Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

Eindelijk de Linkse samenwerking PvdA + Groenlinks + SP !?!?!? – de nasleep

Fusie SP-GroenLink-PvdA is een brug te ver !!!

Dat SP, GroenLinks en PvdA gezamenlijk iets wilden vertellen was zo ongewoon, dat de zeshonderd plaatsen in het Amsterdamse Tolhuis in een mum van tijd waren vergeven. Toch was er weinig verrassends aan de boodschap dinsdagavond 03.03.2020 en moesten de partijleiders vooral benadrukken dat er geen sprake is van fusieplannen.

AD 09.03.2020

SP-leider Lilian Marijnissen schiet in de lach als een verslaggever haar vraagt of haar partij gaat fuseren met GroenLinks en PvdA. “Dat denk ik niet”, zegt ze.

Het zaaltje in Amsterdam-Noord puilt uit wanneer Marijnissen, Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) het kabinet waarschuwen. Geen belastingverlaging van 2,4 miljard euro voor de multinationals volgend jaar, maar investeer dat geld in leraren, zorg, betaalbare huizen en klimaat.

Luistert het kabinet niet, dan stemmen de partijen niet in met de belastingplannen voor 2021. De coalitie heeft al geen meerderheid in de Eerste Kamer en met dit dreigement wordt het nog lastiger zoeken naar voldoende stemmen.

‘Hoop dat we de volgende keer een nieuw kabinet aankondigen’

Het is geen verrassende boodschap, in de zaal kijkt niemand er van op. Het gaat deze avond vooral om het beeld: een linkse vuist tegen “tien jaar rechtse politiek van Rutte”, zoals Klaver het zegt.

Het publiek roert zich eigenlijk pas na drie kwartier als iemand tijdens de vragenronde wil weten waarom de partijen de verschillen niet overboord gooien en gaan fuseren. Er wordt instemmend geklapt en gejoeld.

Maar SP, GroenLinks en PvdA willen de hoop op één grote, linkse partij niet aanwakkeren. Vragen aan de fractievoorzitters na afloop van de presentatie hierover worden weggewuifd.

“De formatie is voor mij nog heel ver weg”, zegt Asscher. Marijnissen: “Elkaar vasthouden na de verkiezingen? Dan loop je wel heel erg op de zaken vooruit.”

Ook Klaver wil niet te ver vooruitkijken. “Ik vond dit vanavond prima”, zei hij over het gezamenlijke optreden. Wel voegt hij optimistisch toe: “Ik hoop dat als we een volgende keer op een podium staan, we een nieuw kabinet aankondigen”.

Marijnissen: ‘SP is in dit gezelschap de politieke linksbuiten’

Niemand wil zich ergens op vastpinnen. Sterker, Asscher hoopt dat de PvdA in een volgende regeerperiode “met een óf meer linkse partijen” in een kabinet komt te zitten. Zo heilig is de drie-eenheid dus niet.

De PvdA-leider had de roep uit de zaal om een inniger verbond tussen de drie partijen wel gehoord. “Er zijn altijd mensen die naar meer verlangen, maar er blijven verschillen tussen de partijen.”

Die nadruk op de verschillen was het duidelijkst bij Marijnissen te horen. “De SP is in dit gezelschap de politieke linksbuiten”, zegt de SP’er. “Die rol past ons prima.”

Hoewel er zo nu en dan stemmen opgaan om partijen in dit politieke spectrum te laten fuseren, I&O research deed er recentelijk onderzoek naar, gaat het nooit verder dan dit soort gezamenlijke oproepen.

Nooit in deze eeuw was het enthousiasme in SP en GroenLinks zo groot als in 2006.  ‘We moeten samen met een reëel, doortimmerd programma ten strijde trekken tegen het neoconservatieve kabinet-Balkenende’, konden we toen optekenen uit de mond van SP-leider Jan Marijnissen. ‘Dat kan een enorm elan brengen en ertoe leiden dat die linkse meerderheid er komt.’ GroenLinks-leider Femke Halsema zag het al gebeuren: ‘Het is dichterbij dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden.’

Fusie SP, PvdA en GL een Utopie ???

De voorstanders van hechte samenwerking werpen op dat Wim Kok in 1995 en Wouter Bos in 2006 nog ruim in de kiezers zaten, in tegenstelling tot Asscher nu. Sinds opiniepeiler Peter Kanne vorig jaar concludeerde dat PvdA en GroenLinks samen meer electorale potentie hebben dan ieder apart, is in elk geval in die partijen het gesprek weer geopend. Tot in de hoogste regionen zelfs, onthullen Volkskrant-verslaggevers Frank Hendrickx en Ariejan Korteweg vandaag. Maar opnieuw zijn er ook aarzelingen: zijn de cultuurverschillen in de partijen wel overbrugbaar, verschillen ze op een thema als het immigratiebeleid niet toch te veel van mening?

Politicoloog Tom van der Meer raadt Klaver en Asscher aan de vrijage aan te gaan, maar voorlopig niet te trouwen.

Lodewijk Asscher PvdA

Lodewijk Asscher was bij de verkiezingen in 2017 ook nummer 1 op de kandidatenlijst. De PvdA leed toen haar veruit grootste verlies ooit en zakte van 38 naar negen zetels in de Tweede Kamer.

Dat verlies was volgens prominente PvdA’ers vooral te wijten aan verkeerde keuzes in het kabinet-Rutte II, waarin de PvdA samenwerkte met de VVD en Asscher vicepremier was.

Linkse samenwerking

PvdA-leden willen dolgraag dat u samengaat met GroenLinks, voor een sterk links blok. Heeft u hierover gesproken met GroenLinks-leider Jesse Klaver?

,,Tuurlijk. Wij spreken elkaar regelmatig. Ook met de SP werken we al lange tijd samen. Deze week hebben we met z’n drieën een vuist gemaakt tegen het kabinetsplan om de winstbelasting voor grote bedrijven met 2,4 miljard euro te verlagen. Als linkse partijen willen wij dat dit geld anders wordt besteed, onder meer aan zorg en onderwijs.’’

Denkt u na over een stembusakkoord met GroenLinks, waarbij jullie voor de verkiezingen gezamenlijk een kabinetsplan maken én samen het kabinet ingaan?

,,Nou, ik wil eerst maar eens de huidige linkse samenwerking voortzetten. Als dat goed gaat, is zo’n stembusakkoord misschien mogelijk. Maar ik wil daar niet op vooruitlopen. De PvdA en GroenLinks zijn wel degelijk verschillende partijen.’’

Waarin verschilt u eigenlijk van GroenLinks?

,,Op onderwerpen als veiligheid, defensie en migratie zijn er verschillen, misschien geen onoverbrugbare verschillen. Wij willen investeren in defensie, GroenLinks ziet dat anders. En wij zijn strenger op het gebied van veiligheid dan GroenLinks.’’

Waarom wilt u niet fuseren met GroenLinks, zoals veel van uw leden vragen?

