Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 11 – onderzoek misstanden Uruzgan – de nasleep

Telegraaf 17.03.2021

Gebombardeerde Afghanen eisen logboeken van Nederlandse F16’s in Uruzgan

Vier Afghanen eisen van het ministerie van Defensie de logboeken op van Nederlandse F16’s, Apache-gevechtshelikopters en een pantserhouwitser die tijdens een nacht in juni 2007 zijn ingezet in de Chora-vallei in de Afghaanse provincie Uruzgan.

De vier doen dit in een rechtszaak die ze hebben aangespannen tegen Defensie, waarin ze de Nederlandse staat aansprakelijk stellen voor een bombardement op hun huizen, waarbij tientallen doden vielen. De Afghanen hopen met de logboeken te kunnen bewijzen dat ze zijn bestookt door de Nederlanders.

,,Ik wil vooral dat duidelijk wordt wat er nou precies die nacht is gebeurd”, zegt advocaat Liesbeth Zegveld, die de Afghanen bijstaat. ,,Waarom zijn de huizen van mijn cliënten gebombardeerd?”

Telegraaf 17.03.2021

Het ministerie van Defensie wil nog niet zeggen of het inzage geeft in de logboeken. Volgens het ministerie zal dit ‘onderwerp van bespreking’ zijn als de zaak op 29 maart 2021 voor het eerst in Den Haag voor de rechter komt.

Het ministerie van Defensie buigt zich over een melding van een Uruzgan-veteraan over een geweldsincident in 2007. Deze veteraan, Servie Hölzkenvertelt in Trouw hoe hij en zijn pantsergenie-eenheid halverwege dat jaar huizen beschoten in de Afghaanse provincie. Mogelijk zijn daarbij burgerdoden gevallen.

AD 23.03.2021

Vertrek uit Afganistan

De vredesonderhandelingen over Afghanistan worden volgende maand voortgezet in Istanboel. President Biden hoopt nog steeds op 1 mei 2021 te kunnen beginnen met het terugtrekken van Amerikaanse soldaten.

Na het vredesoverleg in Moskou, vorige week, is onduidelijk hoe de vlag erbij hangt. Optimisten willen de uitkomst van dat overleg en de aanwezigheid van alle grote spelers rond het conflict (inclusief China en Pakistan) graag uitleggen als bemoedigend. Ze hopen op een ‘laatste en beslissende fase’ naar vrede. Pessimisten verwachten dat het onderlinge Afghaanse geruzie weer oplaait en leidt tot een mislukking van de gesprekken.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 88c9d-afganistan2bchora.jpg

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is f45a0-afganistan2bchora2b252822529.jpg

Daags na de conferentie in Moskou stuurde de Afghaanse president Ashraf Ghani alvast twee ministers de laan uit. Zijn grote politieke rivaal maar ook regeringspartner Abdullah Abdullah was ziedend. ,,Deze beslissing is tegen de belangen van het land in de huidige situatie en is onaanvaardbaar’’, zei hij in een zaterdag vrijgegeven verklaring. Volgende maand komen alle Afghaanse partijen, inclusief de taliban, weer aan tafel in Istanbul.

lees: Burgerdoden in Uruzgan kamervragen 24.12.2020

zie ook: Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 10 – onderzoek misstanden Uruzgan

VS zegt troepen voor 11 september uit Afghanistan te halen

NOS 13.04.2021 President Biden heeft besloten om voor 11 september van dit jaar de laatste Amerikaanse troepen uit Afghanistan te halen, melden functionarissen. Die dag is het twintig jaar geleden dat de aanslagen op het World Trade Center in New York werden gepleegd, wat de directe aanleiding was voor de invasie van Afghanistan onder leiding van de VS.

De terugtrekking is onvoorwaardelijk, aldus een hoge Amerikaanse regeringsfunctionaris. “De president heeft geoordeeld dat met een terugtrekking op basis van voorwaarden, wat de strategie is geweest in de afgelopen twee decennia, Amerika gedoemd is voor altijd in Afghanistan te blijven.”

Volgens de functionaris bestaat er voor het conflict in Afghanistan “geen militaire oplossing”. De Amerikanen zullen na 11 september overigens nog wel met “aanzienlijke middelen” in de regio aanwezig blijven om terrorisme tegen te gaan.

De Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, Antony Blinken en Lloyd Austin, maken het besluit vermoedelijk morgen bekend aan de NAVO-bondgenoten in Brussel. Mogelijk legt Biden zelf ook nog een verklaring af.

Deadline wordt niet gehaald

In januari zei waarnemend defensieminister Miller nog dat het de bedoeling was dat de laatste troepen in mei van dit jaar weg zouden zijn. De vorige regering, die van Donald Trump, was dat overeengekomen met de Taliban, zonder de bondgenoten er vooraf van op de hoogte te stellen. Vorige maand dreigden de Taliban nog met geweld als de Amerikanen niet op 1 mei weg zouden zijn.

Op dit moment zijn nog zo’n 2500 Amerikaanse militairen gestationeerd in Afghanistan. De piek was in 2011, toen er zo’n 100.000 Amerikaanse militairen in het land waren. Ongeveer 2400 Amerikaanse militairen zijn sinds het begin van de oorlog gesneuveld en duizenden zijn gewond geraakt.

Nederland stuurt juist extra militairen

Aan de NAVO-missie in Afghanistan dragen ook Nederland en andere lidstaten troepen bij. Nederland stuurt juist nog eens tachtig militairen naar Afghanistan om deel te nemen aan de NAVO-missie Resolute Support, bevestigen de demissionaire ministers Blok (Buitenlandse Zaken) en Bijleveld (Defensie) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Het gaat om infanteristen van de landmacht die op verzoek van bondgenoot Duitsland worden gestuurd vanwege de toegenomen dreiging van de Taliban. De Tweede Kamer zal op korte termijn nader worden geïnformeerd over het besluit in een zogeheten artikel-100-brief, waarna een debat volgt.

BEKIJK OOK;

Militairen in de Afghaanse Choravellei in 2007 ANP

Rechtbank wil meer onderzoek naar Nederlands bombardement in Afghanistan

NOS 29.03.2021 Defensie moet opnieuw een reconstructie maken van de slag om Chora, de Afghaanse vallei waar Nederlandse militairen in 2007 strijd met de Taliban leverden. Dat heeft de rechtbank van Den Haag bepaald in de zaak die is aangespannen door Afghaanse slachtoffers en nabestaanden van de Nederlandse bombardementen.

Bij de beschietingen in de nacht van 16 op 17 juni in de Afghaanse provincie Uruzgan zouden vijftig tot tachtig burgerdoden zijn gevallen. Defensie heeft steeds beweerd dat het oorlogsrecht is nageleefd. Het ministerie ziet steun in tal van rapporten van de NAVO, de Afghaanse regering en een lokale humanitaire organisatie.

Advocaat Liesbeth Zegveld, die de slachtoffers en hun nabestaanden vertegenwoordigt, legde de rechtbank stukken voor waaruit volgens haar blijkt dat de Nederlandse Defensie in strijd met het oorlogsrecht willekeurig gebombardeerd heeft.

Disproportioneel

De rechters willen nu weten op basis van welke informatie Afghaanse huizen zijn aangemerkt als militair doelwit. De voorzitter van de rechtbank zei te begrijpen dat een reconstructie lastig is, ook omdat sommige informatie wellicht geheim moet blijven.

Slachtoffers en nabestaanden eisen een schadevergoeding van Defensie. Ze lagen te slapen toen de Nederlandse bommen vielen. Volgens advocaat Zegveld waren de bombardementen disproportioneel, ook omdat de burgers niet vooraf waren gewaarschuwd.

Defensie spreekt dat tegen en zegt dat de burgerbevolking wel is geïnformeerd via de lokale autoriteiten. De meeste bewoners waren ook uit het gebied vertrokken, zegt de landsadvocaat.

Het bombardement maakte deel uit van de slag om de Choravallei. Dat strategisch gelegen gebied dreigde in handen te vallen van Taliban. Daarop besloot de commandant van de Nederlandse eenheid om de zone waarvan werd aangenomen dat de Talibanstrijders zich er ophielden, ’s nachts onder vuur te nemen.

BEKIJK OOK;

Graven bij Chora, dat werd gebombardeerd. Ⓒ ANP/HH

’Nederlandse militairen stonden in hun recht bij aanval op woonhuis tijdens de Slag om Chora’

Telegraaf 29.03.2021 Nederlandse militairen stonden volledig in hun recht om een woonhuis aan te vallen tijdens de slag om Chora in Afghanistan. Dat zegt de landsadvocaat in verweer tegen advocate Liesbeth Zegveld. Die wil een schadevergoeding voor haar cliënten, slachtoffers van een Nederlands bombardement in 2007.

BEKIJK OOK:

Chora-zaak draait vooral om inlichtingenpositie Defensie

Bij de slag om Chora vielen in juni 2007 tientallen burgerdoden. Dat gebeurde als nevenschade toen Nederlandse militairen alles uit de kast trokken om te voorkomen dat talibanstrijders de Chora-vallei zouden heroveren. Nederland zag een grote invasie van drie kanten op zich af komen. Om de vijand terug te slaan, werd luchtsteun aangevraagd. Afghaanse burgers kregen de oproep om een veilig heenkomen te zoeken. Toen de rook was opgetrokken, bleek op de ochtend van 17 juni dat er toch nog veel burgers in dat deel van de vallei hadden gezeten.

Mensenrechtenadvocate Zegveld meent dat Nederland veel te hard van stapel is gelopen en wil een schadevergoeding voor haar cliënten, vier nabestaanden en een groep erfgenamen. Volgens haar deugde de inlichtingen van de Nederlanders niet op de vooravond van de aanval. Er was geen gigantische invasie op komst, de schattingen van het aantal talibanstrijders in de vallei waren sterk overdreven. Ook dreigde ook geen massaslachting onder de Afghaanse bevolking als Nederland zich zou terugtrekken.

Bovendien zou er toende aanval werd ingezet geen goed zicht zijn geweest op de doelen en of daar burger of strijders zaten. Niet duidelijk was volgens Zegveld waar de taliban zich verschanst hadden en of de vervolgens de door Nederland bestelde bommen op de juiste plek vielen.

’Aanval was in overeenstemming met het oorlogsrecht’

Het ministerie van Defensie kijkt er heel anders tegenaan. De zaak draait om één specifiek huizencomplex waar zeven F-16-bommen op vielen. Het aanvallen van dat doel was in overeenstemming met het oorlogsrecht, vindt de Staat. Het huis was door verschillende inlichtingenbronnen aangeduid als vuurpositie van de taliban. Die informatie was van de afgelopen dag, dus niet op basis van verouderde of ongeverifieerde gegevens, zoals Zegveld zegt. Er was bovendien permanent zicht op het doel vanuit de lucht en vanaf de grond. En de burgerbevolking was opgeroepen om het gebied te verlaten.

De situatie was wel degelijk nijpend, vindt de staat. ’De Afghaanse politieposten om het centrum heen vielen, Chora dreigde onder de voet te worden gelopen door de taliban. „De militairen werden teruggedreven tot vier vierkante kilometer rondom het districtscentrum de ’white compound’. Het vermoeden bestond dat de vijand na zonsondergang dichterbij zou kunnen komen om de compound in handen te krijgen.”

De landsadvocaat zegt dat er na de aanval al geld is uitgekeerd aan burgers die waren getroffen door de luchtaanval. Er bestaat enige twijfel over wie de cliënten van Zegveld zijn en hoe destijds hun verhouding tot de taliban was.

BEKIJK MEER VAN; misdaad conflicten, oorlog en vrede Den Haag Chora Chora-vallei Uruzgan

Nederlandse militairen patrouiilleren in de Choravallei (2009) ANP

Advocaat: Nederland schond oorlogsrecht met aanval op burgers in Afghaanse Choravallei

NOS 29.03.2021 Met de slag om Chora in 2007 heeft Nederland niet de Taliban aangevallen, maar in feite de burgerbevolking van dat Afghaanse gebied. Dat betoogde advocaat Liesbeth Zegveld vanochtend namens slachtoffers en nabestaanden van het Nederlandse offensief voor de rechtbank in Den Haag. Die eisen in een proces tegen de Staat een schadevergoeding, maar volgens Defensie is daarvoor geen enkele aanleiding.

Nederlandse militairen werden van 2006 tot 2010 ingezet in de Afghaanse provincie Uruzgan als onderdeel van de internationale ISAF-coalitie. In 2007 dreigden de Talibanstrijders de strategische Choravallei in handen te krijgen. Daarop besloot de commandant van de Nederlandse eenheid om de zone waarvan werd aangenomen dat de Talibanstrijders zich er ophielden, ’s nachts onder vuur te nemen. Daarbij zouden vijftig tot tachtig Afghaanse burgers zijn omgekomen.

‘Te weinig voorkennis’

Het ontbrak de Nederlandse militairen ter plekke aan actuele kennis over de hoeveelheid Talibanstrijders, hun wapens, hun locaties en hun doelen, zei Zegveld in de rechtszaal. Uit militaire documenten is gebleken dat er na middernacht op 17 juni geen vijandelijkheden meer waren tegen de ISAF-eenheden.

Toch werd besloten om met artillerie en vliegtuigbommen het gebied aan te vallen. Daarbij is volgens advocaat Zegveld het oorlogsrecht, waarin de bescherming van burgers is vastgelegd, geschonden.

De slachtoffers en nabestaanden vragen via de rechter ook inzage in documenten en logboeken om uit te kunnen zoeken waarom hun dorp Qual-e-Ragh als doelwit van de Nederlandse aanvallen werd uitgekozen.

“Nederland heeft altijd gezegd dat de aanvallen noodzakelijk waren uit zelfverdediging, omdat de Taliban de Nederlandse posities dreigde over te nemen. Dat kan niet waar zijn als er bericht wordt dat er geen vijandelijkheden na middernacht meer plaatsvinden.”

Meer onderzoek nodig

Defensie verwijst al jaren naar onderzoeken die hebben aangetoond dat Nederland heeft geopereerd binnen de regels van het oorlogsrecht. Ook het Openbaar Ministerie heeft het optreden in Chora rechtmatig genoemd. Maar die rapporten zitten “vol met gaten”, stelt advocate Zegveld. “Dat is begrijpelijk kort na dato, maar inmiddels is er voldoende tijd verstreken om wel onderzoek te doen.”

Ze verwijst naar Duitse en Australische onderzoeken naar oorlogsincidenten in Afghanistan waarbij wel diepgravend onderzoek is gedaan.

Legitiem militair doel

Defensie ziet geen enkele reden om de schadevergoeding te betalen. De bewuste huizen werden door de Taliban gebruikt als vuurposities en daarom aangemerkt als legitiem militair doel, zo stelt advocaat Erik Koppe namens de Nederlandse Staat.

De aanvallen met F-16-vliegtuigen en helikopers op de woningen waren volgens Defensie nodig als verdediging van Chora als geheel. Veel burgers hadden de plek al verlaten na een waarschuwing voor de komende militaire operatie. En aan de Nederlandse militairen was door lokale autoriteiten bevestigd dat de waarschuwing aan het dorp was overgebracht, zegt de advocaat. “Task Force Uruzgan mocht ervan uitgaan dat er nog maar een beperkt aantal burgers aanwezig was.” Volgens hem is daarmee voldaan aan de beperkende regels van het humanitaire oorlogsrecht.

Eerder gecompenseerd

De bewering dat de Nederlandse militairen geen zicht hadden op activiteiten van Talibanstrijders wordt door Defensie fel bestreden. De beelden vanuit de F-16’s en drones gaven voldoende inzicht in de posities en activiteiten van de Talibanstrijders, aldus advocaat Koppe.

Enkele Afghanen die nu schadevergoedingen eisen, zijn al in 2007 gecompenseerd, stelt Defensie. Na afloop van de gevechten heeft Task Force Uruzgan diverse missies opgetuigd om noodhulp in de Choravallei te verlenen en “onverplichte schadevergoedingen” uit te keren voor herstel van woningen, wegen en dieren. De eisers die nu in Den Haag de Staat aanklagen hebben volgens Defensie al 10.000 dollar gekregen.

BEKIJK OOK;

Nederlandse militairen nemen met de lokale bevolking de schade op na zware gevechten in de buurt van Chora.

‘Slachtoffers bombardement Chora kregen eerder al 10.000 dollar schadevergoeding’

AD 29.03.2021 Nabestaanden die bij de slag om Chora in Afghanistan familieleden verloren en van wie toen huizen zijn vernietigd, hebben volgens de Nederlandse staat al een schadevergoeding gehad. Kort na het gevecht is aan familieleden ter plaatse 10.000 dollar uitgekeerd.

De vier nabestaanden stapten maandag naar de rechter, omdat ze Nederlandse militairen ‘blind geweld’ verwijten. In de nacht van 16 juni 2007 werden op hun huis zeven bommen gegooid in een half uur tijd. Ze verklaarden dat ze lagen te slapen en werden verrast door het geweld omdat ze niet waren gewaarschuwd. Ze bestrijden dat er talibanstrijders In hun huizen waren en willen nu een schadevergoeding.

Lees ook;

Gebombardeerde Afghanen eisen logboeken van Nederlandse F16's in Uruzgan

Nederlandse commandant over Chora: 'Ik heb besluiten genomen die veel mensenlevens hebben gekost’

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld, die de Afghanen bijstaat, schonden de Nederlandse militairen het oorlogsrecht en hadden ze hun inlichtingen niet op orde toen werd besloten om Chora te bombarderen. Daarbij vielen vijftig tot tachtig burgerdoden, waaronder familieleden van haar cliënten.

Advocaat Liesbeth Zegveld eist namens vier Afghanen een schadevergoeding nadat ze tijdens de slag om Chora in 2007 familieleden verloren en hun bezittingen werden verwoest.

Advocaat Liesbeth Zegveld eist namens vier Afghanen een schadevergoeding nadat ze tijdens de slag om Chora in 2007 familieleden verloren en hun bezittingen werden verwoest. © ANP

Volgens de advocaat hadden de Nederlanders onvoldoende informatie over de aanwezigheid van de taliban toen ze met het offensief begonnen. Onduidelijk was hoeveel strijders er precies waren, met welke bewapening en wat de dreiging voor burgers was. De meeste inlichtingen bestonden volgens haar uit onderschept walkietalkieverkeer en geruchten.

De locaties van talibanstrijders die wel bekend waren, gaven volgens haar geen goed beeld van de actuele situatie in de nacht dat er zeven uur lang werd gebombardeerd. ,,Strijders bewegen en blijven niet stil zitten totdat ze worden gebombardeerd.” Bovendien waren er volgens haar op de grond geen concrete gevechten tijdens de bombardementen. ,,Dus waar richt je je aanval dan op”, hield ze de rechters voor.

Volgens Zegveld is er maar één rechtvaardiging om huizen te bombarderen en dat is er als er kort daarvoor nog vanuit die huizen is geschoten. ,,Er moeten wapens van het doelwit zichtbaar zijn en de vijandelijke intentie moet aannemelijk zijn.” Het gooien van zeven bommen op deze huizen gaat daarom volgens haar veel te ver.

De staat geeft toe dat het huis van de nabestaanden is gebombardeerd. Dat blijkt uit de logboeken van de vliegtuigen en satellietbeelden, maar daaruit valt ook af te leiden dat deze huizen een militair doel waren, stelt advocaat Erik Koppe. Op basis van eigen eenheden, lokale bronnen en buitenlandse inlichtingen was duidelijk geworden dat deze qala (woning) een vuuropstelling van de vijand was.

Twintig uur voordat het huis werd vernietigd, gebruikte de taliban deze plek nog om de Nederlanders te bestoken. Dat bombardement gebeurde volgens de staat geheel volgens de regels. Een militair had het doelwit continu onder waarneming en begeleidde de vliegtuigen.

Dat er achteraf burgers op deze locatie verbleven is volgens de staat betreurenswaardig, maar dat geeft die locatie niet ineens een andere status dan militair doelwit. Er ging dreiging vanuit, het uitschakelen leverde een militair voordeel op en het gebruikte geweld was proportioneel.

Schadevergoeding

Volgens de staat is er dus ook geen verplichting om de schade te compenseren, maar dat is uit medemenselijkheid kort na het gevecht al wel gebeurd. De militairen zijn met 250.000 dollar het gebied ingetrokken om onschuldige slachtoffers te compenseren. Eind augustus was er 31.000 dollar uitgekeerd aan negen slachtoffers en waren er nog tien aanvragen in behandeling.

Commandant buiten dienst Hans van Griensven, die de Slag om Chora leidde.

Commandant buiten dienst Hans van Griensven, die de Slag om Chora leidde. © Koen Verheijden

Volgens de staat heeft een deel van de eisers, die nu bij de rechter staan, destijds ook al een schadevergoeding gehad. Ze kregen 10.000 dollar uitgekeerd voor de achttien doden die er waren te betreuren. Ook was het bedrag een compensatie voor de verwoeste moskee, omgebrachte dieren, beschadiging van de akkers en inkomstenderving.

De slag om Chora is het grootste offensief van de Nederlandse krijgsmacht sinds de Korea-oorlog. Zo’n zestig Nederlandse militairen zaten op een belangrijk knooppunt in de provincie Uruzgan en waren omsingeld door de taliban. Terugtrekken was voor de geloofwaardigheid van de missie geen optie, vertelde commandant Hans van Griensven zaterdag tegen deze site. Hij besloot te blijven. Omdat het uren zou duren voordat er op de grond versterkingen waren, gaf hij het bevel om te schieten met artillerie en voerden F-16’s bombardementen uit. In totaal werd er vier dagen gevochten en vielen er 250 slachtoffers, waaronder vijftig tot tachtig burgers. Ook kwamen in die dagen twee Nederlandse militairen om.

Nabestaanden bombardement Afghanistan eisen vergoeding van Defensie

RTL 29.03.2021 Vier Afghaanse burgers die in 2007 slachtoffers werden van een Nederlands bombardement eisen een schadevergoeding en willen inzage in de logboeken van Defensie. Ze vinden dat de aanval in de Chora-vallei, waarbij zeker 50 tot 80 burgerdoden vielen, niet rechtmatig was. Volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld is destijds buitenproportioneel gehandeld door Nederlandse militairen.

Het bombardement vond plaats in de nacht van 16 op 17 juni in 2007 tijdens de slag om Chora, in het Afghaanse Uruzgan. De aanval had als doel om de Taliban-strijders in het gebied uit te schakelen.

Het werd een bloedige aanval waarbij naast Taliban-strijders ook honderden burgers slachtoffer werden. Nederland heeft de aanval altijd zelfverdediging genoemd.

Bloedige aanval

Nu, bijna veertien jaar later, klagen vier nabestaanden de Nederlandse staat aan vanwege het gebruik van ‘niet proportioneel geweld’. Onder de eisers is een man die drie broers, zijn vrouw en zijn oom is kwijtgeraakt en zelf gewond is geraakt. Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld voert het woord namens de vier nabestaanden.

Ze willen duidelijkheid over wat er die bewuste nacht is gebeurd en hopen dat te vinden in de logboeken van het ministerie van Defensie. De Nederlandse militairen zouden volgens Zegveld buitenproportioneel gehandeld hebben.

 Geert Gordijn

@geertgordijn

Advocaat Liesbeth Zegveld namens de nabestaanden van burgerdoden in #Chora: Het optreden van het NL-leger destijds “past in een beeld dat het leven van een Afghaan voor ons niet zoveel waard is.” 10:05 a.m. · 29 mrt. 2021 2

Huizen genummerd

De bemanning van de F16’s en Apache-gevechtshelikopters wisten volgens de advocaat heel precies waar gebombardeerd moest worden.

“De coördinaten en tijdstippen waren bekend. Omdat de woningen in de Chora-vallei geen huisnummers hebben, zijn de huizen door militairen van tevoren op kaarten genummerd”, zegt Zegveld.

Miniatuurvoorbeeld

Lees ook:

Onderzoek naar melding geweldsincident met mogelijke burgerdoden in Uruzgan

‘Niet van tevoren gewaarschuwd’

“De mensen lagen te slapen in hun huizen toen het bombardement begon. Het algemene advies om in onveilige situaties vooral binnen te blijven gold toen natuurlijk niet meer. Maar ze waren niet van tevoren gewaarschuwd en veel mensen bleven toch in hun huis”, zegt de advocaat van de nabestaanden. Juist omdat vooral huizen gebombardeerd werden, vielen er veel doden.

De landsadvocaat, die de Staat bijstaat in de zaak, betoogde vanmiddag dat de aanval van de Nederlandse militairen wél rechtmatig was. Volgens hem hadden de militairen aan de lokale autoriteiten gevraagd om de bevolking te waarschuwen. Dat achteraf bleek dat de situatie anders was, is ‘zeer betreurenswaardig, maar dat kan de militairen niet worden tegengeworpen’.

De VN, NAVO en het Afghaanse parlement hebben eerder al aangegeven dat de Nederlandse militairen zich hebben gehouden aan het humanitair oorlogsrecht. Het uiteindelijke oordeel over de zaak is aan de rechtbank.

Nederlandse militairen waren van 2006 tot 2010 in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Nederlandse militairen waren van 2006 tot 2010 in de Afghaanse provincie Uruzgan. © ANP

RTL Nieuws; Ministerie van Defensie Nederlandse missie in Uruzgan Afghanistan

Nederlandse militairen op patrouille in Afghanistan, 2009.

Nabestaanden bombardement Afghanistan eisen vergoeding van Defensie

MSN 29.03.2021 Vier Afghaanse burgers die in 2007 slachtoffers werden van een Nederlands bombardement eisen een schadevergoeding en willen inzage in de logboeken van Defensie. Ze vinden dat de aanval in de Chora-vallei, waarbij zeker 50 tot 80 burgerdoden vielen, niet rechtmatig was. Volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld is destijds buitenproportioneel gehandeld door Nederlandse militairen.

Het bombardement vond plaats in de nacht van 16 op 17 juni in 2007 tijdens de slag om Chora, in het Afghaanse Uruzgan. De aanval had als doel om de Taliban-strijders in het gebied uit te schakelen.

Het werd een bloedige aanval waarbij naast Taliban-strijders ook honderden burgers slachtoffer werden. Nederland heeft de aanval altijd zelfverdediging genoemd.

Bloedige aanval

Nu, bijna veertien jaar later, klagen vier nabestaanden de Nederlandse staat aan vanwege het gebruik van ‘niet proportioneel geweld’. Onder de eisers is een man die drie broers, zijn vrouw en zijn oom is kwijtgeraakt en zelf gewond is geraakt. Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld voert het woord namens de vier nabestaanden.

Ze willen duidelijkheid over wat er die bewuste nacht is gebeurd en hopen dat te vinden in de logboeken van het ministerie van Defensie. De Nederlandse militairen zouden volgens Zegveld buitenproportioneel gehandeld hebben.

Huizen genummerd

De bemanning van de F16’s en Apache-gevechtshelikopters wisten volgens de advocaat heel precies waar gebombardeerd moest worden.

“De coördinaten en tijdstippen waren bekend. Omdat de woningen in de Chora-vallei geen huisnummers hebben, zijn de huizen door militairen van tevoren op kaarten genummerd”, zegt Zegveld.

‘Niet van tevoren gewaarschuwd’

“De mensen lagen te slapen in hun huizen toen het bombardement begon. Het algemene advies om in onveilige situaties vooral binnen te blijven gold toen natuurlijk niet meer. Maar ze waren niet van tevoren gewaarschuwd en veel mensen bleven toch in hun huis”, zegt de advocaat van de nabestaanden. Juist omdat vooral huizen gebombardeerd werden, vielen er veel doden.

De landsadvocaat, die de Staat bijstaat in de zaak, betoogde vanmiddag dat de aanval van de Nederlandse militairen wél rechtmatig was. Volgens hem hadden de militairen aan de lokale autoriteiten gevraagd om de bevolking te waarschuwen. Dat achteraf bleek dat de situatie anders was, is ‘zeer betreurenswaardig, maar dat kan de militairen niet worden tegengeworpen’.

De VN, NAVO en het Afghaanse parlement hebben eerder al aangegeven dat de Nederlandse militairen zich hebben gehouden aan het humanitair oorlogsrecht. Het uiteindelijke oordeel over de zaak is aan de rechtbank.

© Aangeboden door RTL Nieuws

‘NAVO waarschuwde drie keer voor burgerdoden bij slag om Afghaanse Choravallei’

NOS 27.03.2021 De Nederlandse militairen in Afghanistan zijn in juni 2007 drie keer door de NAVO gewaarschuwd voor het risico dat er burgerdoden zouden vallen bij de slag om de Choravallei. Dat schrijft de Volkskrant op basis van staatsgeheime documenten die de krant met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heeft ingezien.

Bij de aanval op Chora slaagden de Nederlandse militairen er met bombardementen en artilleriebeschietingen in om Talibanstrijders uit de vallei te verdrijven, maar vielen ook vijftig tot tachtig Afghaanse burgerdoden. Maandag staan vier nabestaanden voor de Nederlandse rechter om een schadevergoeding te vragen van de Nederlandse staat. Zij betogen dat hun familieleden het slachtoffer zijn geworden van ongericht geweld.

Uit zelfverdediging

Nederland heeft de aanval altijd zelfverdediging genoemd. In de vallei waren destijds zo’n zestig Nederlandse militairen gestationeerd vanwege de oplopende spanningen met de Taliban. Volgens Defensie werden zij op de dag van de bombardementen ingesloten door 800 tot 1000 gewapende Talibanstrijders. De commandant van de Nederlandse missie gaf vanuit Tarin Kowt het bevel tot mortierbeschietingen en luchtaanvallen.

Tijdens het offensief heeft het NAVO-commandocentrum in Uruzgan tot drie keer toe contact gehad met Defensie, schrijft de Volkskrant. Daarbij werd er steeds op gewezen dat er geen vijandelijke activiteit was gezien bij de doelen die onder vuur werden genomen. Nederland moet weten waar de vijand zich bevindt alvorens het vuur te openen, was de boodschap van de NAVO.

‘Achtergebleven burgers gewaarschuwd’

“Ons wordt verweten dat we willekeurig met bommen gooiden. Dat is gewoon niet waar en een belediging van onze professionaliteit”, zegt de toenmalige commandant van de Taskforce Uruzgan, Hans van Griensven in een vraaggesprek met het AD. Hij erkent dat er geschoten is op doelen die militairen niet direct konden waarnemen, maar waarvan ze wisten dat er Talibanstrijders zaten. Ook Van Griensven beroept zich op zelfverdediging: “We probeerden ons zoveel mogelijk aan de normale regels te houden. Maar als dat een keer niet lukte, moest ik toch kunnen vuren.”

Voor de aanval liet Van Griensven via zijn Afghaanse contacten de achtergebleven burgers in de vallei waarschuwen. “Ik had niet de luxe om uit te zoeken of ik iedereen heb bereikt. Onze mensen konden elk moment worden overlopen.” De oud-commandant is ervan overtuigd dat er veel meer burgerslachtoffers in Chora waren geweest als de Nederlanders het gebied in handen van de Taliban hadden laten vallen.

In verschillende internationale rapporten, van de VN en de Afghaanse Mensenrechtencommissie, is sindsdien geconcludeerd dat Nederland heeft geopereerd binnen de regels van het oorlogsrecht. Ook het Openbaar Ministerie noemt het optreden in Chora rechtmatig. Maar het NAVO-hoofdkwartier en de toenmalige Afghaanse president Karzai waren uiterst kritisch en vonden dat er regels waren geschonden.

“Ze hebben in Chora gewoon aangenomen dat alle burgers weg waren”, zegt advocaat Zegveld, die maandag optreedt namens de Afghaanse nabestaanden, in de Volkskrant. “Toen er tijdens het bombardement twijfels werden geuit, gingen ze gewoon door.” Defensie wacht met een reactie tot de rechtszaak heeft plaatsgevonden.

Nederlandse militairen waren van 2006 tot 2010 in de Afghaanse provincie Uruzgan, na een verzoek van de NAVO om bij te dragen aan de wederopbouw van het land. De thuisbasis voor de Task Force Uruzgan was Kamp Holland, niet ver van de hoofdstad Tarin Kowt. Tussen 15 en 19 juni 2007 vond de slag om Chora plaats, toen Talibanstrijders de strategisch belangrijke vallei in handen dreigden te krijgen. Daarbij vielen circa 250 doden, onder wie een Nederlandse en een Amerikaanse militair.

Defensie zou niks hebben gedaan met waarschuwing voor burgerdoden Chora

NU 27.03.2021 Nederlandse militairen in Uruzgan zijn zowel vóór als tijdens het bombardement op de Afghaanse stad en regio Chora in 2007 door bondgenoten gewaarschuwd voor het grote risico op burgerslachtoffers. Defensie sloeg die waarschuwingen echter in de wind, meldt de Volkskrant zaterdag op basis van staatsgeheime documenten. Uiteindelijk kwamen bij het bombardement zo’n vijftig tot tachtig Afghaanse burgers om. Defensie wil er niet inhoudelijk op reageren.

Wat deed Nederland ook alweer in Uruzgan?

  • Nederland was van 2006 tot 2010 in NAVO-verband op missie in de Afghaanse provincie Uruzgan.
  • De militairen moesten voor stabiliteit en veiligheid in het land zorgen, nadat de Taliban-beweging jarenlang (met veel geweld) de macht in handen had.
  • Tijdens de missie was de Taliban over z’n machtshoogtepunt heen, maar allerminst verdwenen uit het land. Er werd nog regelmatig gevochten tegen de Taliban.

Defensie heeft altijd gezegd dat het een gevecht tegen “achthonderd tot duizend” Taliban-strijders betrof, waarbij per ongeluk ook burgerslachtoffers vielen. De geheime documenten, die de Volkskrant kon inzien dankzij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), laten echter zien dat Nederland bewust een risico nam.

Tot drie keer toe negeerden de militairen waarschuwingen uit het NAVO-hoofdkwartier in de stad Kandahar, aldus het logboek van die tijd. De Nederlanders konden namelijk niet goed zien of de bommen die ze gooiden op Taliban-strijders of juist op burgers zouden terechtkomen.

Volgens het oorlogsrecht mogen Nederlanders alleen vuren (of in dit geval: bommen afwerpen) als ze zelf bedreigd worden. Dat betwijfelde de NAVO dus. Eerder zou de Nederlandse juridisch adviseur ook al gewaarschuwd hebben voor mogelijke burgerslachtoffers.

Defensie: ‘Executies onder bevolking dreigden’

Maandag dient een zaak van vier Afghaanse nabestaanden tegen de Nederlandse Staat. Ze eisen een schadevergoeding omdat volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld buitensporig veel geweld is gebruikt en niet duidelijk was waarom hun huizen werden gebombardeerd.

Defensie wil vooralsnog weinig kwijt over de gang van zaken toentertijd, laat majoor Peter de Bock weten aan NU.nl. “Het feit dat de Volkskrant heeft geschreven dat Nederland drie keer was gewaarschuwd, wil niet zeggen dat Defensie dit onderschrijft. Vanwege de rechtsgang gaan we daar nu inhoudelijk niet op in.”

Wel verwijst hij naar een eerder bericht op Defensie.nl over de zaak, waarin staat dat executies onder de lokale bevolking dreigden.

Het Defensie-bericht gaat verder met: “Onafhankelijke onderzoeken van de VN, de NAVO en het Afghaanse parlement hebben eerder al aangegeven dat Nederlandse militairen zich hebben gehouden aan het humanitair oorlogsrecht. Ook Defensie kwam tot die conclusie. Het Openbaar Ministerie zag geen reden om de zaak verder te onderzoeken.”

Lees meer over: Defensie  uruzgan

Defensie deed niks met waarschuwingen voor burgerdoden in Afghaanse stad Chora

MSN 27.03.2021 Nederlandse militairen in Uruzgan zijn zowel vóór als tijdens het bombardement op de stad en regio Chora in 2007 door bondgenoten gewaarschuwd op het grote risico op burgerslachtoffers. Defensie sloeg die waarschuwingen echter in de wind, meldt De Volkskrant zaterdag op basis van staatsgeheime documenten. Uiteindelijk kwamen bij het bombardement zo’n vijftig tot tachtig Afghaanse burgers om.

Defensie heeft altijd gezegd dat er het een gevecht tegen “achthonderd tot duizend” Talibanstrijders betrof, waarbij per ongeluk ook burgerslachtoffers werden geraakt. De geheime documenten, die de Volkskrant kon inzien dankzij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), laat echter zien dat Nederland bewust een risico nam.

Tot drie keer toe negeerden de militairen waarschuwingen uit het Navo-hoofdkwartier in de stad Kandahar, blijkt uit het logboek van die tijd. De Nederlanders konden namelijk niet goed zien of de bommen die ze gooiden, echt op Taliban-strijders of juist op burgers zouden terechtkomen.

Volgens het oorlogsrecht mogen Nederlanders alleen vuren (of in dit geval: bommen afwerpen) als ze zelf eerst bedreigd worden. Dat betwijfelde de NAVO dus. Eerder had de Nederlandse juridisch adviseur ook al gewaarschuwd voor mogelijke burgerslachtoffers.

‘Zo veel mogelijk burgers gewaarschuwd’

In een reactie laat Defensie weten dat het destijds zoveel mogelijk burgers heeft geprobeerd te waarschuwen voor het bombardement. De militairen vonden het echter belangrijk om de stad Chora “met alle mogelijke middelen” te beschermen, omdat “een slachting dreigde voor de lokale politie en bevolking”.

Bovendien was Chora van strategisch belang vanwege de belangrijke verbindingswegen in de regio, en zou “de geloofwaardigheid van Nederlandse militairen op het spel heben gezet” als Chora weer in handen zou komen van de Taliban.

Maandag dient een zaak van vier Afghaanse nabestaanden tegen de Nederlandse staat. Ze eisen een schadevergoeding omdat er volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld buitensporig veel geweld is gebruikt, en niet duidelijk was waarom hun huizen werden gebombardeerd, aldus de krant.

Defensie zou niks hebben gedaan met waarschuwing voor burgerdoden Chora

NU 27.03.2021 Nederlandse militairen in Uruzgan zijn zowel vóór als tijdens het bombardement op de Afghaanse stad en regio Chora in 2007 door bondgenoten gewaarschuwd voor het grote risico op burgerslachtoffers. Defensie sloeg die waarschuwingen echter in de wind, meldt de Volkskrant zaterdag op basis van staatsgeheime documenten. Uiteindelijk kwamen bij het bombardement zo’n vijftig tot tachtig Afghaanse burgers om. Defensie wil er niet inhoudelijk op reageren.

Wat deed Nederland ook alweer in Uruzgan?

  • Nederland was van 2006 tot 2010 in NAVO-verband op missie in de Afghaanse provincie Uruzgan.
  • De militairen moesten voor stabiliteit en veiligheid in het land zorgen, nadat de Taliban-beweging jarenlang (met veel geweld) de macht in handen had.
  • Tijdens de missie was de Taliban over z’n machtshoogtepunt heen, maar allerminst verdwenen uit het land. Er werd nog regelmatig gevochten tegen de Taliban.

Defensie heeft altijd gezegd dat het een gevecht tegen “achthonderd tot duizend” Taliban-strijders betrof, waarbij per ongeluk ook burgerslachtoffers vielen. De geheime documenten, die de Volkskrant kon inzien dankzij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), laten echter zien dat Nederland bewust een risico nam.

Tot drie keer toe negeerden de militairen waarschuwingen uit het NAVO-hoofdkwartier in de stad Kandahar, aldus het logboek van die tijd. De Nederlanders konden namelijk niet goed zien of de bommen die ze gooiden op Taliban-strijders of juist op burgers zouden terechtkomen.

Volgens het oorlogsrecht mogen Nederlanders alleen vuren (of in dit geval: bommen afwerpen) als ze zelf bedreigd worden. Dat betwijfelde de NAVO dus. Eerder zou de Nederlandse juridisch adviseur ook al gewaarschuwd hebben voor mogelijke burgerslachtoffers.

Defensie: ‘Executies onder bevolking dreigden’

Maandag dient een zaak van vier Afghaanse nabestaanden tegen de Nederlandse Staat. Ze eisen een schadevergoeding omdat volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld buitensporig veel geweld is gebruikt en niet duidelijk was waarom hun huizen werden gebombardeerd.

Defensie wil vooralsnog weinig kwijt over de gang van zaken toentertijd, laat majoor Peter de Bock weten aan NU.nl. “Het feit dat de Volkskrant heeft geschreven dat Nederland drie keer was gewaarschuwd, wil niet zeggen dat Defensie dit onderschrijft. Vanwege de rechtsgang gaan we daar nu inhoudelijk niet op in.”

Wel verwijst hij naar een eerder bericht op Defensie.nl over de zaak, waarin staat dat executies onder de lokale bevolking dreigden.

Het Defensie-bericht gaat verder met: “Onafhankelijke onderzoeken van de VN, de NAVO en het Afghaanse parlement hebben eerder al aangegeven dat Nederlandse militairen zich hebben gehouden aan het humanitair oorlogsrecht. Ook Defensie kwam tot die conclusie. Het Openbaar Ministerie zag geen reden om de zaak verder te onderzoeken.”

Lees meer over: Defensie  uruzgan

Luitenant-generaal b.d. Hans van Griensven (60) leidde in 2007 de slag om Chora. ,,Wij worden steeds neergezet als moordenaars van vrouwen en kinderen. Maar wij hebben daar niets verkeerds gedaan.”

Nederlandse commandant over Chora: ‘Ik heb besluiten genomen die veel mensenlevens hebben gekost’

AD 27.03.2021 De slag om Chora in Afghanistan uit 2007 blijft Nederlandse militairen achtervolgen. Nabestaanden van burgerdoden verwijten hen ‘blind geweld’ en staan maandag bij de rechter. Voor het eerst reageert de verantwoordelijk commandant Hans van Griensven (60) zelf op de keuzes die hij maakte. ,,Wij worden steeds neergezet als moordenaars van vrouwen en kinderen. Maar wij hebben daar niets verkeerds gedaan.”

Als Hans van Griensven zaterdagavond 16 juni 2007 naar de sterrenhemel kijkt op zijn hoofdkwartier in Tarin Kowt ziet hij plotseling een fel licht door de donkere nacht flitsen. Het is de naverbranding van een van de granaten die deze nacht worden afgevuurd richting Chora. De commandant van de Taskforce Uruzgan heeft zojuist het bevel gegeven om de Pantserhouwitser in te zetten, het zwaarste wapen van de landmacht.

Hij probeert daarmee zijn manschappen te redden die zijn omsingeld door de taliban in Chora. Van Griensven is zeker van zijn zaak.  ,,Maar let op. Over drie jaar hebben we een parlementaire enquête. Er zijn heel veel mensen die deze situatie niet aankunnen”, zegt hij tegen een collega als ze samen kijken hoe het vuur langzaam uitdooft en de granaat even later met een doffe klap zo’n 30 kilometer verderop neerkomt.

Tot een parlementair onderzoek komt het niet. Maar 14 jaar later wordt er nog steeds veel gesproken over de omstreden slag om Chora, een gevecht van vier dagen bij een belangrijk knooppunt in Uruzgan dat in handen dreigde te vallen van de taliban. Sommige van de 1400 Nederlandse militairen die erbij waren, zijn trots en voelen het als revanche voor het drama van Srebrenica uit 1995. Nu werden ze niet overlopen. Ze hielden stand en vochten terug in de grootste slag van de Nederlandse krijgsmacht sinds de Korea-oorlog.

Maar in die strijd kwamen wel zo’n 250 mensen om het leven, onder wie 50 tot 80 burgers en twee Nederlandse militairen. Vier nabestaanden staan maandag voor het eerst bij een rechter omdat ze de Nederlanders ‘blind geweld’ verwijten. Ze eisen een schadevergoeding.

De toenmalige commandant en nu luitenant-generaal b. d. Hans van Griensven hield 14 jaar publiekelijk zijn mond over de keuzes die hij maakte, maar kan het niet langer aanzien hoe zijn mensen steeds door die nabestaanden en leken worden weggezet als moordenaars. ,,Ons wordt verweten dat we willekeurig met bommen hebben gegooid. Dat is gewoon niet waar en een belediging van onze professionaliteit.”

Lees ook;

Gebombardeerde Afghanen eisen logboeken van Nederlandse F16's in Uruzgan

Getraumatiseerde veteraan vecht voor erkenning en compensatie

Met een vergelijkbare pantserhouwitzer werden 32 granaten gevuurd tijdens de slag om Chora.

Met een vergelijkbare pantserhouwitzer werden 32 granaten gevuurd tijdens de slag om Chora. © Defensie

Commandant Hans van Griensven op de White Compound in 2007 in Afghanistan.

Commandant Hans van Griensven op de White Compound in 2007 in Afghanistan. © Privebeeld

Bang dat het fout gaat

Afghanistan, Chora.

Afghanistan, Chora. © AD

Terug naar het jaar 2007 waarin van Griensven sinds januari de scepter zwaait op het hoofdkwartier in Uruzgan. De Nederlanders zijn hier om de Afghanen te beschermen, te ondersteunen en het land te helpen opbouwen. Hij merkt vanaf april dat de spanning in het gebied oploopt. Er zijn troepenverplaatsingen met geregeld confrontaties. Van Griensven is bang dat het fout gaat, vooral rond Chora.

Nederlanders moesten al eens een controlepost heroveren. ,,Maar het probleem is; zodra je weg bent, gaat de taliban de mensen weer bedreigen. Wij stimuleerden daar meer lokale politie neer te zetten. Voerden druk uit op president Karzai om daar te investeren in veiligheid. Anders dreigden we een belangrijk knooppunt kwijt te raken.’’

Hulp blijft uit en dus regelt Van Griensven zelf een plek waar ze permanent kunnen zijn: de White Compound. Daar verblijven zo’n 60 Nederlanders per toerbeurt. Ze komen steeds vaker in vuurgevecht met opstandelingen die ze dan nog kunnen afslaan. Op 15 juni slaat dat om. De Nederlanders krijgen een zware klap te verwerken. Een zelfmoordterrorist blaast in Tarin Kowt een legervoertuig op waarbij militair Timo Smeehuijzen overlijdt. Het verdriet en de commotie op het kamp is groot.

Terwijl collega’s de volgende morgen zijn afscheidsceremonie voorbereiden, komen er uit Chora al vroeg meldingen van vuurgevechten. ,,Normaal gesproken hebben we dan al snel weer de overhand. Maar dit ging maar door”, zegt Van Griensven.

Cruciale vraag

Als de commandant iets voor 19.30 uur wil gaan eten krijgt hij een melding voor spoedoverleg. Kapitein Larry Hamers zit met zijn mensen op de White Compound in Chora en ziet de druk op zijn basis toenemen. Ze hebben de hele dag moeten vechten en twee posten buiten het dorp opgegeven. Inlichtingen wijzen op een serieuze aanval. Dat de grote leiders erbij zijn betrokken. Dat er zelfs buitenlandse strijders zijn gesignaleerd, Arabieren, Serviërs. Achthonderd tot duizend man zijn de aantallen die rondgaan. De Nederlanders zitten er met 60 man, een paar Afghaanse militairen en dorpelingen.

Hamers legt een cruciale vraag op tafel: wat is Chora ons waard?

Van Griensven heeft een half uur om erover na te denken, maar zoveel opties zijn er niet. Zijn manschappen zijn omsingeld tegen een overmacht. Als ze weggaan kunnen ze misschien nog op tijd terugkomen op het hoofdkwartier, maar dat is allerminst zeker. ,,Ze moesten een rivier oversteken. Als er mensen met raketwerpers zitten, ben je onmiddellijk de klos. Maar stel dat dit toch lukt, dan heeft de taliban gewonnen. Dan zullen ze wraak nemen op iedereen die ons heeft gesteund. En dan komt de taliban aan de poort van ons hoofdkwartier te staan.”

Ratten in de val

Als wij het gebied hadden verlaten, was het aantal slachtof­fers waarschijn­lijk nog veel groter geweest, aldus Hans van Griensven, Commandant van de slag om Chora.

Van Griensven besluit te blijven. ,,Als we dit laten lopen is dat het failliet van onze missie. Dan worden we nergens meer geloofwaardig ontvangen. We moeten blijven. Ook al zitten we als ratten in de val. Deze nacht kunnen de gevechten nog erger worden.”

Na overleg met zijn juridisch adviseur concludeert de commandant: dit is pure zelfverdediging. Hij neemt extra maatregelen, mobiliseert troepen die hij naar Chora stuurt. Die zijn er alleen niet voor daglicht. De Britse generaal Page en commandant over Zuid-Afghanistan, biedt F-16’s en Apaches aan ter ondersteuning.

Hij geeft hem ook toestemming om met artillerie te schieten op locaties die de militairen niet direct onder waarneming hebben, maar waarvan ze weten dat daar taliban zit. Dat is in strijd met de normale regels, maar mag volgens Van Griensven wel  bij zelfverdediging.

Een besluit waar tot op de dag van vandaag veel discussie over is. Hoe haalt Van Griensven het in zijn hoofd om de allerminst nauwkeurige granaten af te vuren op een gebied waar nog steeds burgers zijn. ,,Natuurlijk besefte ik dat dit gevoelig lag. Maar ik heb wel een hele moeilijke situatie te redden. We probeerden ons zoveel mogelijk aan de normale regels te houden. Maar als dat een keer niet lukte, moest ik toch kunnen vuren.”

Gok 

Nederlandse militairen in Chora, Afghanistan.

Nederlandse militairen in Chora, Afghanistan. © mediadesk.avdd@euronet.nl

Voordat de operatie begint laat Van Griensven de bewoners die er nog zijn waarschuwen via zijn Afghaanse contacten. ,,Heb ik iedereen bereikt? Dat weet ik niet. Ik had de luxe niet om het uit te zoeken. Onze mensen konden elk moment worden overlopen. Ik moest de gok nemen en erop vertrouwen dat de Afghanen elkaar wisten te vinden.”

Tijdens de nacht wordt er gebombardeerd met artillerie en vliegtuigbommen. De volgende ochtend krijgen de mannen op de White Compound versterking van andere Nederlandse troepen en het Afghaanse leger. Ze kunnen standhouden en zetten uiteindelijk op dinsdag de tegenaanval in. De taliban wordt met succes verdreven. Er worden in die dagen volgens Van Griensven minstens veertien leiders gedood.

Later blijkt dat er ook zo’n 50 tot 80 burgers zijn omgekomen. Militairen zien mensen met kruiwagens en overleden slachtoffers uit het gebied komen. ,,Natuurlijk was het niet de bedoeling om die mensen om te brengen”, reageert Van Griensven. Maar waar hij moeite mee heeft, is dat nu al jaren het beeld wordt geschetst dat deze burgerdoden door de inzet van de pantserhouwitser zijn veroorzaakt. Hij kent ook de getuigenissen over mensen die met een gaatje in hun hoofd in een kruiwagen lagen.

,,Dat kan dan niet door onze artillerie zijn gebeurd, maar die nuance hoor je nooit. En je kunt ook de vraag stellen: waarom zaten die mensen daar nog? Misschien waren ze een levend schild. Dat zou zeker kunnen. Maar er was een grote dreiging dat we onder de voet gelopen zouden worden. We hebben de situatie proberen te redden en zijn daar in geslaagd. Als wij het gebied hadden verlaten, was het aantal slachtoffers waarschijnlijk nog veel groter geweest.”

Onschuldige slachtoffers

Van Griensven kan het niet uitsluiten dat de 32 granaten van zijn artillerie onschuldige slachtoffers hebben gemaakt, maar hij schat die kans bijzonder klein in. Er zijn volgens hem geen salvo’s afgevuurd, maar enkele schoten. Storend vuur, in militair jargon. ,,De munitie was niet nauwkeurig, dat klopt. Maar we bestookten opmarsroutes. Geen gebouwen.

Zo’n granaat kan misschien een keer ongelukkig zijn gevallen, maar die vernietigt niet een hele Afghaanse qala. Daar heeft het de kracht niet voor. De vliegtuigbommen vielen zeker niet willekeurig. Die gooiden we op een legitiem doelwit. Wij gaan daar niet voor de lol zomaar de boel omploegen. Dat doet niemand en is onze beroepseer te na.”

Veertien jaar na de missie heeft Van Griensven geen nacht wakker gelegen van de keuzes die hij heeft gemaakt. ,,Je kan zeggen, wat voor monster ben ik dan? Ik heb besluiten genomen die veel mensenlevens hebben gekost. Waarom heb ik daar geen last van? Ik weet het niet. Ik weet wel waarom ik dit heb besloten. En dat het nodig was. Ik kan mezelf elke ochtend recht in de ogen aankijken.”

Amerikanen zetten in op snelle aftocht uit Afghanistan

AD 22.03.2021 De vredesonderhandelingen over Afghanistan worden volgende maand voortgezet in Istanboel. President Biden hoopt nog steeds op 1 mei te kunnen beginnen met het terugtrekken van Amerikaanse soldaten.

Na het vredesoverleg in Moskou, vorige week, is onduidelijk hoe de vlag erbij hangt. Optimisten willen de uitkomst van dat overleg en de aanwezigheid van alle grote spelers rond het conflict (inclusief China en Pakistan) graag uitleggen als bemoedigend. Ze hopen op een ‘laatste en beslissende fase’ naar vrede. Pessimisten verwachten dat het onderlinge Afghaanse geruzie weer oplaait en leidt tot een mislukking van de gesprekken.

Daags na de conferentie in Moskou stuurde de Afghaanse president Ashraf Ghani alvast twee ministers de laan uit. Zijn grote politieke rivaal maar ook regeringspartner Abdullah Abdullah was ziedend. ,,Deze beslissing is tegen de belangen van het land in de huidige situatie en is onaanvaardbaar’’, zei hij in een zaterdag vrijgegeven verklaring. Volgende maand komen alle Afghaanse partijen, inclusief de taliban, weer aan tafel in Istanbul.

Lees ook;

Niemand verwacht dat de hervatting van de onderhandelingen gaat leiden tot een blijvende oplossing voor het Afghaanse conflict. Wel zou een akkoord president Biden de kans bieden een door zijn voorganger, Donald Trump, bedongen aftocht van het Amerikaanse leger uit het Afghaanse wespennest ook daadwerkelijk uit te voeren. Na twintig jaar kunnen de Verenigde Staten dan uit een oorlog stappen die begon na de aanslagen van 11 september 2001.

© Getty Images

Garanties

Volgens Biden is een Amerikaanse aftocht vanaf 1 mei nog steeds mogelijk. De Amerikanen willen dan garanties hebben voor een interim-regering in juni hebben en verkiezingsbeloften voor 2022. Een akkoord daarover zou de Amerikanen gelegenheid geven met opgeheven hoofd en in relatieve rust hun spullen te pakken.

De taliban zouden zich ook rustig willen houden om de Amerikanen daadwerkelijk te zien vertrekken. De deal die Donald Trump sloot, was dat het Amerikaanse leger zou vertrekken als de taliban geen onderkomen en bescherming zouden bieden aan jihadistische organisaties als Al-Qaeda en Islamitische Staat.

In Turkije zal duidelijk moeten worden of de oprichting van een voorlopige Afghaanse regering haalbaar is. De zittende Afghaanse president Ashraf Ghani is daarvan geen voorstander. Hij wil zijn mandaat afmaken, ook al wordt zijn regime door waarnemers beschreven als een van de meest corrupte regimes uit de Afghaanse geschiedenis. ,,Hij zal er alles aan doen om zolang mogelijk aan de macht te blijven. Hij weet dat hij geen deel uitmaakt van de toekomstige oplossing’’, zei een in Moskou aanwezige diplomaat in de Franse media.

Mullah Abdul Ghani Baradar (midden), medeoprichter van de taliban, komt aan in Moskou voor een vredesbespreking. © AP

Terrorismebestrijding

De Amerikanen willen in ieder geval weg uit Afghanistan. De Amerikaanse publieke opinie is er klaar mee. Ook Joe Biden zegt – net als Donald Trump – al jaren dat het Amerikaanse leger er niets te zoeken heeft. Als vicepresident van Barack Obama was Biden het in 2010 oneens met het sturen van versterkingen. Biden wil de Amerikaanse interventie in Afghanistan beperken tot terrorismebestrijding. De laatste jaren hebben special forces er al diverse kopstukken van Al-Qaeda geëlimineerd.

Een definitieve oplossing blijft bij dat alles ver weg. De taliban zijn nooit erg enthousiast geweest over verkiezingen. Veel Afghanen uit het noorden zouden nooit op hen stemmen. De vraag is ook waarom de taliban ook politieke risico’s zouden willen lopen als ze militair min of meer hebben gewonnen.

Ondertussen gaan de bomaanslagen in Kabul door, evenals het vermoorden van activisten, journalisten en politieagenten. Het lokale filiaal van de terreurorganisatie Islamitische Staat heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor een deel van het geweld, maar veel aanvallen worden niet opgeëist, waarna de Afghaanse regering de schuld bij de taliban legt. De laatste heeft de verantwoordelijkheid voor de meeste aanslagen van zich afgeworpen.

Minister van defensie VS onaangekondigd in Afghanistan

Telegraaf  21.03.2021 De Amerikaanse minister van Defensie Lloyd Austin heeft een verrassingsbezoek aan Afghanistan gebracht. Het bezoek was uit veiligheidsoverwegingen niet aangekondigd.

Een Afghaanse regeringswoordvoerder zei dat Austin met president Ashraf Ghani in Kabul heeft gesproken over onder meer de vredesgesprekken met de Taliban, de strijd tegen het terrorisme en het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan.

Austin was al in de regio. Hij bracht eerder bezoeken aan Japan, Zuid-Korea en India.

De Amerikaanse regering heeft onder voormalig president Donald Trump met de Taliban afgesproken dat alle 2500 Amerikaanse militairen, die nog in het land zijn gestationeerd, uiterlijk op 1 mei zijn teruggetrokken. Voor die tijd hoopt de huidige regering van president Joe Biden politieke afspraken te maken.

Al Qaeda

De Taliban hebben in ruil voor de Amerikaanse belofte toegezegd alle banden met terreurbeweging al-Qaeda te verbreken en vredesgesprekken te voeren met de Afghaanse regering, waar de radicaalislamitische beweging al jaren mee in oorlog is.

Austin zei vorige maand dat Washington de Amerikaanse strategie in Afghanistan op „doordachte en weloverwogen” wijze zou herzien. Biden beloofde vorige week dat hij met zijn bondgenoten zal overleggen over het tijdschema voor het terugtrekken van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan.

BEKIJK MEER VAN; defensie gewapend conflict Lloyd Austin Afghanistan

Geweldsgolf in Afghanistan: ‘Iedere vrouw die verandering kan brengen, is een doelwit’

NOS 19.03.2021 De vredesbesprekingen tussen de Taliban en de Afghaanse overheid zouden een einde moeten maken aan tientallen jaren oorlog in het land. Maar sinds de start van de gesprekken vorig jaar in de Qatarese hoofdstad Doha, is het aantal aanslagen op Afghaanse burgers flink toegenomen. Vooral vrouwenactivisten en journalisten zijn het doelwit.

Veel Afghaanse vrouwen zijn dan ook bang dat hun rechten waar ze zo hard voor hebben gevochten, worden afgepakt als de Taliban en de Afghaanse overheid een deal sluiten en samen gaan regeren. “De Taliban zijn niet veranderd, ze hebben nog steeds dezelfde ideologie”, vertelt vrouwenactivist Rada Akbar. “Ze zullen weer dezelfde beperkingen opleggen aan vrouwen als toen ze eerder aan de macht waren.”

Afghaanse vredesonderhandelingen

De VS viel in 2001 Afghanistan binnen en zette de Taliban af. De oorlog die volgde duurt nu al 20 jaar. Vorig jaar sloten de VS en de Taliban een historisch akkoord om een einde te maken aan de strijd.

De Taliban zouden Afghanistan niet meer gebruiken als uitvalbasis voor terreurgroepen. In ruil daarvoor zou de VS binnen 14 maanden al hun militaire troepen terugtrekken. Ook zouden de Taliban over vrede gaan praten met de Afghaanse regering.

Die onderhandelingen hadden vorig jaar in maart al moeten beginnen, maar gingen pas in september van start. Er is tot op heden geen vooruitgang geboekt.

Volgens activiste Freshta Karim is de positie van vrouwen in Afghanistan de laatste jaren sterk verbeterd. “Het belangrijkste is dat mannen en vrouwen nu volgens de grondwet gelijk zijn. Vrouwen mogen naar school en kunnen werken, in alle lagen van de samenleving zijn we nu zichtbaar.” Dit was ondenkbaar toen de streng-islamitische Taliban het voor zeggen had tussen 1996 en 2001.

Idealen afpakken

Maar sinds de start van de vredesbesprekingen is de positie van vrouwen verslechterd en zijn ze steeds vaker doelwit. Begin deze maand werden nog drie vrouwelijke journalisten vermoord. Ook mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch luidt de noodklok en zegt dat de gerichte moorden bedoeld zijn om vrouwen uit het publieke leven te verdrijven.

Karim ziet de situatie in haar land met lede ogen aan. “Onze vrijheden worden weer ingeperkt en het probleem is dat mensen zich steeds minder durven uit te spreken vanwege de toenemende aanslagen en gerichte moorden.”

“Iedere vrouw die opgeleid is en hoop en verandering kan brengen, is een potentieel doelwit”, aldus Freshta Karim, vrouwenactivist

De activiste kwam onlangs haar naam nog tegen op een dodenlijst van de Taliban die rondgaat op sociale media. Ze weet niet of de lijst echt is, maar schrikken is het wel. “Iedere vrouw die opgeleid is en hoop en verandering kan brengen, is een potentieel doelwit. Ze willen het ideaal dat wij hebben – een Afghanistan waarin iedereen gelijk is – van ons afpakken.”

Alhoewel de Taliban vaak ontkennen iets met de aanslagen te maken te hebben, geven de Afghaanse overheid en Amerika de groep wel de schuld van de recente geweldsgolf. Onderzoeken en berechting blijven vaak uit.

‘Talibanisering’ van het onderwijs

De Afghaanse overheid probeert zelf ook weer steeds vaker beperkingen aan vrouwen op te leggen, vertelt Akbar. “We zijn niet alleen in strijd met de Taliban, maar ook met onze eigen overheid.” Het Afghaanse ministerie van Onderwijs kwam vorige week nog met een zangverbod voor meisjes vanaf 12 jaar.

Volgens Ahmad Sarmast, oprichter van het Nationaal Muziekinstituut in Kabul, zou dit een poging kunnen zijn tot de ‘talibanisering’ van het onderwijssysteem. Sarmast wijst erop dat de Taliban muziek en meisjesonderwijs verboden toen zij aan de macht waren. Hij raakte zelf in 2014 gewond bij een aanslag van de Taliban. Een zelfmoordterrorist blies zichzelf vlak achter hem op tijdens een concert in Kabul.

“Het zangverbod laat duidelijk zien dat sommige politici binnen de Afghaanse overheid de weg proberen vrij te maken voor de Taliban”, vertelt Sarmast. “Sinds de vredesbesprekingen is er politiek veel veranderd. Sommigen zien de Taliban graag weer meeregeren en proberen een plek voor zichzelf veilig te stellen voor als er een deal komt. Dit verbod kan dan ook gezien worden als een test om te kijken of de Afghaanse samenleving bereid is om een stap terug te zetten.”

Maar dat zijn de Afghanen zeker niet. Vrouwenactivisten – en eigenlijk iedereen die tegen de streng-islamitische Taliban is – kwamen massaal in opstand via een online protestcampagne, op initiatief van Sarmast. Onder de hashtag #IamMSong plaatsten vrouwen en meisjes video’s op sociale media waarin ze hun favoriete nummers zongen.

 MyRedLine – خط سرخ من@myredline_afg

“I will sing songs, repeatedly freedom” #IAmMySong #MyRedLine @RADAAKBAR @daryafarhad

Het verbod werd teruggedraaid en de Afghaanse overheid spreekt inmiddels van een misverstand. Maar het is niet het enige voorbeeld. Enkele maanden geleden besloot het ministerie van Onderwijs nog om alle basisschoolleerlingen weer les te geven in de moskee. Ook dat besluit stuitte op grote weerstand en werd uiteindelijk ingetrokken.

Vredesbesprekingen

Toch gelooft activiste Karim wel in de vredesbesprekingen. “Praten is de enige manier om vrede te bereiken, maar het moet meer gaan over de kwetsbare groepen.” De activisten benadrukken dan ook allemaal dat het belangrijk is dat er meer vrouwen meedoen aan de vredesonderhandelingen.

De Afghaanse regering heeft vier vrouwen opgenomen in het onderhandelingsteam van 21 leden, de Taliban niet één. Karim: “We moeten een sterkere stem hebben bij de onderhandelingen om onze rechten te garanderen.” Zolang dat niet gebeurt, vrezen de Afghaanse vrouwen voor hun toekomst en zijn ze bang dat een nieuwe burgeroorlog niet uitgesloten is.

BEKIJK OOK;

Aanslag op bus en helikopter in Afghanistan, Taliban ontkennen betrokkenheid

NOS 18.03.2021 Bij een bomaanslag op een bus in Afghanistan zijn zeker drie doden gevallen en elf gewonden. De bus vervoerde in de hoofdstad Kabul overheidspersoneel toen een bermbom explodeerde. Het zou gaan om medewerkers van het ministerie van Communicatie.

De aanslag gebeurde tijdens de ochtendspits.

Crash

De aanslag komt een paar uur na een helikoptercrash waarbij negen militairen omkwamen. Op zo’n drie uur rijden van Kabul zou de helikopter zijn geraakt door een raket en crashte.

Wie er achter de aanslagen zit, is niet bekend. De Afghaanse regering houdt de Taliban verantwoordelijk voor recente aanslagen op onder anderen overheidspersoneel en journalisten.

De Taliban dreigden gisteren nog met gevolgen als de VS niet uit Afghanistan terugtrekt voor 1 mei 2021, zoals president Trump eerder had afgesproken. Reuters meldt dat de Taliban betrokkenheid bij de aanslagen hebben ontkend.

Biden

De deadline van 1 mei 2021 staat op losse schroeven, omdat Biden bedenkingen heeft over de haalbaarheid van die datum. Gisteren zei de Amerikaanse president tegen ABC News dat hij met bondgenoten overlegde over het tempo en de omvang van de terugtrekking van hun troepen. Hij voegde eraan toe dat als de deadline zou worden verlengd, het niet “veel langer verlengd” zou worden.

Amerikaanse media schrijven dat het vooral logistiek gezien onmogelijk is om de deadline van 1 mei te halen. Op dit moment zouden er zo’n 3500 Amerikanen in Afghanistan gestationeerd zijn.

BEKIJK OOK;

Doden door bermbom en neergeschoten helikopter in Afghanistan

Telegraaf 18.03.2021 Een bermbom in de Afghaanse hoofdstad Kabul heeft zeker vier inzittenden van een bus, medewerkers van een ministerie, het leven gekost. De aanslag kwam een dag na de dood van negen veiligheidsmensen die in een neergeschoten helikopter zaten. Het toestel zou door een raket zijn geraakt in de centrale provincie Maidan Wardak.

Zowel de bomaanslag als de raketaanval is niet opgeëist. De extremistische Taliban zeggen er niets mee te maken te hebben. De groepering zit donderdag in Moskou aan tafel met vertegenwoordigers van de Afghaanse regering en onder meer China, de VS en Rusland in een poging het geweld in het land terug te dringen.

De Afghaanse president Ashraf Ghani sprak van een „zware dag.” Hij verzekerde dat de daders zullen worden gepakt en bestraft.

BEKIJK MEER VAN; bomaanslagen terrorisme Kabul

Doden door bermbom en neergeschoten helikopter in Afghanistan

MSN 18.03.2021 Een bermbom in de Afghaanse hoofdstad Kabul heeft zeker vier inzittenden van een bus, medewerkers van een ministerie, het leven gekost. De aanslag kwam een dag na de dood van negen veiligheidsmensen die in een neergeschoten helikopter zaten. Het toestel zou door een raket zijn geraakt in de centrale provincie Maidan Wardak.

Zowel de bomaanslag als de raketaanval is niet opgeëist. De extremistische Taliban zeggen er niets mee te maken te hebben. De groepering zit donderdag in Moskou aan tafel met vertegenwoordigers van de Afghaanse regering en onder meer China, de VS en Rusland in een poging het geweld in het land terug te dringen.

De Afghaanse president Ashraf Ghani sprak van een „zware dag.” Hij verzekerde dat de daders zullen worden gepakt en bestraft.

Gebombardeerde Afghanen eisen logboeken van Nederlandse F16’s in Uruzgan

AD 16.03.2021 Vier Afghanen eisen van het ministerie van Defensie de logboeken op van Nederlandse F16’s, Apache-gevechtshelikopters en een pantserhouwitser die tijdens een nacht in juni 2007 zijn ingezet in de Chora-vallei in de Afghaanse provincie Uruzgan. Dat schrijft Trouw.

De vier doen dit in een rechtszaak die ze hebben aangespannen tegen Defensie, waarin ze de Nederlandse staat aansprakelijk stellen voor een bombardement op hun huizen, waarbij tientallen doden vielen. De Afghanen hopen met de logboeken te kunnen bewijzen dat ze zijn bestookt door de Nederlanders.

,,Ik wil vooral dat duidelijk wordt wat er nou precies die nacht is gebeurd”, zegt advocaat Liesbeth Zegveld, die de Afghanen bijstaat. ,,Waarom zijn de huizen van mijn cliënten gebombardeerd?”

Het ministerie van Defensie wil nog niet zeggen of het inzage geeft in de logboeken. Volgens het ministerie zal dit ‘onderwerp van bespreking’ zijn als de zaak op 29 maart voor het eerst in Den Haag voor de rechter komt.

Lees ook;

Verwoeste huizen na de zogenoemde Slag om Chora in juni 2007 in de Afghaanse provincie Uruzgan. De Nederlandse militair Oscar van der Ven maakte deze foto kort na de gevechten. Beeld Oscar van der Ven

Hoe gevechten in Uruzgan uitdraaien op een rechtszaak in Nederland

Trouw 16.03.2021 Eind deze maand dient in Den Haag een rechtszaak over omstreden gevechten in 2007 tussen Nederlandse militairen en de Taliban. Tientallen Afghaanse burgers kwamen daarbij om. Een reconstructie. “We hadden onze inlichtingenvergaring nog niet op orde.”

Het wordt in juni 2007 steeds duidelijker dat er gevaar op komst is in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar in die tijd meer dan duizend Nederlandse militairen gelegerd zijn. Zo druppelen inlichtingen binnen over een dreigend offensief van de Taliban in de Chora-vallei, waar de Nederlanders een post hebben. Er worden ook pick-uptrucks met stuurs kijkende mannen gesignaleerd en eenheden raken af en toe verwikkeld in schotenwisselingen.

Op vrijdag 15 juni slaat het onheil toe in de vorm van een zelfmoordaanval op een Nederlands konvooi in de provinciehoofdstad Tarin Kowt. “Ik stond bovenluiks nadat ik bezig was geweest met de antennes van onze pantserwagen”, vertelt oud-militair Oscar van der Ven. “Door de klap werd ik naar binnen geslagen.

Toen ik mijn hoofd weer boven het luik uitstak, was het een en al stof en rook. Het duurde een tijd voordat ik doorhad wat er aan de hand was. Maar op een gegeven moment zag ik vlammen en ging de achterklep van het voorste voertuig open. Toen zag ik een collega gewond op zijn rug liggen, die even later werd gereanimeerd. Ook hoorde ik het radioverkeer. Langzaam drong het tot me door.”

Van der Ven, chauffeur-boordschutter van een Bushmaster-pantserwagen, ervaart de zelfmoordactie als een omslag. “Daarna was ik eigenlijk alleen nog maar bang. Ik reed met veel meer agressie door het gebied en ik was ook agressiever tegenover de mensen.”

Oscar van der Ven in 2007 in Afghanistan. “Het was heel moeilijk om onderscheid te maken tussen de Taliban en burgers.” Beeld

Voor de Task Force Uruzgan, zoals de Nederlandse troepenmacht heet, zal het de aanloop blijken naar een van de heftigste periodes tijdens de vier jaar durende missie, waarin de koelbloedigheid van de militairen behoorlijk op de proef wordt gesteld. Want de volgende ochtend vroeg vallen enkele honderden Talibanstrijders inderdaad, zoals gevreesd, politieposten in de Chora-vallei aan.

De Nederlanders hebben in die vallei twee infanteriepelotons van de Luchtmobiele Brigade gestationeerd in een wit, ommuurd districtskantoor, dat de White Compound wordt genoemd. Op het dak van het gebouw zijn met zandzakken verstevigde mitrailleurposities gemaakt.

Gelijkenis met Srebrenica

De commandant op de White Compound, kapitein Larry Hamers, diende eerder in Dutchbat 3, dat in 1995 de Bosnische enclave Srebrenica vrijwel zonder slag of stoot overgaf aan de Servische vijand – met gruwelijke gevolgen voor de bevolking. Hamers ziet in de Chora-vallei met zijn bergen en ongeregelde strijders gelijkenissen met de benarde Bosnische enclave destijds.

De kapitein krijgt vanuit Kamp Holland, het Nederlandse hoofdkwartier bij Tarin Kowt, versterking van een extra peloton, dat de route voor een eventuele terugtrekking veiligstelt, en hij dirigeert troepen de vallei in om de belaagde Afghaanse politiemensen bij te staan.

De militairen voeren die zaterdag onoverzichtelijke vuurgevechten, waarbij de Taliban zich verstoppen in en rond zogenoemde qala’s, typische Afghaanse ommuurde huizen. Een Nederlands Patria-pantservoertuig wordt getroffen door een mortiergranaat van de vijand. Maar de infanteristen kunnen de val van de politieposten niet voorkomen en trekken zich in de loop van de dag terug in het centrale dorpje Ali Shirzai, waar zich de White Compound bevindt.

Het is dan al duidelijk dat ook onschuldige bewoners worden getroffen. “Burger in Chora heeft een vlag op zijn qala geplaatst in de hoop dat wij niet meer op zijn qala zullen vuren”, noteert een militair om 18.38 uur in het operatielogboek. “Hij heeft gewonde familieleden en is er nu mee naar het medical centre.”

Rond die tijd nemen de gevechten af, maar de Taliban zijn inmiddels al wel behoorlijk dicht bij de compound. Kapitein Hamers vreest dat de strijders na het vallen van de nacht onder dekking van de duisternis verder zullen optrekken naar zijn post. Hij neemt rond 19.25 uur radiocontact op met kolonel Hans van Griensven, de commandant van de Task Force Uruzgan op Kamp Holland, met de vraag wat Chora hem waard is.

Van Griensven komt daarmee voor een lastig besluit te staan. Want de Nederlandse missie is in Den Haag ‘verkocht’ als een soort ontwikkelingsproject met zware militaire beveiliging, maar het is feite een counterinsurgency- of anti-guerrillamissie, waarbij de ongeüniformeerde vijand vaak onzichtbaar is en de sympathie geniet van een deel van de bevolking.

Het is veelal belangrijker om de hearts and minds van de burgers te winnen dan om grondgebied vast te houden. Mede daarom heeft de internationale troepenmacht ISAF, waarvan de Nederlanders deel uit maken, tamelijk strikte Rules of Engagement (de geweldsinstructie), om burgerslachtoffers te voorkomen.

Beeld Louman&Friso

Versterken en verdedigen

Maar als Van Griensven de Chora-vallei opgeeft, krijgen de Taliban nog meer greep op het oosten van Uruzgan en ligt de weg naar de provinciehoofdstad Tarin Kowt voor hen open. Ook bereiken hem op dat moment al gruwelijke berichten over represailles van de Taliban tegen Afghanen die samenwerken met de Nederlanders. De commandant vreest bovendien dat een aftocht een propagandazege voor de Taliban zou opleveren.

Hij laat kapitein Hamers rond 19.50 uur weten dat hij moet standhouden. “Ik besloot te blijven in Chora”, schrijft Van Griensven later in zijn zogenoemde After Action Report. “We gingen versterken en fel verdedigen met alle beschikbare middelen.”

De kolonel meldt zijn besluit aan de Britse generaal Jacko Page, die vanuit de stad Kandahar het bevel voert over alle ISAF-troepen in Zuid-Afghanistan, en aan de Nederlandse commandant der strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, in Den Haag. Die belt op zijn beurt met defensieminister Eimert van Middelkoop. “Ik weet nog dat ik op een zaterdagavond zat te eten toen Berlijn belde”, vertelt Van Middelkoop. “Ik heb me niet bemoeid met het besluit, want het is niet de taak van de minister om te interveniëren in concrete militaire operaties.”

Een controversieel kanon

Hoe de strijd verloopt, valt in grote lijnen te reconstrueren aan de hand van onder meer foto’s, filmpjes, gesprekken met veteranen, en allerlei defensiestukken, waaronder After Action Reports en communicatielogboeken. Van Griensven besluit die avond om grootscheepse luchtaanvallen te laten uitvoeren.

Ook besluit hij tot inzet van een pantserhouwitser, het zwaarste kanon van het Nederlandse leger – iets waarover later veel discussie zal ontstaan. Want de pantserhouwitser staat in Kamp Holland, zo’n dertig kilometer van de vallei. Het kanon is met zijn ‘domme’ ongeleide granaten tamelijk onnauwkeurig. Bovendien is er die avond en nacht geen gekwalificeerde waarnemer beschikbaar die de artilleristen via de radio kan helpen om hun granaten op doel te krijgen.

Weliswaar zit er op het dak van de White Compound een zogenoemde Joint Terminal Attack Controller (JTAC), die contact onderhoudt met de gevechtspiloten, die hij naar hun doel leidt. Maar deze JTAC zit op te grote afstand en heeft te weinig zicht op het doelgebied om als waarnemer voor het kanon te fungeren.

Terwijl de Rules of Engagement juist nadrukkelijk bepalen dat de troepen alleen geweld mogen gebruiken tegen mensen die ze duidelijk als vijand hebben geïdentificeerd. Die inzet zonder behoorlijke waarneming maakt de inzet van het kanon controversieel.

Australische militairen in Uruzgan, waarmee de Nederlanders samenwerken, zijn betrokken bij de planning van de operatie. Maar zij besluiten zelf niet mee te doen, omdat ze kennelijk striktere instructies hebben omtrent de inzet van geweld en de bescherming van burgers.

En het commandocentrum voor Zuid-Afghanistan, waar de Britse generaal Page de scepter zwaait, zal er dat weekend bij de Nederlanders op aandringen om zich aan de Rules of Engagement te houden, zo blijkt uit een communicatielogboek: “Voor het uitbrengen van vuur gelden de normale regels. U moet positieve identificatie hebben voor u een doel aangrijpt.”

Intussen zet kolonel Van Griensven zijn plannen door. De Nederlander benadrukt dat hij het kanon alleen laat vuren op coördinaten waarop eerder Taliban zijn vastgesteld en op vermoede aanvalsroutes van de strijders. Hij spreekt van ‘storend vuur’, bedoeld om de Taliban in verwarring te brengen en een mogelijke verdere opmars van de strijders te bemoeilijken.

Om te voorkomen dat de Nederlandse F-16’s en andere vliegtuigen die nacht worden geraakt door de eigen artilleriegranaten, laat Van Griensven op de kaart ook twee grote aan elkaar grenzende vlakken aanwijzen: eentje waarop het kanon vuurt, en eentje waarop de vliegtuigen hun bommen gooien.

De militairen gebruiken voor het te beschieten gebied naast de eufemistische term ‘engagement area’ ook de kreten ‘killbox’ en ‘free fire zone’ – onheilspellende woorden waarvan later in de After Action Review, een evaluatierapport, zal worden gesteld dat ze bij vergissing werden gebruikt, zonder dat dit gevolgen zou hebben gehad.

Slag om Chora

Volgens de After Action Review laat Van Griensven die avond vanaf ongeveer 20.00 uur via onder andere een lokale politiecommandant en een tribale leider de bewoners van het te beschieten gebied waarschuwen dat ze moeten vluchten. Vijf kwartier later beginnen de Nederlanders met de houwitser te vuren. ‘Shot out’ meldt het logboek van de Operations Room om 21.14 uur. Van Griensven rapporteert later dat de Nederlanders dan nog bezig zijn om via de lokale machthebbers de burgers te alarmeren.

De gevechten zullen uiteindelijk vier dagen duren en zullen de annalen in gaan als de ‘Slag om Chora’, een roemrucht moment in de Nederlandse krijgsgeschiedenis. Een beetje als revanche ook voor de blamage dertien jaar eerder in Srebrenica. “Nu hadden we wél de middelen om keihard terug te slaan en die lui van de mat te vegen”, zegt Hamers, de kapitein op de White Compound, later tegenover een verslaggever van De Groene Amsterdammer.

Maar op het moment zelf beleven niet alle militairen die heroïek. Zo bevindt pantsergenist Servie Hölzken zich tijdens de beschietingen met infanteristen op een hoger gelegen gebied aan de overkant van de vallei, tegenover de White Compound. “Een echte slag, zoals je je dat misschien voorstelt, was het niet”, vertelt Hölzken. “Ik merkte zelf op die plek weinig van vijandelijk vuur. Het geweld kwam vooral van onze kant.”

Servie Hölzken in 2007 in Afghanistan. “Ik herinner me dat er een tractor aankwam met allemaal vluchtelingen op een grote aanhangwagen.“Beeld RV

“Sommige jongens stonden de luchtaanvallen ook te filmen. Waarnemers wezen met laserapparaten doelen aan, dus we wisten vaak wanneer er een bom aan zat te komen. Op een gegeven moment kregen twee jongens zelfs op hun donder omdat ze hun kistjes hadden uitgetrokken en blootvoets op het dak van hun pantserwagen waren gaan zitten. Als we echt in gevecht waren geweest, was zoiets niet gebeurd.”

Een militair zal ’s ochtends om 6.46 uur in het operatielogboek noteren dat de Taliban vanaf 0.00 uur niks meer tegen de Nederlanders hebben ondernomen. Maar de Nederlandse beschietingen gaan na middernacht nog urenlang door. En met grote gevolgen.

De Nederlandse militairen filmden sommige beschietingen tijdens de Slag om Chora. Dit zou een luchtaanval zijn in de eerste nacht.

Want niet alleen worden de Taliban die nacht in het defensief gedrongen. Als het ’s morgens licht wordt, blijken er veel meer burgers in het gebied te zijn geweest dan de Nederlanders ’s avonds aannamen. De After Action Review constateert dat de oproep om te vluchten veel bewoners waarschijnlijk niet heeft bereikt, of dat burgers besloten om toch te blijven.

Veegactie

Op Kamp Holland komen die ochtend dan ook meerdere meldingen binnen over vluchtelingen. En soldaten zien in de buurt van de White Compound een stoet mensen voorbij trekken. “Deze burgers vervoerden overleden mensen op kruiwagens en aanhangwagens van een trekker”, meldt de After Action Review. “Het waren lijken van mannen, vrouwen en kinderen. De stoet verplaatste zich naar een begraafplaats aan de rand van een berg. Daar werden de doden begraven. Volgens getuigen betrof het ongeveer 20 overleden mensen.”

Ook pantsergenist Hölzken, aan de overkant van de vallei, ziet vluchtelingen uit het gebied komen. “Ik herinner me dat er een tractor aankwam met allemaal vluchtelingen op een grote aanhangwagen. Wij moesten die mensen fouilleren en de wagens doorzoeken, omdat er een gevaar was dat Talibanstrijders stiekem zouden vluchten. Die mensen waren heel erg bang. Dat zag je aan hun ogen en er waren ook huilende kinderen bij.”

Ondertussen werkt kolonel Van Griensven met zijn staf een plan uit voor een tegenoffensief, Operatie Troy. Hij stuurt verse versterkingen naar de vallei en laat de taakgroep Viper, een speciale eenheid van commando’s en mariniers, een afleidingsmanoeuvre uitvoeren bij de nabijgelegen Baluchi-vallei, een notoir Taliban-bolwerk, om strijders uit de Chora-vallei weg te lokken. Tegelijk plant hij een actie om de Chora-vallei schoon te vegen.

Die veegactie, de grootste aanvallende operatie van Nederlanders sinds de Korea-oorlog, begint in de ochtend van dinsdag 19 juni 2007. Deze keer worden de burgers wel eerst door de troepen gewaarschuwd met een geluidswagen.

Een lokale militie herovert vervolgens het oosten van de Chora-vallei. En Afghaanse troepen vegen samen met Nederlandse militairen het westen van de vallei schoon. De Afghanen gaan daarbij midden door het bewoonde gebied, de Nederlandsers trekken vooral op langs de randen van de vallei en geven vuursteun.

Volgens een After Action Report van deze actie, die Operatie Fliegenfanger wordt genoemd, zien de troepen in huizen aanwijzingen dat Talibanstrijders kort ervoor ‘in paniek’ zijn vertrokken. Zo vinden ze grote hoeveelheden brood en nog lauwe thee. Ook slingeren her en der halflege dozen walkietalkiebatterijen en worden er raketgranaten, munitie en wat marihuana gevonden.

Als Afghaanse troepen bij de herovering van de politiepost Kala Kala, gelegen op een heuvel, op weerstand stuiten, roepen de Nederlanders hulp in van een straaljager. “Voltreffer”, bevestigt een militair over de radio.

Tegen het vallen van de avond wordt als laatste de politiepost Kala Kala, strategisch gelegen op een heuvel, heroverd. Wanneer de Afghaanse troepen daar op weerstand stuiten, roepen de Nederlanders hulp in van een straaljager. Terwijl de islamitische oproep tot gebed door de vallei schalt, valt de Nederlandse bom, die een grijze paddestoelvormige wolk veroorzaakt. “Voltreffer”, bevestigt een militair over de radio. “Dankjewel voor je assistentie.”

Vergoeding voor nabestaanden

De volgende dag keert de rust terug in de vallei. De bazaar gaat weer open, kinderen gaan naar school en boeren wagen zich weer op hun land. Vrijwel direct na de herovering gaat een zogenoemd Provinciaal Reconstructie Team (PRT) de vallei in om de schade op te nemen. Het PRT is verantwoordelijk voor hulpprojecten, zoals de bouw van een brug, een moskee en de aanleg van een weg. Na de gevechten keren de PRT’ers vergoedingen uit aan nabestaanden, gewonden en mensen met schade door Nederlandse beschietingen. Een klus die nog niet meevalt.

“Het was heel moeilijk om onderscheid te maken tussen de Taliban en burgers”, vertelt oud-militair Van der Ven, die als PRT’er kort na de strijd door het gebied rijdt. “Ze liepen daar allemaal met wapens. En het was zo corrupt. Zelfs vrouwen en kinderen kon je niet vertrouwen. De Taliban gebruikten kinderen om door te geven dat wij er aan kwamen.”

Al snel start ook een discussie over het Nederlandse optreden. Want hoe groot was het gevaar die zaterdagavond geweest in de Chora-vallei? Gaf Van Griensven terecht opdracht tot de zware beschietingen? Was er wel genoeg gedaan om onschuldige slachtoffers te voorkomen?

Aan Nederlandse zijde is na vier dagen geweld één dode te betreuren: een sergeant-majoor is omgekomen op de White Compound toen bij het vuren met een mortier een granaat voortijdig ontplofte. Maar er zijn naar schatting 250 Afghanen omgekomen.

Hoeveel burgers daaronder precies zijn, is onbekend. Defensie houdt het op 50 tot 80 dode burgers, maar hoeveel van hen zijn getroffen door Nederlands vuur blijft onduidelijk. Volgens Defensie heeft de pantserhouwitser in de eerste nacht gevuurd op coördinaten bij veertien woonhuizen, en hebben de vliegtuigen en helikopters tijdens de hele vier dagen durende operatie luchtaanvallen uitgevoerd op negentien huizen.

Conform de regels

Commandant der strijdkrachten Dick Berlijn geeft kort na de strijd een briefing aan Tweede Kamerleden, van wie vooral SP’ers en GroenLinksers kritische vragen stellen over de burgerslachtoffers. En de generaal brengt een bliksembezoek aan Uruzgan. “Ik ben trots op jullie”, zegt Berlijn tegen de troepen. Tegen meegereisde journalisten: “De jongens die in Chora hebben gevochten, willen dat Nederland begrijpt wat ze hebben meegemaakt.”

Defensie benadrukt dat de militairen conform de regels hebben geopereerd en krijgt bijval van onder meer het Navo-commandocentrum in Europa.

Ook leden van de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie, die het gebied na de geweldsuitbarsting kort bezoeken, concluderen dat de meeste burgerslachtoffers waarschijnlijk wel zijn gevallen door de Nederlandse beschietingen, maar dat de Nederlanders weinig te verwijten valt omdat de Taliban tussen burgers opereerden.

Het jaar erop zal het Nederlandse Openbaar Ministerie eveneens concluderen dat de militairen rechtmatig optraden.

Maar de toenmalige Afghaanse president Hamid Karzai laat zich direct na de gevechten kritisch uit over de manier waarop het zware kanon is ingezet in bewoond gebied. “Je opent niet het vuur op dertig kilometer afstand van het doel”, foetert Karzai. “Daarmee maak je vrijwel zeker slachtoffers onder de burgerbevolking.”

En ook binnen ISAF wordt schande gesproken van de Nederlandse handelwijze. De Britse generaal Page, verantwoordelijk voor Zuid-Afghanistan, en de Amerikaanse generaal Dan McNeill, de hoogste ISAF-commandant, vrezen dat de Nederlanders met de pantserhouwitser het oorlogsrecht hebben geschonden. ISAF kondigt korte tijd later enkele extra maatregelen aan, waaronder het gebruik van lichtere vliegtuigbommen, om burgerslachtoffers te voorkomen.

Hoe ontstemd generaal Page is, merkt minister Van Middelkoop als hij enige tijd later een bezoek brengt aan Afghanistan. Tijdens een visite aan het commandocentrum in Kandahar krijgt hij de wind van voren. “Page was heel kritisch”, herinnert Van Middelkoop zich. “Toen hij een tijdje bezig was, dacht ik: als je nog even zo doorgaat, loop ik weg. Maar gelukkig hield hij op een gegeven moment op. Daarna hebben we het over andere dingen gehad.”

Rechtszaak

Van Middelkoop zegt dat hij er destijds van overtuigd was dat kolonel Van Griensven de juiste beslissing nam en dat hij er nog altijd achter staat. “Had het anders gekund? Misschien. Maar Van Griensven moest op dat moment op grond van gebrekkige informatie snel een beslissing nemen. Ga er maar aan staan. En je moet niet vergeten dat we in die tijd nog niet zo lang in Uruzgan zaten. We hadden onze inlichtingenvergaring nog niet op orde.”

De eerste Nederlandse journalist die, los van de militairen, het gebombardeerde gebied bezoekt, is oorlogsverslaggever Arnold Karskens. Anders dan veel andere journalisten gaat Karskens niet embedded met de militairen mee, waardoor hij volledig zijn eigen gang kan gaan. Hij trekt in oktober 2007, vier maanden na de gevechten, naar het dorpje Qal-e-Ragh, waar de meeste burgerslachtoffers lijken te zijn gevallen, en windt er geen doekjes om. Onder de kop ‘Nederlandse oorlogsmisdaden in Uruzgan’ schrijft hij in de Nieuwe Revu over een ‘lukrake’ beschieting met de houwitser en een ‘massaslachting’. De namen en andere gegevens van slachtoffers speelt hij door aan mensenrechtenadvocate Liesbeth Zegveld.

“De missie in Uruzgan werd ons voorgespiegeld als een succesverhaal”, zegt Karskens. “Maar dat was een farce, een kartonnen decor. Als je daar rondreisde, merkte je dat de invloed van de Taliban groot was. Er waren wel Afghanen die profiteerden van de Nederlanders, bijvoorbeeld omdat ze transporten deden of spullen leverden, maar de meesten waren geen fans van de Nederlanders. Ze noemden de troepen bezetters.” Het zal dan nog een decennium duren voordat de Slag om Chora uitmondt in een juridisch gevecht.

Namens vier Afghanen uit het dorpje Qal-e-Ragh stelt advocate Zegveld in 2018 de staat aansprakelijk. In de zaak, die op 29 maart in Den Haag voor het eerst voor de rechter komt, stelt Zegveld dat de militairen ‘niet proportioneel’ geweld hebben gebruikt en dat ze te weinig onderscheid hebben gemaakt tussen strijders en burgers.

Om haar betoog kracht bij te zetten, stuurt de advocate de rechtbank een getuigenis van boer Akhtar Mohmad. Die vertelt daarin hoe hij in de nacht van 16 op 17 juni in het dorp Qal-e-Ragh lag te slapen toen zijn huis werd bestookt.

Volgens Mohmad waren er geen Taliban in de buurt en was hij ook niet gewaarschuwd. Zijn woning werd aan puin geschoten en meerdere familieleden raakten bedolven onder de brokstukken, zegt hij. Zijn moeder en een zus kwamen om en een broer liep blijvende psychische schade op. “Waarom hebben jullie dit gedaan?”, vraagt de Afghaan. “Jullie kwamen om ons te helpen. In plaats daarvan hebben jullie ons verwoest.”

Open zenuw

De rechtszaak leidt tot ergernis onder Uruzgan-veteranen. Daarbij speelt een rol dat ‘Chora’ in de krijgsmacht is uitgegroeid tot een soort repliek op ‘Srebrenica’: het bewijs dat Nederlandse troepen wel degelijk lef hebben en kunnen vechten. Kritische vragen raken bij heel wat militairen en veteranen nog steeds een open zenuw.

Het ministerie van Defensie voert in zijn verweer in de eerste plaats aan dat de schadeclaims van de Afghanen zijn verjaard. Volgens het ministerie handelden de troepen bovendien uit gerechtvaardigde zelfverdediging tegen de acute dreiging van een grote Talibanmacht van 800 tot 1000 strijders. De militairen gebruikten volgens Defensie uitsluitend gepast geweld en deden onder moeilijke omstandigheden hun best om burgers te waarschuwen. Woonhuizen moesten daarbij helaas worden bestookt omdat de Taliban zich er schuilhielden en burgers als schild gebruikten.

Verder wijst het ministerie erop dat de vier cliënten van Zegveld niet hebben bewezen dat hun huizen zijn beschoten door de Nederlanders. De schade zou ook kunnen zijn aangericht door bijvoorbeeld mortiergranaten van de Taliban.

In reactie daarop heeft Zegveld de rechtbank afgelopen maand gevraagd om Defensie te verplichten om meer informatie te verstrekken over de Nederlandse beschietingen. Zo wil de advocate de logboeken inzien van de F-16’s, Apache-gevechtshelikopters en pantserhouwitser die werden ingezet.

“Het gaat in deze zaak al lang niet meer om winnen of verliezen”, zegt Zegveld. “Ik wil vooral dat duidelijk wordt wat er nou precies die nacht is gebeurd. Waarom zijn de huizen van mijn cliënten gebombardeerd? Te veel is nog in nevelen gehuld.”

Defensie

Defensie stelt niet te weten hoeveel burgerdoden er in totaal zijn gevallen door Nederlandse geweldsinzet tijdens de Uruzgan-missie, die liep van 2006 tot 2010.

Bij de evaluatie in de Tweede Kamer in 2012 verklaarden de toenmalige ministers Hans Hillen (Defensie) en Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) dat het tellen van burgerslachtoffers geen prioriteit had, vooral omdat militairen gevaar liepen als ze eraan begonnen. De ministers verzekerden dat de troepen hun best hadden gedaan om onschuldige slachtoffers te voorkomen. Alle gevechtshandelingen werden gemeld aan het Openbaar Ministerie, dat nooit aanleiding zag voor vervolging.

Volgens Rosenthal zat “bescherming van de burgerbevolking in de genen van de Nederlandse militairen”.

Lees ook:

Justitie onderzoekt of Nederlandse militairen burgers hebben gedood in Uruzgan

De marechaussee gaat uitzoeken of er bij de Nederlandse Uruzgan-missie strafbare feiten zijn gepleegd.

Militair Servie Hölzken ging volledig over de schreef in Uruzgan. ‘Het moet verteld worden’

De Nederlandse veteraan Servie Hölzken vertelt hoe hij op een avond in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. ‘Pas later drong het tot me door hoe fout het was.’

Nederlandse soldaten doodden mogelijk burgers in Uruzgan. Defensie wil onderzoek

Een Nederlandse veteraan vertelt hoe hij in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. Defensie gaat met de oud-militair praten en met justitie overleggen over een onderzoek.

MEER OVER; MISDAAD, RECHT EN JUSTITIE POLITIEK MISDAAD CONFLICTEN, OORLOG EN VREDE TERRORISME URUZGAN  TALIBAN DEFENSIE ARJEN VAN DER ZIEL

maart 18, 2021 Posted by | aanslag, afganistan, bombardement, Chora-vallei, missie, Servie Hölzken | , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet Rutte 3 – versus troepenmacht Afghanistan – deel 11 – onderzoek misstanden Uruzgan – de nasleep

Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 11 nasleep onderzoek Hawija Irak

AD 08.05.2020

Debat 14.05.2020

De Tweede Kamer vergadert donderdag 14.05.2020 plenair over het Nederlandse bombardement op de Iraakse plaats Hawija in 2015.

Het is voor het eerst sinds het uitbreken van de coronacrisis dat er in de plenaire zaal over iets anders wordt gepraat dan de coronacrisis. Voor de vierde keer moet minister Bijleveld van Defensie zich verantwoorden over de kwestie.

Telegraaf 15.05.2020

AD 15.05.2020

Het debat werd in maart al aangevraagd naar aanleiding van publicaties van de NOS en NRC. Daarin stond dat voorafgaand aan het bombardement op de bommenfabriek van IS al rekening werd gehouden met “nevenschade”, ook al bleek uit de berekeningen dat er nul burgerdoden bij zouden vallen.

In werkelijkheid kwamen 70 mensen om en werden 400 gebouwen verwoest of beschadigd. In de fabriek bleken veel meer bommen opgeslagen te liggen dan waar bij het opstellen van de berekeningen vanuit was gegaan.

Daar kwam in maart nog bij dat minister Bijleveld moest toegeven dat de Amerikanen al sinds 2017 de 70 burgerdoden meerekenden in hun statistieken. In december had Bijleveld nog het tegendeel beweerd. Voordat de minister in de Kamer verantwoording kon afleggen, brak de coronacrisis uit en werd het onderwerp vooruitgeschoven.

Telegraaf 09.09.2020

Schadevergoeding

Een Iraakse man krijgt van de Nederlandse Staat een schadevergoeding vanwege een vergissingsaanval in 2015 in de stad Mosoel. De Irakees Basim Razzo, verloor zijn hele gezin verloor toen een Nederlandse bom op zijn woning in Mosul viel. Dat schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) dinsdag in een Kamerbrief.

De Staat betaalt een hoge schadevergoeding aan Irakees Basim Razzo die in 2015 vrijwel zijn gehele familie verloor toen een Nederlandse vergisbom zijn huis trof. Die werd door een F-16 van de Koninklijke Luchtmacht gedropt in de overtuiging dat het een IS-hoofdkwartier was.

Over de exacte hoogte van de compensatie willen Razzo, zijn advocaat Liesbeth Zegveld en de Staat geen mededelingen doen. Maar hij vroeg ruim twee miljoen euro en zegt met het geaccepteerde tegenbod zeer tevreden te zijn. Het zou naar verluidt gaan om ruim een miljoen.

BEKIJK OOK:

Emotionele Irakees Razzo ’zeer tevreden’ met hoge schadevergoeding na vergisbom

’Vrijwillige vergoeding’

Minister Bijleveld (Defensie) stelt dat er vanwege het ’enorme menselijke leed’ dat de familie Razzo is aangedaan is besloten een ’vrijwillige vergoeding’ uit te keren. „Het is goed dat er overeenstemming is bereikt. Hopelijk helpt dit hem ook verder, al zal dit nooit het verlies van dierbaren kunnen vergoeden.”

Razzo verloor zijn vrouw, dochter, broer en neef tijdens de luchtoorlog tegen IS. Op aanwijzingen van de Amerikaanse bondgenoot bombardeerde een Nederlandse F-16 in september 2015 een huis in het Iraakse Mosul. Achteraf bleken Amerikaanse inlichtingenofficieren te snel tot de conclusie te zijn gekomen dat het een IS-hoofdkwartier was, zo erkenden ze volgens Basim Razzo tegenover hem.

AD 13.05.2020

Amerikanen waarschuwden voor burgerdoden

Twee weken geleden kwam er opnieuw informatie vrij. De NOS en NRC meldden op 21 april dat de CIA vooraf had gewaarschuwd dat er burgerdoden zouden kunnen vallen. Een Amerikaanse luchtmachtcommandant die betrokken was bij het Nederlandse bombardement op Hawija had bovendien bedenkingen bij die aanval, en hield rekening met burgerdoden.

AD 18.06.2020

AD 18.06.2020

Geheim

De informatie die ten grondslag lag aan de aanval kwam vorige maand naar buiten nadat NOS en NRC met succes een beroep deden op de Freedom of Information Act, de Amerikaanse versie van de Wet openbaarheid van bestuur. Bijleveld had de Kamer altijd voorgehouden dat de stukken geheim waren en niet met het parlement konden worden gedeeld.

Nederland was niet betrokken bij het deel van het proces waarmee de Amerikanen bepaalden welke doelen er in de strijd tegen IS werden gebombardeerd. De Amerikaanse aarzelingen bij de aanval, mede op basis van informatie die de Amerikaanse geheime dienst CIA van informanten kreeg, bleef tot ruim na de Nederlandse luchtaanval enkel in Amerikaanse handen. De risico’s die de VS zag, werden overigens ingeperkt in het uiteindelijke, aangepaste aanvalsplan waarmee de Nederlandse commandant akkoord ging.

Dossier luchtaanval Hawija

Live AD

Teruglezen: Het Tweede Kamerdebat over burgerdoden Irak NRC

Verslaggever Inge Lengton live bij het debat;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Dossier Luchtaanval Hawija NRC

lees: Stand van zaken over de uitvoering van verschillende moties en toezeggingen 24.03.2020

lees: Brief van de minister van Defensie aan dhr. M. Esper, minister van Defensie van de Verenigde Staten bijlage 1 13.01.2020

lees: Vertaling van de antwoordbrief van de ondersecretaris van defensie van de Verenigde Staten bijlage 2 28.02.2020

lees: Besluit en bijlage Def op Wob-verzoek defensie onderzoek Hawija Redacted 17.02.2020

lees: Brief MIN DEF Antwoorden Kamervragen burgerslachtoffers Karabulut 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF SV Karabulut over passage uit boek missie F16 25.11.2019

lees: Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija brief 25.11.2019

lees: regeling Werkzaamheden over antwoorden op vragen over de 70 burgerdoden in Irak Brief 20.11.2019

lees: Feitenrelaas inzake de transparantie over burgerslachtoffers bij luchtaanvallen brief 05.11.2019

lees: Transparantie burgerslachtoffers bij luchtaanvallen in de strijd tegen ISIS brief 04.11.2019

lees: kamerbrief over het iob onderzoek naar stabilisatieprogrammas in syrie  7 september 2018

lees: rapport review of the monitoring systems of three projects in syria  7 september 2018

lees: Civilian Casualty Review Report Redacted 17.04.2018

lees: kamerbrief met voortgangsrapportage nederlandse bijdrage in strijd tegen isis 13.04.2018

lees: kamerbrief aanvullende artikel 100 brief nederlandse bijdrage aan de strijd tegen isis 29.01.2016

Zie ook: Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 10

Zie ook; Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 9

Zie ook: Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 8

Zie ook: Kabinet Rutte 2 en 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 7

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 6

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 5

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 4

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 3

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 2

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 1

Advocate Zegveld (inzet links) noemt de schadevergoeding na de vergisbom ’een absoluut unicum’. Minister Bijleveld (inzet rechts) wees aansprakelijkheid in eerste instantie van de hand, maar Defensie legt nu toch een aanzienlijk deel van de geclaimde som op tafel. Ⓒ ANP/HH

Irakees die familie verloor bij vergisbom krijgt tonnen van Defensie

Telegraaf 08.09.2020  De Staat betaalt een hoge schadevergoeding aan Irakees Basim Razzo die in 2015 vrijwel zijn gehele familie verloor toen een Nederlandse bom zijn huis trof. Die werd door een F-16 van de Koninklijke Luchtmacht gedropt in de overtuiging dat het een IS-hoofdkwartier was.

Over de exacte hoogte van de compensatie willen Razzo, zijn advocaat Liesbeth Zegveld en de Staat geen mededelingen doen. Maar hij vroeg ruim twee miljoen euro en zegt met het geaccepteerde tegenbod zeer tevreden te zijn. Het zou naar verluidt gaan om ruim een miljoen.

BEKIJK OOK:

Emotionele Irakees Razzo ’zeer tevreden’ met hoge schadevergoeding na vergisbom

’Vrijwillige vergoeding’

Minister Bijleveld (Defensie) stelt dat er vanwege het ’enorme menselijke leed’ dat de familie Razzo is aangedaan is besloten een ’vrijwillige vergoeding’ uit te keren. „Het is goed dat er overeenstemming is bereikt. Hopelijk helpt dit hem ook verder, al zal dit nooit het verlies van dierbaren kunnen vergoeden.”

Razzo verloor zijn vrouw, dochter, broer en neef tijdens de luchtoorlog tegen IS. Op aanwijzingen van de Amerikaanse bondgenoot bombardeerde een Nederlandse F-16 in september 2015 een huis in het Iraakse Mosul. Achteraf bleken Amerikaanse inlichtingenofficieren te snel tot de conclusie te zijn gekomen dat het een IS-hoofdkwartier was, zo erkenden ze volgens Basim Razzo tegenover hem.

BEKIJK MEER VAN; gewapend conflict defensie Basim Razzo Bijleveld Liesbeth Zegveld Mosoel Staat Defensie Koninklijke Luchtmacht

Staat betaalt vergoeding aan man die familie verloor bij bombardement Irak

NU 08.09.2020 Een Iraakse man krijgt van de Nederlandse Staat een schadevergoeding vanwege een vergissingsaanval in 2015 in de stad Mosoel. Dat schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) dinsdag in een Kamerbrief.

In de nacht van 20 op 21 september 2015 gooiden Nederlandse F-16’s bommen op het huis van Basim Razzo. De internationale coalitie dacht ten onrechte dat zijn huis een hoofdkwartier was van terreurorganisatie Islamitische Staat (IS).

Razzo verloor bij het bombardement een groot deel van zijn familie en zelf raakte hij gewond. De Nederlandse Staat ontkende lange tijd dat Nederlandse bommen zijn huis hadden geraakt. Toen media vorig jaar over het incident gingen schrijven, gaf het kabinet de bombardementen alsnog toe.

Over de hoogte van de schadevergoeding willen het ministerie van Defensie, Razzo en zijn advocaat Liesbeth Zegveld, geen uitspraken doen. Tegen De Telegraaf zegt de man dat hij zeer tevreden is met de hoogte van het bedrag. Eerder eiste hij 2 miljoen euro voor de geleden materiële en immateriële schade.

Schadevergoeding geen erkenning van aansprakelijkheid

De minister hoopt met de schadevergoeding de man tegemoet te komen vanwege het “enorme menselijke leed” dat hem is overkomen. Wel voegt ze toe dat er geen sprake is geweest van onrechtmatig geweldsgebruik en dat de schadevergoeding uit “humanitaire overwegingen” tot stand is gekomen. Defensie benadrukt met de schadevergoeding geen aansprakelijkheid te erkennen.

Gesprekken met nabestaanden van een ander Iraaks bombardement op de stad Hawija, lopen nog. Bij dat bombardement met F-16’s in juni 2015 op een bommenfabriek van IS vielen zeker zeventig doden, onder wie veel burgerslachtoffers. Achteraf bleken er in de fabriek veel meer explosieven te liggen dan van tevoren was ingeschat.

Lees meer over: Irak   Ministerie van Defensie   Binnenland 

Het huis van Razzo na het bombardement BASIM RAZZO

Defensie betaalt tonnen aan nabestaande vergissingsaanval Irak

NOS 08.09.2020 Defensie gaat een schadevergoeding van tonnen uitkeren aan een Iraakse man, die in 2015 een groot deel van zijn familie verloor bij een bombardement door Nederlandse F16’s op zijn huis in Mosul. De internationale coalitie ging er ten onrechte van uit dat de bewoners banden hadden met terreurorganisatie IS.

Bij het bombardement kwamen de vrouw, dochter, een broer en een neef van Basim Razzo om het leven. Hijzelf overleefde de aanval.

In maart vertelde Basim Razzo aan de NOS hoe het bombardement verliep.

Het verhaal van Basim Razzo

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Bijleveld dat de vergoeding vrijwillig, uit humanitaire overwegingen wordt uitgekeerd en dat de Nederlandse Staat geen aansprakelijkheid erkent. Over de hoogte van de vergoeding doen beide partijen geen mededelingen, maar naar verluidt gaat het om iets minder dan een miljoen euro.

Onrechtmatige daad

Aanvankelijk eiste Razzo, die voor een telecombedrijf werkte, twee miljoen dollar als vergoeding voor de schade. Zijn advocaat, Liesbeth Zegveld, noemde het bombardement een “internationale onrechtmatige daad”, omdat de inlichtingen over het doel beperkt en tegenstrijdig waren.

In haar brief schrijft de minister nogmaals dat ze het daar niet mee eens is. “Er is geen sprake van onrechtmatig geweldsgebruik”. Met de vergoeding wil ze “namens het kabinet de heer Razzo tegemoetkomen vanwege het enorme menselijke leed dat hem is overkomen en de materiële schade die hij heeft geleden.” Razzo kreeg bij de aanval een granaatscherf in zijn rug en kan naar eigen zeggen niet meer werken.

Tranen van geluk

Advocaat Zegveld laat weten dat haar cliënt heel blij is met de schadevergoeding. “Hij heeft met tranen van geluk gereageerd nu hij weer enigszins de mogelijkheid heeft om aan de wederopbouw van zijn leven te beginnen”. Volgens Zegveld is de zaak uniek. “Meestal is Nederland niet zo bereid om uit te keren en komt zo’n zaak voor de rechter”.

Er loopt ook nog een schadeclaim van tientallen Irakezen die gedupeerd zijn door het Nederlandse bombardement op Hawija. Het bombardement op een autobommenfabriek van IS zette een reeks explosies in gang waardoor een hele wijk werd verwoest. Zeker zeventig burgers kwamen om.

Voordeel

Of de schadeclaims van Hawijaslachtoffers nu meer kans maken, is volgens advocaat Zegveld moeilijk te zeggen. “Geen enkele zaak is dezelfde. Tegelijkertijd toont de vergoeding van nu wel aan dat Nederland oorlogsschade vergoedt, dus dat kan een voordeel hebben”.

BEKIJK OOK;

Staat betaalt hoge schadevergoeding aan Irakees die gezin verloor door Nederlandse bom

AD 08.09.2020 De Irakees Basim Razzo, die in 2015 zijn hele gezin verloor toen een Nederlandse bom op zijn woning in Mosul viel, krijgt een hoge schadevergoeding van de Nederlandse Staat. Dat bevestigen zijn advocaat Liesbeth Zegveld en het ministerie van Defensie. Het bombardement was een vergissing.

Het bombardement, in september 2015, werd uitgevoerd tijdens de strijd van coalitietroepen tegen IS in Irak. Op basis van Amerikaanse inlichtingen was vastgesteld dat de huizen van Razzo en zijn broer, die naast elkaar staan, een hoofdkwartier zouden zijn van de terreurgroep. Na het bombardement bleken die inlichtingen onjuist, de familie had niets met IS te maken. De bommen vernielden de woningen van Razzo en zijn broer en doodde de vrouw en de dochter van Razzo. Ook zijn broer en diens zoon kwamen om. Razzo zelf raakte zwaargewond.

Lees ook;

Lees meer

Schadevergoeding

Defensie verzweeg lang dat het een Nederlandse bom was die op het huis viel. Pas nadat verschillende media, waaronder deze site, erover schreven, gaf het ministerie het uiteindelijk toe. Eind vorig jaar stelde Razzo, samen met de Nederlandse advocate Liesbeth Zegveld, Nederland alsnog aansprakelijk voor de materiële schade (zijn woning, zijn auto en de medische kosten) en de immateriële schade (het overlijden van vier familieleden).

De totale schade werd op zo’n twee miljoen euro berekend. Vanmiddag werd bekend dat Nederland inderdaad een schadevergoeding betaalt. Het precieze bedrag willen Defensie en Zegveld niet bekend maken. Het gaat waarschijnlijk om vele tonnen. Zegveld noemt het een ‘unieke schadevergoeding’.

Razzo zelf zei eerder tegen deze krant: ,,Ik heb vertrouwen in de menselijkheid van het Nederlandse systeem en ik vertrouw erop dat ik gerechtigheid zal krijgen.’’ Een eerdere ‘genoegdoening’ van het Amerikaanse leger van 15.000 dollar weigerde hij vanwege het lage bedrag en omdat de VS niet de verantwoordelijkheid voor de aanval op zich wilde nemen.

We spraken Basim een half jaar geleden over het bombardement waarbij hij zijn gezin verloor.

Het ministerie benadrukt dat het met de vergoeding geen aansprakelijkheid erkent. “Het ministerie is van Defensie van mening dat er geen sprake is van onrechtmatig geweldgebruik”, schrijft minister van Defensie Bijleveld aan de Tweede Kamer. Met de vergoeding wil het kabinet Razzo tegemoetkomen vanwege “het enorme menselijke leed dat hem is overkomen en de materiële schade”.

Het bombardement in Mosul is een van de twee Nederlandse ‘vergisbombardementen’. Bij een ander incident in de Iraakse stad Hawija, vielen mogelijk zelfs 70 burgerdoden na een Nederlands bombardement. Coalitie-straaljagers vielen daar een bommenfabriek van IS aan, maar daar bleek veel meer explosief materiaal in te liggen dan gedacht. Door de enorme explosie werd ook een nabijgelegen woonwijk getroffen. Gesprekken met nabestaanden en slachtoffers uit die stad lopen nog.

De dochter van Razzo op de avond voor de aanval. © privé

Sinds een jaar bestiert Jeroen Dijsselbloem, oud-minister van Financiën, de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV). Hij kampt met geldzorgen. © Guus Schoonewille

Onderzoeksraad: Geen geld voor onderzoek naar ‘Nederlands’ bombardement Hawija

AD 18.06.2020 De Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) weigert het bombardement in Hawija te onderzoeken. Opvallend is een van de redenen daarvoor: volgens de raad heeft het daarvoor te weinig geld. Dat zegt OVV-voorzitter Jeroen Dijsselbloem in een interview met deze krant.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) had de OVV gevraagd om een onderzoek naar het bombardement, waarbij in 2015 vermoedelijk zeventig burgerdoden vielen. Het voorstel voor dat onderzoek werd gezien als een bezweringsformule om steun van D66 te houden voor haar positie als minister.

Dijsselbloem heeft haar echter laten weten dat het onmogelijk is dat de OVV ‘gevechtshandelingen’ onderzoekt. Dit is zo vastgelegd in de Rijkswet. Bijleveld drong er toch op aan een uitzondering te maken, maar dijsselbloem weigert dat. ,,We hadden een juridisch buitenommetje moeten maken.’’ En dat wil hij niet.

Opvallend genoeg stelt Dijsselbloem bovendien dat de OVV te weinig geld heeft voor het onderzoek. Het budget van de OVV, zo’n 13 miljoen, zou niet toereikend zijn. ,,We stonden kort geleden nog zwaar rood, om het maar huiselijk te zeggen.”

Dijsselbloem: ,,We hebben gewoon niet de financiële middelen nu voor een onderzoek naar Hawija en we willen niet aan ministers hoeven vragen om extra geld. Dat moet zeer uitzonderlijk zijn. Je loopt namelijk het risico om het verwijt te krijgen dat daarmee ook invloed op het onderzoek kan worden uitgeoefend. Wie betaalt, bepaalt. Dat willen we niet.”

Dat de OVV al een paar jaar met financiële tekorten kampt, steekt hem. ,,Ik wil daar niet cynisch over zijn, maar een cynicus zou kunnen zeggen dat we expres klein worden gehouden om dingen niet te onderzoeken. Daartegen pleit dat we steeds meer verzoeken krijgen, ook van ministers.”

Dijsselbloem is in gesprek met minister Ferd Grapperhaus (Justitie) over het budget en wil het liefst 1,5 miljoen euro per jaar meer.

De OVV kreeg voor het grote onderzoek naar de MH17-ramp wel apart budget. Volgens Dijsselbloem zou dat bij een onderzoek naar Hawija lastiger liggen omdat het kabinet dan zowel onderwerp van het onderzoek zou zijn, als de financier daarvan.

Een bezorgd mens is hij niet geworden van zijn baan als voorzitter van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV). Toch heeft Jeroen Dijsselbloem (‘ik ben een optimist’) wel zorgen dat hij niet alles kan onderzoeken wat hij zou willen.

Lees ook;

Defensie houdt vol: genoeg informatie om te besluiten tot aanval Hawija

Lees meer

Defensie wist ten tijde van aanval op Hawija niet van Amerikaanse aarzelingen

Lees meer

Bijleveld doorstaat weer motie van wantrouwen na begrip voor ‘ergernis’ over Hawija

Lees meer

Bombardement op Hawija blijft Bijleveld achtervolgen

Lees meer

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) deed ook onderzoek naar de onderzoek van de ramp met vlucht MH17.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) deed ook onderzoek naar de onderzoek van de ramp met vlucht MH17. © ANP

Halverwege het gesprek zegt Dijsselbloem, op gedempte toon nog wel, dat hij onlangs verrast werd over ‘hoeveel gebouwen er spontaan instorten in ons land’. De OVV wierp daar de blik op sinds het stadion van voetbalclub AZ instortte. ,,Het aantal ingestorte gebouwen blijkt een verontrustend rijtje dat je associeert met een ontwikkelingsland.” En dan zuinigjes: ,,Dat is niet bepaald acceptabel.”

Het maakt tegelijk de ‘ingenieur’ in hem ‘wakker’. ,,Heerlijk, ik houd van details.”

De oud-minister van Financiën kan zich op dat vlak uitleven, sinds hij een jaar geleden voorzitter werd van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV). Een studie naar het ongeval met de Stint, het onderzoek naar de vliegramp in Faro, controleren wie ervoor zorgt dat we sinds de aanslag op MH17 niet over oorlogsgebied vliegen: het belandt allemaal op zijn bureau.

Optimist

Begrijp hem goed, Dijsselbloem is er geen ‘bezorgd mens’ door geworden. ,,Ik ben een optimist.” Maar: ,,Er is wel ruimte voor verbetering als het gaat om ons niveau van veiligheid.”

Als OVV-voorzitter landde hij alsnog in het hart van de politiek, maar dan in een onderzoekende taak. Gevraagd naar de miljarden die door zijn opvolger Wopke Hoekstra (Financiën) aan de corona-crisis worden besteed, antwoordt hij ontwijkend. ,,Van politiek ben ik niet meer. Ik probeer commentaar op mijn opvolger sowieso te vermijden.”

Tegelijk gaat de OVV de aanpak van de coronacrisis onderzoeken. Dat ligt politiek heel gevoelig, vooral als uw rapport voor de Tweede Kamerverkiezingen van volgend jaar verschijnt.

,,Dat zal wel, maar daar houden wij natuurlijk geen rekening mee. Bovendien doen wij al snel een jaar over een onderzoek, dus dat valt dan meen ik niet voor de verkiezingen te verwachten.”

We stonden kort geleden nog zwaar rood, om het maar huiselijk te zeggen, aldus Jeroen Dijsselbloem, Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Als voorzitter van de OVV trof hij een organisatie ‘met enorm gezag’, zegt hij. Wat niet wil zeggen dat Dijsselbloem geen ruimte voor verbetering ziet. Ging hij als minister over de besteding van honderden miljarden, nu bedraagt zijn budget bij de OVV zo’n 13 miljoen. En dat is te krap, oordeelt Dijsselbloem in het jaarverslag dat vandaag verschijnt. ,,We stonden kort geleden nog zwaar rood, om het maar huiselijk te zeggen. Terwijl we steeds meer vragen krijgen om onderzoeken te doen.”

Wat zijn daarvan de gevolgen?
,,Het dwingt ons om onderzoeken niet te doen.’’

Zoals?
,,Hoewel de Tweede Kamer en de minister het ons hebben gevraagd, gaan we geen onderzoek doen naar het bombardement in Hawija. Dat kunnen we niet doen.”

Volgens Dijsselbloem is de reden daarvoor tweeledig. De wet geeft de OVV namelijk alle ruimte om onderzoek te doen, behalve naar gevechtshandelingen van Defensie. Het ongeluk met mortiergranaten in Mali was in 2017 wel reden voor een studie van de OVV, maar dat was geen gevechtshandeling maar een ‘intern’ ongeval.

,,We hadden een juridisch buitenommetje moeten maken als we het bombardement hadden willen onderzoeken, maar dat raakt aan onze onafhankelijkheid omdat de ministerraad ons dan eenmalig, ad hoc, toestemming had moeten geven. Wij willen graag onderzoeken op basis van onze eigen OVV-wet, omdat die onze onafhankelijkheid garandeert.”

Het tweede punt is financiering, stelt Dijsselbloem. Hij zou er ‘structureel’ 1,5 miljoen bij willen hebben. ,,We hebben gewoon niet de financiële middelen nu voor een onderzoek naar Hawija en we willen niet aan ministers hoeven vragen om extra geld. Dat moet zeer uitzonderlijk zijn. Je loopt namelijk het risico om het verwijt te krijgen dat daarmee ook invloed op het onderzoek kan worden uitgeoefend. Wie betaalt, bepaalt. Dat willen we niet.”

Ank Bijleveld, minister van Defensie, en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer over het bericht dat de premier geïnformeerd zou zijn over de zeventig burgerdoden in Irak.

Ank Bijleveld, minister van Defensie, en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer over het bericht dat de premier geïnformeerd zou zijn over de zeventig burgerdoden in Irak. © ANP/Koen van Weel

Wat nu?
,,De wet aanpassen dat we dit wel kunnen onderzoeken. En de begroting.”

Het is toch armoedig dat er geen geld is voor belangrijk onderzoek?
,,Ik wil daar niet cynisch over zijn, maar een cynicus zou kunnen zeggen dat we expres klein worden gehouden om dingen niet te onderzoeken. Daartegen pleit dat we steeds meer verzoeken, ook van ministers, krijgen.”

De onderzoeken die hij het afgelopen voorbij zag komen, sterken hem dat het ‘best goed geregeld is’ in ons land, op het gebied van veiligheid. Tegelijk zegt hij: ,,Zelfs in een land als Nederland, dat zo goed georganiseerd is, blijkt er veel te verbeteren. Soms is het gewoon labbekakkerigheid. Er was wel over nagedacht, er was verantwoordelijkheidsverdeling, maar dan zijn afspraken of waarschuwingen genegeerd.’’

Er hoeven geen koppen te rollen. Als wij onderzoek doen is het ook niet van: ‘Je hebt het verknoeid, hier heb je een rapport’, aldus Jeroen Dijsselbloem, Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Daarbij gaat het niet ‘om afstraffen’. ,,Er hoeven geen koppen te rollen. Als wij onderzoek doen is het ook niet van: ‘Je hebt het verknoeid, hier heb je een rapport’. Een bestuurder die heeft gefaald, is meestal de meest gemotiveerde om te verbeteren.”

Bovendien gaat het steeds vaker mis in de ‘interactie tussen mens en machine’. Dat kan op het gebied van cybersecurity zijn. ,,Maar ook een auto met elektrische hulpmiddelen. Je hebt auto’s die via sensors zien of er iemand voor je rijdt, maar toen bleek dat die sensor bij een hoge vrachtwagen er onderdoor scande. Die zag hij dus helemaal niet. Terwijl de bestuurder kan denken: het is veilig.”

En dat brengt ‘de ingenieur’ in Dijsselbloem dan weer boven. ,,Dan wil ik weten hoe iets werkt. Heerlijk.”

Vorig jaar werd bekend dat Dijsselbloem de nieuwe voorzitter van de OVV werd.

Onderzoeksraad: wij mogen geen onderzoek doen naar Hawija

NOS 17.06.2020 De Onderzoeksraad voor Veiligheid gaat geen onderzoek doen naar het bombardement op de Iraakse stad Hawija. In mei nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering werd opgedragen de OVV te vragen om een onderzoek naar het bombardement in 2015 waarbij zeker zeventig burgers om het leven kwamen.

De raad wees er kort daarna al op wettelijk geen onderzoek te mogen doen naar optreden van de krijgsmacht. In een brief aan de Kamer schrijft minister Bijleveld van Defensie nu dat ze desondanks in gesprek is gegaan om te kijken of er niet een rol zou kunnen zijn voor OVV.

“Vandaag heeft de voorzitter mij per brief geïnformeerd dat de Onderzoeksraad (…) heeft besloten dit onderzoek niet ter hand te nemen.” De voorzitter wijst de minister op wettelijke beperkingen en op beperkte financiële ruimte bij de raad.

Brede steun

Aan het eind van het Hawija-debat op 14 mei, het vierde over deze kwestie, diende D66-Kamerlid Belhaj de motie in. “Conclusies kan ik pas trekken als ik alles weet”, zei ze destijds. De voorstel kreeg brede steun in de Kamer.

“Voor D66 was dit onderzoek heel belangrijk”, zegt politiek verslaggever Wilco Boom. “Die partij overwoog om een motie van wantrouwen te steunen, maar zag daarvan af omdat ze veel verwachtten van dit onderzoek.”

Het Openbaar Ministerie heeft eerder al onderzoek gedaan naar het bombardement op Hawija, maar dat was beperkt en kwam pas laat op gang.

Hawija

Nederlandse F-16-piloten gooiden in 2015 meerdere bommen op een bommenfabriek van Islamitische Staat in Hawija, waarbij zeker zeventig burgers omkwamen en ruim 400 gebouwen werden beschadigd of verwoest. De piloten handelden op basis van informatie van de VS.

De CIA meldde al een week voor het bombardement dat er nevenschade zou kunnen ontstaan “omdat er een woonwijk vlakbij ligt”. Het aantal burgerslachtoffers werd vlak van tevoren toch ingeschat op 0, waarna groen licht voor de aanval werd gegeven.

BEKIJK OOK;

Bijleveld snapt irritatie over Hawija en belooft opnieuw beterschap

NU 14.05.2020 Dat de Tweede Kamer opnieuw geconfronteerd wordt met nieuwe informatie over het Nederlands bombardement op de Iraakse stad Hawija is ook minister Ank Bijleveld (Defensie) een doorn in het oog, maar aan haar ligt het niet. Dat er steeds nieuwe feiten via media boven tafel komen ligt volgens de minister aan de Amerikanen. “Ik baal hier ook van.”

“We zitten in hetzelfde schuitje”, hield zij de Kamer voor. Dat ziet een deel van de Kamer anders. “Ik denk niet dat de minister begrijpt waar het om gaat”, zei Sadet Karabulut (SP). “De Kamer vraagt om transparantie, de minister weigert dat.” Bram Van Ojik (GroenLinks): “U bent de minister, u gaat over dit beleid.”

De Tweede Kamer debatteerde donderdag voor alweer de vierde keer met minister Bijleveld over het Nederlands bombardement op de Iraakse stad Hawija waarbij zeventig burgerslachtoffers vielen.

In het vorige debat doorstond de minister ternauwernood een motie van wantrouwen en beloofde beterschap. Haar departement zou transparanter te werk gaan, maar een deel van de kamer ziet geen verbetering. Van Ojik (GroenLinks). “Het is te weinig, te laat en het gaat met overduidelijke tegenzin.” Een nieuwe motie van wantrouwen haalde donderdag wederom geen meerderheid.

Kamer opnieuw geïrriteerd over nieuwe onthullingen via media

Dit keer is de directe aanleiding voor het debat de erkenning van de defensieminister dat zij de Kamer onvolledig heeft geïnformeerd. Waar niet alleen zij, maar ook premier Mark Rutte, herhaaldelijk volhielden dat er niet over zeventig burgerdoden gesproken kon worden, schreef Bijleveld in maart aan de Kamer dat de Amerikanen in de statistieken wel degelijk zijn uitgegaan van dat aantal slachtoffers als gevolg van de Nederlandse luchtaanval.

Een maand na publicatie van de Kamerbrief kwamen NOS en NRC met opnieuw onthullingen over Hawija. De twee media wisten eerder aan het licht te brengen dat er, anders dan het kabinet de Kamer had voorgehouden, wel degelijk bekend was dat er mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Dit keer meldden zij dat dat de Amerikanen op voorhand al wisten dat een bombardement op de IS-bommenfabriek grote risico’s met zich meebracht.

Het gaat hier om informatie die de Kamer graag had willen ontvangen, maar – tot de verbazing van alle fracties – via de media heeft moeten verkrijgen. “De Kamer lijkt afhankelijk te zijn van onthullingen via de media”, ziet Salima Belhaj (D66). Dat is in strijd met het grondwettelijk recht van de Kamer op informatie.”

Thierry Baudet (FVD): “De Kamer wordt al vijf jaar voorgelogen. Hoe kunnen wij ons werk goed doen als we niet kunnen vertrouwen dat we goed geïnformeerd worden?” Ondanks de harde woorden steunde hij de motie van wantrouwen niet, net als VVD, CDA, D66, CU, SGP en Groep Van Haga.

Amerikanen wilden informatie niet openbaar maken

Volgens minister Bijleveld kon zij de informatie niet met de Kamer delen, omdat de Amerikanen daar geen toestemming voor gaven. NOS en NRC hebben er wel de hand op weten te leggen door gebruik te maken van een Amerikaanse wob-procedure. “Ik vind het ook waardeloos dat journalisten meer informatie krijgen van wij”, zei Bijleveld. Ook na verschillende verzoeken bleven de Amerikanen erbij dat de informatie geclassificeerd moest blijven.

Ongemak over de manier waarop de Verenigde Staten als bondgenoot op deze wijze omgaat met verzoeken van het Nederlands parlement wordt Kamerbreed gevoeld. Ook VVD, CDA, D66 en CU zijn hier geïrriteerd over. De belofte dat dit in de toekomst beter moet, is voor de coalitie voldoende om het vertrouwen te behouden.

Kamer blijft zoeken naar antwoorden

Maar of dit ook het laatste Hawijadebat zal zijn, is de vraag. Zo zijn er nog vragen de of Nederlandse red card holder, de hoogste militair die groen licht moet geven voor een bombardement, wist van de waarschuwingen van de Amerikanen.

Ook zijn er berichten dat een andere bondgenoot een aanval op Hawija heeft geweigerd. SP en PvdA willen weten welk land dat is en willen weten wat de redenen zijn geweest voor dat land om af te zien van een luchtaanval, maar daar is Bijleveld niet toe bereid.

Voor SP’er Karabulut is het laatste woord over Hawija nog niet gezegd. Zij wil ook openheid over de 2.098 overige Nederlandse luchtaanvallen. “Hoeveel burgerslachtoffers zijn daar gevallen?”

Lees meer overPolitiek 

Minister Bijleveld slaat zich ook door vierde debat over Hawija

NOS 14.05.2020 Minister Bijleveld begrijpt dat de Tweede Kamer “gevoelens van ergernis en onbegrip” heeft over de communicatie over het bombardement op Hawija. “U en ik zitten in hetzelfde schuitje”, zei de Defensie-minister in het vierde debat over de kwestie-Hawija.

Bijleveld stelde dat zij het ook “moet doen” met de gegevens die er zijn. “Ik heb steeds de informatie gegeven, ook als die later gecorrigeerd werd. Ik geef u antwoorden, ook als het mij niet uitkomt.”

In de Iraakse stad Hawija kwamen in 2015 naar schatting zeventig burgers om bij een Nederlandse luchtaanval op een bommenfabriek van IS. Dat kwam vorig jaar aan het licht na onderzoek van NOS en NRC.

‘Nevenschade’

De Tweede Kamer vindt dat Bijleveld de afgelopen maanden onvoldoende haar best heeft gedaan om informatie boven tafel te krijgen als de Kamer daarom vroeg. Ze had meer moeten aandringen bij de VS, dat de leiding had in Irak, vindt een aantal partijen. De minister reageerde dat ze het ook “een vreemde gang van zaken” vindt dat zij informatie niet heeft gekregen van de Amerikanen en journalisten wel.

Die nieuwe informatie, onder meer over de inlichtingen die hebben geleid tot uiteindelijk goedkeuring van het bombardement, kwam recent naar boven nadat NOS en NRC documenten in de VS hadden opgevraagd. Daarin staat onder meer dat er al rekening werd gehouden met “nevenschade”, ook al bleek uit berekeningen dat er geen burgerdoden zouden vallen.

Motie van wantrouwen

Aan het eind van het debat diende Karabulut van de SP een motie van wantrouwen in tegen de minister, omdat ze “niet open en eerlijk” is geweest. Die motie werd gesteund door de oppositiepartijen PVV, PvdA, 50Plus, GroenLinks, Denk, Partij voor de Dieren en de groep Krol/Van Kooten-Arissen, maar haalde het niet.

Coalitiepartij D66 was bij monde van Kamerlid Belhaj in het debat ook kritisch op de CDA-minister, maar ondertekende de motie niet. Belhaj vroeg wel om een onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar het bombardement. “Conclusies kan ik pas trekken als ik alles weet.” Overigens mag de OVV geen onderzoek doen naar een optreden van de krijgsmacht.

Bijleveld benadrukte dat Nederland niet de afzonderlijke inlichtingen van Amerikanen inziet, “maar alleen de uitkomst van die inlichtingen”. Die uitkomst was dat er geen risico was op burgerdoden bij het bombardement op Hawija, zei de minister. “Er zouden, met maatregelen zoals specifieke munitie en ’s nachts vliegen, geen burgerslachtoffers vallen.”

Hawija

Nederlandse F-16-piloten gooiden in 2015 meerdere bommen op een IS-bommenfabriek in Hawija, waarbij zeker zeventig burgers om het leven kwamen en ruim 400 gebouwen werden beschadigd of verwoest. Zij handelden op basis van informatie van de VS.

De CIA meldde al een week voor het bombardement dat er nevenschade zou kunnen ontstaan “omdat er een woonwijk vlakbij ligt”. Het aantal burgerslachtoffers werd vlak van tevoren toch ingeschat op 0, waarna groen licht werd gegeven.

“Tragischerwijs” lag er meer explosief materiaal in het IS-bommenfabriek, zei Bijleveld. Met de kennis van nu was het doel afgekeurd, maar op dat moment is het goedkeuren goed gegaan, benadrukte ze.

Tegen het eind van het debat kwam Kamerlid Van Kooten-Arissen, die sinds kort met Krol een groep vormt, nog terug op de informatievoorziening. Ze wees erop dat een Nederlands defensierapport eerder naar de Kamer had kunnen worden gestuurd. “Maar het werd pas na een Wob-verzoek vrijgegeven.” Na wat geharrewar gaf Bijleveld uiteindelijk toe dat het eerder openbaar had kunnen worden gemaakt.

Tijdens de missie in Irak van 2014 tot en met 2018 is Defensie “terughoudend” geweest met de informatie aan de Kamer. “In de toekomst gaan we dat anders doen”, beloofde Bijleveld. Ze wil ook afspraken met bondgenoten maken over het delen van informatie bij toekomstige missies.

BEKIJK OOK;

Bijleveld met hakken over de sloot in Irak-debat

Telegraaf 14.05.2020 Opnieuw ontsnapt minister Bijleveld (Defensie) met de hakken over de sloot aan een motie van wantrouwen om de informatievoorziening over de luchtaanval in de Iraakse stad Hawija. Daarbij vielen zo’n zeventig slachtoffers, waaronder tientallen burgers.

Een motie van wantrouwen van de SP krijgt steun van de oppositie, afgezien van de SGP, Forum voor Democratie en voormalig VVD’er Van Haga.

Tijdens de missie in Irak die duurde van 2014 tot en met 2018 is Bijlevelds ministerie ’terughoudend’ geweest met de informatie aan de Kamer. „In de toekomst gaan we dat anders doen”, beloofde ze. De CDA-bewindsvrouw wil ook afspraken met bondgenoten maken over het delen van informatie bij toekomstige missies. „Wij willen hetzelfde”, zei ze tot de Kamer: „Meer transparantie.”

De Kamer werd door het ministerie verkeerd geïnformeerd over de aanval van juni 2015, zo gaf Bijleveld vorig jaar toe. Haar voorganger Hennis had jarenlang tegenover de Kamer volgehouden dat door Nederlands toedoen geen burgerslachtoffers waren gevallen in Irak.

Bijleveld is als zittend minister politiek verantwoordelijk voor de desinformatie, reden waarom bijna de voltallige oppositie in de Kamer tijdens een eerder debat het vertrouwen in Bijleveld had opgezegd. De weinig deemoedige houding die de bewindsvrouw daarbij aanvankelijk aannam, speelde daarbij ook een rol.

Die houding is inmiddels veranderd. „Ik begrijp heel goed dat het frustrerend is als journalisten eerder informatie naar boven krijgt dan Defensie”, zo bleef ze maar benadrukken. „Dat komt gek over. Dat vind ik zelf ook.” Alleen, zo hield GL-Kamerlid Van Ojik haar voor: „U bent de minister, u gaat hierover.”

Opmerkelijk

Het irriteert Kamerleden dat de minister ondanks een verzoek bij haar Amerikaanse collega onderzoeksrapporten over de aanval niet mocht delen met de Kamer, terwijl NOS en NRC die wel los kregen na een Amerikaanse Wob-procedure. „Dat moet anders”, zei de minister in inmiddels het vierde debat over de kwestie. Bijleveld leek desondanks de stof nog altijd niet helemaal in de vingers te hebben, getuige de vele haperingen als ze eens niet van papier las.

Ze vond het zelf ook ’opmerkelijk’ dat ze de informatie niet mocht delen. Tegelijkertijd was dat heel normaal, zo redeneerde ze, want de informatie was immers ’Amerikaanse geclassificeerd’, dus geheim. „Wij zouden het ook niet leuk vinden als Trump geclassificeerde informatie van Nederland zou openbaren.”

Boezem

D66-Kamerlid Belhaj, aanvankelijk zeer kritisch, is blij dat de minister ’de hand in eigen boezem steekt’. Ze zou wel willen dat Bijleveld erkent dat er in 2015 onverantwoorde aannames werden gedaan over burgerslachtoffers, omdat niet bekend was hoeveel explosieven in de fabriek lagen. „Dat zouden we nooit meer op die manier moeten doen.”

Ook stoort het Belhaj dat Bijleveld zegt dat alle procedures zorgvuldig zijn doorlopen omdat zij geen inzage heeft in de inlichtingen waar de Amerikanen zich op baseerden. Volgens die Amerikaanse inlichtingen waren er gerede twijfels over het voorkomen van burgerslachtoffers op het bommenfabriekje van Islamitische Staat, aangezien die middenin een woonwijk stond. De Nederlandse kolonel die als red card holder groen licht gaf voor het bombardement, had die informatie echter niet tot zijn beschikking.

Bij de aanval in de nacht van 2 op 3 juni 2015 op de bommenloods van IS bleken er veel meer explosieven opgeslagen dan verwacht. De ’secondaire explosies’ beschadigde tientallen gebouwen eromheen en zorgde voor tientallen burgerslachtoffers.

’Niet geloofwaardig’

De felste kritiek aan het adres van Bijleveld, kwam van de SP. Kamerlid Karabulut vindt Bijleveld niet langer geloofwaardig als minister en dient een motie van wantrouwen in. Die krijgt steun van PVV, GroenLinks, 50Plus en afscheiders, Denk en Dierenpartij.

BEKIJK OOK:

Bijleveld opnieuw in de problemen

BEKIJK OOK:

’Amerikanen waarschuwden voor burgerslachtoffers bij aanval Hawija’

BEKIJK OOK:

Woede om kwalificatie ’moordenaars’ voor militairen

BEKIJK MEER VAN; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld Tweede Kamer der Staten-Generaal

Minister Bijleveld overleeft vierde debat over bombardement Irak

RTL 14.05.2020 Ondanks felle kritiek en weer een motie van wantrouwen, kan Ank Bijleveld aanblijven als minister van Defensie. Voor de vierde keer overleeft ze een pittig debat over het gevoelige Hawija-dossier. “Deze minister is niet open een eerlijk”, klonk de kritiek. Bijleveld moest erkennen: “Er heerst onbegrip en ergernis in de Kamer. Ik begrijp die gevoelens.”

En weer moest Ank Bijleveld zich in een urenlang debat verantwoorden over de bomaanval door Nederlandse straaljagers op de Iraakse stad Hawija. Het was het eerste debat sinds weken dat niet over de coronacrisis ging.

Vijf jaar geleden bombardeerde Nederland een bommenfabriek van IS in de stad Hwaija. Er vielen veel slachtoffers, ook burgerdoden. Het blijkt uiteindelijk door onderzoek van verschillende media om zo’n 70 burgerdoden te gaan.

Onvoldoende haar best gedaan

Uit informatie die de VS vrijgaf aan journalisten, bleek de Amerikanen vooraf waarschuwden voor de burgerdoden. De Tweede Kamer had al een aantal keren gevraagd voor die informatie en vindt dat Bijleveld onvoldoende haar best heeft gedaan om de informatie boven tafel te krijgen.

Dat leverde de minister opnieuw een motie van wantrouwen op, maar een krappe meerderheid houdt voldoende vertrouwen in de minister.

Volgens indiener Sadet Karabulut (SP)  is de minister ‘niet open en eerlijk’. Bijleveld overleefde ook nu net weer die motie van wantrouwen, maar ze moest wel diep door het stof. “In de toekomst gaan we dat anders doen”, beloofde ze.

Lees ook:

Het mysterie van de 70 burgerslachtoffers in Irak: wat wist premier Rutte?

Verbaasd 

Kamerleden zijn onder meer verbaasd dat de minister onderzoeksrapporten over de aanval niet mocht delen van de Amerikanen, terwijl NOS en NRC die wel kregen na een Amerikaanse Wob-procedure. Bijleveld heeft naar eigen zeggen haar Amerikaanse collega gevraagd de rapporten aan de Kamer te mogen geven, maar kreeg nul op het rekest.

Kamerleden vonden dat ze harder met haar vuist op de tafel moet slaan. “Dat moet anders”, gaf de minister in het vierde debat over de kwestie toe. Ze benadrukte dat ze niet het beleid ‘waardeloos vindt’, maar de communicatie. Bijleveld beloofde dan ook beterschap.

Een Nederlandse F16 boven Afghanistan. © ANP

‘Bombardement niet goedkeuren’

Bijleveld moest regelmatig het antwoord op vragen schuldig blijven. Ze vaart tijdens het debat, dat een dag lang duurde, veel op geschreven tekst. Bij sommige improvisaties haperde ze.

Salima Belhaj van coalitiepartner D66 is blij dat de minister ‘de hand in eigen boezem steekt’. Ze zou wel willen dat Bijleveld erkent dat er in 2015 onverantwoorde aannames werden gedaan over burgerslachtoffers, omdat niet bekend was hoeveel explosieven in de fabriek lagen.  “Dat zouden we nooit meer op die manier moeten doen.”

Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) wil weten of het bombardement achteraf toch niet goedgekeurd had mogen worden. De minister erkende dat met de informatie achteraf er nooit gebombardeerd had moeten worden. “Als we hadden geweten dat er zoveel bommen lagen, dan hadden we dit doel niet geaccepteerd.”

Felste kritiek 

De felste kritiek aan het adres van Bijleveld, kwam uit de hoek van de SP die ook de motie van wantrouwen indiende. “Deze minister, het kabinet, het ministerie van Defensie, is niet open en eerlijk en al helemaal niet transparant”, stelde Karabulut.

Minister Bijleveld zegt verder dat er een cultuurverandering bij Defensie in gang is gezet. “Er is wel degelijk in de afgelopen maanden veel door mij gedaan.” Naar een vergoeding voor nabestaanden wordt door een speciale werkgroep naar gekeken. Bijleveld hoopt dat het snel geregeld wordt voor de slachtoffers van Hawija.

Gezien de vele vragen van Kamerleden om nog nader onderzoek te doen, mogelijk door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, zal dit waarschijnlijk nog  niet het laatste debat rondom dit gevoelige dossier zijn.

Hoe zat het rond het bombardement op Hawija?

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 neemt Nederland voor het eerst deel aan een F16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS blijkt dat Nederland verantwoordelijk is voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. Zeventig burgers zouden om het leven zijn gekomen.

Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie hebben het bombardement onderzocht. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, weet al in 2015 over de burgerdoden, maar geeft foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zegt ze dat er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.

Lees ook:

Minister Bijleveld maakt excuses voor fout informeren dodelijke aanval Irak

RTL Nieuws; Ank Bijleveld

Bijleveld doorstaat weer motie van wantrouwen na begrip voor ‘ergernis’ over Hawija

AD 14.05.2020 Ook na een vierde, moeizaam Kamerdebat over de Nederlandse aanval in Hawija, waarbij ongeveer zeventig burgerdoden vielen, kan minister Ank Bijleveld van Defensie aanblijven. Een motie van wantrouwen die de SP tegen haar indiende, kon niet op een meerderheid rekenen.

Bijleveld wist steun te houden van de regeringspartijen (inclusief kritische coalitiegenoot D66) en oppositiepartijen SGP, Forum voor Democratie en eenmansfractie Wybren van Haga. Dat deed ze door begrip te tonen voor het ‘onbegrip’ en de ‘ergernis’ van de Tweede Kamer over de rammelende informatie-voorziening aan het parlement.

,,Ik begrijp heel goed dat het frustrerend is als journalisten eerder informatie naar boven krijgen dan Defensie. Dat ben ik helemaal eens met uw Kamer. Eigenlijk willen we allemaal hetzelfde, meer transparantie.” Dat Bijleveld de hand in eigen boezem stak, wilde D66-Kamerlid Salima Belhaj markeren als ‘een belangrijk moment’. Daarmee werd ook duidelijk dat D66 Bijleveld niet het vuur na aan de schenen zou leggen.

Ook beloofde de CDA-bewindsvrouw beterschap rond het delen van informatie over mogelijke burgerslachtoffers. ,,De Kamer zal nooit meer zo lang hoeven wachten op informatie.” Ze erkende dat haar ministerie in de periode dat Nederlandse F-16’s meevochten in de strijd tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) in Irak (van 2014 tot 2018) ‘heel terughoudend’ was geweest met het delen van informatie. Dat gaat in de toekomst anders. Wel zei ze een balans te moeten vinden. ,,Transparantie moet er niet toe leiden dat we de vijand wijzer maken.”

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Balen van communicatie

Bijleveld zei ‘te balen’ van de manier van communiceren en hoe zij regelmatig informatie die aan de Kamer was gestuurd moest corrigeren. Bijvoorbeeld omdat de burgerdoden die tijdens een Nederlands bombardement in het Iraakse Hawija waren gevallen wél door de Amerikanen bleken te worden meegeteld.

Of nadat de Amerikanen een geheim rapport toch openbaar hadden gemaakt nadat journalisten van NOS en NRC een beroep hadden gedaan op de Amerikaanse variant van de Wet openbaarheid van bestuur.

Maar het verwijt van SP-Kamerlid Sadet Karabulut dat de minister ‘wederom de indruk wekt’ dat zij de waarheid niet wil vertellen, schoot Bijleveld in het verkeerde keelgat. ,,Ik geef alle informatie die ik kan delen, ook als het me niet goed uitkomt.” Die informatie stuurde ze altijd ‘onverwijld’, benadrukte ze. Die indruk deelden niet alle partijen in de Kamer.

Openheid

Het parlement blijft het minister Bijleveld verwijten dat informatie over de fatale Nederlandse aanval op het Iraakse Hawija niet, verkeerd of onvolledig naar de Kamer werd gestuurd. Eerder in het debat had D66’er Belhaj nog gezegd dat de minister ‘heel hard haar best moet doen om volstrekte openheid te geven’. Volgens haar is ‘dit het moment om alles te vertellen’. ,,Hoe lelijk het misschien ook is. We moeten het nú weten.”

De Kamer werd het afgelopen halfjaar keer op keer verrast met nieuwe informatie over het bombardement op een bommenfabriek, waarbij in juni 2015 waarschijnlijk zeventig burgerdoden vielen. Sindsdien voelt Belhaj zich ‘een detective’ die zelf de puzzel moet leggen, op basis van een door elkaar gehusselde doos met puzzelstukjes waarbij ook nog een deel van een andere puzzel is gestopt. ,,De boodschap aan de Kamer is: los het maar op.”

De boodschap aan de Kamer is: los het maar op, aldus Salima Belhaj (D66).

Transparantie

Ook de oppositie nam het Bijleveld kwalijk dat zij de Kamer ‘niet proactief informeert’ en dat Kamerleden belangrijke informatie uit de media moeten vernemen in plaats van uit Kamerbrieven. Onder andere SP, GroenLinks en PvdA willen weten wat de Defensieminister precies heeft gedaan om te zorgen dat er in de toekomst meer transparantie komt over eventuele burgerslachtoffers.

In eerdere debatten – vandaag moet Bijleveld zich voor de vierde keer in de Kamer verantwoorden over de aanval op Hawija – doorstond de CDA-bewindsvrouw al moties van wantrouwen over de kwestie, de laatste keer werd die motie gesteund door de gehele oppositie, met uitzondering van de SGP en eenmansfractie Wybren van Haga.

Die partijen toonden zich nu ook mild. SGP-Kamerlid Chris Stoffer stelde ‘niet de indruk te hebben dat de minister ons heeft gedesinformeerd’. Wel zette hij vragen bij de informatie-uitwisseling tussen de VS, die de strijd tegen IS in Irak leidde, en Nederland.

Onderzoeksrapport

De Amerikanen wilden niet dat Bijleveld het onderzoeksrapport dat na de aanval werd opgemaakt zou delen met de Kamer. Het was geheim, liet Bijlevelds ambtgenoot haar weten. Na een beroep op de Amerikaanse versie van de Wet openbaarheid van bestuur lukten het NOS en NRC wél om dat rapport openbaar te krijgen.

‘Onbestaanbaar’, oordeelde de Kamer, die zich afvraagt of Bijleveld wel ‘met haar vuist op tafel heeft geslagen’ om het Amerikaanse stuk alsnog te krijgen.

Dat had ze wel degelijk gedaan, bezweerde Bijleveld. ,,Een deel van de Kamer verkeert blijkbaar in de veronderstelling dat ik niet zelf met de Amerikaanse minister van defensie heb gesproken”, zei Bijleveld over het geheime VS-rapport. ,,Dat is wel zo. Op twee momenten. In persoon. Ik heb dus zeker met mijn vuist op tafel geslagen.”

Volgens CDA-Kamerlid Martijn van Helvert heeft zijn partijgenoot ‘genoeg gedaan’ om het stuk boven tafel te krijgen. ,,Het is niet aan de minister om eenzijdig een vertrouwelijk Amerikaans rapport openbaar te maken.” Wel wil hij dat afspraken met de VS ‘in een volgend conflict’ beter worden vastgelegd.

Uit het stuk bleek dat de Amerikanen aanvankelijk grote risico’s voorzagen bij de aanval en dat er mogelijk burgerdoden zouden vallen. Daarop werd het aanvalsplan aangepast: er werd precisiemunitie gebruikt en de aanval vond ’s nachts plaats.

Maar de eerdere aarzelingen van de Amerikanen waren niet bekend bij de Nederlandse militair die het groene licht voor de aanval moest geven. Ook wist deze zogenoemde red card holder niets van CIA-inlichtingen die wezen op mogelijke burgerslachtoffers.

Zorgvuldig

Volgens VVD-Kamerlid André Bosman is de procedure echter wel zorgvuldig geweest, zoals ook topmilitairen gisteren tijdens een technische briefing volhielden, ook al werd de gevolgde procedure een aantal maanden na de aanval aangepast om herhaling te voorkomen. ,,Dat men niet exact wist hoeveel springstof er in een fabriek lag, is niemand aan te rekenen.”

Volgens ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind is het proces juist onzorgvuldig verlopen omdat er zoveel slachtoffers zijn gevallen. ,,Er is iets vreselijk misgegaan.”

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) tijdens het Tweede Kamerdebat over de burgerslachtoffers die vielen in Hawija. © ANP/Bart Maat

Bombardement op Hawija blijft Bijleveld achtervolgen

AD 14.05.2020 Voor de vierde keer moet minister Ank Bijleveld van Defensie zich vandaag in de Kamer verantwoorden over de misgelopen Nederlandse aanval op Hawija. En weer moet ze vechten voor haar politieke hachje.

Wat gebeurde er in Hawija?
In de nacht van 2 op 3 juni 2015 voerde een Nederlandse F-16 een missie uit in de strijd tegen IS in Irak en Syrië. Nederland was één van de landen die in een coalitie geleid door de Amerikanen luchtaanvallen uitvoerde in Irak.

Doelwit was een bommenfabriek in het Iraakse Hawija. Daar bleken echter veel meer explosieven opgeslagen te liggen dan werd verwacht, waardoor de explosie veel groter was. Naar schatting zijn daarbij zeventig burgerslachtoffers gevallen. Dat Nederland bij de misgelopen aanval was betrokken, erkende het ministerie van Defensie pas ruim vier jaar later, in november 2019.

Lees ook

Spanning in coalitie: iedereen wijst naar iedereen in Irakdossier

Lees meer

Iraaks slachtoffer Nederlandse bommen wacht nog steeds op ‘sorry’ van de minister

Lees meer

Minister Ank Bijleveld (Defensie ) tijdens een eerder debat over het bombardement op Hawija. Ze overleefde al twee moties van wantrouwen.

Minister Ank Bijleveld (Defensie ) tijdens een eerder debat over het bombardement op Hawija. Ze overleefde al twee moties van wantrouwen. © ANP

Wanneer wist het kabinet hiervan en waarom werd de Tweede Kamer niet ingelicht?
De Kamer kon zich niet voorstellen dat bij Defensie pas in het najaar van 2019 het besef was doorgedrongen dat er zoveel doden waren gevallen. De F-16-vlieger moest de ravage toch hebben gezien?

Toch bleef Bijlevelds voorganger, VVD’er Jeanine Hennis, in de jaren na de aanval tegen de Kamer zeggen dat er ‘voor zover bekend’ geen burgerslachtoffers waren gevallen. Daarmee, stelde Bijleveld, had zij de Kamer verkeerd geïnformeerd. Die erkenning leverde Bijleveld in november een zwaar debat op waarin zij, politiek verantwoordelijk voor de fout van haar voorganger, stuntelend een motie van wantrouwen overleefde.

Later bleek Hennis destijds wel geïnformeerd te zijn over de grote schade bij de aanval, maar dat ‘nader onderzoek’ moest vaststellen óf er doden waren gevallen. Ook zou zij premier Mark Rutte hebben geïnformeerd. Die zei daar ‘geen herinnering’ aan te hebben. Er volgde een tweede debat en een tweede (verworpen) motie van wantrouwen. Maar daarmee was de kous nog niet af.

Het Amerikaanse eindrapport leek eerst kwijt en bleek vervolgens nooit te zijn opgemaakt. Maar Amerikaanse defensiewoordvoerders meldden aan Nederlandse media dat er wel degelijk een eindrapport was. In een derde Kamerdebat zei Bijleveld dat Defensie alleen een voorlopig rapport en een aanvullend rapport kreeg. Waarom er geen derde rapport kwam met het stempel ‘closure’, is nog altijd onbekend.

Jeanine Hennis hield vol dat er ‘voor zover bekend’ geen burgerslachtoffers waren gevallen.

Jeanine Hennis hield vol dat er ‘voor zover bekend’ geen burgerslachtoffers waren gevallen. © ANP

Wisten de Amerikanen van de zeventig doden?
Dat is één van de punten waar de Kamer opheldering over wil. Bijleveld blijft zeggen dat het ‘tot op de dag van vandaag nog altijd niet zeker is hoeveel burgerslachtoffers er precies te betreuren zijn in Hawija’. Ook ontkende ze keer op keer dat de Amerikanen de zeventig slachtoffers meetelden in hun statistieken. Maar in maart moest Bijleveld daarvan terugkomen.

De doden werden wel degelijk meegeteld in de Amerikaanse rapportages over burgerslachtoffers die vielen in de strijd tegen IS, lieten de Amerikanen haar weten, alleen gebeurde dat door een administratieve fout pas sinds december 2019. Pijnlijk genoeg werd het nieuwe staatje – met een opmerkelijke piek tussen juni en juni 2015 – nog tijdens het derde Kamerdebat openbaar. Tegen Bijleveld hadden de Amerikanen gezegd ‘alleen bevestigde doden’ mee te tellen.

Is dat het enige waardoor Bijleveld in verlegenheid werd gebracht?
Nee. Zo vroeg de Kamer meermaals om het rapport dat de Amerikanen hadden opgemaakt van de Nederlandse aanval. Bijleveld weigerde dat te geven. Het was geheim, stelde haar Amerikaanse ambtsgenoot, dus ze kon het niet met het parlement delen – ook niet vertrouwelijk.

Maar wat Bijleveld niet lukte, lukte de NOS en NRC in de Amerikaanse rechtszaal wel. Met een beroep op de Amerikaanse versie van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) werd dat onderzoek alsnog openbaar. Daarop stuurde Bijleveld het rapport schielijk alsnog naar de Kamer.

Videostill van het persbureau van IS.

Wat bleek uit dat geheime rapport?
Dat de Amerikanen aanvankelijk grote risico’s zagen bij de aanval. Er zouden burgerslachtoffers kunnen vallen omdat er woongebieden in de buurt lagen van de fabriek, zo lieten ook informanten van de Amerikaanse geheime dienst CIA weten.

Daarop pasten de Amerikanen hun aanvalsplan aan: het bombardement moest ’s nachts plaatsvinden en met meerdere kleine precisiebommen. Op basis van die informatie keurde de Nederlandse commandant de aanval goed. Hij wist niets van de aanvankelijke risico’s. Nederland werd, net als de andere bombarderende landen, niet betrokken bij het deel van het proces waarmee de Amerikanen bepaalden welke doelen er in de strijd tegen IS werden bestookt.

Hoe spannend wordt dit debat?
De Tweede Kamer heeft de messen geslepen. De Tweede Kamer is het zat dat er telkens nieuwe informatie opduikt. ,,Ik ben er klaar mee dat ik steeds door de media geïnformeerd word en niet door de minister’’, zegt Kamerlid Salima Belhaj van regeringspartij D66.

,,Het is irritant. De vraag moet beantwoord worden of wel het maximale is gedaan om slachtoffers te voorkomen.’’ VVD’er André Bosman zegt niet te snappen dat informatie die al bekend leek op het departement, toch niet aan de Kamer werd gegeven.

De oppositie ruikt bloed. ,,Dit is het eerste debat sinds twee maanden dat niet over corona gaat. Dan is er dus wat aan de hand,’’ zegt PvdA-Kamerlid John Kerstens. ,,Dit gaat over de geloofwaardigheid van de minister. Opnieuw. Gek dat de minister zegt dat de VS geen informatie geeft die journalisten wel boven tafel krijgen. Het is lastig vast te stellen of sprake is van welbewuste strategie of van een aaneenschakeling van blunders. Allebei is even erg.’’

Tweede Kamer opnieuw kritisch over optreden minister in Hawija-dossier

NOS 14.05.2020 De Tweede Kamer is opnieuw kritisch over het optreden van minister Bijleveld in het dossier over Hawija, de Iraakse stad waar naar schatting zeventig burgerdoden vielen bij een Nederlandse luchtaanval op een bommenfabriek van IS.

De Kamer vindt dat Bijleveld onvoldoende haar best heeft gedaan om de informatie, waar verschillende Kamerleden om hadden gevraagd, boven tafel te krijgen. Zij wilden onder meer weten hoe tot het bombardement is besloten en of meteen duidelijk was dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Het debat is hier te volgen via NPO Politiek.

Bijleveld heeft informatieverzoeken gedaan, maar mocht van de Amerikanen geen rapporten en documenten aan het parlement geven. Een deel van de Kamerleden vindt dat de minister toen harder met haar vuist op tafel had moeten slaan.

Detective

De informatie kwam namelijk wel naar boven toen NOS en NRC de documenten in de VS hadden opgevraagd. D66-Kamerlid Belhaj: “De Kamer moet steeds als een soort detective optreden om feiten boven tafel te krijgen. Om vervolgens weer allemaal nieuwe feiten in de krant te lezen.”

Die nieuwe feiten waren dat de CIA vooraf had gewaarschuwd dat er burgerdoden zouden kunnen vallen. Een Amerikaanse luchtmachtcommandant die betrokken was bij het Nederlandse bombardement op Hawija had bovendien bedenkingen bij die aanval, en hield rekening met burgerdoden.

Hawija

Nederlandse F16-piloten gooiden in 2015 meerdere bommen op een IS-bommenfabriek in Hawija, waarbij zeker 70 burgers om het leven kwamen en ruim 400 gebouwen werden beschadigd of verwoest. Zij handelden op basis van informatie van de VS.

De CIA meldde al een week voor het bombardement dat er nevenschade zou kunnen ontstaan “omdat er een woonwijk vlakbij ligt”. Het aantal burgerslachtoffers werd vlak van tevoren toch ingeschat op 0, waarna groen licht werd gegeven.

GroenLinks vindt dat de minister zich heeft laten afschepen door een politiek gezien lagere Amerikaanse functionaris. Zij kreeg een afwijzing op haar vragen van een plaatsvervangend onderminister. Kamerlid Van Ojik: “Dat is een diplomatieke oorvijg. De minister heeft niet eens antwoord geëist van haar ambtgenoot.”

Regeringspartijen VVD en CDA vinden dat er geleerd moet worden van wat er fout is gegaan. Bijvoorbeeld door betere afspraken te maken met de Amerikaanse defensie-organisatie in gevallen dat Nederland daar weer mee gaat samenwerken.

Wantrouwen

Ook dit keer kan de minister een motie van wantrouwen verwachten. Dat gebeurde bij een eerder debat vorig jaar ook. Toen stemden de oppositiepartijen, behalve SGP en het Kamerlid Van Haga, voor. De motie haalde geen meerderheid.

Het is nog niet duidelijk hoe dat vandaag zal gaan. Dat hangt voor doorslaggevende partijen zoals D66 en ChristenUnie af van de antwoorden die de minister later vandaag gaat geven.

BEKIJK OOK;

Ank Bijleveld, minister van Defensie tijdens een eerder debat in de Tweede Kamer over de 70 burgerdoden in Irak. Bij een aanval van Nederlandse F-16’s op Hawija in juni 2015 vielen tientallen doden. © ANP

Defensie houdt vol: genoeg informatie om te besluiten tot aanval Hawija

AD 13.05.2020 De Nederlandse militair die goedkeuring moest geven aan de Nederlandse F-16-aanval op de Iraakse stad Hawija had ‘genoeg informatie om de afweging te maken’. Ook functioneerde het proces dat voorafgaand aan het bombardement werd doorlopen ‘voor een groot deel goed’.

Er wás geen andere informatie over wat er in Hawija was opgeslagen, aldus Onno Eichelsheim, plaatsvervangend commandant der strijdkrachten.

Dat zei plaatsvervangend commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim vanmiddag tijdens een briefing in de Tweede Kamer. Bij het Nederlandse bombardement kwamen in de nacht van 2 op 3 juni 2015 waarschijnlijk zeventig burgers om te leven.

De bommenfabriek die werd aangevallen, bevatte meer explosieven dan vooraf werd gedacht. Daarom bleef de schade niet beperkt tot de gebouwen op het industrieterrein, zoals vooraf werd ingeschat, maar werd ook een nabijgelegen woonwijk in puin gelegd.

Dat kwam als een verrassing, stelde luitenant-generaal Eichelsheim. ,,Er wás geen andere informatie over wat er in Hawija was opgeslagen.”

Lees ook;

Lees meer

CIA

De Amerikanen hadden in een eerdere inschatting van het doelwit burgerslachtoffers wél voorzien, onder andere op basis van inlichtingen van geheime dienst CIA. Om het risico daarop in te perken werd andere munitie gebruikt en vond de aanval ’s nachts plaats.

De Nederlandse militair die het groene licht voor de aanval moest geven, wist niets van die Amerikaanse informatie. ,,Nederland was niet betrokken bij het eerste deel van het doelontwikkelingsproces”, aldus Eichelsheim.

Dat kan volgens hem ook niet altijd, omdat niet alle landen dezelfde positie hebben als het om lichtingen gaat en dus ook niet altijd inzage hebben in dezelfde inlichtingen. Toch kon deze zogeheten red card holder een goede afweging maken op basis van de informatie die hij had, stelt de topmilitair.

‘Geen exacte wetenschap’

Kolonel-vlieger Peter Tankink benadrukte dat het doelproces ‘geen exacte wetenschap’ is. ,,Het houdt geen rekening met wapenfouten, verplaatsingen en secundaire explosies.” Juist die secundaire explosie zorgde in Hawija voor een groot aantal slachtoffers. Volgens Tankink vielen de secundaire explosies ‘op basis van eerdere aanvallen’ op dertien soortgelijke explosievenfabrieken juist mee.

Volgens Eichelsheim verloopt het proces ‘heel secuur en minutieus en kan het ‘weken, soms wel maanden duren’, maar is dat geen garantie dat ‘het altijd goed gaat’. ,,Het is een nachtmerrie als je achteraf moet constateren dat er burgerslachtoffers zijn gevallen.”

De Amerikanen pasten in september 2015 het proces waarbij doelen bepaald worden aan. Volgens Eichelsheim was dat de belangrijkste les van Hawija. Bij een aanval op zo’n fabriek ‘in bewoond gebied moet je nog nauwkeuriger beoordelen wat je kunt verwachten’.

Bijleveld weer naar Hawijadebat: ‘Heeft minister met vuist op tafel geslagen?’

NU 13.05.2020 Voor de vierde keer moet minister Ank Bijleveld (Defensie) zich voor de Tweede Kamer verantwoorden voor de gebrekkige informatievoorziening over het Nederlands bombardement op de Iraakse stad Hawija. Donderdag in het debat moet Bijleveld uitleggen waarom de Kamer opnieuw geconfronteerd is met nieuwe informatie over de luchtaanval waarbij zeventig mensen om het leven kwamen.

“We debatteren niet alleen over wat Nederland had moeten weten voorafgaand aan het bombardement, maar ook over de informatiepositie van de Tweede Kamer”, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut. “Ik heb het gevoel dat de Kamer telkens gepiepeld wordt.”

Aanleiding voor het debat is de Kamerbrief van eind maart waarin Bijleveld erkent de Kamer verkeerd te hebben geïnformeerd over het bombardement. Anders dan dat zij de Kamer eerder meldde, zijn de Amerikanen er wel degelijk van uitgegaan dat bij de Nederlandse aanval zeventig burgerdoden zijn gevallen.

‘Hoe krijgt media informatie wel, maar minister niet?’

In het Kamerdebat van december vorig jaar, waar de defensieminister ternauwernood een motie van wantrouwen doorstond, verzekerde Bijleveld de Kamer nog dat de burgerslachtoffers van Hawija niet zijn meegeteld in de statistieken van de Amerikanen. Navraag achteraf leerde dat de zeventig burgerslachtoffers wel degelijk zijn meegeteld.

Daar komt bij dat uit onderzoek van NRC Handelsblad en NOS is gebleken dat de Amerikanen op voorhand al wisten dat een bombardement op de IS-bommenfabriek grote risico’s met zich meebracht.

Uit informatie, die de twee media op grond van de Amerikaanse Freedom of Information Act (FOIA) boven tafel wisten te krijgen, blijkt dat een aanval op de fabriek tot de hoogste risicocategorie behoorde.

Deze informatie had de Kamer graag willen hebben. “Hoe kan het dat media dit wel boven tafel krijgen, maar het de minister niet lukt?” vraagt Karabulut zich af. Zij wil weten wat Bijleveld heeft gedaan om deze informatie los te krijgen bij de Amerikanen.

ChristenUnie vindt Amerikaans optreden ‘gênant’

Ook coalitiepartijen VVD, D66 en CU zijn geïrriteerd. André Bosman (VVD): “Welke druk heeft de minister gezet op het Pentagon?” D66’er Salima Belhaj: “Heeft de minister met haar vuist op tafel geslagen? Ze heeft beterschap beloofd, dus ik wil weten wat zij heeft gedaan om informatie waar de Kamer om vraagt te krijgen”. Bosman: “De Kamer moet wel goed geïnformeerd worden.”

ChristenUnie-Kamerlid Joel Voordewind noemt de manier waarop de Amerikanen die informatie wel aan media openbaren maar niet delen met het Nederlands parlement zelfs “gênant”.

In een technische briefing woensdag zei plaatsvervangend commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim dat de procedures en processen in aanloop naar het bombardement goed zijn verlopen. Eichelsheim lichtte toe dat de zogenoemde red card holder, de hoogste militair die namens Nederland groen licht geeft voor aanvallen, zich onder meer baseert op inlichtingen van het Amerikaanse CENTCOM en de coalitie vanuit Qatar.

Wat Voordewind betreft had de informatie over de risico’s gedeeld moeten worden. “Generaal Eichelsheim zei dat Nederland waarschijnlijk een ander besluit had genomen als duidelijk was wat de gevaren waren.” Ook met het oog op toekomstige missies waar Nederland aan deel kan nemen is het voor hem van belang dat Nederland als bondgenoot “beter en sneller” geïnformeerd wordt door de Amerikanen.

‘Als alles goed is gegaan, wat is er dan mis gegaan?’

Voor D66 is het van belang dat er meer duidelijkheid komt over wat er exact op welk moment fout is gegaan. “Om te kunnen leren”, zegt Behlaj. “Nu horen we dat alles netjes via de procedures is verlopen. Maar als alles goed is gegaan, wat is er dan misgegaan?”

Dat vindt ook Karabulut. “Dat het kabinet zegt dat ze niets wisten van burgerslachtoffers en het ook niet hadden kunnen weten, leg ik mij niet bij neer.”

Ze verwijst naar berichten dat een ander land uit de internationale coalitie had geweigerd om de aanval op Hawija uit te voeren. “Heeft de minister geprobeerd erachter te komen welk land dit is geweest en op basis van welke informatie heeft dat land besloten af te zien van een luchtaanval?”

‘Nieuwe motie van wantrouwen niet uitgesloten’

De SP’er sluit een nieuwe motie van wantrouwen niet uit. Aan haar oordeel over Bijleveld is sinds het debat van december niet veel veranderd. “Haar optreden deugt niet. De Kamer is herhaaldelijk verkeerd geïnformeerd. Ik vind haar niet meer geloofwaardig.”

Maar hoewel coalitiepartijen VVD, D66 en CU zich hardop afvragen of de CDA-minister wel hard genoeg achter de informatie is aangegaan, zal Bijleveld een nieuwe motie van wantrouwen waarschijnlijk wel overleven.

Voordewind: “De Kamer is verkeerd geïnformeerd met de informatie die zij op dat moment had. Na navraag is dat rechtgezet. Het probleem zit bij de informatievoorziening vanuit de Amerikanen.”

D66’er Belhaj: “Dit is moment waar ze alles moet vertellen dat relevant is. Dit is haar kans om ons volledig te informeren.”

Lees meer over: Politiek 

Bijleveld opnieuw in de problemen

Telegraaf 12.05.2020  Voor de vierde keer moet minister Bijleveld (Defensie) naar de Tweede Kamer komen om verantwoording af te leggen over de burgerdoden die vielen bij een bombardement van Nederlandse F-16’s in het Iraakse Hawija, in juni 2015. De CDA-bewindsvrouw kan er zeker niet gerust op zijn dat ze het debat doorstaat. Het wordt nu wel ’heel ingewikkeld’, zegt coalitiepartner D66.

Aanleiding voor het debat van donderdag zijn documenten die de Amerikaanse overheid heeft vrijgegeven na een beroep op de Amerikaanse versie van de Wet openbaarheid van bestuur door NOS en NRC. Daaruit blijkt dat bij de Amerikaanse geheime dienst CIA twijfels waren over de aanval.

De inschattingen van het risico op burgerslachtoffers was doorgegeven aan de militaire planning van de coalitie tegen Islamitische Staat. De Kamer vroeg meermaals om deze informatie, en Bijleveld heeft er ook om gevraagd bij haar Amerikaanse ambtsgenoot Esper, maar kreeg de informatie niet omdat die vertrouwelijk was.

„Gênant”, vindt CU-Kamerlid Voordewind. „De pers krijgt informatie boven tafel die Defensie niet boven tafel krijgt.” D66-Kamerlid Belhaj vraag zich af: „Heeft Defensie er dan op aangedrongen?” Belhaj vindt het ’irritant’ dat Defensie in het Hawija-dossier ’telkens brokjes informatie’ naar buiten brengt. „We willen gewoon weten hoe het zit. Het wordt zo wel heel ingewikkeld om onze controlerende taak uit te voeren.”

’Militair wist nergens van’

Volgens Defensie was de Nederlandse militair die er in juni 2015 mee instemde bombardement uit te voeren niet op de hoogte van de aarzelingen van de militaire planner. Deze zogeheten red card holder voor Nederlandse deelname kon die informatie dan ook niet betrekken bij zijn beslissing om de aanval al dan niet door te laten gaan, zo meldde Bijleveld de Kamer vorige week.

Wel werd het aanvalsplan aangepast met ’mitigerende maatregelen’, die overigens grotendeels ’operationeel vertrouwelijk’ zijn. Zo werd er ’s nachts gevlogen en werd de munitie aangepast.

Op basis van de inschatting van de nevenschade en de mogelijke impact van secundaire explosies ’was de verwachting’ dat er bij het Nederlandse F-16-bombardement ’geen burgerslachtoffers zouden vallen’. Op basis daarvan besliste de Nederlandse militair die belast was met het eindoordeel, de zogeheten red card holder, na overleg met een Nederlandse juridisch adviseur dat de aanval kon worden uitgevoerd.

„Hoe kan het dat de Amerikanen hebben gewaarschuwd voor burgerslachtoffers terwijl wij er niks van wisten?”, vraagt Voordewind zich af. „Terwijl wij nu wel alle claims krijgen.” Nabestaanden bereiden een schadeclaim voor tegen de Nederlandse staat.

Geloofwaardigheid minister

SP-Kamerlid Karabulut vindt dat de positie van Bijleveld, die bij eerdere debatten ternauwernood een motie van wantrouwen en van afkeuring overleefde, onhoudbaar is geworden. „Alle toezeggingen in eerdere debatten zijn niet waargemaakt. De belofte transparanter te zijn blijkt boterzacht nu de pers informatie openbaart die Defensie had moeten openbaren. Voor burgerslachtoffers is nog niks gedaan. Ziet Defensie het probleem? Nee.”

Het debat van donderdag gaat over ’de geloofwaardigheid van de minister’, zegt PvdA-Kamerlid Kerstens. „Opnieuw. Soms is lastig vast te stellen of er sprake is van welbewuste strategie om de Kamer het bos in te sturen of een aaneenschakeling van blunders. Het is allebei even erg.” Ook de SGP, belangrijk voor steun voor het aanblijven van de minister, is kritisch. „De communicatie tussen de VS en Nederland blijkt in elk geval rommelig.”

Bij de aanval in de nacht van 2 op 3 juni 2015 op een IS-fabriekje van autobommen bleek er veel meer munitie opgeslagen dan vooraf was voorzien. Door ’secundaire explosies’ werden ook honderden gebouwen in de aangrenzende woonwijk getroffen. Er vielen naar schatting zo’n zeventig slachtoffers, waaronder tientallen burgers.

Het optreden van de Nederlandse militairen en het doelwit van de aanslag in de Kamer niet betwist. IS had destijds grote delen van Irak en Syrië onder controle, moordde yezidi’s, christenen en niet-soennitische moslims uit en pleegden veelvuldig aanslagen met autobommen.

BEKIJK MEER VAN; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld Hawija

Bijleveld donderdag voor de vierde keer naar Kamer over Hawija

NOS 08.05.2020 De Tweede Kamer vergadert volgende week plenair over het Nederlandse bombardement op de Iraakse plaats Hawija in 2015. Het is voor het eerst sinds het uitbreken van de coronacrisis dat er in de plenaire zaal over iets anders wordt gepraat dan de coronacrisis. Voor de vierde keer moet minister Bijleveld van Defensie zich verantwoorden over de kwestie.

Het debat werd in maart al aangevraagd naar aanleiding van publicaties van de NOS en NRC. Daarin stond dat voorafgaand aan het bombardement op de bommenfabriek van IS al rekening werd gehouden met “nevenschade”, ook al bleek uit de berekeningen dat er nul burgerdoden bij zouden vallen. In werkelijkheid kwamen 70 mensen om en werden 400 gebouwen verwoest of beschadigd. In de fabriek bleken veel meer bommen opgeslagen te liggen dan waar bij het opstellen van de berekeningen vanuit was gegaan.

Daar kwam in maart nog bij dat minister Bijleveld moest toegeven dat de Amerikanen al sinds 2017 de 70 burgerdoden meerekenden in hun statistieken. In december had Bijleveld nog het tegendeel beweerd. Voordat de minister in de Kamer verantwoording kon afleggen, brak de coronacrisis uit en werd het onderwerp vooruitgeschoven.

Amerikanen waarschuwden voor burgerdoden

Twee weken geleden kwam er opnieuw informatie vrij. De NOS en NRC meldden op 21 april dat de CIA vooraf had gewaarschuwd dat er burgerdoden zouden kunnen vallen. Een Amerikaanse luchtmachtcommandant die betrokken was bij het Nederlandse bombardement op Hawija had bovendien bedenkingen bij die aanval, en hield rekening met burgerdoden.

Voor alle coalitielanden in de strijd tegen IS gold in 2015: als vooraf duidelijk was dat er ook maar één burgerdode zou vallen, mocht een aanval niet worden uitgevoerd. Ook de Tweede Kamer is voorgehouden dat het aantal ingecalculeerde burgerdoden nul moest zijn.

De Tweede Kamer heeft het afgelopen halfjaar meermaals gevraagd om het Amerikaanse defensieonderzoek naar de aanval. Maar volgens minister Bijleveld kon dat niet met de Kamer gedeeld worden, omdat het een vertrouwelijk document is.

BEKIJK OOK;

Defensie wist ten tijde van aanval op Hawija niet van Amerikaanse aarzelingen

AD 07.05.2020 De Nederlandse militair die in juni 2015 het groene licht gaf voor het Nederlandse bombardement op de Iraakse stad Hawija wist niet dat de Amerikaanse geheime dienst CIA had gewaarschuwd dat er bij de aanval burgerslachtoffers konden vallen. Hij kon die informatie niet meewegen bij zijn beslissing om de aanval goed te keuren. Uiteindelijk vielen er bij de aanval vermoedelijk zeventig burgerdoden.

Dat schrijft minister Ank Bijleveld van Defensie aan de Tweede Kamer. Nederland was niet betrokken bij het deel van het proces waarmee de Amerikanen bepaalden welke doelen er in de strijd tegen IS werden gebombardeerd.

De Amerikaanse aarzelingen bij de aanval, mede op basis van informatie die de Amerikaanse geheime dienst CIA van informanten kreeg, bleef tot ruim na de Nederlandse luchtaanval enkel in Amerikaanse handen. De risico’s die de VS zag, werden overigens ingeperkt in het uiteindelijke, aangepaste aanvalsplan waarmee de Nederlandse commandant akkoord ging.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Geheim

De informatie die ten grondslag lag aan de aanval kwam vorige maand naar buiten nadat NOS en NRC met succes een beroep deden op de Freedom of Information Act, de Amerikaanse versie van de Wet openbaarheid van bestuur. Bijleveld had de Kamer altijd voorgehouden dat de stukken geheim waren en niet met het parlement konden worden gedeeld.

Bijleveld zegt niet te weten waarom de documenten nu toch openbaar zijn gemaakt terwijl haar Amerikaanse ambtsgenoot Mark Esper in maart van dit jaar nog per brief benadrukte dat dat niet kon. Zelf kreeg Defensie het Amerikaanse onderzoek op 22 januari 2016.

Zorgvuldig proces

Toch houdt Bijleveld vol dat het proces uitgebreid was en zorgvuldig is verlopen. Omdat de Amerikanen in eerste instantie aarzelingen hadden, werden er ‘mitigerende maatregelen’ (die negatieve effecten verminderen of wegnemen) genomen die het risico op burgerslachtoffers tot nul moesten terugbrengen.

Zo werden er precisiebommen afgeworpen en vond de aanval ’s nachts plaats. Bij de berekening van de nevenschade zou die beperkt blijven tot het industriële gebied. ,,Daarnaast”, schrijft Bijleveld, ,,werd ingeschat dat bij een nachtaanval er enkel sprake zou zijn van materiële nevenschade.”

Op basis van de inschatting van de nevenschade en de mogelijke impact van secundaire explosies ‘was de verwachting’ dat er bij het Nederlandse F-16-bombardement ‘geen burgerslachtoffers zouden vallen’.

Op basis daarvan besliste de Nederlandse militair die belast was met het eindoordeel, de zogeheten red card holder, na overleg met een Nederlandse juridisch adviseur dat de aanval kon worden uitgevoerd.

Meer explosieven

Het liep anders. De luchtaanval op het doelwit, een fabriek waar bermbommen werden gemaakt, leverde veel meer schade op dan op basis van de Amerikaanse informatie werd verwacht en er kwamen vermoedelijk zeventig burgers om het leven. In de fabriek lagen veel meer explosieven ‘dan bekend was of kon worden ingeschat door de anti-IS-coalitie’.

De aanval op Hawija was anders dan aanvallen op andere bommenfabrieken, stelt Bijleveld. Toen het daar zo mis ging, pasten de Amerikanen hun procedures voor dergelijke aanvallen op ‘gelijksoortige bommenfabrieken’ aan.

Dat de werkwijze op basis van nieuwe informatie zou worden aangepast, was volgens de minister eveneens standaard gebruik. Ook zou het doelwit niet in de hoogste risicocategorie vallen, zoals uit de Amerikaanse stukken zou blijken.

Volgens Bijleveld wordt er in die categorie onderscheid gemaakt tussen ‘high’ en ‘low’ en viel de bommenfabriek in Hawija onder de lagere rubriek omdat ‘burgerslachtoffers kunnen worden voorkomen als daartoe geplande mitigerende maatregelen worden toegepast’.

Geen juridische verplichting

Zonder die maatregelen, stelt Bijleveld, ‘was deze aanval voor de coalitie überhaupt niet uitvoerbaar geweest, gezien uit de stukken blijkt dat er bij dit doel geen burgerslachtoffers mochten worden verwacht’. Dat er bij aanvallen geen burgerslachtoffers te betreuren mochten zijn, was volgens Bijleveld het ‘uitgangspunt’ van alle bombardementen tegen IS.

Dat was echter geen formele bindende afspraak en ook geen juridische verplichting. ,,Ieder land is immers zelf verantwoordelijk voor de eigen wapeninzet en de proportionaliteitsafweging die daar aan vooraf gaat.

mei 8, 2020 Posted by | 2e kamer, dreiging, Hawija, Irak, is, isis, islam, nederlandse missie, politiek, salafisten, terreur, terrorisme, tweede kamer, veiligheid | , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 11 nasleep onderzoek Hawija Irak

Kabinet Rutte 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS in Irak en verder – deel 8

AD 07.11.2019

Telegraaf 07.11.2019

Spoeddebat 2e Kamer

De Tweede Kamer heeft tijdens een spoeddebat op dinsdag 05.11.2019 harde kritiek op minister Ank Bijleveld van Defensie geuit. De CDA-bewindsvrouw had eerder openheid van zaken moeten geven over burgerslachtoffers bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. De Kamer werd daarover onjuist geïnformeerd.

AD 28.11.2019


Telegraaf 28.11.2019

AD 28.11.2019

AD 21.11.2019

Onjuiste informatie aan de 2e Kamer inzake de “kwestie Irak” !!

Minister Ank Bijleveld heeft uiteindelijk op dinsdag 05.11.2019 excuses gemaakt omdat de Tweede Kamer door haar voorganger verkeerd is geïnformeerd over een dodelijke aanval in Irak door Nederlandse F-16’s. Bijlevelds voorganger, Jeanine Hennis, had in 2015 gemeld dat er geen burgerdoden waren gevallen, maar dat was foute informatie. “Ik bied daarvoor oprechte excuses aan”, zegt Bijleveld nu

© Foto Lex van Lieshout Minister Ank Bijleveld (Defensie) en kolonel-vlieger Peter Tankink (directie Operaties) tijdens een persconferentie over een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015.

Op maandag 04.11.2019 maakte minister Bijleveld reeds bekend dat bij de aanval van Nederlandse F-16’s op een IS-doelwit in Irak in 2015 circa zeventig doden waren gevallen, onder wie burgers. Het is de eerste keer dat het kabinet zo open over een aanval is. 

AD 26.11.2019

Zeker zeventig burgers zijn in 2015 om het leven gekomen door een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija. Dat melden NOS en NRC op basis van bronnen.

Volgens NOS en NRC heeft het Amerikaanse Pentagon bevestigd dat bij de aanval in de nacht van 3 juni zeventig burgers omkwamen. De NOS schrijft echter dat ooggetuigen spreken van veel meer doden, onder wie zeker 23 kinderen.

Ook waren er honderden gewonden. Deze site schreef al eerder dat er aanwijzingen waren dat het een Nederlands vliegtuig was dat de bom afwierp. Dat geldt ook voor een bombardement in 2015 bij Mosul waar eveneens burgerslachtoffers bij vielen. Zowel de Nederlandse als de Amerikaans overheid weigerde toen meer informatie vrij te geven over die aanvallen.

Hoeveel doden er zijn gevallen bij beide incidenten, en om welke aanvallen het gaat kreeg de Kamer voor het eerst van het kabinet te horen, ruim vier jaar nadat beide incidenten plaatsvonden, en ruim twee weken nadat de NOS en NRC Handelsblad daarover berichtten.

Rechter

Eerder besloot de rechter juist nog dat Nederland niet meer openheid hoeft te geven over de luchtaanvallen. Advocate Liesbeth Zegveld had namens twee Irakezen om meer informatie gevraagd over een bombardement op een konvooi voertuigen vanuit Mosul in 2015.

Het bleek om een stoet taxi’s te gaan waarmee burgers uit de stad vluchten. Twee passagiers, die familieleden verloren bij de aanval, hebben een procedure tegen de Nederlandse staat lopen. Zij willen weten of het een Nederlandse bom was die hun geliefden doodde.

Pas na vier jaar en vijf maanden erkent de Nederlandse staat verantwoordelijkheid voor het bombardement op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija, in de nacht van 2 op 3 juni 2015. De Nederlandse regering wist al binnen twee weken dat daarbij tientallen burgers om het leven kwamen – het bleken zeventig doden, onder wie 22 vrouwen en 26 kinderen. Maar het duurde tot deze maandag voordat minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) bereid was meer details prijs te geven.

Die late openheid komt nadat NRC en NOS op 18 oktober na onderzoek hadden geconcludeerd dat de bom die bewuste nacht werd afgeworpen door een Nederlandse F-16. Als onderdeel van de strijd tegen Islamitische Staat, waaraan Nederland in coalitieverband deelneemt.

Bijleveld heeft met dit dossier een politiek probleem geërfd van haar voorganger Jeanine Hennis (VVD). Naar nu blijkt is niet alleen de kennis verzwegen dát er burgerslachtoffers zijn gevallen in Hawija. Ook werd de Tweede Kamer er verkeerd over geïnformeerd.

Telegraaf 09.11.2019

Op 24 juni 2015 antwoordde toenmalig minister van Defensie Hennis schriftelijk op vragen van de Kamer dat voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen. Toch beschikte het ministerie toen al over een Amerikaans verslag waarin die slachtoffers wel staan vermeld. Bijleveld zegt nu: „We hadden er niets over kunnen zeggen, dat had de lijn moeten zijn. Maar dit zeggen, was verkeerd.”

Een week na die aanval meldde toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie aan de Kamer dat Nederland niet betrokken was bij luchtaanvallen in Irak waarbij burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. Dat was niet correct, aldus Bijleveld nu.

Die ontkenning was fout, stelt minister Bijleveld vandaag. Of minister Hennis niet wist van de Amerikaanse conclusies, of dat ze bewust niet de waarheid sprak, schrijft ze niet. Maar het is niet de enige keer dat Hennis de Nederlandse betrokkenheid bij de dood van burgerdoden stellig ontkent.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer;

Een tweede keer dat er burgerslachtoffers vielen was in de nacht van 20 op 21 september 2015. Toen werd een aanval uitgevoerd op een vermeend hoofdkwartier van IS in de Iraakse stad Mosul. Dat bleek achteraf een complex met twee woonhuizen te zijn. Bij die aanval kwamen vier mensen uit één familie om. Deze site schreef begin dit jaar al dat Nederland waarschijnlijk verantwoordelijk was voor die aanval, op het huis van Basim Razzo en zijn gezin . Defensie wilde dat toen niet bevestigen.

De Tweede Kamer wil nu opheldering van Bijleveld, die politieke verantwoordelijkheid draagt voor de uitspraken van haar voorganger. Er werden al eerder vragen gesteld over de effecten van Nederlandse bombardementen boven Syrië en Irak, over deze specifieke aanval, maar tot maandag gaf de minister geen reactie.

GroenLinks noemt de zaak „heel ernstig” en Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) schrijft dat „Bijleveld zich niet moet verschuilen achter haar voorganger.” Joël Voordewind (ChristenUnie) noemt de kwestie „zeer kwalijk en verontrustend”. Tweede Kamerlid Salima Belhaj (D66) zegt precies te willen weten wie wat wanneer wist. Alle fracties, inclusief de gehele coalitie, willen spoedig in debat met de minister.

Want het parlement moedwillig onjuist informeren geldt als politieke doodzonde. Wat ook niet helpt: minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) zei in december tegen EenVandaag dat „we geen precieze aantallen kennen”, als het gaat over burgerslachtoffers. „We hebben niet altijd gedetailleerde informatie wat er op de grond gebeurt.” Blok richtte zich hier weliswaar niet rechtstreeks tot de Kamer, maar dat het niet klopt wat hij zei, is nu duidelijk.

Telegraaf 08.11.2019

AD 08.11.2019

Spontane openheid of afgedwongen?

Het is voor het eerst dat Nederland openheid geeft over de toedracht van een luchtaanval waarbij zoveel burgerslachtoffers vielen. In de brief die minister Bijleveld maandag naar de Kamer stuurde, erkent de staat ook de verantwoordelijkheid voor een tweede geval waarbij burgers om het leven kwamen: bij een aanval in september 2015 op een vermeend hoofdkwartier van IS in Mosul. Het doelwit klopte niet, het bleek een woonhuis, en was gebaseerd op verkeerde inlichtingen. Er kwamen „zeer waarschijnlijk” vier burgers om het leven.

Bijleveld moet de Kamer ook op een andere vraag antwoord geven: is de huidige openheid van de Nederlandse regering over de burgerslachtoffers een eigen beleidskeuze, of kón ze niet anders door de publiciteit? De minister zegt nu dat ze „sowieso van plan was” de Kamer te informeren. En dat het niets te maken had met de publicaties in de media.

Het is een opvallende verklaring voor een bewindspersoon van een ministerie dat bekend staat om een doorgaans juist behoudende koers. Ze „moest”, zegt Bijleveld in een interview met NRC, „de vliegers en anderen nog spreken” voordat ze de Tweede Kamer kon informeren. Die piloten sprak de minister afgelopen donderdag, bijna twee weken na publicatie van het onderzoek. Een gebeuren na de aankomst van de eerste F-35 in Leeuwarden waarbij die vliegers elkaar sowieso al zouden treffen.

Is afgedwongen openheid – ook over het onjuist informeren van de Kamer – voldoende voor een geloofwaardig verhaal van de minister van Defensie? Deze vragen zijn mogelijk deze week al actueel. Op dinsdag debatteert de Tweede Kamer over de begroting voor Defensie. De kunst voor Bijleveld wordt nu om dat debat niet alleen over Hawija en over het vertrouwen in haar eigen positie te laten gaan.

Telegraaf 14.11.2019

Meer tijd nodig voor onderzoek

Pas eind volgende week hoopt het kabinet duidelijkheid te kunnen geven op de vraag wanneer welke minister wist over de burgerdoden door een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak ruim vier jaar geleden. Dat heeft minister Ank Bijleveld (Defensie) de Tweede Kamer donderdag 14.11.2019 laten weten.

Vorige week werd duidelijk dat de Kamer door Defensie over de kwestie onjuist is geïnformeerd. Het leidde tot een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie tegen Bijleveld. Zij hoorde pas enkele dagen voor het debat dat de Kamer was voorgelogen. De volksvertegenwoordiging wil nu volledige openheid van zaken, want het is volgens Bijleveld „aannemelijk” dat de meest betrokken ministeries kort na de aanval al op de hoogte zijn gebracht.

Het kabinet slaagde er niet in om nog voor woensdag 13.11.2019 informatie naar de Tweede Kamer te sturen over wie precies wat wist over het bombardement in 2015 op de Iraakse plaats Hawija. Bij een Nederlandse luchtaanval vielen destijds zeker zeventig burgerslachtoffers.

Toenmalig Defensie-minister Hennis meldde de Kamer, onjuist, dat er geen burgerslachtoffers waren en haar opvolger Bijleveld bood vorige week excuses aan voor die verkeerde informatie. Bijleveld noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren gebracht van het incident, waaronder het departement van de premier. Met name eventuele betrokkenheid van premier Rutte ligt politiek gevoelig.

Zo volledig mogelijk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wanneer op de hoogte is gesteld en welke kabinetsleden van de burgerdoden hebben geweten. Kamerleden wilden die informatie nog voor morgen ontvangen. Dan begint de behandeling in de Kamer van de begroting voor Buitenlandse Zaken.

Maar Bijleveld schrijft nu aan de Kamer, mede namens Rutte en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus, dat zij niet in staat is de antwoorden voor morgen af te hebben. Ze benadrukt dat het kabinet “zo volledig mogelijk wil zijn in de beantwoording van de vragen”.

Rapport hoofdkwartier Centcom zoek

Het kabinet kan een belangrijk rapport rond het Nederlandse bombardement in Irak in 2015, waarbij zeventig burgerdoden zijn gevallen, niet vinden. Dat meldt Elsevier Weekblad. Daardoor heeft het kabinet grote moeite een feitenrelaas over de kwestie op te stellen, iets wat minister van Defensie Ank Bijleveld vorige week heeft toegezegd tijdens het debat daarover.

Tijdens het debat vorige week baseerde zowel de minister als de Kamerleden zich op een ‘voorlopig rapport’ van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom van 15 juni 2015 over de ‘nevenschade’ bij het bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in het Iraakse Hawija. Daarbij zijn zeventig doden gevallen, waaronder onschuldige burgers.  De voorlopig versie van het rapport zou echter nogal beknopt geweest zijn, zonder details.

In het kort

Dit gebeurde er in de zomer van 2015:

De nacht van 2 op 3 juni 2015

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 bombardeert Nederland een bommenfabriek van IS bij de Iraakse stad Hawija. Door foute inlichtingen zijn meer bommen in de fabriek dan gedacht en zijn de ontploffingen groter.

4 juni 2015

Persbureau Reuters spreekt in een artikel voor het eerst over ‘ongeveer 70 doden, inclusief burgers’ bij een luchtaanval op een fabriek in Hawija.

9 juni 2015

Hennis wordt voor het eerst gebriefd over onderzoek naar de luchtaanval, waaruit naar voren komt dat het ‘geloofwaardig’ is dat er bij de luchtaanval ook burgerslachtoffers zijn gevallen.

15 juni 2015

Hennis ontvangt het definitieve onderzoek van CENTCOM, het Amerikaanse hoofdkwartier voor alle militaire missies in het Midden-Oosten. Nederland werkt hiermee samen tijdens de oorlog tegen IS. Ook in het definitieve onderzoek wordt het ‘geloofwaardig’ geacht dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het aantal van 70 wordt niet genoemd.

23 juni 2015

Minister Hennis informeert vervolgens de Kamer verkeerd. In antwoorden op Kamervragen schrijft ze: “Voor zover op dit moment bekend, is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

En dit is wat er nu 27.11.2019 bekend is over de informatievoorziening rond de aanval in Hawija;

Oktober 2014: Nederland begint bijdrage aan luchtcampagne van anti-IS-coalitie boven Irak.

Nacht van 2 op 3 juni 2015: Nederlandse F-16’s voeren een aanval uit op IS-faciliteit waar autobommen worden geproduceerd. Uit de eigen Battle Damage Assessment blijkt direct dat er sprake is van ‘onbedoelde nevenschade’, kortom: schade aan gebouwen.

4 juni 2015: Reuters meldt dat bij het bombardement op Hawija ‘een hele wijk’ is weggevaagd. Betrokkenen ter plaatse schatten het aantal doden op zeventig, zowel IS-terroristen als burgers. In de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) wordt de aanval besproken, inclusief de ‘secundaire explosies’, het ‘zorgvuldige targeting proces’ en de ‘mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers’. De ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie worden schriftelijk geïnformeerd. Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, was afwezig in de SMO van 4 juni.

Juni 2015-mei 2016: tijdens deze hele periode is in de SMO met geen woord gerept over de aanval op Hawija.

9 juni 2015: minister van Defensie Hennis wordt gebriefd over de aanval. Voorlopig onderzoek door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, wijst uit dat het ‘geloofwaardig’ is dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het ‘voorlopige onderzoek’ ontvangt Defensie op 15 juni.

23 juni 2015: In antwoord op Kamervragen, schrijft Hennis dat voor zover op dat moment bekend in de luchtcampagne tegen IS geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers.

Augustus 2015: Het Internationale Rode Kruis overhandigt aan Nederlandse ambassade in Bagdad een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen met burgerslachtoffers, waarin een aanval op Hawija op 4 november genoemd wordt waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood. De niet-gouvernementele organisatie Airwars spreekt in een openbaar rapport over tussen de 70 en 150 burgerdoden in Hawija.

Jan/feb 2016: Het initiële onderzoek van Centcom (d.d. 15 juni 2015) wordt door Defensie naar het OM gestuurd. De Yweede Kamer wordt erover ingelicht dat er twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht.

1 juni 2017: De Tweede Kamer wordt vertrouwelijk ingelicht over gevallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet.

13 april 2018: Minister Bijleveld licht de Kamer in over uitkomsten van onderzoeken van het Openbaar Ministerie naar aanvallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers. Locatie, datum en vermoedelijk aantal slachtoffers worden niet genoemd omdat ‘de inzet nog gaande was’.

1 januari 2019: De F-16-missie is afgelopen, het argument dat in april 2018 werd gehanteerd om informatie achter te houden, vervalt. Defensie ‘gaat aan de slag met een nieuwe toets van mogelijkheden van meer transparantie’.

Mei 2019: Minister Bijleveld zegt toe na het zomerreces te komen met een reactie op voorstellen van Kamerleden omtrent meer transparantie inzake mogelijke burgerslachtoffers.

30 september 2019: Minister Bijleveld vraagt de Kamer om meer tijd voor deze inhoudelijke reactie, ‘in het kader van zorgvuldigheid’.

18 oktober 2019: NRC en NOS melden dat Nederlandse F-16’s de luchtaanval op Hawija uitvoerden. Het Pentagon heeft desgevraagd gezegd dat er daarbij zeventig burgerdoden vielen. Bijleveld belooft dat de Kamer ‘op korte termijn’ wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van meer transparantie.

4 november 2019: minister Bijleveld meldt de Kamer dat ‘op basis van de door Centcom aangehaalde open bronnen’ bij een Nederlandse aanval op Hawija in juni 2015 ‘ongeveer 70 slachtoffers’ zijn gevallen, ‘zowel IS-strijders als burgers’.

Dossier luchtaanval Hawija

Live AD

Teruglezen: Het Tweede Kamerdebat over burgerdoden Irak NRC

Verslaggever Inge Lengton live bij het debat;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Dossier Luchtaanval Hawija NRC

lees: Brief MIN DEF Antwoorden Kamervragen burgerslachtoffers Karabulut 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija 25.11.2019

lees: Brief MIN DEF SV Karabulut over passage uit boek missie F16 25.11.2019

lees: Beantwoording nadere vragen over de wapeninzet in Hawija brief 25.11.2019

lees: regeling Werkzaamheden over antwoorden op vragen over de 70 burgerdoden in Irak Brief 20.11.2019

lees: Feitenrelaas inzake de transparantie over burgerslachtoffers bij luchtaanvallen brief 05.11.2019

lees: Transparantie burgerslachtoffers bij luchtaanvallen in de strijd tegen ISIS brief 04.11.2019

lees: kamerbrief over het iob onderzoek naar stabilisatieprogrammas in syrie  7 september 2018

lees: rapport review of the monitoring systems of three projects in syria  7 september 2018

lees: kamerbrief met voortgangsrapportage nederlandse bijdrage in strijd tegen isis 13.04.2018

lees: kamerbrief aanvullende artikel 100 brief nederlandse bijdrage aan de strijd tegen isis 29.01.2016

Bekijk ook;

Zie ook: Kabinet Rutte 2 en 3 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 7

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 6

zie ook:  Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 5

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 4

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 3

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 2

zie ook: Kabinet Rutte 2 – Nederland ook in de strijd tegen IS – deel 1

Kamer: nieuw onderzoek kabinet naar burgerslachtoffers Irak

NOS 03.12.2019 De Tweede Kamer wil dat het kabinet in Irak een nieuw onderzoek gaat doen naar de burgerslachtoffers die daar vier jaar geleden zijn gevallen bij een Nederlandse luchtaanval. Een motie daarover die vorige week werd ingediend door onder meer de regeringspartijen D66, CDA en ChristenUnie kreeg vandaag steun van een Kamermeerderheid. Coalitiegenoot VVD stemde tegen.

Vorige week verantwoordde het kabinet zich voor de gang van zaken rond de aanval op de Iraakse plaats Hawija en voor de onduidelijkheid over welke minister nu precies van wat op de hoogte was. Na een urenlang debat hield het kabinet de steun van de meerderheid: een motie van wantrouwen werd verworpen.

Nader onderzoek ter plaatse

Maar een meerderheid onder leiding van D66-Kamerlid Belhaj blijft er niet tevreden over dat nog steeds niet vaststaat hoeveel burgerslachtoffers er precies door Nederlandse toedoen zijn gevallen. Daarom moet het kabinet “ter plaatse nader onderzoek doen, waar mogelijk in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, de VN en lokale autoriteiten”.

Minister Bijleveld is niet erg enthousiast over dat verzoek. Ze wil de Kamer geen valse hoop bieden dat het aantal burgerslachtoffers uiteindelijk toch komt vast te staan. Ze gaat wel kijken hoe ze de motie gaat uitvoeren: “Ik zal mijn uiterste best doen.” Bijleveld benadrukte dat de situatie in Irak nog steeds onveilig is en dat dat het onderzoek bemoeilijkt.

Een idee van een deel van de oppositie om een zogenoemde parlementaire ondervraging te houden en zo meer duidelijkheid te krijgen over de Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement haalde het niet. Ook de wens van een aantal oppositiepartijen om ex-minister Hennis geen gezant in Irak meer te laten zijn, kreeg geen meerderheid.

Bekijk ook;

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte tijdens het debat gisteravond © ANP

Kamer blijft na debat achter met een kater: ‘Wie gelooft deze premier nog?’

AD 28.11.2019 Tijdens het debat over de burgerdoden in Irak werd het op een gegeven moment zelfs regeringspartner ChristenUnie te veel. Hoe kon premier Mark Rutte zo ijzerenheinig blijven volhouden dat er niet over de kwestie gelogen is?

Met terugwerkende kracht is het lastig te begrijpen hoe er in juni 2015 door het toenmalige kabinet is gereageerd op het bericht dat bij een aanval van een Nederlandse F-16 op een IS-bommenfabriek in het Iraakse Hawija waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Internationale media spraken direct al van zo’n zeventig slachtoffers.

Hoewel het kabinet twee weken later over een verlenging van de missie van onze militairen moest beslissen, is de informatie niet gedeeld in de ministerraad. Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis vermoedt dat ze premier Rutte destijds wel heeft geïnformeerd en ze weet het zeker over toenmalige collega Koenders van Buitenlandse Zaken. Die twee zeggen daar geen herinnering aan te hebben.

Lees ook;

Kabinet doorstaat motie van wantrouwen rond burgerdoden Irak

Lees meer

© ANP

Regels

Er is geen doofpot, aldus Premier Rutte.

Maar daar moet allemaal niets achter worden gezocht, hield Rutte gisteren vol tegenover een kritische Tweede Kamer. Alles is destijds ‘volgens de regels verlopen’. De informatie over de burgerdoden ‘is niet bewust achtergehouden uit angst dat de verlenging in gevaar zou komen’, zoals de oppositie vermoedt.

En dat Hennis de Tweede Kamer destijds meldde dat er bij de acties van Nederlandse F-16’s ‘voor zover op dit moment bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen’ (terwijl ze toen al wél wist van Hawija) was geen bewuste leugen, volgens Rutte. Het was ‘een fout zinnetje’. Punt. De premier benadrukte tot twee keer toe: ,,Er is geen doofpot.”

Vooraf hadden de oppositiepartijen besloten de aanval te openen op Ruttes achilleshiel: zijn geloofwaardigheid. Zijn imago heeft de afgelopen negen jaar tijdens zijn premierschap al de nodige krassen opgelopen door verbroken beloftes en plotseling geheugenverlies in lastige dossiers. Daar kwam zijn ‘niet actieve herinnering’ aan de burgerdoden in Irak nog eens bovenop. ,,Ik kan geen herinnering faken”, stelde Rutte.

Geen geloof

Nu iedereen in Den Haag verwacht dat Rutte bij de komende Kamerverkiezingen nog één keer de kar gaat trekken als lijsttrekker van zijn VVD, is dit de tactiek waarmee zijn tegenstanders hem willen verslaan. ,,Wie gelooft deze premier nog?,’’ verzuchtte zowel PVV-leider Wilders, als SP-leider Marijnissen, als FvD-voorman Baudet. ,,Het wordt wel heel moeilijk deze premier nog te geloven’’, beklaagden GroenLinks-leider Klaver en 50Plus-baas Krol zich.

Rutte wierp zelf óók de vertrouwensvraag op. ,,Als u mij niet gelooft, ga ik wat anders doen.” Een motie van wantrouwen tegen zijn kabinet werd verworpen; voor GroenLinks en PvdA ging het opzeggen van het vertrouwen in het héle kabinet een stap te ver. Toch moest Rutte toezien hoe er wederom een stukje van zijn geloofwaardigheid werd afgeknabbeld.

Tegelijkertijd kreeg de unaniem verontwaardigde oppositie geen vat op de premier. Niet dat ze het niet probeerden. Maar Rutte bleef herhalen wat hij wilde zeggen. Er was niet zo veel aan de hand. Het ‘oogde ongemakkelijk’, dat wel.

De oppositiepartijen waren verbaal zo murw geslagen dat ze voor Defensieminister Ank Bijleveld – die begin deze maand nog stuntelde in een debat over dezelfde kwestie – amper kritische vragen over hadden. De minister waarvan aan het begin werd gedacht dat zij in de grootste politieke problemen zou komen, kwam zo geen moment in gevaar.

Onderzoek

Na twee debatten en meerdere Kamerbrieven is in elk geval één ding duidelijk: niemand sloeg alarm bij het bericht dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen door een Nederlandse bom. Betrokken bewindslieden vroegen niet door. Voor het besluit om de missie te verlengen was het volgens Rutte niet van belang, en de Amerikanen kwamen nooit met een eindrapport. Daardoor is ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen.

Defensie moet daarom ter plekke onderzoek gaan doen in Hawija, wil de Kamer. Maar fact-finding wordt vier jaar na dato wel lastig, stelde Bijleveld, die waarschuwde voor valse hoop. ,,We gaan alle feiten niet boven tafel krijgen.” Maar de Kamer vindt dat het in elk geval geprobeerd moet worden. Dat is, stelde initiatiefnemer D66-Kamerlid Salima Belhaj, een ‘morele plicht’.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer. Foto: ANP/ Koen van Weel

Kabinet overleeft affaire rond burgerdoden in Irak – Rutte herinnert zich niet ‘vermoedelijk’ te zijn geïnformeerd door Hennis

BIN 28.11.2019 Informatie over burgerdoden heeft geen rol gespeeld in de beslissing over de verlenging van de missie in Syrië en Irak. Dat zei premier Mark Rutte gisteravond in een urenlang debat. Het kabinet overleefde een motie van wantrouwen van de SP.

Jesse Klaver vroeg zich in het debat af of er mogelijk niet over burgerslachtoffers werd gerept omdat er drie weken na de aanval beslist moest worden over verlenging. “Dat is echt onzin”, reageerde Rutte. “Er is geen doofpot.”

Ook Thierry Baudet vermoedde dat er niks is gezegd over burgerdoden om de verlenging van de missie niet in gevaar te brengen. “Dit gaat om de integriteit van de democratie.”

Mogelijke burgerslachtoffers waren “niet relevant” voor het besluit om te verlengen, zo verdedigde Rutte het Kabinetsoptreden. “Er is altijd een risico op burgerslachtoffers.”

Alle procedures zijn correct gevolgd na de melding van burgerslachtoffers door een Nederlandse aanval in Irak in 2015, benadrukte premier Mark Rutte woensdagavond. Maar hij snapt ook het “ongemak” dat er bij de Kamer hierover heerst.

Rutte kan zich informatie van Hennis niet herinneren

Waarom gingen de alarmbellen niet af toen media een dag na de aanval meldden dat er zeker zeventig burgerdoden waren gevallen, vroegen partijen herhaald. Omdat het werd onderzocht, verklaarde Rutte keer op keer. En de internationale coalitie kon op basis van die openbare bronnen niks vaststellen. Daarna sleepte het dossier zich voort.

Ook het idee dat daardoor de Kamer verkeerd is geïnformeerd over de verlenging, klopte volgens de premier niet. Het protocol was destijds dat de Kamer nooit zou zijn geïnformeerd over burgerslachtoffers. PVV-voorman Geert Wilders zei dat de Kamer is “gepiepeld en dat is onvergeeflijk”.

De procedure is inmiddels veranderd. De Kamer wordt nu zo snel mogelijk op de hoogte gesteld als er burgerdoden vallen door een Nederlandse inzet.

Rutte herhaalde zich niet te kunnen herinneren dat toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie hem “vermoedelijk” op de hoogte heeft gesteld van mogelijke burgerdoden. Hennis weet ook niet meer waarom zij de Kamer enkele weken na de actie onjuist heeft geïnformeerd.

Kabinet overleeft motie van wantrouwen

Rutte hield strak aan zijn verdedigingslinie vast. Het lukte de oppositie niet om die te doorbreken. “Het kabinet doet hier te gemakkelijk over”, oordeelde Klaver. De coalitiepartijen waren mild. Zij willen vooral dat Defensie transparanter wordt. Een voorstel van D66 en ChristenUnie om ter plekke in Hawija onderzoek te doen naar burgerslachtoffers kreeg steun van een meerderheid.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) stond door het optreden van Rutte in de luwte. Slechts een half uur was ze aan het woord. Ze kreeg begin deze maand na een slecht optreden een motie van wantrouwen aan haar broek, die door vrijwel de hele oppositie werd gesteund. Een tweede motie van wantrouwen van de SP, die ook tegen de rest van het kabinet was gericht, haalde het woensdag bij lange na niet.

Kabinet doorstaat motie van wantrouwen rond burgerdoden Irak

AD 28.11.2019 Het kabinet heeft in de kwestie over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak opnieuw een motie van wantrouwen doorstaan. Die kreeg alleen steun van de SP, PVV, Partij voor de Dieren, Denk, 50Plus, Forum voor Democratie en eenpitter Femke Merel van Kooten-Arissen.

Het is een kwestie van vertrouwen. Het is de vraag of u mij gelooft. Zo niet, dan ga ik iets anders doen. Zo ja, dan blijf ik, aldus Premier Rutte

Minister-president Mark Rutte stelde tijdens het debat zelf de vertrouwensvraag toen hij – tot ongenoegen van de Kamer – bleef volhouden dat hij zich niet herinnert dat Hennis hem destijds heeft ingelicht over het bombardement.

,,Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is. Maar ik moet hier de waarheid spreken. Ik kan geen herinnering faken”, stelde Rutte. ,,Het is een kwestie van vertrouwen. Het is de vraag of u mij gelooft. Zo niet, dan ga ik iets anders doen. Zo ja, dan blijf ik.”

Rutte kan aanblijven, nu de motie die het vertrouwen in hem, Defensieminister Ank Bijleveld en ‘het hele kabinet’ werd verworpen.

Bijleveld wachtte voor de tweede keer deze maand een zwaar debat over de burgerdoden die door toedoen van een Nederlandse bom vielen in Hawija en hoe de Kamer daarover vervolgens verkeerd werd geïnformeerd. Zij kreeg echter nauwelijks kritische vragen, omdat de oppositie nu vooral Rutte bestookte met vragen.

Geen herinnering

Geert Wilders (PVV), Thierry Baudet (FvD), Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte © ANP

,,Het einde van dit kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinneringen aan die man’’, zei PVV-leider Geert Wilders met een verwijzing naar Ruttes eigen verweer. Zelfs de doorgaans voorzichtige oppositiepartij SGP zei ‘kristalheldere’ antwoorden van de premier te verlangen en niet dat hij ‘ergens geen actieve herinnering aan heeft’.

Een groot deel van de oppositie verdenkt het vorige kabinet onder leiding van Rutte ervan dat bewust is gelogen over de burgerdoden. De Tweede Kamer moest in de weken na het misgelopen bombardement in 2015 instemmen met een verlenging van de missie van de Nederlandse F-16’s in het gebied.

Vrijwel alle oppositiepartijen vinden het al te toevallig dat uitgerekend in de dagen na het bombardement in zowel een brief aan de Tweede Kamer als in een Kamerdebat door toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis is gezegd dat er ‘voor zover op dit moment bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen’.

Inmiddels is bekend dat al direct na het bombardement begin juni 2015 bekend was dat de explosie veel groter was dan gedacht en dat er waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. In allerlei – buitenlandse – media werd toen al gesproken over zeventig slachtoffers. Dat was dus vóór Hennis de Tweede Kamer verkeerd informeerde.

Verlengen van missie

Dit debat gaat niet over burgerdo­den, maar over betrouw­baar­heid van de premier, aldus Thierry Baudet, FvD.

,,Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?’’, sneerde GroenLinks-leider Jesse Klaver gisteravond. Ook andere oppositiepartijen vonden de samenloop van omstandigheden te toevallig. ,,Dit debat gaat niet over burgerdoden, maar over betrouwbaarheid van de premier”, vond Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet. ,,De totale militaire misser moest uit het nieuws gehouden worden, want de missie moest koste wat kost verlengd worden.’’

Hennis heeft laten weten dat ze Rutte ‘vermoedelijk’ wel gebeld heeft, maar dat ze hem ‘niet alarmerend’ heeft verteld over de mogelijkheid van burgerdoden. ,,Hoe kun je niet alarmerend worden geïnformeerd over burgerdoden?’’, vroeg SP-leider Lilian Marijnissen zich af. ,,Waarom heeft de premier niet doorgevraagd? Had dat iets te maken met het verlengen van de missie die niet in gevaar mocht komen?’’

Dat ontkent Rutte. Volgens hem zijn de burgerdoden niet besproken in de ministerraad destijds. ,,Dat is ook logisch. Voor het nemen van het besluit om de missie te verlengen was dat ook niet relevant. We wisten altijd dat bij deze missie risico was op burgerslachtoffers. Het ging om levensgevaarlijk gebied.’’

Niet bewust

Volgens Rutte is er destijds een fout gemaakt, maar mag niet de conclusie worden getrokken dat de Kamer bewust is voorgelogen. ,,Het was beleid de Kamer niet te informeren over burgerdoden om de veiligheid van onze vliegers niet in gevaar te brengen.

Er had destijds in die brief moeten staan: u krijgt die informatie niet.’’ In plaats daarvan kwam er ‘een verkeerd zinnetje’ in een Kamerbrief. Achteraf, zegt hij, is niet meer ‘te reconstrueren’ hoe die fout gemaakt is. Maar, benadrukte de premier tot twee keer toe: ,,Er is geen doofpot.”

Dit kwam Rutte op harde kritiek te staan. Klaver: ,,Hoe kunt u dit iets anders noemen dan een leugen als Defensie wist dat die burgerdoden er waren?’’ Ook regeringspartij ChristenUnie had moeite met Ruttes uitleg. ,,Deze fout moet bewust zijn gemaakt”, vermoedde Kamerlid Joël Voordewind.

De SGP wilde vervolgens weten of Hennis nog is gevraagd hoe het ‘foute zinnetje’ in de brief kwam die onder haar verantwoordelijkheid naar de Kamer werd gestuurd. Dat moest Rutte eerst even navragen, maar het antwoord was ‘ja’. Volgens Rutte zegt Hennis niet te weten waarom maar ‘volgens haar is het niet bewust verkeerd in de Kamerbrief terechtgekomen’.

Hoe kunt u dit iets anders noemen dan een leugen als Defensie wist dat die burgerdo­den er waren?, aldus Jesse Klaver, GroenLinks.

Onderzoek

De regeringspartijen namen het op voor Rutte en huidige Defensieminister Bijleveld. Sloeg D66-Kamerlid Salima Belhaj tijdens het vorige debat nog een harde toon aan, nu was haar boodschap milder.

Ze kwam met een motie die Defensie oproept onderzoek te doen in Hawija. In 2015 was dat door het gevaar in de door IS gedomineerde regio niet mogelijk, maar nu wel, stellen de democraten. Het voorstel, dat mede wordt ingediend door het CDA, krijgt steun van een Kamermeerderheid.

Maandag bleek dat er door de Amerikanen nooit een eindrapport werd opgemaakt van het misgelopen bombardement. Daardoor is ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk hoeveel burgers de dood vonden.

Volgens D66 en CDA heeft Nederland ‘de morele plicht’ om dat alsnog in kaart te brengen én te onderzoeken hoe het kon gebeuren dat er in de bommenfabriek – het doelwit van de Nederlandse bom – veel meer springstof lag dan gedacht.

Volgens Bijleveld gaat zo’n ‘fact-finding mission na vier jaar heel erg lastig worden’. Ze zei de Kamer geen valse hoop te willen geven. ,,We gaan alle feiten niet boven tafel krijgen.”

Rutte ontkent doofpot rond Hawija-bombardement

Trouw 28.11.2019 De oppositie probeerde woensdagavond in het debat over het bombardement op het Iraakse Hawija met vermoedens premier Rutte klem te zetten. Die gaf geen krimp.

Een nieuw debat over burgerdoden in Haijwa, een nieuwe motie van wantrouwen voor Ank Bijleveld. Opnieuw kwam de minister van defensie niet ongeschonden uit een confrontatie met de Tweede Kamer over een Nederlands bombardement boven Irak, juni 2015. Daarbij vielen naar alle waarschijnlijkheid tientallen burgerdoden.

Drie weken geleden moest alleen Bijleveld de klappen van de oppositie opvangen, dit keer waren de pijlen vooral gericht op premier Mark Rutte. Ook hij moest een motie van wantrouwen incasseren van SP, PVV, Denk, 50Plus, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie en het lid Van Kooten. Beide bewindslieden hielden aan het begin van de nacht steun van een ruime Kamermeerderheid.

Toch werd het een bij vlagen vervelend debat voor Bijleveld en zeker voor Rutte. Meerdere fracties geloven niet dat Rutte ‘geen herinneringen’ heeft aan burgerdoden bij het bombardement op Hawija, zoals hij zelf verklaart.

Onder meer Jesse Klaver (GroenLinks) en Geert Wilders (PVV) vermoeden dat de zaak destijds bewust is weggemoffeld, omdat het kabinet nog diezelfde maand moest beslissen over verlenging van de Nederlandse missie. Nieuws over burgerslachtoffers zou dit besluit in de weg kunnen staan.

Klaver noemde het ‘moeilijk voor te stellen dat er in het kabinet wel is gesproken over verlenging van de missie, en dat de burgerdoden daarbij niet zijn genoemd.’ Gezien de belangstelling die de premier doorgaans heeft voor internationale politiek en veiligheid, is het volgens de fractieleider van GroenLinks ook ongeloofwaardig dat hij zegt zich niets te herinneren van het bombardement.

Rutte ontkent stellig dat er motief was om te liegen. “Er is geen sprake van een doofpot”, zei hij tijdens het debat. Het was kabinetsbeleid om tijdens een missie niets te zeggen over burgerdoden. “Er had dus nooit iets aan de Kamer gemeld kunnen worden over Hawija.”

Er is volgens Rutte alleen een fout gemaakt door toenmalig defensieminister Hennis, kort na het bombardement, door de Kamer te vertellen dat daar geen burgerslachtoffers waren gevallen. Ze had moeten zwijgen, aldus de premier.

Rutte ziet ook geen enkele reden om destijds nieuws over burgerdoden te verdoezelen. Het had, zegt hij, sowieso geen rol gespeeld bij het besluit om de militaire missie boven Irak te verlengen. “We wisten altijd dat het risico op burgerdoden bestond.”

Veel meer dan verwijzen naar een mogelijk motief konden Kamerleden uiteindelijk niet. Daarmee werd de zaak het woord van Rutte tegen vermoedens van oppositieleden. De premier: “Het is aan de Kamer of u mij gelooft of niet. Zo niet, dan ga ik wat anders doen.”

Geheugenverlies

Naast de mogelijkheid van toedekken probeerden oppositiepartijen Rutte te pakken op zijn geheugenverlies, dat volgens hen geveinsd is. De premier houdt vol dat hij zich niet herinnerd dat hij destijds is geïnformeerd over mogelijke burgerslachtoffers, terwijl Hennis vermoedt dat zij hem dit wel verteld heeft.

Wilders trok een vergelijking met ontbrekende herinneringen bij de memo’s over de dividendbelasting, de door Zijlstra verzonnen ontmoeting met Poetin, en de bonnetjesaffaire van Teeven en Opstelten. Telkens had Rutte geen ‘actieve herinnneringen’.

De Tweede Kamer wil dat defensieminister Ank Bijleveld een nieuw onderzoek naar het precieze aantal slachtoffers in Hawija instelt. Dat zegde ze toe, tegelijkertijd temperde de minister de verwachtingen over wat er vier jaar later nog boven tafel komt. “Ik zal mijn uiterste best doen. Maar ik wil geen valse hoop bieden.”

Lees ook:

De Nederlandse bom op de bomfabriek in Hawija trof IS hard

Het kabinet moet de Kamer overtuigen dat Rutte echt niets wist, en dat er om goede redenen verschillen zijn tussen wat Bijleveld in een brief en in een eerder debat meldde. 

Meer over; Mark Rutte politiek Hawija Ank Bijleveld Marno de Boer

Rutte over Hawija: suggestie oppositie ’echt onzin’

Telegraaf 28.11.2019 Premier Rutte en minister Bijleveld (Defensie) hebben bij het debat over burgerdoden in Irak voldoende vertrouwen gehouden van de Tweede Kamer.

Een motie van wantrouwen, ingediend door de SP, kreeg steun van de PVV, 50Plus, FvD, de Dierenpartij, Denk en Van Kooten. GroenLinks, dat steevast over ’leugens’ sprak, steunde de motie niet. Toch suggereerde voorman Klaver dat de informatie over mogelijke burgerdoden bij de luchtaanval in 2015 bewust onder de pet was gehouden om de verlenging van de missie niet in gevaar te brengen.

De minister-president stelt dat het altijd zo is geweest dat er risico’s zijn op burgerdoden bij dit soort operaties. „Het vermoeden dat het is toegedekt vanwege het verlengingsbesluit is gewoon niet waar”, zegt Rutte. „Echt onzin.” Hij stelt verder dat de Tweede Kamer in die tijd nooit geïnformeerd werd over slachtoffers om militairen in het veld niet in gevaar te brengen. Ook niet vertrouwelijk.

Desondanks zei toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis enkele weken na de aanval in een brief aan de Kamer dat er geen burgerdoden waren gevallen. Volgens Rutte was dat een ’fout’. Hennis, zo stelt de premier, had moeten zeggen dat er geen informatie over burgerdoden werd gedeeld.

PVV-voorman Geert Wilders vindt dat de Kamer is „gepiepeld en dat is onvergeeflijk”. GroenLinks-leider Jesse Klaver is van mening dat er geen sprake is van een fout: „het is een leugen.”

De Kamer voert vanavond een kritisch debat over de informatie die is gedeeld over een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. Daarbij vielen mogelijk 70 burgerslachtoffers.

Uit een brief van defensieminister Bijleveld blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij een bombardement van 3 juni 2015 op een autobommenfabriekje in Hawija.

De informatie was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld. Hennis had volgens haar eigen herinnering ’vermoedelijk’ ook de premier mondeling op de hoogte gesteld van de bevindingen – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers. Rutte sluit niet uit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, maar kan zich het niet herinneren.

SP: heeft Rutte dan niet doorgevraagd?

„Dat hebben we eerder gehoord”, hoont SP-fractieleider Marijnissen, die het spannende debat over de F-16 luchtaanval aftrapte. Ze wees erop dat de premier wel vaker op cruciale momenten zijn geheugen kwijt lijkt te zijn. Het verbaast haar dan ook niet dat dit bij de luchtaanval mogelijk opnieuw is gebeurd. „Kwam het hem goed uit, of drong het echt niet door en hebben we een ander probleem te pakken?”, wil zij van Rutte weten. „Heeft hij dan niet doorgevraagd?”

GL-leider Klaver denkt dat het het kabinet wel goed uitkwam om gegevens over de burgerdoden niet naar boven te laten komen. Toen de berichten over mogelijke slachtoffers naar buiten kwamen via diverse media en de Amerikanen die er onderzoek naar deden, moest Nederland beslissen over het verlengen van de Nederlandse militaire missie in Irak.

„Was het verlengen van de missie belangrijker dan de waarheid?”, wil Klaver weten. „Het heeft er alle schijn van dat cruciale info werd achtergehouden.” Hij wil een tijdlijn over de besluitvorming van de missie.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden. Ⓒ ANP

Oppositieleider Wilders (PVV) vindt dat de Hawija-kwestie „aan alle kanten stinkt”. Hij heeft er moeite mee om de herinneringen van voormalig minister Hennis over het voorval te geloven.

Hij vraagt zich af hoe het kan dat zij niet geheel zeker weet dat zij premier Rutte ervan op de hoogte heeft gebracht, maar dat zij wel zeker lijkt te weten dat dit op een manier gebeurde die niet alarmerend was. „Hoe kan dat?”, wil Wilders weten. „Volgens mij kan alleen een geboren leugenaar dat.”

Leugenmachine

Ook hij wijst erop dat de VVD en de premier wel vaker aan geheugenverlies lijken te lijden, zoals bij de memo’s over de dividendtaks en het uit de duim gezogen bezoekje van Halbe Zijlstra aan het buitenhuis van Poetin. „De VVD is één grote leugenmachine”, concludeert de PVV’er. Hij weet het zeker. „Het einde van het kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man.”

Ⓒ ANP

Wilders richt zijn pijlen ook op de PvdA. Niet alleen de premier zou namelijk over de mogelijke burgerdoden zijn geïnformeerd, maar ook toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Buitenlandse Handel). Volgens Wilders waren de PvdA-bewindslieden betrokken bij de brief die waarin Bijlevelds voorganger de Tweede Kamer verkeerd informeerde. „De handtekeningen van Koenders en Ploumen stonden eronder”, schampert hij. Hij noemt de PvdA ’medeschuldig’.

De coalitie is beduidend milder. D66-Kamerlid Belhaj wil 4,5 jaar na de luchtaanval dat er alsnog een nieuw onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid burgerdoden in Hawija. Een Kamermeerderheid lijkt dat te gaan steunen.

Maar minister Bijleveld en premier Rutte lijken van D66 verder weinig te hoeven vrezen. Belhaj vindt dat Bijleveld haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel wil ze weten waarom de CDA-bewindsvrouw de afwikkeling zo ’onhandig’ heeft gedaan.

CDA-Kamerlid Van Helvert roemt precisiebombardementen van onze F-16-vliegers. „Maar juist als het fout gaat, moet Defensie zorgvuldig informeren”, erkent hij. Hij wil dat het kabinet kritisch terugblikt en lessen trekt.

Verslaggever Inge Lengton is live bij het debat aanwezig; Tweets by ‎@IngeLengton

Rutte bestrijdt kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

NU 27.11.2019 Premier Mark Rutte bestrijdt de suggestie dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen. “Er is geen sprake van doofpot”, zei de minister-president woensdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens Rutte was het voor de besluitvorming om de missie te verlengen “niet relevant” dat er burgerslachtoffers waren gevallen, omdat er rekening werd gehouden met het risico op burgerslachtoffers. Bovendien, zo stelt Rutte, is het nooit duidelijk geworden hoeveel doden er officieel zijn gevallen.

GroenLinks en Forum voor Democratie (FVD) vermoeden dat er moedwillig informatie is achtergehouden om ervoor te zorgen dat een verlenging van de IS-missie zou doorgaan. “Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks). Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen die het ministerie van Defensie begin juni 2015 al had, maar verzweeg voor de Kamer.

Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland, voor zover bekend, niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer vervolgens over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend zou worden dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden.”

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Rutte: ‘Kans op burgerslachtoffers altijd aanwezig’

Volgens Rutte gaat het om niet meer dan een fout in de Kamerbrief van 23 juni 2015. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies.

Voor de besluitvorming in de ministerraad is het volgens de premier niet relevant geweest om te weten of er burgerslachtoffers zijn gevallen, omdat het risico daarop bekend was. Maar wat Klaver betreft is dát niet relevant. “Het gaat erom dat de ministerraad een besluit heeft genomen zonder alle relevante informatie.”

Ook coalitiepartij ChristenUnie is kritisch. Joël Voordewind wil weten hoe de fout in de Kamerbrief terecht is gekomen. “Hoe en waarom is de Kamer destijds verkeerd geïnformeerd?” Volgens de premier is het echter onmogelijk om te reconstrueren hoe de fout in de brief is beland.

Baudet vraagt zich af of Rutte weg mag komen met ‘sorry’

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteerde voor de tweede keer in korte tijd over burgerdoden in Hawija. Twee weken geleden overleefde defensieminister Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Ondanks dat meerdere partijen in de Kamer het moeilijk konden geloven dat de premier zich daar niets over kon herinneren, bleef Rutte volhouden dat hij er geen herinnering aan heeft. Of de premier daarover de waarheid vertelt, is volgens Rutte “een kwestie van vertrouwen”.

Een klein deel van de oppositie heeft dat vertrouwen niet meer. De SP diende met de steun van PVV, PvdD, 5PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen een motie van wantrouwen in tegen Bijleveld, Rutte en het hele kabinet, maar haalde geen meerderheid. Ook het voorstel om een parlementaire ondervraging lijkt te stranden. Over die motie, waar PVV, GroenLinks, SP, PvdD, 50PLUS, DENK, FVD en Lid Van Kooten-Arissen achter staan, wordt op een later moment gestemd.

Lees meer over: Politiek

Rutte ontkent doofpot burgerdoden Irak

RTL 27.11.2019 Er was volgens premier Rutte geen doofpot over de mogelijke burgerdoden tijdens een Nederlandse bomaanval op Hawija in Irak in 2015. Dat zei hij vanavond tijdens een pittig debat in de Tweede Kamer. Oppositiepartijen houden grote moeite met zijn verhaal.

Premier Rutte moest samen met minister Ank Bijleveld tekst en uitleg geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een Nederlands bombardement in Irak, in 2015.

‘Geen herinnering’

De Kamer wilde weten wat Rutte wist over het Nederlandse bombardement op een IS-bommenfabriek in Irak. De premier herhaalde tijdens het debat meerdere keren dat hij ‘geen herinnering heeft aan informatie in de maand juni in 2015’.

Rutte zei: “Ik kan u niet dwingen om mij te geloven. Het is een vertrouwensvraag. Ik kan een herinnering die ik niet heb, niet faken.”

Grote moeite houden met het geheugen

De oppositie blijft grote moeite houden met het haperende geheugen van Rutte. PVV-voorman Geert Wilders vindt dat de Kamer is ‘gepiepeld en dat is onvergeeflijk’.

Ook Jesse Klaver heeft veel moeite met Ruttes verhaal. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

De SP stelde dat de waarheid nog altijd niet boven tafel is, daarom diende de partij een motie van wantrouwen in tegen Rutte, minister Bijleveld en het hele kabinet. De SP kreeg daarbij de steun van oppositiepartijen PVV, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie, Denk en het onafhankelijk Kamerlid Van Kooten-Arissen.

 floor bremer @floorbremer

Een pittig #debat voor Premier Rutte en minister Bijleveld van Defensie, op dit moment in de Tweede Kamer. Over een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden. Wie wist wat wanneer? En waarom is de Kamer boos? Hier een samenvatting in anderhalve minuut:

4  7:37 PM – Nov 27, 2019 See floor bremer’s other Tweets

Wanneer wist hij dat wel?

Wanneer de premier wel wist dat er burgerdoden waren gevallen? De topambtenaren van Rutte zijn in mei 2016 over definitieve rapporten geïnformeerd.

Maar hoeveel burgerdoden er bij de aanval zijn gevallen, blijft tot de dag van vandaag onduidelijk. Rutte zei: dat er bij de aanval ‘zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen,’ maar er zijn volgens hem geen aantallen genoemd.

Fout

Dat toenmalig minister van Defensie-Jeanine Hennis- enkele weken na de aanval in een brief aan de Kamer zei dat er geen burgerdoden waren gevallen. was volgens Rutte een fout, maar geen doelbewuste misleiding.

De oppositie vond dat weinig geloofwaardig, maar van opzet is volgens Rutte ‘0,0 bewijs’.

‘Niet relevant voor de verlenging van de missie’

De oppositie verdenkt Rutte ervan, dat hij de burgerdoden geheim willen om te voorkomen dat de Kamer bezwaar zou willen maken tegen de verlenging van de missie in Irak. Dat besluit volgde korte tijd na de aanval. Volgens de premier is dat verwijt ‘grote onzin.’

Dat er burgerdoden zijn gevallen was volgens hem ‘niet relevant’ voor het besluit tot verlenging van de missie. “Er is altijd een risico op burgerslachtoffers”, zei hij.

Meer transparantie

Wel beloven Rutte en minister Bijleveld de Tweede Kamer voortaan meer transparantie te geven over missies. Er zijn daarvoor nieuwe beleidsregels opgesteld.

Lees ook:

Harde kritiek tijdens debat burgerdoden Irak: ‘Kan ik Rutte nog geloven?’

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 nam Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS dit najaar blijkt dat Nederland verantwoordelijk is geweest voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. Zeker 70 burgers zouden daarbij om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie onderzocht het bombardement. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, wist al in 2015 over de burgerdoden, maar gaf foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zei ze dat geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak. Daarvoor bood huidig minister Ank Bijleveld tijdens een debat begin november haar excuses aan.

RTL Nieuws; Mark Rutte  Ank Bijleveld

De Tweede Kamer eiste van premier Rutte en minister van Defensie Ank Bijleveld opheldering over de burgerslachtoffers in Hawija.

De Tweede Kamer eiste van premier Rutte en minister van Defensie Ank Bijleveld opheldering over de burgerslachtoffers in Hawija. Foto David van Dam

Wie wist wat en op welk moment?

NRC 27.11.2019 In de Tweede Kamer kwam de vraag op of de verlenging van de Irak-missie een rol speelde bij de verhulling van informatie. Een motie van wantrouwen werd verworpen.

Hoe kan het dat niemand – premier Mark Rutte voorop – in 2015 gealarmeerd raakte van het Nederlandse bombardement op het Irakese Hawija, waarvan van meet af aan duidelijk was dat er meer schade, en „waarschijnlijk” burgerslachtoffers bij waren gevallen?

Die vraag werd, in vele gedaantes, op woensdagavond gesteld door alle partijen én regeringspartijen D66 en ChristenUnie aan premier Mark Rutte (VVD) en minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA).

Lees ook de reconstructie van NRC: Nederlandse bom doodde 70 mensen

In het eerste deel van het debat over de burgerslachtoffers die vielen in Hawija en over de vraag wie daarover wat en op welk moment wist, richtte de Tweede Kamer zich vooral op Rutte.

Maar ook de „zwijgcultuur” bij het ministerie van Defensie kwam aan bod (PvdA), de „selectieve dementie” van premier Rutte (Denk) en de vraag of „dit kabinet de waarheid wel wíl weten” (SP). D66 vroeg de minister alsnog een onderzoek in te stellen naar het exacte aantal burgerdoden dat in 2015 viel.

GroenLinks kwam met nieuwe feiten: want op 19 juni 2015, tien dagen nadat de toenmalige Defensieminister Jeanine Hennis (VVD) was gebrieft over de schade die het Nederlandse bombardement had aangericht, verstuurde het toenmalige kabinet-Rutte II een brief aan de Tweede Kamer, waarin ze aankondigde de Nederlandse bijdrage aan de anti-IS-coalitie in Irak te verlengen. „Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?”, vroeg Jesse Klaver.

Want die kennis, die niet werd vermeld in het overzicht dat Bijleveld al eerder naar de Tweede Kamer stuurde, schijnt nieuw licht op de context van die tijd: uit die verlengingsbrief blijkt dat in de ministerraad in juni 2015 met zekerheid is gesproken over de Nederlandse bijdrage in Irak. Zijn de burgerdoden daar ter sprake gekomen?

Nee, zei Rutte stelllig, toen hij begon de Kamer te antwoorden. De premier ontkende dat er bewust informatie voor de Kamer is achtergehouden, met als doel de missie in Irak te verlengen. Ook nadat Joël Voordewind van coalitiepartij ChristenUnie dat nadrukkelijk had gezegd. „Er is geen doofpot”, zei Rutte. En ook: „Ik kan geen herinneringen faken die ik niet heb.”

Afgeweken van de officiële lijn

Echt spannend werd het niet voor Rutte en Bijleveld. Dat het Amerikaanse opperbevel Centcom aan NRC en NOS had laten weten dat het om zeventig burgerdoden ging, weersprak Bijleveld, die het bij de Amerikanen had nagevraagd.

„Ook voor Centcom is het onduidelijk waarom die woordvoerder is afgeweken van officiële lijn”, zei ze. Rutte bleef volhouden dat hij geen herinneringen had aan dat hij geïnformeerd zou zijn in juni 2015. Maar ook als dat wel zo was, zei hij, had hij dat niet kunnen delen. Want het beleid was om over lopende operaties niets te zeggen.

Voor een deel van de oppositie was die uitleg onvoldoende: een motie van wantrouwen werd gesteund door de SP, de PVV, de Partij voor de Dieren, 50Plus, Denk en de eenmansfractie Van Kooten-Arissen – en werd verworpen.

Er stond duidelijk meer op het spel, in dit debat. De plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer was voller: er waren meer Kamerleden aanwezig, meer fotografen, meer publiek. Ank Bijleveld had goed nagedacht: droeg ze drie weken geleden tijdens het eerste debat over Hawija nog een fleurige blouse, op woensdagavond zat ze in het zwart in ‘vak K’.

Ook de PvdA kreeg kritiek. Want ook ministers van die partij (Bert Koenders, toen minister van Buitenlandse Zaken en Lilianne Ploumen, toen minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) ondertekenden samen met Hennis op 23 juni 2015 de brief met daarin onjuiste informatie aan de Kamer. „U heeft honderd kilo boter op uw hoofd”, verweet Geert Wilders (PVV) de PvdA.

Het was diezelfde Wilders die de meeste oppositie bedreef, de eerste uren. Als enige fractievoorzitter onderbrak hij de regeringspartijen tijdens hun bijdrage met vragen over de stabiliteit van de coalitie en wees hij fijntjes op de onderlinge onmin tussen regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Zoals op ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers, die tegen NU.nl zei over het vergeten van informatie over burgerslachtoffers door Rutte: „Ik denk wel dat ik het zou hebben onthouden.” Bijleveld zou volgens Wilders „met twinkelende oogjes” Rutte bij het onderwerp betrokken hebben.

D66-Kamerlid Salima Belhaj beet hij toe dat haar partij „broodroof” pleegde. „U maakt ons als oppositie overbodig.” „Dit gaat over oorlog”, reageerde Belhaj. „Ik probeer hier serieus mee om te gaan, ik wil ontdekken wat er is gebeurd.” Dit debat zal daarvan slechts het begin zijn.

GroenLinks en FVD: Kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

MSN 27.11.2019 GroenLinks en Forum Voor Democratie (FVD) vermoeden dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen.

“Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks) aan het kabinet tijdens het Kamerdebat woensdagavond.

Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen in het debat op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen.

Deze informatie had het ministerie van Defensie begin juni 2015 al, maar verzweeg dat voor de Kamer. Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend werd dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden”, aldus de GroenLinks-leider.

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Baudet sluit zich bij die oproep aan. “De Kamer moet staan voor eigen relevantie in de rechtsstaat. Wij moeten afdwingen dat we serieus worden genomen.”

Volgens Rutte gaat het om een fout in een Kamerbrief. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies. “Er is geen sprake van een doofpot”, aldus Rutte.

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteert voor de tweede keer in korte tijd met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de burgerdoden bij de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Twee weken geleden overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Meerdere partijen geloven niet de premier niets meer kan herinneren. PVV-leider Geert Wilders: “Wij moeten geloven dat zijn geheugen haperde? Denkt premier Rutte dat we gek zijn?”

Harde kritiek tijdens debat burgerdoden Irak: ‘Kan ik Rutte nog geloven?’

RTL 27.11.2019 “Het kabinet liegt en bedriegt de boel bij elkaar.” “Kan ik de premier nog geloven met zijn haperende geheugen?” De oppositie komt met harde kritiek tijdens het debat waarin premier Rutte en minister Bijleveld tekst en uitleg moeten geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een bombardement in Irak, vier jaar geleden.

Wie wist wat, op welk moment? Om hoeveel slachtoffers ging het nu precies, én: hoe is vervolgens de Kamer geïnformeerd?

Dat zijn de vragen die centraal staan in het pittige debat waarin premier Rutte en Defensie-minister Bijleveld tekst en uitleg moeten geven over de communicatie rond de burgerdoden die vielen tijdens een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden.

‘Deze kwestie stinkt’

De oppositiepartijen hebben allemaal moeite met het verhaal van de premier. Ze eisen dat de waarheid boven tafel komt. Rutte zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij is geïnformeerd over het bombardement. Eerder zei minister Bijleveld nog ‘dat het aannemelijk is dat de meest betrokken ministeries wel zijn geïnformeerd’.

“Deze hele kwestie stinkt”, concludeert PVV-leider Wilders. Voor hem is het duidelijk: de premier liegt. Ook de SP twijfelt aan zijn geloofwaardigheid. “Rutte wil ons doen geloven dat hij er herinneringen aan heeft. Dat hebben we eerder gehoord”, zegt SP-leider Lilian Marijnissen.

Ook Jesse Klaver heeft veel moeite met Ruttes verhaal. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

 floor bremer @floorbremer

Een pittig #debat voor Premier Rutte en minister Bijleveld van Defensie, op dit moment in de Tweede Kamer. Over een Nederlands bombardement in Irak, vier jaar geleden. Wie wist wat wanneer? En waarom is de Kamer boos? Hier een samenvatting in anderhalve minuut:

4  7:37 PM – Nov 27, 2019 See floor bremer’s other Tweets

Harde klappen

Niet alleen de premier, maar ook Defensie-minister Ank Bijleveld krijgt harde kritiek, van zowel de oppositie- als de regeringspartijen.

Bijleveld gaf in een eerder debat, drie weken geleden, toe dat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Die wist destijds over de burgerdoden, maar loog daarover tegen de Tweede Kamer. Minister Bijleveld bood daarvoor excuses aan.

Motie van wantrouwen

Bijlevelds optreden was tijdens dat debat zwak, wat leidde tot een motie van wantrouwen. Die werd gesteund door bijna alle oppositiepartijen.

Het is er volgens Marijnissen sinds het vorige debat niet veel beter op geworden. Volgens de SP schoffeert de minister de Kamer en alle Nederlanders. “Want wij hebben recht op de waarheid”, stelt Marijnissen.

 floor bremer @floorbremer

Het #debat over de burgerdoden in Irak is begonnen. Meteen op tafel: de geloofwaardigheid van premier Rutte en zijn haperende geheugen:

27  7:24 PM – Nov 27, 2019 30 people are talking about this

Cruciale informatie achtergehouden

GroenLinks-leider Klaver wil van het kabinet weten of, tijdens het praten over verlenging van de missie in Irak, gesproken is over de burgerslachtoffers bij de aanval in juni 2015. “Het heeft er alle schijn van dat verlenging zo belangrijk was, dat het ministerie van Defensie cruciale informatie heeft achtergehouden.”

Joël Voordewind van regeringspartij ChristenUnie concludeert dat Defensie doelbewust informatie verzwijgt. “Is die verkeerde reflex om informatie achter te houden inmiddels onderdeel van de cultuur geworden?”, vraagt hij zich af.

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 nam Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS dit najaar blijkt dat Nederland verantwoordelijk is geweest voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. 70 burgers kwamen daarbij om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie onderzocht het bombardement. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd. Het OM vindt geen strafbare feiten.

De toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis, wist al in 2015 over de burgerdoden, maar gaf foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zei ze dat geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak. Daarvoor bood huidig minister Ank Bijleveld tijdens een debat begin november haar excuses aan.

Lees ook:

‘Rutte geïnformeerd over bombardement, maar niet over 70 slachtoffers’

RTL Nieuws; Mark Rutte  Ank Bijleveld  Tweede Kamer  Ministerie van Defensie  Defensie

Debat burgerdoden Irak: oppositie ziet gegoochel met waarheid, Rutte niet

NOS 27.11.2019 Mogelijke burgerdoden hebben geen rol gespeeld bij het besluit om de missie in Syrië en Irak te verlengen. Dat zei premier Rutte in het tweede debat in korte tijd over de slachtoffers die in 2015 in Irak vielen door een Nederlandse luchtaanval.

“Bij de strijd tegen IS was er altijd een risico op burgerslachtoffers”, zei de premier. Het gegeven dat er een onderzoek liep naar eventuele burgerslachtoffers was volgens Rutte “niet relevant” voor de besluitvorming over de missieverlenging.

GroenLinks, SP en Forum voor Democratie vroegen zich eerder vanavond hardop af of er een verband was. “Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?”, zei Klaver van GroenLinks. Fractieleider Baudet van FvD sloot zich daarbij aan. “Ze wilden de missie in Irak verlengen, dus moesten ze uit het nieuws houden dat daar burgerslachtoffers waren gevallen.”

Gepiepeld

Het verlengen gebeurde eind juni 2015, het Nederlandse bombardement was begin die maand. Toenmalig minister Hennis zei in juni in de Kamer tot twee keer toe dat Nederland niet betrokken was bij bombardementen waarbij burgerdoden waren gevallen, terwijl ze toen al wist dat dat vermoedelijk wel was gebeurd.

“We zijn gepiepeld”, zei PVV-leider Wilders hierover. “De Kamer stemt in zonder het te weten.”

Rutte erkende wel dat er een fout zat in een brief van het kabinet aan de Kamer uit juni 2015. Daarin stond: “Voor zover op dit moment bekend is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

Volgens de premier had daar moeten staan: “Die informatie geven we u niet.” Het beleid was toen om dit type informatie bij lopende missies niet met de Tweede Kamer te delen, aldus Rutte. “We wilden onze vliegers namelijk niet in gevaar brengen.”

Rutte: brief aan de Kamer bevatte een fout, niet een leugen

Klaver accepteerde dat niet. “De informatie was beschikbaar, en de Kamer is willens en wetens verkeerd geïnformeerd.” Hij kreeg bijval van ChristenUnie-Kamerlid Voordewind: “De fout, zoals de premier dit noemt, is wel heel opmerkelijk. Wie zegt mij dat er de volgende keer niet weer een fout in een brief staat?”

De aanval waar het om gaat, was op 3 juni 2015. Een Nederlandse F-16 bombardeerde toen de Iraakse stad Hawija. Daarbij kwamen zeker 70 burgers om. Of de Kamer daarover is geïnformeerd is één vraag die voorligt, maar het debat gaat ook over de vraag of Rutte er destijds over wist.”

Hoe goed is de politieke antenne van onze minister-president eigenlijk afgesteld?”, aldus PvdD-fractieleider Ouwehand.

Defensieminister Bijleveld schreef maandag in een Kamerbrief dat haar voorganger Hennis premier Rutte vermoedelijk mondeling had geïnformeerd op een “niet alarmerende” toon. De premier heeft de afgelopen weken meermaals gezegd (vanavond ook) zich het gesprek met Hennis niet te kunnen herinneren, hoewel hij ook niet uitsluit dat het heeft plaatsgevonden.

“Hoe goed is de politieke antenne van onze minister-president eigenlijk afgesteld?”, zei PvdD-fractieleider Ouwehand daar vanavond over. Partijleider Marijnissen van de SP vroeg zich af hoe het kan dat berichten over mogelijke burgerslachtoffers de kwalificatie “niet alarmerend” hebben meegekregen.

Een opvallend moment in het debat was toen Rutte zei dat het Amerikaanse leger, dat de leiding had over de missie, nooit heeft kunnen vaststellen dat er 70 burgerslachtoffers zijn gevallen. Terwijl een woordvoerder van de legerleiding van de VS (Centcom) dat in 2018 heeft laten weten aan NRC.

 Ben Meindertsma @ben_meindertsma

Voor de goede orde: dit is wat Kolonel Sean Ryan van Centcom in december 2018 aan NOS/NRC (via @JournaJannie) laat weten. Gaat Bijleveld zo uitleg over geven.

Minister Bijleveld stelde even later dat Centcom desgevraagd aan haar heeft laten weten dat de woordvoerder is afgeweken van de officiële conclusies. “In hun onderzoek concluderen ze dat er zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen, en dat het onderzoek niet in staat was om het specifieke aantal vast te stellen.”

Persbureau Reuters schreef daags na het bombardement dat er volgens getuigen zo’n 70 doden waren gevallen. “In openbare bronnen werd al snel de beroemde 70 genoemd”, zei Rutte vanavond. “In de toekomst zou het goed zijn als dat soort informatie meteen naast de wél bevestigde informatie wordt gelegd. Dat is hier niet gebeurd.”

D66-Kamerlid Belhaj pleitte in het debat voor een nieuw onderzoek naar de burgerslachtoffers. “Hoe kan het dat vier jaar later nog niet vaststaat hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen? Nederland heeft de morele plicht om dit zo goed mogelijk in kaart te brengen.” Coalitiegenoot ChristenUnie sloot aan bij de roep om een onderzoek.

Begin deze maand debatteerde de Tweede Kamer ook al over deze kwestie met minister Bijleveld. Toen ging het debat vooral over het onjuist informeren van de Kamer. Bijleveld bood hiervoor “oprechte excuses” aan en overleefde een motie van wantrouwen.

Bekijk ook

GroenLinks en FVD: Kwade opzet bij achterhouden burgerdoden Hawija

MSN 27.11.2019 GroenLinks en Forum Voor Democratie (FVD) vermoeden dat het ministerie van Defensie in 2015 bewust heeft verzwegen dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen bij de aanval op Hawija om op die manier de verlenging van de IS-missie in Irak niet te dwarsbomen.

“Was het verlengen van de missie belangrijker dan het delen van de waarheid?” vroeg Jesse Klaver (GroenLinks) aan het kabinet tijdens het Kamerdebat woensdagavond.

Thierry Baudet (FVD): “Dit debat gaat niet meer alleen over de burgerdoden, maar over de betrouwbaarheid van deze premier en deze regering.”

De twee partijleiders wezen in het debat op de informatie over mogelijke burgerslachtoffers als gevolg van Nederlandse bombardementen.

Deze informatie had het ministerie van Defensie begin juni 2015 al, maar verzweeg dat voor de Kamer. Niet lang daarna kondigde het kabinet aan de IS-missie te verlengen en schreef het in een brief aan de Kamer dat Nederland voor zover bekend niet betrokken is geweest bij luchtaanvallen waar burgerslachtoffers zijn gevallen.

In een debat op 30 juni van dat jaar sprak de Kamer over de verlenging van de missie, maar zonder alle informatie.

Baudet ziet motief voor verzwijgen

Volgens Baudet doet het kabinet alsof het om “een slordigheid gaat”, maar hij vermoedt kwade opzet. De FVD-leider ziet “een motief” om de informatie achter te houden en dat is dat het voor het kabinet heel moeilijk zou worden om instemming van de Kamer te krijgen voor de verlenging van de missie als bekend werd dat Nederlandse bommen “een hele woonwijk hebben weggevaagd”.

Klaver denkt er, in andere bewoordingen, hetzelfde over. “Het heeft er alle schijn van dat doorgaan missie zo belangrijk was, dat cruciale informatie is achtergehouden”, aldus de GroenLinks-leider.

Hij wil alle documenten inzien die geleid hebben tot het kabinetsbesluit om de missie te verlengen. Dat moet ook duidelijk maken wat premier Rutte precies wist en wanneer hij precies op de hoogte is gesteld van het aantal burgerdoden.

Baudet sluit zich bij die oproep aan. “De Kamer moet staan voor eigen relevantie in de rechtsstaat. Wij moeten afdwingen dat we serieus worden genomen.”

Volgens Rutte gaat het om een fout in een Kamerbrief. In de brief wordt gemeld dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers zijn gevallen, maar het beleid was dat het kabinet geen mededelingen zou doen over de missies. “Er is geen sprake van een doofpot”, aldus Rutte.

Bijleveld overleefde eerder motie van wantrouwen

De Kamer debatteert voor de tweede keer in korte tijd met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de burgerdoden bij de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija. Twee weken geleden overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen nadat zij moest toegeven dat de Tweede Kamer in 2015 verkeerd is geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden in Irak.

Bijleveld voegde daaraan toe dat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Meerdere partijen geloven niet de premier niets meer kan herinneren. PVV-leider Geert Wilders: “Wij moeten geloven dat zijn geheugen haperde? Denkt premier Rutte dat we gek zijn?”

LIVE | Wilders: Burger zal straks zeggen: Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man

AD 27.11.2019 Wat heeft het ministerie van Defensie begin juni 2015 nou precies aan het kabinet gedeeld over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak? En is premier Rutte nou wel of niet op de hoogte gesteld? De Kamer eist vanavond tijdens het debat over de kwestie duidelijke antwoorden van de premier en minister Ank Bijleveld (Defensie). Mis niks van het debat met ons liveblog.

Bij een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in Hawija kwamen waarschijnlijk zo’n zeventig burgers om het leven. Minister Bijleveld legde begin deze maand tijdens een zwaar debat al verantwoording af over de kwestie, nadat bleek dat haar voorgangster Jeanine Hennis wist dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij de aanval burgerslachtoffers waren gevallen, maar aan de Kamer schreef dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen burgerdoden waren gevallen.

Bijleveld maakte excuses, en beloofde een feitenrelaas met daarin duidelijk over de vraag wie wat op welk moment wist. Dat liet echter lang op zich wachten en gaf uiteindelijk ook niet alle antwoorden. Zo schreef Bijleveld in een brief dat Hennis ‘vermoedelijk’ premier Rutte ingelicht heeft nadat zij begin juni 2015 hoorde over een Nederlands bombardement in Irak. Ze informeerde in elk geval Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken.

De gesprekken zouden niet op alarmerende toon zijn gevoerd, maar Hennis zou ‘feitelijk melding’ hebben gemaakt van een tweede explosie na het bombardement van een Nederlandse F-16. ‘Nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’, schrijft Bijleveld. De Kamer wil vanavond exact horen wat het ministerie nu precies gedeeld heeft over het bombardement, en zal het Bijleveld opnieuw lastig maken.

De Kamer wil vanavond exact horen wat het ministerie nu precies gedeeld heeft over het bombardement, en zal het Bijleveld opnieuw lastig maken. 

Rutte zegt zich ondertussen niet te kunnen herinneren dat hij direct werd ingelicht na de luchtaanval. Totaal ongeloofwaardig, stellen oppositiepartijen, die eisen dat het kabinet alle feiten op tafel legt.

Opnieuw debat over burgerdoden in Irak, oppositie is kritisch

NOS 27.11.2019 De Tweede Kamer debatteert met premier Rutte en Defensieminister Bijleveld over het bombardement op het Iraakse Hawija in 2015.Bij dat bombardement vielen zeker 70 burgerslachtoffers; het debat vanavond gaat vooral om de vraag: wie wist daar op welk moment van?

SP en GroenLinks richten pijlen op Rutte

MSN 27.11.2019 SP en GroenLinks richten hun pijlen tijdens het debat over burgerdoden in Irak op premier Mark Rutte. Zij vragen zich af of de verlenging van de missie in Irak, enkele weken na de aanval van Nederlandse F-16’s waarbij tientallen doden vielen, een rol heeft gespeeld bij het stilhouden van de burgerslachtoffers.

Lilian Marijnissen (SP) begrijpt niet waarom de alarmbellen in het kabinet niet afgingen na mediaberichten over veel burgerdoden. “Kwam het gewoon niet goed uit?”, vraagt ze zich af.

In het licht van de verlenging moet er in het kabinet gesproken zijn over burgerslachtoffers, denkt Jesse Klaver van GroenLinks. Dat besluit werd drie weken na de aanval genomen. “Het heeft er alle schijn van dat voor het doorgaan van de missie cruciale informatie is achtergehouden.”

De PvdA had bijna uitsluitend vragen aan minister Ank Bijleveld van Defensie. Er moet een einde komen aan de “beruchte Defensiecultuur” van geslotenheid, zei John Kerstens. Hij werd aangevallen door onder anderen Geert Wilders (PVV) omdat destijds ook PvdA-ministers op de hoogte werden gesteld van de gevolgen van de aanval. “U hebt boter op uw hoofd”, zei Tunahan Kuzu (Denk).

Wilders over Hawija: deze kwestie stinkt van alle kanten

Telegraaf 27.11.2019 Het kabinet krijgt van de oppositie de wind van voren over de manier waarop informatie is gedeeld over een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. Daarbij vielen mogelijk 70 burgerslachtoffers. „Deze kwestie stinkt van alle kanten”, stelt PVV-leider Wilders.

Uit een brief van defensieminister Bijleveld blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij een bombardement van 3 juni 2015 op een autobommenfabriekje in Hawija. De informatie was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld.

Hennis had volgens haar eigen herinnering ’vermoedelijk’ ook de premier mondeling op de hoogte gesteld van de bevindingen – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers. Rutte sluit niet uit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, maar kan zich het niet herinneren.

SP: heeft Rutte dan niet doorgevraagd?

„Dat hebben we eerder gehoord”, hoont SP-fractieleider Marijnissen, die het spannende debat over de F-16 luchtaanval aftrapte. Ze wees erop dat de premier wel vaker op cruciale momenten zijn geheugen kwijt lijkt te zijn. Het verbaast haar dan ook niet dat dit bij de luchtaanval mogelijk opnieuw is gebeurd. „Kwam het hem goed uit, of drong het echt niet door en hebben we een ander probleem te pakken?”, wil zij van Rutte weten. „Heeft hij dan niet doorgevraagd?”

GL-leider Klaver denkt dat het het kabinet wel goed uitkwam om gegevens over de burgerdoden niet naar boven te laten komen. Toen de berichten over mogelijke slachtoffers naar buiten kwamen via diverse media en de Amerikanen die er onderzoek naar deden, moest Nederland beslissen over het verlengen van de Nederlandse militaire missie in Irak.

„Was het verlengen van de missie belangrijker dan de waarheid?”, wil Klaver weten. „Het heeft er alle schijn van dat cruciale info werd achtergehouden.” Hij wil een tijdlijn over de besluitvorming van de missie.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden.

Ank Bijleveld, minister van Defensie en premier Mark Rutte buigen zich over de burgerdoden in Irak. Op de voorgrond enkele prominente Kamerleden. Ⓒ ANP

Oppositieleider Wilders (PVV) vindt dat de Hawija-kwestie „aan alle kanten stinkt”. Hij heeft er moeite mee om de herinneringen van voormalig minister Hennis over het voorval te geloven.

Hij vraagt zich af hoe het kan dat zij niet geheel zeker weet dat zij premier Rutte ervan op de hoogte heeft gebracht, maar dat zij wel zeker lijkt te weten dat dit op een manier gebeurde die niet alarmerend was. „Hoe kan dat?”, wil Wilders weten. „Volgens mij kan alleen een geboren leugenaar dat.”

Leugenmachine

Ook hij wijst erop dat de VVD en de premier wel vaker aan geheugenverlies lijken te lijden, zoals bij de memo’s over de dividendtaks en het uit de duim gezogen bezoekje van Halbe Zijlstra aan het buitenhuis van Poetin. „De VVD is één grote leugenmachine”, concludeert de PVV’er. Hij weet het zeker. „Het einde van het kabinet is nabij en de burger zal zeggen: premier Rutte? Ik heb geen actieve herinnering aan die man.”

Ⓒ ANP

Wilders richt zijn pijlen ook op de PvdA. Niet alleen de premier zou namelijk over de mogelijke burgerdoden zijn geïnformeerd, maar ook toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Buitenlandse Handel).

Volgens Wilders waren de PvdA-bewindslieden betrokken bij de brief die waarin Bijlevelds voorganger de Tweede Kamer verkeerd informeerde. „De handtekeningen van Koenders en Ploumen stonden eronder”, schampert hij. Hij noemt de PvdA ’medeschuldig’.

De coalitie is beduidend milder. D66-Kamerlid Belhaj wil 4,5 jaar na de luchtaanval dat er alsnog een nieuw onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid burgerdoden in Hawija. Een Kamermeerderheid lijkt dat te gaan steunen.

Maar minister Bijleveld en premier Rutte lijken van D66 verder weinig te hoeven vrezen. Belhaj vindt dat Bijleveld haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel wil ze weten waarom de CDA-bewindsvrouw de afwikkeling zo ’onhandig’ heeft gedaan.

CDA-Kamerlid Van Helvert roemt precisiebombardementen van onze F-16-vliegers. „Maar juist als het fout gaat, moet Defensie zorgvuldig informeren”, erkent hij. Hij wil dat het kabinet kritisch terugblikt en lessen trekt.

Verslaggever Inge Lengton is live bij het debat aanwezig;

  Tweets by ‎@IngeLengton

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het eerste debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, begin november. © ANP/Bart Maat

Spanning in coalitie: iedereen wijst naar iedereen in Irakdossier

AD 27.11.2019 De spanning binnen de coalitie van Rutte III loopt op nu er meer bekend is over welke minister wanneer-wat-wist over de burgerdoden die in 2015 vielen bij een bombardement in Irak. En de oppositie beticht de premier van liegen.

Bijna drie weken wachtte politiek Den Haag op de brief waarin duidelijk zou worden wie wanneer op de hoogte werd gesteld van een misgelopen bombardement op 3 juni 2015 in de Iraakse stad Hawija. Maar nu de brief er ligt, is de onduidelijkheid eigenlijk alleen maar groter geworden.

Lees ook;

Bijleveld: toenmalig Defensieminister Hennis ‘vermoedt’ Rutte ingelicht te hebben

Lees meer

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

Lees meer

GroenLinks-leider Jesse Klaver blaast het hoogst van de toren. Volgens hem zijn de drie weken gebruikt om een relaas te componeren waarin premier Mark Rutte wordt vrijgepleit.

‘Vermoedelijk’

Ga maar na: toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis zegt dat ze de premier ‘vermoedelijk’ heeft ingelicht dat er onderzoek werd gedaan naar een tweede explosie nadat een Nederlandse F-16 zijn bom afgooide. Dat er gekeken moest worden of er burgerdoden waren gevallen. Rutte zegt zich dat niet te herinneren maar ‘sluit’ óók ‘niet uit’ dat het gesprek ‘heeft plaatsgevonden’.

Waterdichte verdediging.

Minister-president Mark Rutte (rechts), Defensieminister Jeanine Hennis en minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken woonden in juli 2016 de Navo-top in Warschau bij.

Minister-president Mark Rutte (rechts), Defensieminister Jeanine Hennis en minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken woonden in juli 2016 de Navo-top in Warschau bij. © EPA

Al wekt het haperende geheugen van Rutte schamper gelach. Zo ging het met de dividendbelasting en de bonnetjesaffaire ook al. En nu is het beeld dat hij zeventig burgerdoden in zijn oor gefluisterd kreeg, maar dat ‘vergat’.

Daarbij komt dat minister Ank Bijleveld van Defensie eerst leek te beamen dat er bij het bombardement zeventig burgers omkwamen. In het doelwit, een bommenfabriek, lagen namelijk veel meer explosieven lagen dan werd gedacht.

Maar nu schrijft ze dat het ‘tot op de dag van vandaag’ niet duidelijk is hoeveel burgers de dood vonden. Het Amerikaanse eindrapport werd namelijk nooit opgemaakt. Andere bronnen – de VN, het Rode Kruis, Airwars en persbureau Reuters – spreken over tussen 70 en 170 dodelijke slachtoffers.

Ongeloofwaardig

Dat dit grote aantal ‘niet bij de politieke top terechtkwam’ vindt Klaver ‘ontluisterend en volstrekt ongeloofwaardig’. ,,Of het systeem werkt niet, of het is niet waar.”

Maar toen Hennis premier Rutte informeerde, noemde zij überhaupt geen aantallen, liet Hennis weten. Ze sprak ‘slechts’, benadrukt men in VVD-kringen, van een ‘onderzoek’ dat moest uitwijzen óf er doden waren gevallen. Ze sloeg daarbij bovendien geen ‘alarmerende toon’ aan. Zo werd het toenmalig minister Bert Koenders (PvdA) van Buitenlandse Zaken ook verteld.

Bliksemafleider van Rutte

De kwestie zorgt ondertussen wel voor tweespalt bínnen de coalitie. Áls het debat misloopt, mag het niet zo zijn dat alleen Bijleveld moet aftreden in het debat vandaag, benadrukken CDA’ers. Ze wordt niet de bliksemafleider van Rutte, waarschuwt een ingewijde.

De liberalen hebben op hun beurt juist een appeltje te schillen met CDA’er Bijleveld. In een poging haar straatje schoon te vegen in het eerste debat over Hawija noemde ze haar voorganger Hennis bij naam. ,,Wel vier keer.” Dat vonden VVD’ers weinig chique. Bovendien werd zij daardoor ook in haar nieuwe baan, VN-gezant in Irak, mikpunt van protesten.

Anderen betrokkenen uit 2015 wijzen erop dat Hennis dat niet deed toen zij in 2017 moest aftreden. Zij noemde de naam van Hans Hillen niet, terwijl onder zijn verantwoordelijkheid een partij mortiergranaten werd gekocht die een fataal ongeluk in Mali veroorzaakte.

Bij het CDA en Bijleveld is bovendien ergernis over de manier waarop D66-Tweede Kamerlid Salima Belhaj, een coalitiegenoot, haar tijdens het debat wel erg scherp bevroeg.

Ik geloof de premier als hij zegt dat hij zich niets kan herinneren, ja, aldus ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Al lijken D66 en ChristenUnie de rangen nu wel te sluiten. Jetten wil wel weten waarom Rutte niet op onderzoek uitging toen er van burgerdoden werd gesproken. Maar om dat ‘nalatig’ te noemen? ,,Nee, dat gaat weer te ver.”

Ook ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers wil vooral ‘vooruitkijken’ over hoe ministers in de toekomst over incidenten worden geïnformeerd. ,,Ik geloof de premier als hij zegt dat hij zich niets kan herinneren, ja. Het zal op zo’n manier zijn gedaan dat het geen indruk heeft achtergelaten.”

In de oppositie is men er niet zo klaar mee. Naast GroenLinks staan nog tien fracties klaar met kritiek.

Lastig parket

Alleen de PvdA zit in een lastig parket. De partij steunde begin november een motie van wantrouwen tegen Bijleveld, omdat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Zij stelde tot twee keer toe dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers, terwijl zij toen al meer wist.

Maar nu blijkt dat juist toenmalig PvdA-minister Koenders vanaf juni 2015 vijf keer werd verteld dat er onderzoek liep naar Hawija. Al houdt Koenders (eveneens) vol daar geen herinnering aan te hebben.

Het is nog al een verschil of iemand heeft gezegd: joh, ga even zitten, want ik moet je vertellen dat er misschien iets heel ergs is gebeurd, aldus PvdA-leider Lodewijk Asscher

PvdA-leider Lodewijk Asscher vergoelijkt dat. ,,Het is nog al een verschil of iemand heeft gezegd: we doen onderzoek naar iets, of er is gezegd: joh, ga even zitten, want ik moet je vertellen dat er misschien iets heel ergs is gebeurd.” Maar daarmee verexcuseert hij ook Rutte.

Of daarom een eensgezinde aanval van de oppositie op het kabinet echt van de grond komt, valt te betwijfelen. Maar het haperende geheugen van Rutte en de wispelturig informerende Bijleveld zijn sowieso een duidelijk doelwit.

Drie weken geleden overleefde Bijleveld een loodzwaar debat over burgerdoden in Irak. Woensdag moet zij er opnieuw voor naar de Kamer, dit keer samen met premier Rutte. Beeld ANP

Welke partijen geloven de feiten van Rutte en Bijleveld?

Trouw 27.11.2019 Het kabinet moet de Kamer overtuigen dat Rutte echt niets wist, en dat er om goede redenen verschillen zijn tussen wat Bijleveld in een brief en in een eerder debat meldde.

Oppositiepartijen hebben de messen geslepen als premier Mark Rutte en minister van defensie Ank Bijleveld vanavond hun opwachting maken in de Kamer. De twee moeten tekst en uitleg geven over wie in juni 2015 weet had van mogelijk grote aantallen burgerdoden bij een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in de Irakese plaats Hawija.

Een fors deel van de discussie zal zich op de premier toespitsen. Volgens de brief die het kabinet maandagavond naar de Kamer stuurde, is Rutte destijds door defensieminister Jeanine Hennis waarschijnlijk slechts ‘op niet-alarmerende toon’ verteld over ‘mogelijke burgerdoden’. Dat zou het verklaarbaar maken dat hij zich later niets herinnerde van het gesprek.

Jesse Klaver (GroenLinks) plaatst vraagtekens bij deze brief. “Het heeft er alle schijn van dat men drie weken bezig is geweest de premier uit de wind te houden.” Klaver ‘krijgt de stellige indruk’ dat het feitenrelaas dat de Kamer deze week kreeg zo is opgebouwd dat het een plausibel klinkend verhaal creëert rond Rutte’s bewering dat hij zich niets herinnert.

‘Ik zou zoiets wel onthouden’

Ook Sadet Karabulut (SP) is kritisch over de uitleg van het kabinet. Toen Hennis met Rutte sprak waren er op het ministerie van defensie al verschillende aanwijzingen dat het aantal burgerdoden bij Hawija uitzonderlijk hoog lag. “Dat haar toon niet alarmerend was, klinkt dan ongeloofwaardig.

Ik heb niet het gevoel dat de Kamer met deze brief alle feiten en achterliggende beweegredenen krijgt.” De oppositiepartijen vermoeden dat het nieuws over burgerdoden destijds is weggemoffeld om de gewenste verlenging van de missie niet in gevaar te brengen.

Zelfs coalitiepartner ChristenUnie heeft moeite de verdediging van het kabinet van harte te steunen. Fractieleider Gert-Jan Segers zegt dat de brief van Bijleveld ‘voor mij wel maximale helderheid schept’ over wat er is gebeurd, maar aarzelt om te zeggen dat hij het geloofwaardig vindt dat Rutte zich een eventuele melding van burgerdoden niet herinnert. “Ik zou zoiets wel onthouden.”

De geloofwaardigheid van de premier en het functioneren van zijn geheugen zal nadrukkelijk onderwerp zijn van debat. Bij andere lastige onderwerpen liet zijn geheugen hem ook in de steek. Zo had hij ‘geen actieve herinneringen’ dat hij met anderen sprak over de bekentenis van Halbe Zijlstra dat die loog over een ontmoeting met Poetin. Ook had hij ‘geen herinneringen’ aan memo’s over de dividendbelasting.

Reconstructie van Bijleveld 

Ook CDA-minister Ank Bijleveld heeft een probleem. In het Kamerdebat van 5 november zei ze dat het voor Hennis op 9 juni 2019 duidelijk was dat er ‘waarschijnlijk veel burgerslachtoffers’ waren gevallen. Maandagavond schreef ze dat Defensie destijds alleen wist van ‘mogelijke burgerslachtoffers’.

Sommige partijen zien deze herziening als een truc om Rutte uit de wind te houden. ‘Ik ben geneigd de Bijleveld uit het debat te geloven’, concludeert Klaver bijvoorbeeld.

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert vindt deze discrepantie wel verklaarbaar. “De minister maakt een reconstructie. Daar had ze voorafgaand aan het eerste debat maar twee uur de tijd voor. Nu had ze er drie weken voor.” Coalitiepartijen lijken dan ook hun best te doen om Bijleveld overeind te houden. Segers prijst haar voor het scheppen van helderheid, ‘ook als ze eerder wat te stellig was.’

De minister wacht een zware uitdaging. Zij moet de Kamer overtuigen dat haar tweede versie van de feiten de juiste is, om zo Rutte uit de wind te houden. Ondertussen moet zij de Kamer begrip vragen voor de manier waarop zij drie weken geleden een heel ander beeld schetste.

Veel hangt waarschijnlijk ook af van de manier waarop Bijleveld het debat aangaat. Drie weken geleden vonden geërgerde Kamerleden dat zij een verkeerde toon aansloeg. Ze had beter door het stof kunnen gaan, in plaats van waardering te claimen voor een nieuw beleid van openheid over bombardementen waar ze naar eigen zeggen voor gekozen had.

Lees ook: Bijleveld komt terug op eerdere beweringen over ‘Hawija’

Het was nooit duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen, zegt Defensie nu over het bombardement in Irak. 

Waarom de gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie drie weken geleden aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Meer over; Ank Bijleveld politiek Mark Rutte Kamer Marno de Boer

Bij een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in Irak zijn in 2015 zeker zeventig burgers gedood. Door het bombardement werd een complete wijk in Hawija verwoest. Beeld Defensie

Waarom herinnert Rutte zich de tientallen burgerdoden uit Hawija niet?

VK 26.11.2019 Woensdagavond moet premier Rutte tijdens een Tweede Kamerdebat uitleg geven wat hij wist van de circa 70 burgerdoden die in 2015 vielen door een Nederlands bombardement in Hawija. De nieuwe brief van Defensieminister Bijleveld verschaft de oppositie – die uit is op het hoofd van premier Rutte – weinig munitie.

‘Ik rende met mijn zoon en vrouw en zocht bescherming onder de trap’, zegt Hassan Mahmoud al-Jubbouri. ‘Na de eerste explosie volgden er nog drie of vier, en ik voelde hoe het dak leek te gaan instorten.’ Buiten waren ‘gewapende strijders aan het schreeuwen’, zij ‘oogden heel verward. Ik hielp een familie onder het puin vandaan trekken. Hun lichamen waren verminkt. We brachten een deken en verzamelden al hun lichaamsdelen en brachten ze naar de begraafplaats.’

Aldus het relaas van een 67-jarige overlevende van de luchtaanval op Hawija dat een dag na die derde juni 2015 te lezen viel in een bericht van persbureau Reuters. Zoals minister van Defensie Ank Bijleveld fijntjes optekent in haar brief aan de Kamer, lieten Nederlandse media het collectief passeren. Touché.

Maar de grotere vraag die ze woensdagavond tijdens het Kamerdebat mag beantwoorden, is: hoe kan het dat, terwijl direct duidelijk was dat er tientallen doden waren gevallen, ‘IS-terroristen en burgers’, Defensie deze feiten vier jaar lang niet openbaar maakte?

In het vorige Kamerdebat deed Bijleveld opzichtig de suggestie om vooral ook naar de rol van anderen te kijken – premier Mark Rutte en haar voorganger Jeanine Hennis voorop, gevolgd door andere ministeries en haar eigen ambtelijk apparaat.

Hoewel deze suggestie in de Kamer en in sommige media enthousiast werd begroet – Mark Rutte is immers al negen jaar aan de macht – biedt Bijleveld de Torentje-bestormers weinig munitie in haar jongste brief.

Ruttes vertegenwoordiger was niet aanwezig tijdens de vergadering van de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) van 4 juni, waar de basisfeiten passeerden zonder aantallen burgerslachtoffers te noemen ‘aangezien deze niet konden worden vastgesteld’. Het verslag dat hij wel kreeg, was summier.

Op dezelfde wijze werd minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders op de hoogte gesteld. Hennis heeft ‘vermoedelijk’ ook nog met Rutte gesproken hierover, op een ‘niet alarmerende toon’, maar Rutte herinnert zich dat niet. De oppositie, die bloed ruikt, zal zich hierop richten, maar echt onthullend is het beeld dat oprijst over Defensie – en de minister zelf.

Wijsheid achteraf

Bijleveld waarschuwt impliciet voor ‘hindsight bias’, wijsheid achteraf die voorbijgaat aan de context waarin de gebeurtenis zich ontvouwde. Inderdaad, er woedde in 2015 een bloedig conflict met IS, een terreurgroep die burgers graag als dekking gebruikte en uitblonk in extreem en buitensporig geweld.

Tegen bevolkingsgroepen als de Jezidi’s, maar ook tegen een gevangen genomen Jordaanse piloot, die in brand werd gestoken. En een organisatie die aanslagen pleegde in Europa. Militairen mochten hier in het openbaar niet meer in uniform reizen, vanwege die dreiging.

Daartegenover stond een internationale luchtcoalitie die bekendstond (en in de VS en Groot-Brittannië bekritiseerd werd) om haar voorzichtige en zorgvuldige procedures bij het kiezen van doelen en bij de aanvallen zelf. Zie ook de Nederlandse ervaring: bij meer dan 2.100 keer wapeninzet hoefden slechts vier gevallen door het Openbaar Ministerie te worden onderzocht.

Maar Bijleveld verweert zich tegen een beschuldiging die (bijna) niemand uit. Zelden trok Nederland ten strijde met zoveel publieke steun. De Nederlandse vliegers wordt niets verweten – en natuurlijk was hun veiligheid een prioriteit.

Je kunt je zelfs voorstellen dat bij Defensie de angst leefde dat er toch met een beschuldigende vinger naar het eigen personeel zou worden gewezen, dat een vuil klusje opknapte terwijl de rest van het land vrolijk door winkelde. Het was oorlog en het uitschakelen van een bommenfabriek van IS heeft ongetwijfeld veel slachtoffers voorkomen, onder burgers en onder de plaatselijke bestrijders van IS.

De vraag die nu leeft in de Kamer is juist: waarom heeft niemand bij Defensie beseft dat je een onbedoeld effect van een op zich juiste luchtaanval niet zomaar onder de pet kunt houden, jaren en jaren lang? En waarom heeft niemand gezien dat juist dat zwijgen het publieke vertrouwen in Defensie ondermijnt?

Overdreven formalisme

Voor het antwoord kom je onherroepelijk terecht bij de cultuur bij Defensie, waar de politieke en de militaire top elkaar al jaren lijken te verlammen in hun wederzijdse pogingen de neuzen één kant op te krijgen.

En alle onenigheid in eigen huis te houden. Overdreven formalisme, het soms op surrealistische wijze vasthouden aan een ambtelijke realiteit, terwijl de harde feiten – hoewel ‘incompleet’ – je in de ogen aanstaren. Het was tenslotte oorlog.

Nederland zweeg samen met andere Europese landen, dat wel. Die hadden de VS zelfs gemaand minder transparant te worden over burgerslachtoffers. De maand voor ‘Hawija’ erkenden de VS voor het eerst dat ze burgerslachtoffers hadden gemaakt.

In de periode tot mei 2017 gaven ze toe tot dan toe verantwoordelijk te zijn voor 377 burgerslachtoffers, inclusief 105 burgerdoden bij één incident in Mosul. Het toont dat over de balans tussen ‘operationele veiligheid’ en ‘transparantie’ ook door militairen verschillend gedacht kan worden.

Het politieke probleem voor Bijleveld bestaat eruit dat er vooral in de directe periode na de luchtaanval veel voor te zeggen viel om eerst de zaken goed uit te zoeken: wat was de rol van de vlieger? Waren de coördinaten juist?

Van wie kwam de informatie over het doel? Behalve de zoektocht naar deze en andere antwoorden gold, zeker toen de vliegers nog ter plaatse waren, dat hun operationele veiligheid – en inzetbaarheid – niet in gevaar gebracht mocht worden. Na hun rotatie lag dat al anders en na afloop van de missie, op 31 december 2018, helemaal.

Hadden op dat moment het morele imperatief en de politieke noodzaak tot transparantie niet de doorslag moeten geven, zal de Kamer vragen. Oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn beantwoordde die vraag in de Volkskrant positief.

Aangezien opeenvolgende ministers van Defensie dit probleem blijkbaar nooit openlijk op tafel hebben gelegd in de ministerraad, moeten zij voor het vinden van antwoorden op deze politieke vragen vooral goed in de spiegel kijken. Met in de hand dat Reuters-bericht van 4 juni 2015, dat Bijleveld, zich beroepend op het Amerikaanse hoofdkwartier Centcom, in de brief van deze week alsnog citeert.

Dit is nu bekend over de informatievoorziening rond de aanval in Hawija;

Oktober 2014: Nederland begint bijdrage aan luchtcampagne van anti-IS-coalitie boven Irak.

Nacht van 2 op 3 juni 2015: Nederlandse F-16’s voeren een aanval uit op IS-faciliteit waar autobommen worden geproduceerd. Uit de eigen Battle Damage Assessment blijkt direct dat er sprake is van ‘onbedoelde nevenschade’, kortom: schade aan gebouwen.

4 juni 2015: Reuters meldt dat bij het bombardement op Hawija ‘een hele wijk’ is weggevaagd. Betrokkenen ter plaatse schatten het aantal doden op zeventig, zowel IS-terroristen als burgers. In de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO) wordt de aanval besproken, inclusief de ‘secundaire explosies’, het ‘zorgvuldige targeting proces’ en de ‘mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers’. De ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie worden schriftelijk geïnformeerd. Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, was afwezig in de SMO van 4 juni.

Juni 2015-mei 2016: tijdens deze hele periode is in de SMO met geen woord gerept over de aanval op Hawija.

9 juni 2015: minister van Defensie Hennis wordt gebriefd over de aanval. Voorlopig onderzoek door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, wijst uit dat het ‘geloofwaardig’ is dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het ‘voorlopige onderzoek’ ontvangt Defensie op 15 juni.

23 juni 2015: In antwoord op Kamervragen, schrijft Hennis dat voor zover op dat moment bekend in de luchtcampagne tegen IS geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers.

Augustus 2015: Het Internationale Rode Kruis overhandigt aan Nederlandse ambassade in Bagdad een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen met burgerslachtoffers, waarin een aanval op Hawija op 4 november genoemd wordt waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood. De niet-gouvernementele organisatie Airwars spreekt in een openbaar rapport over tussen de 70 en 150 burgerdoden in Hawija.

Jan/feb 2016: Het initiële onderzoek van Centcom (d.d. 15 juni 2015) wordt door Defensie naar het OM gestuurd. De Yweede Kamer wordt erover ingelicht dat er twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht.

1 juni 2017: De Tweede Kamer wordt vertrouwelijk ingelicht over gevallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet.

13 april 2018: Minister Bijleveld licht de Kamer in over uitkomsten van onderzoeken van het Openbaar Ministerie naar aanvallen waarbij mogelijk sprake was van burgerslachtoffers. Locatie, datum en vermoedelijk aantal slachtoffers worden niet genoemd omdat ‘de inzet nog gaande was’.

1 januari 2019: De F-16-missie is afgelopen, het argument dat in april 2018 werd gehanteerd om informatie achter te houden, vervalt. Defensie ‘gaat aan de slag met een nieuwe toets van mogelijkheden van meer transparantie’.

Mei 2019: Minister Bijleveld zegt toe na het zomerreces te komen met een reactie op voorstellen van Kamerleden omtrent meer transparantie inzake mogelijke burgerslachtoffers.

30 september 2019: Minister Bijleveld vraagt de Kamer om meer tijd voor deze inhoudelijke reactie, ‘in het kader van zorgvuldigheid’.

18 oktober 2019: NRC en NOS melden dat Nederlandse F-16’s de luchtaanval op Hawija uitvoerden. Het Pentagon heeft desgevraagd gezegd dat er daarbij zeventig burgerdoden vielen. Bijleveld belooft dat de Kamer ‘op korte termijn’ wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van meer transparantie.

4 november 2019: minister Bijleveld meldt de Kamer dat ‘op basis van de door Centcom aangehaalde open bronnen’ bij een Nederlandse aanval op Hawija in juni 2015 ‘ongeveer 70 slachtoffers’ zijn gevallen, ‘zowel IS-strijders als burgers’.

Meer over; Ank Bijleveld politiek Hawija misdaad, recht en justitie Defensie Kamer conflicten, oorlog en vrede misdaad Arnout Brouwers

Waarom kan Rutte zich de burgerdoden in Hawija niet herinneren?

NU 26.11.2019 Ook na twee weken grondig onderzoek zijn de herinneringen van premier Mark Rutte over de Nederlandse bombardementen op Hawija waar tientallen burgerslachtoffers bij vielen niet gevonden. Uit de Kamerbrief van maandag bleek dat de premier “vermoedelijk” is geïnformeerd, maar Rutte kan het zich niet herinneren.

Woensdag 27.11.2019 debatteert de Tweede Kamer opnieuw met defensieminister Ank Bijleveld en ook met premier Rutte. Een deel van de Kamer vraagt zich af: hoe vergeet je zoiets?

“Ik kan niet in het hoofd van iemand kijken. Wat de premier zegt, neem ik voor waar aan. Ik denk wel dat ik het zou hebben onthouden”, zegt ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Ook Rob Jetten (D66) wil opheldering. “Mijn gevoel zegt dat het zoveel indruk op je zou maken dat je daar meer van wil weten.” PvdA’er Lodewijk Asscher, in het vorige kabinet nog vicepremier en minister zegt destijds niet geïnformeerd te zijn, maar denkt het anders wel onthouden te hebben. “Zoiets vergeet je niet snel.”

GroenLinks-leider Jesse Klaver noemt het zelfs “ongeloofwaardig” dat de premier zich niets herinnert van het gesprek met toenmalig defensieminister Jeanine Hennis over de luchtaanval op de Iraakse stad Hawija waar tientallen doden zijn gevallen.

NOS en NRC brachten begin november aan het licht dat bij Nederlandse bombardementen in Irak 74 burgerslachtoffers zijn gevallen. Vier burgerdoden bij een aanval op een woning in Mosoel en zeker zeventig burgerdoden bij het bombardement op een IS-bommenfabriek in Hawija.

Bijleveld wijst naar voorganger Hennis

Minister Ank Bijleveld moest twee weken geleden toegeven dat Nederland inderdaad verantwoordelijk was voor de aanval in Hawija. Zij voegde daaraan toe dat haar voorganger, Hennis, dat in 2015 al wist en dat voor de Tweede Kamer verzwegen had.

In een bijgaand feitenrelaas merkte Bijleveld terloops ook op dat het “aannemelijk” was dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en van Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte, in 2015 op de hoogte zijn gesteld. Maar daar staat de premier helemaal niets van bij.

Het optreden van Bijleveld twee weken geleden riep bij de Kamer meer vragen dan antwoorden op: er moest zo snel mogelijk opheldering komen over wie wat wanneer wist.

Uit de Kamerbrief van afgelopen maandag blijkt dat Hennis in 2015 de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, mondeling heeft geïnformeerd over Hawija en dat ze de premier “vermoedelijk” over dit onderwerp heeft gesproken. De toon van haar boodschap zou “niet alarmerend” zijn geweest. Premier Rutte zegt zich dat gesprek niet te kunnen herinneren, maar sluit ook niet uit dat het wel heeft plaatsgevonden.

Zie ook: Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

Vragen over ‘vaagheid’ Kamerbrief

Wat D66’er Jetten betreft, is dit nog te vaag. “Wat wordt er bedoeld met ‘een alarmerende toon’?” Als alle info die nu bekend is, gedeeld zou zijn met de premier, dan lijkt hem dat iets wat hijzelf niet snel zal vergeten. Het is voor Jetten van belang hoe en welke info er gedeeld is.

Dat vindt ook Asscher. “Ik heb nog veel vragen. Iedereen die te horen krijgt dat er zeventig doden zijn gevallen bij een bombardement, die vergeet dat niet. Maar ik heb niet de indruk dat premier Rutte op die manier is geïnformeerd. Dat roept de vraag op wat Defensie verstaat onder informeren. Dat is belangrijk, omdat we moeten kunnen vertrouwen dat Defensie het hele verhaal vertelt.”

SP’er Sadet Karabulut kan moeilijk geloven dat na het zien van de beelden van de bombardementen en de berichten die destijds binnenkwamen er niet op een alarmerende toon met de premier is gesproken. “Was het misschien de bedoeling van Defensie om überhaupt niet te informeren?”, vraagt de SP’er zich af. Zij wijst erop dat Defensie de militaire missie tegen IS presenteerde als een effectieve oorlog met precisiebommen waar weinig burgerslachtoffers bij vielen.

Klaver denkt dat er meer speelt. “Je ziet dat minister Bijleveld twee weken geleden de berichtgeving waar gesproken wordt over zeventig doden bevestigt, maar dat verhaal is gaan veranderen nadat premier Rutte zei dat hij zich niet kan herinneren dat hierover is geïnformeerd.” aldus Klaver. “Ik heb de stellige indruk dat de nieuwe lijn van het kabinet gebouwd is om de uitspraak van Rutte dat hij zich niets meer kan herinneren. Hij is onhandig geweest en hij probeert zich er nu uit te redden.”

Minister Bijleveld overleefde een motie van wantrouwen. (Foto: Pro Shots)

Oppositie zal geloofwaardigheid Rutte betwisten

De oppositie zal van het debat gebruikmaken om de geloofwaardigheid van Rutte in twijfel te trekken. De premier kon zich eerder ook al de dividendmemo’s niet herinneren en ook tijdens de politieke nasleep van de Teevendeal had zijn ministerie moeite bepaalde zaken terug te halen.

De premier worstelt met de stikstofproblematiek en verkondigde dat de verlaging van de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur naar 100 de “grootste crisis” van zijn negenjarig premierschap was. Toch lijkt het erop dat zowel Rutte als Bijleveld, die twee weken geleden nog ternauwernood een motie van wantrouwen overleefde, door kunnen. VVD en CDA steunen hun bewindspersonen en coalitiepartners D66 en CU zijn niet van plan een eigen koers te varen.

Hoewel het kabinet twee weken geleden nog sprak over zeventig doden en nu schrijft dat een precies aantal niet is vast te stellen, vindt Segers (CU) dat de Kamerbrief van maandag “maximale helderheid” biedt. “Er is helderheid gekomen over wanneer de info is binnengekomen en wanneer dat met de minister-president is gedeeld.”

D66’er Jetten is kritisch en wil dat Defensie leert van de fouten door onder andere actiever te onderzoeken hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen na een Nederlandse aanval, maar vindt niet dat de positie van Rutte of van Bijleveld ter discussie staat. “Het is duidelijk dat Nederland destijds onvoldoende heeft gedaan om de onderste steen boven te krijgen. Dit is een hele harde les voor Defensie.”

Lees meer over: Politiek  Mark Rutte

Hoewel aanvankelijk werd gesproken van 70 doden bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak, valt de exacte hoeveelheid burgerslachtoffers nog altijd niet vast te stellen. De Tweede Kamer debatteert woensdag over de kwestie. Ⓒ ANP

Coalitie houdt Rutte en Bijleveld uit de wind

Telegraaf 26.11.2019 De Tweede Kamer debatteert woensdag met premier Rutte en minister Bijleveld (Defensie) over burgerslachtoffers die in de strijd tegen IS vielen bij een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak. De coalitie lijkt vastbesloten de bewindslieden uit de wind te houden.

Voor partijleider Jetten van D66 hoeft de vertrouwensvraag niet meer op tafel te komen. „Die is bij het vorige debat al gesteld.” In dat debat was D66 van de coalitiepartijen nog het meest kritisch op het optreden van defensieminister Bijleveld. Nu lijkt de bewindsvrouw zich van bescherming verzekerd. De brief die Bijleveld maandagavond naar de Kamer stuurde is ook ’beter dan de vorige’.

Harde les

Wel blijft het een ’harde les’ dat er bij Defensie en de andere ministeries geen alarmbellen zijn gaan rinkelen toen het er op leek dat bij de Nederlandse luchtaanval van 2 op 3 juni 2015 op een bommenfabriek in het Iraakse Hawija burgerslachtoffers waren gevallen. Premier Rutte moet ’meer context’ schetsen, vindt Jetten.

Uit de nieuwe informatie blijkt dat behalve toenmalig minister Hennis ook ministers Van der Steur (Justitie) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers bij het bewuste bombardement. De informatie – grotere explosie dan verwacht, nader onderzoek nodig naar burgerslachtoffers – was met Ruttes ministerie Algemene Zaken gedeeld. Hennis had volgens haar eigen herinnering waarschijnlijk ook de premier mondeling van de bevindingen op de hoogte gesteld. Rutte sluit dat niet uit, maar kan zich het niet herinneren. Koenders herinnert het zich evenmin.

Hoewel aanvankelijk werd gesproken van zeventig doden, valt het exacte aantal burgerslachtoffers nog altijd niet vast te stellen. Evenmin is duidelijk geworden hoe het kon dat Hennis destijds de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over Iraakse burgerslachtoffers bij Nederlandse luchtaanvallen.

“Ik kan niet in iemands hoofd kijken”

„Dit schept voor mij maximale helderheid”, zegt CU-leider Segers. Zelf denkt hij dat hij het wel zou onthouden als hem was verteld van mogelijke slachtoffers. ,,Maar ik kan niet in iemands hoofd kijken.” Nu is het zaak ’lessen te trekken’.

Dat vindt CDA-Kamerlid Van Helvert ook. „Er is onder de vorige minister een grote fout gemaakt door de Kamer niet te informeren. Dat is onder deze minister ontdekt. Nu moeten we ervan leren en zorgen voor meer transparantie over militaire operaties.” Het uitgangspunt voor Bijleveld is nu anders dan bij het debat van twee weken geleden dat de bewindsvrouw met de hakken over de sloot overleefde. „Toen had ze twee uur de tijd om de feiten op een rij te zetten. Nu twee weken.”

De oppositie neemt geen genoegen met de uitleg van Bijleveld. GL-voorman Klaver gelooft er niks van dat premier Rutte van niks wist. „Zelfs ik krijg informatie mee uit buitenlandse kranten. Rutte heeft een heel leger ambtenaren om die informatie voor hem te verzamelen.” PVV-leider Wilders noemt de uitleg ’ongeloofwaardig’. Volgens SP-Kamerlid Karabulut heeft de minister alleen nog maar meer mist gecreëerd.

Verwarrend

PvdA-leider Asscher vindt de brief van Bijleveld een ’onbevredigend en verwarrend verhaal’. „We hebben tijdens het vorige debat het vertrouwen opgezegd in de minister. Dat is met deze brief niet hersteld. Aan de andere kant moet je je er ook bij neerleggen als zo’n motie van wantrouwen het niet haalt.” Volgens de vice-premier uit het vorige kabinet speelt bij de positie van de PvdA ’op geen enkele manier’ mee dat partijgenoot Koenders was ingelicht over mogelijke burgerdoden. Asscher gelooft Koenders dat hij er niks van wist.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld Mark Rutte Bert Koenders Hennis Segers Lodewijk Asscher Hawija Islamitische Staat

Hoe kun je zoveel burgerdoden vergeten? ‘Een rampzalig gegeven’

AD 26.11.2019 Hoe kun je een melding over burgerdoden nou vergeten, zoals premier Rutte en oud-minister Koenders claimen? (Ervarings)deskundigen aan het woord over ‘oorlogsmist’, verhullende formuleringen en de feilbaarheid van ons geheugen. ‘Hòe je iets zegt, maakt veel uit’.

Voor oppositiepartijen is het compleet ongeloofwaardig: zowel premier Mark Rutte heeft – net als toenmalig minister Bert Koenders – ‘geen herinnering’ aan het gesprek waarin Defensieminister Jeanine Hennis aangaf dat een Nederlands bombardement in Hawija (Irak) op 4 juni 2015 veel meer schade veroorzaakte dan gepland.

,,De toon van de boodschap was niet alarmerend”, schreef haar opvolger Ank Bijleveld (CDA) maandagavond aan de Tweede Kamer. ,,Ze maakte feitelijk melding van een explosie (…) en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden gevallen waren.”

Rampzalig

Terwijl bij termen als bombardement, Irak en mogelijke burgerdoden toch alle alarmbellen af moeten gaan, zegt ook voormalig SP-Kamerlid Harry van Bommel, die jaren geleden al Kamervragen stelde over de kwestie: ,,De mogelijkheid van burgerslachtoffers is een rampzalig gegeven voor het kabinet: het is ondermijnend voor je draagvlak om een missie voort te zetten.”

Generaal-majoor buiten dienst Frank Van Kappen: ,,Als je iets op tafel krijgt met burgerslachtoffers is dat geen klein bier, volgens de procedures wordt dat gedeeld met de bazen van alle betrokken ministeries”, zegt de VVD-senator die in het verleden de VN-secretaris generaal adviseerde over vredesoperaties. Oud-Defensieminister Hans Hillen (CDA), op de vraag of hij een melding over burgerdoden zou onthouden: ,,Tuurlijk, je leeft heel erg mee.”

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) meldde eerder deze week dat haar voorganger Hennis melding over mogelijke burgerdoden maakte bij Rutte en Koenders.

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) meldde eerder deze week dat haar voorganger Hennis melding over mogelijke burgerdoden maakte bij Rutte en Koenders. © ANP

Hoe kan het dan dat Koenders en Rutte zich niks meer herinneren van zo’n letterlijk en figuurlijk explosieve mededeling? Is dat nu jaren later dan een gewiekste Haagse formulering om een kabinetscrisis te bezweren, of kan het zijn dat ze het daadwerkelijk niet meer weten?

Rechtspsycholoog Sophie van der Zee (Erasmus Universiteit Rotterdam) waarschuwt vooral dat we de vergeetachtigheid niet te makkelijk af moeten doen als functionele ‘Haagse amnesie’: ,,Je kijkt met kennis van nu terug. We weten nu van die waarschijnlijk 70 burgerdoden en zeggen dan: hoe kun je zoiets nou vergeten?

Maar in de wetenschap kennen we de term ‘hindsight bias’, de wijsheid achteraf. Op het moment dat je informatie hebt en de afloop nog niet kent, waardeer en taxeer je die anders. Zo verwijten we de kapitein van de Titanic dat hij ondanks de ijsbergen harder ging varen. Maar dat doen we omdat we weten dat het schip daardoor ten onder ging.”

Nog een voorbeeld: ,,Er is beroemd onderzoek naar de dood van een zwerver die overleed na een arrestatie op de stoep bij een Amsterdams politiebureau. Later is getuigen gevraagd of er sprake was van excessief geweld door de agenten.

De grote meerderheid zei: ja. Maar twee mensen waren milder, zij stelden dat er geen buitensporig geweld was toegepast. Wat bleek? Deze twee waren toeristen, zij wisten niet dat de zwerver uiteindelijk overleden was na de arrestatie. Zij redeneerden dus niet naar de uitkomst toe.”

Voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA).

Voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA). © ANP

Daarbij maakt het een enorm verschil wat er precies gemeld is, op welke toon, binnen welke context, zeggen Van der Zee, Hillen en Van Kappen: ,,Was het terloops”, zegt Van Kappen. ,,Of een uitgebreid schriftelijk verslag?” Hillen: ,,Vergeet niet dat het ministerschap een rollercoaster is, met de hele dag door zoveel informatie. En informatie over zulke zaken komt vaak druppelsgewijs binnen, uit verschillende bronnen, die elkaar soms ook tegenspreken.”

Van der Zee: ,,Stel dat toen tegen Rutte gezegd is: het bombardement is volgens plan uitgevoerd, het doel is uitgeschakeld, maar er is nog onduidelijkheid over mogelijke burgerdoden. Dan kan de boodschapper denken: ik heb het verteld, maar Rutte kan even goed denken: ik heb nooit meegekregen dat er zoveel burgerdoden gevallen zijn. In zekere zin hebben ze dan beiden gelijk.”

Daarom komt het er – ook in het debat vandaag –op aan hoe Hennis haar collega’s informeerde, welke woorden ze gebruikte, hoe uitgebreid het was. Iets dat oppositiepartijen exact zullen uitbenen. Daar moet ook duidelijkheid over komen, al is het maar om te voorkomen dat ambtenaren, adviseurs en ministers voortaan liever in vaagtaal communiceren, juist om latere politieke problemen te voorkomen onder het motto ‘wat niet weet, wat niet deert’. Van Bommel: ,,Je weet ook: hoe preciezer je het opschrijft, hoe pijnlijker het wordt.”

De ministers Jeanine Hennis van Defensie (VVD) en Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) zaken praten met de Tweede Kamer over de Artikel 100 brief inzake de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Afghanistan (in 2014).

De ministers Jeanine Hennis van Defensie (VVD) en Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) zaken praten met de Tweede Kamer over de Artikel 100 brief inzake de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Afghanistan (in 2014). © ANP

Premier Rutte en toenmalig minister Hennis tijdens een persconferentie in 2017. Ⓒ ANP

Hennis: ’Rutte vermoedelijk geïnformeerd over burgerdoden Irak’

Telegraaf 26.11.2019 Niet alleen toenmalig defensieminister Hennis, maar ook haar collega’s van destijds, Koenders (Buitenlandse Zaken) en Van der Steur (Justitie), waren ervan op de hoogte dat er bij een Nederlandse luchtaanval in Irak mogelijk burgerdoden waren gevallen. Ook premier Rutte wist er vermoedelijk van.

Rutte en Koenders zijn zelfs door Hennis, zo herinnert zij zich, ook mondeling geïnformeerd over de luchtaanval van 3 op 4 juni 2015, waarbij een Nederlandse F-16 een fabriekje onder vuur nam waar IS autobommen produceerde. Hoewel de toon van Hennis ’niet alarmerend’ zou zijn geweest, vertelde ze hen wel van ’secundaire explosies’ in het fabriekje en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen. Zowel Koenders als Rutte zegt zich daar niks van te kunnen herinneren.

Een en ander blijkt uit nieuwe informatie die minister Bijleveld (Defensie) maandag in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met het noemen van de premier en de andere ministers als ’medeweters’ bracht de CDA-bewindsvrouw zichzelf tijdens het debat van twee weken geleden in het nauw. Deze week moet zij andermaal verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer, nu waarschijnlijk samen met de premier.

Herexamen Bijleveld

Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet duidelijk hoeveel burgerslachtoffers er in 2015 in Irak door Nederlandse bommen zijn gevallen. En waarom tegenover de Kamer is ontkend dat er überhaupt burgers waren gedood door Nederlands toedoen, blijft nog even vaag.

Minister Ank Bijleveld bracht zichzelf in het nauw

Minister Ank Bijleveld (Defensie) moet het deze week allemaal toelichten als ze voor een herexamen naar de Tweede Kamer moet. Al komt ze beter beslagen ten ijs dan twee weken geleden, toen ze een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. Dat kwam onder meer doordat ze onduidelijk was over wat de andere ministers wisten die betrokken waren bij de militaire operatie tegen Islamitische Staat.

Bekijk ook: 

’Toon Bijleveld was niet goed’ 

Ambtelijke stuurgroep

Nu blijkt dat behalve de toenmalige minister van Defensie ook de minister van Veiligheid en Justitie (Van der Steur) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren geïnformeerd. Ook premier Rutte had ’kennis kunnen nemen’ van het verslag van een ambtelijke stuurgroep die een dag na de aanslag bijeenkwam.

De club hoge ambtenaren stelde vast dat bij een door Nederland uitgevoerde aanval van de coalitie op een IS-autobommenfabriek in de buurt van Kirkuk ’secundaire ontploffingen’ waren geweest en dat er daardoor mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen.

Een verslag van de bijeenkomst is naar de betrokken ministeries gestuurd, waaronder dat van premier Rutte. Toenmalig defensieminister Hennis herinnert zich dat ze de bevindingen ook persoonlijk heeft meegedeeld aan Koenders en Rutte, al zou de toon bij dat gesprek ’niet alarmerend’ zijn geweest. De twee heren herinneren zich er niets van.

Nog altijd is onduidelijk hoeveel burgerdoden er zijn gevallen bij de luchtaanval die Nederlandse F-16’s in de nacht van 2 op 3 juni uitvoerden in Hawija. „De uren en dagen na deze wapeninzet waren met veel onzekerheden omgeven.”

Geen verkeerde afwegingen

Ondanks de duisternis was het de jachtvliegers al duidelijk dat de explosies groter waren dan verwacht. Even later konden onderzoekers van het Amerikaanse legeronderdeel Centcom dat ook vaststellen, net als dat het aannemelijk was dat er burgers om het leven waren gekomen.

Van fouten in het uitkiezen van het doel was geen sprake, van verkeerde operationele afwegingen evenmin, concludeerden de Amerikanen, een conclusie die Defensie een jaar later ook trok. Maar waar in ambtelijk overleg werd verwezen naar een finaal oordeel, bleef dat van de Amerikanen uit, aangezien het finale rapport over de aanval nooit is verschenen.

’Ongeloofwaardig’

„De antwoorden van het kabinet zijn onthutsend en ongeloofwaardig”, reageert GroenLinks-leider Jesse Klaver. „Het is moeilijk te geloven dat de premier zich niets herinnert van een gesprek over burgerdoden door toedoen van het Nederlandse leger.” Het was GroenLinks dat bij het vorige debat de motie van wantrouwen tegen Bijleveld indiende.

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk meer van; defensie Hennis de Kamer Bert Koenders Ank Bijleveld Mark Rutte Ard van der Steur Tweede Kamer der Staten-Generaal

Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

NU 26.11.2019 Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis herinnert zich dat ze in 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling heeft geïnformeerd over het bombardement in Hawija. Ook toenmalig minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zou volgens haar zijn ingelicht.

Dat staat in een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld van Defensie. Rutte en Koenders kunnen zich het gesprek niet herinneren, staat ook in de brief.

De minister-president heeft “geen herinnering aan een dergelijk gesprek’, maar “sluit ook niet uit dat dit gesprek heeft plaatsgevonden”.

Volgens Hennis heeft ze geen aantallen genoemd toen ze over het aantal burgerslachtoffers sprak. Ook zou “de toon van de boodschap niet alarmerend” zijn geweest.

Ze zou feitelijk hebben verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F-16’s sprake was van secundaire explosies en dat onderzocht moest worden of er ook burgerdoden waren gevallen.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, onder wie een groot aantal burgerslachtoffers.

Premier Rutte zei begin november ook al dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 is geïnformeerd over de Nederlandse luchtaanval waarbij burgers om het leven kwamen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de luchtaanval. Mogelijk is Rutte daar ook bij aanwezig.

Lees meer over: Politiek

 

Rutte en Koenders blijven ontkennen dat ze wisten van burgerdoden Irak

Elsevier 26.11.2019 Premier Mark Rutte (VVD) is ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over mogelijke burgerdoden bij het bombardement op een IS-bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija in 2015. Dat blijkt uit een brief die minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) maandagavond naar de Tweede Kamer stuurde. Ex-minister Bert Koenders (PvdA, Buitenlandse Zaken) wist er volgens de brief zeker van, maar zegt net als Rutte dat hij van niets wist.

‘Vermoedelijk’ heeft toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) in juni 2015 Rutte mondeling op de hoogte gesteld van het Nederlandse bombardement op Hawija, schrijft Bijleveld. In het gesprek zou de voormalige bewindsvrouw, die nu de hoogste vertegenwoordiger is van de Verenigde Naties in Irak, de premier hebben laten weten dat meer onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

Lees ook dit commentaar van Eric Vrijsen: Weinig verheffende politieke spelletjes na  burgerdoden Irak

‘De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden,’ schrijft minister Bijleveld in de brief. ‘Er staat mij niets van bij,’ zei Rutte begin deze maand al, nadat de CDA-minister het ‘aannemelijk’ had genoemd dat andere ministers van de burgerdoden op de hoogte waren. Toch sloot de premier niet bij voorbaat uit dat het hem of zijn ambtenaren destijds wel ter ore is gekomen.

De toon van Hennis was echter ‘niet alarmerend’ en er zijn geen aantallen burgerslachtoffers genoemd, zei de toenmalige VVD-minister, die alleen ‘feitelijk melding maakte van een secundaire explosie na inzet van Nederlandse F-16’s, de oorzaak van de explosies, en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’. Dat is te lezen in de brief van Bijleveld, die bevestigt dat Rutte niet uitsluit dat het gesprek heeft plaatsgevonden, en dat Koenders volhoudt dat hij er niet over is geïnformeerd.

Vaststaat dat ambtenaren van betrokken ministeries (de zogeheten Stuurgroep Missies en Operaties) een dag na de aanval, op 4 juni, hebben gesproken over de gebeurtenis. In het overleg werd de mogelijkheid genoemd van eventuele burgerdoden, maar een concreet aantal werd niet genoemd. Daarna is bijna een jaar niet over de luchtaanval gesproken in de stuurgroep of bij ander overleg tussen ministeries, schrijft Bijleveld.

De minister geeft er in haar brief geen duidelijkheid over waarom haar voorganger Hennis in 2015, enkele weken na de aanval, de Tweede Kamer niet juist heeft geïnformeerd. De VVD-bewindsvrouw zei destijds dat er geen burgerdoden waren gevallen. Kort na de aanval verschenen al berichten, waaronder van persbureau Reuters, waarin sprake was van ongeveer zeventig burgerdoden.

Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden, onthulde Eric Vrijsen eerder deze maand

‘In de Nederlandse media is destijds niet bericht over de aanval,’ schrijft Bijleveld in haar brief. ‘Tegelijkertijd was er in deze periode sprake van ISIS-propaganda die volledig gericht was op het in diskrediet brengen van de acties van de anti-ISIS coalitie, zoals de wapeninzet in Hawija.’ Pas vorige maand maakten Nederlandse media (Nieuwsuur en NRC) voor het eerst melding van burgerslachtoffers bij de aanval op de bommenfabriek van terreurgroep Islamitische Staat.

Op dinsdag 6 november debatteerde Bijleveld met de Tweede Kamer over de kwestie. Bijna de voltallige oppositie zegde het vertrouwen in de minister toen op, maar SGP en onafhankelijk Kamerlid Wybren van Haga stemden net als de coalitiepartijen tegen een motie van wantrouwen. Die overleefde Bijleveld, die haar ‘oprechte excuses’ aanbood voor het verkeerd informeren van de Kamer. De minister is ook politiek verantwoordelijk voor het handelen van haar voorganger.

‘Woordje “vermoedelijk” duidt erop dat Hennis aan het gissen is’

‘Het woordje “vermoedelijk” duidt er al op dat ze zelf eigenlijk min of meer aan het gissen is hoe het is gegaan,’ zei Elsevier Weekblad-redacteur Carla Joosten in Den Haag dinsdagochtend in redioprogramma Goedemorgen Nederland van WNL over de verklaringen van oud-minister Hennis. Volgens Joosten ‘dekt hij [premier Rutte] zichzelf al helemaal in’ door te zeggen dat hij geen herinnering heeft aan een gesprek over burgerdoden, maar tegelijk niet uit te sluiten dat het hem wel is verteld. ‘Dit kennen we van hem natuurlijk heel goed. “Ik heb daar geen actieve herinnering aan.” Dat is toch een beetje een ijkzin van hem.’

Volgens Joosten gaat minister Bijleveld woensdag, wanneer de kwestie in de Tweede Kamer opnieuw wordt besproken, wederom een moeilijk debat tegemoet. ‘Ze zal weer excuses moeten maken, van “misschien heb ik dingen te hard gezegd, het blijkt toch allemaal wat vager te zijn gegaan”, want dat is eigenlijk de kern van deze brief.’ Ook vindt de EW-redacteur het opmerkelijk dat Koenders – van wie Hennis zeker wist dat ze hem over mogelijke burgerdoden had gesproken – blijft volhouden dat hij niet op de hoogte is gebracht. ‘Dat werkt dan ook weer een beetje ten positieve van Rutte, want hij is niet de enige die het zich niet herinnert.’

Lees ook deze column van Philip van Tijn Bombardement in Hawija: bijzaken worden politieke hoofdzaken

Tweede Kamerlid Jan Paternotte van coalitiepartij D66 zegt dat ‘dit allemaal voorkomen had kunnen worden’ als het ministerie van Defensie duidelijker en transparanter had gecommuniceerd: ‘Als we met elkaar de afspraak hadden van, zodra het kan, zodra het veilig is, breng je gewoon alle informatie naar buiten over zo’n militaire missie waar je gebombardeerd hebt en ook als er eventuele slachtoffers zijn.’ De minister van Defensie heeft in haar brief al beloofd in de toekomst de Tweede Kamer sneller te informeren over burgerslachtoffers die vallen door Nederlandse militaire acties. Dat zal ‘standaard en zo snel mogelijk vertrouwelijk’ gebeuren.

Oppositie niet overtuigd: ‘Wie gelooft Rutte nog?’

Gezien de reacties op Twitter zijn de oppositiepartijen van links tot rechts niet overtuigd door de brief. Velen trekken de verklaringen van Bijleveld, Hennis en Rutte in twijfel. Een selectie van de tweets:

GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver vindt het ‘ongeloofwaardig’ dat Rutte zich niets herinnert, en vraagt zich af of er ‘dan niemand is die de premier daarover informeert’:

 Jesse Klaver

RTL Nieuws

@RTLnieuws

In de Kamerbrief staat verder dat de minister-president ‘geen herinnering heeft aan een dergelijk gesprek’. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4933821/hawijapremier-rutte-vermoedelijk-mondeling-geinformeerd-over 197  
Volgens SP-Kamerlid Sadet Karabulut is het ‘niet te geloven’ dat Rutte en Koenders ‘hun herinneringen “kwijt” zijn’, en ‘is gelogen tegen de Tweede Kamer’. Tevens denkt ze dat het ‘nooit de bedoeling’ was om het parlement de waarheid te vertellen:

Sadet Karabulut

@SadetKarabulut

Het is niet te geloven dat de minister-president en minister van Buitenlandse Zaken hun herinneringen ‘kwijt’ zijn. Het is onacceptabel dat niemand heeft gevraagd en laten onderzoeken burgerslachtoffers. Ook niet na een heftige explosie. Wel is gelogen tegen de Tweede Kamer.

Sadet Karabulut

@SadetKarabulut    

En voor alle duidelijkheid en tegen alle spin in. Ze hadden het kunnen en moeten weten. Alleen al de SP fractie heeft bijna twintig keer vragen gesteld over burgerslachtoffers. Maar het was nooit de bedoeling ons de waarheid te vertellen. Tot op de dag van vandaag. Dat kan niet. 28  

Henk Krol

@HenkKrol

De – in mijn ogen – belangrijkste passage uit de zojuist verzonden brief aan de Kamer van minister Bijleveld over het haperende geheugen van de minister-president.

Afbeelding weergeven op Twitter
‘Wie gelooft Rutte nog?’ PVV-leider Geert Wilders in elk geval niet:

Geert Wilders

@geertwilderspvv

Wie gelooft Rutte nog? https://twitter.com/fonslambie/status/1199047710554435590 

Fons Lambie

@fonslambie

Brief kabinet over #burgerslachtoffers in #Irak: zowel premier Rutte als toenmalig minister Koenders hebben “geen herinneringen” aan gesprek met minister Hennis over bombardement in #Hawija.

Afbeelding weergeven op Twitter

Forum voor Democratie-lijsttrekker Thierry Baudet is sceptisch over het ‘vermoedelijk’ informeren van premier Rutte door ex-minister Hennis:

Thierry Baudet

@thierrybaudet

ThePostOnline

@TPOnl

Jeanine Hennis: Ik heb vermoedelijk Mark Rutte geïnformeerd over mogelijke burgerdoden Irak https://ift.tt/37BUvje 988  

Gerelateerde artikelen;

Hawija in oktober 2017, nadat de stad was bevrijd van IS. 

Hawija in oktober 2017, nadat de stad was bevrijd van IS. Foto Ali Mukarrem Garip/Getty

Niemand vroeg door na de bom op Hawija

NRC 26.11.2019 Na het bombardement op de Irakese stad Hawija in 2015 waren er aanwijzingen dat er veel burgerdoden te betreuren waren. Bewindslieden toonden weinig belangstelling.

Kon men het weten? En zo ja, wilde men het weten? Deze twee vragen rijzen bij lezing van het nieuwste feitenrelaas van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) over de bloedige gevolgen van de Nederlandse luchtaanval op Hawija, op 3 juni 2015.

Bij de aanval vonden 70 burgers de dood, zo bevestigde het Amerikaans opperbevel Centcom in december 2018 aan NRC en NOS, die de aanval samen onderzochten. Onder hen waren 22 vrouwen en 26 kinderen, berichtte NGO Airwars al eerder op basis van ooggetuigeverslagen.

Ja, men kon snel na de aanval al het nodige weten, blijkt uit het relaas van Bijleveld maandagavond. Immers, er waren vanuit de lucht wel veel verwoeste woonhuizen na het bombardement te zien. Op 7 juni 2015 ging een officier naar het hoofdkwartier van de internationale coalitie in Qatar, en hoorde daar meer details over de schade.

Lees ook: Hoe een Nederlandse bom 70 burgers doodde

Op 4 november 2019, onlangs dus, was Bijleveld nog stelliger en concreter. Uit haar brief aan de Tweede Kamer van toen bleek dat in militaire kring al snel bekend was dat de cirkel van vernietiging in Hawija veel wijder was dan waarmee de coalitie bij de planning rekening had gehouden.

„Uit ons eigen Battle Damage Assesment (BDA) bleek direct dat er sprake was van onbedoelde nevenschade”. Een eerste rapport van de Amerikanen dat Defensie op 15 juni 2015 ontving, noemde burgerslachtoffers „geloofwaardig”.

Haar voorganger, Jeanine Hennis (VVD), had daarom de Kamer verkeerd ingelicht, aldus Bijleveld. Hennis schreef op 24 juni 2015 dat „voor zover bekend” er geen burgerslachtoffers waren gevallen bij Nederlandse bombardementen. „Dat was fout”, zei Bijleveld daarover toen.

NRC en NOS stuitten bij hun eigen onderzoek ook op veel aanwijzingen dat al vroeg duidelijk was dat er veel burgerslachtoffers waren. Op 4 juni meldde Reuters al de mogelijkheid van burgerslachtoffers, mede op basis van uitlatingen van ‘veiligheidsfunctionarissen’.

„Een luchtaanval van de door de VS geleide coalitie heeft een hele wijk platgelegd in een Noord-Irakese stad die wordt gecontroleerd door militanten van IS. Tientallen mensen werden gedood, inclusief burgers, zeiden getuigen en veiligheidsfunctionarissen.”

Er werd vooral veel afgewacht

Commandant John Hesterman van de luchtoperaties tegen IS kondigde op 5 juni een onderzoek aan, zoals gebruikelijk bij aanwijzingen van burgerslachtoffers. Een paar weken later, op 24 juni, zei Pentagon-woordvoerder Steve Warren dat een onderzoek was begonnen, nadat eerdere aanwijzingen „geloofwaardig”, waren gebleken.

Als men in de junidagen van 2015 stevige aanwijzingen had dat het beleid van Nederland – geen burgerslachtoffers, in elk geval zo min mogelijk – in Hawija op een fiasco was uitgelopen, wilde men dat dan wel weten? Voor wie de brief van Bijleveld leest, lijkt het antwoord nee.

In de maanden en jaren na die junimaand 2015, werd vooral veel afgewacht in Den Haag: op nadere rapporten van het Amerikaans opperbevel, op eigen onderzoeken, eerst van Defensie, later van het Openbaar Ministerie. Niemand uit het kabinet toonde indringende belangstelling. Hennis niet als eerst verantwoordelijke minister. Premier Mark Rutte niet als coördinator van het regeringsbeleid; hij werd slechts summier geïnformeerd.

En Bert Koenders als minister van Buitenlandse Zaken (PvdA) en eerste ondertekenaar van brieven over de voortgang van de F-16-missie tegen IS, evenmin. Informatie van het Rode Kruis aan de Nederlandse ambassade in Bagdad over burgerdoden in onder meer Hawija, is geen aanleiding voor een actievere houding van ‘BuZa’.

De patronen die minister Bijleveld maandagavond schetst, herinneren enigszins aan een ander drama met honderd keer zoveel burgerdoden, de val van Srebrenica in 1995. De parlementaire enquête-commissie die het Srebrenica-drama met 7.000 slachtoffers onderzocht, sprak in 2002 over „onwil” van ambtenaren en militairen om actief op zoek te gaan naar onwelkome informatie die haaks stond op heersende veronderstellingen. Toenmalig NIOD-directeur Hans Blom had het over „het gebrek aan goede wil om uit eigen initiatief te zorgen dat de minister zo goed mogelijk werd geïnformeerd”.

Zeventien jaar later zijn er opnieuw aanwijzingen voor zo’n gebrek aan wil – nu ook van politici – om onwelkome informatie op de agenda te krijgen. Als mogelijke verklaring spelen ten minste drie fenomenen een rol: de onvolledigheid en dubbelzinnigheid van de informatie die juni 2015 voorhanden was, de manier waarop informatiestromen functioneren, en de fase van de oorlog tegen IS in 2015.

Daags na de aanval op Hawija zei de Amerikaanse commandant John Hesterman tijdens een persconferentie dat er „geen bewijzen” waren van burgerslachtoffers, wel aanwijzingen. Zijn staf beschikte wel over (lucht-)beelden van ingestorte en weggevaagde huizen en gebouwen. Het bergen van lichamen in de puinhopen, het identificeren van slachtoffers, het onderscheiden van IS-strijders (vrijwel altijd in burger) en ‘non-combattanten’, het was allemaal onmogelijk.

Lees ook: het interview met minister Bijleveld: ‘burgerslachtoffers calculeren we niet in, zo opereren we niet’

Verder was in die in juni-dagen vooral tevredenheid over het uitschakelen van de bommenfabriek van IS. Een belangrijk militair doelwit, vlak bij de frontlijn richting de stad Kirkuk, was ermee uitgeschakeld. De berichten in Irak daarover waren „positief”, schrijft Bijleveld in haar brief.

Slecht nieuws is onwelkom

Voor ambtenaren zijn voorlopigheden en dubbelzinnigheden aanleiding om ‘nader onderzoek’ af te wachten. „Onrijpheid” van informatie, noemt oud-minister Ed van Thijn dat in zijn boek De Informatie-paradox (2004). Hij somt daarin maar liefst dertig „dwingende, legitieme redenen” voor ambtenaren om „de minister (nog) niet te informeren”.

Behalve onrijp geachte informatie gaat het om zaken als ‘gedoebeperking’, ‘onwelkome boodschap’, ‘slecht nieuws schaadt de eigen organisatie’, ‘collegialiteit’ (geen ‘matennaaien”) , ‘informatie is te vertrouwelijk voor derden’, en ‘strijdigheid met het belang van de staat’.

Veel van dit alles kan een rol hebben gespeeld in de Hawija-casus. De eerste drie hebben te maken met het slechte nieuws over de vele burgerslachtoffers waarop niemand zat te wachten.

De collegialiteit speelt vooral in situaties waarbij meerdere departementen zijn betrokken en men elkaar tegenkomt in interdepartementale werkgroepen, zoals de Stuurgroep Missies en Operaties. De laatste twee factoren hebben te maken met de geclassificeerde informatie. Verspreiding van die informatie kan uitlekken en de vijand in de kaart spelen.

De fase van de oorlog tegen IS, anno 2015, stimuleerde evenmin het actief informeren naar een mogelijk bloedbad door een Nederlandse bom. Die oorlog kwam dichtbij door een reeks terreuraanslagen. Bijleveld refereert eraan in haar nieuwste brief. In zo’ n situatie worden burgerdoden anders gewogen dan nu.

Het oersterke geloof in hightech-bommen, speelde daarbij ook een rol. In een Kamerdebat, eind juni 2015, zei toenmalig minister Hennis: „Het is zo precies. Het is niet zo dat je gelijk een complete wijk of regio platlegt. Dat komt door die smart weapons waarover ik net sprak.” In augustus 2015 had de coalitie na 5.000 bombardementen twee burgerdoden toegegeven.

Ook bij de media, steeds bepalender voor de ambtelijk-politieke agenda in Den Haag, was er geen grote aandacht voor het onderwerp burgerdoden. De aanval op Hawija werd in Nederlandse media niet gemeld, stelt Bijleveld vast. Burgerdoden werden voor journalisten pas later in de oorlog tegen IS een groot issue.

Later deze week buigt de Tweede Kamer zich opnieuw over ‘Hawija’. Hoeveel begrip Kamerleden willen opbrengen voor de historische context en ambtelijke gedragingen van destijds, zal dan blijken.

Tijdens een eerder debat over Hawija wees de minister naar andere ministeries, die waarschijnlijk ook van de zaak geweten hadden. Beeld ANP

Bijleveld komt terug op eerdere beweringen over ‘Hawija’

Trouw 25.11.2019 Het was nooit duidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen, zegt Defensie nu over het bombardement in Irak.

Defensieminister Ank Bijleveld moet de klappen opvangen rond de vraag welke bewindspersonen in juni 2015 wisten van burgerdoden bij een bombardement in het Irakese Hawija. Het Kamerdebat hierover vindt vermoedelijk woensdag plaats.

De minister stuurde maandagavond een uitgebreide brief naar de Kamer. Daarin probeert ze een antwoord te geven op vragen rond haar bewering van drie weken geleden dat het ‘aannemelijk’ was dat andere betrokken ministeries destijds door Defensie op de hoogte waren gesteld.

Die maand loog toenmalig defensieminister Jeanine Hennis tot tweemaal toe tegen de Kamer over een Nederlandse rol bij burgerdoden, door iedere betrokkenheid te ontkennen. Door de formulering van Bijleveld rees de vraag wat premier Mark Rutte al die tijd wist.

Bijleveld schrijft nu dat het nooit duidelijk is geweest hoeveel burgerdoden er precies in Hawija zijn gevallen. In de bewuste nacht van 2 op 3 juni konden de Nederlandse gevechtspiloten niet vaststellen wat de precieze gevolgen waren toen hun aanval op een bommenfabriek in het gebied van Islamitische Staat tot een veel grotere ontploffing leidde dan verwacht. Ook een eerste Nederlands onderzoek bracht op 9 juni geen helderheid, evenmin als een eerste Amerikaans onderzoek van 15 juni.

Omdat het allemaal niet precies duidelijk was, is er op 4 juni in een overleg tussen hoge ambtenaren van verschillende ministeries niet gesproken over aantallen burgerdoden. Wel meldde Defensie dat er meer schade was dan verwacht en dat de mogelijkheid van burgerdoden onderzocht werd.

Vergaloppeerd

Na het overleg bracht een ambtenaar van buitenlandse zaken minister Bert Koenders schriftelijk op de hoogte. Premier Mark Rutte kreeg nog niets te horen, want zijn vertegenwoordiger was die dag niet bij het overleg.

Hennis heeft ergens in juni wel aan Koenders, en naar zij zich herinnert vermoedelijk ook aan Rutte, over mogelijke burgerdoden verteld. Haar toon was ‘niet alarmistisch’, en Koenders en Rutte herinneren zich de gesprekken niet meer.

Als de nieuwe uitleg klopt, heeft Bijleveld zich in het vorige debat over Hawija vergaloppeerd. Toen zei ze dat aan Hennis op 9 juni is verteld dat er ‘veel meer nevenschade’ was dan verwacht, en ‘dat er waarschijnlijk ook veel burgerslachtoffers bij waren gevallen’.

In de brief van maandag betoogt Bijleveld juist dat nooit duidelijk is geworden hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen, omdat Nederland en de VS dit niet ter plaatse konden controleren.

Een ander open einde is de boodschap van Defensie tijdens het overleg met andere departementen op 4 juni. Daarin werd volgens de brief van maandag summier verteld dat na het bombardement springstof in de fabriek tot ontploffing kwam, en dat in Irakese media ‘de mogelijkheid van eventuele burgerslachtoffers werd genoemd’.

Defensie had destijds echter ook informatie uit eigen hand, zo valt op een andere pagina te lezen. Al tijdens de aanval ‘was het voor de vliegers duidelijk dat de secundaire explosies veel groter waren dan verwacht en dat sprake was van aanzienlijke schade aan diverse gebouwen’.

De nieuwe lezing maakt het verklaarbaar dat Rutte zich niets meer kan herinneren van mogelijke burgerdoden, maar brengt Bijleveld juist in de problemen. Als zij drie weken geleden in de Kamer een ander beeld schetste dan nu uit haar brief naar voren komt, is de vraag wanneer de Kamer haar nog moet geloven.

Loodzwaar debat

De minister wacht dan ook een loodzwaar debat. Drie weken geleden raakte ze tijdens het eerste debat over Hawija al politiek beschadigd. Vrijwel de gehele oppositie steunde toen een motie van wantrouwen tegen de minister.

Ook is Bijleveld politiek verantwoordelijk voor het feit dat de informatie die Defensie op 4 juni met andere ministeries deelde, een veel vager beeld geeft van de gebeurtenissen rond Hawija dan dat men blijkens de meldingen van de eigen piloten vermoedde. Bijleveld zal de Kamer nu moeten overtuigen dat zij de juiste persoon is om deze informatievoorziening in de toekomst te verbeteren.

Daarbij zal vermoedelijk ook een nieuw onderzoek naar Hawija discussiepunt worden. Want naar nu blijkt is er tot en met 2016 wel onderzoek gedaan door de Amerikaanse krijgsmacht, maar heeft dat alleen voorlopige bevindingen opgeleverd. “Recente navraag leert dat er inderdaad nooit een finaal rapport, oftewel Closure Report, is opgemaakt.”

Lees ook: De feiten over Hawija zijn nog steeds niet boven water

De minister van defensie en verschillende ministeries zijn druk op zoek naar documenten over het bombardement in Hawija, Irak. De Tweede Kamer raakt geïrriteerd. ‘Bizar hoeveel tijd ze hiervoor nodig hebben, deze zaak stinkt.’

Waarom de gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Meer over; Ank Bijleveld Hawija politiek Defensie Mark Rutte Kamer Marno de Boer

Minister Ank Bijleveld (Defensie) en kolonel-vlieger Peter Tankink (directie Operaties) tijdens een persconferentie over een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015. Beeld ANP

Defensie sloeg nooit groot alarm over luchtaanval op Hawija

VK 25.11.2019 Het ministerie van Defensie sloeg nooit groot alarm, ook niet intern, over de gevolgen van de luchtaanval op Hawija in juni 2015. Het informeerde andere betrokken ministeries langs de gebruikelijke ambtelijke kanalen, maar in algemene bewoordingen.

Toenmalig minister Jeanine Hennis herinnert zich dat ze ‘vermoedelijk’ premier Mark Rutte mondeling heeft ingelicht in juni 2015, ook op een ‘niet alarmerende toon’.

Rutte ‘heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden’. Dat blijkt uit een brief die minister van Defensie Ank Bijleveld maandagavond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, mede namens de premier en de ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Justitie.

Naar de brief werd met spanning uitgekeken, vooral toen premier Rutte en de twee PvdA-ministers van Buitenlandse Zaken van destijds, Bert Koenders en Lilianne Ploumen, verklaarden zich niet te herinneren over het voorval ingelicht te zijn.

De brief bevat tussen de regels door wel een verklaring voor het formeel delen van informatie met andere ministeries, wat keurig gebeurd is (al was Algemene Zaken niet aanwezig bij de eerste briefing hierover op 4 juni 2015) en het feit dat er niemand op aansloeg.

Daarbij helpt een cruciaal zinnetje in Bijlevelds brief, dat verschillende keren terugkeert: ‘Aantallen mogelijke burgerslachtoffers zijn daarbij niet genoemd, aangezien deze niet konden worden vastgesteld.’

De verklaring zit dus in het verschil tussen enerzijds de alarmerende open rapportages in buitenlandse media (Nederlandse media schreven niet over Hawija) en door ngo’s over grote, maar sterk wisselende en onbevestigde aantallen doden; en anderzijds ‘ambtelijk aanvaarde, want bevestigde doden’.

Vertrouwelijke lijst

Wat betreft de eerste categorie waren er direct nieuwsberichten van Reuters, Al Jazeera en uit de Iraakse pers. In augustus 2015 gaf het Internationale Rode Kruis aan Buitenlandse Zaken een vertrouwelijke lijst van onbevestigde gevallen van burgerslachtoffers, waaronder een aanval op Hawija op 4 juni, waarbij naar verluidt 170 burgers waren gedood en honderden anderen verwond.

‘Het was niet duidelijk of dezelfde aanval werd bedoeld als Nederlandse wapeninzet in Hawija in de nacht van 2 op 3 juni’, meldt de brief. Een rapport van de ngo Airwars uit die tijd gaf aan dat dat naar verluidt 70 burgers waren gedood, ‘maar maakt ook melding van berichtgeving die sprak over 150 burgerslachtoffers’.

Officieel echter was er geen duidelijkheid over aantallen doden – en die zou ook, tot de dag van vandaag, nooit komen. Er was het bericht van 15 juni 2015 van het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-coalitie, Centcom, dat het ‘geloofwaardig’ achtte dat er burgerslachtoffers waren gevallen, maar dat niet kon verifiëren of falsifiëren. In een later rapport noemde Centcom het ‘waarschijnlijk’ dat er burgerdoden waren gevallen. Een uiteindelijk rapport is er nooit gekomen.

Doordat in de officiële communicatie van Defensie – klaarblijkelijk ook tussen de departementen – de voorzichtige lijn werd gehandhaafd dat er ‘mogelijk’ of ‘waarschijnlijk’ burgerdoden waren gevallen, zonder context te geven over de onbevestigde berichten dat het ging om tientallen burgerdoden, konden de gevolgen van de luchtaanval op Hawija jarenlang onder de radar blijven.

Onderwijl werden alle betrokken partijen formeel wel op de hoogte gesteld en kon het OM ook onderzoek doen en concluderen dat er geen aanleiding was tot vervolgonderzoek. Ambtelijk klopte alles dus wellicht, maar deze week zal de Tweede Kamer zich in een debat uitspreken over de vraag of ze vindt dat politiek ook alles klopt.

Meer over; Hawija politiek Mark Rutte Tweede Kamer Arnout Brouwers

De Speld: Bijleveld neemt verantwoordelijkheid maar ‘het was wel al een rotzooitje’

Minister informeert Tweede Kamer over gang van zaken rond Hawija

RO 25.11.2019 Minister Ank Bijleveld heeft de Tweede Kamer vandaag geïnformeerd over hoe de informatie over de wapeninzet in Hawija met de verschillende ministeries is gedeeld. De minister schrijft verder namens de minister-president en de betrokken ministers hoe Defensie in de toekomst transparanter kan zijn over de gevolgen van de Nederlandse inzet en wat kan worden gedaan met de afhandeling van eventuele schade.

Daarnaast heeft de minister van Defensie antwoorden op Kamervragen van de Tweede Kamerleden Diks (GroenLinks) en Karabulut (SP) naar de Kamer gestuurd.

De Tweede kamer heeft aangegeven snel na het ontvangen van de brief een debat te willen met de minister-president en minister van Defensie Bijleveld.

Kamerstukken;

Kamerbrief met antwoorden op nadere vragen over de wapeninzet in Hawija

Kamerstuk: Kamerbrief | 25-11-2019

Beantwoording Kamervragen over een passage uit het boek Missie F-16 over mogelijke burgerslachtoffers in Irak

Kamerstuk: Kamervragen | 25-11-2019

Beantwoording Kamervragen over een luchtaanval op Mosul in Irak

Kamerstuk: Kamervragen | 25-11-2019

Zie ook;

Oud-minister Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over luchtaanval Irak

NU 25.11.2019 Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis herinnert zich dat ze in 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling heeft geïnformeerd over het bombardement in Hawija. Ook toenmalig minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zou volgens haar zijn ingelicht.

Dat staat in een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld van Defensie. Rutte en Koenders kunnen zich het gesprek niet herinneren, staat ook in de brief.

De minister-president heeft “geen herinnering heeft aan een dergelijk gesprek’, maar “sluit ook niet uit dat dit gesprek heeft plaatsgevonden”.

Volgens Hennis heeft ze geen aantallen genoemd toen ze over het aantal burgerslachtoffers sprak. Ook zou “de toon van de boodschap niet alarmerend” zijn geweest.

Ze zou feitelijk hebben verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F-16’s sprake was van secundaire explosies en dat onderzocht moest worden of er ook burgerdoden waren gevallen.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, onder wie een groot aantal burgerslachtoffers.

Premier Rutte zei begin november ook al dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 is geïnformeerd over de Nederlandse luchtaanval waarbij burgers om het leven kwamen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Bijleveld over de luchtaanval. Mogelijk is Rutte daar ook bij aanwezig.

Lees meer over: Politiek

Hawija na het bombardement NOS

Hennis informeerde Rutte ‘vermoedelijk’ over burgerdoden, geen aantallen genoemd

NOS 25.11.2019 Oud-minister Hennis van Defensie zegt dat ze in 2015 haar collega Koenders van Buitenlandse Zaken mondeling heeft geïnformeerd over mogelijke burgerdoden in Irak, en vermoedelijk ook premier Rutte. Ze heeft daarbij geen aantallen slachtoffers genoemd, staat in een brief van minister Bijleveld van Defensie aan de Tweede Kamer.

Zowel Koenders als Rutte zegt zich niets te kunnen herinneren van dat gesprek. Maar Rutte sluit niet uit dat het toch heeft plaatsgevonden. Volgens Hennis was haar boodschap “niet alarmerend van toon”. Ze heeft feitelijk verteld dat er bij de aanval van Nederlandse F16’s op een bommenfabriek in Hawija sprake was van secundaire explosies, en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen.

Bij de aanval, op 3 juni 2015, hebben zo’n 70 onschuldige burgers het leven verloren. Die getallen gingen al snel na het bombardement rond, maar volgens Bijleveld was er in die eerste tijd nog heel veel onduidelijk en moest nader onderzoek duidelijkheid brengen.

Wie wist wat, op welk moment

Deze week, vermoedelijk woensdag, debatteert de Tweede Kamer opnieuw over de gang van zaken rond het bombardement en de burgerdoden. De Kamer wil precies weten wie er op welk moment op de hoogte was dat er mogelijk burgerdoden waren gevallen. De Kamer werd daarover officieel pas vorige maand, ruim vier jaar na dato, op de hoogte gebracht. Dat gebeurde na publicaties van de NOS en NRC Handelsblad.

In de brief die Bijleveld vanavond naar de Kamer stuurde staat dat een groep ambtenaren van verschillende ministeries al op 4 juni, een dag na de aanval, over de actie heeft gesproken. Daarbij is ook gemeld dat er in de Iraakse pers de mogelijkheid van burgerdoden werd gemeld. Het ministerie van Algemene Zaken was bij die bespreking niet aanwezig, maar heeft er achteraf wel kennis van kunnen nemen via de besluitenlijst.

Toch zei toenmalig minister Hennis eind juni 2015 tot twee keer toe tegen de Kamer dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen. Omdat de Kamer dus onjuist geïnformeerd was, kreeg huidig minister Bijleveld begin deze maand een motie van wantrouwen gepresenteerd door GroenLinks. Die motie werd gesteund door bijna de hele oppositie.

Eerder vertrouwelijk informeren

Bijleveld zal met terugwerkende kracht een overzicht geven van alle Nederlandse acties in Irak tussen 2014 en 2018. Dan gaat het om het aantal missies, de locaties, wat voor doel er was en welke wapens zijn gebruikt.

Om in de toekomst onduidelijkheid te voorkomen, wil de minister voortaan de Kamer zo snel mogelijk vertrouwelijk informeren over mogelijke burgerslachtoffers die door Nederlandse wapens zijn veroorzaakt.

Bekijk ook;

Rutte ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over Irak

Telegraaf 25.11.2019 Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft in juni 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling op de hoogte gesteld van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak en daarbij gezegd dat nader onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

“De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden”, schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Hennis is wel zeker toenmalig minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) op de hoogte te hebben gesteld. Volgens Hennis was “de toon van de boodschap niet alarmerend” en zijn er geen aantallen burgerdoden genoemd. Koenders heeft ook geen herinnering aan een dergelijk gesprek.

Onjuist geïnformeerd

Bij de luchtaanval vielen veel doden maar het exacte aantal is niet vast te stellen, aldus Bijleveld. Het zou om vele tientallen doden gaan waaronder burgers. Een dag de aanval repten internationale media over zeventig doden.

Hennis informeerde enkele weken later de Kamer onjuist over de kwestie door te melden dat er geen doden waren door Nederlandse acties in Irak. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd. Bijleveld hoorde dat pas begin deze maand.

In debat

Ze liet de Kamer weten dat het “aannemelijk” was dat meer bewindslieden in 2015 op de hoogte waren gesteld onder wie de premier. Daar wilde de Kamer toen het naadje van de kous van weten. Tijdens een debat over de kwestie zegde bijna de hele oppositie het vertrouwen in Bijleveld op.

De Kamer gaat zoals het zich nu laat aanzien woensdag 27.11.2019 in debat met Rutte en Bijleveld over de zaak.

Premier Rutte en toenmalig minister Hennis tijdens een persconferentie in 2017. Ⓒ ANP

’Rutte, Koenders en Van der Steur wisten van mogelijke burgerdoden’

Telegraaf 25.11.2019 Niet alleen toenmalig defensieminister Hennis, maar ook haar collega’s van destijds, Koenders (Buitenlandse Zaken) en Van der Steur (Justitie), waren ervan op de hoogte dat er bij een Nederlandse luchtaanval in Irak mogelijk burgerdoden waren gevallen. Ook premier Rutte wist ervan.

Rutte en Koenders zijn zelfs door Hennis, zo herinnert zij zich, ook mondeling geïnformeerd over de luchtaanval van 3 op 4 juni 2015, waarbij een Nederlandse F-16 een fabriekje onder vuur nam waar IS autobommen produceerde.

Hoewel de toon van Hennis ’niet alarmerend’ zou zijn geweest, vertelde ze hen wel van ’secundaire explosies’ in het fabriekje en dat nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden waren gevallen. Zowel Koenders als Rutte zegt zich daar niks van te kunnen herinneren.

Een en ander blijkt uit nieuwe informatie die minister Bijleveld (Defensie) maandag in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met het noemen van de premier en de andere ministers als ’medeweters’ bracht de CDA-bewindsvrouw zichzelf tijdens het debat van twee weken geleden in het nauw. Deze week moet zij andermaal verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer, nu waarschijnlijk samen met de premier.

Herexamen Bijleveld

Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet duidelijk hoeveel burgerslachtoffers er in 2015 in Irak door Nederlandse bommen zijn gevallen. En waarom tegenover de Kamer is ontkend dat er überhaupt burgers waren gedood door Nederlands toedoen, blijft nog even vaag.

Minister Ank Bijleveld bracht zichzelf in het nauw

Minister Ank Bijleveld (Defensie) moet het deze week allemaal toelichten als ze voor een herexamen naar de Tweede Kamer moet. Al komt ze beter beslagen ten ijs dan twee weken geleden, toen ze een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. Dat kwam onder meer doordat ze onduidelijk was over wat de andere ministers wisten die betrokken waren bij de militaire operatie tegen Islamitische Staat.

Bekijk ook:

’Toon Bijleveld was niet goed’ 

Ambtelijke stuurgroep

Nu blijkt dat behalve de toenmalige minister van Defensie ook de minister van Veiligheid en Justitie (Van der Steur) en Koenders (Buitenlandse Zaken) waren geïnformeerd. Ook premier Rutte had ’kennis kunnen nemen’ van het verslag van een ambtelijke stuurgroep die een dag na de aanslag bijeenkwam.

De club hoge ambtenaren stelde vast dat bij een door Nederland uitgevoerde aanval van de coalitie op een IS-autobommenfabriek in de buurt van Kirkuk ’secundaire ontploffingen’ waren geweest en dat er daardoor mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Toenmalig defensieminister Hennis herinnert zich dat ze dit ook persoonlijk heeft meegedeeld aan Koenders en premier Rutte. De twee heren herinneren zich er niets van.

Nog altijd is onduidelijk hoeveel burgerdoden er zijn gevallen bij de luchtaanval die Nederlandse F-16’s in de nacht van 2 op 3 juni 2015 uitvoerden in Hawija. „De uren en dagen na deze wapeninzet waren met veel onzekerheden omgeven.”

Geen verkeerde afwegingen

Ondanks de duisternis was het de jachtvliegers al duidelijk dat de explosies groter waren dan verwacht. Even later konden onderzoekers van het Amerikaanse legeronderdeel Centcom dat ook vaststellen, net als dat het aannemelijk was dat er burgers om het leven waren gekomen.

Van fouten in het uitkiezen van het doel was geen sprake, van verkeerde operationele afwegingen evenmin, concludeerden de Amerikanen, een conclusie die Defensie een jaar later ook trok. Maar waar in ambtelijk overleg werd verwezen naar een finaal oordeel, bleef dat van de Amerikanen uit, aangezien het finale rapport over de aanval nooit is verschenen.

’Ongeloofwaardig’

„De antwoorden van het kabinet zijn onthutsend en ongeloofwaardig”, reageert GroenLinks-leider Jesse Klaver. „Het is moeilijk te geloven dat de premier zich niets herinnert van een gesprek over burgerdoden door toedoen van het Nederlandse leger.” Het was GroenLinks dat bij het vorige debat de motie van wantrouwen tegen Bijleveld indiende.

Bekijk ook:

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Bekijk ook:

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk meer van; defensie Hennis de Kamer Bert Koenders Ank Bijleveld Mark Rutte Ard van der Steur Tweede Kamer der Staten-Generaal

Bijleveld: toenmalig Defensieminister Hennis ‘vermoedt’ Rutte ingelicht te hebben

AD 25.11.2019 Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis heeft minister-president Mark Rutte in juni 2015 ‘vermoedelijk’ mondeling ingelicht nadat zij had gehoord over een Nederlands bombardement in Irak waarbij waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Dat deed ze in elk geval bij Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken. Ze noemde geen dodental. In Hawija kwamen waarschijnlijk zo’n zeventig burgers om het leven.

Minister Ank Bijleveld van Defensie schrijft vanavond in een langverwachte brief aan de Tweede Kamer dat Hennis zich deze gang van zaken zo herinnert. De gesprekken zouden niet op alarmerende toon zijn gevoerd, maar ze zou ‘feitelijk melding’ hebben gemaakt van een tweede explosie na het bombardement van een Nederlandse F-16. ‘Nader onderzoek moest vaststellen of er burgerdoden zouden zijn gevallen’, schrijft Bijleveld.

Lees ook;

 

Lees meer

Lees meer

Geen herinnering

Rutte zei eerder deze maand al geen herinnering te hebben dat hij snel na de luchtaanval in 2015 werd ingelicht. Dat herhaalt Bijleveld ook: ,,De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken stelt bij navraag geen herinnering te hebben aan een dergelijk gesprek.”

Koenders werd op 1 juli 2015 door één van zijn topambtenaren nogmaals geïnformeerd over de ‘collatoral damage’ door een Nederlandse F-16 in Irak. Ook begin juni 2015 en mei 2016 zou de PvdA-bewindsman tot drie keer toe zijn geïnformeerd over de kwestie. Zijn partij, de PvdA, steunde begin november een motie van wantrouwen tegen minister Bijleveld.

Ambtelijk overleg

Ook de ambtenaren van de meest betrokken ministeries (Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Defensie, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken) werden op 4 juni 2015 tijdens een regulier overleg ingelicht. Daarin werd ook melding gemaakt van mogelijke burgerslachtoffers. Maar, schrijft Bijleveld, bij dat overleg was het ministerie van Rutte, Algemene Zaken, niet aanwezig.

Zijn ambtenaren konden wel in de besluitenlijst lezen wat er was besproken, aldus Bijleveld, maar daarin stond enkel: Daarin stond enkel dat het ministerie van Defensie meldde dat met een aanval van Nederlandse F-16’s bommenfabriek was vernietigd – niets over burgerdoden.

Bijleveld stelt dat het ‘tot de dag van vandaag’ niet duidelijk is hoeveel slachtoffers er vielen.

Geloofwaardig

Uit het eerste Amerikaanse onderzoek naar het misgelopen bombardement bleek dat het credible (geloofwaardig) was dat er burgerslachtoffers zouden zijn gevallen in de nacht van 2 op 3 juni 2015, maar niet hoeveel doden er waren gevallen.

Het aanvullende onderzoek kreeg defensie op 22 januari 2016 binnen. Daaruit bleek dat het bombardement volgens de regels was verlopen, maar dat het wel probable (aannemelijk) was dat bij de door Nederland uitgevoerde aanval burgerdoden te betreuren vielen.

Daarmee beschouwden de Amerikanen het onderzoek ‘gesloten’. Een zogeheten closure report, waarvan Elsevier schreef dat het ministerie het niet kon vinden, werd door de Amerikanen nooit opgemaakt, zo ‘leert recente navraag’, aldus Bijleveld.

Rutte ‘vermoedelijk’ geïnformeerd over Irak

MSN 25.11.2019 Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft in juni 2015 “vermoedelijk” premier Mark Rutte mondeling op de hoogte gesteld van de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak en daarbij gezegd dat nader onderzoek nodig was om vast te stellen of er burgerslachtoffers waren gevallen.

“De minister-president heeft geen herinnering aan een dergelijk gesprek, maar sluit ook niet uit dat dit heeft plaatsgevonden”, schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie) aan de Tweede Kamer.

Hennis is wel zeker toenmalig minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) op de hoogte te hebben gesteld. Volgens Hennis was “de toon van de boodschap niet alarmerend” en zijn er geen aantallen burgerdoden genoemd. Koenders heeft ook geen herinnering aan een dergelijk gesprek.

Onjuist geïnformeerd

Bij de luchtaanval vielen veel doden maar het exacte aantal is niet vast te stellen, aldus Bijleveld. Het zou om vele tientallen doden gaan waaronder burgers. Een dag de aanval repten internationale media over zeventig doden.

Hennis informeerde enkele weken later de Kamer onjuist over de kwestie door te melden dat er geen doden waren door Nederlandse acties in Irak. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd. Bijleveld hoorde dat pas begin deze maand.

In debat

Ze liet de Kamer weten dat het “aannemelijk” was dat meer bewindslieden in 2015 op de hoogte waren gesteld onder wie de premier. Daar wilde de Kamer toen het naadje van de kous van weten. Tijdens een debat over de kwestie zegde bijna de hele oppositie het vertrouwen in Bijleveld op.

De Kamer gaat zoals het zich nu laat aanzien woensdag 27.11.2019 in debat met Rutte en Bijleveld over de zaak.

 

Alaa met zijn zoontje Abdulmalek NOS

Alaas zoontje werd blind door Nederlandse aanval, maar hij koestert geen wrok

NOS 24.11.2019 Ze waren in Hawija wel gewend aan bombardementen. Maar die van 3 juni 2015 veranderde het leven van de Iraakse Alaa Qader en zijn gezin volledig. Zijn zoontje raakte halfblind, zijn vrouw gewond, hun huis en winkel werden verwoest.

Na een vluchtroute via Turkije en Griekenland kwamen Alaa en zijn vijf kinderen in Nederland terecht. Hier hoorde hij vorige maand wie er achter het bombardement in zijn voormalige woonplaats Hawija zat: een Nederlandse F-16. Die viel op de bewuste junidag in 2015 een autobommenfabriek van IS aan, waarbij zeker zeventig doden vielen.

“Dat was een grote verrassing voor mij”, zegt Alaa over de Nederlandse betrokkenheid. Bij de luchtaanval in Hawija raakte zijn vrouw gewond aan haar rug door een granaatscherf. Zijn destijds 5-jarige zoontje, dat door de knal onder een omgevallen deur terecht was gekomen, raakte blind aan zijn rechteroog. “Zijn oog bloedde. Volgens de dokter is zijn pupil verdwenen door een stuk metaal dat erin was gekomen.”

Het bombardement voelde als een soort aardbeving, vertelt Alaa:

‘Dieven zullen het geld voor wederopbouw in hun eigen zak steken’

Ondanks dat Alaa en zijn gezin nog altijd kampen met de gevolgen van het bombardement nemen ze de Nederlandse overheid weinig kwalijk. “Het probleem ligt niet bij Nederland, de Nederlandse regering of de Nederlandse vliegtuigen”, zegt hij. “De schuld ligt bij IS. Zij hebben ons gebied bezet.”

Wel vindt Alaa het lastig te verkroppen dat de Nederlandse aanval zo veel impact heeft gehad op het leven van hem en zijn familie. “Door het bombardement is onze toekomst verpest. We zijn ons land verloren, ons huis, onze winkel.” Voor de luchtaanval had Alaa een zaak voor vrouwen- en kinderkleding. “Ik had veel werk. De situatie was goed.”

Alaa en zijn gezin woonden op zo’n 1 tot 1,5 kilometer afstand van de gebombardeerde IS-fabriek. Toch stortte ook hun huis in:

1/3 NOS

2/3 NOS

3/3 NOS

Inmiddels heeft Alaa ook hier een baan gevonden, als postbode in zijn woonplaats Zoetermeer. “Daar ben ik heel blij mee”, zegt hij. Ook zijn zoon Abdulmalek, inmiddels 9 jaar, heeft het naar zijn zin in Nederland. “Ik voel me hier veiliger dan daar. En het gaat goed op school.”

Wie wist wat?

Bij het bombardement op de IS-bommenfabriek in Hawija, uitgevoerd door een Nederlandse F-16, vielen zeker zeventig burgerdoden. Wat het kabinet daar toen van wist, blijft onduidelijk. Die vraag ligt op tafel sinds de NOS en NRC het nieuws over de luchtaanval vorige maand naar buiten brachten.

Volgens minister Bijleveld van Defensie heeft haar voorganger Hennis de Tweede Kamer tot twee keer toe verkeerd geïnformeerd over de zaak. Hennis zei dat Nederland niet betrokken was bij bombardementen waarbij burgerdoden zijn gevallen, terwijl ze op dat moment al zou weten dat dat niet waar was. Premier Rutte kan zich naar eigen zeggen niet herinneren of hij al in 2015 van die slachtoffers wist.

Bijleveld is de kwestie nu aan het uitzoeken. Eigenlijk zou ze afgelopen week met meer informatie komen, maar woensdag werd duidelijk dat het kabinet daar meer tijd voor nodig heeft. Waarschijnlijk wordt er begin deze week meer bekend.

Bekijk ook;

Bijleveld is nog lang niet uit de problemen

RTL 23.11.2019 Het was deze week betrekkelijk rustig rond CDA-minister Ank Bijleveld van Defensie, een uitstelbriefje over wie wat wist van het bombardement in Syrië daargelaten. Maar het is stilte voor de storm; volgende week zal de CDA-minister toch echt duidelijk moeten maken wie allemaal wist van de 74 doden, onder wie heel veel onschuldige burgers, en daarover heeft gezwegen.

Het is zo’n levensgevaarlijk dossier dat een bewindspersoon opeens in grote problemen kan brengen. Drie weken geleden was er nog weinig aan de hand. Bijleveld was weliswaar politiek verantwoordelijk voor de bombardementen met de tragische afloop.

Maar het was gebeurd onder haar voorgangster Jeanine Hennis, die – dat stond inmiddels vast – de Tweede Kamer had voorgelogen. De algemene verwachting was dat Bijleveld het debat wel zou overleven, ook al dreigden sommige fracties met een motie van wantrouwen.

“Gedurende het debat ontstond er steeds meer ergernis toen Bijleveld al te nadrukkelijk haar voorgangster begon zwart te maken.”

Bijleveld is een vakvrouw met een grote dosis kennis en ervaring. Haar indrukwekkende cv (12 jaar Kamerlidmaatschap, bijna 7 jaar burgemeester, 3 jaar staatssecretaris, 6 jaar Commissaris van de Koning en sinds 2017 minister) staat bol van politieke en bestuurlijke vaardigheden.

Ze staat erom bekend lastige dossiers aan te kunnen. Zo was zij als staatssecretaris verantwoordelijk voor de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen. Bijleveld is veruit de meest ervaren bewindspersoon van het CDA. Ook het Iraakse drama zou zij, zo was de verwachting, in rustiger vaarwater kunnen brengen.

Dat ging haar aanvankelijk goed af. Bijleveld erkende haar politieke verantwoordelijkheid, bood haar excuses aan en de Kamer aanvaardde dat welwillend. Maar gedurende het debat ontstond er steeds meer ergernis toen Bijleveld al te nadrukkelijk haar voorgangster, die zich niet kon verweren, begon zwart te maken. Het was Hennis die de Kamer onjuist had geïnformeerd, niet zij. Bijleveld verloor zichtbaar de controle over het debat; spanning en nervositeit waren van haar gezicht te lezen.

De Kamer trok de touwtjes steeds strakker aan: wanneer wist Bijleveld van het bombardement?

Bij haar aantreden, twee jaar geleden? Waarom had ze zolang gezwegen, waarom kwam ze pas naar buiten na publicaties van NOS en NRC? En waarom zei ze, volkomen onverwacht, dat in 2015 de ministeries van Algemene Zaken (Rutte), Buitenlandse Zaken (Koenders), Ontwikkelingssamenwerking (Ploumen), en Veiligheid en Justitie (Van der Steur) ook op de hoogte waren? De betrokken bewindspersonen kunnen zich er niets van herinneren.

“Nu is Bijleveld aangeschoten wild, wordt zij niet meer klakkeloos op haar woord geloofd.”

Er zijn maar weinig bewindslieden die met zo’n klein verschil in stemmen de dans weten te ontspringen. Acht (!) partijen dienden die bewuste dinsdagavond de motie van wantrouwen in; de vier regeringspartijen, SGP en de eenmansfractie Van Haga hielden Bijleveld met 79 tegen 71 stemmen in het zadel. Maar voor hoelang?

Bijleveld heeft zichzelf onnodig in problemen gebracht. Was zij gebleven bij het benadrukken van haar politieke verantwoordelijkheid en haar verontschuldigingen en zou ze niet hebben geprobeerd anderen mede aansprakelijk te maken, dan was zij nog steeds een gerespecteerd bewindspersoon geweest.

Nu is Bijleveld aangeschoten wild, wordt zij niet meer klakkeloos op haar woord geloofd en wacht haar nog een heel zwaar debat, waarvan de uitkomst ongewis is.

Met haar schat aan ervaring had dat nooit mogen gebeuren.

Kabinet: Meer tijd nodig voor feiten rond burgerdoden Hawija

NU 20.11.2019 Het kabinet heeft meer tijd nodig om uit te zoeken hoe en wanneer premier Mark Rutte op de hoogte is gesteld van de Nederlandse luchtaanvallen op de Iraakse stad Hawija waarbij zeventig doden zijn gevallen.

Het kabinet zou uiterlijk deze week met een uitleg komen, maar schrijft woensdag in een brief aan de Kamer dat het “helaas niet gelukt” is.

De vertraging is volgens defensieminister Ank Bijleveld te wijten aan “een gecompliceerde ICT-structuur”.

Volgens de minister zijn er vorderingen gemaakt, maar gaat het om veel documenten die onderzocht moeten worden. Het kabinet hoopt begin volgende week de feiten op een rij te hebben

Twee weken geleden overleefde minister Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen in het debat over de burgerdoden in Hawija. Het ministerie van Defensie had de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij de luchtaanvallen in Irak.

Minister Bijleveld verwees nadrukkelijk naar haar voorganger, oud-defensieminister Jeanine Hennis, die in 2015 op de hoogte was dat er burgerslachtoffers waren gevallen hij de aanval om een IS-bommenfabriek in Hawija.

De defensieminister voegde daaraan toe dat het “aannemelijk” was dat ook premier Rutte op de hoogte was gesteld. Premier Rutte zei daags na het Kamerdebat zich niet te kunnen herinneren dat hij geïnformeerd is over de zeventig burgerdoden. “Er staat mij niets van bij”, zei de minister-president toen.

‘Feiten zijn zoek, geheugen is kwijt’

De Tweede Kamer eist nu een nieuw feitenrelaas waar duidelijk wordt gemaakt wie wanneer wat wist.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut vindt het tekenend dat het kabinet opnieuw uitstel aankondigt. “Het is zorgelijk dat de premier zijn herinneringen zo lang kwijt is”, aldus Karabulut.

De SP’er wijst erop dat de Kamer twee weken geleden al om openheid vroeg en verwijt het minister Bijleveld dat zij niet volledig is geweest. “De feiten zijn zoek en het geheugen is kwijt”, aldus de politica. “Er zijn kennelijk nog zo veel documenten die wij niet hebben gekregen, dit is alles behalve transparant.”

Kabinet heeft nog meer tijd nodig voor informatie burgerdoden Irak

NOS 20.11.2019 Het kabinet heeft opnieuw meer tijd nodig om uit te zoeken hoe het precies zit met de informatie over het Nederlandse bombardement in Irak, waarbij zeventig burgerdoden vielen. De Tweede Kamer wil van het kabinet weten wie wanneer op de hoogte was.

Het gaat daarbij vooral over de rol van premier Rutte. Die zei twee weken geleden zich niet te kunnen herinneren of hij al in 2015 op de hoogte is gesteld van burgerslachtoffers. Minister Bijleveld zei tegen de Kamer dat Defensie ten onrechte heeft gemeld dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen. Zij noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren van het incident, waaronder het departement van de premier.

Gecompliceerde ICT

Bijleveld heeft de Kamer al twee keer eerder geschreven dat er meer tijd nodig is om de kwestie goed uit te zoeken. In haar vorige brief sprak ze de verwachting uit dat het eind deze week zou worden. Mede namens de premier en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus schrijft zij nu dat het omwille van de zorgvuldigheid “begin volgende week” wordt.

Bijleveld benadrukt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken een “decentraal postennet” heeft met een gecompliceerde ICT-structuur. Ze wijst verder op de vele personeelsveranderingen op dat departement, “zeker op hard-ship posten zoals Bagdad”. Volgens haar moeten ook veel bestanden worden doorzocht.

Haagse bronnen melden dat zeven ministers al twee keer over de “informatiebrief” hebben vergaderd, maar dat ze het nog niet eens zijn.

Bekijk ook;

Debat burgerdoden Irak uitgesteld

Telegraaf 20.11.2019 Defensie heeft meer tijd nodig om antwoord te geven op Kamervragen over welke ministers wisten van de burgerdoden door een Nederlandse luchtaanval in Irak. Defensieminister Bijleveld had de Tweede Kamer beloofd eind deze week helderheid te geven.

Reden is volgens de minister dat veel informatie van Buitenlandse Zaken moet komen, en dan niet alleen van het ministerie, maar ook van de ambassade in Bagdad, dat veel verloop kende van personeel, zeker op zogeheten ’ontberingsposten’ in Irak. „Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder genoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd.”

Kamerleden willen onder meer weten of premier Rutte en de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Justitie en op de hoogte waren gebracht van de burgerdoden die waren gevallen bij de luchtaanval van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in Hawija. Defensie gaf in een feitenrelaas aan dat het ’aannemelijk’ was dat de ’meest betrokken ministeries’ waren geïnformeerd.

Bij de aanval in Hawija vielen op 3 juni 2015 zeventig doden, zowel IS-strijders als burgers. Toenmalig minister Hennis (Defensie) werd al een paar dagen later door het Amerikaanse commando op de hoogte gesteld dat er vermoedelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Desondanks meldde zij twee weken later aan de Kamer dat er geen burgerdoden in Irak waren gevallen door Nederlandse luchtacties. Daarmee was de Kamer onjuist geïnformeerd.

Al was Bijleveld de eerste die tegenover de Kamer erkende dat Nederland verantwoordelijk was voor de burgerdoden en daarmee tegemoet kwam aan de verlangde openheid, kreeg zij het twee weken geleden in het debat over het onderwerp knap lastig. Haar werd verweten dat ze niet eerder aan de bel had getrokken.

Bovendien vond de Kamer het ongeloofwaardig dat ze pas de vrijdag voorafgaand aan het debat had ontdekt dat de Kamer verkeerd was geïnformeerd. Bovendien was ze onduidelijk over wat premier Rutte precies wist. De CDA-bewindsvrouw overleefde ternauwernood een motie van wantrouwen.

Bekijk ook: 

Bijleveld opnieuw naar Kamer om leugen over burgerdoden 

Na de brief van volgende week zal de Kamer opnieuw een debat houden over de kwestie.

Bekijk meer van; defensie Ank Bijleveld Irak Tweede Kamer der Staten-Generaal

Pas volgende week duidelijkheid wie wat wist rond burgerdoden Irak

AD 20.11.2019 De brief waarin minister Ank Bijleveld van Defensie duidelijkheid moet geven wie wat wanneer wist rond de Nederlandse aanval in Irak waarbij burgerdoden vielen, wordt wederom uitgesteld. De brief gaat nu pas begin volgende week naar de Tweede Kamer.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

In een uitstelbrief stelt Bijleveld dat de ‘gecompliceerde ICT- structuur’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor vertraging zorgt. ,,Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder benoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd”, schrijft Bijleveld aan de Kamer.

Ook stelt ze dat er al ‘goede vorderingen’ zijn gemaakt. Eerder schreef Elsevier nog dat de definitieve versie van een Amerikaans rapport na het fatale bombardement zoek was.

Feitenrelaas

Vorige week kregen Kamerleden ook twee brieven over het uitgebreide feitenrelaas, waar in politiek Den Haag reikhalzend wordt uitgekeken. In de eerste brief stond dat de Kamer daar deze week over zou worden geïnformeerd, in de tweede brief werd dat al uitgesteld naar eind van de week.

Begin deze maand erkende Defensie voor het eerst dat er bij aanvallen van Nederlandse F-16’s tijdens de missie tegen IS op twee plekken in Irak – Hawija en Mosul – burgerslachtoffers zijn gevallen. Bij het bombardement in Hawija vielen op 3 juni 2015 ruim 70 slachtoffers.

Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis wist daarvan, maar zei tegen de Kamer dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden. Daarmee heeft zij de Kamer verkeerd geïnformeerd.

Aannemelijk

Tijdens een spoeddebat over de kwestie stelde Bijleveld dat ook de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de hoogte waren van het misgelopen bombardement op een bommenfabriek, waar meer explosieven lagen dan verwacht. In een eerste feitenrelaas schreef zij dat het ‘aannemelijk’ was dat de meest betrokken departementen op de hoogte waren.

Dat leverde in het debat vragen op. Wist premier Mark Rutte van de kwestie? En de PvdA-bewindspersonen die toen op Buitenlandse Zaken zaten, Bert Koenders en Lilianne Ploumen? De drie hebben inmiddels ontkend ervan op de hoogte te zijn geweest of er herinneringen aan te hebben.

Bijleveld opnieuw naar Kamer om leugen over burgerdoden

Telegraaf 20.11.2019 Voor de tweede keer in korte tijd moet minister Ank Bijleveld (Defensie) deze week spitsroeden lopen in de Tweede Kamer. Niet de burgerdoden in Irak door Nederlandse bommen worden haar verweten, wel de leugen daarover richting de Tweede Kamer. Of ze bij het openbaren van alle blunders premier Mark Rutte uit de wind kan houden, is de vraag.

Oud-Kamerlid Harry van Bommel weet het nog goed. Op 30 juni 2015 debatteerde hij met toenmalig defensieminister Jeanine Hennis over de strijd tegen IS. Of daarbij door Nederlands toedoen burgerslachtoffers waren gevallen, wilde de oud-SP’er weten.

Voor zover we weten niet, zei Hennis. Het SP-Kamerlid geloofde het niet. „Hoe kan de minister de Kamer met zo’n grote stelligheid voorhouden dat er nul burgerslachtoffers zijn, als ze tegelijkertijd moet erkennen dat er no boots on the ground zijn en dat we een en ander niet kunnen controleren?”

’Een zeer terechte opmerking’, vond Hennis na een schorsing van het debat. „Je kunt het inderdaad niet met zo veel stelligheid vaststellen. De heer Van Bommel heeft gelijk. Ik kan natuurlijk nooit ’nul’ zeggen en dat had ik ook niet moeten zeggen.”

Briefing

Punt voor Van Bommel. Maar wat hij toen nog niet wist, was dat Hennis al drie weken daarvoor persoonlijk was gebriefd door het Amerikaanse commando (Centcom) van de internationale coalitie tegen IS over de luchtaanval die een Nederlandse F-16 in de nacht van 2 op 3 juni had uitgevoerd op een bommenfabriekje in het Iraakse Hawija.

Aangezien de aanval in de nacht had plaatsgevonden en de coalitie geen grondtroepen had in het gebied dat toen nog volledig onder controle stond van IS, had de piloot de schade niet zelf kunnen vaststellen.

In die briefing was Hennis meegedeeld dat er bij die aanval waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen. Er lagen meer explosieven opgeslagen dan verwacht, waardoor het bombardement indirecte explosies had veroorzaakt die niet alleen de bommenfabriek, maar ook de woonhuizen eromheen hadden getroffen.

Het aantal van zeventig slachtoffers werd toen al door meerdere media gemeld. Een week later kwam het ’initiële onderzoek’ Centcom schriftelijk naar Defensie. En definitief onderzoek is nog altijd niet gevonden.

Weer een week later, op 23 juni, verstuurde Hennis’ ministerie schriftelijke antwoorden op Kamervragen waarin Nederlandse betrokkenheid bij de burgerslachtoffers in Irak werd ontkend.

Hoe dat kan, is nog altijd een raadsel voor naaste medewerkers van Hennis, alom bekend als pietje-precies, zeker als het op het informeren van de Kamer aankwam. Had ze geheel volgens de beleidslijn geschreven dat Defensie er met het oog op de veiligheid van de operatie geen mededelingen over kon doen, dan was er ’geen vuiltje aan de lucht geweest’, zegt een bron bij Defensie.

Het lijkt erop dat de antwoorden al waren samengesteld voordat Hennis werd gebriefd. „Vervolgens heeft niemand het meer rechtgezet”, zegt een betrokkene. „De vragen vormden de basis voor haar verdere communicatie over de kwestie.”

Overleg

Wat is er vervolgens met de informatie gebeurd? Ook dat zijn ze bij Defensie nog altijd aan het uitzoeken. Vaststaat dat de informatie van Centcom is gedeeld in de Stuurgroep Missies en Operaties (SMO), een wekelijks overleg waarin ambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken de lopende missies bespreken.

Het is een mondeling overleg, waarvan niet alles op schrift komt. Bovendien is nog onduidelijk welke ministeries aanwezig waren toen de ’nevenschade’ van de aanval in Hawija ter tafel kwam. Volgens betrokkenen was het de eerste keer dat de mogelijke burgerslachtoffers ter sprake werden gebracht. Algemene Zaken, Ruttes ministerie, zou niet aanwezig zijn geweest. Wat Rutte persoonlijk van Hennis heeft vernomen over de burgerdoden, is onduidelijk.

De onzekerheid bracht Bijleveld in het recente feitenrelaas aan de Kamer tot de formulering: „Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd.”

„Bij zaken die niet zeker zijn, wordt in dat overleg al snel besloten ze even weg te leggen tot ze wél zeker zijn”, zegt een hoge militair die destijds betrokken was bij de operatie. De mogelijke burgerslachtoffers bij de aanval in Hawija kwamen meermaals terug in het ambtelijk overleg. Defensie zou de kwestie telkens afdoen met de mededeling dat nader onderzoek nog uitsluitsel zou moeten geven.

En inderdaad. Het Openbaar Ministerie pakte de zaak op, maar pas in april 2018 komt de mededeling dat het OM geen onrechtmatigheden of procedurele fouten heeft kunnen vaststellen. In de tussentijd vraagt niemand naar ’Hawija’.

Vreemd

Dat is vreemd. „Als tijdens de Uruzganmissie zo’n rapport was gekomen, waren alle alarmbellen afgegaan”, zegt de militair. Tijdens die missie was er elke ochtend overleg over de operaties tussen de minister, de Commandant der Strijdkrachten of diens plaatsvervanger, de directeur operaties en de directeur voorlichting.

Bij het aantreden van Hennis is de frequentie teruggeschroefd naar eenmaal per week of minder, zodat de minister, die het toen zonder staatssecretaris moest doen, zich meer kon concentreren op de hoofdlijnen.

Vraag blijft waarom het tot begin deze maand duurde voordat iemand in het ministerie zijn hand opstak en opmerkte dat de Tweede Kamer al die tijd verkeerd was geïnformeerd. Het gebeurde toen Bijleveld zich met haar team voorbereidde op het Kamerdebat dat na berichtgeving door NRC en NOS was aangevraagd.

Een mogelijke verklaring is dat iemand bij Defensie, onduidelijk is nog altijd wie, had bedacht dat de briefing van Centcom in mei 2016 had plaatsgevonden, dus nadat Hennis tegenover de Kamer Nederlandse betrokkenheid had ontkend bij het vallen van burgerslachtoffers in Irak. Die datum is, zoals dat heet, ’een eigen leven gaan leiden’.

Voor Bijleveld, als opvolger van Hennis verantwoordelijk voor de desinformatie aan de Kamer, zit er niks anders op dan alle stommiteiten op tafel te gooien. Ze zal daarbij een veel deemoediger houding moeten aannemen dan tijdens het vorige debat, dat ze maar met de hakken over de sloot doorstond. Of ze daarbij premier Rutte uit de wind kan houden, is nog de vraag.

Wat hij wist van de mogelijke burgerslachtoffers is nog altijd onduidelijk. Met de vraag of de premier de Kamer informatie heeft onthouden komt niet alleen de positie van de minister in het schootsveld, maar ook die van de premier. Daarmee komt ook diens kabinet in de gevarenzone.

Bekijk meer van; defensie Jeanine Hennis-Plasschaert Ank Bijleveld Mark Rutte Irak Islamitische Staat Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rutte zwijgt: dit keer over verdwenen rapport

Elsevier 15.11.2019 Hoe zit het toch met het verdwenen document over de bombardementen in Irak? Premier Mark Rutte (VVD) weigerde na de ministerraad elk inhoudelijk commentaar en wacht nader onderzoek af.

Elsevier Weekblad onthulde deze week dat het definitieve rapport van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom over de ‘nevenschade’ bij een bombardement op 3 juni 2015 in Irak spoorloos is.

Vorige week overleefde minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) een motie van wantrouwen die werd ingediend in het Kamerdebat dat in crisissfeer verliep. In het debat werd uitgegaan van een ‘voorlopig rapport’ dat Centcom op 15 juni 2015 uitbracht. Daarin zou staan dat er zeventig doden waren gevallen, onder wie IS-strijders en onschuldige burgers. In zijn persconferentie vorige week was Rutte ook al zwijgzaam.

Lees wat Eric Vrijsen schreef over het verdwenen document

Intussen is het wachten op het beloofde definitieve feitenrelaas.

Het uitblijven ervan zorgt voor crisissfeer op het Binnenhof. Dat komt mede door de boosheid in de VVD over de wijze waarop CDA-minister Bijleveld voorgangster op Defensie Jeanine Hennis van de VVD met naam en toenaam aanwees als schuldige van verkeerde informatie aan de Tweede Kamer. Ze had immers verteld dat er geen burgerdoden waren gevallen. Het feitenrelaas moet ophelderen hoe de kwestie in zijn werk is gegaan.

Aha, de cliffhanger

Gevraagd of hij het document al had gevonden, zei Rutte: ‘Aha, de cliffhanger. We zijn bezig alles in kaart te brengen en zodra dat rond is volgt er een brief aan de Kamer.’

Wanneer dat dan wel zou zijn? ‘Zo snel mogelijk’ volgens de premier.

En zo ging het nog een tijdje toen BNR Nieuwsradio en Elsevier Weekblad de premier bevroegen.

Hij wilde niet beloven dat het document er volgende week is opdat de Kamer er dan over kan debatteren. ‘Wij werken zo hard mogelijk door. We kijken hoe ver we komen.’

Er is een zoekoperatie

Rutte zei niet te weten of de zoekoperatie die bij Defensie gaande is, de grootste ooit is op een ministerie. ‘Dat is mij niet bekend. Er is een zoekoperatie, maar hoe groot die is weet ik niet, in verhouding met eerder.’

Hoeveel ambtenaren erbij zijn betrokken? Rutte: ‘Geen idee.’ En op de vraag wat hij vindt van de paniek die zou zijn uitgebroken op de ministeries, zei hij dat dit niet zijn waarneming is.

De vraag of er ministers in gevaar zijn, weerde hij af door te zeggen dat er volgende week een brief komt.  ‘En verder zeg ik er niks over.’

We brengen alles in kaart

Hoe het mogelijk is dat in dit digitale tijdperk een document kwijtraakt? Rutte:  ‘U refereert aan specifieke berichten in uw eigen blad. En ik kan er verder niet op ingaan, we brengen alles in kaart en als dat gereed is dan zullen wij volledig openheid van zaken geven.’

Gerelateerde artikelen;

Kabinet zoekt nog naar antwoorden burgerdoden

Telegraaf 13.11.2019 Pas eind volgende week hoopt het kabinet duidelijkheid te kunnen geven op de vraag wanneer welke minister wist over de burgerdoden door een luchtaanval van Nederlandse F-16’s in Irak ruim vier jaar geleden. Dat heeft minister Ank Bijleveld (Defensie) de Tweede Kamer laten weten.

Vorige week werd duidelijk dat de Kamer door Defensie over de kwestie onjuist is geïnformeerd. Het leidde tot een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie tegen Bijleveld. Zij hoorde pas enkele dagen voor het debat dat de Kamer was voorgelogen. De volksvertegenwoordiging wil nu volledige openheid van zaken, want het is volgens Bijleveld „aannemelijk” dat de meest betrokken ministeries kort na de aanval al op de hoogte zijn gebracht.

Premier Mark Rutte zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij op de hoogte is gesteld in juni 2015 over de burgerdoden bij de aanval op een loods in Hawija van terreurgroep IS. Daarbij kwamen zeker zeventig mensen om. Lilianne Ploumen en Bert Koenders, destijds respectievelijk minister voor Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken, kunnen zich ook niet herinneren persoonlijk te zijn geïnformeerd over de aanval.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Ank Bijleveld

Kabinet: meer tijd nodig voor onderzoek informatie burgerdoden Irak

NOS 12.11.2019 Het kabinet slaagt er niet in om nog voor morgen informatie naar de Tweede Kamer te sturen over wie precies wat wist over het bombardement in 2015 op de Iraakse plaats Hawija. Bij een Nederlandse luchtaanval vielen destijds zeker zeventig burgerslachtoffers.

Toenmalig Defensie-minister Hennis meldde de Kamer, onjuist, dat er geen burgerslachtoffers waren en haar opvolger Bijleveld bood vorige week excuses aan voor die verkeerde informatie. Bijleveld noemde het aannemelijk dat ook andere ministeries op de hoogte waren gebracht van het incident, waaronder het departement van de premier. Met name eventuele betrokkenheid van premier Rutte ligt politiek gevoelig.

Zo volledig mogelijk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wanneer op de hoogte is gesteld en welke kabinetsleden van de burgerdoden hebben geweten. Kamerleden wilden die informatie nog voor morgen ontvangen. Dan begint de behandeling in de Kamer van de begroting voor Buitenlandse Zaken.

Maar Bijleveld schrijft nu aan de Kamer, mede namens Rutte en de ministers Blok, Kaag en Grapperhaus, dat zij niet in staat is de antwoorden voor morgen af te hebben. Ze benadrukt dat het kabinet “zo volledig mogelijk wil zijn in de beantwoording van de vragen”.

Rutte zei vorige week woensdag dat hij zich niet kan herinneren dat hij in 2015 al op de hoogte is gesteld van burgerslachtoffers door de aanval van de Nederlandse F-16. “Er staat mij niets van bij.” En vrijdag wilde hij er op zijn wekelijkse persconferentie niet verder op ingaan. Hij zei dat nu eerst de feiten op een rijtje moeten worden gezet.

Bekijk ook;

‘Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden’

AD 12.11.2019 Het kabinet kan een belangrijk rapport rond het Nederlandse bombardement in Irak in 2015, waarbij zeventig burgerdoden zijn gevallen, niet vinden. Dat meldt Elsevier Weekblad. Daardoor heeft het kabinet grote moeite een feitenrelaas over de kwestie op te stellen, iets wat minister van Defensie Ank Bijleveld vorige week heeft toegezegd tijdens het debat daarover.

Tijdens het debat vorige week baseerde zowel de minister als de Kamerleden zich op een ‘voorlopig rapport’ van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom van 15 juni 2015 over de ‘nevenschade’ bij het bombardement op een bommenfabriek van Islamitische Staat in het Iraakse Hawija. Daarbij zijn zeventig doden gevallen, waaronder onschuldige burgers.  De voorlopig versie van het rapport zou echter nogal beknopt geweest zijn, zonder details.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

De minister legde vorige week tijdens een zwaar debat in de Tweede Kamer verantwoording af over de kwestie, nadat bleek dat haar voorgangster Jeanine Hennis wist dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij de aanval burgerslachtoffers waren gevallen, maar aan de Kamer schreef dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen burgerdoden waren gevallen.

Feitenrelaas

Bijleveld maakt excuses voor het verkeerd informeren van de Kamer en overleefde maar net een motie van wantrouwen die door vrijwel gehele oppositie werd gesteund. Ze beloofde – samen met premier Rutte – de Kamer te voorzien van een nieuw feitenrelaas om de zaak op te helderen en duidelijk te maken wie er op welk moment op de hoogte was van welke informatie.

Het ‘definitieve’ rapport – vereist voor dat feitenrelaas – ontbreekt echter, weet Elsevier Weekblad op basis van bronnen binnen Defensie. ,,Dat zijn we nu aan het uitzoeken’’, aldus een woordvoerder gisteravond. Op de vraag of Defensie het cruciale stuk gewoon kwijt is, wilde hij niet antwoorden: ,,Dat zeg ik niet.’’Het ministerie zou vervolgens daarvan op de hoogte zijn gesteld.

Het ministerie van Defensie weigert tegen deze site te reageren op de berichtgeving.

Defensie kan rapport over burgerdoden niet vinden

Elsevier 12.11.2019 Het kabinet heeft grote moeite een nieuw feitenrelaas op te stellen rond de kwestie van de zeventig burgerdoden bij een bombardement in Irak op 3 juni 2015. Volgens bronnen van Elsevier Weekblad ontbreekt het definitieve rapport van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier Centcom over de ‘nevenschade’.

In het crisisachtige Kamerdebat van vorige week gingen minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) en de Kamerleden uit van een ‘voorlopig rapport’ dat Centcom op 15 juni 2015 uitbracht. Daarin zou staan dat er zeventig doden waren gevallen, onder wie IS-strijders en onschuldige burgers.

Tweede Kamer verkeerd geïnformeerd

Bijleveld zei dat haar voorganger Jeanine Hennis de Tweede Kamer in 2015 verkeerd had geïnformeerd, want eind juni 2015 had Hennis ontkend dat er burgerdoden waren gevallen door Nederlandse betrokkenheid. Defensie was er toen reeds door Centcom over ingelicht dat er wel degelijk doden waren, en ook Hennis zou daar over zijn gebriefd. Vrijwel de hele oppositie concludeerde vorige week dat de Kamer was voorgelogen.

Lees ook: Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Een motie van wantrouwen tegen Bijleveld – die formeel verantwoordelijk is, ook voor de handelingen van haar voorgangers – haalde het vorige week niet. Bijleveld mocht blijven. De minister van Defensie en premier Mark Rutte (VVD) beloofden de Kamer klaarheid te scheppen met een nieuw ‘feitenrelaas’.

Als er een ‘voorlopig’ Centcom-rapport ligt, dan moet er ook een ‘definitief’ Centcom-rapport zijn. Volgens een bron kan Defensie dat laatste stuk niet vinden. ‘Dat zijn we nu aan het uitzoeken,’ zei een woordvoerder maandagavond. Op de vraag of Defensie het cruciale stuk gewoon kwijt is, wilde hij niet antwoorden: ‘Dat zeg ik niet.’

Centcom is het Amerikaanse militaire commandocentrum in de stad Tampa (Florida), van waaruit de geallieerde operaties in onder andere het Midden-Oosten worden geleid en geëvalueerd. Militairen beschouwden de aanval door een Nederlandse F-16 op 3 juni 2015 als ‘een voltreffer’. Een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) in de Noord-Iraakse stad Hawija werd vernietigd. Dit kwam ook doordat IS er veel meer explosieven had opgeslagen dan de westerse coalitie had verwacht. Er volgde een reeks ontploffingen waarbij ook tientallen burgers het leven lieten.

Nieuwe verontwaardiging voor Bijleveld

Dit laatste was uitdrukkelijk niet de bedoeling. In een initial report (voorlopig rapport) stelde Centcom het ministerie van Defensie in Den Haag op de hoogte. Volgens een bron was dit voorlopige rapport nogal beknopt en eigenlijk nauwelijks meer dan een herhaling van een nieuwsberichtje van persagentschap Reuters: ‘Zeventig doden.’

De vraag is nu waar het final report (definitieve rapport) van Centcom is gebleven. Daarin moet staan wat de anti-IS coalitie zelf heeft vastgesteld over het aantal burgerdoden. Heeft Den Haag eigenlijk wel een definitief rapport ontvangen over deze kwestie? Is er wel zo’n rapport? Zo niet, dan heeft de anti-IS-coalitie kennelijk geen eigen onderzoek gedaan naar de burgerdoden in Hawija. Minister Bijleveld kan dan rekenen op nieuwe verontwaardiging in de Tweede Kamer.

Gerelateerde artikelen;

Bombardement Hawija: bijzaken worden politieke hoofdzaken

Elsevier 10.11.2019 Na een week waarin het politieke debat werd gedomineerd door de vraag wie wat wist over de burgerdoden die vielen bij de aanval op een IS-bommenfabriek in Hawija, blikt Philip van Tijn terug. Hij verbaast zich over hoe makkelijk bijzaken tot hoofdzaken worden gebombardeerd.

Zonder Lord Carrington zou de afgelopen parlementaire week er anders uit hebben gezien. Peter Carrington trad in 1982 af als minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk (in de regering-Thatcher) omdat op zijn ministerie niemand de Falklandoorlog had zien aankomen.

Sindsdien is deze ‘Carringtondoctrine’ leidend beginsel in Nederland en andere westerse democratieën. Ook als minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) en/of premier Mark Rutte (VVD) tot vorige week echt van niets hebben geweten over de waarheid van het bombardement op Hawija in 2015 maar (sommige van) hun ambtenaren wel, dan ziet het er somber voor ze uit.

Het is maar één van de aspecten van de treurige gebeurtenis van vierenhalf jaar geleden. Maar geleidelijk heeft dit aspect de meeste aandacht gekregen. Niet vanwege Ank Bijleveld, het soort minister dat niet zo moeilijk vervangbaar is.

Maar het gaat uiteindelijk om premier Rutte, die als een ware Houdini politiek alles heeft overleefd, sinds hij in 2006 politiek leider van de VVD werd en in 2010 premier. ‘Daar heb ik geen actieve herinnering aan,’ zei ‘Teflon Mark’ ook deze keer desgevraagd. Iets voor neerlandici en filosofen: bestaat passieve herinnering?

Vervelend maar waar: je moet je voorganger in bescherming nemen

Een tweede interessant aspect betreft een ander soort ministeriële verantwoordelijkheid. De minister is niet alleen verantwoordelijk voor uitspraken en handelingen van de onschendbare Koning, maar ook is hij (zie de Carringtondoctrine) formeel verantwoordelijk voor alles wat onder zijn bewind en dat van zijn voorgangers op het departement plaatsheeft.

Lees ook het commentaar van Eric Vrijsen: Bizar om Hennis tot zondebok te verklaren om burgerdoden in Irak

Het maakt het bestaan van een minister al fragiel dat de Kamer hem naar huis kan sturen, omdat iemand ergens in de krochten van zijn departement iets heel stoms heeft gedaan, met verregaande consequenties. Maar dat geldt te meer wanneer het gaat om een verantwoordelijkheid (en dus de mogelijkheid tot aftreden gedwongen te worden) van een (verre) voorganger.

Je kunt dit raar vinden, maar het is nu eenmaal (staats)recht en daarom is de positie van minister Bijleveld nog wankeler. In het Kamerdebat verdedigde zij niet tot de laatste snik haar voorganger Jeanine Hennis, maar zij nam, integendeel, duidelijk enkele malen afstand. Het verkeerd voorlichten van de Tweede Kamer mag een doodzonde zijn, dit doet er weinig voor onder.

De partij DENK is ook afwijkend in zijn taalgebruik

En dan hadden we nog Selcuk Öztürk, Kamerlid van DENK, een van de lange armen van de Turkse president Erdogan in Nederland. Hij had het in de Tweede Kamer over ‘moordenaars’ waar hij de piloten van de F-16’s bedoelde die met een internationaal mandaat in een internationale coalitie erin zijn geslaagd IS te verslaan. Het is niet eens grappig meer dat hij de volgende dag ontkende deze uitspraak – die door camera’s en microfoons is geregistreerd! – te hebben gedaan.

Sterker: het is tijd om deze ondemocratische pathologische leugenaar als een serieus gevaar te zien. Maar ook hier is de wet in het geding: een Kamerlid kan nooit worden vervolgd voor uitspraken die hij in de Tweede Kamer heeft gedaan. Toch zien advocaten in dit geval mogelijkheden vanwege het verregaande karakter van deze uitspraak. In zijn land van herkomst wordt met schuldigen aan dergelijke uitspraken heel wat minder omzichtig omgegaan.

Fijn dat Nederland zo weinig van oorlog begrijpt, maar toch

Het is natuurlijk nogal curieus dat, zoals zo vaak, eigenlijk bijzaken de discussie beheersen. De hoofdzaak is dat Nederland heeft meegedaan met een coalitie die een einde moest maken aan het schrikbewind van Islamitische Staat (IS). Daarbij zijn slachtoffers gevallen, maar als die coalitie er niet was geweest, zou IS met vrij spel ontelbaren hebben vermoord.

Meer over dit onderwerp: Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Onze luchtmacht heeft meer dan duizend vluchten (en bombardementen) uitgevoerd. Daarbij is het dus misgegaan in Hawija: de informatie op de grond klopte niet helemaal en vooral is onderschat hoe een ‘slimme bom’ op een opslagplaats van munitie tot onvoorstelbare kettingreacties kan leiden.

En ook heeft men zich onvoldoende gerealiseerd dat terreurboeven, of ze nu IS, Hamas, Al-Qa’ida of Hezbollah heten, er een handje van hebben om burgers te dwingen te wonen vlak bij militaire doelen, als een menselijk schild. De uiterste consequentie is dat je dus geen enkel militair doel meer bombardeert, uit angst voor collateral damage (nevenschade), maar het wordt dan niet eenvoudig om de boeven te verslaan.

Doordat Nederland in de afgelopen twee eeuwen hoogstens een paar weken aan een echte oorlog heeft deelgenomen (bij Waterloo en op de Grebbeberg en enkele dappere individuen aan de kant van de geallieerden) en we al driekwart eeuw een ongekende vredestoestand beleven, bestaat in ons land een volslagen onwetendheid over wat oorlog is.

Gelukkig, kun je zeggen, maar het betekent ook een uitvergroting van oorlogshandelingen, newspeak die oorlogshandelingen ‘vredesoperaties’ noemt en een onbegrip over zaken die iemand als oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn in luttele minuten kan uitleggen.

  NRC

@nrc

Leg Rutte het vuur aan de schenen en hij antwoordt nooit met een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’. Zo overleeft hij alles. Ben je geen politieke spelmeester, dan wordt het lastig. Vraag dat maar aan Ank Bijleveld, schrijft @ZihniOzdil https://www.nrc.nl/nieuws/2019/11/09/waarom-rutte-alles-overleeft-en-bijleveld-niet-a3979705?utm_source=social&utm_medium=twitter&utm_campaign=twitter&utm_term=20191109 …

Waarom Rutte alles overleeft, en Bijleveld niet

Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma, maar kwam toch in het regeerakkoord. „Hoe kan dat?”, vroeg de oppositie. Omdat, antwoordde premier Rutte hij ‘tot in het diepst van zijn vezels’ voelde…

nrc.nl  22:14 – 9 nov. 2019 Andere Tweets van NRC bekijken

En zo kan in dit land ex-Kamerlid voor GroenLinks Zihni Özdil in zijn wekelijkse column in de zelfbenoemde kwaliteitskrant NRC schrijven: ‘Ik weet wie perfect geschikt is om dat uit te leggen aan die nabestaanden: Jeanine Hennis. Zij is nu toch in Irak, als hoogste vertegenwoordiger van de VN. Want haar politieke beloning was deze mooie baan in het land dat ze als minister heeft gebombardeerd.’

Tot goed begrip: Özdil zei dit dus niet in de Tweede Kamer!

Meer;

Premier Rutte wil vragen over burgerdoden Irak niet beantwoorden

Elsevier 08.10.2019 ‘Minister Bijleveld heeft het debat netjes gevoerd,’ zei premier Mark Rutte (VVD) op zijn wekelijkse persconferentie. Het was een poging de kritiek in VVD-kring op de minister van Defensie te bezweren.

Tandenknarsend constateren prominenten in de wandelgangen dat Ank Bijleveld (CDA) deze week ‘haar eigen hachje redde’ door haar voorganger Jeanine Hennis ‘onder de bus te duwen’.

Het ging niet om een kleinigheid: een bom uit een Nederlandse F-16 op een explosievenwerkplaats van IS in Noord-Irak leidde 3 juni 2015 tot zulke zware ontploffingen dat niet alleen IS- strijders, maar ook tientallen onschuldige burgers omkwamen.

Volgens Bijleveld heeft ‘mijn ambtsvoorganger’ de Tweede Kamer daarover niet correct geïnformeerd. Later in het debat sprak ze over ‘minister Hennis’ die de Kamer foutief inlichtte.

Lees ook: Bizar om Hennis tot zondebok te verklaren om burgerdoden Irak

Het is zeer ongebruikelijk dat ministers de schuld van iets bij hun voorganger leggen. Staatsrechtelijk hoort dat niet: wie aantreedt neemt de politieke verantwoordelijkheid op zich, ook voor fouten van zijn of haar voorgangers. Vandaar de woede in de VVD, want zoals een van de kabinetsleden fluisterde: ‘Wij houden allemaal van Jeanine.’

Nog meer beschuldigende vingers

Bijleveld maakte het in het debat nog erger toen ze erop hintte dat ook ‘andere ministers’ in het vorige kabinet van de tientallen burgerdoden op de hoogte waren. Oeps! Ze doelde natuurlijk op VVD-premier Rutte en op de toenmalige PvdA-ministers Bert Koenders en Lilian Ploumen.

Feit is wel dat er een week na het bombardement een briefing was op het ministerie van Defensie, waar over de ‘nevenschade’ werd gesproken en waar ook de raadsadviseurs van Rutte bij aanwezig waren. Hebben die dan niks tegen hun baas gezegd? Heeft Rutte toen niet goed geluisterd?

Feiten op een rijtje zetten

De premier werd op zijn persconferentie uitgebreid doorgezaagd over de hete kwestie, maar weerde alle vragen af, want de Tweede Kamer heeft inmiddels aanvullende vragen gesteld. ‘We gaan nu alle feiten op een rijtje zetten,’ zei Rutte. Totdat hijzelf een compleet overzicht heeft, meldt hij niks.

Het onderwerp is te serieus, anders kon je van een slapstick spreken. ‘Ik ga niet hapsnap vragen beantwoorden,’ zei Rutte op de eerste vraag. ‘Het is verstandiger eerst alles in kaart te brengen,’ was het antwoord op de tweede vraag. ‘We gaan nu alles netjes uitsorteren.’ En: ‘we moeten eerst het feitencomplex beschikbaar hebben en dan ziet u het vanzelf.’ Zo ging het maar door.

Rutte wekte de indruk dat hij het zelf ook vervelend vond om niks te zeggen. Want op deze manier blijft hij maar in de inktvlek wrijven. Het idee dat zijn kabinetten de gevolgen van de oorlogvoering verdoezelen en informatie achterhouden , wordt op deze manier alleen maar sterker.

Schade aan het imago

De kranten beginnen te speculeren over de schade aan het imago van de premier en alles wat hij ooit over de strijd in Irak en Syrië zei, wordt omgekeerd.

Opvallend is bijvoorbeeld dat Rutte in 2018 op een vraag van RTL4 de indruk wekte dat hij weet had van burgerdoden. Het ging toen om een onderzoek van Justitie naar de wapeninzet door F-16 vliegers. Het OM oordeelde dat zij niks verkeerd hadden gedaan. Bijleveld meldde de Kamer toen dat er ‘zeer waarschijnlijk ‘ burgerdoden waren gevallen. Rutte zei tegen RTL4 dat er ‘een fout in de intelligence’ was geweest: onjuiste aanwijzingen van de spionnen.

Vragen hierover zei Rutte niet te kunnen beantwoorden. Gezien de gevolgen van het bombardement is dat vreemd. Maar aan de andere kant ook weer niet: het OM kijkt eigenlijk niet naar de fouten van buitenlandse inlichtingendiensten in het bondgenootschap.

Het beoordeelt alleen of de F-16 vlieger op basis van de gegevens die hij had binnen zijn geweldsmandaat (rules of engagement) bleef. Het zou zo maar kunnen dat die juridische toetsing beeldvernauwend heeft gewerkt voor het huidige en het vorige kabinet Rutte. Er leek niks aan de hand, want er was correct gehandeld en de realiteit van tientallen doden drong niet door.

Premier Rutte volhardt: geen antwoord op vragen over burgerdoden Irak

NOS 08.11.2019 “Ik laat het bij mijn eerste reactie”, “Het is van belang om de feiten op een rijtje te zetten”, “Eerst in kaart brengen hoe het zit”, “Ik beantwoord die vragen niet”, “Het is niet verstandig om op allerlei vermoedens in te gaan”, “U doet allerlei aannames”, “Deze vraag past in de reeks vragen in deze persconferentie en die respecteer ik allemaal, maar ook deze vraag ga ik niet beantwoorden.”

In zijn wekelijkse persconferentie wilde premier Rutte op geen enkele manier ingaan op de kwestie-Hawija. Zo’n twintig minuten lang legden journalisten hem het vuur na aan de schenen, maar Rutte gaf geen krimp. De vraag die voorligt is of Rutte wist van de zeventig burgerslachtoffers die in 2015 zijn gevallen bij een bombardement door een Nederlandse F-16 in Irak.

Zo zagen de eerste minuten van het vragengedeelte van de persconferentie eruit:

‘Snapt u dat de Kamer grote twijfels heeft over de informatievoorziening?’

Dinsdag werd tegen minister Bijleveld van Defensie een motie van wantrouwen ingediend, omdat haar voorganger Hennis-Plasschaert tot twee keer toe de Kamer onjuist informeerde. Hennis hield destijds vol dat Nederland niet betrokken was bij de dood van burgers in Irak, terwijl ze kort na het bombardement op de hoogte was gesteld door de VS dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Lees hier hoe de Kamer jarenlang in het duister tastte over burgerdoden in Irak

In het debat zei Bijleveld dat ook andere ministeries kennis hadden van de burgerdoden. Ze werden kort na de aanval op de hoogte gebracht dat het zeer aannemelijk was dat er een groot aantal onschuldige slachtoffers was gevallen.

Bijleveld noemde daarbij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Rutte, die toen ook al premier was, zei de volgende dag dat hij zich niet herinnert dat hij op de hoogte is gesteld. Het is volgens hem wel mogelijk dat ambtenaren van hem zijn bijgepraat over de kwestie.

Vandaag wilde de premier daar dus niets aan toevoegen. “Hij moet natuurlijk op eieren lopen, want dit is een uiterst gevoelige kwestie”, zegt politiek verslaggever Ron Fresen. “Dit debat is ook nog lang niet klaar. En alles wat hij hier nu over zegt, kan hij als een boemerang terugkrijgen. En dan kan het ook over zijn eigen positie gaan.”

De schade in Hawija was goed zichtbaar op satellietbeelden Azmat Khan/The New York Times

Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken, reageerde deze week stelliger dan Rutte: “Ik kan me er niets van herinneren. Ik ben er absoluut niet over ingelicht. Als je het over dit soort aantallen slachtoffers hebt, vergeet je dat niet. Dat zou alle alarmbellen af doen gaan.” Ook de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Ploumen, reageerde verbaasd: “Ik ben niet persoonlijk geïnformeerd over de gebeurtenissen.”

GroenLinks-Kamerlid Diks, die de motie tegen minister Bijleveld had ingediend, noemt het idee dat de minister-president niet zou zijn ingelicht over 70 burgerdoden “ongelooflijk en ook heel ongeloofwaardig”. Ook hekelt ze het feit dat de Tweede Kamer destijds niet werd ingelicht. “Blijkbaar is dat bij niemand opgekomen. Dat is haast onbegrijpelijk.”

SP-Kamerlid Karabulut is net zo kritisch. “We kunnen concluderen dat er is gelogen, dat er informatie is achtergehouden, dat de leugen voor een deel in stand wordt gehouden en dat de beloofde transparantie er nog altijd niet is.”

Minister Bijleveld heeft gezegd dat ze gaat uitzoeken wie er precies van wist op welk moment.

Nederlandse vluchten

Nederlandse F-16’s werden tussen 2014 en 2016 en in 2018 ingezet in Irak en Syrië als onderdeel van een grote internationale coalitie onder leiding van de VS. Daarbij werden vanuit Jordanië ruim 2100 luchtaanvallen uitgevoerd. Doel van de missie was om IS te bestrijden.

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek drie weken geleden dat in de nacht van 3 juni 2015 bij een Nederlandse aanval op een bommenfabriek van IS in de Iraakse plaats Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het was een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie in de strijd tegen IS. Hierbij kwamen zeker zeventig mensen om het leven, onder wie volgens ooggetuigen kinderen.

Bekijk ook;

Geprikkelde Rutte wil geen vragen beantwoorden over burgerdoden in Irak

NU 08.11.2019 Premier Mark Rutte wilde vrijdag niet ingaan op vragen over wanneer hij op de hoogte was van het feit dat er burgerdoden waren gevallen bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak in 2015.

“We gaan eerst alle feiten op een rijtje zetten en daarna de Kamer informeren”, aldus de premier.

Rutte maakte op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad een geïrriteerde indruk en verwees herhaaldelijk naar zijn opmerkingen van eerder deze week.

Rutte zei woensdag zich niet te kunnen herinneren dat hij is geïnformeerd over de aanvallen op de Iraakse steden Hawija en Mosoel waarbij 74 mensen om het leven kwamen.

“Er staat mij niets van bij”, zei de minister-president toen. Hij wilde er vrijdag op de persconferentie verder niets over kwijt. “Ik heb er al een eerste reactie op gegeven.” De vraag of hij vindt dat zijn positie in gevaar is, beantwoorde hij met een “nee”.

Journalisten nemen Rutte onder vuur over burgerdoden in Irak

Rutte zit in een lastig parket

Rutte bevindt zich in een lastig positie. Dinsdagavond debatteerde de Tweede Kamer met minister Ank Bijleveld (Defensie) over de bombardementen. De bewindsvrouw overleefde dinsdag ternauwernood een motie van wantrouwen.

Zij moest zich verantwoorden voor het feit dat haar voorganger, voormalig minister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd.

Hennis-Plasschaert meldde de Kamer in 2015 dat er bij aanvallen geen burgerslachtoffers waren gevallen, terwijl later bleek dat het ministerie beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage waarin staat dat het “geloofwaardig was” dat er bij de aanval in Hawija burgers om het leven waren gekomen.

Minister Bijleveld voegde daar dinsdag aan toe dat niet alleen Hennis-Plasschaert van de burgerdoden wist, maar ook het ministerie van Algemene Zaken van premier Rutte.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut benadrukte in een eerdere reactie dat het van belang is om te weten wanneer de premier hiervan op de hoogte is gesteld. “Ik wil dat weten, omdat als hij kennis heeft genomen van de inhoud, hij de leugen dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen de afgelopen jaren in stand heeft gehouden”, zei ze deze week.

Zie ook: Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

Lees meer over: Politiek  Mark Rutte

Rutte zwijgt over bombardement Irak

Telegraaf 08.11.2019 Premier Rutte weigert voorlopig vragen te beantwoorden over wat hij wist of niet wist over de burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak in 2015. Na de ministerraad wrong de minister-president zichzelf in allerlei bochten om vooral geen antwoord te geven op talrijke vragen van journalisten.

De oppositie wil het naadje van de kous weten nu minister Bijleveld (Defensie) deze week suggereerde dat het ministerie van Rutte al eerder op de hoogte is gesteld van de slachtoffers. „Er staat mij helemaal niets van bij”, zei hij eerder deze week. Mogelijk wisten zijn ambtenaren er wel van, vermeldde Rutte.

De oppositie wil het naadje van de kous weten nu minister Bijleveld (Defensie) deze week suggereerde dat het ministerie van Rutte al eerder op de hoogte is gesteld van de slachtoffers. „Er staat mij helemaal niets van bij”, zei hij eerder deze week. Mogelijk wisten zijn ambtenaren er wel van, vermeldde Rutte.

Bekijk ook:

Irakezen zijn Jeanine Hennis zat 

De minister-president stelde vrijdag na de ministerraad niet ’hap-snap’ te willen antwoorden. Achter de schermen probeert zijn ministerie in kaart te brengen wat er waar is van de suggestie van Bijleveld en als dat het geval is, wat er daarna met de informatie is gedaan op zijn departement.

Gevoelige kwestie

De kwestie ligt gevoelig, omdat Bijleveld om de kwestie al door het oog van de naald kroop toen vrijwel de hele oppositie een motie van wantrouwen tegen haar steunde. Als blijkt dat Rutte er van wist of er niet de waarheid over heeft verteld kan ook zijn positie onder vuur komen te liggen. Zelf zei de premier vrijdag dat hij zich daar geen zorgen over maakt.

Bekijk ook:

Wat wisten Rutte en Asscher over burgerslachtoffers in Irak? 

Bekijk ook:

Bijleveld overleeft motie van wantrouwen voor burgerdoden Irak 

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Mark Rutte Bijleveld Den Haag Irak

Rutte wil niet ‘hapsnap’ zeggen wat hij wist van bombardementen Irak

AD 08.11.2019 Een zichtbaar ongemakkelijke premier Mark Rutte wilde gisteren niet zeggen wanneer hij is ingelicht over de burgerdoden die zijn gevallen bij Nederlandse bombardementen in Irak. Hij weet: nu de Tweede Kamer zich voorgelogen voelt, gaan ze achter hem aan.

Op zijn wekelijkse persconferentie ging de premier, anders dan normaal, bij herhaling vragen uit de weg over wat hij nu eigenlijk wanneer wist.

Bij een debat in de Tweede Kamer erkende defensieminister Ank Bijleveld deze week dat het parlement in juni 2015 verkeerd is geïnformeerd. Toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis zei toen dat er geen ‘Nederlandse betrokkenheid’ was bij burgerslachtoffers, terwijl ze al was ingelicht dat dit waarschijnlijk wél zo was.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Pijlen

Waar de Tweede Kamer de pijlen eerst richtte op Bijleveld, die een motie van wantrouwen tegen zich ingediend zag worden, verschuift die aandacht nu naar de premier. In een reeks schriftelijke vragen is ook Rutte gevraagd wanneer hij nu precies meer wist.

Deze week wilde de premier alleen nog zeggen dat hij zich niet kan herinneren in 2015 te zijn ingelicht over de burgerslachtoffers. ,,Er staat mij helemaal niets van bij,’’ zei de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren.

Dat haperende geheugen wekte meteen ergernis in de Kamer. Dat excuus kennen we wel van hem, klonk het. Rutte zei dat immers ook toen het ging over memo’s rond de afschaffing van de dividendbelasting. Toen heette het dat hij zich die niet ‘kon herinneren’. En toen Halbe Zijlstra aan hem opbiechtte dat hij nooit op bezoek was geweest bij Poetin had Rutte ‘geen actieve herinnering’ aan met wie hij met die bekentenis deelde.

Rutte realiseert zich dat hij de Kamer nu klinisch zal moeten voorlichten wat hij en andere kabinetsleden wisten. Hij wimpelde daarom vragen van journalisten maar af. ,,Ik respecteer uw vragen, ik zou ze misschien ook stellen, maar we moeten nu echt eerst de Kamer informeren.’’

Rutte wil namelijk niet ‘hapsnap’ vertellen wanneer hij wat wist, besloot de premier. Liever moet alles er komende week liggen, zo is de hoop, in een gedetailleerde brief.

Briefing

Cruciaal daarbij zijn de dagen na 9 juni 2015. Toen hoorde Hennis tijdens een briefing van mogelijke burgerdoden bij de militaire actie bij het Irakese Hawija. Die kennis werd vervolgens gedeeld met andere departementen, waaronder dat van Rutte.

Dat gebeurde tijdens een zogenoemde interdepartementale werkgroep, waarin ook zijn raadadviseurs zitten. Vraag is nu vooral: bereikte die kennis de premier en wanneer? Want anderhalve week later loog Hennis immers de Tweede Kamer voor dat haar van ‘Nederlandse betrokkenheid’ niets bekend was.

Overigens ligt Hennis, tegenwoordig VN-gezant in Irak, daar ook onder vuur. Op sociale media wordt zij opgeroepen het land te verlaten. Daarbij wordt ook gewezen op de burgerslachtoffers die vielen in het land in de tijd dat zij als minister verantwoordelijk was voor de inzet van F-16’s tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS).

Kritiek in Irak op tweet Hennis: ‘Ze geeft meer om olie dan om mensen’

NOS 08.11.2019 Irakezen zijn boos op oud-minister Jeanine Hennis. Zij is nu VN-gezant in Irak en tweette twee dagen geleden over de economische gevolgen van de protesten in het land. Al meer dan een maand lang gaan Irakezen de straat op om hervormingen te eisen. Daarbij blokkeren ze wegen, olievelden en havens.

In haar bericht schrijft ze dat de “ontregeling van cruciale infrastructuur een grote zorg is” en dat het “schadelijk is voor de Irakese economie”. Volgens correspondent Marcel van der Steen valt haar opmerking helemaal verkeerd bij demonstranten. In reacties op sociale media verwijten Irakezen het haar dat ze meer om olie zou geven dan om mensen, vertelt hij in het NOS Radio 1 Journaal. Zij maken haar uit voor ‘leugenaar’ en eisen haar vertrek.

 Jeanine Hennis @JeanineHennis

Disruption of critical infrastructure also of grave concern. Responsibility of all to protect public facilities. Threats/closures of roads to oil installations, ports causing billions in losses. Detrimental to #Iraq’s economy, undermines fulfilling protesters’ legitimate demands.

Ze verbinden haar tweet ook aan het nieuws over de zeker 70 burgerslachtoffers die vielen bij een Nederlandse F16-aanval in Irak in 2015, vertelt Van der Steen. Het nieuws over die burgerslachtoffers kwam vorige maand na onthullingen van de NOS en NRC naar buiten.

Hennis was toen minister van Defensie, en ze verzweeg de burgerdoden. Tot twee keer toe vertelde ze de Kamer dat er geen burgerdoden te melden waren. Uiteindelijke erkende het kabinet afgelopen maandag de Nederlandse verantwoordelijkheid voor wat wordt gezien als een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie.

Afgelopen dinsdag bleek ook dat Hennis kort na de luchtaanval op de hoogte is gesteld over het bombardement waarbij 70 doden zijn gevallen. De huidige minister van Defensie, Ank Bijleveld, bood haar “oprechte excuses” voor het onjuist informeren van de Kamer.

Het nieuws over Hennis leeft in Irak, zegt Van der Steen: “Irakezen verwijten het haar nu dat ze dat nieuws toen stil heeft gehouden.”

“Dat het allemaal om olie zou gaan, wordt voor veel Irakezen nu weer bevestigd door de tweet van Hennis” , aldus Laila al-Zwaini, arabist.

“De jongeren die nu in opstand komen vinden dat Hennis vooral de kant van de corrupte regering kiest”, zegt de Nederlands-Iraakse arabist Laila al-Zwaini. “Ze hebben het idee dat ze daar alleen maar is voor de oliebelangen en niet voor de Irakezen die sterven.”

Al-Zwaini verwijst ook naar de Amerikaanse invasie in 2003. “Toen leefde hetzelfde sentiment. Veel Irakezen hadden het idee dat het Amerika vooral om de olie ging”, legt ze uit. “Dat het allemaal om olie zou gaan, wordt voor veel Irakezen nu weer bevestigd door de tweet van Hennis.”

Hennis reageerde later in een tweet dat “de Verenigde Naties een partner is voor iedere Irakees die het land beter wil maken”. Uit de reacties op Twitter valt op te maken dat veel Irakezen geen boodschap hebben aan excuses.

 Ahmed Albasheer -احمد البشير @ahmedalbasheer1

We call for the immediate resignation of @UNIraq head & SRSG @antonioguterres, @JeanineHennis for her negligence in defending the #HumanRights of Iraqis in #IraqProtests. We have no trust in her capabilities https://t.co/lKY06RkZhh

Correspondent Van der Steen vertelt in dat het leven steeds meer stil komt te liggen in het land. “Een grote haven in het zuiden is geblokkeerd en ook bedrijven hebben het moeilijk en blijven vaak dicht.”

Dat heeft onder meer te maken met het afsluiten van het internet door de overheid. “Het grootste deel van de tijd is er geen internet, waardoor bijvoorbeeld banken, toerisme-organisaties en telefoonbedrijven hun werk niet kunnen doen.”

De economie van het land zou volgens een bron bij de Centrale Bank in Irak sinds het uitbreken van de protesten zo’n 40 miljoen dollar per dag aan schade lijden, in totaal zou het in ruim een maand gaan om zo’n 1,5 miljard dollar, meldt persbureau Reuters.

Geweld houdt aan

Het gewelddadige optreden van de autoriteiten tegen de demonstranten gaat ondertussen door. “Er wordt nog altijd met scherp geschoten”, vertelt Van der Steen. “Gisteren vielen er in Bagdad zes doden bij een poging een brug over te komen die leidt naar de groene zone, de plek waar de regeringsgebouwen zitten.” Ook in de zuidoostelijke stad Basra was het gisteren raak, daar vielen vier doden.

Het totale dodenaantal is sinds de protesten op 1 oktober begonnen, gestegen tot boven de 260.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft het geweld gisteren veroordeeld en roept de regering op ermee te stoppen. Maar Van der Steen ziet dat niet direct gebeuren. “De regering heeft hervormingen en nieuwe verkiezingen aangekondigd. Maar demonstranten hebben er geen vertrouwen in dat de beloften worden nagekomen. Ze gaan dus door met protesteren.”

Bekijk ook;

Irakezen zijn Jeanine Hennis zat

Telegraaf 08.11.2019 Irakezen eisen massaal het ontslag van Jeanine Hennis, de hoogste VN-gezant in het land dat al weken in de greep is van bloedige protesten. Hennis ligt onder vuur na uitlatingen op Twitter, waarin zij volgens de demonstranten het belang van olie laat prevaleren boven dat van de gewone bevolking. In de bewuste tweet schrijft Hennis: „Bedreigingen/sluitingen van wegen naar olie-installaties en havens veroorzaken miljardenverliezen. Dat is schadelijk voor de economie van Irak en ondermijnt de inwilliging van de legitieme eisen van de demonstranten.”

De Irakezen zijn nu online een petitie gestart waarin zij het vertrek eisen van Hennis, wier beeltenis op het platform is doorgehaald met een groot rood kruis. Zij wordt weggezet als een lakei van de Iraakse autoriteiten, westerse olieproducenten en zelfs van het Iraanse regime, dat via lokale milities verantwoordelijk is voor een groot deel van de dodelijke slachtoffers.

Ook wijzen Irakezen via sociale media op haar verleden als minister van Defensie. In die rol ontkende zij in 2015 dat er bij een Nederlandse aanval op Irak burgerdoden waren gevallen, al was zij daar eerder al wel over geïnformeerd.

Onmogelijke positie

Hennis verkeert nu in een onmogelijke positie: zij roept in Irak op tot een nationale dialoog tussen de regering en de demonstranten, maar kan daarin zelf als ’onpartijdige bemiddelaar’ moeilijk meer een rol spelen. Zij wordt niet langer geaccepteerd door de woedende betogers, die dagelijks met gevaar voor eigen leven de straat op gaan om onder meer het vertrek van de regering te eisen. Tot dusver zijn er meer dan 250 doden gevallen.

Bekijk ook: 

VN-gezant Jeanine Hennis: stop geweld in Irak 

Daarmee toont Hennis volgens de woedende Irakezen het ware gezicht van de ’corrupte’ Verenigde Naties: het gaat de organisatie volgens hen niet om de mensen, maar het geld. De timing is ook ongelukkig: de Verenigde Staten verklaarden de afgelopen weken alleen nog in buurland Syrië te blijven om de oliebronnen daar veilig te stellen. Zo wordt het beeld verscherpt dat het Westen alleen maar uit is op het zwarte goud en geen zier geeft om de creperende bevolking.

Winsten verdwijnen

Hennis heeft het over miljardenverliezen als gevolg van blokkades (volgens de regering gaat het om 6 miljard dollar), maar de betogers wijzen erop dat die winsten doorgaans verdwijnen in de zakken van corrupte politici. De bevolking van een van de belangrijkste olieproducten ter wereld – murw geslagen door een opeenvolging van oorlogen – profiteert er nauwelijks van.

Hennis probeerde later nog de schade te beperken met een nieuwe tweet, waarin zij zich verdedigde tegen de ’beschuldigingen van vooringenomenheid’. Volgens haar zijn de Verenigde Naties de ’partner van iedere Irakees die naar verandering streeft’.

Maar het kwaad was al geschied. Irakezen omschrijven haar als een ’verrader’ die zich ’moet schamen’ omdat zij de ’slaaf is van olie, geld en bloed’. Ook wordt ze weggezet als een ’blondje in designerkleding’ dat wel even komt vertellen hoe het allemaal moet. Een dame bezweert dat zij wanneer zij Hennis ziet een schoen naar haar hoofd zal gooien, de ultieme belediging in de islamitische wereld. Naar George W. Bush gooide ooit een Iraakse journalist beide schoenen tijdens een persconferentie.

Te close met Iran

Hennis wordt ook verweten te close te zijn met Iran, dat een kwalijke rol speelt in het neerslaan van de protesten. De betogers eisen een totale verandering van het politieke systeem, waardoor Iran zijn invloed in gevaar ziet komen.

Hennis is sinds vorig jaar de hoogste VN-gezant in Irak. Een lastige functie in een verdeeld land dat nog altijd probeert te herstellen van de oorlog tegen Islamitische Staat. Zij bezocht vorige week nog de demonstranten op het Tahrirplein in Bagdad, waar zij hun ’legitieme eisen’ erkende.

Bekijk ook: 

Wat wisten Rutte en Asscher over burgerslachtoffers in Irak? 

Ook veroordeelde Hennis het geweld, al zou zij zich volgens velen in het land veel harder moeten uitspreken over de verschillende bloedbaden. Door de aanhoudende chaos in het land zou premier Mahdi inmiddels bereid zijn op te stappen, maar zijn vertrek wordt door Iran tegengehouden.

Bekijk meer van; internationale betrekkingen burgerlijke onrust overheid gewapend conflict Jeanine Hennis-Plasschaert Irak Iran Verenigde Naties

Oud-minister Jeanine Hennis wordt als VN-gezant in Irak beveiligd. Deze foto is van eerder dit jaar.

Oud-minister Jeanine Hennis wordt als VN-gezant in Irak beveiligd. Deze foto is van eerder dit jaar. © AFP

Oud-minister Hennis ook onder vuur in Irak

AD 08.11.2019 Oud-minister Jeanine Hennis ligt nu ook in Irak onder vuur, waar ze werkt als gezant van de Verenigde Naties. Er is op sociale media een campagne tegen haar gestart waarin ze wordt opgeroepen te verdwijnen uit het land.

Hennis wordt als VN-gezant zwaar beveiligd. In Irak is het al weken onrustig. Er wordt massaal geprotesteerd tegen de werkloosheid en de corruptie. Daarbij zijn naar schatting al 250 doden gevallen. Hennis riep op Twitter op tot kalmte, maar dat schoot bij sommigen in het verkeerde keelgat. Volgens demonstranten is ze ‘meer begaan met de westerse oliebelangen dan met de Irakese bevolking’.

Lees ook;

Hennis wist van mogelijke burgerslachtoffers, zei dat er ‘voor zover bekend’ geen waren

Lees meer

Irak staat in brand: grootste opstand sinds val Saddam Hoessein

Irak staat in brand: grootste opstand sinds val Saddam Hoessein

Lees meer

In de bewuste tweet schreef Hennis: ,,We zijn allemaal verantwoordelijk voor het beschermen van openbare voorzieningen. Bedreigingen/sluitingen van wegen naar olie-installaties en havens veroorzaken miljardenverliezen. Dat is schadelijk voor de economie van Irak en ondermijnt de legitieme eisen van de demonstranten.’’

@JeanineHennis

Disruption of critical infrastructure also of grave concern. Responsibility of all to protect public facilities. Threats/closures of roads to oil installations, ports causing billions in losses. Detrimental to #Iraq’s economy, undermines fulfilling protesters’ legitimate demands.

355  12:07 PM – Nov 6, 2019 6,581 people are talking about this

Die uitspraak veroorzaakte een storm van protest. ,,Stelt u zich eens voor dat deze mensen in uw land waren omgekomen. Wat zou dan u tegen de wereld hebben gezegd?” reageert Irakees Jaweed Kadeem woedend onder de tweet. Sommigen plaatsten een foto van Hennis met een groot rood kruis erdoor.

Hennis na de ruim 6000 reacties een nieuwe tweet waarin ze probeerde de gemoederen te bedaren: ,,In reactie op beschuldigingen dat ik vooringenomen zou zijn: de VN staat zij aan zij met elke Irakees die verandering wil. Samen kunnen Irakezen van hun land een betere plek maken. En wij zijn hier om dat te ondersteunen.’’

Bombardement

In de protesten tegen de aanwezigheid van Hennis wordt ook gewezen naar haar vorige functie als minister van Defensie. In die periode kwamen zo’n 70 burgers om bij een bombardement door een Nederlandse F-16 op een bommenfabriek van IS in het Irakese Hawija.

Deze week kwam dat niet alleen in Nederland, maar ook in Irak in het nieuws. Net als het nieuws dat Hennis vlak na het bombardement nog aan de Tweede Kamer meldde dat er ‘voor zover bekend’ geen burgerslachtoffers waren gevallen door Nederlandse wapeninzet.

Op dat moment was zij echter al anderhalve week op de hoogte van het feit dat dat waarschijnlijk wél het geval was. De Irakezen die zich al tegen Hennis keerden, schrijven op social media dat ze ‘toen ook al een leugenaar was’. Ook staat op Facebook te lezen dat ‘Irakese doden haar niet kunnen schelen’.

Hennis is sinds vorig jaar hoofd van UNAMI, een speciale missie van de VN in Irak. Ze adviseert zowel de Irakese regering als verschillende bevolkingsgroepen.

© Foto Evert-Jan Daniels/ANP Jeanine Hennis-Plasschaert is Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN voor Irak en als Hoofd van de VN-Missie UNAMI.

Iraakse demonstranten willen af van ‘leugenaar’ Jeanine Hennis

MSN 08.11.2019 Irakezen zijn op sociale media een actie gestart tegen VN-gezant Jeanine Hennis-Plasschaert. Met hashtags als „Jeanine Hennis is corrupt schaam je” en „Jeanine Hennis leugenaar ga Irak uit” proberen ze de Nederlandse te bewegen om op te stappen. Door Hennis’ foto is door de Twitteraars een groot rood kruis gezet.

De Irakezen zijn gepikeerd over een tweet van Hennis waarin ze demonstranten lijkt op te roepen belangrijke (olie)infrastructuur met rust te laten. Iraakse jongeren protesteren al weken tegen de corrupte overheid, de ongelijkheid en de invloed van buurland Iran. Door het harde optreden van de ordediensten zijn tot nu toe meer dan 260 doden en honderden gewonden gevallen. Deze donderdag zijn nog zeker zes demonstranten doodgeschoten door de Iraakse veiligheidsdiensten, meldt persbureau Reuters.

Hennis’ tweet leidde al tot ruim 5.500 – merendeels verontwaardigde – commentaren. „Olie is belangrijker dan het Iraakse volk?” vraagt iemand. Anderen wijzen erop dat het volk nooit van de genoemde olie en havens heeft geprofiteerd.

Sommige deelnemers aan de campagne op sociale media leggen een verband tussen Hennis’ huidige positie en haar vorige baan. „Iraakse doden kunnen haar niet schelen” en „Het is niet de eerste keer dat ze liegt”, schrijven zij op Twitter en Facebook. Daarmee verwijzen ze naar 2015, toen Hennis nog minister van Defensie was in Nederland en de Tweede Kamer verkeerd informeerde over Iraakse burgerdoden.

Het nieuws over de Nederlandse erkenning van de meer dan zeventig burgerdoden die vielen bij een bombardement op de Iraakse stad Hawija was deze week te zien op de Iraakse televisie. Het nieuws werd ook in andere Arabische media gedeeld.

Het mysterie van de 70 burgerslachtoffers in Irak: wat wist premier Rutte?

MSN 08.11.2019 De Nederlandse aanval in 2015 in Irak waarbij zeker 70 burgerdoden zijn gevallen, roept veel vragen op. Ook over de rol van premier Rutte. Toenmalig minister Hennis wist al een paar dagen na de aanval dat er burgerslachtoffers waren gevallen, maar Rutte zegt dat hij toen van niets wist. Hoe kan dat?

Het bombardement op Hawija

Vanaf oktober 2014 tot juli 2016 neemt Nederland voor het eerst deel aan een F-16-missie boven Irak en Syrië. Na publicaties van NRC en NOS blijkt dat Nederland verantwoordelijk is voor een bombardement op een bommenfabriek van IS in Hawija, Irak. 70 burgerslachtoffers komen om het leven. Zowel Defensie als het Openbaar Ministerie hebben het bombardement onderzocht. Volgens Defensie zijn alle procedures gevolgd.

Het OM vindt geen strafbare feiten. De toenmalige minister van Defensie, Hennis, weet al in 2015 over de burgerdoden, maar geeft foute informatie aan de Tweede Kamer. Op 23 juni 2015 zegt ze dat er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.

‘Alle betrokken ministeries op de hoogte’

Terug naar afgelopen dinsdag. Ank Bijleveld heeft een zware avond. De Kamer legt de ervaren politica op de gril: waarom deed Defensie jarenlang geheimzinnig over burgerslachtoffers? Waarom heeft de vorige minister de Kamer verkeerd geïnformeerd? Waarom wist Bijleveld pas afgelopen weekend over het verkeerd informeren?

De ervaren Bijleveld heeft niet overal een duidelijk antwoord op. Ze overleeft met steun van een nipte meerderheid. Haar excuses worden geaccepteerd, maar bijna alle oppositiepartijen stemmen voor een motie van wantrouwen. Pijnlijk voor de ervaren politica.

Aan het einde van een zeer lastige avond voor Bijleveld gebeurt er nog iets opvallends. Meerdere fracties hebben expliciet gevraagd of premier Rutte in 2015 ook is geïnformeerd over het Hawija-bombardement. Ja, zegt Bijleveld.

De betrokken ministeries – Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en Justitie & Veiligheid – waren op de hoogte. “Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”, zo leest Bijleveld voor.

© Aangeboden door RTL Nederland

Ministers van toen ontkennen

Nee hoor, zeggen ministers van toen. “Ik ben niet geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid, dus het antwoord is nee”, zegt Lilianne Ploumen, destijds minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ook de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, ontkent.

Ook premier Rutte is zeer verbaasd. “Er staat mij helemaal niets van bij”, zegt de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren. Niet vreemd, vindt Rutte. “Jongens, dat is vier jaar geleden”, verzucht hij tegen RTL Nieuws.

 Fons Lambie

✔ @fonslambie

Premier #Rutte is in 2015 niet geïnformeerd dat bij Nederlands bombardement in #Irak 70 burgerdoden zijn gevallen. “Staat mij helemaal niets van bij. Kan dat ambtelijk is bijgepraat”, zegt Rutte tegen @RoelSchrein. Premier hoorde zondag dat Kamer onjuiste info heeft gehad.

54  5:46 PM – Nov 6, 2019 152 people are talking about this

‘Totaal ongeloofwaardig’

“Ik val in de ene verbazing in de andere. Je kunt je toch niet voorstellen dat hem wel gemeld is en dat hij het vergeten is”, zegt Kamerlid Isabelle Diks van GroenLinks. “Het zou kunnen dat het Rutte niet is verteld is en dat is eigenlijk nog erger.”

“Totaal ongeloofwaardig. Dit kan niet kloppen”, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut. “Dit roept alleen maar meer vragen op. Hoe is het in godsnaam mogelijk? Zo’n trieste gebeurtenis waar piloten diep van onder de indruk zijn. Een groot drama. En dan zou de minister-president hierover niet geïnformeerd zijn? Nou, dan hebben we echt als land een groot probleem.”

Beide Kamerleden hebben opnieuw schriftelijke vragen ingediend. Dat Hennis foute informatie aan de Kamer heeft gegeven, is bekend. Maar wist Rutte dat ook?

“Nu willen wij weten: welke minister, welke ministerie was op de hoogte. Dat moet op tafel komen, want de verwarring wordt alleen maar groter”, zegt Diks. “Dit is heel erg belangrijk, omdat het uitmaakt voor de keuzes van ons parlement voor onze militairen. Wij moeten weten welke gevolgen de inzet van Nederlandse militairen heeft gehad.”

Wat is er aan hand?

Minister Bijleveld blijft bij haar eerdere antwoorden, zegt ze tegen verslaggevers. Ze gaat nu eerst de Kamervragen beantwoorden en laat uitzoeken wat op welk ministerie bekend was. “Ik laat de feiten spreken en daar moet u nog even op wachten.”

“Hoe het precies zit, weten we niet”, zegt politiek verslaggever Fons Lambie. “Maar kijk nog eens wat Rutte precies zegt: het kan dat er ambtelijk is geïnformeerd… Zouden topambtenaren het dan wel hebben geweten?”

© Aangeboden door RTL Nederland

Wat wisten topambtenaren?

In politiek Den Haag vergaderen topambtenaren van betrokken ministeries regelmatig over militaire missies. Interessant is de ‘Stuurgroep Missies en Operaties’. Daar bespreken de hoogste militairen en belangrijkste topambtenaren alle ontwikkelingen rond militaire missies. Is daar over de burgerslachtoffers gesproken?

“Kijk eens wie in die stuurgroep zit”, zegt Fons Lambie. “De Commandant der Strijdkrachten, de hoogste militair van Nederland. De directeur-generaal Politieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een van allerbelangrijkste topambtenaren op Buitenlandse Zaken. De Raadsadviseur van Algemene Zaken, de ogen en oren van de premier op dit beleidsterrein.

Dit zijn niet de minsten”, zegt Lambie. “Als in dat overleg wordt besproken dat er 70 burgerslachtoffers zijn gevallen, dan moeten de Haagse topambtenaren meteen hun minister informeren. Direct. Zonder twijfel.”

Dat is blijkbaar niet gebeurd, want de ontkenningen van Rutte, Koenders en Ploumen zijn glashelder.

Of hield Defensie het geheim?

Een ander scenario is dat Defensie nooit duidelijk gecommuniceerd heeft met andere ministeries. Zonder concrete aantallen of locaties is het lastig om vast te stellen wat een begrip als ‘nevenschade’ of een omschrijving als ‘mogelijke burgerslachtoffers’ precies inhoudt.

Tijdens een militaire missie wordt heel beperkt geïnformeerd. Vanwege de geheimhouding en de veiligheid van onze militairen wordt informatie over een bombardement niet met half Den Haag gedeeld, zo zeggen insiders.

Ministerraad sprak er één keer over

Voor zover bekend heeft de ministerraad één keer over burgerslachtoffers tijdens militaire missies gesproken. Op 13 april 2018. Door het kabinet Rutte III. Ank Bijleveld is dan al een aantal maanden minister van Defensie.

Op dat moment heeft het Openbaar Ministerie onderzoek gedaan naar 4 missies, waar mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen. Die dag stuurt Bijleveld een brief naar de Kamer: er worden geen Nederlandse militairen vervolgd voor bombardementen in IS-gebied waarbij burgerslachtoffers om het leven zijn gekomen, zo concludeert het Openbaar Ministerie.

Er wordt geen informatie over locaties of aantallen slachtoffers bekend gemaakt. Politiek commentator Frits Wester stelt een paar vragen aan premier Rutte tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad.

“Daar hebben wij het over gehad, inderdaad”, zegt Rutte. De premier bevestigt dat er tijdens de ministerraad is gesproken over het onderzoek, en over de missies.

In zijn antwoorden lijkt Rutte specifiek in te gaan op de bewuste aanval in Hawija, zonder daarbij overigens die naam te noemen. Hij spreekt over missies waarbij ‘fouten’ worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat de ‘onderliggende inlichtingen’ niet zouden kloppen. Dat lijkt op het bombardement van Hawija.

Als de ministerraad destijds heeft gesproken over burgerslachtoffers en als Rutte inderdaad de fouten rond het bombardement van Hawija beschrijft, dan is wederom is de vraag: is dan niet óók gesproken over de 70 burgerslachtoffers?

Vervolgens duurt het nog ruim anderhalf jaar voordat de Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement in Hawija naar buiten komt.

  pieter klein

✔ @pieterkleinrtl

Als-ie het in 2015 niet wist, wist-ie het in ieder geval exact in voorjaar 2018. #rutte #bijleveld #burgerslachtoffers #defensie #ministerraad https://www.rijksoverheid.nl/documenten/mediateksten/2018/04/13/letterlijke-tekst-persconferentie-na-ministerraad-13-april-2018 …

https://twitter.com/pieterkleinrtl/status/1192351563228090369/photo/1?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1192351563228090369&ref_url=https%3A%2F%2Fwww.rtlnieuws.nl%2Fnieuws%2Fartikel%2F4913266%2F70-burgerslachtoffers-rutte-bijleveld-hennis-hawija-bombardement

207  9:02 AM – Nov 7, 2019

Mysterie blijft

Vraagtekens genoeg, maar antwoorden ontbreken. Insiders verwachten deze week nog geen nieuwe brief naar de Tweede Kamer. Voorlopig blijft het een mysterie waarom 70 burgerdoden jarenlang geheim bleven.

Dit gebeurde er in de zomer van 2015:

De nacht van 2 op 3 juni 2015

In de nacht van 2 op 3 juni bombardeert Nederland een bommenfabriek van IS bij de Iraakse stad Hawija. Door foute inlichtingen zijn meer bommen in de fabriek dan gedacht en zijn de ontploffingen groter.

4 juni 2015

Persbureau Reuters spreekt in een artikel voor het eerst over ‘ongeveer 70 doden, inclusief burgers’ bij een luchtaanval op een fabriek in Hawija.

9 juni 2015

Hennis wordt voor het eerst gebriefd over onderzoek naar de luchtaanval, waaruit naar voren komt dat het ‘geloofwaardig’ is dat er bij de luchtaanval ook burgerslachtoffers zijn gevallen.

15 juni 2015

Hennis ontvangt het definitieve onderzoek van CENTCOM, het Amerikaanse hoofdkwartier voor alle militaire missies in het Midden-Oosten. Nederland werkt hiermee samen tijdens de oorlog tegen IS. Ook in het definitieve onderzoek wordt het ‘geloofwaardig’ geacht dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Het aantal van 70 wordt niet genoemd.

23 juni 2015

Minister Hennis informeert vervolgens de Kamer verkeerd. In antwoorden op Kamervragen schrijft ze: “Voor zover op dit moment bekend is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak.”

Lees ook:

Premier Rutte wist in 2015 niet van burgerslachtoffers: ‘Staat mij helemaal niets van bij’

RTL Nieuws; Mark Rutte  Lilianne Ploumen  Jeanine Hennis-Plasschaert  Ank Bijleveld  Ministerie van Defensie  Ministerie van Buitenlandse Zaken  Burgeroorlog Irak

Minister Bijleveld van Defensie overleefde deze week een motie van wantrouwen tijdens het debat over burgerdoden in Irak. Ⓒ ANP

’Nog een vijfde incident met F-16’

Telegraaf 07.11.2019 In de oorlog tegen IS zijn meer gevallen onderzocht waarbij mogelijk door Nederlandse F-16-vliegers burgers zijn geraakt. Het kabinet rapporteerde aan de Tweede Kamer vier incidenten, maar volgens vliegers is er nog minstens één vijfde casus – vermoedelijk zonder slachtoffers. Dat vertellen ze in het boek Missie F-16, dat deze week verschijnt.

Deze week moest minister Bijleveld (Defensie) zich in de Kamer verantwoorden voor een gebrek aan transparantie over burgerslachtoffers door Nederlands optreden in de oorlog tegen IS. In januari had het kabinet vier Nederlandse aanvallen tegen IS-doelen benoemd.

Zeker twee daarvan hadden tot burgerdoden geleid. Bij een aanval op een bommenfabriek in Hawija bleken er meer explosieven aanwezig dan gedacht. Daardoor vielen mogelijk zeventig doden, zowel IS-strijders als een onbekend aantal burgers. In Mosul vielen F-16’s een woonhuis aan, waarvan werd gedacht dat het een IS-hoofdkwartier was. Vier onschuldige bewoners stierven en een van de nabestaanden deed deze week in De Telegraaf zijn verhaal, net als de betrokken vlieger.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bij een derde geval reed onverwachts een auto langs toen een pand werd getroffen door een Nederlandse bom. ,,We hadden een klein bommetje gekozen om te zorgen dat er geen nevenschade zou ontstaan’’, vertelt de betrokken vlieger. ,,Want er stond een moskee vlakbij. Toch klapte de hele voorpui eruit, over die auto heen. De vliegtijd van de bom is een minuut, je kunt nou eenmaal niet een minuut van tevoren uitsluiten of er iemand aankomt.’’

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Seconden later trof een tweede bom doel. Dezelfde auto werd opnieuw getroffen door puin. ,,Het was donker dus we konden niet duidelijk zien of hij uitstapte of wegrende’’, herinnert de vlieger zich. ,,De kans dat hij zelf gewond is geraakt lijkt me niet groot, maar ik kan het ook niet uitsluiten. Dit was overigens een dorp dat helemaal in handen was van IS.’’ Hij denkt daarom dat de kans groot was dat iedereen die laat op straat was, in dienst was van het kalifaat.

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Het OM onderzocht de zaak en kwam tot de conclusie dat er geen sprake was van strafbare feiten. Dat geldt ook voor het vierde geval, waarbij een laserrichter verkeerd stond afgesteld waardoor de bom een verkeerd doel trof – zonder slachtoffers.

Een vijfde incident belandde echter niet op de lijst van het kabinet. Hierbij reden twee brommers langs op het moment een Nederlandse F-16 een auto onder vuur nam met het boordkanon. ,,Later hebben ze met drones de hele weg afgezocht’’, zegt de betrokken vlieger. ,,Maar er lagen geen slachtoffers en je zag ook geen olie of bloed op de weg. Er werd ook geen slachtoffer gerapporteerd en er is nooit een claim geweest van nabestaanden.’’

Bekijk meer van; terreurdaad defensie misdaad Islamitische Staat

Waarom premier Rutte zegt zich niks te herinneren van burgerdoden in Irak

AD 07.11.2019 De tientallen burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Irak blijven het kabinet achtervolgen. De Tweede Kamer wil precies weten wie wat op welk moment wist. Opvallend veel betrokkenen zeggen zich dat niet te herinneren. Vier vragen over hoe dat precies zit.

Ambtenaren op de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid en Algemene Zaken zijn druk om allerlei archieven door te pluizen. Wat is er in de eerste dagen na 15 juni 2015 onderling aan informatie uitgewisseld?

Op die dag kreeg het ministerie van Defensie zwart op wit van de Amerikanen dat het ‘geloofwaardig was dat er bij een bombardement op een bommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija burgerslachtoffers waren gevallen. Een bombardement dat in de nacht van 2 op 3 juni van dat jaar door een Nederlandse F-16 was uitgevoerd.

Lees ook;

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’

Lees meer

Bijleveld doorstaat ‘ingewikkeld debat’ over burgerdoden Irak

Bijleveld doorstaat ‘ingewikkeld debat’ over burgerdoden Irak

Lees meer

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat over het Nederlands bombardement in Irak.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat over het Nederlands bombardement in Irak. © ANP

Waar is de Tweede Kamer precies boos over?
Op 24 juni 2015 (dus anderhalve week nadat de Amerikanen hadden gezegd dat er iets was misgegaan) werd nog aan de Tweede Kamer gemeld dat ‘voor zover op dat moment bekend er geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak’. De Kamer voelt zich voorgelogen en in een debat met huidig Defensieminister Ank Bijleveld steunde vrijwel de voltallige oppositie een motie van wantrouwen tegen de bewindsvrouw.

Maar daarmee is de kous niet af. Bijleveld meldde dinsdag immers ‘dat het aannemelijk was’ dat Defensie na de mededeling van de Amerikanen ook andere betrokken ministeries gewaarschuwd heeft dat er een onderzoek werd ingesteld naar het bombardement. Dat waren Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.

Zijn de burgerslachtoffers al die tijd onder de pet gehouden?

Zeker Rutte heeft bij de Tweede Kamer al de reputatie dat hij soms last heeft van zijn geheugen als hij in politieke moeilijkhe­den komt

Het kabinet heeft de Tweede Kamer de afgelopen jaren op meerdere momenten ingelicht over mogelijke burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet. Eerst vertrouwelijk op 1 juni 2017. En in een brief van april 2018 werd gemeld dat er ‘zeer waarschijnlijk’ burgers waren gedood in Hawija.

Om de vliegeniers en hun thuisfront te beschermen tegen mogelijk wraakacties, was het beleid er nooit hardop over te praten. Deze week deed Defensie dat voor het eerst wel. Bij het bombardement in Hawija kwamen zeker zeventig onschuldige burgers om. En later zijn bij een bombardement op Mosul ook nog eens vier burgers omgekomen doordat een woonhuis werd aangezien voor een IS-hoofdkwartier.

Toch is een groot deel van de Tweede Kamer boos dat het kabinet dat niet veel eerder open over was. En door de brief van 24 juni 2015 voelt de Kamer zich ook nog eens voorgelogen. En verkeerde informatie geven aan de Tweede Kamer geldt als een doodzonde. Als bijvoorbeeld premier Mark Rutte ook al voor die datum wist van de mededeling van de Amerikanen, kan hem worden aangewreven dat hij medeverantwoordelijk was voor het fout informeren van de Kamer.

Wat heeft Rutte gezegd?
Rutte heeft gezegd dat ‘hem er helemaal niets van bijstaat’ dat hij op dat moment al geïnformeerd was. Wel kan hij zich voorstellen dat de informatie al bekend was bij ambtenaren. Dat zint de oppositie niet. Is het mogelijk dat er gewaarschuwd is dat er tientallen doden zijn gevallen bij een actie van een Nederlandse F-16 en dat ambtenaren dat niet meldden aan hun politieke baas?

Maar er zijn meer bewindslieden uit die periode die zeggen er geen herinnering aan te hebben. De bewuste brief van 24 juni 2015 is niet alleen ondertekend door voormalig minister Hennis, maar ook door haar toenmalige PvdA-collega’s Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking). Beiden zeggen zich ook niet te herinneren op dat moment al geweten te hebben van de burgerdoden. En Ploumen zegt ook dat ze het wel had móeten weten.

Saillant is dat de PvdA de motie van wantrouwen tegen Bijleveld steunde, inclusief Ploumen die tegenwoordig Kamerlid is. Terwijl haar naam evenzeer stond onder de brief met de leugen erin.

Lilianne Ploumen (PvdA) steunde de motie van wantrouwen tegen Bijleveld, maar ondertekende in 2015 als minister zelf ook de brief met de leugen erin

Lilianne Ploumen (PvdA) steunde de motie van wantrouwen tegen Bijleveld, maar ondertekende in 2015 als minister zelf ook de brief met de leugen erin © ANP

Hoe loopt dit af?
Bijleveld zegt niet te weten hoe de foute formulering in de brief terecht is gekomen. Volgens betrokkenen is het denkbaar dat het een domme fout was. De brief gaf antwoord op 71 Kamervragen waar weken aan is gewerkt door verschillende ministeries. Het kan zijn dat de formulering ‘voor zover wij weten is er geen sprake van burgerslachtoffers’ er al in de tekst is gezet vóór de informatie van de Amerikanen bekend was. En dat daarna verzuimd is de tekst aan te passen.

Maar mogelijk is er ook bewust geprobeerd de boel onder de pet te houden. Een oud-ambtenaar van Defensie beschrijft de cultuur op het ministerie als ‘uiterst formeel’. Als Defensie aan andere ministeries slechts laat weten dat ‘er onderzoek wordt gedaan naar een bombardement’, gaan er niet direct alarmbellen af bij andere ambtenaren.

Dergelijke onderzoeken worden immers vaker gedaan. ,,Dat is toch wat anders dan de mededeling: Let op, er is een hele woonwijk de lucht in gevlogen. Dan loop je meteen naar je politieke baas.’’

Maar het kan ook zijn dat meerdere oud-bewindspersonen boter op hun hoofd hebben. En zeker Rutte heeft bij de Tweede Kamer al de reputatie dat hij soms last heeft van zijn geheugen als hij in politieke moeilijkheden komt.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, dat ze volgens een VVD’er ’laconiek, lachend en in clownskostuum’ deed. Ⓒ ANP

’Toon Bijleveld was niet goed’

Telegraaf 07.11.2019 Ank Bijleveld heeft het Kamerdebat over burgerdoden door Nederlandse bommen in Irak verkeerd ingeschat, zeggen partijen terugblikkend. De bewindsvrouw dacht het debat schadevrij te doorstaan, maar ze eindigde gehavend met de hakken over de sloot. Coalitiepartij VVD is boos. „Ze heeft haar voorganger Hennis drie keer voor de bus gegooid.”

Open zijn, de fout toegeven en excuses aanbieden. Met dat strijdplan dacht team-Bijleveld het debat waarin de positie van de minister op het spel stond snel te kunnen afronden. Want dat die positie op het spel stond, had de CDA-bewindsvrouw kunnen weten.

“Ze gooide Hennis drie keer voor de bus”

GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks had immers al de middag voorafgaand aan het debat een motie van wantrouwen klaarliggen en de overige Kamerleden en de minister daarover ingelicht. Toch deed dat de alarmbellen nog niet afgaan. De partijen die aan het debat meededen, hadden vooraf niet eens een telefoontje gekregen van Bijlevelds politiek assistent met de vraag hoe ze erin stonden.

Excuses

De verdediging leek ook solide. Bijleveld wist weliswaar al bij haar aantreden in 2017 dat er bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak burgerslachtoffers waren gevallen. Maar ze wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat de Tweede Kamer daarover niet was geïnformeerd. Ze zou dat toegeven en, hoewel het een fout van haar voorganger was, excuses aanbieden. Het debat over de Defensiebegroting, kon makkelijk nog later die avond plaatsvinden, zo was de verwachting.

Voormalig defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert zou een week na het bombardement in Irak al te horen hebben gekregen dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Voormalig defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert zou een week na het bombardement in Irak al te horen hebben gekregen dat er burgerslachtoffers waren gevallen. Ⓒ Foto Marcel Antonisse

Maar het liep anders. Toen de bewindsvrouw met haar staf ver na middernacht bijeenkwam om uit te blazen van het debat, viel iedereen aan op de bitterballen. Niemand had eraan gedacht tijdens het marathondebat eten te bestellen.

Kernpunt was de luchtaanval van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in het Iraakse Hawija. Onder de zeventig doden zaten behalve IS-strijders ook tientallen burgers. Bijlevelds voorganger Hennis kreeg al een week na het bombardement van het Amerikaanse commando van de IS-missie te horen dat er bij die aanval burgerdoden waren gevallen. Diezelfde maand nog ontkende zij dat tegenover de Kamer.

De defensietop leefde in de veronderstelling dat die briefing op een veel later moment had plaatsgevonden, in mei 2016. Hoe dat kon? „Iemand heeft dat ooit gezegd, en toen is dat een eigen leven gaan leiden”, zegt een betrokkene. In het debat meldde Bijleveld deze knulligheid niet. Het zou alleen maar meer verwarring scheppen.

Wel vertelde ze wat ze pas afgelopen vrijdag ontdekte: verdraaid, die briefing heeft plaatsgevonden vóórdat Hennis de Nederlandse betrokkenheid tegenover de Kamer had ontkend. „Mijn voorganger heeft de Kamer verkeerd geïnformeerd”, zei Bijleveld herhaaldelijk in het debat. „Toen ik erachter kwam, heb ik meteen de informatie aan de Kamer aangepast.”

Ongeloofwaardig verhaal, vond een groot deel van de Kamer, waarin ook de irritatie bij coalitiepartijen begon toe te nemen. „En haar toon was niet goed”, zegt een coalitie-Kamerlid. In plaats van telkens naar haar voorganger te verwijzen, had ze zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen, zo luidt het oordeel. „Haar houding was: we wassen dit varkentje wel even”, blikt Diks terug.

Des duivels

Vooral de liberalen zijn des duivels dat Bijleveld haar voorganger ’drie keer voor de bus heeft gegooid’, zegt een VVD’er. „Laconiek, lachend en in clownskostuum”, is het oordeel van een andere liberaal over Bijleveld. „Als ze alleen maar de steun van de coalitie en de SGP overhoudt, zou ze zelf weg moeten gaan.

Ze heeft het zelf verknald. Fractievoorzitter Pieter Heerma had moeten ingrijpen.” Inmiddels zijn er nieuwe Kamervragen gesteld over wat premier Rutte wanneer wist van de burgerdoden. Volgens Bijleveld wist hij het waarschijnlijk. Rutte kan zich niet herinneren erover te zijn bijgepraat.

Bekijk meer van; defensie gewapend conflict Ank Bijleveld Hennis Irak Tweede Kamer der Staten-Generaal Islamitische Staat

Kamer wil opheldering over Irak-doden: Wie wist wat wanneer?

AD 07.11.2019 De Tweede Kamer houdt vragen over de kwestie rond de burgerdoden door Nederlandse bombardementen in Irak. Vooral op de vraag wie op welk moment wist van de waarschijnlijke burgerslachtoffers waarover de Kamer in juni 2015 verkeerd werd geïnformeerd, willen Kamerleden antwoord zien. Dat bleek bij het debat over de defensiebegroting.

Volgens een feitenrelaas, dat minister Ank Bijleveld van Defensie dinsdag naar de Kamer stuurde, is het ‘aannemelijk’ dat verschillende betrokken ministeries op de hoogte waren van de misgelopen aanval. In het debat van dinsdagavond zei ze dat ook het ministerie van minister-president Mark Rutte, Algemene Zaken, daarbij hoorde.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Herinneren

Gisteren stelde Rutte tegen RTL Nieuws dat hem ‘er helemaal niets van bij staat’ dat hij kort na die bloedige aanval in 2015 werd ingelicht. Ook de toenmalige PvdA-ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) zeiden zich ook niet te kunnen herinneren er persoonlijk over geïnformeerd te zijn.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut zette er vraagtekens bij dat ‘de minister-president en andere betrokkenen zich allemaal in ene niks kunnen herinneren’. Ook GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks wil in een reeks vragen opheldering. Bijleveld wil proberen die vragen ‘zo snel mogelijk’ te beantwoorden. Ze vroeg daarop om ‘vertrouwen’ aan Karabulut. ,,Als er één ding niet is, dan is het vertrouwen”, reageerde het SP-Kamerlid.

Vertrouwen

Bijleveld zei dat Defensie hard moet werken om het vertrouwen weer terug te winnen. De CDA-bewindsvrouw was haar inbreng in het begrotingsdebat begonnen met een terugblik op het voor haar moeilijke debat van dinsdagavond, waarin vrijwel de hele oppositie het vertrouwen in haar opzegde. ,,Het is niet zomaar teruggaan naar de orde van de dag. Zo’n debat komt binnen. Ik ben én voel me verantwoordelijk.”

Denk-Kamerleden Öztürk, Azarkan en Kuzu (van links naar rechts) ANP

Aangifte tegen Denk-Kamerleden na uitspraken over luchtaanval Irak

NOS 07.11.2019 Advocaat en veteraan Michael Ruperti gaat samen met 1200 militairen en andere veteranen aangifte doen tegen Denk-Kamerleden Selcuk Öztürk en Farid Azarkan.

Volgens Ruperti heeft Öztürk zich schuldig gemaakt aan het zaaien van haat, belediging en laster toen hij dinsdag tijdens het Kamerdebat over de Nederlandse luchtaanval in Irak sprak. “Deze minister ziet niet de ernst van deze moord”, zei hij, toen hij het woord had.

Het Kamerdebat was dinsdagavond:

Uitspraken Öztürk over luchtaanval Irak

Dinsdagavond verdedigde partijgenoot Azarkan in Pauw de woorden van Öztürk, die daarbij zei dat het “in ieder geval heeft geleid tot mooie televisie”.

Met hun uitspraken bestempelden de twee volgens Ruperti de piloten indirect tot moordenaars.

Bij de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek van IS in de stad Hawija kwamen zeventig burgers om het leven. Maandag gaf het kabinet voor het eerst opening van zaken over de kwestie. Daarbij erkende minister van Defensie Bijleveld dat de Kamer verkeerd was geïnformeerd.

Verslaggever Lex Runderkamp bezocht de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel. Zo ziet het er daar uit:

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

Öztürk zegt in een reactie verkeerd te zijn begrepen en wil graag in gesprek met de betrokken vliegers. In het debat werd hij al aangesproken op zijn woordkeuze door meerdere collega-parlementariërs en Kamervoorzitter Arib.

Volgens Ruperti is dat niet voldoende om eventueel de aangifte in te trekken. “Hij moet expliciet zijn woorden terugnemen en openlijk excuses aanbieden. Dan krijgen we misschien een andere situatie.”

Parlementaire immuniteit

Het is de vraag hoe kansrijk de aangifte van Ruperti is. Kamerleden beschikken op basis van de grondwet over parlementaire immuniteit. Daardoor kunnen ze niet strafrechtelijk vervolgd worden voor wat ze zeggen tijdens een debat.

“Maar het recht is altijd in ontwikkeling en die wet stamt uit de negentiende eeuw”, zegt Ruperti desgevraagd. “Tegenwoordig zijn bijvoorbeeld alle debatten live te volgen. En dat je onschendbaar bent, betekent niet dat je niet strafbaar bent. Maar daar mag de rechter over oordelen.”

Militaire vakbond ACOM steunt de aangifte, net als voormalig landmachtcommandant Mart de Kruif. “Het is een belediging voor al die 60.000 mensen bij Defensie die dagelijks ons veilig proberen houden”, zei De Kruif vanochtend in het programma Goedemorgen Nederland.

 Voorzitter ACOM @Jan_Kropf

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’ https://t.co/YInOE1rJNp

Bekijk ook;

Militaire vakbond steunt aangifte tegen Denk: ‘Hier is een grens overschreden’

AD 07.11.2019 Militaire vakbond ACOM staat vierkant achter de aangifte die wordt gedaan tegen Denk-kamerlid Selcuk Öztürk. Hij beschuldigde Nederlandse militairen in een debat over burgerslachtoffers van moord. Volgens voorzitter Jan Kropf is hier echt een grens overschreden. ,,Voor heel veel militairen is dit een mes in de rug.’’

Kropf heeft zich zojuist gemeld bij initiatiefnemer en advocaat Michael Ruperti, die de aangifte had gedaan. Volgende week gaat hij als het even kan mee naar het politiebureau. ,, Het zijn nota bene de politici in de Tweede Kamer die de opdracht geven om militairen op missie te sturen. Dan kun je ze achteraf niet beschuldigen van moord. En al helemaal niet als het Openbaar Ministerie concludeert dat deze mensen niets verkeerds hebben gedaan.’’

Lees ook;

Lees meer

Denk-Kamerlid Selcuk Öztürk kwam afgelopen dinsdag in opspraak tijdens het debat over de burgerslachtoffers die bij twee Nederlandse bombardementen in Irak zijn gevallen. Dat kon gebeuren omdat de inlichtingen niet deugden.

De vliegers hebben naar eer en geweten gehandeld en valt niets te verwijten, concludeerde het OM al eerder. Toch zei Öztürk dat Nederlandse militairen ‘willens en wetens’ onschuldige burgers in Irak hebben vermoord. Een uitspraak waar hij later op terugkwam; hij was ‘verkeerd begrepen’.

Schofferen

ACOM-voorzitter Kropf hecht geen waarde aan die uitleg. Volgens hem was dit een een bewuste actie om militairen te schofferen. ,,Ik heb de beelden gezien en daar zat voor mij geen woord Chinees bij. Ik vind dat daar een rechter maar een oordeel over moet vellen.’’

De uitspraak is volgens Kropf niet alleen zeer ongepast, maar kan ook grote consequenties hebben voor de veiligheid van militairen op straat. ,,Er is een tijd geweest dat militairen niet in uniform over straat mochten. Dat is gelukkig achter de rug, maar dit soort uitspraken zouden voor sommige mensen genoeg kunnen zijn om militairen iets aan te doen.’’

De aangifte blijft volgens initiatiefnemer en advocaat Michael Ruperti niet beperkt tot Selcuk Öztürk. Ook tegen zijn collega Farid Azarkan wordt aangifte gedaan. Volgens de advocaat maakte hij de uitspraken van Öztürk extra krenkend door bij het tv-programma Pauw te zeggen ‘dat dit in elk geval mooie tv oplevert’.

Inmiddels zijn er meer dan duizend mensen die de aangifte steunen. Militairen noemen de uitspraken ‘onzinnig en misdadig’ en voelen zich geschoffeerd. Volgens Ruperti kan Öztürk zich met zijn uitspraken niet verschuilen achter het feit dat hij dit deed tijdens een debat in de Tweede Kamer. ,,Als een uitspraak strafbaar is, dan is die strafbaar.

Ik hoor graag van een rechter of iemand zich dan kan blijven verschuilen achter zijn kamerzetel. Bovendien is er ook buiten de kamer ingegaan op die uitspraak in een tv-uitzending en is daar geen afstand van genomen.’’

Selcuk Ozturk (Denk) beschuldigde in een kamerdebat Nederlandse militairen van moord nadat er burgerslachtoffers waren gevallen bij twee bombardementen in Irak. © ANP

Denk-Kamerlid over moorduitspraak: ‘Is toch mooie tv’

Telegraaf 06.11.2019 Selçuk Öztürk van Denk ligt onder vuur omdat hij tijdens een debat in de Tweede Kamer de bombardementen in Irak ‘moorden’ noemde. Bij Pauw wordt hij verdedigd door collega Farid Azarkan.

Aangifte tegen Oztürk om ’moorden’ in strijd tegen IS

Telegraaf 06.11.2019 Namens een groep van ruim 250 mensen gaat advocaat Michael Ruperti aangifte doen tegen Kamerlid Oztürk (Denk) vanwege haat zaaien, belediging en laster. De parlementariër sprak in het debat over burgerdoden door luchtaanvallen van Nederlandse jachtvliegers over ’moorden’.

De bekendste militair die het initiatief ondersteunt, is oud-Commandant Landstrijdkrachten Mart de Kruif. „Ik ben al eens voor moordenaar uitgemaakt in de tijd van de kruisraketten. In vond dat schokkend en schandalig en vind dat nog. Militairen riskeren hun leven voor de vrede en vrijheid van Nederland en anderen. Met soms een hoge prijs. Altijd in opdracht van de regering en instemming van het parlement”, motiveert De Kruif zijn steun.

“Kwalificatie ’moordenaars’ diep beledigend”

„De kwalificatie ’moordenaars’ is daarom volstrekt onjuist, maar vooral diep beledigend voor alle militairen en burgers binnen defensie die iedere dag hun stinkende best doen om de belangen van Nederland te dienen waar ieder ander middel faalt.”

De voltallige Tweede Kamer viel dinsdagavond over Selcuk Oztürk (Denk) tijdens het debat over burgerdoden die vielen bij Nederlandse bombardementen tijdens de luchtoorlog tegen IS. Oud-minister Hennis (Defensie) noemde hij een ’lijkenverstopper’. Ook stelde hij dat Nederlandse vliegers ’verantwoordelijk voor moorden’ waren.

Onschendbaar

Hoewel Oztürk de uitspraken deed in het parlement en daarmee een beroep zou kunnen doen op parlementaire onschendbaarheid, is hij in Ruperti zijn ogen wel degelijk strafbaar. Vooral omdat hij met zijn woorden aanzet tot haat richting de vliegers.

Wraak

„Mensen die met extremistische ideeën rondlopen, kunnen dit opvatten als een oproep om wraak te nemen. Dat is volstrekt onacceptabel”, vindt de advocaat die bij het Openbaar Ministerie in Den Haag aangifte gaat doen. Hij doet dat komende week zodat zoveel mogelijk mensen zich achter het initiatief kunnen scharen.

De advocaat ziet in de uitspraak die de Haagse rechtbank deed in het proces Wilders relevante jurisprudentie. De PVV-voorman werd in 2016 veroordeeld voor aanzetten tot discriminatie en groepsbelediging. In het vonnis stelde de rechter vast dat: „Ook een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger zoals verdachte niet boven de wet staat. Ook op hem is het recht van toepassing. En ook voor hem is de vrijheid van meningsuiting begrensd.”

Grens

Wilders deed zijn minder Marokkanen-uitspraak niet in de Tweede Kamer, maar op een partijbijeenkomst. Ruperti erkent dat dit voor de rechter een verschil kan maken. „Tegelijkertijd moet je gewoon vaststellen dat Oztürk een grens heeft overschreden.” De advocaat wil weten wat de Hoge Raad hiervan vindt.

Ruperti lanceerde zijn idee voor een groepsaangifte op LinkedIn. De posting kreeg veel likes vanuit de defensiehoek. Ook hebben bij de raadsman zich veel mensen via de mail gemeld waaronder veel luchtmachtofficieren.

“Dat is niet wat ik heb gezegd en is ook niet wat ik heb bedoeld”

Selçuk Öztürk, Tweede Kamerlid voor DENK.

Selçuk Öztürk, Tweede Kamerlid voor DENK. Ⓒ DIJKSTRA BV

Oztürk weerspreekt dat zijn woord ’moorden’ in het debat juridisch waren bedoeld. „Alsof ik bedoeld zou hebben dat de ex-minister of onze militairen met voorbedachten rade onschuldige mensen van het leven zouden hebben beroofd. Dat is niet wat ik heb gezegd en is ook niet wat ik heb bedoeld.”

Verzwegen

Volgens het Kamerlid van Denk blijft het feit overeind dat er onschuldige mensen door militair geweld om het leven zijn gekomen. „Feit is dat deze slachtoffers zijn verzwegen door de regering.” Niet de militairen, maar de minister is daarvoor verantwoordelijk, en haar heeft hij dan ook aangesproken in het debat.

„Het is betreurenswaardig dat mijn woorden vals worden geïnterpreteerd, dat deze advocaat met deze publiciteitsactie mij in een kwaad daglicht wil stellen en een mediamomentje krijgt over de rug van Denk. De advocaat weet als geen andere dat deze aangifte kansloos is.”

Bekijk meer van; proces overheid misdaad Michael Ruperti Kamerlid Oztürk Mart de Kruif Geert Wilders DENK

Premier Rutte wist in 2015 niet van burgerslachtoffers: ‘Staat mij helemaal niets van bij’

RTL 06.11.2019 Premier Rutte zegt in 2015 niet te zijn geïnformeerd dat bij een Nederlands bombardement in Irak 70 burgerdoden zijn gevallen. “Er staat mij helemaal niets van bij”, zegt de premier. Het ‘zou wel kunnen’ dat zijn ambtenaren op de hoogte waren.

Rutte vindt het niet vreemd dat zijn ambtenaren mogelijk wel zijn geïnformeerd, maar hij niet. “Jongens, dat is vier jaar geleden”, verzucht de premier tegen RTL Nieuws.

Op de hoogte?

Gisteren zei minister Bijleveld van Defensie dat het logisch is dat ook andere ministeries op de hoogte waren van het grote aantal burgerslachtoffers. Het is ‘aannemelijk’ dat de premier en drie andere departementen destijds zijn bijgepraat, aldus Bijleveld. De minister heeft beloofd uit te zoeken wie er precies van wist.

Lastig debat voor Bijleveld:

Minister Bijleveld mag blijven, dankzij nipte steun regeringspartijen

Lastig debat

Bijleveld had gisteravond een lastig debat in de Tweede Kamer. Bijlevelds voorganger, minister Hennis, had de Kamer laten weten dat Nederland niet betrokken was bij aanvallen met burgerslachtoffers, terwijl Hennis al was geïnformeerd over burgerslachtoffers bij een bombardement in juni 2015. Bijleveld ontdekte de fout pas vrijdag, zo was haar verweer.

Het wekte veel verbazing bij de Kamerleden dat Bijleveld pas vrijdag hoorde dat de Kamer verkeerd is ingelicht. Een goede verklaring had de bewindsvrouw hiervoor niet. “Ik kan het niet mooier maken dan het is”, zei Bijleveld na afloop. Een nipte meerderheid steunt haar, maar bijna alle oppositiepartijen hebben geen vertrouwen in de minister.

Opnieuw opheldering

Kamerleden van GroenLinks en SP hebben inmiddels opnieuw Kamervragen gesteld. Opvallend is dat ook andere betrokken ministers zeggen dat ze niets over de burgerslachtoffers in 2015 hebben gehoord. Lilianne Ploumen, destijds minister van Ontwikkelingssamenwerking, kan zich ook niet herinneren persoonlijk te zijn geïnformeerd over de aanval in Irak en de vele burgerslachtoffers

Lees meer:

‘Bombardement Nederlandse F-16 zorgde voor 70 burgerdoden in Irak’

RTL Nieuws / ANP; Mark Rutte  Jeanine Hennis-Plasschaert  Ank Bijleveld  Lilianne Ploumen  Tweede Kamer  Burgeroorlog Irak  Irak

Rutte over burgerdoden: ’Er staat mij niets van bij’

Telegraaf 06.11.2019 Premier Rutte sluit niet uit dat hij in 2015 op de hoogte is gesteld van tientallen burgerdoden die door Nederlandse bommen zijn gevallen in Irak. Hij kan het zich alleen niet meer herinneren. „Er staat mij niets van bij”, zegt Rutte. Wel kan het volgens hem zijn dat hij ambtelijk is bijgepraat. „Het is vier jaar geleden. Ik zou het echt niet weten.”

Dinsdagavond kwam defensieminister Ank Bijleveld in een Kamerdebat in de problemen. De Kamer is tot afgelopen maandag onwetend gehouden van Nederlandse betrokkenheid bij het bombardement van 3 juni 2015 op een bommenfabriekje van IS in het Iraakse Hawija.

Daar lagen meer explosieven dan vooraf gedacht, waardoor de ’secundaire explosies’ meer ’nevenschade’ veroorzaakten dan voorzien. Bovendien bevonden zich meer burgers in de nabijheid dan vooraf in kaart was gebracht. Onder de doden zaten behalve IS-strijders ook tientallen burgers.

Bijlevelds voorganger Hennis werd al een week na het bombardement door het Amerikaanse commando van de IS-missie verteld dat er waarschijnlijk door Nederlands toedoen burgerdoden waren gevallen. Diezelfde maand nog ontkende zij dat tegenover de Kamer.

Volgens Bijleveld was ze weliswaar bij haar aantreden eind 2017 op de hoogte gebracht van de burgerdoden door Nederlands toedoen, maar kwam zij er pas afgelopen vrijdag achter dat de Kamer daarover verkeerd was geïnformeerd. Ze overleefde ternauwernood een motie van wantrouwen. Alleen de coalitiepartijen, de SGP en Van Haga hielden haar in het zadel.

Het irriteerde de Kamer nogal dat de CDA-bewindsvrouw de schuld niet alleen afschoof op haar voorganger Hennis, maar dat ze ook herhaaldelijk zei dat de toenmalige PvdA-ministers Ploumen en Koenders de Kamerbrief met verkeerde informatie hadden ondertekend. In het feitenrelaas schreef ze daarover: „Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd.”

Bekijk ook: 

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen 

Hennis onder de bus gegooid

VVD-Kamerlid André Bosman vroeg zich af waarom er over aannames werd gesproken, terwijl de Kamer had gevraagd om een overzicht van feiten. Bij navraag ontkennen Koenders en Ploumen dat ze over de burgerdoden zijn geïnformeerd. Ook toenmalig vice-premier Asscher ontkent stellig dat hij op de hoogte is gebracht van burgerdoden die door Nederlands toedoen waren gevallen.

Ook zei Bijleveld tijdens het dat premier Rutte op de hoogte was van het Nederlandse aandeel bij de burgerslachtoffers bij de oorlog tegen IS. Oppositiepartijen hebben daar nieuwe vragen over gesteld. „Deze minister gooit haar voorganger onder de bus en sleept daarna andere bewindslieden mee”, zegt GroenLinks-Kamerlid Diks.

„Er is een fout gemaakt”, zegt Rutte. „Die is goed benoemd en meteen aan de Kamer gemeld.” Volgens hem is het geen probleem dat toenmalig minister Hennis nu VN-gezant is in Irak.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

Bekijk ook: 

Woede om moorduitspraak DENK 

Werd Rutte geïnformeerd over burgerdoden Irak? ‘Staat me niets van bij’

NOS 06.11.2019 Premier Rutte kan zich niet herinneren dat hij in 2015 al op de hoogte is gesteld van het feit dat er burgerslachtoffers waren gevallen bij een aanval met Nederlandse F-16’s in Irak. “Er staat mij niets van bij”, zei Rutte.

Gisteravond werd tegen minister Bijleveld van Defensie een motie van wantrouwen ingediend, omdat haar voorganger Hennis-Plasschaert tot twee keer toe de Kamer onjuist informeerde. Hennis hield vol dat Nederland niet betrokken was bij de dood van burgers in Irak, terwijl toen al duidelijk was dat dat niet klopte.

In het debat beklemtoonde Bijleveld meerdere keren dat ook andere ministeries kennis hadden van de burgerdoden. Ze werden kort na de aanval op de hoogte gebracht dat het zeer aannemelijk was dat er een groot aantal onschuldige slachtoffers was gevallen bij het bombardement op een bommenfabriek van IS.

Bijleveld noemde daarbij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Maar Rutte zegt nu dus dat hij zich niet herinnert dat hij persoonlijk op de hoogte is gesteld. Het is volgens hem wel mogelijk dat ambtenaren van hem zijn bijgepraat over de kwestie.

Koenders: absoluut niet ingelicht

Bert Koenders, destijds minister van Buitenlandse Zaken, reageert stelliger: “Ik kan me er niets van herinneren. Ik ben er absoluut niet over ingelicht. Als je het over dit soort aantallen slachtoffers hebt, vergeet je dat niet. Dat zou alle alarmbellen af doen gaan.”

Ook de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen, is verbaasd: “Ik ben niet persoonlijk geïnformeerd over de gebeurtenissen, over de Nederlandse betrokkenheid bij de aanval.” Net als Koenders weet ze niet of er ambtelijk wél informatie is uitgewisseld.

Premier Rutte zegt zelf pas afgelopen weekend van Bijleveld te hebben gehoord dat Hennis destijds de Kamer onjuist heeft geïnformeerd. Rutte vindt dat Hennis desondanks speciaal gezant van de VN in Irak kan blijven.

Bijleveld zegt dat ze ook pas afgelopen vrijdag wist dat de Kamer in 2015 onjuiste informatie had gekregen. Veel partijen vonden dat moeilijk te geloven, maar de motie van wantrouwen haalde het uiteindelijk niet.

Bekijk ook;

‘Rutte zegt niets te hebben geweten over burgerdoden Hawija’

MSN 06.11.2019 Premier Mark Rutte kan zich niet herinneren dat hij in 2015 op de hoogte is gesteld over de burgerdoden die dat jaar vielen bij een Nederlands bombardement in Irak. Dat heeft de minister-president woensdag gezegd, meldt de NOS. Volgens Rutte zijn ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken mogelijk wel op de hoogte gesteld over de gevolgen van het bombardement.

Rutte heeft verder gezegd dat hij pas afgelopen weekend van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) heeft gehoord dat haar voorganger de Tweede Kamer in 2015 verkeerd heeft geïnformeerd over de luchtaanval. Bij het bombardement, gericht op een bommenfabriek van terreurgroep Islamitische Staat (IS), kwamen zeventig mensen om het leven. Volgens het Amerikaanse Pentagon waren alle slachtoffers burgers.

De toenmalige minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) meldde destijds dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen bij het bombardement, terwijl zij wist dat dit wel het geval was. Dit heeft het kabinet eerder deze week erkend, na onthullingen van NRC en de NOS.

Dinsdag moest minister Bijleveld zich in de Kamer verantwoorden over het Nederlandse bombardement. Zij bood tijdens een spoeddebat haar excuses aan omdat haar voorganger de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks diende een motie van wantrouwen tegen de minister in, die zij ternauwernood overleefde. In het debat werd meermaals gevraagd of premier Rutte wist over de burgerdoden, maar op deze vraag kon Bijleveld geen antwoord geven.

Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

NU 05.11.2019 In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in het Iraakse Hawija een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) geraakt door een bom die kort daarvoor was afgeworpen door een Nederlandse F-16. Er vielen zeker zeventig doden, waaronder een groot aantal burgerslachtoffers. Maandag verstuurde minister van Defensie Ank Bijleveld een brief aan de Tweede Kamer over de aanval en dinsdag wordt hierover gedebatteerd. Wat weten we precies over deze kwestie?

Was de fabriek een legitiem doel?

Militair gezien wel. Het gedeelte van Irak waarin Hawija ligt was op dat moment in handen van IS, dat de fabriek onder meer gebruikte om bijvoorbeeld autobommen of bermbommen te maken die elders in Irak of in Syrië veel slachtoffers maakten.

Hoe wist de coalitie die tegen IS vocht dat dit een bommenfabriek van IS was?

Volgens militair expert Peter Wijninga wordt dat inlichtingenproces langzaam opgebouwd. De meeste informatie komt van informanten op de grond of bijvoorbeeld door een drone in de lucht die de fabriek in de gaten houdt en ziet wat er allemaal het gebouw in gaat en ook weer verlaat.

“Op een gegeven moment is duidelijk dat het gaat om een bommenfabriek die uitgeschakeld moet worden”, aldus Wijninga. “Het is het normale proces dat de bronnen op de grond in contact staan met het Iraakse leger. Ik ga ervan uit dat dat nu ook weer plaats heeft gevonden, omdat het Iraakse leger er een stem in heeft welke doelen er worden gekozen. De coalitie is daar op uitnodiging van Irak, dus het gaat ook niet zonder hun medewerking.”

Er zijn dus geen Nederlanders bij het voortraject betrokken geweest?

“Het verschilt per operatie of er Nederlanders bij het voortraject betrokken zijn. Soms hebben we mensen in het planningsproces zitten, maar niet altijd. Ik weet niet of dat hier het geval is geweest”, stelt Wijninga.

“Het kan soms wel dat er ook Nederlandse elitetroepen betrokken zijn bij het bepalen van het doel en de observatie van het doel, maar dit was midden in een stad die in handen was van IS. Daar kun je niet zomaar als Westerse troepen laten rondlopen, dat valt meteen op. Dus in dit geval is er waarschijnlijk voor gekozen om te vertrouwen op de Iraakse inlichtingen.”

Ank Bijleveld, de huidige minister van Defensie (Foto: Pro Shots)

Hoe komen de militairen die het doel bepalen dan bij Nederland uit om de aanval uit te voeren?

Niet elke partner in de coalitie is in staat om zo’n doel te treffen. Nederland is daar zeer bedreven in. “En principe volstaat één bom. Het is een bommenfabriek, dus er liggen explosieven. Door de schokgolf gaan de andere explosieven ook af”, legt Wijninga uit. “Hiervoor heb je een kleine geleide bom nodig van 250 pond.”

“Vandaar dat men ook bij de Luchtmacht is uitgekomen, omdat Nederland op dat moment buiten de Amerikanen het enige land was ter plaatse dat zo’n type bom had.”

En dan vliegt de Nederlandse F-16 uit en wordt de bom gegooid.

“Eerst wordt er gekeken naar de Nederlandse jurist die in het hoofdkwartier aanwezig is of de voorgestelde missie binnen het Nederlandse mandaat valt”, zegt Wijninga. “Wat is de kans op nevenschade of burgerslachtoffers? Als dat allemaal acceptabel is wordt er akkoord gegaan met de doeltoewijzing en wordt de missie gepland en uiteindelijk uitgevoerd.”

Hoe komt het dat er dan toch zo veel burgerslachtoffers zijn gevallen?

Er lagen veel meer explosieven in de fabriek dan was ingeschat bij het verzamelen van de inlichtingen. Dus de Nederlandse bom had een kleine kettingreactie van explosies moeten veroorzaken, maar dit werden meerdere grote explosies. Volgens minister Ank Bijleveld ging het hierbij misschien wel om honderd vrachtwagens vol explosieven die ongezien de fabriek waren binnengegaan, zo zei ze maandag in gesprek met NRC. Bovendien was er mogelijk sprake van een grote hoeveelheid vluchtelingen die rondom de fabriek gevestigd waren, al is dat laatste niet bevestigd.

Dus de Nederlandse vliegers hebben niets fout gedaan?

Nee, die moeten kunnen vertrouwen op de inlichtingen waarop hun missie is gestoeld. De fout zit in het proces om alle informatie te vergaren. “En dat is het grote punt”, stelt Wijninga. “De informatie over die vrachtwagens zou wel zijn gemeld aan het Iraakse leger, maar niet terecht zijn gekomen op het centrale hoofdkwartier.

Maar nu is de minister van Defensie in de problemen geraakt door deze kwestie

Dat komt vooral omdat haar voorganger minister Jeanine Hennis-Plasschaert op 23 juni 2015 in een antwoord op kamervragen zei dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen als gevolg van Nederlandse bombardementen in Irak.

Terwijl het voor de Luchtmacht direct bekend was dat er zogenoemde ‘nevenschade’ was. Vervolgens bleek op 15 juni 2015 uit een Amerikaans rapport dat de kans heel groot was dat er bij de aanval op de bommenfabriek in de nacht van 2 op 3 juni wel degelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Bovendien bleek dinsdag dat het volgens het ministerie “aannemelijk is dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”.

De kamer is toen dus verkeerd geïnformeerd. En Bijleveld is politiek verantwoordelijk voor de uitspraken van haar voorganger.

Pas nadat NRC en de NOS op 18 oktober hun onderzoek naar de luchtaanval publiceerden kwam er maandag uiteindelijk een kamerbrief van minister Bijleveld, ook omdat ze naar eigen zeggen eerst met de betrokken piloten over de kwestie wilde praten.

Zie ook: Kabinet erkent Nederlandse luchtaanval boven Irak met 70 doden

Lees meer over: Irak Defensie Politiek

Bijna hele oppositie wil Bijleveld weg

MSN 05.11.2019 Bijna de gehele oppositie in de Tweede Kamer heeft geen vertrouwen meer in defensieminister Ank Bijleveld. Ze rekenen haar aan dat haar voorganger de Kamer verkeerd heeft ingelicht over een luchtaanval die veel Iraakse burgers het leven kostte, en dat Bijleveld dat pas maandag meldde.

Een motie van wantrouwen van GroenLinks kreeg de steun van PVV, SP, Partij voor de Dieren, 50PLUS, DENK, FVD en het lid Van Kooten.

Bijleveld biedt ‘oprechte excuses’ aan voor verkeerd informeren Kamer

NU 05.11.2019 Minister Ank Bijleveld (Defensie) heeft dinsdag in een debat aan de Tweede Kamer haar “oprechte excuses” aangeboden voor het verkeerd informeren van de Kamer over de Nederlandse betrokkenheid bij de luchtaanvallen in de Iraakse steden Hawija en Mosoel waarbij 74 mensen om het leven kwamen, waaronder burgerdoden.

“Als minister ben ik verantwoordelijk, ook voor het handelen van mijn voorganger. Dit is niet juist. Dit had anders gemoeten”, aldus Bijleveld.

De minister wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat haar voorganger oud-minister Jeanine Hennis, de Kamer in 2015 verkeerd heeft geïnformeerd.

Bijleveld stelt dat zij bij haar aantreden “op hoofdlijnen” is geïnformeerd over burgerslachtoffers, maar verder niet op de hoogte is geweest van details.

‘Hennis was op de hoogte’

Hennis, die tegenwoordig de VN-chef in Irak is, meldde in de zomer van 2015 aan de Kamer dat voor zover haar bekend was er geen burgerslachtoffers waren gevallen bij de inzet van Nederlandse F-16’s in de strijd tegen Islamitische Staat.

Uit een Kamerbrief van minister Bijleveld van afgelopen maandag blijkt dat het ministerie destijds al beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage waaruit bleek dat het “geloofwaardig was” dat er bij de aanval in Hawija burgers om het leven waren gekomen.

“Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd”, schrijft minister Bijleveld dinsdag voorafgaand aan het debat in een aanvullende brief.

Oppositie eist opheldering

Hoewel de Tweede Kamer de excuses van de minister waardeert, blijft er harde kritiek klinken. Zo is er verbazing in Kamer over het feit dat de bewindsvrouw pas afgelopen vrijdag is bijgepraat. Dit terwijl uit onderzoek van NOS en NRC twee weken geleden al bleek dat Nederland verantwoordelijk was voor het bombardement op Hawija en Mosoel.

SGP’er Chris Stoffer wil weten waarom er niemand op het ministerie van Defensie de minister niet eerder op hoogte heeft gesteld de onjuiste informatieverstrekking aan de Kamer recht te zetten.

SP’er Sadet Karabulut vindt dat Bijleveld zich niet achter Hennis mag verschuilen. Ook zij vraagt zich af waarom de minister door haar departement pas vrijdag op de hoogte is gesteld. “Als dit de staat van het departement is, dan is het veel erger dan gedacht”, aldus Karabulut. “Er is keer op keer moedwillig informatie achtergehouden. Is dit de manier waarop Defensie met de Kamer en de Nederlandse bevolking omgaat?”

Ook coalitiepartijen D66 en VVD zijn kritisch. VVD’er André Bosman zegt zich grote zorgen te maken over het ontbreken van een politieke antenne op het departement. Ook hij vindt dat de minister veel eerder had moeten worden bijgepraat.

Kabinet erkent betrokkenheid bij aanval Hawija

Maandag erkende het kabinet de Tweede Kamer verkeerd te hebben geïnformeerd over twee aanvallen van de Nederlandse luchtmacht in Irak in de strijd tegen IS.

Het gaat om de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija waar zeventig mensen, onder wie een onbekend aantal burgerslachtoffers, zijn omgekomen.

De minister schrijft in de brief dat er geen indicaties waren dat bij de aanval burgerslachtoffers zouden vallen. Omdat er in de fabriek meer bommen lagen opgeslagen dan gedacht, viel het schadegebied groter uit van voorzien.

Zie ook: Dit weten we over de luchtaanval met burgerdoden in Irak

Onjuiste inlichtingen in Mosoel

Ook was Nederland betrokken bij een aanval die was gericht op een vermoedelijk hoofdkwartier van IS in de stad Mosoel. Achteraf bleek het om een woning te gaan. Vier mensen kwamen daarbij om het leven. De aanval was het gevolg van onjuiste inlichtingen.

Het Openbaar Ministerie heeft beide incidenten onderzocht en kwam tot de conclusie dat de luchtaanvallen rechtmatig waren.

Lees meer over: Defensie

Bijleveld biedt excuses aan voor verzwijgen burgerdoden Irak

NOS 05.11.2019 Minister Bijleveld van Defensie heeft in de Tweede Kamer “oprechte excuses” aangeboden voor het onjuist informeren van de Kamer over de burgerslachtoffers die vielen bij een Nederlandse F16-aanval in Irak in 2015.

Bijlevelds voorganger, minister Hennis, informeerde de Kamer tot twee keer toe onjuist over de zaak. Ze zei dat er geen burgerdoden waren gevallen, terwijl ze toen al wist dat dat wel degelijk was gebeurd. Bij de aanval, op een IS-fabriek van autobommen, kwamen zeker 70 onschuldige burgers om het leven.

“Het had zo niet gemoeten”, erkende Bijleveld aan de Tweede Kamer. “Ik ben verantwoordelijk, ook voor het handelen van mijn voorgangers.”

Geen antwoord

Kamerlid Isabelle Diks van GroenLinks had eerder in het debat geconstateerd dat Bijleveld de leugens van haar voorganger niet meteen heeft rechtgezet. “Ze heeft de leugen overgenomen. Ze kwam pas met de waarheid toen de NOS en NRC Handelsblad erover berichtten.” Diks sprak van “een diepe kras in de geloofwaardigheid” van de minister.

Sadet Karabulut (SP) noemt het “onacceptabel” dat de Kamer is voorgelogen. “En deze minister probeerde zich ongegeneerd te verschuilen achter de leugens van haar voorganger.”

Maar de minister verwerpt die kritiek. Het is haar, naar eigen zeggen, pas afgelopen vrijdag duidelijk geworden dat Hennis de Kamer daadwerkelijk bewust onjuist had geïnformeerd. Pas toen stond voor Bijleveld vast dat haar voorganger al wist dat er burgerdoden waren gevallen.

De Kamer reageerde verbaasd op die uitleg. Hoe kan het dat vorige week pas duidelijk werd dat Hennis in 2015 onjuiste informatie had verstrekt?

Minister Bijleveld had daar geen antwoord op: “Ik vind het heel vervelend”.

F16’s al maanden weg uit Irak

Bijleveld zelf werd bij haar aantreden, in november 2017, op hoofdlijnen op de hoogte gesteld van de feiten en wist dus van de burgerdoden. Veel partijen vroegen zich af waarom ze er nu pas mee naar buiten kwam. Op zich is het gebruikelijk om tijdens een militaire missie niet te veel details te delen, om zo de veiligheid van de militairen niet in gevaar te brengen. Maar de Nederlandse F16’s zijn nu al elf maanden weg uit Irak.

De minister wees erop dat de missie in Irak nog steeds loopt, ook al is Nederland er niet bij betrokken. Ze wilde het zorgvuldig doen en eerst met de andere landen van de coalitie overleggen. “Ik had misschien graag sneller openheid willen geven, maar ik kon het niet.”

Bekijk ook;

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak. Ⓒ ANP

Minister Bijleveld biedt Kamer excuses aan om Irak

Telegraaf 05.11.2019 Minister Ank Bijleveld (Defensie) heeft tijdens het debat over burgerslachtoffers in Irak een motie van wantrouwen gekregen. Behalve GroenLinks willen ook de PVV, SP, PvdD, 50Plus, Denk, FvD en Van Kooten de minister weg hebben. De coalitiepartijen houden haar met steun van PvdA, SGP en Van Haga overeind.

Bijleveld wist al bij haar aantreden in 2017 al dat er bij Nederlandse luchtaanvallen in Irak burgerslachtoffers waren gevallen. Ze wist naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag dat de Tweede Kamer daarover niet was geïnformeerd.

Met die verdediging probeerde de CDA-bewindsvrouw de verantwoordelijkheid voor het niet informeren van de Tweede Kamer bij haar voorganger Jeanine Hennis te leggen. Evengoed bood Bijleveld als ministerieel verantwoordelijke tijdens het Kamerdebat haar excuses aan voor het onthouden van informatie over de Nederlandse luchtaanvallen in Hawija en Mosul in 2015, waarbij tientallen burgerslachtoffers waren gevallen.

Hennis werd over de aanval van 3 juni 2015 op een munitiefabriek in Hawija al een week later door het Amerikaanse commando verteld dat er waarschijnlijk door Nederlands toedoen burgerslachtoffers waren gevallen. Omdat er meer explosieven lagen opgeslagen dan verwacht, was de ’nevenschade’ groter. Er vielen 70 slachtoffers, zowel burgers als IS-strijders.

Excuses

Nog diezelfde maand antwoordde Hennis op vragen van de Kamer dat er geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers in Irak. „Dat klopt dus niet”, zei Bijleveld. „Dat is feitelijk onjuist.” Achter dit feit kwam Bijleveld naar eigen zeggen pas afgelopen vrijdag, ’bij een laatste check’. „Ik heb toen meteen de informatie aan de Kamer erop aangepast.”

De Kamer vond die uitleg twijfelachtig en wilde van de minister weten waarom ze pas 11 maanden na het terugkeren van de Nederlandse F-16’s pas openheid van zaken heeft gegeven. „Was er niemand op het ministerie die u wist dat de Kamer verkeerd geïnformeerd was?”, zo vroeg SGP-Kamerlid Stoffer zich af. Bijlveld antwoordde dat ’informatiehuishouding en departementen’ nu eenmaal ingewikkeld is.

Onacceptabel

VVD-Kamerlid André Bosman vroeg zich af waarom Bijleveld heeft gebroken met het beleid om geen gedetailleerde informatie te openbaren over militaire operaties. En waarom nu pas? „Waarom zijn de feiten niet eerder gemeld?”

Bijleveld wees op ’operationele veiligheid’. Volgens de minister moest ze niet alleen rekening houden de veiligheid van eigen militairen, maar ook die van bondgenoten. „Dat Nederland er niet meer vloog, wil niet zeggen dat er niet meer gevlogen werd.”

Volgens Isabelle Diks (GroenLinks) heeft Bijleveld de leugens van haar voorganger over deze zaak overgenomen in plaats van het recht te zetten. „Daarmee volhardde ze in de onjuiste informatievoorziening aan de Tweede Kamer.” Dat zorgt voor een ’diepe kras in haar geloofwaardigheid’. ’Met pijn in het hart’ zegde ze het vertrouwen in de minister op. Sadet Karabulut (SP) bnoemde het ’onacceptabel’ dat de Kamer is ’voorgelogen’. „Deze minister mag zich niet verschuilen achter haar voorganger.”

CU-Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) zag ’een tendens’ bij de minister om de Kamer beter te informeren over burgerslachtoffers. Toch hield de coalitie, evenals PvdA, SGP en Van Haga de minister in het zadel, al vond D66-Kamerlid Salima Belhaj dat Bijleveld het de Kamer daarbij ’niet makkelijk’ had gemaakt. Zij wil dat Defensie werk maakt van schadevergoeding voor de nabestaanden en daarbij niet verwijst naar de Iraakse regering.

Bekijk ook:

Woede om moorduitspraak DENK 

DENK-Kamerlid Selcuk Öztürk kreeg eerder op de avond de rest van de Kamer over zich heen omdat hij bij de luchtaanval sprak over ’moord’. Jeanine Hennis noemde hij een ’lijkenverstopper’. Kamervoorzitter Arib riep Öztürk tot de orde.

Tweets by ‎@Nielsrigter

Bijleveld biedt excuus aan om verkeerd informeren Kamer rond bombardement Irak

AD 05.11.2019 De Tweede Kamer heeft tijdens een spoeddebat harde kritiek op minister Ank Bijleveld van Defensie geuit. De CDA-bewindsvrouw had eerder openheid van zaken moeten geven over burgerslachtoffers bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015. De Kamer werd daarover onjuist geïnformeerd. Bijleveld bood daar haar ‘oprechte excuses’ voor aan.

Ik ben daar verantwoordelijk voor, ook voor het handelen van mijn ambtsvoorgangers. Ik kan niet anders doen dan dat erkennen en excuses maken.’’ Ook sprak ze ‘namens het kabinet’  haar medeleven uit met de nabestaanden

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Uit een feitenrelaas dat Bijleveld vanmiddag naar de Kamer stuurde, blijkt dat toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis persoonlijk op de hoogte was dat het ‘geloofwaardig’ was dat er bij een Nederlands bombardement in het Iraakse Hawija, in de nacht van 2 op 3 juni 2015 burgerdoden waren gevallen. Toch schreef ze een paar weken later aan de Kamer dat dat ‘voor zover op dit moment bekend’ niet het geval was. Gisteren erkende Bijleveld dat er bij het bombardement zeker zeventig doden vielen.

Feitelijke onjuistheid

Bijleveld zegt dat ze pas ‘afgelopen vrijdag’ heeft vastgesteld dat de Kamer destijds onjuist werd geïnformeerd. De brief waarin de Kamer zou worden geïnformeerd over de burgerslachtoffers lag toen al klaar en werd in het weekend nog aangepast, ‘met deze informatie erin’. De Defensieminister bestrijdt ‘het frame’ dat de Kamer ‘werd voorgelogen’. ,,Het is een feitelijke onjuistheid.’’

Volgens Isabelle Diks (GroenLinks) heeft Bijleveld de leugens van haar voorganger Jeanine Hennis over deze zaak overgenomen in plaats van het recht te zetten. Dat zorgt voor een ‘diepe kras in haar geloofwaardigheid’. Sadet Karabulut (SP) vindt het ‘onacceptabel’ dat de Kamer is voorgelogen.

Bijleveld mag zich volgens haar ‘niet verschuilen’ achter haar voorganger. ,,Dit is de politieke verantwoordelijkheid van minister en van haar alleen.’’ De Kamer is ‘bewust fout geïnformeerd’, meent PvdA’er John Kersten.

Harde noten

Ook regeringspartijen kraakten harde noten. Het was immers beleid om niets te zeggen over lopende operaties, stelt VVD-Kamerlid André Bosman. De informatie van Hennis was daardoor ‘inhoudelijk onjuist en procedureel onjuist’. D66-Kamerlid Salima Belhaj wilde weten waarom Bijleveld de verkeerde info van haar voorganger niet eerder heeft rechtgezet.

Dat had volgens haar moeten gebeuren bij haar aantreden in oktober 2017, toen Bijleveld over de kwestie werd geïnformeerd, of na het beëindigen van de missie tegen IS, in december 2018.

D66 eiste meer details over de gang van zaken. Het feitenrelaas vindt Belhaj ‘te algemeen’. Ze wil weten hoe Hennis werd geïnformeerd, of daar een memo van is en wat er in het overdrachtsdossier stond toen Bijleveld aantrad. Volgens Bijleveld is de memo geheim, maar ze wil bekijken of die nu toch openbaar gemaakt kan worden. Wat er in haar overdrachtsdossier stond weet ze ‘niet precies’.  Daarover zegt ze: ,,Ik was me er toen bewust van het feit dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. De details komen later.’’

Denk-Kamerlid Selcuk Öztürk haalde zich de woede van de rest van de Kamer op de hals omdat hij sprak over ‘moord’ op onschuldige burgers door de Nederlandse F-16-vliegers. ‘Niet respectvol’ en ‘zeer betreurenswaardig’, aldus zijn collega-Kamerleden.

Burgerdoden

Het Openbaar Ministerie deed onderzoek naar vier aanvallen waarbij mogelijk burgerdoden vielen en zag geen reden voor vervolging. De Kamer meent dat de piloten niets valt te verwijten, zij voerden hun missie uit op basis van inlichtingen die achteraf niet bleken te kloppen. ,,We staan hier niet om de betrokken militairen de maat te nemen’’, aldus GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks.

Kamervoorzitter Khadija Arib greep meermaals in om Öztürk te vragen zijn woorden zorgvuldiger te kiezen. Daarop vroeg het Denk-Kamerlid zich eerst af of minister Bijleveld ‘wel een hart’ heeft om vervolgens oud-minister Jeanine Hennis vanwege haar onjuist informatie aan de Kamer ‘een lijkenverstopper’ te noemen die werd ‘beloond’ met een ‘baantje in Irak’. Hennis is inmiddels VN-gezant in het land.

Minister Bijleveld maakt excuses voor fout informeren dodelijke aanval Irak

MSN 05.11.2019 Minister Ank Bijleveld heeft excuses gemaakt omdat de Tweede Kamer door haar voorganger verkeerd is geïnformeerd over een dodelijke aanval in Irak door Nederlandse F-16’s. Bijlevelds voorganger, Jeanine Hennis, had in 2015 gemeld dat er geen burgerdoden waren gevallen, maar dat was foute informatie. “Ik bied daarvoor oprechte excuses aan”, zegt Bijleveld nu.

Gisteren maakte minister Bijleveld bekend dat bij de aanval van Nederlandse F-16’s op een IS-doelwit in Irak in 2015 circa zeventig doden waren gevallen, onder wie burgers. Het is de eerste keer dat het kabinet zo open over een aanval is. 

Nu pas openheid

De oppositiepartijen verwijten minister Bijleveld dat er nu pas openheid komt over de burgerslachtoffers bij het bombardement. Pijnlijk is dat toenmalig minister Hennis dus een paar weken na het bombardement aan de Kamer meldde dat er geen burgerslachtoffers te betreuren waren.

Dat onjuiste informeren zit de partijen hoog.  Minister Bijleveld biedt daarvoor vandaag haar excuses aan in de Tweede Kamer. Sadet Karabulut (SP) vindt het ‘onacceptabel’ dat de Kamer is voorgelogen. Bijleveld mag zich volgens haar ‘niet verschuilen’ achter haar voorganger. De Kamer is ‘bewust fout geïnformeerd’, meent PvdA’er John Kersten.

Jeanine Hennis, die nu VN-gezant is in Irak, wil niet reageren en laat de communicatie over aan minister Bijleveld.

© Aangeboden door RTL Nederland

Piloten valt niets te verwijten

De Kamer meent verder dat de piloten die de aanval uitvoerden, niets valt te verwijten. Zij voerden de missie uit op basis van inlichtingen die achteraf niet klopten.

De aanval van de F-16’s was gericht tegen een autobommenfabriek in Hawija.

Woede om DENK

Denk-Kamerlid Selcuk Öztürk haalde zich de woede van de rest van de Kamer op de hals omdat hij sprak over ‘moord’ op onschuldige burgers door de Nederlandse F-16-vliegers.

Volgens de rest van de Kamerleden zijn zijn opmerkingen ‘zeer betreurenswaardig.’

Lees ook:

Kamerleden boos om verkeerde informatie over aanval in Irak: ‘Dit is heel ernstig’

RTL Nieuws; Ank Bijleveld Koninklijke Luchtmacht Ministerie van Defensie Burgeroorlog Irak

Oud-minister Hennis wist persoonlijk van mogelijke burgerdoden Irak

NOS 05.11.2019 Toenmalig minister Hennis van Defensie is kort na de luchtaanval in Irak persoonlijk op de hoogte gesteld over het bombardement waarbij 70 doden zijn gevallen. Zij kende dus het voorval toen zij later die maand de Tweede Kamer liet weten dat er “geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers”.

Dat blijkt uit het feitenrelaas dat door minister Bijleveld naar de Tweede Kamer is gestuurd. Op dit moment debatteert de Kamer over de luchtaanval en het verkeerd informeren door VVD-minister Hennis in 2015.

Minister Bijleveld erkende gisteren voor het eerst dat Nederland verantwoordelijk was voor de aanval. Daaruit bleek dat de minister de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd, hoewel niet duidelijk was of zij wist dat ze de Kamer verkeerd voorlichtte.

Ook andere ministers en Rutte in beeld

Volgens het feitenrelaas is het “aannemelijk” dat ook andere “betrokken ministeries” na de briefing aan Hennis op de hoogte zijn gebracht van het incident. Dat zou betekenen dat de PvdA-ministers Koenders en Ploumen van Buitenlandse Zaken, en mogelijk ook premier Rutte, wisten van het incident toen Hennis de Kamer verkeerd voorlichtte.

Uit de tijdlijn is ook op te maken dat de huidige minister Bijleveld vlak na haar aantreden in november 2017 is bijgepraat over het incident. Uiteindelijk duurde het tot april 2018 voordat zij de Kamer op de hoogste stelde dat er mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen bij de Nederlandse aanval.

Zij deed dat naar aanleiding van het afgeronde onderzoek van het Openbaar Ministerie, waarvan de uitkomsten in februari 2018 met het ministerie werden gedeeld. Hoewel haar voorganger had beloofd de uitkomsten van dat onderzoek direct te delen met de Tweede Kamer, duurde het dus nog maanden voordat minister Bijleveld dit naar buiten bracht.

Bekijk ook;

Selcuk Öztürk tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak. Ⓒ ANP

Woede om moorduitspraak DENK

Telegraaf 05.11.2019 DENK mag de Nederlandse luchtaanval die Iraakse burgers in 2015 het levens kostte geen moord noemen, vindt de Tweede Kamer. DENK-Kamerlid Selcuk Öztürk moet dat woord terugnemen, vinden bijna alle andere partijen. Maar hij weigert dat.

Öztürk stelde in het debat over de luchtaanval dat het kabinet „niet de ernst inziet van deze moorden.” Hij noemde Jeanine Hennis, ten tijde van de aanval minister van Defensie, bovendien een „lijkenverstopper” omdat ze de burgerdoden verzweeg. Ook die opmerking kwam hem op een uitbrander te staan van onder andere GroenLinks.

Ook Kamervoorzitter Khadija Arib deed een dringend beroep op Öztürk om andere woorden te kiezen. „Nu gaat de aandacht naar u en niet naar de slachtoffers”, zei ze.

Öztürk werpt tegen dat de nabestaanden ook van moord zouden spreken.

Bekijk meer van; gewapend conflict defensie Selçuk Öztürk Jeanine Hennis-Plasschaert

DENK noemt luchtaanval moord en wekt woede

MSN 05.11.2019 DENK mag de Nederlandse luchtaanval die Iraakse burgers in 2015 het levens kostte geen moord noemen, vindt de Tweede Kamer. DENK-Kamerlid Selcuk Öztürk moet dat woord terugnemen, vinden bijna alle andere partijen. Maar hij weigert dat.

Öztürk stelde in het debat over de luchtaanval dat het kabinet “niet de ernst inziet van deze moorden”. Hij noemde Jeanine Hennis, ten tijde van de aanval minister van Defensie, bovendien een “lijkenverstopper” omdat ze de burgerdoden verzweeg. Ook die opmerking kwam hem op een uitbrander te staan van onder andere GroenLinks.

Ook Kamervoorzitter Khadija Arib deed een dringend beroep op Öztürk om andere woorden te kiezen. “Nu gaat de aandacht naar u en niet naar de slachtoffers”, zei ze.

Öztürk werpt tegen dat de nabestaanden ook van moord zouden spreken.

Een F16-vlieger moet soms wel drie kwartier in de lucht wachten voordat hij hoort dat hij een bom op een doel mag gooien. Ⓒ HOLLANDSE HOOGTE

Dit gebeurt er voordat F-16 bom laat vallen

Telegraaf 05.11.2019 Maanden duurde het soms voor er in de strijd tegen IS voldoende informatie was om een F-16 een aanval te laten uitvoeren. Op het laatste moment werden missies afgeblazen. En ondanks de volgens jachtvliegers ’chirurgische precisie’ waarmee bombardementen werden uitgevoerd, konden er toch burgerdoden vallen.

Jachtvlieger Jeffrey (een schuilnaam) hangt boven het kalifaat en wacht op toestemming om aan te vallen. Op een beeldschermpje ziet hij een vrachtwagen, bekleed met stalen platen. Hij weet dat de truck vol explosieven zit en bedoeld is om door de zelfmoordenaar achter het stuur tussen Koerdische strijders tot ontploffing te worden gebracht.

Een paar minuten heeft hij om het gevaar weg te nemen, maar Jeffrey krijgt geen groen licht vanuit het Combined Air Operations Centre (CAOC), het hoofdkwartier van de luchtoorlog in Qatar. Zijn ongeduld groeit. Waar wachten ze op?

Uitsluitsel

De officier die in de enorme verduisterde zaal vol muurhoge beeldschermen toestemming moet geven, zit in zijn maag met de afstand tussen de bomauto en een groepje huizen. De controllers twijfelen of die wel buiten de ontploffingsradius blijven. Pas na drie kwartier komt er uitsluitsel: Jeffrey mag aanvallen.

Bekijk ook: 

F-16-vlieger ziek van vergisbom 

„Er ontstond een gigantische vuurbal. Blijkbaar zat dat ding vol olie en benzine, alle bomen vlogen in brand. Tot dat moment vond ik het getwijfel overdreven, maar de ontploffing reikte tot twintig of dertig meter van die huizen. Het luisterde dus inderdaad nauw. Als daar een kind had gelopen, was dat in gevaar geweest. De drones hingen al uren om te zien of er echt niets bewoog rond die huizen”, zegt Jeffrey.

Het verhaal dat hij vertelt in het vandaag verschenen boek Missie F-16 is een goed voorbeeld van hoe de coalitietroepen de luchtoorlog tegen IS voerden. Vliegers spreken van het meest chirurgische conflict ooit. Overste Joost Luysterburg weet dat uit eigen ervaring; de veteraan en zeer ervaren F-16-vlieger werkte vier maanden in het CAOC als red card holder.

De vertegenwoordiger van Nederland die met elke aanval moest instemmen en deze kon vetoën. Desnoods terwijl het vliegtuig al boven het doel hing. Iets wat volgens Luysterburg ook gebeurde.

Meekijken

„De hoeveelheid informatie die wij zien, is onkenbaar. Ik kan live meekijken met de hele wereld. Dronebeelden, satellietbeelden, ik kan precies zien welk vliegtuig waar vliegt en welke bommen hij bij zich heeft. Ik zie terroristen lopen en er wordt live vertaald wat ze zeggen”, vertelt de overste over het CAOC.

Bekijk ook: 

‘Ik heb een heel gezin gedood’ 

„Computers laten op driedimensionale modellen van gebouwen een berekening los van de verwachte nevenschade van bommen. Heel Irak en Syrië zijn digitaal nagebouwd. Je kunt simuleren hoeveel schade welk wapen veroorzaakt in de omgeving. We hebben inlichtingen waar een school is gevestigd, een ziekenhuis, een ambassade. Al die data bekijk je voor je beslist.”

Aan het moment waarop de red card holder de finale beslissing neemt, is een uitgebreide voorbereidingsfase vooraf gegaan. Eentje die volgens kolonel Peter Tankink maanden kan duren. Die tijd wordt gebruikt om voldoende inlichtingen te verzamelen over het doel. Is de conclusie dat het toch geen militair object is, dan vielen Nederlandse F-16’s volgens hem niet aan.

Was dit wel het geval, dan werd het doelwit besproken in het zogeheten Joint Targeting Board. Een comité waarin militairen van de aan de missie deelnemende landen zitten. Na goedkeuring van deze board moesten de Iraakse autoriteiten instemmen. Pas daarna was het aan de red card holder. In totaal beslissen tien mensen over één bom.

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Hersencapaciteit

Hoe kan het dat met zoveel hersencapaciteit en hulpmiddelen er toch burgerdoden vallen? In het Irakese Hawija zorgde een aanval op een bomtruckfabriek voor een veel zwaardere explosie dan gedacht. Zeventig mensen stierven. Het is onduidelijk hoeveel van hen burgers waren. In Mosul gooide een Nederlandse vlieger een bom op een gebouw dat volgens de inlichtingen een IS-hoofdkwartier was. Het bleek om een villa te gaan waarin een gezin woonde. Vier mensen verloren het leven.

“Fout in vroegste schakel van het proces zorgt voor burgerdoden”

In beide casussen, waarvan minister Bijleveld (Defensie) maandag officieel bevestigde dat Nederlandse vliegtuigen erbij betrokken waren, zat volgens haar de fout in de vroegste schakel van de keten. Die van het inlichtingen inwinnen.

Technische hoogstandjes en goede planning beperken volgens overste Luysterburg het aantal burgerdoden, maar zelfs de slimste bommen en meest hoogwaardige spionagedrones kunnen zoals zijn baas Commandant Luchtstrijdkrachten Dennis Luyt eerder deze maand al zei geen 100 procent garantie bieden op het voorkomen van onbedoelde slachtoffers.

Bekijk meer van; conflicten, oorlog en vrede Joost Luysterburg Peter Tankink Ank Bijleveld Dennis Luyt Combined Air Operations Centre Missie F-16

Oud-Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert is nu Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN voor Irak. © ANP/Evert-Jan Daniels

Hennis wist van mogelijke burgerslachtoffers, zei dat er ‘voor zover bekend’ geen waren

AD 05.11.2019 Toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie was al persoonlijk gebriefd over de aanval in de Iraakse stad Hawija toen zij in een Kamerbrief schreef dat er ‘voor zover bekend’ geen sprake was geweest van burgerslachtoffers bij de Nederlandse bombardementen op Irak. Dat blijkt uit een feitenrelaas dat haar opvolger, Ank Bijleveld, zojuist naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Daarin schrijft Bijleveld dat haar ‘ambtsvoorganger’ Hennis op 9 juni 2015 werd geïnformeerd over de aanval in de nacht van 2 op 3 juni en het onderzoek daarna. In die briefing hoorde zij ook dat het volgens het Amerikaanse commandocentrum ‘geloofwaardig was’ dat er burgerslachtoffers te betreuren waren bij de Nederlandse aanval. Op 15 juni krijgt het ministerie van Defensie dat onderzoek op papier binnen.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Toch ontkende Hennis op 23 juni dat er sprake was van mogelijke Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers in de strijd tegen IS: ‘Daar is, voor zover op dit moment bekend, geen sprake van geweest’. Ook werd haar gevraagd of er een onderzoek zou komen naar burgerslachtoffers. Daarop stelde Hennis dat het ‘niet mogelijk is volledig en betrouwbaar onderzoek te doen naar omgekomen burgerslachtoffers in ISIS-gebied’. In werkelijkheid was dat onderzoek al wel gedaan.

De Tweede Kamer gaat vanavond nog in debat met minister Bijleveld over de kwestie.

‘Ik heb een heel gezin gedood’- Video

Telegraaf 05.11.2019 Vliegen in een F-16: een jongensdroom die een nachtmerrie kan worden als je onschuldige burgers raakt. Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven belichten het afzwaaiende paradepaardje van de Luchtmacht met een boek: Missie F-16.

„Ik heb levens beëindigd van mensen die er niks mee te maken hadden. Het is een klap in je gezicht. Het druist in tegen alles waarvoor je daar bent.” Ⓒ Matty van Wijnbergen

F-16-vlieger ziek van vergisbom

Telegraaf 05.11.2019 F-16-vlieger Stefan (niet zijn echte naam) werd uitgezonden om IS te verslaan, maar gooide in een septembernacht een bom op een Iraaks woonhuis. Vier mensen kwamen daardoor om. De jachtvlieger kon er niks aan doen. Het vergisbombardement viel terug te voeren op rammelende Amerikaanse inlichtingen, zo meldde minister Bijleveld (Defensie) gisteren. Maar het is Stefan die ermee in het reine moet zien te komen en dat valt hem zwaar.

Toen aan maanden van twijfel een einde werd gemaakt en Stefan hoorde wie hij had getroffen, werd hij fysiek niet goed. Dit ging tegen alles in waarvoor hij stond, vertelt de jachtvlieger in het boek Missie F-16 van Telegraaf-journalisten Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven, dat vandaag verschijnt.

Het is voor het eerst dat een piloot die betrokken was bij aanvallen waarbij burgerdoden vielen, zijn verhaal buiten het jachtvliegerswereldje doet. Stefan kon alleen met collega’s, zijn vrouw en vader praten over de verschrikkelijke gebeurtenis van 20 en 21 september 2015. Het zwijgen drukte zwaar op hem.

Planning

„Het was een officiële missie waarvan we al dagen van tevoren wisten dat we hem gingen doen”, begint hij thuis in een buitenwijk aan de keukentafel zijn verhaal. „Ik was de mission commander, had de hele planning gedaan. Alles tot aan de debriefing was succesvol.”

Bekijk ook: 

Nabestaande Nederlandse vergisbom wil genoegdoening 

Pas drie weken later kwam er een telefoontje uit Nederland naar Jordanië waar de Nederlandse F-16’s gestationeerd waren. „Ze zeiden van: ’Hé, die inzet van die en die datum… Er loopt een onderzoek in de VS. Het zou kunnen zijn dat we daar nog naar moeten kijken. Vanwege een vermoeden dat er een fout is gemaakt’. Op dat moment is er nog geen zekerheid.”

“Het is een klap in je gezicht”

Het onderzoek vorderde volgens Stefan gestaag. „Na een paar maanden bleek dat het inderdaad een verkeerd doel was. Ergens zat een fout in het inlichtingenproces. Het bleek toch geen IS-doel, maar gewoon een huis.

Een mix-up in targets.

Je denkt: het zal toch niet? Ik werd misselijk toen ik het hoorde. Verschrikkelijk, ja. Ik voel me medeverantwoordelijk. Ik heb die bom gegooid en heb op de knop gedrukt. Ik heb levens beëindigd van mensen die er niks mee te maken hadden. Het is een klap in je gezicht. Het druist in tegen alles waarvoor je daar bent. We zijn er juist om de Iraakse bevolking te helpen.”

Op dat moment zag Stefan er nog geen gezichten bij. Hij had wel de dronebeelden gekeken op YouTube. Van boven zie je het huis van de familie Razzo oplichten in de nacht. Dan is er opeens een zwarte vlek. Lang bleef het voor Stefan ook drama in zwart-witbeelden, coördinaten en een rapport van het Openbaar Ministerie.

„Maar op een avond zat ik door te klikken op internet. Ik zag de foto en dacht: dat is mijn target. Op zo’n moment wordt het een soort zelfmarteling als je verder gaat kijken. Maar ik dacht: als ik nu wegkijk, is dat laf. Ik heb een halve familie uitgeroeid, om het maar cru te zeggen. Er was één vent die het wel had overleefd.

Toen zag ik een naam en gezicht en een foto van de kinderen, genomen een dag voordat het was gebeurd. Even later heb ik daar dus een eind aan gemaakt. Ik heb twee nachten niet geslapen. Daarna gaat het leven verder.

’Heel frustrerend’

Stefan blijft erbij dat de oorlog tegen IS de meest chirurgische strijd is die Nederland ooit voerde. Hij weet hoe grondig het hoofdkwartier de beschikbare informatie weegt alvorens groen licht voor een aanval te geven.

Hij merkte dat het sein ook vaak op rood bleef, zelfs met het doelwit helder in beeld. „Dat kan heel frustrerend zijn. Je volgt heel lang iemand die je wil uitschakelen, maar dan rijdt hij tussen bebouwing door en gaat het weer niet door. We kunnen heel kleine wapens inzetten, dan zijn de marges wat ruimer.

Maar als iemand tussen de burgerbevolking zit, kun je iemand niet uitnemen, dan moet je gewoon wachten. Soms uren. Als we burgers zien, gooien we sowieso niet. Kanttekening is dat je nooit volledig kan uitsluiten of er burgers, vrouwen of kinderen in de buurt zijn. Als je dagen- of wekenlang niemand ziet, heb je dan 100 of 99 procent zekerheid?”

“Oorlog is smerig maar rationeel”

Oorlog is niet alleen een smerig, maar ook een rationeel spel, beaamt Stefan. Strategen maken altijd een afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid. ’Als bijvoorbeeld onze special forces onder vuur liggen, gooi je wat sneller. Met wat meer kans om burgers te raken. Juist omdat we zo chirurgisch werken, duurde het zo lang om IS op te rollen.

Het had sneller gekund, maar dan waren er ook meer slachtoffers gevallen. In de expansiefase van IS werd dus wat meer risico genomen. Je wilt echt niet dat Bagdad was gevallen. Dan waren er meer mensen omgekomen. Ook burgers. Niks doen is nog erger. Oorlog is een spelletje dat we spelen omdat al het voorgaande heeft gefaald.”

Stefan zegt dat hij eraan gedacht heeft om iets te doen voor de nabestaanden. „Maar dat zal niet gaan. Defensie wil geen vlieger koppelen aan die inzet. Het mag niet. Ik weet niet of ze er behoefte aan hebben, maar ik heb weleens een brief willen schrijven. Misschien denken ze dat ik een soort cowboy ben omdat ik een halve familie heb uitgemoord. Misschien helpt het als ze weten dat ik er ook heel erg mee zit.”

Bekijk meer van; defensie gewapend conflict human interest Islamitische Staat

Een Nederlandse F-16 stijgt op vanuit de luchtmachtbasis in Jordanië Defensie

F-16 piloot over bombardement met burgerdoden: ‘Misselijkmakende gedachte’

NOS 05.11.2019   Een Nederlandse F-16 piloot die een bombardement uitvoerde op een verkeerd doelwit in Irak, vindt het moeilijk om te leven met het idee dat hij burgerslachtoffers heeft gemaakt. Dat vertelt hij aan EenVandaag en De Telegraaf.

In de nacht van 20 op 21 september 2015 ging hij op missie om een IS-hoofdkwartier in Mosul te raken. Later bleek dat een Iraaks woonhuis. Vier burgers kwamen om bij de ontploffing. De piloot vindt dat een “misselijkmakende gedachte”.

Foute informatie

In eerste instantie had de piloot, die vanwege veiligheidsoverwegingen niet bij naam genoemd wil worden, geen enkel idee dat er iets fout was gegaan. Maar een paar weken na de actie kreeg hij een telefoontje vanuit Nederland: de Amerikanen waren een onderzoek gestart naar het bombardement. Op dat moment wist de piloot nog niet wat de reden daarachter was. Pas na maanden werd voor hem duidelijk dat er een fout was gemaakt ‘in het selectieproces van het doel’.

Dat was “een klap in mijn gezicht”, vertelt hij aan De Telegraaf. Toen de piloot later over het gezin las, in een interview met de enige overlevende van het bombardement, kon hij nachtenlang niet slapen. Aan EenVandaag vertelt de jachtvlieger hoe confronterend hij het vond om de schade en de omgekomen familieleden te zien. “Je bent daar met het idee mensen te bevrijden, maar dit gaat geheel tegen dat principe in.”

Niet aansprakelijk

De acties waren volgens de jachtvlieger zorgvuldig voorbereid. Hij verzekert: “we doen er alles aan om burgerslachtoffers te voorkomen”.

De fout is te wijten aan verkeerde Amerikaanse inlichtingen, bevestigde minister van Defensie Bijleveld gisteren. Volgens haar voelt Nederland zich wel verantwoordelijk, maar is het volgens het oorlogsrecht niet aansprakelijk. Dat betekent ook dat de enige overlever van het bombardement, Basim Razzo, geen aanspraak kan maken op een financiële compensatie van de Nederlandse overheid.

Bekijk ook;

Toenmalig minister Hennis en Commandant der Strijdkrachten Middendorp bezochten in 2017 een centrum in Mosul waar gewonde Iraakse militairen werden opgevangen ANP

Hoe de Kamer jarenlang in het duister tastte over burgerdoden in Irak

NOS 04.11.2019 Op het ministerie van Defensie was al snel duidelijk dat er iets ernstig mis moest zijn gegaan bij een bombardement op de Iraakse stad Hawija. Er vielen op 3 juni 2015 zeker 70 doden. Maar de Tweede Kamer moest bijna drie jaar wachten voordat het iets te horen kreeg over de gevolgen van de aanval, en nog een jaar voordat het ministerie openheid gaf over het aantal doden.

Hieronder een reconstructie op basis van Kamerbrieven en -verslagen;

De controlevlucht die de F-16-piloot direct na de aanval in Hawija uitvoert levert een somber beeld op. Een complete wijk is vernietigd, doordat er gigantisch veel munitie in de bommenfabriek lag opgeslagen die het doel was van de aanval.

“Onbedoelde nevenschade”, concludeert het ministerie. De bevindingen gaan naar het Pentagon. Daar wordt de zaak onderzocht. Het Amerikaanse ministerie van Defensie laat Nederland op 15 juni weten dat er volgens hen 70 mensen zijn omgekomen, zowel IS-strijders als burgers.

Toch is dat niet wat toenmalig minister Hennis van Defensie de Tweede Kamer op 23 juni meldt. “Voor zover op dit moment bekend, is er geen sprake geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers door luchtaanvallen in Irak”, antwoordt ze schriftelijk na een vraag van de vaste Kamercommissie van Buitenlandse Zaken.

Die ontkenning was fout, stelt minister Bijleveld vandaag. Of minister Hennis niet wist van de Amerikaanse conclusies, of dat ze bewust niet de waarheid sprak, schrijft ze niet. Maar het is niet de enige keer dat Hennis de Nederlandse betrokkenheid bij de dood van burgerdoden stellig ontkent.

Smart weapons

Een week later, op 30 juni, debatteert minister Hennis met de Kamer over de voortgang van de missie in Irak. Verschillende Kamerleden willen het zeker weten; in internationale media verschijnen verhalen over burgerdoden. Is Nederland daar echt niet bij betrokken?

Opnieuw is minister Hennis stellig in haar antwoord. Alle meldingen over burgerslachtoffers worden volgens haar “onmiddellijk door de coalitie onderzocht”, maar dat is “tot nu toe niet het geval geweest”.

De schade in Hawija was goed zichtbaar op satellietbeelden AZMAT KHAN, NEW YORK TIMES

Dat er geen burgerdoden te betreuren zijn is volgens haar niet zo gek. “Het is zo precies. Het is niet zo dat je gelijk een complete wijk of regio platlegt. Dat komt door die smart weapons waarover ik net sprak”, aldus de minister drie weken nadat door Nederlands toedoen een wijk volledig was weggevaagd.

Hennis belooft: Kamer wordt meegenomen

Twee dagen later doet ze in de Kamer bij de stemmingen ook nog een harde toezegging. “Als er sprake is van burgerslachtoffers door Nederlands optreden, wordt de Kamer daarover geïnformeerd, uiteraard na onderzoek.”

Om daaraan toe te voegen: “Het antwoord op de vragen of alle berichten worden onderzocht, of er sprake is van een compensatieregeling en of de Kamer wordt meegenomen als wordt vastgesteld dat er burgerslachtoffers zijn gevallen na het uitvoeren van een bombardement door Nederlandse F-16’s, is “ja”.”

Maar in de maanden die volgen wordt de Kamer niet ‘meegenomen’ door de minister. Op 21 september is er opnieuw een incident bij een Nederlandse luchtaanval, waarbij, zo blijkt vandaag, vier burgers om het leven zijn gekomen. Ook daar hoort de Kamer op dat moment niets over.

Op 5 juni 2015, twee dagen na de aanval op Hawija, brengt de Kamer een bezoek aan de Nederlandse F-16-piloten Defensie

In de winter van 2017 doet de minister een korte mededeling in een lange brief. De eerste missie is dan inmiddels beëindigd. “Van de inmiddels ruim 1300 wapeninzetten van Nederland worden twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers onderzocht”, meldt de minister op 6 februari als antwoord op Kamervragen.

De onderzoeken worden gedaan door het Openbaar Ministerie, en over de uitkomsten zal de Kamer worden geïnformeerd.

Een half jaar later blijkt dat er inmiddels vier onderzoeken lopen. “Ik zeg de Kamer graag toe dat zodra het OM Defensie informeert over onderzoeken die lopen of over uitkomsten, Defensie vervolgens de Kamer informeert”, zegt ze op 13 juli 2017.

Eerste erkenning

Daarna blijft het lang stil. Hennis’ opvolger Ank Bijleveld verwijst steevast naar de lopende onderzoeken. In april 2018, bijna drie jaar na de aanval op Hawija, wordt de Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden voor het eerst erkend als de uitkomsten van de onderzoeken van het OM naar de Kamer gaan. Een nieuwe missie is dan net weer van start gegaan.

Bij één aanval (die later de aanval op Hawija blijkt te zijn) zijn “zeer waarschijnlijk” burgerdoden gevallen. Bij een andere incident (die op Mosul) is het zeker, meldt de nieuwe minister. Omdat er niets onrechtmatigs is gebeurd, doet het OM geen verder onderzoek. Over het tijdstip en de locatie van de aanval worden geen mededelingen gedaan, vanwege de nationale veiligheid.

Hoeveel doden er zijn gevallen bij beide incidenten, en om welke aanvallen het gaat krijgt de Kamer vandaag voor het eerst van het kabinet te horen, ruim vier jaar nadat beide incidenten plaatsvonden, en ruim twee weken nadat de NOS en NRC Handelsblad daarover berichtten.

Met de kennis van nu is het opvallend dat minister Bijleveld in april voor de bewoording “zeer waarschijnlijk” koos bij het Hawija-incident. De minister stelt vandaag dat het zeker is dat er burgers bij omkwamen, zoals het Pentagon in 2015 ook al meldde.

Bekijk ook;

Een F16 vertrekt vanuit Volkel richting Midden-Oosten anp

Tweede Kamer wil opheldering over burgerdoden Irak

NOS 04.11.2019 Tweede Kamerleden willen snel uitleg van het kabinet over de luchtaanval in 2015 in Irak waarbij zeker zeventig doden vielen, onder wie veel burgers. Ook willen ze weten waarom de Kamer hierover niet goed geïnformeerd is.

Het kabinet erkende vandaag dat Nederland verantwoordelijk is voor de luchtaanval. Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek twee weken geleden dat bij de aanval op een munitiefabriek van IS in Hawija een wijk volledig werd verwoest. Nederland was ook betrokken bij een aanval op een woonhuis in de Iraakse stad Mosul, waarbij vier burgerdoden vielen.

Het ministerie van Defensie wist dat er in beide gevallen burgerslachtoffers waren, maar verzweeg dit aanvankelijk voor de Kamer, erkent het kabinet in een brief. Het argument om geen concrete mededelingen te doen over de Nederlandse betrokkenheid was dat de veiligheid van de militairen niet in gevaar mocht worden gebracht.

Heel ernstig

GroenLinks-Kamerlid Diks noemt de kwestie heel ernstig. Volgens haar heeft de Kamer meerdere malen om de informatie gevraagd. “Dat schaadt het vertrouwen van de Tweede Kamer. GroenLinks wil morgen uitleg van de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken.”

D66-Kamerlid Belhaij spreekt van een slechte zaak, waarover ze op de kortst mogelijke termijn in debat met de minister wil.

SP-Kamerlid Karabulut schrijft dat ze “de waarheid” eist. “Iets anders past een democratie niet”. “Duidelijk is wederom dat zonder onderzoeksjournalisten en andere critici deze waarheid waarschijnlijk nooit aan het licht was gekomen”.

Complex

PvdA-Kamerlid Kerstens benadrukt dat de situatie ter plekke complex was en dat de veiligheid van militairen ter plaatse altijd moet worden gewaarborgd. Toch vindt de PvdA ook dat openheid had moeten worden gegeven, zeker na herhaaldelijk aandringen van de Kamer.

“Defensie blinkt nu niet uit zichzelf uit in openheid, zo hebben we vaker moeten ervaren”.

Ook VVD-Kamerlid Bosman wil snel een debat. “Het is goed dat de minister, met respect voor de veiligheid van onze militairen, nu maximale transparantie geeft over de missie in Irak. Daarbij roept ze wel veel vragen op over twee specifieke missies, over de burgerslachtoffers die daar vielen en de communicatie daarover achteraf. Ik wil daar snel met de minister over in debat.”

Ook CDA en ChristenUnie willen snel een debat.

Onvolledige informatie

Minister Bijleveld erkent dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd. Volgens haar had destijds beter niets gezegd kunnen worden. “Je zit in een operationele tijd, dan moet je niet communiceren. In verband met de operationele veiligheid, de persoonlijke veiligheid en de nationale veiligheid”. Volgens Bijleveld kan er nu de missie voorbij is wel openheid gegeven worden.

Ze schrijft in haar brief dat het in de toekomst anders moet. Kamerleden willen graag van haar horen hoe het kabinet dat ziet.

Bijleveld schrijft ook in de brief aan de Kamer dat de informatie waar de aanval op gebaseerd was niet volledig bleek.

“Men ging ervan uit dat er geen mensen verbleven in het gebied rondom de bommenfabriek. Maar vooral was men verrast door de grote hoeveelheid munitie in de fabriek, die voor een enorme tweede explosie zorgde”.

De minister zegt de dood van de burgerslachtoffers “ten zeerste te betreuren”.

“Dit is extra wrang wanneer ons handelen erop gericht was om zo veel mogelijk nevenschade, en bij uitstek burgerslachtoffers, te voorkomen”, schrijft ze. “Het betrof hier echter een oorlogssituatie waarbij deze risico’s nooit volledig kunnen worden uitgesloten.”

Eerdere verklaringen over de aanval

Na de aanval op Hawija op 3 juni 2015 wist Defensie vrij snel dat er iets mis was gegaan en dat er onbedoelde nevenschade was.

Amerikanen zouden al kort na de aanval gemeld hebben dat er zowel burgerslachtoffers als IS-strijders waren omgekomen.

In antwoord op schriftelijke vragen schreef toenmalig minister Hennis op 22 juni 2015 dat er door Nederlands handelen geen burgers waren omgekomen.

Op 30 juni zegt zij in een Kamerdebat dat alle meldingen over burgerslachtoffers zijn onderzocht en dat het “tot nu toe niet het geval is geweest”.

In 2018 zegt André Steur -hoofd Operaties bij Defensie- tegen RTLnieuws dat de slachtoffers allemaal IS-strijders waren.

In juni 2018 zegt minister Bijleveld in antwoord op vragen van de SP dat het om het belang van de veiligheid van de individuele vlieger en de eenheid, maar ook om de veiligheid van hun thuisfront en van de Nederlandse samenleving gaat. “Het kabinet is daarom ook niet bereid om in te gaan op verzoeken om meer informatie over deze gevallen.”

Bekijk ook;

Kabinet erkent Nederlandse luchtaanval boven Irak met 70 doden

NU 04.11.2019 Het kabinet erkent verantwoordelijkheid voor de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in Irak waarbij zeventig slachtoffers vielen waaronder een onbekend aantal burgerslachtoffers, schrijft minister Ank Bijleveld van Defensie in een brief aan de Tweede Kamer. Ook was het ministerie in 2015 al op de hoogte van het aantal burgerdoden, maar is de Kamer hier destijds niet juist over ingelicht.

In de brief schrijft Bijleveld dat er bij de bommenfabriek veel meer explosief materiaal lag opgeslagen dan Nederland kon weten, waardoor er een onvoorzien aantal doden zijn gevallen. Ook was niet duidelijk dat er burgers rondom de fabriek verbleven. De informatie waarop de aanval was gebaseerd was dus onvolledig, aldus Bijleveld.

De minister betreurt de burgerslachtoffers. “Dit is extra wrang wanneer ons handelen erop gericht was om zoveel mogelijk nevenschade, en bij uitstek burgerslachtoffers, te voorkomen. Het betrof hier echter een oorlogssituatie waarbij deze risico’s nooit volledig kunnen worden uitgesloten.”

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek twee weken geleden dat bij de luchtaanval gericht op de Iraakse stad Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het zou een van de bloedigste aanvallen zijn geweest van de internationale coalitie tegen Islamitische Staat (IS).

Oud-minister van Defensie Hennis lichtte Kamer onjuist in

Oud-minister van Defensie Jeanine Hennis meldde daarnaast volgens Bijleveld ten onrechte in de zomer van 2015 aan de Tweede Kamer dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen bij de aanval.

Uit de brief van Bijleveld blijkt dat haar voorganger destijds al beschikte over een intern verslag en een Amerikaanse rapportage van de aanval. Uit beide documenten bleek al dat er waarschijnlijk burgers om het leven waren gekomen.

Nederland ook betrokken bij aanval op woning in Mosoel

Bijleveld schrijft verder in haar brief dat Nederland ook betrokken was bij een tweede aanval in Irak, waarbij vier mensen om het leven kwamen. De aanval was gericht op een vermoedelijk hoofdkwartier van IS in de stad Mosoel. Achteraf bleek het om een woning te gaan.

NOS en NRC schrijven dat het voor het eerst is dat Nederland openheid van zaken geeft over door Nederland uitgevoerde luchtaanvallen. Volgens Bijleveld is dit nu mogelijk omdat Nederland tegenwoordig niet meer deelneemt aan dergelijke luchtmissies. Hierdoor brengt het melden van deze gegevens “niet langer risico’s met zich mee voor de operationele en personele veiligheid”.

Minister: Geen schadevergoeding mogelijk voor nabestaanden

De minister stelt daarnaast dat nabestaanden van de aanvallen geen aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding van de Nederlandse Staat.

Het Openbaar Ministerie (OM) onderzocht de aanvallen en concludeerde in april 2018 al dat de aanvallen rechtmatig waren. Volgens Bijleveld is Irak verantwoordelijkheid voor de afhandeling van individuele schadevergoedingen.

Wel wil het kabinet “een gebaar van goede wil” maken, zegt Bijleveld in gesprek met NRC. De minister gaat onderzoeken of het mogelijk is om een fonds beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld de wederopbouw van Hawija.

Lees meer over: Irak  Politiek

Een Nederlandse F-16 stijgt op vanaf de basis in Jordanië, van waaruit IS-doelen in Irak en Syrië werden bestookt Defensie

Kabinet erkent burgerdoden bij luchtaanval Irak, Tweede Kamer verkeerd ingelicht

NOS 04.11.2019 Het kabinet erkent dat Nederland verantwoordelijk is voor de luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek in Irak, en dat daarbij zeventig mensen omkwamen. Het ministerie van Defensie was op de hoogte van burgerslachtoffers, maar verzweeg dit aanvankelijk voor de Kamer, blijkt uit een brief van minister Bijleveld aan de Tweede Kamer.

Nederland was ook betrokken bij een aanval op een woonhuis in de Iraakse stad Mosul, waarbij vier mensen om het leven kwamen, schrijft de minister. Het is voor het eerst dat Nederland opening van zaken geeft over door Nederland uitgevoerde luchtaanvallen, in de strijd tegen de islamitische terroristische organisatie IS.

Uit onderzoek van de NOS en NRC bleek twee weken geleden dat in 2015 bij een Nederlandse aanval op een bommenfabriek van IS in Hawija een wijk volledig werd verwoest. Het was een van de bloedigste aanvallen van de internationale coalitie in de strijd tegen IS. Hierbij kwamen zeker zeventig mensen om het leven, onder wie volgens ooggetuigen ook kinderen.

Lex Runderkamp bezocht eerder de plek waar de Nederlandse bom viel:

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

De informatie waar de aanval op was gebaseerd was onvolledig, schrijft de minister. Men ging ervan uit dat er geen mensen verbleven in het gebied rondom de bommenfabriek. Maar vooral was men verrast door de grote hoeveelheid munitie in de fabriek, die voor een enorme tweede explosie zorgde.

De minister zegt de dood van de burgerslachtoffers “ten zeerste te betreuren”. “Dit is extra wrang wanneer ons handelen erop gericht was om zo veel mogelijk nevenschade, en bij uitstek burgerslachtoffers, te voorkomen”, schrijft ze. “Het betrof hier echter een oorlogssituatie waarbij deze risico’s nooit volledig kunnen worden uitgesloten.”

In haar reactie gaat Bijleveld ook in op het verkeerd informeren van de Kamer:

‘Achteraf moet we vaststellen dat de informatie onvolledig was’

Na de aanval op Hawija op 3 juni wist het ministerie van Defensie vrij snel dat er iets mis was gegaan, doordat de Nederlandse F-16-piloot direct een Battle Damage Assessment uitvoerde. Hieruit bleek dat er sprake was van “onbedoelde nevenschade”, schrijft de minister. Ook de Amerikanen onderzochten de zaak en lieten op 15 juni weten aan het ministerie van Defensie weten dat er zeventig mensen zijn omgekomen bij het bombardement.

Volgens het ministerie hebben de Amerikanen aan Nederland hierbij gemeld dat er zowel burgerslachtoffers als IS-strijders zijn omgekomen, maar dat het achteraf niet mogelijk was om vast te stellen wie een IS-strijder was en wie burger. Eerder meldde het Amerikaanse Pentagon aan NOS en NRC dat het om 70 burgers gaat.

De Tweede Kamer kreeg in op 22 juni, een week nadat de Amerikanen Den Haag hadden geïnformeerd, iets anders te horen. In antwoord op schriftelijke vragen schreef toenmalig minister Hennis dat er door Nederlands handelen geen burgers zouden zijn omgekomen. “Op zich is dat fout, dat klopt niet”, zegt Bijleveld nu in een toelichting. Op dat moment was op het ministerie namelijk al bekend dat de Amerikanen wel degelijk uitgingen van burgerdoden.

Hennis, nu VN-gezant voor Irak, wil niet reageren. Ze zegt dat dit aan de huidige minister is.

Hennis is nu VN-gezant voor Irak ANP

Ook over een tweede aanval geeft het kabinet nu opening van zaken. Een vermoedelijk IS-hoofdkwartier in Mosul bleek achteraf een woonhuis te zijn, waardoor op 21 september 2015 vier leden van een familie om het leven kwamen. Het incident kreeg internationaal veel aandacht, nadat The New York Times er uitvoerig over had bericht.

Het is voor het eerst dat Nederland data en locaties doorgeeft van door Nederland uitgevoerde luchtaanvallen. Volgens minister Bijleveld is dat nu mogelijk doordat Nederland niet langer deelneemt aan de luchtmissie en het melden van deze gegevens daardoor “niet langer directe risico’s met zich meebrengt voor de operationele en personele veiligheid”.

Schadevergoeding

Nabestaanden kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding van Nederland, stelt de minister. Het Openbaar Ministerie heeft beide zaken onderzocht en geconcludeerd dat er niets onrechtmatig is gebeurd. Bovendien is Irak volgens Bijleveld verantwoordelijk voor de afhandeling van individuele schademeldingen.

Toch onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om een fonds beschikbaar te stellen voor “de gemeenschappen in kwestie”. Bijleveld benadrukt dat dit geen erkenning van schuld is, maar een blijk van goede wil in de richting van de getroffen gebieden.

Kon de Nederlandse Luchtmacht de aanval afblazen?

Nederlandse F-16’s werden tussen 2014 en 2016 en in 2018 ingezet in Irak en Syrië als onderdeel van een grote internationale coalitie. Daarbij werden vanuit Jordanië ruim 2100 luchtaanvallen uitgevoerd. Doel van de missie was om IS te bestrijden.

Van twee aanvallen maakt het ministerie nu de exacte gegevens bekend, omdat het volgens het ministerie de enige twee bombardementen zijn waarbij door Nederland zelf is vastgesteld dat er “zeker dan wel zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers” bij zijn omgekomen.

Waar gebombardeerd zou worden, werd bepaald in het internationale hoofdkwartier van de operatie in Koeweit. Op een tweede hoofdkwartier in Qatar werd alle beschikbare informatie nogmaals bestudeerd en uiteindelijk groen licht gegeven voor een aanval. Een Nederlandse militair, de Red Card Holder, bijgestaan door een jurist van Defensie, controleerde de beschikbare informatie en had nee mogen zeggen.

“Wanneer Nederland wel een doel kreeg toebedeeld was door de Red Card Holder dus vooraf zeker gesteld dat het risico op nevenschade zo klein mogelijk was, zoals vereist door het humanitair oorlogsrecht”, schrijft de minister.

Bekijk ook;

november 6, 2019 Posted by | 2e kamer, aanslag, Combined Air Operations Centre, dreiging, Hawija, Irak, is, isis, islam, politiek, Rutte 3, syrie, terreur, terreurdreiging, terrorisme | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie