Debat in de Digitale Hofstad

Stemmen uit de Haagse Wijken

Tijd voor een nieuwe impuls in de Vogelaarwijken

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

Aanpak kwetsbare wijken

”Veel wijken maakten sinds 2002 – conform de landelijke trend – een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Vanaf 2012 veranderde het beeld, omdat bij het merendeel van de onderzochte wijken de stijgende lijn stokte. Een derde van deze wijken vertoont tussen 2012 en 2014 zelfs een achteruitgang. Voor de bewoners van deze wijken was de verbetering in 2014 weer verleden tijd.”

De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid, aldus de G32. ”Nu de economie weer aantrekt, is het tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien”, vindt de belangenvereniging.

Kwetsbare wijken hebben nieuwe impuls nodig – Platform31 07.03.2017 Door de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid was er de afgelopen jaren steeds minder aandacht voor kwetsbare wijken. Platform31 onderzocht hoe het nu met deze wijken gaat. Vanaf 2012 zien we de ontwikkeling van de leefbaarheid in deze wijken haperen. Een nieuwe impuls is nodig van gemeenten, Rijk en andere maatschappelijke partners.

Met de Leefbaarometer – een instrument dat de leefbaarheid op wijk- en buurtniveau meet – onderzocht Platform31 de leefbaarheid in meer dan 130 wijken die de afgelopen decennia als aandachtswijk of prioriteitswijk zijn gelabeld. Bij een ongeveer een derde van de wijken stagneerde vanaf 2012 de stijgende lijn; bijna veertig procent van de wijken vertoont zelfs een daling.

Verdiepend onderzoek in 12 wijken, Meerzicht (Zoetermeer), Buitenhof (Delft), Schiedam-Oost, Meerwijk (Haarlem), Jol/Galjoen (Lelystad), de Gestelse Buurt (Den Bosch), Jagershoef (Eindhoven), Kerkrade-West en Mariaberg (Maastricht), Selwerd (Groningen), Angelslo (Emmen), naar oorzaken van de afnemende leefbaarheid, laat zien dat in deze wijken concentraties ontstaan van kwetsbare groepen, zoals mensen die in armoede of met schulden leven, vroegtijdige schoolverlaters en mensen uit de maatschappelijke opvang.

De crisis, maar ook de nieuwe Woningwet en de decentralisaties in het sociale domein komen hard aan in kwetsbare wijken. Woningcorporaties renoveren nog wel sociale huurwoningen, maar bedienen geen starters en middengroepen meer. Marktpartijen investeren nauwelijks in deze wijken. In veel wijken zijn buurtcentra gesloten en corporaties zijn minder actief op het terrein van leefbaarheid.

Het onderzoek laat zien dat opgaven als segregatie, veiligheid, duurzaamheid, schulden en eenzaamheid om continue aandacht vragen van gemeenten, het Rijk en andere maatschappelijke partners. De aantrekkende economie en de energietransitie bieden nieuwe mogelijkheden om de leefbaarheid in kwetsbare wijken te verbeteren.

Meer informatie;

Platform31 bundelt alle informatie over het kennisprogramma Nieuwe perspectieven voor stedelijke vernieuwing op een overzichtelijke projectpagina.

1. Hoofdrapport Kwetsbare wijken in beeld

2. Bijlage Leefbaarheidsontwikkeling

3. Bijlage Wijkanalyses

2013 Terugblik

Overheidsgeld kan bewoners van Vogelaarwijken niet vooruit helpen

De onthutsende conclusie van het SCP-rapport was dat de ‘Vogelaar-gelden’ geen enkel extra effect hebben gehad bij de verbetering van probleemwijken. Weer een maakbaarheidsillusie armer, en tegen een enorme prijs.

Nederland moet nog wel eens bitter lachen om ‘Brussel’ met z’n miljardensubsidies die in een bodemloze put verdwijnen, maar ‘Den Haag’ zelf kan er ook wat van.

‘ANP’

Alle critici van het ‘krachtwijkenbeleid’ van het vierde kabinet-Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie) hebben gelijk gekregen: de ambitie van toenmalig minister Ella Vogelaar (PvdA) voor Wonen, Wijken en Integratie om veertig probleemwijken in de grote(re) steden in de vaart der volkeren op te stoten door er met veel extra geld ‘krachtwijken’ van te maken, moet als mislukt worden beschouwd.

Netjes

Dat concludeert althans het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in Werk aan de wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het krachtwijkenbeleid.

LEES OOK:

Vogelaarwijken niet beter dan andere achterstandswijken

Het leerzame rapport is zeker niet alleen negatief. Het stelt vast dat de leefbaarheid in veel van die probleemwijken de afgelopen tien jaar best is opgeknapt. Simpel gezegd: het helpt als je slechte huizen sloopt, nieuwe koopwoningen bouwt voor welstandige bewoners die anders waren weggegaan of zich er komen vestigen, de publieke ruimte een beetje netjes houdt en de criminaliteit bestrijdt.

Stigma

Maar de onthutsende conclusie is ook dat de Vogelaar-gelden – al met al een miljard euro – die tussen 2008 en 2012 in die veertig ‘uitverkoren’ wijken zijn gepompt, vooral door de Nederlandse corporaties, geen enkel extra effect hebben gehad.

De Vogelaarwijken staan er niet beter voor dan moeilijke wijken die het geld niet kregen. In sommige opzichten zelfs slechter: het predikaat ‘Vogelaarwijk’ blijkt ook als een stigma te hebben gewerkt, met een ontmoedigende werking op bewoners.

Wat is de les? Niet dat het geen zin heeft om geld te steken in de leefbaarheid van probleemwijken. Het is mogelijk zulke buurten te verbeteren door ze aantrekkelijker te maken voor kansrijkere burgers met geld. Het is een langzaam proces, maar het kan.

Zelf doen

Maar achter het Vogelaar-beleid school een veel grotere, radicalere maakbaarheidsillusie. De gedachte namelijk dat als je maar genoeg extra geld in een kansarme bevolking pompt, die als vanzelf – versneld – zal gaan klimmen op de sociale ladder.

Daar is het SCP niks van gebleken. Er is sociale stijging in de Vogelaarwijken, maar niet meer dan elders. Weer een maakbaarheidsillusie armer, en tegen een enorme prijs: de overheid kan buurten wel (helpen) opknappen, maar hun inwoners niet vooruit helpen in de samenleving. Dat zullen ze echt zelf moeten

Vogelaarwijken zijn niet beter dan andere achterstandswijken

Alle miljoenen euro’s ten spijt, de zogenoemde ‘Vogelaarwijken’ doen het qua veiligheid en leefbaarheid niet beter of slechter dan vergelijkbare wijken. Sinds 2008 gaat het met alle probleemwijken iets beter, de Vogelaarwijken zijn daarin niet te onderscheiden.