,,Omdat ik geloof in de kracht van de PvdA. Wij zijn een brede volkspartij voor Nederland. Ik denk dat wij heel veel te bieden hebben. Ik snap het verlangen naar één linkse partij wel. Het is voor velen frustrerend dat linkse partijen soms in het kabinet zitten en soms niet. Het zou dan een stuk simpeler zijn als er één linkse partij is, die de grootste partij van Nederland wordt. Maar ik heb ook een verantwoordelijkheid om per onderwerp heel precies te kijken of PvdA-kiezers zich daarin gehoord voelen.’’

‘Klaar met tien jaar rechtse politiek van Rutte’

Vorig jaar vloog Klaver nog anders aan. Hij wilde niet meer meedoen met wat hij zelf “scorebordpolitiek” noemde; het boven de markt laten hangen of je wel of niet met een begroting instemt. “Wij gaan niet dreigen. Waar we voor zijn, zijn we voor en waar we tegen zijn, zijn we tegen”, zei Klaver afgelopen oktober bij de laatste Algemene Politieke Beschouwingen.

“Vanavond zijn wij klaar met tien jaar rechtse politiek van Rutte”, was op dinsdagavond 03.03.2020 zijn boodschap.

Marijnissen waarschuwde voor een bomvolle zaal dat ze het nu “heus niet overal over eens zijn”. Linkse samenwerking is vaker aangekondigd door de partijen in de vorm van een initiatiefwet of een tegenbegroting.

Sommige aanwezigen waren teleurgesteld dat er niet werd gesproken over een partijfusie of een gezamenlijk verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2021.

Deze stap moet laten zien dat de partijen een vuist kunnen maken om het huidige beleid een halt toe te roepen, zei Asscher.

Roodvlees

Het wordt weer lente, en dus staat de droom van de Linkse Fusie weer op de agenda. Het is een rituele dans die met grote regelmaat op de opiniepagina’s wordt gevoerd. De afgelopen maand verschenen artikelen van opiniepeiler Peter Kanne in de Volkskrant en partijprominenten Dick Pels (GroenLinks) en Niesco Dubbelboer (PvdA) in de NRC. Het vond weerklank bij columnisten als Hans Wansink en Bert Wagendorp in de Volkskrant, en journalist en podcaster Jaap Jansen op de site van BNR. Tegenwerpingen verschenen van een andere opiniepeiler (Maurice de Hond) en een andere oud-voorzitter van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks (Jasper Blom).

Lyrisch zijn de voorstanders vooral over het electorale vooruitzicht. “In één klap de grootste partij kunnen worden: Een geweldige game-changer voor de komende campagne” (Pels en Dubbelboer). “De macht ligt voor het oprapen” (Wagendorp). “Tijd voor een nieuw politiek landschap” (Jansen).

En de steun blijft niet bij deze mannen; het idee van de fusie speelt al langer. In 2017 riep Ronald Plasterk de PvdA op zich aan te sluiten bij GroenLinks. Eind 2016 bleek in een radio-interview oud-fractievoorzitter en oud-burgemeester Job Cohen (PvdA) overtuigd van het nut van zo’n fusie. In 2015 noemde toenmalig Tweede Kamerlid Mei Li Vos (PvdA) zo’n fusie een “normale ontwikkeling in de Nederlandse politiek”. Eerder klonken oproepen tot fusie van Andrée van Es en Ineke van Gent (beide van GroenLinks).

Feitelijk hebben de linkse partijen het al moeilijk genoeg om de linkse samenwerking gedurende langere tijd in gedrag vorm te geven. De begrotingsbehandeling in oktober 2019 onderstreepte dit nog maar eens. De worst die de PvdA en GroenLinks-kiezers de laatste weken wordt voorgehouden – electorale winst en daarmee een greep naar de macht – doet deze hindernis verbleken. Maar is de electorale worst wel zo reëel?

Twijfelachtige zetelbonus op de korte termijn

Een eerste reeks argumenten gaat over de zetelwinst die de fusie zou opleveren. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar de korte termijn; de middellange en lange worden goeddeels overgeslagen.

Zelfs op korte termijn is er al een risico, dat ik een paar jaar geleden op dit blog al beschreef:

GroenLinks concurreert evenzeer met de SP als met de PvdA en D66. Een fusie richting het midden (PvdA) zal de wat linksere kiezers (SP) eerder vervreemden dan aantrekken. Bovendien wordt GroenLinks door de fusie met de veel grotere partij (met veel grotere partijorganisatie) een marginale stroming. Omgekeerd is het ook niet evident dat de eerdere PvdA-kiezers die in de peilingen nu bij D66 zitten zullen terugkeren wanneer de PvdA fuseert met een nog linksere partij. 1+1 is dan al snel minder dan 2.

De nieuwe partij moet een bredere groep aan kiezers afdekken, met risico’s op weglekkende kiezers en afsplitsingen naar het midden en naar de flanken.

Nu heeft I&O-onderzoek gekeken naar de stemintenties van kiezers als GroenLinks en de PvdA zouden fuseren. De conclusie? De fusiepartij zou aanzienlijk meer zetels behalen dan de twee afzonderlijke. Het verschil kan wel 9 zetels bedragen: “groter dan de som der delen” was de samenvatting.

Maar de peiling van I&O was in zekere zin de meest gunstig denkbare manier om het gedrag te peilen. Immers, er is geen concrete partij met een concreet partijprogramma en een concrete leider voorgesteld. Het is aan de respondenten zelf om dit in te vullen. Het principe van een linkse fusiepartij kan dus – ook in gedragsintentie – op steun rekenen, maar doet de daadwerkelijke invulling daarvan dat ook?

Peil.nl herhaalde het onderzoek van I&O en voegde er een concreter element aan toe: Een fusiepartij met ofwel Asscher ofwel Klaver als partijleider. Zonder concretisering zien we ook in die peiling een fusie als meer dan de som der delen. Maar zodra een partijleider wordt genoemd, daalt die stemkans aanzienlijk.

Dat verdampt de gehele ingecalculeerde winst, en dreigt zelfs het nettoverlies dat ik enkele jaren geleden al schetste. Maurice de Hond concludeert dat “een gezamenlijke lijst van PvdA en GroenLinks bij de volgende verkiezingen het beduidend slechter zal gaan doen dan als de beide partijen separaat de verkiezingen ingaan.”

Hoewel peilingen zullen verschillen over het niveau van de mogelijke winst, is dit achterliggende mechanisme van wezenlijk belang.

Een fusiepartij klinkt mooi, totdat je deze concreet moet invullen. Dan rijst toch al snel de vraag of deze fusiepartij de koers en strategie volgt van GroenLinks of die van de PvdA. Dat gaat in een tijd van volatiele kiezers met een rijk aanbod aan partijen wel degelijk een verschil maken.

De nieuwe partij zou zich daarom onderscheidend moeten profileren, stelt ook Peter Kanne: “Om electoraal succesvol te zijn, zou de nieuwe linkse partij ernaar moeten streven een links-progressieve voortrekkerspartij te zijn, met gevoel voor realisme en verantwoordelijkheid”. Maar ook dat levert risico’s op, zoals Philip van Praag vorig jaar al schreef op dit blog.

Maakt een fusie links als geheel groter?

