer bevoegdheden. Turkse kiezers stemden vorig jaar in met het Referendum over een grondwetswijzing die dat mogelijk maakte.

Met de grondwetswijziging zou een presidentieel systeem worden ingevoerd, waarbij alle uitvoerende macht bij de president komt te liggen. In het huidige stelsel leidt de premier de regering en is de functie van president slechts een ceremoniële.

Kortom, slaagt Erdogan met zijn greep naar de absolute macht ?

BEKIJK OOK:  Erdogan roept op zijn vijanden ‘een Ottomaanse oorvijg’ te verkopen

Einde Noodtoestand

De Turkse president Erdogan zou de noodtoestand opheffen als hij de verkiezingen van 24 juni 2018 wint. Die belofte deed hij in een interview met de Turkse zender 24TV.

De noodtoestand werd ingesteld na de couppoging van juli 2016 en werd steeds elke drie maanden verlengd. Erdogan zei er wel bij dat de noodtoestand opnieuw wordt ingesteld als het land weer met dreigingen te maken krijgt.

AD 09.07.2018

Vernieuwing

De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan heeft gezegd dat Turkije een nieuwe periode ingaat. Hij is blij met de grote verkiezingswinst maar heeft ook zelfkritiek.

“Het Turkse volk koos voor ons met 26,3 miljoen geldige stemmen (52,56 procent). Dat is 11 miljoen meer dan de dichtstbijzijnde opponent”, sprak Erdoğan zaterdag tijdens zijn partijbijeenkomst. “Hoewel het om een victorie gaat, is ons verkiezingsdoel niet behaald. We moeten deze gevoelige boodschap van ons volk goed evalueren.”

AD 11.08.2018

Het Turkse volk kiest voor de AK-partij vanwege de strijd die het levert en opkomt voor doelen van Turken. “Daardoor waren we de eerste twee periodes succesvol. Derde periode hebben we al die vuile (buitenlandse) plannen en valkuilen in duigen laten vallen.”

“In de vierde periode kregen we te maken met een groot ongeluk. 15 juli – mislukte couppoging – was een van het grootste verraad ooit in de wereld. Maar dat mislukte dankzij ons volk. We hebben het systeem in samenwerking met ons volk gewijzigd. We zullen net zoals altijd zij aan zij staan met ons volk en met mensen die onze waarden, doelen, gevoeligheden en verwachtingen delen”, sprak Erdoğan.

Zijn partij weet wat hen te wachten staat. “Wat we nu moeten doen is weer kijken naar wat ons volk van ons verlangt en ons pad vervolgen in de richting die het Turkse volk ons wijst.”

Feest

De Turkse president werd maandag 09.07.2018 beëdigd als de nieuwe president van het nieuwe presidentiële systeem. Die ceremonie werd bijgewoond door 22 voormalige presidenten, 17 premiers en vele vertegenwoordigers van allerlei en verschillende organisaties en verengingen. Ook zijn een groot aantal buitenlandse leiders, ministers en diplomaten uitgenodigd. De beëindiging en ceremonie vonden in het Turkse parlement en in het presidentiële paleis plaats.

“En zo zullen we ons nieuw bestuurssysteem gezamenlijk met de wereld en ons volk vieren in het huis van het Turkse volk”, aldus Erdoğan.

Begin mei 2018 kondigde de regering een hervorming aan van het pensioenstelsel en een vernieuwing van het sociale stelsel. Toen werd gesuggereerd dat dat een zet was van de president om de ouderen aan zijn kant te krijgen voor de verkiezingen. Ook deed hij toezeggingen aan studenten.

Veranderingen

Maandag 09.07.2018  werd Recep Tayyip Erdogan tijdens een pompeuze ceremonie opnieuw ingezworen als president van Turkije. Daarmee treedt ook het door opponenten gevreesde presidentiële systeem in. Erdogan laat er geen gras over groeien: direct na zijn officiële aantreden voerde hij een aantal ingrijpende veranderingen door.

Onder het nieuwe presidentiële systeem is er niet langer een premier in Turkije. Alle uitvoerende macht ligt daarmee bij Erdogan. Hij kan zelf ministers, hooggeplaatste rechters en topambtenaren benoemen, zonder ingrijpen van het parlement.

Controversiële benoeming van schoonzoon als minister

Onder het nieuwe systeem wordt een kabinet ingesteld dat is teruggebracht tot zestien bewindslieden. Controversieel is de benoeming van Berat Albayrak, de schoonzoon van Erdogan, tot minister van Financiën. Albayrak was hiervoor minister van Energiezaken en vervangt Mehmet Simsek – voormalig economisch strateeg bij de Amerikaanse bank Merrill Lynch en een van de weinige overgebleven Turkse politici die nog een goede band onderhield met buitenlandse investeerders. Simsek moet de ministersploeg verlaten omdat er ‘geen plek’ meer voor hem is.

Volgens onze bloggers
Afshin Ellian: ‘Overheid, verdedig persvrijheid met het zwaard!’

Minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu mag op zijn post blijven, evenals de ministers van Binnenlandse Zaken Süleyman Soylu en van Justitie Abdülhamit Gül. Erdogans nieuwe vicepresident is Fuat Oktay, voormalig secretaris van de premier. Oktay wordt gezien als een van de architecten van de transformatie van het parlementaire naar het presidentiële systeem. Als minister van Handel benoemt Erdogan een vrouw: Ruhsar Pekcan, een ondernemer die eerder actief was bij de Handelskamer als aanjager van vrouwelijk ondernemerschap.

Het nieuwe kabinet komt vrijdag voor het eerst bij elkaar, als Erdogan terugkomt van de NAVO-top in Brussel.

Erdogan vaardigde al drie decreten uit na zijn benoeming

Naast de macht om ministers en rechters te benoemen, kan Erdogan vanaf nu ook per decreet regeren. Dit is vergelijkbaar met de situatie tijdens de noodtoestand die was ingesteld na de mislukte coup in juli 2016. Direct na zijn aanstelling dinsdag voerde Erdogan dan ook een aantal vergaande decreten door.

Met het eerste decreet worden 65 bestuursorganen samengevoegd tot 9 bureaus. Erdogan wil daarmee naar eigen zeggen de bureaucratie terugdringen: ‘We hebben een staatsapparaat gebouwd dat is gericht op service, niet op bureaucratie,’ verklaarde hij. Die nieuwe instituties moeten fungeren als ‘denktanks’ en beleidsvoorstellen doen en implementeren, die Erdogan vervolgens kan goedkeuren of verwerpen. Ook heeft hij de macht om de bureaus rechtstreeks op te dragen om beleidsveranderingen door te voeren.

Daarnaast vallen diverse directoraten vanaf nu onder de directe macht van Erdogan. Het gaat onder meer om het religieorgaan Diyanet en de Nationale Veiligheidsraad.

Ook gaat het academisch systeem drastisch op de schop. Erdogan heeft bepaald dat rectoren de titel ‘professor’ vanaf nu niet meer nodig hebben. De post wordt daarmee toegankelijker voor lager opgeleide kandidaten. Ook mogen rectors vanaf nu meer termijnen uitzitten. Hiervoor was dat beperkt tot een maximum van twee termijnen. Ook moesten voorheen academici van de universiteit in kwestie rectors voordragen. Dat hoeft nu ook niet meer.

Tot slot heeft Erdogan per decreet ook de macht naar zich toegetrokken om het hoofd van de centrale bank te benoemen, een instituut waarmee hij eerder dikwijls overhoop lag. Hij lost daarmee een van zijn verkiezingsbeloften in.

Lees ook Zo worden EU-miljarden voor Turkije besteed

Critici zien het als een poging van hem om de markt te beïnvloeden, iets wat getuige de vrije val van de lire in aanloop naar de verkiezingen niet altijd even goed uitpakt. Tusiad, de grootste ondernemersvereniging, waarschuwde dinsdag dan ook direct voor het verlies van onafhankelijkheid bij de financiële institutie. De autonomie van de centrale bank is cruciaal voor een sterke economie, aldus de vereniging.

AD 14.08.2018

Blijvende patstelling bij onderhandelingen over EU-toetreding?

Minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu benadrukte dinsdag direct na de aanstelling van Erdogan opnieuw dat Turkije zo snel mogelijk lid wil worden van de Europese Unie (EU). Een opmerkelijke uitspraak, aangezien het land door het presidentiële systeem verder afdrijft van Europese waarden.

Eind juni – na de overwinning van Erdogan – liet de Europese Raad van Ministers zich al ontvallen dat de gesprekken over een Turkse toetreding tot stilstand zijn gekomen en dat de kans dat daarin nog verandering komt zeer klein is.

Kabinet, fluit Nederlandse Turken terug!

Nederland dreigt de controle over een vitaal belang te verliezen. Ik heb het hier niet over gas, olie of telecommunicatie, maar over Nederlanders van Turkse komaf.

Het vorige kabinet besloot om, waar het om vitale economische belangen gaat, de overname van Nederlandse door buitenlandse bedrijven te belemmeren. Mag een ander land een deel van de Nederlandse bevolking mobiliseren voor een militaire strijd? Ruim 350.000 Nederlanders staan onder controle van een andere staat.

Diyanet'ten cuma hutbesi: Silahlı mücadeleye girilmesi cihadın en üst seviyesidir

Turkse interventie beperkt zich niet tot de moskee

Turkse moskeeën in Nederland staan onder controle van de Turkse regering. Waarom is dat niet verboden? Tja, de Turkse regering zou dat niet leuk vinden. Sinds wanneer is voor de bescherming van een vitaal Nederlands belang de mening van een ander land doorslaggevend? En dit is niet eens de enige vorm van de Turkse interventie in Nederland.

zie ook: De opkomst van Erdogan (Focus)

meer: Turkse media

lees: kamerbrief-over-opnieuw-aanstellen-nederlandse-ambassadeur-in-turkije  20.07.2018

lees: verklaring-van-nederland-en-turkije-over-normaliseren-diplomatieke-betrekkingen  20.07.2018

lees: world_essay Human right watch 2018

lees ook:  De Gülenbeweging en de “terroristische” organisaties PKK en DHKP-C.

zie ook: De Lange arm van Erdogan en weer verder !! – deel 6

zie ook: De Lange arm van Erdogan in Rotterdam en weer verder !! – deel 5

zie ook: De Lange arm van Erdogan in Rotterdam en weer verder !! – deel 4

zie ook: De Lange arm van Erdogan in Rotterdam en verder !! – deel 3

zie ook: De Lange arm van Erdogan in Rotterdam en verder !! – deel 2

zie ook: De Lange arm van Erdogan in Rotterdam en verder !! – deel 1

Erdoğan frontaal in de tegenaanval: Juist wij gaan nu VS boycotten

TM 14.08.2018 De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan heeft dinsdag gezegd dat Turkije Amerikaanse elektroniche producten gaat boycotten.

“Als zij de Iphone hebben, is er ook nog de Samsung. Genoeg andere alternatieven, ook in Turkije”, zei Erdoğan tijdens zijn speech in het ATO-congrescentrum. “Dankzij hun tegenwerkingen produceren we nu zelfs onze eigen drones. Turkije is de zeventiende, als wordt gekeken naar koopkracht dertiende, grootste economie er wereld. Vandaar hun vijandschap. Vraag maar aan die rijkste meneer (Trump) hoeveel ze uitgeven voor humanitaire hulp. Zij (Amerika) komen pas na ons, wij staan op de eerste plaats. Wij zullen altijd behoeftigen en onderdrukten steunen.”

De Turkse president liet weten gesprekken te voeren met landen om de VS nog meer in het nauw te drijven vanwege hun chantagepolitiek. “We gaan nog meer produceren en exporteren. Wees gerust, de hulp van Allah is nabij. Want als wij wantrouwen, juist dan zitten we in de problemen. Jij bent een Turk en zal met de lira je weg vervolgen.”

“Binnenkort is het 26 augustus en tijd voor een tweede Malazgirt en daarmee een nieuwe herrijzing. Turkije wordt een stralende ster. Turkije heeft genoeg aan zijn zeer intelligente en gelovige jongeren. Turkije zal dankzij deze jongeren zijn doelen bereiken”, aldus Erdoğan.

Boycot

In Turkije is een grootschalige boycot gestart tegen Amerikaanse producten. De Turkse giganten Turkish Airlines en Türk Telekom hebben dinsdag besloten te stoppen met adverteren bij Amerikaanse zenders en hun filiaal in Turkije. Het gaat met name om de omstreden ‘Turkse’ FOX Tv die miljoenen dollars ontving. Het Turkse volk roept andere Turkse multinationals en wereldmerken op om dat ook te doen.

© Turksemedia.nl – Alle rechten voorbehouden | AA – ANKARA | Gepubliceerd: 14-08-2018

Recent nieuws

Populair

Tij keert: Turkije jaagt op economische onrustzaaiers en nepnieuwsproducenten

TM 14.08.2018 Op sociale media woedde te midden van alle economische manipulaties nog eens misleiding van de Turkse bevolking veroorzaakt door paniekzaaiers en nepnieuwsdelers. De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan reageerde maandag dat zij de prijs daarvan gaan betalen en noemde hun ‘economische terroristen’.

“De Turkse justitie jaagt op de economische terroristen op sociale media. Zij gaan de prijs hiervan betalen. Want dit is landverraad. De Turkse toezichthouder BTK heeft maatregelen getroffen. Deze misleiders mogen niet zomaar vrij over straat lopen”, liet Erdoğan weten.

Maandag is gemeld dat 346 sociale media-accounts onder de loep is genomen, meldt het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken. “De Turkse cyberpolitie is een onderzoek gestart.”

