Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

SP – De afdrachtregeling versus het scheefwonen en de partijbeloning

Tja, ik kan dat wel effe uitleggen !!!!

Tja, ik kan dat wel effe uitleggen !!!!

Scheefwonen

Kersvers Kamerlid Sandra Beckerman van de Socialistische Partij blijkt een ‘scheefwoner’ te zijn. Tijdens een debat over ‘klimaatpaupers’ zei de socialist dat ze in een sociale huurwoning woont.

In Groningen woont Beckerman in een sociale huurwoning, naar eigen zeggen tussen de ‘klimaatpaupers’: minder welgestelde Nederlanders die de rekening zouden betalen van de energietransitie.

Bovengrens

Dat is opvallend. Over het algemeen worden sociale huurwoningen alleen toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot 35.739 per jaar. Woningcorporaties mogen 10 procent van hun sociale huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tussen de 35.739 en 39.874 per jaar.

Meer: ‘Werkende moet sneller aan sociale huurwoning komen’

Schrijnend wegens afdrachtregeling

Kamerleden verdienen over het algemeen bijna 92.460 euro per jaar. Merkwaardig is dat Beckerman zelf de omstreden afdrachtregeling van de SP aanhaalt ter verdediging van haar woonsituatie.

Werknemers van de SP en politici die voor de partij werken, dragen een groot deel van hun salaris af aan de partij.

Door de afdrachten is de SP verreweg de rijkste partij van Nederland en kan ze de duurste campagnes voeren. Omdat politici hun salaris – dat ze van de staat krijgen – afdragen aan een politieke partij, wordt dat als gift aan de organisatie gezien. De giften worden afgetrokken van het belastbaar inkomen. Die meevaller pikt de SP direct in, terwijl SP’ers worden verplicht te doneren.

  Volgen  Andre Bosman @andrebosman @SandraBeckerman woont met het salaris van een kamerlid in sociale huurwoning! “Is goed voor de diversiteit in de wijk” #scheefwoner

14:59 – 15 Jun 2017

‘Flexibele en korte banen’

Het is dan ook schrijnend dat Beckerman naar die regeling van de SP wijst. ‘Ik verdien net zo veel als een gemiddelde leraar,’ aldus Beckerman tegen De Telegraaf. De krant berekende dat de politicus bij haar vorige banen ook al flink verdiende. Voor de verkiezingen werkte ze als gepromoveerd universitair docent archeologie en was ze fractievoorzitter in Provinciale Staten.

Beloningsbeleid

Maar ook is de Socialistische Partij is niet transparant over het beloningsbeleid van het partijbestuur. Op de website van de SP vermeldt de partij dat voor bestuurders geen beloningsregeling is. Dit staat haaks op de werkelijkheid: SP-bestuurders krijgen wel degelijk een vergoeding voor hun werk.

De SP vermeldt op haar site dat voor partijbestuurders geen beloningsbeleid geldt. Bestuurders van de Socialistische Partij kunnen wel aanspraak maken op het declareren van gemaakte kosten. De Socialistische Partij heeft nog niet gereageerd.

Loonsverhoging

Het bestuur van de SP heeft zichzelf vorig jaar een riante loonsverhoging van 400 euro per maand gegeven. Zo ontvangt partijvoorzitter Ron Meyer een beloning van bijna 3.973 euro bruto per maand, voorheen 3.572 euro.

Dat meldt het AD. De partijtop heeft voor zichzelf een nieuwe loonschaal bedacht, omdat andere inkomsten door regelgeving wegvielen. Binnen de partij bestonden tot april 2016 vier verschillende loonschalen, maar het bestuur heeft vorig jaar een vijfde schaal geïntroduceerd, die voor de bestuurders zelf is bedoeld.

Volgens leden van de SP is dat echter minder vanzelfsprekend. Volgens het AD woedt er een interne discussie over de afdrachtregeling: zo moeten gemeenteraadsleden 75 procent van hun tegemoetkoming afstaan. Punt van kritiek is dat dit niet in verhouding staat tot de hoge werkdruk.

Afdrachtregeling

De belastingvoordelen die de SP geniet, leiden ook tot wrijving met politieke tegenstanders. Iedereen mag giften aan kerken, ideële instellingen en politieke partijen aftrekken van zijn belastbaar inkomen, mits de gift meer is dan 1 procent van het inkomen, met een maximum van 10 procent.

SP-Kamerleden staan rond 70 mille per jaar af. Ze mogen dus 7.000 euro fiscaal aftrekken. Die meevaller pikt de SP ook weer in. Omdat SP’ers door de partij worden verplicht te doneren, zou het in de praktijk gaan om niet-aftrekbare beroepskosten en niet om giften aan de partij.

Partijraad

De partijraad van de SP nam dit weekend twee besluiten: de afdrachtregeling wordt coulanter en alle leden mogen volgend jaar meestemmen over het nieuwe bestuur. Het kunnen gerust kleine revoluties genoemd worden.

De groep bestuurders die zich verzet tegen het afdragen van het belastingvoordeel, is de afgelopen jaren flink gegroeid. Door die weigeringen loopt de SP veel geld mis.

SP moet ’hot’ worden – Partijvoorzitter Ron Meyer refereerde tijdens de bijeenkomst op het hoofdkantoor in Amersfoort aan het bericht dat de top van de SP zichzelf extra loonruimte cadeau heeft gedaan.  Hij noemde die berichtgeving ‘tendentieus’. ,, Je mag het met ons oneens zijn, maar deze suggestie is lariekoek.” Een afdelingsvoorzitter die vanuit het publiek sprak over ‘kapitalistische media’ kon op applaus van de andere toehoorders rekenen.

Afgevaardigden van de bijna 160 afdelingen van de SP door het hele land namen tijdens de partijraad ook een belangrijk voorstel aan om de afdrachtregeling op de schop te nemen.

Zo krijgen raadsleden van middelgrote steden meer compensatie voor hun diensten en mogen Kamerleden en bestuurders voortaan zelf het belastingvoordeel houden dat ze halen uit hun afdracht aan de partijkas. Ook krijgen raadsleden die geld tekort komen door hun werkzaamheden voor de partij sneller extra geld en worden deze ‘maatwerk’- bedragen hoger.

Lees verder: waarom de afdrachtregeling van SP schuurt

zie ook: Van Scheefhuurders en Knelhuurders

zie verder ook: Afdracht 1  Afdracht 2  Afdracht 3

zie dan ook: Emile Roemer SP – Afdrachtregeling ook voor Ministers

zie ook nog: SP – Afdrachtregeling ten einde ? – deel 3

en zie ook:  SP – Afdrachtregeling ten einde ? – deel 2

zie dan ook nog:  SP – Afdrachtregeling ten einde ?  – deel 1

en zie dan verder ook: SP Dongen stapt op

zie verder dan ook nog: Raadsverkiezingen 2010 – SP doet niet mee in Haarlemmermeer vanwege afdracht

Ron Meyer kreeg als nieuwbakken leider van de SP twee duidelijke boodschappen mee. © ANP

Leden forceren twee revoluties bij de SP

Trouw 25.06.2017 Onder druk van haar leden heeft de SP afgelopen weekend twee baanbrekende besluiten genomen: de afdrachtregeling wordt coulanter en alle leden mogen volgend jaar meestemmen over het nieuwe bestuur.

Het kunnen gerust kleine revoluties genoemd worden, de twee besluiten die de partijraad van de SP dit weekend nam. Allereerst zal de partij in de toekomst soepeler omgaan met het salaris dat volksvertegenwoordigers en bestuurders afdragen aan de partij. Daarnaast mogen alle leden volgend jaar bij de verkiezing van een nieuw partijbestuur hun stem uitbrengen. Tot nu toe had slechts een op de vijftig leden stemrecht.

Met beide stappen komt de partij tegemoet aan de toenemende onvrede onder haar leden. Die kwam anderhalf jaar geleden tot volle wasdom op het partijcongres waar Ron Meyer de voorzittersverkiezing won van Kamerlid Sharon Gesthuizen. De leden gaven hun nieuwbakken leider Meyer in Maarssen twee duidelijke boodschappen mee: kijk alsjeblieft eens goed naar onze afdrachtregeling en onderzoek eens of het mogelijk is alle leden te laten stemmen.

Kroonjuweel

Over die afdrachtregeling, in 1974 in het leven geroepen, woedt al jaren discussie binnen de SP. Velen beschouwen het principe dat politici hun salaris goeddeels afstaan aan de partij als kroonjuweel van de SP. Een volksvertegenwoordiger hoort met zijn politieke werk niet meer te verdienen dan de vrijwilliger die de partijbladen door de bus gooit. Gelijke monniken, gelijke kappen. Tegelijkertijd klinkt er kritiek op de rigide rekenmethodes: raadsleden met een uitkering raken in de problemen doordat zij door de partijvergoeding andere, hogere toeslagen mislopen.

Daarnaast jaagt de salarisafdracht mensen weg bij de partij. Tussen 2010 en 2014 stapten 34 SP-raadsleden op; 18 zeiden te vertrekken vanwege de afdrachtregeling. Dat aantal is sindsdien gedaald, maar inmiddels doet zich een ander probleem voor: tegen de afspraken in weigeren steeds meer wethouders en gedeputeerden hun belastingvoordeel af te staan aan de partijkas. In 2012 ging het om 19 procent van de SP-bestuurders, in belastingjaar 2015 zat dit percentage al tussen de 30 en 40, aldus penningmeester Thijs Coppus.

Compromis

Na een enquête onder de afdelingen, fracties en bestuurders presenteerde het partijbestuur zaterdag haar compromis. Dat bestaat eruit dat de partij raadsleden met een uitkering eerder gaat compenseren als zij toeslagen mislopen. Verder krijgen raadsleden in middelgrote steden, die daar steeds vaker overdag moeten vergaderen, vanaf volgend jaar een hogere vergoeding: 35 in plaats van 25 procent van de standaard raadsvergoeding. Tot slot hoeven SP-politici hun belastingvoordeel niet meer in de partijkas te storten. Daar staat tegenover dat zij hun onkosten niet meer kunnen declareren. De partij verwacht dat de plannen haar jaarlijks 650.000 euro gaat kosten.

“Deze discussie is niet uit luxe geboren, maar uit realiteit”, zegt voorzitter Meyer zaterdag tegen een verdeelde zaal op het partijkantoor in Amersfoort. Daar melden zich enthousiaste leden bij de microfoon, maar evenzoveel critici. Die laatste groep zet vraagtekens bij de verhoging van de vergoedingen en de verschillen tussen gemeenten. “Wij vinden het ongepast om als raadslid 130 euro meer te krijgen dan andere SP-raadsleden voor binnen koffie drinken terwijl onze leden buiten in de regen staan te folderen”, aldus de Groningse afdelingsvoorzitter Daan Brandenbarg.

Ondanks de kritiek stemt de zaal in grote meerderheid voor de nieuwe afdrachtregels, net als bij dat andere gevoelige dossier dat die dag op de agenda staat: de stemprocedure. Die gaat bij wijze van proef op de schop. Begin volgend jaar mogen alle SP-leden eenmalig stemmen over het nieuwe bestuur tijdens een vergadering van hun lokale afdeling. Voorheen waren het de afgevaardigden die elk namens vijftig leden een stem uitbrachten op het congres. In de nieuwe opzet wijst het partijbestuur nog wel steeds haar voorkeurskandidaten aan.

Invloed

Dat er animo was voor een andere manier van stemmen, bleek anderhalf jaar geleden tijdens de strijd tussen Meyer en Gesthuizen om de voorzittershamer. Veel leden klaagden dat zij na ruim 25 jaar onder de scepter van Jan Marijnissen geen directe invloed hadden op de keuze van een nieuwe voorzitter. Gesthuizen pleitte in haar campagne voor individueel stemrecht onder leden (‘one man, one woman, one vote’) en behaalde 41 procent van de stemmen. Een commissie ging begin vorig jaar met dat idee aan de slag.

Moderner dan stemmen op een lokale vergadering wordt het voorlopig niet, benadrukte Meyer na vragen uit de zaal over internetstemmen en meevergaderen via Skype. Afdelingen die een groot gebied beslaan, zien wel voordelen in de korte lijnen via internet, maar Meyer is wars van digitale democratie. “Ik vind dat je elkaar moet kunnen zien en ruiken om de discussie met elkaar te kunnen voeren. Het is niet de bedoeling om thuis vanuit de luie stoel te stemmen.”

De afdrachtregeling van de SP

Alle politici die voor de SP actief zijn, laten hun salaris in de regel rechtstreeks in de partijkas storten. Dat leverde de SP vorig jaar ruim vijf miljoen euro aan inkomsten op. Afhankelijk van hun functie krijgen de politici uit diezelfde kas een bedrag teruggestort. Voor voltijdspolitici zoals Tweede Kamerleden gaat het netto om zo’n 2750 euro per maand. Bij raadsleden bepaalt de omvang van de gemeente de hoogte van hun toelage; het percentage schommelt tussen de 25 en 50 procent van de standaardvergoeding voor raadsleden. Dat komt neer op een paar honderd euro per maand. Omdat de Belastingdienst het naar de partij overgemaakte salaris beschouwt als een gift, kunnen SP’ers hun afdracht aftrekken van de inkomstenbelasting. Dat belastingvoordeel horen SP-bestuurders ook naar de partijkas over te maken, maar het overleggen van persoonlijke belastingstukken stuit intern op veel bezwaren. Die plicht schrapt de partij nu.

Lees ook: SP-bestuurders weigeren inzage in belastingaangifte.

Lees ook: Tegen de term ‘scheefwoner’ kan SP’er Sandra Beckerman zich moeilijk verdedigen.

Van belastingjaar 2015 ontving penningmeester Thijs Coppus in dertig tot veertig procent van de gevallen niet de benodigde documenten © ANP

SP-bestuurders weigeren inzage in belastingaangifte

Trouw 25.06.2017  Dertig tot veertig procent van de SP-bestuurders heeft zijn belastingvoordeel afgelopen jaar niet in de partijkas gestort. Wethouders en gedeputeerden zijn verplicht dit geld naar de rekening van de socialisten over te maken, maar zij weigeren het partijbestuur inzage te verschaffen in hun belastingaangifte. Dat meldde landelijk penningmeester Thijs Coppus zaterdag aan de SP-partijraad.

De groep bestuurders die zich verzet tegen het afdragen van het belastingvoordeel, is de afgelopen jaren flink gegroeid. Over belastingjaar 2012 leverde 19 procent van de wethouders en gedeputeerden geen belastingstukken aan waardoor de SP het belastingvoordeel niet kon innen. Van belastingjaar 2015 ontving Coppus in dertig tot veertig procent van de gevallen niet de benodigde documenten. Coppus spreekt van een ‘spagaat’. “We hebben ook te maken met de privacy van mensen.”

Door die weigeringen loopt de SP veel geld mis. In de regel laten de bestuurders hun inkomen rechtstreeks overmaken naar de rekening van de SP. De Belastingdienst ziet dat als een gift. Daardoor kan de bestuurder zijn afdracht aftrekken van de inkomstenbelasting. Bij een wethoudersinkomen, dat in de grote steden tot boven de ton reikt, zijn hier forse bedragen mee gemoeid. De SP had begin dit jaar 46 wethouders en acht gedeputeerden.

Uit de partij gezet

In Rijswijk liep de situatie eind vorig jaar zo hoog op dat de SP besloot om wethouder Björn Lugthart uit de partij te zetten. Lugthart weigerde zijn belastingaangifte aan de partijtop te overleggen. “Mijn opgave inkomstenbelasting stuur ik naar de overheid, als het nodig is naar de politie, maar de partij krijgt geen inzage”, zei de wethouder in december in het AD. Vorige maand lanceerde hij zijn eigen partij, WIJ, waarmee hij volgend jaar aan de raadsverkiezingen wil meedoen.

De SP is inmiddels zo klaar met bestuurders achter de vodden zitten, dat ze zaterdag besloot de regels op dit punt aan te passen. SP’ers mogen hun belastingvoordeel voortaan houden. De partij verwacht daardoor jaarlijks 410.000 euro aan inkomsten mis te lopen. Om dit verlies te compenseren, mogen de bestuurders en volksvertegenwoordigers hun onkosten niet langer declareren.

Lees ook: Leden forceren twee revoluties bij de SP

Sandra Beckerman (SP) tijdens het debat in de Tweede Kamer over het voornemen van de Amerikaanse president Donald Trump om het klimaatakkoord op te zeggen. © ANP

Tegen de term ‘scheefwoner’ kan SP’er Sandra Beckerman zich moeilijk verdedigen

Trouw 25.06.2017 SP-Kamerlid Sandra Beckerman verdient 7700 euro per maand en woont toch in een sociale huurwoning – ze is een ‘scheefwoner’.

Ze verdedigt zich. De SP heeft een afdrachtregeling, zegt ze. SP-Kamerleden dragen een groot deel van hun salaris af aan de partij en houden een bescheiden inkomen van 2750 euro netto per maand over. Wat is er onhandig aan deze verdediging?

Over de afdrachtregeling bestaan twee frames. Het eerste frame is positief. SP-Kamerleden hebben door de afdracht een veel lager inkomen dan hun collega’s. Ze wonen in gewone buurten, tussen gewone mensen. Ze leven hun waarden: als je als Kamerlid opkomt voor de lage inkomens, dan past het niet dat je zelf een hoog inkomen hebt, en een kast van een huis.

Belastingvoordeel

Het tweede frame is negatief. Eerst betalen wij Kamerleden hun salaris, dat ze doorsluizen naar de SP – en daarmee subsidiëren we de SP. Een deel van de afdracht kunnen de SP-Kamerleden aftrekken bij de belastingdienst – en daarmee betalen wij hun ook nog een belastingvoordeel. SP-Kamerleden zijn de duurste Kamerleden, schamperde een CDA’er ooit.

De SP heeft er natuurlijk alle belang bij dat het positieve frame veel aandacht krijgt. Maar doordat Beckerman iets negatiefs (‘scheefwonen’) verbindt aan de afdrachtregeling, activeert ze dat negatieve frame. We betalen dus ook nog voor haar woning, kun je zo maar denken. Daarmee is ze een nog duurder Kamerlid en subsidiëren we de SP nog meer dan we al dachten.

Hans de Bruijn is bestuurskundige en debatspecialist. Wekelijks analyseert hij de sturende taal van politici.

Lees ook: Leden forceren twee revoluties bij de SP.

SP-leden krijgen meer inspraak bij kiezen bestuur

VK 24.06.2017 SP-leden kunnen in het vervolg in de lokale afdelingen stemmen op kandidaten voor het partijbestuur. De partijraad stemde vandaag in met een wijziging van de partijdemocratie.

Voorheen werden de partijvoorzitter en andere partijbestuurders gekozen door afgevaardigden die ieder vijftig leden vertegenwoordigden. Dit getrapte systeem stond ter discussie sinds de voorzittersstrijd tussen Ron Meyer (de huidige voorzitter) en toenmalig Kamerlid Sharon Gesthuizen in 2015.

Gesthuizen voerde campagne met de slogan ‘one man, one vote’

Voorheen werden de partijvoorzitter en andere partijbestuurders gekozen door afgevaardigden die ieder vijftig leden vertegenwoordigden. Dit getrapte systeem stond ter discussie sinds de voorzittersstrijd tussen Ron Meyer (de huidige voorzitter) en toenmalig Kamerlid Sharon Gesthuizen in 2015.

Gesthuizen voerde campagne met de slogan ‘one man, one vote’, ze pleitte voor een directe stem voor elk lid in grote partijbesluiten zoals het verkiezen van de leiding. Meyer won de strijd om de opvolging van Jan Marijnissen, maar de discussie leefde voort.

Nu komt er alsnog een variant van ‘one man, one vote’, maar wie wil stemmen zal wel enige moeite moeten doen. Lokale afdelingen moeten vooraf aan het congres een eigen vergadering en stemming organiseren. Alleen de leden die fysiek komen opdagen kunnen stemmen.

Een nog laagdrempeliger vorm, stemmen via internet, komt er voorlopig niet. Alleen de afdeling Rotterdam pleitte hiervoor tijdens de partijraad in Amersfoort. Andere afdelingsvoorzitters waren juist fel tegen. Wie wil stemmen, moet betrokkemheid tonen. Stemmen ‘vanaf de bank’ is te passief in hun ogen.

Lees verder;

Het gesloten SP-bolwerk vertoont plots barstjes
Zonder Jan Marijnissen is het onrustiger geworden in de SP. Vandaag op de partijraad hoopt voorzitter Meyer weer eenheid uit te stralen. (+)

Volg en lees meer over:  NEDERLAND   SP   POLITIEKE PARTIJEN   POLITIEK

SP-partijvoorzitter Ron Meyer

SP-top geeft zichzelf extra loonruimte cadeau

AD 23.06.2017 Het dagelijks bestuur van de Socialistische Partij vangt sinds vorig jaar april maximaal 400 euro méér loon per maand. Dat komt doordat de SP-top zichzelf in een splinternieuwe topschaal heeft geplaatst, om het wegvallen van andere inkomsten te compenseren.

De ingreep blijkt uit interne stukken over de arbeidsvoorwaarden bij de SP die in handen zijn van deze krant. Tot 1 april 2016 werkten de socialisten met vier functiegroepen en bijbehorende loonschalen. In de hoogste schaal, die gold voor een functie met ‘grote verantwoordelijkheid, inzetbaarheid en flexibiliteit’, bedroeg het maximale brutoloon 3.572 euro per maand.

Eind november 2015 werd Ron Meyer verkozen als partijvoorzitter van de Socialistische Partij. Onder zijn leiding werd enkele maanden later – na overleg met de ondernemingsraad – een extra vijfde schaal geïntroduceerd, met 3.973 euro als hoogst mogelijke brutoloon. Als omschrijving bij deze topschaal staat alleen ‘leden dagelijks bestuur’. Bij de SP zijn dat zeven bestuurders.

Transparant

Zo’n topschaal is opmerkelijk voor de SP, een partij met socialistische wortels waar momenteel veel discussie is tussen de leden over het verplicht delen van inkomsten met de partijkas. De stap zou volgens ingewijden daarom bij meerdere SP’ers slecht zijn gevallen. Partijvoorzitter Meyer vindt de verhoging echter goed uit te leggen. Die komt in plaats van een aparte toelageregeling die de leiding van de socialisten in het verleden ontving. Deze regeling is inmiddels afgeschaft.

,,Met deze wijziging is de totale vergoeding van onze leiding niet verhoogd”, zegt Meyer. ,,Wel is het systeem eerlijk en transparant. En bovendien in overleg met het personeel tot stand gekomen. Zo zie ik het graag.” Personeelsleden en leidinggevenden van de SP verdienen (en verdienden) nooit meer dan het bedrag dat Kamerleden ontvangen, benadrukt de voorzitter.

Afdrachtregeling

De Socialistische Partij kent een afdrachtregeling voor onder meer Kamerleden, het kroonjuweel van de partij. Zij dragen hun salaris af en krijgen daarvoor het loon van een docent op een middelbare school. Eerder meldde deze krant al dat die afdrachtregeling op de schop gaat. Raadsleden van de SP moeten, behalve in de allergrootste steden, nu 75 procent van hun beloning afstaan aan de partij. Het regende de afgelopen jaren echter klachten over de werkdruk in grotere gemeenten (150.000+ inwoners). Dus gaat daar de afdracht terug naar 65 procent, is het plan.

De belangrijkste aanpassing komt echter van het dagelijks bestuur zelf: vele tientallen bestuurders in het land en de 14 Kamerleden dragen momenteel een fors deel van hun salaris af, maar de fiscus ziet die afdracht als een gift die aftrekbaar is. Dat levert mensen een fiks belastingvoordeel op, maar ook die inkomsten stromen de partijkas in. Dat heeft intern tot verhitte discussies geleid en dus wordt die constructie – die veel papierwerk oplevert voor leden en de partij – aangepakt.

Morgen houdt de SP een partijraad, waar ook de afdrachtregeling aan de orde komt.

SP verdraait waarheid over beloning partijbestuur

Elsevier 23.06.2017 De Socialistische Partij is niet transparant over het beloningsbeleid van het partijbestuur. Op de website van de SP vermeldt de partij dat voor bestuurders geen beloningsregeling is. Dit staat haaks op de werkelijkheid: SP-bestuurders krijgen wel degelijk een vergoeding voor hun werk.

De SP vermeldt op haar site dat voor partijbestuurders geen beloningsbeleid geldt. Bestuurders van de Socialistische Partij kunnen wel aanspraak maken op het declareren van gemaakte kosten. De Socialistische Partij heeft nog niet gereageerd.

Loonsverhoging

Het bestuur van de SP heeft zichzelf vorig jaar een riante loonsverhoging van 400 euro per maand gegeven. Zo ontvangt partijvoorzitter Ron Meyer een beloning van bijna 3.973 euro bruto per maand, voorheen 3.572 euro.

Dat meldt het AD. De partijtop heeft voor zichzelf een nieuwe loonschaal bedacht, omdat andere inkomsten door regelgeving wegvielen. Binnen de partij bestonden tot april 2016 vier verschillende loonschalen, maar het bestuur heeft vorig jaar een vijfde schaal geïntroduceerd, die voor de bestuurders zelf is bedoeld.

 Volgen

Ron Meyer @MeyerRon

Tendentieus! Ik verdien niet meer, maar juist minder na techn wijziging. Rare aanval op partij waar Kamerleden en leiding max 2700 krijgen. 10:50 – 23 Jun 2017 · Heerlen, Nederland

Volgens partijvoorzitter Ron Meyer is de verhoging bedoeld als vervanging van een eerdere regeling, waarbij het bestuur een aparte toelage kreeg. Daarom is de verhoging volgens hem goed te verantwoorden. Hij spreekt tegen dat hij meer verdient. ‘Rare aanval,’ aldus Meyer, die in 2015 Jan Marijnissen opvolgde als voorzitter van de SP.

 

 

SP-top geeft zichzelf riante loonsverhoging 

Volgens leden van de SP is dat echter minder vanzelfsprekend. Volgens het AD woedt er een interne discussie over de afdrachtregeling: zo moeten gemeenteraadsleden 75 procent van hun tegemoetkoming afstaan. Punt van kritiek is dat dit niet in verhouding staat tot de hoge werkdruk.

Afdrachtregeling

De belastingvoordelen die de SP geniet, leiden ook tot wrijving met politieke tegenstanders. Iedereen mag giften aan kerken, ideële instellingen en politieke partijen aftrekken van zijn belastbaar inkomen, mits de gift meer is dan 1 procent van het inkomen, met een maximum van 10 procent.

SP-Kamerleden staan rond 70 mille per jaar af. Ze mogen dus 7.000 euro fiscaal aftrekken. Die meevaller pikt de SP ook weer in. Omdat SP’ers door de partij worden verplicht te doneren, zou het in de praktijk gaan om niet-aftrekbare beroepskosten en niet om giften aan de partij.      Lees meer

Berend Sommer (1990) is online redacteur bij Elsevier Weekblad. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Zijn debuut Duchamp verscheen in juni 2017 bij Uitgeverij Prometheus.

SP-top geeft zichzelf riante loonsverhoging

Elsevier 23.06.2017 Het bestuur van de SP heeft zichzelf vorig jaar een riante loonsverhoging van 400 euro per maand gegeven. Zo ontvangt partijvoorzitter Ron Meyer een beloning van bijna 3.973 euro bruto per maand, voorheen 3.572 euro.

Dat meldt het AD. De partijtop heeft voor zichzelf een nieuwe loonschaal bedacht, omdat andere inkomsten door regelgeving wegvielen. Binnen de partij bestonden tot april 2016 vier verschillende loonschalen, maar het bestuur heeft vorig jaar een vijfde schaal geïntroduceerd, die voor de bestuurders zelf is bedoeld.

Volgens partijvoorzitter Ron Meyer is de verhoging bedoeld ter vervanging van een eerdere regeling, waarbij het bestuur een aparte toelage kreeg. Daarom is de verhoging volgens hem goed te verantwoorden. Ron Meyer volgde in 2015 Jan Marijnissen op als voorzitter van de Socialistische Partij.

SP-Kamerlid Beckerman woont in sociale huurwoning

Volgens leden van de SP is dat echter minder vanzelfsprekend. Volgens het AD woedt er een interne discussie over die afdrachtregeling: zo moeten gemeenteraadsleden 75 procent van hun tegemoetkoming afstaan. Punt van kritiek is dat dit niet in verhouding staat met de hoge werkdruk.

Afdrachtregeling

De belastingvoordelen die de SP geniet, leiden ook tot wrijving met politieke tegenstanders. Iedereen mag giften aan kerken, ideële instellingen en politieke partijen aftrekken van zijn belastbaar inkomen, mits de gift meer is dan 1 procent van het inkomen, met een maximum van 10 procent.

SP-Kamerleden staan rond 70.000 euro per jaar af. Ze mogen daarvan 7.000 euro fiscaal aftrekken. Dat fiscale douceurtje moet overigens ook naar de rekening van de SP worden gestuurd. Omdat SP’ers door de partij worden verplicht te doneren, zou het in de praktijk gaan om niet-aftrekbare beroepskosten en niet om giften aan de partij.

  Berend Sommer (1990) is online redacteur bij Elsevier Weekblad. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Zijn debuut Duchamp verscheen in juni 2017 bij Uitgeverij Prometheus.

 Sandra Beckerman, al ’tig jaar’ in de Oosterparkwijk.

Voorzitter SP trots op scheefwoner

Telegraaf 17.06.2017  Het is geen enkel probleem dat SP-Kamerlid Sandra Beckerman met haar royale salaris een sociale huurwoning bezet houdt. Partijvoorzitter Ron Meyer zegt er zelfs ’trots’ op te zijn dat „onze Kamerleden in volksbuurten wonen en niet in Wassenaar of binnen de ring in Amsterdam”.

Meyer toont zich gepikeerd over de berichtgeving in deze krant over Beckermans woonsituatie. Al jaren is er in de Tweede Kamer discussie over mensen die met een goed inkomen een gesubsidieerde huurwoning van de markt houden, de zogenoemde scheefwoners. Maar de voorzitter van de partij die juist voor de minder bedeelden zegt op te komen, ziet dat heel anders.

Per tekstbericht, want de telefoon neemt hij niet op, reageert Meyer op de scheefwonende gepromoveerd archeologe: „Mag de thuiszorger of timmerman die in de Oosterparkwijk woont geen Kamerlid worden?”

Beckerman voert als excuus aan dat ze een flink deel van haar salaris aan de partij afdraagt en daarom lang niet zo veel te makken heeft als het lijkt. Het netto salaris dat een SP-Kamerlid overhoudt, is 2750 euro.

LEES OOK: SP-Kamerlid blijkt ’scheefwoner’

Meyer is op dit punt ook vol begrip: „SP’ers verdienen het loon van een leraar. Daardoor weten wij wel hoe gewone mensen leven.”

Meyer wijst er tevens op dat Beckerman „al tig jaar” in de Oosterparkwijk woont. „Dit is haar gemeenschap.” Op de constatering dat de buurt ook een vrije sector kent, gaat hij niet in.

Liever wijst de partijvoorzitter een andere boosdoener aan. „Het ware probleem is dat er door VVD-politiek veel te weinig betaalbare woningen gebouwd zijn.”

LEES MEER OVER; SP SCHEEFWONEN SANDRA BECKERMAN

RON MEYER

GERELATEERDE ARTIKELEN;

SP-Kamerlid blijkt ’scheefwoner’

Telegraaf 16.06.2017 Het nieuwe SP-Kamerlid Sandra Beckerman woont ondanks haar royale salaris van 7705,27 euro bruto per maand in een sociale huurwoning. Dat onthulde de socialist zelf in een debat over hoge energierekeningen.

„In mijn wijk in Groningen zie je geen Tesla’s, maar mensen die hun energierekening niet kunnen betalen”, foeterde de parlementariër. Later in het debat werd duidelijk dat ze letterlijk woont tussen wat zij zelf ’klimaatpaupers’ noemt. „Ik heb een sociale huurwoning.”

Pikant detail is dat ze met haar vorige baan, gepromoveerd universitair docent archeologie in combinatie met het betaalde fractievoorzitterschap in de Provinciale Staten, ook al niet behoorde tot de allerarmsten van de noordelijke studentenstad.

Is zo’n verzamelinkomen niet te hoog voor een sociale huurwoning? „Nee helaas. Zoals heel veel jongeren heb ik altijd te maken gehad met flexibele en korte banen. Daardoor heb ik nooit zo’n hoog inkomen gehad en heel belangrijk: het lukte niet om een hypotheek te krijgen”, verdedigt de socialist haar gesubsidieerde residentie. „Als Kamerlid verdien ik meer, maar de SP heeft natuurlijk een afdrachtregeling. Ik verdien net zo veel als een gemiddelde leraar.”

In de Tweede Kamer wordt al jaren gediscussieerd over ’scheefwoners’. Dit zijn mensen met een hoog inkomen wonend in een spotgoedkope sociale huurwoning. Beckerman ziet dat allemaal anders: „Er moet gewoon heel veel gebouwd worden. De discussie over scheefwoners is een valse, want dan leg je de schuld neer bij de huurder. Bovendien kosten koopwoningen door de hypotheekrenteaftrek veel meer voor de overheid.”

Een aantal Kamerleden hoorde met klapperende oren aan hoe de SP’er zonder blikken of blozen haar onthulling deed. „Ik ben stomverbaasd”, zegt VVD-Kamerlid André Bosman.

Beckerman heeft nog geen verhuisplannen.

SP-Kamerlid Beckerman woont in sociale huurwoning

Elsevier 16.06.2017 Kersvers Kamerlid Sandra Beckerman van de Socialistische Partij blijkt een ‘scheefwoner’ te zijn. Tijdens een debat over ‘klimaatpaupers’ zei de socialist dat ze in een sociale huurwoning woont.

In Groningen woont Beckerman in een sociale huurwoning, naar eigen zeggen tussen de ‘klimaatpaupers’: minder welgestelde Nederlanders die de rekening zouden betalen van de energietransitie.

Dat is opvallend. Over het algemeen worden sociale huurwoningen alleen toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot 35.739 per jaar. Woningcorporaties mogen 10 procent van hun sociale huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tussen de 35.739 en 39.874 per jaar.

Meer:

‘Werkende moet sneller aan sociale huurwoning komen’

Schrijnend wegens afdrachtregeling

Kamerleden verdienen over het algemeen bijna 92.460 euro per jaar. Merkwaardig is dat Beckerman zelf de omstreden afdrachtregeling van de SP aanhaalt ter verdediging van haar woonsituatie. Werknemers van de SP en politici die voor de partij werken, dragen een groot deel van hun salaris af aan de partij.

Door de afdrachten is de SP verreweg de rijkste partij van Nederland en kan ze de duurste campagnes voeren. Omdat politici hun salaris – dat ze van de staat krijgen – afdragen aan een politieke partij, wordt dat als gift aan de organisatie gezien. De giften worden afgetrokken van het belastbaar inkomen. Die meevaller pikt de SP direct in, terwijl SP’ers worden verplicht te doneren.

  Volgen  Andre Bosman @andrebosman @SandraBeckerman woont met het salaris van een kamerlid in sociale huurwoning! “Is goed voor de diversiteit in de wijk” #scheefwoner

14:59 – 15 Jun 2017

‘Flexibele en korte banen’

Het is dan ook schrijnend dat Beckerman naar die regeling van de SP wijst. ‘Ik verdien net zo veel als een gemiddelde leraar,’ aldus Beckerman tegen De Telegraaf. De krant berekende dat de politicus bij haar vorige banen ook al flink verdiende. Voor de verkiezingen werkte ze als gepromoveerd universitair docent archeologie en was ze fractievoorzitter in Provinciale Staten.

Lees verder: waarom de afdrachtregeling van SP schuurt

Beckerman (34) heeft naar eigen zeggen ‘zoals veel jongeren altijd te maken gehad met flexibele en korte banen’. ‘Daardoor heb ik  nooit zo’n hoog inkomen gehad, en heel belangrijk: het lukte niet om een hypotheek te krijgen.’

Bauke Schram  Bauke Schram (1993) is sinds april 2016 online redacteur bij Elsevier Weekblad.

SP-Kamerlid blijkt ’scheefwoner’

Telegraaf 16.06.2017 Het nieuwe SP-Kamerlid Sandra Beckerman woont ondanks haar royale salaris van 7705,27 euro bruto per maand in een sociale huurwoning. Dat onthulde de socialist zelf in een debat over hoge energierekeningen.

„In mijn wijk in Groningen zie je geen Tesla’s, maar mensen die hun energierekening niet kunnen betalen”, foeterde de parlementariër. Later in het debat werd duidelijk dat ze letterlijk woont tussen wat zij zelf ’klimaatpaupers’ noemt. „Ik heb een sociale huurwoning.”

Pikant detail is dat ze met haar vorige baan, gepromoveerd universitair docent archeologie in combinatie met het betaalde fractievoorzitterschap in de Provinciale Staten, ook al niet behoorde tot de allerarmsten van de noordelijke studentenstad.

Is zo’n verzamelinkomen niet te hoog voor een sociale huurwoning? „Nee helaas. Zoals heel veel jongeren heb ik altijd te maken gehad met flexibele en korte banen. Daardoor heb ik nooit zo’n hoog inkomen gehad en heel belangrijk: het lukte niet om een hypotheek te krijgen”, verdedigt de socialist haar gesubsidieerde residentie. „Als Kamerlid verdien ik meer, maar de SP heeft natuurlijk een afdrachtregeling. Ik verdien net zo veel als een gemiddelde leraar.”

In de Tweede Kamer wordt al jaren gediscussieerd over ’scheefwoners’. Dit zijn mensen met een hoog inkomen wonend in een spotgoedkope sociale huurwoning. Beckerman ziet dat allemaal anders: „Er moet gewoon heel veel gebouwd worden. De discussie over scheefwoners is een valse, want dan leg je de schuld neer bij de huurder. Bovendien kosten koopwoningen door de hypotheekrenteaftrek veel meer voor de overheid.”

Een aantal Kamerleden hoorde met klapperende oren aan hoe de SP’er zonder blikken of blozen haar onthulling deed. „Ik ben stomverbaasd”, zegt VVD-Kamerlid André Bosman.

Beckerman heeft nog geen verhuisplannen.

juni 16, 2017 Posted by | 2e kamer, afdrachtregeling, Huurdersheffing, huurverhoging, huurwet, politiek, scheefhuur, scheefwonen, sp, woningwet | , , , , , , , , | 1 reactie

Tijd voor een nieuwe impuls in de Vogelaarwijken

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

Aanpak kwetsbare wijken

”Veel wijken maakten sinds 2002 – conform de landelijke trend – een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Vanaf 2012 veranderde het beeld, omdat bij het merendeel van de onderzochte wijken de stijgende lijn stokte. Een derde van deze wijken vertoont tussen 2012 en 2014 zelfs een achteruitgang. Voor de bewoners van deze wijken was de verbetering in 2014 weer verleden tijd.”

De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid, aldus de G32. ”Nu de economie weer aantrekt, is het tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien”, vindt de belangenvereniging.

Kwetsbare wijken hebben nieuwe impuls nodig – Platform31 07.03.2017 Door de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid was er de afgelopen jaren steeds minder aandacht voor kwetsbare wijken. Platform31 onderzocht hoe het nu met deze wijken gaat. Vanaf 2012 zien we de ontwikkeling van de leefbaarheid in deze wijken haperen. Een nieuwe impuls is nodig van gemeenten, Rijk en andere maatschappelijke partners.

Met de Leefbaarometer – een instrument dat de leefbaarheid op wijk- en buurtniveau meet – onderzocht Platform31 de leefbaarheid in meer dan 130 wijken die de afgelopen decennia als aandachtswijk of prioriteitswijk zijn gelabeld. Bij een ongeveer een derde van de wijken stagneerde vanaf 2012 de stijgende lijn; bijna veertig procent van de wijken vertoont zelfs een daling.

Verdiepend onderzoek in 12 wijken, Meerzicht (Zoetermeer), Buitenhof (Delft), Schiedam-Oost, Meerwijk (Haarlem), Jol/Galjoen (Lelystad), de Gestelse Buurt (Den Bosch), Jagershoef (Eindhoven), Kerkrade-West en Mariaberg (Maastricht), Selwerd (Groningen), Angelslo (Emmen), naar oorzaken van de afnemende leefbaarheid, laat zien dat in deze wijken concentraties ontstaan van kwetsbare groepen, zoals mensen die in armoede of met schulden leven, vroegtijdige schoolverlaters en mensen uit de maatschappelijke opvang.

De crisis, maar ook de nieuwe Woningwet en de decentralisaties in het sociale domein komen hard aan in kwetsbare wijken. Woningcorporaties renoveren nog wel sociale huurwoningen, maar bedienen geen starters en middengroepen meer. Marktpartijen investeren nauwelijks in deze wijken. In veel wijken zijn buurtcentra gesloten en corporaties zijn minder actief op het terrein van leefbaarheid.

Het onderzoek laat zien dat opgaven als segregatie, veiligheid, duurzaamheid, schulden en eenzaamheid om continue aandacht vragen van gemeenten, het Rijk en andere maatschappelijke partners. De aantrekkende economie en de energietransitie bieden nieuwe mogelijkheden om de leefbaarheid in kwetsbare wijken te verbeteren.

Meer informatie;

Platform31 bundelt alle informatie over het kennisprogramma Nieuwe perspectieven voor stedelijke vernieuwing op een overzichtelijke projectpagina.

1. Hoofdrapport Kwetsbare wijken in beeld

2. Bijlage Leefbaarheidsontwikkeling

3. Bijlage Wijkanalyses

2013 Terugblik

Overheidsgeld kan bewoners van Vogelaarwijken niet vooruit helpen

De onthutsende conclusie van het SCP-rapport was dat de ‘Vogelaar-gelden’ geen enkel extra effect hebben gehad bij de verbetering van probleemwijken. Weer een maakbaarheidsillusie armer, en tegen een enorme prijs.

Nederland moet nog wel eens bitter lachen om ‘Brussel’ met z’n miljardensubsidies die in een bodemloze put verdwijnen, maar ‘Den Haag’ zelf kan er ook wat van.

‘ANP’

Alle critici van het ‘krachtwijkenbeleid’ van het vierde kabinet-Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie) hebben gelijk gekregen: de ambitie van toenmalig minister Ella Vogelaar (PvdA) voor Wonen, Wijken en Integratie om veertig probleemwijken in de grote(re) steden in de vaart der volkeren op te stoten door er met veel extra geld ‘krachtwijken’ van te maken, moet als mislukt worden beschouwd.

Netjes

Dat concludeert althans het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in Werk aan de wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het krachtwijkenbeleid.

LEES OOK:

Vogelaarwijken niet beter dan andere achterstandswijken

Het leerzame rapport is zeker niet alleen negatief. Het stelt vast dat de leefbaarheid in veel van die probleemwijken de afgelopen tien jaar best is opgeknapt. Simpel gezegd: het helpt als je slechte huizen sloopt, nieuwe koopwoningen bouwt voor welstandige bewoners die anders waren weggegaan of zich er komen vestigen, de publieke ruimte een beetje netjes houdt en de criminaliteit bestrijdt.

Stigma

Maar de onthutsende conclusie is ook dat de Vogelaar-gelden – al met al een miljard euro – die tussen 2008 en 2012 in die veertig ‘uitverkoren’ wijken zijn gepompt, vooral door de Nederlandse corporaties, geen enkel extra effect hebben gehad.

De Vogelaarwijken staan er niet beter voor dan moeilijke wijken die het geld niet kregen. In sommige opzichten zelfs slechter: het predikaat ‘Vogelaarwijk’ blijkt ook als een stigma te hebben gewerkt, met een ontmoedigende werking op bewoners.

Wat is de les? Niet dat het geen zin heeft om geld te steken in de leefbaarheid van probleemwijken. Het is mogelijk zulke buurten te verbeteren door ze aantrekkelijker te maken voor kansrijkere burgers met geld. Het is een langzaam proces, maar het kan.

Zelf doen

Maar achter het Vogelaar-beleid school een veel grotere, radicalere maakbaarheidsillusie. De gedachte namelijk dat als je maar genoeg extra geld in een kansarme bevolking pompt, die als vanzelf – versneld – zal gaan klimmen op de sociale ladder.

Daar is het SCP niks van gebleken. Er is sociale stijging in de Vogelaarwijken, maar niet meer dan elders. Weer een maakbaarheidsillusie armer, en tegen een enorme prijs: de overheid kan buurten wel (helpen) opknappen, maar hun inwoners niet vooruit helpen in de samenleving. Dat zullen ze echt zelf moeten

Vogelaarwijken zijn niet beter dan andere achterstandswijken

Alle miljoenen euro’s ten spijt, de zogenoemde ‘Vogelaarwijken’ doen het qua veiligheid en leefbaarheid niet beter of slechter dan vergelijkbare wijken. Sinds 2008 gaat het met alle probleemwijken iets beter, de Vogelaarwijken zijn daarin niet te onderscheiden.

Dat blijkt dinsdag uit een onderzoeksrapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de Vogelaarwijken, ook wel ‘krachtwijken’ genoemd.

‘ANP’

Optimistisch

De veiligheid is afgenomen in de Vogelaarwijken en de andere probleemwijken. De criminaliteit nam er toe en bewoners maakten vaker melding van misdaad.

De tevredenheid van de bewoners nam gemiddeld in alle probleemwijken toe en de bewoners zijn optimistisch over verdere verbetering.

VOLGENS BLOGGERS;

Afshin Ellian in 2008: Vogelaarbeleid immoreel en totaal zinloos

Geld

In 2007 introduceerde toenmalig minister Ella Vogelaar (PvdA, Wijken) hetActieplan Krachtwijken. Volgens het plan moest er in tien jaar tijd markante verbetering zijn in veertig achterstandswijken op het gebied van wonen, werken, leren en opgroeien, integreren en veiligheid. Daarvoor werd extra gelduitgetrokken.

VOLGENS ELSEVIER;

Commentaar Gertjan van Schoonhoven: ‘Overheidsgeld kan bewoners van Vogelaarwijken niet vooruit helpen’

Volgens het onderzoek zette de positieve ontwikkeling in probleemwijken al in voor het er specifiek beleid werd opgesteld. In de Vogelaarwijken zijn bewoners wel optimistischer over de verbeteringen en de toekomst dan in vergelijkbare wijken.

Nieuwbouw

Er is niet alleen geld vrijgemaakt voor de Vogelaarwijken, ook in andere probleemwijken is geïnvesteerd in sloop en nieuwbouw van huizen. De crisis op de huizenmarkt verminderde het positieve effect van de herstructurering, schrijft het SCP.

Voor de wijken is 1 miljard euro uitgetrokken en het plan zou tien jaar duren, maar het beleid werd in 2011 al afgeschaft.

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

zie ook: 2e kamerleden adopteren wijken

zie ook: Daniëlle de Winter PVV Den Haag – Vogelaarwijk is een bodemloze put

zie ook: Opkomst Gettowijken op Vinexlocaties

zie ook: ‘Zwakte als kracht’ Studiedag over kerkelijke presentie in Prachtwijken

zie ook: De Haagse Prachtwijken

zie ook: Haagsche Krachtwijken op Den Haag FM

zie ook: Slopen in Haagse wijken helpt niet altijd

zie ook: De Wijk van de remmende achterstand

zie ook: PVV Den Haag en de Rotterdamwet

zie ook: De Haagse Autochtonen-ASO-Tokkies-in-container-taal van de VVD

‘Niet sociaal bouwen in dure wijken’

AD 30.05.2017 Het plan om meer sociale huurhuizen te bouwen in wijken als de Vogelwijk en Benoordenhout kan rekenen op felle tegenstand binnen de coalitie: ,,Die spreiding is idioot, duur en het helpt niet.”

Coalitiepartij VVD maakt gehakt van de spreidingsfilosofie die wethouder Joris Wijsmuller (HSP) onlangs in deze krant toelichtte. ,,Die is idioot”, zegt VVD-fractieleider Frans de Graaf. ,,Het heeft geen enkel aantoonbaar voordeel voor de bewoners, zo is onlangs in een proefschrift nog vastgesteld. En de grond is duur: voor hetzelfde geld bouw je twee sociale huurhuizen in een andere wijk.”

Dus volgens De Graaf heeft het weinig zin om ‘koste wat kost’ hoge en lage inkomensgroepen te spreiden. Wijsmuller vindt het juist belangrijk dat er geen villa-enclaves of sociale huurzones ontstaan. Alle doelgroepen moeten in de hele stad wonen, vindt hij.

AD 30.05.2017AD 30.05.2017

Zo wordt bekeken of er straks in het Rode Kruisziekenhuis aan de Sportlaan (rand Vogelwijk) en in het oude Poortgebouw van de Bronovoflat sociale huurhuizen kunnen worden toegevoegd: ,,Volgens mij vinden mensen het helemaal niet erg als nieuwe woningen sociale huurhuizen zijn”, zei de wethouder in het interview. ,,Zolang het maar past in het karakter van de wijk en het veel kwaliteit heeft.”

Heet hangijzer

Je moet ook kijken waar je nog veel kunt bouwen, Anne Toeters.

De liberalen verwijzen in hun kritiek naar recent promotieonderzoek. Daaruit blijkt dat het mengen van arme en rijke bewoners niet tot verbetering leidt. De samenstelling van de buurt heeft nauwelijks effect op baankansen of inkomen, concludeert de onderzoeker na een analyse van duizenden buurten.

Donderdag praat de Haagse politiek over de woonplannen van Wijsmuller. D66, de grootste coalitiepartij, is niet zo stellig tegen spreiding. Maar raadslid Anne Toeters benadrukt wel dat in een stadsdeel als Zuidwest veel meer ruimte is voor sociale huurhuizen dan in pakweg Benoordenhout: ,,Je moet ook kijken waar je nog veel kunt bouwen.”

Het woningbouwdossier is een heet hangijzer in de politiek. De stad moet de komende twintig jaar zeker 50.000 huizen bijbouwen om de bevolkingsgroei (jaarlijks gemiddeld plus 4.000) bij te benen.

Achterstandsjongeren die verhuizen naar een rijkere buurt gaan eerder meer dan minder probleemgedrag vertonen. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit onderzoek van de TU Delft.

JUIST EXTRA TROUBLES IN PARADISE

BB 10.04.2017 Achterstandsjongeren die verhuizen naar een rijkere buurt gaan eerder meer dan minder probleemgedrag vertonen. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit onderzoek van de TU Delft.

Agressief gedrag

Problemen in achterstandswijken worden vaak aangepakt door de buurt sociaal-economisch te mengen. Het idee erachter is dat de buurtbewoners met lagere inkomens en opleidingen zich kunnen optrekken aan hun buren die het sociaal-economisch beter doen. Maar jongeren die naar een rijkere buurt verhuizen, vertonen daarna juist meer probleemgedrag. Dat ontdekte onderzoeker van Jaap Nieuwenhuis van de Faculteit Bouwkunde.

Uit zijn studie blijkt dat wanneer jongeren verhuizen van een arme buurt naar een relatief rijke buurt, zij meer last hebben van depressie, angststoornissen, agressief gedrag en conflicten met hun ouders. Die bevinding gaat in tegen het algemene geloof dat het juist goed is om jongeren uit achterstandsbuurten te verhuizen naar betere buurten en te mengen met jongeren uit rijkere gezinnen.

 Welvarende buren

Vijf jaar lang werden jongeren uit heel Nederland tussen de 12 en 16 jaar oud gevolgd en hielden de onderzoekers onder andere veranderingen bij in het inkomen van hun ouders, hun verhuisgeschiedenissen, en veranderingen in de mate van probleemgedrag. Daaruit blijkt dat wanneer jongeren verhuizen naar een rijkere buurt, zij daarna een grotere kans hebben op probleemgedrag. Jongeren uit armere wijken lijken weinig baat te hebben bij meer welvarende buren. Dat gaat lijnrecht in tegen het beleid dat nu vaak gehanteerd wordt bij het mengen van wijken.

Oneerlijk

Het grotere contrast tussen hun eigen sociaal-economische situatie en die van de rest van de buurt lijkt te leiden tot meer problemen. Een verklaring ervoor is dat jongeren hun eigen situatie vergelijken met die van hun meer welvarende buren, waardoor hun relatief benadeelde sociaal-economische positie wordt bevestigd. Wanneer zij dit als oneerlijk beschouwen, kan het zich uiten in probleemgedrag.

Het gemeentelijk beleid zou zich volgens de onderzoeker vooral moeten richten op het vergroten van kansen op opleiding en werk van jongeren door te investeren in onderwijs.

Reactie Jouwert van Geene (DroomDoener)

Deels lijkt dit onderzoek in lijn te zijn met het onderzoek van Chetty et al. in de VS (https://scholar.harvard.edu/hendren/publications …Het is wel belangrijk om een andere conclusie van dat onderzoek aan te halen, namelijk dat het verhuizen van aan “slechte buurt” naar een “goede buurt” wanneer kinderen jonger dan 13 jaar zijn, weldegelijk zeer positieve effecten heeft op het leven van deze kinderen.
Een aardige podcast over dit fenomeen is Freakonomics Radio in januari dit jaar (“Is the American Dream Really Dead?”)http://freakonomics.com/podcast/american-dream-r …

Van probleemwijk naar Vogelaarsucces in Leeuwarden

Trouw 22.03.2017 Precies tien jaar geleden wees toenmalig minister Ella Vogelaar veertig probleemwijken aan waarin het kabinet Balkenende-IV zou investeren. Een daarvan was Heechterp-Schieringen in Leeuwarden. Hoe is het er nu?

Fridus van den Berg, beheerder van het wijkcentrum, wijst tijdens de wandeling op de nette nieuwbouwwoningen, die doen alsof ze oude boerderijen zijn. Op de daken prijken zonnepanelen, in een voortuintje staat een stenen hond. Het Marokkaanse gezin op de hoek heeft een moestuintje aangelegd. Groene kopjes prikken aarzelend door de aarde. “Van de week was vader druk aan het spitten. Mooi vind ik dat, dat moet je stimuleren.”

Van den Berg, die al dertig jaar in de wijk woont, knikt naar de kinderfietsen en andere spullen die ook in de tuin staan opgeslagen. “Dat is dan weer jammer. Maar ja, de woningen hebben nauwelijks bergruimte. Je moet toch wat.”

Armoedelijstjes

De nieuwbouwhuizen zijn goedkoop en klein, en dat is precies de belangrijkste reden dat Heechterp-Schieringen maar niet van de armoedelijstjes af komt. Wie het beter krijgt, trekt weg, om weer plek te maken voor nieuwe armen. Volgens Van den Berg zou wel 60 procent van de verhuizende gezinnen in de wijk zijn gebleven als er geschikte doorstroomwoningen waren geweest. ”We kunnen mensen wel helpen, maar het lukt niet om ze hier te houden.”

Een andere reden voor de chronisch hoge armoedescore: Leeuwarden heeft kleine postcodegebieden. Vijf Leeuwarder postcodegebieden met arme mensen klinkt veel, maar in werkelijkheid hoeven het maar een paar straten te zijn – niet te vergelijken met de aantallen in bijvoorbeeld de Haagse Schilderswijk.

Het is lastig te meten wat de vogelaaraanpak precies heeft opgeleverd, zegt Van den Berg. In Heechterp-Schieringen zaten de grootste problemen achter de voordeur. Dáár werd dan ook geïnvesteerd: in mensen, niet in stenen. En dat is minder zichtbaar, zeker als de betreffende mensen uit de wijk verdwijnen.

Elan 2007

Er was elan, toen in 2007. Er kwamen moestuintjes, taallessen, een pluktuin en een wijkmusical. Maar de klad kwam in de taallessen en de tuintjes maakten plaats voor nieuwbouw – na de zomer komen ze terug, trouwens, en dan permanent. De balkons van portiekflats bleken verrot, relatief veel vogelaargeld ging naar de opknapbeurt ervan.

Het grootste Leeuwarder vogelaarsucces: de zogenoemde Frontlijnteams – teams die langs de deuren op maat problemen oplossen. De multidisciplinaire aanpak – omdat er vaak meerdere problemen spelen, bijvoorbeeld én armoede én eenzaamheid én verslaving, werd eerst ‘uitgerold’ over Leeuwarden. “En daarna hebben we zeker honderd gemeentes op bezoek gehad die het kopieerden”, vertelt Andries Ekhart, de wijkenwethouder in Leeuwarden. Hij voegt er aan toe dat het aantal huisuitzettingen is gedaald met veertig procent, het aantal kinderen onder toezicht met een kwart.

In aanvulling op de langsdedeuraanpak zitten de Frontlijners nu in een gebouw, waar hulpbehoevende bewoners kunnen langskomen. Sommige problemen worden groepsgewijs aangepakt. Zo is er elke donderdag een financieel spreekuur waar gemiddeld een man of tien op afkomt. Er is een Kindpakket: hulp in natura voor ouders die geen sportvereniging of schoolreisje kunnen betalen. En de nutsbedrijven schakelen het wijkteam in bij stelselmatige betalingsachterstanden – de teamleden gaan dan langs om te kijken wat er loos is, en om waar nodig hulp te bieden.

In 2013 oordeelde het Sociaal Cultureel Planbureau hard: de vogelaaraanpak was compleet mislukt. Met name in vogelaarwijken in de vier grote steden daalde de burgerparticipatie.Het etiket ‘achterstandswijk’ zou juist demotiveren.

Volgens Ekhart balen veel Heechterp-Schieringers inderdaad van het stigma. “Elk jaar als de armoedecijfers komen, staat RTL weer bij de Plataanschool.”

Toen Kinderombudsman Dullaert en staatssecretaris Klijnsma de kinderen in 2015 vroegen wat er beter kon, antwoordden die: Het is zo jammer dat we altijd zo negatief in het nieuws komen. “Er moet iets structureels komen. Niet lappen met een tientje, maar banen. En tegelijkertijd: mijn zoon solliciteerde zich suf na zijn afstuderen. Hij ging naar Amsterdam en had zo een baan.”

Toch laat niet iedereen het hoofd hangen, lacht de wethouder. “Twee jaar terug lieten bewoners grote billboards plaatsen met de tekst: ‘Maar we zijn hier wél heel gelukkig!”

Gemengde wijken helpen minder bedeelde bewoners niet vooruit

Sociologisch onderzoek wijst uit dat buurteffect uitblijft…

VK 21.03.2017 Het idee dat arm zich aan rijk zou kunnen optrekken, gaat in de stadspraktijk niet op. Het mengen van een wijk leidt wel tot een hoger gemiddeld inkomen in die wijk, maar het heeft geen invloed op de economische positie van individuele bewoners. Dat concludeert politiek socioloog Emily Miltenburg die vrijdag promoveert.

Zelfs bewoners die door het mengingsideaal hun sociale huurwoning moesten verlaten en naar een welvarender buurt zijn verhuisd, gaan er qua arbeidsperspectieven niet op vooruit. Toch geloven veel politici en beleidsmakers nog altijd in het zogenoemde buurteffect. Het is een overtuiging die ten grondslag ligt aan decennia van sociaal beleid op woongebied, waaronder de ‘Vogelaarwijken’ waar tussen 2008 en 2012 honderden miljoenen in zijn geïnvesteerd.

Het opmerkelijke is dat wetenschappers keer op keer laten zien dat het zo niet werkt. Socioloog Miltenburg, die in Amsterdam woont, zag het wijkenbeleid – de sloop van sociale huurwoningen in ruil voor duurdere huizen – in haar eigen omgeving en besloot een studie te doen die zich uitsluitend richtte op eventuele economische effecten van dit gemengde wijkenbeleid.

Minder bedeelde bewoners hebben economisch gezien niets aan buurman met goed inkomen

‘Omdat veel van het eerdere onderzoek geen rekening hield met de verhuisgeschiedenis van bewoners en de relatie van bewoners met hun buurt, heb ik naar duizenden buurten in Nederlandse steden en dorpen gekeken over meerdere jaren’, zegt Miltenburg. ‘Mogelijk zou het effect per buurtbewoner verschillen en is het daarom niet eerder gevonden.’

Maar nee. Het bureneffect bestaat niet: oorspronkelijke minder bedeelde, lager geschoolde bewoners van een wijk hebben economisch gezien niets aan een buurman of buurvrouw met een goede baan en een goed inkomen. ‘Eigenlijk is het ook logisch, waarom zou ik profiteren van het feit dat mijn buurman goed verdient?’, zegt de sociologe.

Waarom blijft het dan zo’n hardnekkige gedachte in ons collectieve geheugen? ‘Ik snap dat wel. Het klinkt mooi – meer hulpbronnen, meer rolmodellen’, zegt Miltenburg. ‘Bovendien wil je geen excessen, zoals gettovorming of totale veryupping. Maar dat is vooral een politiek standpunt. Economisch is de invloed van de buurt aanzienlijk kleiner dan vaak wordt beweerd.’

Maarten van Ham, hoogleraar stedelijke vernieuwing (TU Delft), noemt de studie van Miltenburg goed uitgevoerd en is het eens met haar bevindingen. Toch concludeert hij niet dat het mengen van wijken geen zinvol beleid is. ‘Het verdunnen van armoede is namelijk wel goed voor de stad als geheel. De reputatie van een wijk kan verbeteren, je haalt de hogere en middeninkomens terug naar de oude binnensteden, waar nieuwe winkels en bedrijven ontstaan.’

Gemengd en goed onderwijs doet veel meer voor emancipatie dan gemengd wonen, aldus Maarten van Ham, hoogleraar stedelijke vernieuwing TU Delft.

Voor de oorspronkelijk bewoners (die deels verhuizen naar andere wijken) moet je alleen tegelijkertijd inzetten op betere scholing en kansen op de arbeidsmarkt, zegt Van Ham. ‘Gemengd en goed onderwijs doet veel meer voor emancipatie dan gemengd wonen.’

Dat beleidsmakers Oost-Indisch doof lijken voor de wetenschappelijke bevindingen over buurteffecten, beziet Van Ham met milde verbazing. ‘Ik zei het vijf jaar geleden al: soort zoekt soort, ook in de wijk, en wijkcontacten moeten niet overschat worden, aangezien de meeste mensen een netwerk hebben via werk of vrijetijdsbesteding.’

Wil je de wijk opknappen of de bewoners helpen?, aldus Maarten van Ham.

Hij hoopt dat beleidsmakers in de toekomst beter nadenken over het doel van wijkenbeleid. ‘Wil je de wijk opknappen of de bewoners helpen? Sloop gevolgd door nieuwbouw knapt alleen de wijk op.’

Armere wijkbewoners die naar een rijkere wijk verhuizen kunnen er zelfs op achteruit gaan, zegt Van Ham. ‘Wij hebben onlangs ontdekt dat het voor kwetsbare kinderen en jongeren averechts kan werken om naar een betere wijk te verhuizen; ze hebben daar meer conflicten en problemen. Daarom moet zulk beleid altijd samengaan met een investering in scholing en opleidingen.’

Volg en lees meer over:  MENS & MAATSCHAPPIJ     ECONOMIE  NEDERLAND  WETENSCHAP

De keerzijde van de ‘buurt in opkomst’

Trouw 21.03.2017 Als je buurt erop vooruitgaat, word je daar als bewoner niet altijd beter van, blijkt uit een nieuwe studie. In de Amsterdamse Transvaalbuurt wordt die zorg gedeeld.

Ze weet nog hoe de versgekookte was in het washuis in de Fronemanstraat rook. Heeft de spookwoningen van de in de oorlog afgevoerde Joden op haar netvlies. Ze herinnert zich de eerste huizen met een eigen douche. Zag decennia later nieuwbouw verrijzen. En kan precies vertellen welke winkeliers in de Pretoriusstraat zaten. “Een porseleinwinkel, een chocolaterie, de kwaliteitsbakker, twee schoenmakers, een ijzerwinkel, een aardappelwinkel, een kapper, een juwelier. Het was een prachtstraat.”

Wil Erents-de Brave is met haar 72 woonjaren misschien wel de langst zittende bewoner van de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Maar de buurt voelt niet meer als haar buurt, zegt ze.

In de jaren tachtig maakte ze mee hoe de buurt ‘onrustig’ werd. Op straat hingen drugsdealers en alcoholisten rond. Herrieschoppende hangjongeren intimideerden voorbijgangers. Later keerde de rust terug en tegenwoordig is de Transvaalbuurt een wijk in opkomst. Waar vroeger café De Zon zat, gesloten na een schietpartij, huist nu pastabar Spaghetteria.

Op de plek van een videotheek voor Bollywoodfilms, zit het winkeltje Olives&More. Sociale huurwoningen waar ook vrienden en kennissen van Erents woonden, zijn verkocht aan nieuwkomers. Naast de Surinaamse, Turkse en Marokkaanse gezinnen die er al langer wonen, komen nu steeds vaker blanke Nederlanders te wonen, vaak jong en hoogopgeleid. “Maar met die nieuwe bewoners heb ik amper contact”, zegt Erents. “Allemaal tweeverdieners, ze werken overdag en voelen weinig binding met de wijk.”

Geen natuurverschijnsel

Cody Hochstenbach kent de Transvaalbuurt: hij is zo’n nieuwkomer. “Toen ik ernaartoe verhuisde, zei een buurman die hier al lang woont: voor het eerst weer Nederlanders in dit blok.”

De afgelopen jaren onderzocht Hochstenbach hoe het proces verloopt dat de Transvaalbuurt nu doormaakt en dat elders in Amsterdam al jaren gaande is. ‘Gentrificatie’ wordt dat proces genoemd, de ontwikkeling dat wijken waar aanvankelijk vooral mensen met een bescheiden inkomen wonen bevolkt raken door welgestelde stedelingen.

Dat gebeurt in een aantal grote steden (zoals Utrecht en Haarlem), maar het meest in Amsterdam. Donderdag promoveert Hochstenbach aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift dat hij hierover schreef.

Gentrificatie is geen natuurverschijnsel, betoogt Hochstenbach, maar het gevolg van doelbewust beleid dat tien jaar geleden expliciet op papier is gezet. De bedoeling was om de welgestelde middenklasse een plek te bieden. En als die gaat wonen in wijken die er niet goed voorstaan, was de gedachte, kan de hele stad daar beter van worden.

“Beleidsmakers begonnen bovendien te denken dat Amsterdam de internationale concurrentie met andere steden moest aangaan, en dat daarvoor een welgestelde creatieve middenklasse nodig was, als aanjager van de stedelijke economie.”

Aanvankelijk was het beleid er vooral op gericht om oude woningen te slopen en te vervangen door nieuwbouw voor een ander soort bewoners. Dat gebeurde vooral in de zwakkere buurten, met de bedoeling die erbovenop te helpen. Die insteek sloot aan bij wat de gemeente gedaan had op het gebied van stedelijke vernieuwing.

Maar er heeft zich een aantal verschuivingen in het beleid voorgedaan, vertelt Hochstenbach. “Onder meer vanwege de crisis was er geen geld meer voor sloop en nieuwbouw. Daarom werd vaker gekozen voor een ander instrument om plek te bieden aan de middenklasse: het verkopen van socialehuurwoningen door de woningcorporaties.”

Opkomende buurten

Daarmee is ook een ander soort wijk in beeld gekomen. “Want de corporaties verkopen hun woningen bij voorkeur niet in de zwakkere buurten, maar in delen van de stad die toch al populair aan het worden zijn, onder meer omdat ze daar hogere prijzen kunnen vragen. Maar het gevolg is dat de gentrificatie nog extra wordt aangezwengeld, juist waar dat proces toch al gaande is, en dus niet langer in de kwetsbare wijken verder weg van de binnenstad.”

In de Transvaalbuurt is te zien hoe dat uitpakt. Kees Huyser (63) woont er al jaren, eerst als huurder, later in een huis dat hij midden in de crisis kocht van een corporatie. Nu is het twee keer zoveel waard. “Als ik het na mijn pensioen niet verkoop, ben ik bijna een dief van mijn eigen portemonnee.”

Pas sinds een jaar of tien voelt Huyser zich prettig in de buurt. “In het eerste jaar dat ik hier woonde, is er drie keer bij me ingebroken. De Joodse bakker, mijn onderbuurman, is weggepest. Hij kreeg briefjes met hakenkruizen en ‘vuile Jood’ in de bus.”

Dat was begin jaren tachtig. Nog maar zeven jaar terug werd Huyser op het Krugerplein omsingeld door een groep jongens die wilde weten of hij zijn portemonnee bij zich had. “Ik herken de buurt niet meer terug en daar ben ik blij om.”

Hochstenbach herkent de verhalen. Zeker, gentrificatie helpt problemen op te lossen, zegt hij. “Arme buurten gaan erop vooruit als er ook rijkere mensen komen wonen. Minder criminaliteit, minder overlast, minder straatvuil. Die problemen verdwijnen niet, trouwens, maar worden verschoven naar andere buurten.”

De stad als geheel heeft er ook profijt van, vervolgt hij. “Het aantrekken en behouden van de middenklasse is inderdaad goed voor de economie. Het schept allerlei soorten bedrijvigheid. Amsterdam wint aan concurrentiekracht – al kun je je afvragen wie daar voordeel van heeft.”

Toch is Hochstenbachs onderzoek ook een waarschuwing voor de gevolgen van dit beleid. Want de keerzijde is dat de stad steeds minder plek biedt aan mensen met een lager inkomen. Overal waar gentrificatie gaande is, stijgen de huur- en koopprijzen. “Wie goedkoop in zo’n wijk woont, zit goed”, zegt Hochstenbach. “Maar zodra iemand moet verhuizen, bijvoorbeeld omdat z’n gezin uitbreidt, heeft hij een probleem. Dan kan hij niet in zijn eigen buurt terecht, want die is te duur geworden, en ook niet in al die andere buurten in opkomst.”

De Schalk Burgerstraat. © Werry Crone

Armoede de stad uit

Hochstenbach spreekt in dit verband van ‘suburbanisatie van armoede’. Steeds meer mensen met weinig geld vertrekken naar de buitenwijken of naar Purmerend en Almere, blijkt uit verhuiscijfers die hij onder de loep nam.

Ook bewoners van de Transvaalbuurt lopen ertegenaan. De vriendinnen Yvonne Hussainali, Agnes Najoan, Santucha Ommen en Merian Vedder zoeken elke ochtend, als ze de kinderen naar school hebben gebracht, een koffietentje op. “Iedereen in de buurt kent ons”, lachen ze. Allemaal wonen ze al jaren in een socialehuurwoning, allemaal willen ze verhuizen.

Hussainali woont met vier kinderen in een tweekamerappartement. Ommen plaatste in een van haar slaapkamers een muurtje zodat de oudste van drie een eigen kamer heeft. En Vedder en haar gezin moeten het doen met 43 vierkante meter. Kopen gaat niet. Omdat ze met een bescheiden inkomen geen hypotheek kunnen krijgen, omdat het lastig is als zzp’er of omdat ze geen vast contract hebben.

Wonen ze over tien jaar hier nog? Nee, zeggen ze in koor. Vedder kijkt naar woningen in Diemen. Hussainali staat al zeventien jaar ingeschreven voor een socialehuurwoning, maar verwacht niet dat er binnen haar budget iets in de wijk te vinden is. En het huis van Ommen wordt volgend jaar gesloopt. “Als ik wil terugkomen, wordt mijn huur tussen de 80 en 140 euro hoger. Maar ik zit al aan mijn max.”

Jammer, vinden ze. Want eindelijk durven ze hun kinderen alleen naar de Albert Heijn te sturen.

Intussen gaat de verandering in gentrificerende buurten door. Ooit woonden er vooral mensen met weinig geld, later werden ze gemengd, nu krijgen ze opnieuw een eenzijdige bevolkingssamenstelling: vooral mensen met geld.

Dat proces wordt aangejaagd door nog iets anders, ontdekte Hochstenbach: ouders die woningen kopen voor hun studerende kinderen. Dat doen ze, als ze er maar even het geld voor hebben, in buurten in opkomst. “Ze kopen een huis vanwege de gebruikswaarde, als plek om te wonen”, legt Hochstenbach uit, “maar ook vanwege de speculatiewaarde, in de verwachting dat zo’n huis meer waard wordt. Dat jaagt de huizenprijzen op en daardoor worden zulke buurten voor nog minder mensen toegankelijk.”

Tarik Yousif (40) en zijn vrouw hadden ervan kunnen profiteren – als ze gewild hadden. Toen ze hun huis aan de Christiaan de Wetstraat te koop zetten, kwam het hoogste bod van ouders die een woning voor hun dochter zochten. Die ging pas over drie jaar studeren. “Enkele duizenden euro’s meer dan het tweede bod, ze konden het zonder hypotheek betalen.”

Maar uiteindelijk kozen Yousif en zijn vrouw voor een jong stel. “We gunden het ze om, net als wij, hier hun gezin te kunnen beginnen.” Gek misschien, geeft hij toe. “Maar gentrificatie houden we zelf in stand. Door tegen elkaar op te bieden. Of door hebberig voor het hoogste bod te kiezen.”

Toch ook uit de mond van Yousif niets dan goeds over de veranderingen in Transvaal. Toen hij zo’n twintig jaar geleden in de aangrenzende Oosterparkbuurt ging wonen, had hij twee kettingsloten. “Een om mijn fiets op slot te zetten en een om me mee te verdedigen als het nodig was.”

Wil Erents-de Brave:  ‘Alles van vroeger komt nooit meer terug.’ © Werry Crone

In die veranderde buurt staan bewoners voor een nieuwe uitdaging, ziet Yousif: niet van elkaar vervreemden. “Een schooldirecteur in de buurt wilde laatst brugklassers bij elkaar laten logeren. Bij de ouders brak paniek uit. Moslims waren bang dat hun kind ergens varkensvlees kreeg. Minder rijke ouders vreesden dat hun kinderen in een kast van een huis terecht kwamen, terwijl ze thuis een kamer delen.”

Inmiddels is er een omslag gaande. Steeds meer mensen zien de gevaren waarvoor ook Hochstenbach waarschuwt. “Dat heeft te maken, vermoed ik, met het feit dat wonen in veel wijken tegenwoordig niet alleen voor mensen met een laag inkomen onbetaalbaar wordt, maar ook voor wie een middeninkomen heeft. Het raakt nu echt veel mensen.”

Dat proces is nauwelijks te stoppen, ook al omdat Amsterdam maar blijft groeien. Elke maand komen er ongeveer duizend inwoners bij en de enorme vraag op de woningmarkt die daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat de ene na de andere wijk aan de beurt komt als plek waar ook welgestelden zich wel willen vestigen.

“Zonder druk op de woningmarkt komt gentrificatie niet op gang, want waarom zouden welgestelden in een mindere buurt gaan wonen als ze ook iets kunnen krijgen in een goede buurt? Vandaar dat Rotterdam maar matig gentrificeert, hoe graag het stadsbestuur dat ook wil”, zegt Hochstenbach. “Maar mét zo’n druk op de woningmarkt is anti-gentrificatiebeleid lastig.”

Stoppen met pro-gentrificatiebeleid, dat kan wel, zegt hij. “Stop bijvoorbeeld met de verkoop van socialehuurwoningen.”

Aan de Transvaalkade, waar Wil Erents-de Brave woont, zijn in drie jaar zeven woningen verkocht. “Alles van vroeger komt nooit meer terug”, zegt ze geëmotioneerd. “Nou ja, in mindere mate dan.” Of ze van plan is de buurt dan maar te verlaten? “Nee, nooit. Dit is mijn buurt, ik ben hier opgegroeid en getrouwd, mijn kinderen zijn hier geboren. Hier wil ik ook sterven.”

Anti-gentrificatiebeleid is lastig. Maar stoppen met pro-gentrificatiebeleid, dat kan wel.

Lees ook: Help, de hipsters nemen mijn buurt over

 

De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren in het slop geraakt. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk. Dat constateert de G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek door Platform31.

LEEFBAARHEID IN KWETSBARE WIJKEN DAALT

BB 07.03.2017 De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren in het slop geraakt. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk. Dat  constateert de G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek door Platform31.

Kwetsbare groepen

In bijna veertig procent van de kwetsbare wijken is de leefbaarheid sinds 2012 gedaald. Bij ongeveer eenderde van de betreffende wijken stagneerde de stijgende lijn in de leefbaarheid. Belangrijke redenen van de afnemende leefbaarheid zijn de verminderde investeringen in de fysieke leefomgeving en  de concentratie van kwetsbare groepen in deze wijken.  De G32 constateert dat overheid en marktpartijen samen moeten ingrijpen om de leefbaarheid nieuwe impulsen te geven.

Regie
De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid. ‘Het is tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien’, aldus Jop Fackeldey, bestuurslid van de G32 en wethouder in Lelystad. ‘Een nieuw perspectief voor kwetsbare wijken impliceert zeker niet het afstoffen van het oude wijkenbeleid. De nieuwe focus kan ook prangende kwesties als aangrijpingspunt nemen, waarvan wijken de vindplaats zijn: van verduurzaming tot segregatie, van schuldenproblematiek tot eenzaamheid, van maatschappelijke spanningen tot ondermijnende criminaliteit’. Op dit punt kunnen steden de regie weer nemen, aldus Fackeldey.

GERELATEERDE ARTIKELEN+

Leefbaarheid in kwetsbare woonwijken onder druk

NU 07.03.2017 De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren stil komen te staan. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk, constateert belangenvereniging G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek.

”Veel wijken maakten sinds 2002 – conform de landelijke trend – een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Vanaf 2012 veranderde het beeld, omdat bij het merendeel van de onderzochte wijken de stijgende lijn stokte. Een derde van deze wijken vertoont tussen 2012 en 2014 zelfs een achteruitgang. Voor de bewoners van deze wijken was de verbetering in 2014 weer verleden tijd.”

De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid, aldus de G32. ”Nu de economie weer aantrekt, is het tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien”, vindt de belangenvereniging.

Lees meer over:  Achterstandswijken

Kwetsbare wijk holt achteruit

Telegraaf 07.03.2017 De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren in het slop geraakt. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk, constateert belangenvereniging G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek.

„Veel wijken maakten sinds 2002 – conform de landelijke trend – een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Vanaf 2012 verandert het beeld, omdat bij het merendeel van de onderzochte wijken de stijgende lijn stokt. Een derde van deze wijken vertoont tussen 2012 en 2014 zelfs een achteruitgang. Voor de bewoners van deze wijken was de verbetering in 2014 weer verleden tijd.”

De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid, aldus de G32. „Nu de economie weer aantrekt, is het tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien”, vindt de belangenvereniging.

LEES MEER OVER;  ACHTERSTANDWIJKEN VOGELAARWIJKEN G32 STEDEN

Wonen in een ach­ter­stands­wijk: Het is verschrikkelijk

AD 07.03.2017 De leefbaarheid in achterstandswijken is achteruit gehold, bleek vandaag uit een onderzoek van de G32. Bewoners uit de wijk Jol in Lelystad ondervinden aan den lijve hoe de problemen zich daar opstapelen.

,,Ik heb al ruzie met de buren en ik wil het niet nóg erger maken’’, verontschuldigt een oudere mevrouw zich. ,,Het is verschrikkelijk om hier te wonen. De verhuisdozen staan al klaar.’’

Ze staat niet alleen, zo blijkt uit onderzoek van de middelgrote steden verenigd in de G32. Daaruit blijkt dat voor inwoners van kansarme wijken de problemen zich ophopen. Voor bijna de helft van de inwoners is de leefbaarheid sinds 2012 verslechterd. Mensen voelen zich minder veilig en klagen over het gebrek aan voorzieningen.

Ook Alletta en John Verbon die even verderop wonen zijn ronduit negatief over hun wijk. ,,Wij komen van oorsprong uit Veenendaal, daar is alles anders. Buren zeggen elkaar hier niet eens gedag.’’

Plakbandjes

Op hun eigen deur hangt een briefje met vier vergeelde plakbandjes. ,,Ik wil niets kopen. Ik wil geen abonnementen. Ik wil niet van mijn geld af. Ik wil niet over god praten. Mijn hond bijt niet. Ik wel. Dus blijf van mijn bel af.’’

Het stel heeft naar eigen zeggen vaak te kampen met ‘trammelant’. Wat dat is?

Hij: ,,Vechtpartijen.’’

Zij: ,,Steekpartijen.’’

’s Avonds durft zij de hond niet uit te laten. Dat doet hij altijd. Ze vervolgt: ,,Ze beginnen heel fijn, een feestje met een barbecuetje.’’ Maar negen van de tien keer loopt het volgens haar uit de hand doordat er drank in het spel is. ,,In het weekend is het – vooral zomers – elk weekend bingo. Gemiddeld staan er vijf à zes politiewagens.’’

In het weekend is het – vooral zomers – elk weekend bingo. Gemiddeld staan er vijf à zes politiewagens, aldus Bewoonster van de wijk Jol in Lelystad.

Vechtcultuur

Verschillende buren spreken over de overlast van een gezin Romazigeuners. ,,Die Romazigeuners zijn jaren geleden uit Utrecht weggejaagd’’, weet John Verbon. ,,Zoonlief heeft vader neergestoken, ook omdat vaders moeders heeft geslagen. Aan de overkant woon ook zo’n soort gezin. Ook vechtcultuur. Niet in huis, ook buiten.’’

Het Roma-gezin was niet thuis. De uit Ecuador afkomstige buurvrouw Ariana Palacio wel. ,,Het is hier overal vies.’’ Ze noemt het ‘lastig’ dat haar kinderen in de buurt Jol opgroeien. ,, Mijn kinderen kunnen niet de voortuin buiten spelen en ook niet in de achtertuin, omdat het hier altijd vies is.’’

Tegenover haar huis ligt wat er over is gebleven van een grote, oude bank, in verschillende losse stukken verspreid over het gras. Daar tussen wat resten kunstgras en een loopstoeltje voor een dreumes. ,,Deze kant op’’, roept ze haar zoontjes zodra ze op hun loopfietsjes de verkeerde kant op gaan als ze de hond uitlaat.

© AD

Zwerfvuil

Een gemeentewerker staat in een feloranje jas met reflecterende strepen een paar lege koffiebekers uit de bosjes te vissen. ,,Het is een hele levendige, kleurrijke buurt hier. Er ligt hier altijd zwerfvuil en troep. Je blijft bezig. Altijd wat te doen.’’

De bosjes even verderop zijn pas gekortwiekt door buurtgenoten in samenwerking met de woningcorporatie en de gemeente Lelystad. ,,Bij het weghalen van de struiken kwamen allemaal naalden naar boven’’, vertelt Eleonora Bos. ,,Waarschijnlijk van drugs. Ze zaten in de grond en tussen de struiken. Gelukkig is het op tijd weggehaald en opgelost met nieuwe beplanting. Maar er spelen hier kinderen. Je wilt het niet weten.’’ De buurtbewoonster die vanwege een infarct niet meer kan werken hoopt dat de bosjes er zo netjes bij blijven staan als het nu is. ,,We moeten dit met mekaar doen. Maar het heeft wel tijd nodig.’’

Bij het weghalen van de struiken kwamen allemaal naalden naar boven. Waarschijnlijk van drugs, Eleonora Bos.

Opstapelen problemen

Volgens wethouder in Lelystad Jop Fackeldij is er echter geen tijd te verliezen. ,,Vroeger werd er heel veel geïnvesteerd in de openbare ruimte, de straten, de verlichting en de woningen. Dat gebeurde voor een deel met geld van het Rijk. Dat viel weg.’’ Tegelijkertijd legde het Rijk volgens de wethouder heel veel andere taken bij de gemeente neer, zoals de jeugdzorg, waardoor de gemeente zelf ook de aandacht ‘moest verleggen’.

Mede daardoor komen mensen met psychiatrische problemen, schulden, vroegtijdig schoolverlaters en asielzoekers steeds vaker bij elkaar in de buurt wonen. ,,Als iemand zware schulden heeft en bij wijze van spreken geen vloedbedekking heeft, dan kun je wel aanbellen om te vragen of hij of zij wil samenwerken om de buurt beter te maken. Maar die persoon heeft dan een veel groter probleem’’, licht de PvdA-wethouder de ernst toe. ,,Het probleem is dat problemen opstapelen en dat mensen niet meer in staat zijn om daar zelfstandig uit te komen.’’

Kwetsbare wijk holt achteruit

AD 07.03.2017 Na jaren van verbetering gaat de leefbaarheid in achterstandswijken weer achteruit. Mensen met schulden, psychiatrische problemen, vroegtijdig schoolverlaters en asielzoekers wonen weer vaker bij elkaar in de buurt.

Dat blijkt uit onderzoek naar ruim 130 achterstandsbuurten, die in 2007 deels bestempeld zijn als Vogelaarwijken. In veel probleemwijken werd de leefbaarheid steeds beter, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat die stijgende lijn stokt.

Bijna de helft van de inwoners van achterstandsbuurten ging er sinds 2012 in leefbaarheid op achteruit. Zo staat in het onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de G32, het stedennetwerk van middelgrote steden in Nederland.

Kwetsbare groepen
In twaalf wijken is extra onderzoek gedaan naar de oorzaken van de afnemende leefbaarheid. Dat gaat om Meerzicht (Zoetermeer), Buitenhof (Delft), Schiedam-Oost, Meerwijk (Haarlem), Jol/Galjoen (Lelystad), de Gestelse Buurt (Den Bosch), Jagershoef (Eindhoven), Kerkrade-West en Mariaberg(Maastricht), Selwerd (Groningen), Angelslo (Emmen). Uit die analyse blijkt dat de belangrijkste reden voor het verval daar de concentratie van kwetsbare groepen is.

In die buurten woonden al relatief veel mensen met lage inkomens, lage opleiding, schulden en psychiatrische problemen. Door de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg, komen daar relatief vaak psychiatrische patiënten bij. Daklozen stromen vaak door naar een woning in een achterstandswijk en asielzoekers met verblijfsstatus worden ook relatief vaak daar gehuisvest.

Dit onderzoek toont aan dat kwetsbare wijken als er niets gebeurt als eerst achteruit hollen, aldus Wethouder in Lelystad Jop Fackeldey.

Minder aandacht
,,Door de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid was er de afgelopen jaren steeds minder aandacht voor kwetsbare wijken”, betoogt wethouder in Lelystad Jop Fackeldey, die bij de G32 verantwoordelijk is voor stedenbeleid. ,,Dit onderzoek toont aan dat kwetsbare wijken als er niets gebeurt als eerst achteruit hollen.”

Volgens de gemeenten pakt het kabinetsbeleid verkeerd uit. Woningcorporaties mogen van het kabinet-Rutte alleen nog maar geld steken in huizen voor lagere inkomens. Het was de bedoeling dat marktpartijen zouden investeren in wat duurdere woningen, maar die blijken dat in achterstandswijken nauwelijks te doen.

Investeren
De gemeenten vinden dat overheden weer moeten investeren in achterstandswijken en dat met marktpartijen afspraken worden gemaakt om de buurten gemengd te houden. Dat betekent volgens Fackeldey niet ‘dat we het oude wijkenbeleid moeten afstoffen’.

,,Steden moeten de regie weer nemen. Nu de economie weer aantrekt, moet je opnieuw in kwetsbare buurten investeren.”

maart 8, 2017 Posted by | 2e kamer, bezuinigingen, huurverhoging, huurwet, politiek, PvdA, scheefhuur, scheefwonen, vluchtelingen, Vogelaarswijken | , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Het scheefwonen van Henk en Ingrid – deel 3

De opluchting bij huurders van sociale huurwoningen met hogere inkomens was maar van korte duur.

Notabene de Raad van State liet vorige week nog weten dat de fiscus verhuurders geen informatie had mogen geven over de hoogte van het inkomen van zogeheten scheefwoners.

Inkomenstoets

De  jaarlijkse inkomenstoets voor het vaststellen van de inkomensafhankelijke huurverhoging blijft bestaan. Vorige week oordeelde de Raad van State dat in de huidige wet niet expliciet staat dat de Belastingdienst inkomensgegevens over huurders moet delen met verhuurders.

De verantwoordelijke minister, VVD’er Stef Blok van Wonen, liet per kerende post weten het gat in de wet snel te zullen repareren. Daartoe liggen twee wetsvoorstellen in de Kamer. Er lijkt geen ontsnappen aan voor de rijke huurders. Als Tweede en Eerste Kamer voldoende vaart zetten achter de behandeling van de voorstellen, kan de beoogde extra huurverhoging per juli 2016 gewoon doorgaan.

Scheefwoners zijn het kabinet al langer een doorn in het oog. Nederland telt zo’n 3 miljoen huurhuizen. Daarvan zijn het leeuwendeel relatief goedkope sociale huurwoningen, bedoeld voor mensen met lagere inkomens. Deze huizen zijn voornamelijk in handen van naar schatting 360 woningcorporaties.

Enkele honderdduizenden bewoners van deze huizen verdienen te veel om in een sociaal huurhuis te wonen. Het kabinet wil de huren van deze scheefwoners daarom extra verhogen, in de hoop dat de bewoners verkassen naar een geliberaliseerde huurwoning of een eigen huis kopen.

Bij een brutohuishoudinkomen van meer dan 43.786 euro per jaar mocht de huur per 1 juli 2015 volgens het kabinet met maximaal 5 procent stijgen. Bij inkomens tussen 34.229 en 43.786 euro mocht de huur 3 procent omhoog, bij lagere inkomens niet meer dan 2,5 procent.

Huurwoningen

Probleem: verhuurders hebben geen actuele informatie over het inkomen van de huurders, die vaak al jaren in de sociale huurwoningen wonen. Ze zijn daardoor zelf niet in staat om te bepalen wie voor de extra huurverhoging in aanmerking komt.

Het kabinet loste dat op door de Belastingdienst sinds 2013 verhuurders informatie te laten geven over het inkomen van huurders.

De fiscus gaf echter geen concrete bedragen door, maar lettercodes. De letter N staat voor lagere inkomens die geen extra huurverhoging krijgen, de letter J voor inkomens die de maximale huurverhoging kunnen krijgen. Huurders met de letter M zaten er wat betreft inkomen tussenin.

Verhuurders hebben massaal gebruikgemaakt van de mogelijkheid om inkomensgegevens op te vragen: in 2014 vroegen zij 1,9 miljoen inkomensverklaringen op. Honderdduizenden huurders kregen vervolgens te maken met ­extra huurverhogingen. Verleden jaar waren het er naar verluidt 328.000 huurders, een jaar eerder 417.000 en in 2014 355.000.

Misbruik van de mogelijkheid om gegevens op te vragen, is er relatief weinig gemaakt. Uit een vorig jaar naar de Tweede Kamer gestuurde evaluatie blijkt dat in 2014 in totaal 66 verhuurders ten onrechte inkomensverklaringen hebben opgevraagd.

Bij elkaar ging het om 9.100 verklaringen. Het leeuwendeel kwam overigens voor rekening van één commer­ciële verhuurder met 7.000 huizen. Zij kregen een tik op de vingers van de Belastingdienst.

Bij de Huurcommissie, die zich buigt over conflicten tussen verhuurders en huurders, werden in 2015 circa 3.600 geschillen aanhangig gemaakt over de inkomensafhankelijke huurverhoging. Net als een jaar eerder zouden verhuurders in de meeste gevallen (circa 95 procent) aan het langste eind hebben getrokken.

Schade

De schade door de uitspraak van de Raad van State leek aanvankelijk groot. Het bestuursrechtelijke college zei dat de fiscus inkomensgegevens niet zomaar aan derden mag geven, tenzij ‘uitdrukkelijk en duidelijk’ in de wet staat dat dit mag. Bij de inkomens van huurders is dat niet het geval. VVD-staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën had er daarom een eind aan moeten maken.

Blok heeft nu twee wetten ingediend, waarin de verstrekking van informatie over het inkomen van scheefwoners alsnog expliciet is geregeld. Of Blok er zonder kleerscheuren vanaf komt, staat nog niet vast. Het zwartepieten is in volle gang.

De Woonbond staat op het standpunt dat honderdduizenden huurders drie jaar lang te veel huur hebben betaald en onderzoekt of zij dat geld kunnen terugvragen. Dat zou een strop zijn voor de verhuurders. Aedes, de koepel van corporaties, wijst elke verantwoordelijkheid af. De verhuurders zeggen gewoon de wet te hebben uitgevoerd.

Blok geeft vooralsnog geen krimp. ‘Er is gewoon een huurverhoging doorgevoerd, waar een parlementaire meerderheid voor was. Geldelijke schade is niet aan de orde,’ zei hij in de Kamer. Over dat laatste zullen veel huurders heel anders denken.

Het is duidelijk dat we voor een grote uitdaging staan, aldus Wethouder Piet Melzer.

Het grote probleem waar de gemeente Pijnacker-Nootdorp mee kampt, is dat er vrijwel geen betaalbare sociale huurwoningen meer worden gebouwd. De productie van de corporaties is nagenoeg stilgevallen en projectontwikkelaars zijn zelden geïnteresseerd in de sociale huursector.

Dus, zo stelt wethouder Piet Melzer, is het essentieel dat mensen die nu goedkoop wonen, maar meer kunnen betalen – die dus scheefwonen – doorstromen naar duurdere huizen.

Nieuwe regels

– Vanaf volgend jaar moet er geleidelijk een einde komen aan de verschillende prijzen voor gelijke sociale huizen. Die ontstaan doordat nieuwe huurders meer moeten betalen: daardoor groeien de verschillen met zittende huurders te sterk. Huurders die in een huis zitten dat wel erg mooi is voor wat ze nu betalen, kunnen te maken krijgen met een huurverhoging tot 2,5 procent boven inflatie. De huurprijzen voor nieuwe huurders bij corporaties stijgen ook minder minder snel.

– In de tussentijd, vanaf 1 juli dit jaar, is de huurverhoging bij corporaties net als de voorgaande jaren 1,5 procent plus inflatie tot 4 procent plus inflatie.

– Huurders van een huis dat te goedkoop voor ze is, scheefwoners met meer dan 39.000 euro aan gezamenlijk inkomen, kunnen vanaf volgend jaar nog steeds een huurverhoging krijgen van 4 procent plus inflatie. Dit is bedoeld als stimulans om het sociale huis achter te laten voor iemand die het minder heeft getroffen.

– Scheefwonende gepensioneerden worden van bovenstaande maatregel uitgezonderd. Ook scheefwonende gezinnen vanaf vier leden hoeven niet bang te zijn voor deze verhoging.

– De jaarlijkse inkomenstoets blijft. Vorige week stelde de Raad van State dat niet duidelijk in de wet staat dat de Belastingdienst moet zeggen of iemand boven de inkomensgrens voor een sociaal huis zit of niet. Blok heeft dit in de nieuwe wet explicieter opgenomen.

– De mogelijkheden voor tijdelijke contracten worden onder voorwaarden verruimd, omdat mensen die ruimte beschikbaar hebben vaak bang zijn dat ze niet van huurders af kunnen komen. Contracten tot twee jaar worden mogelijk. Tijdelijke huurcontracten voor vijf jaar in onzelfstandige woningen voor jongeren tot en met 27 jaar, een idee van de ChristenUnie, werden ook door de Kamer aanvaard.

– Nederland heeft 2,6 miljoen sociale huurhuizen. Die mogen bij tekening van het huurcontract maximaal 710 euro aan kale huur kosten. De corporaties moeten jaarlijks minstens 80 procent van hun vrijkomende huizen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot 35.739 euro, 10 procent mag naar huishoudens met een inkomen van maximaal 38.950 euro.

Zie ook: Overzicht: wat er in de nieuwe huurwet staat

lees ook: Kamerbrief over varianten verhuurderheffing

zie ook: Huurdersheffing versus De Nacht van Adri Duivesteijn ??

zie ook: Huurverhoging leidt tot armoede

zie ook: Het lot van de Scheefhuurders – deel 2

zie ook: Het lot van de Scheefhuurders – deel 1

en zie ook: De aanpak van het Scheefwonen ook in Den Haag !?!?

zie ook: Geert Wilders PVV – Het scheefwonen van Henk en Ingrid – deel 2

Zie verder ook: Geert Wilders PVV – Het scheefwonen van Henk en Ingrid – deel 1

Dit kost de nieuwe huurwet jou

Niet iedereen is blij met de nieuwe huurwet die door de Tweede Kamer is. Wat merken huurders en wanneer? Manno van den Berg en Maarten Steendam bespreken het in DFT TV.

BLOK WIL GEEN DISCUSSIE OVER VERHUURDERHEFFING

BB 09.06.2016 Minister Stef Blok (Wonen) ziet geen reden om de zogeheten verhuurderheffing ter discussie te stellen. Hij laat dat donderdag weten in reactie op de oproep van Aedes (de vereniging van woningcorporaties), de Woonbond en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Volgens Blok kunnen de corporaties de heffing prima betalen.

Beschikbaarheid sociale huurwoningen
De belangenorganisaties deden de oproep naar aanleiding van een onderzoek naar de nieuwe belasting door de Rijksuniversiteit Groningen. Hieruit blijkt dat de heffing negatieve gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en voor huishoudens met lagere inkomens.

Nieuwe woningen
Sinds 2013 betalen eigenaren van sociale huurwoningen (vooral corporaties) de verhuurderheffing. Aedes, Woonbond en VNG zeggen dat het geld nodig is voor meer sociale huurwoningen. Ook moeten huren betaalbaar blijven. Het aantal goedkope corporatiewoningen is sinds 2010 met een derde gedaald. Iedere euro die corporaties afdragen, gaat volgens hen ten koste van het bouwen van nieuwe woningen.

Compensatie
Minister Blok stelt daar tegenover: ‘Dat corporaties huren verhogen is voorzien en dat is ook bewust mogelijk gemaakt voor hogere inkomens om het scheefwonen aan te pakken. Lagere inkomens krijgen de extra verhoging gecompenseerd via de huurtoeslag. Corporaties kunnen de heffing betalen uit de extra huurverhogingen, de verkoop van bezit dat niets met sociale huur te maken heeft en door te besparen op de bedrijfslasten.’

1,7 miljard

De heffing bracht volgens het onderzoek in 2014 1,2 miljard op en dat wordt 1,7 miljard in 2017. Dit geld verdwijnt vooral in de staatskas. (ANP)

‘Schaf de verhuurderheffing af’

Trouw 09.06.2016 De verhuurderheffing moet worden afgeschaft. Dit stellen de vereniging van woningcorporaties Aedes, de Woonbond en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten naar aanleiding van een onderzoek naar de nieuwe belasting van de Rijksuniversiteit Groningen.

Uit het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de heffing negatieve gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en voor huishoudens met lagere inkomens.

Sinds 2013 betalen eigenaren van sociale huurwoningen (vooral corporaties) de verhuurderheffing. Aedes, Woonbond en VNG zeggen dat het geld juist nodig is voor meer sociale huurwoningen voor verschillende groepen woningzoekenden. Ook moeten huren betaalbaar blijven.

Het aantal goedkope corporatiewoningen is sinds 2010 met een derde gedaald. Corporaties willen hier graag mee aan de slag. Maar iedere euro die corporaties afdragen, gaat volgens hen ten koste van het bouwen van nieuwe woningen.

Heffing naar staatskas
De heffing bracht volgens het onderzoek in 2014 1,2 miljard op en dat wordt 1,7 miljard in 2017. Dit geld verdwijnt vooral in de staatskas.

De verhuurderheffing ontmoedigt verhuurders om nieuwe sociale huurwoningen te bouwen of om bestaande woningen te renoveren omdat dan hun belastingaanslag stijgt. Het is voordeliger om huren zo te verhogen dat woningen niet meer onder de heffing vallen, om sociale huurwoningen te verkopen aan bewoners en om vrijesectorwoningen te bouwen. Die worden immers niet belast.

De onderzoekers concluderen dat het beter is de heffing te verbreden tot alle woningen, dus ook niet-sociale huurwoningen en koopwoningen.

‘Schaf heffing verhuurder af

Telegraaf 09.06.2016 De verhuurderheffing moet worden afgeschaft. Dit stellen Aedes (de vereniging van woningcorporaties), de Woonbond en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten naar aanleiding van een onderzoek naar de nieuwe belasting van de Rijksuniversiteit Groningen. Hieruit blijkt dat de heffing negatieve gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en voor huishoudens met lagere inkomens.

Sinds 2013 betalen eigenaren van sociale huurwoningen (vooral corporaties) de verhuurderheffing. Aedes, Woonbond en VNG zeggen dat het geld juist nodig is voor meer sociale huurwoningen voor verschillende groepen woningzoekenden. Ook moeten huren betaalbaar blijven. Het aantal goedkope corporatiewoningen is sinds 2010 met een derde gedaald. Corporaties willen hiermee graag aan de slag. Maar iedere euro die corporaties afdragen, gaat volgens hen ten koste van het bouwen van nieuwe woningen.

De heffing bracht volgens het onderzoek in 2014 1,2 miljard op en dat wordt 1,7 miljard in 2017. Dit geld verdwijnt vooral in de staatskas. De verhuurderheffing ontmoedigt verhuurders om nieuwe sociale huurwoningen te bouwen of om bestaande woningen te renoveren omdat dan hun belastingaanslag stijgt. Het is voordeliger om huren zo te verhogen dat woningen niet meer onder de heffing vallen, om sociale huurwoningen te verkopen aan bewoners en om vrijesectorwoningen te bouwen. Die worden immers niet belast.

De onderzoekers concluderen dat het beter is de heffing te verbreden tot alle woningen, dus ook niet-sociale huurwoningen en koopwoningen.

Wetenschappers: verhuurdersheffing is ‘onding’

VK 09.06.2016 Is de verhuurderheffing een gedrocht? Woningcorporaties roepen dit al jaren. Zij voelen nu zich gesterkt door een wetenschappelijke onderbouwing van hun klacht over de in 2013 ingevoerde belasting voor bezitters van sociale huurwoningen. Drie Groningse wetenschappers, onder wie twee hoogleraren, concluderen in een rapport dat vandaag verschijnt dat de heffing inderdaad een onding is.

De verhuurderheffing, waarmee de Staat jaarlijks 1,7 miljard euro (op termijn 2,1 miljard) ophaalt bij vooral corporaties, leidt tot economische verstoringen, constateert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO), gelieerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. De heffing kent perverse prikkels en valt uit rechtvaardigheidsoogpunt moeilijk te verdedigen, vinden de onderzoekers.

Woningcorporaties vangen de extra kosten van de heffing grotendeels op met huurverhogingen. Die lokken nieuwe aanspraken op huurtoeslag uit. ‘Om dit te compenseren zal de verhuurderheffing extra moeten stijgen, waardoor de huren en daarmee de huurtoeslag weer verder omhoog gaan, enzovoort’, schrijven de onderzoekers. Zij achten het rechtvaardiger en effectiever om alle woningbezitters, ook particuliere verhuurders en eigenaren van koopwoningen, extra aan te slaan via de onroerendezaakbelasting.

COELO-onderzoek

Onderzoekers ‘niet afhankelijk van één partij’

Zou dit rapport ook het licht hebben gezien als het lovend was geweest over de verhuurderheffing? De opdrachtgevers zijn immers mordicus tegen die heffing. ‘Ik zeg vooraf altijd tegen opdrachtgevers: wat er uit het onderzoek komt, komt er uit’, antwoordt de Groningse hoogleraar economie van decentrale overheden Maarten Allers, directeur van het COELO en een van de auteurs van rapport over de verhuurderheffing. ‘Je kunt jezelf als onderzoekscentrum één keer verkopen en dan is je naam weg.

Wij zijn wetenschappers, als wij ons zouden richten naar de wensen van onze opdrachtgevers, hadden we in de consultancy moeten gaan.’ Zeker, het COELO heeft financiers nodig, maar het zoekt die bewust in brede kring, zegt Allers. ‘Wij zijn niet afhankelijk van één partij. Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken betaalt ons, in dit dossier feitelijk de tegenstander van onze opdrachtgevers. Nee, er is over dit onderzoek geen contact geweest met Binnenlandse Zaken en we hebben met Aedes, Woonbond en VNG geen gedoe gehad, ook niet over formuleringen in het rapport.’

Onder het motto ‘Stop de belasting op sociale huur’ presenteren Aedes, Woonbond en VNG vandaag de conclusies van het 91 pagina’s tellende COELO-onderzoek, dat in hun opdracht is uitgevoerd (zie inzet). De koepelorganisaties van respectievelijk corporaties, huurders en gemeenten zien de evaluatie als een bevestiging van hun gelijk: ‘De verhuurderheffing valt niet te rechtvaardigen.’

De timing van de presentatie is niet toevallig: naar verwachting volgende week vrijdag komt minister Blok (Wonen) met zijn eigen evaluatie van de verhuurderheffing. De VVD-minister houdt vast aan zijn nog maar drie jaar oude instrument, heeft hij bij herhaling in de Kamer verklaard. Wel lijkt hij bereid de vrijstellingsvoorwaarden te verruimen – denk aan heffingsaftrek voor corporaties die investeren in krimpgebieden en de achterstandswijken van Rotterdam-Zuid, en denk aan het stimuleren van de ombouw van kantoren tot sociale huurwoningen.

Vernietigend oordeel

Intussen is het oordeel van het COELO vernietigend: de verhuurderheffing voldoet niet aan het draagkrachtbeginsel (sterkste schouders, zwaarste lasten). Ook het principe dat gelijke gevallen gelijk belast worden, gaat hier niet op. Het is een omslachtig en bot instrument om de staatskas te vullen en scheefwonen tegen te gaan, vinden de Groningse onderzoekers. Hoe hebben beleidsmakers deze maatregel ooit kunnen verzinnen?, vraagt COELO-directeur Maarten Allers zich af. ‘Je kunt op je klompen aanvoelen dat deze heffing niet goed uitpakt.’

Elke euro die een corporatie kwijt is aan de verhuurderheffing, betekent een extra huurverhoging van 0,26 euro per woongelegenheid, stelt het COELO. Het zijn de laagste inkomens die de prijs betalen, betogen Aedes, Woonbond en VNG. ‘Zij betalen zo extra voor het gezond maken van de overheidsfinanciën, terwijl hogere inkomens hypotheekrenteaftrek ontvangen.’

© de Volkskrant

Volg en lees meer over: WONINGMARKT  ECONOMIE

‘Verhuurdersheffing heeft negatieve gevolgen voor sociale huurwoning’

‘Verhuurdersheffing niet afschaffen, maar wel snel bijbouwen’

Wetenschappers zeggen het nu ook: verhuurdersheffing is onding

Meer nieuws over verhuurdersheffing

scheefhuur2

scheefhuur

Miljoenenclaim verhuurders in de lucht

Telegraaf 21.03.2016 De Woonbond sleept de Belastingdienst en verhuurdersorganisaties voor de rechter, om een schikking af te dwingen en een einde te maken aan het verwerken van inkomensgegevens bij het bepalen van de hoogte van de huur. Bovendien wordt een zaak voorbereid om te veel betaalde huur terug te vorderen, in totaal zo’n 300 miljoen euro.

De Woonbond wil schikken met de Belastingdienst en verhuurders zodat huurders die ten onrechte te veel huur hebben betaald hun geld terug kunnen krijgen en de huren omlaag gaan. De extra hoge huurverhogingen die middeninkomens de afgelopen drie jaar hebben gekregen, zijn onrechtmatig, omdat het verstrekken van inkomensgegevens in strijd was met privacy wetgeving. Dat bleek recentelijk uit een uitspraak van de Raad van State.

Op een eerste uitnodiging om over een schikking te komen praten werd door verhuurdersorganisaties en de Belastingdienst afwijzend gereageerd. „Wij zijn daarom genoodzaakt juridische stappen te ondernemen,” aldus Woonbonddirecteur Ronald Paping. De huurdersvereniging laat weten nog steeds open te staan voor een schikking, om juridisch getouwtrek te voorkomen.

Donderdag dient een kort geding om een einde te maken aan het verwerken van inkomensgegevens. Dat gebeurt op dit moment nog wel, terwijl de Woonbond vindt dat dat niet mag. Minister Blok wil dit met een wetswijziging mogelijk maken, maar de Eerste Kamer heeft deze wet nog niet aangenomen. Daarnaast bereidt de Woonbond een collectieve zaak voor, om namens de huurders die te veel huur hebben betaald, geld terug te eisen.

Individuele claims

Daarnaast kunnen verhuurders en de Belastingdienst ook individuele claims verwachten wanneer ze niet bereid zijn een collectieve regeling te treffen. Het gaat om honderdduizenden hurende huishoudens. Huishoudens met een bruto inkomen boven de 34.000 euro konden de afgelopen drie jaar al een extra hoge huurverhoging krijgen. Het gaat hierbij niet alleen om het terugvorderen van de te veel betaalde huur, maar ook om het verlagen van de huidige huurprijs. Het huidige huurniveau is immers op onrechtmatige gronden bereikt. Veel mensen betalen nu een maandhuur die meer dan 100 euro hoger ligt dan drie jaar geleden.

Veel middeninkomens hebben enorme huurstijgingen gehad. „Dit zijn middeninkomens die vaak niet terecht kunnen in de vrije sector, en de huurprijs voor hun huidige huurwoning jaar op jaar fors zien stijgen waardoor de huur voor velen onbetaalbaar wordt”, aldus Woonbonddirecteur Ronald Paping. „Nu blijkt dat deze extra huurverhoging onrechtmatig is moet dit worden gecorrigeerd. Desnoods door de rechter.”

Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel doorstroming huurmarkt

RO 10.02.2016 Een grote meerderheid in de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Doorstroming huurmarkt 2015. Ook is een aantal amendementen aangenomen. Met het wetsvoorstel wil minister Blok (Wonen) bijdragen aan een beter passend aanbod van huurwoningen in zowel de sociale- als vrije huursector. Het wetsvoorstel sluit aan bij de eveneens aangenomen initiatiefwet-Schouten die voorziet in speciale jongerencontracten.

Het wetsvoorstel van minister Blok rust op twee pijlers. Een ‘huursombenadering’ maximeert de som van alle huurstijgingen van woningcorporaties – inclusief die bij vrijkomende woningen – op inflatie plus 1 procent. De soms grote verschillen tussen de huurprijzen in bestaande en nieuwe huurcontracten worden daardoor kleiner. Verder worden in het huurrecht de mogelijkheden voor tijdelijke huurcontracten uitgebreid. Dit vergroot naar verwachting het aanbod en helpt specifieke doelgroepen eerder aan woonruimte.

Huursom

De wettelijke maximering van de som van alle huurstijgingen van woningcorporaties sluit aan bij het sociaal huurakkoord dat Aedes en de Woonbond vorig jaar sloten. Daarin is afgesproken dat de huursomstijging per corporatie niet meer mag zijn dan inflatie plus 1 procent.

Binnen deze limiet zijn op individueel niveau jaarlijkse huurverhogingen tot maximaal inflatie plus 2,5 procent mogelijk. Deze maxima gelden ook voor particuliere verhuurders van gereguleerde huurwoningen, maar zij zijn niet gebonden aan het plafond van een maximale huursomstijging.

De huurharmonisatie – de verhoging van de huurprijs na een verhuizing – telt voor corporaties mee in de berekening van de maximale huursomstijging. De verwachting is dat daardoor de soms grote verschillen tussen bestaande en nieuwe huurcontracten afnemen. Dit draagt bij aan een betere doorstroming.

De huursombenadering maakt het mogelijk om op lokaal niveau afspraken te maken over een staffeling in de huurverhoging. De kwaliteit van de woning komt dan beter tot uitdrukking in de huurprijs. De huur kan met alleen de inflatie worden verhoogd als de feitelijke huur al dichtbij de prijs ligt die maximaal gevraagd mag worden volgens het puntensysteem. In situaties waarin de huurprijs relatief ver van de maximaal toegestane huurprijs ligt, zou dan een huurverhoging van inflatie plus 2,5 procent kunnen gelden.

Inkomenstoets

Het kabinet blijft scheefwoners stimuleren om door te stromen. Voor inkomens boven de toewijzingsgrens voor de sociale huur geldt een huurverhoging van inflatie plus 4 procent. Het inkomen wordt net zoals nu het geval is jaarlijks getoetst. Inkomensafhankelijke huurverhogingen gelden niet langer voor gepensioneerden met hoge inkomens en huishoudens van ministens 4 personen. Ook tellen woningen met een inkomensafhankelijke huurverhoging niet mee bij de berekening van de huursomstijging mits de extra opbrengsten worden gebruikt voor investeringen.

De wijzigingen gaan volgend jaar in. Dit jaar geldt bij de jaarlijkse aanpassing van de huurprijzen nog een maximale verhoging van inflatie plus 1,5 procent voor de laagste inkomensgroep. Voor hogere inkomens geldt naargelang de inkomenscategorie een maximale verhoging van inflatie plus 2 procent of inflatie plus 4 procent. De huidige maximale huursomstijging voor woningcorporaties wordt beperkt op inflatie plus 0,4 procent. Voor zittende huurders zal de huurverhoging dan gemiddeld lager uitkomen. De huurharmonisatie telt dit jaar nog niet mee evenals de uitzonderingen van gepensioneerden en huishoudens van 4 of meer personen voor de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Tijdelijke huurcontracten

Het wetsvoorstel doorstroming huurmarkt breidt via een wijziging van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheden voor tijdelijke huurcontracten uit. Een deel van de woningvoorraad kan zo makkelijker gereserveerd worden voor doelgroepen die nu lastig aan passende huisvesting kunnen komen. En speciaal geschikte woningen blijven zo beschikbaar voor de betreffende doelgroep. Dat draagt bij aan een efficiënter gebruik van de woningvoorraad.

Het huurrecht kent nu nog alleen nog bepalingen voor de doelgroepen ouderen, gehandicapten en studenten. Het wetsvoorstel breidt dit uit met contracten voor promovendi, grote gezinnen en jongeren. In dat laatste geval sluit het wetsvoorstel aan bij de initiatiefwet van de ChristenUnie dat een 5-jaarscontract voor jongeren tussen de 18 en 27 regelt.

Het kabinet introduceert verder een huurcontract van maximaal 2 jaar en een huurcontract van maximaal 5 jaar voor onzelfstandige woningen. Deze contracten eindigen na de afgesproken termijn van rechtswege. Wel moet de verhuurder voor afloop van het contract de huurder nog schriftelijk informeren dat het huurcontract op de afgesproken datum eindigt. De verwachting is dat deze nieuwe contractsvorm het aanbod vergroot omdat aspirant-verhuurders dan makkelijker overgaan tot verhuur van woonruimte.

In de wet is expliciet vastgelegd dat verhuurders van sociale huurwoningen, behoudens een aantal uitzonderingen, geen contracten van maximaal 2 jaar voor zelfstandige woningen mogen aanbieden.

Het kabinet streeft ernaar deze wijzigingen in juli 2016 in te laten gaan. Het wetsvoorstel Doorstroming huurmarkt is voor behandeling doorgestuurd naar de Eerste Kamer.

Zie ook;

Blok loodst huurwet door de Kamer

Trouw 09.02.2016 De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de plannen voor meer doorstroming op de (sociale) huurmarkt. Er werd door de Tweede Kamer veel gemorreld en verbouwd aan de plannen van woonminister Stef Blok. Maar uiteindelijk kreeg hij een dikke meerderheid.

Blok werkte een andere manier uit voor de berekening van de huurprijzen. Ook krijgen meer tijdelijke contracten een wettelijke basis, zodat er duidelijkheid over de beëindiging ontstaat.

Blok hoopt te bereiken dat mensen niet zo vaak meer in een huurhuis blijven hangen dat te groot of te goedkoop voor ze is. Hij wil eigenaren ook minder beducht maken om woonruimte te verhuren. Vaak zijn mensen bang dat ze niet meer van huurders afkomen. Met tijdelijke contracten hebben ze duidelijkheid. Ze moeten wel op tijd aangegeven dat er inderdaad een eind gaat komen aan het contract.

Minister Blok loodst huurwet door de Tweede Kamer

NU 09.02.2016 De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de plannen voor meer doorstroming op de huurmarkt.

De Tweede Kamer heeft om veel aanpassingen van het wetsvoorstel gevraagd. Maar uiteindelijk kreeg minister Stef Blok (Wonen) een ruime meerderheid.

Blok werkte een andere manier uit voor de berekening van de huurprijzen. Zo kunnen huurders die meer verdienen dan de zogenoemde toewijzingsgrens, volgend jaar een huurverhoging krijgen van 4 procent plus inflatie. De toewijzingsgrens is in 2016 een jaarinkomen van boven de 39.874 euro.

Scheefwonende gepensioneerden worden van bovenstaande maatregel uitgezonderd. Ook scheefwonende gezinnen vanaf vier leden hoeven niet bang te zijn voor deze verhoging.

De minister hoopt te bereiken dat mensen niet zo vaak meer in een sociale huurwoning blijven wonen die te groot of te goedkoop voor ze is.

Daarnaast krijgen meer tijdelijke contracten een wettelijke basis, zodat er duidelijkheid over de beëindiging ontstaat. Blok wil huiseigenaren stimuleren om hun woonruimte te verhuren. Vaak zijn mensen bang dat ze niet meer van huurders afkomen. Met tijdelijke contracten hebben ze duidelijkheid. Verhuurders moeten wel op tijd aangegeven dat er inderdaad een eind gaat komen aan het contract.

Inkomenstoets

Ook blijft de jaarlijkse inkomenstoets voor het vaststellen van de inkomensafhankelijke huurverhoging bestaan. Vorige week oordeelde de Raad van State dat in de huidige wet niet expliciet staat dat de Belastingdienst inkomensgegevens over huurders moet delen met verhuurders.

De fiscus heeft volgens de Raad van State een expliciet in de wet genoemde verplichting nodig om te mogen zeggen of een huurder onder of boven de inkomensgrens voor sociale huurwoning zit. Blok heeft dit in de nieuwe wet explicieter opgenomen.

Gemengde gevoelens

De Woonbond heeft gemengde gevoelens bij de Wet doorstroming huurmarkt. Zo is de belangenorganisatie blij dat beginnende huurders tegemoet worden gekomen en dat de prijsstijgingen worden geremd.

Maar dat huurders bij commerciële aanbieders een verhoging van 2,5 procent kunnen krijgen voor kwalitatief mindere woningen, bevalt de bond helemaal niet.

De bond is evenmin blij met de invoer van tijdelijke huurcontracten van twee tot vijf jaar. “De positie van huurders ten opzichte van verhuurders wordt ondermijnd”, aldus de Woonbond.

Ook vindt de organisatie de inkomenstoets nog altijd een aantasting van de privacy.

Zie ook: Overzicht: wat er in de nieuwe huurwet staat

Lees meer over: Huurwoningen Woningmarkt

Huurwet door de Kamer

Telegraaf 09.02.2016 De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de plannen voor meer doorstroming op de (sociale) huurmarkt. Er werd door de Tweede Kamer veel gemorreld en verbouwd aan de plannen van woonminister Stef Blok. Maar uiteindelijk kreeg hij een dikke meerderheid.

Blok werkte een andere manier uit voor de berekening van de huurprijzen. Ook krijgen meer tijdelijke contracten een wettelijke basis, zodat er duidelijkheid over de beëindiging ontstaat.

Blok hoopt te bereiken dat mensen niet zo vaak meer in een huurhuis blijven hangen dat te groot of te goedkoop voor ze is. Hij wil eigenaren ook minder beducht maken om woonruimte te verhuren. Vaak zijn mensen bang dat ze niet meer van huurders afkomen. Met tijdelijke contracten hebben ze duidelijkheid. Ze moeten wel op tijd aangegeven dat er inderdaad een eind gaat komen aan het contract.

De Woonbond heeft gemengde gevoelens bij de Wet doorstroming huurmarkt. Zo is de belangenorganisatie blij dat beginnende huurders tegemoet worden gekomen en dat de prijsstijgingen worden geremd. Maar dat huurders bij commerciële aanbieders een verhoging van 2,5 procent kunnen krijgen voor kwalitatief mindere woningen, bevalt de bond helemaal niet.

Ook niet blij is de bond met de invoer van tijdelijke huurcontracten (contracten tot twee of tot vijf jaar). ,, De positie van huurders ten opzichte van verhuurders wordt ondermijnd.”

Vorige week stelde de Raad van State dat niet duidelijk in de wet staat dat de Belastingdienst moet zeggen of iemand boven de inkomensgrens voor een sociaal huis zit of niet. Blok heeft dit in de nieuwe wet beter opgenomen, maar de bond spreekt nog steeds van aantasting van de privacy.

Kabinet wil af van huurders met te hoog inkomen voor huurhuis

Elsevier 09.02.2016 Verhuurders hadden geen informatie over het inkomen van huurders mogen krijgen van de fiscus. Het kabinet moet dat in allerijl repareren.

De opluchting bij huurders van sociale huurwoningen met hogere inkomens was van korte duur. De Raad van State liet vorige week weten dat de fiscus verhuurders geen informatie had mogen geven over de hoogte van het inkomen van zogeheten scheefwoners.

Maar de verantwoordelijke minister, VVD’er Stef Blok van Wonen, liet per kerende post weten het gat in de wet snel te zullen repareren. Daartoe liggen twee wetsvoorstellen in de Kamer. Er lijkt geen ontsnappen aan voor de rijke huurders. Als Tweede en Eerste Kamer voldoende vaart zetten achter de behandeling van de voorstellen, kan de beoogde extra huurverhoging per juli 2016 gewoon doorgaan.

Scheefwoners zijn het kabinet al langer een doorn in het oog. Nederland telt zo’n 3 miljoen huurhuizen. Daarvan zijn het leeuwendeel relatief goedkope sociale huurwoningen, bedoeld voor mensen met lagere inkomens. Deze huizen zijn voornamelijk in handen van naar schatting 360 woningcorporaties.

Enkele honderdduizenden bewoners van deze huizen verdienen te veel om in een sociaal huurhuis te wonen. Het kabinet wil de huren van deze scheefwoners daarom extra verhogen, in de hoop dat de bewoners verkassen naar een geliberaliseerde huurwoning of een eigen huis kopen.

Bij een bruto huishoudinkomen van meer dan 43.786 euro per jaar mocht de huur per 1 juli 2015 volgens het kabinet met maximaal 5 procent stijgen. Bij inkomens tussen 34.229 en 43.786 euro mocht de huur 3 procent omhoog, bij lagere inkomens niet meer dan 2,5 procent.

Huurwoningen

Probleem: verhuurders hebben geen actuele informatie over het inkomen van de huurders, die vaak al jaren in de sociale huurwoningen wonen. Ze zijn daardoor zelf niet in staat om te bepalen wie voor de extra huurverhoging in aanmerking komt.

Het kabinet loste dat op door de Belastingdienst sinds 2013 verhuurders informatie te laten geven over het inkomen van huurders.

De fiscus gaf echter geen concrete bedragen door, maar lettercodes. De letter N staat voor lagere inkomens die geen extra huurverhoging krijgen, de letter J voor inkomens die de maximale huurverhoging kunnen krijgen. Huurders met de letter M zaten er wat betreft inkomen tussenin.

Verhuurders hebben massaal gebruikgemaakt van de mogelijkheid om inkomensgegevens op te vragen: in 2014 vroegen zij 1,9 miljoen inkomensverklaringen op. Honderdduizenden huurders kregen vervolgens te maken met ­extra huurverhogingen. Verleden jaar waren het er naar verluidt 328.000 huurders, een jaar eerder 417.000 en in 2014 355.000.

Misbruik van de mogelijkheid om gegevens op te vragen, is er relatief weinig gemaakt. Uit een vorig jaar naar de Tweede Kamer gestuurde evaluatie blijkt dat in 2014 in totaal 66 verhuurders ten onrechte inkomensverklaringen hebben opgevraagd.

Bij elkaar ging het om 9.100 verklaringen. Het leeuwendeel kwam overigens voor rekening van één commer­ciële verhuurder met 7.000 huizen. Zij kregen een tik op de vingers van de Belastingdienst.

Bij de Huurcommissie, die zich buigt over conflicten tussen verhuurders en huurders, werden in 2015 circa 3.600 geschillen aanhangig gemaakt over de inkomensafhankelijke huurverhoging. Net als een jaar eerder zouden verhuurders in de meeste gevallen (circa 95 procent) aan het langste eind hebben getrokken.

Schade

De schade door de uitspraak van de Raad van State leek aanvankelijk groot. Het bestuursrechtelijke college zei dat de fiscus inkomensgegevens niet zomaar aan derden mag geven, tenzij ‘uitdrukkelijk en duidelijk’ in de wet staat dat dit mag. Bij de inkomens van huurders is dat niet het geval. VVD-staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën had er daarom een eind aan moeten maken.

Blok heeft nu twee wetten ingediend, waarin de verstrekking van informatie over het inkomen van scheefwoners alsnog expliciet is geregeld. Of Blok er zonder kleerscheuren vanaf komt, staat nog niet vast. Het zwartepieten is in volle gang.

De Woonbond staat op het standpunt dat honderdduizenden huurders drie jaar lang te veel huur hebben betaald en onderzoekt of zij dat geld kunnen terugvragen. Dat zou een strop zijn voor de verhuurders. Aedes, de koepel van corporaties, wijst elke verantwoordelijkheid af. De verhuurders zeggen gewoon de wet te hebben uitgevoerd.

Blok geeft vooralsnog geen krimp. ‘Er is gewoon een huurverhoging doorgevoerd, waar een parlementaire meerderheid voor was. Geldelijke schade is niet aan de orde,’ zei hij in de Kamer. Over dat laatste zullen veel huurders heel anders denken.

Jean Dohmen (1969) is chef van de redactie Economie.

Tags; huren verhuren scheefwoner kabinet huizenmarkt

zie ook;

20-8-2015 ‘Miljoenen extra naar verpleeghuis en kinderopvang’

29-6-2015 Pechtold laat belastingoverleg kabinet en oppositie klappen

28-5-2015 Adviesraad wil lagere maximale hypotheek voor huizenkopers

Blok loodst huurwet door de Kamer

Telegraaf 09.02.2016 De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de plannen voor meer doorstroming op de (sociale) huurmarkt. Er werd door de Tweede Kamer veel gemorreld en verbouwd aan de plannen van woonminister Stef Blok. Maar uiteindelijk kreeg hij een dikke meerderheid.

Blok werkte een andere manier uit voor de berekening van de huurprijzen. Ook krijgen meer tijdelijke contracten een wettelijke basis, zodat er duidelijkheid over de beëindiging ontstaat.

Blok hoopt te bereiken dat mensen niet zo vaak meer in een huurhuis blijven hangen dat te groot of te goedkoop voor ze is. Hij wil eigenaren ook minder beducht maken om woonruimte te verhuren. Vaak zijn mensen bang dat ze niet meer van huurders afkomen. Met tijdelijke contracten hebben ze duidelijkheid. Ze moeten wel op tijd aangegeven dat er inderdaad een eind gaat komen aan het contract.

De Woonbond heeft gemengde gevoelens bij de Wet doorstroming huurmarkt. Zo is de belangenorganisatie blij dat beginnende huurders tegemoet worden gekomen en dat de prijsstijgingen worden geremd. Maar dat huurders bij commerciële aanbieders een verhoging van 2,5 procent kunnen krijgen voor kwalitatief mindere woningen, bevalt de bond helemaal niet.

Ook niet blij is de bond met de invoer van tijdelijke huurcontracten (contracten tot twee of tot vijf jaar). ,, De positie van huurders ten opzichte van verhuurders wordt ondermijnd.”

Vorige week stelde de Raad van State dat niet duidelijk in de wet staat dat de Belastingdienst moet zeggen of iemand boven de inkomensgrens voor een sociaal huis zit of niet. Blok heeft dit in de nieuwe wet beter opgenomen, maar de bond spreekt nog steeds van aantasting van de privacy.

Kamer stemt in met huurwet: dit verandert er voor jou

AD 09.02.2016 De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de plannen voor meer doorstroming op de (sociale) huurmarkt. Er werd door de Tweede Kamer veel gemorreld en verbouwd aan de plannen van woonminister Stef Blok, maar uiteindelijk kreeg hij een dikke meerderheid voor zijn plannen.

De positie van huurders ten opzichte van verhuurders wordt ondermijnd, aldus de Woonbond.

Blok werkte een andere manier uit voor de berekening van de huurprijzen. Ook krijgen meer tijdelijke contracten een wettelijke basis, zodat er duidelijkheid over de beëindiging ontstaat.

Blok hoopt te bereiken dat mensen niet zo vaak meer in een huurhuis blijven hangen dat te groot of te goedkoop voor ze is. Hij wil eigenaren ook minder beducht maken om woonruimte te verhuren. Vaak zijn mensen bang dat ze niet meer van huurders afkomen. Met tijdelijke contracten hebben ze duidelijkheid. Ze moeten wel op tijd aangegeven dat er inderdaad een eind gaat komen aan het contract.

Gemengde gevoelens
De Woonbond heeft gemengde gevoelens bij de Wet doorstroming huurmarkt. Zo is de belangenorganisatie blij dat beginnende huurders tegemoet worden gekomen en dat de prijsstijgingen worden geremd. Maar dat huurders bij commerciële aanbieders een verhoging van 2,5 procent kunnen krijgen voor kwalitatief mindere woningen, bevalt de bond helemaal niet.

Ook niet blij is de bond met de invoer van tijdelijke huurcontracten (contracten tot twee of tot vijf jaar). ,, De positie van huurders ten opzichte van verhuurders wordt ondermijnd.”

Nieuwe regels

– Vanaf volgend jaar moet er geleidelijk een einde komen aan de verschillende prijzen voor gelijke sociale huizen. Die ontstaan doordat nieuwe huurders meer moeten betalen: daardoor groeien de verschillen met zittende huurders te sterk. Huurders die in een huis zitten dat wel erg mooi is voor wat ze nu betalen, kunnen te maken krijgen met een huurverhoging tot 2,5 procent boven inflatie. De huurprijzen voor nieuwe huurders bij corporaties stijgen ook minder minder snel.

– In de tussentijd, vanaf 1 juli dit jaar, is de huurverhoging bij corporaties net als de voorgaande jaren 1,5 procent plus inflatie tot 4 procent plus inflatie.

– Huurders van een huis dat te goedkoop voor ze is, scheefwoners met meer dan 39.000 euro aan gezamenlijk inkomen, kunnen vanaf volgend jaar nog steeds een huurverhoging krijgen van 4 procent plus inflatie. Dit is bedoeld als stimulans om het sociale huis achter te laten voor iemand die het minder heeft getroffen.

– Scheefwonende gepensioneerden worden van bovenstaande maatregel uitgezonderd. Ook scheefwonende gezinnen vanaf vier leden hoeven niet bang te zijn voor deze verhoging.

– De jaarlijkse inkomenstoets blijft. Vorige week stelde de Raad van State dat niet duidelijk in de wet staat dat de Belastingdienst moet zeggen of iemand boven de inkomensgrens voor een sociaal huis zit of niet. Blok heeft dit in de nieuwe wet explicieter opgenomen.

– De mogelijkheden voor tijdelijke contracten worden onder voorwaarden verruimd, omdat mensen die ruimte beschikbaar hebben vaak bang zijn dat ze niet van huurders af kunnen komen. Contracten tot twee jaar worden mogelijk. Tijdelijke huurcontracten voor vijf jaar in onzelfstandige woningen voor jongeren tot en met 27 jaar, een idee van de ChristenUnie, werden ook door de Kamer aanvaard.

– Nederland heeft 2,6 miljoen sociale huurhuizen. Die mogen bij tekening van het huurcontract maximaal 710 euro aan kale huur kosten. De corporaties moeten jaarlijks minstens 80 procent van hun vrijkomende huizen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot 35.739 euro, 10 procent mag naar huishoudens met een inkomen van maximaal 38.950 euro.

Lees ook;

Veel vraag naar huurhuis maar weinig aanbod: ‘verontrustende trend’

VK 09.02.2016 De vraag naar huurwoningen neemt toe, terwijl het aanbod krimpt. Er komen vooral koopwoningen bij. Een verontrustende trend, zeggen experts, en bovendien onnodig: corporaties hebben het geld er iets aan te doen.

Door sloop en verkoop worden veel woningen aan de huurmarkt onttrokken, terwijl er juist veel huurwoningen nodig zijn, door de toename van het aantal eengezinshuishoudens en de groeiende migratie…

Vastgoedadviseur Capital Value noemt deze trend in het rapport De Woningbeleggingsmarkt 2016 verontrustend. Daarnaast is het onnodig, omdat corporaties wel degelijk de middelen hebben daaraan iets te doen. ‘Maar de focus bij partijen – gemeenten, corporaties en projectontwikkelaars – ligt te veel op koopwoningen,’ vindt de vastgoedadviseur.

De bouwproductie stijgt weer. In 2015 zijn vergunningen afgegeven voor de bouw van 58 duizend woningen. Dat aantal stijgt naar 70 duizend dit jaar en mogelijk naar 80 duizend in 2018. In totaal zullen er 316 duizend woningen bijkomen. Maar die groei versterkt alleen het koopwoningenbestand. Het aantal huurwoningen blijft gelijk of krimpt zelfs.

Per jaar worden 30 duizend huurwoningen gebouwd. Maar dat is minder dan er worden gesloopt en uitgepond (verkocht als eigen woning).

70 duizend nieuwe woningen nodig

Gemeenten, bouwbedrijven en projectontwikkelaars bieden te weinig huurwoningen aan, terwijl er juist nu kansen zijn tekorten op te heffen, aldus Kees van Harten, directeur Capital Value.

Capital Value gaat ervan uit dat jaarlijks 70 duizend nieuwe woningen nodig zijn als gevolg van de toename van huishoudens. Dat groeit van 7,7 miljoen nu naar 8,2 miljoen in 2025 en zelfs 8,5 miljoen in 2040. Reden is dat steeds meer mensen alleen zullen wonen. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe van 2,9 miljoen nu naar 3,3 miljoen in 2025. Maar ook de toenemende migratie verhoogt de druk op de woningmarkt, stelt Capital Value.

Voorlopig blijft er daardoor een woningtekort. In 2020 zal er een landelijk tekort zijn van 3,7 procent van het totale aantal woningen: de hoogste tekorten worden verwacht in de regio’s Utrecht (7,3 procent) en Amsterdam (8,4 procent). Het aantal huishoudens dat geen woning kan kopen noch een betaalbare huurwoning kan vinden, loopt op van 318 duizend nu naar 326 duizend in 2018.

Volgens Capital Value heeft het lage aanbod aan huurwoningen niet te maken met gebrek aan geld. Beleggers hebben 5,5 miljard euro beschikbaar voor investeringen in de bouw van huurwoningen.

Ook de banken willen daarvoor veel meer geld beschikbaar stellen. Vorig jaar is geïnvesteerd in de bouw van 6.500 nieuwe huurwoningen. Kees van Harten, directeur Capital Value: ‘Pensioenfondsen geven aan dat het geïnvesteerde bedrag op jaarbasis eenvoudig kan worden verdubbeld mits het aanbod toereikend is. Gemeenten, bouwbedrijven en projectontwikkelaars bieden te weinig huurwoningen aan, terwijl er juist nu kansen zijn tekorten op te heffen.’

Pijnacker komt in actie tegen scheefwonen

AD 08.02.2016 Pijnacker-Nootdorp kampt met een ernstig tekort aan sociale huurwoningen en door de verplichte opvang van vluchtelingen wordt dat nog nijpender. Wethouder Melzer wil daarom het ‘scheefwonen’ gaan aanpakken, kondigde hij onlangs aan.

Het is duidelijk dat we voor een grote uitdaging staan, aldus Wethouder Piet Melzer.

Het grote probleem waar de gemeente Pijnacker-Nootdorp mee kampt, is dat er vrijwel geen betaalbare sociale huurwoningen meer worden gebouwd. De productie van de corporaties is nagenoeg stilgevallen en projectontwikkelaars zijn zelden geïnteresseerd in de sociale huursector.

Dus, zo stelt wethouder Piet Melzer, is het essentieel dat mensen die nu goedkoop wonen, maar meer kunnen betalen – die dus scheefwonen – doorstromen naar duurdere huizen.

Doorstroom-coaches
,,Ik ben in gesprek met de drie corporaties die hier actief zijn. Staedion heeft aangegeven een beperkt aantal woningen te kunnen bouwen. Verder moeten de corporaties doorgaan met inkomensafhankelijke huurverhogingen. En er moeten ‘doorstroom-coaches’ worden ingezet om scheefwoners aan te moedigen te verhuizen.”

Tegelijk zucht Pijnacker-Nootdorp onder de opgave van de landelijke overheid om in totaal 150 statushouders te huisvesten. De taakstelling was 131 personen, maar er komen er 19 bij van vorig jaar. De gemeente moest toen 87 statushouders huisvesten, maar dat aantal is niet gehaald.

Het zijn forse aantallen, maar Melzer wil niet zeggen dat de gemeente het niet aankan. ,,Het is duidelijk dat we voor een grote uitdaging staan. Elk jaar komen er maar rond de honderd betaalbare huurwoningen vrij. We zullen daarom ook moeten kijken naar semipermanente huisvesting. Er wordt momenteel hard gewerkt aan alternatieven die een bijdrage moeten leveren aan het halen van onze taakstelling.”

Lees ook

februari 10, 2016 Posted by | 2e kamer, huurverhoging, huurwet, politiek, scheefhuur, scheefwonen | , , , , , , , , , | Plaats een reactie