Als er al sprake zou zijn van winst, is de vraag waar deze vandaan komt. Een terugkerende gedachte luidt dat een fusie links groter en dominanter zal maken. Maar in de februari-peiling van I&O komen de potentiële extra zetels van een nieuwe progressieve fusiepartij goeddeels van de huidige concurrenten: SP, CU, D66.

Het electorale zwaartepunt van de Nederlandse politiek ligt meestal net rechts van het midden. Electoraal rechtse partijen – CDA, VVD, LPF, PVV, FvD – schommelen gezamenlijk al sinds 1977 rond de 75 zetels – soms wat onder 70 zetels, soms (als in 2002) zo hoog als wel 93. Onder deze schommelingen gaat geen patroon schuil. Electoraal linkse partijen – PvdA, GL, SP, PvdD – schommelen gezamenlijk rond de 55 zetels. Zij piekten in 2006, maar sindsdien zijn ze in gezamenlijkheid flink gedaald. De overige partijen – vooral D66, maar ook 50Plus en CU – vormen een buffer tussen links en rechts of dekken een uniek segment af.

Tussen het linkerblok en het rechterblok vindt bijna geen uitwisseling plaats van kiezers en zetels; alleen in 2002 en 2003 was er plots overloop (vooral van en naar het CDA). De kans dat de nieuwe fusiepartij deze stugge electorale blokken weet te doorbreken is klein, zo tonen ook de peilingen. En daarmee zal de fusiepartij weinig doen aan het structurele probleem van links in Nederland: dat het electorale zwaartepunt net rechts van het midden ligt en niet makkelijk verschuift.

Risico op de middellange termijn

Maar goed, laten we ondanks deze tegenwerpingen meegaan in het idee dat onder gunstige omstandigheden op de korte termijn toch zetelwinst wordt geboekt. Dan blijft de vraag wat er gebeurt als de omstandigheden op de middellange termijn minder gunstig worden? Momenteel concurreren GroenLinks en de PvdA weliswaar met elkaar, maar dienen ze ook als elkaars schokdemper binnen het partijblok.

Wanneer een partij in onmin valt door weerzin tegen regeringsdeelname of door een ongelukkig partijleiderschap, hebben kiezers op die partijen nu nog de mogelijkheid om op een verwante partij uit de keuzeset te stemmen. Denk aan de GroenLinks-kiezers die naar de PvdA verschoven tijdens het partijleiderschap van Jolande Sap. Of denk aan de PvdA-kiezers die naar GroenLinks trokken toen de PvdA in 2017 electoraal implodeerde.

Maar als die verwante partijen zijn gefuseerd, zullen ze veel gevoeliger zijn voor zulke fluctuaties dan apart. De pieken van een succesvolle koers of populair leiderschap zullen niet veel hoger zijn, maar de dalen van een impopulaire koers of leider kunnen dieper zijn dan nu het geval is. Omdat de back-up uit het systeem is.

Geen oplossing op de lange termijn

Op lange termijn zal een fusie evenmin helpen: Een fusie zal de nivellering van partijverhoudingen niet doorbreken, net zomin als de fusie van de ARP, CHU en KVP tot het CDA de structurele neergang van de christendemocratie heeft gekeerd. Eerder ontstaat er na een fusie electorale ruimte voor een nieuwe partij, of ruimte voor groei van een bestaande partij. Er ontstaan ideologische kansen in de Nederlandse politieke ruimte.

En doordat nieuwe partijen door ons radicaal evenredige kiesstelsel makkelijk toegang blijven krijgen tot het parlement, zullen er altijd uitdagers binnen of buiten het parlement kunnen opstaan om die gaten te vullen. GroenLinks ondervindt nu al flinke concurrentie van de PvdD.

Uiteindelijk zal de kiezer zelf bepalen hoe hij of zij vertegenwoordigd wil worden. Echt grote volkspartijen bestaan niet meer in Nederland. Partijen kunnen op de korte termijn nog pieken, maar hebben het bijzonder moeilijk om die winst vast te houden. Een fusiepartij doet aan die ontwikkeling niet zo veel af.

Grijp de macht?

Een ander argument is dat de fusie belangrijke gevolgen zal hebben voor de macht, de formatie, en uiteindelijk de premier. Laten we dit argument eens afpellen. Zo schrijft Kanne in de Volkskrant: “Als we ervan uitgaan dat noch GroenLinks, noch PvdA, noch SP de grootste wordt bij volgende verkiezingen, en dus buitenspel staat bij de formatie.” Omgekeerd heeft Wansink het over het lokkende beeld “om de grootste partij te worden en daarmee in de kabinetsformatie het initiatief te nemen”.

De lastige positie van de linkse partijen heeft vooral te maken met de structurele minderheid die links in het algemeen heeft in Nederland. Dat betekent dat linkse partijen op korte termijn bijna altijd de afweging moeten maken om ofwel in coalitie te gaan met een of meer centrumrechtse partijen (VVD, CDA) ofwel in de oppositie te blijven.

Het is wel zo dat in Nederland een traditie bestaat dat de grootste partij als eerste het voortouw mag nemen bij de formatie. Daar wordt door journalisten en spindoctoren steeds meer relevantie aan opgehangen – elke campagne wordt geframed als een tweestrijd om de macht.

Maar dat lijkt me geen bijzonder relevant uitgangspunt voor een fusie. Het voortouw betekent niet de macht. In het verleden is de PvdA meermalen de grootste partij geweest (1971, 1977, 1982), zonder een coalitie te kunnen smeden. Als PVV of FvD de grootste zou worden, is dat eveneens mogelijk. Simpelweg omdat het electorale zwaartepunt niet bij de linkse of radicaal-rechtse partijen ligt.

De gamechanger van Dick Pels en Niesco Dubbelboer, de macht die volgens Wagendorp voor het oprapen ligt: Dat is allemaal onder de aanname dat de grootste partij een bevoorrechte rol heeft en de premier levert. Maar dat is geen onwrikbare logica. Vooralsnog geldt deze alleen voor centrum-rechtse partijen, omdat daar het electorale zwaartepunt ligt.

Het is overigens opmerkelijk en onwenselijk dat (oud-)politici en columnisten zo openlijk de verkiezing van de volksvertegenwoordiging direct koppelen aan de verkiezing van de premier. Het is staatsrechtelijke onzin en zelfs in de Haagse cultuur geen evidentie, maar vooral een mediastrategie. Die koppeling van de Tweede Kamerverkiezingen aan de verkiezing van de premier heeft bovendien het kwalijke effect dat dit de positie van de premier (en daarmee de regering in het algemeen) versterkt.

Hoe meer Tweede Kamerverkiezingen worden beschouwd als een strijd om het Torentje, hoe zwakker de positie van de Tweede Kamer, en hoe eerder deze zich laat knechten door de uitvoerende macht via gedetailleerde regeerakkoorden.

Kortom, het recht van de grootste geldt alleen voor partijen die op of nabij het electorale zwaartepunt zitten. Of een fusie effect heeft op de machtsvraag is daarom sterk afhankelijk van de na te streven verschuiving van het electorale zwaartepunt in de Nederlandse politiek. Maar zoals ik hierboven al beargumenteerde, is juist die verschuiving dubieus, zeker op de middellange termijn.

Het probleem van de formatie

Misschien moeten we minder groot denken. Misschien leidt een linkse fusie niet tot een grote verandering van het krachtenveld. Maar dan kan het nog steeds gunstig zijn voor het parlementaire proces. Minder partijen leidt immers tot minder transactiekosten: Minder sprekers in een debat, minder kikkers in de emmer.

Jaap Jansen wijst er in zijn bijdrage op: “Een kabinet vormen wordt steeds moeilijker. Er zijn vijf en straks misschien wel zes of zeven partijen nodig voor een meerderheid, terwijl de verschillen vaak niet groot zijn.” Kortom, is het terugbrengen van het aantal partijen niet in zichzelf een goed streven?

Deze logica werkt alleen onder de aanname dat de Nederlandse politiek blijft vasthouden aan de vastgeroeste cultuur waarin het werkt. Nederland gaat op zoek naar vaste meerderheden in beide kamers van ons parlement. Om deze aan elkaar te binden en risico’s uit te sluiten, ketenen regeringspartijen zich vast aan steeds gedetailleerdere regeerakkoorden die eigen initiatief en profileringsdrang smoren.

Maar het is niet evident dat deze cultuur noodzakelijk is. Het werken met minderheidscoalities die wisselende meerderheden zoeken werkt prima in een land als Denemarken, en heeft ook prima gewerkt in Nederland tussen 2012 en 2017. Het is mogelijk om een kerncoalitie te zoeken waarbij de onderlinge verschillen klein zijn, die op deelterreinen zoekt naar meerderheden. Dat leidt tot meer openlijk debat en stelt partijen in staat om zich te blijven onderscheiden.

De versnippering verdwijnt niet met een enkele fusie; meerderheden zullen diverser zijn dan nu. De vraag is hoe we politiek met die toenemende noodzaak van diversiteit omgaan. Vooralsnog houden Haagse politici vast aan een steeds diversere samenstelling van de vaste meerderheidscoalitie. Dat leidt ertoe dat op deelterreinen verschillen best groot kunnen zijn.

Denk aan D66 tegenover CU op ethisch gebied; CDA en VVD tegenover CU en D66 over het klimaat; VVD tegenover D66 en CU over het kinderpardon. De deelthema’s maken het besturen met vaste meerderheden moeilijk. In plaats van het vergroten van de politieke diversiteit binnen een vaste coalitie, kunnen partijen ook kiezen voor een grotere variatie aan tijdelijke coalities.

Kiezers tegen versnippering?

Jaap Jansen stelt op basis van het onderzoek van Peter Kanne bovendien: “Volgens I&O ergert 78 procent van de kiezers zich aan die versnippering. De kiezers zijn in hun denken dus al verder dan de meeste partijen.”

Dat is maar de vraag. Veel politici hechten evenmin aan de versnippering. Het argument is gebruikt om de ophoging van de kiesdrempel te promoten, of de rechten van afsplitsers te beknotten.

Maar belangrijker nog: Dit raakt aan het inherente spanningsveld van de politiek: We hebben vooral weinig behoefte aan al die ándere partijen. Het is niet de eigen partij die overbodig is. De afkeer van versnippering valt anders moeilijk te rijmen met het stemgedrag bij verkiezingen. De versnippering is simpelweg een redelijk accurate weerspiegeling van dat stemgedrag.

Stembusakkoord boven fusie

En zo komen we weer terug bij het eerste argument. Net zoals de afwijzing van versnippering vooral een afwijzing impliceert van andere partijen, is de steun voor een fusie tot op zekere hoogte steun voor de inlijving van de andere partij.

De abstracte steun voor een fusie tussen GroenLinks en de PvdA kan op de korte termijn worden ondergraven door de keuze voor een concreet programma en een concrete lijsttrekker. Op de middellange termijn ontstaan problemen wanneer de partij zich niet weet te ontworstelen aan de Nederlandse politieke cultuur. Door het radicaal evenredige kiesstelsel is het makkelijk om de ruimte die hierdoor ontstaat opnieuw in te vullen – ofwel door een bestaande rivaal, ofwel door een nieuwe uitdager.

Er is niets tegen nauwe samenwerking binnen blokken van ideologisch soortgelijke partijen. Het stembusakkoord een logisch alternatief voor de fusie. Partijen kunnen al voor de verkiezingen een pre-electorale coalitie sluiten, waarin ze uitspreken dat ze ofwel samen regeren ofwel allebei niet. Mogelijk kunnen ze zelfs onderling de prioriteiten afstemmen tijdens de campagne (wie doet wat?) en tijdens eventuele coalitieonderhandelingen.

Zo kunnen de partijen samen optrekken, maar toch hun eigen profiel behouden. En zich niet steevast uiteen laten spelen wanneer regering kan worden gevormd met centrumrechtse partij(en) waarin zij ondergeschikt zijn. Dat geeft de grootste kans gezamenlijk een brede groep kiezers te bereiken.Er zijn verschillende redenen waarom partijen kunnen overwegen te fuseren.

In het recente debat lijkt de electorale worst van de macht echter een leidend argument. Maar op die instrumentele reden voor een fusie valt wel wat af te dingen. De electorale voordelen van een fusie boven een stembusakkoord zijn onduidelijk, de risico’s zijn dat niet.

zie : Eindelijk de Linkse samenwerking PvdA + Groenlinks + SP !!!

zie ook; Fusie PvdA, GroenLinks, SP ??

zie ook nog: Lijstverbinding PvdA, GroenLinks, SP ??

en zie ook: PvdA-Plus is linkse samenwerking met PvdA + Groenlinks + SP + D66 !!!

zie ook nog: PvdA 70 jaar partijvernieuwing

zie verder ook: Het Rode Bolwerk in Amsterdam is gebarsten – deel 2

zie dan ook: De SP-light van Job Cohen viel verkeerd bij de PvdA-achterban

en zie dan ook nog: De PvdA op weg naar SP-light ???

zie verder dan ook: PvdA-SP-GroenLinks-D66 versus een Hete en Rode Lente – deel 2

zie dan ook nog: PvdA-SP-GroenLinks-D66 versus een Hete en Rode Lente !?!?!? deel 1

en zie ook: Manifest Linkse oppositie SP, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie en de FNV

zie ook deze nog: Provinciale verkiezingen 02.03.2011 – Groenlinks, PvdA, SP en ook D66 Samen ?

zie verder dan ook nog: Een Links Den Haag – samenwerking SP, Groenlinks en PvdA

zie ook deze dan nog: Geen Samenwerking PvdA, Groenlinks, SP en D66 ?

en zie verder ook: Guusje ter Horst en Jolande Sap – PvdA, Groenlinks en D66 samen

en ook nog: PvdA mobiliseert Nederland in strijd tegen het Rechtse Kabinet Rutte 1- deel 2

en verder ook: De PvdA mobiliseert Nederland in strijd tegen het Rechtse Kabinet Rutte 1 deel 1

PvdA-leden willen machtiger links blok en sturen aan op samenwerking

NOS 07.03.2020 De PvdA beleeft vandaag een spannend congres in Nieuwegein. Een forse groep leden wil de partijleiding dwingen grotere stappen te gaan zetten bij de samenwerking met andere linkse partijen en vooral met GroenLinks. Maar het partijbestuur voelt daar niks voor.

Dat vindt dat er al genoeg gebeurt. Zo kondigden GroenLinks, de SP en de PvdA dinsdag samen nog aan tegen lastenverlichting van 2,4 miljard euro voor het bedrijfsleven te stemmen, als het kabinet niet meer gaat investeren in onder andere onderwijs en klimaat.

Maar dat vindt een grote groep leden onvoldoende. Zij hebben moties ingediend voor een onderzoek naar een fusie met GroenLinks en waarin wordt gevraagd de volgende Kamerverkiezingen in te gaan met een gezamenlijke lijst van PvdA en GroenLinks. Over deze moties wordt gestemd op het congres.

Een van de indieners is Huibert Koers uit Den Haag. “Partijbestuur en fractie zullen zich moeten gaan inspannen om in ieder geval te kijken of een gedeeltelijk gezamenlijk verkiezingsprogramma mogelijk is. En dan misschien ook wel een keertje gezamenlijk die campagne ingaan, want hoe mooi zou dat zijn als rood en groen zich mengen. Ik denk dat daar mogelijkheden liggen.”

De moties zijn zeker niet kansloos, aangezien de indieners al veel steun hebben moeten verzamelen om ze voor vandaag op de agenda te krijgen. En dat is gelukt.

‘Klaver, stap over je ego heen’

Opmerkelijk is voor volgende week op een partijcongres van GroenLinks vergelijkbare moties zijn ingediend, door GroenLinks-leden die meer samenwerking willen. Een van hen is Jan Muijtjens uit Limburg. Hij wil dat er een links Stembusakkoord komt, een soort gezamenlijk programma voor de volgende verkiezingen.

“De progressieve linkse krachten moeten weer een dominante positie krijgen in een kabinet. Sinds het kabinet-Den Uyl is dat nooit meer gebeurd. Ik denk dat er een meerderheid is van GroenLinks-leden zal zeggen: partijbestuur, Jesse Klaver, stap over je ego heen, wij gaan samen met die andere linkse partijen pogen tot een akkoord te komen en die verandering in gang zetten.”

Wie wordt de grootste op links?

Het partijbestuur van de PvdA adviseert de leden vandaag tegen de moties te stemmen. Het zegt dat het “ondubbelzinnig voor linkse samenwerking is” en dat het zich richt op het versterken van linkse progressieve krachten, maar wil de handen vrijhouden bij het aangaan van samenwerking. Dit negatieve advies is opgesteld in overleg met het partijbestuur van GroenLinks. Omgekeerd komt ook dat volgende week met een negatief advies bij vergelijkbare moties in overleg met het partijbestuur van de PvdA.

De verklaring hiervoor is dat de top van zowel PvdA als GroenLinks meer verwacht van gezamenlijke acties, zoals die tegen de lastenverlichting voor het bedrijfsleven, dan van moeizame gesprekken over formele samenwerkingsconstructies als een gemeenschappelijke kandidatenlijst of zelfs een fusie.

Daarom vindt de top van zowel GroenLinks als de PvdA het echt te vroeg zich nu al vast te leggen. Op de achtergrond speelt ook dat ze ieder voor zich hopen bij de volgende verkiezingen de grootste op links te worden. In de top van beide partijen wordt wel serieus overwogen samen aan een volgende kabinetsformatie mee te doen, dus samen meeregeren of samen niet meeregeren.

Het wordt spannend om vandaag te zien of de leden van de PvdA dit genoeg vinden. Of dat een meerderheid meer gaat eisen, tegen de zin van het partijbestuur.

Lees: Asscher wil premier worden en sluit samenwerking met FvD uit

Lees: PvdA’ers balen van ‘verkeerde keuzes’ in Rutte II: ‘We zijn te wild geweest’

Lees: Linkse partijen strijden samen tegen belastingplannen kabinet

PvdA’ers houden samengaan met GroenLinks af

Telegraaf 07.03.2020 Leden van de PvdA willen dat hun partij intensiever samenwerkt met GroenLinks, maar zien een gezamenlijke kandidatenlijst tijdens de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer niet zitten.

Op het partijcongres in Nieuwegein spraken PvdA’ers zich in meerderheid uit tegen zo’n gezamenlijke lijst. 39 procent is tegen die vorm van samengaan, waarmee het voorstel werd verworpen. Een intensievere samenwerking werd wél omarmd, door 88 procent.

Partijvoorzitter Vedelaar drukte PvdA’ers op het hart dat gezamenlijk kandidaten leveren niet nodig is. Volgens haar is de samenwerking al hecht. „Iemand maakte de vergelijking met verkering. We moeten de linkse samenwerking vormgeven. Dat is het enige antwoord tegen het kapitalistische kabinet.”

Kamerlid Ploumen zei ’ruimte nodig te hebben’, waardoor het volgens haar onwenselijk is om samen met GroenLinks een linkse lijst op te stellen. „We zitten al van dag tot dag zitten we samen in de bankjes en we maken samen plannen het het kabinet steeds zuurder te maken. Een gezamenlijke lijst? Geef ons een beetje meer ruimte.”

Het F-woord staat centraal

Onder leden ontstond discussie over op wat voor manier er door linkse partijen moet worden samengewerkt. Vooral een samenwerking – of zelfs een fusie – met GroenLinks stond centraal op het congres in Nieuwegein. Een van de leden sprak zijn onvrede uit over de ’rituele dans’ waar het deze week over ging. „We moeten dingen voor elkaar krijgen voor mensen, in plaats van praten over fusie.”

“Alsof we niet zelf en goede uitslag kunnen neerzetten!”

Een ander partijlid was vooral verbaasd over de discussie omdat het volgens hem helemaal niet nodig zou zijn om tot een gezamenlijke lijst te komen. „Ik ben niet voor niks lid van de PvdA, alsof we niet zelf en goede uitslag kunnen neerzetten!” PvdA’ers spraken zich wel bijna allemaal uit voor intensieve samenwerking met GroenLinks. „Maar een gezamenlijke lijst leidt op den duur toch tot fusie. Wij zijn prima in staat om zelfstandig de grootste te worden”, vertelde een van hen.

Rechts aan de macht

Sommige partijleden zagen een gezamenlijke lijst wél zitten. Het argument was vooral dat het de enige manier zou zijn om een machtsblok te vormen tegen rechtse partijen. De vrees is namelijk dat de PVV of Forum voor Democratie tijdens de komende Tweede Kamerverkiezingen de grootste zou worden.

Deze week sorteerden PvdA, GroenLinks en de SP al voor op oproepen vanuit hun eigen partij, door een bijeenkomst te organiseren die in het teken stond van linkse samenwerking. De boodschap richting de achterban was dat fusie niet nodig is om de handen ineen te slaan.

BEKIJK MEER VAN; partijen en bewegingen lokale verkiezingen Nieuwegein GroenLinks Partij van de Arbeid

PvdA-leden willen géén fusie met GroenLinks, wel meer samenwerking

AD 07.03.2020 Een meerderheid van de PvdA-leden is tegen een gezamenlijke lijst met GroenLinks bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Een motie daarover werd door 61 procent van de leden weggestemd, tot opluchting van de PvdA-partijtop.

Bij het partijcongres van de PvdA, vandaag in Nieuwegein, is het enthousiasme onder partijleden groot om samen te werken met GroenLinks. Maar van een gezamenlijke lijst bij de komende verkiezingen – een soort fusie – wil een meerderheid van de PvdA-leden niet weten. Een motie daarvoor werd door 61 procent van de leden weggestemd, 39 procent was voor.

Lees ook;

Lees meer

Vóór de stemming haalde de partijtop alles uit de kast om de aanwezige leden over te halen om tegen de motie te stemmen. ,,Geef ons een beetje meer ruimte’’, betoogde PvdA-Kamerlid Lilianne Ploumen. Ze hamerde erop dat de PvdA nu al veel samenwerkt op links, met GroenLinks en de SP. Ook partijvoorzitter Nelleke Vedelaar verzette zich tegen een gezamenlijke lijst met GroenLinks.

Stembusakkoord

Opvallend was dat GroenLinks-voorzitter Katinka Eikelenboom ook aanwezig was bij het PvdA-congres. PvdA en GroenLinks werken achter de schermen aan een stembusakkoord in aanloop naar de verkiezingen, waarmee de partijen de volgende kabinetsformatie willen ingaan. Maar dat gebeurt dus wel als twee zelfstandige partijen en niet als één nieuwe linkse fusiepartij.

Een motie voor een stembusakkoord met GroenLinks werd door 88 procent van de aanwezige PvdA-leden gesteund. ,,Wij zijn een linkse middenpartij, wij proberen altijd coalities te sluiten met partijen die Nederland vooruit kunnen helpen’’, zei PvdA-lid Marien van Schijndel uit Deventer. Ook andere leden spraken zich uit tegen een fusie met GroenLinks. ,,Hou toch op met die rituele paringsdans’’, zei een PvdA’er uit Landgraaf.

Volkspartij

PvdA-leider Lodewijk Asscher zei gisteren in een interview met deze krant dat een fusie geen goed idee is. ,,Omdat ik geloof in de kracht van de PvdA. Wij zijn een brede volkspartij voor Nederland. Ik denk dat wij heel veel te bieden hebben. Ik snap het verlangen naar één linkse partij wel. Maar ik heb ook een verantwoordelijkheid om per onderwerp heel precies te kijken of PvdA-kiezers zich daarin gehoord voelen.’’

Lodewijk Asscher (PvdA) © Guus Schoonewille

Asscher wil premier worden: ‘Nederland moet niet meer als bedrijf worden gerund’

AD 06.03.2020 Lodewijk Asscher (PvdA) wil Mark Rutte opvolgen als premier van Nederland. Dat zegt hij in een interview met deze site. De PvdA-leider sluit niet uit opnieuw met de VVD in een kabinet te stappen.

Lodewijk Asscher (45) heeft een nieuwe hobby. Sinds een paar maanden trekt hij twee keer per week baantjes in een Amsterdams zwembad. ,,Ik krijg zelfs zwemles, om mijn techniek te verbeteren’’, vertelt de PvdA-leider op zijn werkkamer in de Tweede Kamer. Met het hoofd onder water – ‘je wordt niet afgeleid door je telefoon’ – verzet hij zijn gedachten.

Het zwemmen helpt hem ook om zich fysiek voor te bereiden op een nieuwe verkiezingscampagne. Over een jaar gaat Nederland naar de stembus. Asscher wil die verkiezingen in gaan als lijsttrekker van de PvdA, zo vertelt hij zijn leden morgen op een partijcongres in Nieuwegein.

,,Ik ga vertellen dat ik bereid ben om dit te doen.’’ Het afgelopen jaar is hij op tournee geweest met zijn boek Opstaan in het Lloyd Hotel, over de periode na de enorme PvdA-verkiezingsnederlaag in 2017. ,,In veertig boekhandels en tien bibliotheken sprak ik allerlei mensen. Ik hoorde optimisme, maar ook grote zorgen over hoe het er in Nederland aan toe gaat. In die gesprekken heb ik mijn eigen stem gevonden. Ik heb de energie gekregen om te zeggen: ik wil lijsttrekker worden.’’

Wilt u premier van Nederland worden?

,,Ja. Ik denk dat mensen snakken naar een eerlijker, fatsoenlijker en vrolijker perspectief. Ik heb het gevoel dat er wat aan het kenteren is: Nederland moet niet meer als een bedrijf, een bv, worden gerund.’’

Waarom denkt u dat u na het fiasco van 2017 de juiste man bent?

,,Momenten van twijfel heb ik zeker gehad. Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen zeiden kiezers massaal: we vertrouwen het land jou niet toe (de PvdA zakte van 38 naar 9 zetels, red.). Ik vroeg mij toen af: ben ik dan wel degene om de partij opnieuw te leiden? Ik heb fouten gemaakt, en dat heb ik het afgelopen jaar ook te horen gekregen. Maar mijn wedervraag is dan wel: zijn er mensen die nog nóóit een fout hebben gemaakt? Ik heb geprobeerd om te leren van mijn fouten.’’

Wat heeft u dan geleerd, welke fouten maakt u niet meer?

,,Ik ben er nog steeds trots op dat we in 2012, tijdens een enorme economische crisis, regeringsverantwoordelijkheid hebben genomen. Maar in dat kabinet hebben we ook dingen gedaan die we niet hadden moeten doen. Zo was het verkeerd om de AOW-leeftijd versneld te verhogen. Ook was het fout om in te grijpen bij de sociale werkplaatsen. Iemand die zegt nooit fouten te maken, zou ik niet vertrouwen. Ik ben daar eerlijk over.’’

Lodewijk Asscher (PvdA), Lillian Marijnissen (SP) en Jesse Klaver (GroenLinks) tijdens de bijeenkomst van GroenLinks, PvdA en SP dinsdagavond. © ANP

U zat vijf jaar in een kabinet met Mark Rutte. Kent u zijn zwakke plekken?

,,Ik wil eigenlijk geen onaardige dingen over anderen zeggen. Maar ik denk dat de VVD onder Rutte voor het verkeerde marktdenken in de overheid heeft gezorgd. Wie een beroep doet op hulp bij een overheidsloket, wordt afgebekt of als fraudeur behandeld tot het tegendeel is bewezen. Rutte heeft als premier een hoop dingen goed gedaan, dat vind ik echt. Het is in die zin een man van z’n tijd. Maar het is ook een tijd die ophoudt. Nederland heeft behoefte aan een andere manier van leidinggeven.’’

Bent u bereid om opnieuw samen met de VVD van Rutte te regeren?

,,Ik ga het niet uitsluiten. Maar ik zou veel liever een kabinet zien met progressieve, linkse partijen. Omdat ik denk dat er verandering nodig is.’’

Misschien wilt u ook niet met de VVD in een kabinet nadat u de vorige keer zo zwaar werd afgestraft door de kiezer?

,,Ik kijk naar de inhoud. Naar wat ik wil bereiken. De VVD is voor mij een onaantrekkelijke partner. Maar ik vind het niet verstandig om de VVD uit te sluiten. Na de verkiezingen heb je vermoedelijk een rechtse partij nodig om te regeren. Het CDA of de VVD. In de Nederlandse politiek moet je kunnen samenwerken. Dat kan ik ook. Ik zie dat zowel het CDA als de VVD nadenken over hun koers en kritischer zijn op het harde kapitalisme. Daar kijk ik met veel belangstelling naar.’’

PvdA-leden willen dolgraag dat u samengaat met GroenLinks, voor een sterk links blok. Heeft u hierover gesproken met GroenLinks-leider Jesse Klaver?

,,Tuurlijk. Wij spreken elkaar regelmatig. Ook met de SP werken we al lange tijd samen. Deze week hebben we met z’n drieën een vuist gemaakt tegen het kabinetsplan om de winstbelasting voor grote bedrijven met 2,4 miljard euro te verlagen. Als linkse partijen willen wij dat dit geld anders wordt besteed, onder meer aan zorg en onderwijs.’’

Denkt u na over een stembusakkoord met GroenLinks, waarbij jullie voor de verkiezingen gezamenlijk een kabinetsplan maken én samen het kabinet ingaan?

,,Nou, ik wil eerst maar eens de huidige linkse samenwerking voortzetten. Als dat goed gaat, is zo’n stembusakkoord misschien mogelijk. Maar ik wil daar niet op vooruitlopen. De PvdA en GroenLinks zijn wel degelijk verschillende partijen.’’

Waarin verschilt u eigenlijk van GroenLinks?

,,Op onderwerpen als veiligheid, defensie en migratie zijn er verschillen, misschien geen onoverbrugbare verschillen. Wij willen investeren in defensie, GroenLinks ziet dat anders. En wij zijn strenger op het gebied van veiligheid dan GroenLinks.’’

Waarom wilt u niet fuseren met GroenLinks, zoals veel van uw leden vragen?

,,Omdat ik geloof in de kracht van de PvdA. Wij zijn een brede volkspartij voor Nederland. Ik denk dat wij heel veel te bieden hebben. Ik snap het verlangen naar één linkse partij wel. Het is voor velen frustrerend dat linkse partijen soms in het kabinet zitten en soms niet. Het zou dan een stuk simpeler zijn als er één linkse partij is, die de grootste partij van Nederland wordt. Maar ik heb ook een verantwoordelijkheid om per onderwerp heel precies te kijken of PvdA-kiezers zich daarin gehoord voelen.’’

Hoopt u op een nieuwe lijsttrekkersverkiezing binnen uw partij?

,,Dat is aan de leden. Ik ga niet zeggen of ik het hoop of dat ik het niet hoop. Ik kijk niet gelukkig terug op de vorige lijsttrekkersverkiezing, waarbij ik het opnam tegen Diederik Samsom. Ik heb toen onderschat hoeveel negativiteit het zou losmaken. Het enige wat ik nu tegen mijn partij zeg is: ik ben bereid om het te doen. Ik heb de afgelopen jaren met jullie een reis gemaakt, en nu komt het leuke stuk.’’

PvdA-leider Lodewijk Asscher op het Binnenhof in Den Haag. © Guus Schoonewille

© Guus Schoonewille

Lodewijk Asscher van de PvdA, Lilian Marijnissen van de SP en Jesse Klaver van GroenLinks hebben een gezamenlijke bijeenkomst. Beeld Marcel van den Bergh

GroenLinks en PvdA overwegen gemeenschappelijke premierskandidaat

VK 05.03.2020 De partijtoppen van GroenLinks en PvdA zien het als een serieuze optie om voor de verkiezingen al aan te kondigen dat ze tijdens de formatie als één blok gaan opereren. Ze willen zich in de strijd om het premierschap mengen door op voorhand te beloven zich achter één premierskandidaat te scharen. Wie dat wordt, bepaalt de kiezer: Jesse Klaver of Lodewijk Asscher, afhankelijk van wie de meeste zetels haalt.

Op die manier hoopt links het initiatief naar zich toe te trekken bij de vorming van het volgende kabinet.

Meerdere ingewijden die dicht bij de partijleiders staan, bevestigen dit scenario. Klaver en Asscher willen zich er niet over uitspreken, ook omdat het verrassingselement van zo’n aankondiging niet verloren moet gaan. Rond de partijtoppen wordt wel bevestigd dat het ‘een optie’ is, maar dat veel zal afhangen van de ontwikkelingen in de komende maanden. Officieel willen GroenLinks en PvdA alleen zeggen dat ze naar mogelijkheden kijken om ‘de progressieve krachten verder te versterken’.

Om na de formatie samen te kunnen optrekken, moeten beide partijen ook een aantal punten formuleren die ze allebei willen binnenhalen. Een soort stembusakkoord, maar zeker niet te vergelijken met het stembusakkoord Keerpunt 72 dat in 1972 Joop den Uyl aan de macht bracht, samen met PPR en D66. Dat was al een nagenoeg  afgerond regeerakkoord. GroenLinks en PvdA willen dit keer tijdens de campagne hun handen vrijer houden.

De vraag is ook of andere partijen na de verkiezingen zullen accepteren dat GroenLinks en PvdA als één blok opereren en hun daarmee het initiatief gunnen bij de formatie. Voorwaarde is allereerst dat ze samen de meeste zetels binnenhalen. Op dit moment kunnen beide partijen in de peilingen samen rekenen op zo’n dertig zetels, iets meer dan de VVD in haar eentje. Tot dusver is het gebruik dat de partij die bij de verkiezingen de meeste zetels binnenhaalde de formatie mag beginnen en de premier levert. Dat privilege is nooit naar een combinatie van partijen gegaan.

Voorstanders van een vergaande samenwerking menen dat de inhoudelijke verschillen tussen PvdA en GroenLinks toch al klein zijn, en vooral berusten vooral op de volgorde van prioriteiten. Bij de Stemwijzer voor de Europese Verkiezingen gaven beide partijen op alle zestig vragen identieke antwoorden; de Stemwijzer moest opnieuw worden gemaakt om toch tot een verschillende uitkomst te leiden.

En de SP dan?

Bij de PvdA gaan er stemmen op om ook de SP te betrekken bij zo’n links stembusakkoord, maar dat zal volgens ingewijden nog lastiger worden, en niet alleen omdat de inhoudelijke verschillen groter zijn. Bij de Europese verkiezingen van 2019 opende die partij nog frontaal de aanval op PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans. SP-fractieleider Lilian Marijnissen lijkt inmiddels te kiezen voor een minder radicale koers, maar het is niet duidelijk of dat zo blijft.

Zowel GroenLinks als de PvdA staat onder druk van de eigen achterban om meer initiatieven tot samenwerking te nemen. Uit een recente peiling van I&O Research blijkt dat veel leden en kiezers zelfs een fusie willen van beide partijen. Bij de partijtoppen wordt erkend dat er bij de achterban grote zorgen bestaan over de dominantie van rechts. ‘Wat er nu in Brabant gebeurt (VVD en CDA willen daar samen een provinciaal bestuur vormen met FvD, red.) is een schrikbeeld’, aldus een prominente GroenLinkser.

Op het partijcongres van de PvdA, dat zaterdag wordt gehouden, zal gestemd worden over een motie die het bestuur oproept om een gemeenschappelijke lijst te maken met GroenLinks. Bij GroenLinks, dat een week later congresseert, circuleren moties met vergelijkbare oproepen.

Geen fusie

De partijtoppen voelen niets voor een fusie en ook niets voor gemeenschappelijke lijst. ‘Dat gaat niet gebeuren’, zo valt bij beide partijen te horen. Niet alleen zouden er nog te veel inhoudelijke en culturele verschillen zijn. Ook bestaat de vrees dat een formele samenwerking stroperig en ingewikkeld gaat worden, waardoor er alleen maar kiezers zullen afhaken.

Een bijkomend probleem is dat Klaver en Asscher op z’n best een zakelijke relatie hebben. Tijdens hun gezamenlijke optreden in Amsterdam deelden ze steken onder water uit. Zo keerde Klaver zich tegen ‘tien jaar afbraakbeleid van Rutte’, ook al regeerde Asscher vier jaar lang met de VVD. Asscher liet op zijn beurt subtiel weten dat je alleen iets bereikt ‘als je ervoor vecht’.  Klaver heeft het afgelopen jaar juist geprobeerd om iets te bereiken door een meer constructieve toon aan te slaan richting het kabinet. Asscher heeft daar nooit in geloofd.

Op de achtergrond speelt mee dat beide partijleiders ervan overtuigd zijn dat ze op eigen kracht de grootste kunnen worden. Bij GroenLinks valt te horen dat ‘alle lichten op groen staan’ voor de definitieve doorbraak van Klaver. De PvdA is het afgelopen jaar voorzichtig opgeklommen in de peilingen en denkt dat Asscher als potentiële premierskandidaat meer vertrouwen inboezemt.

Boe-geroep

Op de gezamenlijke bijeenkomst die PvdA, GL en SP dinsdagavond hielden in Amsterdam, gingen veel vragen uit de zaal over linkse samenwerking. Toen Marijnissen daar een behoedzaam antwoord op gaf en liet weten dat er vooralsnog geen fusie of gezamenlijk programma komt, werd dat met boe-geroep ontvangen. Het was negen jaar geleden dat de leiders van de linkse partijen – toen nog Job Cohen, Emile Roemer en Jolande Sap – samen het podium deelden. Ook toen hing er innige linkse samenwerking in de lucht, maar die kwam er uiteindelijk niet.

MEER OVER; PVDA GROENLINKS POLITIEK LODEWIJK ASSCHER VERKIEZINGEN NATIONALE VERKIEZINGEN JESSE KLAVER ARIEJAN KORTEWEG EN FRANK HENDRICKX

PvdA, GL en SP willen graag samenwerken, maar fuseren is een brug te ver

NU 04.03.2020 Dat SP, GroenLinks en PvdA gezamenlijk iets wilden vertellen was zo ongewoon, dat de zeshonderd plaatsen in het Amsterdamse Tolhuis in een mum van tijd waren vergeven. Toch was er weinig verrassends aan de boodschap dinsdagavond en moesten de partijleiders vooral benadrukken dat er geen sprake is van fusieplannen.

SP-leider Lilian Marijnissen schiet in de lach als een verslaggever haar vraagt of haar partij gaat fuseren met GroenLinks en PvdA. “Dat denk ik niet”, zegt ze.

Het zaaltje in Amsterdam-Noord puilt uit wanneer Marijnissen, Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) het kabinet waarschuwen. Geen belastingverlaging van 2,4 miljard euro voor de multinationals volgend jaar, maar investeer dat geld in leraren, zorg, betaalbare huizen en klimaat.

Luistert het kabinet niet, dan stemmen de partijen niet in met de belastingplannen voor 2021. De coalitie heeft al geen meerderheid in de Eerste Kamer en met dit dreigement wordt het nog lastiger zoeken naar voldoende stemmen.

‘Hoop dat we de volgende keer een nieuw kabinet aankondigen’

Het is geen verrassende boodschap, in de zaal kijkt niemand er van op. Het gaat deze avond vooral om het beeld: een linkse vuist tegen “tien jaar rechtse politiek van Rutte”, zoals Klaver het zegt.

Het publiek roert zich eigenlijk pas na drie kwartier als iemand tijdens de vragenronde wil weten waarom de partijen de verschillen niet overboord gooien en gaan fuseren. Er wordt instemmend geklapt en gejoeld.

Maar SP, GroenLinks en PvdA willen de hoop op één grote, linkse partij niet aanwakkeren. Vragen aan de fractievoorzitters na afloop van de presentatie hierover worden weggewuifd.

“De formatie is voor mij nog heel ver weg”, zegt Asscher. Marijnissen: “Elkaar vasthouden na de verkiezingen? Dan loop je wel heel erg op de zaken vooruit.”

Ook Klaver wil niet te ver vooruitkijken. “Ik vond dit vanavond prima”, zei hij over het gezamenlijke optreden. Wel voegt hij optimistisch toe: “Ik hoop dat als we een volgende keer op een podium staan, we een nieuw kabinet aankondigen”.

Marijnissen: ‘SP is in dit gezelschap de politieke linksbuiten’

Niemand wil zich ergens op vastpinnen. Sterker, Asscher hoopt dat de PvdA in een volgende regeerperiode “met een óf meer linkse partijen” in een kabinet komt te zitten. Zo heilig is de drie-eenheid dus niet.

De PvdA-leider had de roep uit de zaal om een inniger verbond tussen de drie partijen wel gehoord. “Er zijn altijd mensen die naar meer verlangen, maar er blijven verschillen tussen de partijen.”

Die nadruk op de verschillen was het duidelijkst bij Marijnissen te horen. “De SP is in dit gezelschap de politieke linksbuiten”, zegt de SP’er. “Die rol past ons prima.”

Hoewel er zo nu en dan stemmen opgaan om partijen in dit politieke spectrum te laten fuseren, I&O research deed er recentelijk onderzoek naar, gaat het nooit verder dan dit soort gezamenlijke oproepen.

In 2016, vijf maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen, was oud-PvdA-leider Diederik Samsom nog het meest uitgesproken. Als het aan hem lag, keerde de PvdA en GroenLinks na de verkiezingen terug als één fractie.

De SP heeft altijd moeite gehad met hoe snel de PvdA in 2012 een regeerakkoord smeedde met de VVD. “Wij hebben zo onze eigen ervaringen met linkse samenwerking”, zegt Marijnissen daar nu over. De argwaan is nog niet weg.

“Het is belangrijk dat we ons als linkse partijen niet uit elkaar laten spelen”, zegt Asscher tenslotte. Zo bezien is dit geen opmaat naar een linkse fusiepartij, maar eerder een stap om het tegenovergestelde te voorkomen.

Lees meer over: Politiek

maart 8, 2020 Posted by | 2e kamer, fusie, groenlinks, links, links verbond, politiek, PvdA, samenwerking, sp, SP, tweede kamer | , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Eindelijk de Linkse samenwerking PvdA + Groenlinks + SP !?!?!? – de nasleep