De Turkse procureur-generaal bevestigt de jacht op misleiders op internet. “Er is sprake van pogingen om de samenleving te misleiden en verontwaardiging te veroorzaken.”

Op sociale media werd met name afgelopen weekend veel valse informatie en nepnieuws verspreid. Zo zou de Turkse regering beslag hebben gelegd op buitenlandse valuta van ondernemers en dit geld automatisch inwisselen voor de Turkse lira. Ook zou de Turkse regering de dollarkoers vastzetten op een bepaalde waarde. De Turkse minister van Financiën, Berat Albayrak, benadrukte maandag dat het om leugens gaat.

46 procent van de valse activiteit op sociale media was afkomstig uit de Verenigde Staten, melden Turkse nieuwszenders.

© Turksemedia.nl – Alle rechten voorbehouden | AA – ANKARA – ISTANBUL | Gepubliceerd: 14-08-2018

De koers van de Turkse lira zeilt omlaag: de munt is dit jaar al 40 procent in waarde gedaald EPA

Turkije bezorgt financiële markten koude rillingen

NOS 13.08.2018 De crisis waarin Turkije is verzeild geraakt, schudt de financiële markten ruw door elkaar. Aandelenmarkten, valutamarkten en obligatiemarkten lijken hun handen af te trekken van het land. Het vertrouwen in de Turkse receptuur om de crisis te bezweren is klein. Beleggers zoeken een schuilplaats voor de storm en verplaatsen hun belangen naar andere markten en valuta.

De geplaagde Turkse lira is in een vrije val terechtgekomen en zit in een heuse ‘meltdown’. Dit jaar is al 40 procent van zijn waarde weggesmolten, vooral de laatste dagen ging het bijzonder hard. Sinds donderdag verloor de munt ten opzichte van de dollar en de euro bijna een kwart van zijn waarde. Beleggers verplaatsten investeringen in de lira naar veiliger valutaoorden, zoals de Japanse yen en de Zwitserse frank.

Ook andere jonge groeimarkten, zoals Zuid-Afrika en Mexico, voelen de druk en het wegebbend vertrouwen in de lira waardoor ook hun munten verliezen. De ‘emerging markets’, opkomende economieën, zijn gewoon kwetsbaar en risicovol.

Begin dit jaar was een lira nog 22 eurocent waard, nu nog maar 12 eurocent. Fijn voor wie euro’s of dollars krijgt, een ramp voor wie ze wil hebben of moet betalen. Door de waardedaling van de munt zal de inflatie, met 16 procent al extreem hoog, hard oplopen omdat alles wat het land binnenkomt in euro’s en dollars gekocht wordt en dus duurder wordt.

10 miljard

De Turkse centrale bank heeft vanmorgen een paar maatregelen aangekondigd om de crisis in te dammen en het vertrouwen terug te winnen. De centrale bank neemt de handel in buitenlandse valuta in handen en garandeert voldoende lira’s om de boel niet vast te laten lopen. Banken hoeven niet bang te zijn in liquiditeitsproblemen te komen en hoeven minder hoge reserves aan te houden.

Alles bij elkaar pompt de centrale bank hiermee bijna 10 miljard euro in het financiële systeem. Maar veel soelaas bieden de maatregelen niet. Een renteverhoging om de munt te ondersteunen bleef tot ieders teleurstelling uit.

Banken

De Turkse beurs verliest meer dan twee procent, de index van 100 grootste bedrijven meer dan vijf procent. Alle Europese beurzen laten rode koersborden zien, met verliezen tot een procent. De aandelen van banken krijgen de hardste tikken.

Europese landen, met de banken voorop, hebben voor meer zo’n 140 miljard euro aan beleggingen, leningen en investeringen uitstaan in Turkije. Vooral Franse, Spaanse en Italiaanse banken hebben veel geld in Turkije zitten.

ING bank, met 15 miljard de grootste Nederlandse bank in Turkije, verloor vandaag op de Amsterdamse beurs 2,2 procent. De helft van die 15 miljard euro bestaat uit spaar- en rekeningtegoeden, de andere helft uit leningen. BNP Paribas verloor 1 procent. Van de totale leningenportefeuille van de Franse bank staat 39 procent, oftewel 32 miljard euro, uit in Turkije. BNP is eigenaar van een Turkse bank met veel leningen aan het mkb.

Schuld

Op de obligatiemarkt, de markt voor schulden, wordt Turkse schuld steeds duurder en stilaan onbetaalbaar. De deplorabele financiële staat en toenemende risico’s zorgen voor een torenhoge rente op de financiering van de staat.

Voor een tienjarige staatslening moet nu al 21 procent neergeteld worden, twee maanden geleden was dat nog 15 procent. Ter vergelijking, voor soortgelijke Nederlandse of Duitse schuld geldt een rente van respectievelijk 0,4 en 0,3 procent. Voor een tweejarige lening is de rente al 25 procent.

Turkije torst een buitenlandse schuldenlast (publiek en privaat) van 430 miljard dollar (380 miljard euro). Met een krimpende economie, een waarde verliezende munt en een monetair beleid dat geit en kool wil sparen, zoeken investeerders liever een veilig heenkomen.

BEKIJK OOK

Turkije pakt ‘provocatieve tweets en andere aanvallen op onze munt’ aan

Vooral ING merkt val Turkse lira op beursvloer

Turkije pakt ‘provocatieve tweets en andere aanvallen op onze munt’ aan

NOS 13.08.2018 Turkije pakt accounts op sociale media aan die in de ogen van de regering de economie van het land beschadigen. Volgens het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken zijn er in een kleine week tijd 346 accounts geïdentificeerd waarop posts zijn geplaatst die op “provocatieve wijze” verwijzen naar de verzwakking van de Turkse lira ten opzichte van de dollar.

Het is niet duidelijk wat er met de mensen achter die posts en accounts gaat gebeuren. Ankara laat alleen weten dat er juridische stappen zullen worden gezet.

De Turkse justitie is een onderzoek begonnen naar “individuen die verdacht worden van het ondermijnen van de economische veiligheid van Turkije”, meldt de nieuwszender CNN Turkije. Volgens het Turkse OM is Turkije het doelwit van een economisch aanval, en zal het actie ondernemen tegen alle geschreven en visuele nieuws en alle sociale media accounts die meedoen aan deze aanval.

Waardedaling

De Turkse munt is dit jaar al veertig procent in waarde gedaald ten opzichte van de dollar. Dat betekent dat Turken met hun lira’s steeds minder kunnen kopen.

De fikse waardedaling van de munt komt op het moment dat de VS en Turkije een diplomatieke ruzie uitvechten rond de gevangenschap van een Amerikaanse dominee in Turkije. Andrew Brunson zit sinds 2016 vast voor onder meer betrokkenheid bij de mislukte staatsgreep van dat jaar.

De Amerikaanse dominee Andrew Brunson zit sinds 2016 vast in Turkije AFP

Hij zou banden hebben met de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die volgens president Erdogan achter de couppoging zat. Turkije wil dat de VS Gülen uitlevert, maar Washington weigert dat.

Erdogan stelde in september vorig jaar voor dominee Brunson te ruilen voor Gülen, maar ook daar gingen de Amerikanen niet op in. De VS wil dat de dominee wordt vrijgelaten en heeft alle Amerikaanse bezittingen en tegoeden van twee Turkse ministers bevroren.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu zei vandaag dat zijn land genoeg heeft gedaan om de banden met de VS te herstellen.

BEKIJK OOK

Vooral ING merkt val Turkse lira op beursvloer

Amerikaanse sancties tegen Turkse ministers om dominee

‘Toenadering Turkije en VS om gevangen dominee’

Turkije vormt eenheid tegen Amerikaanse aanval: ‘Dit is geen volk dat buigt voor zionisten’

TM 13.08.2018 De Amerikaanse manipulatie van de Turkse economie heeft voor eenheid gezorgd in Turkije. De Turkse zakenwereld, economisten, directeuren van banken, denktanks, politici en journalisten melden dat het om een economische oorlog gaat. Het gaat niet om de vrije val van de Turkse lira, maar om een tweede couppoging nadat die van 2016 is mislukt.

Meerdere Turkse ondernemersverenigingen hebben verklaard achter de nationale munt te staan en zijn op eigen initiatief tegenaanvallen gestart.

Zo hebben driehonderd leden van zakenvereniging TUMKIAD, om een signaal af te geven, drie miljoen dollar ingewisseld voor de lira. “Wij zeggen nee tegen imperialisten en zionistische druk. Dit is geen volk dat zwicht voor zionisten”, zeggen TUMKIAD-leden. “Wat heb je aan de dollar als je je land zou verliezen. We herdenken onze helden van 15 juli, maar nu is ook sprake van oorlog. Wij roepen iedereen op tot actie”, reageerde TUMKIAD-voorzitter Nihat Tanrıkulu maandag.

Een van de vele voorbeelden uit heel Turkije is ook een winkelstraat in de Istanbulse wijk Merter. Daar hebben winkeliers besloten de dollar op 4 lira ‘vast te zetten’. Daar wordt alles volgens die koers berekend.

Economisten melden dat de wereld moet inzien wat er aan de hand is. “Dit heeft niets te maken met de economie of regeringsbeleid. Het gaat duidelijk om een spel. De dollar vloog op een zondag, wanneer banken en beurzen gesloten zijn, opnieuw omhoog na manipulaties.”

Oppositiepartij CHP verklaarde naast het Turkse volk te staan. “Wij zullen niet toestaan dat Turkije wordt gekleineerd.”

Voorzitter Kerem Alkın van de Turkse vermogensfonds meldt dat economen in Turkije een gezamenlijk gebaar hebben gevormd tegen economische speculanten. “De Turkse bankensector verkeer niet in gevaar.” Hij roept autoriteiten op onrustzaaiers en nepnieuwsproducenten op sociale media aan te pakken.

Het Turkse presidentshuis meldt dat de Turkse economie zeer sterk is en niemand speculatieve nieuwsberichten en acties moet vertrouwen. “De autoriteiten, centrale bank en toezichthouder BDDK, ondernemen alle stappen voor financiële stabiliteit.”

Bestuursvoorzitter van de Turkse İşbank, Adnan Bali, bevestigt dat er sprake is van een serieuze manipulatieaanval. “De koerswijzingen zijn niet te verklaren met ecomomische feiten. Het Turkse banksysteem heeft een realiseerbare liquiditeit van ongeveer 50 miljard dollar. Dat wijst op een positief beeld.”

De Turkse bank TEB meldt dat er over het algemeen geen vraag is naar buitenlandse valuta. “We verwachten dat binnen enkele dagen alles weer normaal is.”

Grote Turkse nieuwszender melden maandag dat een Engelse bank in Londen in opdracht van de VS drie uur lang op zondag de Turkse economie heeft gemanipuleerd. “Turkije volgt een voor een wat er allemaal door wie gebeurt en zal reageren wanneer de tijd (echt) rijp is”, laat een deskundige weten.

© Turksemedia.nl – Alle rechten voorbehouden | AA – ANKARA – ISTANBUL | Gepubliceerd: 13-08-2018

Oproep Erdogan: ‘Kies voor Allah of de dollar

AD 13.08.2018 De dramatische vrije val van de lira is volgens president Erdogan onderdeel van een economische oorlog tegen Turkije. Die zal zijn land winnen ‘want wij hebben Allah’. Hij riep zijn landgenoten op hun dollars en goud voor lira’s in te wisselen. Doen ze dat ook?

Mehmet Sancak (67), een gepensioneerde voorman in de bouw, houdt zijn pas in en kijkt bij een ‘döviz’ wisselkantoortje met gefronste wenkbrauwen naar de koers van de dollar. Weer verder gestegen. Daar wordt hij niet blij van. ,,In mei wisselde ik mijn laatste 3.000 dollar in tegen een koers van 4,7 lira. Nu staat ie rond de 6,4 en zou ik er 5.000 lira meer voor hebben gekregen.”

Amerika is volgens Sancak het kwade genie achter de valutacrisis. President Trump meldde dit weekend via Twitter dat hij de invoerrechten op staal en aluminium uit Turkije verhoogt.  ,,Ze proberen af te maken wat ze met de mislukte coup tegen Turkije zijn begonnen. Ze noemen zich de belangrijkste bondgenoot, maar zijn onze ergste vijand.”

Op de knieën

Net als president Erdogan ziet hij de grootste waardedaling van de lira sinds 2001 als het gevolg van de chantage van Trump. Hij zou Turkije met dreigementen en sancties op de knieën willen dwingen. ,,Wij buigen voor niemand”, zei Erdogan. ,,Zij hebben dollars, wij hebben Allah.” De ruzie tussen Trump en Erdogan heeft nog een andere politieke dimensie. Erdogan wil dat Trump Fethullah Gülen uitlevert aan Turkije. De geestelijk leider zit volgens hem achter de mislukte coup van twee jaar geleden. Trump wil op zijn beurt dat Turkije het huisarrest van de Amerikaanse dominee Andrew Brunson opheft, de dominee wordt verdacht van ‘terroristische activiteiten’.

Het gevolg van de ruzie is de scherpe koersdaling van de lira: in de afgelopen twaalf maanden al 67 procent . De crisis is het gesprek van de dag. Iedereen wordt er door geraakt.

President Recep Tayyip Erdogan schudt handen met de aanhangers in Trabzon, Turkije. © AP

Alles wat ingevoerd wordt of wat prijs betreft afhankelijk is van geïmporteerde producten, zoals olie, gas en halffabricaten voor de auto-industrie, wordt duurder. Daardoor is de inflatie al gestegen tot bijna 16 procent. Aanhoudende prijsstijgingen zijn er voor benzine, diesel, elektriciteit, gas, mobiele telefoons en andere elektronica, medicijnen, en levensmiddelen. Erdogan riep de Turken op de economie als onderdeel van de ‘nationale strijd’ te verdedigen. ,,Als jullie dollars, euro’s of goud onder de matras hebben liggen, wissel ze dan in tegen onze nationale munt.”

Scharensliep Bayram Özbey (48) lacht schamper ‘ik heb geen dollars of goud’. Op straat, in de buurt van de Kruidenbazaar, is hij druk met het slijpen van kleine en grote vleesmessen, die hij bij de döner kebab zaken ophaalt. Hij is het met de president eens dat Turkije zo snel mogelijk zelfvoorzienend moet worden om minder afhankelijk te worden van dure buitenlandse import. ,,Ik maak me geen zorgen. Die gek van een Trump probeert ons klein te krijgen, maar wij staan achter onze president.”

Gratis vis of grafstenen

In december 2016, toen de lira ook een vrije val maakte, reageerden patriottische Turken met acties. Er werden gratis porties vis, knipbeurten of grafstenen weggegeven als je met een bonnetje kon bewijzen dat je gehoor had gegeven aan de oproep van Erdogan om je dollars in lira’s om te wisselen.

Daar is nu geen sprake van. Erdogans meest loyale aanhangers hebben hun goud, dollars of euro’s al bij zijn eerdere oproepen omgewisseld. Er zijn juist meer Turken die dollars of euro’s kopen, of achter de hand houden om zich in te dekken tegen een verdere val van de lira. Diverse Turkse banken in Istanboel meldden dat er op ‘zwarte vrijdag’ een toeloop was van klanten die dollars of euro’s wilden opnemen.

Mijn salaris blijft hetzelfde terwijl de koopkracht daalt. Daar gaat Allah mij niet bij helpen, aldus Mehmet.

,,Ik ken veel winkeliers hier in de buurt die dollars en goud hebben, maar niet inwisselen. Als ze zeggen van wel, liegen ze”, zegt Mehmet, manager van een restaurant in de buurt van de Grote Bazaar. ,,God is er voor iedereen”, zo reageert hij op de uitspraak van Erdogan. “Wij houden van ons land en onze vlag, maar mijn salaris blijft hetzelfde terwijl de koopkracht daalt. Daar gaat Allah mij niet bij helpen.”

Ondertussen wordt er ook grof geld verdiend aan de valutacrisis. Talloze wisselkantoortjes hebben hun omzet de afgelopen dagen fors zien stijgen. Ze hanteren extra grote winstmarges, die kunnen oplopen van 4 cent tot 90 cent per euro en dollar.

Ook toeristen varen er wel bij. Shoppen, restaurants en drank worden omgerekend in euro’s steeds goedkoper. Zo is Matthew Vennik uit Hoorn, die in zijn eentje een rondreis maakt door Turkije, steeds minder kwijt aan reis- en verblijfkosten. ,,Met een grote glimlach pin ik elke keer weer 500 lira”, zegt hij na terugkeer van een bezoek aan een grafheuvel op de berg Nemrut. ,,Dat is nu al 18 euro goedkoper dan bij mijn vertrek op 1 augustus”.

Turkse crisis houdt beurzen in greep
De aandelenbeurs in Amsterdam is vanochtend in de min geopend. Ook de andere Europese beurzen begonnen met verliezen. De aandacht bleef uitgaan naar de Turkse lira, die ondanks maatregelen van de Turkse centrale bank opnieuw daalde. Beleggers maken zich zorgen dat de Turkse crisis overslaat naar de Europese financiële markten en bankensector.

De AEX-index op Beursplein 5 noteerde kort na aanvang van de handel 0,5 procent lager op 560,25 punten. De MidKap daalde 0,6 procent tot 790,41 punten. De beursgraadmeters in Parijs, Londen en Frankfurt verloren tot 0,8 procent.

De vrije val van de lira is volgens Erdogan onderdeel van een economische oorlog tegen Turkije. © AFP

Rusland wil handel in Turkse lira en dollar uit de weg ruimen

TM 13.08.2018 Moskou streeft naar het gebruik van nationale valuta in de handel met Turkije, in plaats van dollars of euro’s, zei de woordvoerder van het Kremlin maandag.

De kwestie van het gebruik van nationale valuta in bilaterale handel is vele malen besproken in gesprekken tussen Rusland en Turkije, vertelde Dmitry Peskov aan journalisten tijdens een teleconferentie in Moskou.

“Het gebruik van nationale valuta in wederzijdse handelstransacties is een onderwerp dat door Russische zijde op verschillende niveaus, ook op het hoogste niveau, al lang ter sprake is gebracht”, legde hij uit.

“President Putin heeft herhaaldelijk over een dergelijke mogelijkheid en bovendien over die opportuniteit gesproken. Natuurlijk is dit onderworpen aan nauwgezette studies en berekeningen. Maar dit is wat we zoeken in onze bilaterale handels- en economische betrekkingen. Dit is wat herhaaldelijk is besproken tijdens bilaterale Russisch-Turkse gesprekken.”

Internationaal

Voor de internationale handel wil Rusland ook af van de dollar. De Russische minister van Financiën zei zondag dat Rusland het gebruik van de roebel en andere valuta zoals de euro wil toe laten nemen in plaats van de dollar.

In een interview met Rossiya 1 TV beschreef minister Anton Siluanov de Amerikaanse dollar als een “riskant hulpmiddel” voor internationale betalingen. “We hebben onze investering in Amerikaanse activa aanzienlijk verminderd.”

Erdoğan

De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan liet zaterdag weten dat Turkije over kan schakelen naar nationale munteenheden in handel met de grootste handelspartners zoals Rusland, China, Iran en Oekraïne. Hij zei dat de VS spijt zal krijgen van zijn verkeerde zet tegen Turkije en dat het tijd is dat men zich bevrijdt uit de klauwen van de dollar. (LEES meer)

Chantage

De VS chanteert de Turken voor de ogen van de hele wereld door te zeggen dat de omstreden christelijk-zionistische (LEES meer) pastoor Andrew Brunson, in Turkije gearresteerd wegens spionage en steun aan terrorisme, woensdag voor 18:30 uitgeleverd moet worden aan de Amerikanen. Anders “moet Turkije zich voorbereiden op de consequenties”.

Turkije reageerde daarop niet te zullen zwichten en de VS zich bewust moet zijn met welk volk de confrontatie wordt aangegaan (LEES meer) en dat Washington hiermee de eigen belangen en veiligheid schaadt. (LEES meer)

Recent nieuws

Populair

Niet alleen Turkije, ook Nederland geeft les over de grens

Trouw 13.08.2018 De Nederlandse overheid investeert de komende jaren extra geld in taal- en cultuurlessen voor landgenoten over de grens. Turkije is hetzelfde van plan, werd vrijdag bekend, en wil Turkse weekendscholen in Nederland oprichten. Sociale Zaken beschouwt het als vergelijkbare initiatieven.

Dat is maar deels terecht, vindt Jaap van Marle, deskundige op het gebied van het Nederlands over de grens. “De Nederlandse overheid heeft geen enkele bemoeienis met de inhoud van het lesprogramma op de scholen in het buitenland. Er zit ook geen ideologie achter. Het is meer een praktische kwestie, gericht op kinderen die als ze terugkeren in Nederland gewoon hier onderwijs kunnen volgen.”

De vraag is hoeveel de regering Erdogan zich zal bemoeien met de inhoud van de lesprogramma’s op de Turkse weekendscholen in Nederland, zegt Van Marle.

Dat Ankara een ideologisch stempel zal drukken, staat wel vast, zegt Lily Sprangers, directeur van het Turkije Instituut. Het initiatief voor de scholen past volgens haar in een strategie die Ankara al eerder heeft ingezet: het behoud van de Turksheid van de vijf miljoen Turken in het buitenland. “Dat komt voort uit nationalisme. Maar het hangt ook samen met de Kieswet. Turken in het buitenland kunnen stemmen voor de verkiezingen, daar profiteert Erdogan van.”

Opa en oma

In Nederland wordt, na bezuinigingen van de afgelopen jaren, weer geïnvesteerd in het Nederlandse onderwijs in het buitenland: jaarlijks komt er 3 miljoen euro bij. Afgelopen schooljaar kregen zo’n 13.500 kinderen in 118 landen les in de Nederlandse taal en cultuur.

De meesten wonen tijdelijk in een ander land, omdat hun ouders er een paar jaar werken, zegt Sylvia Woortman van de Wereldschool, één van de organisaties die Nederlandse lessen aanbieden in het buitenland. “De lesprogramma’s zijn sterk gericht op het bijhouden van de Nederlands taal, zodat leerlingen bij terugkeer geen achterstand hebben opgelopen.”

Al zijn er op de Nederlandse scholen ook leerlingen die geëmigreerd zijn, of van wie één van de ouders Nederlands is. “Ouders vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat hun kinderen met opa en oma in Nederland kunnen communiceren”, zegt Woortman. Ze kan zich voorstellen dat dat ook voor Turkse Nederlanders geldt.

Uitgestoken hand

Sprangers bevestigt dat. “We hebben het vaak over de lange arm van Ankara, maar die arm reikt wel naar uitgestoken handen. Er is een groep Turken in Nederland die zich hier geen eersterangs burgers voelt en een sterke band met hun moederland ervaart. Bij die groep zal een Turkse weekendschool in een behoefte voorzien.”

Een deel van de Tweede Kamer vreest dat de Turkse weekendscholen de integratie belemmeren. Sprangers deelt die zorg niet. Ook los van de school zal een groep een kloof met de Nederlandse samenleving ervaren. “Het kan voor kinderen wel ingewikkeld worden als ze tegenstrijdige dingen horen op de weekendschool en de school die ze daarnaast bezoeken.”

Ook Woortman weerspreekt dat het bijhouden van de moedertaal slecht is voor de integratie in een ander land.

Lees ook: 

Ook onder Nederlandse Turken maakt de affaire-Özil veel los

Geen migrantengroep heeft zo’n sterke binding met het herkomstland als Turken. 

‘Veel Turkse Duitsers herkennen het gevoel van niet-geaccepteerd-zijn van Mesut Özil’

Met zijn besluit niet meer te voetballen voor de Duitse Mannschaft ontketent voetballer Mesut Özil een debat over de integratie van Duitsers met Turkse wortels. In de Berlijnse migrantenwijk Neukölln krijgt hij bijval én kritiek.

We hebben het vaak over de lange arm van Ankara, maar die arm reikt wel naar uitgestoken handen

Lily Sprangers, directeur Turkije Instituut

Qatarezen dumpen dollars voor Turkse lira

TM 13.08.2018 In Qatar is een campagne gestart voor de Turkse lira. Qatarezen ruilen hun dollars in voor de Turkse munteenheid. Die zet komt na de Amerikaanse manipulatie van de Turkse economie.

Qatarese zakenmannen laten in tweets weten achter Turkije te staan. Ook delen zij foto’s van hun recent bemachtigde lira-biljetten en verwijzen naar de stevige broederrelatie tussen beide landen.

Moslimland Turkije

De Qatarese bekende journalist en hoofdredacteur Jaber Al-Harmi sprak ook steun uit voor Turkije. In een tweet, die hij in het Turks schreef, verklaarde hij dat het verwacht was dat de VS een [economische] oorlog zou verklaren tegen Turkije. “Ze kunnen het niet hebben dat moslimland Turkije zowel op economische als politieke vlakte onafhankelijk is geworden.”

Al-Harmi haalde ook uit naar pro-Amerikaanse Arabieren. “Sommige Arabieren steunen deze oorlog tegen Turkije. Wat een grote lafhartigheid.”

Recent nieuws

Populair

De Turkse president Erdogan en zijn Chinese collega Xi schudden handen tijdens een economische top met Rusland, India en Zuid Afrika op 26 juli in Johannesburg. © AP

Erdogan heeft weinig vrienden die hem uit de financiële nood kunnen helpen

Trouw 13.08.2018 De Turkse president is gewend om in tijden van geopolitieke crisis oude vetes bij te leggen. Maar op de financiële markten gelden andere wetten.

Erdogan hoopt dat nieuwe vrienden hem uit de brand helpen. Maar waar hij in de internationale politiek vaak de ene partner voor de ander kan inruilen, zijn de vooruitzichten om op deze manier nieuwe financiers voor zijn economie te vinden niet gunstig.

In zijn buitenlands beleid grijpt de Turkse president tijdens ruzies steevast terug op hetzelfde draaiboek. Hij botst geregeld met andere leiders, maar lijkt ook te begrijpen dat hij niet iedereen tegelijk tegen zich in het harnas moet jagen. Dus als ruzie nummer zoveel losbarst, legt hij een oude vete bij.

Nadat de Turkse luchtmacht in november 2015 bijvoorbeeld een Russische straaljager rond de grens met Syrië neerschoot, reageerde Vladimir Poetin met economische sancties. Kort daarna probeerde Erdogan het goed te maken met Israël. De banden met Israël waren ernstig beschadigd nadat het land in 2010 met geweld een Turks schip tegenhield dat de maritieme blokkade rond Gaza probeerde te doorbreken.

Interne vijanden

In de zomer van 2016 bond hij ook in richting Rusland. Door de mislukte couppoging tegen zijn bewind had hij ineens veel interne vijanden. Want Erdogan lag niet alleen in de clinch met de putschisten, maar ook met Koerdische strijders en met Islamitische Staat.

De afgelopen dagen suggereerde Erdogan dat hij deze geopolitieke aanpak ook op de financiële markten wil uitproberen. De koersval van de lira kwam volgens hem door een politiek gemotiveerde aanval vanuit de VS, dat de dollar als wapen inzette. Hij overweegt dan ook nieuwe vrienden te zoeken, zo schreef hij vrijdag in The New York Times.

Die nieuwe partners zullen dan over diepe zakken moeten beschikken. Importland Turkije heeft iedere maand een paar miljard dollar nodig om zijn handelstekorten af te dekken. Daarnaast zijn veel binnenlandse economische activiteiten, zoals uitbreiding van de infrastructuur en de bouw van huizen en kantoren, met tientallen miljarden dollars aan buitenlandse leningen gefinancierd.

Politieke spanningen

Tijdens eerdere politieke spanningen met Westerse landen keek Erdogan naar Moskou. Maar waar Rusland een grote speler is in de oorlog in Syrië of als mogelijke wapenleverancier, stelt het land in financiële zin veel minder voor. De Russische economie is niet veel groter dan die van de Benelux.

Bovendien kreeg Rusland na zijn ingrijpen in Oekraïne in 2014 te maken met stevige Westerse economische sancties. Om zijn eigen banken en energiebedrijven te redden, moest het Kremlin een reservefonds leeghalen. Dat geld was eigenlijk bedoeld voor toekomstige pensioenen, dus Poetin beschikt niet meer over cash waarmee hij Erdogan te hulp kan schieten.

Een andere nauwe bondgenoot van Turkije is Qatar. Dat kleine land exporteert vooral vloeibaar aardgas, en daarop komt het een in juni 2017 begonnen boycot door Arabische landen goed door. Voor zijn veiligheid kan het emiraat ook op een garnizoen van Turkse militairen rekenen. Maar Qatar doet ook zijn best om de relatie met de VS goed te houden, dus het zou grote risico’s nemen door de kant van Erdogan te kiezen tegen Trump.

China

Een land dat wel de financiële middelen zou hebben om Turkije bij te staan, is China. Maar Peking steggelt de laatste tijd al met Trump over handel en heeft er waarschijnlijk geen zin in om de Amerikaanse president nog verder tegen zich in het harnas te jagen. Bovendien verstrekken de Chinezen hun kredieten doorgaans onder bijzondere voorwaarden. De leningen moeten dan besteed worden aan Chinese bedrijven, die er infrastructuur voor aanleggen. Dit is niet waar Turkije behoefte aan heeft, want het land heeft zelf juist een grote bouwsector die ook in het buitenland actief is.

Ook Europese landen zullen waarschijnlijk niet te hulp komen. De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei gisteren dat zij hoopt dat de Turkse economie goed presteert. Maar, de verantwoordelijkheid daarvoor ligt in Ankara, zo maakte ze direct duidelijk. Erdogan moet de Turkse Centrale Bank de vrijheid geven om impopulaire maatregelen te nemen.

Lees ook:

De Turkse lira zit in een vrije val. Erdogan: ‘Maar wij hebben Allah’

De munt brak vorige week – na lang tegenstribbelen – door de psychologische grens van 5 lira voor 1 dollar. Deze week vervolgde de Turkse valuta haar vrije val, inmiddels kost 1 dollar bijna 6 lira, waarmee de munt 66 procent in waarde is gedaald sinds het begin van dit jaar. Recep Erdogan noemde de valutadaling donderdag een ‘campagne’ om Turkije te raken, meldt persbureau AP. “Zij hebben de dollar, wij hebben het volk, wij hebben Allah“.

Erdogan verder in crisis: lira op nieuw dieptepunt

Elsevier 13.08.2018 Een nieuwe val van de Turkse lira brengt president Recep Tayyip Erdogan verder in het nauw. In een poging de crisis een halt toe te roepen komt minister van Financiën Berat Albayrak vandaag met plannen om de rust op financiële markten te herstellen.
De Turkse lira is maandag verder in waarde gedaald na de vrije val vorige week. De munt daalde nog eens 10 procent tot een nieuw dieptepunt ten opzichte van de dollar. De Turkse minister van Financiën Berat Albayrak komt vandaag met plannen om de rust op de markt te herstellen.

De lira staat onder grote druk, mede door de sterk verslechterde relatie tussen Turkije en de Verenigde Staten over de hechtenis van de Amerikaanse predikant Andrew Brunson. De Verenigde Staten nemen de nodige maatregelen tegen Turkije, omdat het land weigert de voorganger vrij te laten.

Het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken laat maandag weten dat het juridische stappen onderneemt tegen posts op social media die erop gericht zijn de economie van het land schade te berokkenen. Volgens het departement zijn er sinds 7 augustus 346 accounts geïdentificeerd waarop posts zijn geplaatst die op ‘provocatieve wijze’ verwijzen naar de verzwakking van de Turkse lira ten opzichte van de dollar.

Beurzen krijgen klap

Aandelenbeurzen in Azië zijn maandag fors omlaaggegaan. Ook op Europese aandelenmarkten leidde de onrust de afgelopen dagen tot koersverliezen. De koersval van de Turkse munt sleept ook andere valuta’s mee omlaag: zo heeft de euro behoorlijk terrein prijsgegeven ten opzichte van de dollar.

De economische groeiverwachting in Turkije is inmiddels bijgesteld, meldt het Financieele Dagblad. Het bruto binnenlands product zal in 2019 niet 5,5 procent groeien, maar met een percentage tussen de 3 en 4. De fors goedkopere lira betekent dat de al fikse inflatie in het land nog verder dreigt op te lopen. Daardoor wordt het leven voor de Turkse bevolking steeds duurder.

Meer weten over de stijl van de Amerikaanse president? De methode Trump: dreigen, draaien, succes

Behalve het conflict met de Verenigde Staten zijn er op financiële markten ook zorgen over de invloed die de Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft op het beleid van de Turkse centrale bank. De centrale bank is van oudsher politiek onafhankelijk. Maar Erdogan trok een aantal weken geleden de macht naar zich toe om het hoofd van de centrale bank te benoemen, een instituut waarmee hij eerder dikwijls overhoop lag.

Minister presenteert reddingsplan

Erdogan haalde afgelopen weekeinde nog eens hard uit naar Amerika. Zo zei hij dat Turkije in een ‘economische oorlog’ is verwikkeld en hij gelooft dat zijn land slachtoffer is van een complot. Ook wees hij een regeling met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) af. Gisteren riep de president Turken voor de derde dag op rij op hun euro’s en dollars in te wisselen voor lira’s. ‘Wat niet is gelukt met provocaties en een staatsgreep, proberen ze nu met geld,’ zei Erdogan.

Volgens Turkse media komt de minister van Financiën – en schoonzoon van Erdogan – maandag met maatregelen om de rust rond de lira te herstellen. Het zou gaan om ingrepen rond de bankensector en steun aan het midden- en kleinbedrijf. Volgens Albayrak komen er geen kapitaalbeperkingen. Vrijdag presenteerde de minister ook een plan, maar dat kon de zorgen op financiële markten niet wegnemen.

Dit stuk uit het weekblad mag u niet missen: Leiders en hun lichaamstaal uitgelegd, hoe scoort Rutte?

Sancties voor ministers en heffingen op import

De crisis begon twee weken geleden, toen Trump besloot sancties op te leggen aan twee Turkse ministers Abdulhamit Gül (Justitie) en Süleyman Soylu (Binnenlandse Zaken), die volgens de Verenigde Staten een belangrijke rol speelden bij de arrestatie en detentie van Brunson. De sancties hebben tot gevolg dat Amerikaanse burgers in de meeste gevallen geen zaken meer mogen doen met de Turkse ministers. Ook worden bezittingen van de bewindslieden bevroren die onder Amerikaanse jurisdictie vallen.

Trump ging afgelopen vrijdag nog een stapje verder en verdubbelde de importheffing op staal en aluminium uit Turkije, naar respectievelijk 50 en 20 procent. ‘Onze relatie met Turkije is momenteel niet goed!’ twitterde de Amerikaanse president. Die dag bereikte de lira een nieuw dieptepunt toen de munt 13,5 procent aan waarde verloor ten opzichte van de dollar.

Lees ook de column van Afshin Ellian: Wordt Trump de Reagan van deze tijd?

Erdogan zoekt mogelijk toenadering tot Iran

In een opiniestuk in de Amerikaanse krant The New York Times vrijdag somde Erdogan op hoe Turkije zijn NAVO-bondgenoot Amerika de afgelopen decennia te hulp is geschoten. Hij noemt de steun van het Turkse leger aan de Amerikanen tijdens de Korea-oorlog (1950-1953) en tijdens de oorlog in Afghanistan, na de aanslagen van 9/11. In het stuk waarschuwde de leider ook dat als Trump zijn houding niet verandert, hij op zoek gaat naar nieuwe vrienden en bondgenoten. Mogelijk is dat Iran, al is dat wegens de oorlog in Syrië vooralsnog geen bondgenoot van Turkije.

De vijftigjarige Andrew Brunson is een dominee uit North Carolina en woont al meer dan twintig jaar in Turkije. Hij is de voorganger van een kleine protestantse kerk in de stad Izmir. De Turkse autoriteiten arresteerden hem in 2016.

Turkije verdenkt Brunson van banden met de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die in de Verenigde Staten woont en volgens president Erdogan het brein is achter de mislukte staatsgreep in juli 2016. Turkije wil dat de Verenigde Staten Gülen uitleveren, maar Washington weigert. Erdogan stelde in september vorig jaar voor Brunson te ruilen voor Gülen, maar ook daar gingen de Amerikanen niet op in. Trump klaagde eerder al op Twitter dat er geen reden is om Brunson te vervolgen.

Fleur Verbeek (1991) werkt sinds oktober 2017 op de webredactie. Ze studeerde Journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht.

GERELATEERDE ARTIKELEN

Spanning tussen Turkije en Amerika om predikant loopt op

‘Turkse scholen in Nederland is helemaal geen project van Erdoğan’

TM 12.08.2018 Het onderwijsproject van Turkije waarin scholen in Nederland zullen worden gefinancierd voor Turkse taal- en cultuurlessen, wordt helemaal niet uitgevoerd omdat de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan dat wil, maar omdat Turkse-Nederlanders daar jarenlang om vragen.

Dat zegt de Turks-Nederlandse journalist İlhan Karaçay, die zelf meer dan tien jaar voorvechter is van Turkse scholen in Nederland. “Dat schoolproject is iets wat wij Turkse Nederlanders al jaren willen. De Nederlandse media blaast de zaak helemaal op en schaadt daarmee de Turkse gemeenchap in Nederland. Erdoğan zou met het project volgens tegenwerkers ‘meer grip willen op onderdanen en zieltjes winnen’.”

Het begon allemaal met berichtgevingen van de NOS, stelt Karaçay. “Dat nieuwsbericht is zowel op tv als op de website volledig vervormd. Dat werd ook zo overgenomen door andere mediagroepen in Nederland.”

De Volkskrant reageerde met de zin ‘de lange arm van Ankara’ en liet anti-Erdoğan mensen reageren, benadrukt de Turks-Nederlandse journalist. “De Telegraaf kopte op basis van VVD- en PvdA-uitspraken dat ‘het plan van Turkije misselijk’ is en ‘de integratie daarmee gevaar loopt’. De PvdA vindt dat Turkse-Nederlanders beschermd moeten worden tegen “die enge dictatoriale man”.”

VVD-Kamerlid Bente Becker, de PvdA en D66 wijzen naar Erdoğan en uiten kritiek op de Turkse regering. D66-Kamerlid Jan Paternotte zegt dat het project niet verboden is en hoopt dat het kabinet zoveel mogelijk middelen aangrijpt om op te treden tegen zulke scholen.

Paternotte: “Het is niet verboden. Nederland heeft ook scholen in het buitenland. Maar het motief van Erdoğan is heel duidelijk dat hij Turkse Europeanen ziet als zijn onderdanen en dat hij probeert steeds meer grip op hen te krijgen. Dat is zorgelijk”, zegt het D66-Kamerlid, dat vindt dat het Nederlandse kabinet het project goed in de gaten moet houden of de scholen buiten de wet gaan.

Karaçay reageert op die uitspraken van Paternotte. “Laten we opzij leggen wat Paternotte in dat interview zegt en zijn uiting dat de regering het project moet controleren en volgen, beoordelen. Ja, die uiting is te prijzen. Hij herinnert ons aan de fout van de regering. Het is de Nederlandse regering die bekritiseerd dient te worden. Tot 2004 waren er Turkse taal en cultuurlessen voor Turks-Nederlandse kinderen. Dat werd door de toenmalige regering stopgezet vanwege bezuinigingen. Het ging om 70 miljoen euro. Wij protesteerden hiertegen en kregen als antwoord dat ‘Turkije het dan maar moest betalen’. Nu, na een veertien jaar durende strijd van Turkse civiele organisaties in Nederland, is Turkije bereid om te betalen. Maar nu wordt Ankara hierdoor onder vuur genomen.”

Karaçay vindt de uitspraken van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken belangrijk. Zo liet een woordvoerder weten dat Sociale Zaken op de hoogte is van het onderwijsproject en vervolgde: “Het staat landen vrij om behoud van de eigen taal en cultuur te stimuleren bij hun landgenoten, of hun kinderen of kleinkinderen, in het buitenland. Meerdere landen, waaronder ons eigen land, doen dit. Wat we niet willen is onderwijs dat als doel heeft om de integratie in Nederland te belemmeren of om antidemocratische opvattingen te stimuleren. Als er signalen zijn dat dit gebeurt, zal de overheid optreden.”

Karaçay: “Nu heb ik iets te zeggen tegen degenen die niets weten wat er vroeger gebeurde omtrent deze Turkse taallessen. Wij hebben veertien jaar gestreden zodat kinderen ook hun moeder