Dat blijkt dinsdag uit een onderzoeksrapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de Vogelaarwijken, ook wel ‘krachtwijken’ genoemd.

‘ANP’

Optimistisch

De veiligheid is afgenomen in de Vogelaarwijken en de andere probleemwijken. De criminaliteit nam er toe en bewoners maakten vaker melding van misdaad.

De tevredenheid van de bewoners nam gemiddeld in alle probleemwijken toe en de bewoners zijn optimistisch over verdere verbetering.

VOLGENS BLOGGERS;

Afshin Ellian in 2008: Vogelaarbeleid immoreel en totaal zinloos

Geld

In 2007 introduceerde toenmalig minister Ella Vogelaar (PvdA, Wijken) hetActieplan Krachtwijken. Volgens het plan moest er in tien jaar tijd markante verbetering zijn in veertig achterstandswijken op het gebied van wonen, werken, leren en opgroeien, integreren en veiligheid. Daarvoor werd extra gelduitgetrokken.

VOLGENS ELSEVIER;

Commentaar Gertjan van Schoonhoven: ‘Overheidsgeld kan bewoners van Vogelaarwijken niet vooruit helpen’

Volgens het onderzoek zette de positieve ontwikkeling in probleemwijken al in voor het er specifiek beleid werd opgesteld. In de Vogelaarwijken zijn bewoners wel optimistischer over de verbeteringen en de toekomst dan in vergelijkbare wijken.

Nieuwbouw

Er is niet alleen geld vrijgemaakt voor de Vogelaarwijken, ook in andere probleemwijken is geïnvesteerd in sloop en nieuwbouw van huizen. De crisis op de huizenmarkt verminderde het positieve effect van de herstructurering, schrijft het SCP.

Voor de wijken is 1 miljard euro uitgetrokken en het plan zou tien jaar duren, maar het beleid werd in 2011 al afgeschaft.

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

AD 07.03.2017

zie ook: 2e kamerleden adopteren wijken

zie ook: Daniëlle de Winter PVV Den Haag – Vogelaarwijk is een bodemloze put

zie ook: Opkomst Gettowijken op Vinexlocaties

zie ook: ‘Zwakte als kracht’ Studiedag over kerkelijke presentie in Prachtwijken

zie ook: De Haagse Prachtwijken

zie ook: Haagsche Krachtwijken op Den Haag FM

zie ook: Slopen in Haagse wijken helpt niet altijd

zie ook: De Wijk van de remmende achterstand

zie ook: PVV Den Haag en de Rotterdamwet

zie ook: De Haagse Autochtonen-ASO-Tokkies-in-container-taal van de VVD

Achterstandsjongeren die verhuizen naar een rijkere buurt gaan eerder meer dan minder probleemgedrag vertonen. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit onderzoek van de TU Delft.

JUIST EXTRA TROUBLES IN PARADISE

BB 10.04.2017 Achterstandsjongeren die verhuizen naar een rijkere buurt gaan eerder meer dan minder probleemgedrag vertonen. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit onderzoek van de TU Delft.

Agressief gedrag

Problemen in achterstandswijken worden vaak aangepakt door de buurt sociaal-economisch te mengen. Het idee erachter is dat de buurtbewoners met lagere inkomens en opleidingen zich kunnen optrekken aan hun buren die het sociaal-economisch beter doen. Maar jongeren die naar een rijkere buurt verhuizen, vertonen daarna juist meer probleemgedrag. Dat ontdekte onderzoeker van Jaap Nieuwenhuis van de Faculteit Bouwkunde.

Uit zijn studie blijkt dat wanneer jongeren verhuizen van een arme buurt naar een relatief rijke buurt, zij meer last hebben van depressie, angststoornissen, agressief gedrag en conflicten met hun ouders. Die bevinding gaat in tegen het algemene geloof dat het juist goed is om jongeren uit achterstandsbuurten te verhuizen naar betere buurten en te mengen met jongeren uit rijkere gezinnen.

 Welvarende buren

Vijf jaar lang werden jongeren uit heel Nederland tussen de 12 en 16 jaar oud gevolgd en hielden de onderzoekers onder andere veranderingen bij in het inkomen van hun ouders, hun verhuisgeschiedenissen, en veranderingen in de mate van probleemgedrag. Daaruit blijkt dat wanneer jongeren verhuizen naar een rijkere buurt, zij daarna een grotere kans hebben op probleemgedrag. Jongeren uit armere wijken lijken weinig baat te hebben bij meer welvarende buren. Dat gaat lijnrecht in tegen het beleid dat nu vaak gehanteerd wordt bij het mengen van wijken.

Oneerlijk

Het grotere contrast tussen hun eigen sociaal-economische situatie en die van de rest van de buurt lijkt te leiden tot meer problemen. Een verklaring ervoor is dat jongeren hun eigen situatie vergelijken met die van hun meer welvarende buren, waardoor hun relatief benadeelde sociaal-economische positie wordt bevestigd. Wanneer zij dit als oneerlijk beschouwen, kan het zich uiten in probleemgedrag.

Het gemeentelijk beleid zou zich volgens de onderzoeker vooral moeten richten op het vergroten van kansen op opleiding en werk van jongeren door te investeren in onderwijs.

Reactie Jouwert van Geene (DroomDoener)

Deels lijkt dit onderzoek in lijn te zijn met het onderzoek van Chetty et al. in de VS (https://scholar.harvard.edu/hendren/publications …Het is wel belangrijk om een andere conclusie van dat onderzoek aan te halen, namelijk dat het verhuizen van aan “slechte buurt” naar een “goede buurt” wanneer kinderen jonger dan 13 jaar zijn, weldegelijk zeer positieve effecten heeft op het leven van deze kinderen.
Een aardige podcast over dit fenomeen is Freakonomics Radio in januari dit jaar (“Is the American Dream Really Dead?”)http://freakonomics.com/podcast/american-dream-r …

Van probleemwijk naar Vogelaarsucces in Leeuwarden

Trouw 22.03.2017 Precies tien jaar geleden wees toenmalig minister Ella Vogelaar veertig probleemwijken aan waarin het kabinet Balkenende-IV zou investeren. Een daarvan was Heechterp-Schieringen in Leeuwarden. Hoe is het er nu?

Fridus van den Berg, beheerder van het wijkcentrum, wijst tijdens de wandeling op de nette nieuwbouwwoningen, die doen alsof ze oude boerderijen zijn. Op de daken prijken zonnepanelen, in een voortuintje staat een stenen hond. Het Marokkaanse gezin op de hoek heeft een moestuintje aangelegd. Groene kopjes prikken aarzelend door de aarde. “Van de week was vader druk aan het spitten. Mooi vind ik dat, dat moet je stimuleren.”

Van den Berg, die al dertig jaar in de wijk woont, knikt naar de kinderfietsen en andere spullen die ook in de tuin staan opgeslagen. “Dat is dan weer jammer. Maar ja, de woningen hebben nauwelijks bergruimte. Je moet toch wat.”

Armoedelijstjes

De nieuwbouwhuizen zijn goedkoop en klein, en dat is precies de belangrijkste reden dat Heechterp-Schieringen maar niet van de armoedelijstjes af komt. Wie het beter krijgt, trekt weg, om weer plek te maken voor nieuwe armen. Volgens Van den Berg zou wel 60 procent van de verhuizende gezinnen in de wijk zijn gebleven als er geschikte doorstroomwoningen waren geweest. ”We kunnen mensen wel helpen, maar het lukt niet om ze hier te houden.”

Een andere reden voor de chronisch hoge armoedescore: Leeuwarden heeft kleine postcodegebieden. Vijf Leeuwarder postcodegebieden met arme mensen klinkt veel, maar in werkelijkheid hoeven het maar een paar straten te zijn – niet te vergelijken met de aantallen in bijvoorbeeld de Haagse Schilderswijk.

Het is lastig te meten wat de vogelaaraanpak precies heeft opgeleverd, zegt Van den Berg. In Heechterp-Schieringen zaten de grootste problemen achter de voordeur. Dáár werd dan ook geïnvesteerd: in mensen, niet in stenen. En dat is minder zichtbaar, zeker als de betreffende mensen uit de wijk verdwijnen.

Elan 2007

Er was elan, toen in 2007. Er kwamen moestuintjes, taallessen, een pluktuin en een wijkmusical. Maar de klad kwam in de taallessen en de tuintjes maakten plaats voor nieuwbouw – na de zomer komen ze terug, trouwens, en dan permanent. De balkons van portiekflats bleken verrot, relatief veel vogelaargeld ging naar de opknapbeurt ervan.

Het grootste Leeuwarder vogelaarsucces: de zogenoemde Frontlijnteams – teams die langs de deuren op maat problemen oplossen. De multidisciplinaire aanpak – omdat er vaak meerdere problemen spelen, bijvoorbeeld én armoede én eenzaamheid én verslaving, werd eerst ‘uitgerold’ over Leeuwarden. “En daarna hebben we zeker honderd gemeentes op bezoek gehad die het kopieerden”, vertelt Andries Ekhart, de wijkenwethouder in Leeuwarden. Hij voegt er aan toe dat het aantal huisuitzettingen is gedaald met veertig procent, het aantal kinderen onder toezicht met een kwart.

In aanvulling op de langsdedeuraanpak zitten de Frontlijners nu in een gebouw, waar hulpbehoevende bewoners kunnen langskomen. Sommige problemen worden groepsgewijs aangepakt. Zo is er elke donderdag een financieel spreekuur waar gemiddeld een man of tien op afkomt. Er is een Kindpakket: hulp in natura voor ouders die geen sportvereniging of schoolreisje kunnen betalen. En de nutsbedrijven schakelen het wijkteam in bij stelselmatige betalingsachterstanden – de teamleden gaan dan langs om te kijken wat er loos is, en om waar nodig hulp te bieden.

In 2013 oordeelde het Sociaal Cultureel Planbureau hard: de vogelaaraanpak was compleet mislukt. Met name in vogelaarwijken in de vier grote steden daalde de burgerparticipatie.Het etiket ‘achterstandswijk’ zou juist demotiveren.

Volgens Ekhart balen veel Heechterp-Schieringers inderdaad van het stigma. “Elk jaar als de armoedecijfers komen, staat RTL weer bij de Plataanschool.”

Toen Kinderombudsman Dullaert en staatssecretaris Klijnsma de kinderen in 2015 vroegen wat er beter kon, antwoordden die: Het is zo jammer dat we altijd zo negatief in het nieuws komen. “Er moet iets structureels komen. Niet lappen met een tientje, maar banen. En tegelijkertijd: mijn zoon solliciteerde zich suf na zijn afstuderen. Hij ging naar Amsterdam en had zo een baan.”

Toch laat niet iedereen het hoofd hangen, lacht de wethouder. “Twee jaar terug lieten bewoners grote billboards plaatsen met de tekst: ‘Maar we zijn hier wél heel gelukkig!”

Gemengde wijken helpen minder bedeelde bewoners niet vooruit

Sociologisch onderzoek wijst uit dat buurteffect uitblijft…

VK 21.03.2017 Het idee dat arm zich aan rijk zou kunnen optrekken, gaat in de stadspraktijk niet op. Het mengen van een wijk leidt wel tot een hoger gemiddeld inkomen in die wijk, maar het heeft geen invloed op de economische positie van individuele bewoners. Dat concludeert politiek socioloog Emily Miltenburg die vrijdag promoveert.

Zelfs bewoners die door het mengingsideaal hun sociale huurwoning moesten verlaten en naar een welvarender buurt zijn verhuisd, gaan er qua arbeidsperspectieven niet op vooruit. Toch geloven veel politici en beleidsmakers nog altijd in het zogenoemde buurteffect. Het is een overtuiging die ten grondslag ligt aan decennia van sociaal beleid op woongebied, waaronder de ‘Vogelaarwijken’ waar tussen 2008 en 2012 honderden miljoenen in zijn geïnvesteerd.

Het opmerkelijke is dat wetenschappers keer op keer laten zien dat het zo niet werkt. Socioloog Miltenburg, die in Amsterdam woont, zag het wijkenbeleid – de sloop van sociale huurwoningen in ruil voor duurdere huizen – in haar eigen omgeving en besloot een studie te doen die zich uitsluitend richtte op eventuele economische effecten van dit gemengde wijkenbeleid.

Minder bedeelde bewoners hebben economisch gezien niets aan buurman met goed inkomen

‘Omdat veel van het eerdere onderzoek geen rekening hield met de verhuisgeschiedenis van bewoners en de relatie van bewoners met hun buurt, heb ik naar duizenden buurten in Nederlandse steden en dorpen gekeken over meerdere jaren’, zegt Miltenburg. ‘Mogelijk zou het effect per buurtbewoner verschillen en is het daarom niet eerder gevonden.’

Maar nee. Het bureneffect bestaat niet: oorspronkelijke minder bedeelde, lager geschoolde bewoners van een wijk hebben economisch gezien niets aan een buurman of buurvrouw met een goede baan en een goed inkomen. ‘Eigenlijk is het ook logisch, waarom zou ik profiteren van het feit dat mijn buurman goed verdient?’, zegt de sociologe.

Waarom blijft het dan zo’n hardnekkige gedachte in ons collectieve geheugen? ‘Ik snap dat wel. Het klinkt mooi – meer hulpbronnen, meer rolmodellen’, zegt Miltenburg. ‘Bovendien wil je geen excessen, zoals gettovorming of totale veryupping. Maar dat is vooral een politiek standpunt. Economisch is de invloed van de buurt aanzienlijk kleiner dan vaak wordt beweerd.’

Maarten van Ham, hoogleraar stedelijke vernieuwing (TU Delft), noemt de studie van Miltenburg goed uitgevoerd en is het eens met haar bevindingen. Toch concludeert hij niet dat het mengen van wijken geen zinvol beleid is. ‘Het verdunnen van armoede is namelijk wel goed voor de stad als geheel. De reputatie van een wijk kan verbeteren, je haalt de hogere en middeninkomens terug naar de oude binnensteden, waar nieuwe winkels en bedrijven ontstaan.’

Gemengd en goed onderwijs doet veel meer voor emancipatie dan gemengd wonen, aldus Maarten van Ham, hoogleraar stedelijke vernieuwing TU Delft.

Voor de oorspronkelijk bewoners (die deels verhuizen naar andere wijken) moet je alleen tegelijkertijd inzetten op betere scholing en kansen op de arbeidsmarkt, zegt Van Ham. ‘Gemengd en goed onderwijs doet veel meer voor emancipatie dan gemengd wonen.’

Dat beleidsmakers Oost-Indisch doof lijken voor de wetenschappelijke bevindingen over buurteffecten, beziet Van Ham met milde verbazing. ‘Ik zei het vijf jaar geleden al: soort zoekt soort, ook in de wijk, en wijkcontacten moeten niet overschat worden, aangezien de meeste mensen een netwerk hebben via werk of vrijetijdsbesteding.’

Wil je de wijk opknappen of de bewoners helpen?, aldus Maarten van Ham.

Hij hoopt dat beleidsmakers in de toekomst beter nadenken over het doel van wijkenbeleid. ‘Wil je de wijk opknappen of de bewoners helpen? Sloop gevolgd door nieuwbouw knapt alleen de wijk op.’

Armere wijkbewoners die naar een rijkere wijk verhuizen kunnen er zelfs op achteruit gaan, zegt Van Ham. ‘Wij hebben onlangs ontdekt dat het voor kwetsbare kinderen en jongeren averechts kan werken om naar een betere wijk te verhuizen; ze hebben daar meer conflicten en problemen. Daarom moet zulk beleid altijd samengaan met een investering in scholing en opleidingen.’

Volg en lees meer over:  MENS & MAATSCHAPPIJ     ECONOMIE  NEDERLAND  WETENSCHAP

De keerzijde van de ‘buurt in opkomst’

Trouw 21.03.2017 Als je buurt erop vooruitgaat, word je daar als bewoner niet altijd beter van, blijkt uit een nieuwe studie. In de Amsterdamse Transvaalbuurt wordt die zorg gedeeld.

Ze weet nog hoe de versgekookte was in het washuis in de Fronemanstraat rook. Heeft de spookwoningen van de in de oorlog afgevoerde Joden op haar netvlies. Ze herinnert zich de eerste huizen met een eigen douche. Zag decennia later nieuwbouw verrijzen. En kan precies vertellen welke winkeliers in de Pretoriusstraat zaten. “Een porseleinwinkel, een chocolaterie, de kwaliteitsbakker, twee schoenmakers, een ijzerwinkel, een aardappelwinkel, een kapper, een juwelier. Het was een prachtstraat.”

Wil Erents-de Brave is met haar 72 woonjaren misschien wel de langst zittende bewoner van de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Maar de buurt voelt niet meer als haar buurt, zegt ze.

In de jaren tachtig maakte ze mee hoe de buurt ‘onrustig’ werd. Op straat hingen drugsdealers en alcoholisten rond. Herrieschoppende hangjongeren intimideerden voorbijgangers. Later keerde de rust terug en tegenwoordig is de Transvaalbuurt een wijk in opkomst. Waar vroeger café De Zon zat, gesloten na een schietpartij, huist nu pastabar Spaghetteria.

Op de plek van een videotheek voor Bollywoodfilms, zit het winkeltje Olives&More. Sociale huurwoningen waar ook vrienden en kennissen van Erents woonden, zijn verkocht aan nieuwkomers. Naast de Surinaamse, Turkse en Marokkaanse gezinnen die er al langer wonen, komen nu steeds vaker blanke Nederlanders te wonen, vaak jong en hoogopgeleid. “Maar met die nieuwe bewoners heb ik amper contact”, zegt Erents. “Allemaal tweeverdieners, ze werken overdag en voelen weinig binding met de wijk.”

Geen natuurverschijnsel

Cody Hochstenbach kent de Transvaalbuurt: hij is zo’n nieuwkomer. “Toen ik ernaartoe verhuisde, zei een buurman die hier al lang woont: voor het eerst weer Nederlanders in dit blok.”

De afgelopen jaren onderzocht Hochstenbach hoe het proces verloopt dat de Transvaalbuurt nu doormaakt en dat elders in Amsterdam al jaren gaande is. ‘Gentrificatie’ wordt dat proces genoemd, de ontwikkeling dat wijken waar aanvankelijk vooral mensen met een bescheiden inkomen wonen bevolkt raken door welgestelde stedelingen.

Dat gebeurt in een aantal grote steden (zoals Utrecht en Haarlem), maar het meest in Amsterdam. Donderdag promoveert Hochstenbach aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift dat hij hierover schreef.

Gentrificatie is geen natuurverschijnsel, betoogt Hochstenbach, maar het gevolg van doelbewust beleid dat tien jaar geleden expliciet op papier is gezet. De bedoeling was om de welgestelde middenklasse een plek te bieden. En als die gaat wonen in wijken die er niet goed voorstaan, was de gedachte, kan de hele stad daar beter van worden.

“Beleidsmakers begonnen bovendien te denken dat Amsterdam de internationale concurrentie met andere steden moest aangaan, en dat daarvoor een welgestelde creatieve middenklasse nodig was, als aanjager van de stedelijke economie.”

Aanvankelijk was het beleid er vooral op gericht om oude woningen te slopen en te vervangen door nieuwbouw voor een ander soort bewoners. Dat gebeurde vooral in de zwakkere buurten, met de bedoeling die erbovenop te helpen. Die insteek sloot aan bij wat de gemeente gedaan had op het gebied van stedelijke vernieuwing.

Maar er heeft zich een aantal verschuivingen in het beleid voorgedaan, vertelt Hochstenbach. “Onder meer vanwege de crisis was er geen geld meer voor sloop en nieuwbouw. Daarom werd vaker gekozen voor een ander instrument om plek te bieden aan de middenklasse: het verkopen van socialehuurwoningen door de woningcorporaties.”

Opkomende buurten

Daarmee is ook een ander soort wijk in beeld gekomen. “Want de corporaties verkopen hun woningen bij voorkeur niet in de zwakkere buurten, maar in delen van de stad die toch al populair aan het worden zijn, onder meer omdat ze daar hogere prijzen kunnen vragen. Maar het gevolg is dat de gentrificatie nog extra wordt aangezwengeld, juist waar dat proces toch al gaande is, en dus niet langer in de kwetsbare wijken verder weg van de binnenstad.”

In de Transvaalbuurt is te zien hoe dat uitpakt. Kees Huyser (63) woont er al jaren, eerst als huurder, later in een huis dat hij midden in de crisis kocht van een corporatie. Nu is het twee keer zoveel waard. “Als ik het na mijn pensioen niet verkoop, ben ik bijna een dief van mijn eigen portemonnee.”

Pas sinds een jaar of tien voelt Huyser zich prettig in de buurt. “In het eerste jaar dat ik hier woonde, is er drie keer bij me ingebroken. De Joodse bakker, mijn onderbuurman, is weggepest. Hij kreeg briefjes met hakenkruizen en ‘vuile Jood’ in de bus.”

Dat was begin jaren tachtig. Nog maar zeven jaar terug werd Huyser op het Krugerplein omsingeld door een groep jongens die wilde weten of hij zijn portemonnee bij zich had. “Ik herken de buurt niet meer terug en daar ben ik blij om.”

Hochstenbach herkent de verhalen. Zeker, gentrificatie helpt problemen op te lossen, zegt hij. “Arme buurten gaan erop vooruit als er ook rijkere mensen komen wonen. Minder criminaliteit, minder overlast, minder straatvuil. Die problemen verdwijnen niet, trouwens, maar worden verschoven naar andere buurten.”

De stad als geheel heeft er ook profijt van, vervolgt hij. “Het aantrekken en behouden van de middenklasse is inderdaad goed voor de economie. Het schept allerlei soorten bedrijvigheid. Amsterdam wint aan concurrentiekracht – al kun je je afvragen wie daar voordeel van heeft.”

Toch is Hochstenbachs onderzoek ook een waarschuwing voor de gevolgen van dit beleid. Want de keerzijde is dat de stad steeds minder plek biedt aan mensen met een lager inkomen. Overal waar gentrificatie gaande is, stijgen de huur- en koopprijzen. “Wie goedkoop in zo’n wijk woont, zit goed”, zegt Hochstenbach. “Maar zodra iemand moet verhuizen, bijvoorbeeld omdat z’n gezin uitbreidt, heeft hij een probleem. Dan kan hij niet in zijn eigen buurt terecht, want die is te duur geworden, en ook niet in al die andere buurten in opkomst.”

De Schalk Burgerstraat. © Werry Crone

Armoede de stad uit

Hochstenbach spreekt in dit verband van ‘suburbanisatie van armoede’. Steeds meer mensen met weinig geld vertrekken naar de buitenwijken of naar Purmerend en Almere, blijkt uit verhuiscijfers die hij onder de loep nam.

Ook bewoners van de Transvaalbuurt lopen ertegenaan. De vriendinnen Yvonne Hussainali, Agnes Najoan, Santucha Ommen en Merian Vedder zoeken elke ochtend, als ze de kinderen naar school hebben gebracht, een koffietentje op. “Iedereen in de buurt kent ons”, lachen ze. Allemaal wonen ze al jaren in een socialehuurwoning, allemaal willen ze verhuizen.

Hussainali woont met vier kinderen in een tweekamerappartement. Ommen plaatste in een van haar slaapkamers een muurtje zodat de oudste van drie een eigen kamer heeft. En Vedder en haar gezin moeten het doen met 43 vierkante meter. Kopen gaat niet. Omdat ze met een bescheiden inkomen geen hypotheek kunnen krijgen, omdat het lastig is als zzp’er of omdat ze geen vast contract hebben.

Wonen ze over tien jaar hier nog? Nee, zeggen ze in koor. Vedder kijkt naar woningen in Diemen. Hussainali staat al zeventien jaar ingeschreven voor een socialehuurwoning, maar verwacht niet dat er binnen haar budget iets in de wijk te vinden is. En het huis van Ommen wordt volgend jaar gesloopt. “Als ik wil terugkomen, wordt mijn huur tussen de 80 en 140 euro hoger. Maar ik zit al aan mijn max.”

Jammer, vinden ze. Want eindelijk durven ze hun kinderen alleen naar de Albert Heijn te sturen.

Intussen gaat de verandering in gentrificerende buurten door. Ooit woonden er vooral mensen met weinig geld, later werden ze gemengd, nu krijgen ze opnieuw een eenzijdige bevolkingssamenstelling: vooral mensen met geld.

Dat proces wordt aangejaagd door nog iets anders, ontdekte Hochstenbach: ouders die woningen kopen voor hun studerende kinderen. Dat doen ze, als ze er maar even het geld voor hebben, in buurten in opkomst. “Ze kopen een huis vanwege de gebruikswaarde, als plek om te wonen”, legt Hochstenbach uit, “maar ook vanwege de speculatiewaarde, in de verwachting dat zo’n huis meer waard wordt. Dat jaagt de huizenprijzen op en daardoor worden zulke buurten voor nog minder mensen toegankelijk.”

Tarik Yousif (40) en zijn vrouw hadden ervan kunnen profiteren – als ze gewild hadden. Toen ze hun huis aan de Christiaan de Wetstraat te koop zetten, kwam het hoogste bod van ouders die een woning voor hun dochter zochten. Die ging pas over drie jaar studeren. “Enkele duizenden euro’s meer dan het tweede bod, ze konden het zonder hypotheek betalen.”

Maar uiteindelijk kozen Yousif en zijn vrouw voor een jong stel. “We gunden het ze om, net als wij, hier hun gezin te kunnen beginnen.” Gek misschien, geeft hij toe. “Maar gentrificatie houden we zelf in stand. Door tegen elkaar op te bieden. Of door hebberig voor het hoogste bod te kiezen.”

Toch ook uit de mond van Yousif niets dan goeds over de veranderingen in Transvaal. Toen hij zo’n twintig jaar geleden in de aangrenzende Oosterparkbuurt ging wonen, had hij twee kettingsloten. “Een om mijn fiets op slot te zetten en een om me mee te verdedigen als het nodig was.”

Wil Erents-de Brave:  ‘Alles van vroeger komt nooit meer terug.’ © Werry Crone

In die veranderde buurt staan bewoners voor een nieuwe uitdaging, ziet Yousif: niet van elkaar vervreemden. “Een schooldirecteur in de buurt wilde laatst brugklassers bij elkaar laten logeren. Bij de ouders brak paniek uit. Moslims waren bang dat hun kind ergens varkensvlees kreeg. Minder rijke ouders vreesden dat hun kinderen in een kast van een huis terecht kwamen, terwijl ze thuis een kamer delen.”

Inmiddels is er een omslag gaande. Steeds meer mensen zien de gevaren waarvoor ook Hochstenbach waarschuwt. “Dat heeft te maken, vermoed ik, met het feit dat wonen in veel wijken tegenwoordig niet alleen voor mensen met een laag inkomen onbetaalbaar wordt, maar ook voor wie een middeninkomen heeft. Het raakt nu echt veel mensen.”

Dat proces is nauwelijks te stoppen, ook al omdat Amsterdam maar blijft groeien. Elke maand komen er ongeveer duizend inwoners bij en de enorme vraag op de woningmarkt die daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat de ene na de andere wijk aan de beurt komt als plek waar ook welgestelden zich wel willen vestigen.

“Zonder druk op de woningmarkt komt gentrificatie niet op gang, want waarom zouden welgestelden in een mindere buurt gaan wonen als ze ook iets kunnen krijgen in een goede buurt? Vandaar dat Rotterdam maar matig gentrificeert, hoe graag het stadsbestuur dat ook wil”, zegt Hochstenbach. “Maar mét zo’n druk op de woningmarkt is anti-gentrificatiebeleid lastig.”

Stoppen met pro-gentrificatiebeleid, dat kan wel, zegt hij. “Stop bijvoorbeeld met de verkoop van socialehuurwoningen.”

Aan de Transvaalkade, waar Wil Erents-de Brave woont, zijn in drie jaar zeven woningen verkocht. “Alles van vroeger komt nooit meer terug”, zegt ze geëmotioneerd. “Nou ja, in mindere mate dan.” Of ze van plan is de buurt dan maar te verlaten? “Nee, nooit. Dit is mijn buurt, ik ben hier opgegroeid en getrouwd, mijn kinderen zijn hier geboren. Hier wil ik ook sterven.”

Anti-gentrificatiebeleid is lastig. Maar stoppen met pro-gentrificatiebeleid, dat kan wel.

Lees ook: Help, de hipsters nemen mijn buurt over

 

De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren in het slop geraakt. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk. Dat constateert de G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek door Platform31.

LEEFBAARHEID IN KWETSBARE WIJKEN DAALT

BB 07.03.2017 De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren in het slop geraakt. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk. Dat  constateert de G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek door Platform31.

Kwetsbare groepen

In bijna veertig procent van de kwetsbare wijken is de leefbaarheid sinds 2012 gedaald. Bij ongeveer eenderde van de betreffende wijken stagneerde de stijgende lijn in de leefbaarheid. Belangrijke redenen van de afnemende leefbaarheid zijn de verminderde investeringen in de fysieke leefomgeving en  de concentratie van kwetsbare groepen in deze wijken.  De G32 constateert dat overheid en marktpartijen samen moeten ingrijpen om de leefbaarheid nieuwe impulsen te geven.

Regie
De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid. ‘Het is tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien’, aldus Jop Fackeldey, bestuurslid van de G32 en wethouder in Lelystad. ‘Een nieuw perspectief voor kwetsbare wijken impliceert zeker niet het afstoffen van het oude wijkenbeleid. De nieuwe focus kan ook prangende kwesties als aangrijpingspunt nemen, waarvan wijken de vindplaats zijn: van verduurzaming tot segregatie, van schuldenproblematiek tot eenzaamheid, van maatschappelijke spanningen tot ondermijnende criminaliteit’. Op dit punt kunnen steden de regie weer nemen, aldus Fackeldey.

GERELATEERDE ARTIKELEN+

Leefbaarheid in kwetsbare woonwijken onder druk

NU 07.03.2017 De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren stil komen te staan. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk, constateert belangenvereniging G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek.

”Veel wijken maakten sinds 2002 – conform de landelijke trend – een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Vanaf 2012 veranderde het beeld, omdat bij het merendeel van de onderzochte wijken de stijgende lijn stokte. Een derde van deze wijken vertoont tussen 2012 en 2014 zelfs een achteruitgang. Voor de bewoners van deze wijken was de verbetering in 2014 weer verleden tijd.”

De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid, aldus de G32. ”Nu de economie weer aantrekt, is het tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien”, vindt de belangenvereniging.

Lees meer over:  Achterstandswijken

Kwetsbare wijk holt achteruit

Telegraaf 07.03.2017 De verbetering van kwetsbare wijken is de afgelopen jaren in het slop geraakt. De leefbaarheid in veel wijken staat onder druk, constateert belangenvereniging G32, een netwerk van bestuurders van 38 grote steden in Nederland, na onderzoek.

„Veel wijken maakten sinds 2002 – conform de landelijke trend – een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Vanaf 2012 verandert het beeld, omdat bij het merendeel van de onderzochte wijken de stijgende lijn stokt. Een derde van deze wijken vertoont tussen 2012 en 2014 zelfs een achteruitgang. Voor de bewoners van deze wijken was de verbetering in 2014 weer verleden tijd.”

De stagnatie en achteruitgang is onder meer te wijten aan de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid, aldus de G32. „Nu de economie weer aantrekt, is het tijd om de kwetsbare wijken van een nieuwe impuls te voorzien”, vindt de belangenvereniging.

LEES MEER OVER;  ACHTERSTANDWIJKEN VOGELAARWIJKEN G32 STEDEN

Wonen in een ach­ter­stands­wijk: Het is verschrikkelijk

AD 07.03.2017 De leefbaarheid in achterstandswijken is achteruit gehold, bleek vandaag uit een onderzoek van de G32. Bewoners uit de wijk Jol in Lelystad ondervinden aan den lijve hoe de problemen zich daar opstapelen.

,,Ik heb al ruzie met de buren en ik wil het niet nóg erger maken’’, verontschuldigt een oudere mevrouw zich. ,,Het is verschrikkelijk om hier te wonen. De verhuisdozen staan al klaar.’’

Ze staat niet alleen, zo blijkt uit onderzoek van de middelgrote steden verenigd in de G32. Daaruit blijkt dat voor inwoners van kansarme wijken de problemen zich ophopen. Voor bijna de helft van de inwoners is de leefbaarheid sinds 2012 verslechterd. Mensen voelen zich minder veilig en klagen over het gebrek aan voorzieningen.

Ook Alletta en John Verbon die even verderop wonen zijn ronduit negatief over hun wijk. ,,Wij komen van oorsprong uit Veenendaal, daar is alles anders. Buren zeggen elkaar hier niet eens gedag.’’

Plakbandjes

Op hun eigen deur hangt een briefje met vier vergeelde plakbandjes. ,,Ik wil niets kopen. Ik wil geen abonnementen. Ik wil niet van mijn geld af. Ik wil niet over god praten. Mijn hond bijt niet. Ik wel. Dus blijf van mijn bel af.’’

Het stel heeft naar eigen zeggen vaak te kampen met ‘trammelant’. Wat dat is?

Hij: ,,Vechtpartijen.’’

Zij: ,,Steekpartijen.’’

’s Avonds durft zij de hond niet uit te laten. Dat doet hij altijd. Ze vervolgt: ,,Ze beginnen heel fijn, een feestje met een barbecuetje.’’ Maar negen van de tien keer loopt het volgens haar uit de hand doordat er drank in het spel is. ,,In het weekend is het – vooral zomers – elk weekend bingo. Gemiddeld staan er vijf à zes politiewagens.’’

In het weekend is het – vooral zomers – elk weekend bingo. Gemiddeld staan er vijf à zes politiewagens, aldus Bewoonster van de wijk Jol in Lelystad.

Vechtcultuur

Verschillende buren spreken over de overlast van een gezin Romazigeuners. ,,Die Romazigeuners zijn jaren geleden uit Utrecht weggejaagd’’, weet John Verbon. ,,Zoonlief heeft vader neergestoken, ook omdat vaders moeders heeft geslagen. Aan de overkant woon ook zo’n soort gezin. Ook vechtcultuur. Niet in huis, ook buiten.’’

Het Roma-gezin was niet thuis. De uit Ecuador afkomstige buurvrouw Ariana Palacio wel. ,,Het is hier overal vies.’’ Ze noemt het ‘lastig’ dat haar kinderen in de buurt Jol opgroeien. ,, Mijn kinderen kunnen niet de voortuin buiten spelen en ook niet in de achtertuin, omdat het hier altijd vies is.’’

Tegenover haar huis ligt wat er over is gebleven van een grote, oude bank, in verschillende losse stukken verspreid over het gras. Daar tussen wat resten kunstgras en een loopstoeltje voor een dreumes. ,,Deze kant op’’, roept ze haar zoontjes zodra ze op hun loopfietsjes de verkeerde kant op gaan als ze de hond uitlaat.

© AD

Zwerfvuil

Een gemeentewerker staat in een feloranje jas met reflecterende strepen een paar lege koffiebekers uit de bosjes te vissen. ,,Het is een hele levendige, kleurrijke buurt hier. Er ligt hier altijd zwerfvuil en troep. Je blijft bezig. Altijd wat te doen.’’

De bosjes even verderop zijn pas gekortwiekt door buurtgenoten in samenwerking met de woningcorporatie en de gemeente Lelystad. ,,Bij het weghalen van de struiken kwamen allemaal naalden naar boven’’, vertelt Eleonora Bos. ,,Waarschijnlijk van drugs. Ze zaten in de grond en tussen de struiken. Gelukkig is het op tijd weggehaald en opgelost met nieuwe beplanting. Maar er spelen hier kinderen. Je wilt het niet weten.’’ De buurtbewoonster die vanwege een infarct niet meer kan werken hoopt dat de bosjes er zo netjes bij blijven staan als het nu is. ,,We moeten dit met mekaar doen. Maar het heeft wel tijd nodig.’’

Bij het weghalen van de struiken kwamen allemaal naalden naar boven. Waarschijnlijk van drugs, Eleonora Bos.

Opstapelen problemen

Volgens wethouder in Lelystad Jop Fackeldij is er echter geen tijd te verliezen. ,,Vroeger werd er heel veel geïnvesteerd in de openbare ruimte, de straten, de verlichting en de woningen. Dat gebeurde voor een deel met geld van het Rijk. Dat viel weg.’’ Tegelijkertijd legde het Rijk volgens de wethouder heel veel andere taken bij de gemeente neer, zoals de jeugdzorg, waardoor de gemeente zelf ook de aandacht ‘moest verleggen’.

Mede daardoor komen mensen met psychiatrische problemen, schulden, vroegtijdig schoolverlaters en asielzoekers steeds vaker bij elkaar in de buurt wonen. ,,Als iemand zware schulden heeft en bij wijze van spreken geen vloedbedekking heeft, dan kun je wel aanbellen om te vragen of hij of zij wil samenwerken om de buurt beter te maken. Maar die persoon heeft dan een veel groter probleem’’, licht de PvdA-wethouder de ernst toe. ,,Het probleem is dat problemen opstapelen en dat mensen niet meer in staat zijn om daar zelfstandig uit te komen.’’

Kwetsbare wijk holt achteruit

AD 07.03.2017 Na jaren van verbetering gaat de leefbaarheid in achterstandswijken weer achteruit. Mensen met schulden, psychiatrische problemen, vroegtijdig schoolverlaters en asielzoekers wonen weer vaker bij elkaar in de buurt.

Dat blijkt uit onderzoek naar ruim 130 achterstandsbuurten, die in 2007 deels bestempeld zijn als Vogelaarwijken. In veel probleemwijken werd de leefbaarheid steeds beter, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat die stijgende lijn stokt.

Bijna de helft van de inwoners van achterstandsbuurten ging er sinds 2012 in leefbaarheid op achteruit. Zo staat in het onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de G32, het stedennetwerk van middelgrote steden in Nederland.

Kwetsbare groepen
In twaalf wijken is extra onderzoek gedaan naar de oorzaken van de afnemende leefbaarheid. Dat gaat om Meerzicht (Zoetermeer), Buitenhof (Delft), Schiedam-Oost, Meerwijk (Haarlem), Jol/Galjoen (Lelystad), de Gestelse Buurt (Den Bosch), Jagershoef (Eindhoven), Kerkrade-West en Mariaberg(Maastricht), Selwerd (Groningen), Angelslo (Emmen). Uit die analyse blijkt dat de belangrijkste reden voor het verval daar de concentratie van kwetsbare groepen is.

In die buurten woonden al relatief veel mensen met lage inkomens, lage opleiding, schulden en psychiatrische problemen. Door de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg, komen daar relatief vaak psychiatrische patiënten bij. Daklozen stromen vaak door naar een woning in een achterstandswijk en asielzoekers met verblijfsstatus worden ook relatief vaak daar gehuisvest.

Dit onderzoek toont aan dat kwetsbare wijken als er niets gebeurt als eerst achteruit hollen, aldus Wethouder in Lelystad Jop Fackeldey.

Minder aandacht
,,Door de economische crisis, de ingezakte woningmarkt en gewijzigd overheidsbeleid was er de afgelopen jaren steeds minder aandacht voor kwetsbare wijken”, betoogt wethouder in Lelystad Jop Fackeldey, die bij de G32 verantwoordelijk is voor stedenbeleid. ,,Dit onderzoek toont aan dat kwetsbare wijken als er niets gebeurt als eerst achteruit hollen.”

Volgens de gemeenten pakt het kabinetsbeleid verkeerd uit. Woningcorporaties mogen van het kabinet-Rutte alleen nog maar geld steken in huizen voor lagere inkomens. Het was de bedoeling dat marktpartijen zouden investeren in wat duurdere woningen, maar die blijken dat in achterstandswijken nauwelijks te doen.

Investeren
De gemeenten vinden dat overheden weer moeten investeren in achterstandswijken en dat met marktpartijen afspraken worden gemaakt om de buurten gemengd te houden. Dat betekent volgens Fackeldey niet ‘dat we het oude wijkenbeleid moeten afstoffen’.

,,Steden moeten de regie weer nemen. Nu de economie weer aantrekt, moet je opnieuw in kwetsbare buurten investeren.”

maart 8, 2017 Posted by | 2e kamer, bezuinigingen, huurverhoging, huurwet, politiek, PvdA, scheefhuur, scheefwonen, vluchtelingen, Vogelaarswijken | , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Peilingen 2e kamer 07.08.2011 Maurice de Hond – het Eurozone-effect

Weinig verschuivingen.

Regeringspartij VVD en gedoogpartner PVV blijven de twee grootste partijen met respectievelijk 32 en 28 zetels in de Tweede Kamer. Samen met CDA heeft de coalitie met 75 zetels geen Kamermeerderheid in de peiling, terwijl in het echt de drie partijen dat met 76 zetels net wel hebben.

07-08-2011: Geen verschuivingen. Kiezers steeds cynischer over schuldencrisis eurozone Maurice de Hond

De actuele Thermometer beschikbaar.

Peiling Maurice de Hond: Toetreding tot euro was misser

Metro 08.08.2011 Als Nederland net als vijftien jaar geleden kon beslissen om toe te treden tot de eurozone, zouden we dat niet moeten doen. Dat vindt een meerderheid van 56 procent, zo blijkt uit een onderzoek van Maurice de Hond.

De ondervraagden hebben weinig vertrouwen in een gunstige afloop van de schuldencrisis, 32 procent denkt dat het met de euro goed komt.net als vijftien jaar geleden kon beslissen om toe te treden tot de eurozone, zouden we dat niet moeten doen. Dat vindt een meerderheid van 56 procent, zo blijkt uit een onderzoek van Maurice de Hond. De ondervraagden hebben weinig vertrouwen in een gunstige afloop van de schuldencrisis, 32 procent denkt dat het met de euro goed komt.

Meeste Nederlanders verwachten uiteenvallen eurozone

Elsevier 07.08.2011 Een meerderheid van de Nederlanders verwacht dat de eurozone op een of andere manier uit elkaar zal vallen. Slechts een op de drie denkt dat het wel weer goed zal komen met de euro na de schuldencrisis. Dat blijkt uit de peiling van Maurice de Hond.

‘Eurozone valt op één of andere manier uit elkaar’

Meerderheid Nederlanders geen vertrouwen meer

AD 07.08.2011  Kiezers zijn kritisch over de euro en de manier waarop in Europa wordt geprobeerd de schuldencrisis op te lossen. Bijna een derde (32 procent) denkt dat het na wat ups en downs uiteindelijk toch wel goed komt. Maar een meerderheid verwacht dat de eurozone op de één of andere manier uit elkaar valt.

Kiezers zeer kritisch

Telegraaf 07.08.2011 Kiezers zijn kritisch over de euro en de manier waarop in Europa wordt geprobeerd de schuldencrisis op te lossen. Bijna een derde (32 procent) denkt dat het na wat ups en downs uiteindelijk toch wel goed komt. Maar een meerderheid verwacht dat de eurozone op de een of andere manier uit elkaar valt.

‘Eurozone valt op één of andere manier uit elkaar’

VK 07.08.2011  Kiezers zijn kritisch over de euro en de manier waarop in Europa wordt geprobeerd de schuldencrisis op te lossen. Bijna een derde (32 procent) denkt dat het na wat ups en downs uiteindelijk toch wel goed komt. Maar een meerderheid verwacht dat de eurozone op de één of andere manier uit elkaar valt.

Kiezers kritisch over euro en schuldenaanpak

NU 07.08.2011 DEN HAAG – Kiezers zijn kritisch over de euro en de manier waarop in Europa wordt geprobeerd de schuldencrisis op te lossen.  Dat blijkt uit de zondag gepubliceerde peiling van Maurice de Hond.

Kiezers kritisch over schuldenaanpak

De Pers 07.08.2011  Kiezers zijn kritisch over de euro en de manier waarop in Europa wordt geprobeerd de schuldencrisis op te lossen. Bijna een derde (32 procent) denkt dat het na wat ups en downs uiteindelijk toch wel goed komt. Maar een meerderheid verwacht dat de eurozone op de een of andere manier uit elkaar valt.

‘Eurozone valt uit elkaar’

07.08.2011 Kiezers zijn kritisch over de euro en de manier waarop in Europa wordt geprobeerd de schuldencrisis op te lossen. Bijna een derde (32 procent) denkt dat het na wat ups en downs uiteindelijk toch wel goed komt. Maar een meerderheid verwacht dat de eurozone op de een of andere manier uit elkaar valt.

augustus 7, 2011 Posted by | Uncategorized | , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie