Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

De terugkeer van de PvdA ???? – deel 2

 

AD 28.05.2019

Europese verkiezingen

De uitslagen zijn binnen: PvdA kwam met 6 zetels als grootste partij uit de bus.

AD 28.05.2019

De verrassende winst van de PvdA is met zes zetels nog groter dan gedacht. Lijsttrekker Frans Timmermans sprak van een ‘fantastisch resultaat’. ,,Europa heeft een duidelijk signaal gegeven dat we schouder aan schouder moeten blijven staan.’’

AD 28.05.2019

Den Haag

Peiling 16.06.2019 Maurice de Hond

Peiling 16.06.2019 Maurice de Hond

De sfeer is opperbest bij de Haagse PvdA nu gebleken is dat de partij vorige week bij de Europese verkiezingen in de stad de meeste stemmen heeft getrokken. Fractievoorzitter Martijn Balster voorspelt dat zijn partij ontevreden kiezers wegtrekt bij Groep de Mos.

,,We hebben de weg naar boven weer te pakken’’, zeggen Martijn Balster en PvdA-raadslid Janneke Holman over de verrassende koppositie die de PvdA in Den Haag heeft gepakt. ,,De groei zit er weer in. Het laat zien dat we mensen weer vertrouwen geven.’’

Onder de Haagse stemmers is de PvdA de grootste partij geworden bij de Europese verkiezingen, ze kreeg ruim 17% van de stemmen.

Donderdag 23.05.2019 werd in Nederland al gestemd en werd de PvdA de grootste partij. PvdA behaalt 6 zetels, CDA en VVD op 4 zetels;

  • PVV en SP verdwijnen uit Europees parlement
  • Eurosceptici, groenen en liberalen staan op winst
  • De christendemocraten lijken de grootste te worden, ondanks een fors verlies van 43 zetels

AD 28.05.2019

Wat zit er achter het Timmermans-effect?
De overwinning van Frans Timmermans bij de Europese verkiezingen kwam voor veel opiniepeilers, media en zelfs zijn eigen achterban als een verrassing. De eurocommissaris leunde op zijn expertise en ervaring, en negeerde Haagse relletjes.

Een zeer persoonlijk televisiespotje, waarin de PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans te kijk wordt gezet als Frans Brusselmans de asociale Brusselse machtspoliticus.

Waartoe had het omstreden SP-filmpje over Timmermans geleid? Hoeveel invloed had het debat met Rutte en Baudet? Zou de VVD opnieuw Baudet aanvallen of misschien Timmermans? En waarom keurde Facebook de boodschap ’ik stem Frans’ af? Campagneleiders over hun strategieën in aanloop naar de Europese verkiezingen.

En nu op voor de hoogste post in Brussel

Wie wordt de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, de opvolger van Jean-Claude Juncker? In tegenstelling tot de vorige EU-verkiezingen is het niet vanzelfsprekend dat de lijsttrekker van de grootste familie de nieuwe leider van de Europese Commissie wordt. De twee grootste fracties hebben immers fors ingeleverd. Ook is het onderlinge verschil in zetels relatief klein.

Timmermans wil vooral verandering, zei hij zondag. ,,Want ik zie geen stabiel Europa.” Ook riep hij links en progressief weer op zich te melden voor samenwerking op het gebied van klimaat, sociale ongelijkheid en eerlijker belastingen.

Minister-president Mark Rutte (VVD) wilde er na de minsterraad weinig over kwijt, maar de kans dat PvdA’er Frans Timmermans een hoge post krijgt in Brussel wordt er niet kleiner op. Dinsdag 28.05.2019 beraden de staatshoofden en regeringsleiders zich voor het eerst over de Europese topposities.

Waarom won de PvdA ??

In Nederland werd de PvdA op 23.05.2019 uiteindelijk de grootste partij bij de Europese Parlementsverkiezingen. Spectaculair, en een verrassing, noemt politiek verslaggever Ron Fresen het.

“We hebben hier echt te maken met het Frans Timmermans-effect.”

Daarmee bedoelt Fresen dat de PvdA momenteel bij landelijke verkiezingen niet hetzelfde goede resultaat zou halen. Partijleider Asscher leed bij de Tweede Kamer-verkiezingen nog een historisch groot verlies. “Dit is echt een pro-Europese stem van heel veel kiezers voor de man die het meest bekend is, de vooruitgeschoven post van Nederland in Europa. Hij is toch kennelijk vrij populair bij de pro-EU-kiezers.”

Onderzoek Ipsos

Onderzoeksbureau Ipsos onderzocht op verzoek van de NOS de kiezersstromen en vroeg mensen naar hun opvattingen. Hoe kon het dat de PvdA, volgens de exitpoll, de meeste stemmen wist te vergaren? En waar zijn de PVV-kiezers gebleven?

Vier opvallende uitkomsten die de verkiezingsuitslag mogelijk verklaren.

1: Timmermans wist kiezers van allerlei partijen te overtuigen

Er is al veel over geschreven: het Timmermans-effect. Uit het opinieonderzoek van Ipsos blijkt inderdaad dat de Europese lijsttrekker voor PvdA-kiezers veel belangrijker was dan bij andere partijen. Voor slechts 18 procent van alle kiezers was de Europese lijsttrekker zeer bepalend bij de stemkeuze. Bij PvdA-kiezers zegt bijna de helft van de kiezers (48 procent) dat de lijsttrekker – Timmermans dus – de doorslag heeft gegeven.

De nieuwe kiezers kwamen bij allerlei partijen vandaan. Voor een deel zijn het mensen die bij de Provinciale Statenverkiezingen nog GroenLinks (10 procent) en SP (6 procent) stemden. Maar het waren niet alleen linkse kiezers die hij wist te overtuigen. Ook CDA’ers (8 procent) en D66’ers (9 procent) maakten de overstap.

NOS

Bij Forum voor Democratie, dat net als de PvdA fors won, zijn minder opvallende verschuivingen te zien ten opzichte van de Statenverkiezingen. Driekwart van de kiezers stemde toen ook op Forum voor Democratie. Een klein deel is afkomstig van de PVV.

2: PVV’ers bleven thuis

De opkomst bij de EU-verkiezingen is altijd een stuk lager dan bij andere verkiezingen. Voor alle partijen geldt dat in vergelijking met Provinciale Statenverkiezingen heel veel mensen thuis zijn gebleven.

Vooral de PVV had daar last van. Maar liefst twee derde van de kiezers die twee maanden geleden nog PVV stemden, bleef thuis. 21 procent stemde wel weer op de PVV, 6 procent stapte over naar Forum voor Democratie. Van een massale overloop naar Forum voor Democratie lijkt dus geen sprake; PVV’ers bleven vooral thuis.

Ook SP-kiezers hadden duidelijk weinig zin om te gaan stemmen.

nos

De PvdA-achterban was, na de kiezers van ChristenUnie/SGP, juist het meest loyaal aan de partij. Er bleven relatief weinig PvdA’ers thuis, en een aanzienlijk percentage stemde net als twee maanden geleden PvdA.

3: Ouderen houden van de PvdA

Net als bij de laatste twee verkiezingen was vooral het aandeel 65-plussers dat PvdA stemde groot. Bijna de helft van de PvdA-kiezers is ouder dan 65. Zelfs bij 50Plus en het CDA is het aandeel ouderen niet zo groot.

nos

De PVV doet het, net als bij de Provinciale Staten, juist opvallend slecht onder oudere kiezers.

4: Nederland is minder eurosceptisch

Wat ook in het nadeel is van de PVV en in het voordeel van de PvdA: Nederland is in vijf jaar tijd minder eurosceptisch geworden. Bij de vorige Europese verkiezingen wilde volgens Ipsos nog een kwart van alle kiesgerechtigden uit de Europese Unie stappen. Gisteren zei 15 procent van de mensen daar voor te zijn.

Ook de PVV-achterban is niet meer in meerderheid voor een nexit. In 2014 wilde driekwart de EU nog verlaten, nu is dat minder dan de helft. Bij Forum voor Democratie-kiezers is dat aandeel nog minder.

nos

Wel blijkt uit deze cijfers dat thuisblijvers iets eurosceptischer zijn dan mensen die zijn gaan stemmen. Dat is ongunstig voor eurosceptische partijen, zoals de PVV en de SP, die er waarschijnlijk baat bij zouden hebben gehad als deze mensen wel waren gaan stemmen.

Het onderzoek

Deze gegevens zijn gebaseerd op onlineonderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van 2564 stemgerechtigde Nederlanders. Dat zijn dus kiezers en niet-kiezers.

Bij een steekproef van deze grootte, en uitgaande van een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent, lopen de onzekerheidsmarges uiteen van 0,5-2 procent. Bij subgroepen in de steekproef (bijvoorbeeld stemmers op een bepaalde partij) lopen de marges uiteen van 2-6 procent.

Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werk en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen 2017) zijn door middel van een weging gecorrigeerd.

De gegevens zijn verzameld op 23 mei 2019. Het aantal Denk-kiezers was te weinig om Denk mee te kunnen nemen in het onderzoek. Datzelfde gold in 2014 voor 50Plus-kiezers.

Bekijk ook;

Reacties op de exitpoll: van ‘bizarre comeback’ tot ‘natuurlijk teleurgesteld’

GeenPeil: voor PVV en SP dreigt een vertrek uit Europees Parlement

Exitpoll Ipsos: PvdA grootste bij hoogste opkomst in dertig jaar

Zie ook: De terugkeer van de PvdA ???? – deel 1

zie ook: PvdA in de steigers – fase 4 rouwverwerkingsproces

zie dan ook: PvdA in de steigers – fase 3 rouwverwerkingsproces

zie ook: PvdA in de steigers – fase 2 rouwverwerkingsproces

zie ook: PvdA in de steigers – fase 1 rouwverwerkingsproces

Rapport: Op-de-toekomst-Paul-Depla

zie ook: Fusie PvdA, GroenLinks, SP ??

zie ook: Populisme versus de opkomst van onvrede en onrust

zie ook: Tot ziens wethouder Rabin Baldewsingh PvdA !!!

zie ook: PvdA – aftrap Haagse gemeenteraadsverkiezingen 21.03.2018

zie ook: PvdA 70 jaar partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – en meer

zie ook: PvdA over de Rooie vanwege het Schaliegas – deel 4

zie ook: PvdA versus Code Rood

zie ook: De PVDA is te onzichtbaar geworden

zie verder ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 5

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 4

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 3

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel 2

zie ook: PvdA partijvernieuwing – Over wat van Waarde is – deel1

zie ook: Wethouder Rabin Baldewsingh PvdA luidt de noodklok

zie ook: Het Rode Bolwerk in Amsterdam is gebarsten – deel 2

zie ook: Het einde van de PvdA ??

zie ook: Is de ‘Elitaire’ samenstelling van de 2e kamer een afspiegeling van de samenleving ??

zie ook: PvdA, Partij van de Academici in 2010?

Zeker zijn; project met partij en fractie

S&D 22.10.2019 De Wiardi Beckman Stichting ontwikkelt in samenwerking met het PvdA-partijbureau, de fractie en het Centrum voor Lokaal Bestuur een methode om op een nieuwe manier tot een politieke agenda te komen.

We vragen denkers en doeners met kennis van zaken en ervaring op belangrijke thema’s als werk, wonen, zorg, onderwijs en duurzaamheid, kunst, maatschappelijke samenhang et cetera om met ideeën te komen waarmee mensen in hun dagelijks leven vooruit kunnen komen. Bijvoorbeeld een manier om in het onderwijs kansenongelijkheid te bestrijden. Of – op het thema wonen – een manier om de uit de pan rijzende huurprijzen te beteugelen.

We dagen deze ‘actie-onderzoekers’ uit om met behulp van hun kennis tot concrete, uitvoerbare voorstellen te komen. Die toetsen we vervolgens aan de werkelijkheid, waardoor we keer op keer ‘de menselijke maat’ in het onderzoek inbouwen. Met onze stagiaires houden we interviews met mensen die in hun dagelijks leven te maken hebben met het onderwerp. Daar komen vaak verassende antwoorden uit! Zo kan het zomaar voorkomen dat iemand je dwingt je nog een keer op het hoofd te krabben. Maar een ander kan natuurlijk ook vinden dat we voor hem het ei van Columbus hebben gevonden.

Onze ambitie is dat iedereen die in de samenleving, de politiek of het bestuur of gewoon in de buurt actief wil zijn, met deze agenda zijn voordeel kan doen. Dat kan een kamerlid of wethouder zijn, maar evenzeer een gewoon partijlid dat actief wil zijn. We doen verslag op onze website en via de nieuwsbrief. Actieve, meer betrokken politiek is het doel.

Meedoen?

Dit is een project van onze hele partij. De Wiardi Beckman Stichting ontwikkelt deze methode in nauwe samenwerking met het partijbureau van de PvdA, de Haagse fractie en het Centrum voor Lokaal Bestuur. Leden kunnen meepraten en meedoen via de website die PvdA heeft ontwikkeld: Toekomstlab: zeker zijn van een eerlijke toekomst.

29/11 Lezing Simon Hix

S&D 17.10.2019 Op 29 november zal de Britse hoogleraar politieke wetenschappen Simon Hix een keynote-lezing houden op de ACES-conferentie ‘Social Democratic Parties in the 21st Century.’ in zijn lezing bespreekt Hix de opkomst en neergang van de sociaal-democratie in Europa. De voordracht is in het Engels en zal plaatsvinden in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.

Op basis van een nieuwe dataset, met alle verkiezingsuitslagen van 31 landen in de periode 1918-2017, volgt Hix de electorale ontwikkelingen van sociaal-democratische partijen in Europa. Aan de hand daarvan ontvouwen zich nieuwe inzichten over de opkomst en neergang van de sociaal-democratie

Simon Hix is verbonden aan de London School of Economics and Political Science, hij is (pro bono) voorzitter van VoteWatch.eu (een NGO die bijhoudt hoe parlementsleden stemmen in het Europees parlement en hoofdredacteur van het wetenschappelijk tijdschrift European Union Politics.

U kunt zich hier aanmelden voor de lezing.

Een nieuwe hervormings-agenda voor de sociaal-democratie

S&D 15.10.2019 Moet de PvdA weer een echte hervormingspartij worden? Die vraag dringt zich op na lezing van de elf bijdragen die uiteenlopende auteurs in de afgelopen nummers van S&D leverden aan de serie ‘Onze instituties op de schop’.

In de jaren zeventig tooide de PvdA zich graag met de term ‘hervormingspartij’. Maatschappelijke misstanden – uiteenlopend van armoede tot criminaliteit, van machtsverschillen tot ongelijkheid tussen vrouwen en mannen – werden toegeschreven aan onrechtvaardige en/of slecht functionerende instituties en structuren. Hervorming van die instituties was dan ook een noodzakelijke voorwaarde om de samenleving beter en socialer te maken.

Zo pleitte de PvdA onder meer voor de invoering van de middenschool, een vermogensaanwasdeling, hervorming van de grondpolitiek, liberalisering van abortus en verandering van de internationale economische orde. Het beginselprogramma van 1977 verwoordde deze hervormingsdrift misschien nog het duidelijkst. En dat nadat de PvdA al vier jaar lang in het ‘meest linkse kabinet ooit’ had geprobeerd allerlei hervormingen door te voeren. Toch moest de overheid proberen nog meer grip te krijgen op de samenleving om deze in de gewenste richting bij te sturen.

In de jaren tachtig, toen de PvdA langdurig in de oppositie verbleef, bekoelde de hervormingsdrift geleidelijk. Vanuit de politicologische en economische wetenschap zwol de kritiek op de overheid als ‘hervormer’ aan. In plaats van als de oplossing van maatschappelijke problemen werd de overheid steeds meer zelf als het probleem gezien. Het initiatief voor hervormingen verschoof geleidelijk naar de partijen ter rechterzijde. Voor hen betekende hervorming in de eerste plaats dat de overheid zich minder met de maatschappij moest gaan bemoeien en meer aan de markt en het particulier initiatief moest overlaten.

Hervorming werd geleidelijk synoniem met deregulering, verzelfstandiging, bezuinigingen, privatisering en marktwerking. Sociaal-democraten hadden hier niet echt een antwoord op. Ook zij verloren langzamerhand het geloof in de maakbaarheid van de samenleving. In de jaren negentig omhelsden zij onder de noemer de Derde Weg de gedachte dat ook een overheid die zich minder direct in maatschappelijke processen mengt via een slimme vormgeving van het marktmechanisme en de juiste (fiscale) prikkels toch de gewenste sociale effecten kon realiseren.

Deze koerswijziging was aanvankelijk een succes. In veel landen heroverden de sociaal-democraten de macht en hun meer marktgeoriënteerde beleid droeg bij aan een langdurige periode van gestage economische groei. Na de eeuwwisseling trok de keerzijde van dit beleid echter steeds meer de aandacht. Het waren vooral de opkomende populistische politici – in Nederland Pim Fortuyn – die hierop wezen. De publieke sector was verwaarloosd, waardoor de kloof tussen arm en rijk groeide en de armsten weinig van de economische voorspoed profiteerden.

De PvdA nam al ras afstand van de Derde Weg, maar mistte een coherente alternatieve visie. Dat werd pijnlijk duidelijk na de wereldwijde financiële crisis van 2008 en de daaropvolgende Grote Recessie. Die maakte duidelijk dat de markt niet de oplossing bood voor alle problemen, maar er zelf mede debet aan was. Maar de sociaal-democratie slaagde er niet in een overtuigend financieel en sociaaleconomisch alternatief te formuleren. Het gevolg was dat het falen van de markt paradoxaal genoeg met grote electorale verliezen voor de sociaal-democratie gepaard ging.

Veranderen zonder te hervormen

In dit licht bezien is de vraag uiterst relevant of de PvdA zich vooral moet manifesteren als hoeder van de bestaande instituties omdat die, ondanks al hun gebreken, de burgers beschermen en ondersteunen in de kapitalistische markteconomie, of als hervormingspartij, die in die instituties juist een belangrijke oorzaak ziet van maatschappelijke misstanden en sociale ongelijkheid en daarom een meer of minder vergaande hervorming van die instituties nodig acht.

Als we de bijdragen aan de reeks ‘Onze instituties op de schop’ overzien, is onmiddellijk duidelijk dat geen van de auteurs onverkort kiest voor de eerste optie. Dat is niet zo verwonderlijk. De huidige samenleving kent meer dan genoeg gebreken en het zou merkwaardig zijn als de PvdA zich zou profileren als een conservatieve partij die alles zoveel mogelijk bij het oude wil laten.

Opvallender is wellicht, dat ook vrijwel geen van de auteurs voor het tegenovergestelde pleit: een radicale hervorming van de bestaande instituties. Een ingrijpende stelselherziening, waarbij de basisprincipes van de bestaande instituties worden vervangen door geheel nieuwe grondslagen, is volgens geen van onze auteurs nodig of wenselijk. Dat is niet omdat daarvoor geen ideeën bestaan. Zo duikt op het gebied van sociale zekerheid met enige regelmaat het idee van een basisinkomen op.

In het onderwijsstelsel zou te denken zijn aan een variant op de middenschool, waarbij het onderscheid tussen algemeen vormend en beroepsonderwijs geheel verdwijnt. In de gezondheidszorg zou de invoering van een nationaal zorgfonds – naar het model van de Britse National Health Service – een complete stelselwijziging betekenen. In onze representatieve democratie zouden invoering van een districtenstelsel, een besluitvormend referendum en/of een constitutioneel hof elementen van een ingrijpende herziening kunnen zijn.

Dat deze pleidooien in deze reeks ontbreken kan natuurlijk iets zeggen over de keuze van de auteurs die we uitgenodigd hebben – al hebben we hen primair geselecteerd op hun deskundigheid en niet op hun visie. Maar misschien zegt het ontbreken van radicale hervormingsvoorstellen meer over de tijdgeest. Het geloof dat je met een ingrijpende stelselherziening de maatschappij aanzienlijk rechtvaardiger kunt maken, lijkt in sociaal-democratische kring nog hooguit een sluimerend bestaan te leiden. Sociaal-democraten zijn ‘sadder and wiser’ geworden.

Voor zover in het verleden ingrijpende stelselwijzigingen zijn doorgevoerd, hebben deze minder opgeleverd dan ervan werd verwacht. Denk aan de grote stelselwijziging in het onderwijs in de jaren zestig, de Mammoetwet. Die heeft misschien wel bijgedragen aan een grotere toegankelijkheid van het onderwijs, maar lijkt de kansenongelijkheid in het onderwijs niet wezenlijk te hebben verminderd (zie de bijdragen van Van de Werfhorst en Elfers in S&D 2019/3).

Of neem, veel recenter, het nieuwe zorgverzekeringsstelsel dat in 2006 werd ingevoerd en waarbij het onderscheid tussen ziekenfonds en particuliere verzekeringen kwam te vervallen. Hoewel deze stelselwijziging niet de grote ongelijkheid in de toegang tot de zorg heeft gebracht, die de tegenstanders ervan vreesden, heeft ze evenmin veel bijgedragen aan beheersing van de kosten, die de voorstanders ervan verwachtten (zie de bijdrage van Levi in dit nummer van S&D).

Een derde, meer recente hervorming – die in deze reeks overigens niet expliciet aan de orde kwam – was de grote decentralisatie-operatie (‘3D’) van jeugdzorg, langdurige zorg en arbeidsmarktbeleid. Hoewel hierover nog geen evaluaties beschikbaar zijn, lijkt het aanvankelijke enthousiasme hiervoor, ook in sociaal-democratische kring, alweer aardig bekoeld. Dat het beleid, door het ‘dichter bij de burger’ te brengen, zoals een van de officiële doelen luidde, ook beter bij de voorkeuren van de burgers zou aansluiten, lijkt vooralsnog allerminst vanzelfsprekend te zijn.

Grote stelselherzieningen kenmerken zich bijna altijd door twee uitkomsten: de verwachte positieve effecten vallen tegen en er doen zich onverwachte en onbedoelde neveneffecten voor. Als gevolg daarvan is de beoordeling van het nieuwe stelsel na verloop van tijd meestal niet of nauwelijks gunstiger dan van het oude stelsel, dat plaats moest maken omdat het zoveel gebreken vertoonde.

Daar komt bij dat een stelselherziening meestal hoge invoeringskosten en een langdurige overgangsperiode met zich meebrengt. Als een voornaam doel van de herziening is om te bezuinigen, zijn er meestal effectievere methoden om snel resultaat te boeken, zoals het hanteren van de ‘kaasschaaf’.

Een langdurige overgangsperiode veroorzaakt meestal veel onrust en ongenoegen, bijvoorbeeld omdat er voor langere tijd twee groepen naast elkaar bestaan – de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ gevallen – die ongelijk worden behandeld. Als dan uiteindelijk ook de opbrengsten tegenvallen, kun je je inderdaad afvragen of een stelselwijziging de moeite waard is.

Een ander besef dat geleidelijk is doorgedrongen is dat ook met kleinere, graduele beleidswijzigingen op den duur grote veranderingen teweeg kunnen worden gebracht. Een goed voorbeeld daarvan is het belastingstelsel (zie het artikel van Wimar Bolhuis in S&D 2019/4). Door een groot aantal relatief kleine veranderingen, zoals gedifferentieerde wijzigingen in heffingspercentages, tariefgroepen, aftrekposten en toeslagen, is de belastingdruk geleidelijk sterk verschoven van de factor kapitaal naar de factor arbeid.

Een ander voorbeeld zijn de veranderingen in de wet- en regelgeving rond flexibele dienstverbanden en zzp’ers (zoals de VAR, loondoorbetaling bij ziekte, deregulering uitzendbureaus, zelfstandigenaftrek) die er onbedoeld toe hebben bijgedragen dat Nederland behoort tot de EU-lidstaten met de sterkste groei van flexibel werk en van zelfstandigen (zie de bijdrage van Van der Veen in S&D 2019/3).

De meeste van onze auteurs pleiten dan ook voor meer of minder grote hervormingen binnen het bestaande stelsel. Zo stellen zowel Van de Werfhorst als Elfers voor om het moment van selectie in het onderwijs uit te stellen en minder scherp te maken, zonder het onderscheid tussen algemeen vormend en beroepsonderwijs te laten vallen. Bolhuis stelt een groot aantal wijzigingen in het belastingstelsel voor die echter voor het grootste deel binnen het bestaande stelsel kunnen worden gerealiseerd. Van der Veen en Dekker gaan wel wat verder in hun hervormingsvoorstellen voor de sociale zekerheid, zonder echter het bestaande stelsel geheel op zijn kop te willen zetten.

Zo pleit Van der Veen voor het verbreden van de bestaande werknemersverzekering voor arbeidsongeschiktheid tot een verzekering voor alle werkenden, terwijl Dekker (S&D 2019/3) een aparte verzekering voor zzp’ers wil invoeren. Levi wil binnen het huidige geprivatiseerde zorgstelsel weer een sterkere sturende rol van de overheid en relativering van het marktmechanisme, maar pleit niet voor een ‘renationalisering’ van de zorg naar Brits voorbeeld.

Behalve door hervormingen binnen het bestaande stelsel kunnen zich geleidelijk ook grote maatschappelijke veranderingen voordoen zonder dat er (substantiële) beleidswijzigingen hebben plaatsgevonden, simpelweg doordat maatschappelijke actoren zich anders zijn gaan gedragen. De meeste instituties bepalen immers alleen de grenzen van het speelveld waarbinnen actoren kunnen handelen, maar schrijven niet precies voor hoe zij dit moeten doen. Een voorbeeld is de verandering van de rol die de Sociaal-Economische Raad (SER) speelt in de advisering van de overheid (zie de bijdrage van Hemerijck en Van der Meer in S&D 2019/4).

Geleidelijk aan heeft de SER, zonder wijziging in de wettelijke taken, zijn terrein verbreed door zich ook bezig te houden met bredere maatschappelijke vraagstukken (duurzaamheid, energie, zorg, onderwijs) en daarbij ook andere maatschappelijke actoren dan de sociale partners te betrekken, zoals ngo’s, energieleveranciers en zorgaanbieders. Hemerijck en Van der Meer pleiten daarom niet voor een hervorming van het Nederlandse overlegmodel, maar vinden wel dat de actoren andere prioriteiten moeten gaan stellen. Zo zou veel meer geïnvesteerd moeten worden in de ‘toerusting’ van werkenden en in sociale innovatie.

Van der Gaast (S&D 2019/4) onderschrijft eveneens in zijn betoog dat ingrijpende veranderingen vaak het gevolg zijn van veranderingen in het gedrag van actoren in plaats van een bewuste poging van de overheid om de maatschappelijke ontwikkelingen in een bepaalde richting te sturen. Hij stelt daarom veel vertrouwen in het maatschappelijke middenveld om de gewenste koerswijziging op het terrein van voedselvoorziening te weeg te brengen. Wel is het gewenst dat de overheid die veranderingen ondersteunt, bijvoorbeeld via gerichte investeringen.

Wind en Hochstenbach (dit nummer) laten zien dat de pensioenfondsen een grotere rol kunnen spelen in de woningmarkt waardoor meer betaalbare woningen voor hun deelnemers beschikbaar kunnen komen. Zo zouden zij zich tot ‘levensloopfondsen’ kunnen ontwikkelen, zonder dat daarvoor direct een grote institutionele hervorming nodig is. Gemeenten zouden in de verduurzaming van corporatiewoningen kunnen investeren en daarmee mede-eigenaar kunnen worden.

En ten slotte betoogt Hurenkamp (S&D 2019/4) dat hoe onze parlementaire democratie functioneert veel meer afhangt van de wijze waarop de politieke partijen en politici ermee omgaan dan van de formele regels rond verkiezingen en inspraak van burgers.

Hervormingspartij of niet?

Welke lessen kunnen we uit het bovenstaande trekken voor de vraag of de PvdA weer een ‘echte’ hervormingspartij moet worden? Allereerst lijkt er op de meeste beleidsterreinen weinig steun te zijn voor een ingrijpende stelselherziening. Zo bezien lijken we een beetje hervormingsmoe. Gezien de ervaring met eerdere stelselherzieningen is daar, zoals gezegd, ook wel reden voor. De baten van een stelselwijziging vallen vaak tegen en wegen simpelweg niet op tegen de hoge (overgangs)kosten.

Dat betekent echter geenszins dat de PvdA in het geheel niet meer voor hervormingen zou moeten pleiten. Kleinere, stapsgewijze hervormingen, die minder kosten met zich meebrengen en (daarom) minder weerstand oproepen kunnen op termijn soms tot even grote (of misschien zelfs grotere) maatschappelijke veranderingen leiden.

In de afgelopen decennia zijn vooral kleinere hervormingen doorgevoerd die de maatschappij per saldo juist minder rechtvaardig hebben gemaakt en ongewenste effecten hebben opgeroepen. Maar daaruit kunnen we leren dat die hervormingen in beginsel ook weer kunnen worden teruggedraaid of dat ze in ieder geval kunnen worden gevolgd door stapsgewijze wijzigingen die de maatschappelijke ontwikkelingen in de gewenste richting sturen.

De meest eenvoudige hervormingen – die niet eens die naam verdienen – zijn veranderingen in parameters, zoals de hoogte van belastingtarieven, toeslagen en uitkeringen. Het effect daarvan lijkt meestal klein, maar langdurig volgehouden (bijna) jaarlijkse kleine verhogingen (of verlagingen) van parameters kunnen op den duur grote effecten sorteren.

Niettemin loopt men hierbij wel twee risico’s. Het eerste is dat de PvdA niet lang genoeg aan de macht blijft om de beoogde stapsgewijze aanpassing te realiseren. Een volgend kabinet kan deze weer ongedaan maken – bij kleine wijzigingen in parameters is dat aanzienlijk gemakkelijker dan bij een stelselherziening.

Het tweede risico is dat het gecumuleerde effect van een groot aantal kleine parameterwijzigingen anders is dan men verwacht en beoogd had. Na verloop van tijd kunnen er onbedoelde en ongewenste neveneffecten optreden. Zo kan een geleidelijke verhoging van toeslagen op den duur de armoedeval vergroten, waardoor minder mensen met een uitkering uitstromen naar werk.

Een geleidelijke verhoging van het minimum(jeugd)loon kan op een gegeven moment de werkgelegenheid aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt schaden, waardoor een deel van de mensen die door het hogere minimumloon geholpen zouden moeten worden, juist hun werk kwijtraakt. Het voordeel van kleine stapsgewijze aanpassingen is echter weer, dat men dit proces gemakkelijk kan stopzetten of zelfs weer ten dele terugdraaien als de effecten tegenvallen.

Niettemin zijn, naast graduele aanpassingen van parameters, soms ook wat grotere hervormingen gewenst. Dat is bijvoorbeeld het geval als het beleid bepaalde groepen niet bereikt doordat zij in het bestaande stelsel expliciet worden uitgesloten. Dat geldt momenteel bijvoorbeeld voor de zzp’ers, die niet onder de werknemersverzekeringen vallen. Als we hen ook bescherming tegen arbeidsongeschiktheid willen bieden, is een meer ingrijpende hervorming nodig.

Dat hoeft echter niet per se een complete stelselherziening te zijn. Denkbaar is bijvoorbeeld dat men het bereik van de werknemersverzekeringen uitbreidt tot zzp’ers die in veel opzichten vergelijkbaar zijn met werknemers. Invoering van een aparte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers, zoals die tot 2004 bestond, is een andere optie die het bestaande stelsel intact laat (zie het voorstel van Dekker).

Een meer ingrijpende hervorming zou de vervanging van de werknemersverzekeringen door een (basis)verzekering voor alle werkenden zijn (Van der Veen). Dat zou men wel een stelselherziening kunnen noemen. Of een dergelijke ingrijpende verandering wenselijk of noodzakelijk is, is op dit moment echter nog een open vraag.

In het onderwijs is een interessante vraag of voor het uitstellen van het moment van keuze tussen algemeen vormend en beroepsonderwijs een echte stelselherziening nodig is. Van de Werfhorst en Elfers pleiten daar niet voor. Algemene verlenging van de brugklas naar twee jaar en het stimuleren van meer brede brugklassen, die niet al voorsorteren naar vmbo, havo of vwo, zouden al een forse stap vooruit zijn.

Een derde voorbeeld is het belastingstelsel: hoewel Bolhuis in zijn artikel een lange reeks hervormingsvoorstellen presenteert, vereisen zij geen van alle een ingrijpende stelselherziening (wellicht met uitzondering van het idee om een uniforme heffing op kapitaalinkomsten in te voeren). Niettemin zou de combinatie van alle maatregelen die hij voorstelt per saldo tot een grote verandering in (de werking van) het belastingstelsel kunnen leiden.

Als de PvdA een dergelijk breed hervormingspakket zou voorstellen kan zij desnoods ook proberen voor verschillende onderdelen verschillende politieke medestanders te vinden, zodat er niet per se een meerderheid voor het gehele pakket hoeft te zijn. Uiteraard bestaat dan wel het risico dat niet het volledige pakket kan worden geïmplementeerd en dus niet alle beoogde effecten zullen worden gerealiseerd. Maar dat is een realiteit waarmee de sociaal-democratie natuurlijk al haar gehele bestaan te maken heeft.

Sinds de jaren zeventig lijkt de PvdA langzaam maar zeker steeds meer afstand te hebben genomen van het idee dat zij een hervormingspartij is die maatschappelijke instituties en structuren ingrijpend wil veranderen. Zoals hierboven betoogd was daar ook wel enige reden voor, omdat de verwachting van wat ingrijpende hervormingen opleveren in het verleden wat al te rooskleurig waren. Maar langzamerhand is de PvdA wel wat erg ver naar de andere kant gaan overhellen en dreigde zij in conservatieve hoek terecht te komen door vooral bestaande instituties in stand te willen houden.

Dit culmineerde in het overheidsbeleid waarvoor zij mede verantwoordelijkheid droeg aan het begin en in de nasleep van de Grote Recessie (Balkenende IV van 2007-2010 en Rutte II van 2012-2017). Het voornaamste doel leek in deze periode te zijn om weer terug te keren naar de wereld van vóór de financiële crisis. Sinds de PvdA na de laatste verkiezingen, waarin zij genadeloos door de kiezer werd afgestraft, weer in de oppositie zit, lijkt zij langzamerhand weer wat meer geloof te krijgen in de mogelijkheden om de maatschappij in de gewenste richting bij te sturen en zo stap voor stap een wat rechtvaardiger samenleving te creëren.

Daarvoor is het niet per se nodig om met voorstellen voor een ingrijpende stelselherziening te komen, maar kan een goed afgewogen pakket aan kleinere hervormingsvoorstellen worden gepresenteerd. Daarbij helpt het natuurlijk wel als je weet waar je uiteindelijk wilt uitkomen (‘de stip op de horizon’ zoals dat tegenwoordig heet), zodat je die relatief kleine hervormingen kunt toetsen aan de vraag of we daarmee een stapje dichter bij het uiteindelijke doel – dat waarschijnlijk nooit zal worden bereikt – komen.

Bovendien kun je dan ook een wenkend toekomstperspectief schetsen om maatschappelijke steun voor je hervormingsvoorstellen te verwerven. Dat klinkt allemaal wat minder spannend dan een warm pleidooi voor compleet nieuwe instituties. Maar beter een wat minder hoogdravend en idealistisch verhaal als er meer kans is dat daarmee concrete stappen vooruit kunnen worden gezet.

Comeback PvdA markeert politieke jaar

AD 07.07.2019 De PvdA heeft het afgelopen politieke jaar in de peiling van Maurice de Hond de grootste progressie laten zien, gevolgd door Forum voor Democratie. PVV en SP waren de grote verliezers. Verder krijgt het kabinet een dikke onvoldoende van de stemmers.

De sociaaldemocraten hebben volgens De Hond in het politieke jaar 2018-2019 een winst van acht zetels gepakt. De PvdA staat nu op negentien zetels in deze peiling, terwijl ze negen zetels in de Tweede Kamer heeft. Een ware comeback.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Forum voor Democratie wist, mede opgestuwd in verkiezingstijd, afgelopen jaar zes zetels extra te pakken en zou bij verkiezingen vandaag 22 zetels halen. Forum heeft nu twee zetels in de Tweede Kamer.

Veel overstappers

Niet toevallig is de PVV de grote verliezer afgelopen jaar, nadat veel stemmers overstapten naar het democratischer Forum. De partij van Wilders verloor zeven zetels in 2018-2019 (maart 2017: 20 zetels, nu 9).

De SP zit al langere tijd in de penarie en verloor vier verkiezingen (landelijk, gemeenteraden, Provinciale Staten, Europa) op rij zetels. Het afgelopen parlementaire jaar leverden de socialisten vijf zetels in. Ze staan nu op zeven zetels in de Tweede Kamer, exact een halvering ten opzichte van maart 2017.

De stemmer was in het afgelopen politieke jaar weer niet erg tevreden met de prestaties van het kabinet. Dat krijgt gemiddeld een 4,8 van alle kiezers. Premier Rutte komt op het magere cijfer 5,0 uit.

  Maurice de Hond @mauricedehond

Deze partijen vonden de kiezers het best gedaan hebben in het Parlementaire Jaar 2018-2019 . Interessante verschillen naar huidige partijkeuze,, met name bij D66. http://bit.ly/2L7Gyl0 

10:39 AM – Jul 7, 2019  See Maurice de Hond’s other Tweets

Koning

De Koning en de Koningin halen, net als andere jaren een nette voldoende. Koning Willem-Alexander komt in de peiling van De Hond uit op rapportcijfer 7,0 en Koningin Máxima behaalt een 6,9.

Verder peilde De Hond het voornemen van het kabinet om géén bindend referendum in te voeren, ondanks het voorstel van een commissie. Een meerderheid (54 procent) is het niet met deze beslissing eens. En een grote meerderheid (88 procent) wil meer inzicht in de financiën van politieke partijen.

Hoe een ruk naar rechts de ‘Deense PvdA’ laat floreren

AD 05.06.2019 In Denemarken maken de Sociaaldemocraten vandaag bij de verkiezingen waarschijnlijk een opvallende comeback. Dankzij hun lijsttrekker Mette Frederikson en de keiharde anti-immigratiekoers die zij heeft ingezet.

Voor mij is steeds duidelij­ker geworden dat de lagere klassen de prijs betalen voor mas­sa-immigratie, aldus Mette Frederikson.

Een boerkaverbod. De verplichting voor asielzoekers om bij aankomst in Denemarken hun juwelen en goud in te leveren om mee te betalen aan hun verblijf. De plicht aan moslimouders in achterstandswijken om hun kinderen minstens 25 uur per week naar een opvang te sturen waar ze de Deense taal en waarden leren.

Het zijn maar een paar van de vele maatregelen tegen immigratie die de rechtse regering van Denemarken afgelopen jaren heeft ingevoerd met steun van Socialdemokratiet (Sociaaldemocraten). Die linkse partij, decennialang de grootste van het Scandinavische land, zit in de oppositie sinds ze de verkiezingen van 2015 grandioos verloor.

Daar lijkt na vandaag verandering in te komen. Alle peilingen wijzen erop dat Socialdemokratiet (zeg maar de PvdA van Denemarken) de verkiezingen gaan winnen. En dat partijleider Mette Frederiksen (41) de jongste (en tweede vrouwelijke) premier van Denemarken wordt. De winst van haar partij bij de Europese verkiezingen gaf al een doorkijkje in die richting.

Een winst die ten koste ging van de populistische Deense Volkspartij, die vier jaar geleden nog een grote zege boekte. In Brussel verliest de evenknie van de PVV nu drie van haar vier zetels. Een pijnlijke strop voor de tweede partij van Denemarken, die afgelopen jaren de rechts-liberale regering van premier Lars Løkke Rasmussen steunde. In de peilingen voor morgen staat de Deense Volkspartij ook op fors verlies.

Europese verkiezingen: PvdA grootste onder Haagse stemmers

Den HaagFM 26.05.2019 Onder Haagse stemmers is de PvdA de grootste partij geworden bij de Europese verkiezingen, ze kreeg ruim 17% van de stemmen. Op de tweede plaats staat de VVD met ruim 16% van de Haagse stemmen. GroenLinks maakt met bijna 14% de top 3 in Den Haag compleet.

Forum voor Democratie kreeg in onze stad ruim 11% van de stemmen toebedeeld en daarmee is de nieuwkomer onder Haagse kiezers de vierde partij geworden. Bij de verkiezingen op donderdag 23 mei is bijna vier op de tien kiesgerechtigden in Den Haag gaan stemmen.

Uitslag verkiezingen EP: PvdA ook in onze regio de grootste

OmroepWest 26.05.2019 In Den Haag is de Partij van de Arbeid bij de Europese Verkiezingen de grootste partij geworden. Het Forum voor Democratie, dat voor het eerst meedeed, haalde 11,3% van de stemmen. Nu ook in andere Europese landen de verkiezingen voor het Europees Parlement zijn afgerond (in Italië sloten de stembussen zondag om 23.00 uur) komen de officiële resultaten van de Europese Verkiezingen in Nederland ook naar buiten. Afgelopen donderdag ging Nederland naar de stembus.

Aan de hand van exitpolls werd eerder deze week al duidelijk dat de PvdA de verrassende winnaar zal worden. Voor een aantal partijen is het nog spannend of ze op een zetel kunnen rekenen: voor PVV, PvdD, SP en 50PLUS hing het daar nog om.

Hieronder de resultaten van gemeenten in onze regio, voor zover deze inmiddels bekendgemaakt zijn.

Bij de verkiezingen van het Europees Parlement in 2014 was D66 de grootste partij in Den Haag, die zakt 22,7% toen naar 10,1% nu.

In Zoetermeer behaalde het Forum voor Democratie maar liefst 15,9% van de stemmen. Maar ook daar werd de PvdA de grootste partij. De PVV zakte in Zoetermeer van 18,8% in 2014 naar 4,5% nu.

Studentenstad Leiden laat, niet geheel verrassend, Groen Links als grootste partij zien. Die partij stijgt daar van 14% in 2014 naar 21% nu. D66 duikelt ook in Leiden flink: van 25,8% naar 12,5%, terwijl nieuwkomer FvD 8% van de kiezers trekt. Ook Delft laat een vergelijkbare uitkomst zien.

In Alphen aan den Rijn is, net als onder meer Wassenaar en Voorschoten, de VVD de grootste partij. In Alphen komt de FvD op 11,9%, en daalt de PVV met 10%. Ook hier is D66 meer dan gehalveerd naar 6,4%.

Het CDA is de grootste partij in de gemeente Westland, ook al behaalde die partij er een lager percentage stemmen: van 25,7% naar 22,5%.

Gouda ziet ook de PvdA de meeste stemmen krijgen en ook daar lijken FvD en PVV stuivertje te wisselen, respectievelijk een winst van 10,1%  en een verlies van 10,4%.

SP en PVV uit Europees Parlement

De PVV en de SP verdwijnen uit het Europees Parlement. Dat blijkt uit de voorlopige uitslag van de Verkiezingsdienst van het ANP. De PVV zit er nu nog met 4 zetels, de SP met 2. Wel blijkt uit gegevens van het ANP dat de PVV bij de doorgang van brexit dit jaar alsnog weer in het Europees Parlement terecht komt. Wanneer de Britten de Europese Unie verlaten, krijgt Nederland er namelijk drie extra zetels bij. Ook de VVD en GroenLinks zouden hiervan profiteren.

De PvdA is met 6 (van de in totaal 26 Nederlandse zetels in het Europees Parlement) als grootste partij uit de bus gekomen. De VVD volgt met 4 zetels, net als het CDA. GroenLinks en Forum voor Democratie krijgen er elk 3, ChristenUnie/SGP en D66 2 en 50PLUS en Partij voor de Dieren 1.

Meer over dit onderwerp: EUROPESE VERKIEZINGEN UITSLAG

Waarom won de PvdA en lieten kiezers de PVV in de steek?

NOS 24.05.2019 Onderzoeksbureau Ipsos onderzocht op verzoek van de NOS de kiezersstromen en vroeg mensen naar hun opvattingen. Hoe kon het dat de PvdA, volgens de exitpoll, de meeste stemmen wist te vergaren? En waar zijn de PVV-kiezers gebleven?

Vier opvallende uitkomsten die de verkiezingsuitslag mogelijk verklaren.

1: Timmermans wist kiezers van allerlei partijen te overtuigen

Er is al veel over geschreven: het Timmermans-effect. Uit het opinieonderzoek van Ipsos blijkt inderdaad dat de Europese lijsttrekker voor PvdA-kiezers veel belangrijker was dan bij andere partijen. Voor slechts 18 procent van alle kiezers was de Europese lijsttrekker zeer bepalend bij de stemkeuze. Bij PvdA-kiezers zegt bijna de helft van de kiezers (48 procent) dat de lijsttrekker – Timmermans dus – de doorslag heeft gegeven.

De nieuwe kiezers kwamen bij allerlei partijen vandaan. Voor een deel zijn het mensen die bij de Provinciale Statenverkiezingen nog GroenLinks (10 procent) en SP (6 procent) stemden. Maar het waren niet alleen linkse kiezers die hij wist te overtuigen. Ook CDA’ers (8 procent) en D66’ers (9 procent) maakten de overstap.

NOS

Bij Forum voor Democratie, dat net als de PvdA fors won, zijn minder opvallende verschuivingen te zien ten opzichte van de Statenverkiezingen. Driekwart van de kiezers stemde toen ook op Forum voor Democratie. Een klein deel is afkomstig van de PVV.

2: PVV’ers bleven thuis

De opkomst bij de EU-verkiezingen is altijd een stuk lager dan bij andere verkiezingen. Voor alle partijen geldt dat in vergelijking met Provinciale Statenverkiezingen heel veel mensen thuis zijn gebleven.

Vooral de PVV had daar last van. Maar liefst twee derde van de kiezers die twee maanden geleden nog PVV stemden, bleef thuis. 21 procent stemde wel weer op de PVV, 6 procent stapte over naar Forum voor Democratie. Van een massale overloop naar Forum voor Democratie lijkt dus geen sprake; PVV’ers bleven vooral thuis.

Ook SP-kiezers hadden duidelijk weinig zin om te gaan stemmen.

nos

De PvdA-achterban was, na de kiezers van ChristenUnie/SGP, juist het meest loyaal aan de partij. Er bleven relatief weinig PvdA’ers thuis, en een aanzienlijk percentage stemde net als twee maanden geleden PvdA.

3: Ouderen houden van de PvdA

Net als bij de laatste twee verkiezingen was vooral het aandeel 65-plussers dat PvdA stemde groot. Bijna de helft van de PvdA-kiezers is ouder dan 65. Zelfs bij 50Plus en het CDA is het aandeel ouderen niet zo groot.

nos

De PVV doet het, net als bij de Provinciale Staten, juist opvallend slecht onder oudere kiezers.

4: Nederland is minder eurosceptisch

Wat ook in het nadeel is van de PVV en in het voordeel van de PvdA: Nederland is in vijf jaar tijd minder eurosceptisch geworden. Bij de vorige Europese verkiezingen wilde volgens Ipsos nog een kwart van alle kiesgerechtigden uit de Europese Unie stappen. Gisteren zei 15 procent van de mensen daar voor te zijn.

Ook de PVV-achterban is niet meer in meerderheid voor een nexit. In 2014 wilde driekwart de EU nog verlaten, nu is dat minder dan de helft. Bij Forum voor Democratie-kiezers is dat aandeel nog minder.

nos

Wel blijkt uit deze cijfers dat thuisblijvers iets eurosceptischer zijn dan mensen die zijn gaan stemmen. Dat is ongunstig voor eurosceptische partijen, zoals de PVV en de SP, die er waarschijnlijk baat bij zouden hebben gehad als deze mensen wel waren gaan stemmen.

Het onderzoek

Deze gegevens zijn gebaseerd op onlineonderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van 2564 stemgerechtigde Nederlanders. Dat zijn dus kiezers en niet-kiezers.

Bij een steekproef van deze grootte, en uitgaande van een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent, lopen de onzekerheidsmarges uiteen van 0,5-2 procent. Bij subgroepen in de steekproef (bijvoorbeeld stemmers op een bepaalde partij) lopen de marges uiteen van 2-6 procent.

Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werk en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen 2017) zijn door middel van een weging gecorrigeerd.

De gegevens zijn verzameld op 23 mei 2019. Het aantal Denk-kiezers was te weinig om Denk mee te kunnen nemen in het onderzoek. Datzelfde gold in 2014 voor 50Plus-kiezers.

Bekijk ook;

Reacties op de exitpoll: van ‘bizarre comeback’ tot ‘natuurlijk teleurgesteld’

GeenPeil: voor PVV en SP dreigt een vertrek uit Europees Parlement

Exitpoll Ipsos: PvdA grootste bij hoogste opkomst in dertig jaar

mei 27, 2019 Posted by | europa, europees parlement, europese parlement, Frans Timmermans, links, Nederland, politiek, PvdA, verkiezingen | , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De terugkeer van de PvdA ???? – deel 2